EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 3.12.2025
COM(2025) 3502 final
2025/3502(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot vaststelling van de herstelbetalingslening aan Oekraïne en tot wijziging van Verordening (EU) 2024/792 van het Europees Parlement en de Raad van 29 februari 2024 tot instelling van de faciliteit voor Oekraïne
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
De EU is onwankelbaar in haar steun aan Oekraïne, dat zijn toekomst in de EU heeft. De EU steunt de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne binnen zijn internationaal erkende grenzen en zet zich onverminderd in voor politieke, financiële, economische, humanitaire, militaire en diplomatieke steun. In het licht van de escalerende Russische agressie moet snel worden opgetreden om ervoor te zorgen dat Oekraïne toegang heeft tot de middelen die het dringend nodig heeft. Dit voorstel is bedoeld om ervoor te zorgen dat een nieuw instrument wordt opgezet dat in die dringende behoeften kan voorzien, door Oekraïne bijstand van de Unie te verlenen in de vorm van een lening die moet worden terugbetaald door middel van herstelbetalingen die Rusland verschuldigd is.
De grootschalige invasie van Oekraïne door Rusland, die op 24 februari 2022 begon, heeft zeer schadelijke gevolgen gehad voor het land en zijn burgers. Ondanks diplomatieke inspanningen van de VS en Europa om tot een vreedzame oplossing te komen en de bereidheid van Oekraïne om een dialoog aan te gaan voor het beëindigen van de oorlog, heeft Rusland zijn aanvallen op Oekraïne opgevoerd en kiest het daarbij burgers en kritieke infrastructuur als doelwit. Deze escalatie heeft de humanitaire crisis verder verergerd, het Oekraïense volk groot leed berokkend en de enorme menselijke en financiële kosten van deze niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde militaire agressie doen oplopen. De illegale aanvalsoorlog van Rusland is een flagrante schending van de territoriale integriteit, de soevereiniteit en de onafhankelijkheid van Oekraïne, alsook een schending van het verbod op het gebruik van geweld, als verankerd in artikel 2, lid 4, van het Handvest van de Verenigde Naties (“het VN-Handvest”), dat een dwingende regel van het internationaal recht is, en de andere beginselen van het VN-Handvest. De onwrikbare vastberadenheid en moed van de Oekraïners bij de verdediging van hun thuisland getuigt van hun kracht en verdient diepe bewondering en waardering.
In reactie op de recente escalatie van de Russische aanvallen hebben 26 lidstaten op 23 oktober 2025 herhaald dat zij vastbesloten zijn om alomvattende politieke, financiële, economische, humanitaire, militaire en diplomatieke steun te verlenen aan Oekraïne en zijn bevolking, in coördinatie en samen met gelijkgestemde partners en bondgenoten. Tegelijkertijd hebben die 26 lidstaten zich ertoe verbonden iets te doen aan de dringende financiële behoeften van Oekraïne voor 2026-2027. Sinds het begin van het conflict hebben de EU, haar lidstaten en de Europese financiële instellingen Oekraïne samen uitgebreide bijstand verleend voor een totaalbedrag van 187,3 miljard EUR, wat de onwrikbare inzet van de EU onderstreept om Oekraïne zo lang als nodig en voor zover nodig te ondersteunen.
De toegenomen agressie van Rusland heeft echter geleid tot grotere financieringsbehoeften van Oekraïne en vraagt om dringende investeringen in de Oekraïense technologische en industriële defensiebasis. Het is nu duidelijk dat aanvullende financieringsbronnen van zowel de EU als de internationale gemeenschap noodzakelijk zijn. De financieringsbehoeften van Oekraïne voor 2026 en 2027 zullen naar verwachting hoger uitvallen dan de bestaande prognoses van het Internationaal Monetair Fonds (IMF), dat in de achtste evaluatie van het IMF-programma benadrukt dat de risico’s en onzekerheid uitzonderlijk groot blijven, terwijl er in het huidige programma beperkte ruimte is voor het opvangen van nieuwe schokken, onder meer als gevolg van een langdurigere en hevigere oorlog. Op 9 september 2025 heeft Oekraïne een officieel verzoek ingediend voor een nieuw IMF-programma om de extra financieringsbehoeften van 2026 tot en met 2029 te dekken. Of het IMF van start kan gaan met dit programma, is afhankelijk van of er voldoende financieringsgaranties kunnen worden verkregen van partners, waaronder de Unie.
De onlangs gepresenteerde ontwerpbegroting van Oekraïne voor 2026, die in samenwerking met het IMF is ontwikkeld, raamt de uitgaven voor defensie en veiligheid op 56 miljard EUR, ondersteund door 51,6 miljard EUR aan militaire bijstand in natura. Gezien de negatieve gevolgen van de oorlog voor de Oekraïense economie wordt in die begroting geraamd dat, naast de nodige bijstand in natura, 43 miljard EUR aan internationale hulp nodig is. In november 2025 was slechts 22 miljard EUR met zekerheid vastgelegd. Oekraïne heeft beperkte ruimte voor aanvullende begrotingsaanpassingen, aangezien verdere uitgavenverlagingen of belastingverhogingen verdere schade kunnen toebrengen aan de economie, die reeds kwetsbaar is vanwege de schade aan belangrijke infrastructuur, tekorten aan arbeidskrachten en de aanhoudende ontheemding en mobilisatie van personen. Snelle financiële bijstand is van vitaal belang om Oekraïne te helpen essentiële staatsfuncties in stand te houden, de macro-economische stabiliteit te waarborgen, kritieke energie-infrastructuur te herstellen en te investeren in zijn technologische en industriële defensiebasis. Deze behoeften komen bovenop de aanzienlijke vereisten voor herstel en wederopbouw op middellange termijn.
In hun verklaring op de top van 2 oktober 2025 kwamen de ministers van Financiën van de G7 overeen gezamenlijke stappen te ondernemen om de druk op Rusland op te voeren om een einde te maken aan zijn aanhoudende brute oorlog tegen Oekraïne en Oekraïne te ondersteunen bij zijn voortdurende inspanningen om zichzelf te verdedigen. De ministers van Financiën van de G7 hebben zich er met name toe verbonden een breed scala aan opties te ontwikkelen om tegemoet te komen aan de financieringsbehoeften van Oekraïne, onder meer door de volledige waarde van de Russische tegoeden die in de G7-jurisdicties zijn geïmmobiliseerd, op gecoördineerde wijze te gebruiken om een einde te maken aan de oorlog en te zorgen voor een rechtvaardige en duurzame vrede in Oekraïne, in overeenstemming met de rechtskaders van de G7. Bovendien heeft de Europese Raad in zijn conclusies van 27 juni 2024, 17 oktober 2024, 19 december 2024 en 23 oktober 2025 ook verklaard dat, met inachtneming van het recht van de Unie, de Russische tegoeden geïmmobiliseerd moeten blijven totdat Rusland zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne beëindigt en Oekraïne compenseert voor de door deze oorlog veroorzaakte schade.
Hoewel Oekraïne financiering nodig heeft om de Russische agressie tegen te gaan en, waar mogelijk, voor wederopbouw, is de capaciteit van de Unie en haar lidstaten om Oekraïne aanvullende financiering te verstrekken momenteel beperkt en ontoereikend voor de omvang van de behoeften van Oekraïne. In het licht hiervan wordt voorgesteld een nieuw steuninstrument voor Oekraïne met een bedrag van maximaal 210 miljard EUR in te stellen, dat Oekraïne pas zou terugbetalen wanneer het van Rusland herstelbetalingen ontvangt, en dat wordt gefinancierd met kasmiddelen bij financiële instellingen in de Unie die zich accumuleren omdat transacties met betrekking tot de activa en reserves van de centrale bank van Rusland niet zijn toegestaan.
Een herstelbetalingslening aan Oekraïne
Hoewel Oekraïne enorme behoeften heeft, zijn de mogelijkheden voor de Oekraïense staat om meer schulden aan te gaan ernstig beperkt. De schuld van Oekraïne als percentage van het bbp is sinds het begin van de oorlog drastisch toegenomen, van minder dan 50 % van het bbp eind 2021 tot 85 % van het bbp in 2025 (meer dan 100 % van het bbp inclusief ERA-leningen). Aangezien de oorlog vernietigende gevolgen heeft gehad op de productiviteit en de groeidynamiek voortdurend afremt, is het niet mogelijk de aanzienlijke financieringsbehoeften van Oekraïne aan te pakken door verdere schulden aan te gaan.
Tegelijkertijd zijn de financiën van de lidstaten nog niet volledig hersteld van de aaneenschakeling van crises in het afgelopen decennium, waaronder de aanzienlijke uitgaven als gevolg van de Russische oorlog in Oekraïne en de hybride campagne van Rusland tegen de Unie. Het vrijmaken van aanzienlijke extra middelen door de lidstaten om Oekraïne financiering te kunnen verlenen, zou een grote economische uitdaging zijn.
In deze context, te weten de moeilijke schulddynamiek van Oekraïne als gevolg van de aanhoudende Russische agressie en de uitdagingen in verband met de financiën van de lidstaten, onder meer vanwege de acties van Rusland, is het passend een innovatieve oplossing te ontwikkelen die naar verwachting noch voor Oekraïne, noch voor de lidstaten een financiële last zal vormen.
Overeenkomstig de ontwerpartikelen inzake de aansprakelijkheid van staten voor internationale onrechtmatige daden (Articles on the Responsibility of States for Internationally Wrongful Acts, Arsiwa) van de Commissie voor internationaal recht en het internationaal gewoonterecht is Rusland, als verantwoordelijke staat, verplicht de door zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne veroorzaakte schade volledig te vergoeden. Met name is in de artikelen 30 tot en met 32 van de Arsiwa het volgende bepaald: “De staat die verantwoordelijk is voor de internationale onrechtmatige daad is verplicht: a) die daad te beëindigen, indien deze voortduurt; [...]; De verantwoordelijke staat is verplicht de door de internationale onrechtmatige daad veroorzaakte schade volledig te vergoeden.” “Onder schade wordt zowel materiële als morele schade verstaan die door de internationale onrechtmatige daad van een staat veroorzaakt is.”
In het kader van deze wettelijke verplichting voor Rusland om de schade die het door zijn illegale aanvalsoorlog heeft veroorzaakt, te vergoeden, is het passend dat de Unie de herstelbetalingslening aan Oekraïne verstrekt als een lening met beperkt verhaalsrecht die verschuldigd en betaalbaar zal zijn wanneer Oekraïne van Rusland monetaire of niet-monetaire activa ontvangt als oorlogsherstelbetalingen, schadevergoeding of financiële afwikkeling van Rusland, met uitzondering van grondgebied.
Financiering van de herstelbetalingslening
De Raad stelde op 28 februari 2022 Besluit (GBVB) 2022/335 tot wijziging van Besluit 2014/512/GBVB van de Raad vast, dat voorziet in een verbod op transacties met betrekking tot het beheer van reserves en activa van de centrale bank van Rusland, met inbegrip van transacties met rechtspersonen, entiteiten of lichamen handelend namens of op aanwijzing van de centrale bank van Rusland. Op 9 maart 2022 stelde de Raad Besluit (GBVB) 2022/395 vast, waarbij werd gespecificeerd dat dat verbod ook gold voor het Russisch Nationaal Investeringsfonds. Als gevolg van dat verbod worden de betrokken tegoeden die worden aangehouden bij financiële instellingen in de lidstaten “geïmmobiliseerd”. De tegoeden binnen de grenzen van de Unie, ter waarde van ongeveer 210 miljard EUR, vertegenwoordigen het grootste deel van dergelijke geïmmobiliseerde tegoeden wereldwijd. De Europese Raad heeft herhaaldelijk verklaard dat, met inachtneming van het recht van de Unie, de tegoeden van Rusland geïmmobiliseerd moeten blijven totdat Rusland zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne beëindigt en Oekraïne compenseert voor de door de oorlog van Rusland veroorzaakte schade.
De centrale bank van Rusland heeft een vordering op bepaalde financiële instellingen in de Unie, met betrekking tot diverse beleggingen van haar externe reserves. Die respectieve financiële instellingen zijn verplicht om de centrale bank van Rusland terug te betalen; het verbod op overdrachten aan de centrale bank van Rusland verbiedt die financiële instellingen momenteel echter om die vordering te voldoen. Deze vordering van de centrale bank van Rusland is een actief van Rusland en gaat gepaard met een terugbetalingsverplichting voor die financiële instellingen. Dat actief van de centrale bank van Rusland – en als zodanig die terugbetalingsverplichting van de financiële instelling – blijft onaangeroerd, waarbij er geen sprake is van inmenging in de eigendomsrechten van de centrale bank van Rusland.
Het verbod op overdrachten aan de centrale bank van Rusland leidt tot een buitengewone en onverwachte accumulatie van kasmiddelen op de balansen van financiële instellingen. Die accumulatie is het gevolg van de immobilisatie van activa en reserves van de centrale bank van Rusland, of die van rechtspersonen, entiteiten of lichamen handelend namens, of op aanwijzing van de centrale bank van Rusland, zoals het Russisch Nationaal Investeringsfonds, omdat betalingen van hoofdsom en rente, coupons, dividenden of andere inkomsten uit effecten aan de centrale bank van Rusland en die personen, entiteiten en lichamen verboden zijn. Deze kasmiddelen zijn geen eigendom van de centrale bank van Rusland en worden niet beschermd door soevereine immuniteit.
Om de herstelbetalingslening te financieren, zou de Unie van financiële instellingen de kasmiddelen lenen die zich accumuleren omdat transacties met betrekking tot de activa en reserves van de centrale bank van Rusland niet zijn toegestaan. Dit is een verschuiving van de activa op de balans van de respectieve financiële instelling, van kasmiddelen naar een schuldinstrument van de Unie, die geen gevolgen heeft voor de verplichting van de financiële instellingen om de centrale bank van Rusland terug te betalen wanneer de sancties worden opgeheven.
De herstelbetalingslening laat de vordering van de centrale bank van Rusland onverlet. Dit actief wordt niet beïnvloed door de maatregelen waarin dit voorstel voorziet. De kasmiddelen die zich als gevolg van de immobilisatie op de balans van de financiële instellingen accumuleren, behoren niet toe aan de centrale bank van Rusland en vormen geen staatsactiva.
Wat het lenen van financiële instellingen betreft, wordt erop gewezen dat Besluit (GBVB) 2024/577 verduidelijkt dat transacties in het kader van het balansbeheer die verband houden met activa en reserves van de centrale bank van Rusland, of die verband houden met activa en reserves van rechtspersonen, entiteiten of lichamen handelend namens, of op aanwijzing van de centrale bank van Rusland, zoals het Russisch Nationaal Investeringsfonds, niet onder het verbod vallen dat sinds 28 februari 2022 van toepassing is. Transacties die in het kader van het balansbeheer nog mogen worden verricht, betreffen met name de herbelegging van kasmiddelen die zich voornamelijk accumuleren als gevolg van geblokkeerde coupon- of dividenduitkeringen en aflossingsbetalingen en aflopende deposito’s, in overeenstemming met een prudent investeringsbeleid en conform de toepasselijke wettelijke voorschriften.
De Unie zou de geldopbrengsten van dit schuldinstrument gebruiken om een herstelbetalingslening met beperkt verhaalsrecht aan Oekraïne te financieren. Die lening zou door Oekraïne worden terugbetaald wanneer het de door Rusland verschuldigde herstelbetalingen ontvangt, waarop het wettelijk recht heeft. De herstelbetalingslening vormt derhalve een omkeerbaar mechanisme, waarbij Oekraïne, zodra aan de door de Europese Raad en de G7 gestelde voorwaarden voor opheffing van de sancties is voldaan, namelijk dat Rusland zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne beëindigt en de door deze oorlog veroorzaakte schade vergoedt, de Unie zal terugbetalen, de Unie haar leningen bij financiële instellingen zal terugbetalen, en die financiële instellingen de centrale bank van Rusland zullen terugbetalen.
De tijdelijke leningen bij financiële instellingen van kasmiddelen die zich enkel accumuleren omdat transacties met betrekking tot de activa en reserves van de centrale bank van Rusland niet zijn toegestaan, zouden niet worden gebruikt voor algemene uitgaven van de Unie en zouden uitsluitend worden gebruikt voor het beperkte doel om de herstelbetalingslening aan Oekraïne te financieren. Een dergelijke aanpak waarbij kasmiddelen die niet uit een normale zakelijke context voortvloeien, worden gebruikt om een lening aan Oekraïne te financieren, is een beperkte en evenredige reactie op de situatie.
De leningen moeten de financiële positie van de betrokken financiële instellingen volledig beschermen en mogelijk maken dat ze alle contractuele verbintenissen met betrekking tot de activa en reserves van de centrale bank van Rusland kunnen nakomen. De lidstaten kunnen de Unie daarom onherroepelijke, onvoorwaardelijke en afroepbare garanties verstrekken om dergelijke leningen te ondersteunen. Die garanties kunnen door de lidstaten worden verstrekt in overeenstemming met hun respectieve relatieve aandeel in het totale bruto nationaal inkomen van de Unie. Als tweede verdedigingslinie moet de Unie een liquiditeitsmechanisme tot haar beschikking hebben dat het mogelijk maakt dat de Unie leningen kan opnemen om de terugbetalingen te ondersteunen, indien nodig. Tot slot moet de Unie, als derde beschermingslaag, haar verplichtingen kunnen nakomen met schuldbewijzen van de Unie. Deze drie beschermingslagen zorgen ervoor dat de betrokken financiële instellingen in elk scenario kunnen worden terugbetaald, om te waarborgen dat zij alle contractuele verplichtingen met betrekking tot de activa en reserves van de centrale bank van Rusland kunnen nakomen.
