Brussel, 3.3.2026

COM(2026) 95 final

Aanbeveling voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

tot machtiging om namens de Europese Unie onderhandelingen te openen met het oog op het sluiten van een partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij en een uitvoeringsprotocol daarbij tussen de Europese Unie en de Republiek Mauritius

{SWD(2026) 68 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

De Commissie beveelt aan met Mauritius te onderhandelen over een nieuwe partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij en een uitvoeringsprotocol daarbij, die aansluiten bij de behoeften van de vloot van de Unie en in overeenstemming zijn met de artikelen 28, 31 en 32 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB) 1 en met de conclusies van de Raad van 19 maart 2012 over een mededeling van de Commissie inzake de externe dimensie van het GVB.

Door de bestaande partnerschapsovereenkomst inzake visserij (POV) tussen de Europese Unie en Mauritius te vervangen door een partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij (PODV), zouden de uit de hervorming van het GLB van 2013 resulterende wijzigingen, met name de grotere nadruk op duurzaamheid, beter tot uitdrukking komen.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

De huidige POV tussen de Europese Unie en Mauritius 2 is op 28 januari 2014 in werking getreden voor een looptijd van zes jaar, en kan stilzwijgend worden verlengd met telkens drie jaar. Het huidige vierjarige uitvoeringsprotocol 3 is op 21 december 2022 in werking getreden en loopt af op 21 december 2026. In dat protocol zijn de vangstmogelijkheden voor de vloot van de Unie en de overeenkomstige financiële tegenprestatie van de Unie en de reders vastgelegd. Hierbij wordt aanbevolen met Mauritius te onderhandelen over een nieuwe partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij en een uitvoeringsprotocol daarbij.

De aan Mauritius verschuldigde jaarlijkse openbare financiële tegenprestatie van de Unie bedraagt 275 000 EUR voor toegang, plus 450 000 EUR specifiek geoormerkt voor sectorale steun voor het visserijbeleid en gerelateerd beleid.

Het huidige uitvoeringsprotocol bij de POV met Mauritius voorziet in vangstmogelijkheden voor tonijn en over grote afstanden trekkende soorten voor Unievaartuigen uit vier lidstaten (Spanje, Frankrijk, Italië en Portugal).

PODV’s helpen de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid op internationaal niveau te bevorderen omdat ze ervoor zorgen dat de visserijactiviteiten van de Unie buiten de wateren van de Unie op dezelfde beginselen en normen berusten als die welke in het kader van het recht van de Unie gelden. Voorts stimuleren PODV’s wetenschappelijke samenwerking tussen de EU en haar partners, bevorderen ze transparantie en duurzaamheid met het oog op een beter beheer van de visbestanden, versterken ze de governance door capaciteit voor de monitoring, controle en bewaking van de activiteiten van nationale en buitenlandse vloten op te bouwen en door de bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij (IOO-visserij) te ondersteunen, en dragen ze bij tot de duurzame ontwikkeling van de lokale visserijsector. PODV’s vormen een aanvulling op andere instrumenten van de Unie, waaronder het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking (NDICI), bij het versterken van nationale en regionale capaciteiten op het gebied van visserijbeheer, en maken gebruik van bestaande mogelijkheden, zoals de opleidingen die door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek (JRC) en het Europees Bureau voor visserijcontrole (EFCA) worden aangeboden. PODV’s versterken de positie van de Unie in internationale en regionale visserijorganisaties: in het geval van Mauritius met name in de Commissie voor de tonijnvisserij in de Indische Oceaan (IOTC) en in de Visserijovereenkomst voor de Zuid-Indische Oceaan (Siofa). De Europese Unie heeft reeds een netwerk van bilaterale PODV’s in de Indische Oceaan ontwikkeld, namelijk met de Seychellen en Madagaskar.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De onderhandelingen met Mauritius over een nieuwe partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij en een uitvoeringsprotocol daarbij zijn in overeenstemming met het externe optreden van de Unie ten aanzien van de landen in Afrika, het Caribisch gebied en de Stille Oceaan (ACS), en met name met de doelstellingen van de Unie met betrekking tot de eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten.

