61987C0323

Conclusie van advocaat-generaal Jacobs van 27 april 1989. - COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN ITALIAANSE REPUBLIEK. - BELASTINGREGELING RUM. - ZAAK 323/87.

Jurisprudentie 1989 bladzijde 02275


Conclusie van de advocaat generaal


++++

Mijnheer de President,

mijne heren Rechters,

1 . De Commissie stelt in deze zaak, dat de Italiaanse fiscale behandeling van sommige produkten, waaronder rum, in strijd is met artikel 95 EEG-Verdrag . Deze zaak hoort dus thuis in een reeks van zaken waarin het Hof zich heeft moeten uitspreken over diverse aspecten van de belastingregeling voor gedistilleerde dranken in Italië . In tal van opzichten behouden die eerdere uitspraken hun belang voor de beslechting van de onderhavige zaak, hoewel zij misschien andere aspecten van de belastingregeling betroffen dan die waarover het thans gaat, en de Italiaanse belastingwetgeving in de loop der jaren tal van wijzigingen heeft ondergaan .

2 . Aan de orde zijn thans de "imposta di fabbricazione" ( produktiebelasting ) op in Italië geproduceerde gedistilleerde dranken en de daarmee overeenkomende "sovrimposta di confine" ( belastingtoeslag aan de grens, kortweg : grenstoeslag ) op gedistilleerde dranken die in Italië worden ingevoerd . Andere aspecten van de Italiaanse belastingregeling waarover het Hof zich reeds had uit te spreken, waren het "diritto erariale" ( schatkistrecht, thans afgeschaft ) op gedistilleerde dranken, de banderol die op recipiënten met gedistilleerde dranken werd aangebracht, en de BTW bij de verkoop van gedistilleerd .

3 . In zaak 169/78 ( arrest van 27 februari 1980, Commissie/Italië, Jurispr . 1980, blz . 385 ) ging het om de fiscale banderol die op voor de detailverkoop bestemde recipiënten werd aangebracht . De Italiaanse regeling kende voor de banderolbelasting een differentieel tarief, dat voor gedistilleerde dranken uit granen en rietsuiker een veelvoud bedroeg van het tarief voor gedistilleerd uit wijn en draf . Het Hof stelde vast, dat deze belastingregeling voornamelijk werd gekenmerkt door het feit dat de meest typische nationale produkten, namelijk gedistilleerde dranken uit wijn en draf, in de gunstigste belastingcategorie waren ingedeeld, terwijl twee soorten produkten die nagenoeg geheel uit andere Lid-Staten worden geïmporteerd, namelijk gedistilleerde dranken uit graan en rum, zwaarder werden belast ( r.o . 35 ). De uitspraak van het Hof luidde dan ook, dat het Italiaanse differentiële belastingtarief in de vorm van belastingbanderollen, voor wat de belasting op enerzijds alcoholhoudende dranken verkregen door distillatie van graan en suikerriet en anderzijds gedistilleerde dranken uit wijn en draf betreft, onverenigbaar was met artikel 95 EEG-Verdrag .

4 . In de gevoegde zaken 142 en 143/80 ( arrest van 27 mei 1981, Essevi en Salengo, Jurispr . 1981, blz . 1413 ) ging het om een Italiaanse belasting die inmiddels is afgeschaft, namelijk het schatkistrecht . Het geschil betrof de belasting bij invoer in Italië van Franse cognac . Blijkens de verwijzigingsbeschikkingen werd op ingevoerde gedistilleerde dranken het volle tarief toegepast, terwijl binnenslands geproduceerde gedistilleerde dranken van dat recht waren vrijgesteld, omdat alleen gedistilleerde dranken waarvan de bereiding in het produktiestadium op Italiaans grondgebied kon worden gecontroleerd, voor vrijstelling in aanmerking kwamen ( r.o . 20 ). Aangezien het lage tarief alleen gold voor de binnenlandse produktie, was het Hof van oordeel, dat het stelsel discriminerend was en in strijd met artikel 95 EEG-Verdrag ( r.o . 22 ). De uitspraak van het Hof luidde : "Een belastingregeling voor alcohol, die dusdanig is gestructureerd dat enkel de nationale produktie voor vrijstellingen of tariefverlagingen in aanmerking komt, levert een door artikel 95 EEG-Verdrag verboden discriminatie op ."

5 . Ging het in de zaak Essevi en Salengo om de invoer van gedistilleerd uit wijn ( cognac ), in zaak 216/81 ( arrest van 15 juli 1982, Cogis, Jurispr . 1982, blz . 2701 ) was de invoer in Italië van gedistilleerde dranken uit granen ( whisky ) aan de orde, waardoor die zaak meer aansluit bij de onderhavige . Onder de destijds geldende Italiaanse belastingregeling moest over de door de verzoekster uit het Verenigd Koninkrijk ingevoerde whisky een schatkistrecht ( waarvan de binnenlandse produktie was vrijgesteld ) en een grenstoeslag worden betaald, en wel naar het volle tarief ( terwijl voor de binnenlandse produktie van gedistilleerd uit wijn de overeenkomstige produktiebelasting gold, doch met aanzienlijke reducties; zie blz . 2703 en 2704 ). Ook deze belastingregeling was volgens het Hof in strijd met artikel 95 .

