61987C0141

Conclusie van advocaat-generaal Jacobs van 31 januari 1989. - COMMISSIE VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN TEGEN ITALIAANSE REPUBLIEK. - BEPALINGEN BETREFFENDE IN BEPAALDE GEBIEDEN VOORTGEBRACHTE KWALITEITSWIJNEN - "'AGO DI CALDARO". - ZAAK 141/87.

Jurisprudentie 1989 bladzijde 00943


Conclusie van de advocaat generaal


++++

Mijnheer de President,

mijne heren Rechters,

1 . In deze zaak verzoekt de Commissie het Hof krachtens artikel 169 EEG-Verdrag, vast te stellen dat de Italiaanse Republiek, door het produktiegebied van wijn met de beschermde aanduiding van herkomst "Caldaro" of "Lago di Caldaro" uit te breiden met bepaalde gebieden van de provincie Trente, waar het geen traditie was wijn met die aanduiding in de handel te brengen, de krachtens verordening nr . 823/87 ( voorheen nr . 338/79 ) op haar rustende verplichtingen niet is nagekomen .

Het gemeenschapsrecht

2 . In de considerans van verordening nr . 24 van de Raad van 4 april 1962 houdende de geleidelijke totstandbrenging van een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt ( PB 1962, blz . 989 ) werd overwogen, dat "het overeenkomstig een op kwaliteitsverbetering gericht beleid is, nader te omschrijven welke kenmerken een kwaliteitswijn die in bepaalde streken wordt voortgebracht, moet hebben ". Dienovereenkomstig bepaalde artikel 4, lid 1, van de verordening, dat de Raad uiterlijk op 31 december 1962 een communautaire regeling diende vast te stellen voor in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen . Volgens artikel 4, lid 2, moest de regeling rekening houden met "de traditionele produktieomstandigheden" en gebaseerd zijn op de volgende factoren :

" a ) de begrenzing van het produktiegebied,

b ) de spreiding van de onderscheiden soorten van wijnstokken,

c ) de teeltwijzen,

d ) de wijzen van wijnbereiding,

e ) het minimum natuurlijk gehalte aan alcohol,

f ) de opbrengst per hectare,

g ) de analyse en de beoordeling van de organoleptische kenmerken ".

3 . Ingevolge artikel 4, lid 3, konden de Lid-Staten naast de bovengenoemde factoren en met inachtneming van de "normale en bestendige gebruiken, alle aanvullende produktievoorwaarden en kenmerken vaststellen waaraan de kwaliteitswijnen die in bepaalde streken worden voortgebracht, moeten beantwoorden ".

4 . De eerste algemene regeling voor in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen ( hierna : vqprd ) kwam pas tot stand bij verordening nr . 817/70 van de Raad van 28 april 1970 ( PB 1970, L 99, blz . 20 ), nadien vervangen door verordening nr . 338/79 van de Raad van 5 februari 1979 ( PB 1979, L 54, blz . 48 ). Deze laatste verordening is op haar beurt weer vervangen door verordening nr . 823/87 van de Raad van 16 maart 1987 ( PB 1987, L 84, blz . 59 ).

5 . Artikel 1, lid 2, van verordening nr . 823/87 bepaalt : "Onder vqprd worden verstaan de wijnen die aan de voorschriften van deze verordening, aan de ter uitvoering daarvan vastgestelde voorschriften, en aan de voorschriften in de nationale wetgevingen voldoen ." Artikel 2, lid 1, geeft een opsomming van de factoren waarvan, rekening houdend "met de traditionele produktieomstandigheden", bij de vaststelling van bepalingen inzake vqprd moet worden uitgegaan . Deze factoren zijn dezelfde als die vermeld in artikel 4, lid 2, van verordening nr . 24/62, behalve dat onder e van "het minimum natuurlijk alcohol-volumegehalte" wordt gesproken in plaats van "het minimum natuurlijk gehalte aan alcohol ". Volgens artikel 2, lid 2, van verordening nr . 823/87, dat eveneens de bewoordingen van verordening nr . 24 overneemt, kunnen de Lid-Staten "met inachtneming van eerlijk en constant gebruik" aanvullende produktievoorwaarden vaststellen .

6 . Artikel 3, lid 1, van verordening nr . 823/87 geeft de navolgende definitie van "bepaald gebied ":

"Een wijngebied of een geheel van wijngebieden waar wijnen met bijzondere kwalitatieve kenmerken worden geproduceerd en waarvan de naam wordt gebruikt om de in artikel 1 omschreven wijnen aan te duiden, die aldaar zijn geproduceerd ."

7 . Artikel 3, lid 2, bepaalt dat "elk bepaald gebied nauwkeurig wordt afgebakend, voor zover mogelijk op grondslag van het perceel of de wijngaard ". Bij deze afbakening dienen de Lid-Staten rekening te houden met "de factoren die bijdragen tot de kwaliteit van de in het betrokken gebied geproduceerde wijnen en met name met de gesteldheid van de bodem en de ondergrond, het klimaat, alsmede de ligging van de percelen of wijngaarden ".

8 . Verordening nr . 823/87 van de Raad kwam in de plaats van verordening nr . 338/79 nadat de Commissie de procedure van artikel 169 EEG-Verdrag al had ingeleid . Bovenvermelde bepalingen van verordening nr . 823/87 zijn evenwel identiek met de overeenkomstige bepalingen van verordening nr . 338/79 .

De Italiaanse wettelijke regeling

9 . De Italiaanse machtigingswet nr . 116 van 3 februari 1963 ( GURI nr . 58 van 1.3.1963, blz . 1104 ) bepaalde, dat regelingen inzake het gebruik van aanduidingen van herkomst bij decreet moesten worden vastgesteld . Bij decreet van de president van de Republiek van 12 juli 1963 ( Supplemento ordinario GURI nr . 188 van 15.7.1963, blz . 3 ) zijn de algemene regels vastgesteld voor het gebruik van aanduidingen van herkomst, waaronder de benaming "denominazione di origine controllata ". Artikel 1, lid 2, van het decreet luidt als volgt :

"Het in het voorgaande lid bedoelde produktiegebied mag, naast het gebied dat door de betrokken aanduiding van herkomst wordt aangegeven, naburige gebieden omvatten waar soortgelijke natuurlijke omstandigheden heersen, mits op de datum van inwerkingtreding van dit decreet aldaar sedert ten minste tien jaar onder dezelfde aanduiding wijn wordt geproduceerd en in de handel gebracht, op voorwaarde dat die wijn dezelfde fysisch-chemische en organoleptische kenmerken vertoont en wordt geproduceerd van druiven afkomstig van de traditionele wijnstokvariëteiten van het produktiegebied, en volgens de methode die in dat gebied doorgaans wordt gebruikt ."

