Brussel, 17.9.2026

COM(2026) 680 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

Een EU-aanpak voor de onlineveiligheid van kinderen










1.Inleiding

De digitale wereld biedt een schat aan kennis en mogelijkheden voor verbinding en creativiteit. De bedrijfsmodellen van platforms, die erop gericht zijn om mensen zoveel mogelijk tijd online door te laten brengen, leiden echter tot een massale online-aanwezigheid en kunnen misbruik maken van de kwetsbaarheden van kinderen. Volgens een Eurobarometer van 2026 brengen tieners op schooldagen gemiddeld 4,5 uur online door en loopt dit in het weekend op tot 6,1 uur 1 .

Uit de beschikbare gegevens blijkt dat hoe eerder kinderen actief worden op internet, hoe meer tijd ze waarschijnlijk achter een scherm zullen doorbrengen. Degenen die vóór de leeftijd van 10 jaar met het gebruik van sociale media zijn begonnen, melden 7,5 uur dagelijkse schermtijd in het weekend, tegenover 5,7 uur bij degenen die na de leeftijd van 14 jaar zijn begonnen. Dit vergroot de druk op de geestelijke gezondheid van jongeren. Nooit eerder waren er zo veel risico’s voor hun mentale welzijn. Een op de drie tieners voelt zich gestrest of sociaal uitgesloten en heeft te kampen met concentratieproblemen. Een op de vier kinderen komt momenteel online schadelijke en verontrustende inhoud tegen, zoals geweld, haatzaaierij, onrealistische schoonheidsidealen en onjuiste informatie. Ook wordt een kwart van de kinderen vóór de leeftijd van 18 jaar online benaderd voor seksuele doeleinden. Ze krijgen bijvoorbeeld te maken met ongewenste seksuele interacties onder druk en met vormen van grooming 2 . Hoewel elk kind hier het slachtoffer van kan worden, lopen kwetsbare kinderen onevenredig veel risico en krijgen meisjes en jongens met verschillende soorten risico’s te maken.

Daarnaast is vastgesteld dat digitale afleiding een onderliggende oorzaak van de dalende onderwijsprestaties van onze kinderen is, zoals bevestigd door de resultaten van het Programme for International Student Assessment (PISA) van de OESO voor 2025. Digitale afleiding heeft gevolgen voor het leervermogen van jongeren en is een belangrijke factor in de verslechtering van de basisvaardigheden in de EU. Overmatig gebruik van sociale media en buitensporige schermtijd leiden er met name toe dat iemand minder goed in staat is om informatie te evalueren, verbanden te leggen tussen verschillende bronnen en kritisch te denken.

De ontwikkeling van problematische door AI gegenereerde inhoud, zoals deepfakes of gevaarlijk advies van AI-chatbots of AI-metgezellen, verergert het probleem. Eén op de tien tieners wordt onder druk gezet om intieme beelden te delen. Dat zijn miljoenen jongeren in heel Europa. Het probleem gaat niet slechts over passieve blootstelling en blijft niet beperkt tot het scherm. Dergelijke inhoud stuurt, stimuleert en beloont risicovol gedrag, bijvoorbeeld het toebrengen van schade aan anderen en zelfbeschadiging, waaronder ook eetstoornissen, en roekeloos gedrag dat wordt uitgevoerd en gefilmd om aandacht en bevestiging te vragen, met in sommige gevallen fatale gevolgen.

De Unie heeft al een stevige basis voor de onlinebescherming van minderjarigen. De digitaledienstenverordening verplicht onlineplatforms om de veiligheid van minderjarigen in aanmerking te nemen bij de belangrijkste ontwerpkeuzes van hun diensten. Het regelgevingskader van de EU omvat ook uitgebreide waarborgen voor kinderen bij het gebruik van streamingdiensten, onlinespellen, onlinewinkels en AI-producten. De algemene verordening gegevensbescherming (AVG) bevat specifieke regels en waarborgen voor de verwerking van persoonsgegevens, ook die van kinderen. Het consumentenbeschermingsrecht van de EU, waaronder de richtlijn oneerlijke handelspraktijken (UCPD), beschermt minderjarigen als kwetsbare consumenten.

