Brussel, 10.9.2026

COM(2026) 455 final

2026/0259(COD)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van een vernieuwde actie van de Unie voor de Culturele Hoofdsteden van Europa voor de periode 2034 tot 2047, en tot intrekking van Besluit nr. 445/2014/EU

(Voor de EER relevante tekst)


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

•Motivering en doel van het voorstel

In 1985 is begonnen met de Culturele Hoofdsteden van Europa als intergouvernementeel initiatief. Dat werd in 1999 officieel omgevormd tot een actie van de Europese Unie om het initiatief doeltreffender te maken. Er werden nieuwe criteria en selectieprocedures vastgesteld, er werd een chronologische lijst van lidstaten opgesteld met de volgorde waarin zij een drager van de titel “Culturele Hoofdstad van Europa” mogen voordragen, en er werd een Europese jury van onafhankelijke deskundigen opgericht om de kandidaturen te beoordelen (Besluit 1419/1999/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 tot vaststelling van een communautaire actie voor het evenement “Culturele Hoofdstad van Europa” voor het tijdvak 2005 tot 2019 1 ).

De regels werden in 2006 voor het eerst aangepast om de doeltreffendheid van het initiatief verder te vergroten door concurrentie tussen de steden en de kwaliteit van de kandidaturen te stimuleren. Met deze nieuwe regels werden ook verschillende maatregelen ingevoerd om de steden bij hun voorbereiding te begeleiden, waaronder een toezichtsprocedure (Besluit nr. 1622/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 2006 tot vaststelling van een communautaire actie voor het evenement “Culturele Hoofdstad van Europa” voor de periode 2007 tot 2019 2 ). De huidige rechtsgrondslag (Besluit nr. 445/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad 3 ) is in 2014 vastgesteld.

Besluit nr. 445/2014/EU verloopt in 2033. De competitie om de titel wordt momenteel zes jaar van tevoren uitgeschreven om de steden voldoende tijd te geven zich voor te bereiden vóór de start van het jaar van de titel. Daarom moet de nieuwe rechtsgrondslag voor de voortzetting van de actie Culturele Hoofdsteden van Europa in 2027 worden vastgesteld om te zorgen voor een soepele overgang in 2034. Dit nieuwe rechtskader heeft tot doel de blijvende relevantie van het initiatief te waarborgen en tegelijkertijd rekening te houden met de noodzaak van vereenvoudigingsmaatregelen.

•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Het initiatief is in overeenstemming met de gezamenlijke politieke inzet voor de bescherming, bevordering en ondersteuning van cultuur in Europa, zoals uiteengezet in de gezamenlijke verklaring “Europa voor cultuur – Cultuur voor Europa” van het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, en met het cultuurkompas voor Europa 4 .

Het sluit aan bij Europese initiatieven zoals het Nieuw Europees Bauhaus 5 en is in overeenstemming met het Unesco-Verdrag van 2005 betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen, waarbij de Unie en haar lidstaten partij zijn, en de verklaring van Rome van maart 2017, waarin de lidstaten en de EU-instellingen een Unie voor zich zagen “waar de burgers nieuwe mogelijkheden voor culturele en sociale ontwikkeling en economische groei worden geboden [...]; een Unie die ons culturele erfgoed bewaart en culturele diversiteit bevordert”. Het sluit aan bij de strategische agenda 2024-2029 van de Raad, waarin wordt toegezegd de culturele diversiteit en het cultureel erfgoed van de EU te bevorderen 6 .

•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het initiatief is afgestemd op de overkoepelende beleidsprioriteiten van de Commissie voor 2024-2029, waaronder 1) mensen ondersteunen, onze samenlevingen versterken en ons sociaal model verbeteren; 2) onze democratie beschermen en onze waarden hooghouden; 3) duurzame welvaart en concurrentievermogen in Europa, en 4) Europa in de wereld.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

•Rechtsgrondslag

Het initiatief van de Culturele Hoofdsteden van Europa is gebaseerd op artikel 167 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Artikel 167, lid 1, geeft de EU het mandaat om “[bij te dragen] tot de ontplooiing van de culturen van de lidstaten onder eerbiediging van de nationale en regionale verscheidenheid van die culturen, maar tegelijk ook de nadruk leggend op het gemeenschappelijk cultureel erfgoed”. Overeenkomstig artikel 167, lid 2, heeft de Unie daarnaast de taak “de samenwerking tussen de lidstaten” aan te moedigen op het gebied van cultuur en “zo nodig hun activiteiten [...] te ondersteunen en aan te vullen”.

•    Subsidiariteit/Evenredigheid

Het voorstel is in overeenstemming met het subsidiariteits- en het evenredigheidsbeginsel. Het initiatief van de Culturele Hoofdsteden van Europa moet in de eerste plaats een op lokaal en nationaal niveau uitgevoerd initiatief blijven. Uit de evaluatie en de openbare raadpleging kwam echter naar voren dat de Unie een cruciale rol speelt bij de coördinatie tussen de lidstaten om de toepassing van gemeenschappelijke, duidelijke en transparante criteria te waarborgen, met name wat betreft de selectie- en monitoringsprocedures voor de Culturele Hoofdsteden van Europa. De Unie ondersteunt de geselecteerde steden ook bij hun voorbereiding door middel van de aanbevelingen van de jury van Europese deskundigen, de uitwisseling van beste praktijken tussen steden en een financiële bijdrage in de vorm van de Melina Mercouri-prijs.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

•Tussentijdse evaluatie van bestaande wetgeving

De werkzaamheden van de Commissie met betrekking tot het voorstel voor de Culturele Hoofdsteden van Europa na 2033 zijn op een brede waaier aan bijdragen gebaseerd.

Tussen 2024 en 2025 werd de eerste tussentijdse evaluatie van de actie Culturele Hoofdsteden van Europa voor de periode 2020 tot 2033 7 uitgevoerd. Die had betrekking op de steden die tussen 2013 en 2023 de titel Culturele Hoofdstad van Europa droegen en de steden die zich kandidaat stelden voor de periode 2020-2028, en bracht de bij de uitvoering van het initiatief behaalde successen en geleerde lessen in kaart.

Het is belangrijk op te merken dat, met betrekking tot alle belangrijke kwesties, het bewijsmateriaal en de gegevens die via de evaluaties zijn verzameld en de standpunten die tijdens het raadplegingsproces naar voren werden gebracht, grotendeels met elkaar overeenkwamen. Hierdoor kon de Commissie verschillende belangrijke lessen trekken voor de toekomst van de Culturele Hoofdsteden van Europa.

Men is het erover eens dat de Culturele Hoofdsteden van Europa als actie een onmiskenbaar succes zijn, en er is zeer veel steun voor de voortzetting ervan na 2033. Het is duidelijk dat het initiatief een van de meest ambitieuze op cultuurgebied in Europa is geworden, zowel qua strekking als qua omvang. Het is ook uitgegroeid tot een van de meest zichtbare en prestigieuze initiatieven van de Unie en waarschijnlijk een van de initiatieven die het meest worden gewaardeerd door Europese burgers.

De titel “Culturele Hoofdstad van Europa” kan steden veel voordelen opleveren wanneer er met zorg wordt gepland. Het blijft in de eerste plaats een cultureel evenement, maar er kunnen ook aanzienlijke sociale en economische voordelen uit voortkomen. Dat is met name het geval wanneer het evenement is ingebed in een op cultuur gebaseerde ontwikkelingsstrategie voor de lange termijn voor de stad en de omliggende regio. Daarbij is van belang dat, hoewel slechts één stad in elke lidstaat het evenement in een bepaald jaar kan organiseren, de competitie een belangrijk hefboomeffect heeft bij de ontwikkeling van nieuwe of doeltreffendere beleidsmaatregelen en strategieën, zelfs in steden die de titel niet krijgen.

De organisatie voor de Culturele Hoofdsteden van Europa vormt echter ook een uitdaging. Het op touw zetten van een programma van culturele activiteiten dat een heel jaar vult, vergt zware inspanningen, en sommige Culturele Hoofdsteden van Europa zijn er beter dan andere in geslaagd om munt te slaan uit de mogelijkheden die de titel biedt. De belangrijkste uitdaging voor de toekomst zal daarom zijn om voort te bouwen op de sterke punten van de huidige regeling en tegelijkertijd elke Culturele Hoofdstad te helpen het potentieel van de titel ten volle te benutten en de culturele, economische en sociale voordelen te optimaliseren.

Op basis van de resultaten van de evaluatie en de raadplegingen heeft de Commissie de belangrijkste problemen vastgesteld die aanpassing en modernisering van het initiatief vereisen, waarbij rekening is gehouden met de noodzaak van vereenvoudigingsmaatregelen.

Ten eerste wordt de Europese dimensie, die nochtans een van de belangrijkste componenten van het initiatief en de huidige selectiecriteria is, vaak verkeerd begrepen en dus gemist door kandidaat-steden.

Ten tweede hebben sommige steden, hoewel de beoordeling van de kandidaturen een criterium “bijdrage aan de langetermijnstrategie” inhoudt, die langetermijneffecten niet zozeer ervaren als verwacht. Een sterkere nadruk op een dergelijk criterium kan zowel de steden als de relevantie van de actie ten goede komen.

Ten derde bestaat er, aangezien er momenteel geen institutioneel netwerk is met betrekking tot de Culturele Hoofdsteden van Europa, een risico op verlies van de kennis die kan worden overgedragen tussen vroegere, huidige en toekomstige kandidaat-steden en Culturele Hoofdsteden.

Ten vierde communiceert de Europese Commissie momenteel via haar standaardkanalen, waaronder persberichten, websiteartikelen en berichten op sociale media, over de officiële aanwijzing van de Culturele Hoofdstad van Europa. Er zijn momenteel echter geen gezamenlijke communicatiecampagnes op EU-niveau om de steden die de titel dragen, te promoten. Gecoördineerde inspanningen van de EU-instellingen, de lidstaten en de steden die de titel dragen zouden de zichtbaarheid en impact van de actie en de bekendheid ervan bij het publiek ten goede komen.

Ten vijfde hebben de steden zelf nog geen meetmechanismen ingevoerd en zijn er dus geen primaire gegevens over de impact van de titel verzameld. Dit maakt een vergelijking tussen de verschillende Culturele Hoofdsteden van Europa en de uitwisseling van ervaringen moeilijker.

Ten zesde is een terugkerend probleem het effect van nationaal en lokaal beleid op de begrotingen, die tussen de kandidaatstelling en de eindfase zo stabiel mogelijk moeten zijn. De politiek heeft ook gevolgen gehad voor andere aspecten van de organisatie van het evenement. Politieke steun is van fundamenteel belang, aangezien de meeste middelen openbaar zijn en een stad zonder die steun geen geloofwaardige kandidatuur kan indienen. Tegelijkertijd moet de artistieke onafhankelijkheid van het uitvoeringsteam gewaarborgd zijn om de geloofwaardigheid van het evenement te beschermen.

Tot slot hebben verschillende lidstaten al vele malen de organisatie op zich genomen en sommige daarvan hebben slechts een beperkt aantal reële kandidaten voor een grootschalig evenement zoals de Culturele Hoofdsteden van Europa. De titel kan grote negatieve effecten met zich meebrengen voor een stad met beperkte middelen, en het selecteren van zwakkere Culturele Hoofdsteden van Europa zou het prestige en de merkwaarde van het project voor de lange termijn kunnen schaden.

Daarom werd besloten de actie voort te zetten met een nieuwe rechtsgrondslag die een oplossing moet bieden voor de problemen die zich bij de uitvoering van het huidige besluit hebben voorgedaan. Een nieuwe chronologische lijst van lidstaten is te vinden in de bijlage.

•Raadpleging van belanghebbenden

In het kader van de eerste tussentijdse evaluatie van de actie Culturele Hoofdsteden van Europa 2020-2033 is in de zomer van 2024 een openbare raadpleging gehouden 8 , waarbij verschillende vragen over de rechtsgrondslag na 2033 waren inbegrepen.

