EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 1.4.2026
COM(2026) 153 final
2026/0085(COD)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Besluit (EU) 2015/1814 wat de beëindiging van de ongeldigverklaring van emissierechten in de marktstabiliteitsreserve betreft
(Voor de EER relevante tekst)
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Bij Richtlijn (EU) 2018/410 is Besluit (EU) 2015/1814 betreffende de instelling en de werking van een marktstabiliteitsreserve voor de EU-regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten (EU-ETS) gewijzigd. De bedoeling was om de doeltreffendheid en stabiliteit van het EU-ETS op lange termijn te verbeteren, onder meer door vanaf 2023 in de reserve gehouden emissierechten die een bovengrens overstijgen die gelijk is aan het totale aantal in het voorgaande jaar geveilde emissierechten ongeldig te verklaren. Deze bovengrens is bij Richtlijn (EU) 2023/959 gewijzigd van een dynamische bovengrens in een vaste bovengrens van 400 miljoen emissierechten vanaf 2024, om ervoor te zorgen dat het niveau van de emissierechten in de reserve voorspelbaar is.
De Commissie moet op grond van Besluit (EU) 2015/1814 het functioneren van de reserve voortdurend monitoren en de reserve evalueren op basis van een analyse van de markt voor EU-ETS-rechten, en zo nodig een wetgevingsvoorstel indienen. Dit voorstel komt tegemoet aan een specifieke conclusie van deze evaluatie. Sinds de bepaling betreffende de ongeldigverklaring van emissierechten in de reserve in werking is getreden, zijn in totaal 3,2 miljard emissierechten ongeldig verklaard en is het evenwicht tussen vraag en aanbod in het EU-ETS hersteld. Door toe te staan dat een groter aantal emissierechten in de marktstabiliteitsreserve blijft in plaats van ze ongeldig te verklaren, kan een essentiële liquiditeitsbuffer worden gevormd om een toekomstige krapte op de markt na het midden van de jaren 2030 en daarna te beheersen. Daarom zouden emissierechten in de reserve niet langer ongeldig mogen worden verklaard zodat een groter aantal emissierechten in de reserve kan blijven. Dit zal de slagkracht van de marktstabiliteitsreserve voor mogelijke toekomstige vrijgaven in het komende decennium vergroten om de markt in evenwicht te brengen. Deze gerichte wijziging draagt bij tot het waarborgen van de ordelijke, soepele en efficiënte werking van het EU-ETS-kader. Bij de komende evaluatie van de marktstabiliteitsreserve wordt op basis van een diepgaande toekomstgerichte analyse de geschiktheid beoordeeld van de parameters die worden gebruikt om te bepalen of opnames of vrijgaven moeten plaatsvinden, en worden waar nodig wijzigingen voorgesteld om ervoor te zorgen dat de marktstabiliteitsreserve situaties van overschot en van schaarste doeltreffend kan blijven aanpakken om de EU-klimaatdoelstellingen te verwezenlijken.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
De marktstabiliteitsreserve is een instrument om de stabiliteit van de markt voor EU-ETS-rechten te bevorderen. De marktstabiliteitsreserve zorgt ervoor dat het EU-ETS in overeenstemming is met andere beleidsterreinen. Als andere beleidsmaatregelen bijvoorbeeld succesvol zijn, ontstaat er een overschot aan emissierechten dat door de marktstabiliteitsreserve wordt geabsorbeerd. Als andere beleidsmaatregelen echter niet doeltreffend zijn en de emissies hoog blijven, ondersteunt de marktstabiliteitsreserve de koolstofmarkt door extra emissierechten vrij te geven. Met dit voorstel wordt een gerichte wijziging aangebracht in één parameter van de marktstabiliteitsreserve zonder dat dit gevolgen heeft voor de algemene opzet ervan en zonder dat dit rechtstreeks van invloed is op andere beleidsterreinen van de Unie.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
De verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de EU wordt gewaarborgd door de verenigbaarheid van het bestaande wetgevingskader voor het verwezenlijken van de klimaat- en energiedoelstellingen voor 2030. Dit is beoordeeld in de effectbeoordeling bij Richtlijn (EU) 2023/959, waarbij Besluit (EU) 2015/1814 is gewijzigd, samen met het resterende deel van het Fit for 55-pakket.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 192, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Overeenkomstig artikel 191 en artikel 192, lid 1, VWEU moet de Europese Unie bijdragen tot het nastreven van verscheidene doelstellingen. Het gaat hier met name om het behoud, de bescherming en de verbetering van de kwaliteit van het milieu en de bevordering op internationaal vlak van maatregelen om het hoofd te bieden aan regionale of mondiale milieuproblemen, in het bijzonder de bestrijding van de klimaatverandering. Het EU-ETS draagt bij tot de bestrijding van de klimaatverandering, terwijl de marktstabiliteitsreserve een belangrijke rol speelt bij de werking van het EU-ETS als instrument voor de stabiliteit van de markt voor emissierechten die is ingesteld bij Richtlijn 2003/87/EG.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Klimaatverandering is een grensoverschrijdend probleem, waarbij gecoördineerd EU-optreden nationaal en lokaal optreden doeltreffender aanvult en versterkt dan ongecoördineerd optreden. Coördinatie op EU-niveau maakt klimaatactie doeltreffender.
