Brussel, 10.9.2026

COM(2026) 468 final

2026/0262(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart (Cesni) en de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) met betrekking tot de vaststelling van de Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN 2027/1), de Europese standaard voor River Information Services (ES-RIS 2027/1) en een ontwerpwijziging van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn (RSOR)


TOELICHTING

1.Onderwerp van het voorstel

Dit voorstel betreft het besluit van de Raad waarbij het standpunt wordt vastgesteld dat namens de Unie moet worden ingenomen op de vergadering van het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart (Cesni) van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (“CCR”) van 15 oktober 2026 en op de plenaire vergadering van de CCR van 3 december 2026 of een daaropvolgende vergadering in verband met de geplande goedkeuring van de Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN 2027/1) en de Europese standaard voor de rivierinformatiediensten (ES-RIS 2027/1).

In dit voorstel wordt ook het standpunt van de Unie vastgesteld met betrekking tot een wijziging van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn (RSOR) die de CCR tijdens haar plenaire vergadering van 3 december 2026 of een daaropvolgende vergadering moet vaststellen om de Rijnregeling in overeenstemming te brengen met de voorschriften van artikel 19 van Richtlijn (EU) 2016/1629.

2.Achtergrond van het voorstel

2.1.De CCR en het Cesni

De CCR is een internationale organisatie met regelgevende bevoegdheden op het gebied van binnenvaartkwesties met betrekking tot de Rijn. Vier lidstaten (België, Frankrijk, Duitsland en Nederland) en Zwitserland zijn overeenkomstsluitende partij bij de CCR. De EU is geen lid van de CCR.

In de Herziene Rijnvaartakte, die op 17 oktober 1868 in Mannheim is ondertekend, zoals gewijzigd bij de herziening van 20 november 1963, die op 14 april 1967 van kracht geworden is (de “Akte van Mannheim”), is het rechtskader vastgesteld voor het gebruik van de Rijn als binnenvaartwater en zijn de taken van de CCR bepaald. Zij zet de Rijnregeling voort die in 1815 door het Congres van Wenen is ingesteld. Voor de besluitvorming komen de CCR-lidstaten tweemaal per jaar bijeen in plenaire vergaderingen. Elk land heeft één stem. Besluiten worden unaniem genomen. Die besluiten zijn wettelijk bindend.

De EU en de CCR werken samen, onder meer op basis van de administratieve overeenkomst van 22 mei 2013. De administratieve overeenkomst van 2013 heeft tot doel de synergieën tussen beide instellingen te vergroten en de complementariteit van hun acties te versterken. De samenwerking heeft ook betrekking op technische voorschriften en informatietechnologie voor binnenschepen en op de modernisering van het rechtskader inzake beroepskwalificaties voor werknemers in de binnenvaart, in overeenstemming met de bepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Beide instellingen zijn overeengekomen een mechanisme op te zetten voor de opstelling en vaststelling van normen waarnaar vervolgens parallel kan worden verwezen in hun respectieve regelgevingskaders. Deze geharmoniseerde aanpak heeft tot doel ervoor te zorgen dat de binnenvaart op alle binnenwateren van zowel de EU als de CCR volgens dezelfde regels verloopt.

Tegen deze achtergrond heeft de CCR in 2015 een resolutie tot oprichting van het Cesni aangenomen 1 . Het Cesni is onder meer belast met de vaststelling van technische standaarden voor de binnenvaart, vooral met betrekking tot schepen, informatietechnologie en bemanningen, de uniforme interpretatie van die standaarden en van de overeenkomstige procedures, en met overleg over de veiligheid van de scheepvaart, de bescherming van het milieu en andere scheepvaartaspecten.

Het Cesni is samengesteld uit deskundigen van de lidstaten van de CCR en de EU, d.w.z. de 27 EU-lidstaten en Zwitserland. De lidstaten van de CCR en de EU zijn stemgerechtigd op basis van één stem per land. De EU, vertegenwoordigd door de Europese Commissie, kan — net als andere internationale organisaties die tot taak hebben de betrokken gebieden te bestrijken — zonder stemrecht deelnemen aan de werkzaamheden van het Cesni.

