Brussel, 15.1.2026

COM(2026) 7 final

2026/0003(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het regionale stuurcomité van de Vervoersgemeenschap met betrekking tot bepaalde wijzigingen van de regels voor de salarissen van het personeel van het permanente secretariaat van de Vervoersgemeenschap


TOELICHTING

1.Onderwerp van het voorstel

Dit voorstel betreft het besluit tot vaststelling van het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het krachtens het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap (“het verdrag”) opgezette regionale stuurcomité, met betrekking tot bepaalde beoogde wijzigingen van de regels voor de salarissen van het personeel van het permanente secretariaat van de Vervoersgemeenschap.

2.Achtergrond van het voorstel

2.1.Het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap

Op 1 mei 2019 hebben de Republiek Albanië, Bosnië en Herzegovina, de Republiek Noord-Macedonië, Kosovo 1*, Montenegro en de Republiek Servië (hierna “de Zuidoost-Europese partijen” genoemd) het verdrag geratificeerd. De Europese Unie is partij bij het verdrag doordat ze op 4 maart 2019 een Besluit van de Raad betreffende de sluiting van het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap 2 heeft vastgesteld. Het verdrag is op 1 mei 2019 in werking getreden.

2.2.Het regionaal stuurcomité

Het regionaal stuurcomité is opgericht bij artikel 24 van het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap. Het is verantwoordelijk voor het beheer van het verdrag en zorgt voor de goede uitvoering ervan. Daartoe doet het aanbevelingen en neemt het besluiten in de gevallen waarin het verdrag voorziet. Het regionaal stuurcomité:

a) bereidt de werkzaamheden van de ministerraad voor;

b) neemt besluiten tot oprichting van technische comités;

c) doet aanbevelingen en neemt besluiten overeenkomstig het verdrag;

d) neemt passende maatregelen naar aanleiding van de vaststelling van nieuwe handelingen van de Unie, met name door bijlage I bij het verdrag te herzien;

e) stelt, na raadpleging van de ministerraad, de directeur van het permanent secretariaat aan;

f) kan één of meer adjunct-directeuren van het permanent secretariaat aanstellen;

g) bepaalt de regels van het permanent secretariaat;

h) kan door een besluit de bijdragen aan de begroting wijzigen;

i) stelt de jaarlijkse begroting van de Vervoersgemeenschap vast;

j) stelt besluiten vast waarin de procedures voor de uitvoering van de begroting, voor het indienen en controleren van de rekeningen en voor het uitvoeren van inspecties worden gespecificeerd;

k) neemt besluiten over geschillen die door de verdragsluitende partijen zijn voorgelegd;

l) stelt algemene beginselen vast voor de toegang tot documenten die in het bezit zijn van instanties die bij of op grond van het verdrag zijn opgericht;

m) stelt jaarverslagen vast over de tenuitvoerlegging van het uitgebreide netwerk en dient deze in bij de ministerraad;

n) stelt termijnen en manieren vast voor de omzetting van bepaalde handelingen van de Unie door de Zuidoost-Europese partijen.

Het regionaal stuurcomité bestaat uit één vertegenwoordiger en één plaatsvervanger van elke verdragsluitende partij. Elke EU-lidstaat kan als waarnemer deelnemen. Het regionaal stuurcomité handelt met eenparigheid van stemmen.

2.3.De beoogde handeling van het regionaal stuurcomité

Via een voor januari 2026 geplande schriftelijke vaststellingsprocedure moet het regionaal stuurcomité een besluit vaststellen tot wijziging van de regels inzake de salarissen van het personeel van het permanent secretariaat van de Vervoersgemeenschap (“de geplande handeling”). Die regels zijn vastgelegd in het personeelsstatuut van de Vervoersgemeenschap 3 .

Het doel van de geplande handeling is een eenmalige salarisaanpassing van +20 % toe te passen op de salarisschaal voor het personeel van het permanent secretariaat vanaf de datum van toepassing van het besluit. De salarisschaal is opgenomen in bijlage II bij Besluit nr. 2019/3 van het regionaal stuurcomité van 5 juni 2019, waarin het personeelsstatuut van de Vervoersgemeenschap is vastgesteld. Voorts heeft de geplande handeling tot doel de salarissen van het personeel van het permanent secretariaat, die gebaseerd zijn op de salarisschaal, dienovereenkomstig te actualiseren. Zij heeft ook tot doel om met ingang van 1 januari 2027 een mechanisme in te voeren voor de jaarlijkse indexering van de salarissen van het personeel van het permanent secretariaat, overeenkomstig het jaarlijkse indexcijfer van de consumptieprijzen (CPI), zoals gepubliceerd door de statistische instantie van de Republiek Servië.