De doelstellingen van het EU-ETS, dat als EU-breed systeem volledig geharmoniseerd is, kunnen niet voldoende worden verwezenlijkt door afzonderlijk optreden van de lidstaten. Wegens de omvang en de effecten van dat systeem kunnen die doelstellingen best op het niveau van de EU worden verwezenlijkt. Aangezien de marktstabiliteitsreserve een instrument is om de stabiliteit van de bij Richtlijn 2003/87/EG ingestelde markt voor EU-ETS-rechten te waarborgen, kan de doelstelling ervan niet voldoende worden verwezenlijkt door ongecoördineerd optreden van de lidstaten. Besluit (EU) 2015/1814 is een bestaande EU-maatregel op het gebied van de bestrijding van de klimaatverandering. Overeenkomstig het in artikel 5 VWEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel kan de wijziging ervan bij dit voorstel niet op nationaal of lokaal niveau worden verwezenlijkt, maar is optreden op EU-niveau vereist.
•Evenredigheid
Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, aangezien het niet verder gaat dan wat nodig is ter verwezenlijking van de doelstelling om de beoogde broeikasgasemissie van de EU voor 2030 op een kosteneffectieve wijze te verminderen en tegelijkertijd de goede werking van de bij Richtlijn 2003/87/EG ingestelde markt voor EU-ETS-rechten te waarborgen.
•Keuze van instrument
Een besluit is het passende instrument voor de gerichte wijziging van het besluit dat de marktstabiliteitsreserve heeft ingesteld.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
In het voorstel wordt rekening gehouden met de ervaring die is opgedaan in het kader van de werking van de marktstabiliteitsreserve en de ongeldigverklaring, sinds 2023, van in de marktstabiliteitsreserve gehouden emissierechten die een bepaalde bovengrens overstijgen. De algemene werking van de marktstabiliteitsreserve heeft, via het mechanisme voor opname en ongeldigverklaring, met succes zijn doel bereikt — namelijk het wegwerken van het historische overschot aan emissierechten dat is opgebouwd ingevolge de economische crisis van 2008 en het rechtstreekse gebruik van internationale kredieten in het EU-ETS —, waardoor het vertrouwen in het systeem is hersteld en een robuust koolstofprijssignaal is ondersteund.
Vanaf het moment dat de marktstabiliteitsreserve in 2019 operationeel werd, bedroeg de totale operationele opname ervan tot eind 2024 2,7 miljard emissierechten, wat, samen met de 900 miljoen emissierechten afkomstig van backloading die in 2014 tot en met 2016 in de reserve zijn opgenomen, ruim het historische overschot overschrijdt. Van die deelnemingen in de marktstabiliteitsreserve waren eind 2024 3,2 miljard emissierechten ongeldig verklaard.
De marktstabiliteitsreserve heeft haar specifieke doelstelling om het historische overschot op de emissierechtenmarkt te verminderen, met succes verwezenlijkt. In de evaluatie is geconcludeerd dat de reserve de komende tien jaar over grotere deelnemingen moet beschikken dan de huidige limiet van 400 miljoen, zodat de vrijgaven de markt in evenwicht kunnen brengen. Daarom moet de ongeldigverklaring van in de reserve gehouden emissierechten worden stopgezet zodat een groter aantal emissierechten in de reserve kan blijven.