Van 3 december 2025 tot en met 16 januari 2026 stond een verzoek om input over de actie Culturele Hoofdsteden van Europa open teneinde input van een breed scala aan belanghebbenden te verzamelen over de herziening van de rechtsgrondslag van de actie. Het was met name gericht op (voormalige, huidige en toekomstige) beheerders van Culturele Hoofdsteden van Europa; de beheersautoriteiten van de Culturele Hoofdsteden van Europa in de lidstaten (d.w.z. het respectieve ministerie van Cultuur); academische deskundigen in het domein van de culturele ontwikkeling van steden en de deskundigenjury van de Culturele Hoofdsteden van Europa; het grote publiek; culturele netwerken, niet-gouvernementele organisaties en maatschappelijke organisaties. Binnen de gestelde termijn zijn er 26 antwoorden ontvangen. Daarmee is rekening gehouden bij de daaropvolgende brainstorming over de aanpassing naar dit nieuwe rechtskader.

•Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Er werd ook input voor de reflectie over de toekomst van de Culturele Hoofdsteden van Europa geleverd middels eigen initiatiefverslagen en studies afkomstig van belanghebbenden, waaronder Culture Next 9 (gefinancierd in het kader van de regeling voor Europese netwerken van culturele organisaties van Creatief Europa tussen 2022 en 2028) en Eurocities 10 .

Daarnaast werd op de veertigste verjaardag van het initiatief Culturele Hoofdsteden van Europa in april/mei 2024 uitvoerig gesproken over de toekomst van de actie, wat heeft geleid tot de publicatie van het witboek “40 recommendations from 40 years of ECoC” 11 door Chemnitz 2025 en Nova Gorica 2025.

•Effectbeoordeling

Om onderstaande redenen werd geen effectbeoordeling uitgevoerd:

1) de omvang van de impact van de Culturele Hoofdsteden van Europa is beperkt;

2) het initiatief is geen programma van het meerjarig financieel kader (MFK), aangezien de kosten ervan zijn geïntegreerd in het programma Creatief Europa (of de opvolgers daarvan). Het heeft beperkte gevolgen voor de EU-begroting, aangezien momenteel slechts 1,5 miljoen EUR wordt toegewezen aan elke Culturele Hoofdstad van Europa, met daarbovenop de kosten voor de deskundigenjury’s. Aan de rechtsgrondslag van de Culturele Hoofdsteden van Europa zijn geen financiële middelen verbonden; die zijn inbegrepen in de rechtsgrondslag van Creatief Europa;

3) voor het vorige rechtskader werd geen effectbeoordeling uitgevoerd.

•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Door de nieuwe rechtsgrondslag voor de Culturele Hoofdsteden van Europa kunnen de vereenvoudigingsinspanningen verder worden opgevoerd en kan een toegankelijkere, gebruiksvriendelijkere en meer op de burger gerichte actie worden uitgevoerd. Het nieuwe kader voor Culturele Hoofdsteden van Europa effent de weg voor:

–verdere gerichte steun voor kandidaat-steden en aangewezen steden;

–meer gecentraliseerde communicatieactiviteiten om burgers beter op de hoogte te brengen van het initiatief;

–transparantere richtsnoeren voor de beoordeling van de kandidaturen van steden (met name wat betreft de “Europese dimensie”);

–herziening en verduidelijking van de concepten en de taal van de selectievragenlijst;

–betere samenwerking en kennisuitwisseling tussen steden, met name in de vorm van de mogelijkheid van kandidaturen van (grensoverschrijdende) groepen steden, waarbij één stad de kandidatuur zou coördineren en leiden.

•Grondrechten

Het voorstel is volledig in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie 12 en alle relevante beleids- en wetgevingskaders van de EU inzake gelijkheid en non-discriminatie.

Van steden wordt verwacht dat zij de verbintenissen nakomen die zij tijdens de kandidaatstelling zijn aangegaan en ervoor zorgen dat het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie steeds wordt nageleefd.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Wat dit besluit met een vernieuwde tekst van Besluit nr. 445/2014/EU betreft, heeft dit nieuwe voorstel van de Commissie geen rechtstreekse, onmiddellijke gevolgen voor de begroting.

De periode waarop het voorstel betrekking heeft, valt binnen verschillende meerjarige financiële kaders.

Voor de jaren na 2033 zullen de juridische en financiële aspecten van de actie Culturele Hoofdsteden van Europa rechtstreeks gekoppeld zijn aan de bepalingen die in de toekomstige meerjarige financiële kaders worden opgenomen. Op deze basis zullen zij ook worden behandeld in het kader van de respectieve programma’s van de Unie ter ondersteuning van cultuur, het nieuwe AgoraEU-programma en de opvolgers daarvan.

Zie het financieel en digitaal memorandum voor nadere bijzonderheden.

2026/0259 (COD)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van een vernieuwde actie van de Unie voor de Culturele Hoofdsteden van Europa voor de periode 2034 tot 2047, en tot intrekking van Besluit nr. 445/2014/EU

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 167, lid 5,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 13 ,

Gezien het advies van het Europees Comité van de Regio’s 14 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) is gericht op de totstandbrenging van een steeds hechter verbond tussen de Europese volkeren, en deelt de Unie onder meer de taak toe bij te dragen tot de ontplooiing van de culturen van de lidstaten, onder eerbiediging van de nationale en regionale verscheidenheid van die culturen, maar tegelijk ook de nadruk leggend op het gemeenschappelijk cultureel erfgoed. Derhalve wordt het optreden van de lidstaten ter verbetering van de kennis en de verspreiding van de cultuur en de geschiedenis van de Europese volkeren indien nodig door de Unie ondersteund en aangevuld.

(2)In de mededeling van de Commissie “Een cultuurkompas voor Europa” 15 (hierna “het cultuurkompas” genoemd) wordt de strategische visie van de Unie voor cultuurbeleid uiteengezet, dat ten doel heeft de toegang tot en de deelname aan cultuur, de culturele en taalkundige verscheidenheid en de cohesie en interculturele dialoog te bevorderen en tegelijkertijd de rol van cultuur op het gebied van creativiteit, innovatie, concurrentievermogen en internationale betrekkingen versterkt.

(3)Met de gezamenlijke verklaring “Europa voor cultuur – Cultuur voor Europa” 16 wordt de visie van het cultuurkompas omgezet in een gezamenlijke politieke verbintenis van de Europese Commissie, het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie, waarmee een strategisch kader wordt geboden dat cultuur centraal stelt in de identiteit van Europa en het belang ervan voor individuen, gemeenschappen en de Europese Unie benadrukt.

(4)Het Unesco-verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen 17 , dat op 18 maart 2007 in werking is getreden en waarbij de Unie partij is, is erop gericht de verscheidenheid van culturele uitingen te beschermen en te stimuleren, interculturaliteit te bevorderen en het besef van de waarde van culturele diversiteit op regionaal, nationaal en internationaal niveau te vergroten.

(5)Bij Besluit nr. 445/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 18 is een actie van de Unie voor de Culturele Hoofdsteden van Europa voor de periode 2020 tot 2033 vastgesteld. Dit besluit moet worden ingetrokken. De bepalingen ervan moeten echter van toepassing blijven voor alle steden die reeds zijn aangewezen, of momenteel worden aangewezen voor de jaren tot 2033.

(6)In het cultuurkompas wordt de revitaliserende rol van cultuur, in de jaren na 2033, in stedelijke contexten erkend, evenals de bijdrage van de Culturele Hoofdsteden van Europa aan op cultuur gebaseerde, inclusieve, stedelijke en regionale transformatie en regeneratie van steden en regio’s in heel Europa. Cultuur fungeert als motor voor sociale cohesie, economische groei, innovatie, territoriale aantrekkelijkheid en duurzame ontwikkeling.

(7)Actie op het niveau van de Unie op het gebied van cultuur moet voortbouwen op bestaande initiatieven zoals de EU-werkplannen voor cultuur van de Raad, de gezamenlijke mededeling “Naar een EU-strategie voor internationale culturele betrekkingen” 19 , het Europees actiekader voor cultureel erfgoed 20 en de verklaring van Rome van maart 2017 21 , en nauw aansluiten bij de doelstellingen van het cultuurkompas voor Europa en de gezamenlijke verklaring “Europa voor cultuur – Cultuur voor Europa”.

(8)De actie Culturele Hoofdsteden van Europa moet zijn afgestemd op relevante Europese initiatieven zoals het Nieuw Europees Bauhaus 22 , het Europees erfgoedlabel, de EU-agenda voor steden 23 , het Europees schild voor de democratie 24 en de strategie voor intergenerationele rechtvaardigheid 25 . In de aanbeveling van de Raad aan de lidstaten over het Nieuw Europees Bauhaus, die op 11 mei 2026 is aangenomen, worden de Raad en het Europees Parlement opgeroepen de actie Culturele Hoofdsteden van Europa te versterken zodat er synergie ontstaat met de waarden en beginselen van het Nieuw Europees Bauhaus, dat de duurzame, inclusieve en kwaliteitgerichte ontwikkeling, transformatie en rehabilitatie van buurten in steden in heel Europa ondersteunt.

(9)Uit de eerste tussentijdse evaluatie 26 en de openbare raadpleging in de zomer van 2024 27 bleek dat de actie Culturele Hoofdsteden van Europa een ambitieus cultureel initiatief in Europa is dat door de burgers zeer wordt gewaardeerd. Al veertig jaar is het initiatief een succesvolle vlaggenschipactie die de culturele en creatieve sectoren stimuleert, het internationale profiel van gaststeden versterkt en plattelands- en stedelijke ontwikkeling ondersteunt door middel van cultuur. Het is een kosteneffectieve actie die publieke en private financiering aantrekt en fungeert als katalysator voor sociale en economische ontwikkeling, met name wanneer zij in lokale en regionale langetermijnstrategieën wordt ingebed. In dit verband moet het initiatief Culturele Hoofdsteden van Europa worden voortgezet en geactualiseerd om rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen. Daarom moet een vernieuwde actie worden vastgesteld voor de periode na 2033.

(10)De titel Culturele Hoofdstad van Europa (“de titel”) brengt niet alleen de culturele diversiteit en het gedeelde erfgoed van Europa onder de aandacht, maar helpt steden het culturele leven te verrijken, hun culturele en creatieve sectoren te versterken, de toegang tot en de zichtbaarheid van culturele troeven te verbeteren, de stedelijke ontwikkeling voor de lange termijn te ondersteunen en een gedeeld gevoel van verbondenheid en interculturele dialoog te bevorderen.

(11)De doelstelling van de bij dit besluit vastgestelde actie moet volledig in overeenstemming zijn met de doelstellingen van de verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma AgoraEU 28 en de specifieke doelstellingen van het onderdeel “Creatief Europa – Cultuur” van het programma 29 .

(12)Om de doelstellingen van de actie te verwezenlijken, moeten steden die de titel dragen het innovatie- en digitale potentieel van de culturele sectoren versterken, de aansluiting van cultuur op andere relevante sectoren zoals onderwijs, onderzoek, milieu, stedelijke ontwikkeling, sport en duurzaam cultureel toerisme bevorderen in overeenstemming met de Europese strategie voor duurzaam toerisme, en de titel Culturele Hoofdstad van Europa gebruiken als katalysator voor duurzame lokale ontwikkeling, gezonde en groene stedelijke omgevingen 30 , en het internationale profiel van steden versterken door middel van cultuur. Zij moeten daarnaast sociale inclusie en gelijke kansen bevorderen, de toegang tot en deelname aan cultuur verbeteren en zorgen voor een zo breed mogelijke betrokkenheid van mensen bij de voorbereiding en uitvoering van het culturele programma, met name kinderen, jongeren, mensen met een handicap en mensen die met armoede of sociale uitsluiting worden bedreigd, met aandacht voor de artistieke vrijheid, de diversiteit van cultuuruitingen en de verbetering van de arbeidsomstandigheden van kunstenaars en culturele en creatieve professionals.