De verplichting voor financiële instellingen die activa en reserves aanhouden voor de centrale bank van Rusland om deze investering te doen, wordt vastgesteld in afzonderlijke handelingen. Gezien de context waarin deze maatregelen worden genomen en het legitieme doel van de maatregelen in dat begeleidende voorstel voor het nastreven van de doelstellingen van het buitenlands en veiligheidsbeleid van de Unie, met name het behoud van de waarden, de fundamentele belangen, de veiligheid, de onafhankelijkheid en de integriteit van de Unie, de consolidatie en ondersteuning van de democratie, de rechtsstaat, de mensenrechten en de beginselen van het internationaal recht, met inbegrip van het internationaal humanitair recht, het recht op zelfverdediging en het verbod op agressie uit hoofde van het VN-Handvest, het bewaren van de vrede, het voorkomen van conflicten en het versterken van de internationale veiligheid en de bescherming van de burgerbevolking, alsook het verlenen van bijstand aan bevolkingsgroepen die geconfronteerd worden met door de mens veroorzaakte rampen, zoals die waarmee Oekraïne en zijn bevolking te kampen hebben door de aanvalsoorlog van Rusland, eerbiedigen deze maatregelen ten volle de grondrechten en fundamentele vrijheden die zijn erkend in het Handvest van de grondrechten, met name artikel 17, aangezien zij gerechtvaardigd zijn en evenredig zijn met de overeenkomstig artikel 52 nagestreefde doelstellingen.
Gebruik van middelen
Gezien de financieringsbehoeften van Oekraïne en de grote onzekerheid over het toekomstige verloop van de oorlog, is het van cruciaal belang dat de herstelbetalingslening flexibel wordt opgezet en ermee kan worden ingespeeld op de situatie. Flexibiliteit is nodig om het geld te kunnen gebruiken voor de meest dringende financieringsbehoeften, of die nu het gevolg zijn van de huidige oorlogssituatie of bedoeld zijn om de wederopbouw te ondersteunen als er weer vrede is.
Dit voorstel voorziet in een herstelbetalingslening aan Oekraïne die op voorspelbare, continue, ordelijke, flexibele en tijdige wijze zal worden verstrekt om Oekraïne te ondersteunen bij het dekken van zijn financierings- en defensiebehoeften, met name die welke het gevolg zijn van de Russische aanvalsoorlog. De herstelbetalingslening moet met name de macrofinanciële stabiliteit in Oekraïne ondersteunen en de beperkingen om externe financiering te krijgen, enigszins wegnemen, ongeacht of deze worden veroorzaakt door oorlog of door wederopbouw, en de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne ondersteunen door middel van economische, financiële en technische samenwerking.
Om de macrofinanciële stabiliteit in Oekraïne te ondersteunen en zijn beperkingen voor het krijgen van externe financiering enigszins te verhelpen, omvat het voorstel meerdere manieren waarop de middelen kunnen worden ingezet om Oekraïne te ondersteunen, waarbij de steun kan worden verleend via macrofinanciële bijstand en via de faciliteit voor Oekraïne. Bij beide instrumenten zullen uitbetalingen worden gekoppeld aan basisvoorwaarden en beleidsvoorwaarden. Voor macrofinanciële bijstand zouden die voorwaarden worden vastgelegd in een memorandum van overeenstemming (MoU) tussen de Commissie en Oekraïne, waaronder voorwaarden om de mobilisatie van inkomsten te versterken, de duurzaamheid en kwaliteit van de overheidsuitgaven te verbeteren en de efficiëntie, transparantie en verantwoordingsplicht van de systemen voor het beheer van de overheidsfinanciën te vergroten. Voor de faciliteit voor Oekraïne moet het Oekraïneplan worden bijgewerkt om rekening te houden met deze extra bedragen, onder meer met maatregelen ter versterking van de rechtsstaat en de corruptiebestrijding.
Om de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne te ondersteunen door economische, financiële en technische samenwerking, voorziet het voorstel in bijstand die ervoor moet zorgen dat Oekraïne dringende en grote overheidsinvesteringen kan doen om de Oekraïense defensie-industrie en haar integratie in de Europese defensie-industrie te ondersteunen als reactie op en naar aanleiding van de huidige crisis. Om de Oekraïense industriële defensiebasis dringend op doeltreffende en autonome wijze te versterken, moeten die subsidiabiliteitscriteria zodanig gestructureerd worden dat de activiteiten, uitgaven en maatregelen ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne gericht zijn op de wederopbouw, het herstel en de modernisering van de Oekraïense technologische en industriële defensiebasis, rekening houdend met de geleidelijke toekomstige integratie ervan in de Europese technologische en industriële defensiebasis. Om Oekraïne de mogelijkheid te geven de financiële en economische bijstand in te zetten op een manier die het best past bij de omstandigheden, is het passend het land toe te staan de middelen te gebruiken om zijn industriële defensiecapaciteit te ondersteunen via verschillende uitvoeringsmethoden, waarmee kan worden ingespeeld op de diversiteit van de behoeften.
De financiële en economische bijstand die in het kader van de herstelbetalingslening beschikbaar is, zal aan Oekraïne beschikbaar worden gesteld naargelang zijn financieringsbehoeften. Daartoe zal Oekraïne een Oekraïense financieringsstrategie indienen met daarin informatie over de financieringsbehoeften en -bronnen van Oekraïne. De Commissie beoordeelt de strategie en vervolgens moet de Raad die beoordeling goedkeuren en het bijstandsbedrag bepalen dat aan Oekraïne ter beschikking moet worden gesteld ter ondersteuning van de uitvoering van de Oekraïense financieringsstrategie.
Wanneer een lidstaat schade lijdt als gevolg van de tenuitvoerlegging in een derde land van scheidsrechterlijke uitspraken tussen investeerders en staten in verband met maatregelen die zijn opgelegd met betrekking tot de centrale bank van Rusland, moet de Unie zorgen voor billijke verdeling en solidariteit met die lidstaat door met de lidstaten garantieovereenkomsten te sluiten ter dekking van het risico van dergelijke schade. Afzonderlijke voorstellen waarborgen dat dit mechanisme van billijke verdeling en solidariteit zo wordt uitgelegd dat dubbele betaling aan de centrale bank van Rusland wordt voorkomen wanneer het transactieverbod wordt opgeheven. Indien in het kader van deze garanties bedragen worden opgevraagd, zal het door de Unie aan financiële instellingen verschuldigde bedrag met een gelijkwaardig bedrag worden verminderd. Financiële instellingen zullen vervolgens hun verplichtingen jegens de centrale bank van Rusland met een gelijkwaardig bedrag verminderen. Totdat de nodige bepalingen zijn vastgesteld in het kader van het stelsel van eigen middelen en het meerjarig financieel kader, moet in dat mechanisme voor billijke verdeling en solidariteit rekening worden gehouden met de lidstaten die solidair het risico in het kader van de herstelbetalingslening hebben gedeeld.
Bilaterale investeringsverdragen tussen bepaalde lidstaten en de Russische Federatie zijn niet in overeenstemming met het investeringsbeschermingsbeleid dat de Unie sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op grond van artikel 207 VWEU heeft ontwikkeld. De betrokken lidstaten moeten zich terugtrekken uit deze bilaterale investeringsovereenkomsten of deze beëindigen, naargelang het geval, en een gemeenschappelijke houding aannemen om dit te bereiken. De Commissie moet de coördinatie tussen de lidstaten vergemakkelijken, onder meer door wetgevingsvoorstellen in te dienen.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
De steun in het kader van de herstelbetalingslening zal consistent zijn met en een aanvulling vormen op de steun die wordt verleend op grond van Verordening (EU) 2024/792, Verordening (EU) 2021/947, Verordening (EG) nr. 1257/96, Verordening (EU) 2024/2773 en Verordening (EU) 2025/1106 in lijn met de respectieve doelstellingen, de interventielogica en de regels van deze instrumenten.
De herstelbetalingslening komt met name bovenop en vormt een aanvulling op de steun van de EU in het kader van het initiatief voor de versnelde terbeschikkingstelling van uitzonderlijke opbrengsten (ERA) van de G7 en de faciliteit voor Oekraïne. Er wordt bijzondere aandacht besteed aan de samenhang en wederzijdse versterking van de herstelbetalingslening en de uitvoering van het defensiebeleid als bedoeld in de SAFE-verordening en de voorgestelde EDIP-verordening.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
De steun in het kader van het initiatief voor een herstelbetalingslening is in overeenstemming met de toepassing van beperkende maatregelen (sancties) tegen Rusland en vormt een aanvulling op de Europese Vredesfaciliteit.
Voorts hebben de door de Europese Raad van 23 juni 2022 toegekende status van kandidaat-lidstaat en het besluit van de Europese Raad van 14-15 december 2023 om toetredingsonderhandelingen met Oekraïne te openen, Oekraïne stevig op zijn Europese traject verankerd. Daarom zal de hele EU-respons ter ondersteuning van de veerkracht en het herstel van Oekraïne – onder meer via de herstelbetalingslening, die op haar beurt zal stroken met en steun zal verlenen aan de uitvoering van de faciliteit voor Oekraïne – ook bijdragen tot de beginfase van het pretoetredingsproces van Oekraïne.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
Artikel 212 VWEU is een passende rechtsgrondslag voor programma’s voor financiële bijstand van de Unie aan derde landen die geen ontwikkelingsland zijn.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Het subsidiariteitsbeginsel is geëerbiedigd aangezien de behoefte aan een gemeenschappelijke respons bij het op adequate schaal steunen van Oekraïne onvoldoende kan worden verwezenlijkt door de lidstaten alleen en gezien zijn omvang en effect beter door de EU kan worden verwezenlijkt. De belangrijkste redenen zijn de begrotingscapaciteit en de budgettaire beperkingen op nationaal niveau en de noodzaak van een sterke coördinatie tussen donoren om de omvang en de doeltreffendheid van de steun te maximaliseren en tegelijkertijd de belasting van de bestuurlijke capaciteit van de Oekraïense autoriteiten, die in de huidige omstandigheden sterk onder druk staat, te beperken. De EU verkeert in een unieke positie om Oekraïne op voorspelbare, continue, ordelijke en tijdige wijze externe bijstand te verlenen voor het dekken van dringende begrotingsbehoeften, onder meer in verband met de ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne.
•Evenredigheid
De aanhoudende, niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde militaire agressie van Rusland vereist de toekenning van aanvullende financiële bijstand aan Oekraïne in lijn met de in dit voorstel beschreven doelstellingen en concrete voorwaarden.
De voorgestelde financiële steun aan Oekraïne wordt toereikend geacht op basis van de hoge financieringsbehoeften en beste schattingen van de defensiebehoeften van Oekraïne die door de nationale autoriteiten zijn ingediend, rekening houdend met de grote onzekerheid van de oorlogsomstandigheden. Dergelijke steun gaat niet verder dan wat nodig is voor het beoogde doel, namelijk het verlenen van gestructureerde steun aan Oekraïne en de daarmee verband houdende financiering.
Het voorstel staat in verhouding tot de omvang en de ernst van de vastgestelde tekorten, waaronder de noodzaak om begrotingssteun aan Oekraïne te verlenen en de noodzaak om dringende en grote overheidsinvesteringen te doen ter ondersteuning van de Oekraïense technologische en industriële defensiebasis en de integratie daarvan in de Europese technologische en industriële defensiebasis. Het voorstel eerbiedigt de grenzen van mogelijke Uniemaatregelen uit hoofde van de Verdragen.
•Keuze van het instrument
Een verordening van het Europees Parlement en de Raad is het passende instrument, aangezien deze rechtstreeks toepasselijke regels voor de uitvoering van de herstelbetalingslening omvat.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
Dit voorstel komt na een reeks macrofinanciële-bijstandsoperaties (“MFB-operaties”) die sinds 2015 aan Oekraïne zijn verleend. Uit eerdere ex-postevaluaties van vorige MFB-operaties voor Oekraïne is gebleken dat deze in het algemeen bijzonder relevant waren wat betreft de doelstellingen, de financiële middelen en de beleidsdoelstellingen ervan. Met name bleken deze MFB-operaties van cruciaal belang om Oekraïne te ondersteunen bij het aanpakken van zijn betalingsbalansproblemen en het doorvoeren van belangrijke structurele hervormingen om de economie te stabiliseren en de houdbaarheid van zijn externe positie te versterken. Zij maakten begrotingsbesparingen en financiële voordelen mogelijk en fungeerden als katalysator voor extra financiële steun en het vertrouwen van investeerders. De aan de MFB-operaties verbonden conditionaliteiten bleken complementair te zijn aan de daarmee samenhangende IMF-programma’s. Een en ander creëerde een politiek versterkend effect dat heeft bijgedragen aan de mobilisatie van de Oekraïense autoriteiten rond cruciale hervormingen, met name op structurele beleidsgebieden die minder aan bod komen in andere internationale donorprogramma’s.
•Raadpleging van belanghebbenden
Het voorstel is een vervolg op de verklaring van 26 lidstaten van 23 oktober 2025 waarin de Commissie werd verzocht zo spoedig mogelijk opties voor financiële steun te presenteren op basis van een beoordeling van de financieringsbehoeften van Oekraïne, en de Commissie en de Raad werden verzocht de werkzaamheden vooruit te helpen. Bij de uitwerking van dit voorstel hebben de diensten van de Commissie overlegd met internationale financiële instellingen en andere bilaterale donoren (waaronder lidstaten en leden van de G7) en multilaterale donoren. De Commissie heeft ook regelmatig contact met de Oekraïense autoriteiten.
Gezien de urgentie van de voorbereiding van het voorstel zodat het tijdig door de medewetgevers kan worden goedgekeurd en uiterlijk begin 2026 operationeel kan worden, kon geen formele raadpleging van belanghebbenden worden gehouden. Deze aanpak is bedoeld om tegemoet te komen aan de nieuwe en toenemende defensie- en begrotingsbehoeften als gevolg van de Russische aanvalsoorlog. Deze behoeften omvatten inspanningen in verband met herstel en wederopbouw. De Europese Unie zal zorgen voor passende communicatie en zichtbaarheid met betrekking tot de doelstellingen en acties die in het kader van de herstelbetalingslening worden verwezenlijkt, zowel in Oekraïne, in de Unie als op het internationale toneel.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
Het voorstel bouwt voort op decennialange ervaring op het gebied van macrofinanciële bijstand, alsmede op ervaring met steun in het kader van het extern optreden van de Unie.
De Commissie heeft dit voorstel gebaseerd op een zorgvuldige analyse van de defensiebehoeften en de bredere macrofinanciële situatie van Oekraïne, waarbij zij ook de input heeft meegenomen van internationale financiële instellingen en andere bevoegde internationale instellingen. Daarbij gaat het onder meer om regelmatig overleg over de recentste prognoses van de financieringsbehoeften van Oekraïne in het kader van internationale fora, zoals de G7 en het IMF, alsmede over voortdurende directe contacten met de Oekraïense autoriteiten.
•Effectbeoordeling
Gezien het dringende karakter van het voorstel, dat bedoeld is om dringende bijstand te verlenen aan een land dat in oorlog is, kon geen effectbeoordeling worden uitgevoerd. Bij de ex-antebeoordeling van de behoeften die volgens het voorstel door de herstelbetalingslening zouden moeten worden gedekt, is onder meer gebruikgemaakt van recente gegevens van het IMF en de Oekraïense autoriteiten. De steun in het kader van de herstelbetalingslening moet voortbouwen op de geleerde lessen en de resultaten van recente steuninitiatieven, zoals de ERA-leningen van de G7.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Het voorstel houdt geen verband met resultaatgerichtheid en vereenvoudiging.
•Grondrechten
Een noodzakelijke voorwaarde voor toekenning van steun in het kader van de herstelbetalingslening is dat Oekraïne doeltreffende democratische mechanismen en de bijbehorende instellingen – waaronder een parlementair meerpartijenstelsel – en de rechtsstaat in stand blijft houden en blijft eerbiedigen, en dat het de eerbiediging van de mensenrechten garandeert, met inbegrip van de rechten van personen die tot minderheden behoren. De handhaving en eerbiediging van de rechtsstaat moet ook de bestrijding van corruptie omvatten.
De hervormingsbereidheid en de politieke wil van de Oekraïense autoriteiten is een positief signaal, zoals met name blijkt uit het feit dat de Europese Raad in juni 2022 de status van kandidaat-lidstaat aan Oekraïne heeft toegekend, en uit het besluit van de Europese Raad van december 2023 om toetredingsonderhandelingen met Oekraïne aan te vatten, uit de hernieuwde succesvolle vervulling van de structurele beleidsvoorwaarden die aan de recente MFB-operaties voor Oekraïne verbonden waren, en uit de voortgezette uitvoering van het Oekraïneplan. Op 14 mei 2025 heeft Oekraïne routekaarten aangenomen over (onder meer) de rechtsstaat, de hervorming van het openbaar bestuur en de werking van democratische instellingen. De bilaterale screeningvergaderingen werden in september 2025 afgerond. Sinds de Russische agressie hebben de Oekraïense autoriteiten blijk gegeven van een indrukwekkende mate van veerkracht en blijven zij vastbesloten deze hervormingen transparant en aansluitend bij EU-normen voort te zetten, in overeenstemming met het traject van het land naar integratie in de EU.
In het licht hiervan wordt de basisvoorwaarde voor de herstelbetalingslening momenteel geacht te zijn vervuld. Tegelijkertijd zal de voortdurende naleving van deze voorwaarde verder worden gewaarborgd door specifieke voorwaarden met betrekking tot de beoordeling door de Commissie van toekomstige Oekraïense financieringsstrategieën en vóór de uitbetalingen. Een vergelijkbare basisvoorwaarde voor steun is van toepassing op de uitvoering van het Oekraïneplan.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Het voorstel is verenigbaar met de maxima van het meerjarig financieel kader 2021-2027 en met de maxima van het eigenmiddelenbesluit.