•Raadpleging van belanghebbenden
Het voorstel bouwt voort op de raadpleging van belanghebbenden naar aanleiding van de evaluatie van het EU-ETS en de marktstabiliteitsreserve in 2021 en op de raadpleging van belanghebbenden voor de komende evaluatie van het EU-ETS en de marktstabiliteitsreserve in 2026. Met betrekking tot mogelijke toekomstige wijzigingen van de marktstabiliteitsreserve werd in de openbare raadpleging een aanpassing van de regel inzake ongeldigverklaring voor deelnemingen in de reserve om de bovengrens te verhogen tot meer dan 400 miljoen emissierechten het vaakst beschouwd als een belangrijke wijziging. Dit standpunt werd verklaard door het feit dat de marktstabiliteitsreserve doeltreffend is geweest bij het aanpakken van het marktoverschot en door de noodzaak om de liquiditeit van de markt te waarborgen en krachtiger in te grijpen om prijsvolatiliteit in de toekomst te voorkomen.
Het voorstel bouwt voort op feedback van de lidstaten en regelmatige besprekingen met de nationale bevoegde autoriteiten en belanghebbenden over verschillende kwesties in verband met de uitvoering van het EU-ETS, teneinde de werking en doeltreffendheid ervan te verbeteren.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
Gezien deze omstandigheden en het tijdschema heeft de Commissie feedback van de lidstaten en belanghebbenden verzameld over de beste maatregelen ter verwezenlijking van de doelstellingen van het voorstel om de het functioneren van de markt voor EU-ETS-rechten te verbeteren.
•Effectbeoordeling
Voor dit voorstel is geen afzonderlijke effectbeoordeling uitgevoerd, aangezien het heeft kunnen voortbouwen op de werkzaamheden die zijn verricht voor de effectbeoordeling van het EU-ETS en de marktstabiliteitsreserve voor het algemene herzieningsvoorstel dat volgens de planning in juli 2026 door de Commissie moet worden goedgekeurd. Bovendien moet de Commissie op grond van Besluit (EU) 2015/1814 het functioneren van de reserve voortdurend monitoren en, indien nodig, een evaluatie voorstellen om de doeltreffendheid, het beheer en de praktische toepassing op basis van die monitoring te verbeteren. Daarnaast dragen verschillende elementen in de effectbeoordeling bij Richtlijn (EU) 2023/959, waarbij de marktstabiliteitsreserve is gewijzigd, bij tot de beoordeling van de gerichte wijziging van de marktstabiliteitsreserve in dit voorstel.
De specifieke doelstelling van het mechanisme voor ongeldigverklaring was het historische overschot op de emissierechtenmarkt op voorspelbare wijze te helpen verminderen en zo bij te dragen tot de algemene doelstelling van de marktstabiliteitsreserve om de stabiliteit en veerkracht van de markt op lange termijn te waarborgen. Het is echter mogelijk dat het onbepaalde karakter van de huidige grens voor ongeldigverklaring niet optimaal is afgestemd op de veranderende marktbehoeften en de verlaging van de grenswaarde. Door een einde te maken aan de ongeldigverklaring kan de pool van emissierechten in de reserve worden vergroot, waardoor wordt voorzien in een liquiditeitsbuffer om de toekomstige krapte op de markt vanaf het midden van de jaren 2030 en daarna te beheersen. Uit de analyse die is uitgevoerd in het kader van de evaluatie van het ETS die volgens de planning in juli 2026 door de Commissie moet worden goedgekeurd, is gebleken dat er behoefte is aan een versneld voorstel om zo spoedig mogelijk een einde te maken aan de ongeldigverklaringen van in de reserve gehouden emissierechten, zodat een groter aantal emissierechten in de reserve kan blijven.
In de veranderende marktcontext, met de vermindering van het historische overschot en de voorspelde krapte op de markt, zullen aanhoudende ongeldigverklaringen naar verwachting leiden tot een vermindering van het cumulatieve aanbod van emissierechten op de markt dat de komende decennia in het EU-ETS beschikbaar zal zijn, waardoor de algehele schaarste op de markt zal toenemen en de prijzen zowel vandaag als in de toekomst zullen omhooggaan. Dit zal op zijn beurt afbreuk doen aan de algemene doelstelling van de marktstabiliteitsreserve om de stabiliteit en veerkracht van de markt op lange termijn te waarborgen.