(13)De actie Culturele Hoofdsteden van Europa vereist aanzienlijke inspanningen van kandidaat-steden en Culturele Hoofdsteden, met inbegrip van de voorbereiding en uitvoering van een cultureel programma op hoog niveau van een jaar lang en langetermijnplanning die gericht is op het realiseren van een blijvend resultaat. Steden hebben daarom passende ondersteuning, instrumenten, begeleiding en advies nodig. De Commissie moet relevante activiteiten coördineren om de blijvende impact van de actie te helpen maximaliseren.

(14)De competities om de titel moeten elk jaar in twee verschillende lidstaten plaatsvinden volgens de chronologische opeenvolging van de bijlage (“de kalender”), zodat de Culturele Hoofdsteden van Europa eerlijk over alle lidstaten worden verdeeld. In de desbetreffende jaren moet de competitie ook openstaan voor steden uit EVA/EER-landen, uit kandidaat-lidstaten of uit potentiële kandidaat-lidstaten van de EU en derde landen die geassocieerd zijn met het onderdeel “Creatief Europa – Cultuur” van het AgoraEU-programma of met de daaropvolgende programma’s van de Unie ter ondersteuning van cultuur, op voorwaarde dat elk in aanmerking komend land de titel slechts eenmaal in de periode 2034-2047 kan behalen. Dit is een manier om hen nader tot de Unie te brengen door de aandacht te vestigen op de gemeenschappelijke aspecten van de Europese culturen, zoals bevestigd door eerdere ervaringen. In geval van overmacht of uitbreiding van de Unie moet de Commissie de bijlage kunnen wijzigen.

(15)Om efficiënt en tijdig te kunnen reageren in geval van overmacht of uitbreiding van de Unie, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlage overeenkomstig artikel 290 VWEU. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot alle nodige raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven 31 . Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(16)De titel moet zijn voorbehouden aan steden of grensoverschrijdende groepen steden, ongeacht hun omvang. Om een breder publiek te bereiken en de impact van de titel te vergroten, kunnen steden de omliggende omgeving erbij betrekken.

(17)De titel moet worden toegekend op basis van een cultureel programma met een sterke Europese dimensie. Dit culturele programma moet specifiek voor het jaar van de titel worden samengesteld en deel uitmaken van een langetermijnstrategie.

(18)Het selectieproces moet worden georganiseerd in twee fasen (voorselectie en selectie) en worden uitgevoerd door een jury van onafhankelijke deskundigen. Dankzij deze eerlijke en transparante organisatie hebben steden tussen de voorselectiefase en de selectiefase hun kandidatuur kunnen verbeteren op basis van het deskundig advies van de jury. Om de continuïteit van de actie Culturele Hoofdsteden van Europa en de overdracht van ervaring en kennis te waarborgen, moet de vervanging van deskundigen bovendien gespreid plaatsvinden.

(19)De deelname van nationale benoemde deskundigen moet gewaarborgd blijven door de lidstaten toe te staan om tot twee deskundigen te benoemen in de jury die de selectie- en monitoringsprocedures uitvoert.

(20)De selectiecriteria moeten kandidaat-steden helpen bij het bepalen van de doelstellingen en vereisten waaraan zij moeten voldoen om de titel te krijgen. Hoewel meer nadruk moet worden gelegd op duurzaamheid, langetermijnplanning en digitale toegankelijkheid, moet de Europese dimensie een overkoepelend criterium worden, zoals aanbevolen in de eerste tussentijdse evaluatie van de actie Culturele Hoofdsteden van Europa voor de periode 2020 tot 2033.

(21)De kandidaat-steden moeten de mogelijkheid onderzoeken om, indien van toepassing, financiële steun te vragen uit andere relevante programma’s en fondsen van de Unie, met name het AgoraEU-programma en het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid, via de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap, en daaropvolgende programma’s.

(22)De voorbereidingsfase tussen de aanwijzing van een stad en het jaar van de titel is cruciaal voor het succes van een Culturele Hoofdstad van Europa. Uit evaluaties en raadplegingen van belanghebbenden kwam naar voren dat de steunmaatregelen uit hoofde van eerdere rechtskaders zeer waardevol waren en verder moeten worden ontwikkeld, waarbij moet worden gezorgd voor coördinatie tussen vroegere, huidige en toekomstige Culturele Hoofdsteden en kandidaat-steden, met de Europese Commissie, ter ondersteuning van een netwerk van steden die hun ervaringen en kennis kunnen uitwisselen.

(23)De titel Culturele Hoofdstad van Europa en de Melina Mercouri-prijs, die in twee betalingen moet worden uitbetaald, hebben een sterke symbolische waarde. Van dragers van de titel wordt verwacht dat zij de verbintenissen nakomen die zij tijdens de kandidaatstelling zijn aangegaan, en ervoor zorgen dat het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie 32 steeds wordt nageleefd. Daarom moeten aan de toekenning van de titel en de prijs strenge en duidelijke voorwaarden verbonden zijn en moet er ook een kader worden ingevoerd voor de ontneming ervan, indien nodig, wanneer een drager van de titel niet langer aan de criteria of aan het bij zijn aanvraag ingediende project en werkplan voldoet.

(24)De steden die de titel dragen, moeten er vanaf het moment van hun aanwijzing tot het einde van het jaar van de titel voor zorgen dat op alle evenementen, activiteiten en communicatiemateriaal het EU-logo duidelijk zichtbaar is, samen met het gemeenschappelijke logo van de Culturele Hoofdstad van Europa en, indien van toepassing, de EU-vlag. Zij moeten altijd erkennen dat de actie Culturele Hoofdsteden van Europa een door de Europese Unie gefinancierde actie is, met duidelijke betrokkenheid van de Europese Commissie.

(25)De steden zelf moeten de belangrijkste spelers in het evaluatieproces blijven, om ervoor te zorgen dat relevante primaire gegevens op lokaal niveau worden verzameld, met name met betrekking tot de impact van de titel.

(26)Aangezien de doelstellingen van dit besluit, namelijk de diversiteit van de culturen in Europa te beschermen en te bevorderen, de gemeenschappelijke kenmerken van de Europese culturen voor het voetlicht te brengen en de bijdrage van cultuur aan de langetermijnontwikkeling van steden te bevorderen, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, vooral vanwege de noodzaak van gemeenschappelijke, duidelijke en transparante criteria en procedures voor de selectie en de monitoring, en van betere coördinatie tussen de lidstaten, en derhalve wegens de omvang en de verwachte gevolgen van de actie beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat dit besluit niet verder dan wat nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Vernieuwing van de actie

De actie van de Unie met de titel “Culturele Hoofdsteden van Europa” (hierna “de actie” genoemd) wordt in vernieuwde vorm vastgesteld voor de periode 2034 tot 2047.

Artikel 2

Doelstellingen

1. De algemene doelstellingen van de actie zijn:

a) de diversiteit van culturen in Europa te beschermen en te bevorderen en hun gemeenschappelijke kenmerken voor het voetlicht te brengen, alsook een Europees gevoel van verbondenheid met een gemeenschappelijke culturele ruimte te versterken en de waarden waarop de Unie is gegrondvest uit te dragen;

b) de bijdrage van cultuur aan de duurzame en inclusieve ontwikkeling van steden te stimuleren, overeenkomstig hun respectieve strategieën en prioriteiten, en tegelijkertijd het culturele leven in die steden te verrijken, hun culturele en creatieve ecosystemen te versterken en de zichtbaarheid, toegankelijkheid en diversiteit van hun culturele rijkdommen, cultureel erfgoed en cultuuruitingen te bevorderen.

2. De specifieke doelstellingen van de actie zijn:

a) de breedte, de diversiteit en de Europese dimensie van het culturele aanbod in steden te vergroten, onder meer door middel van transnationale samenwerking, en tegelijkertijd het internationale profiel van de steden te versterken;

b) de toegang tot en deelname aan cultuur, de kunsten en cultureel erfgoed voor iedereen verbeteren, met name voor jongeren, en de sociale cohesie, intergenerationele rechtvaardigheid, gelijkheid en diversiteit te vergroten door middel van culturele betrokkenheid;

c) het innovatie- en digitale potentieel van de lokale culturele sector en de samenwerking ervan met andere sectoren te versterken.

Artikel 3

Toegang tot de actie

1.    Steden of (grensoverschrijdende) groepen steden (hierna allebei “stad/steden” genoemd), eventueel met hun omliggende gebieden, kunnen meedingen naar de titel.

2.    Voor elk jaar (“jaar van de titel”) mogen niet meer dan drie titels worden toegekend.

De titel wordt elk jaar toegekend aan maximaal één stad in elk van de twee lidstaten die voorkomen op de kalender in de bijlage (“de kalender”). In de desbetreffende jaren wordt de titel ook toegekend aan één stad van een land van de Europese Vrijhandelsassociatie dat partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (“EVA/EER-land”), een kandidaat-lidstaat of een potentiële kandidaat-lidstaat van de EU, of een derde land dat geassocieerd is met het onderdeel “Creatief Europa – Cultuur” van het AgoraEU-programma of met de daaropvolgende programma’s van de Unie ter ondersteuning van cultuur, of aan één stad uit een land dat tot de Unie toetreedt in de in lid 5 geschetste omstandigheden. In geval van overmacht of uitbreiding van de Unie kan de bijlage door de Commissie door middel van een gedelegeerde handeling worden gewijzigd.

3.    Steden uit de lidstaten hebben het recht om één jaar de titel te dragen, overeenkomstig de volgorde van de lidstaten op de kalender. In gevallen van overmacht die gevolgen hebben voor een aangewezen stad en de start van de activiteiten van het jaar van de titel vertragen, mag de betrokken stad het jaar uitstellen na een schriftelijk verzoek van het getroffen land aan de Commissie, die de bijlage door middel van een gedelegeerde handeling wijzigt.

4.    Steden uit EVA/EER-landen, uit kandidaat-lidstaten of uit potentiële kandidaat-lidstaten van de EU, of uit derde landen die op het moment van publicatie van de in artikel 10, lid 2, bedoelde oproep tot het indienen van kandidaturen geassocieerd zijn met het onderdeel “Creatief Europa – Cultuur” van het AgoraEU-programma of met de daaropvolgende programma’s van de Unie ter ondersteuning van cultuur, kunnen zich kandidaat stellen voor de titel voor één jaar in het kader van een open competitie die overeenkomstig de kalender wordt georganiseerd.

Elk EVA/EER-land, elke kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat van de EU of elk derde land dat geassocieerd is met het onderdeel “Creatief Europa – Cultuur” van het AgoraEU-programma of met de daaropvolgende programma’s van de Unie ter ondersteuning van cultuur, mag in de periode van 2034 tot en met 2047 slechts eenmaal de titel krijgen.

5.    Landen die na [One day after publication in the OJ], maar vóór 1 januari 2041 tot de Unie toetreden, kunnen zeven jaar na de toetreding in aanmerking komen voor de titel volgens de regels en procedures die voor de lidstaten gelden, afhankelijk van het aantal landen dat tegelijkertijd tot de Unie toetreedt. De kalender wordt dienovereenkomstig aangepast door middel van een gedelegeerde handeling van de Commissie. Landen die op of na 1 januari 2041 tot de Unie toetreden, kunnen niet als lidstaat aan de actie deelnemen.

In jaren waarin er volgens de kalender al drie steden zijn die de titel dragen, kunnen de steden uit landen als bedoeld in de eerste alinea de titel evenwel pas dragen in het volgende beschikbare jaar op de kalender, in de volgorde van toetreding van deze landen.

Indien een stad uit een land als bedoeld in de eerste alinea eerder aan een competitie voor kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten heeft deelgenomen, kan zij niet aan een volgende competitie voor lidstaten deelnemen. Indien een stad uit een dergelijk land overeenkomstig lid 4 in de periode van 2034 tot 2047 de titel heeft gekregen, kan dat land na zijn toetreding gedurende die periode geen competitie als lidstaat organiseren.

Indien meerdere landen op dezelfde datum tot de Unie toetreden, en indien er tussen deze landen geen overeenstemming is over de volgorde van deelname aan de actie, organiseert de Raad een loting.