10 . Artikel 4 van het decreet van 12 juli 1963 regelt de erkenning van de aanduidingen van herkomst en de goedkeuring van produktieregels bij presidentieel decreet . Volgens artikel 6 moeten de belanghebbenden een verzoek om erkenning indienen, vergezeld van bewijsstukken betreffende, onder meer, het lokale gebruik van de aanduiding, de wijnvariëteiten en methoden van wijnbereiding en de kenmerken van de voortgebrachte wijn . De regionale landbouwcommissie en de nationale commissie voor de bescherming van aanduidingen van herkomst moeten over het verzoek om erkenning een advies uitbrengen .

11 . Bij presidentieel decreet van 23 maart 1970 ( GURI nr . 115 van 9.5.1970, blz . 2872 ), één maand voor de vaststelling van de algemene gemeenschapsregeling, werd de aanduiding "Caldaro" of "Lago di Caldaro" erkend als "denominazione di origine controllata" en werden regels voor de produktie van de wijn vastgesteld en goedgekeurd . Artikel 3 van die regels, die als bijlage bij het decreet zijn gevoegd, bepaalt dat het produktiegebied het in een eerder decreet van 23 oktober 1931 ( GURI nr . 290 van 17.12.1931 ) omschreven gebied omvat, aangevuld met naburige gebieden die voldoen aan de voorwaarden van artikel 1, lid 2, van het decreet van 12 juli 1963 ( zie punt 9 hierboven ). Het aldus omschreven produktiegebied omvat gebieden in twaalf gemeenten in de provincie Bolzano en zeven gemeenten in de provincie Trente, namelijk Rovere della Luna, Faedo, San Michele all' Adige, Lavis, Giovo, Lisignago en Cembra . Krachtens artikel 8 van de produktieregels is de nadere vermelding "classico" voorbehouden aan wijn geproduceerd in de negen gemeenten van de provincie Bolzano die het "traditionele", in het decreet van 23 oktober 1931 omschreven produktiegebied vormen .

12 . Nadien - bij presidentieel decreet van 22 september 1981 ( GURI nr . 92 van 3.4.1982, blz . 2607 ) - is het produktiegebied nogmaals uitgebreid met gebieden in Lavis en Giovo, alsmede met gebieden in een achtste gemeente van de provincie Trente, Mezzocorona .

13 . Na de vaststelling van het decreet van 23 maart 1970 betwistte een aantal handelaars uit de provincie Bolzano in rechte de bevoegdheid van de staat ter zake van de erkenning van vqprd . Zij stelden dat de uitbreiding van het produktiegebied met gebieden in de provincie Trente omwettig was, omdat het aldaar geen traditie was wijn met de aanduiding "Caldaro" of "Lago di Caldaro" in de handel te brengen . Bij arrest van 13 februari 1973 ( nr . 39 ) verwierp de Italiaanse Consiglio di Stato het beroep op beide punten .

De stellingen van partijen

14 . De Commissie betwist niet, dat de Italiaanse machtigingswet van 3 februari 1963 en het presidentieel decreet van 12 juli 1963 in principe in overeenstemming zijn met het gemeenschapsrecht . Evenmin heeft zij bezwaar tegen het feit, dat in het decreet van 23 maart 1970 het "traditionele" produktiegebied is omschreven als omvattende de oevers van het Lago di Caldaro en andere gebieden in de provincie Bolzano . Het geschil betreft de opneming bij de decreten van 23 maart 1970 en 22 september 1981 van een aantal gebieden in de provincie Trente . Volgens de Commissie is de Italiaanse Republiek, door die gebieden in het produktiegebied op te nemen, de verplichtingen die krachtens het gemeenschapsrecht en overigens ook krachtens de Italiaanse wettelijke regeling van hogere rang, namelijk het decreet van 12 juli 1963, op haar rusten, niet nagekomen . Dit laatste punt is van belang, want, zoals hierboven gezegd, moet een wijn, wil hij onder de definitie van vqprd vallen, niet alleen voldoen aan de voorschriften van verordening nr . 823/87, maar ook aan de nationale wetgevingen ter uitvoering daarvan .

15 . Volgens de Commissie volgt uit het gemeenschapsrecht, dat het "bepaald gebied" de belangrijkste factor is die een in een bepaald gebied geproduceerde wijn van andere onderscheidt en kenmerkt . Daarom moet het gebied, dat wil zeggen het produktiegebied, op selectieve wijze worden afgebakend . Bij de afbakening van het produktiegebied behoeven de Lid-Staten zich niet strikt te beperken tot het door de betrokken aanduiding aangegeven gebied en mogen zij naburige gebieden in het produktiegebied opnemen, doch zij dienen daarbij twee fundamentele criteria in acht te nemen . Het eerste criterium is, dat het gebruik van de aanduiding traditioneel moet zijn; het tweede, dat zowel het gebied als de aldaar geproduceerde wijn homogene kenmerken moeten bezitten .

16 . De Commissie stelt, dat het in de provincie Trente geen traditie is wijnen met de aanduiding "Caldaro" of "Lago di Caldaro" te produceren en in de handel te brengen . Bovendien zouden de kenmerken van het in de provincie Trente gelegen gedeelte van het produktiegebied - wat bodem, ondergrond, klimaat en ligging van de wijngaarden betreft - aanzienlijk verschillen van die van het produktiegebied in de provincie Bolzano, met het gevolg dat de in de provincie Trente geproduceerde wijn verschilt van die uit de provincie Bolzano .

17 . De Italiaanse regering stelt vooraf het probleem van de beoordelingsbevoegdheid van de Commissie en de toetsingsbevoegdheid van het Hof aan de orde . Zij betoogt, dat het gemeenschapsrecht de Lid-Staten de bevoegdheid laat om de produktiegebieden af te bakenen, onder de enkele voorwaarde, dat zij de criteria van het gemeenschapsrecht in acht nemen . Haars inziens betekent dat, dat de Commissie en, bij uitbreiding, het Hof enkel mogen nagaan of met die criteria al dan niet rekening is gehouden .

18 . Subsidiair, voor het geval het Hof de exceptie zou afwijzen, voert de Italiaanse regering aan, dat de huidige afbakening van het produktiegebied in overeenstemming is met het gemeenschapsrecht, met name met bovenvermelde criteria inzake traditioneel gebruik en homogeniteit . Zij betwist noch de wijze waarop de Commissie het gemeenschapsrecht uitlegt, noch de omschrijving van de relevante problemen .