De herstelbetalingslening voor Oekraïne zal de vorm aannemen van een lening met beperkte aanwending aan Oekraïne van maximaal 210 miljard EUR, die moet worden terugbetaald door middel van door Rusland verschuldigde herstelbetalingen. De lening zal worden geschraagd door een systeem van garanties van de lidstaten of garanties die in het kader van het meerjarig financieel kader worden verstrekt om ervoor te zorgen dat de voorwaardelijke verplichting voor de Unie die voortvloeit uit de herstelbetalingslening, verenigbaar is met de beperkingen van de EU-begroting.
Om deze aanpak te doen slagen, kunnen de lidstaten onherroepelijke, onvoorwaardelijke en afroepbare garanties verstrekken aan de Unie, in verhouding tot hun respectieve aandeel in het bruto nationaal product van de Unie. Derde landen kunnen aan de herstelbetalingslening bijdragen door onherroepelijke, onvoorwaardelijke en afroepbare garanties te verstrekken die boven op de door de lidstaten verstrekte garanties komen. Een andere mogelijkheid voor derde landen om aan de herstelbetalingslening bij te dragen is door het valutarisicobeheer in verband met de omrekening van de van financiële instellingen geleende kasmiddelen mee te ondersteunen.
Naast de garanties van de lidstaten wordt ook een waarborg in het systeem ingebouwd om de financiële soliditeit van de regeling te garanderen door middel van een specifiek liquiditeitsmechanisme dat beschikbaar is voor de terugbetaling van de schuldverplichting van de Unie jegens financiële instellingen.
De door de lidstaten aan de Unie verstrekte garanties mogen niet langer opvraagbaar zijn zodra een besluit betreffende het stelsel van eigen middelen van de Unie krachtens artikel 311, lid 2, VWEU en een meerjarig financieel kader krachtens artikel 312 VWEU, die beide in een garantie uit hoofde van de Uniebegroting voorzien, in werking zijn getreden en van toepassing zijn.
Nadere bijzonderheden over de gevolgen voor de begroting zijn te vinden in het financieel memorandum bij dit voorstel. De herstelbetalingslening zal steun geleidelijk beschikbaar stellen na de inwerkingtreding van elke garantieovereenkomst en in tranches, die in een of meer deeltranches kunnen worden uitbetaald. De herstelbetalingslening zal beschikbaar zijn tot en met 31 december 2030, met uitzondering van de bijstand die is aangemerkt als uitsluitend beschikbaar voor de instandhouding van de ERA-leningen, dewelke beschikbaar zal zijn tot en met 31 december 2055.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
De herstelbetalingslening bedraagt maximaal 210 miljard EUR en wordt beschikbaar gesteld volgens de financieringsbehoeften van Oekraïne overeenkomstig de bepalingen van dit voorstel.
Meer bepaald moet Oekraïne, met het oog op de uitvoering van de verordening inzake de herstelbetalingslening, bij de Europese Commissie een Oekraïense financieringsstrategie indienen met nadere gegevens over de financieringsbehoeften en financieringsbronnen van Oekraïne voor — in beginsel — de komende twaalf maanden. De Commissie moet de Oekraïense financieringsstrategie beoordelen en, in geval van een positieve beoordeling, bij de Raad een voorstel indienen ter goedkeuring van haar beoordeling door middel van een uitvoeringsbesluit. In het voorstel van de Commissie zal het bedrag worden afgebakend van de bijstand die aan Oekraïne ter beschikking moet worden gesteld om het land te helpen bij de uitvoering van zijn financieringsstrategie, met opgave van het bedrag van die bijstand dat beschikbaar is voor i) macrofinanciële bijstand, ii) bijstand via de faciliteit voor Oekraïne en iii) bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne.
Om financiële en economische bijstand in het kader van de herstelbetalingslening te ontvangen, moet Oekraïne bij de Commissie een naar behoren gemotiveerd verzoek om middelen indienen, dat Oekraïne in beginsel zes keer per jaar bij de Commissie kan indienen.
Voorts zal de Commissie zal bij het Europees Parlement en de Raad een verslag indienen over de uitvoering van de verordening inzake de herstelbetalingslening in het voorgaande jaar, met inbegrip van een evaluatie van die uitvoering. Daarnaast zal de Commissie uiterlijk op 31 december 2031 bij het Europees Parlement en de Raad een evaluatieverslag indienen, met daarin een beoordeling van de resultaten en de doelmatigheid van de herstelbetalingslening die is verstrekt uit hoofde van de verordening inzake de herstelbetalingslening, en van de mate waarin deze tot de doelstellingen van de bijstand heeft bijgedragen.
Tot slot, om de dialoog tussen de instellingen van de Unie, met name het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, te intensiveren en om meer transparantie en een grotere verantwoordingsplicht te waarborgen, kan de bevoegde commissie van het Europees Parlement de Commissie uitnodigen om de uitvoering van deze verordening te bespreken.
•Artikelsgewijze toelichting
Hoofdstuk I van de verordening heeft betrekking op de algemene bepalingen.
Artikel 1 bepaalt het onderwerp van de verordening, namelijk de vaststelling van de herstelbetalingslening aan Oekraïne.
Artikel 2 bepaalt de algemene en specifieke doelstellingen van de herstelbetalingslening, namelijk het op voorspelbare en continue wijze verlenen van financiële en economische bijstand aan Oekraïne door de macrofinanciële stabiliteit en de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne te ondersteunen.
Artikel 3 bevat de definities die in het kader van de verordening van toepassing zijn.
In artikel 4 wordt de in het kader van de herstelbetalingslening beschikbare bijstand vastgelegd.
Artikel 5 bevat de noodzakelijke voorwaarden voor bijstand in het kader van de herstelbetalingslening.
Hoofdstuk II van de verordening heeft betrekking op de uitvoering van de herstelbetalingslening.
Artikel 6 bepaalt dat Oekraïne de Oekraïense financieringsstrategie bij de Commissie indient, met nadere gegevens over de inhoud ervan, met specifieke verwijzing naar de behoeften en financieringsmiddelen van Oekraïne voor de komende twaalf maanden.
Artikel 7 voorziet in de beoordeling door de Commissie van de Oekraïense financieringsstrategie, waarbij de in acht te nemen criteria worden bepaald.
Artikel 8 voorziet in een uitvoeringsbesluit van de Raad dat de financiële en economische bijstand toegankelijk maakt.
Artikel 9 voorziet in nauwe samenwerking tussen de Commissie, Oekraïne, de lidstaten, relevante internationale organen en donoren van Oekraïne om te zorgen voor een coherente en consistente aanpak om tegemoet te komen aan de behoeften van Oekraïne inzake financiële en economische bijstand.
Hoofdstuk III van de verordening betreft de macrofinanciële bijstand (MFB).
Artikel 10 bepaalt het doel van de macrofinanciële bijstand, namelijk het financieringstekort van Oekraïne, zoals vastgesteld in een positief beoordeelde Oekraïense financieringsstrategie, helpen dichten.
In artikel 11 wordt bepaald dat de Commissie met Oekraïne overeenstemming moet bereiken over de aan de steun te koppelen beleidsvoorwaarden, die in een memorandum van overeenstemming moeten worden beschreven.
Hoofdstuk IV van de verordening heeft betrekking op bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne.
Artikel 12 bepaalt het doel van de bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne, met name dringende en grote overheidsinvesteringen doen ter ondersteuning van de Oekraïense defensie-industrie en de integratie ervan in de Europese defensie-industrie.
In artikel 13 worden de subsidiabiliteitsvoorwaarden vastgesteld voor de activiteiten, uitgaven en maatregelen ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne.
Artikel 14 bepaalt dat Oekraïne een schema moet opstellen voor elke activiteit, uitgave of maatregel in verband met een defensiegerelateerd product of een ander product voor defensiedoeleinden waarvoor het voornemens is om bijstand te verzoeken.
Artikel 15 schrijft de oprichting van de deskundigengroep voor de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne voor.
Artikel 16 bepaalt dat een speciale rekening moet worden geopend die uitsluitend bestemd is voor het beheer van de financiële en economische bijstand die Oekraïne ontvangt ter ondersteuning van zijn industriële defensiecapaciteit.
Artikel 17 bevat de voorschriften voor het toezicht op de bijstand die wordt verleend om de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne te ondersteunen.
Artikel 18 bepaalt de voorwaarden voor de wijziging van een bestaande raamovereenkomst of opdracht voor defensiegerelateerde producten.
Artikel 19 biedt de lidstaten de mogelijkheid om, uitsluitend voor de toepassing van de verordening, een marktdeelnemer op hun grondgebied te verzoeken prioriteit te geven aan een bepaalde bestelling van defensiegerelateerde producten.
Hoofdstuk V van de verordening heeft betrekking op de financiering en uitvoering van de herstelbetalingslening.
Artikel 20 bepaalt dat de gedetailleerde financiële voorwaarden van de herstelbetalingslening moeten worden vastgelegd in een overeenkomst voor de herstelbetalingslening en bevat bepaalde dwingende vereisten.
Artikel 21 bepaalt dat Oekraïne, om financiële en economische bijstand te kunnen ontvangen, bij de Commissie een naar behoren gemotiveerd verzoek om middelen moet indienen.
Artikel 22 bepaalt welke voorwaarden de Commissie in acht moet nemen bij het nemen van een besluit over de vrijgave van een tranche in het kader van de herstelbetalingslening.
Artikel 23 verleent de Commissie de bevoegdheid om namens de Unie de nodige kasmiddelen te lenen om de herstelbetalingslening te financieren.
Artikel 24 bevat methoden voor billijke verdeling en solidariteit met betrekking tot de herstelbetalingslening.
Artikel 25 bepaalt dat de lidstaten kunnen bijdragen door garanties te verstrekken ten belope van maximaal het totale bedrag van de herstelbetalingslening.
Artikel 26 bevat de bepalingen van de garantieovereenkomst die moet worden ondertekend door zowel de Commissie als de lidstaten die een garantie als omschreven in artikel 25 verstrekken.
Artikel 27 biedt derde landen de mogelijkheid garanties te verstrekken of het valutarisicobeheer te ondersteunen.
Artikel 28 bevat de voorschriften voor gerubriceerde informatie en gevoelige informatie.
Hoofdstuk VI bevat de slotbepalingen.
Artikel 29 verleent de Commissie de bevoegdheid om onder bepaalde voorwaarden gedelegeerde handelingen vast te stellen.
Artikel 30 betreft de governance via comitéprocedures.
Artikel 31 voorziet in een dialoog over de herstelbetalingslening, die de communicatie tussen de instellingen van de Unie, met name het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, moet intensiveren.
Artikel 32 schrijft de informatieverstrekking aan het Europees Parlement en de Raad voor.
Artikel 33 regelt de inwerkingtreding.
2025/3502 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot vaststelling van de herstelbetalingslening aan Oekraïne en tot wijziging van Verordening (EU) 2024/792 van het Europees Parlement en de Raad van 29 februari 2024 tot instelling van de faciliteit voor Oekraïne
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 212,
Gezien het voorstel van de Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Op 24 februari 2022 kondigde de president van de Russische Federatie een militaire operatie in Oekraïne aan en begonnen de Russische strijdkrachten een niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde militaire agressie tegen Oekraïne. Die illegale aanvalsoorlog is een flagrante schending van de territoriale integriteit, de soevereiniteit en de onafhankelijkheid van Oekraïne, alsook een schending van het verbod op het gebruik van geweld, als verankerd in artikel 2, lid 4, van het Handvest van de Verenigde Naties (“het VN-Handvest”), dat een dwingende regel van het internationaal recht is, en de andere beginselen van het VN-Handvest.
(2)Sinds het begin van de niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne hebben de Unie, de lidstaten en Europese financiële instellingen ongekend omvangrijke steun ter beschikking gesteld ten behoeve van de veerkracht van Oekraïne op economisch, sociaal, financieel en defensiegebied. Die steun is een combinatie van steun uit de Uniebegroting, met inbegrip van buitengewone macrofinanciële bijstand en steun van de Europese Investeringsbank en de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling met een volledige of gedeeltelijke garantie door de Uniebegroting, alsook verdere financiële steun van lidstaten.
(3)Bij Besluit (EU) 2022/313 van het Europees Parlement en de Raad, Besluit (EU) 2022/1201 van het Europees Parlement en de Raad, Besluit (EU) 2022/1628 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) 2022/2463 van het Europees Parlement en de Raad is in 2022 en 2023 gezamenlijk 25,2 miljard EUR aan macrofinanciële bijstand aan Oekraïne ter beschikking gesteld. Deze steun heeft op een kritiek moment in belangrijke mate bijgedragen tot de macro-economische en financiële veerkracht van Oekraïne.
(4)
Op 29 februari 2024 is bij Verordening (EU) 2024/792 van het Europees Parlement en de Raad de faciliteit voor Oekraïne ingesteld als een uitzonderlijk instrument voor de middellange termijn dat de door de Unie aan Oekraïne verstrekte bilaterale steun bundelt en zorgt voor coördinatie en efficiëntie (de “faciliteit voor Oekraïne”). De faciliteit voor Oekraïne helpt de financieringsbehoeften van Oekraïne te vervullen en draagt bij aan de herstel-, wederopbouw- en moderniseringsbehoeften van Oekraïne voor de periode 2024-2027, en ondersteunt tegelijkertijd de hervormingsinspanningen van Oekraïne als onderdeel van zijn traject naar toetreding tot de Unie.
(5)Op 24 oktober 2024 is bij Verordening (EU) 2024/2773 van het Europees Parlement en de Raad het samenwerkingsmechanisme voor leningen aan Oekraïne ingesteld en buitengewone macrofinanciële bijstand aan Oekraïne toegekend. Die bijstand was de bijdrage van de Unie in het kader van het G7-initiatief “versnelde terbeschikkingstelling van uitzonderlijke opbrengsten aan Oekraïne”, dat in zijn geheel heeft geholpen om het financieringstekort van Oekraïne voor 2025 aan te pakken.
(6)De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne heeft enorme schade veroorzaakt in Oekraïne, met herstel- en wederopbouwkosten die per 31 december 2024 op 506 miljard EUR geraamd worden. Bovendien heeft Oekraïne de toegang tot de internationale financiële markten verloren en zijn de overheidsinkomsten aanzienlijk gedaald, terwijl de overheidsuitgaven aanzienlijk zijn gestegen. In die context kan worden verwacht dat er de komende jaren grote financieringsbehoeften zullen zijn.
(7)Op 9 september 2025 heeft Oekraïne bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF) een officieel verzoek ingediend voor een nieuw programma om de extra financieringsbehoeften voor de periode van 2026 tot en met 2029 te dekken. Dat programma zou een vervolg zijn op de succesvolle uitvoering van het bestaande IMF-programma, waarbij Oekraïne acht evaluaties heeft afgerond, maar houdt er rekening mee dat de Russische aanvalsoorlog voortduurt. Het IMF kan dit programma enkel aanvangen indien voldoende financieringsgaranties kunnen worden verkregen van andere partners, waaronder de Europese Unie.
(8)Op 23 oktober 2025 hebben 26 lidstaten zich ertoe verbonden tegemoet te komen aan de dringende financiële behoeften van Oekraïne voor 2026-2027, onder meer voor zijn militaire en defensie-inspanningen. Die lidstaten hebben ook benadrukt dat het van cruciaal belang is om ervoor te zorgen dat Oekraïne veerkrachtig blijft en over de budgettaire en militaire middelen beschikt om zijn inherente recht op zelfverdediging te blijven uitoefenen en de Russische agressie tegen te gaan; ze bevestigden dat de Europese Unie, in coördinatie met gelijkgestemde partners en bondgenoten, uitgebreide politieke, financiële, economische, humanitaire, militaire en diplomatieke steun zal blijven verlenen aan Oekraïne en zijn bevolking. Die lidstaten concludeerden voorts dat alle militaire steun en veiligheidsgaranties voor Oekraïne zullen worden verstrekt met volledige inachtneming van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten en rekening houdend met de veiligheids- en defensiebelangen van alle lidstaten. Op diezelfde datum concludeerde de Europese Raad dat Ruslands aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de gevolgen daarvan voor de Europese en de mondiale veiligheid in een veranderende omgeving een existentiële uitdaging voor de Europese Unie zijn.
(9)Ondanks de huidige internationale inspanningen om tot een vreedzame oplossing van het conflict te komen, heeft het aanhouden van de Russische aanvalsoorlog aanzienlijke schade toegebracht aan kritieke defensie-, civiele en energie-infrastructuur van Oekraïne, waardoor aanzienlijke extra middelen moeten worden vrijgemaakt om in de onmiddellijke financieringsbehoeften van het land te voorzien.
(10)
De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne vormt een strategische geopolitieke dreiging voor de Unie als geheel en vereist een sterk en eensgezind optreden van de lidstaten. Daarom is het van essentieel belang dat de steun van de Unie snel wordt uitgerold en soepel kan worden aangepast voor onmiddellijke hulp en herstel op korte termijn, op weg naar toekomstige wederopbouw.
(11)Overeenkomstig de artikelen inzake de aansprakelijkheid van staten voor internationaal onrechtmatige daden en het internationaal gewoonterecht is Rusland, als aansprakelijke staat, verplicht de door zijn aanvalsoorlog veroorzaakte schade volledig te vergoeden.
(12)In zijn conclusies van 27 juni 2024, 17 oktober 2024 en 19 december 2024 heeft de Europese Raad verklaard dat, met inachtneming van het recht van de Unie, de Russische tegoeden geïmmobiliseerd moeten blijven totdat Rusland zijn aanvalsoorlog tegen Oekraïne beëindigt en Oekraïne compenseert voor de door deze oorlog veroorzaakte schade.
(13)Gezien de financieringspositie van Oekraïne en het kritieke belang van de middelen waarover Oekraïne beschikt om de Russische agressie tegen te gaan en, waar mogelijk, het land wederop te bouwen, is het passend dat de Unie aanvullende steun verleent om aan de dringende financieringsbehoeften van Oekraïne te voldoen en de uitvoering van het IMF-programma te bevorderen.
