EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 3.6.2026
COM(2026) 224 final
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
inzake het economisch, sociaal, werkgelegenheids-, structuur- en begrotingsbeleid van Slovenië
{SWD(2026) 224 final}
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 3.6.2026
COM(2026) 224 final
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
inzake het economisch, sociaal, werkgelegenheids-, structuur- en begrotingsbeleid van Slovenië
{SWD(2026) 224 final}
Aanbeveling voor een
AANBEVELING VAN DE RAAD
inzake het economisch, sociaal, werkgelegenheids-, structuur- en begrotingsbeleid van Slovenië
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,
Gezien Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad ( 1 ), en met name artikel 3, lid 3,
Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,
Gezien de resoluties van het Europees Parlement,
Gezien de conclusies van de Europese Raad,
Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,
Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,
Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,
Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Verordening (EU) 2024/1263 wordt gespecificeerd dat de doelstellingen van het kader voor economische governance er met name op gericht zijn gezonde en houdbare overheidsfinanciën, duurzame en inclusieve groei, alsook veerkracht te bevorderen door middel van hervormingen en investeringen, en buitensporige overheidstekorten te voorkomen. In die verordening is bepaald dat de Raad en de Commissie in het kader van het Europees Semester multilateraal toezicht uitoefenen overeenkomstig de doelstellingen en vereisten van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“VWEU”). Het Europees Semester omvat met name de opstelling van en het toezicht op de uitvoering van landspecifieke aanbevelingen.
(2)Op 16 juli 2025 heeft de Commissie haar voorstel aangenomen voor een verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid voor de periode 2028-2034 en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/955 en Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 ( 2 ). Het voorstel strekt ertoe de Uniefinanciering doeltreffender te maken door de versnippering van het financiële stelsel te verminderen en lidstaten te ondersteunen bij de coördinatie van hun economisch beleid overeenkomstig artikel 175 (VWEU).
(3)Op 25 november 2025 heeft de Commissie een advies over het ontwerpbegrotingsplan 2026 van Slovenië goedgekeurd. Tevens heeft de Commissie op die datum op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 ook het waarschuwingsmechanismeverslag 2026 goedgekeurd, waarin zij Slovenië niet heeft genoemd als een van de lidstaten waarvoor een diepgaande evaluatie nodig zou zijn. Ook heeft de Commissie een aanbeveling voor een aanbeveling van de Raad over het economisch beleid van de eurozone en een aanbeveling voor een aanbeveling van de Raad over menselijk kapitaal in de Europese Unie goedgekeurd, en een voorstel gedaan voor het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid voor 2026, waarin de uitvoering van de werkgelegenheidsrichtsnoeren en de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten wordt geanalyseerd. De Raad heeft de aanbeveling over het economisch beleid van de eurozone ( 3 ) op 21 april 2026 aangenomen en het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid en de aanbeveling over menselijk kapitaal op 9 maart 2026.
(4)Op 29 januari 2025 heeft de Commissie het kompas voor concurrentievermogen gepubliceerd, een strategisch kader dat het mondiale concurrentievermogen van de Unie de komende vijf jaar moet stimuleren. Daarin worden de drie transformatievereisten innovatie, decarbonisatie en concurrentievermogen, en veiligheid genoemd als kritieke pijlers voor duurzame economische groei. Het kompas voor concurrentievermogen is afgestemd op het Europees Semester en, hetgeen ervoor zorgt dat het economisch beleid van de lidstaten in overeenstemming is met de strategische doelstellingen van de Commissie, waarbij een eenvormige aanpak van economische governance wordt opgezet ter bevordering van duurzame groei, innovatie en veerkracht in de Unie.
(5)In 2026 blijft het Europees Semester voor coördinatie van het economisch beleid parallel verlopen met de slotfase van de implementatie van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (“RRF”) ( 4 ). De herstel- en veerkrachtplannen (“RRP’s”) zijn, samen met de financiering uit hoofde van het cohesiebeleid, van essentieel belang gebleken voor de verwezenlijking van de beleidsprioriteiten in het kader van het Europees Semester, aangezien met de plannen alle of een aanzienlijk deel van de uitdagingen die in de relevante landspecifieke aanbevelingen van de recente cycli zijn aangehaald, moesten worden aangepakt, en in door het Europees cohesiebeleid gefinancierde programma’s rekening moest worden gehouden met landspecifieke aanbevelingen. Nu de herstel- en veerkrachtfaciliteit het einde van zijn looptijd nadert, blijft het van essentieel belang om de hervormingen en investeringen die in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit zijn ondersteund en uitgevoerd voort te zetten, met name die welke bijdragen aan het aanpakken van de uitdagingen die in de landspecifieke aanbevelingen zijn vastgesteld.
(6)Op 3 juni 2026 heeft de Commissie het landverslag 2026 voor Slovenië gepubliceerd. Daarin is de vooruitgang beoordeeld die Slovenië heeft geboekt bij de uitvoering van de relevante landspecifieke aanbevelingen en is de balans opgemaakt van de uitvoering door Slovenië van het herstel- en veerkrachtplan. Op basis van die analyse zijn in het landverslag de dringendste uitdagingen voor Slovenië in kaart gebracht. Ook werd de vooruitgang beoordeeld die Slovenië heeft geboekt bij de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten en bij de verwezenlijking van de kerndoelen van de Unie inzake werkgelegenheid, vaardigheden en armoedebestrijding, alsook bij de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties.