Het preliminaire probleem

19 . Het betoog van de Italiaanse regering komt er in wezen op neer, dat wanneer het gemeenschapsrecht, zoals in het onderhavige geval, het kader schept waarbinnen de Lid-Staten moeten handelen, en bepaalde criteria voor de uitoefening van hun bevoegdheden vastlegt, de controlerende rol van de Commissie en, bij uitbreiding, de toetsingsbevoegdheid van het Hof beperkt blijven tot de vraag, of de Lid-Staten bij hun beoordeling van de feitelijke situatie met die criteria rekening hebben gehouden . Het staat evenwel niet aan de Commissie, of aan het Hof, na te gaan of de beoordeling zelf, of het resultaat daarvan, zich met de communautaire vereisten verdraagt, daar dat een nieuw technisch onderzoek zou vergen waardoor afbreuk wordt gedaan aan de eigen bevoegdheid van de nationale autoriteiten . Zodra vaststaat, dat een Lid-Staat zich op de juiste criteria heeft gebaseerd, mogen de Commissie en het Hof enkel optreden, wanneer het resultaat kennelijk onbillijk of onlogisch is .

20 . De Italiaanse regering lijkt te suggereren, dat het Hof in dergelijke procedures krachtens artikel 169 moet uitgaan van een zelfde opvatting omtrent de omvang van de rechterlijke toetsing als bij de toetsing krachtens artikel 173 EEG-Verdrag van de wettigheid van handelingen van de gemeenschapsinstellingen die complexe keuzen op het gebied van het economische beleid impliceren . Waar het in deze laatste context evenwel wenselijk is dat de rechterlijke toetsing marginaal blijft, past zo' n houding van afzijdigheid niet in een situatie waarin het erom gaat, erop toe te zien dat de Lid-Staten gemeenschappelijke, bindende regels van het gemeenschapsrecht naleven .

21 . Volgt men de opvatting van de Italiaanse regering, dan zouden regels van gemeenschapsrecht als die welke in deze zaak aan de orde zijn, snel ophouden communautair of bindend te zijn . De Lid-Staten zouden zich kunnen beperken tot een zuiver formeel nakomen van hun communautaire verplichtingen, maar of zij ze ook werkelijk nakomen, zou door de Commissie noch door het Hof kunnen worden getoetst . De Lid-Staten zouden slechts behoeven aan te tonen - bij voorbeeld door een passende verwijzing in de considerans van hun nationale wettelijke regeling -, dat zij op een bepaald ogenblik rekening hebben gehouden met het gemeenschapsrecht, en vervolgens de facto vrij zijn om de bepalingen die zij lastig of ongeschikt achten, naast zich neer te leggen of te negeren .

22 . Krachtens artikel 155 EEG-Verdrag ziet de Commissie toe op de toepassing van het gemeenschapsrecht . Krachtens artikel 164 EEG-Verdrag verzekert het Hof de eerbiediging van het gemeenschapsrecht . In beide gevallen kan die taak slechts naar behoren worden vervuld, wanneer de Commissie en het Hof zich waar nodig een oordeel kunnen vormen over de technische en feitelijke vaststellingen gedaan door een Lid-Staat die verklaart dat recht toe te passen . Daarom kunnen mijns inziens de argumenten van de Italiaanse regering betreffende het preliminaire probleem niet worden aanvaard .

Toetsing en beoordeling van aangevoerde gegevens

23 . Volgens vaste rechtspraak van het Hof, recentelijk bevestigd in het arrest van 22 september 1988 ( zaak 272/86, Commissie/Griekenland, Jurispr . 1988, blz . 4875 ), staat het in een procedure wegens niet-nakoming krachtens artikel 169 EEG-Verdrag aan de Commissie, het bestaan van de gestelde niet-nakoming aan te tonen . De door de Commissie aangevoerde gegevens en de antwoorden van de Italiaanse regering moeten dan ook worden getoetst en beoordeeld, ten einde te kunnen vaststellen of de Commissie zich van die opdracht heeft gekweten .

24 . Daarbij zal ik gemakshalve het schema van de Commissie overnemen, die haar bewijsmateriaal onder drie rubrieken aanbiedt :

1 ) het traditionele gebruik van de aanduiding;

2 ) de homogeniteit van het produktiegebied en de wijn;

3 ) de economische gevolgen van de uitbreiding van het produktiegebied .

De eerste twee van deze rubrieken komen overeen met de twee fundamentele criteria die volgens de Commissie bij de afbakening van een produktiegebied in acht moeten worden genomen .

1 ) Het traditionele gebruik van de aanduiding

25 . Het criterium inzake het traditionele gebruik van de aanduiding is niet expressis verbis in de gemeenschapsregeling voorzien . Krachtens artikel 2, lid 1, van verordening nr . 823/87 moet bij de bepalingen voor in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen rekening worden gehouden met "de traditionele produktieomstandigheden ". Artikel 2, lid 2, van de verordening bepaalt, dat de Lid-Staten, wanneer zij aanvullende produktievoorwaarden en kenmerken vaststellen waaraan dergelijke wijnen moeten beantwoorden, het "eerlijk en constant gebruik" in acht moeten nemen . Het Italiaanse decreet van 12 juli 1963 concretiseert het vage communautaire criterium door te bepalen, dat het produktiegebied niet alleen het door de aanduiding van herkomst aangeduide gebied mag omvatten, maar ook naburige gebieden, onder meer op voorwaarde dat op de datum van de inwerkingtreding van het decreet aldaar sedert ten minste tien jaar onder dezelfde aanduiding wijn wordt geproduceerd en in de handel gebracht .

26 . Volgens de Commissie kan in de provincie Trente geen op zijn minst tienjarige - dat wil zeggen tot 1953 teruggaande - traditie van de produktie van "Caldaro" of "Lago di Caldaro" worden aangetoond . Integendeel, in de provincie Trente was vóór 1960 de aanbouw van "Schiava"-druiven, die traditioneel in het oorspronkelijke produktiegebied van vóór 1970 voor Caldaro-wijn worden gebruikt, weinig verbreid en werd de aldaar geproduceerde wijn onder de benaming "Sorni" verkocht .

27 . Tot staving van haar stelling wijst de Commissie erop, dat de Italiaanse en de Duitse regering, toen zij in 1959 een overeenkomst sloten betreffende het gebruik van de vermelding "Auslese" voor "Caldaro"-wijnen, besloten dat de wijn uitsluitend afkomstig moest zijn van aan het meer of in de onmiddellijke nabijheid daarvan gelegen plaatsen . Voorts verwijst zij naar drie - niet aan het Hof voorgelegde - publikaties uit 1960, 1961 en 1964 over wijnen uit de provincie Trente, volgens welke in die periode in de provincie Trente geen wijn met de aanduiding "Caldaro" of "Lago di Caldaro" werd geproduceerd en in de handel gebracht . De typische benaming van in die provincie geproduceerde wijn was volgens die publikaties "Sorni ".