Dit voorstel voorziet daarom in een gerichte wijziging van de marktstabiliteitsreserve om een einde te maken aan de ongeldigverklaringen, zonder het algemene ontwerp van de marktstabiliteitsreserve te wijzigen. Het doel is haar beter in staat te stellen de toekomstige stabiliteit en veerkracht van de markt te waarborgen op basis van actuele informatie door mogelijk te maken dat een groter aantal emissierechten in de reserve blijft als liquiditeits- en stabiliteitsbuffer.
•Grondrechten
Het voorstel eerbiedigt de grondrechten en de beginselen van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Het draagt bij tot de doelstelling om een hoog niveau van milieubescherming te verwezenlijken overeenkomstig het beginsel van duurzame ontwikkeling, zoals neergelegd in artikel 37 van het Handvest.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Het ETS genereert aanzienlijke opbrengsten voor de begrotingen van de lidstaten en het voorstel kan met name om deze reden indirecte gevolgen hebben voor de nationale begrotingen. Het voorstel draagt ertoe bij dat de lidstaten op lange termijn beter prijzen kunnen voorspellen doordat de prijsvolatiliteit wordt verminderd.
De uitvoering van dit voorstel vereist geen verhoging in de begrotingscapaciteit van de Commissie, zoals uiteengezet in het bijgevoegde financieel en digitaal memorandum.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
Het voorstel voorziet in een gerichte wijziging van de bepaling in de marktstabiliteitsreserve waarbij in de reserve gehouden emissierechten die een bepaalde bovengrens overstijgen, ongeldig worden verklaard. Het voorstel bouwt voort op de conclusies van de effectbeoordeling voor de evaluatie van het EU-ETS en de marktstabiliteitsreserve in 2021. Er wordt ook rekening gehouden met de feedback van een meerderheid van de lidstaten en van andere belanghebbenden in het kader van de evaluatie van het ETS en de marktstabiliteitsreserve van 2026, alsook met de diepgaande economische analyse die in het kader van die evaluatie is uitgevoerd.
•Artikelsgewijze toelichting
In het voorstel wordt een einddatum vastgesteld voor de bepaling in het besluit inzake de marktstabiliteitsreserve waarbij EU-ETS-emissierechten die het niveau van 400 miljoen overstijgen, ongeldig worden verklaard.
Sinds het begin van de toepassing van artikel 1, lid 5 bis, van het besluit inzake de marktstabiliteitsreserve in 2023, dat voorziet in de ongeldigverklaring van in de reserve gehouden emissierechten die een bepaalde grens overstijgen, zijn in totaal 3,2 miljard emissierechten ongeldig verklaard en is het evenwicht tussen vraag en aanbod in het EU-ETS hersteld. De bepaling betreffende ongeldigverklaring heeft dus haar doel gediend. Zij moet niet langer van toepassing zijn vanaf de datum van inwerkingtreding van deze wijziging. Hoe eerder het voorstel wordt aangenomen, hoe meer het mogelijk zal zijn te voorkomen dat emissierechten ongeldig worden verklaard en deze in de marktstabiliteitsreserve te behouden.
2026/0085 (COD)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Besluit (EU) 2015/1814 wat de beëindiging van de ongeldigverklaring van emissierechten in de marktstabiliteitsreserve betreft
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,
Gezien het advies van het Comité van de Regio’s,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)De Overeenkomst van Parijs, die is aangenomen in het kader van het Raamverdrag van de Verenigde Naties inzake klimaatverandering en namens de Europese Unie is goedgekeurd bij Besluit (EU) 2016/1841 van de Raad (de “Overeenkomst van Parijs”), is in november 2016 in werking getreden. De partijen bij de Overeenkomst van Parijs zijn overeengekomen de stijging van de wereldwijde gemiddelde temperatuur ruim onder 2 °C boven het niveau van het pre-industriële tijdperk te houden, en te streven naar een maximale temperatuurstijging van 1,5 °C boven dit pre-industriële niveau.
(2)Bij Besluit (EU) 2015/1814 van het Europees Parlement en de Raad is een marktstabiliteitsreserve ingesteld om het risico van onevenwichtigheden in vraag en aanbod op de Europese koolstofmarkt, te beperken en deze beter bestand te maken tegen schokken.