6.    De Commissie stelt overeenkomstig artikel 18 gedelegeerde handelingen vast om de bijlage te wijzigen.

Artikel 4

Kandidaturen

1.    De Commissie stelt op basis van de in artikel 5 genoemde criteria een gemeenschappelijk kandidaatstellingsformulier beschikbaar waarvan alle kandidaat-steden gebruik moeten maken.

Indien een kandidaat-stad ook het omliggende gebied bij de actie betrekt, wordt de kandidatuur onder de naam van de stad ingediend. Indien een kandidatuur een groep steden betreft, wordt die onder de naam van de leidende stad in de desbetreffende lidstaat ingediend.

2.    Elke kandidatuur is gebaseerd op een cultureel programma met een sterke Europese dimensie, gaat uit van de artistieke vrijheid en de verscheidenheid aan culturele uitingen en draagt bij tot de verbetering van de arbeidsvoorwaarden voor kunstenaars en culturele en creatieve professionals.

Het culturele programma loopt gedurende het jaar van de titel en wordt speciaal daarvoor opgezet, in overeenstemming met de criteria van artikel 5.

Artikel 5

Criteria

De kandidaturen worden beoordeeld op basis van de volgende criteria, en alle criteria moeten een sterke Europese dimensie hebben. De Commissie verstrekt richtsnoeren over de definitie en de interpretatie van die criteria, met name van de Europese dimensie, en houdt daarbij rekening met synergieën met relevante initiatieven zoals het Nieuw Europees Bauhaus. De criteria voor de beoordeling van de kandidaturen zijn de volgende:

a) langetermijnstrategie en blijvend resultaat;

b) culturele en artistieke inhoud;

c) bereik, communicatie en burgerparticipatie;

d) beheer en leveringscapaciteit.

1. Wat de categorie “langetermijnstrategie en blijvend resultaat” betreft, wordt met de volgende factoren rekening gehouden:

a) het bestaan van een culturele strategie die, op het moment van kandidaatstelling, de actie omvat alsmede plannen voor blijvend resultaat na afloop van het jaar van de titel;

b) de plannen voor versterking van de capaciteit van de culturele en de creatieve sectoren, waaronder de ontwikkeling van langetermijnsamenwerking tussen de culturele, de sociaal-economische en de sociale sector, met bijzondere nadruk op de arbeidsomstandigheden voor kunstenaars;

c) de beoogde culturele, sociale en economische langetermijneffecten van de titel, onder meer in termen van duurzame, stedelijke en, indien van toepassing, plattelandsontwikkeling;

d) de plannen voor de monitoring en de evaluatie van de impact van de titel en voor verspreiding van de resultaten van de evaluatie op Europees niveau.

2. Wat de categorie “culturele en artistieke inhoud” betreft, worden de volgende factoren beoordeeld:

a) een duidelijke en coherente artistieke visie en strategie voor het culturele programma: bevordering van de Europese culturele en taalkundige verscheidenheid en de artistieke vrijheid;

b) het betrekken van plaatselijke en Europese kunstenaars, culturele organisaties en inwoners, met inbegrip van jongeren, bij het ontwerp en de uitvoering van het culturele programma;

c) de samenwerking met steden uit verschillende Europese landen en met steden die in hetzelfde jaar de titel dragen;

d) de breedte en de algehele artistieke kwaliteit van activiteiten waarmee de gemeenschappelijke aspecten van de Europese culturen, het Europese erfgoed en de Europese geschiedenis alsmede de Europese integratie en actuele Europese thema’s voor het voetlicht worden gebracht;

e) het vermogen om cultureel erfgoed en traditionele kunstvormen met nieuwe, innovatieve en experimentele digitale cultuuruitingen te combineren, waardoor nieuwe vormen van fysieke en digitale interactie worden gestimuleerd.

3. Wat de categorie “bereik, communicatie en burgerparticipatie” betreft, worden de volgende factoren beoordeeld:

a) het zinvol betrekken van diverse lokale gemeenschappen en het lokale maatschappelijk middenveld bij de voorbereiding van de kandidatuur en de uitvoering van de actie;

b) het scheppen van nieuwe en inclusieve mogelijkheden, waaronder digitaal, voor uiteenlopende groepen burgers, met inbegrip van inwoners uit perifere gebieden en bezoekers, om culturele activiteiten bij te wonen, toegang ertoe te krijgen of eraan deel te nemen, in het bijzonder voor kinderen en jongeren, met bijzondere aandacht voor de toegankelijkheid van die activiteiten voor personen met een handicap en ouderen;

c) de algemene strategie voor het bereiken van nieuw publiek, met aandacht voor de samenhang met het onderwijs en de deelname van scholen en instellingen voor hoger onderwijs;

d) een alomvattende marketing- en communicatiestrategie die de belangstelling trekt van een breed lokaal, Europees en internationaal publiek en benadrukt dat de actie een actie van de Unie is met gebruik van het gemeenschappelijke logo en de gemeenschappelijke slogan van de Culturele Hoofdstad van Europa.

4. Wat de categorie “beheer en leveringscapaciteit” betreft, worden de volgende factoren beoordeeld:

a) de haalbaarheid van de fondsenwervingsstrategie en de voorgestelde begroting die, indien van toepassing, plannen omvat voor het aanvragen van financiële steun uit hoofde van programma’s en fondsen van de Unie, en betrekking heeft op de voorbereidingsfase, het jaar van de titel zelf, de evaluatie en activiteiten met langetermijneffecten, alsmede plannen voor noodsituaties;

b) de geplande bestuurs- en uitvoeringsstructuur, met personeel met passende de benodigde vaardigheden voor de duurzame uitvoering van de actie, die efficiënte samenwerking tussen de lokale overheid en de uitvoeringsstructuur, met inbegrip van het artistiek team, mogelijk moet maken;

c) de procedures voor de benoeming van de algemeen directeur en de artistiek directeur, en hun werkgebieden;

d) brede steun voor de kandidatuur en duurzame financiële steun van de lokale, regionale en nationale autoriteiten;

e) de vraag of de kandidaat-stad de beschikking heeft of krijgt over een adequate en levensvatbare infrastructuur om als drager van de titel te kunnen functioneren.

Artikel 6

Deskundigenjury

1.    Er wordt een jury van onafhankelijke deskundigen (“de jury”) ingesteld, die belast is met de selectie- en monitoringsprocedures.

2.    De jury bestaat uit twaalf deskundigen, benoemd door de instellingen en organen van de Unie in overeenstemming met lid 3 (“de Europese deskundigen”).

3.    De Commissie stelt een groep van potentiële Europese deskundigen voor op basis van een openbare oproep tot het indienen van blijken van belangstelling.

Het Europees Parlement, de Raad en de Commissie benoemen elk drie deskundigen, overeenkomstig hun respectieve procedures, en wijzen elk drie andere deskundigen als reserve aan.

Het Europees Comité van de Regio’s en het Europees Economisch en Sociaal Comité benoemen elk één deskundige, overeenkomstig hun respectieve procedures, en wijzen elk één deskundige als reserve aan.

Daarnaast selecteert de Commissie één deskundige uit het Youth Cultural Ambassador Network 33 en wijst zij één deskundige als reserve aan, overeenkomstig haar procedure.

Bij het selecteren van Europese deskundigen draagt elke van deze instellingen en organen van de Unie er zorg voor dat de complementariteit van vaardigheden, een evenwichtige geografische spreiding, het genderevenwicht en een verscheidenheid aan achtergronden gewaarborgd zijn, om de zorgen van verschillende Europese samenlevingen tot uitdrukking te brengen in de algehele samenstelling van de jury.

4.    Voor de selectie en de monitoring van een stad uit een lidstaat mag de betrokken lidstaat naast de Europese deskundigen één of twee deskundigen in de jury benoemen, in overeenstemming met zijn eigen procedures en in overleg met de Commissie. De betrokken lidstaat is verantwoordelijk voor het contracteren van deze twee deskundigen. Dit geldt niet voor competities voor derde landen.

5.    Alle deskundigen in de jury:

a) zijn burgers en ingezetenen van de Unie;

b) zijn onafhankelijk;

c) beschikken over aanzienlijke ervaring en deskundigheid:

i) in ten minste één culturele of creatieve sector;

ii) op het gebied van de culturele ontwikkeling van steden, of

iii) op het gebied van de organisatie van het evenement de Culturele Hoofdstad van

Europa, dan wel een internationaal cultureel evenement van vergelijkbare strekking en

omvang, of

iv) in de bevordering en het beheer van cultureel toerisme;

d) zijn tevens in staat verscheidene werkdagen per jaar aan de werkzaamheden van de jury te wijden, waaronder reizen (ongeveer 30 tot 40 dagen).

6.    De leden van de jury hebben recht op een vergoeding voor hun diensten en op de terugbetaling van alle onkosten die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van hun taken in het kader van dit mandaat.

Deze vergoeding en onkostenvergoeding moeten gedurende de volledige duur van hun benoeming worden uitbetaald.

Alle leden van de jury ontvangen dezelfde vergoeding, ongeacht de instelling die ze heeft benoemd.

7.    De jury kiest een voorzitter.

8.    De Europese deskundigen worden benoemd voor een periode van drie jaar.

Bij de eerste benoeming van de jury uit hoofde van dit besluit geldt evenwel dat het Europees Parlement zijn deskundigen voor drie jaar, de Commissie haar deskundigen voor twee jaar en de Raad, het Europees Comité van de Regio’s en het Europees Economisch en Sociaal Comité hun deskundigen voor één jaar benoemen, zodat bij de regelmatige roulatie de deskundigheid van de jury behouden blijft.

9.    Indien een deskundige vóór het einde van zijn of haar mandaat aftreedt of niet meer in staat is zijn of haar taken uit te voeren, of indien de Europese Commissie zijn of haar contract beëindigt, wordt die deskundige voor de resterende duur van het mandaat door een reservedeskundige vervangen.

10.    Alle deskundigen melden belangenconflicten of potentiële belangenconflicten ten aanzien van een bepaalde kandidaat-stad. Bij een dergelijke melding, of wanneer een belangenconflict bekend wordt, treedt de desbetreffende deskundige af en vervangt de betreffende Unie-instelling, het betreffende Unieorgaan, of de betrokken lidstaat die deskundige voor de resterende duur van het mandaat, in overeenstemming met lid 9.

Artikel 7

Indiening van kandidaturen in de lidstaten

1.    Elke lidstaat is belast met de organisatie van de competitie tussen zijn steden volgens de kalender in bijlage.

2.    De betrokken lidstaten publiceren ten minste zes jaar vóór het jaar van de titel een oproep tot het indienen van kandidaturen.

De oproep bevat het in artikel 4, lid 1, bedoelde kandidaatstellingsformulier.

Voor elke oproep bedraagt de termijn voor de indiening van kandidaturen door kandidaat-steden ten minste tien maanden te rekenen vanaf het tijdstip van publicatie van de oproep.

3.    De betrokken lidstaat stelt de Commissie in kennis van de kandidaturen.

Artikel 8

Voorselectie in de lidstaten

1.    Elke betrokken lidstaat nodigt ten minste vijf jaar vóór het jaar van de titel de jury en de kandidaat-steden uit voor een voorselectievergadering.

2.    Na beoordeling van de kandidaturen aan de hand van de criteria, komt de jury tot een shortlist van kandidaat-steden en stelt zij een voorselectieverslag op over alle kandidaturen, met onder meer aanbevelingen voor de kandidaat-steden op de shortlist.

3.    De jury legt haar voorselectieverslag voor aan de betrokken lidstaten en aan de Commissie.

4.    Elke betrokken lidstaat keurt de op het verslag van de jury gebaseerde shortlist formeel goed.

Artikel 9

Selectie in de lidstaten

1.    Op basis van de aanbevelingen in het voorselectieverslag voltooien en herzien de kandidaat-steden op de shortlist hun kandidatuur om aan de criteria te voldoen. Zij leggen deze voor aan de betrokken lidstaat, die ze vervolgens doorstuurt naar de Commissie.

2.    Elke betrokken lidstaat nodigt de jury en de kandidaat-steden op de shortlist uit voor een selectievergadering, die uiterlijk negen maanden na de voorselectievergadering plaatsvindt.