6 . Omdat het in het hoofdgeding en in de prejudiciële vraag van de nationale rechter alleen over whisky ging, beperkte het Hof zich in zijn uitspraak tot whisky en verklaarde het : "Artikel 95 verzet zich tegen een belastingregeling, waardoor whisky en de andere gedistilleerde dranken verschillend worden belast ." In de rechtsoverwegingen gebruikte het Hof, onder verwijzing naar zijn arrest in de zaak 169/78 ( Commissie/Italië ), echter meer algemene formuleringen en sprak het niet alleen over whisky, doch ook over rum . Zo verklaarde het in de rechtsoverwegingen 10 en 11, dat "gedistilleerde dranken uit graan en rum als door distillatie verkregen produkten voldoende eigenschappen gemeen hebben met gedistilleerde dranken uit wijn en draf om de consument althans in bepaalde omstandigheden een keuze te bieden . Deze constatering volstaat om te erkennen dat deze produkten met elkaar concurreren en dat hun respectieve belasting een protectionistische werking kan hebben ten gunste van de nationale produktie ... Voor wat het protectionistische karakter van de onderhavige belastingregeling betreft, is in voornoemd arrest 169/78 opgemerkt dat deze regeling wordt gekenmerkt door het feit, dat de meest typische nationale produkten, namelijk gedistilleerde dranken uit wijn en draf, in de gunstigste belastingcategorie zijn ingedeeld, terwijl twee soorten produkten, die nagenoeg geheel uit andere Lid-Staten worden geïmporteerd, namelijk gedistilleerde dranken uit graan en rum, zwaarder worden belast . De omstandigheid dat er ook een nationale produktie van deze gedistilleerde dranken bestaat, doet aan deze beoordeling niet af, aangezien niet wordt bestreden dat het daarbij om zeer geringe hoeveelheden gaat . Deze verschillen in belasting beïnvloeden de markt van de onderhavige produkten, door de potentiële consumptie van de geïmporteerde produkten te verminderen ."

7 . Het jaar daarop moest het Hof zich bezighouden met een ander aspect van de Italiaanse belastingregeling voor gedistilleerde dranken, namelijk de BTW ( arrest van 15 maart 1983, zaak 319/81, Commissie/Italië, Jurispr . 1983, blz . 601 ). Onder de toenmalige wettelijke regeling gold een hoger BTW-tarief voor gedistilleerde dranken met een in het land van produktie geregelde of beschermde aanduiding van oorsprong of herkomst, terwijl andere gedistilleerde dranken minder zwaar werden belast . Aangezien er in Italië geen regeling bestond inzake de bescherming van de aanduiding van oorsprong of herkomst van binnenslands geproduceerde sterke dranken, gold voor het grootste deel van de geïmporteerde gedistilleerde dranken een hoger tarief dan voor de meeste in Italië geproduceerde ( r.o . 4 en 18 ). Het Hof was van oordeel, dat deze belastingregeling in strijd was met artikel 95, doordat uit andere Lid-Staten ingevoerde produkten werden gediscrimineerd . Dienvolgens verklaarde het, dat de Italiaanse Republiek, door op gedistilleerde dranken, afhankelijk van de aanduiding van oorsprong of herkomst, een gedifferentieerde belastingregeling toe te passen, met betrekking tot uit de andere Lid-Staten ingevoerde produkten de krachtens artikel 95 EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen niet was nagekomen .

8 . Na de twee laatstbedoelde arresten ( waar het in zijn wijzigingswetten naar verwees ) schafte Italië het schatkistrecht af en stelde het bij besluitwet nr . 232 van 15 juni 1984 een produktiebelasting in voor in Italië geproduceerde gedistilleerde dranken en een daarmee overeenkomende grenstoeslag voor ingevoerd gedistilleerd, beide met een uniform tarief van 350 000 LIT per hl zuivere alcohol . Daardoor zouden binnenlandse en ingevoerde gedistilleerde dranken fiscaal gelijk worden behandeld . Toen de besluitwet bij wet nr . 408 van 28 juli 1984 in een wet werd omgezet, werd het bedrag van de belasting en van de grenstoeslag evenwel verhoogd tot 420 000 LIT en werd bij wege van afwijking bepaald, dat tot 31 december 1988 de produktiebelasting en de overeenkomstige grenstoeslag voor alcohol verkregen door distillatie van wijn, bijprodukten van de wijnbereiding, aardappelen, vruchten, sorghum, vijgen, johannesbrood en granen, 340 000 LIT per hl zou bedragen ( dat wil zeggen een verlaging met 80 000 LIT ). Nadat de onderhavige zaak reeds was ingeleid, verlengde Italië de geldingsduur van die bepaling tot 31 december 1992 en bij artikel 4 van besluitwet nr . 9 van 15 januari 1988 en artikel 8, leden 19 en 20, van wet nr . 67 van 11 maart 1988 trok het het volle en het verlaagde belastingtarief op tot respectievelijk 546 000 LIT en 442 000 LIT per hl zuivere alcohol . ( Het beroep van de Commissie betreft uiteraard alleen de wettelijke regeling zoals die bestond op het moment van indiening van het verzoekschrift, doch de rechtsvragen blijven dezelfde .)