(14)De capaciteit van de Unie en haar lidstaten om Oekraïne extra financiering te verschaffen, is momenteel beperkt en is niet in overeenstemming met de omvang van de behoeften. Het vrijmaken van aanzienlijke extra middelen door de lidstaten om Oekraïne te kunnen financieren, zou een grote economische uitdaging zijn. In haar mededeling van 19 maart 2025 heeft de Commissie alle lidstaten verzocht om op gecoördineerde wijze gebruik te maken van de flexibiliteit waarin de nationale ontsnappingsclausule voorziet, teneinde het effect op de defensievermogens van de EU te maximaliseren. Tot dusver hebben België, Bulgarije, de Tsjechische Republiek, Denemarken, Duitsland, Estland, Griekenland, Kroatië, Letland, Litouwen, Hongarije, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije en Finland besloten te vragen om de activering van die clausule. Hoewel die activering voor lidstaten een passende methode is om hun defensie-uitgaven te verhogen zonder inbreuk te maken op de toezeggingen in het kader van de EU-begrotingsregels, blijven de effecten daarvan beperkt door de begrotingsbeperkingen voor lidstaten die het voorbije decennium zwaar zijn getroffen door opeenvolgende crises.
(15)Tegen deze achtergrond moet er, ondanks de beperkingen voor de Unie en de lidstaten, voor worden gezorgd dat Oekraïne voldoende en voortdurende financiële steun krijgt als reactie op en naar aanleiding van de huidige crisissituatie. Daartoe moet een instrument worden vastgesteld voor het verlenen van steun van de Unie aan Oekraïne in de vorm van een lening die moet worden terugbetaald met door Rusland verschuldigde herstelbetalingen (de “herstelbetalingslening”).
(16)De herstelbetalingslening moet voorzien in financiële bijstand aan Oekraïne die op voorspelbare, continue, ordelijke, flexibele en tijdige wijze wordt verstrekt om Oekraïne te ondersteunen bij het dekken van zijn financierings- en defensiebehoeften, met name die welke het gevolg zijn van de Russische aanvalsoorlog. De herstelbetalingslening moet met name de macrofinanciële stabiliteit in Oekraïne ondersteunen en de externe financiering vergemakkelijken, en de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne ondersteunen door middel van economische, financiële en technische samenwerking, en er aldus toe bijdragen dat Oekraïne een kwalitatieve militaire voorsprong krijgt.
(17)De herstelbetalingslening moet, onder bepaalde voorwaarden, steun verlenen aan Oekraïne in de vorm van een lening van maximaal 210 000 000 000 EUR. Met het oog op het beginsel van goed financieel beheer moet de herstelbetalingslening door de Commissie beschikbaar worden gesteld in tranches, die in een of meer deeltranches kunnen worden uitbetaald.
(18)
Een voorafgaande voorwaarde voor het beschikbaar stellen van steun aan Oekraïne uit hoofde van de herstelbetalingslening is dat Oekraïne doeltreffende democratische mechanismen, waaronder een parlementair meerpartijenstelsel en de rechtsstaat, in stand blijft houden en blijft eerbiedigen, en de eerbiediging van de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van tot minderheden behorende personen, blijft waarborgen. De handhaving en eerbiediging van de rechtsstaat moet ook de bestrijding van corruptie omvatten.
(19)De financiële en economische bijstand die in het kader van de herstelbetalingslening beschikbaar is, moet aan Oekraïne beschikbaar worden gesteld naargelang zijn financieringsbehoeften. Daartoe moet Oekraïne een Oekraïense financieringsstrategie indienen met daarin informatie over zijn financieringsbehoeften en -bronnen. Die Oekraïense financieringsstrategie moet de belangrijkste informatie bevatten over de begroting en de financiële en economische situatie van Oekraïne, alsook over de steun die Oekraïne van de internationale gemeenschap ontvangt.
(20)De Commissie moet de Oekraïense financieringsstrategie onverwijld beoordelen en nauw samenwerken met Oekraïne. Gezien de aanzienlijke omvang van de behoeften van Oekraïne aan zowel begrotingssteun als bijstand voor zijn industriële defensiecapaciteit, en gezien de beperkingen voor het verlenen van steun bij sommige externe partners, is het passend een indicatieve verdeling van de herstelbetalingslening over die twee financieringsbehoeften vast te stellen. Die verdeling moet indicatief zijn zodat rekening kan worden gehouden met veranderende omstandigheden die van invloed kunnen zijn op de financieringsbehoeften van Oekraïne en om ervoor te zorgen dat op voorspelbare, continue, ordelijke, flexibele en tijdige wijze aan die behoeften wordt voldaan. Bij haar beoordeling van de Oekraïense financieringsstrategie moet de Commissie nagaan of het verwachte externe financieringstekort strookt met die indicatieve verdeling.
(21)Gezien het belang van de financiële gevolgen van de opgelegde maatregelen moeten uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend aan de Raad, die moet handelen op basis van een voorstel van de Commissie. De Raad moet de beoordeling van de Oekraïense financieringsstrategie goedkeuren door middel van een uitvoeringsbesluit, en moet ernaar streven dat besluit zo spoedig mogelijk na de vaststelling van het voorstel aan te nemen. In dat uitvoeringsbesluit moet het bedrag worden bepaald van de bijstand die aan Oekraïne ter beschikking moet worden gesteld met het oog op de uitvoering van de Oekraïense financieringsstrategie, uitgesplitst in een bedrag voor begrotingssteun en een bedrag voor de ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne. In dat uitvoeringsbesluit moeten ook het maximumaantal tranches en de indicatieve waarde van de tranches voor de begrotingssteun worden vastgesteld. In het licht van het beginsel van goed financieel beheer en om het liquiditeitsbeheer van de Oekraïense autoriteiten te vergemakkelijken en voorspelbaarheid te waarborgen, mag die begrotingssteun in beginsel in maximaal vier tranches worden verstrekt. Met betrekking tot de steun die uitsluitend beschikbaar is voor de instandhouding van de ERA-leningen, moet de Unie, wanneer alle niet-aangewezen steun in het kader van de herstelbetalingslening beschikbaar is gesteld door middel van een uitvoeringsbesluit van de Raad, bij wijze van uitzondering de resterende aangewezen begrotingssteun beschikbaar stellen overeenkomstig de bepalingen die zijn overeengekomen in een memorandum van overeenstemming tussen de Commissie en Oekraïne (het “memorandum van overeenstemming”).
(22)Er moet financiële en economische bijstand in de vorm van begrotingssteun beschikbaar worden gesteld om Oekraïne te helpen zijn financieringsbehoeften te dekken. Om te zorgen voor flexibiliteit om te voldoen aan die behoeften, is het passend meerdere leveringsmiddelen te benutten, waarbij steun verleend moet kunnen worden door middel van macrofinanciële bijstand en een lening die uitgevoerd moet worden krachtens hoofdstuk III van de faciliteit voor Oekraïne.
(23)Hoofdstuk III van de faciliteit voor Oekraïne bevat bepalingen over de financiering voor Oekraïne als de voorwaarden van het Oekraïneplan – waarin de hervormings- en investeringsagenda van Oekraïne is opgenomen – bevredigend zijn nagekomen. Als instrument voor de middellange termijn met als doel voor Oekraïne het herstel en de wederopbouw, de geleidelijke integratie in de interne markt en onder andere de vaststelling en uitvoering van de politieke, institutionele, juridische, administratieve, sociale en economische hervormingen te ondersteunen die nodig zijn om aan te sluiten op de waarden van de Unie en zich geleidelijk aan te passen aan de regels, de normen, het beleid en de werkwijzen (“het acquis”) van de Unie met het oog op een toekomstig lidmaatschap van de Unie, en zodoende bij te dragen tot wederzijdse stabiliteit, veiligheid, vrede, welvaart en duurzaamheid, is het passend te bepalen dat de bedragen die voortvloeien uit de herstelbetalingslening via de faciliteit voor Oekraïne gebruikt moeten worden. Het Oekraïneplan moet bijgewerkt worden om rekening te houden met die extra bedragen, waaronder maatregelen om de rechtsstaat te verstevigen en de strijd tegen corruptie op te voeren. De faciliteit voor Oekraïne moet worden gewijzigd zodat die extra bedragen via dat instrument geïmplementeerd kunnen worden.
(24)De macrofinanciële bijstand moet worden gekoppeld aan beleidsvoorwaarden die in het memorandum van overeenstemming (“MoU”) vastgelegd moeten worden. Het MoU moet waar nodig verbintenissen van Oekraïne bevatten, onder andere om de mobilisering van inkomsten, de duurzaamheid en kwaliteit van de overheidsuitgaven en de efficiëntie, transparantie en verantwoordingsplicht van de systemen voor het beheer van de overheidsfinanciën te verbeteren. Oekraïne kan die macrofinanciële bijstand gebruiken als hulp bij de financiering van compensatie (als een vorm van herstelbetalingen) aan mensen die schade hebben ondervonden als gevolg van de onwettige acties van Rusland, onder meer via de schadevergoedingscommissie voor Oekraïne, die onder auspiciën van de Raad van Europa is opgericht.
(25)Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van deze verordening en ter wille van de efficiëntie moet de Commissie gemachtigd worden om met de Oekraïense autoriteiten onderhandelingen over die voorwaarden voor de macrofinanciële bijstand te voeren onder toezicht van het comité van vertegenwoordigers van de lidstaten, overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad. Gezien de mogelijk aanzienlijke impact van de bijstand, is het passend dat de in Verordening (EU) nr. 182/2011 gespecificeerde onderzoeksprocedure wordt gebruikt. Gezien het bedrag van de herstelbetalingslening aan Oekraïne moet de onderzoeksprocedure worden toegepast op de goedkeuring van het MoU en op eventuele verlagingen of annuleringen van de herstelbetalingslening.
(26)De herstelbetalingslening moet financiële en economische bijstand verlenen aan Oekraïne als land in oorlog, waarvan de financiële stabiliteit onlosmakelijk verbonden is met en afhankelijk is van zijn vermogen om zich tegen de agressie te verdedigen. Dit rechtvaardigt dat een specifiek bedrag van de financiële en economische bijstand aan Oekraïne wordt gebruikt om het land beter in staat te stellen in te spelen op zijn begrotingsbehoeften voor het vermogen om zijn militaire en defensievermogens te versterken, wat bijdraagt tot de totstandbrenging van een kwalitatieve militaire voorsprong voor Oekraïne. Dankzij die financiële en economische bijstand moet Oekraïne dringende en grote overheidsinvesteringen kunnen doen om de Oekraïense defensie-industrie en de integratie in de Europese defensie-industrie te ondersteunen als reactie op en naar aanleiding van de huidige crisis. Deze bijstand moet in het bijzonder bijdragen tot de wederopbouw, het herstel en de modernisering van de Oekraïense technologische en industriële defensiebasis om de gereedheid van de defensie-industrie te vergroten (rekening houdend met de geleidelijke toekomstige integratie in de Europese technologische en industriële defensiebasis) en door middel van steun voor de tijdige beschikbaarheid van defensiegerelateerde producten en andere producten voor defensiedoeleinden, door samenwerking tussen de Unie en Oekraïne.
(27)Financiële en economische bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne moet beschikbaar worden gesteld voor activiteiten, uitgaven en maatregelen in verband met defensiegerelateerde producten en andere producten voor defensiedoeleinden die aan bepaalde subsidiabiliteitscriteria voldoen. Om de Oekraïense industriële defensiebasis dringend efficiënt en autonoom te versterken, moeten die subsidiabiliteitscriteria zodanig gestructureerd worden dat de activiteiten, uitgaven en maatregelen ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne gericht zijn op de wederopbouw, het herstel en de modernisering van de Oekraïense technologische en industriële defensiebasis, rekening houdend met de geleidelijke toekomstige integratie in de Europese technologische en industriële defensiebasis. In die context moet bij het onderzoek of fabrikanten die onder zeggenschap staan van derde landen of entiteiten uit derde landen, onder “zeggenschap” het vermogen worden verstaan om beslissende invloed op een juridische entiteit uit te oefenen, hetzij direct, hetzij indirect via een of meer intermediaire juridische entiteiten.
(28)Om Oekraïne in staat te stellen de financiële en economische bijstand op de best aan de omstandigheden aangepaste manier in te zetten, is het passend het land toe te staan de middelen te gebruiken om zijn industriële defensiecapaciteit te ondersteunen door verschillende uitvoeringsmethoden die de verscheidenheid van de behoeften weerspiegelen. Het is met name passend dat de middelen gebruikt worden om activiteiten, uitgaven en maatregelen te steunen in landen of in samenwerking met landen die Oekraïne en de Oekraïense technologische en industriële defensiebasis actief ondersteunen. De middelen kunnen ook bijdragen aan het instrument voor steun aan Oekraïne uit hoofde van Verordening (EU) [de EDIP-verordening], het door de faciliteit voor Oekraïne ingestelde investeringskader voor Oekraïne voor producten voor tweeërlei gebruik en andere programma’s van de Unie. Bovendien moet Oekraïne met de middelen de vraag naar defensiegerelateerde producten op grote schaal kunnen beïnvloeden om de juiste voorwaarden te scheppen om grootschalige investeringen te stimuleren bij de opvoering van de productiecapaciteit en de ontwikkeling van nieuwe producten. Daartoe moet Oekraïne de toestemming krijgen de middelen te gebruiken om grootschalige aanbestedingen voor defensiegerelateerde producten uit te schrijven afkomstig uit de Oekraïense en de Europese technologische en industriële defensiebases via aanbestedingen in het kader van het SAFE-instrument, dat is vastgesteld bij Verordening (EU) 2025/1106 van de Raad, of onder voorbehoud van goedkeuring in het kader van andere modaliteiten.
(29)Om een soepele uitvoering van deze verordening in samenhang met het SAFE-instrument te waarborgen, is het passend soortgelijke subsidiabiliteitsvoorwaarden toe te passen. Ermee rekening houdend dat Oekraïne een land in oorlog is waarvan het vermogen om zijn grondgebied te verdedigen afhankelijk kan zijn van de beschikbaarheid van een bepaald product op erg korte termijn, moet Oekraïne de toelating hebben producten aan te kopen die niet aan die subsidiabiliteitsvoorwaarden voldoen als er dringende behoefte aan een product is en er geen alternatief product via aanbestedingen beschikbaar is. Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad heeft onder meer betrekking op de vastlegging van een passend wetgevingskader (een voorwaarde voor de totstandbrenging van een Europese markt voor defensiematerieel) voor de coördinatie van de aanbestedingsprocedures voor het gunnen van opdrachten om aan de veiligheidseisen van de lidstaten en de uit het VWEU voortvloeiende verplichtingen te voldoen. Het is echter niet aangepast om aan te sluiten op de dringende en grote behoeften van een land in oorlog aan de grenzen van de Unie. In deze omstandigheden kan het passend zijn een bestaande raamovereenkomst open te stellen voor de aanbestedende diensten van Oekraïne, ook al waren die daar oorspronkelijk geen partij bij en zat die mogelijkheid niet in de oorspronkelijke raamovereenkomst vervat.
(30)De algemene structuur van de financiële en economische bijstand hangt af van de bijdrage van de verschillende partijen om Oekraïne te ondersteunen bij het voldoen aan zijn financieringsbehoeften. Daarom is het passend dat Oekraïne dankzij de financiële en economische bijstand ter ondersteuning van zijn industriële defensiecapaciteit kan samenwerken met derde landen die ook de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne ondersteunen. Het moet voor Oekraïne in het bijzonder mogelijk zijn de bijstand te gebruiken voor zijn industriële defensiecapaciteit om samen te werken met landen die voldoen aan de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, mits die landen Oekraïne aanzienlijke extra steun verlenen die gebruikt kan worden voor uitgaven die bijdragen tot de doelstellingen van de steun aan de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne en dergelijke uitgaven openstaan voor deelname door zowel de Europese als de Oekraïense industrie. In het kader van de bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne moet het land passende maatregelen nemen om ervoor te zorgen dat de middelen niet worden gebruikt in landen die Oekraïne niet steunen, hetgeen als zodanig niet zou bijdragen tot het doel van de bijstand.
(31)Deze verordening doet geen afbreuk aan het toepasselijke internationale recht waarbij het gebruik, de ontwikkeling of de productie van bepaalde defensiegerelateerde producten en -technologieën wordt verboden.
(32)De bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne moet worden uitgevoerd in overeenstemming met de beginselen van goed financieel beheer, waarbij de bescherming van de financiële belangen van de Unie wordt gewaarborgd, zoals bepaald in artikel 223, lid 4, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad. In dit verband kunnen in een overeenkomst tussen de Commissie en Oekraïne gedetailleerde eisen worden vastgelegd. Voorts moet Oekraïne voor het beheer van de ontvangen financiële en economische bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne een rekening openen waarop de Commissie toezicht moet kunnen houden.
(33)Om te helpen bij de uitvoering van de bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne, moet de Commissie een deskundigengroep voor de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne oprichten. Die deskundigengroep moet de Commissie adviseren over aangelegenheden die verband houden met de bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne.
(34)De Commissie moet toezicht houden op de uitvoering van de bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne, met name wat betreft de levering van producten. Daartoe moeten verschillende toezichtsregelingen worden vastgesteld die de verschillende uitvoeringsmethoden weerspiegelen.