(7)Op 21 januari 2025 heeft de Raad, naar aanleiding van de beoordeling en de aanbeveling van de Commissie, een aanbeveling tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van Slovenië aangenomen ( 5 ). Het plan bestrijkt de periode van 2025 tot en met 2028 en voorziet in een over vier jaar gespreide begrotingsaanpassing. De Raad heeft de volgende maximale groeipercentages van de netto-uitgaven aanbevolen: 5,6 % in 2025, 4,4 % in 2026, 4,1 % in 2027 en 4,0 % in 2028, die overeenkomen met de maximale cumulatieve groeipercentages die zijn berekend ten opzichte van het referentiejaar 2023: 12,1 % in 2025, 17,0 % in 2026, 21,8 % in 2027 en 26,6 % in 2028.
(8)De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de gevolgen daarvan zijn een existentiële uitdaging voor de Europese Unie. De Commissie heeft de lidstaten verzocht de activering van de nationale ontsnappingsclausule van het stabiliteits- en groeipact op gecoördineerde wijze aan te vragen ter ondersteuning van de inspanningen van de EU om tot een snelle en aanzienlijke verhoging van de defensie-uitgaven te komen, en dit voorstel is door de Europese Raad van 6 maart 2025 positief ontvangen. Naar aanleiding van het verzoek van Slovenië van 8 juli 2025 heeft de Raad op aanbeveling van de Commissie een aanbeveling aangenomen op grond waarvan Slovenië mag afwijken van de aanbevolen maximale groeipercentages van de netto-uitgaven ( 6 ). In de periode dat de nationale ontsnappingsclausule is geactiveerd (2025-2028), kan Slovenië de overheidsuitgaven herprioriteren of de overheidsinkomsten verhogen, zodat langdurig hogere defensie-uitgaven de budgettaire houdbaarheid op middellange termijn niet in gevaar zouden brengen.
(9)Op 30 april 2026 heeft Slovenië zijn jaarlijkse voortgangsverslag 2026 ( 7 ) ingediend, over de naleving van de aanbevolen maximale groeipercentages van de netto-uitgaven en de uitvoering van hervormingen en investeringen als antwoord op de belangrijkste uitdagingen zoals benoemd in de landspecifieke aanbevelingen in het kader van het Europees Semester. Het jaarlijkse voortgangsverslag weerspiegelt ook de halfjaarlijkse verslaglegging van Slovenië over de vooruitgang bij de uitvoering van zijn herstel- en veerkrachtplan overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) 2021/241.
(10)De reële bbp-groei in 2025 bedroeg 1,1 % en de GICP-inflatie kwam uit op 2,5 %. Volgens de voorjaarsprognoses 2026 van de Commissie zal het reële bbp in 2026 groeien met 1,9 % en in 2027 met 2,3 %, bij een GICP-inflatie van 3,5 % in 2026 en 2,5 % in 2027.
(11)Volgens de gegevens die Eurostat heeft verstrekt ( 8 ), is het overheidstekort van Slovenië toegenomen van 0,9 % van het bbp in 2024 naar 2,5 % in 2025. De stijging van het tekort in 2025 is voornamelijk het gevolg van een permanente toename van de lopende uitgaven, een recordhoogte aan overheidsinvesteringen en een conjuncturele daling van de inkomsten. Op basis van de op de afsluitdatum van de prognoses bekende beleidsmaatregelen wordt in de voorjaarsprognoses 2026 van de Commissie uitgegaan van een tekort van 3,3 % van het bbp in 2026 en 3,5 % van het bbp in 2027. De stijging in 2026 is voornamelijk het gevolg van een toename van de lopende uitgaven, die wordt aangedreven door intermediair verbruik van de overheid, sociale uitkeringen en lonen in de overheidssector. De stijging van het tekort in 2027 is voornamelijk het gevolg van het aflopen van de EU-overdrachten uit subsidies in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit, terwijl de overheidsinvesteringen op een aanhoudend hoog niveau blijven.
(12)Op 11 mei 2026, na de afsluitdatum van de voorjaarsprognoses 2026 van de Commissie, heeft de Nationale Vergadering aanvullende tekortverhogende maatregelen aangenomen op het gebied van de inkomstenbelasting, sociale premies, productgebonden belastingen en sociale overdrachten, waarvan de Commissie schat dat deze in 2026 in totaal tussen 0,5 % en 1,0 % van het bbp aan begrotingskosten met zich meebrengen. Verwacht wordt dat de meeste van deze maatregelen geen tijdelijk karakter zullen hebben en dat zij het tekort in en na 2026 zullen doen toenemen. De aftredende regering bereidt naar aanleiding daarvan een aantal bezuinigingsmaatregelen voor. Gezien de onzekerheid over de omvang en de mate waarin deze maatregelen worden toegepast, wordt in dit stadium geen rekening gehouden met de gevolgen ervan.
(13)Op basis van de ramingen van de Commissie was de begrotingskoers ( 9 ), die zowel nationaal als door de EU gefinancierde uitgaven omvat, in 2025 expansief, met 1,6 % van het bbp. Deze koers zal in 2026 naar verwachting expansief zijn, met 1,3 % van het bbp, en in 2027 contractief, met 0,7 % van het bbp.
(14)Volgens de gegevens die Eurostat heeft verstrekt ( 10 ), is de overheidsschuld van Slovenië gedaald van 66,4 % van het bbp eind 2024 tot 65,7 % van het bbp eind 2025. De daling van de schuldquote in 2025 is voornamelijk het gevolg van een schuldverminderend verschil tussen groei en rentevoet. Op basis van de op de afsluitdatum van de prognoses bekende beleidsmaatregelen wordt er in de voorjaarsprognoses 2026 van de Commissie van uitgegaan dat de schuld-bbp-ratio tegen eind 2026 zal dalen tot 64,9 % en tegen eind 2027 verder zal dalen tot 65,1 %. De daling van de schuldquote in 2026 is voornamelijk het gevolg van een schuldverminderend verschil tussen groei en rentevoet en een schuldverlagende stock-flow adjustment.