In de eerste besprekingen tussen de overeenkomstsluitende partijen over de geplande handeling werd ervan uitgegaan dat de salarisindexering met ingang van 1 januari 2026 van toepassing zou zijn. Door vertragingen bij het bereiken van overeenstemming over een voorstel dat ter goedkeuring moet worden ingediend, kan de schriftelijke goedkeuringsprocedure van het regionaal stuurcomité echter pas in januari 2026 van start gaan. Om consistent te blijven met de voorbereidende besprekingen en om ervoor te zorgen dat de jaarlijkse salarisindexering in overeenstemming is met de jaarlijkse vaststellingscyclus van de begroting van de Vervoersgemeenschap, is het niettemin passend te bepalen dat het beoogde besluit met terugwerkende kracht van toepassing is vanaf 1 januari 2026.

De beoogde handeling zal voor de partijen bindend zijn overeenkomstig artikel 25, lid 1, van het verdrag, waarin het volgende is bepaald: “Een besluit van het regionaal stuurcomité is bindend voor de overeenkomstsluitende partijen (…)”.

3.Namens de Unie in te nemen standpunt

Het personeelsstatuut van de Vervoersgemeenschap is opgenomen in bijlage II bij Besluit nr. 2019/3 van het regionaal stuurcomité. In punt 9.1 van die bijlage is bepaald dat de salarisschaal die overeenkomt met de indeling van de ambten bij het permanent secretariaat, die is opgenomen in het aanhangsel bij dat statuut, regelmatig moet worden herzien door het regionaal stuurcomité, teneinde te garanderen dat de salarissen concurrerend blijven en in overeenstemming zijn met de eisen van het secretariaat. Het personeelsstatuut voorziet echter niet in een mechanisme om de salarissen van het personeel jaarlijks aan te passen aan de inflatie. Als gevolg daarvan is de salarisschaal sinds de vaststelling ervan in juni 2019 ongewijzigd gebleven. Dit heeft de koopkracht van het personeel van het permanent secretariaat aanzienlijk uitgehold.

Als gevolg daarvan heeft het permanent secretariaat benadrukt dat het concurrentievermogen van de salarisschaal aanzienlijk is afgenomen. Dit heeft reeds bijgedragen tot een merkbare daling van het aantal sollicitaties en tot een groter personeelsverloop.

Het regionaal stuurcomité moet daarom de geplande handeling vaststellen om ervoor te zorgen dat de salarisschaal van het permanent secretariaat concurrerend blijft, en dus om de goede werking van het permanent secretariaat te waarborgen. Omdat de Unie partij is bij het verdrag, moet zij een standpunt innemen over de beoogde handeling.

4.Rechtsgrondslag

4.1.Procedurele rechtsgrondslag

4.1.1.Beginselen

Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten van de Raad tot bepaling van “de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.

Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt 4 .

4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval

Het regionaal stuurcomité is een lichaam dat is opgericht krachtens een overeenkomst, namelijk het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap.

Overeenkomstig artikel 30 van dit verdrag is het regionaal stuurcomité bevoegd om regels voor het permanent secretariaat vast te stellen. Op grond van artikel 24, lid 1, van het verdrag is het regionaal stuurcomité ook belast met het beheer en de correcte uitvoering van dat verdrag. Volgens artikel 35 van het verdrag is het regionaal stuurcomité ten slotte bevoegd om de begroting en de bijbehorende financiële regels vast te stellen. Krachtens artikel 25, lid 1, van het verdrag, zijn de besluiten van het regionaal stuurcomité bindend voor de verdragsluitende partijen. Het besluit dat door het regionaal stuurcomité moet worden vastgesteld, is dus een handeling met rechtsgevolgen.

De beoogde handeling strekt niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van het verdrag.

De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.

4.2.Materiële rechtsgrondslag

4.2.1.Beginselen

De materiële rechtsgrondslag van een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Als de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.

Als een beoogde handeling tegelijkertijd meerdere onlosmakelijk met elkaar verbonden doelstellingen of componenten heeft, zonder dat de ene ondergeschikt is aan de andere, moet een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit bij wijze van uitzondering de verschillende desbetreffende rechtsgrondslagen als materiële rechtsgrondslag hebben.