9 . Hoewel het lagere belastingtarief was vastgesteld in de vorm van een afwijkingsbepaling, gold het voor gedistilleerde dranken verkregen uit een veel ruimer gamma produkten, dan waarvoor het normale ( dat wil zeggen hogere ) belastingtarief gold . In feite lijkt het hogere belastingtarief alleen van toepassing te zijn op synthetische alcohol of op uit suiker verkregen alcohol, in ruwe vorm dan wel verwerkt in alcoholhoudende dranken . De Commissie stelde zich op het standpunt, dat de bij wet nr . 408 ingevoerde gedifferentieerde belastingregeling gunstiger was voor alcohol verkregen uit de meeste landbouwprodukten, dan voor alcohol uit suikerriet en voor produkten die deze alcohol bevatten, zoals rum, een produkt dat, naar haar zeggen, in Italië niet wordt vervaardigd ( hoewel het Hof in de zaak Cogis tot de conclusie kwam, dat er wel degelijk een - zij het geringe - binnenlandse produktie van rum bestaat ). De Commissie was van mening, dat Italië artikel 95 EEG-Verdrag schond door suikerrietalcohol en produkten die dit type alcohol bevatten, zwaarder te belasten dan binnenlandse produkten . Zij stelde de Italiaanse regering op 3 april 1986 van haar opvatting in kennis en beschreef de gestelde inbreuk in overeenkomstige termen in haar met redenen omkleed advies van 4 maart 1987, waarin zij stelde dat de Italiaanse wettelijke regeling in strijd was met artikel 95, doordat zij alcohol uit suikerriet en produkten zoals rum, die deze alcohol bevatten en in Italië niet worden geproduceerd, zwaarder belastte dan gelijksoortige of concurrerende binnenlandse produkten . Bij op 16 oktober 1987 ingediend verzoekschrift heeft de Commissie het Hof verzocht, te verklaren dat de Italiaanse Republiek, door gedistilleerd op basis van suikerriet en produkten die deze alcohol bevatten, zwaarder te belasten dan andere soorten alcohol en andere gedistilleerde dranken uit landbouwprodukten, niet heeft voldaan aan de krachtens artikel 95 EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen .

10 . Het is dus duidelijk, dat het beroep betrekking heeft op alle alcohol uit suikerriet en produkten die deze alcohol bevatten ( voor zover uit andere Lid-Staten afkomstig ), en niet alleen op rum . Behoudens in één geval wordt rum door de Commissie alleen genoemd als voorbeeld van een produkt dat suikerrietalcohol bevat . Met die ene uitzondering bedoel ik de geïsoleerde passus in het verzoekschrift, waarin wordt gesteld dat het volle belastingtarief voornamelijk geldt voor rum . Die stelling heeft de Commissie niet hard kunnen maken . Naar tijdens de verdere behandeling is verklaard en uit de aan het Hof voorgelegde stukken is gebleken, vertegenwoordigt rum slechts een klein gedeelte van de totale produktie waarop het volle belastingtarief van toepassing is . Die stelling dient dus buiten beschouwing te blijven en verder dient ervan te worden uitgegaan, dat de opvatting van de Commissie die is welke zij in het met redenen omkleed advies en elders in haar memories heeft uiteengezet en met name in haar petitum, waarin zij vraagt om vaststelling voor recht, dat de Italiaanse belastingregeling in strijd is met artikel 95 EEG-Verdrag door alcohol uit suikerriet en produkten die deze alcohol bevatten, zwaarder te belasten dan gelijksoortige of concurrerende nationale produkten .

11 . Tot de categorie produkten waarvan wordt gesteld dat zij in strijd met artikel 95 discriminerend worden belast, behoort dus een hele reeks produkten . Rum is één daarvan en is in deze zaak van meet af aan afzonderlijk en uitdrukkelijk vermeld . Over dit produkt wil ik het dan ook eerst hebben .