(15)Volgens de gegevens van Eurostat ( 11 ) bedroegen de totale overheidsuitgaven voor defensie in Slovenië in 2025 1,3 % van het bbp, wat neerkomt op een toename van 0,2 procentpunt van het bbp ten opzichte van het referentiejaar 2021. Volgens de voorjaarsprognoses 2026 van de Commissie wordt voor 2026 een percentage van 1,6 % van het bbp verwacht, wat neerkomt op een stijging van 0,5 procentpunten van het bbp ten opzichte van 2021.
(16)De Unie wordt nog steeds geconfronteerd met het risico van verstoringen in de energievoorziening en grote prijsschommelingen, die nog worden versterkt door geopolitieke spanningen die van invloed zijn op de wereldwijde olie- en gasmarkten. Uit de ervaringen met de energiecrisis van 2022–2023 is gebleken dat brede en niet-gerichte maatregelen hoge begrotingskosten met zich meebrengen en sociaal en economisch inefficiënt zijn. Sinds het uitbreken van de oorlog in het Midden-Oosten in februari 2026 heeft Slovenië begrotingsbeleidsmaatregelen genomen om de gevolgen van de hoge energieprijzen voor huishoudens en bedrijven te verzachten ( 12 ). Het gaat hierbij om een niet-doelgerichte verlaging van de accijnzen op diesel, benzine en stookolie, die naar verwachting tot het einde van het jaar van kracht is, en een niet-doelgerichte verlaging van de milieubelasting op kooldioxide voor diesel, benzine en stookolie, die in juni 2026 afloopt. Volgens de voorjaarsprognoses 2026 van de Commissie zullen de begrotingskosten van deze maatregelen in 2026 naar verwachting 0,2 % van het bbp bedragen. Volgens ramingen van de Commissie zouden de begrotingskosten van deze maatregelen, mochten deze tot eind 2026 van kracht blijven, in 2026 0,3 % van het bbp bedragen.
(17)Volgens de berekeningen van de Commissie zijn de netto-uitgaven in Slovenië in 2025 met 8,8 % en over de periode 2024-2025 cumulatief met 13,2 % gestegen. De groei van de netto-uitgaven in 2025 ligt boven het aanbevolen maximale groeipercentage, wat neerkomt op een afwijking van 1,4 % van het bbp op jaarbasis. Wanneer 2024 en 2025 samen worden beschouwd, ligt het cumulatieve groeipercentage van de netto-uitgaven ook boven het aanbevolen maximale groeipercentage, wat neerkomt op een afwijking van 0,5 % van het bbp in cumulatieve termen. Rekening houdend met de flexibiliteit waarin de nationale ontsnappingsclausule voorziet voor hogere defensie-uitgaven, bedraagt de cumulatieve afwijking van de netto-uitgaven, wanneer 2024 en 2025 samen worden beschouwd, iets meer dan 0,3 % van het bbp.
(18)Volgens de berekeningen van de Commissie zullen de netto-uitgaven in Slovenië in 2026 naar verwachting met 7,2 % stijgen en over de periode 2024, 2025 en 2026 cumulatief met 21,3 %. De verwachte groei van de netto-uitgaven in 2026 ligt boven het aanbevolen maximale groeipercentage, wat neerkomt op een afwijking van 1,2 % van het bbp op jaarbasis. Wanneer 2024, 2025 en 2026 samen worden beschouwd, ligt het verwachte cumulatieve groeipercentage van de netto-uitgaven ook boven het aanbevolen maximale groeipercentage, wat neerkomt op een afwijking van 1,7 % van het bbp in cumulatieve termen. Rekening houdend met de flexibiliteit waarin de nationale ontsnappingsclausule voorziet voor hogere defensie-uitgaven, bedraagt de verwachte cumulatieve afwijking van de netto-uitgaven, wanneer 2024, 2025 en 2026 samen worden beschouwd, 1,2 % van het bbp.
(19)Op 3 juni 2026 heeft de Commissie een verslag in het kader van artikel 126, lid 3, VWEU aangenomen ( 13 ). In dat verslag wordt de situatie van Slovenië getoetst aan het tekortcriterium, aangezien het voorziene overheidstekort in 2026 de referentiewaarde van 3 % van het bbp overschrijdt. In het verslag werd geconcludeerd dat Slovenië niet aan het tekortcriterium voldoet. Tegelijkertijd heeft de Raad de nationale ontsnappingsclausule voor Slovenië geactiveerd en wordt het tekort boven de referentiewaarde volledig verklaard door de stijging van de defensie-uitgaven sinds 2021, op basis van de voorjaarsprognoses 2026 van de Commissie. Hoewel de Commissie van mening is dat er in dit stadium geen reden is om een procedure bij buitensporige tekorten ten aanzien van Slovenië in te leiden, blijft er aanzienlijke onzekerheid bestaan over de begrotingsvooruitzichten voor 2026 (cf. overweging 12). Indien er niet op geloofwaardige en tijdige wijze voldoende corrigerende maatregelen worden genomen, kan dit ertoe leiden dat in het najaar de procedure bij buitensporige tekorten ten aanzien van Slovenië wordt ingeleid. In het licht van het bovenstaande en na bestudering van het advies van het bij artikel 126, lid 4, VWEU ingestelde Economisch en Financieel Comité is de Commissie in dit stadium niet tot het voorstel gekomen om een procedure bij buitensporige tekorten in te leiden.