4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval

De beoogde handeling is noodzakelijk voor de correcte werking van het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap. Het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap heeft doelstellingen en componenten op het gebied van enerzijds wegvervoer, spoorvervoer en vervoer over de binnenwateren, vervoerswijzen die onder artikel 91 VWEU vallen, en anderzijds op het gebied van zeevervoer, dat onder artikel 100, lid 2, VWEU valt. Door zijn horizontale karakter heeft de beoogde handeling gevolgen voor al deze aspecten.

Het voorgestelde besluit heeft derhalve de volgende artikelen als materiële rechtsgrondslag: artikel 91 en artikel 100, lid 2, VWEU.

4.3.Conclusie

De rechtsgrondslag van het voorgestelde besluit is artikel 91 en artikel 100, lid 2, VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.

5.Bekendmaking van de beoogde handeling

Overeenkomstig artikel 25, lid 2, van het verdrag worden de besluiten van het regionaal stuurcomité bekendgemaakt in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2026/0003 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het regionale stuurcomité van de Vervoersgemeenschap met betrekking tot bepaalde wijzigingen van de regels voor de salarissen van het personeel van het permanente secretariaat van de Vervoersgemeenschap

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 91 en artikel 100, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap (het “verdrag”) werd namens de Unie goedgekeurd bij Besluit (EU) 2019/392 5 van de Raad en is op 1 mei 2019 in werking getreden.

(2)Het regionaal stuurcomité werd bij het verdrag opgericht voor het beheer en de goede uitvoering van dat verdrag.

(3)Overeenkomstig artikel 30 van het verdrag is het regionaal stuurcomité gemachtigd om besluiten vast te stellen met betrekking tot de regels van het permanent secretariaat. Bovendien is het regionaal stuurcomité op grond van artikel 24, lid 1, van het verdrag belast met het beheer en de correcte uitvoering ervan. Volgens artikel 35 van het verdrag is het regionaal stuurcomité ten slotte bevoegd om de begroting en de bijbehorende financiële regels vast te stellen.

(4)Het regionaal stuurcomité is van plan om via een voor januari 2026 geplande schriftelijke goedkeuringsprocedure een besluit vast te stellen tot wijziging van de regels inzake de salarissen van het personeel van het permanent secretariaat van de Vervoersgemeenschap, die zijn vastgelegd in het personeelsstatuut van de Vervoersgemeenschap.

(5)Om consistent te blijven met de voorbereidende besprekingen tussen de overeenkomstsluitende partijen en om ervoor te zorgen dat de jaarlijkse salarisindexering in overeenstemming is met de jaarlijkse vaststellingscyclus van de begroting van de Vervoersgemeenschap, is het niettemin passend te bepalen dat het beoogde besluit met terugwerkende kracht van toepassing is vanaf 1 januari 2026.

(6)De beoogde handeling van het regionaal stuurcomité zal rechtsgevolgen hebben.

(7)Het is derhalve noodzakelijk het standpunt te bepalen dat namens de Unie in het regionaal stuurcomité moet worden ingenomen met betrekking tot de vaststelling van het bovengenoemde besluit.

(8)Het is gerechtvaardigd steun te verlenen voor de goedkeuring van het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit, aangezien het ervoor zal zorgen dat de salarissen van de personeelsleden van het permanent secretariaat concurrerend blijven, hetgeen noodzakelijk is voor de verdere goede werking van het permanent secretariaat.

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de voor januari 2026 geplande schriftelijke vaststellingsprocedure van het regionaal stuurcomité van de Vervoersgemeenschap met betrekking tot de wijziging van de in het personeelsstatuut van de Vervoersgemeenschap vastgestelde regels inzake de salarissen van het personeel van het permanent secretariaat van de Vervoersgemeenschap, is gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het regionaal stuurcomité.

Artikel 2

Kleine technische wijzigingen van het in artikel 1 geformuleerde standpunt kunnen worden overeengekomen zonder nader besluit van de Raad.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum van de vaststelling ervan.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1) *    Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet en is in overeenstemming met Resolutie 1244 (1999) van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.
(2)    Besluit (EU) 2019/392 van de Raad van 4 maart 2019 betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap (PB L 71 van 13.3.2019, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dec/2019/392/oj ).
(3)    Vastgesteld krachtens bijlage II bij Besluit nr. 2019/3 van het regionaal stuurcomité van 5 juni 2019
(4)    Arrest van het Hof van 7 oktober 2014, Bondsrepubliek Duitsland/Raad van de Europese Unie, C-399/12, ECLI:EU:C:2014:2258, punten 61 tot en met 64.
(5)    Besluit (EU) 2019/392 van de Raad van 4 maart 2019 betreffende de sluiting, namens de Europese Unie, van het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap (PB L 71 van 13.3.2019, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dec/2019/392/oj ).