(3)Uit een overeenkomstig artikel 3 van Besluit (EU) 2015/1814 uitgevoerde analyse van het ordelijk functioneren van de Europese koolstofmarkt en de marktstabiliteitsreserve blijkt dat, om de voorspelbaarheid van de markt op lange termijn te vergroten, in de reserve gehouden emissierechten die het niveau van 400 miljoen emissierechten overstijgen, niet langer als ongeldig mogen worden beschouwd.
(4)Besluit (EU) 2015/1814 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEBBEN HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In artikel 5 van Besluit (EU) 2015/1814 wordt het volgende lid toegevoegd:
“Artikel 1, lid 5 bis, is niet langer van toepassing met ingang van [insert date of entry into force of this act].”
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking op de derde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter
FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM
Inhoud
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
•Evenredigheid
•Keuze van instrument
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
•Raadpleging van belanghebbenden
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
•Effectbeoordeling
Dit voorstel voorziet daarom in een gerichte wijziging van de marktstabiliteitsreserve om een einde te maken aan de ongeldigverklaringen, zonder het algemene ontwerp van de marktstabiliteitsreserve te wijzigen. Het doel is haar beter in staat te stellen de toekomstige stabiliteit en veerkracht van de markt te waarborgen op basis van actuele informatie door mogelijk te maken dat een groter aantal emissierechten in de reserve blijft als liquiditeits- en stabiliteitsbuffer.
•Grondrechten
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
•Artikelsgewijze toelichting
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
1.2.Betrokken beleidsterreinen
1.3.Doelstellingen
1.3.1Algemene doelstellingen
1.3.2Specifieke doelstellingen
1.3.3Verwachte resultaten en gevolgen
1.3.4Prestatie-indicatoren
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
1.5.2Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
1.5.3Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
1.5.4Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
1.5.5Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
2.2.Beheers- en controlesystemen
2.2.1Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
2.2.2Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken
2.2.3Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting
3.2.2Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet in te vullen voor gedecentraliseerde agentschappen)
3.2.3Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
3.2.4Geraamde personeelsbehoeften
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
3.2.5Overzicht van het geschatte effect op investeringen die met digitale technologie samenhangen
3.2.6Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
3.2.7Bijdragen van derden
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
4.Digitale dimensies
4.1.Voorschriften met digitale relevantie
4.2.Gegevens
4.3.Digitale oplossingen
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
Voorstel voor een besluit van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Besluit (EU) 2015/1814 wat de beëindiging van de ongeldigverklaring van emissierechten in de marktstabiliteitsreserve betreft.
1.2.Betrokken beleidsterreinen
Klimaatactie
Rubriek 3 — Natuurlijke hulpbronnen en milieu
Titel 9 — Milieu- en klimaatactie
1.3.Doelstellingen
1.3.1Algemene doelstellingen
Het voorstel heeft tot doel de doeltreffendheid van de marktstabiliteitsreserve te verbeteren wat het evenwicht tussen vraag en aanbod betreft.
1.3.2Specifieke doelstellingen
Het voorstel voorziet in gerichte wijzigingen van de parameters van de marktstabiliteitsreserve.
1.3.3Verwachte resultaten en gevolgen
Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.
Het voorstel zal naar verwachting de liquiditeit, stabiliteit en voorspelbaarheid van de EU-ETS-markt verbeteren.
1.3.4Prestatie-indicatoren
Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten.
De reserve is bedoeld om het structurele evenwicht tussen vraag en aanbod van emissierechten op de markt te herstellen.
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:
een nieuwe actie
een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie
✓ de verlenging van een bestaande actie
de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
De gerichte wijziging van de parameters van de marktstabiliteitsreserve.
1.5.2Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
Het EU-emissiehandelssysteem is een EU-breed instrument.
1.5.3Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
Gezien de emissiereductiedoelstelling voor 2030 en de doelstelling van klimaatneutraliteit in 2050, is krachtiger optreden van de EU nodig, onder meer door te zorgen voor een meer doeltreffende, beter functionerende en veerkrachtigere koolstofmarkt.
1.5.4Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
Het voorstel vult het bestaande beleidskader aan.
Het is verenigbaar met het meerjarig financieel kader 2021-2027.
1.5.5Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief
beperkte geldigheidsduur:
–
van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ
–
financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.