12 . Volgens de Commissie zijn rum en andere gedistilleerde dranken gelijksoortige produkten in de zin van artikel 95, eerste alinea, EEG-Verdrag, of in ieder geval concurrerende produkten, waarop de tweede alinea van artikel 95 van toepassing is . Italië is van mening, dat rum en gedistilleerde dranken uit wijn en granen, gelet op hun respectieve organoleptische kenmerken, niet als gelijksoortige produkten kunnen worden beschouwd . Hoogstens zou het gaan om concurrerende produkten in de zin van artikel 95, tweede alinea . Dit is een moeilijke kwestie, waarop het Hof nader is ingegaan in de rechtsoverwegingen 11 tot en met 13 van zijn arrest in zaak 169/78 ( Commissie/Italië, reeds aangehaald ). In de zaken tot nu toe heeft het Hof zich niet uitgelaten over de vraag, of rum en andere gedistilleerde dranken gelijksoortige produkten in de zin van artikel 95, eerste alinea, zijn . In zaak 169/78 ( blz . 407 en 408, r.o . 33 ) liet het dit punt uitdrukkelijk in het midden, met de overweging dat een beslissing erover niet noodzakelijk was, "aangezien in redelijkheid niet kan worden betwist dat (( de betrokken gedistilleerde dranken uit granen en suikerriet )) zonder uitzondering althans gedeeltelijk concurreren met de in het beroep bedoelde nationale produkten (( gedistilleerde dranken uit wijn en draf ))". In rechtsoverweging 34, blz . 408, voegde het Hof daaraan toe, dat ook "gedistilleerde dranken uit graan en rum als door distillatie verkregen produkten, voldoende eigenschappen gemeen hebben met gedistilleerde dranken uit wijn en draf om de consument althans in bepaalde omstandigheden een keuze te bieden ". In de zaak Essevi en Salengo kwam de vraag niet aan de orde, omdat het geïmporteerde produkt, cognac, eveneens uit wijn werd gedistilleerd en het buiten kijf stond, dat het om gelijksoortige produkten in de zin van artikel 95, eerste alinea, ging . In de zaak Cogis ( blz . 2713, r.o . 10 ) en in zaak 319/81 ( Commissie/Italië, blz . 621, r.o . 16 en 17 ) voer het Hof dezelfde koers als in zaak 169/78 : het liet in het midden, of de betrokken gedistilleerde dranken al dan niet gelijksoortig waren, doch verklaarde dat het in ieder geval om concurrerende produkten ging, die dus onder artikel 95, tweede alinea, vielen .

13 . In de onderhavige zaak kan men op dezelfde wijze te werk gaan en hoeft het Hof zich niet uit te spreken over de vraag, of rum gelijksoortig is met de minder zwaar belaste gedistilleerde dranken ( inzonderheid gedistilleerde dranken uit wijn, bijprodukten van de wijnbereiding en granen ). Het kan ermee volstaan vast te stellen, dat gedistilleerde dranken en rum concurrerende produkten zijn die onder artikel 95, tweede alinea, vallen . Gelet op de desbetreffende specifieke bevindingen in de rechtsoverwegingen 33 en 34 van het arrest in zaak 169/78 en rechtsoverweging 10 van het arrest in de zaak Cogis, kan mijns inziens niet worden betwijfeld, dat rum en de andere soorten gedistilleerde dranken in ieder geval zijn te beschouwen als concurrerende produkten in de zin van artikel 95, tweede alinea .

14 . Artikel 95, tweede alinea, bepaalt dat "de Lid-Staten op de produkten van de overige Lid-Staten geen zodanige binnenlandse belasting ( heffen ), dat daardoor andere produkties zijdelings worden beschermd ". De volgende vraag dient dus te zijn, of de Italiaanse belastingregeling concurrerende nationale produkten zijdelings beschermt . Naar mijn gevoel kan het protectionistische karakter van de Italiaanse belastingregeling niet worden betwijfeld . Italië heeft namelijk met zoveel woorden verklaard, dat de gedifferentieerde belastingregeling bedoeld is ter bescherming van de Italiaanse produktie van gedistilleerd uit wijn .

15 . Volgens Italië is de gemiddelde kostprijs van wijn - en vruchtenalcohol gemiddeld 50 000 à 60 000 LIT per hl zuivere alcohol hoger dan voor melassealcohol . Werd de belasting voor de twee soorten alcohol op hetzelfde niveau gebracht, dan zouden er voor wijnalcohol geen kopers te vinden zijn, de distilleerderijen zouden moeten sluiten en de markt van wijn en wijnbouwprodukten, die voor een goed deel afhankelijk is van distillatie, zou instorten . Hoewel het dus de bedoeling van de Italiaanse wetgever is, op termijn alle soorten alcohol gelijk te belasten, zag hij zich genoopt een tijdelijke maatregel vast te stellen om de kostprijs op hetzelfde niveau te handhaven . De Commissie wijst erop dat, terwijl volgens de Italiaanse regering het verschil in kostprijs voor de twee soorten alcohol 50 000 à 60 000 LIT bedraagt, er tussen de twee belastingtarieven een verschil van 80 000 LIT per hl zuivere alcohol ligt . In de loop van de procedure werd dit verschil nog vergroot tot 104 000 LIT . Ook wanneer men rekening houdt met de inflatie, lijkt de betrokken maatregel de twee soorten alcohol niet eenvoudig op voet van gelijkheid te plaatsen, doch alcohol uit suiker in een minder gunstige mededingingspositie te brengen .

16 . Aangezien het protectionistische karakter van de gedifferentieerde belastingregeling wordt erkend en evident is, is het duidelijk dat die regeling wat rum betreft, in strijd is met artikel 95, tweede alinea, EEG-Verdrag . Mijns inziens moet een aantal argumenten die Italië voor haar verweer aanvoert, van de hand worden gewezen . Ik zal deze argumenten één voor één bespreken .