Indien nodig kan de betrokken lidstaat, in overleg met de Commissie, deze termijn van negen maanden met een redelijke periode verlengen.

3.    De jury beoordeelt de voltooide en herziene kandidaturen.

4.    De jury stelt een selectieverslag op over de kandidaat-steden op de shortlist met een aanbeveling voor de aanwijzing van ten hoogste één stad uit de betrokken lidstaat.

Het selectieverslag bevat ook aanbevelingen voor de winnende stad met betrekking tot de vooruitgang die moet worden geboekt tot het jaar van de titel.

De jury legt het selectieverslag voor aan de betrokken lidstaat en aan de Commissie.

5.    Onverminderd lid 4 kan de jury aanbevelen de titel voor het betrokken jaar niet te verlenen indien geen van de kandidaat-steden aan alle criteria voldoet.

Artikel 10

Bepaling betreffende EVA/EER-landen, kandidaat-lidstaten of potentiële kandidaat-lidstaten van de EU of derde landen die geassocieerd zijn met het onderdeel “Creatief Europa – Cultuur” van het AgoraEU-programma of met de daaropvolgende programma’s van de Unie ter ondersteuning van cultuur

1.    De Commissie is belast met de organisatie van de competitie tussen steden in EVA/EER-landen, kandidaat-lidstaten of potentiële kandidaat-lidstaten van de EU of derde landen die geassocieerd zijn met het onderdeel “Creatief Europa – Cultuur” van het AgoraEU-programma of met de daaropvolgende programma’s van de Unie ter ondersteuning van cultuur (competities voor derde landen genoemd).

2.    De Commissie publiceert ten minste zes jaar vóór het jaar van de titel een oproep tot het indienen van kandidaturen in het Publicatieblad van de Europese Unie. De oproep bevat het in artikel 4, lid 1, bedoelde kandidaatstellingsformulier. Voor elke oproep bedraagt de termijn voor de indiening van kandidaturen ten minste tien maanden te rekenen vanaf het tijdstip van publicatie van de oproep.

3.    De jury maakt ten minste vijf jaar vóór het jaar van de titel, een voorselectie van de steden op basis van de kandidaatstellingsformulieren. Er wordt geen vergadering met de kandidaat-steden georganiseerd.

Na beoordeling van de kandidaturen aan de hand van de criteria, komt de jury tot een shortlist van kandidaat-steden en stelt zij een voorselectieverslag op over alle kandidaturen, met onder meer aanbevelingen voor de kandidaat-steden op de shortlist. De jury legt haar voorselectieverslag voor aan de Commissie.

4.    De op de shortlist gezette kandidaat-steden voltooien en herzien hun kandidaturen om te voldoen aan de criteria en om rekening te houden met de aanbevelingen in het voorselectieverslag, en leggen deze voor aan de Commissie.

De Commissie nodigt de jury en de steden op de shortlist uit voor een selectievergadering, die uiterlijk negen maanden na de voorselectievergadering plaatsvindt.

Indien nodig kan de Commissie deze termijn van negen maanden met een redelijke periode verlengen.

5.    De jury beoordeelt de voltooide en herziene kandidaturen.

6.    De jury stelt een selectieverslag op over de kandidaturen van de kandidaat-steden op de shortlist, samen met een aanbeveling voor de aanwijzing van ten hoogste één stad in één EVA/EER-land, kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat, of derde land dat geassocieerd is met het onderdeel “Creatief Europa — Cultuur” van het AgoraEU-programma of met de daaropvolgende programma’s van de Unie ter ondersteuning van cultuur.

Het selectieverslag bevat ook aanbevelingen voor de betrokken stad met betrekking tot de vooruitgang die moet worden geboekt tot het jaar van de titel.

De jury legt haar selectieverslag voor aan de Commissie.

7.    Onverminderd lid 6 kan de jury aanbevelen de titel voor het betrokken jaar niet te verlenen indien geen van de kandidaat-steden aan alle criteria voldoet.

Artikel 11

Aanwijzing

1.    Elke betrokken lidstaat wijst één stad aan voor de titel, op basis van de aanbevelingen in het selectieverslag van de jury, en stelt het Europees Parlement, de Raad, de Commissie, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Europees Comité van de Regio’s ten minste vier jaar vóór het jaar van de titel, van die aanwijzing in kennis.

2.    In het geval van EVA/EER-landen, kandidaat-lidstaten of potentiële kandidaten voor EU-lidmaatschap, of derde landen die geassocieerd zijn met het onderdeel “Creatief Europa – Cultuur” van het AgoraEU-programma of met de daaropvolgende programma’s van de Unie ter ondersteuning van cultuur, wijst de Commissie één stad voor de titel aan in de desbetreffende jaren, op basis van de aanbevelingen in het selectieverslag van de jury. De Commissie stelt het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Europees Comité van de Regio’s ten minste vier jaar vóór het jaar van de titel van die aanwijzing in kennis.

3.    De in de leden 1 en 2 bedoelde aanwijzingen gaan vergezeld van een motivering, die is gebaseerd op de verslagen van de jury.

4.    Indien een stad ook de omliggende regio omvat, geldt de aanwijzing voor de stad.

5.    Binnen twee maanden na de kennisgevingen van de aanwijzingen maakt de Commissie de lijst van de steden die zijn aangewezen als Culturele Hoofdstad van Europa, bekend in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 12

Samenwerking tussen de aangewezen steden

De voor hetzelfde jaar, het jaar ervoor en het jaar erna aangewezen steden streven ernaar hun culturele programma’s met elkaar te verbinden, en de samenwerking kan in aanmerking worden genomen in het kader van de monitoringsprocedure die is vastgesteld in artikel 13.

Artikel 13

Monitoring

1.    De jury volgt de voorbereiding van de aangewezen steden op het jaar van de titel en ondersteunt en begeleidt de steden vanaf het moment dat ze worden aangewezen tot het einde van het jaar van de titel.

2.    Daartoe belegt de Commissie vier monitoringsvergaderingen die worden bijgewoond door de jury en de aangewezen steden, idealiter:

a) zes tot negen maanden na de aanwijzing van de stad;

b) achttien maanden vóór de aanvang van het jaar van de titel;

c) zes maanden vóór de aanvang van het jaar van de titel;

d) één jaar na de afloop van het jaar van de titel.

De lidstaat, het EVA/EER-land, de kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat van de EU of het derde land dat geassocieerd is met het onderdeel “Creatief Europa – Cultuur” van het AgoraEU-programma of met de daaropvolgende programma’s van de Unie ter ondersteuning van cultuur in kwestie kan een waarnemer voor deze vergaderingen aanwijzen.

De aangewezen steden doen de Commissie twee weken vóór elke monitoringsvergadering een voortgangsverslag toekomen.

Tijdens de monitoringsvergaderingen inventariseert de jury de voorbereidingen en planning van het verwachte blijvende resultaat en verleent zij advies, teneinde de aangewezen steden bij te staan bij de ontwikkeling van een kwalitatief hoogstaand cultureel programma met een sterke Europese dimensie en een doeltreffende strategie om dit doel te bereiken. De jury let hierbij in het bijzonder op de aanbevelingen in het selectieverslag en de in lid 3 bedoelde vorige monitoringsverslagen.

3.    Na elke monitoringsvergadering stelt de jury een monitoringsverslag op over de stand van de voorbereidingen, planning van het verwachte blijvende resultaat alsmede een lijst van te nemen stappen.

De jury zendt haar monitoringsverslagen toe aan de Commissie. Bij competities in de lidstaten worden ze door de Commissie toegezonden aan de betrokken lidstaat, die verantwoordelijk is voor het toezenden van deze verslagen aan de aangewezen steden. Bij competities voor derde landen zendt de Commissie deze monitoringsverslagen rechtstreeks toe aan de aangewezen steden.

4.    Naast de monitoringsvergaderingen kan de Commissie indien nodig bezoeken van de jury aan de aangewezen steden organiseren. Deze bezoeken kunnen zo nodig virtueel worden afgelegd.

Artikel 14

Intrekking van de titel

1.    Indien de jury na een monitoringsvergadering of een aanvullend bezoek zoals bedoeld in artikel 13, lid 4, vaststelt dat een drager van de titel ernstig tekortschiet wat betreft ofwel: i) het voldoen aan de criteria op basis waarvan hij is aangewezen, ofwel ii) het voldoen aan het bij zijn kandidatuur ingediende project en werkplan, start zij via de Commissie een dialoog met de betrokken lidstaat om de benodigde aanpassingen mogelijk te maken.

2.    Indien de benodigde aanpassingen niet tijdig zijn uitgevoerd, stelt de jury de Commissie daarvan in kennis. Deze kennisgeving is gemotiveerd en bevat ook praktische aanbevelingen ter verbetering van de situatie.

3.    Indien de praktische aanbevelingen niet tijdig zijn uitgevoerd, brengt de jury advies uit aan de Commissie met het oog op de intrekking van de titel van de betrokken stad.

4.    In het geval van een stad uit een lidstaat verzoekt de Commissie de lidstaat om de titel in te trekken met inachtneming van het in lid 3 bedoelde advies. De lidstaat stelt het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s in kennis van de redenen voor de intrekking.

5.    In het geval van een stad in een EVA/EER-land, kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat van de EU, of derde land dat geassocieerd is met het onderdeel “Creatief Europa – Cultuur” van het AgoraEU-programma of met de daaropvolgende programma’s van de Unie ter ondersteuning van cultuur, stelt de Commissie het besluit om de titel in te trekken vast met inachtneming van het in lid 3 bedoelde advies. De Commissie stelt het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s in kennis van de redenen voor de intrekking.

Artikel 15

Prijs

1.    De Commissie kan aan aangewezen steden een geldprijs ter ere van Melina Mercouri uitreiken (“de prijs”), mits er financiering beschikbaar is uit hoofde van het toepasselijke financieel kader.

De uitvoering van de prijs verloopt overeenkomstig de regels van de toepasselijke programma’s van de Unie ter ondersteuning van cultuur.

2.    Twee derde van het prijzengeld wordt uiterlijk eind maart van het jaar van de titel uitbetaald, mits de betrokken aangewezen stad de toezeggingen blijft nakomen die zij in de fase van de kandidaatstelling heeft gedaan, aan de criteria voldoet en rekening houdt met de aanbevelingen in de selectie- en monitoringsverslagen.

De in de fase van de kandidatuurstelling gedane toezeggingen worden geacht door de aangewezen stad te zijn nagekomen wanneer tussen de fase van de kandidatuurstelling en het jaar van de titel geen substantiële wijzigingen in het programma en de strategie zijn aangebracht; in het bijzonder:

a) moet de begroting gehandhaafd zijn op een niveau waarmee een kwalitatief hoogstaand cultureel programma in overeenstemming met de kandidaatstelling en de criteria kan worden uitgevoerd;

b) moet de onafhankelijkheid van het artistiek team zijn geëerbiedigd;

c) moet de Europese dimensie in de definitieve versie van het culturele programma een substantieel onderdeel zijn gebleven;

d) moet de marketing- en communicatiestrategie en het communicatiemateriaal van de aangewezen stad duidelijk laten zien dat de actie een actie van de Unie is;

e) moeten er plannen bestaan voor monitoring en evaluatie van de impact van de titel voor de aangewezen stad.

3.    Het resterende deel van het prijzengeld wordt uiterlijk 24 maanden na de eerste betaling uitbetaald, mits de betrokken aangewezen stad gedegen plannen heeft voor blijvend resultaat na het jaar van de titel, met name:

a) een specifieke begroting voor blijvend resultaat;

b) een vervolg op het artistieke programma met een Europese dimensie;

c) marketing- en communicatiestrategieën die moeten belichten dat de actie een actie van de Unie is.

4.    Indien de in artikel 14 bedoelde intrekking van de titel plaatsvindt tijdens het jaar van de titel, wordt het reeds uitbetaalde deel van de prijs door de Commissie teruggevorderd.