De EU en de CCR hebben respectievelijk het volgende rechtskader vastgesteld, dat van bijzonder belang is voor dit besluit: i) technische voorschriften voor binnenschepen, via Richtlijn (EU) 2016/1629 2 voor de EU, en het ROSR voor de CCR, en ii) rivierinformatiediensten (RIS), via Richtlijn 2005/44/EG 3 , zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2025/2482 voor de EU, en het ROSR en het Rijnvaartpolitiereglement (RPR).

Wat de voormalige, d.w.z. technische voorschriften voor binnenschepen betreft, verwijzen beide wettelijke regelingen naar de standaarden van het Cesni - Europese standaarden tot vaststelling van technische voorschriften voor binnenvaartschepen (ES-TRIN).

Met betrekking tot RIS is de Europese norm voor River Information Services (ES-RIS) in het rechtskader van de EU opgenomen bij Richtlijn (EU) 2025/2482 van het Europees Parlement en de Raad van 26 november 2025 tot wijziging van Richtlijn 2005/44/EG betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap 4 , en met name in bijlage III bij die richtlijn. ES-RIS is daarom momenteel opgenomen in het rechtskader van de EU door middel van Richtlijn 2005/44/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2025/2482.

De verwijzing naar de meest recente versie van ES-TRIN en ES-RIS is ook opgenomen in de desbetreffende CCR-reglementen waarvan het ROSR en het ROR deel uitmaken.

2.2.De beoogde handelingen van het Cesni en de CCR

2.2.1.Vergadering van 15 oktober 2026.

Op de vergadering van 15 oktober 2026 zal het Cesni een nieuwe versie goedkeuren van de Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN 2027/1) en van de Europese standaard voor rivierinformatiediensten (ES-RIS 2027/1).

Met betrekking tot technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN):

De eerste versie van ES-TRIN (ES-TRIN 2015/1) is opgesteld tijdens de vergadering van het Cesni van 28 september 2015. Het Cesni heeft die versie formeel goedgekeurd op de vergadering van 26 november 2015.

Vervolgens heeft het Cesni het in november 2015 goedgekeurde ES-TRIN meermaals gewijzigd op basis van de werkzaamheden van de werkgroepen van het Cesni. Met name zijn de volgende edities van ES-TRIN goedgekeurd:

1.ES-TRIN 2017/1 op 6 juli 2017

2.ES-TRIN 2019/1 op 8 november 2018

3.ES-TRIN 2021/1 op 13 oktober 2020

4.ES-TRIN 2023/1 op 13 oktober 2022

5.ES-TRIN 2025/1 op 17 oktober 2024

Het is noodzakelijk ES-TRIN regelmatig bij te werken om:

·het hoge veiligheidsniveau in de binnenvaart te handhaven;

·de technische ontwikkeling te volgen (bv. brandblusinstallaties, navigatieapparatuur); en

·de verenigbaarheid met het rechtskader van de EU te waarborgen.

In 2025 en 2026 hebben deskundigen van het Cesni de meest recente editie van ES-TRIN, namelijk ES-TRIN 2027/1, opgesteld.

ES-TRIN 2027/1 zal verschillende wijzigingen bevatten op de volgende gebieden:

·brandstoffen met een laag vlampunt, met name de opslag en het gebruik van gasvormige waterstof;

·trackcontroleassistent voor de binnenvaart (TGAIN), systemen voor bewustmakingsmonitoring en reorganisatie van de bepalingen inzake navigatie- en informatieapparatuur (bijlage 5 bij ES-TRIN 2027/1);

·elektronische apparatuur, systemen en netwerken;

·één tabel met overgangsbepalingen;

·overgangsbepalingen voor elektrische voortstuwingssystemen en dubbelwandige leidingsystemen;

·spuitschuimbrandblussers;

·actualiseringen van verwijzingen naar ES-RIS 2027/1 en naar internationale normen; en

·redactionele correcties.

Op de vergadering van 16 april 2026 heeft het Cesni besloten de goedkeuring van ES-TRIN 2027/1 op de agenda van de vergadering van 15 oktober 2026 te plaatsen. Naar verwachting zullen voorafgaand aan de vergadering van 15 oktober 2026 slechts niet-inhoudelijke kleine wijzigingen aan de standaard worden aangebracht. ES-TRIN 2027/1 wordt gepubliceerd op een specifieke website (cesni.eu).