17 . Voor het bewijs van schending van artikel 95, tweede alinea, kan, aldus de Italiaanse regering, niet worden volstaan met een vergelijking van de fiscale last die op elk van de betrokken produkten drukt, doch dient in concreto te worden aangetoond dat het verschil in fiscale druk een protectionistisch effect kan hebben . Dit argument is reeds eerder voor het Hof voorgedragen en verworpen, met name in zaak 170/78 ( tussenarrest van 27 februari 1980, Commissie/Verenigd Koninkrijk, Jurispr . 1980, blz . 417 ), waarin het Verenigd Koninkrijk stelde, dat het bij artikel 95, tweede alinea, niet voldoende is vast te stellen, dat er een verschil in belasting bestaat; het Verdrag zou het bewijs verlangen, dat de litigieuze belastingregeling daadwerkelijk een protectionistisch effect heeft ( blz . 433, r.o . 8 ). Het Hof wees dit argument uitdrukkelijk van de hand ( blz . 433, r.o . 10 ): "Met nadruk zij echter gesteld dat (( artikel 95, tweede alinea )) aanknoopt bij de aard van de betrokken belastingregeling, zodat niet in elk geval geëist kan worden dat een beschermende werking statistisch wordt bewezen . Voor toepassing van artikel 95, tweede alinea, is voldoende dat wordt aangetoond dat een bepaald belastingmechanisme, gezien haar eigen kenmerken, de in het Verdrag bedoelde beschermende werking teweeg kan brengen . Zonder dus het belang te miskennen van de beoordelingscriteria die kunnen worden afgeleid uit statistische gegevens waarmee het effect van een bepaalde belastingregeling kan worden gemeten, mag niet van de Commissie worden verlangd dat zij statistische gegevens verstrekt over de concrete omvang van de beschermende werking van de gewraakte belastingregeling ." In zaak 169/78 ( Commissie/Italië, reeds aangehaald, blz . 395 ) voerde Italië een soortgelijk argument aan, dat door het Hof stilzwijgend werd verworpen ( zie met name blz . 408, r.o . 35, van het arrest; in dezelfde zin het arrest Cogis, reeds aangehaald, zie met name blz . 2713, r.o . 10 en 11 ). Het argument van de Italiaanse regering, dat moet worden bewezen dat het verschil in belasting daadwerkelijk een protectionistisch effect heeft, moet dus van de hand worden gewezen .

18 . De Italiaanse regering beroept zich voorts op een aantal arresten waarin het Hof heeft verklaard, dat "het gemeenschapsrecht in de huidige stand van zijn ontwikkeling niet in de weg staat aan de vrijheid van de onderscheiden Lid-Staten om met behulp van objectieve criteria, zoals de aard van de grondstoffen of de toegepaste produktieprocédés, voor bepaalde produkten een systeem van gedifferentieerde belastingen vast te stellen . Zulke differentiaties verdragen zich met het gemeenschapsrecht, wanneer zij gericht zijn op de verwezenlijking van economische beleidsoogmerken die, op hun beurt, met de in het Verdrag en in het afgeleide recht gestelde eisen verenigbaar zijn en wanneer in de uitvoeringsbepalingen alle mogelijke, rechtstreekse of indirecte, discriminatie jegens importen uit derde landen en/of iedere vorm van bescherming van concurrerende nationale produkten wordt vermeden" ( zie bij voorbeeld de arresten van 14 januari 1981, zaak 140/79, Chemial Farmaceutici, Jurispr . 1981, blz . 1, r.o . 14, en zaak 46/80, Vinal, ibid ., blz . 77, r.o . 13, en het arrest van 7 april 1987, zaak 196/85, Commissie/Frankrijk, Jurispr . 1987, blz . 1597, r.o . 6 ). Volgens Italië voldoet de litigieuze gedifferentieerde belastingregeling aan die voorwaarden : de differentiatie is gebaseerd op een objectief criterium, namelijk de grondstof waaruit de alcohol wordt bereid . Zij is gericht op de verwezenlijking van een economisch beleidsoogmerk dat verenigbaar is met het gemeenschapsrecht, te weten het ondersteunen van de markt van wijn en wijnbouwprodukten, en de uitvoeringsbepalingen leiden niet tot een bescherming van concurrerende nationale produkten . Wat rum aangaat, kan mijns inziens in casu op die rechtspraak geen beroep worden gedaan . Daarvoor bestaat er reeds een aantal arresten die een veel directer verband met de onderhavige zaak vertonen, namelijk de arresten in de zaken Commissie/Italië ( 169/78 ), Essevi en Salengo, Commissie/Italië ( 319/81 ), en vooral Cogis . Die arresten geven een rechtstreeks antwoord op de rechtsvraag met betrekking tot rum, die thans aan de orde is, en laten mijns inziens geen ruimte voor toepassing van andere rechtspraak .

