EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 5.5.2026
COM(2026) 180 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
Verslag over het mededingingsbeleid 2025
{SWD(2026) 125 final}
Inhoud
1.
Inleiding
2. Een modern en vereenvoudigd mededingingsbeleid maakt concurrentievermogen en duurzame en inclusieve groei mogelijk
Modernisering en vereenvoudiging van de regels en richtsnoeren inzake staatssteun
Modernisering en vereenvoudiging van de richtsnoeren voor fusies
Modernisering en vereenvoudiging van de regels en richtsnoeren inzake antitrust
Richtsnoeren en evaluatieverslag inzake de verordening buitenlandse subsidies
Evaluatieverslag over de digitalemarktenverordening
3. Handhaving van het mededingingsrecht beschermt en bevordert concurrerende, eerlijke en goed functionerende markten
Staatssteuntoezicht
Handhaving van de antitrustregels
Concentratiecontrole
Handhaving van de verordening buitenlandse subsidies
Handhaving van de digitalemarktenverordening
4. Voordelen van handhaving van de mededingingsregels voor consumenten en burgers
5. Mededingingsbeleid in een Europese en wereldwijde context
Samenwerking binnen het Europees Mededingingsnetwerk
Internationale betrekkingen – contact met wereldwijde partners
6. Ondersteuning van mededingingsbeleid door middel van communicatie en promotie
7. Relaties met andere EU-instellingen
1. Inleiding
Europa maakt momenteel een periode van grote onzekerheid door, als gevolg van klimaatverandering, plotselinge geopolitieke verschuivingen en de snelle ontwikkeling van digitale markten. De EU – en in het bijzonder haar economie – ziet zich gesteld voor grote uitdagingen die vragen om een snelle reactie van beleidsmakers en wetgevers. Het EU-mededingingsbeleid bestaat om ons welzijn in de EU veilig te stellen, door ons te beschermen tegen concurrentieverstoringen die het openbaar belang schaden. Dit verslag herinnert ons eraan hoe ruim de reikwijdte van het mandaat inzake mededinging is.
Voorzitter Von der Leyen heeft in haar politieke beleidslijnen
uiteengezet wat de visie van de Commissie is voor de aanpak van de meervoudige uitdagingen waarvoor de EU staat. In het mandaat 2025-2029 van de Commissie neemt het kompas voor concurrentievermogen
, een kader dat is vastgesteld om het concurrentievermogen van de EU te herstellen en duurzame welvaart in de EU mogelijk te maken, een centrale rol in. Middels de Clean Industrial Deal
(CID) wordt het kompas voor concurrentievermogen uitgevoerd. De CID is onder meer gericht op het dichten van de innovatiekloof
, het veiligstellen van essentiële toeleveringsketens, het benutten van de decarbonisatie en het versterken van de economische veerkracht.
Vanaf het aantreden van de nieuwe Commissie heeft uitvoerend vicevoorzitter Teresa Ribera de verantwoordelijkheid genomen over de mededingingsportefeuille met een mandaat dat is gericht op modernisering, vereenvoudiging, robuuste handhaving en het verzekeren van een schone, rechtvaardige en concurrerende transitie. Het directoraat-generaal Concurrentie (DG Concurrentie) voert dit mandaat op mededingingsgebied uit. Bij het handhaven van de EU-mededingingsregels blijft de Commissie het consumentenwelzijn dynamisch evalueren om de concurrentie en de innovatieve capaciteit van ondernemingen in de EU te beschermen, en tevens bij te dragen aan de veerkracht van de EU en de verwezenlijking van de doelstellingen van de groene en de digitale transitie.
De Commissie heeft gedurende het jaar 2025 substantieel werk verricht in verband met haar mandaat. Een belangrijke stap was de vaststelling van het staatssteunkader Clean Industrial Deal (Cisaf), waarmee snelle en gerichte ondersteuning voor de schone en groene transitie wordt verzekerd zonder de eengemaakte markt te versnipperen. Daarnaast is de Commissie begonnen met een herziening van de richtsnoeren voor horizontale en niet-horizontale fusies om te voorzien in een alomvattend, voorspelbaar en blijvend kader voor alle soorten fusies en alle economische sectoren dat recht doet aan meerdere ingrijpende veranderingen in de economie, variërend van de digitalisering tot de globalisering. Tegelijkertijd zette de Commissie haar krachtdadige handhaving van de antitrustregels voort ter bestrijding van het misbruik van machtsposities op de markt en andere concurrentieverstorende praktijken die een effectieve concurrentie op prijs, keuze, kwaliteit en innovatie in de weg staan. In dit kader werkt de Commissie aan de voltooiing van haar richtsnoeren inzake misbruik door uitsluiting in de zin van artikel 102 VWEU. De verordening buitenlandse subsidies
heeft bijgedragen aan het tegengaan van concurrentie- en marktverstorende activiteiten van in de EU actieve bedrijven waarvoor van buiten de EU subsidies worden ontvangen. Bovendien werd de digitalemarktenverordening
gehandhaafd om het digitale concurrentievermogen te ontsluiten door oneerlijke praktijken van poortwachters aan te pakken en de betwistbaarheid van de markt te waarborgen.
Dankzij de handhaving door de Commissie van het mededingingsrecht in 2025 zijn belangrijke EU-waarden omgezet in tastbare marktrealiteit. Door haar werk heeft onder eerlijke en gelijke voorwaarden concurrentie kunnen plaatsvinden, nam de rechtszekerheid voor bedrijven toe en werd de cohesie op de eengemaakte markt bevorderd. Ook werd het concurrentievermogen van de EU in strategische sectoren ondersteund, werd duurzame en inclusieve groei gestimuleerd, en konden consumenten en bedrijven beter profiteren van de economische voordelen van de eengemaakte markt.
Het verslag over het mededingingsbeleid 2025 biedt een beknopt overzicht van de wijze waarop de Commissie politieke prioriteiten in concrete actie heeft omgezet. Het verslag gaat vergezeld van een werkdocument van de diensten van de Commissie (SWD), waarin een uitgebreide beschrijving wordt gegeven van beleidsontwikkelingen, handhaving en belangrijke EU-rechtspraak op mededingingsgebied. Deze documenten zijn door de Commissie gericht aan het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie (de Raad), het Europees Economisch en Sociaal Comité (EESC) en het Comité van de Regio’s (CvdR).
2. Een modern en vereenvoudigd mededingingsbeleid maakt concurrentievermogen en duurzame en inclusieve groei mogelijk
In het mandaat van de Commissie voor de periode 2024-2029 wordt opgeroepen tot een verschuiving in het EU-beleid van reactieve regulering naar proactieve strategische actie. Om deze doelstelling te verwezenlijken en een duurzame welvaart en concurrentievermogen te waarborgen, zet de Commissie zich in voor moderne, gestroomlijnde EU-mededingingsregels die in overeenstemming zijn met ander EU-beleid, zodat ze een grotere bijdrage kunnen leveren aan de schone en de digitale transitie.
In 2025 heeft de Commissie de modernisering van de belangrijkste mededingingsregels ter ondersteuning van bredere EU-beleidsdoelstellingen voortgezet. Regels zijn en worden herzien en vereenvoudigd om de regeldruk en nalevingskosten te verminderen, richtsnoeren te verbeteren, voorspelbaarheid te waarborgen en de rechtszekerheid te vergroten. Met deze inspanningen wordt beoogd kritieke investeringen in de gehele EU te stimuleren en versnellen.
De Commissie moet er, gezien haar positie als een van de belangrijkste mededingingshandhavers ter wereld, voor zorgen dat haar mededingingsregels modern zijn en meebewegen met veranderingen in de markt. Dit zijn cruciale punten voor de herzieningsagenda van de Commissie voor de periode 2024-2029. Om te verzekeren dat het mededingingskader effectief blijft, worden verordeningen, bekendmakingen, richtsnoeren en mededelingen door de Commissie geëvalueerd en, waar nodig, herzien. Hierbij behoudt zij de fundamentele regels die de tand des tijds hebben doorstaan, maar reageert zij tevens op de complexe technologische, economische en geopolitieke uitdagingen van dit moment. Om te verzekeren dat het mededingingsbeleid bijdraagt aan bevordering van de welvaart, innovatie en keuzevrijheid voor de consument, heeft de Commissie in 2025 voor meerdere dossiers middels openbare raadplegingen om feedback van het publiek gevraagd.
Modernisering en vereenvoudiging van de regels en richtsnoeren inzake staatssteun
Een van de strategische prioriteiten in 2025 was de vaststelling van het Staatssteunkader Clean Industrial Deal (Cisaf). Het Cisaf is bedoeld om de schone transitie in de EU met de vereiste snelheid en op de benodigde schaal te verwezenlijken, en daarmee van de EU wereldwijd een van de voornaamste spelers te maken op het gebied van geavanceerde schone technologieën. Het nieuwe kader houdt meer in dan alleen het vereenvoudigen en versnellen van de steun voor decarbonisatie: tevens wordt de staat erkend als strategische investeerder in onze klimaatneutrale toekomst. Het Cisaf is een instrument voor het verwezenlijken van klimaatambities, het vergroten van de veerkracht van de eengemaakte markt en het blijvend verzekeren van het mondiale concurrentievermogen van de industrie in de EU. In aanvulling op deze doelstellingen beschermt de EU de integriteit van de eengemaakte markt, worden buitensporige verstoringen van de concurrentie voorkomen, worden energiesystemen stabieler, betaalbaarder en eerlijker gemaakt, en worden tevens billijke arbeidsmarktresultaten bevorderd, zoals eerlijke lonen, fatsoenlijke arbeidsomstandigheden, opleiding en eerlijke loopbaanovergangen.
Staatssteunkader Clean Industrial Deal vastgesteld
In dit kader worden de voorwaarden uiteengezet waaronder de lidstaten steun voor investeringen en doelstellingen op het gebied van schone industrie kunnen bieden in overeenstemming met de EU-regels voor staatssteun. Met de regels wordt beoogd de uitrol van hernieuwbare energie te versnellen, de decarbonisatie van de industrie te bespoedigen en de productie van schone technologie in de EU te bevorderen. Deze doelstellingen moeten worden verwezenlijkt zonder dat ongerechtvaardigde vervalsing van de mededinging op de eengemaakte markt plaatsvindt en met bescherming van de economische cohesie.