(35)Richtlijn 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad heeft onder meer betrekking op de vastlegging van een passend wetgevingskader voor de coördinatie van de aanbestedingsprocedures voor het gunnen van opdrachten om aan de veiligheidseisen van de lidstaten en de uit het VWEU voortvloeiende verplichtingen te voldoen. Om dat doel te bereiken, is Richtlijn 2009/81/EG in het bijzonder bedoeld om crisissituaties aan te pakken, met name met behulp van de specifieke bepalingen die gelden bij dringende situaties als gevolg van een crisis, zoals voor de inkorting van termijnen voor de ontvangst van inschrijvingen en de mogelijkheid om gebruik te maken van de procedure van gunning door onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van een opdracht. In bepaalde dringende gevallen kunnen die regels echter ontoereikend zijn, vooral als de urgentie die voortvloeit uit de crisis alleen aangepakt kan worden als Oekraïne en minstens één lidstaat aan een gemeenschappelijke aanbesteding deelnemen. In die gevallen kunnen de veiligheidsbelangen van die landen vaak alleen gewaarborgd worden door een bestaande raamovereenkomst of opdracht van een lidstaat open te stellen voor de aanbestedende diensten van Oekraïne, die er oorspronkelijk geen partij bij waren, ook al was die mogelijkheid niet in de oorspronkelijke raamovereenkomst of opdracht vervat. Aangezien die mogelijkheid op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening niet in Richtlijn 2009/81/EG is vervat, voorziet deze verordening in de mogelijkheid om, in de huidige crisis die voortvloeit uit de aanvalsoorlog van Rusland, die richtlijn aan te vullen of ervan af te wijken, op voorwaarde dat de onderneming die de raamovereenkomst heeft gesloten daarmee instemt. Wat extra hoeveelheden voor Oekraïne betreft, moeten voor de aanbestedende diensten van Oekraïne dezelfde voorwaarden gelden als voor de oorspronkelijke aanbestedende dienst die de oorspronkelijke raamovereenkomst heeft gesloten. Daarnaast moeten passende transparantiemaatregelen worden genomen om ervoor te zorgen dat alle potentieel geïnteresseerde partijen op de hoogte worden gebracht.
(36)Verordening (EU) 2025/1106 van de Raad voorziet in financiële bijstand aan de lidstaten, zodat ze dringende en grote overheidsinvesteringen ter ondersteuning van de Europese defensie-industrie kunnen doen als reactie op de crisis die het gevolg is van de ernstige verslechtering van de veiligheidscontext van de Unie. Met dat instrument is de Unie begonnen de lidstaten te ondersteunen zodat ze snel bestellingen kunnen plaatsen, wat de defensie-industrie stimuleert om op zeer korte termijn te investeren in de verhoging van de productiecapaciteit om uiterlijk in 2030 in de behoeften van de lidstaten te kunnen voorzien. Daarnaast steunt deze verordening de plaatsing van Oekraïense bestellingen bij de Europese technologische en industriële defensiebasis ter ondersteuning van de samenwerking tussen de Europese en de Oekraïense technologische en industriële defensiebases. Een dergelijke uitzonderlijk hoge vraag naar een breed gamma aan defensiegerelateerde producten brengt een dreigend risico van ernstige negatieve gevolgen voor de goede werking van de interne markt met zich mee. Om dit risico aan te pakken, met het oog op de doelstellingen van deze verordening en rekening houdend met de specifieke situatie van Oekraïne, kunnen prioriteringsmaatregelen op Unieniveau die de beschikbaarheid van de desbetreffende defensiegerelateerde producten moeten waarborgen, onmisbaar blijken om de goede werking van de interne markt voor defensiegerelateerde producten en de toeleveringsketens ervan te waarborgen. In dit verband moet de Commissie op verzoek van een lidstaat als prioritair aangemerkte verzoeken kunnen gebruiken om de levering van defensiegerelateerde producten te vergemakkelijken en zo de doelstellingen van deze verordening te verwezenlijken.
(37)Als prioritair aangemerkte verzoeken moeten verzoeken zijn van de Commissie, op initiatief van een lidstaat, aan in de Unie gevestigde relevante marktdeelnemers om bestellingen van crisisrelevante producten te aanvaarden of daaraan voorrang te geven. Dergelijke verzoeken mogen alleen worden gebruikt als dat noodzakelijk en evenredig is om ervoor te zorgen dat de defensietoeleveringsketens normaal kunnen functioneren, en moeten gericht zijn op de ondersteuning van Oekraïne, dat ernstige moeilijkheden ondervindt om een bestelling te plaatsen of een opdracht voor de levering van defensiegerelateerde producten te gunnen. Marktdeelnemers moeten kunnen weigeren om betrokken te worden bij een als prioritair aangemerkt verzoek. Een als prioritair aangemerkt verzoek moet gebaseerd zijn op objectieve, feitelijke, meetbare en onderbouwde gegevens. Het moet rekening houden met de legitieme belangen van de ondernemingen en met de kosten en inspanningen die vereist zijn voor een eventuele wijziging van de productiesequentie. Als het wordt aanvaard, moet de verplichting tot uitvoering van het als prioritair aangemerkte verzoek voorrang hebben op privaat- of publiekrechtelijke prestatieverplichtingen. Gezien het belang van het waarborgen van de levering van defensiegerelateerde producten, die onontbeerlijk zijn voor de goede werking van de interne markt en de toeleveringsketens, mag uit het voldoen aan de verplichting om een als prioritair aangemerkt verzoek uit te voeren, geen aansprakelijkheid jegens derden voortvloeien voor schade die het gevolg kan zijn van een schending van contractuele verplichtingen die onder het recht van een lidstaat vallen, voor zover de schending van contractuele verplichtingen noodzakelijk was om te voldoen aan de opgelegde prioritering. Als de marktdeelnemer een als prioritair aangemerkt verzoek uitdrukkelijk heeft aanvaard en de Commissie na die aanvaarding een uitvoeringshandeling heeft vastgesteld, moet de marktdeelnemer alle voorwaarden van die uitvoeringshandeling naleven. Als de marktdeelnemer de in de uitvoeringshandeling vastgestelde voorwaarden niet naleeft, moet dit ertoe leiden dat de marktdeelnemer het voordeel van de vrijstelling van contractuele aansprakelijkheid verliest. Als de niet-naleving opzettelijk is of te wijten is aan grove nalatigheid, moet de Commissie de marktdeelnemer een geldboete kunnen opleggen, met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel.
(38)Aangezien er specifieke bedragen beschikbaar gesteld moeten worden voor begrotingssteun en bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne, moeten de samenhang en complementariteit bij de respectieve uitvoering worden gewaarborgd.
(39)Deze verordening moet van toepassing zijn onverminderd het specifieke karakter van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten.
(40)De overeenkomst voor de herstelbetalingslening die tussen de Commissie en de Oekraïense autoriteiten moet worden gesloten, moet bepalingen bevatten die zijn afgestemd op de rechten, verantwoordelijkheden en verplichtingen van de in artikel 9 van Verordening (EU) 2024/792 bedoelde kaderovereenkomst uit hoofde van de faciliteit voor Oekraïne tussen de Unie en Oekraïne die op 20 juni 2024 in werking is getreden. Dat zal waarborgen dat de financiële belangen van de Unie in verband met de herstelbetalingslening efficiënt worden beschermd door passende maatregelen te nemen voor de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden die verband houden met die bijstand. Hiermee zullen ook, overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, de nodige rechten en toegang worden verleend aan de Commissie, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), de Europese Rekenkamer en, in voorkomend geval, het Europees Openbaar Ministerie, ook door derden die betrokken zijn bij de besteding van middelen van de Unie tijdens en na de beschikbaarheidsperiode van de herstelbetalingslening. Oekraïne moet ook onregelmatigheden met betrekking tot het gebruik van de middelen aan de Commissie melden, overeenkomstig de procedures van de kaderovereenkomst uit hoofde van de faciliteit voor Oekraïne.
(41)Overeenkomstig artikel 223, lid 4, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 moet de overeenkomst voor de herstelbetalingslening waarborgen dat Oekraïne alle kosten draagt die de Unie met betrekking tot de herstelbetalingslening maakt, ook, indien van toepassing, de wisselkosten tussen vreemde valuta.
(42)Gezien de moeilijke situatie van Oekraïne als gevolg van de Russische aanvalsoorlog, en om Oekraïne te ondersteunen op zijn traject naar stabiliteit op lange termijn, is het passend dat de Unie de herstelbetalingslening aan Oekraïne aanbiedt in de vorm van een lening met beperkt verhaalsrecht die verschuldigd en betaalbaar wordt als Oekraïne van Rusland contanten of niet-monetaire activa ontvangt voor herstelbetalingen, schadevergoedingen of enigerlei financiële afwikkelingen van Rusland, met uitzondering van grondgebied.
(43)De middelen van de herstelbetalingslening mogen alleen vrijgegeven worden op voorwaarde dat de Commissie een positieve beoordeling heeft uitgebracht van een door Oekraïne ingediend verzoek om middelen. Voor de macrofinanciële bijstand mag de beoordeling van de voorwaarden geen afbreuk doen aan de beoordeling van de naleving van de voorwaarden in het kader van andere programma’s en instrumenten van de Unie. Voor de bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne moet de vrijgave van middelen worden gekoppeld aan contracten of overeenkomsten voor activiteiten, uitgaven en maatregelen ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne in verband met defensiegerelateerde producten of andere producten voor defensiedoeleinden.
(44)In deze verordening moeten passende bepalingen worden vastgesteld voor de financiering van de herstelbetalingslening.
(45)De verwoestende gevolgen van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne hebben aanzienlijke overloopeffecten voor de Unie, onder meer door dreigingen aan haar buitengrenzen, hybride en cyberaanvallen, de verstoring van energie en vervoer, gedwongen migratie en de destabilisatie van het oostelijke nabuurschap, wat de veiligheid, defensie en economische belangen van de Unie en haar lidstaten schaadt. De crisis als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne heeft niet alleen tekortkomingen in de industriële defensiesector van de Unie en Oekraïne aan het licht gebracht, maar ook aangetoond dat de veiligheid van Oekraïne en die van de Unie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn en dat de vrede, welvaart en veerkracht van de Unie zelf afhankelijk zijn van het vermogen van Oekraïne om zijn soevereiniteit en territoriale integriteit te verdedigen. Daarom moet de Unie zichzelf de middelen verschaffen om haar collectieve defensie en veerkracht te versterken en Oekraïne te blijven steunen. Er zijn uitzonderlijk veel financiële middelen nodig om de gevolgen van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne aan te pakken zonder de druk op de financiën van de lidstaten te vergroten. Daarom is er een uitzonderlijke respons op Unieniveau nodig. Het is dan ook passend de Commissie bij wijze van uitzondering te machtigen om bij financiële instellingen in de Unie de nodige kasmiddelen te lenen die zich accumuleren omdat transacties met betrekking tot de activa en reserves van de centrale bank van Rusland niet zijn toegestaan, en die uitsluitend zouden worden gebruikt voor de financiering van de herstelbetalingslening aan Oekraïne met als enig doel de gevolgen van de Russische agressie tegen Oekraïne aan te pakken. Die leningen moeten zodanig worden opgenomen dat de financiële positie van de betrokken financiële instellingen volledig beschermd wordt en ze alle contractuele verbintenissen met betrekking tot de activa en reserves van de centrale bank van Rusland na kunnen komen.
(46)Deze specifieke maatregelen laten de vordering van de centrale bank van Rusland onverlet. Dat actief wordt niet beïnvloed door de maatregelen waarin deze verordening voorziet. De kasmiddelen die zich als gevolg van de immobilisatie op de balans van de financiële instellingen accumuleren, behoren niet toe aan de centrale bank van Rusland en vormen geen staatsactiva.
(47)Sommige kasmiddelen bij financiële instellingen in de Unie die zich accumuleren omdat transacties met betrekking tot de activa en reserves van de centrale bank van Rusland niet zijn toegestaan, worden in andere valuta dan de euro uitgedrukt, en dus is het passend de Unie toe te staan in die valuta zowel leningen op te nemen als te verstrekken.
(48)Vanwege de unieke financieringsmethode van de herstelbetalingslening moet de financiering gescheiden blijven van de financiering van andere programma’s van de Unie. Meer bepaald mag de gediversifieerde financieringsstrategie in artikel 224 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 niet gebruikt worden voor de financiering van de herstelbetalingslening.
(49)Aangezien de kasmiddelen van de financiële instellingen die worden gebruikt voor de financiering van de herstelbetalingslening mogelijk geen rente meer genereren voor die financiële instellingen, is het passend dat een deel van de herstelbetalingslening bestemd wordt voor het behoud van het initiatief voor ERA-leningen van de G7.
(50)De aanzienlijke gevolgen van de Russische aanvalsoorlog voor de Europese veiligheidsarchitectuur vereisen ook collectieve bijdragen van de lidstaten in de vorm van garanties ter ondersteuning van de herstelbetalingslening uit de begroting van de Unie. Die garanties zijn nodig zodat de Unie Oekraïne een herstelbetalingslening kan toekennen en het risico kan dekken dat de activa van de centrale bank van Rusland worden vrijgegeven als Rusland geen herstelbetalingen aan Oekraïne uitvoert. Om ervoor te zorgen dat de voorwaardelijke verplichting die voortvloeit uit de door de Unie aan Oekraïne verstrekte herstelbetalingslening verenigbaar is met het in artikel 312 VWEU bedoelde toepasselijke meerjarig financieel kader (“MFK”) en de in artikel 311, derde alinea, VWEU bedoelde maxima van de eigen middelen, moeten de door de lidstaten verstrekte garanties onherroepelijk, onvoorwaardelijk en afroepbaar zijn, en moeten extra waarborgen de robuustheid van het systeem vergroten.
(51)De Commissie moet om middelen vragen bij de financiële instellingen die over de kasmiddelen beschikken en een schuldinstrument uitgeven waarin met name de rente en de looptijd gespecificeerd worden. Er moeten ook afspraken gemaakt kunnen worden over in het bijzonder de modaliteiten van het verzoek om middelen en terugbetaling van de Unie, waarbij terdege rekening moet worden gehouden met de overwegingen van de Unie als uitgever op de markt en met de liquiditeitsbehoeften van de financiële instellingen. In dergelijke overwegingen kunnen voorwaarden vastgesteld worden voor het gebruik van kasequivalenten als de Unie daarin voorziet. De regelingen kunnen ook kostendekking of compensaties voor de financiële instellingen omvatten voor kosten die zijn gemaakt bij de verstrekking van de middelen.
(52)Het is essentieel maatregelen te bepalen waarmee de Unie het schuldinstrument in een korte tijdsspanne bij de financiële instellingen kan terugbetalen, mocht dat nodig zijn. Als onderdeel van die maatregelen moet er een liquiditeitsmechanisme van de Unie vastgesteld worden om ervoor te zorgen dat de nodige middelen tijdig beschikbaar zijn om het schuldcontract terug te betalen. Het gebruik van dat mechanisme moet strikt beperkt worden voor de tijdige terugbetaling van obligaties van de Unie jegens financiële instellingen. Het liquiditeitsmechanisme van de Unie moet gebaseerd zijn op de machtiging van de Commissie om transacties uit te voeren als onderdeel van de in artikel 224 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 genoemde gediversifieerde financieringsstrategie, en vooral de in het kader daarvan beschikbare liquiditeitsbeheertransacties. Die transacties moeten een breed gamma aan maatregelen omvatten waarmee de Commissie binnen het vereiste tijdsbestek liquiditeiten kan aantrekken en schuldbewijzen van de Unie kan uitgeven. Bij die transacties moeten de begrotingslimieten in het kader van de maxima van de eigen middelen en het MFK in acht worden genomen.
(53)Nadat de nodige bepalingen zijn vastgesteld in het kader van het stelsel van eigen middelen en het MFK, moet de dekking voor de herstelbetalingslening en het liquiditeitsmechanisme van de Unie worden gewaarborgd door de begroting van de Unie. Totdat de dekking door de begroting van de Unie is gewaarborgd, mag het liquiditeitsmechanisme van de Unie alleen worden gebruikt om ervoor te zorgen dat het beroep op de garantie volledig en tijdig wordt geëerbiedigd. De lidstaten moeten bepalen welke kasmiddelen ze beschikbaar zouden stellen, en voor elke lacune moet het liquiditeitsmechanisme van de Unie geacht worden door de lidstaten te zijn aangevraagd. De terugbetaling van het liquiditeitsmechanisme van de Unie door de lidstaten voor de hoofdsom en de rentevoeten moet in de garanties geïntegreerd worden overeenkomstig de voorwaarden van artikel 223 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, en dus moet de garantie van artikel 2, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2020/2093 van toepassing zijn op de terugbetaling van het liquiditeitsmechanisme van de Unie.
(54)Overeenkomstig artikel 21, lid 2, punt a), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 kunnen de lidstaten vrijwillige bijdragen leveren voor de uitvoering van de herstelbetalingslening. Die bijdragen zouden onder andere kunnen helpen om rente te dekken die verschuldigd is bij de uitvoering van het schuldinstrument.
(55)Derde landen of andere bronnen moeten aan de herstelbetalingslening kunnen bijdragen door onherroepelijke, onvoorwaardelijke en afroepbare garanties te verstrekken die boven op de door de lidstaten verstrekte garanties komen. Een andere mogelijkheid voor derde landen om aan de herstelbetalingslening bij te dragen is door het valutarisicobeheer in verband met de omrekening van de van financiële instellingen geleende middelen mee te ondersteunen. Dergelijke bijdragen moeten externe bestemmingsontvangsten vormen overeenkomstig artikel 21, lid 2, punten a), d) en e), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.
(56)In afwijking van artikel 31, lid 3, van Verordening (EU) 2021/947 mogen de financiële verplichtingen die voortvloeien uit de krachtens deze verordening verstrekte leningen niet worden gedragen door de garantie voor extern optreden, zoals vastgesteld bij die verordening. Steun in de vorm van leningen in het kader van deze verordening moet financiële bijstand vormen in de zin van artikel 223, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Met het oog op de financiële risico’s en het bestaan van garanties mogen geen voorzieningen worden gevormd voor de steun in de vorm van leningen in het kader van deze verordening, die boven de maxima moet worden gegarandeerd, en mag, in afwijking van artikel 214, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, geen voorzieningspercentage worden vastgesteld.