De bevordering van fatsoenlijk werk moet worden gewaarborgd door de verwachte uitonderhandeling van een sociale clausule in overeenstemming met IAO-verdrag C188 voor werknemers uit het partnerland die in dienst worden genomen door vaartuigen van de Unie.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De procedurele rechtsgrondslag van dit besluit is artikel 218, leden 3 en 4, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). De materiële rechtsgrondslag is artikel 43, lid 2, VWEU met betrekking tot het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Niet van toepassing, visserijbeleid is een gebied dat onder de exclusieve bevoegdheid van de EU valt.

Evenredigheid

Het besluit is evenredig met de doelstelling om een juridisch, ecologisch, economisch en sociaal bestuurskader voor visserijactiviteiten van vaartuigen van de Unie in wateren van derde landen tot stand te brengen, overeenkomstig artikel 31 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid.

Keuze van het instrument

In artikel 218, lid 3, VWEU is bepaald dat hiervoor een besluit van de Raad vereist is.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

De Commissie heeft in 2025 een evaluatie achteraf van het huidige uitvoeringsprotocol bij de POV met Mauritius verricht, alsmede een evaluatie vooraf van een mogelijke verlenging van de huidige overeenkomst en het huidige protocol. De conclusies van de evaluatie staan in een afzonderlijk werkdocument van de diensten van de Commissie.

In de evaluatie wordt geconcludeerd dat de visserijsector van de Unie veel belangstelling heeft voor de visserij in Mauritius en dat het in het belang van beide partijen is om via onderhandelingen tot een nieuwe overeenkomst en een uitvoeringsprotocol daarbij te komen. In het evaluatierapport wordt ook benadrukt dat er in het laatste protocol een discrepantie tussen de geboden hoeveelheid vangstmogelijkheden en het gebruik ervan bestaat. Een toekomstig protocol moet de geboden hoeveelheid vangstmogelijkheden verminderen, wat in een reductie van de financiële bijdrage in het kader van het protocol moet resulteren. De vernieuwing van het protocol zou voorts tot een betere monitoring, controle en bewaking bijdragen en de governance van de visserij in de regio helpen te verbeteren.

Voor de Unie is het belangrijk een instrument te behouden dat een nauwe sectorale samenwerking mogelijk maakt met Mauritius, dat een strategische speler is in de regio vanwege het visserijgebied onder zijn jurisdictie en een belangrijke bondgenoot in het kader van de IOTC. Voor de vangststrategieën van de Unievloot betekent dit het behoud van de toegang tot een belangrijk visserijgebied binnen een meerjarig internationaal rechtskader. Het belang van Mauritius op het gebied van de verwerking van in de Indische Oceaan gevangen tonijn en de uitvoer van tonijnproducten naar de Unie draagt bij aan de relevantie van het beoogde nieuwe protocol, voor zowel Mauritius als de visserijsector van de Unie. Voor de Mauritiaanse autoriteiten zouden voortgezette betrekkingen met de Unie ook de oceaangovernance helpen te versterken, vanwege de specifieke steun van de Unie waarmee meerjarige financieringsmogelijkheden voor deze sector worden geboden.

Raadpleging van belanghebbenden

In het kader van de evaluatie zijn de lidstaten, vertegenwoordigers van de sector, internationale middenveldorganisaties, alsmede de visserijautoriteiten en het maatschappelijk middenveld van Mauritius geraadpleegd. Ook zijn belanghebbenden geraadpleegd in het kader van de vergaderingen van de adviesraad voor de vollezee-/verrezeevloot.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Niet van toepassing.

Effectbeoordeling

Niet van toepassing.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Niet van toepassing.