Het Cisaf biedt de lidstaten passende instrumenten om de transitie naar een nettonuleconomie te versnellen, door ze de mogelijkheid te bieden regelingen aan te melden, die de Commissie vervolgens beoordeelt en, waar passend, goedkeurt. Op grond hiervan kunnen lidstaten vervolgens aan individuele projecten snel staatssteun verlenen. Eind 2025 had de Commissie acht besluiten vastgesteld, waarmee ze toestemming verleende voor negen nationale maatregelen die door vijf lidstaten waren aangemeld, ten bedrage van in totaal 18,4 miljard EUR.
Het Cisaf blijft van kracht tot eind 2030. Het vormt een aanvulling op andere staatssteuninstrumenten, niet alleen de algemene groepsvrijstellingsverordening
(AGVV), maar ook de richtsnoeren klimaat-, milieubeschermings- en energiesteun
(CEEAG) en de richtsnoeren regionale steunmaatregelen
.
Het Cisaf vereenvoudigt de staatssteunregels op zeven belangrijke gebieden: i.) de uitrol van schone energie en koolstofarme brandstoffen; ii.) een tijdelijke verlaging van de elektriciteitsprijzen voor energie-intensieve gebruikers; iii.) de decarbonisatie van bestaande productiefaciliteiten; iv.) de ontwikkeling van productiecapaciteit voor schone technologie in de EU; v.) maatregelen ter stimulering van de vraag naar producten op het gebied van schone technologie; vi.) het faciliteren van projecten in het kader van het innovatiefonds; en vii.) risicobeperking bij investeringen in verband met de doelstellingen van de Clean Industrial Deal.
De Commissie moedigt de lidstaten aan om staatssteunmaatregelen zo op te zetten dat afdoende wordt ingespeeld op de veerkrachtdoelstellingen, en om gedurende de uitvoering van de projecten rekening te houden met de bredere doelstellingen op het gebied van sociaal en milieubeleid.
Om de opschaling van belangrijke industrieën te ondersteunen en te versnellen, en om strategische autonomie op te bouwen, zoals vereist in de mededeling over de Clean Industrial Deal, heeft de Commissie in april 2025 een Ondersteuningsplatform voor het ontwerp van IPCEI’s opgezet in het kader van het Gezamenlijk Europees Forum voor belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang (JEF-IPCEI)
. Het Ondersteuningsplatform voor het ontwerp van IPCEI’s werkt nauw samen met de lidstaten om de ontwikkeling van IPCEI-kandidaatprojecten van begin tot einde te stroomlijnen en versnellen. Eind 2025 waren binnen het Ondersteuningsplatform vier IPCEI-kandidaat-projecten in ontwikkeling
. Sinds de introductie van het JEF-IPCEI heeft het twaalf aanbevelingen gepubliceerd, waarmee lidstaten zijn geholpen bij het stroomlijnen, vereenvoudigen en versnellen van het opzetten en uitvoeren van IPCEI’s.
Om de huisvestingscrisis aan te pakken, zijn in 2025 nieuwe staatssteunregels voor diensten van algemeen economisch belang (DAEB) op het gebied van betaalbare huisvesting
aangenomen, waarmee sociale doelstellingen voor een inclusieve en rechtvaardige transitie rechtstreeks worden ondersteund. De nieuwe regels maken het eenvoudiger voor lidstaten om steun te bieden voor betaalbare en energie-efficiënte huisvesting. De herziene en duidelijkere regels vereenvoudigen procedures en geven de lidstaten meer flexibiliteit bij het financieren van steun voor initiatieven op het gebied van sociale en betaalbare huisvesting. De herziening is een belangrijk onderdeel van het in december 2025 aangenomen Europees plan voor betaalbaar wonen van de Commissie.
In een rechtvaardige en inclusieve sociale markteconomie hebben alle EU-burgers toegang tot kritieke geneesmiddelen. In 2025 heeft de Commissie de lidstaten richtsnoeren verstrekt over de toepassing van EU-staatssteunregels op overheidssteun voor kritieke geneesmiddelen
in het kader van de voorgestelde verordening kritieke geneesmiddelen
. De voorgestelde verordening stimuleert farmaceutische bedrijven in de EU hun toeleveringsketens te diversifiëren en de productie van geneesmiddelen in de EU op te voeren. De richtsnoeren bieden de lidstaten informatie over de wijze waarop de EU-staatssteunregels moeten worden toegepast om de levering van kritieke geneesmiddelen te ondersteunen.
In 2025 is de Commissie begonnen aan een uitgebreide herziening van de algemene groepsvrijstellingsverordening (AGVV) in overeenstemming met het kompas voor concurrentievermogen en de CID. De AGVV is een belangrijk vereenvoudigingsinstrument, omdat het de regeldruk voor lidstaten en ondernemingen vermindert en het mogelijk maakt zonder voorafgaande toestemming van de Commissie snel steun te verlenen indien aan specifieke voorwaarden is voldaan en de verstoring van de mededinging op de eengemaakte markt tot een minimum beperkt blijft.
Een efficiënt en duurzaam vervoerssysteem in de EU is van cruciaal belang voor een schone, rechtvaardige en concurrerende transitie, met een grotere samenhang tussen essentiële infrastructuur en de decarbonisatiedoelstellingen. De inzet van de Commissie voor groene logistiek en efficiënte netwerken is een directe uitvoering van de CID en van haar strategie voor duurzame en slimme mobiliteit
. In dit kader heeft de Commissie haar werk aan de groepsvrijstellingsverordening vervoer (GVVV) en de richtsnoeren betreffende staatssteun voor vervoer over land en multimodaal vervoer voortgezet. Met de GVVV en de richtsnoeren wordt beoogd een verschuiving van de weg naar het spoor aan te moedigen en multimodaal vervoer, zoals een combinatie van spoorwegen en binnenwateren, te stimuleren.
De huidige richtsnoeren betreffende staatssteun in het kader van het emissiehandelssysteem (ETS)
bieden lidstaten de mogelijkheid staatssteun te verlenen aan bepaalde elektriciteitsintensieve gebruikers om compensatie te bieden voor een deel van de hoge elektriciteitskosten. Met de richtsnoeren, die van toepassing zijn tot 2030, wordt verzekerd dat de klimaatdoelstellingen van de Commissie en de beginselen van een concurrerende markt gezamenlijk zorgen voor aanjaging van de decarbonisatie. In 2025 is de Commissie een herziening
gestart van de richtsnoeren betreffende staatssteun in het kader van het ETS en heeft zij, op basis van de meest recente beschikbare data, technische actualiseringen
vastgesteld op het gebied van, onder meer, CO2-emissiefactoren en geografische gebieden, en daarnaast de lijst met bedrijfstakken die in aanmerking komen voor compensatie, uitgebreid. Met deze staatssteunregels wordt bijgedragen aan de herstructurering en modernisering van industrieën in de EU en de productiecapaciteit daarvan.
Modernisering en vereenvoudiging van de richtsnoeren voor fusies
Vanaf de oprichting van de eengemaakte markt is het fusietoezicht van de Unie van groot belang geweest bij het vormgeven ervan; het fungeert als een gestroomlijnde onestopshop die succesvolle ondersteuning biedt bij bedrijfsuitbreidingen, investeringen en marktvoorspelbaarheid in de gehele EU. Dit kader heeft gezorgd voor een doeltreffende concentratiecontrole waarbij op jaarbasis ongeveer 90 % van de voorgestelde fusies op vereenvoudigde wijze wordt afgehandeld, wat de economische groei bevordert. In 2025 heeft de Commissie 384 aanmeldingen voor fusies ontvangen. Er werden 325 besluiten vastgesteld, waarvan 97 % zonder voorwaarden werd goedgekeurd. Van alle besluiten werd 88 % vastgesteld volgens een vereenvoudigde procedure. De Commissie verleende aan negen aangemelde fusies goedkeuring onder voorbehoud van toezeggingen. Geen enkele fusie werd in 2025 verboden, en er zijn door de aanmeldende partijen geen transacties ingetrokken gedurende het fase II-onderzoek. Om te garanderen dat dit robuuste kader in een zich snel transformerende economie een doeltreffend instrument blijft, is de Commissie in 2025 begonnen aan een grondige herziening van haar richtsnoeren voor fusies. Deze noodzakelijke actualisering betreft zowel de richtsnoeren voor horizontale fusies
(fusies van concurrenten) als de richtsnoeren voor niet-horizontale fusies
(fusies in de toeleveringsketen en in nauw verwante markten). Deze herziening sluit aan bij het mandaat van de Commissie om het concurrentievermogen wereldwijd te versterken en effectief met de huidige en toekomstige geopolitieke uitdagingen om te gaan.
De herziening is een afspiegeling van transformatieve marktontwikkelingen die in veel markten invloed hebben op de concurrentiedynamiek. Het gaat dan bijvoorbeeld om de snelle digitalisering, de concurrentievoordelen van het beheer van enorme hoeveelheden data over klanten en concurrenten, en artificiële intelligentie (AI). Andere factoren zijn onder meer de globalisering en de decarbonisatie van de EU-economie. De alomvattende herziening begon met een openbare raadpleging
. In nauwe samenwerking met de nationale mededingingsautoriteiten (NMA’s) in de EU heeft de Commissie meerdere factoren vastgesteld die van belang zijn, zoals innovatie, investeringen, veerkracht en mondiale concurrentiecapaciteit. De herziene richtsnoeren worden in 2026 verwacht en zullen de ontwikkelingen in de praktijk van de Commissie en in de rechtspraak van de rechterlijke instanties van de EU weerspiegelen.
Modernisering en vereenvoudiging van de regels en richtsnoeren inzake antitrust
De antitrustregels zijn net zo belangrijk bij de aanpak van marktverstorend gedrag in een snel veranderende economie. Om te waarborgen dat de antitrustregels ook in de toekomst effectief zijn, evalueert de Commissie op dit moment haar procedureel kernkader inzake antitrust (Verordeningen (EG) nr. 1/2003 en nr. 773/2004). Het doel is de doeltreffendheid van het procedureel kernkader voor antitrustregels te verbeteren, door met name procedures te vereenvoudigen, onderzoeken te versnellen en meer in het algemeen te verzekeren dat de handhavingsinstrumenten van de Commissie passend zijn voor het snelle tempo van de veranderingen in nieuwe en zich ontwikkelende markten. In 2025 heeft de Commissie een verzoek om input en een vragenlijst voor openbare raadpleging uitgezet om feedback van belanghebbenden te verzamelen over opties voor de herziening van de regels. In december 2025 werd ter aanvulling hierop een “realitycheck”-workshop gehouden om verder met de belanghebbenden in overleg te treden over hun zienswijzen met betrekking tot de verschillende in het verzoek om input beschreven beleidsopties.