28 . Voorts wijst de Commissie op de discrepanties tussen het produktiegebied zoals afgebakend bij het decreet van 23 maart 1970, en de aanbevelingen die in het kader van de voorbereiding van de wettelijke regeling waren gedaan door de regionale landbouwcommissie van de regio Trentino-Alto Adige ( waartoe de provincies Bolzano en Trente behoren ) en de nationale commissie voor de bescherming van aanduidingen van herkomst . In zijn rapport van 20 juni 1966 verklaarde de regionale landbouwcommissie zich tegen de opneming van gebieden gelegen in de zes gemeenten van de provincie Trente, waarop door belangengroepen uit die provincie was aangedrongen . De nationale commissie beval de opneming van drie van die zes gemeenten aan . Bij het decreet zelf zijn evenwel, zoals reeds gezegd, gebieden gelegen in zeven gemeenten van de provincie Trente, waarvan er één - de gemeente Lisignago - volgens de Commissie door de belanghebbende producenten en de handelaars niet eens was voorgesteld, in het produktiegebied opgenomen .

29 . De Commissie heeft het Hof deze rapporten niet overgelegd, doch de inhoud ervan wordt door de Italiaanse regering niet betwist . De Commissie heeft echter wel een rapport van de regionale subcommissie voor het onderzoek van de benaming Caldaro overgelegd . Die subcommissie had tot taak, de door de producenten en handelaars van de provincies Bolzano en Trente overgelegde verklaringen en bewijzen te onderzoeken, en daarover verslag uit te brengen aan de eerdergenoemde regionale landbouwcommissie . Dat rapport is van groot belang, daar het het enige aan het Hof overgelegde bewijsstuk is dat specifiek betrekking heeft op de cruciale periode waarin het decreet van 23 maart 1970 werd voorbereid, en ook bij de behandeling van het probleem van de homogeniteit zal ik ernaar verwijzen .

30 . De subcommissie was van mening, dat volgens het decreet van 12 juli 1963 het criterium traditioneel gebruik van de aanduiding in verband moest staan met het gebied zelf dat als produktiegebied moest worden afgebakend . Aan de hand van de overgelegde bewijsstukken kwam de subcommissie evenwel tot de bevinding, dat voor zover er van een dergelijk traditioneel gebruik sprake was, dit eerder leek te bestaan bij bepaalde, zowel in de provincie Trente als in de provincie Bolzano gevestigde ondernemingen en wijncooeperatieven dan in fysiek identificeerbare gebieden in de provincie Trente . De in dit opzicht belangrijkste passage van het rapport luidt als volgt :

"De subcommissie is derhalve van mening, dat er in het algemeen in de provincie Trente ontegenzeglijk een traditie bestaat met betrekking tot de produktie en verkoop van een soortgelijke wijn als 'Caldaro' ; evenwel zij opgemerkt, dat deze traditie niet zozeer verbonden is met bepaalde produktiegebieden als wel met bepaalde ondernemingen en wijncooeperatieven in de regio Trentino-Alto Adige, die in de provincie Trente een wijn produceerden en nog produceren, die nagenoeg identiek is met die van de streek van Caldaro ."

Bij gebreke van gegevens waaruit bleek van een band tussen het traditionele gebruik en bepaalde gebieden in de provincie Trente, kon de subcommissie geen consensus over de afbakening van het produktiegebied in die provincie bereiken .

31 . Ik ben het met de subcommissie eens, dat uit de bewoordingen van het decreet van 12 juli 1963 volgt, dat het traditionele gebruik van de aanduiding verbonden moet zijn met een fysiek identificeerbare streek, en niet alleen maar met identificeerbare commerciële belangen . Voorts ben ik van mening, dat dat vereiste impliciet in het gemeenschapsrecht is vervat, met name in artikel 2, lid 1, van verordening nr . 823/87, dat immers bepaalt, dat communautaire en nationale regels die bepalingen voor in bepaalde gebieden voortgebrachte kwaliteitswijnen vastleggen - onder meer bepalingen betreffende de afbakening van het produktiegebied -, rekening moeten houden met de traditionele produktieomstandigheden .

32 . De Italiaanse regering legt een aantal documenten over betreffende de verkoop en de export van "Caldaro "- en "Lago di Caldaro"-wijnen uit de provincie Trente, namelijk vijf facturen met bijhorende douanedocumenten uit de periode van 23 mei 1952 tot 11 december 1956, welke facturen afkomstig zijn van de cooeperatieve vereniging van wijnproducenten in de gemeente Mezzocorona ( provincie Trente ), en twee facturen uit 1969, afkomstig van de eveneens in Mezzocorona gevestigde onderneming Dorigati . Van deze documenten zijn de twee laatste, die van 1969, van te recente datum om als bewijs voor het bestaan van een traditioneel gebruik te kunnen dienen . Met betrekking tot de overige vijf documenten merk ik op, dat zij alle van een en dezelfde cooeperatieve vereniging afkomstig zijn, hetgeen de bovenvermelde conclusie van de regionale subcommissie lijkt te bevestigen, namelijk dat de traditionele produktie in de provincie Trente, voor zover zij bestond, zaak van bepaalde cooeperatieve verenigingen of handelaars was . Voorts wijs ik erop, dat alle facturen uit Mezzocorona stammen, een gemeente die eerst bij het decreet van 22 september 1981 in het produktiegebied is opgenomen . Deze documenten zeggen dus niets over de omvang van de traditionele produktie in de zeven gemeenten van de provincie Trente die voordien bij het decreet van 23 maart 1970 in het produktiegebied "Caldaro" waren opgenomen .

33 . Daarnaast baseert de Italiaanse regering zich op een niet gedateerd document met als titel "Verslag over de produktie van Auslese-wijnen in de regio Trentino-Alto Adige" ( waartoe de provincies Bolzano en Trente behoren ), dat onder meer betrekking heeft op de resultaten van in 1964 uitgevoerde kwaliteitstests betreffende "Caldaro"-wijn . Uit dit verslag blijkt evenwel niet, dat de betrokken "Caldaro"-wijn in de provincie Trente was geproduceerd en in de handel gebracht .