Artikel 16

Praktische regelingen

1.    De Commissie moet met name:

a) de algemene samenhang van de actie waarborgen en de benodigde steun verlenen aan de aangewezen Culturele Hoofdsteden van Europa;

b) zorgen voor de coördinatie tussen de lidstaten en de jury;

c) in nauwe samenwerking met de jury en in het licht van de in artikel 2 bedoelde doelstellingen en van de in artikel 5 bedoelde criteria richtsnoeren opstellen als hulpmiddel bij de selectie- en monitoringsprocedures, waaronder voor de Europese dimensie;

d) de jury technisch ondersteunen;

e) op de website alle verslagen van de jury openbaar maken.

2.    De Commissie coördineert de uitvoering van activiteiten ter ondersteuning van de actie Culturele Hoofdsteden van Europa, met name door:

a) alle relevante informatie openbaar te maken en bij te dragen tot de zichtbaarheid van de actie op Europees en internationaal niveau;

b) de uitwisseling van ervaringen en goede praktijken tussen vroegere, huidige en toekomstige steden met de titel onderling en met kandidaat-steden te bevorderen, en de verdere verspreiding van de evaluatieverslagen van de steden en de getrokken lessen te stimuleren;

c) een netwerk van steden in het kader van de Culturele Hoofdstad van Europa te coördineren en ondersteunen en steden te ondersteunen bij het voorbereiden van hun kandidatuur, het uitvoeren van hun programma’s en het voortbouwen op hun ervaring als Culturele Hoofdstad van Europa, met inbegrip van de integratie ervan in de stedelijke en beleidsplanning voor de lange termijn, ongeacht of de titel aan hen is toegekend of niet;

d) gerichte communicatieactiviteiten te ontwikkelen om de zichtbaarheid en het bereik van de actie Culturele Hoofdsteden van Europa binnen en buiten Europa te vergroten;

e) informatie te verstrekken over bestaande Europese fondsen voor projectontwikkeling door steden, met inbegrip van mentorschap en opleiding.

Artikel 17

Evaluatie

1.    Elke betrokken stad is verantwoordelijk voor de evaluatie van de resultaten van zijn jaar als Culturele Hoofdstad van Europa.

De Commissie stelt met het oog op de coherentie van de evaluatieprocedure gemeenschappelijke richtsnoeren en indicatoren voor de betrokken steden vast op basis van de in artikel 2 bedoelde doelstellingen en de in artikel 5 bedoelde criteria.

De betrokken steden stellen hun evaluatieverslagen op en dienen deze uiterlijk op 31 december van het jaar volgend op het jaar van de titel bij de Commissie in. De Commissie maakt de evaluatieverslagen op haar website openbaar.

2.    Naast de evaluaties door de steden zorgt de Commissie er tevens voor dat er regelmatig een externe en onafhankelijke evaluatie van de resultaten van de actie wordt verricht.

De externe en onafhankelijke evaluatie is erop gericht alle vroegere Culturele Hoofdsteden van Europa in een Europese context te plaatsen, om vergelijkingen mogelijk te maken en nuttige lessen te kunnen trekken voor toekomstige Culturele Hoofdsteden van Europa alsmede voor alle Europese steden. In de evaluatie wordt de actie tevens in haar geheel beoordeeld, met inbegrip van de efficiëntie van de processen voor de uitvoering van de actie, de impact ervan en eventuele verbeteringen van de actie.

Op basis van deze evaluatieverslagen legt de Commissie het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Europees Comité van de Regio’s de volgende verslagen voor, vergezeld van eventuele relevante voorstellen:

a) voor 31 december 2038 een eerste tussentijds verslag;

b) voor 31 december 2043 een tweede tussentijds verslag,

c) en voor 31 december 2048 een ex-post verslag.

Artikel 18

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.    De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.    De in artikel 3 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [date of entry into force of the basic legislative act or any other date set by the co-legislators]

3.    Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 3 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.    Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.    Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.    Een overeenkomstig artikel 3 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 19

Intrekking en overgangsbepalingen

Besluit nr. 445/2014/EU wordt ingetrokken. Dat besluit zal echter wel van toepassing blijven op de steden die reeds zijn aangewezen, of momenteel worden aangewezen als Culturele Hoofdsteden van Europa voor de jaren 2020 tot 2033.

Artikel 20

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief3

1.2.Betrokken beleidsterreinen3

1.3.Doelstellingen3

1.3.1.Algemene doelstellingen3

1.3.2.Specifieke doelstellingen3

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen3

1.3.4.Prestatie-indicatoren4

1.4.Het voorstel/initiatief betreft:4

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief4

1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief4

1.5.2.Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “meerwaarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.4

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan5

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten6

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking6

1.6.Duur van het voorstel/initiatief en van de financiële gevolgen ervan7

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting7

2.BEHEERSMAATREGELEN8

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen8

2.2.Beheers- en controlesystemen8

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie8

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken8

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).8

2,3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden8

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF9

3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven9

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten10

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten10

3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting10

3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten10

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten10

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten11

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting11

3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten11

3.2.3.3.Totaal kredieten11

3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften11

3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting12

3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten12

3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften12

3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op investeringen die met digitale technologie samenhangen14

3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader14

3.2.7.Bijdragen van derden14

3,3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten14

4.Digitale dimensies16

4.1.Voorschriften met digitale relevantie16

4.2.Data16

4.3.Digitale oplossingen16

4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling16

4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering16

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van een vernieuwde actie van de Unie voor de Culturele Hoofdsteden van Europa voor de periode 2034 tot 2047, en tot intrekking van Besluit nr. 445/2014/EU.

1.2.Betrokken beleidsterreinen

Cultuur, steden.

1.3.Doelstellingen

1.3.1.Algemene doelstellingen

De eerste algemene doelstelling van de actie is de diversiteit van culturen in Europa te beschermen en te bevorderen en hun gemeenschappelijke kenmerken voor het voetlicht te brengen, alsook een Europees gevoel van verbondenheid met een gemeenschappelijke culturele ruimte te versterken. De tweede is de bijdrage van cultuur aan de duurzame en inclusieve ontwikkeling van steden te stimuleren overeenkomstig hun respectieve strategieën en prioriteiten.

1.3.2.Specifieke doelstellingen

De actie zal de volgende specifieke doelstellingen ondersteunen:

a) het scala, de diversiteit en de Europese dimensie van het culturele aanbod in steden vergroten, onder meer door middel van transnationale samenwerking, en daarmee het internationale profiel van steden versterken;

b) de toegang tot en deelname aan cultuur, de kunsten en cultureel erfgoed voor iedereen verbeteren, met name voor jongeren, en de sociale cohesie, intergenerationele rechtvaardigheid, gelijkheid en diversiteit vergroten door middel van culturele betrokkenheid;

c) het innovatievermogen van de lokale culturele sector, met inbegrip van de digitale sector, en de samenwerking met andere sectoren versterken.

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

De voorgestelde herziening van de rechtsgrondslag voor de Culturele Hoofdsteden van Europa zal naar verwachting positieve sociale, economische, internationale en milieu-effecten hebben.

Sociale effecten: Naar verwachting zal de herziene actie voor de Culturele Hoofdsteden van Europa het gevoel van Europese identiteit en verbondenheid versterken en de toegang tot en deelname aan cultuur bevorderen. Ze zal in het bijzonder ten goede komen aan mensen in rurale gebieden en minder zichtbare regio’s, en meer jongeren aanmoedigen om deel te nemen. Ze zal ook initiatieven ondersteunen die gericht zijn op het betrekken van kinderen en jongeren bij activiteiten. De actie zal sociale cohesie, interculturele en intergenerationele dialoog en democratische betrokkenheid in de hele EU en daarbuiten ondersteunen.

Economische effecten: Door de zichtbaarheid en het bereik van het initiatief Culturele Hoofdsteden van Europa te verbeteren, zal dit waarschijnlijk het lokaal cultureel toerisme en innovatie en regionale ontwikkeling stimuleren en werkgelegenheid creëren, met name bij kleine en middelgrote culturele bedrijven.

Milieueffecten: In het herziene kader zal duurzaamheid explicieter aan bod komen in de selectie- en monitoringsprocessen, waardoor steden aangemoedigd worden om groene praktijken toe te passen op het gebied van beheer, betrokkenheid van bezoekers en concrete acties. Deze maatregel zal het bewustzijn rond klimaatkwesties vergroten door middel van culturele verhalen, en tegelijkertijd de rol van cultuur in de bevordering van de groene transitie vergroten.

Internationale effecten: Het herziene kader zal in de eerste plaats gericht zijn op de lidstaten, zoals momenteel het geval is, in overeenstemming met het instrument voor rechtstreekse financiële steun aan de Culturele Hoofdsteden van Europa op EU-niveau (het programma Creatief Europa tot 2027 en de opvolger daarvan). Er zal echter ook rekening worden gehouden met de prioriteiten van het externe EU-optreden om ervoor te zorgen dat het herziene kader een rol speelt in het uitbreidingsbeleid van de EU, de culturele diplomatie en de internationale culturele betrekkingen.

Duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de VN (SDG’s): Het initiatief zal een positieve bijdrage leveren aan verschillende SDG’s, met name: SDG 4 (Kwaliteitsonderwijs); SDG 5 (Gendergelijkheid); SDG 8 (Eerlijk werk en economische groei); SDG 10 (Ongelijkheid verminderen); SDG 11 (Duurzame steden en gemeenschappen); SDG 13 (Klimaatactie); SDG 16 (Vrede, justitie en sterke publieke diensten); SDG 17 (Partnerschap om doelstellingen te bereiken).

1.3.4.Prestatie-indicatoren

Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten.

n.v.t. De actie Culturele Hoofdsteden van Europa omvat geen eigen middelen. De begroting zal voortkomen uit de opvolger van het programma Creatief Europa. Elke aangewezen stad voert zijn eigen prestatie-evaluatie uit op basis van richtsnoeren van de Commissie, die zullen worden herzien zodra de rechtsgrondslag is vastgesteld.

1.4.Het voorstel/initiatief betreft:

¨ een nieuwe actie

¨ een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 34

x de verlenging van een bestaande actie

¨ de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

De actie Culturele Hoofdsteden van Europa zal de rijkdom en diversiteit van Europese culturen en hun gemeenschappelijke kenmerken blijven uitlichten, het wederzijds begrip tussen mensen blijven vergroten en de bijdrage van cultuur aan de langetermijnontwikkeling van steden blijven bevorderen.

1.5.2.Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “meerwaarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.

Redenen voor optreden op EU-niveau (ex ante)

De lidstaten spelen een centrale rol in het beschermen en promoten van hun nationale culturen en erfgoed. Uit de eerste tussentijdse evaluatie van de actie Culturele Hoofdsteden van Europa voor de periode van 2020 tot 2033 is echter gebleken dat de de actie een aanzienlijke meerwaarde biedt door als kader op Europees niveau de internationale relevantie van de geselecteerde steden tentoon te spreiden. Ook de rol van deze steden bij het bevorderen van de diversiteit van culturen in Europa en hun gemeenschappelijke kenmerken, en bij het uitdragen van gedeelde Europese waarden, geschiedenis en identiteit, wordt erdoor versterkt.

Verwachte meerwaarde EU (ex-post)

De actie zal de vrijwillige samenwerking en kennisoverdracht tussen en zichtbaarheid van steden in de hele EU en daarbuiten verbeteren. De titel van Culturele Hoofdstad van Europa is driemaal toegekend aan steden buiten de EU en zal in 2030 en 2033 opnieuw worden toegekend aan een stad in een EVA/EER-land, een kandidaat-lidstaat of een potentiële kandidaat-lidstaat die deelneemt aan het programma Creatief Europa van de EU. De actie Culturele Hoofdsteden van Europa ondersteunt nationale inspanningen door deze te integreren in een coherente EU-strategie, en helpt de landen om hun culturele initiatieven af te stemmen op de bredere EU-prioriteiten, zoals de betrokkenheid van jongeren, duurzaamheid en digitale innovatie. Daarnaast bevordert het initiatief ook een evenwichtigere geografische vertegenwoordiging. De externe dimensie van de actie Culturele Hoofdsteden van Europa sluit aan bij de bredere inspanningen van de EU om het uitbreidingsbeleid te versterken, culturele diplomatie en internationale culturele relaties te bevorderen.