In 2025 zijn verdere werkzaamheden verricht aan de nieuwe richtsnoeren betreffende misbruik door uitsluiting krachtens artikel 102. Momenteel herziet de Commissie de ontwerprichtsnoeren, met inachtneming van de feedback uit een openbare raadpleging en een workshop, en van de conclusies die kunnen worden getrokken uit de uitspraken van rechterlijke instanties van de EU sinds de publicatie van de ontwerprichtsnoeren in 2024. De Commissie streeft ernaar de richtsnoeren in 2026 vast te stellen, waarbij zij ervoor zal zorgen dat in de definitieve tekst de meest recente uitspraken van EU-rechtbanken die lopende het ontwerpproces zijn gedaan, zijn verwerkt.
De Commissie heeft in 2025 haar herziening van de groepsvrijstellingsverordening inzake technologieoverdracht (GVTO) en de bijbehorende richtsnoeren voortgezet. De Commissie herziet dit kader om ervoor te zorgen dat ondernemingen beschikken over duidelijke, eenvoudige en actuele regels voor concurrentiebevorderende licentieovereenkomsten inzake technologie. Het herziene GVTO-kader, dat in 2026 wordt verwacht, zal de verspreiding van technologie vergemakkelijken, onderzoek, ontwikkeling en innovatie in de vroege fasen stimuleren, en tegelijkertijd de nalevingskosten en de gerelateerde administratieve lasten voor bedrijven verminderen.
Richtsnoeren en evaluatieverslag inzake de verordening buitenlandse subsidies
Met de verordening buitenlandse subsidies
wordt beoogd te waarborgen dat onder eerlijke en gelijke voorwaarden concurrentie kan plaatsvinden door concurrentieverstorende subsidies die door niet-EU-landen worden verleend aan ondernemingen die actief zijn op de eengemaakte markt, aan te pakken
.
In 2025 heeft de Commissie belanghebbenden geraadpleegd over de ontwerprichtsnoeren voor de verordening buitenlandse subsidies. De nieuwe richtsnoeren zullen onder meer duidelijk maken hoe, en op basis van welke criteria, zal worden bepaald of er sprake is van een verstoring die door een buitenlandse subsidie is veroorzaakt, en hoe de afwegingstoets wordt toegepast (dit wil zeggen dat de positieve effecten van buitenlandse subsidies worden afgewogen tegen de verstorende effecten). De richtsnoeren verduidelijken tevens de bevoegdheid van de Commissie om aanmelding te vereisen bij fusies en openbare aanbestedingen die onder de aanmeldingsdrempels blijven, en de daarbij in aanmerking genomen criteria. De richtsnoeren zullen ondernemingen die zijn betrokken bij concentraties en openbare-aanbestedingsprocedures in de EU, duidelijkheid verschaffen over de toepassing van de verordening buitenlandse subsidies.
In de verordening buitenlandse subsidies is bepaald dat de Commissie uiterlijk juli 2026 een verslag moet indienen bij het Europees Parlement en de Raad. Met het oog hierop heeft de Commissie in 2025 een openbare raadpleging gehouden en een verzoek om input gedaan
om de uitvoering en de handhaving van de verordening te beoordelen. Er is om feedback verzocht op het gebied van kritieke operationele kwesties, waaronder de kosten die bedrijven moeten maken in verband met de verordening buitenlandse subsidies, de meldingsdrempels en de afwegingstoets, en over de complexiteit van de regels en de doeltreffendheid daarvan in het voorkomen van verstoringen in de eengemaakte markt.
Evaluatieverslag over de digitalemarktenverordening
De digitalemarktenverordening is een instrument voor de eengemaakte markt dat tot doel heeft de digitale sector in de EU eerlijker en betwistbaarder te maken. De digitalemarktenverordening is van toepassing op grote digitale platforms die zijn aangewezen als “poortwachters” en is bedoeld om oneerlijke marktpraktijken te voorkomen en de betwistbaarheid in de markt te vergroten. Voor aangewezen poortwachters gelden verscheidene verplichtingen, in het bijzonder verticale en horizontale interoperabiliteit, een verbod op bevoordeling van de eigen producten en diensten, en het bieden van toegang aan zakelijke gebruikers tot kritieke gegevens die door de digitale platforms worden verzameld. De digitalemarktenverordening biedt zowel ondernemingen in de EU als bedrijven daarbuiten betere mogelijkheden om met de poortwachters te kunnen concurreren. Deze concurrentiedruk is bevorderlijk voor innovatie en leidt uiteindelijk tot meer keuze voor de consument in de EU (en waarschijnlijk ook daarbuiten door overloopeffecten op de regelgeving en de economie).
Om formeel te kunnen beoordelen welke invloed de digitalemarktenverordening tot dusver heeft gehad, en in hoeverre de verordening adequaat is in het licht van opkomende uitdagingen, zoals de transformatieve uitrol van door AI aangedreven diensten, heeft de Commissie in 2025 een openbare raadpleging gehouden en een verzoek om input gedaan. Hierin is feedback van belanghebbende partijen gevraagd over de algehele doeltreffendheid en uitvoering van de verordening, en de mate waarin deze een antwoord biedt op opkomende uitdagingen zoals de snelle en transformatieve uitrol van door AI aangedreven diensten. De Commissie bereidt nu aan de hand van de ontvangen input haar eerste evaluatieverslag voor, dat tegen mei 2026 aan het Europees Parlement, de Raad en het EESC zal worden gepresenteerd.
3. Handhaving van het mededingingsrecht beschermt en bevordert concurrerende, eerlijke en goed functionerende markten
Een doeltreffende handhaving blijft van primair belang om de geloofwaardigheid en integriteit van de mededingingsregels te waarborgen. In 2025 is door een robuuste handhaving van alle instrumenten – regels voor staatssteun, antitrust en concentratiecontrole, de verordening buitenlandse subsidies en de digitalemarktenverordening – de integriteit en veerkracht van de eengemaakte markt ondersteund en is in veel gevallen de strategische visie van de bevordering van een schone, rechtvaardige en concurrerende transitie omgezet in een concrete marktrealiteit. Middels handhaving worden de voorspelbare, transparante en eerlijke marktomstandigheden geschapen die nodig zijn om het voor ondernemingen gemakkelijker te maken om te groeien en te investeren in de eengemaakte markt en daarbuiten. Deze focus op eerlijkheid zorgt ervoor dat de eengemaakte markt een gelijk speelveld blijft, waar nieuwe zakelijke kansen worden gecreëerd en alle marktdeelnemers, waarvan een groot deel voor succesvolle concurrentie afhankelijk is van de handhaving door de Commissie, toegang wordt geboden tot belangrijke inputs. Doordat de EU optreedt tegen ondernemingen die zich schuldig maken aan concurrentieverstorend gedrag dat de eengemaakte markt dreigt te versnipperen, helpt de handhaving van de mededingingsregels de economische schade te beperken wanneer de EU aan externe economische schokken en geopolitieke inmenging wordt blootgesteld.
De handhaving van het mededingingsrecht door de Commissie creëert Europese toegevoegde waarde. Het effect op de eengemaakte markt vormt een van de belangrijkste criteria bij het prioriteren van handhavingsmaatregelen en bij beslissingen of de Commissie op eigen initiatief een onderzoek zal instellen. Bij het voeren van zaken met een grote impact gebruikt DG Concurrentie zijn schaarse middelen om de concurrentiebevorderende effecten van de interventies te maximaliseren. De Commissie kan in bepaalde zaken ook een procedure inleiden om een precedent te scheppen.
Staatssteuntoezicht
De handhaving van de staatssteunregels door de Commissie in 2025 maakte duidelijk hoe het mededingingsbeleid de schone, de rechtvaardige en de concurrerende transitie van de EU-economie ondersteunt. De zaken hieronder illustreren hoe de lidstaten hun strategische visies in concrete investeringsprojecten hebben omgezet.
Stimuleren van hernieuwbare energiebronnen: De Commissie verleende Frankrijk in het kader van het Cisaf goedkeuring om 11 miljard EUR te investeren om het gebruik van hernieuwbare energie te versnellen
. Met het twintig jaar durende project wordt de bouw en exploitatie van drie drijvende offshore windmolenparken ondersteund. Financiering wordt verleend na een biedprocedure en wordt uitbetaald in de vorm van een variabele maandelijkse premie, in een voorbeeld van hoe met de nieuwe regels gerichte overheidsinvesteringen mogelijk worden gemaakt, met de vereiste snelheid en op de schaal die nodig is voor een duurzame transformatie.
Decarbonisatieregelingen: In 2025 werd goedkeuring verleend voor meerdere grootschalige nationale regelingen om de verschuiving naar een klimaatneutrale economie te versnellen. Zo werd een Duitse regeling ten bedrage van 5 miljard EUR goedgekeurd om ondernemingen die onder het Europees emissiehandelssysteem vallen, te helpen bij het koolstofvrij maken van hun productieprocessen, waarbij per project een emissiereductiedoelstelling geldt van 90 %
. Daarnaast werd in het kader van het tijdelijk crisis- en transitiekader voor staatssteunmaatregelen een plan van Finland ten bedrage van 2,3 miljard EUR goedgekeurd om investeringen in strategische sectoren en in het koolstofvrij maken van productieprocessen te ondersteunen
. Tevens werd goedkeuring verleend aan een Nederlandse regeling ten bedrage van 1,2 miljard EUR om broeikasgasemissies gedurende de levenscyclus te verminderen, waarin financiering wordt toegewezen via een concurrerende biedprocedure waarbij prioriteit wordt gegeven aan de grootste milieuvoordelen voor de laagste kosten
. In het kader van het Cisaf keurde de Commissie bovendien een Spaanse regeling voor de decarbonisatie van de be- en verwerkende industrie goed. Deze regeling biedt in uiteenlopende sectoren ondersteuning bij elektrificatie, de verschuiving naar hernieuwbare of koolstofarme waterstof, terugwinning van afvalwarmte, en bij koolstofafvang, -opslag en -gebruik. De steun bestaat uit rechtstreekse subsidies die worden bepaald op basis van vooraf gedefinieerde steunintensiteiten. De regeling staat open voor ondernemingen van elke omvang en voor installaties en sectoren binnen en buiten het emissiehandelssysteem
.