✓ onbeperkte geldigheidsduur
–Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,
–gevolgd door een volledige uitvoering.
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting
✓ Direct beheer door de Commissie
–✓ door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;
–
door de uitvoerende agentschappen
Gedeeld beheer met de lidstaten
Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:
– derde landen of de door hen aangewezen organen
– internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)
– de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds
– de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen
– publiekrechtelijke organen
– privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling
– in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van overheidsinstanties of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.
Opmerkingen
Het huidige team zal het initiatief verder beheren. Er is geen extra personeel nodig.
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
Met het voorstel wordt voortgebouwd op de Europese klimaatwet, met inbegrip van dezelfde beoordelingen die reeds door de Commissie worden uitgevoerd. De Europese klimaatwet bouwt voort op het robuuste transparantiekader voor broeikasgasemissies en andere gegevens over het klimaat die zijn vastgesteld in de verordening inzake de governance van de energie-unie en van de klimaatactie, in plaats van aanvullende rapporteringsstromen door de lidstaten te creëren.
2.2.Beheers- en controlesystemen
2.2.1Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
Niet van toepassing. Met het voorstel wordt geen financieel programma uitgevoerd, maar wordt beleid voor de lange termijn opgesteld. De beheersvorm, de uitvoeringsmechanismen voor financiering, de betalingsvoorwaarden en de controlestrategieën met betrekking tot foutenpercentages zijn niet van toepassing.
2.2.2Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken
In het kader van de EU-ETS-richtlijn beoordeelt de Commissie regelmatig de vooruitgang en stelt zij mogelijke aanbevelingen en aanvullende maatregelen vast.
2.2.3Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)
Dit initiatief brengt geen significante nieuwe controles/risico’s mee die niet onder een bestaand internecontrolekader vallen. Er zijn geen specifieke maatregelen overwogen die verder gaan dan de toepassing van het Financieel Reglement.
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
Er zijn geen specifieke maatregelen overwogen die verder gaan dan de toepassing van het Financieel Reglement.
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven
·Bestaande begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK.
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en mogelijke kandidaat-lidstaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
3
|
09.02.03.00
|
GK
|
JA
|
JA
|
NEE
|
JA
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
–✓
Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.2Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet in te vullen voor gedecentraliseerde agentschappen)
Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Vermeld doelstellingen en outputs
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
|
OUTPUTS
|
|
|
Soort
|
Gem. kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Totaal aantal
|
Totale kosten
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 …
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2 ...
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.3Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
–✓
Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.4Geraamde personeelsbehoeften
–✓
Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
Raming in voltijdequivalenten (vte’s)
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten in de personeelsformatie (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in vte’s)
|
|
20 02 01 (AC, END uit de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- centrale diensten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END — onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END — eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
3.2.5Overzicht van het geschatte effect op investeringen die met digitale technologie samenhangen
Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.
De kredieten onder rubriek 7 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.
De kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat gebruikt moet worden voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag enz.). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in deel 4, “Digitale dimensies”.
|
TOTAAL Digitale en IT-kredieten
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
IT-uitgaven (algemeen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.6Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
Het voorstel/initiatief:
–✓
kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)
Geen extra middelen nodig. Het huidige team zal het initiatief verder beheren.
–
vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals vastgesteld in de MFK-verordening
–
vereist een herziening van het MFK
3.2.7Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
–✓
voorziet niet in medefinanciering door derden
–
voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Totaal
|
|
Medefinancieringsbron
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL medegefinancierde kredieten
|
|
|
|
|
|
3.3.
Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
–✓
Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
–
voor de eigen middelen
–
voor de overige inkomsten
–
geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:
|
Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten
|
Gevolgen van het voorstel/initiatief
|
|
|
|
Jaar 2024
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
|
Artikel ………….
|
|
|
|
|
|
4.Digitale dimensies
4.1.Voorschriften met digitale relevantie
|
Geen voorschriften met digitale relevantie.
|
4.2.Gegevens
|
Er worden geen voorschriften met digitale relevantie vastgesteld.
|
4.3.Digitale oplossingen
|
Er worden geen voorschriften met digitale relevantie vastgesteld.
|
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling
|
Er worden geen voorschriften met digitale relevantie vastgesteld.
|
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering
|
Er worden geen voorschriften met digitale relevantie vastgesteld.
|