Grondrechten

In de onderhandelingsrichtsnoeren, die in de bijlage bij het besluit worden voorgesteld, is een clausule opgenomen over de gevolgen van schendingen van de mensenrechten en van de democratische beginselen.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het nieuwe uitvoeringsprotocol voorziet in de betaling van een financiële tegenprestatie aan Mauritius. De overeenkomstige begrotingstoewijzingen (vastleggingen en betalingskredieten) moeten elk jaar worden opgenomen in de begrotingslijn voor PODV’s (08 05 01) en moeten verenigbaar zijn met de financiële programmering van het meerjarig financieel kader 4 voor 2021-2027. De jaarlijkse bedragen voor vastleggingen en betalingen worden vastgesteld in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure, inclusief in de begrotingslijn voor protocollen die bij het begin van het jaar nog niet in werking zijn getreden 5 .

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De onderhandelingen zullen naar verwachting aanvangen bij het begin van het tweede kwartaal van 2026.

Artikelsgewijze toelichting

De Commissie beveelt aan dat:

de Raad de Commissie machtigt tot het openen en voeren van onderhandelingen met Mauritius met het oog op de ondertekening en sluiting van een nieuwe partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij en een uitvoeringsprotocol daarbij;

de Commissie in dit verband wordt aangewezen als onderhandelaar van de EU;

de Commissie de onderhandelingen in overleg met het speciaal comité voert overeenkomstig de bepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;

de Raad de bij deze aanbeveling gevoegde onderhandelingsrichtsnoeren tot de Commissie richt.

Aanbeveling voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

tot machtiging om namens de Europese Unie onderhandelingen te openen met het oog op het sluiten van een partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij en een uitvoeringsprotocol daarbij tussen de Europese Unie en de Republiek Mauritius

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2, in samenhang met artikel 218, leden 3 en 4,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Overwegende dat onderhandelingen met Mauritius moeten worden geopend met het oog op het sluiten van een nieuwe partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij en het uitvoeringsprotocol daarbij,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De Commissie wordt gemachtigd om namens de Unie met Mauritius te onderhandelen over een nieuwe partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij en een uitvoeringsprotocol daarbij.

Artikel 2

De onderhandelingsrichtsnoeren zijn opgenomen in de bijlage.

Artikel 3

De onderhandelingen worden gevoerd in overleg met de Groep extern visserijbeleid van de Raad.

Artikel 4

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).
(2)     http://data.europa.eu/eli/agree_internation/2014/146/oj .
(3)     http://data.europa.eu/eli/prot/2022/2585/oj .
(4)    Artikel 20 van het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen (PB L 433 I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/PDF/?uri=OJ:L:2020:433I:FULL ).
(5)    Hoofdstuk 40 (reservelijn 30 02 02) in overeenstemming met het interinstitutioneel akkoord inzake het MFK (2013/C 373/01).

Brussel, 3.3.2026

COM(2026) 95 final

BIJLAGE

bij

Aanbeveling voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

tot machtiging om namens de Europese Unie onderhandelingen te openen met het oog op het sluiten van een partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij en een uitvoeringsprotocol daarbij tussen de Europese Unie en de Republiek Mauritius






{SWD(2026) 68 final}


BIJLAGE

Onderhandelingsrichtsnoeren

Het doel van de onderhandelingen is de ondertekening en sluiting van een nieuwe partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij (PODV) tussen de Europese Unie en Mauritius en een protocol voor de uitvoering van die PODV (uitvoeringsprotocol) in overeenstemming met de artikelen 28, 31 en 32 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid 1 en met de conclusies van de Raad van 19 maart 2012 over de mededeling van de Commissie van 13 juli 2011 inzake de externe dimensie van het gemeenschappelijk visserijbeleid.

In de PODV en het uitvoeringsprotocol daarbij moeten het algemene kader voor de visserijactiviteiten van vaartuigen van de Unie in de wateren van Mauritius en de voorwaarden voor samenwerking met Mauritius op visserijgebied worden vastgesteld.