Zorgen voor voldoende productiecapaciteit voor schone technologieën: In het kader van het Cisaf werd in 2025 goedkeuring verleend aan zes nationale regelingen met een totale begroting van 6,7 miljard EUR, die alle bijdragen aan het bereiken van de veerkrachtbenchmark van 40 % van de verordening voor een nettonulindustrie. Zo werden een Hongaarse regeling van 4,1 miljard EUR en een Italiaanse regeling van 1,5 miljard EUR om productie op basis van nettonultechnologie te stimuleren, goedgekeurd.
Bevorderen van het gebruik van groene energie: In 2025 heeft de Commissie gerichte ondersteuning voor de ontwikkeling van groene energiebronnen goedgekeurd. Een Oostenrijkse maatregel van 400 miljoen EUR is goedgekeurd om de productie van hernieuwbare waterstof te ondersteunen middels het instrument “veilingen als dienst” van de Europese waterstofbank
. Daarnaast is een Deense regeling van 36 miljoen EUR goedgekeurd om het gebruik van duurzame luchtvaartbrandstof aan te moedigen en zo de decarbonisatie van de luchtvaartsector te versnellen
.
Energievoorzieningszekerheid: In 2025 heeft de Commissie goedkeuring verleend aan meerdere staatssteunmaatregelen die tot doel hebben te verzekeren dat er voldoende capaciteit is om elektriciteit te produceren, op te slaan of flexibel te verbruiken, en dat met de elektriciteitsproductie aan de verwachte vraag kan worden voldaan. Zo gaf zij bijvoorbeeld haar goedkeuring aan een strategische elektriciteitsreserve voor 300 miljoen EUR in Zweden waarmee in noodsituaties de elektriciteitsvoorziening wordt gewaarborgd
, en aan een strategische reserve voor 750 miljoen EUR in Estland om de zekerheid van de elektriciteitsvoorziening te ondersteunen
. Via een transparante, niet-discriminerende concurrerende biedprocedure zullen projecten worden geselecteerd die voor steun uit deze maatregelen in aanmerking komen. Daarnaast heeft de Commissie op grond van de richtsnoeren klimaat-, milieubeschermings- en energiesteun een hervorming van het marktbrede capaciteitsmechanisme voor elektriciteit in Frankrijk goedgekeurd. Het opnieuw vormgegeven Franse mechanisme zal een looptijd van tien jaar hebben en een geraamde begroting van 2 miljard EUR per jaar, wat neerkomt op 20 miljard EUR over de gehele periode.
Consolideren van kernenergie: In 2025 heeft de Commissie steun goedgekeurd voor de bouw en exploitatie van kernenergiecentrales, wat bijdraagt aan de decarbonisatie van de energiesector en de zekerheid van de elektriciteitsvoorziening. Een Belgische steunmaatregel voor de levensduurverlenging van twee kernreactoren, Doel 4 en Tihange 3
, werd na een diepgaand onderzoek goedgekeurd. Ook heeft de Commissie steunmaatregelen goedgekeurd voor de eerste kerncentrale in Polen
, die zal bestaan uit drie nieuwe kernreactoren.
Het IPCEI Tech4Cure: In 2025 heeft de Commissie, om baanbrekende innovatie in de gezondheidszorg te ondersteunen, een tweede IPCEI in de gezondheidssector goedgekeurd: Tech4Cure. Dit IPCEI biedt vijf lidstaten (Frankrijk, Hongarije, Italië, Slowakije en Slovenië) de mogelijkheid om aan tien ondernemingen tot 403 miljoen EUR financiering te bieden, waarmee bovendien nog eens 826 EUR aan particuliere investeringen beschikbaar komt. Het streven van de Commissie om meer kmo’s bij IPCEI’s te betrekken, is succesvol gebleken. 60 % van de bedrijven die deelnemen in Tech4Cure zijn kleine en middelgrote ondernemingen. Daarnaast wordt een uitgebreider IPCEI-ecosysteem gecreëerd waarbij ook geassocieerde en indirecte partners zijn betrokken. Tech4Cure maakt samenwerking tussen landen voor onderzoek en innovatie mogelijk, evenals de eerste industriële toepassingen van een nieuwe generatie medische hulpmiddelen met geavanceerde en vernieuwende digitale en AI-oplossingen ter ondersteuning van voorspellende, preventieve en gepersonaliseerde geneeskunde (3P-geneeskunde). Dit project heeft tot doel de gezondheidszorg beter, sneller en goedkoper te maken. Tech4Cure heeft bovendien als proefproject gediend voor het ontwerp-ondersteuningsplatform voor IPCEI’s, dat in de lente van 2025 werd gelanceerd.
Handhaving van de antitrustregels
De Commissie heeft ook in 2025 meerdere antitrustonderzoeken uitgevoerd naar ondernemingen die op meerdere markten actief zijn, om ervoor te zorgen dat deze ondernemingen hun marktmacht niet misbruiken. Bijzondere aandacht ging uit naar de digitale markten, die over unieke kenmerken beschikken en specifieke uitdagingen met zich meebrengen vanwege de gangbare bedrijfsmodellen en complexe marktdynamiek. Ondernemingen kunnen bijvoorbeeld data of technologie verwerven om de toegangsdrempels te verhogen, of de data van concurrenten in hun eigen voordeel gebruiken (bv. in het geval van digitale platforms met een dubbele functie, of ondernemingen die tegelijkertijd als tussenpersoon en als concurrent optreden).
Technologische diensten voor online display-advertenties: In 2025 heeft de Commissie het besluit-Google Adtech
vastgesteld. In deze zaak ging het om technologische diensten voor online display-advertenties en andere gegevensgerelateerde praktijken. De Commissie legde Google een boete op van 2,95 miljard EUR wegens misbruik van zijn dominante marktpositie door bevoordeling van de eigen technologische diensten voor online display-advertenties ten nadele van concurrerende aanbieders van reclametechnologiediensten, adverteerders en online-uitgevers (“voorkeursbehandeling van eigen producten of diensten”). De Commissie heeft Google gelast om een einde te maken aan de praktijken ter bevoordeling van eigen producten of diensten, en om maatregelen toe te passen die een einde maken aan de belangenconflicten die zijn besloten in de adtech-toeleveringsketen van Google. Na invoering van deze maatregelen zullen ondernemingen die gebruikmaken van de adtech-technologie van Google, onder eerlijke en gelijke voorwaarden kunnen concurreren en innoveren, en zullen consumenten beter in staat zijn om weloverwogen keuzen te maken.
Digitale communicatie en samenwerkingsinstrumenten: In de zaak-Microsoft Teams
heeft de Commissie toezeggingen van Microsoft aanvaard voor de aanpak van de mededingingsbezwaren in verband met de concurrentieverstorende koppelverkoop van Microsoft Teams binnen de softwarepakketten Microsoft Office 365 en Microsoft 365 voor zakelijke klanten. De toezeggingen houden onder meer in dat Microsoft Teams door Microsoft wordt losgekoppeld, dat wil zeggen dat er tegen een lagere prijs versies van deze softwarepakketten zonder Microsoft Teams zullen worden aangeboden. Ook moet Microsoft klanten met langlopende licenties de mogelijkheid bieden over te stappen op een softwarepakket zonder Microsoft Teams. Tot slot moet Microsoft zorgen voor interoperabiliteit met concurrerende communicatie-instrumenten, en het gebruik van concurrerende software-oplossingen vergemakkelijken. Deze toezeggingen waren essentieel om de eerlijke mededinging te herstellen en de markt te heropenen voor andere aanbieders van communicatie- en samenwerkingsinstrumenten in de EU.
Breukbestendig glas voor draagbare elektronische apparaten: De Commissie heeft door de in de VS gevestigde onderneming Corning
gedane toezeggingen juridisch bindend gemaakt op grond van de antitrustregels van de EU. Met de toezeggingen is de zorg dat Corning mogelijk zijn machtspositie heeft misbruikt door exclusieve leveringsovereenkomsten voor alkali-aluminiumsilicaatglas (“alkali-AS-glas”) af te sluiten, weggenomen. Dit breukbestendige glas wordt gebruikt in smartphones en andere draagbare elektronische apparaten. Corning heeft zich ertoe verbonden afstand te doen van alle exclusiviteitsclausules en niet langer afnameverplichtingen op te leggen aan “Original Equipment Manufacturers” (“OEM’s”) van draagbare elektronische apparaten of ondernemingen die ruw glas verwerken (“finishers”). Ook zal Corning niet langer van OEM’s of finishers eisen dat zij meer dan 50 % van hun respectieve vraag bij Corning betrekken. Door de toezeggingen krijgen de concurrenten van Corning gemakkelijker toegang tot de markt, waarmee innovatie en veerkracht in de leveringsketen voor draagbare elektronische apparaten wordt veiliggesteld.
Luxe consumentengoederen: In 2025 legde de Commissie boetes op aan Gucci, Chloé en Loewe (drie ondernemingen die actief zijn in de sector luxe consumentengoederen) voor een totaalbedrag van 157 miljoen EUR, omdat zij zich in verscheidene lidstaten bezighielden met verticale prijsbinding
. De drie ondernemingen beperkten de zakelijke vrijheid van hun onafhankelijke online- en offline-detailhandelaren om hun eigen prijzen te bepalen. Deze beperkingen hadden betrekking op vrijwel het gehele productassortiment dat door de drie bedrijven onder hun respectieve merknamen werd gevoerd. Het betrof onder meer kleding, lederwaren, schoenen en modeaccessoires. Dit besluit vormt een bevestiging van de inzet van de Commissie om concurrentieverstorende praktijken met verticale prijsbinding aan te pakken, en te waarborgen dat consumenten kunnen profiteren van daadwerkelijke prijsconcurrentie.