De handhaving van deze wetgeving is een belangrijke prioriteit van de Commissie. In het kader van de digitaledienstenverordening heeft de Commissie bijvoorbeeld handhavingsmaatregelen genomen tegen ByteDance en Meta vanwege het verslavende ontwerp van hun bekendste onlineplatforms, TikTok, Facebook en Instagram, en vanwege de gebrekkige leeftijdscontroles op Facebook en Instagram. De Commissie heeft ook handhavingsmaatregelen genomen tegen X vanwege Grok, dat materiaal van seksueel misbruik van kinderen genereert en verspreidt. Via het samenwerkingsnetwerk voor consumentenbescherming (SCB-netwerk) hebben de Commissie en de nationale autoriteiten actie ondernomen tegen schadelijke praktijken, onder meer van onlinespellen en e-commerce 3 . De gegevensbeschermingsautoriteiten hebben ook actie ondernomen tegen Meta, TikTok, X en andere partijen wegens het misbruiken van persoonsgegevens van kinderen.

De bestaande regels volstaan echter niet. In het huidige wetgevingskader van de EU is geen minimumleeftijd vastgesteld voor de toegang tot platforms en diensten met niet-kindvriendelijke of risicovolle functies en inhoud. Er is ook geen volledig verbod op veelvoorkomende problematische functies, zoals de mogelijkheid om eindeloos te scrollen, overmatige meldingen of schadelijke aanbevelingssystemen. Bovendien zorgt het bestaande Uniekader niet voor voldoende harmonisatie en bevat het geen nadere informatie over de aanpak van verslavende ontwerpkenmerken van digitale producten en diensten die toegankelijk zijn voor minderjarigen. Ook is er te weinig rechtszekerheid met betrekking tot systemen voor leeftijdsverificatie en ontbreekt het aan wettelijke verantwoordelijkheid van technologiebedrijven voor het ontwerp van hun diensten.

Zoals aangekondigd in de toespraak over de Staat van de Unie van 2025 heeft een speciaal panel de taak gekregen om de voorzitter van de Commissie te adviseren over de ontwikkeling van een Europese aanpak voor de onlineveiligheid van kinderen. Bij het speciaal panel werden verschillende groepen belanghebbenden betrokken. Ook zijn er deskundigen met verschillende achtergronden geraadpleegd, zowel uit de Unie als uit partnerlanden. De beraadslagingen hebben geresulteerd in een verslag van de medevoorzitters van het speciaal panel met daarin hun bevindingen en belangrijkste aanbevelingen 4 .

Bovendien wordt de onlineveiligheid van kinderen erkend als een mondiale uitdaging die nauwe samenwerking tussen partners vergt. De recente schikking met Meta in de Verenigde Staten laat zien dat dienstverleners zich er nu van bewust zijn dat zij zowel op juridisch als maatschappelijk vlak steeds meer verantwoordelijk worden gehouden voor de veiligheid van kinderen aan wie zij diensten verlenen 5 . Binnen de EU overwegen veel lidstaten verschillende wetgevingsinitiatieven om minderjarigen online te beschermen, met name door een minimumleeftijd vast te stellen voor toegang tot bepaalde diensten 6 . Uit recente ontwikkelingen blijkt echter duidelijk dat dit een juridisch complexe kwestie is, en daarnaast dat er een gerichte en evenredige aanpak nodig is en de grondrechten moeten worden beschermd 7 .

Gezien deze context zijn doortastende, alomvattende en dringende maatregelen op het niveau van de Unie de meest geschikte manier om risico’s van deze ernst en omvang waarmee kinderen online worden geconfronteerd, doeltreffend en snel aan te pakken. Zulke maatregelen vormen een doeltreffend antwoord op de duidelijke oproepen van de Europese Raad, de medewetgevers en de belangrijkste belanghebbenden die pleiten voor een gemeenschappelijke Europese aanpak om alle kinderen in de hele Unie in gelijke mate online te beschermen. Met deze maatregelen kan Europa de wijdverbreide en schadelijke toegang van technologiebedrijven tot Europese kinderen definitief beperken, zodat zij zonder algoritmen kunnen leven. Want “Europa gelooft dat kinderen moeten worden opgevoed door hun ouders, niet door algoritmen”.



2.Naar een alomvattende en ambitieuze Europese aanpak: de EU KIDS Act

De aanpak van de Unie moet ervoor zorgen dat minderjarigen kunnen profiteren van het enorme potentieel van digitale diensten en hen tegelijkertijd beschermen tegen misbruik en uitbuiting. De toegang van technologiebedrijven tot onze kinderen moet worden beperkt, niet andersom. Er moet worden benadrukt dat de hoofdverantwoordelijkheid voor het ontwerpen van veilige onlineruimten bij de digitaledienstverleners ligt. In de aanpak moet rekening worden gehouden met de toenemende maturiteit van kinderen naarmate zij ouder worden en met de rol van hun ouders en verzorgers, zonder hen echter al te veel verantwoordelijkheid toe te schuiven. De aanpak van de Unie moet daarom alomvattend, collectief en leeftijdsbewust zijn en gebaseerd worden op de daadwerkelijke risico’s waarmee kinderen online worden geconfronteerd. De rechten van het kind moeten, als grondrechten, overeenkomstig het Handvest van de grondrechten van de EU, het fundament vormen van de aanpak, waarbij het belang van het kind voorop moet staan.