34 . Voorts betoogt de Italiaanse regering, dat het feit, dat in de drie door de Commissie aangehaalde publikaties over wijn uit de provincie Trente niet wordt gesproken over "Caldaro" of "Lago di Caldaro", niet relevant is, daar die publikaties betrekking hadden op gebottelde wijn, terwijl de betrokken wijn ongebotteld in de handel werd gebracht . Zij voegt daaraan toe, dat het een vast gebruik was, dat handelaars in de provincie Bolzano ongebottelde wijn van producenten in de provincie Trente kochten en als "Caldaro"-wijn verkochten of exporteerden . Mijns inziens biedt deze verklaring steun aan de stelling van de Commissie, daar zij bevestigt dat er tijdens de relevante periode in de provincie Trente geen traditie van produktie noch van verkoop van "Caldaro"-wijn bestond, gelijk in het decreet van 12 juli 1963 werd verlangd, en daar zij de mening van voormelde subcommissie kracht bijzet, dat een eventueel traditioneel gebruik in de eerste plaats verbonden was met bepaalde commerciële belangengroepen, zowel in de provincie Bolzano als in de provincie Trente .

35 . Samenvattend ben ik van mening, dat uit het door de Commissie overgelegde materiaal voldoende blijkt, dat de eventuele traditie van produktie en verkoop van "Caldaro"-wijn in de provincie Trente gedurende de tien jaren voorafgaande aan de vaststelling van het decreet van 12 juli 1963 niet van dien aard was, dat zij een uitbreiding kon rechtvaardigen van het produktiegebied met gebieden in de provincie Trente, in de mate waarin dat bij de decreten van 1970 en 1981 is gebeurd . Het staat derhalve aan de Italiaanse regering om die aanwijzingen te weerleggen, en daarin is zij mijns inziens duidelijk niet geslaagd . Zowel in haar schriftelijke opmerkingen als ter terechtzitting heeft zij weliswaar herhaaldelijk verwezen naar "overvloedige documentatie" die haar stelling zou staven, en die volgens haar zowel ter beschikking van de Italiaanse autoriteiten stond toen deze het decreet van 23 maart 1970 vaststelden, als van de Consiglio di Stato toen deze zijn arrest van 13 februari 1973 wees, maar ondanks het feit dat zij daartoe ruimschoots de tijd en de gelegenheid heeft gehad ( met name naar aanleiding van een specifieke schriftelijke vraag van het Hof ), heeft zij geen andere dan de hierboven besproken bewijsstukken ( punten 32 en 33 ) overgelegd . Betreffende het probleem van het traditionele gebruik moet ik dus, afgezien van enig voorbehoud waarop ik later terugkom, het standpunt van de Commissie bijtreden .

2 ) De homogeniteit

36 . De Commissie betoogt, dat verordening nr . 823/87, en met name artikel 3 daarvan, verlangt dat het produktiegebied van in een bepaald gebied geproduceerde wijn wordt afgebakend op de grondslag van factoren als de bodem en de ondergrond, het klimaat en de ligging van de wijngaarden, die tezamen een zekere homogeniteit verlenen aan het produktiegebied en dus aan de aldaar geproduceerde wijn . Met dat homogeniteitsvereiste is in het decreet van 12 juli 1963 naar behoren rekening gehouden : het staat immers toe, dat een produktiegebied niet alleen het door de betrokken aanduiding van herkomst aangewezen gebied omvat, maar ook naburige gebieden, op voorwaarde dat aldaar soortgelijke natuurlijke omstandigheden heersen . Volgens de Commissie bestaat er met betrekking tot die factoren een uitgesproken gebrek aan homogeniteit tussen het "traditionele", in de nabijheid van het Lago di Caldaro gelegen produktiegebied in de provincie Bolzano, en het nieuwe, in de provincie Trente gelegen gedeelte . De Italiaanse regering ontkent weliswaar niet de relevantie van de door de Commissie aangehaalde factoren in het algemeen, maar wel de wijze waarop zij ze beoordeelt .

37 . Voor de toetsing van de door de Commissie aangevoerde gegevens lijkt het mij ook hier het gemakkelijkst, in grote lijnen de door haar gekozen volgorde te volgen, namelijk :

a ) de bodem en de ondergrond,

b ) het klimaat,

c ) de ligging van de wijngaarden,

d ) de kenmerken van de wijn .

Omdat die gegevens omvangrijk en gedetailleerd zijn, zal ik de rubrieken echter na elkaar behandelen en de beoordeling ervan tot het eind bewaren .

a ) De bodem en de ondergrond

38 . De Commissie merkt op, dat de bodem in de in de provincie Trente gelegen gemeenten Giovo, Faver en Lavis porfierachtig is, terwijl de terreinen in het "traditionele" Caldarogebied van morenen afkomstige kalk bevatten . In haar antwoord op de schriftelijke vragen van het Hof betoogt de Italiaanse regering daarentegen, dat de geologische produktieomstandigheden nagenoeg identiek zijn, en dat het produktiegebied zich in beide provincies deels uitstrekt over dolomietkalksteengebieden ( vijf gemeenten in de provincie Trente en vier in de provincie Bolzano ) en deels over porfierachtige kwartsrijke terreinen van het porfirisch plateau van Alto-Adige ( drie gemeenten in de provincie Trente en acht in de provincie Bolzano ). Voorts wijst zij erop, dat er nooit terreinen in de gemeente Faver in het produktiegebied zijn opgenomen .

39 . Wat dit punt betreft, is er maar één gegeven dat als vaststaand kan worden beschouwd, namelijk wat de Italiaanse regering met betrekking tot de gemeente Faver verklaart : uit de decreten van 23 maart 1970 en 22 september 1981 blijkt inderdaad, dat er nooit terreinen in die gemeente in het produktiegebied zijn opgenomen, ofschoon blijkens de considerans van laatstbedoeld decreet de producenten van Faver daarom wel hadden verzocht . Voor het overige baseren beide partijen zich veeleer op beweringen dan op onafhankelijke bronnen, en geen van beide doet een poging de gebezigde technische termen of het belang voor de wijnproduktie van de gestelde verschillen in bodem en ondergrond toe te lichten . Ter terechtzitting heeft een vertegenwoordiger van de Commissie gezegd, dat die verschillen van invloed zijn op het gehalte aan mineralen en met name aan fosfaten van de wijn . Hij heeft evenwel niet uitgelegd, waarom een verschillend fosfaatgehalte op zichzelf significant is . Derhalve ben ik van mening, dat de op dit punt aangevoerde gegevens op geen enkele wijze van nut zijn voor het Hof .

b ) Het klimaat

40 . De Commissie betoogt, dat de twee essentiële klimatologische factoren voor de wijnproduktie de neerslag en het aantal uren zou zijn . Zij wijst erop, dat blijkens de gepubliceerde cijfers over de gemiddelde neerslag, gebaseerd op waarnemingen van twee weerkundige stations in de provincie Trente - namelijk in Trente zelf en in San Michele all' Adige - en een in Bolzano, er in de provincie Trente aanzienlijk meer regen valt . Anderzijds blijkt uit de cijfers betreffende het aantal uren zon, gebaseerd op waarnemingen in San Michele all' Adige en in Bolzano, dat er in Bolzano aanzienlijk meer zonneschijn is .