Onvolledige antwoorden op informatieverzoeken: De Commissie heeft een geldboete van 172 000 EUR opgelegd aan Eurofield SAS en de voormalige moedermaatschappij Unanime Sport SAS voor het verstrekken van onvolledige antwoorden op informatieverzoeken in het kader van een antitrustonderzoek in de kunstgrassector
. Als ondernemingen die door de Commissie worden onderzocht, niet voldoen aan hun juridische en procedurele verplichtingen kan de doeltreffendheid van het onderzoek van de Commissie in gevaar komen. Het was de eerste keer dat de Commissie een onderneming een geldboete oplegde voor het verschaffen van onvolledige inlichtingen in een antitrustonderzoek. Deze interventie maakt duidelijk dat de Commissie in toenemende mate alert is en vastberaden is sancties op te leggen aan ondernemingen waarnaar een onderzoek is ingesteld, wanneer deze niet aan de procedurele verplichtingen voldoen.
Adviesbrieven en een eerste advies: Toepassing van de mededingingsregels draait niet alleen om de “harde” handhaving, dat wil zeggen achter ondernemingen aangaan die de regels al hebben overtreden. Met “zachte” interventies, zoals het afgeven van adviesbrieven, kan de Commissie ondernemingen vooraf juridische zekerheid bieden over hun naleving van de antitrustregels. De Commissie heeft in 2025 twee adviesbrieven afgegeven
. De eerste adviesbrief was bestemd voor ondernemingen die actief zijn in de automobielsector
. In de brief werd aan ondernemingen duidelijkheid verschaft over het opzetten van een onderhandelingsgroep van licentienemers om te onderhandelen over licenties voor het gebruik van technologieën die onder een standaardessentieel octrooi vallen, met als doel de licentieverlening voor digitale technologieën efficiënter te maken. Deze technologieën zullen naar verwachting een bijdrage leveren aan de decarbonisatie en de transitie naar nettonuldoelstellingen in Europa. Deze adviesbrief ondersteunt het concurrentievermogen van de automobielsector in de EU en vergroot de keuze van de consument. De tweede adviesbrief had betrekking op samenwerking in de vorm van gezamenlijke aankoop en de vaststelling van minimale technische specificaties voor elektrische containerverwerkingsapparatuur in haventerminals
, en bood aanvullende duidelijkheid over een duurzaamheidsinitiatief voor de verwezenlijking van de overstap van door diesel aangedreven machines naar apparaten met accuvoeding. Tot slot heeft de Commissie haar eerste advies uitgebracht in het kader van de verordening tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten. Dit advies heeft betrekking op wijnproducenten in de Franse regio Occitanië die samenwerken om op een duurzame manier wijn te produceren. Zij hebben richtprijzen vastgesteld voor zes druivenrassen die middels bulkwijntransacties worden verkocht
. De Commissie heeft verduidelijkt dat onderlinge prijscoördinatie tussen landbouwproducenten mogelijk verenigbaar is met de EU-antitrustregels, op voorwaarde dat die coördinatie strikt noodzakelijk is om specifieke duurzaamheidsdoelstellingen te bereiken. Dit advies biedt wijnproducenten de juridische zekerheid om te blijven investeren in duurzame wijnproductiepraktijken.
De Commissie voerde in 2025 tevens handhavingsactiviteiten uit op het gebied van kartels, die worden beschouwd als de meest vergaande inbreuken op het mededingingsrecht. Hieronder zijn verschillende besluiten samengevat waarmee concurrentieverstorend gedrag met een grote impact op de economie in de EU en met rechtstreekse en tastbare negatieve gevolgen voor de consument, zijn bestraft.
Recycling van autowrakken: De Commissie heeft 15 grote autofabrikanten en de Europese Federatie van Autoproducenten (ACEA) sancties van in totaal 458 miljoen EUR opgelegd wegens deelname aan het autowrakkenrecyclingkartel
,
. De autofabrikanten en de ACEA besloten meer dan 15 jaar lang niets aan autodemontagebedrijven te betalen voor de verwerking van autowrakken, omdat zij waren overeengekomen de recycling van autowrakken als een voldoende winstgevende bedrijfsactiviteit te beschouwen. De karteldeelnemers deelden ook zakelijk gevoelige informatie, stemden hun gedrag tegenover demontagebedrijven op elkaar af, en kwamen overeen niet bekend te maken hoeveel van autowrakken kon worden gerecycled, nuttig toegepast en hergebruikt, en hoeveel gerecycled materiaal in nieuwe auto’s werd gebruikt. De interventie door de Commissie ondersteunde rechtstreeks de doelstellingen van de groene transitie door de recyclingwaardeketen te beschermen en de circulaire economie te bevorderen.
Online levering van maaltijden en boodschappen: De Commissie legde Delivery Hero en Glovo
geldboetes op van in totaal 329 miljoen EUR voor het vormen van een kartel tussen juli 2018 en juli 2022. Het kartel bestond erin dat de partijen waren overeengekomen om niet elkaars werknemers aan te werven, om gevoelige commerciële informatie uit te wisselen en om geografische markten in de Europese Economische Ruimte te verdelen. Het was de eerste keer dat de Commissie sancties oplegde aan een kartel dat de arbeidsmarkt beïnvloedde doordat het de concurrentie om talent en de mogelijkheden voor medewerkers beperkte, wat aantoont dat handhaving van de mededingingsregels actief inclusieve groei bevordert, doordat het vrije verkeer en de eerlijke beloning van werknemers in de gehele eengemaakte markt worden beschermd. Het was ook de eerste keer dat de Commissie het gebruik van een minderheidsdeelneming om het gedrag van concurrenten te coördineren, aanpakte.
Startaccu’s voor motorvoertuigen: De Commissie heeft aan drie producenten van startaccu’s voor motorvoertuigen en aan de brancheorganisatie Eurobat geldboetes opgelegd van in totaal 72 miljoen EUR vanwege hun deelname aan een langlopend kartel betreffende startaccu’s voor motorvoertuigen
. De producenten waren overeengekomen om premies te creëren en te publiceren die waren berekend op basis van de prijs die zij voor lood betaalden. Ze spraken af deze premies in te zetten bij de prijsonderhandelingen met hun respectieve OEM-klanten om te verzekeren dat de eruit volgende toeslag op een hoger niveau werd gehouden. De Commissie kwam tot de conclusie dat het onrechtmatig is dat leveranciers toeslagen in het geheim coördineren om ze binnen de gehele bedrijfstak als norm te gebruiken.
Tot slot voerde de Commissie drie onaangekondigde inspecties uit op de locaties van ondernemingen die ervan werden verdacht de mededingingsregels te schenden in verschillende bedrijfstakken: vaccins, alcoholvrije dranken en materieel voor de skisport. Het uitvoeren van onaangekondigde inspecties is een van de belangrijkste handhavingsinstrumenten waarover de Commissie op mededingingsgebied beschikt. Inspecties zijn van essentieel belang voor het verkrijgen van bewijsmateriaal en het verrassingselement is onontbeerlijk voor een doeltreffende handhaving. Deze inspecties bieden de Commissie de mogelijkheid om verdenkingen objectief te beoordelen, te waarborgen dat de mededingingsregels worden nageleefd en concurrentieverstorend gedrag te ontmoedigen.
Concentratiecontrole
In 2025 is de Commissie de fusieregels blijven handhaven om ondernemingen en consumenten te beschermen tegen prijsstijgingen, maar ook tegen een verslechtering van andere belangrijke parameters voor concurrentie binnen veel cruciale gebieden van de economie van de EU, zoals kwaliteit, keuzemogelijkheden en innovatie. Middels concentratiecontrole worden concentraties voorkomen die een significante belemmering vormen voor effectieve concurrentie in de interne markt, doordat ze bijvoorbeeld leiden tot een buitensporige marktmacht, marktafscherming of de uitsluiting van nieuwkomers op de markt, en worden derhalve de prioriteiten van de Commissie ondersteund.
Een aantal belangrijke zaken die in 2025 zijn vastgesteld en die hebben geleid tot een goedkeuringsbesluit onder voorbehoud van verbintenissen, worden hieronder samengevat. Daarnaast worden twee belangrijke zaken gepresenteerd waarbij mogelijk sprake is van inbreuk op de concentratieverordening.
Software voor chips: De Commissie heeft de overname van Ansys door Synopsys onder voorwaarden goedgekeurd
. De activiteiten van de in de VS gevestigde ondernemingen zijn grotendeels complementair, maar de Commissie heeft vastgesteld dat de transactie zou hebben geleid tot een verhoogde marktconcentratie en een afname van de wereldwijde concurrentie in de markten voor de levering van: i.) opticasoftware die simuleert hoe licht zich op macroschaal gedraagt in grote systemen (bijvoorbeeld schermen of autokoplampen); ii.) fotonicasoftware die simuleert hoe licht zich op nanoschaal gedraagt in kleinere optische systemen (bijvoorbeeld digitale camera’s of zonnepanelen), en iii.) software voor de analyse van energieverbruik op register-transfer-level, een softwaretool die in de beginfase van het chipontwerpproces wordt gebruikt om het energieverbruik van chips te meten. Om aan deze punten van zorg tegemoet te komen, stelden de fuserende partijen voor om hun activiteiten in de hierboven genoemde problematische markten af te stoten. Deze structurele maatregelen waren van essentieel belang om uitschakeling van effectieve concurrentie te voorkomen en de integriteit van de toeleveringsketen in deze kritieke, hoogtechnologische markten te behouden.
Actuatorsystemen voor het horizontaal staartvlak voor de luchtvaart: De Commissie heeft de overname van een deel van het bedrijfsonderdeel voor actuatieonderdelen van Collins Aerospace door Safran USA Inc.
(dat onder zeggenschap staat van de Franse onderneming Safran S.A.) onder voorwaarden goedgekeurd. De Commissie had vastgesteld dat de fusie de concurrentie in de markt voor actuatorsystemen voor horizontale staartvlakken (THSA’s) aanzienlijk beperkte door het samengaan van twee belangrijke leveranciers. Om tegemoet te komen aan de concurrentiebezwaren heeft Safran voorgesteld al zijn bedrijfsactiviteiten op het gebied van THSA’s in Noord-Amerika af te stoten.
Vliegtuigonderdelen en grote commerciële vliegtuigen: De Commissie heeft de overname van Spirit door Boeing onder voorwaarden goedgekeurd
. De Commissie had vastgesteld dat de voorgestelde transactie een aanzienlijk risico op beperking van de concurrentie op de mondiale markten voor vliegtuigonderdelen en grote commerciële vliegtuigen inhield. Boeing zou in het bijzonder de levering door Spirit van vliegtuigonderdelen aan Airbus hebben kunnen beperken of bemoeilijken en toegang hebben kunnen krijgen tot commercieel gevoelige informatie van Airbus. Om aan deze bezwaren tegemoet te komen, heeft Boeing zich ertoe verbonden alle bedrijfsonderdelen van Spirit die aan Airbus leveren, aan Airbus zelf af te stoten. Ook heeft Boeing zich ertoe verbonden Spirit AeroSystems Malaysia af te stoten aan Composites Technology Research Malaysia.