(20)De belastingmix van Slovenië is sterk afhankelijk van de belasting op arbeid, die in 2023 goed was voor 52 % van de totale belastinginkomsten. Tegen de achtergrond van een snel vergrijzende bevolking en een krimpende beroepsbevolking vormt de sterke afhankelijkheid van Slovenië van belasting op arbeid een structureel risico, aangezien een hoge belastingwig het werkgelegenheidsschepping kan ontmoedigen en een negatief effect kan hebben op het aanbod van arbeidskrachten en het concurrentievermogen. Momenteel maakt Slovenië slechts in beperkte mate gebruik van minder verstorende inkomstenbronnen; de inkomsten uit periodieke onroerendgoedbelasting liggen ver onder het EU-gemiddelde en er zijn op dit gebied geen hervormingen voorgesteld. Slovenië beschikt niet over een kader om de economische efficiëntie of de noodzaak te kunnen beoordelen van de omvangrijke periodieke belastinguitgaven ten belope van 5,2 % van het bbp in 2023. Een systematisch onderzoek naar deze uitgaven en aanpassingen van de onroerendgoedbelasting zou de belastinggrondslag verbreden en extra begrotingsruimte creëren. Door de belastingmix te verschuiven naar meer groeivriendelijke en duurzame bronnen worden structurele risico’s beperkt en wordt de budgettaire houdbaarheid ondersteund.
(21)Het is noodzakelijk om de efficiëntie van de overheidsuitgaven te verbeteren om de stijgende kosten van de vergrijzing op te vangen en de kwaliteit van de overheidsfinanciën te verbeteren. Hoewel Slovenië ervaring heeft met het opstellen van uitgavenanalysen, worden deze nog niet systematisch in het jaarlijks begrotingsproces geïntegreerd. Door periodieke uitgaventoetsingen wat de grootste uitgavengebieden betreft, met name sociale bescherming (17,1 % van het bbp), gezondheidszorg (8 %), economische zaken (5,7 %) en onderwijs (5,5 %), in te voeren, zou een effectievere herverdeling van middelen worden bevorderd en zou de verantwoordingsplicht worden versterkt. Ondanks een toename van de sociale overdrachten is het percentage mensen dat risico op armoede of sociale uitsluiting loopt voor het vierde jaar op rij gestegen, wat met name toe te schrijven is aan een toename van het armoederisicopercentage onder ouderen, wat erop wijst dat het systeem er niet in slaagt de meest kwetsbaren te bereiken. Efficiëntiewinsten kunnen worden geboekt door sociale uitkeringen beter af te stemmen op de behoeften, de versnipperde gezinsondersteuning te harmoniseren en de regeling voor ziekteverzuim aan te pakken. Demografische achteruitgang, vergrijzing en ongelijke toegang tot essentiële diensten van goede kwaliteit (gezondheidszorg en onderwijs) vergroten de territoriale verschillen, wat met name gevolgen heeft voor plattelandsgebieden. Bovendien is het, hoewel de overheidsinvesteringen op een hoog niveau blijven, noodzakelijk om de samenstelling en planning ervan te verbeteren door middel van een betere afstemming tussen nationale en lokale overheden, teneinde de budgettaire houdbaarheid te waarborgen en het groeipotentieel te ondersteunen.
(22)De uitvoering van de cohesiebeleidsprogramma’s, die steun uit het Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO), het Fonds voor een rechtvaardige transitie (JTF), het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en het Cohesiefonds (CF) omvatten, verloopt in Slovenië sneller dan het EU-gemiddelde, zowel wat betreft de selectie van projecten als de betalingen. Het is belangrijk om het huidige momentum vast te houden en tegelijkertijd het effect van de investeringen in de praktijk te maximaliseren. Slovenië onderneemt in het kader van zijn cohesiebeleidsprogramma’s al acties om het concurrentievermogen en de groei te bevorderen. Niettemin zijn er bepaalde gebieden waar de uitvoering mogelijk verder moet worden versterkt, waaronder die op het gebied van vaardigheden, onderzoek en innovatie, aanpassing aan klimaatverandering, waterbeheer en de levering van lokale diensten. Het is van essentieel belang ervoor te zorgen dat de nieuwe investeringen die Slovenië in zijn tussentijdse evaluatie van de fondsen in het kader van het cohesiebeleid heeft aangewezen, met name de investeringen die verband houden met de vijf prioriteiten die zijn vastgesteld in de verordening inzake de tussentijdse evaluatie ( 14 ), snel en doeltreffend worden uitgevoerd.
(23)Slovenië wordt geconfronteerd met een aantal uitdagingen in verband met de energiesector, duurzaam vervoer, klimaatbestendigheid en milieu, het ondernemingsklimaat, het concurrentievermogen en tekorten aan arbeidskrachten.
(24)Zoals vastgesteld in het kompas voor concurrentievermogen moeten alle EU-, nationale en lokale instellingen zich sterk inspannen om eenvoudigere regels op te stellen en de administratieve procedures sneller te laten verlopen. De Commissie heeft ambitieuze doelen gesteld om de administratieve lasten te verminderen: met ten minste 25 % voor alle bedrijven en met ten minste 35 % voor kmo’s. Ook heeft zij nieuwe tools in het leven geroepen om deze doelstellingen te verwezenlijken, met inbegrip van stelselmatige stresstests van het corpus van EU-wetgeving en een betere dialoog met belanghebbenden. Om deze ambitie waar te maken, moet ook Slovenië maatregelen nemen. Hoewel enige vooruitgang is geboekt, is er nog steeds behoefte aan nauwere samenwerking en coördinatie tussen het nationale, regionale en lokale niveau. [67 %] van de bedrijven ziet complexiteit van administratieve procedures als een beperking bij het zakendoen in Slovenië ( 15 ). Het ondernemingsklimaat in Slovenië wordt nog steeds geteisterd door structurele problemen, zoals een tekort aan arbeidskrachten en vaardigheden, evenals regelgevings- en belastinglasten, die een grote rem zetten op investeringen en groei. De vergunningsprocedures blijven bijzonder omslachtig, met lange doorlooptijden voor bouw- en milieuvergunningen, de noodzaak om de wettelijke formaliteiten fysiek af te handelen en een beperkte uitwisselbaarheid van digitale registers. De regelgevende belemmeringen voor de eengemaakte markt, die met name van invloed zijn op de grensoverschrijdende handel in diensten en bepaalde gereglementeerde beroepen, blijven bestaan en er is nog maar weinig vooruitgang geboekt bij het wegnemen ervan. In dit verband kan het vergroten van de reikwijdte, de ambitie en het tempo van de vereenvoudiging van de regelgeving en de modernisering van de administratie de kwaliteit verbeteren en de prijzen verlagen, en bovendien de groei op langere termijn ondersteunen.