Overeenkomstig Richtlijn (EU) 2016/1629 moet ES-TRIN 2027/1 in het EU-recht worden opgenomen. Verwijzingen naar de door het Cesni goedgekeurde standaard worden opgenomen in bijlage II bij Richtlijn (EU) 2016/1629. Volgens artikel 31, lid 1, van die richtlijn moet de Commissie gedelegeerde handelingen vaststellen tot aanpassing van bijlage II, teneinde zonder onnodige vertraging de verwijzing naar de recentste versie van ES-TRIN bij te werken en de datum van toepassing daarvan vast te stellen.

Momenteel verwijst bijlage II bij Richtlijn (EU) 2016/1629 naar ES-TRIN 2025/1. Volgens artikel 9 van het reglement van orde van het Cesni mogen standaarden pas worden vastgesteld nadat een besluit overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU schriftelijk beschikbaar is.

Met betrekking tot RIS (ES-RIS):

De eerste versie van ES-RIS (ES-RIS 2021/1) is formeel door het Cesni vastgesteld op 15 april 2021. De gewijzigde standaarden ES-RIS 2023/1 en ES-RIS 2025/1 zijn respectievelijk op 13 oktober 2022 en 17 oktober 2024 door het Cesni vastgesteld.

In 2025 en 2026 hebben deskundigen van het Cesni een nieuwe versie, namelijk ES-RIS 2027/1, opgesteld.

Deze ES-RIS 2027/1 zal de volgende belangrijke wijzigingen ten opzichte van de vorige editie bevatten:

·de toevoeging van eisen en tests voor het gebruik van een TGAIN in de delen I en V;

·de herstructurering van de PAXLST- en ERIRSP-berichten in de bijlagen bij deel III;

·de testnorm voor ASM’s in deel V;

·de toevoeging van nieuwe codes voor scheepvaartberichten, en de toevoeging van Oekraïens voor deze codes, in deel IV.

Daarnaast zijn bepaalde kleine of meer technische wijzigingen opgenomen in ES-RIS 2027/1 om rekening te houden met technische ontwikkelingen en de behoeften van delegaties en gebruikers.

Op de vergadering van 16 april 2026 heeft het Cesni besloten de goedkeuring van ES-RIS 2027/1 op de agenda van de vergadering van 15 oktober 2026 te plaatsen. Naar verwachting zullen voorafgaand aan de vergadering van 15 oktober 2026 slechts niet-inhoudelijke kleine wijzigingen aan de ontwerpstandaard worden aangebracht. ES-RIS 2027/1 wordt gepubliceerd op een specifieke website (cesni.eu).

Overeenkomstig Richtlijn 2005/44/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2025/2482, wordt de ES-RIS-standaard een onderdeel van het EU-recht. Overeenkomstig bijlage III bij de gewijzigde Richtlijn 2005/44/EG zijn de op RIS toepasselijke technische specificaties de specificaties die zijn uiteengezet in de meest recente editie van de Europese standaard voor River Information Services (ES-RIS) die door het Cesni is aangenomen.

De CCR zal een besluit tot wijziging van de CCR-reglementen goedkeuren teneinde daarin een verwijzing naar ES-RIS 2027/1 op te nemen.

Aangezien ES-TRIN 2027/1 verwijzingen naar ES-RIS 2027/1 bevat, is het belangrijk dat het Cesni beide standaarden aanneemt op zijn vergadering van 15 oktober 2026. Om dezelfde reden moeten beide normen ook van toepassing zijn vanaf dezelfde datum — 1 januari 2028.

2.2.2.Vergadering van 3 december 2026

ES-TRIN 2027/1 en ES-RIS 2027/1

Met het oog op de komende actualiseringen van ES-TRIN en ES-RIS heeft de CCR de Commissie in kennis gesteld van haar voornemen om tijdens haar plenaire vergadering van 3 december 2026 resoluties aan te nemen tot wijziging van de desbetreffende CCR-reglementen. De wijzigingen zullen met name de verwijzingen naar ES-TRIN 2027/1 in het ROSR actualiseren. Bovendien moeten met name het RSOR en het RPR, die samen de verkeersregels voor de Rijn vormen, worden gewijzigd om ES-RIS 2027/1 in te voeren.