Aluminium recipiënten en deksels voor natte voedingsmiddelen voor mensen en gezelschapsdieren: De Commissie heeft de overname van Aluflexpack door Constantia onder voorwaarden goedgekeurd
. De Commissie had vastgesteld dat de voorgestelde transactie de concurrentie in de markt voor levering van steriliseerbare aluminium recipiënten en deksels voor natte voedingsmiddelen voor mensen en gezelschapsdieren in de EU zou hebben beperkt, wat zou hebben geleid tot hogere prijzen en minder keuze voor consumenten. Om aan de bezwaren van de Commissie tegemoet te komen, heeft Constantia voorgesteld om alle activiteiten van Aluflexpack op het gebied van natte voedingsmiddelen voor mensen en gezelschapsdieren in de EER af te stoten.
Concentratieverwijzingen op grond van artikel 22 van de concentratieverordening: De Commissie heeft de voorgestelde overname van Boissons Heintz door Brasserie Nationale onder voorwaarden goedgekeurd
. Luxemburg verwees de zaak naar de Commissie op grond van artikel 22 van de concentratieverordening omdat het niet over een nationale regeling voor concentratiecontrole beschikt. Met de oorspronkelijke transactie zouden de twee belangrijkste groothandelaren in dranken voor hotels, restaurants en cafés in Luxemburg worden samengevoegd, waardoor kleinere concurrenten zouden worden benadeeld. Om aan de bezwaren tegemoet te komen, hebben de fuserende partijen zich ertoe verbonden de meerderheid van de activiteiten van Boissons Heintz op het gebied van drankendistributie aan een geschikte koper af te stoten. Het maatregelenpakket omvat een optie voor de koper om de naam, de online winkel en de exclusieve invoerovereenkomsten over te nemen. Daarnaast werd de overname van Downtown door UMG door Oostenrijk en Nederland op grond van artikel 22 van de concentratieverordening naar de Commissie verwezen. Eind 2025 bevond de voorgestelde transactie zich in de tweede fase van het onderzoek.
Voorwaardelijke goedkeuring van de voorgestelde overname door UniCredit van Banco BPM en onderzoek op grond van artikel 21 van de concentratieverordening naar de toepassing door Italië van zijn “golden power”-wetgeving
De Commissie heeft de voorgestelde overname door UniCredit van Banco BPM
onder voorbehoud van verbintenissen goedgekeurd. Beide banken zijn gevestigd in Italië en verstrekken bankdiensten aan particulieren en ondernemingen evenals verzekerings- en vermogensbeheerdiensten. De voorgestelde overname heeft een EU-dimensie omdat UniCredit ook significante activiteiten ontplooide in Duitsland en Midden- en Oost-Europa. Na een eerste onderzoek was de Commissie bezorgd over de gevolgen voor de concurrentie op de markten voor deposito’s en leningen aan particulieren en kleine en middelgrote ondernemingen in bepaalde lokale markten in Italië. UniCredit is aan deze bezwaren tegemoetgekomen door zich ertoe te verbinden 209 bankfilialen in 21 Italiaanse provincies waar de gecombineerde bank een bijzonder sterke marktpositie zou hebben gehad, af te stoten.
UniCredit heeft echter vervolgens zijn overnamebod op Banco BPM ingetrokken omdat het niet kon voldoen aan de aanvullende voorwaarden die door de Italiaanse overheid aan de potentiële overname werden gesteld in het kader van de nationale wetgeving betreffende investeringsscreening. De Commissie onderzocht de door de Italiaanse overheid opgelegde voorwaarden en stelde in juli 2025 een voorlopige beoordeling vast
, waarin werd vastgesteld dat deze voorwaarden mogelijk in strijd zijn met artikel 21 van de concentratieverordening, evenals met de EU-wetgeving inzake financiële diensten en de bepalingen van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie inzake het vrije verkeer van kapitaal en de rol van de Europese Centrale Bank in het kader van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme.
Mogelijke schending van de standstillbepaling: Het is van essentieel belang dat de lidstaten het prospectieve karakter van de Unieregeling voor concentratiecontrole eerbiedigen om effectieve concurrentie binnen de eengemaakte markt in stand te houden. Met het oog hierop heeft de Commissie aan Vivendi een mededeling van punten van bezwaar afgegeven
, waarin de onderneming werd medegedeeld dat de Commissie tot het voorlopige oordeel was gekomen dat de onderneming inbreuk had gemaakt op de standstillbepaling in artikel 7, lid 1, van de concentratieverordening, waarin is bepaald dat ondernemingen geen fusies mogen doorvoeren voordat deze zijn goedgekeurd, en de voorwaarden werden vermeld die zijn verbonden aan het fusiegoedkeuringsbesluit inzake Vivendi/Lagardère
. De Commissie is in de voorlopige beoordeling tot de conclusie gekomen dat Vivendi al een beslissende invloed op de media-activiteiten van Lagardère uitoefende voordat de overname was voltooid.
Handhaving van de verordening buitenlandse subsidies
In 2025 is de Commissie de verordening buitenlandse subsidies strikt blijven handhaven om de EU te beschermen tegen concurrentieverstorende subsidies die door niet-EU-landen worden verleend aan ondernemingen die actief zijn op de eengemaakte markt. Dergelijke verstoringen kunnen zich voordoen bij iedere economische activiteit, met name bij concentraties en bij aanbestedingsprocedures. De verordening buitenlandse subsidies wordt gezamenlijk gehandhaafd door DG Concurrentie en het directoraat-generaal Interne markt, Industrie, Ondernemerschap en Midden- en Kleinbedrijf (DG GROW)
. Een proactieve handhaving van de verordening buitenlandse subsidies, met inbegrip van onderzoeken op eigen initiatief, is van cruciaal belang voor het in stand houden van het mondiale concurrentievermogen van de EU.
Afgelopen jaar heeft de Commissie bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar de overname van Covestro AG (een Duitse leverancier van hoogwaardige polymeren en componenten) door Abu Dhabi National Oil Company PJSC (ADNOC), de nationale oliemaatschappij van Abu Dhabi. Na een diepgaand onderzoek stelde ADNOC toezeggingen voor, die de Commissie vervolgens juridisch bindend heeft gemaakt in een toezeggingsbesluit
. Deze toezeggingen waren van essentieel belang om de verstorende effecten van de buitenlandse subsidies (een onbeperkte staatsgarantie en belastingvoordelen voor ADNOC, alsook een toegezegde kapitaalverhoging door ADNOC in Covestro) op de eengemaakte markt te corrigeren. Deze subsidies zouden verstorend hebben gewerkt op de concurrentie, zowel tijdens het overnameproces als bij de toekomstige marktactiviteiten van de samengevoegde eenheid. Ten eerste heeft ADNOC zich ertoe verbonden afstand te doen van de onbeperkte staatsgarantie, door de statutaire bepalingen zo te wijzigen dat ze niet langer afwijken van de gewoonlijke insolventiewetgeving in de Verenigde Arabische Emiraten. Ten tweede heeft ADNOC zich ertoe verbonden de octrooien van Covestro op het gebied van duurzaamheid te delen met die ondernemingen die sterk afhankelijk zijn van de duurzaamheidstechnologie van Covestro. De Commissie heeft vastgesteld dat de aangeboden toezeggingen de door de buitenlandse subsidies veroorzaakte verstorende effecten op de eengemaakte markt afdoende en effectief zouden corrigeren. Het besluit inzake ADNOC/Covestro is het tweede definitieve besluit van de Commissie in het kader van de verordening buitenlandse subsidies sinds deze van kracht werd.
In 2025 heeft de Commissie ook op eigen initiatief een diepgaand onderzoek geopend naar Nuctech, een onderneming in Chinese handen die actief is op het gebied van de fabricage en verkoop van systemen voor dreigingsdetectie (scanners die bijvoorbeeld op vliegvelden, in havens en bij grensovergangen worden gebruikt). De Commissie beschikte over aanwijzingen dat aan Nuctech buitenlandse subsidies waren verleend, waardoor het bedrijf prijzen en voorwaarden kon bieden die niet door andere spelers op de markt konden worden geëvenaard. Indien deze concurrentiebezwaren door het onderzoek worden bevestigd, zal de Commissie mogelijk corrigerende maatregelen opleggen of toezeggingen van het bedrijf die aan de bezwaren tegemoetkomen, aanvaarden.
De Commissie heeft tevens bij een onderneming in de sector e-commerce een onaangekondigde inspectie ter plaatse uitgevoerd in het kader van de verordening buitenlandse subsidies, en zij heeft het werk aan haar voorlopige beoordeling in de windenergiesector voortgezet.
Handhaving van de digitalemarktenverordening
Met de digitalemarktenverordening wordt gewaarborgd dat ondernemingen van elke omvang kunnen concurreren, wat de eengemaakte markt aantrekkelijker maakt en nieuwe mogelijkheden creëert voor bedrijven uit zowel de EU als uit derde landen
. Sinds de inwerkingtreding van de digitalemarktenverordening, en gedurende 2025, heeft de handhaving ervan geresulteerd in tastbare en praktische voordelen voor zowel bedrijven als consumenten. Zo zijn door handhaving van de digitalemarktenverordening bijvoorbeeld mobiele ecosystemen opengesteld, waardoor ontwikkelaars nu op iOS en iPadOS van Apple concurrerende appstores kunnen aanbieden. Bovendien kunnen e-sims
nu worden overgezet van en naar Android-telefoons en iPhones, wat een volledige interoperabiliteit waarborgt. Gebruikers krijgen daarnaast een keuzescherm te zien, waarmee ze op iOS-apparaten eenvoudig hun favoriete standaardbrowser kunnen selecteren.