19 . Die andere rechtspraak vormt overigens een uitzondering op de basisregels van artikel 95 EEG-Verdrag, doordat zij de Lid-Staten toestaat, zij het onder zekere voorwaarden, in hun nationaal belastingstelsel produkten uit andere Lid-Staten ten gunste van de binnenlandse produktie te discrimineren . Mijns inziens valt die uitzondering moeilijk te verenigen met de tekst van artikel 95 of met de plaats hiervan in het stelsel van het Verdrag, waarin het een aanvulling vormt op de artikelen 9 tot en met 16, die steeds zo zijn uitgelegd, dat de volle werking ervan verzekerd was . Het Hof heeft beklemtoond, dat de bepalingen van artikel 95 in het stelsel van het Verdrag een aanvulling vormen op die betreffende de afschaffing van douanerechten en heffingen van gelijke werking; dat zij ten doel hebben, het vrije verkeer tussen de Lid-Staten onder normale concurrentieverhoudingen te verzekeren door elke vorm van bescherming uit te sluiten die het gevolg kan zijn van de toepassing van binnenlandse belastingen die discriminerend zijn ten opzichte van produkten uit andere Lid-Staten; en dat artikel 95 de volstrekte neutraliteit van de binnenlandse belastingen dient te waarborgen ten aanzien van de mededinging tussen binnenlandse en geïmporteerde produkten ( zie zaak 169/78, Commissie/Italië, reeds aangehaald, blz . 399, r.o . 4 ). Daar het bij die uitzondering ( die ik verder de "jurisprudentiële uitzondering" zal noemen ) kennelijk gaat om een afwijking van de verdragsregels, kan zij in elk geval niet extensief worden uitgelegd ( op dit punt sluit ik mij aan bij de zienswijze van advocaat-generaal Reischl in zijn conclusie in de zaak Cogis, blz . 2720 ). Ook wanneer het dus mogelijk was te kiezen tussen de jurisprudentiële uitzondering en de hoofdlijn van de rechtspraak ( inzonderheid zaak 169/78, Commissie/Italië, en in de zaak Cogis ), zou die keuze ten ongunste van de jurisprudentiële uitzondering moeten uitvallen .

20 . Opvallend is overigens, dat in een aantal gevallen waarin het Hof de betrokken passus heeft geciteerd, het in zijn uitspraak in die zaak geen toepassing aan die uitzondering heeft gegeven (( zie bij voorbeeld de zaken Essevi en Salengo, Commissie/Italië ( 319/81 ) en Commissie/Denemarken, zaak 106/84, Jurispr . 1986, blz . 833 )). Bovendien zij erop gewezen, dat in die passus sprake is van het gemeenschapsrecht "in de huidige stand van zijn ontwikkeling ". Naarmate de Europese integratie voortgang maakt, moet ook het gemeenschapsrecht zich verder ontwikkelen, zodat de jurisprudentiële uitzondering ophoudt van toepassing te zijn . Dit geldt te meer in de huidige situatie, waarin de Gemeenschap streeft naar voltooiing van de gemeenschappelijke markt in 1992 .

21 . Zo gezien is geen uitspraak nodig over de vraag, of in de onderhavige zaak is voldaan aan de voorwaarden voor de jurisprudentiële uitzondering . In dit verband wil ik alleen zeggen, dat men kan betwijfelen of die voorwaarden wel zijn vervuld . Met name zou men kunnen stellen, dat de economische doelen die de Italiaanse regering met de litigieuze maatregelen nastreeft, binnen de bevoegdheidssfeer van de Gemeenschap vallen, eventueel in het kader van de desbetreffende marktordening, en niet eenzijdig door de Lid-Staten kunnen worden geregeld .

22 . De Italiaanse regering verwijst voorts in het bijzonder naar het arrest van 4 maart 1986 ( zaak 243/84, Walker, Jurispr . 1986, blz . 875, 884 en 885, r.o . 23 en dictum ), waarin het Hof verklaarde : "In de huidige stand van zijn ontwikkeling verzet het gemeenschapsrecht, in het bijzonder artikel 95, tweede alinea, EEG-Verdrag, zich niet tegen de toepassing van een stelsel van op objectieve criteria gebaseerde gedifferentieerde belasting op bepaalde dranken; een dergelijk stelsel heeft geen beschermende werking ten gunste van de binnenlandse produktie, wanneer elke fiscale categorie een belangrijk deel van de binnenlandse produktie van alcoholhoudende dranken omvat ."

23 . Deze uitspraak vormt een specifieke ontwikkeling van wat ik de jurisprudentiële uitzondering heb genoemd . Volgens Italië is dit arrest in de onderhavige zaak van toepassing, omdat, zo zegt het, het hoge belastingtarief ook geldt voor een belangrijk deel van de binnenlandse produktie . Bij deze binnenlandse produktie gaat het echter om ruwe alcohol uit melasse . Deze alcohol kan weliswaar worden gebruikt voor de bereiding van dranken, doch is op zichzelf geen drank, en kan bijgevolg niet concurreren met rum, althans niet rechtstreeks, zoals het geval is met andere alcoholhoudende dranken in het bijzonder alcoholhoudende dranken op basis van wijn en bijprodukten van de wijnbereiding . Ik meen dan ook niet, dat de aangehaalde uitspraak op de onderhavige zaak kan worden toegepast .