(57)Als lidstaten worden geconfronteerd met scheidsrechterlijke uitspraken die tegen hen zijn uitgesproken in geschillenbeslechtingsprocedures tussen investeerders en staten in verband met maatregelen die zijn opgelegd op grond van Verordening (EU) nr. 833/2014 of Verordening (EU) [de 122-verordening], moeten ze in het kader van loyale samenwerking de financiële en juridische risico’s in verband met de toepassing van deze verordening tot een minimum beperken. Ze moeten zich beroepen op elk bezwaar dat hun in binnen- of buitenlandse procedures ter beschikking staat voor de erkenning en tenuitvoerlegging van dergelijke uitspraken. Dat omvat het aanvoeren van het bezwaar dat de erkenning of tenuitvoerlegging van de uitspraak in strijd zou zijn met de openbare orde van het land waar om erkenning en tenuitvoerlegging wordt verzocht, overeenkomstig het Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse scheidsrechterlijke uitspraken van 1958, alsook andere beschikbare bezwaren op grond van nationaal, Unie- of internationaal recht. Voorts moeten de lidstaten ervoor zorgen dat dergelijke scheidsrechterlijke uitspraken in de Unie niet erkend en ten uitvoer gelegd worden.
(58)Wanneer een lidstaat schade lijdt als gevolg van de tenuitvoerlegging in een derde land van scheidsrechterlijke uitspraken tussen investeerders en staten in verband met maatregelen die zijn opgelegd uit hoofde van Verordening (EU) nr. 833/2014 of Verordening (EU) nr. [de 122-verordening], moet de Unie zorgen voor billijke verdeling en solidariteit met die lidstaat door met de lidstaten garantieovereenkomsten te sluiten ter dekking van het risico van dergelijke schade. Dit mechanisme van billijke verdeling en solidariteit moet zo worden opgevat dat dubbele betaling aan de Russische centrale bank wordt voorkomen wanneer het transactieverbod wordt opgeheven. Indien in het kader van deze garanties bedragen worden opgevraagd, moet het door de Unie aan financiële instellingen verschuldigde bedrag met een gelijkwaardig bedrag worden verminderd. Overeenkomstig Verordening (EU) nr. 833/2014 of Verordening (EU) nr. [de 122-verordening] moeten de financiële instellingen vervolgens hun verplichtingen jegens de Russische centrale bank voor een gelijkwaardig bedrag verminderen. Totdat de nodige bepalingen zijn vastgesteld in het kader van het stelsel van eigen middelen en het meerjarig financieel kader, moet in dat mechanisme voor billijke verdeling en solidariteit rekening worden gehouden met de lidstaten die solidair het risico in het kader van de herstelbetalingslening hebben gedeeld.
(59)De bilaterale investeringsverdragen tussen bepaalde lidstaten en de Russische Federatie zijn niet in overeenstemming met het investeringsbeschermingsbeleid dat de Unie sinds de inwerkingtreding van het Verdrag van Lissabon op grond van artikel 207 VWEU heeft ontwikkeld. De betrokken lidstaten moeten zich terugtrekken uit deze bilaterale investeringsovereenkomsten of deze beëindigen, naargelang het geval, en een gemeenschappelijke houding aannemen om dit te bereiken. De Commissie moet de coördinatie tussen de lidstaten vergemakkelijken.
(60)De steun van de Unie aan Oekraïne uit hoofde van deze verordening moet door de Commissie worden beheerd.
(61)De steun aan Oekraïne uit hoofde van de herstelbetalingslening moet een extra aanvulling vormen op de steun van de Unie uit hoofde van de faciliteit voor Oekraïne. De Commissie moet ernaar streven de administratieve lasten en rapportagelast voor Oekraïne waar mogelijk tot een minimum te beperken.
(62)De Commissie moet in voorkomend geval terdege rekening houden met Besluit 2010/427/EU van de Raad en de rol van de Europese Dienst voor extern optreden.
(63)De bevoegde commissie van het Europees Parlement kan de Commissie uitnodigen om in het kader van een dialoog over de herstelbetalingslening kwesties te bespreken die betrekking hebben op de uitvoering van de verordening. De Commissie moet rekening houden met de elementen die naar voren komen in de tijdens de dialoog over de herstelbetalingslening kenbaar gemaakte standpunten, waaronder eventuele resoluties van het Europees Parlement.
(64)Om ervoor te zorgen dat het Europees Parlement en de Raad de uitvoering van deze verordening kunnen volgen, moet de Commissie hen regelmatig inlichten over ontwikkelingen met betrekking tot steun van de Unie aan Oekraïne uit hoofde van deze verordening en hun de relevante documenten daarover verstrekken.
(65)Om de blijvende doeltreffendheid van de bij deze verordening ingestelde regelingen te waarborgen, moet de Commissie de toereikendheid ervan regelmatig evalueren en daarover verslag uitbrengen aan het Europees Parlement en de Raad, teneinde transparantie en verantwoordingsplicht te waarborgen.
(66)Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend conform Verordening (EU) nr. 182/2011.
(67)Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk te voorzien in financiële en economische bijstand aan Oekraïne op een voorspelbare, continue, ordelijke en tijdige wijze, om Oekraïne te ondersteunen bij het dekken van zijn financieringsbehoeften die voortkomen uit de Russische aanvalsoorlog, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.
(68)Gezien de urgentie die voortvloeit uit de uitzonderlijke omstandigheden ten gevolge van de niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde Russische aanvalsoorlog, wordt het passend geacht gebruik te maken van de uitzondering op de periode van acht weken waarin is voorzien door artikel 4 van Protocol nr. 1 betreffende de rol van de nationale parlementen in de Europese Unie, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie, aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie en aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie.
(69)In het licht van de situatie in Oekraïne moet deze verordening met spoed in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
HOOFDSTUK I
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1
Onderwerp
1.Bij deze verordening wordt een instrument vastgesteld voor het verlenen van bijstand van de Unie aan Oekraïne in de vorm van een lening die moet worden terugbetaald met door Rusland verschuldigde herstelbetalingen (hierna de “herstelbetalingslening” genoemd).
2.Deze verordening voorziet in de doelstelling van de herstelbetalingslening, de financiering ervan, de vormen van Uniefinanciering op grond ervan en de regels voor de verstrekking van die financiering.
Artikel 2
Doelstellingen van de herstelbetalingslening
1.De algemene doelstelling van de herstelbetalingslening is het op voorspelbare, continue, ordelijke, flexibele en tijdige wijze verlenen van financiële en economische bijstand aan Oekraïne om Oekraïne te ondersteunen bij het dekken van zijn financieringsbehoeften, met name als gevolg van de Russische aanvalsoorlog en de niet-betaling door Rusland van verschuldigde herstelbetalingen.
2.Om deze algemene doelstelling te verwezenlijken, zijn de specifieke doelstellingen van de herstelbetalingslening:
a.steun voor macrofinanciële stabiliteit door de verlichting van de externe en interne financieringsproblemen van Oekraïne;
b.steun voor de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne door middel van economische, financiële en technische samenwerking.
Artikel 3
Definities
Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
(1)“defensiegerelateerd product”: goederen, diensten en werken die binnen het toepassingsgebied van Richtlijn 2009/81/EG vallen, zoals bepaald in artikel 2 van die richtlijn;
(2)“aangewezen begrotingssteun”: overeenkomstig hoofdstuk III verleende steun die uitsluitend als beschikbaar is aangemerkt om het initiatief voor ERA-leningen in stand te houden;
(3)“EER-EVA-staat”: een lid van de Europese Vrijhandelsassociatie dat lid is van de Europese Economische Ruimte;
(4)“ERA-leningen”: in aanmerking komende bilaterale leningen en de lening voor macrofinanciële bijstand van de Unie op grond van Verordening (EU) 2024/2773;
(5)“financiële instelling”: een entiteit uit de financiële sector als gedefinieerd in artikel 4 van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad, een verzekerings- of herverzekeringsonderneming als gedefinieerd in artikel 13 van Richtlijn 2009/138/EG van het Europees Parlement en de Raad, een centrale effectenbewaarinstelling als gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 909/2014 van het Europees Parlement en de Raad, of een centrale tegenpartij als gedefinieerd in artikel 2 van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad;
(6)“andere producten voor defensiedoeleinden”: alle goederen, diensten en werken die niet onder het toepassingsgebied van Richtlijn 2009/81/EG vallen, zoals bepaald in artikel 2 van die richtlijn, en die noodzakelijk zijn voor of gericht zijn op defensiedoeleinden;
(7)“niet-aangewezen begrotingssteun”: overeenkomstig hoofdstuk III verstrekte macrofinanciële bijstand die niet is aangewezen als uitsluitend beschikbaar om het initiatief voor ERA-leningen in stand te houden, en bijstand in de vorm van een lening die moet worden uitgevoerd op grond van hoofdstuk III van Verordening (EU) 2024/792.
Artikel 4
Beschikbare bijstand in het kader van de herstelbetalingslening
1.De herstelbetalingslening bedraagt maximaal 210 000 000 000 EUR. Dat bedrag wordt aan Oekraïne ter beschikking gesteld overeenkomstig de financieringsbehoeften van Oekraïne, als bepaald in de overeenkomstig artikel 8 goedgekeurde Oekraïense financieringsstrategie, onder voorbehoud van:
a.de eis dat het uitstaande bedrag van de beschikbaar gestelde lening op geen enkel moment hoger mag zijn dan het bedrag van de kassaldi bij financiële instellingen in de Unie die zich accumuleren omdat transacties met betrekking tot de activa en reserves van de Russische centrale bank niet zijn toegestaan; en
b.de inwerkingtreding van de in artikel 26 bedoelde garantieovereenkomsten. Het bedrag van de lening wordt geleidelijk beschikbaar, na de inwerkingtreding van elke respectieve garantieovereenkomst, op voorwaarde dat geen bedrag beschikbaar wordt gesteld totdat het cumulatieve plafond van de garanties die van kracht zijn voor elke tranche van de garantie overeenkomstig artikel 25, lid 4, hoger is dan 50 % van het maximumbedrag van de respectieve tranche. Het bedrag van de beschikbaar gestelde lening is niet hoger dan het cumulatieve plafond van de garanties die van kracht zijn overeenkomstig artikel 25, lid 4.
2.De herstelbetalingslening zal beschikbaar zijn tot en met 31 december 2030, met uitzondering van de aangewezen begrotingssteun die beschikbaar zal zijn tot en met 31 december 2055. De herstelbetalingslening zal door de Commissie in tranches ter beschikking worden gesteld, die in een of meerdere keren kunnen worden uitbetaald. De tranches mogen in euro of in andere valuta’s dan de euro worden verstrekt voor de bedragen van de kassaldi in die valuta’s in financiële instellingen die zich accumuleren omdat transacties met betrekking tot de activa en reserves van de Russische centrale bank niet zijn toegestaan.
3.Met inachtneming van lid 1, punten a) en b), bedraagt het indicatieve maximumbedrag dat uiterlijk op 31 december 2027 in de vorm van leningtranches aan Oekraïne moet worden uitbetaald, maximaal 90 000 000 000 EUR.
4.Indien de financieringsbehoeften van Oekraïne aanzienlijk zouden verminderen tijdens de periode van beschikbaarheid van de herstelbetalingslening, ook in geval van een regeling met Rusland voor de oorlogsschade die Oekraïne heeft opgelopen, kan de Commissie, handelend volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure, het niet-uitbetaalde bedrag van de herstelbetalingslening verlagen of schrappen.
5.Lid 1, punt b), is niet langer van toepassing indien cumulatief aan de volgende voorwaarden is voldaan:
a.een besluit tot vaststelling van de bepalingen betreffende het stelsel van eigen middelen van de Unie als bedoeld in artikel 311, derde alinea, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dat voorziet in middelen die een garantie uit de begroting van de Unie voor de in artikel 23 bedoelde financiering mogelijk maken, is in werking getreden en is van toepassing; en
b.een meerjarig financieel kader als bedoeld in artikel 312 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie dat voorziet in een garantie uit de begroting van de Unie voor de herstelbetalingslening en alle noodzakelijke financiering van de kosten, is in werking getreden en is van toepassing.
Artikel 5
Voorafgaande voorwaarden voor bijstand in het kader van de herstelbetalingslening
1.Een voorafgaande voorwaarde voor het verlenen van bijstand in het kader van de herstelbetalingslening is dat Oekraïne doeltreffende democratische mechanismen, waaronder een parlementair meerpartijenstelsel en de rechtsstaat, in stand blijft houden en eerbiedigen, en dat het de eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van tot minderheden behorende personen, blijft garanderen. De handhaving en eerbiediging van de rechtsstaat omvat ook de bestrijding van corruptie.
2.De diensten van de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden zien erop toe dat aan de in lid 1 gestelde voorafgaande voorwaarde is voldaan, met name vóór de vaststelling van het in artikel 8 bedoelde uitvoeringsbesluit van de Raad en de in artikel 22 bedoelde vrijgave van middelen. De Commissie houdt bij dit toezicht rekening met relevante aanbevelingen van internationale organen, zoals de Raad van Europa en de Commissie van Venetië. De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van haar toezicht.
HOOFDSTUK II
UITVOERING VAN DE HERSTELBETALINGSLENING
Artikel 6
Oekraïense financieringsstrategie
1.Om financiële en economische bijstand in het kader van de herstelbetalingslening te ontvangen, dient Oekraïne in beginsel elk jaar bij de Commissie een Oekraïense financieringsstrategie in met nadere gegevens over de financieringsbehoeften en financieringsbronnen van Oekraïne, in beginsel voor de komende 12 maanden.
2.De Oekraïense financieringsstrategie omvat:
a.de belangrijkste macro-economische aannamen die aan de Oekraïense financieringsstrategie ten grondslag liggen;
b.informatie over de Oekraïense begroting, per kwartaal, met inbegrip van:
I.het nagestreefde begrotingssaldo voor de overheid als percentage van het bruto binnenlands product (bbp), uitgesplitst per subsector van de overheid;
II.de prognoses voor de uitgaven en ontvangsten als percentage van het bbp voor de overheid en haar belangrijkste subsectoren, en de belangrijkste componenten daarvan volgens de economische classificatie;
III.relevante informatie over de overheidsuitgaven naar functie, met name op het gebied van defensie;
IV.een beschrijving en kwantificering van de maatregelen aan de uitgaven- en ontvangstenzijde in de ontwerpbegroting;
V.een bijlage met de methode en de aannamen, en alle andere relevante parameters die aan de begrotingsprognoses ten grondslag liggen;
c.informatie over de voorbije en verwachte financiële ontwikkelingen bij de overheid van Oekraïne, per kwartaal, met inbegrip van:
I.informatie over de liquiditeitspositie (kassaldo) van de overheid en haar belangrijkste subsectoren;
II.schuldaflossingen;
III.een schuldemissiestrategie;
IV.andere schuldscheppende en -verminderende stromen;
d.informatie over de uitvoering van eerder verleende bijstand in het kader van de herstelbetalingslening, met inbegrip van eventuele financiële terugvorderingen daarvan;
e.informatie over geplande militaire bijstand in natura;
f.op basis van de begroting van Oekraïne en de verwachte militaire bijstand in natura, de verwachte externe financieringsbehoeften voor de door die Oekraïense financieringsstrategie bestreken periode, met inbegrip van een uitsplitsing van de bedragen in die begroting die nodig zijn voor de toepassing van artikel 2, lid 2, punten a) en b), van deze verordening. Die uitsplitsing bevat de waarde van de defensiegerelateerde producten die buiten de Unie en Oekraïne worden aangekocht;
g.vastgelegde en verwachte externe financiering op het moment van indiening van de Oekraïense financieringsstrategie voor de periode waarop die Oekraïense financieringsstrategie betrekking heeft, met inbegrip van een uitsplitsing van de bedragen van die externe financiering die moeten worden gebruikt in overeenstemming met de doeleinden van artikel 2, lid 2, punten a) en b), van deze verordening;
h.op basis van de informatie in de punten f) en g) van dit lid, het verwachte externe financieringstekort waarvoor Oekraïne om bijstand verzoekt in het kader van de herstelbetalingslening binnen die Oekraïense financieringsstrategie, met inbegrip van een uitsplitsing van de bedragen van dat verwachte externe financieringstekort voor de toepassing van artikel 2, lid 2, punten a) en b), van deze verordening;
i.ter ondersteuning van meerjarige uitgaven uit hoofde van hoofdstuk IV van deze verordening, informatie over potentiële meerjarige behoeften en een bijbehorend budget.
3.Oekraïne kan geactualiseerde Oekraïense financieringsstrategieën indienen totdat alle niet-aangewezen begrotingssteun en bijstand die overeenkomstig hoofdstuk IV is verleend, toegankelijk is gemaakt in het kader van de herstelbetalingslening overeenkomstig artikel 8.
4.In afwijking van lid 1 kan Oekraïne ook financiële bijstand ontvangen uit de herstelbetalingslening, als bepaald in artikel 10, lid 3.
Artikel 7
Beoordeling door de Commissie van de Oekraïense financieringsstrategie
1.De Commissie beoordeelt de overeenkomstig artikel 6 ingediende Oekraïense financieringsstrategie onverwijld.
2.Bij het uitvoeren van de in lid 1 bedoelde beoordeling werkt de Commissie nauw samen met Oekraïne. De Commissie kan opmerkingen maken of aanvullende informatie inwinnen, onder meer door informatie te verifiëren met lidstaten, derde landen en internationale organisaties. Oekraïne verstrekt alle gevraagde aanvullende informatie en kan de Oekraïense financieringsstrategie indien nodig herzien, ook na de indiening ervan.