Een cruciaal onderdeel van de digitalemarktenverordening is de regelgevingsdialoog. In 2025 heeft de Commissie regelgevingsdialogen gehouden met elke als poortwachter aangewezen onderneming. Dit type uitwisseling is een doeltreffende manier om problemen te voorkomen voordat zij ontstaan, vertrouwen op te bouwen tussen de betrokken partijen en vroegtijdige naleving van de digitalemarktenverordening aan te moedigen. Middels regelgevingsdialogen kan de Commissie het gedrag van poortwachters bijna in “realtime” sturen in plaats van slechts te vertrouwen op handhaving van de mededingingsregels achteraf. In 2025 heeft de Commissie ook zes technische nalevingsworkshops
georganiseerd, waarin geïnteresseerde belanghebbenden voorgestelde nalevingsoplossingen konden bespreken met de Commissie en de poortwachters zelf.
De Commissie heeft haar eerste besluiten vastgesteld naar aanleiding van specificatieprocedures
. Dergelijke specificatiebesluiten voorzien de aangewezen poortwachters van specifieke richtsnoeren voor naleving. In deze specificatiebesluiten specificeerde de Commissie wat Apple moest doen om effectieve en naadloze interoperabiliteit tussen iOS, iPadOS en concurrerende besturingssystemen te waarborgen. Apple heeft tegen beide specificatiebesluiten beroep ingesteld
.
De Commissie voltooide verder in 2025 drie onderzoeken wegens niet-naleving
. Na een constructieve regelgevingsdialoog sloot de Commissie haar onderzoek naar de architectuur voor keuzemogelijkheden voor gebruikers
van Apple af toen de onderneming ermee instemde haar keuzescherm voor de browser te wijzigen zodat gebruikers op hun iPhones eenvoudiger een nieuwe standaardbrowser kunnen instellen.
In een andere zaak heeft de Commissie vastgesteld dat de anti-sturingsregels van Apple inbreuk maken op de digitalemarktenverordening en heeft zij een geldboete van 500 miljoen EUR opgelegd
. De Commissie heeft ook een administratief verbod opgelegd waarin Apple werd gelast binnen zestig dagen alle technische en commerciële sturingsbeperkingen op te heffen. Tegen dit besluit is door Apple beroep ingesteld
. De onderneming heeft vervolgens haar contractuele voorwaarden voor de verspreiding van apps op iOS herzien.
Daarnaast heeft de Commissie vastgesteld dat het op de keuze “toestemming of betaling” gebaseerde advertentiemodel van Meta inbreuk maakte op de digitalemarktenverordening en heeft zij een geldboete van 200 miljoen EUR
en een administratief verbod opgelegd waarin Meta werd gelast het model binnen zestig dagen in overeenstemming te brengen met de verordening. Tegen dit besluit is door Meta beroep ingesteld
. Na een dialoog met Meta heeft de Commissie nota genomen van de door Meta voorgestelde verbintenis om gebruikers in de EU een alternatieve, gratis versie van zijn sociale netwerken aan te bieden waar minder gebruik wordt gemaakt van persoonlijke gegevens en van gerichte advertenties.
De Commissie heeft bovendien een procedure ingeleid voor een mogelijke inbreuk op de digitalemarktenverordening door Google, dat de inhoud van media-uitgevers lager in de zoekresultaten rangschikte
. Het onderzoek van de Commissie richtte zich in het bijzonder op het beleid van Google tegen misbruik van sitereputatie, om te bepalen of de toepassing daarvan in overeenstemming is met de verplichtingen op grond van de digitalemarktenverordening.
De Commissie heeft in de loop van 2025 ook drie marktonderzoeken ingesteld naar cloudcomputingdiensten. In twee marktonderzoeken wordt beoordeeld of Amazon en Microsoft als poortwachters moeten worden aangewezen voor hun respectieve cloudcomputingdiensten Amazon Web Services en Microsoft Azure
. In het derde marktonderzoek wordt onderzocht of de verplichtingen krachtens de digitalemarktenverordening een doeltreffende aanpak bieden van praktijken die mogelijk het concurrentievermogen en de eerlijkheid in de cloudcomputingsector beperken
.
Er zijn in 2025 geen nieuwe poortwachters aangewezen. De Commissie is echter wel tot de conclusie gekomen dat de onlinetussenhandelsdienst van Meta, Facebook Marketplace, niet langer dient te worden aangemerkt als poortwachter krachtens de digitalemarktenverordening
. De door Meta doorgevoerde wijzigingen in Facebook Marketplace zorgden voor een vermindering van het aantal zakelijke gebruikers, waardoor Facebook Marketplace niet langer de drempelwaarden haalde voor aanwijzing op grond van de digitalemarktenverordening.
4. Voordelen van handhaving van de mededingingsregels voor consumenten en burgers
De handhaving door de Commissie op het gebied van antitrust en fusies levert rechtstreeks voordeel op voor de burgers. DG Concurrentie meet de impact van de handhaving op de gebieden antitrust (kartels en niet-kartelgerelateerde antitrust) en concentratiecontrole op meerdere manieren.
Een belangrijke maatstaf is “directe besparingen voor klanten”, dat wil zeggen de waarschijnlijke effecten op de prijzen voor klanten in de markten waar de Commissie heeft opgetreden. Op basis van een vereenvoudigde OESO-methode schat DG Concurrentie dat in 2025 de directe besparingen voor klanten door de handhaving van de Commissie op het gebied van antitrust (kartels en niet-kartelgerelateerde antitrust) en fusies 12,4 tot 21,9 miljard EUR bedroeg. Relatief gezien bespaarde de handhaving van mededingingsregels ieder huishouden in de EU gedurende de periode 2012-2025 rond de 60 tot 100 EUR per jaar.
De Commissie is niet de enige partij die de mededingingsregels van de EU handhaaft. Ook haar partners in het Europees Mededingingsnetwerk (ECN) spelen een actieve rol. In 2025 zijn DG Concurrentie en de deelnemende NMA’s binnen het ECN blijven werken aan het meten van aanvullende besparingen voor de klant die worden gegenereerd dankzij door de NMA’s genomen handhavingsmaatregelen. Uit die analyse blijkt dat de gecombineerde besparingen voor klanten over de periode 2020-2024 in totaal tussen de 18 en 30 miljard EUR per jaar bedroegen. Dit betekent dat de NMA’s bijdragen aan ten minste nog eens 50 % directe besparingen boven op de door de Commissie gegenereerde. Het totaal aantal directe besparingen voor de klant komt voor deze periode neer op zo’n 100 tot 160 EUR per huishouden per jaar.
De handhaving van het mededingingsbeleid heeft niet alleen een positief economisch effect op micro-economisch niveau. Het is ook een belangrijke stimulans voor welzijn en groei op macro-economisch niveau. De geschatte prijsverlagingen als resultaat van maatregelen vanuit het mededingingsbeleid (zowel direct als indirect, via afschrikkingseffecten) kunnen worden gebruikt om prestatie-indicatoren op het gebied van investeringen, werkgelegenheid, prijzen, productiviteit en uiteindelijk het bruto binnenlands product (bbp), in de gehele economie te verbeteren
.
5. Mededingingsbeleid in een Europese en wereldwijde context
Samenwerking binnen het Europees Mededingingsnetwerk
De samenwerking binnen het ECN draagt bij aan een consistente en doeltreffende handhaving van de antitrustregels van de EU, waarborgt samenhang in de handhaving en bevordert een gemeenschappelijke mededingingscultuur in de EU.
De Commissie en de NMA’s van de EU passen parallel aan elkaar de EU-antitrustregels toe (artikelen 101 en 102, VWEU). In het ECN coördineren zij de handhavingsactiviteiten en werken zij samen om te waarborgen dat de regels in alle lidstaten op een doeltreffende en consistente wijze worden toegepast en een gezamenlijke mededingingscultuur in de EU bevorderen. Hiertoe zijn de NMA’s verplicht om: i.) de Commissie op de hoogte te brengen van een nieuw onderzoek op het moment van de eerste formele onderzoeksmaatregel en ii.) de Commissie in kennis te stellen van hun beoogde nationale besluiten tot toepassing van de EU-antitrustregels.
In 2025 hebben de Commissie en de NMA’s 154 nieuwe onderzoeken ingesteld en hebben de NMA’s de Commissie in kennis gesteld van 71 beoogde besluiten. De Commissie en de NMA’s komen regelmatig bijeen in meerdere werkgroepen om standpunten met betrekking tot nieuwe en lopende onderzoeken, ontwikkelingen in de jurisprudentie en verschillende overige kwesties in verband met het mededingingsbeleid te bespreken en uit te wisselen. In 2025 vonden 37 ECN-bijeenkomsten plaats.
Internationale betrekkingen – contact met wereldwijde partners
De internationale activiteiten van de Commissie op het gebied van mededinging zijn van belang om een concurrerendere en assertievere EU te bewerkstelligen nu de EU staat voor meerdere geopolitieke uitdagingen die de wereld op politiek en economisch gebied dreigen te fragmenteren. Internationale samenwerking op het gebied van mededinging is onder meer gebaseerd op vertrouwen, kennisdeling en de uitwisseling van beste praktijken. Het is nu belangrijker dan ooit om de handhaving van mededingingsregels tussen verschillende rechtsgebieden te coördineren. Het feit dat de EU algemeen wordt erkend als een wereldwijd toonaangevende beleidsmaker en handhaver op mededingingsgebied maakt het mogelijk haar partnerschappen in te zetten om een op regels gebaseerde internationale orde te verdedigen.
In 2025 heeft de Commissie de banden met multilaterale organisaties geïntensiveerd, is zij blijven investeren in bilaterale betrekkingen middels samenwerking en handelsovereenkomsten (in het bijzonder met het Verenigd Koninkrijk, Canada, Japan en China), alsook middels samenwerkingsactiviteiten met Afrikaanse landen om de coördinatie van mededingingswetgeving en de handhaving daarvan te bevorderen. De Commissie heeft ook haar betrekkingen met kandidaat-lidstaten (en mogelijke kandidaat-lidstaten) van de EU, voortgezet.
Multilaterale organisaties: De Commissie heeft deelgenomen aan internationale fora zoals het Competition Committee van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), het Global Forum on Competition van de OESO, het International Competition Network (ICN), en de Conferentie van de Verenigde Naties inzake handel en ontwikkeling (UNCTAD). Deze werkzaamheden waren gericht op het vergroten van de wereldwijde convergentie met betrekking tot belangrijke uitdagingen op handhavingsgebied, zoals de gevolgen van de snelle digitalisering, de effecten van AI en de groene transitie. Een hoogtepunt van haar activiteiten binnen de OESO was de keynotespeech van uitvoerend vicevoorzitter Ribera
tijdens het Global Forum on Competition van de OESO, waar de Commissie ook een van de hoofdonderzoekers was van de collegiale toetsing door de OESO van het mededingingskader van Kenia. Binnen het ICN was een van de belangrijkste verrichtingen van de Commissie in 2025 de afronding van haar medevoorzitterschap van de ICN-werkgroep voor concentraties met het bijdragen van geactualiseerde hoofdstukken over unilaterale en gecoördineerde effecten aan de Recommended Practices for Merger Analysis van het ICN
.