Zowel in het EU-recht als in de CCR-reglementen zal worden verklaard dat de Cesni-standaarden van toepassing zijn met ingang van 1 januari 2028, waardoor een uniform rechtskader in de hele EU en de regels voor de Rijn worden gehandhaafd.

De Europese scheepsrompendatabank (EHDB)

De CCR heeft de Commissie ook in kennis gesteld van haar voornemen om tijdens haar plenaire vergadering van 3 december 2026 of een volgende vergadering een wijziging van het ROSR aan te nemen om de Rijnregeling in overeenstemming te brengen met de eisen van artikel 19 van Richtlijn (EU) 2016/1629.

Overeenkomstig artikel 19 van Richtlijn (EU) 2016/1629 houdt de Commissie de EHDB bij om administratieve maatregelen voor de instandhouding van de veiligheid en het navigatiecomfort te ondersteunen en de toepassing van deze richtlijn te garanderen. Sinds 2025 is de nieuwe versie van de databank (EHDB2) volledig operationeel.

Overeenkomstig artikel 19, lid 2, van Richtlijn (EU) 2016/1629 zorgen de lidstaten ervoor dat de bevoegde instanties voor elk vaartuig de EHDB invoeren, met inbegrip van: i) de gegevens ter identificatie en beschrijving van het vaartuig; ii) de gegevens betreffende de afgegeven, vernieuwde, vervangen en ingetrokken certificaten; en iii) een digitale kopie van alle overeenkomstig deze richtlijn door bevoegde instanties afgegeven certificaten.

Om het volledige en doeltreffende gebruik van EHDB2 te waarborgen, moet ook worden voorzien in de opname in de databank van overeenkomstige gegevens met betrekking tot vaartuigen die houder zijn van certificaten die overeenkomstig het regelgevingskader voor de Rijn zijn afgegeven.

De wijziging van het ROSR is derhalve bedoeld om de Rijnregeling in overeenstemming te brengen met de eisen van artikel 19 van Richtlijn (EU) 2016/1629. Deze wijziging voorziet in de doorgifte aan de EHDB van de identificatiegegevens, zoals gedefinieerd in de richtlijn, met betrekking tot schepen die in het bezit zijn van een inspectiecertificaat voor schepen op de Rijn. Door de vereisten inzake gegevensoverdracht verder op elkaar af te stemmen, zal de EHDB informatie bevatten over meer dan de helft van de Europese binnenvaartvloot. Deze afstemming, die de nauwe samenwerking tussen de Unie en de CCR weerspiegelt, is ook bedoeld om een hoge mate van harmonisatie tussen de respectieve regelgevingskaders te handhaven, rekening houdend met de wederzijdse erkenning van certificaten van de Unie en Rijncertificaten.

De ontwerpwijziging van het ROSR is als volgt:

“Artikel 2.19 Europese scheepsrompendatabank

6. De verzameling en verwerking van en de toegang tot gegevens in de Europese scheepsrompendatabank (EHDB), zoals bedoeld in artikel 19 van Richtlijn (EU) 2016/1629, de toegestane soorten toegang en de instructies betreffende het gebruik en de werking van de databank, moeten beantwoorden aan de voorschriften van Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/474 van de Commissie. ”

De opname van ROSR-vaartuigen in de EHDB zal verschillende voordelen hebben, waaronder:

(1)Vlottere toegang tot vaartuiggegevens: De nationale autoriteiten in de EU zullen vlotter toegang krijgen tot vaartuiggegevens, wat hun werk zal vergemakkelijken en de efficiëntie van hun inspecties en monitoringactiviteiten zal verbeteren.

(2)Verhoogde veiligheid van de scheepvaart: Wanneer de autoriteiten toegang hebben tot een uitgebreide en geharmoniseerde dataset zijn zij beter toegerust om potentiële veiligheidsrisico’s in kaart te brengen en te beperken, wat uiteindelijk de veiligheid van de scheepvaart op de Rijn zal vergroten.

2.3.Namens de Unie in te nemen standpunt

Het voorgestelde standpunt van de Unie betreft in de eerste plaats de vaststelling van standaarden betreffende technische voorschriften voor binnenschepen en RIS door het Cesni en de vaststelling door de CCR van besluiten om haar regelgevingskader in overeenstemming te brengen met het overeenkomstige Unierecht door de Cesni-standaarden in haar regelgevingskader op te nemen. Ten tweede heeft het voorgestelde standpunt van de Unie betrekking op de aanpassing van het regelgevingskader van de CCR aan artikel 19 van Richtlijn (EU) 2016/1629. In beide gevallen is het doel te zorgen voor een voortdurende en geharmoniseerde actualisering van het rechtskader voor de binnenvaart in de Europese Unie en de Rijnregeling.