24 . Die toepasselijkheid op een geval als het onderhavige valt mijns inziens in elk geval uit te sluiten wanneer men ziet naar rechtsoverweging 21 van het arrest in zaak 106/84 ( Commissie/Denemarken, blz . 872 ). Daarin overwoog het Hof eens te meer, dat het gemeenschapsrecht in de huidige stand van zijn ontwikkeling niet in de weg staat aan belastingregelingen die sommige produkten verschillend behandelen op basis van objectieve criteria, voor zover zij gericht zijn op de verwezenlijking van economische beleidsoogmerken die verenigbaar zijn met de eisen van het gemeenschapsrecht, en wanneer in de uitvoeringsbepalingen iedere discriminatie wordt vermeden . In rechtsoverweging 21 van het arrest voegde het Hof daar echter aan toe : "Een dergelijke gedifferentieerde belasting verdraagt zich evenwel niet met het gemeenschapsrecht, wanneer, zoals in casu, de zwaarst belaste produkten naar hun aard ingevoerde produkten zijn ." Mijns inziens kan ook rum aangemerkt als een "naar zijn aard ingevoerd produkt", ook al worden er minimale hoeveelheden van in Italië geproduceerd . Dit brengt mijns inziens mee, dat de thans in geding zijnde gedifferentieerde belasting van rum onverenigbaar is met het gemeenschapsrecht .

25 . Hoewel de discussie vooral in de eerdere fasen van de zaak goeddeels toegespitst was op rum, gaat het in het petitum van de Commissie om een ruimer gamma produkten . Blijkens haar antwoorden op de schriftelijke vragen van het Hof acht de Commissie de Italiaanse belastingregeling niet alleen in strijd met artikel 95 voor zover zij rum betreft, doch ook met betrekking tot drie andere categorieën produkten : ruwe alcohol uit suikerriet ( ook uit melasse en suikerhoudend sap van suikerriet ); gearomatiseerde gedistilleerde dranken ( zoals gin en wodka ) voor zover zij bereid zijn met suikerrietalcohol; en, met hetzelfde voorbehoud, "likeuren en andere gedistilleerde dranken ".

26 . Gemakshalve zal ik de verschillende categorieën produkten die volgens de Commissie door de gestelde discriminatie worden benadeeld, in omgekeerde volgorde bespreken . Met "likeuren en andere gedistilleerde dranken" zal de Commissie wel bedoelen "likeuren en andere gelijksoortige gedistilleerde dranken"; anders zouden alle gedistilleerde dranken eronder vallen, wat de categorisering van de Commissie zinloos zou maken . Voor die categorie heeft de Commissie het Hof cijfers voorgelegd betreffende de totale invoer in Italië uit andere Lid-Staten . In 1987 bedroeg de invoer 2 077 300 liter zuivere alcohol, overeenkomend met ongeveer 1,5 % van de totale hoeveelheid produkten die onder het litigieuze hoge tarief vallen . De Commissie kan evenwel geen cijfers overleggen voor de produkten die bereid zijn met alcohol uit suikerriet of die deze alcohol bevatten . Zij stelt enkel, dat deze produkten "vaak" alcohol uit suikerriet bevatten .

27 . Hetzelfde doet zich voor bij "gearomatiseerde gedistilleerde dranken" ( gin en wodka ). De Commissie geeft wel cijfers met betrekking tot de invoer in Italië uit andere Lid-Staten ( in 1987 652 700 liter zuivere alcohol, ongeveer 0,5 % van de totale hoeveelheid produkten die onder het litigieuze hoge tarief vallen ), doch kan niet zeggen, of een gedeelte daarvan en, zo ja, welk, op basis van suikerriet is geproduceerd .

28 . De Commissie wijst erop, dat zowel voor likeuren als voor "gearomatiseerde gedistilleerde dranken" alcohol uit gelijk welk landbouwprodukt kan worden gebruikt en voegt daaraan toe, dat de statistieken niet aangeven, welk gedeelte vervaardigd is met gebruikmaking van alcohol uit suikerriet . Dit is een moeilijk punt, want - partijen zijn het daarover eens - vanaf een bepaalde zuiverheidsgraad kan niet meer worden bepaald uit welke grondstof de alcohol is verkregen .

29 . Zowel met betrekking tot likeuren als met betrekking tot "gearomatiseerde gedistilleerde dranken" stelt de Commissie, dat de Italiaanse belastingregeling in strijd met artikel 95 uit andere Lid-Staten geïmporteerde produkten discrimineert voor zover zij op basis van suikerrietalcohol zijn bereid . De Commissie heeft die twee categorieën produkten evenwel eerst in een vergevorderd stadium van de procedure ter sprake gebracht, namelijk na de afsluiting van de schriftelijke procedure, in haar antwoord op een schriftelijke vraag van het Hof . Belangrijke feitelijke vragen zijn dus niet naar behoren behandeld . Niet alleen is onzeker, of en in welke mate die produkten suikerrietalcohol bevatten, maar ook is niet komen vast te staan, of en hoe de Italiaanse wettelijke regeling dergelijke produkten volgens het hoge tarief belast . De Commissie heeft daaromtrent geen gegevens voorgelegd en de Italiaanse regering heeft geen gelegenheid gehad er schriftelijk op in te gaan . Bij gebreke van dergelijke gegevens en wegens het feit dat er over deze fundamentele punten geen debat is geweest, moet het beroep mijns inziens worden verworpen voor zover het deze twee categorieën produkten betreft .