Om een duurzame en verantwoorde visserij te bevorderen die de EU en Mauritius tot wederzijds voordeel strekt, moeten de onderhandelingen van de Commissie op de volgende elementen berusten:

·tot stand brengen van een stabiel kader voor bilaterale samenwerking op het gebied van duurzame visserij;

·waarborgen van toegang tot de visserijzone van Mauritius en van de nodige machtigingen voor vaartuigen van de Unievloot om in die zone te vissen, waarbij het netwerk van partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij dat ter beschikking van de marktdeelnemers van de Unie in de Indische Oceaan staat, verder wordt uitgebreid;

·naar behoren rekening houden met het beste beschikbare wetenschappelijke advies en de desbetreffende, door regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s) vastgestelde beheersplannen teneinde de ecologische duurzaamheid van de visserijactiviteiten te waarborgen en oceaangovernance op internationaal niveau te bevorderen. De visserijactiviteiten moeten exclusief op beschikbare bestanden gericht zijn, rekening houdend met de vangstcapaciteit van de lokale vloot, en met speciale aandacht voor het feit dat het gaat over bestanden die over grote afstanden trekken;

·streven naar een adequaat aandeel in de visbestanden, dat volledig in verhouding staat tot de belangen van de vloot van de Unie, indien ook andere vloten belang hebben bij deze bestanden;

·streven naar de toepassing van dezelfde technische voorwaarden ten aanzien van alle buitenlandse vloten;

·waarborgen dat de toegang tot de visserij wordt gebaseerd op zowel de historische als de in de toekomst te verwachten activiteiten van de Unievloot in de regio, rekening houdend met de meest recente en beste beschikbare wetenschappelijke evaluaties en met inachtneming van de belangen van de ultraperifere gebieden van de Unie;

·tot stand brengen van een dialoog om het sectorale beleid te versterken ter aanmoediging van de uitvoering van een verantwoord visserijbeleid dat rekening houdt met de ontwikkelingsdoelstellingen van Mauritius, met name wat betreft i) visserijgoverance, ii) handhavingsmaatregelen en de bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij, iii) controle, monitoring en bewaking van visserijactiviteiten, iv) de verstrekking van wetenschappelijk advies, v) arbeidsrechten van vissers en vi) bevordering van particuliere investeringen en economische bedrijvigheid ten voordele van de EU-vloot en de plaatselijke bevolking. Deze inspanningen zullen een aanvulling vormen op andere instrumenten van de Unie (waaronder het instrument voor nabuurschapsbeleid, ontwikkeling en internationale samenwerking);

·waarborgen dat het protocol duurzame groei en fatsoenlijk werk in verband met visserijactiviteiten helpt te bevorderen, rekening houdend met de desbetreffende IAO-verdragen. In het bijzonder moet in de sociale clausule worden vermeld dat de arbeidsvoorwaarden en -omstandigheden van vissers aan boord van vaartuigen van de EU niet in strijd mogen zijn met de voor vissers geldende instrumenten van de IAO en de Internationale Maritieme Organisatie, met name de IAO-verklaring inzake de fundamentele beginselen en rechten op het werk (1998), zoals gewijzigd in 2022, en IAO-verdrag nr. 188 betreffende werk in de visserijsector;

·bevorderen van passende betrokkenheid van belanghebbenden bij de programmering en uitvoering van de uit de PODV voortvloeiende activiteiten;

·opnemen van een clausule over de gevolgen van schendingen van de mensenrechten (inclusief arbeidsrechten) en de democratische beginselen;

·opnemen van een clausule over non-discriminatie tussen de verschillende vloten en transparantie.

In het protocol moet met name het volgende worden vastgesteld:

·de vangstmogelijkheden die aan vaartuigen van de Unie zullen worden verleend;

·de financiële compensatie en de voorwaarden voor de betaling daarvan; en

·de mechanismen voor de verlening van sectorale steun.

(1)    Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).