In de EU KIDS Act die met deze mededeling wordt aangenomen, worden gezamenlijke EU-regels voorgesteld die alle kinderen in de hele Unie een gelijk beschermingsniveau bieden, evenals een aantal hulpmiddelen voor ouders en voogden 8 . Het voorstel zal het risico op versnippering tussen de lidstaten verminderen en EU-bedrijven duidelijke rechtszekerheid bieden op de eengemaakte markt.

Het voorstel zal betrekking hebben op “sociale media+”, de groep diensten die het grootste risico vormen voor minderjarigen. Dit zijn de socialemediadiensten, videoplatforms en onlinespellen die door hun ontwerp specifieke risico’s met zich meebrengen voor minderjarigen, alsook AI-chatbots en AI-metgezellen, als virtuele tools die minderjarigen advies kunnen geven over geestelijke gezondheid en persoonlijke ontwikkeling. Het is niet gericht op diensten die worden ontworpen en ingezet voor het onderwijs of door overheidsinstanties, noch op industriële AI of AI-tools voor kantoorgebruik. Het voorstel betreft een gecombineerde aanpak met i) een EU-brede minimumleeftijd en ii) eisen inzake veilig ontwerp.

2.1 De EU-brede minimumleeftijd voor sociale media

De toegang van kinderen tot platforms blijft een groot probleem, en wat risico’s betreft, maakt het een enorm verschil of kinderen een eigen, persoonlijk account kunnen hebben of niet. Met het oog daarop verbiedt het voorstel socialemediaplatforms om toegang te krijgen tot kinderen jonger dan 13 jaar en stelt het voor minderjarigen een EU-brede minimumleeftijd van 15 jaar vast om een eigen account aan te kunnen maken, met een geleidelijke aanpak. Dat werkt als volgt:

Kinderen van 0 tot 3 jaar mogen geen toegang hebben tot schermen. Op deze leeftijd hebben kinderen als passieve gebruikers van digitale media voornamelijk te maken met risico’s voor hun relaties met anderen. Deze risico’s doen zich vaak voor wanneer ouders en voogden directe interactie vervangen door schermgebruik om jonge kinderen te kalmeren of afleiding te bieden, wat gevolgen kan hebben voor de ontwikkeling van hun aandachtsspanne, taalvaardigheid en zicht en voor de sociaal-emotionele groei. Ouders en voogden moeten daarom prioriteit geven aan persoonlijke interacties, hun eigen tijd op sociale media beperken als ze voor kinderen aan het zorgen zijn en voorkomen dat hun kinderen achter een scherm zitten.

Kinderen van 3 tot 13 jaar mogen niet in aanraking komen met sociale media. Aanbieders van videoplatforms kunnen echter kindvriendelijke diensten aanbieden, zoals educatief materiaal of amusement dat past bij de leeftijd, waarnaar ouders of verzorgers hun kinderen onder toezicht kunnen laten kijken. Om dat mogelijk te maken, moeten de platforms ouders of voogden een gebruiksvriendelijke tool bieden waarmee het gebruik van het account van de volwassene tot dergelijke kindvriendelijke diensten kan worden beperkt wanneer kinderen er toegang toe krijgen, en waarmee de schermtijd van het kind tot één uur per dag kan worden beperkt. Deze aanpak is in overeenstemming met de aanbevelingen van de medevoorzitters van het speciaal panel en zorgt ervoor dat kinderen langzaam vertrouwd kunnen raken met technologie naarmate ze ouder worden. Zo worden ze nog steeds beschermd tegen ongepaste interferentie en verslavende ontwerpkenmerken waaraan ze anders zouden kunnen worden blootgesteld.