Brussel, 15.1.2026

COM(2026) 7 final

BIJLAGE

bij

Voorstel voor een Besluit van de Raad

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in het regionale stuurcomité van de Vervoersgemeenschap met betrekking tot bepaalde wijzigingen van de regels voor de salarissen van het personeel van het permanente secretariaat van de Vervoersgemeenschap


BIJLAGE

ONTWERPBESLUIT Nr. 2026/…

VAN HET REGIONAAL STUURCOMITÉ

VAN DE VERVOERSGEMEENSCHAP

van ...

tot wijziging van Besluit nr. 2019/3 van het regionaal stuurcomité van de Vervoersgemeenschap van 5 juni 2019

HET REGIONAAL STUURCOMITÉ VAN DE VERVOERSGEMEENSCHAP,

Gezien het Verdrag tot oprichting van de Vervoersgemeenschap, met name artikel 24, lid 1, en artikel 30,

Overwegende hetgeen volgt:

(1) Het personeelsstatuut van de Vervoersgemeenschap is vastgesteld in bijlage II bij Besluit nr. 2019/3 van het regionaal stuurcomité. De salarisschaal die overeenkomt met de indeling van de ambten bij het secretariaat is opgenomen in het aanhangsel bij dat Statuut.

(2) In punt 9.1 van bijlage II bij besluit nr. 2019/3 is bepaald dat de salarisschaal die overeenkomt met de indeling van de ambten in het secretariaat regelmatig door het stuurcomité moet worden herzien om ervoor te zorgen dat deze concurrerend blijft en in overeenstemming is met de behoeften van het secretariaat.

(3) De salarisschaal in het aanhangsel bij het statuut is sinds de vaststelling ervan in juni 2019 ongewijzigd gebleven. Daarom moeten de salarissen van alle personeelsleden op 1 januari 2026 met 20 % worden verhoogd. Deze verhoging moet ook tot uiting komen in de tabel “Indicatieve maandelijkse salarissen van de personeelsleden van het secretariaat” van het aanhangsel van bijlage II bij Besluit nr. 2019/3 van het regionaal stuurcomité. In de periode na 2026 moeten de salarissen jaarlijks worden geïndexeerd, voor het eerst op 1 januari 2027.

(4) Om ervoor te zorgen dat de jaarlijkse salarisindexering in overeenstemming is met de jaarlijkse vaststellingscyclus van de begroting van de Vervoersgemeenschap, is het passend te bepalen dat het beoogde besluit met terugwerkende kracht van toepassing is vanaf 1 januari 2026,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De volgende punten worden toegevoegd aan punt 9.1 van bijlage II bij Besluit nr. 2019/3 van het regionaal stuurcomité:

“c) Op 1 januari 2027 en vervolgens jaarlijks wordt de salarisschaal in het aanhangsel van bijlage II bij Besluit nr. 2019/3 aangepast overeenkomstig het officiële jaarlijkse indexcijfer van de consumptieprijzen (CPI), zoals gepubliceerd door de bevoegde statistische instantie van de Republiek Servië voor het voorgaande jaar. De salarissen van alle personeelsleden worden automatisch herzien overeenkomstig het desbetreffende percentage. De jaarlijkse salarisindexering wordt automatisch toegepast, tenzij het stuurcomité op basis van uitzonderlijke economische omstandigheden anders bepaalt.”

Artikel 2

Het aanhangsel van bijlage II bij Besluit nr. 2019/3 van het regionaal stuurcomité wordt vervangen door:

“Indicatieve maandelijkse salarissen van de personeelsleden van het secretariaat

Functie

Maandelijks salaris in euro

(min./max.)

1.Directeur

9 600 - 12 000

2.Adjunct-directeur

7 200 - 8 400

3.Afdelingshoofd

6 600 - 7 440

4.Deskundigen (coördinatoren, desk officers, beambten)

5 400 - 6 000

5.Assistenten

2 400 - 3 000

Artikel 3

Op 1 januari 2026 worden de salarissen van alle personeelsleden met 20 % verhoogd.

Artikel 4

Dit besluit treedt in werking op de dag na die van de vaststelling ervan. Het is van toepassing met ingang van 1 januari 2026.

Gedaan te [......], op [……] 2026

Voor het regionaal stuurcomité

De voorzitter