De overgang op de vernieuwde rechtsgrondslag zal de capaciteit van het initiatief versterken om steden doeltreffender te ondersteunen, de flexibiliteit van het ontwerp te vergroten en de coherentie en impact ervan op lange termijn te verbeteren. Deze vernieuwing zal ervoor zorgen dat de EU een constructieve en complementaire rol blijft spelen in het culturele en erfgoedlandschap.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Uit de eerste tussentijdse evaluatie van de actie Culturele Hoofdsteden van Europa 2020-2033 blijkt dat het een succesvol vlaggenschipinitiatief is met een aanzienlijke kosteneffectiviteit voor de EU vanwege de zeer beperkte gevolgen ervan voor de EU-begroting. Bovendien kunnen de kandidaat- en geselecteerde steden dankzij het initiatief een transformatie ondergaan. Dat komt doordat de steden aan langetermijnplanning moeten doen en cultuur moeten integreren in hun lokale stadsbeleid om in aanmerking te komen voor de titel. De actie ligt ook in lijn met andere EU-initiatieven (bv. het programma Creatief Europa), faciliteert het delen van de waarden van de EU en ondersteunt de mobiliteit van Europese cultuurwerkers en de verspreiding van hun werk binnen en buiten de grenzen van de EU.

Na veertig jaar is de actie nog steeds gewild bij steden en regio’s die zich verder willen ontwikkelen aan de hand van cultuur. Om echter te garanderen dat de actie relevant blijft in de toekomst, moet ze worden bijgewerkt. Daarbij moet rekening worden gehouden met opkomende trends, zoals het toenemend aantal kleinere steden dat meedingt naar de titel.

De Europese dimensie: De Europese dimensie is een belangrijk element van de actie Culturele Hoofdsteden van Europa (en een van de criteria voor de selectie van dragers van de titel), maar wordt lang niet door alle belanghebbenden begrepen. In de evaluatie wordt de Commissie aanbevolen om te onderzoeken op welke manier dit aspect helder kan worden toegelicht aan de belanghebbenden.

Langetermijnkennis: In 2017 is er een netwerk van kandidaat-steden opgezet onder de naam Culture Next, dat voormalige en huidige kandidaat-steden omvat, ongeacht of ze de titel toegewezen hebben gekregen. Er bestaat echter geen officieel netwerk van Culturele Hoofdsteden van Europa, waardoor het risico bestaat dat er geen kennisuitwisseling plaatsvindt tussen nieuwe en voormalige dragers van de titel. De Commissie zou kunnen onderzoeken hoe kennisuitwisseling in de gemeenschap van Culturele Hoofdsteden van Europa kan worden bevorderd om het potentieel van het initiatief te maximaliseren, en in het bijzonder met betrekking tot de Europese dimensie ervan.

Communicatie: Momenteel zijn er geen communicatiecampagnes op EU-niveau onder leiding van de Commissie of andere EU-instellingen om de Culturele Hoofdsteden van Europa in de kijker te zetten. Dit gebrek vormt een belemmering voor de zichtbaarheid, de impact en de bekendheid van het initiatief bij het publiek. Het initiatief zou baat kunnen hebben bij communicatie op EU-niveau om de inspanningen van steden die de titel dragen kracht bij te zetten en te ondersteunen, samen met de inbreng van de lidstaten. Ook het benoemen van ambassadeurs van de Culturele Hoofdsteden van Europa, zoals commissarissen of leden van het Europees Parlement, zou het initiatief versterken.

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

De actie Culturele Hoofdsteden van Europa zal voortvloeien uit de opvolger van het programma Creatief Europa (momenteel het voorstel voor het programma AgoraEU), dat deel uitmaakt van het voorstel voor het meerjarig financieel kader 2028-2034.

De actie Culturele Hoofdsteden van Europa is afgestemd op de doelstellingen van het cultuurkompas voor Europa en bouwt voort op verschillende belangrijke beleidsinitiatieven, waaronder de nieuwe Europese agenda voor cultuur van de Commissie, de EU-werkplannen voor cultuur van de Raad, de gezamenlijke mededeling “Naar een EU-strategie voor internationale culturele betrekkingen” en het Europees actiekader voor cultureel erfgoed.

De actie van de Unie sluit ook aan bij Europese initiatieven zoals het Nieuw Europees Bauhaus, het Europees erfgoedlabel en de EU-agenda voor steden. Zij is verder in overeenstemming met de verklaring van Rome van maart 2017, waarin de lidstaten en de EU-instellingen een Unie voor zich zagen “waar de burgers nieuwe mogelijkheden voor culturele en sociale ontwikkeling en economische groei worden geboden [...]; een Unie die ons culturele erfgoed bewaart en culturele diversiteit bevordert”. Daarnaast is zij in overeenstemming met het Europees schild voor de democratie en de strategie voor intergenerationele rechtvaardigheid. De actie Culturele Hoofdsteden van Europa zal ook in overeenstemming zijn met de Europese strategie voor duurzaam toerisme.

De kandidaat-steden worden aangemoedigd de mogelijkheid te onderzoeken om, indien van toepassing, financiële steun te vragen uit andere relevante programma’s en fondsen van de Unie, met name het AgoraEU-programma en het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid, via de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap, en daaropvolgende programma’s.

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

n.v.t.

1.6.Duur van het voorstel/initiatief en van de financiële gevolgen ervan

x beperkte geldigheidsduur

–x    van kracht van 1.1.2034 tot en met 31.12.2047

–x    financiële gevolgen vanaf 2034 tot en met 2047 voor vastleggingskredieten en vanaf 2034 tot en met 2047 voor betalingskredieten.

¨ onbeperkte geldigheidsduur

–uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

–gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting

x Direct beheer door de Commissie

–x door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie

–x door de uitvoerende agentschappen

¨ Gedeeld beheer met de lidstaten

¨ Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:

–¨ derde landen of de door hen aangewezen organen

–¨ internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)

–¨ de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds

–¨ de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen

–¨ publiekrechtelijke organen

–¨ privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties

–¨ privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties

–¨ organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling

–¨ in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.

Opmerkingen

De actie wordt uitgevoerd onder direct beheer van de Commissie, waarbij delen mogelijk worden gedelegeerd aan een instantie die het programma uitvoert.

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

n.v.t. Elke aangewezen stad voert zijn eigen prestatie-evaluatie uit op basis van richtsnoeren van de Commissie, die zullen worden herzien zodra de rechtsgrondslag is vastgesteld.

Op basis van deze evaluatieverslagen dient de Commissie bij het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Europees Comité van de Regio’s de volgende verslagen in, zo nodig vergezeld van relevante voorstellen:

a) een eerste tussentijds verslag;

b) een tweede tussentijds verslag;

c) een verslag achteraf.

2.2.Beheers- en controlesystemen

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

n.v.t. De begroting van de actie Culturele Hoofdsteden van Europa zal voortkomen uit de opvolger van het programma Creatief Europa.

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken

De Commissie reikt en betaalt een symbolische prijs uit aan elke aangewezen stad die de toezeggingen is nagekomen die zij tijdens de kandidaatstelling heeft gedaan en die een plan voor blijvend resultaat met een Europese dimensie heeft. De prijs is een vast bedrag dat in twee tranches wordt uitbetaald na verschillende monitoringsvergaderingen door een jury van onafhankelijke deskundigen.

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).

n.v.t. Elke aangewezen stad voert zijn eigen prestatie-evaluatie uit op basis van richtsnoeren van de Commissie, die zullen worden herzien zodra de rechtsgrondslag is vastgesteld.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

De desbetreffende diensten zullen hun fraudebestrijdingsstrategie — in lijn met de fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie — blijven toepassen zodat hun interne controles tegen fraude volledig in overeenstemming zijn met de fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie en dat hun aanpak op het gebied van frauderisicobeheer erop gericht is gevallen van frauderisico’s te onderkennen en er passend op te reageren. Met de huidige fraudebestrijdingsstrategieën kan het risico op fraude worden aangepakt, met name via maatregelen ter voorkoming van onregelmatigheden, die in geval van opsporing van fraude kunnen worden geïntensiveerd.

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven

·Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Opmerking: n.v.t. De actie Culturele Hoofdsteden van Europa omvat geen eigen middelen. De begroting zal voortkomen uit de opvolger van het programma Creatief Europa.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer

GK/NGK 35 .

van EVA-landen 36

van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten 37

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

2

06 01 02 Ondersteunende uitgaven voor AgoraEU

NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

2

06 03 01 Creatief Europa — Cultuur

GK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

De geraamde gevolgen voor de uitgaven en het personeelsbestand voor 2028 en daarna worden louter ter illustratie verstrekt en lopen niet vooruit op het volgende meerjarig financieel kader. De financieringsbron en de omvang van de financiële vastleggingen van de Unie voor de periode na 2027 blijven afhankelijk van het resultaat van de interinstitutionele onderhandelingen over toekomstige MFK’s en zullen daarna worden vastgesteld via de jaarlijkse begrotingsprocedure. Alle kredieten en personeelstoewijzingen vanaf 2028 zijn indicatief.

3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting

n.v.t.

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Nummer

2

DG: EAC

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2034-2047

2034

2035

2036

2037

2038

2039-2047

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel 06 03 01 Creatief Europa — Cultuur 

Vastleggingen

(1a)

6,45

9,45

6,45

9,7

6,45

64,55

103,05

Betalingen

(2a)

4,45

4,45

8,45

6,45

9,7

65,30

98,8

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

Begrotingsonderdeel

 

(3)

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG EAC

Vastleggingen

=1a+1b+3

6,45

9,45

6,45

9,7

6,45

64,55

103,05

Betalingen

=2a+2b+3

4,45

4,45

8,45

6,45

9,7

65,30

98,8

3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten

n.v.t.

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (not to be completed for decentralised agencies)

n.v.t.

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

De geraamde gevolgen voor de uitgaven en het personeelsbestand voor 2028 en daarna worden louter ter illustratie verstrekt en lopen niet vooruit op het volgende meerjarig financieel kader. De financieringsbron en de omvang van de financiële vastleggingen van de Unie voor de periode na 2027 blijven afhankelijk van het resultaat van de interinstitutionele onderhandelingen over toekomstige MFK’s en zullen daarna worden vastgesteld via de jaarlijkse begrotingsprocedure. Alle kredieten en personeelstoewijzingen vanaf 2028 zijn indicatief.

 

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting (in miljoen EUR)

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2034-2047

2034

2035

2036

2037

2038-2047

RUBRIEK 4

Personele middelen

1,005

1,005

1,005

1,005

10,050

14,070

Andere administratieve uitgaven

0,015

0,215

0,015

0,215

1,150

1,610

Subtotaal RUBRIEK 4

1,020

1,220

1,020

1,220

11,200

15,680

Buiten RUBRIEK 4

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 4

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL

1,020

1,220

1,020

1,220

11,200

15,680

3.2.3.3.Totaal kredieten (in miljoen EUR)

TOTAAL GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2034-2047

2034

2035

2036

2037

2038-2047

RUBRIEK 4

Personele middelen

1,005

1,005

1,005

1,005

10,050

14,070

Andere administratieve uitgaven

0,015

0,215

0,015

0,215

1,150

1,610

Subtotaal RUBRIEK 4

1,020

1,220

1,020

1,220

11,200

15,680

Buiten RUBRIEK 4

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 4

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL

1,020

1,220

1,020

1,220

11,200

15,680

3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften

De geraamde gevolgen voor de uitgaven en het personeelsbestand voor 2028 en daarna worden louter ter illustratie verstrekt en lopen niet vooruit op het volgende meerjarig financieel kader. De financieringsbron en de omvang van de financiële vastleggingen van de Unie voor de periode na 2027 blijven afhankelijk van het resultaat van de interinstitutionele onderhandelingen over het MFK 2028-2034 en zullen vervolgens worden vastgesteld via de jaarlijkse begrotingsprocedure. Alle kredieten en personeelstoewijzingen vanaf 2028 zijn indicatief.