De vaststelling van Cesni-standaarden vormt een terugkerend onderdeel van het regelgevingskader van de Unie voor de binnenvaart. Richtlijn (EU) 2016/1629 en Richtlijn 2005/44/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2025/2482, voorzien in verwijzingen naar de meest recente Cesni-standaarden, waardoor wordt gewaarborgd dat de toepasselijke technische voorschriften voor binnenschepen en RIS-voorschriften actueel blijven en de technologische ontwikkelingen en operationele ervaring weerspiegelen. De Unie heeft zich actief ingezet voor de oprichting van het Cesni als de gemeenschappelijke Europese normalisatie-instelling voor de binnenvaart. De Commissie neemt deel aan de werkzaamheden van het Cesni en de standaarden worden ontwikkeld door deskundigen uit de EU- en de CCR-lidstaten, in overeenstemming met de beleidsdoelstellingen en wetgevingsprioriteiten van de Unie. Besluiten binnen het Cesni worden met eenparigheid van stemmen genomen door de deelnemende landen, namelijk de EU-lidstaten en Zwitserland, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de standaarden worden ontwikkeld op basis van een brede consensus en dat rekening wordt gehouden met alle relevante belangen. Deze brede consensus wordt bereikt op een lager werkniveau en moet formeel worden bevestigd in de plenaire vergadering van het Cesni.

De regelmatige afstemming van het regelgevingskader van de CCR inzake technische voorschriften voor schepen en RIS op het Unierecht draagt eveneens bij tot de gemeenschappelijke doelstelling om een uniforme wettelijke regeling voor de binnenvaart op de Rijn en in het gehele onderling verbonden Europese binnenvaartnetwerk in stand te houden. Deze afstemming zorgt ervoor dat vaartuigen die in het kader van de CCR-reglementen actief zijn, onderworpen zijn aan vereisten die gelijkwaardig zijn aan die welke krachtens het Unierecht van toepassing zijn, en omgekeerd, en vergemakkelijkt de interoperabiliteit van administratieve en technische systemen.

Bovendien zal de geplande integratie van in het kader van het ROSR gecertificeerde vaartuigen in de EHDB de toegang van niet-CCR-lidstaten tot scheepsinformatie vergemakkelijken en zo bijdragen tot de veiligheid en efficiëntie van de binnenvaart. Besluiten van de CCR die enkel de reglementen van de CRR in overeenstemming brengen met de overeenkomstige wetgeving van de Unie, worden eveneens met eenparigheid van stemmen vastgesteld door de in de CCR vertegenwoordigde lidstaten en Zwitserland.

Het namens de Unie in te nemen standpunt moet er derhalve in bestaan steun te verlenen aan de voorgestelde vaststelling van de Europese norm tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN 2027/1) en de Europese norm voor River Information Services (ES-RIS 2027/1), alsook aan de respectieve wijziging van de CCR-reglementen die door de CCR moet worden vastgesteld. Bovendien moet de wijziging van het ROSR om vaartuigen die in het kader van het ROSR actief zijn, op te nemen in de EHDB, worden ondersteund.

Het voorgestelde standpunt is volledig in overeenstemming met het beleid van de Unie inzake de binnenvaart en draagt bij tot de doelstellingen om een hoog niveau van veiligheid te waarborgen, de digitalisering en interoperabiliteit van de binnenvaart te bevorderen, het vrije verkeer van vaartuigen te vergemakkelijken en een gelijk speelveld in het hele Europese binnenvaartnetwerk te handhaven. Het is in overeenstemming met Richtlijn (EU) 2016/1629 en Richtlijn 2005/44/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2025/2482.

Een standpunt van de Unie is noodzakelijk omdat de door het Cesni vastgestelde standaarden en de overeenkomstige door de CCR vastgestelde aanpassingsbesluiten gevolgen kunnen hebben voor gemeenschappelijke regels van de Unie of de strekking daarvan kunnen wijzigen in de zin van artikel 3, lid 2, laatste zinsnede, VWEU.