Voor kinderen van 13 jaar tot 15 jaar kunnen ouders of voogden “mini-accounts” aanmaken op sociale media en videoplatforms waarvoor de minimumleeftijd van 13 jaar geldt. Deze accounts zouden strikt beperkte functies hebben en ouders moeten toezicht kunnen houden op de accounts. Functies op sociale media zouden worden beperkt tot een maximaal aantal contacten (enkel leeftijdsgenoten) en er moet een dagelijkse schermtijdlimiet van één uur zijn. Bovendien zouden ouders en voogden hun ouderlijke verantwoordelijkheden kunnen uitoefenen door het gebruik van het account van het kind te monitoren en controleren via een speciale app voor toezicht.

Tieners in de leeftijdsgroep van 15 jaar tot 18 jaar mogen hun eigen zelfstandige account aanmaken op sociale media en videoplatforms, zonder dat zij daarvoor toestemming van de ouders nodig hebben. Daarbij moet ervoor worden gezorgd dat zij nog steeds enkel toegang krijgen tot een omgeving die door het ontwerp veilig is. In deze periode blijven ouders en voogden nog steeds een essentiële rol spelen.

2.2 Veilig ontwerp

Naast de hierboven beschreven maatregelen verplicht de EU KIDS Act alle diensten die binnen het toepassingsgebied vallen, om een veilig ontwerp te hebben dat voldoet aan strikte regels en beginselen. Dit zal zorgen voor een veilige ervaring die past bij de leeftijd. In het bijzonder bevat een veilig ontwerp:

·Geen verslavende functies in het ontwerp, zoals de mogelijkheid om eindeloos te scrollen, kunstmatige meldingen of bepaalde beloningsfuncties.

·Gereguleerde aanbevelingssystemen, zoals opties om aanbevolen inhoud te kiezen, aan te passen en te beheren, “rabbit hole”-effecten te vermijden en de systemen niet alleen te baseren op de interesses van de gebruiker.

·Veilige accountinstellingen om de inhoud privé te houden, risicovolle instellingen standaard uit te schakelen en minderjarigen duidelijke informatie te geven.

·Geen ongewenste contacten met andere gebruikers. Onbekende gebruikers kunnen niet rechtstreeks contact leggen als zij geen goedgekeurde connectie zijn, er is uitdrukkelijke toestemming nodig om aan groepen te worden toegevoegd en het is mogelijk om gebruikers gemakkelijk en anoniem te blokkeren.

·De mogelijkheid voor kinderen om schadelijke inhoud gemakkelijk te melden en snel toegang te krijgen tot ondersteuningstools.

·Doeltreffende en op de leeftijd afgestemde tools voor ouderlijk toezicht. 

Deze regels en beginselen zullen worden aangevuld met specifieke verbintenissen voor onlinespellen, AI-chatbots en AI-metgezellen, waarbij er sprake is van een “coreguleringsaanpak” op basis van zelfregulering door de sector. Voor appstores zouden ook eisen gelden die voortbouwen op de huidige beste praktijken op het gebied van zelfregulering. Zij zouden consistente leeftijdsclassificaties moeten gebruiken en apps, bv. onlinespellen, ontoegankelijk moeten maken voor minderjarigen die nog niet de benodigde leeftijd hebben bereikt.

2.3 Leeftijdscontroles

Het voorstel bevat ook regels voor privacyvriendelijke en toegankelijke systemen voor leeftijdscontroles en de werking ervan.

De EU KIDS Act bevat de verplichting voor aanbieders van socialemediadiensten en videoplatforms om een leeftijdscontrole uit te voeren wanneer een gebruiker een nieuw account aanmaakt. Dit zou gebeuren met gebruik van het EU-instrument voor leeftijdsverificatie of andere oplossingen van overheidsinstanties met een gelijkwaardig niveau van nauwkeurigheid, betrouwbaarheid, robuustheid, privacy, veiligheid, non-discriminatie en niet-indringendheid. Voor bestaande accounts zouden evenredige controles gelden, in plaats van algemene leeftijdscontroles met terugwerkende kracht. Dit zou bijvoorbeeld het geval zijn als een account al jaren geleden is aangemaakt of is aangemaakt in combinatie met een creditcard die gekoppeld is aan de eigenaar van het account. Specifiek voor onlinespellen geldt dat voor elk spel een verplichte leeftijdsaanbeveling vereist wordt, die strikt gehandhaafd zal worden door middel van een leeftijdscontrole in een appstore voordat het spel kan worden gedownload.