3.De Commissie beoordeelt de Oekraïense financieringsstrategie en met name:
a.de volledigheid, haalbaarheid en samenhang van de Oekraïense financieringsstrategie met de onderliggende aannamen;
b.de consistentie van de informatie in de Oekraïense financieringsstrategie met externe bronnen, met inbegrip van recente evaluaties van het Internationaal Monetair Fonds en informatie van het donorplatform voor Oekraïne en de contactgroep voor de verdediging van Oekraïne;
c.de consistentie van het verwachte externe financieringstekort met de volgende indicatieve verdeling van de herstelbetalingslening:
I.95 000 000 000 EUR voor macrofinanciële bijstand overeenkomstig hoofdstuk III, waarvan 45 000 000 000 EUR aan aangewezen begrotingssteun voor de terugbetaling van ERA-leningen, of voor bijstand in de vorm van een lening die moet worden uitgevoerd in het kader van de faciliteit voor Oekraïne op grond van hoofdstuk III van Verordening (EU) 2024/792;
II.115 000 000 000 EUR ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne overeenkomstig hoofdstuk IV;
d.naleving van de in artikel 5, lid 1, vastgestelde voorafgaande voorwaarde.
Bij het uitvoeren van de beoordeling houdt de Commissie rekening met alle mogelijke gevolgen voor de regelmatige aanwezigheid van de Unie op de kapitaalmarkt die de in artikel 23 bedoelde financiering van het beoogde met de herstelbetalingslening te ondersteunen bedrag zou hebben.
4.Indien de Commissie de Oekraïense financieringsstrategie positief beoordeelt, dient zij onverwijld een voorstel in voor een uitvoeringsbesluit van de Raad overeenkomstig artikel 8.
5.Indien de Commissie het verzoek negatief beoordeelt, stelt zij Oekraïne daarvan onverwijld in kennis, met opgave van de redenen voor haar beoordeling. Een negatieve beoordeling belet Oekraïne niet een herziene Oekraïense financieringsstrategie in te dienen.
6.Wanneer de Commissie een actualisering van de Oekraïense financieringsstrategie beoordeelt, zijn de bepalingen van dit artikel van toepassing.
Artikel 8
Uitvoeringsbesluit van de Raad
1.Indien de Commissie de Oekraïense financieringsstrategie of de actualisering daarvan positief beoordeelt, dient zij bij de Raad een voorstel in voor een uitvoeringsbesluit dat de financiële en economische bijstand mogelijk maakt.
2.Het in lid 1 bedoelde uitvoeringsbesluit van de Raad:
a.bepaalt het bedrag van de bijstand die aan Oekraïne ter beschikking moet worden gesteld om te helpen bij de uitvoering van de Oekraïense financieringsstrategie, met inbegrip van het bedrag van die bijstand dat ter beschikking wordt gesteld:
I.voor macrofinanciële bijstand overeenkomstig hoofdstuk III, met inbegrip van het bedrag dat uitsluitend beschikbaar moet zijn om het initiatief voor ERA-leningen in stand te houden;
II.voor bijstand in de vorm van een lening, uit te voeren op grond van hoofdstuk III van Verordening (EU) 2024/792;
III.ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne overeenkomstig hoofdstuk IV;
b.tot vaststelling van het maximumaantal en de indicatieve waarde van de tranches van de bijstand die overeenkomstig hoofdstuk III voor macrofinanciële bijstand beschikbaar is.
3.De bepaling van de bedragen van de beschikbaar te stellen herstelbetalingslening:
a.neemt het maximumbedrag in acht dat beschikbaar is voor de in artikel 4, lid 1, bedoelde herstelbetalingslening, en zorgt er tegelijkertijd voor dat er voldoende middelen beschikbaar zijn om te voldoen aan artikel 10, lid 2;
b.houdt rekening met de noodzaak te zorgen voor een billijke lastenverdeling met andere donoren bij de dekking van de financieringsbehoeften van Oekraïne.
4.De Raad stelt het in lid 1 bedoelde uitvoeringsbesluit onverwijld vast.
Artikel 9
Complementariteit en coördinatie
1.Bij de uitvoering van de herstelbetalingslening werkt de Commissie nauw samen met Oekraïne, de lidstaten, relevante internationale organen en donoren aan Oekraïne, met name via het donorplatform voor Oekraïne en de contactgroep voor de verdediging van Oekraïne, om te zorgen voor een coherente en consistente aanpak van degenen die Oekraïne ondersteunen om tegemoet te komen aan de behoeften van Oekraïne aan financiële en economische bijstand. Daarbij maakt de Commissie gebruik van de deskundigheid van de Europese Dienst voor extern optreden.
2.Artikel 5, artikel 7, artikel 13, artikel 14, artikel 15 en artikel 22, lid 1, punt c), zijn van toepassing overeenkomstig Besluit 2010/427/EU.
HOOFDSTUK III
MACROFINANCIËLE BIJSTAND
Artikel 10
Oogmerk
1.De macrofinanciële bijstand draagt bij tot het dichten van het financieringstekort van Oekraïne, zoals vastgesteld in een positief beoordeelde Oekraïense financieringsstrategie.
2.Totdat de ERA-leningen volledig zijn terugbetaald, wordt 45 000 000 000 EUR aan macrofinanciële bijstand uitsluitend als beschikbaar aangemerkt om het initiatief voor ERA-leningen in stand te houden.
3.Zodra alle niet-aangewezen begrotingssteun en bijstand die overeenkomstig hoofdstuk IV is verleend, toegankelijk is gemaakt in het kader van goedgekeurde Oekraïense financieringsstrategieën overeenkomstig artikel 8, stelt de Unie de resterende aangewezen begrotingssteun ter beschikking van Oekraïne overeenkomstig de modaliteiten die zijn overeengekomen in het in artikel 11, lid 3, bedoelde memorandum van overeenstemming.
4.De uitbetaling van de herstelbetalingslening wordt door de Commissie beheerd op basis van haar beoordeling van de in artikel 5 bedoelde voorafgaande voorwaarde en de bevredigende uitvoering van de beleidsvoorwaarden die zijn opgenomen in het in artikel 11 bedoelde memorandum van overeenstemming.
Artikel 11
Memorandum van overeenstemming
1.Wat de in artikel 8, lid 2, punt a), i), bedoelde goedgekeurde bedragen aan macrofinanciële bijstand betreft, komt de Commissie met Oekraïne beleidsvoorwaarden overeen waaraan de macrofinanciële bijstand moet worden gekoppeld. Die beleidsvoorwaarden worden vastgelegd in een memorandum van overeenstemming.
2.Het memorandum van overeenstemming moet waar nodig toezeggingen bevatten, onder andere om de mobilisering van inkomsten te verbeteren, de duurzaamheid en kwaliteit van de overheidsuitgaven te verbeteren en de efficiëntie, transparantie en verantwoordingsplicht van de systemen voor het beheer van de overheidsfinanciën te vergroten.
3.De Commissie komt in dat memorandum van overeenstemming met Oekraïne overeen hoe de macrofinanciële bijstand zal worden gebruikt om het initiatief voor ERA-leningen in stand te houden.
4.De Commissie keurt de ondertekening van het memorandum van overeenstemming en de wijzigingen ervan goed door middel van uitvoeringshandelingen. Die uitvoeringshandelingen worden overeenkomstig de in artikel 30, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
HOOFDSTUK IV
BEHEER VAN DE BIJSTAND TER ONDERSTEUNING VAN DE INDUSTRIËLE DEFENSIECAPACITEIT VAN OEKRAÏNE
Artikel 12
Oogmerk
Dankzij de ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne moet Oekraïne in staat worden gesteld dringende en grote overheidsinvesteringen kunnen doen om de Oekraïense defensie-industrie en haar integratie in de Europese defensie-industrie te ondersteunen als reactie op en na de huidige crisis. Deze bijstand moet in het bijzonder bijdragen tot de wederopbouw, het herstel en de modernisering van de Oekraïense technologische en industriële defensiebasis, om de gereedheid van de defensie-industrie te vergroten, rekening houdend met de geleidelijke toekomstige integratie in de Europese technologische en industriële defensiebasis en door middel van steun voor de tijdige beschikbaarheid van defensiegerelateerde producten en andere producten voor defensiedoeleinden, via samenwerking tussen de Unie en Oekraïne.
Artikel 13
Subsidiabiliteit
1.Activiteiten, uitgaven en maatregelen ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne komen in aanmerking voor bijstand, mits zij voldoen aan de in dit artikel vastgestelde subsidiabiliteitsvoorwaarden.
2.De activiteiten, uitgaven en maatregelen ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne moeten verband houden met defensiegerelateerde producten of andere producten voor defensiedoeleinden en zijn gericht op:
a.de versnelde aanpassing van de Oekraïense defensie-industrie aan structurele veranderingen, onder meer door productiecapaciteit te creëren en deze op te voeren alsmede daarmee samenhangende ondersteunende activiteiten;
b.de verbetering van de tijdige beschikbaarheid van defensiegerelateerde producten of andere producten voor defensiedoeleinden voor Oekraïne, onder meer door hun leveringstermijn te verkorten, productieslots te reserveren of voorraden van defensiegerelateerde producten of andere producten voor defensiedoeleinden, tussenproducten of grondstoffen aan te leggen; of
c.de versterking van de grensoverschrijdende samenwerking tussen de Europese technologische en industriële defensiebasis en de Oekraïense technologische en industriële defensiebasis, rekening houdend met de behoeften van Oekraïne op het gebied van de versterking van de defensie-industrie en overheidsopdrachten op defensiegebied, zodat defensiegerelateerde producten of andere producten voor defensiedoeleinden die door de Oekraïense defensie-industrie en de Europese defensie-industrie worden vervaardigd, onderling uitwisselbaar zijn.
3.Defensiegerelateerde producten moeten worden geproduceerd met inachtneming van de volgende voorwaarden:
a.Fabrikanten en onderaannemers die bij de productie betrokken zijn, moeten zijn gevestigd en hun uitvoerende bestuursstructuren hebben in de Unie, in een EER-EVA-staat of in Oekraïne. Zij mogen niet onder zeggenschap staan van een ander derde land dan een EER-EVA-staat of Oekraïne, noch van een andere entiteit uit een derde land die niet in de Unie, in een EER-EVA-staat of in Oekraïne is gevestigd;
b.Om rekening te houden met de industriële samenwerking met partners van buiten de EU, kunnen, in afwijking van punt a), defensiegerelateerde producten waarbij een onderaannemer betrokken is aan wie tussen 15 % en 35 % van de waarde van de opdracht is toegewezen, en die niet gevestigd is in of zijn uitvoerende bestuursstructuren niet in de Unie, een EER-EVA-staat of Oekraïne heeft, in aanmerking komen, mits aan ten minste een van de volgende voorwaarden is voldaan:
I.er is vóór 28 mei 2025 een rechtstreekse contractuele relatie met betrekking tot het defensiegerelateerde product tot stand gebracht tussen de fabrikant en die onderaannemer;
II.de fabrikant verbindt zich ertoe om binnen twee jaar na te gaan of het haalbaar is de productiemiddelen van die onderaannemer te vervangen door alternatieve, restrictievrije productiemiddelen van oorsprong uit de Unie, EER-EVA-staten of Oekraïne, en die aan de technische en termijneisen voldoen;
c.In afwijking van punt a) komen defensiegerelateerde producten waarbij in de Unie gevestigde fabrikanten of onderaannemers betrokken zijn die onder zeggenschap staan van een ander derde land of een andere entiteit uit een derde land die geen EER-EVA-staat of Oekraïne is, in aanmerking indien deze fabrikant of onderaannemer is onderworpen aan een screening in de zin van Verordening (EU) 2019/452 en, indien nodig, aan passende risicobeperkende maatregelen, of indien deze fabrikant overeenkomstig punt d) garanties biedt die zijn geverifieerd door de lidstaat waarin hij is gevestigd;
d.De garanties als bedoeld in punt c) van dit lid waarborgen dat de betrokkenheid van de fabrikant of onderaannemer bij de productie van het defensiegerelateerde product niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten zoals vastgelegd in het kader van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid op grond van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie. De garanties moeten met name aantonen dat er voor de activiteiten, uitgaven en maatregelen, maatregelen zijn getroffen die garanderen dat:
I.de zeggenschap over de fabrikant of onderaannemer niet zodanig wordt uitgeoefend dat zijn vermogen om de ondersteunde activiteiten, uitgaven en maatregelen uit te voeren, wordt belemmerd of beperkt; en
II.de toegang van een niet-geassocieerd derde land of een entiteit uit een niet-geassocieerd derde land tot gerubriceerde of gevoelige informatie met betrekking tot het defensiegerelateerde product wordt verhinderd, en de werknemers of andere personen die bij de productie van het defensiegerelateerde product betrokken zijn, beschikken over een door een lidstaat afgegeven nationale veiligheidsmachtiging, waar passend overeenkomstig de nationale wet- en regelgeving;
e.De infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen van de bij de productie betrokken fabrikanten en onderaannemers, bevinden zich op het grondgebied van een lidstaat, een EER-EVA-staat, of Oekraïne. Indien de bij de productie betrokken fabrikanten of onderaannemers niet over direct beschikbare alternatieven of relevante infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen op het grondgebied van een lidstaat, een EER-EVA-staat, of Oekraïne beschikken, kunnen zij hun infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen gebruiken die zich buiten dergelijk grondgebied bevinden of aldaar worden gehouden, mits dat gebruik niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten;
f.De bij de productie betrokken fabrikanten en onderaannemers kunnen worden geacht aan de in dit lid vermelde subsidiabiliteitsvoorwaarden te voldoen als ze hebben voldaan aan gelijkwaardige voorwaarden uit hoofde van Verordeningen (EU) 2018/1092, (EU) 2021/697, (EU) 2023/1525 of (EU) 2023/2418 van het Europees Parlement en de Raad of Verordening (EU) 2025/1106 en op voorwaarde dat de vervulling van die voorwaarden niet in twijfel wordt getrokken door latere veranderingen;
g.De kosten van onderdelen van oorsprong van buiten de Unie, de EER-EVA-staten en Oekraïne bedragen niet meer dan 35 % van de geschatte kosten van de onderdelen van het defensiegerelateerd product. Geen enkel onderdeel mag afkomstig zijn van een derde land dat de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie of haar lidstaten schendt.
h.Voor de toepassing van dit lid wordt onder “bij de productie betrokken onderaannemers” verstaan: elke juridische entiteit die kritieke productiemiddelen levert met unieke kenmerken die essentieel zijn voor de werking van een product, waaraan ten minste 15 % van de waarde van de opdracht wordt toegewezen, en die voor het uitvoeren van de opdracht toegang tot gerubriceerde informatie behoeft.
4.In afwijking van lid 3 komt een defensiegerelateerd product dat niet aan ten minste een van de in dat lid vastgestelde voorwaarden voldoet, in aanmerking als de beschikbaarheid of de leveringstermijn van een defensiegerelateerd product dat voldoet aan lid 3 onverenigbaar is met de eisen van Oekraïne, zelfs als voor dat product een als prioritair aangemerkt verzoek zoals bedoeld in artikel 19 is ingediend, op voorwaarde dat de fabrikant van het defensiegerelateerd product in de Unie, een EER-EVA-staat of Oekraïne is gevestigd. Als in een dergelijke situatie de bij de productie betrokken fabrikant niet over direct beschikbare alternatieven of relevante infrastructuur, faciliteiten en activa op het grondgebied van een lidstaat, een EER-EVA-staat of Oekraïne beschikt, kan hij zijn infrastructuur, faciliteiten, activa en middelen gebruiken die zich buiten dergelijk grondgebied bevinden of aldaar worden gehouden, mits dat gebruik niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten. Deze afwijking is niet van toepassing als de fabrikant niet beschikt over infrastructuur, faciliteiten of activa van de industriële en technologische defensiebasis op het grondgebied van een lidstaat, een EER-EVA-staat of Oekraïne.
5.Fabrikanten van andere producten voor defensiedoeleinden moeten in de Unie, een EER-EVA-staat of Oekraïne gevestigd zijn.
6.In afwijking van de leden 3 en 5 worden bijdragen overeenkomstig lid 8, punt e), van dit artikel gebruikt conform de subsidiabiliteitsvoorwaarden van het respectieve programma van de Unie.
7.Als er een dringende behoefte aan een bepaald defensiegerelateerd product is die voortvloeit uit de aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne en op voorwaarde dat een dergelijke aanbesteding niet in strijd is met de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten, kan, in afwijking van de leden 3 en 4 en met instemming van de Commissie, de aanbesteding van een defensiegerelateerd product dat niet aan de voorwaarden van deze leden voldoet, in aanmerking komen voor financiële bijstand uit hoofde van dit hoofdstuk op voorwaarde dat:
a.er geen gelijkwaardig product is dat in die dringende behoefte voorziet en aan de voorwaarden van de leden 3 en 4 voldoet, of niet op de vereiste schaal beschikbaar is; of
b.de leveringstermijn van een dergelijk product aanzienlijk korter is dan van een product dat aan de voorwaarden van de leden 3 en 4 zou voldoen, zelfs als voor dat product een als prioritair aangemerkt verzoek als bedoeld in artikel 19 zou zijn ingediend.
In dat geval verstrekt Oekraïne alle door de Commissie te controleren bewijsstukken waaruit blijkt dat is voldaan aan de voorwaarden voor de toepassing van deze afwijking, met inbegrip van, in de context van punt b), een juridische verbintenis van de fabrikant dat hij de leveringstermijn in acht zal nemen.
8.Activiteiten, uitgaven en maatregelen in verband met defensiegerelateerde producten of andere producten voor defensiedoeleinden worden uitgevoerd volgens een van de volgende wijzen van uitvoering:
a.aanbestedingen door Oekraïne, op voorwaarde dat de aanbesteding en de levering worden gevalideerd door de Commissie of betrokken lidstaten. Oekraïne is verantwoordelijk voor dergelijke aanbestedingen overeenkomstig het Oekraïense recht, waarbij de validatie door de Commissie of lidstaten steekproefsgewijze controles van contractuele documentatie, facturen en leveringscertificaten, fysieke inspecties van leveranciers en fysieke controles van leveringen omvat;
b.aanbestedingen van Oekraïne die een gemeenschappelijke aanbesteding vormen overeenkomstig Verordening (EU) 2025/1106;
c.overeenkomsten tussen Oekraïne en lidstaten of het Europees Defensieagentschap;
d.aanbestedingsovereenkomsten tussen Oekraïne en internationale of intergouvernementele organisaties;
e.bijdragen van Oekraïne aan het bij [EDIP-verordening] ingestelde instrument voor steun aan Oekraïne, het bij Verordening (EU) 2024/792 vastgestelde investeringskader voor Oekraïne voor goederen voor tweeërlei gebruik of andere programma’s van de Unie.