41 . Meer in het bijzonder merkt de Commissie op, dat blijkens de aan het Hof overgelegde waarnemingstabellen er in de jaren 1921-1970 in Bolzano gemiddeld 704 mm neerslag per jaar viel en in San Michele 943 mm . Voorts scheen de zon in de jaren 1957-1970 in Bolzano gemiddeld 1 893,30 uren per jaar tegen 1 731,30 uren in San Michele in de periode 1950-1970 . De Commissie voegt daaraan toe, dat de waarnemingen betreffende het aantal uren zon in feite een geflatteerd beeld geven van de situatie in de provincie Trente, daar zij in het gunstig gelegen San Michele zijn gedaan, terwijl het in de provincie Trente gelegen produktiegebied grotendeels in de Val di Cembra is gelegen, die aan de zuidzijde door hoge bergen wordt afgeschermd .

42 . In antwoord op de schriftelijke vragen van het Hof stelt de Italiaanse regering, dat de uit deze cijfers blijkende klimatologische verschillen van geen belang zijn en de kenmerken van de in de twee provincies geproduceerde wijn niet kunnen beïnvloeden . Voorts betoogt zij, dat de door de Commissie overgelegde cijfers in twee opzichten misleidend zijn . In de eerste plaats zijn de waarnemingen van het weerkundig station te Bolzano irrelevant, daar die plaats niet in het produktiegebied ligt en aldaar hoe dan ook uitzonderlijke klimatologische omstandigheden heersen, die niet vergelijkbaar zijn met die van het "Caldaro"-produktiegebied in het algemeen . In de tweede plaats onbreken in de door de Commissie voorgelegde neerslagtabellen, waarin waarnemingen te San Michele en te Bolzano worden vergeleken, de cijfers voor Caldaro zelf, waar in de periode 1921-1970 gemiddeld 829 mm neerslag per jaar viel : de vergelijking van de waarnemingen te San Michele ( 943 mm ) met dit cijfer valt gunstiger uit dan die met de waarnemingen te Bolzano ( 744 mm ). Worden voorts de waarnemingen te Caldaro vergeleken met die te San Michele, dan worden de verschillen in gemiddelde neerslag tijdens de voor de wijnproduktie belangrijkste periode - van april tot september - verwaarloosbaar . Ten slotte is, anders dan de Commissie stelt, de Val di Cembra gunstig gelegen ten opzichte van de zon .

43 . Uit de cijfers van de Commissie blijkt onmiskenbaar, dat er tussen Bolzano en San Michele in Trente aanzienlijke verschillen bestaan wat gemiddelde neerslag en gemiddeld aantal uren zon betreft . In de maanden april-september zijn de verschillen kleiner, maar toch nog uitgesproken . Voor de neerslag legt de Italiaanse regering waarnemingen voor Caldaro zelf over, waaruit blijkt dat er, vergeleken met San Michele, in Caldaro in augustus een vergelijkbare hoeveelheid regen valt, dat het in juni en in juli meer regent in Caldaro, en dat het tijdens de rest van het jaar aanzienlijk meer regent in San Michele . Daaraan zij toegevoegd, dat het algemene gemiddelde cijfer van 943 mm in San Michele aanzienlijk hoger blijft dan de in Caldaro waargenomen 829 mm . De Italiaanse regering heeft geen cijfers vermeld ter vergelijking van het aantal uren zon in San Michele met dat in Caldaro .

44 . Op het eerste gezicht wekken de aan het Hof overgelegde cijfers de indruk, dat er aanzienlijke klimatologische verschillen bestaan tussen het in de provincie Bolzano gelegen gedeelte van het produktiegebied en dat in de provincie Trente . Ik aarzel evenwel om al te veel belang te hechten aan cijfers die, gelet op de geografische verscheidenheid van de streek, karig en selectief lijken . Met name betreur ik, dat geen waarnemingen van een weerstation of weerstations in de Val di Cembra voorliggen, en dat de waarnemingen voor Bolzano zelf afkomstig zijn van een weerstation dat buiten het produktiegebied ligt .

45 . Afgezien van de twijfel omtrent de representativiteit van die cijfers, heeft de Commissie zich mijns inziens weinig moeite getroost om ze in hun context te plaatsen . Het Hof wordt impliciet verzocht te aanvaarden, dat de vastgestelde verschillen inzake neerslag of aantal uren zon de produktie van de betrokken wijnsoort beïnvloeden; op dit punt heeft de Commissie niet het minste bewijs aangebracht . Derhalve concludeer ik, dat de bewijzen met betrekking tot de klimatologische verschillen niet concludent zijn .

c ) De ligging van de wijngaarden

46 . De Commissie stelt, dat de wijngaarden in het "traditionele" Caldaro-gebied op 200 tot 400 meter hoogte liggen, terwijl de Val di Cembra, waar de meeste wijngaarden van de provincie Trente gelegen zijn, 450 tot 650 meter hoog ligt . De Italiaanse regering geeft geen precies antwoord op die cijfers, doch merkt op, dat volgens het decreet van 23 maart 1970 betreffende de produktie van "Caldaro"-wijn de wijngaarden tot op een hoogte van 600 meter mogen worden aangelegd . Op verzoek van het Hof heeft de Italiaanse regering kaarten van de twee gedeelten van het produktiegebied overgelegd, die onder meer de hoogte boven de zeespiegel aangeven .