(25)De publiek-private samenwerking op het gebied van onderzoek en innovatie (O&I) in Slovenië blijft, gemeten aan de hand van gezamenlijke publicaties, iets boven het EU-gemiddelde liggen, maar het land heeft moeite om uitmuntend onderzoek om te zetten in succesvolle producten, voornamelijk omdat de kennisoverdracht onvoldoende continuïteit kent en er onvoldoende financiële steun is voor de O&O-activiteiten. Hoewel de bedrijfsuitgaven voor O&O in Slovenië op het EU-gemiddelde liggen, zijn deze de afgelopen drie jaar gedaald tot 1,5 % van het bbp, met name bij kmo’s. Bovendien blijven de overheidsuitgaven van Slovenië voor O&O achter bij zowel het EU-gemiddelde (0,64 % tegenover 0,72 % van het bbp) als het nationale streefcijfer (1,25 %). Activiteiten en innovatie met een hoge meerwaarde blijven geconcentreerd in de hoofdstedelijke regio, terwijl andere regio’s te maken hebben met lagere O&O-investeringen en zwakkere productiviteitsresultaten, wat een rem zet op het concurrentievermogen en innovatiegedreven groei. Hoewel er reeds enkele positieve initiatieven lopen, waaronder strategische financieringsprojecten en gerichte ondersteuning voor veelbelovende voorstellen, is een doeltreffende inzet van alternatieve investeringsinstrumenten, met name voor start-ups, van belang om het innovatiepotentieel van Slovenië ten volle te benutten en dit volledig te realiseren. Slovenië heeft inspanningen geleverd om de governance van O&I te verbeteren door het grootste deel van het O&I-beleid onder te brengen bij één ministerie, de wet inzake onderzoeks-, ontwikkelings- en innovatieactiviteiten te actualiseren en mechanismen voor afstemming in te voeren om beleidsinitiatieven te stroomlijnen; deze maatregelen maakten deel uit van het Sloveense herstel- en veerkrachtplan. Hoewel deze hervormingen zijn doorgevoerd, zijn de resultaten ervan nog niet merkbaar en moeten er wellicht controlemechanismen worden toegevoegd om de voortgang te volgen en waar nodig bij te sturen. Bovendien ontbreekt het nog aan een meer systematische aanpak van kennisoverdracht, wat de omzetting van hoogwaardig academisch onderzoek in commercieel levensvatbare producten kan belemmeren.
(26)Sloveense bedrijven zijn voornamelijk aangewezen op bankfinanciering vanwege de minder ontwikkelde kapitaalmarkt in het land en de beperkte betrokkenheid van binnenlandse institutionele beleggers bij de financiering van innovatieve ondernemingen en start-ups. De private equity- en durfkapitaalsectoren zijn aanzienlijk minder ontwikkeld dan hun EU-tegenhangers, met activa die in 2024 respectievelijk slechts 0,04 % en 0,01 % van het bbp bedragen, vergeleken met EU-gemiddelden van 0,46 % en 0,06 % van het bbp. Bovendien houden Sloveense huishoudens een groot deel van hun financiële activa doorgaans aan in contant geld en bankdeposito’s, in plaats van te beleggen in marktgebonden financiële instrumenten. De pensioenfondsensector beschikt over een beperkt vermogen, met slechts 7,1 % van het bbp in 2024, het op twee na laagste niveau in de EU. De niet-bancaire financiële markt in Slovenië moet worden uitgebreid en gediversifieerd om de beschikbaarheid van risicokapitaal te vergroten en innovatieve investeringen en het concurrentievermogen op lange termijn te stimuleren. De ontwikkeling van aandelenfinanciering en durfkapitaal wordt onvoldoende ondersteund door aandeleninvesteringen van pensioenfondsen, terwijl dit kan bijdragen aan een toename van de aanvullende pensioenen en van belang is voor de groei van innovatieve start-ups.
(27)Fossiele brandstoffen, die grotendeels worden ingevoerd, blijven een aanzienlijk aandeel vertegenwoordigen van de energiemix in Slovenië (58 %). Bijgevolg dragen deze bij tot hogere en volatielere prijzen, wat dan weer van invloed is op het concurrentievermogen. Bovendien was Slovenië aangewezen op een statistische overdracht om zijn nationale streefcijfer voor hernieuwbare energie (25 %) te halen. Hoewel er enige vooruitgang is geboekt, zijn er verdere inspanningen nodig om de uitrol van hernieuwbare energiebronnen in alle sectoren sneller te laten verlopen, waaronder de toepassing van energieopslag en de uitvoering van energie-efficiëntiemaatregelen. Hoewel de energie-efficiëntiemaatregelen, in het bijzonder de renovatie van gebouwen, verder zijn uitgevoerd via het nationaal financieringskader en verschillende EU-fondsen, waaronder de herstel- en veerkrachtfaciliteit, zullen de verhoogde inspanningen van Slovenië helpen om de doelstellingen van de renovatiestrategie op lange termijn te verwezenlijken om het energieverbruik van gebouwen te doen dalen.