2.4 Handhaving

Om te zorgen voor een doeltreffende bescherming van kinderen is strikte handhaving cruciaal. De EU KIDS Act van de EU bouwt voort op de bestaande handhavingsarchitectuur van de digitaledienstenverordening en de AI-verordening. De bewijslast om aan te tonen dat aan de nieuwe regels is voldaan, ligt bij de marktdeelnemers. Daarom zullen zeer grote onlineplatforms verplicht worden een nalevingsplan in te dienen bij een onafhankelijke auditor die de nieuwe dienst, functie of functionaliteit grondig moet beoordelen. De Commissie kan de aanbieder verzoeken corrigerende maatregelen voor te stellen indien zij op basis van het verslag van de auditor van oordeel is dat het nalevingsplan tekortschiet. Ook wordt er een toezichtsvergoeding ingevoerd om de EU-brede handhavings- en toezichtwerkzaamheden van de Commissie doeltreffend te financieren en te ondersteunen. Binnen de handhavingsstructuur zal prioriteit worden gegeven aan klachten die betrekking hebben op minderjarigen.

Aangezien de technologie snel evolueert, voorziet het voorstel in een evaluatieclausule, zodat het regelgevingskader eventueel kan worden geactualiseerd als dat nodig is.

3.Aanvullende maatregelen

3.1.Aanvullende regelgevende maatregelen van de EU

De EU KIDS Act zal specifieke regels bevatten voor die digitale diensten waarvan het gebruik het grootste risico vormt voor de veiligheid en ontwikkeling van minderjarigen. De voorgestelde handeling volgt een benadering van geleidelijke toegang en moet ervoor zorgen dat bepaalde ontwerpkenmerken een ingebouwde veiligheid bieden. Tegelijkertijd moeten we ervoor zorgen dat de veiligheid van minderjarigen wordt gewaarborgd met betrekking tot alle diensten en producten waarmee kinderen online te maken kunnen krijgen en dat handelspraktijken waarmee zij in contact komen, geen risico’s inhouden voor hun gezondheid en veiligheid.

De verwachte wetgevingshandeling inzake digitale rechtvaardigheid (WDR) en de herziening van de verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming zijn een uitgelezen kans om de bescherming van kinderen en tieners te verankeren in het EU-consumentenrecht. De WDR zal voorzien in een actualisering van de horizontale regels voor consumentenbescherming tegen schadelijke onlinehandelspraktijken die ook gevolgen hebben voor kinderen als jonge consumenten, zoals manipulatieve digitale praktijken van ondernemingen jegens consumenten, oneerlijke prijsstellingstechnieken, problematische marketing door influencers en problemen met digitale overeenkomsten en abonnementen. De Commissie zal ook de verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming herzien om te zorgen voor een betere handhaving ten behoeve van iedereen, met bijzondere aandacht voor minderjarigen, als aanvulling en voortbouwend op de handhaving in het kader van de EU KIDS Act. Bij de opstelling van de herziene verordening zal de Commissie nagaan hoe de coördinatie van de handhaving tussen nationale consumentenautoriteiten in grensoverschrijdende situaties kan worden verbeterd en hoe onderzoeks- en handhavingsbevoegdheden in specifieke gevallen op EU-niveau kunnen worden gecentraliseerd.

Daarnaast zal de Commissie een herziening van de richtlijn audiovisuele mediadiensten voorstellen. Daarin zullen de categorieën schadelijke inhoud worden gespecificeerd waartegen videoplatforms minderjarigen moeten beschermen en de toepasselijkheid van de audiovisuele regels van de EU op influencers, als aanbieders van inhoud, worden verduidelijkt.

Naast de ontwikkeling van een passend regelgevingskader en de doeltreffende handhaving daarvan, moet de respons van de Unie berusten op een reeks steunmaatregelen, zoals hieronder beschreven.

3.2 Kinderen en jongeren assertiever maken door onderwijs 

Ten eerste is onderwijs van cruciaal belang om de ontwikkeling van elk kind te bevorderen, minderjarigen voldoende kennis bij te brengen om de onlineomgeving beter te begrijpen en hen in staat te stellen om een onderscheid te maken tussen passend en risicovol gedrag, ook online. Daarmee rekening houdend, is het van essentieel belang dat jongeren beschikken over de nodige vaardigheden om veilig en verantwoord om te gaan met “sociale media +”, ook in de context van een versneld gebruik van AI.

Tegen deze achtergrond zal de Commissie een onderwijspakket aannemen om scholen te ondersteunen bij hun inspanningen om digitale en AI-vaardigheden te bevorderen, het bewustzijn te vergroten en minderjarigen weerbaarder te maken, onder meer door de voorbereiding van leerkrachten en schoolleiders, met betrekking tot de gevolgen van “sociale media +” voor de geestelijke gezondheid en cognitieve ontwikkeling. In dit verband zijn psychologische ondersteuning en uitgebreid, op de leeftijd afgestemd onderwijs van cruciaal belang.