47 . Volgens de hoogtelijnen op die kaarten blijkt het "traditionele" produktiegebied in de buurt van het Lago di Caldaro op een hoogte van 212 tot 556 meter te liggen; het produktiegebied in de Val di Cembra daarentegen ligt op een hoogte van 339 tot 654 meter . Deze cijfers steunen enigszins de stelling van de Commissie . Uit die kaarten blijkt echter ook, dat de ligging van het gebied in de provincie Trente dat niet in de Val di Cembra ligt, qua hoogte grosso modo vergelijkbaar is met het "traditionele" Caldaro-gebied . Bij de afbakening van het produktiegebied zeggen de kaarten bovendien niets over de spreiding van de wijngaarden . Derhalve moet ik ook hier concluderen, dat de aan het Hof overgelegde bewijzen niet concludent zijn .

d ) De kenmerken van de wijn

48 . Volgens de Commissie verklaart het gebrek aan homogeniteit tussen de twee gedeelten van het produktiegebied de verschillen in de chemische en organoleptische kenmerken die haars inziens bestaan tussen de in de twee provincies geproduceerde wijn, met name met betrekking tot de aciditeit en het fosfaatgehalte . Tot staving van haar argument legt de Commissie twee tabellen over . De eerste is in het verzoekschrift opgenomen en geeft een lijst van 28 "Caldaro"-wijnen, waarvan de meeste, afgaande op hun benaming, uit de provincie Trente afkomstig lijken te zijn . De Commissie merkt op, dat de wijnen uit de provincie Trente ( kennelijk de laatste twee derde van de lijst ) gemiddeld een hogere aciditeit en een lager fosfaatgehalte hebben dan de wijnen uit de provincie Bolzano . De tweede tabel, van 14 januari 1983, is overgelegd naar aanleiding van de schriftelijke vragen van het Hof en beschrijft onder meer de totale aciditeit van 44 "Lago di Caldaro Auslese"-wijnen uit 1982 . Van de 23 wijnen uit de provincie Trente die vermeld zijn in de tweede lijst ( die de eerste gedeeltelijk overlapt ), hebben 15 een totale aciditeit van 5 mg of meer per liter, terwijl slechts 6 van de 21 wijnen uit de provincie Bolzano dat cijfer bereiken .

49 . Volgens de Italiaanse regering zijn de geciteerde cijfers misleidend, daar ruwe, niet gezuiverde wijn een grotere aciditeit kan hebben, die vóór het bottelen kan worden gecorrigeerd . De Commissie daarentegen betoogt, dat de aciditeit van de wijn al bij de produktie vastligt . Geen van beide partijen voert bewijzen aan tot staving van haar stelling .

50 . Voorts merkt de Italiaanse regering op dat, aangezien de meeste wijnen die op de door de Commissie overgelegde lijsten voorkomen, afkomstig zijn uit de provincie Trente, een algemene conclusie gebaseerd op de vergelijking met wijnen uit de provincie Bolzano niet betrouwbaar kan zijn . Ik ben het ermee eens, dat dat feit twijfel over de representativiteit van de cijfers doet rijzen . De achillespees in de bewijsvoering van de Commissie op dit punt is mijns inziens het feit, dat het belang van eventuele verschillen inzake aciditeit of fosfaatgehalte niet wordt toegelicht, terwijl ook niet wordt verklaard waarom andere factoren, zoals het suikergehalte ( dat volgens de tweede lijst vergelijkbaar lijkt ), buiten beschouwing moeten blijven .

51 . De stelling van de Commissie wordt voorts tegengesproken door het rapport van de eerdergenoemde subcommissie ( punten 29 en 30 ). Zoals reeds gezegd, is dat rapport het enige aan het Hof overgelegde document uit de periode waarin het decreet van 23 maart 1970 werd voorbereid en waarin wordt gepoogd een technische beoordeling te geven van de toentertijd beschikbare gegevens . Op verscheidene plaatsen in dat rapport erkent de subcommissie, dat in de provincie Trente geproduceerde wijn gelijksoortig of nagenoeg identiek is met wijn uit de provincie Bolzano . In een bepaalde passage stelt zij zelfs, dat wijn uit de provincie Trente "dezelfde chemische en organoleptische kenmerken" heeft als wijn uit de provincie Bolzano .

52 . Derhalve concludeer ik, dat de Commissie niet heeft aangetoond, dat de natuurlijke kenmerken van het in de provincie Trente gelegen gedeelte van het produktiegebied verschillen van die van het gedeelte in de provincie Bolzano, noch dat in de provincie Trente een ander soort wijn wordt geproduceerd dan in de provincie Bolzano .

3 ) De economische gevolgen

53 . De Commissie betoogt, dat de uitbreiding bij de decreten van 1970 en 1981 van het produktiegebied tot gebieden in de provincie Trente aanzienlijke gevolgen heeft voor het ontwikkelingspotentieel van de "Caldaro"-wijn, hetgeen haaks staat op de doelstelling van de communautaire wetgeving, die de produktie van kwaliteitswijnen beoogt te beschermen en te bevorderen . In 1978 bedroeg de produktie van "Caldaro"-wijn in de provincie Trente reeds meer dan 54 000 hl, terwijl zij in 1985 tot 65 442 hl was gestegen . Zelfs vóór de tweede uitbreiding van het produktiegebied in 1981 werd "Caldaro" uit de provincie Trente verkocht tegen een prijs die een derde lager lag dan die van "Caldaro" uit het "traditionele" produktiegebied van de Alto-Adige, waardoor de prijs van deze laatste zakte, terwijl andere wijnen uit dat gebied hun marktwaarde behielden . Gedurende de laatste tien jaren was de verhouding tussen "Caldaro" enerzijds en "Bardolino" en "Valpolicella" ( qua soort en gebruik vergelijkbare wijnen ) anderzijds van 2 : 1 tot 1 : 1 gedaald . Bovendien daalde de export van "Caldaro"-wijn uit de Alto Adige van 286 000 hl in 1973 tot 170 000 hl in 1985 en 1986 .

54 . Hoe belangwekkend deze statistieken ook zijn, toch aarzel ik om er te veel conclusies uit af te leiden . De Commissie vermeldt geen enkele onafhankelijke bron voor die cijfers en, gelijk de Italiaanse regering terecht opmerkt, kan er niet onomstotelijk uit worden afgeleid, dat de daling van de prijs en van de export van "Caldaro" specifiek aan de produktie van "inferieure" "Caldaro" in de provincie Trente te wijten is . De door de Commissie overgelegde cijfers zijn onvoldoende gedetailleerd om bij voorbeeld de mogelijkheid uit te sluiten, dat ook de uitbreiding van het "traditionele" produktiegebied met gebieden in de provincie Bolzano bij het decreet van 23 maart 1970 het prijspeil en het exportvolume had aangetast, of dat de wijziging van de verhouding van de prijs van "Caldaro" tot die van andere vergelijkbare wijnen ook aan een prijsstijging van laatstbedoelde te wijten kon zijn .