(28)Vergunnings- en administratieve procedures voor installaties voor hernieuwbare energie op netwerkniveau, waaronder windinstallaties, blijven een belangrijk knelpunt voor hernieuwbare energie in Slovenië. Hoewel vooruitgang is geboekt bij de hervorming van het regelgevingskader, kunnen milieuprocedures en procedures op gemeentelijk niveau nog steeds tot meerdere jaren in beslag nemen. In Slovenië is de windenergiecapaciteit al meer dan tien jaar niet gestegen en is de uitrol van nieuwe fotovoltaïsche capaciteit in 2025 aanzienlijk vertraagd vergeleken met de voorgaande drie jaar. Het aanwijzen van gebieden voor de versnelde uitrol van installaties voor hernieuwbare energie, waarbij vergunnings- en administratieve procedures daadwerkelijk worden vereenvoudigd en verkort, zou de uitrol aanzienlijk kunnen versnellen. Voorts kan capaciteitsopbouw in de vorm van opleidingen en bijkomende middelen voor lokale overheden helpen om de verwerking van aanvragen nog sneller te laten verlopen en lokale weerstand te overwinnen. Tegelijkertijd staan regio’s die hun steenkoolverbruik uitfaseren voor grote uitdagingen op het gebied van een rechtvaardige transitie, met name wat betreft economische diversificatie, omscholing van werknemers en de ontwikkeling van infrastructuur voor schone energie.
(29)Netbeperkingen, met name op distributieniveau, worden minder, mede dankzij de uitvoering van investeringen in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit. Om de voortdurende integratie van gedecentraliseerde hernieuwbare energiebronnen te waarborgen en tegelijkertijd te voldoen aan de stijgende vraag naar elektriciteit als gevolg van elektrificatie, zijn echter aanzienlijk hogere investeringen in het elektriciteitsnet nodig, onder meer op het gebied van digitalisering.
(30)De invoering van duurzaam vervoer blijft nog steeds achter bij de rest van de EU, en de afhankelijkheid van personenauto’s is nog steeds zeer hoog. Wegvervoer blijft de belangrijkste bron van broeikasgasemissies, luchtverontreiniging en energieverbruik in de sector. Deze waarden liggen allemaal boven het EU-gemiddelde. Veel grote investeringen voor spoorwegen en e-mobiliteit in het kader van het herstel- en veerkrachtplan, de Connecting Europe Facility en het cohesiebeleidsprogramma zijn in uitvoering. Er is echter nog steeds een dringende noodzaak om aandacht te besteden aan het aanbod van en het gebruik van duurzaam personenvervoer en om door te gaan met investeringen in veerkrachtige spoorweginfrastructuur langs de TEN-T-corridors, met inbegrip van grensoverschrijdende trajecten en de voorbereiding van hogesnelheidsspoorlijnen.
(31)Slovenië is zeer kwetsbaar voor en wordt regelmatig blootgesteld aan klimaatgerelateerde risico’s, vooral overstromingen, hittegolven, droogten en bosbranden, die ongelijk over de regio’s zijn verdeeld en een negatieve invloed hebben op de economie en samenleving van het land. Ondanks de toenemende risico’s is de verzekeringsdekking tegen extreme weers- en klimaatgerelateerde gebeurtenissen in Slovenië nog steeds een van de laagste in de EU, waardoor er lacunes in financiële bescherming ontstaan en er behoefte is aan een bredere toepassing en invoering van klimaatverzekeringsmechanismen. In 2025 heeft Slovenië een nieuwe klimaatwet aangenomen, waarmee het governancekader voor aanpassing aan de klimaatverandering aanzienlijk is versterkt. Dit is echter nog maar het begin van het proces, waarbij de effectieve uitvoering van het betreffende beleid op nationaal, regionaal en lokaal niveau nog steeds achterblijft. De uitvoering van maatregelen ter bescherming tegen overstromingen loopt vertraging op en op de natuur gebaseerde oplossingen worden nog niet in alle sectoren systematisch toegepast. Ondanks alle inspanningen blijven er ook uitdagingen bestaan op het gebied van de modernisering van de waterinfrastructuur, het herstel van versnipperde zoetwaterecosystemen, de terugdringing van waterverontreiniging en het aanpakken van de verslechterende toestand van de natuur en de ecosystemen in Slovenië, waardoor de klimaatbestendigheid en de waterweerbaarheid van het land verder afneemt.