Het geplande onderwijspakket zal het onderwijs op het gebied van AI-geletterdheid verder verankeren, onder meer via het kader voor AI-geletterdheid voor het basis- en middelbaar onderwijs van de EU en de OESO, en scholen ondersteunen bij de ontwikkeling van strategieën om het digitale welzijn van kinderen te bevorderen, met bijzondere aandacht voor hun veiligheid en assertiviteit. Het zal ook het aanbod van veilige, interoperabele Europese infrastructuur voor digitaal onderwijs en pedagogisch verantwoorde onderwijsinhoud aanpakken en de strategische afhankelijkheden van Europa op het gebied van onderwijstechnologie helpen verminderen.

De door de EU medegefinancierde centra voor een veiliger internet bieden al doeltreffende, betrouwbare hulp om de onlineveiligheid van kinderen te waarborgen. De nationale aanwezigheid van deze centra, de brede reikwijdte en de gespecialiseerde deskundigheid maken van het netwerk een waardevolle partner voor de lidstaten bij de ontwikkeling en uitvoering van doeltreffende nationale strategieën voor een veiligere en betere digitale omgeving voor kinderen. Voortbouwend op deze werkzaamheden is de Commissie van plan op maat gesneden richtsnoeren te verstrekken over de nieuwe regels voor verschillende groepen, waaronder kinderen, voogden, opvoeders, scholen en regelgevers. Het zal daarbij gaan om webinars, vroegtijdige opsporing van schade, beheer van op leeftijd afgestemde toegang en veilig gebruik van AI-chatbots en -metgezellen. De lidstaten moeten op deze werkzaamheden voortbouwen en deze in de nationale, regionale en lokale context verankeren.

Wat de financiering betreft, biedt de Commissie in het kader van Horizon Europa al financiële steun voor onderzoek naar de onlineveiligheid van kinderen. Het werkprogramma voor 2026 omvat het effect van het gebruik van digitale tools buiten schooltijd voor communicatie op onderwijsresultaten en geestelijke gezondheid, met projecten die in 2027 van start gaan. Daarnaast kan de Commissie financieringsprioriteiten voor nieuw onderzoek in kaart brengen, evenals mogelijkheden om veilige diensten en kindgerichte innovatie te ondersteunen met directe particuliere en publieke investeringen.

Tegelijkertijd moeten maatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat kinderen tijd doorbrengen in de offlinewereld. Via Erasmus+ ondersteunt de Commissie offlineruimten en -activiteiten, die van cruciaal belang zijn voor de ontwikkeling van kinderen, aangezien zij een gezonde betrokkenheid helpen bevorderen en alternatieven bieden voor schermgebruik. Daarom worden de lidstaten aangemoedigd om te zorgen voor een betere toegang tot betaalbare sport-, kunst- en jeugdcentra, bibliotheken en gemeenschapsruimten. De EU-lidstaten en -regio’s moeten ten volle gebruikmaken van de beschikbare nationale en EU-financiering om leerkrachten, ouders en kinderen passende infrastructuur te bieden.

Deze inspanningen moeten deel uitmaken van een breder, sterk collectief engagement op zowel Unie- als nationaal niveau om alle beschikbare middelen in te zetten voor onderwijs, bewustmaking en uitwisseling van beste praktijken, teneinde de preventie-, ondersteunings- en beschermingsmechanismen voor kinderen in de digitale omgeving te versterken in het kader van een geïntegreerde aanpak van kinderbescherming. In dit verband zullen slachtoffers van producten met gebreken, waaronder digitale producten, dankzij een snelle omzetting en uitvoering van de richtlijn productaansprakelijkheid in de hele EU onder uniforme voorwaarden schadevergoeding kunnen vorderen.

3.3Bredere steunmaatregelen van de EU

Naast onderwijs en mediageletterdheid is een aantal aanvullende maatregelen van de EU van groot belang om de onlinebescherming van kinderen aan te pakken. Het gaat onder meer om een alomvattende aanpak van gezondheid, en in het bijzonder geestelijke gezondheid, en betere samenwerking en coördinatie tussen degenen die betrokken zijn bij de aanpak van onlinerisico’s en -misdrijven tegen kinderen.