Artikel 31, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/1629 en bijlage III bij de gewijzigde Richtlijn 2005/44/EG voorzien in de verwijzing naar de meest recente edities van de desbetreffende Cesni-standaard. Het besluit in het Cesni zal dus rechtstreeks van invloed zijn op de bovengenoemde richtlijnen. De afstemming van het ROSR op artikel 19 van Richtlijn (EU) 2016/1629 zorgt voor een uitbreiding van de in de EHDB te registreren vaartuigen.

2.4.Procedurele rechtsgrondslag

Het Cesni is een orgaan dat is opgericht als normalisatie-instelling onder auspiciën van de CCR, een internationale organisatie op basis van de Akte van Mannheim.

ES-TRIN 2027/1 en ES-RIS 2027/1, die het Cesni in het kader van de Akte van Mannheim moet goedkeuren, zullen rechtsgevolgen hebben voor de Unie. De geplande handelingen kunnen een beslissende invloed hebben op de inhoud van de EU-regelgeving, te weten: Richtlijn (EU) 2016/1629 en Richtlijn 2005/44/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2025/2482. De reden hiervoor is dat artikel 31, lid 1, van Richtlijn (EU) 2016/1629 en bijlage III bij de gewijzigde Richtlijn 2005/44/EG voorzien in de verwijzing naar de meest recente edities van de desbetreffende Cesni-standaard. De goedkeuring van de standaarden ES-TRIN 2027/1 en ES-RIS 2027/1 in het Cesni zal dus rechtstreeks van invloed zijn op de bovengenoemde richtlijnen, aangezien deze standaarden de meest recente zullen zijn.

De goedkeuring van ES-TRIN 2027/1 en ES-RIS 2027/1 door de CCR in het kader van de Akte van Mannheim zal ook rechtsgevolgen hebben voor de Unie omdat zij overeenkomstig artikel 23 van de Akte van Mannheim volkenrechtelijk bindend zullen zijn en een beslissende invloed kunnen hebben op de inhoud van bovengenoemde richtlijnen. Met name mogen volgens het ROSR gecertificeerde vaartuigen de binnenwateren van de Unie bevaren overeenkomstig artikel 7 van Richtlijn (EU) 2016/1629. De erkenning van vaartuigcertificaten die in het kader van het ROSR zijn afgegeven, is gebaseerd op de veronderstelling dat die vaartuigen voldoen aan technische voorschriften die gelijkwaardig zijn aan die van het Unierecht (zie overweging 5 van Richtlijn (EU) 2016/1629). Indien de CCR ES-TRIN 2027/1 niet zou goedkeuren, zou bijgevolg afbreuk worden gedaan aan de doelstelling van Richtlijn (EU) 2016/1629 om een gemeenschappelijk technisch kader voor de binnenvaart in stand te houden. Bovendien zouden lidstaten die ook overeenkomstsluitende partij bij de CCR zijn, onderworpen zijn aan uiteenlopende wettelijke verplichtingen uit hoofde van het Unierecht en het CCR-rechtskader.

Evenzo worden de oprichting en exploitatie van River Information Services (RIS) in het kader van de CCR geregeld door het ROSR en het RPR. Artikel 1 van de gewijzigde Richtlijn 2005/44/EG schrijft echter voor dat in de hele EU geharmoniseerde RIS moeten worden ingevoerd. Uiteenlopende technische normen voor RIS in het kader van de Rijnregeling zouden derhalve de doelstelling om te zorgen voor geharmoniseerde, interoperabele en naadloze rivierinformatiediensten op het hele Europese binnenvaartnetwerk in gevaar brengen.

De beoogde handeling strekt niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de Akte van Mannheim. De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.

2.5.Materiële rechtsgrondslag

De doelstelling en inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats betrekking op het gemeenschappelijk vervoersbeleid.

De materiële rechtsgrondslag van het voorgestelde besluit is derhalve artikel 91, lid 1, VWEU.

2.6.Conclusie

De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 91, lid 1, VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.