Vrijhandelsovereenkomsten: De Commissie streeft ernaar om bij onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten krachtige bepalingen inzake mededingingsbeleid en subsidiecontrole op te nemen. In 2025 zijn onderhandelingen voor een vrijhandelsovereenkomst met Indonesië afgerond, en de vrijhandelsonderhandelingen met India, Maleisië, de Filipijnen, Thailand en een associatie van vijf landen in oostelijk en zuidelijk Afrika, de zogenoemde ESA-5, voortgezet
. Daarnaast is de Commissie onderhandelingen voor een vrijhandelsovereenkomst begonnen met de Verenigde Arabische Emiraten, waarvan een hoofdstuk over mededingingsbeleid deel uitmaakt.
Samenwerkingsovereenkomsten op mededingingsgebied en andere overeenkomsten: In 2025 heeft de Commissie haar bilaterale samenwerking op mededingingsgebied met het Verenigd Koninkrijk overeenkomstig de handels- en samenwerkingsovereenkomst EU-VK
en het terugtrekkingsakkoord
voortgezet. De bijdrage van DG Concurrentie aan de onderhandelingen tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk had betrekking op het toezicht op, en de controle en de melding van mogelijk concurrentieverstorende subsidieregelingen in het Verenigd Koninkrijk, alsook op mededingingswetgeving en de handhaving daarvan. Belangrijk is dat de Commissie voorstellen voor besluiten van de Raad tot sluiting van de samenwerkingsovereenkomst op mededingingsgebied tussen de EU en het Verenigd Koninkrijk heeft aangenomen
. De Commissie heeft voorts de onderhandelingen voortgezet voor een samenwerkingsovereenkomst op mededingingsgebied tussen de EU en Canada, ter vervanging van de huidige overeenkomst uit 1999
. De Commissie heeft bovendien haar samenwerking met de Koreaanse commissie voor eerlijke handelspraktijken, de Japanse commissie voor eerlijke handelspraktijken en de Chinese overheidsadministratie voor marktregulering voortgezet, overeenkomstig hun respectieve samenwerkingsovereenkomsten en andere overeenkomsten
.
Regionale samenwerking in Afrika ten zuiden van de Sahara: In 2025 heeft de Commissie samengewerkt met verscheidene Afrikaanse nationale en regionale autoriteiten, zoals de West-Afrikaanse Economische en Monetaire Unie (Waemu), de Oost-Afrikaanse Gemeenschap (EAC) en de Gemeenschappelijke Markt van Oostelijk en Zuidelijk Afrika (Comesa). De kerndoelstelling is het versterken van hun beleidskaders, met inbegrip van de mededingingsregels, en het ondersteunen van continentale en regionale economische integratie in Afrika en de uitvoering van de Afrikaanse continentale vrijhandelszone (AfCFTA), wat stabiliteit en markttoegang biedt voor landen in de EU en in Afrika.
Uitbreiding: Voor de kandidaat-lidstaten
en de potentiële kandidaat-lidstaat
bestaat de belangrijkste doelstelling van het mededingingsbeleid van de Commissie erin het vaststellen van kaders te ondersteunen en goed functionerende en operationeel onafhankelijke autoriteiten op het gebied van mededinging en staatssteun op te zetten. Hiermee wordt gewaarborgd dat door deze landen solide handhavingsresultaten worden opgebouwd die in overeenstemming zijn met het EU-kader voor de eengemaakte markt. In 2025 heeft de Commissie haar toezicht op hervormingen, handhaving en de algehele naleving door de kandidaat-lidstaten en de potentiële kandidaat-lidstaat voortgezet in overeenstemming met de mededeling van de Commissie inzake het uitbreidingsbeleid van de EU voor 2025
.
6. Ondersteuning van mededingingsbeleid door middel van communicatie en promotie
Met de communicatie- en promotieactiviteiten van de Commissie op het gebied van mededinging worden de volgende belangrijke doelstellingen verwezenlijkt: de bevordering van een mededingingscultuur binnen de EU en daarbuiten, en vergroting van de zichtbaarheid en transparantie van EU-mededingingsactiviteiten, waardoor het afschrikkingseffect wordt versterkt en consumenten en burgers zich bewuster worden van de wijze waarop zij gebaat zijn bij handhaving van de mededingingsregels. Het oogmerk en de voordelen van het mededingingsrecht en de handhaving ervan moeten voor verschillende doelgroepen doeltreffend duidelijk worden gemaakt en gevisualiseerd. De Commissie maakt hiertoe gebruik van verscheidene communicatiekanalen en toegespitste berichtgeving.
Op sociale media zijn het bereik en het aantal volgers van DG Concurrentie in 2025 aanzienlijk toegenomen. DG Concurrentie is hoofdzakelijk actief op YouTube, X en LinkedIn. DG Concurrentie heeft zich onder meer gericht op de ontwikkeling van het eigen YouTube-kanaal. Op dit kanaal worden video’s geplaatst van op conferenties sprekende senior functionarissen, alsook de serie “COMP Flash”, waarin functionarissen van DG Concurrentie in korte video’s uitleg bieden over prominente zaken. DG Concurrentie heeft in 2025 meer dan 130 persberichten uitgebracht. De website van DG Concurrentie, tot slot, is ruim 12 miljoen keer bekeken.
De uitzendingen met de meeste impact waren die waaraan uitvoerend vicevoorzitter Ribera deelnam. Belangrijke politieke dialogen, zoals de uitvoeringsdialogen inzake IPCEI’s en betaalbare huisvesting, boden uitvoerend vicevoorzitter Ribera en de Commissie de mogelijkheid input te verzamelen en feedback te ontvangen die van essentieel belang zijn voor een doeltreffende uitvoering van het mededingingsbeleid op gebieden die een centrale plaats innemen in de prioriteiten van de Commissie.
De directeur-generaal van DG Concurrentie heeft in 2025 aan een groot aantal internationale evenementen deelgenomen. Daarnaast heeft DG Concurrentie alleen of met anderen vijf realitychecks georganiseerd om technische input van belanghebbenden te verzamelen
.
7. Relaties met andere EU-instellingen
Een doeltreffend mededingingsbeleid is afhankelijk van een voortdurende en constructieve dialoog met de Raad, het Europees Parlement, het EESC en het CvdR. Zo kan worden verzekerd dat de activiteiten van de Commissie op het gebied van mededinging ook de ruimere EU-doelstellingen weerspiegelen. Bovendien kan uitvoerend vicevoorzitter Ribera middels deze dialogen de portefeuille mededinging in een richting sturen die bijdraagt aan duurzame en inclusieve groei, en aan het algemene concurrentievermogen.
In overeenstemming met de politieke beleidslijnen van voorzitter Von der Leyen en de mededeling “Een eenvoudiger en sneller Europa”
dient elk lid van het college een jaarlijks voortgangsverslag over vereenvoudiging, uitvoering en handhaving
in bij de Raad, het Europees Parlement, het EESC en het CvdR. Het doel hiervan is om verantwoording en transparantie te waarborgen bij de uitvoering en vereenvoudiging van de EU-wetgeving, die een centrale rol spelen in het streven van de Commissie van Von der Leyen naar een “eenvoudiger en sneller Europa”. De bedoeling is om de EU-instellingen gezamenlijk verantwoordelijkheid te geven voor het verbeteren van de doeltreffendheid van EU-regels, het verminderen van de regeldruk en het stimuleren van het concurrentievermogen van de EU.
Het verslag van uitvoerend vicevoorzitter Ribera inzake uitvoering, vereenvoudiging en handhaving heeft betrekking op de eerste zeven maanden van 2025. Uit het verslag blijkt dat de uitvoerend vicevoorzitter prioriteit toekent aan de uitvoerings- en vereenvoudigingsagenda. In het verslag worden de inspanningen beschreven die zijn verricht om bestaande wetgeving te herzien en te vereenvoudigen, en om nieuwe wetgeving eenvoudiger te maken en de uitvoering ervan te vergemakkelijken. Het bevat verder voorbeelden van afgeronde of lopende inspanningen voor vereenvoudiging en uitvoering, waaronder het Cisaf, de AGVV voor staatssteun, het bijgewerkte DAEB-besluit voor betaalbare huisvesting
, de richtsnoeren voor horizontale fusies, de richtsnoeren voor niet-horizontale fusies, Verordening nr. 1/2003, de verordening buitenlandse subsidies, en de digitalemarktenverordening.
In 2025 heeft uitvoerend vicevoorzitter Ribera regelmatig deelgenomen aan gedachtewisselingen en aan gestructureerde dialogen in zowel het Europees Parlement als in de Raad. In het Europees Parlement verscheen ze voor de Commissie economische en monetaire zaken (commissie ECON); de Commissie industrie, onderzoek en energie; de Commissie interne markt en consumentenbescherming; de Commissie werkgelegenheid en sociale zaken; de Commissie milieubeheer, klimaat en voedselveiligheid, en de Bijzondere Commissie inzake de huisvestingscrisis. Daarnaast heeft zij in een gestructureerde dialoog haar jaarlijkse voortgangsverslag 2025 over vereenvoudiging, uitvoering en handhaving met de commissie ECON besproken. In de Raad nam de uitvoerend vicevoorzitter deel aan een oriënterend debat over het concurrentievermogen van de industrie.
Tot slot namen medewerkers van DG Concurrentie in 2025 deel aan vergaderingen die waren bijeengeroepen door de rapporteur die verantwoordelijk is voor het opstellen van het advies van het EESC over het verslag van de Commissie over het mededingingsbeleid 2024. Met deze interactie op “technisch” niveau werden de rapporteur en zijn redactieteam voorzien van contextuele informatie en feitelijke toelichtingen. Tevens werd met deze gedachtewisseling het inzicht van de Commissie in de standpunten van werkgevers, werknemers, het maatschappelijk middenveld en andere belanghebbenden over het mededingingsbeleid vergroot.