In 2023 had de Commissie al een mededeling aangenomen over een alomvattende benadering van geestelijke gezondheid, met 20 vlaggenschipinitiatieven en bijna 1,3 miljard EUR aan financieringsmogelijkheden. Daarbij werd meer nadruk gelegd op inclusiviteit en de ondersteuning van kwetsbare groepen, zoals kinderen en jongeren. De Commissie ontwikkelt op dit moment samen met Unicef een preventietoolkit die beleidsmakers zal helpen de geestelijke en lichamelijke gezondheid van kinderen beter te ondersteunen. De toolkit zal worden gelanceerd ter gelegenheid van de Werelddag van de Geestelijke Gezondheid in oktober 2026. De toolkit zal ook inspelen op uitdagingen in verband met de gevolgen van digitalisering voor de geestelijke gezondheid van kinderen. Daarnaast werkt de Commissie samen met de Wereldgezondheidsorganisatie aan capaciteitsopbouw in geestelijke-gezondheidszorgstelsels, waarbij ook aandacht wordt besteed aan digitale factoren die van invloed zijn op de geestelijke gezondheid van jongeren.

Kinderen kunnen ook het slachtoffer zijn van misdrijven. Wanneer kinderen betrokken zijn bij online strafbare feiten, als slachtoffer, dader of beide, is het EU-acquis inzake het strafprocesrecht van toepassing, met name de richtlijn slachtofferrechten en de richtlijn procedurele waarborgen van 2016. Wat misdaadpreventie betreft, geldt het materiële EU-acquis inzake strafrecht, waaronder met name de richtlijn ter bestrijding van seksueel misbruik van kinderen.

Misdrijven die kinderen online treffen, gaan van haatmisdrijven, mensenhandel, misbruik en seksuele uitbuiting tot rekrutering voor georganiseerde misdaad en gewelddadig extremisme of terrorisme. De EU- en nationale autoriteiten die verschillende wetgeving handhaven, zullen blijven samenwerken en informatie en gegevens snel blijven delen om het hoogste niveau van bescherming van minderjarigen mogelijk te maken. Het verwachte actieplan voor de bescherming van kinderen tegen criminaliteit zal tot doel hebben een samenhangend en alomvattend antwoord te bieden op de verschillende risico’s waarmee kinderen worden geconfronteerd in verband met criminaliteit, zowel online als offline. Het zal erop gericht zijn de blootstelling van kinderen aan criminaliteit tot een minimum te beperken en de capaciteit van rechtshandhavingsinstanties en andere bevoegde autoriteiten voor het onderzoeken en vervolgen van strafbare feiten met kinderen, te versterken. De nadruk zal liggen op het begeleiden van kinderen tijdens hun traject door nationale strafrechtelijke regelingen. Met deze kindgerichte aanpak zullen de rechten en het belang van het kind centraal staan in alle initiatieven. 

3.4 Internationale samenwerking

Overeenkomstig de internationale digitale strategie voor de EU heeft de EU tot dusver samengewerkt met Australië, Brazilië, Canada, Singapore, het Verenigd Koninkrijk en Japan om kinderen online te beschermen en heeft zij de gemeenschappelijke reeks beginselen van de G7 met betrekking tot minderjarigen online vormgegeven 9 . Voorts heeft zij bijgedragen aan besprekingen op multilateraal niveau, onder meer met de Verenigde Naties 10 . Een nauwere samenwerking met onze internationale partners blijft een prioriteit om minderjarigen online doeltreffend te beschermen. De invoering, via de EU KIDS Act, van een aanpak om de gevolgen van artificiële intelligentie voor kinderen via chatbots en AI-metgezellen te beperken, versterkt de op rechten gebaseerde en risicogebaseerde benadering van AI door de EU, die van belang is voor veel partners over de hele wereld. In het algemeen zal een gemeenschappelijke benadering van de onlinebescherming van kinderen in de hele EU deze internationale samenwerking doeltreffender maken door een sterk referentiepunt te bieden voor de samenwerking met partners om de doelstellingen van dit initiatief te verwezenlijken.

3.5 Monitoring

Het is belangrijk om de ontwikkeling van digitale diensten voor minderjarigen, de impact van die diensten op minderjarigen en de effecten van de binnen de Unie genomen initiatieven voortdurend te analyseren. De Commissie zal regelmatig de balans opmaken van de vooruitgang, met de steun van belanghebbenden, waaronder jeugd- en kinderrechtenorganisaties, kinderen en ouderverenigingen. Zij zal het effect en de doeltreffendheid van het pakket maatregelen in verband met deze mededeling monitoren.