2026/0262 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart (Cesni) en de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) met betrekking tot de vaststelling van de Europese standaard tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN 2027/1), de Europese standaard voor River Information Services (ES-RIS 2027/1) en een ontwerpwijziging van het Reglement onderzoek schepen op de Rijn (RSOR)

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91, lid 1, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De herziene Rijnvaartakte van 17 oktober 1868, zoals gewijzigd bij de herziening van 20 november 1963 (“de Akte”), is op 14 april 1967 in werking getreden. De akte handhaaft de Centrale Commissie voor de Rijnvaart (“CCR”) en de regeling voor de binnenvaart op de Rijn die in 1815 is ingesteld. In het kader van de CCR is op 3 juni 2015 het Europees Comité voor de opstelling van standaarden voor de binnenvaart (“Cesni”) opgericht, met het oog op de ontwikkeling van technische standaarden voor de binnenvaart op diverse gebieden, met name met betrekking tot schepen, informatietechnologie en bemanningen.

(2)Op grond van de artikelen 22 en 23 van de Akte kan de CCR bindende besluiten aannemen tot vaststelling van technische voorschriften voor binnenschepen in de Rijnvaart. Zodra in de desbetreffende bindende besluiten van de CCR naar de door het Cesni aan te nemen standaarden wordt verwezen, worden deze standaarden bindend.

(3)Volgens de Akte kan de CCR haar regelgevingskader voor rivierinformatiediensten (“RIS”) wijzigen door te verwijzen naar de standaarden die zijn goedgekeurd door het Cesni en die standaarden verplicht te stellen in het kader van de toepassing van de Akte.

(4)Het Cesni zal de bijgewerkte Europese standaard tot vaststelling van technische voorschriften voor binnenschepen (ES-TRIN 2027/1) en de Europese standaard voor rivierinformatiediensten (ES-RIS 2027/1) goedkeuren op zijn vergadering van 16 oktober 2026. Na deze goedkeuring is de CCR voornemens resoluties aan te nemen tot wijziging van haar regelgevingskader, met name het Reglement onderzoek schepen op de Rijn (RSOR) en het Politiereglement voor de Rijnvaart (RPR), om tijdens haar plenaire vergadering van 3 december 2026 te verwijzen naar ES-TRIN 2027/1 en ES-RIS 2027/1. ES-TRIN 2027/1 en ES-RIS 2027/1 vervangen respectievelijk ES-TRIN 2025/1 en ES-RIS 2025/1.

(5)In ES-TRIN 2027/1 worden de uniforme technische voorschriften vastgelegd die nodig zijn om de veiligheid van binnenschepen te verzekeren. De standaard bevat bepalingen met betrekking tot de bouw, inrichting en uitrusting van binnenschepen, speciale bepalingen voor specifieke categorieën van vaartuigen zoals passagiersschepen, duwstellen en containerschepen, bepalingen met betrekking tot AIS-apparatuur (Automatic Identification System), bepalingen met betrekking tot de identificatie van vaartuigen en modelcertificaten en het modelregister, overgangsbepalingen en instructies voor de toepassing van de technische norm.

(6)Als ES-TRIN 2027/1 wordt aangenomen, zal het rechtsgevolgen hebben voor de lidstaten die partij zijn bij het verdrag en een beslissende invloed hebben op de inhoud van de regels van de Unie. Op grond van de artikelen 31 en 32 van Richtlijn (EU) 2016/1629 zal de Commissie onverwijld de verwijzing naar de meest recente versie van de ES-TRIN-standaard bijwerken en de toepassingsdatum ervan vaststellen, mits, overeenkomstig artikel 31, lid 2, van die richtlijn, de belangen van de Unie niet worden geschaad door wijzigingen in het besluitvormingsproces van het Cesni.

(7)In ES-RIS 2027/1 worden uniforme technische specificaties en standaarden vastgelegd om RIS te ondersteunen en de interoperabiliteit ervan te waarborgen. De technische specificaties en standaarden in het kader van ES-RIS 2027/1 bevatten specificaties voor het systeem voor elektronische weergave van binnenvaartkaarten en de daaraan verbonden informatie, elektronische scheepsmelding, scheepvaartberichten, tracking- en tracingsystemen voor schepen en compatibiliteit van de voor het gebruik van RIS noodzakelijke apparatuur.

(8)Richtlijn 2005/44/EG, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2025/2482, verwijst naar de meest recente editie van ES-RIS die door het Cesni is goedgekeurd.