(32)Aanhoudende tekorten aan arbeidskrachten en discrepanties tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden ondermijnen de investeringen en het concurrentievermogen in Slovenië. Ongeveer de helft van de bedrijven meldt tekorten aan arbeidskrachten, met een percentage openstaande vacatures dat boven het EU-gemiddelde ligt. Demografische veranderingen, arbeidsomstandigheden, vaardigheidskloven en discrepanties tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden versterken deze tekorten, vooral in het onderwijs, de zorgsector, de ICT, de bouw en wetenschappelijke en technische beroepen, waar vaardigheden op het gebied van wetenschap, technologie, techniek en wiskunde (STEM) vereist zijn. Slovenië kampt met aanzienlijke kloven op het vlak van digitale vaardigheden: 63,9 % van de bedrijven meldt tekorten aan ICT-vaardigheden en de digitale vaardigheden van volwassenen blijven achter bij het EU-gemiddelde. Dit belemmert de digitalisering van het bedrijfsleven en vormt een risico voor de ontwikkeling van menselijk kapitaal. Bovendien blijkt uit het meest recente PISA-onderzoek van de OESO naar de vaardigheden van leerlingen een zorgwekkende dalende trend in het niveau van basisvaardigheden, en uit het International Computer and Information Literacy Study (ICILS)-onderzoek blijkt een lage digitale geletterdheid. De opkomende tekorten aan groene vaardigheden zullen de arbeidsmarkt verder onder druk zetten, waarbij naar verwachting 40 % van alle vacatures uit groene banen zal bestaan. Om tekorten op de arbeidsmarkt op te vangen, is Slovenië afhankelijk van buitenlandse arbeidskrachten, die goed zijn voor 16 % van de beroepsbevolking van het land en waarvan het aandeel naar verwachting zal stijgen tot 26 % in 2030. Slovenië ondervindt echter meer moeilijkheden bij het aantrekken van hoogopgeleide werknemers dan andere EU-lidstaten, mogelijk als gevolg van factoren zoals inkomensniveaus, een lage mate van digitalisering en inclusie op de werkplek ( 16 ). Trage administratieve procedures op het gebied van arbeidsmigratie, problemen bij de erkenning van kwalificaties en sociale inclusie blijven een belemmering vormen voor het aantrekken, werven en behouden van talent. Bovendien zal het, om in te spelen op structurele veranderingen in de samenleving, van essentieel belang zijn om het onderwijssysteem nog beter af te stemmen op de behoeften van de arbeidsmarkt, optimaal gebruik te maken van geschoolde arbeidskrachten door beleidsinstrumenten in te zetten ter ondersteuning van baanwisselingen, met inbegrip van oudere en laaggeschoolde werknemers, en de integratie van migrerende werknemers op de arbeidsmarkt en in de samenleving te versterken.
(33)Hoewel recentere gegevens uit de arbeidskrachtenenquête (AKE) wijzen op enige vooruitgang tussen 2022 en 2024, blijft de deelname van volwassenen aan een opleideng laag en ligt deze aanzienlijk onder het EU-gemiddelde (Enquête volwasseneneducatie 2022, SI: 26,5 %, EU: 39,5 %) en ook ruim onder het nationale streefcijfer van Slovenië voor 2030 van 60 %. Het is van cruciaal belang om een leven lang leren en opleiding uit te breiden naar de gehele volwassen bevolking, met inbegrip van kwetsbare groepen. Het percentage Sloveense volwassenen met ten minste digitale basisvaardigheden is in 2025 verder gedaald tot 46,5 % (EU: 60,4 %) waardoor de digitale transitie wordt vertraagd. Slovenië heeft toegezegd een nationaal actieplan voor vaardigheden te zullen ontwikkelen; de voorbereidingen bevinden zich echter nog in een pril stadium, waardoor het nog te vroeg is om de mogelijke impact ervan in te schatten.
(34)De systematische, zinvolle en tijdige betrokkenheid van lokale en regionale autoriteiten, sociale partners, het maatschappelijk middenveld en andere relevante belanghebbenden blijft van essentieel belang om te zorgen voor een breed gevoelde verantwoordelijkheid voor de succesvolle uitvoering van de financieringsinstrumenten van de Unie, alsook in het kader van het Europees semester.
(35)In het kader van de herstel- en veerkrachtplannen is in januari 2025 de hervorming van de lonen in de overheidssector van Slovenië van kracht geworden, waarbij de lonen in de overheidssector geleidelijk worden verhoogd, onder meer voor werknemers in de gezondheidszorg, de langdurige zorg en het onderwijs. Naast de loonhervorming is in oktober 2025 een nieuwe wintertoeslag ingevoerd en is het wettelijk minimumloon in januari 2026 met 16 % verhoogd. In 2024 heeft Slovenië ook maatregelen ter verbetering van de personeelsbezetting en arbeidsomstandigheden van personeel in de gezondheidszorg, langdurige zorg en sociale zorg, zoals beurzen voor beroepen in de gezondheidszorg en de sociale sector, het vergemakkelijken van de erkenning van beroepskwalificaties voor buitenlandse zorgprofessionals en een proefprogramma voor stages voor verpleegkundigen (2024-2026); de meeste van deze maatregelen moeten echter nog volledig worden uitgevoerd. In dit opzicht blijven de tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden bestaan: ongeveer 80 % van de werkgevers in deze sectoren geeft aan moeite te hebben met het vinden van personeel, wat de toegang tot en de effectieve levering van gezondheidszorg en langdurige zorg belemmert, ook in gebieden die kampen met ontvolking. In Slovenië is het aandeel van werknemers in de gezondheidszorg en de sociale zorg in de totale werkgelegenheid al laag in vergelijking met het OESO-gemiddelde (7 % tegenover 9,3 %, gegevens uit 2021) en zijn er minder verpleegkundigen en artsen per inwoner dan het EU-gemiddelde. De arbeidsomstandigheden in de gezondheidszorg en langdurige zorg zijn uitdagend vanwege de hoge werkdruk bij het huidige personeel, met onder meer langere werktijden, ploegendiensten en nachtwerk, wat leidt tot een grotere fysieke en emotionele belasting en meer ziekteverzuim ( 17 ). Zonder dringende beleidsmaatregelen zal de situatie naar verwachting verslechteren als gevolg van de vergrijzing, pensionering van werknemers en de uitstroom van zorgmedewerkers naar het buitenland of naar andere beroepen. Ook in het onderwijs is er een tekort aan leraren, wat grotendeels toe te schrijven is aan het lage aanzien van het beroep en de administratieve lasten.