Daarbij zal worden gelet op de effecten en de mogelijke noodzaak om het kader voor de minimumleeftijd aan te passen, om zo een gestructureerd, regelmatig gegevensverzamelingssysteem op te zetten om inzicht te krijgen in de online-ervaring van minderjarigen in de hele EU. Dit kader zal gebaseerd zijn op kinderparticipatie, met name via de EU-site voor jongereninspraak in het kader van de EU-strategie voor de rechten van het kind en BIK + (strategie voor een beter internet voor kinderen). Het zal voortbouwen op onderzoek en op werkzaamheden in het kader van de digitaledienstenverordening en door het Europees Centrum voor algoritmetransparantie, dat nagaat hoe de onlineveiligheid van kinderen, nieuwe technologieën en gebruikspatronen zich ontwikkelen.

De monitoring zal met name gericht zijn op de gevolgen voor de geestelijke gezondheid van jongeren. Ook de verdeling van hun schermtijd over verschillende activiteiten en de positieve aspecten van de online-ervaringen van kinderen zullen in kaart worden gebracht. Zo zal worden nagegaan of en in welke mate minderjarigen zich online assertief en veilig voelen.

4.Conclusie en volgende stappen

In deze mededeling wordt een kader geschetst dat is gebaseerd op een duidelijke overtuiging: technologiebedrijven dragen de hoofdverantwoordelijkheid voor het veilig maken van hun producten. Ouders, en niet algoritmen, moeten de kinderen in Europa opvoeden.

We moeten een digitale wereld opbouwen waarin onze kinderen vrij en veilig kunnen opgroeien, beschermd door de waarden waar Europa voor staat. Europa moet de beste plaats zijn om op te groeien en de beste plaats om oud te worden. Dit is de maatstaf waaraan deze respons moet worden getoetst.

Het speciaal panel heeft de gegevens verzameld en geleverd. Het is nu aan de instellingen van de Unie om samen met de lidstaten, de sector, het maatschappelijk middenveld, scholen en gezinnen de veranderingen door te voeren waar kinderen en ouders in heel Europa om vragen: een wereld die is ontworpen met hun welzijn voor ogen.

De Commissie zal:

·een wetgevingshandeling inzake digitale rechtvaardigheid voorstellen

·de herziening van de verordening betreffende samenwerking met betrekking tot consumentenbescherming voorstellen  

·de herziening van de richtlijn audiovisuele mediadiensten voorstellen

·een actieplan voor de bescherming van kinderen tegen criminaliteit presenteren 

·een onderwijspakket presenteren 

(1)

  Gevolgen van buitensporige schermtijd en sociale media voor de geestelijke gezondheid van jongeren – Juni 2026 – Eurobarometer-enquête .

(2)

  https://www.childlight.org/reports/itl-interim-update-2026.

(3)

 Het SCB-netwerk heeft bij Star Stable Online bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar het aansporen van kinderen om directe aankopen te doen, naar verkooptactieken waarbij kinderen onder druk worden gezet en naar onduidelijke informatie over in-game betaalmiddelen. Het bedrijf werd gevraagd toezeggingen te doen voor verbetering van de situatie. Daarnaast lopen er gecoördineerde acties van het SCB-netwerk tegen Temu en Shein wegens inbreuken op het consumentenrecht in verband met donkere patronen, nepkortingen en andere oneerlijke handelspraktijken.  

(4)

Onlineveiligheid van kinderen – minderjarigen beschermen en empoweren in een digitale wereld, beschikbaar op https://commission.europa.eu/document/download/d833504d-5ec3-4fac-945f-38e7d0bd5326_en?filename=Special-panel-report.pdf.

(5)

https://www.oag.state.va.us/media-center/news-releases/3105-attorney-general-jay-jones-announces-a-17-billion-landmark-settlement-with-meta-with-353-million-guaranteed-for-virginia.

(6)

In 17 lidstaten wordt gewerkt aan of onderhandeld over ontwerpwetgeving.

(7)

https://www.conseil-constitutionnel.fr/decision/2026/2026911DC.htm.

(8)

Voor “ouderschap” wordt de definitie in de nationale wetgeving van elke EU-lidstaat gevolgd.

(9)

Die vervolgens zijn goedgekeurd door de leiders van Brazilië, Egypte, Kenia, India en Zuid-Korea.

(10)

Gemeenschappelijke reeks beginselen van de G7 voor een veiligere en beter beveiligde digitale ruimte voor minderjarigen.