3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting

Raming in voltijdequivalenten (vte’s)

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2034

2035

2036

2037

2038

2039-2047

Ÿ Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)

3

3

3

3

3

3

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

0

0

• Extern personeel (in vte’s)

20 02 01 (AC, END uit de “totale financiële middelen”)

4

4

4

4

4

4

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

0

0

Admin. ondersteuning 
[XX.01.YY.YY]

- centrale diensten

0

0

0

0

0

0

- EU-delegaties

0

0

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END — onderzoek onder contract)

0

0

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)

0

0

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 4

0

0

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 4

0

0

0

0

0

0

TOTAAL

7

7

7

7

7

7

3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten

n.v.t.

3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften

TOTAAL GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2034

2035

2036

2037

2038

2039-2047

Ÿ Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)

3

3

3

3

3

3

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

0

0

• Extern personeel (in vte’s)

20 02 01 (AC, END uit de “totale financiële middelen”)

4

4

4

4

4

4

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

0

0

Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]

- centrale diensten

0

0

0

0

0

0

- EU-delegaties

0

0

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END — onderzoek onder contract)

0

0

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)

0

0

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 4

0

0

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 4

0

0

0

0

0

0

TOTAAL

7

7

7

7

7

7

Gezien de algemene gespannen situatie in rubriek 4, zowel wat het personeelsbestand als het niveau van de kredieten betreft, zullen de benodigde personele middelen worden gedekt door personeel van het DG dat reeds voor het beheer van de actie is toegewezen en/of binnen het DG of andere diensten van de Commissie is herverdeeld.

 

Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):

Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie

Uitzonderlijk aanvullend personeel*

Te financieren uit rubriek 4 of onderzoek

Te financieren uit BA-onderdeel

Te financieren uit vergoedingen

Personeelsformatieposten

3

n.v.t.

Extern personeel (AC, END, INT)

4

 

Beschrijving van de taken die moeten worden uitgevoerd door:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

De algemene samenhang van de actie waarborgen en de benodigde steun verlenen aan de aangewezen Culturele Hoofdsteden van Europa;

zorgen voor de coördinatie tussen de lidstaten en de jury;

zorgen voor het toezicht op en de coördinatie van de jury;

zorgen voor het toezicht op de competities in de lidstaten;

coördinatie van de competities in derde landen.

Extern personeel

Richtsnoeren opstellen ter ondersteuning van de selectie- en monitoringsprocedures — waaronder voor de Europese dimensie — in nauwe samenwerking met de jury;

de jury technisch ondersteunen;

op de website alle verslagen van de jury openbaar maken;

alle relevante informatie openbaar maken en bijdragen tot de zichtbaarheid van de actie op Europees en internationaal niveau;

de uitwisseling van ervaringen en goede praktijken tussen vroegere, huidige en toekomstige steden met de titel onderling en kandidaat-steden bevorderen, en de verdere verspreiding van de evaluatieverslagen van de steden en de getrokken lessen stimuleren;

steden ondersteunen bij het voorbereiden van hun kandidatuur, het uitvoeren van hun programma’s en het voortbouwen op hun ervaring als Culturele Hoofdstad van Europa, met inbegrip van de integratie ervan in de stedelijke en beleidsplanning voor de lange termijn, ongeacht of de titel aan hen is toegekend of niet;

gerichte communicatieactiviteiten ontwikkelen om de zichtbaarheid en het bereik van de actie Culturele Hoofdsteden van Europa binnen en buiten Europa te vergroten;

informatie verstrekken over bestaande Europese fondsen voor projectontwikkeling door steden, met inbegrip van mentorschap en opleiding.

3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op investeringen die met digitale technologie samenhangen

n.v.t.

3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

Het voorstel/initiatief is verenigbaar met het voorstel voor het MFK 2028-2034.

3.2.7.Bijdragen van derden

Het voorstel/initiatief:

–x    voorziet niet in medefinanciering door derden

–¨    voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar
2024

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

Totaal

Medefinancieringsbron

TOTAAL medegefinancierde kredieten

 
3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

–x    Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

–¨    Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen

–¨    voor de eigen middelen

–¨    voor overige ontvangsten

–¨ geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 38

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

Jaar 2027

Artikel ………….

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.

n.v.t.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

n.v.t.

4.Digitale dimensies

4.1.Voorschriften met digitale relevantie

Voorschrift 1 (V1):

Zoals vermeld in artikel 16, lid 2, punt a), van het voorstel, “[...] alle relevante informatie openbaar te maken en bij te dragen tot de zichtbaarheid van de actie op Europees en internationaal niveau”. De actoren waarop dit voorschrift van toepassing is, zijn de Europese Commissie, de nationale autoriteiten en de begunstigden. Het betrokken proces op hoog niveau is “verspreiding”.

4.2.Data

De gegevens in het kader van deze actie zijn de informatie en het nieuws over en de resultaten van de actie Culturele Hoofdsteden van Europa, afkomstig uit openbare verslagen of kandidaatstellingsformulieren van steden.

4.3.Digitale oplossingen

De beoogde digitale oplossing is een verspreidingsplatform, overeenkomstig artikel 16 van het voorstel. De belangrijkste taken van het platform zijn de verspreiding van de informatie en het nieuws over en de resultaten van de actie. De beheersorganen zijn de Europese Commissie en een mogelijke instantie voor de uitvoering van het programma.

Er zal rekening worden gehouden met de toegankelijkheid en de herbruikbaarheid zal worden onderzocht overeenkomstig de normen van de Commissie. Het platform maakt waar zinvol gebruik van artificiële intelligentie, met inachtneming van het voorzorgsbeginsel.

De Europese Commissie zal ervoor instaan dat bij gebruik van AI de AI-verordening wordt nageleefd.

Onverminderd Verordening (EU) 2016/679 draagt de Europese Commissie zorg voor de beveiliging, integriteit, authenticiteit en vertrouwelijkheid van de voor de toepassing van deze verordening verzamelde en opgeslagen gegevens.

4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling

n.v.t.

4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering

n.v.t.

(1)    PB L 166 van 1.7.1999, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/1999/1419/oj .
(2)    PB L 304 van 3.11.2006, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2006/1622/oj .
(3)    Besluit nr. 445/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van een actie van de Unie voor het evenement “Culturele hoofdsteden van Europa” voor de periode 2020 tot 2033 en tot intrekking van Besluit nr. 1622/2006/EG (PB L 132 van 3.5.2014, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2014/445(1)/oj ).
(4)     Een cultuurkompas voor Europa, COM(2025) 785 .
(5)     Nieuw Europees Bauhaus - van visie naar uitvoering, COM(2025) 1026 .
(6)     Strategische agenda 2024-2029 van de Raad .
(7)     Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over de eerste tussentijdse evaluatie van de actie Culturele Hoofdsteden van Europa voor de periode 2020 tot 2033, COM(2025) 587 .
(8)    Openbare raadpleging: Culturele Hoofdstad van Europa - tussentijdse evaluatie voor 2024 .
(9)     Culture Next .
(10)     Eurocities .
(11)     40 recommendations from 40 years of ECoC .
(12)    Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (PB C 202 van 7.6.2016, blz. 389, ELI:  http://data.europa.eu/eli/treaty/char_2016/oj ).
(13)    PB C van , blz. .
(14)    PB C van , blz. .
(15)     Een cultuurkompas voor Europa, COM(2025) 785 .
(16)    PB C, C/2026/3440, 25.6.2026, ELI:  http://data.europa.eu/eli/C/2026/3440/oj .
(17)     Verdrag betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen .
(18)    Besluit nr. 445/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van een actie van de Unie voor het evenement “Culturele hoofdsteden van Europa” voor de periode 2020 tot 2033 en tot intrekking van Besluit nr. 1622/2006/EG (PB L 132 van 3.5.2014, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dec/2014/445(1)/oj ).
(19)    Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement en de Raad “Naar een EU-strategie voor internationale culturele betrekkingen”, JOIN/2016/029 final ( EUR-Lex - 52016JC0029 - NL - EUR-Lex ).
(20)    Europees actiekader voor cultureel erfgoed, SWD(2018) 491 final.
(21)     Verklaring van Rome .
(22)     Mededeling van de Commissie “Nieuw Europees Bauhaus - van visie naar uitvoering”, COM(2025) 1026 en Aanbeveling van de Raad over het Nieuw Europees Bauhaus .
(23)     Een EU-agenda voor steden: groei en welvaart stimuleren, COM(2025) 739 .
(24)     Europees schild voor de democratie: zorgen voor sterke en veerkrachtige democratieën, JOIN(2025) 791 .
(25)     Strategie voor intergenerationele rechtvaardigheid .
(26)     Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over de eerste tussentijdse evaluatie van de actie Culturele Hoofdsteden van Europa voor de periode 2020 tot 2033, COM(2025) 587 .
(27)     Culturele Hoofdstad van Europa - tussentijdse evaluatie voor 2024 .
(28)    Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma AgoraEU voor de periode 2028-2034 en tot intrekking van de Verordeningen (EU) 2021/692 en (EU) 2021/818, COM(2025) 550 (is nog onderwerp van lopende MFK-onderhandelingen).
(29)    Naam is nog onderwerp van lopende MFK-onderhandelingen.
(30)    In dat verband moet ook worden gezocht naar synergieën met andere initiatieven van de Unie met aandacht voor stedelijke duurzaamheid, zoals de prijs voor de Groene Hoofdstad van Europa en de Europese Green Leaf Award.
(31)     Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie over beter wetgeven (PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1,
ELI:
http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2016/512/oj ).
(32)     Handvest van de grondrechten van de Europese Unie .
(33)    Dit is een initiatief dat momenteel wordt ontwikkeld in het kader van het cultuurkompas voor Europa.
(34)    In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of b), van het Financieel Reglement.
(35)    GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(36)    EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(37)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan.
(38)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten.

Brussel, 10.9.2026

COM(2026) 455 final

BIJLAGE

bij

Voorstel voor een
BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van een vernieuwde actie van de Unie voor de Culturele Hoofdsteden van Europa voor de periode 2034 tot 2047, en tot intrekking van Besluit nr. 445/2014/EU


BIJLAGE

Volgorde bij het voordragen van een Culturele Hoofdstad van Europa

2034

Kroatië

Roemenië

2035

Ierland

Griekenland

2036

Litouwen

Oostenrijk

EVA/EER-land, kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat van de EU of derde land dat geassocieerd is met het onderdeel “Creatief Europa – Cultuur” van het AgoraEU-programma of met de daaropvolgende programma’s van de Unie ter ondersteuning van cultuur

2037

Hongarije

Luxemburg

2038

Estland

Duitsland

EVA/EER-land, kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat van de EU of derde land dat geassocieerd is met het onderdeel “Creatief Europa – Cultuur” van het AgoraEU-programma of met de daaropvolgende programma’s van de Unie ter ondersteuning van cultuur

2039

Letland

Finland

2040

Slowakije

Portugal

2041

Slovenië

Frankrijk

EVA/EER-land, kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat van de EU of derde land dat geassocieerd is met het onderdeel “Creatief Europa – Cultuur” van het AgoraEU-programma of met de daaropvolgende programma’s van de Unie ter ondersteuning van cultuur

2042

Tsjechië

Zweden

2043

Polen

Denemarken

2044

Cyprus

Italië

EVA/EER-land, kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat van de EU of derde land dat geassocieerd is met het onderdeel “Creatief Europa – Cultuur” van het AgoraEU-programma of met de daaropvolgende programma’s van de Unie ter ondersteuning van cultuur

2045

Malta

België

2046

Bulgarije

Spanje

2047

Nederland

EVA/EER-land, kandidaat-lidstaat of potentiële kandidaat-lidstaat van de EU of derde land dat geassocieerd is met het onderdeel “Creatief Europa – Cultuur” van het AgoraEU-programma of met de daaropvolgende programma’s van de Unie ter ondersteuning van cultuur