30 . Voor ruwe alcohol uit suikerriet ( ook uit melasse en suikerhoudend sap van suikerriet ) ligt de situatie anders . Ruwe alcohol op zich is geen drank . Het is dus de vraag, of hij te beschouwen is als een gelijksoortig produkt of als een produkt dat concurreert met gedistilleerde dranken . Ruwe alcohol kan worden gebruikt bij de bereiding van dranken, wat een argument zou kunnen zijn voor de opvatting, dat er ten minste een indirecte mededingingsverhouding bestaat met gedistilleerde dranken . Anderzijds kan ruwe alcohol worden gedenatureerd voor industrieel gebruik, en zo gezien is de mededingingsverhouding met gedistilleerde dranken moeilijker aantoonbaar . Zou de zaak grondig worden uitgediept, dan zou de conclusie kunnen zijn, dat ruwe alcohol uit suikerriet niet in de zin van artikel 95 gelijksoortig is dan wel concurreert met gedistilleerde dranken, doch wel met ruwe alcohol uit andere landbouwprodukten of met synthetische alcohol . Op deze moeilijke vraag is in de onderhavige procedure voor het Hof nauwelijks ingegaan .

31 . Naar blijkt uit de dupliek en de antwoorden op de schriftelijke vragen van het Hof ( doch niet uit enig eerder processtuk ), is de grootste volgens het volle tarief belaste produktie die van binnenslands geproduceerde melassealcohol ( uit suikerbieten of uit suikerriet is niet gespecificeerd, hoewel volgens schatting van de Commissie de verhouding 50/50 is ). Van de 130 miljoen liter alcohol die in 1987 volgens het volle tarief werden belast, blijkt 87 miljoen liter ( dat wil zeggen meer dan de helft ) binnenslands uit melasse te zijn geproduceerd . Telt men de kleinere hoeveelheden andere soorten binnenslands geproduceerde alcohol daarbij op, dan blijkt dat de Italiaanse binnenlandse produktie nagenoeg tweederde uitmaakt van de totale hoeveelheid waarop in 1987 het volle tarief werd toegepast . Deze verhouding blijkt ook uit de cijfers over 1986, voor zover beschikbaar : in 1986 werden circa 83 miljoen liter zuivere melassealcohol en circa 11 miljoen liter zuivere alcohol uit andere grondstoffen volgens het volle tarief belast . Deze cijfers lijken dus de stelling van de Italiaanse regering te bevestigen, dat de categorie alcohol waarvoor het volle belastingtarief geldt, hoofdzakelijk binnenlandse produkten, inzonderheid melassealcohol omvat .

32 . Ter terechtzitting verklaarde de Commissie evenwel, dat de alcohol die ogenschijnlijk volgens het volle tarief wordt belast, in feite goeddeels vrijgesteld is van belasting, omdat hij wordt gedenatureerd voor industrieel gebruik of gebruikt wordt voor de bereiding van dranken die worden uitgevoerd; in beide gevallen is hij vrijgesteld van de litigieuze belasting . Volgens de Commissie geldt deze vrijstelling voor 80 % van de ogenschijnlijk volgens het volle tarief belaste alcohol . De Italiaanse regering erkende, dat voor een gedeelte van de produktie een vrijstelling geldt, maar zij betwistte het in dat verband genoemde, maar overigens niet bewezen percentage ( 80 %). De Italiaanse regering heeft evenwel niet de mogelijkheid gehad schriftelijk op dit punt in te gaan, daar het eerst in de antwoorden op de schriftelijke vragen van het Hof, dat wil zeggen na de afsluiting van de schriftelijke behandeling, ter sprake is gebracht, en dan nog verre van volledig en zonder nader bewijs . In die omstandigheden, zo meen ik, kan het Hof de beweringen van de Commissie niet als vaststaande feiten aanvaarden . Anderzijds blijft onzeker, in hoeverre binnenslands geproduceerde ruwe melassealcohol inderdaad volgens het hoge tarief wordt belast .

33 . Omdat deze vragen pas laat in de procedure ter sprake zijn gebracht, hebben partijen ze niet naar behoren kunnen behandelen . Het Hof beschikt mijns inziens niet over voldoende gegevens of argumenten om dit punt te beslissen . Ik ben dan ook van mening, dat het de vordering, voor zover betrekking hebbend op ruwe alcohol uit suikerriet, alleen maar kan afwijzen .

34 . Het beroep van de Commissie kan derhalve enkel slagen voor zover het betrekking heeft op rum . Indien het Hof mijn conclusie overneemt, zal elk van beide partijen gedeeltelijk in het gelijk worden gesteld, zodat zij dan, overeenkomstig artikel 69, paragraaf 3, van het Reglement voor de procesvoering, elk hun eigen kosten moeten dragen .

35 . Mitsdien geef ik het Hof in overweging te verklaren voor recht, dat de Italiaanse Republiek door de invoering van een belastingregeling die uit andere Lid-Staten ingevoerde rum zwaarder belast dan andere gedistilleerde dranken op basis van landbouwprodukten, niet heeft voldaan aan de krachtens artikel 95 EEG-Verdrag op haar rustende verplichtingen, het beroep te verwerpen voor het overige en elk der partijen in de eigen kosten te verwijzen .

(*) Oorspronkelijke taal : Engels .