De bewijslast

55 . In hun geheel bezien lijken de bewijzen met betrekking tot de homogeniteit niet concludent, en die betreffende de economische gevolgen ongeschikt om het beroep van de Commissie te schragen . De Commissie lijkt zich daarvan bewust te zijn, in ieder geval wat het punt van de homogeniteit betreft, daar zij in haar verzoekschrift op een aantal punten vraagt van de bewijslast te worden ontheven . Zij betoogt dat zij in een zaak als de onderhavige, waarin zij de naleving van technische criteria dient na te gaan, in zeer sterke mate afhankelijk is van de medewerking van de betrokken Lid-Staat . In casu zou die medewerking hebben ontbroken . Met name weigerde de Italiaanse regering in te stemmen met het voorstel van de Commissie, twee onafhankelijke Zwitserse experts aan te stellen met het oog op de technische beoordeling van de gelijkwaardigheid van de voor de produktie van belang zijnde natuurlijke omstandigheden in de twee gedeelten van het "Caldaro"-produktiegebied . De Commissie betoogt dat zij, gelet op dit gebrek aan medewerking, soliede bewijselementen heeft aangevoerd en dat het thans aan de Italiaanse regering staat om aan te tonen, dat zij in overeenstemming met het gemeenschapsrecht heeft gehandeld . Subsidiair verzoekt zij het Hof zelf krachtens artikel 49 van het Reglement voor de procesvoering een expertise van de technische aspecten van de zaak te gelasten .

56 . Mijns inziens moet in casu de bewijslast niet worden omgekeerd, noch een expertise worden gelast . In zaak 96/81 ( Commissie/Nederland, Jurispr . 1982, blz . 1791 ) overwoog het Hof :

"Opgemerkt moet worden dat het aan de Commissie staat om in het kader van een procedure wegens niet-nakoming op grond van artikel 169 EEG-Verdrag het gestelde verzuim aan te tonen . Zij dient het Hof de gegevens te verschaffen die dit nodig heeft om te kunnen vaststellen of er inderdaad sprake is van een verzuim, en zij kan zich daarbij niet baseren op een of ander rechtsvermoeden ."

57 . In het recente arrest van 22 september 1988 ( zaak 272/86, Commissie/Griekenland, Jurispr . 1988, blz . 4875 ) stond het Hof een gedeeltelijke omkering van de bewijslast toe . In die zaak oordeelde het, dat de Commissie voldoende bewijs voor de overtreding had aangevoerd, en dat het derhalve aan de betrokken Lid-Staat stond, de gegevens substantieel en in detail te betwisten . Mijns inziens berustte de bereidheid van het Hof om die omkering toe te staan, evenwel op de buitengewone omstandigheden van die zaak, waarin de betrokken Lid-Staat duidelijk weinig bereidheid tot samenwerking met de Commissie ( en overigens ook met het Hof ) aan de dag had gelegd, en waarin de Commissie nagenoeg volledig afhankelijk was van die samenwerking om haar stelling hard te kunnen maken .

58 . Mijns inziens is de onderhavige zaak niet zó buitengewoon . Daarmee wil ik niet zeggen, dat de klachten van de Commissie over het gebrek aan medewerking uit de lucht gegrepen zijn, maar veeleer dat de Commissie, geconfronteerd met een zeker gebrek aan medewerking, niet alle haar ter beschikking staande middelen heeft benut om een overtuigend dossier bij het Hof in te dienen . Met name had zij zich veel meer moeite kunnen getroosten om het belang en de relevantie van de door haar aan het Hof overgelegde bewijselementen uit te leggen en aan te tonen; de meeste van die bewijselementen blijken overigens oorspronkelijk door de Italiaanse regering te zijn verschaft .

59 . Zelfs het gebrek aan initiatief van de Commissie zelf buiten beschouwing gelaten, ben ik niet geneigd om in te gaan op het verzoek aan het Hof om een expertise te gelasten, daar een dergelijke maatregel mijns inziens in wezen onverenigbaar is met de aard van de procedure van artikel 169 EEG-Verdrag, volgens welke het de Commissie is die de parameters van haar actie dient aan te geven en, zoals reeds gezegd, in wezen zelf haar stelling moet bewijzen . Ik wil daaraan toevoegen, dat het Hof in het arrest in de reeds aangehaalde zaak Commissie/Nederland voorts heeft overwogen, dat wanneer een Lid-Staat in gebreke blijft de inlichtingen te verschaffen die de Commissie in staat moeten stellen, na te gaan of de Lid-Staat een richtlijn correct heeft uitgevoerd, dit schending van de samenwerkingsplicht van artikel 5 EEG-Verdrag oplevert en op zichzelf een procedure ex artikel 169 EEG-Verdrag kan rechtvaardigen . De Commissie staat dus niet machteloos tegenover de hardnekkigheid van een Lid-Staat .

Conclusie

60 . Mijns inziens heeft de Commissie haar stelling met betrekking tot het traditionele gebruik bewezen en moet haar beroep dus worden toegewezen . Tot die conclusie kom ik niet zonder enige aarzeling, daar de Commissie ter zake van de meer technische, materiële aspecten er gedeeltelijk door haar eigen schuld niet in geslaagd is, aan de op haar rustende bewijslast te voldoen . Het falen van de Commissie op dit punt moet tot uiting komen in de kostenbeslissing . Voorts ben ik getroffen door het talmen van de Commissie om de procedure in te leiden . Ofschoon zij in haar verzoekschrift vermeldt, dat zij reeds in 1970 klachten over de afbakening van het produktiegebied ontving, heeft zij pas in november 1983 formeel de procedure van artikel 169 EEG-Verdrag ingeleid en pas in mei 1987, ongeveer 17 jaar na de vaststelling van het decreet van 23 maart 1970, het verzoekschrift bij het Hof ingediend . Die lange periode alleen al heeft tot gevolg, dat de mogelijkerwijs aan de reputatie van de "Lago di Caldaro"-wijn toegebrachte schade, en bijgevolg het economisch verlies, thans in grote mate onherstelbaar is . Bovendien hebben de producenten in de provincie Trente sedert 1970 - rechtmatig, voor zover zij dat wisten - "Lago di Caldaro" geproduceerd en in de handel gebracht, met als gevolg dat het langdurige gebruik, dat in 1963 misschien niet bestond, thans vaststaat, zulks in ieder geval in de gemeenten van de provincie Trente die bij het decreet van 23 maart 1970 in het produktiegebied zijn opgenomen .

61 . Niettemin moet het beroep van de Commissie in beginsel op de essentiële punten worden toegewezen en mitsdien geef ik het Hof in overweging :

1 ) vast te stellen, dat de Italiaanse Republiek, door bij het produktiegebied voor wijn met de aanduiding "Caldaro" of "Lago di Caldaro" bepaalde gebieden uit de provincie Trente te voegen waar het geen traditie was, wijn van die benaming in de handel te brengen, zulks in strijd met verordening nr . 823/87 van de Raad ( en voordien verordening nr . 338/79 van de Raad ), de verplichtingen niet is nagekomen die krachtens het EEG-Verdrag op haar rusten;

2 ) te verstaan dat elk der partijen de eigen kosten zal dragen .

(*) Oorspronkelijke taal : Engels .