(9)Als ES-RIS 2027/1 wordt aangenomen, zal het rechtsgevolgen hebben voor de lidstaten die partij zijn bij het verdrag en een beslissende invloed hebben op de inhoud van het Unierecht.

(10)De CCR zal naar verwachting tijdens een volgende plenaire zitting besluiten tot wijziging van de CCR-reglementen goedkeuren teneinde daarin een verwijzing naar ES-TRIN 2027/1 en ES-RIS 2027/1 op te nemen. Die wijziging zal overeenkomstig de artikelen 1 en 22 van de akte bindend zijn uit hoofde van het volkenrecht.

(11)Het is ook de bedoeling dat de CCR tijdens haar plenaire vergadering in december 2026 of tijdens een daaropvolgende plenaire vergadering het Reglement onderzoek schepen op de Rijn (RSOR) wijzigt om het regelgevingskader voor de Rijn in overeenstemming te brengen met artikel 19 van Richtlijn (EU) 2016/1629. Bij deze wijziging zal naar verwachting de verplichting worden ingevoerd om relevante gegevens met betrekking tot vaartuigen die houder zijn van overeenkomstig het RSOR afgegeven certificaten door te sturen naar de Europese scheepsrompendatabank (EHDB); als de wijziging wordt aangenomen, zal ze
rechtsgevolgen hebben voor de lidstaten die partij zijn bij het verdrag.

(12)Om het hoogste veiligheidsniveau in de binnenvaart te bevorderen, de technische ontwikkelingen in deze sector te volgen en de verenigbaarheid van de voorschriften voor schepen en rivierinformatiediensten in Europa te verzekeren, is het van belang dat de technische voorschriften voor schepen en rivierinformatiediensten zo geharmoniseerd mogelijk zijn in het kader van verschillende wettelijke regelingen in Europa.

(13)Het is dan ook noodzakelijk het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in het Cesni, de CCR en de plenaire vergadering van de CCR, met betrekking tot de wijziging van het RSOR.

(14)Het standpunt van de Unie moet worden uitgedrukt door de gezamenlijk in het belang van de Unie optredende lidstaten van de Unie die lid zijn van het Cesni en de CCR.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

1.Het namens de Unie in het Cesni in te nemen standpunt ten aanzien van de goedkeuring van ES-TRIN 2027/1 en ES-RIS 2027/1 houdt in dat wordt ingestemd met de goedkeuring ervan.

2.Het namens de Unie in de CCR in te nemen standpunt houdt in dat steun wordt verleend aan alle voorstellen die de CCR-reglementen afstemmen op ES-TRIN 2027/1 en ES-RIS 2027/1.

3.ES-TRIN 2027/1 en ES-RIS 2027/1 zijn van toepassing met ingang van 1 januari 2028.

4.Het namens de Unie in de CCR in te nemen standpunt houdt in dat de wijziging van het RSOR, waarbij het in overeenstemming wordt gebracht met de bepalingen van artikel 19 van Richtlijn (EU) 2016/1629, wordt gesteund.

Artikel 2

1.Het in artikel 1, leden 1 en 3, genoemde standpunt wordt uitgedrukt door de gezamenlijk in het belang van de Unie optredende lidstaten van de Unie die lid zijn van het Cesni.

2.De in artikel 1, leden 2 en 4, genoemde standpunten worden uitgedrukt door de gezamenlijk in het belang van de Unie optredende lidstaten van de Unie die lid zijn van de CCR.

Artikel 3

Kleine technische wijzigingen van de in artikel 1 vastgestelde standpunten kunnen worden overeengekomen zonder nader besluit van de Raad.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Besluit 2015-I-3, CC/R (15) 1, blz. 1.
(2)    Richtlijn (EU) 2016/1629 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 tot vaststelling van de technische voorschriften voor binnenschepen, tot wijziging van Richtlijn 2009/100/EG en tot intrekking van Richtlijn 2006/87/EG (PB L 252 van 16.9.2016, blz. 118, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2016/1629/oj ).
(3)    Richtlijn 2005/44/EG van het Europees Parlement en de Raad van 7 september 2005 betreffende geharmoniseerde River Information Services (RIS) op de binnenwateren in de Gemeenschap (PB L 255 van 30.9.2005, blz. 152, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2005/44/oj ).
(4)    PB L, 2025/2482, 12.12.2025, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2025/2482/oj .