(36)Aangezien de economieën van de lidstaten van de eurozone in hoge mate met elkaar zijn verweven en zij collectief bijdragen tot de werking van de economische en monetaire unie, heeft de Raad in 2026 de lidstaten van de eurozone aanbevolen actie te ondernemen, onder meer via hun herstel- en veerkrachtplannen, teneinde uitvoering te geven aan de aanbeveling van 2026 over het economisch beleid van de eurozone. Voor Slovenië draagt aanbeveling 1 bij tot de uitvoering van de eerste, tweede en derde aanbeveling voor de eurozone, aanbeveling 2 draagt bij tot de uitvoering van de vierde aanbeveling voor de eurozone, aanbeveling 3 draagt bij tot de uitvoering van de zevende, achtste en negende aanbeveling voor de eurozone, aanbeveling 4 draagt bij tot de uitvoering van de zevende aanbeveling voor de eurozone en aanbeveling 5 draagt bij tot de uitvoering van de vijfde aanbeveling voor de eurozone.
(37)Gezien de cruciale rol van menselijk kapitaal bij het versterken van het concurrentievermogen en de strategische autonomie van de Unie, heeft de Raad in 2026 de lidstaten aanbevolen maatregelen te nemen voor een dringende aanpak van de structurele uitdagingen op het gebied van menselijk kapitaal, met name wat betreft vaardigheden en onderwijs, die het concurrentievermogen belemmeren. De aan Slovenië gerichte landspecifieke aanbevelingen 2026 kunnen bijdragen aan de uitvoering van de aanbeveling van de Raad inzake menselijk kapitaal in de Unie,
BEVEELT AAN dat Slovenië in 2026 en 2027 de volgende acties onderneemt:
1.Gezien de in 2025 geconstateerde afwijking en de door de Commissie voor 2026 voorspelde aanzienlijke afwijking ten opzichte van het aanbevolen plafond voor de netto-uitgaven, maatregelen nemen om de netto-uitgaven te beheersen, zodat deze binnen de door de Raad op 21 januari 2025 aanbevolen maximale groeipercentages blijven, waarbij gebruik wordt gemaakt van de flexibiliteit die de nationale ontsnappingsclausule biedt voor hogere defensie-uitgaven. De defensie-uitgaven en de paraatheid versterken, waarbij wordt gezorgd voor efficiënt gebruik van de middelen en de begroting geleidelijk wordt aangepast om structureel hogere defensie-uitgaven te kunnen blijven financieren. Ervoor zorgen dat alle maatregelen die worden genomen om de gevolgen van de stijging van de energieprijzen te verzachten, tijdelijk zijn, dat ze gericht zijn op de bescherming van kwetsbare huishoudens of op de behoeften van energie-intensieve bedrijven, dat ze stimulansen voor energiebesparing in stand houden en er tevens voor zorgen dat de begrotingskosten van die maatregelen verenigbaar zijn met de verbintenissen in het kader van het begrotingskader van de EU. De belastinginkomsten verschuiven naar meer groeivriendelijke en duurzame bronnen. De efficiëntie van de overheidsuitgaven verbeteren, met name door uitgaventoetsingen uit te voeren wat de grootste uitgavengebieden betreft.
2.De continuïteit waarborgen van hervormingen en investeringen die in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit worden uitgevoerd. Bij de uitvoering van cohesiebeleidsprogramma’s het momentum vasthouden, waarbij, indien nodig, wordt voortgebouwd op de verschuiving naar strategische prioriteiten en de flexibiliteit zoals vastgelegd in de tussentijdse evaluatie van het cohesiebeleidskader.
3.De regelgeving vereenvoudigen, de regelgevingsinstrumenten verbeteren en de administratieve lasten voor bedrijven verminderen, onder meer in bepaalde diensten en gereguleerde beroepen, alsook de belemmeringen voor de handel in diensten beperken. Het concurrentievermogen versterken door de dynamiek van het bedrijfsleven en de ontwikkeling van snelgroeiende bedrijven te bevorderen, door de voorwaarden voor aandeleninvesteringen, waaronder durfkapitaalinvesteringen, te verbeteren voor institutionele investeerders, alsook voor investeringen in onderzoek, ontwikkeling en innovatie, ook buiten de hoofdstedelijke regio.
4.De uitrol van hernieuwbare energie en energieopslag versnellen, onder meer door administratieve en vergunningsprocedures te stroomlijnen en te bespoedigen. De infrastructuur voor het elektriciteitsnet op distributieniveau versterken en onderdelen van slimme netwerken invoeren. Daarnaast, de uitvoering van energie-efficiëntiemaatregelen versnellen, vooral in de bouwsector. De elektrificatie en digitalisering van de vervoerssector bevorderen en investeringen toespitsen op duurzaam vervoer, met name op het TEN-T-spoorwegnet en de ontwikkeling van stedelijke mobiliteit en personenvervoer, waarbij rekening wordt gehouden met regionale verschillen. De klimaatbestendigheid en de waterweerbaarheid verder versterken door gerichte klimaatadaptatie- en milieumaatregelen uit te voeren.
5.Tekorten aan arbeidskrachten aanpakken door het aanbod en de verwerving van vaardigheden en competenties op te voeren, waaronder basisvaardigheden onder leerlingen, door het onderwijssysteem beter af te stemmen op de behoeften van de arbeidsmarkt. De procedures versnellen voor werkvergunningen en de erkenning van kwalificaties voor buitenlandse werknemers, met inbegrip van hoogopgeleiden. Een leven lang leren, bijscholing en omscholing voor volwassenen stimuleren, onder meer op het gebied van digitale basisvaardigheden. De arbeidsomstandigheden buiten lonen verder verbeteren, met name in de sectoren gezondheidszorg, sociale zorg en langdurige zorg, en onderwijs.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
Eurostat, overheidsuitgaven uitgesplitst naar classificatie van overheidsfuncties (COFOG).