Activiteiten, uitgaven en maatregelen in verband met andere producten voor defensiedoeleinden kunnen ook worden uitgevoerd door middel van aanbestedingen door Oekraïne in het geval van aanbestedingen van minder dan 7 000 000 EUR, op voorwaarde dat een goed financieel beheer en de bescherming van de financiële belangen van de Unie worden gewaarborgd.
9.Opdrachten in verband met aanbestedingen, overeenkomsten of bijdragen zoals vermeld in lid 8 komen in aanmerking als ze na [datum van het voorstel van de Commissie] zijn ondertekend, op voorwaarde dat ze voldoen aan de eisen in dit artikel.
10.De Commissie heeft de bevoegdheid om overeenkomstig artikel 29 een gedelegeerde handeling vast te stellen teneinde deze verordening aan te vullen door een uitbreiding van de subsidiabiliteitscriteria tot andere derde landen dan EER-EVA-staten en Oekraïne die de veiligheids- en defensiebelangen van de Unie en haar lidstaten niet schenden, op voorwaarde dat die landen Oekraïne aanzienlijke extra steun verlenen die kan worden gebruikt voor uitgaven die bijdragen tot de in lid 2 vastgestelde doelstellingen en waaraan zowel de Europese als de Oekraïense industrie kan deelnemen. Om te bepalen of een land aanzienlijke extra steun aan Oekraïne heeft verleend, houdt de Commissie rekening met de extra steun als percentage van de financieringsbehoeften van Oekraïne in vergelijking met het bbp van het land ten opzichte van het bbp van de Unie.
Artikel 14
Productschema’s
1.Met betrekking tot de goedgekeurde steunbedragen voor de industriële defensiecapaciteiten van Oekraïne als bedoeld in artikel 8, lid 2, punt a), iii), stelt Oekraïne een schema op voor elke activiteit, uitgave of maatregel in verband met een defensiegerelateerd product of ander product voor defensiedoeleinden waarvoor het om bijstand wil verzoeken. Dat schema bevat:
a.een beschrijving van het defensiegerelateerd product of een ander product voor defensiedoeleinden;
b.informatie over de naleving van artikel 13.
2.Met het oog op de naleving van artikel 13 pleegt Oekraïne overleg met de Commissie over het schema. Als Oekraïne geen wijze van uitvoering overeenkomstig artikel 13, lid 8, vaststelt of als de Commissie van oordeel is dat een alternatieve wijze van uitvoering goedkoper, efficiënter of effectiever is, kan de Commissie Oekraïne een wijze van uitvoering voorstellen. Als de Commissie Oekraïne de meest geschikte wijze van uitvoering voorstelt, houdt zij rekening met de tijdige levering van het desbetreffende product, de desbetreffende activiteit, uitgave of maatregel, de beschikbare prijzen, de eerdere ervaring met die wijze van uitvoering en, indien nodig, de eerdere ervaring met fabrikanten in het kader van die wijze van uitvoering.
3.In afwijking van lid 1 is Oekraïne niet verplicht een uitvoeringsschema overeenkomstig artikel 13, lid 8, punt e), op te stellen.
Artikel 15
Deskundigengroep inzake de industriële defensiecapaciteiten van Oekraïne
1.Om de uitvoering van de bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteiten van Oekraïne te ondersteunen, richt de Commissie de deskundigengroep inzake de industriële defensiecapaciteiten van Oekraïne op.
2.De deskundigengroep inzake de industriële defensiecapaciteiten van Oekraïne bestaat niet alleen uit vertegenwoordigers van de diensten van de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden, maar ook uit vertegenwoordigers van lidstaten en EER-EVA-staten. De in artikel 13, lid 9, vermelde derde landen mogen vertegenwoordigers benoemen. Oekraïne wordt indien nodig uitgenodigd op de vergaderingen van de deskundigengroep inzake de industriële defensiecapaciteiten van Oekraïne.
3.De deskundigengroep inzake de industriële defensiecapaciteiten van Oekraïne verstrekt advies, expertise en ondersteuning met betrekking tot defensiegerelateerde producten en andere producten voor defensiedoeleinden, alsook met betrekking tot de wijze van uitvoering.
Artikel 16
Beheer van de bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteiten van Oekraïne
Oekraïne opent een speciale rekening die uitsluitend bestemd is voor het beheer van de financiële en economische bijstand die wordt ontvangen ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteiten van Oekraïne. Met betrekking tot deze rekening:
a.worden alle vereiste betalingen van opdrachten of overeenkomsten voor bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteiten van Oekraïne, via deze rekening verricht;
b.krijgt de Commissie het recht om toezicht op deze rekening te houden;
c.bezorgt Oekraïne de Commissie maandelijks een verslag, dat binnen tien werkdagen na het einde van elke maand moet worden ingediend en dat de volgende informatie bevat:
I.de datum en het bedrag van elke betaling die in de voorgaande maand vanaf de rekening is verricht;
II.de naam van de ontvanger van elke betaling;
III.een beschrijving van het doel van elke betaling en wat het verband is met de opdrachten of overeenkomsten die in het kader van verzoeken tot financiering zijn ingediend;
IV.alle andere informatie waar de Commissie redelijkerwijs om kan verzoeken.
Artikel 17
Toezicht op de uitvoering
1.De Commissie houdt overeenkomstig dit artikel toezicht op de uitvoering van de bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteiten van Oekraïne, met name wat betreft de levering van producten.
2.Voor aanbestedingen door Oekraïne overeenkomstig artikel 13, lid 8, punt a), die door de Commissie worden gevalideerd, maakt de Commissie gebruik van het daarin opgenomen validatieproces.
3.Voor aanbestedingen door Oekraïne overeenkomstig artikel 13, lid 8, punt a), die door lidstaten worden gevalideerd, houdt de lidstaat overeenkomstig die bepaling toezicht op de uitvoering van de aanbesteding en de levering en brengt hij verslag uit aan de Commissie.
4.Voor aanbestedingen door Oekraïne overeenkomstig artikel 13, lid 8, punt b), houden de lidstaten die deel uitmaken van een dergelijke gemeenschappelijke aanbesteding toezicht op de uitvoering van de aanbesteding en de levering en brengen zij verslag uit aan de Commissie.
5.Voor overeenkomsten tussen Oekraïne en lidstaten overeenkomstig artikel 13, lid 8, punt c), houdt de lidstaat toezicht op de uitvoering van de overeenkomst en de levering en brengt hij verslag uit aan de Commissie.
6.Voor overeenkomsten tussen Oekraïne en het Europees Defensieagentschap overeenkomstig artikel 13, lid 8, punt c), houdt het Europees Defensieagentschap toezicht op de uitvoering van de overeenkomst en de levering en brengt het verslag uit aan de Commissie.
7.Voor aanbestedingsovereenkomsten tussen Oekraïne en internationale of intergouvernementele organisaties overeenkomstig artikel 13, lid 8, punt d), neemt Oekraïne in dergelijke aanbestedingsovereenkomsten verplichtingen voor de respectieve internationale of intergouvernementele organisaties op om toezicht te houden op de uitvoering van de aanbesteding en de levering en om verslag uit te brengen aan de Commissie.
8.Als Oekraïne de Commissie er overeenkomstig artikel 20, lid 2, punt g), van in kennis stelt dat een opdracht niet is uitgevoerd of als de Commissie merkt dat producten uit hoofde van dit artikel niet zijn geleverd of middelen op de in artikel 16 vermelde rekening niet zijn gebruikt, treedt de Commissie met Oekraïne in overleg om die middelen overeenkomstig de bepalingen van deze verordening anders te gebruiken.
Artikel 18
Wijziging van raamovereenkomsten of opdrachten
1.Als activiteiten, uitgaven en maatregelen in verband met defensieproducten binnen de Unie worden uitgevoerd door middel van de in artikel 13, lid 8, punt b) of c), vermelde wijzen, zijn de regels van de leden 2, 3 en 4 van toepassing op een bestaande raamovereenkomst of opdracht die betrekking heeft op de aankoop van defensiegerelateerde producten die in die wijze van uitvoering wordt gebruikt en die niet voorziet in de mogelijkheid om ze ingrijpend te wijzigen. Bij de toepassing van de leden 2 en 3 verkrijgt de aanbestedende dienst die de raamovereenkomst heeft gesloten of de opdracht is overeengekomen, de voorafgaande toestemming van de onderneming waarmee hij die raamovereenkomst heeft gesloten of die opdracht is overeengekomen.
2.Een aanbestedende dienst van een lidstaat kan een bestaande raamovereenkomst of opdracht voor defensiegerelateerde producten wijzigen als die raamovereenkomst is gesloten of die opdracht is overeengekomen met een onderneming die voldoet aan criteria die gelijkwaardig zijn aan die van artikel 13, leden 3 en 4, van deze verordening, teneinde Oekraïne toe te voegen als partij bij die raamovereenkomst of opdracht.
3.In afwijking van artikel 29, lid 2, derde alinea, van Richtlijn 2009/81/EG kan een aanbestedende dienst van een lidstaat de in een raamovereenkomst of opdracht vastgelegde hoeveelheden substantieel wijzigen, met een geraamde waarde die de in artikel 8 van Richtlijn 2009/81/EG vastgelegde drempelbedragen overschrijdt, als die raamovereenkomst is gesloten of die opdracht is overeengekomen met een onderneming die voldoet aan criteria die gelijkwaardig zijn aan die van artikel 13, leden 3 en 4, van deze verordening, en voor zover de wijziging strikt noodzakelijk is voor de toepassing van lid 2 van dit artikel.
4.Voor de berekening van de in lid 3 vermelde waarde wordt — voor zover de opdracht in een indexeringsclausule voorziet — de geactualiseerde waarde als referentiepunt gehanteerd.
5.Een aanbestedende dienst die in de in lid 2 of lid 3 van dit artikel bedoelde gevallen een raamovereenkomst of opdracht heeft aangepast, vermeldt dit in een aankondiging die hij in het Publicatieblad van de Europese Unie bekendmaakt overeenkomstig artikel 32 van Richtlijn 2009/81/EG.
6.In de in de leden 2 en 3 bedoelde gevallen is het beginsel van gelijke rechten en verplichtingen van toepassing op de betrekkingen tussen de aanbestedende diensten die partij zijn bij de raamovereenkomst of opdracht, met name wat betreft de kosten van extra aangekochte hoeveelheden.
Artikel 19
Vrijwillige prioritering van defensieproducten
1.Uitsluitend voor de toepassing van deze verordening en in het geval Oekraïne wordt geconfronteerd met ernstige moeilijkheden bij het plaatsen of uitvoeren van een opdracht voor de levering van defensiegerelateerde producten die dringend nodig zijn en voldoen aan de subsidiabiliteitsvereisten van artikel 13, lid 3 of lid 4, kan een marktdeelnemer samen met de lidstaat op het grondgebied waarvan zijn productielocatie is gevestigd, bij de Commissie een gezamenlijk verzoek indienen om een prioriteringsmaatregel uit te vaardigen waarbij prioriteit wordt gegeven aan een bepaalde opdracht voor dergelijke door die marktdeelnemer vervaardigde producten.
2.Het in lid 1 bedoelde gezamenlijke verzoek bevat de volgende gegevens:
(a)het oorspronkelijke verzoek van Oekraïne;
(b)de lijst van producten waarop de prioriteringsmaatregel van toepassing is, de specificaties en de hoeveelheden waarin ze moeten worden geleverd;
(c)de termijnen waarbinnen deze producten moeten worden geleverd;
(d)een bewijs dat de marktdeelnemer niet aan het in punt a) bedoelde verzoek van Oekraïne kan voldoen zonder een prioriteringsmaatregel;
(e)een indicatie van een billijke en redelijke prijs waartegen de prioriteringsmaatregel kan worden geplaatst, alsook elementen ter staving van die prijs.
3.Als de Commissie een in lid 1 vermeld bezoek heeft ontvangen, beoordeelt zij dat verzoek zonder onnodige vertraging.
4.De Commissie baseert haar in lid 3 bedoelde beoordeling op objectieve, feitelijke, meetbare en onderbouwde gegevens, met de bedoeling te bepalen of een dergelijke prioritering essentieel is om de in lid 1 bedoelde ernstige moeilijkheden te overwinnen.
5.Als uit de in lid 3 bedoelde beoordeling blijkt dat de prioritering essentieel is, stelt de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling een prioriteringsmaatregel vast waarin het volgende wordt bepaald:
a.de rechtsgrondslag van het als prioritair aangemerkte verzoek waaraan de marktdeelnemer moet voldoen;
b.de lijst van producten waarop de prioriteringsmaatregel van toepassing is, de specificaties en de hoeveelheden waarin ze moeten worden geleverd;
c.de termijnen waarbinnen het als prioritair aangemerkte verzoek moet worden afgehandeld;
d.de begunstigden van het als prioritair aangemerkte verzoek;
e.de omvang van de contractuele verplichtingen waarop het als prioritair aangemerkte verzoek voorrang heeft;
f.de vrijstelling van contractuele aansprakelijkheid onder de in lid 7 van dit artikel vastgestelde voorwaarden; en
g.de in de leden 12 tot en met 18 van dit artikel vermelde sancties voor niet-naleving van de uit die uitvoeringshandeling voortvloeiende verplichtingen.
De in de eerste alinea van dit lid vermelde uitvoeringshandeling wordt vastgesteld volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
6.De in lid 5 vermelde prioriteringsmaatregel:
a.wordt geplaatst tegen een billijke en redelijke prijs, waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de alternatieve kosten van de marktdeelnemer voor het vervullen van de prioriteringsmaatregel ten opzichte van bestaande contractuele verplichtingen; en
b.heeft voorrang op alle privaatrechtelijke of publiekrechtelijke contractuele verplichtingen met betrekking tot de defensiegerelateerde producten waarop de prioriteringsmaatregel van toepassing is, onder de voorwaarden die zijn vastgesteld in de in lid 5 vermelde uitvoeringshandeling.
7.De marktdeelnemer ten aanzien waarvan op grond van lid 5 een prioriteringsmaatregel is ingediend, is niet aansprakelijk voor het niet nakomen van een contractuele verplichting die onder het recht van een lidstaat valt, op voorwaarde dat:
a.de niet-nakoming van een contractuele verplichting strikt noodzakelijk is voor de naleving van de vereiste prioritering;
b.is voldaan aan de in lid 5 vermelde uitvoeringshandeling; en
c.het in lid 1 vermelde verzoek niet uitsluitend tot doel had een eerdere privaatrechtelijke of publiekrechtelijke prestatieverplichting op onrechtmatige wijze te ontlopen.
8.De marktdeelnemer ten aanzien waarvan een prioriteringsmaatregel is ingediend, kan de Commissie verzoeken de in lid 5 vermelde uitvoeringshandeling te wijzigen als hij van mening is dat dit naar behoren gerechtvaardigd is om een van de volgende redenen:
a.als de marktdeelnemer wegens ontoereikende productievermogens of productiecapaciteiten niet in staat is de prioriteringsmaatregel uit te voeren, zelfs niet als het verzoek met voorrang wordt behandeld;
b.als de uitvoering van de prioriteringsmaatregel een onredelijke economische last en bijzondere moeilijkheden voor de marktdeelnemer met zich mee zou brengen.
9.De marktdeelnemer verstrekt alle relevante en onderbouwde informatie aan de hand waarvan de Commissie de gegrondheid van het in lid 8 vermelde verzoek tot wijziging kan beoordelen.
10.Op basis van het onderzoek van de door de marktdeelnemer verstrekte redenen en bewijzen kan de Commissie, na raadpleging en voorafgaande toestemming van de lidstaat op het grondgebied waarvan de desbetreffende productielocatie van de betrokken marktdeelnemer is gevestigd, haar uitvoeringshandeling wijzigen teneinde de betrokken marktdeelnemer geheel of gedeeltelijk te ontheffen van zijn verplichtingen uit hoofde van dit artikel.
11.Als een marktdeelnemer, nadat hij er uitdrukkelijk mee heeft ingestemd om prioriteit te geven aan de door de Commissie gevraagde opdrachten, opzettelijk of door grove nalatigheid niet voldoet aan de verplichting om prioriteit te geven aan die opdrachten, worden hem de in de leden 12 tot en met 18 van dit artikel vastgestelde geldboeten opgelegd, tenzij:
a.de marktdeelnemer niet in staat is het als prioritair aangemerkte verzoek uit te voeren wegens ontoereikende productievermogens of productiecapaciteiten, of om technische redenen; of
b.de uitvoering of voltooiing van het verzoek een onredelijke economische last en bijzondere moeilijkheden voor de marktdeelnemer met zich mee zou brengen, met inbegrip van aanzienlijke risico’s voor de bedrijfscontinuïteit.
De ontvangsten uit de geldboeten vormen externe bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 21, lid 5, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 voor een programma voor externe bijstand waarvoor Oekraïne in aanmerking komt.
12.Als de Commissie dit noodzakelijk en evenredig acht, kan zij door middel van uitvoeringshandelingen geldboeten van maximaal 300 000 EUR aan de marktdeelnemers opleggen als de marktdeelnemer opzettelijk of door grove nalatigheid niet voldoet aan de verplichting om het als prioritair aangemerkte verzoek uit hoofde van dit artikel uit te voeren.
De in de eerste alinea van dit lid vermelde uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 30, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
13.Alvorens een besluit overeenkomstig lid 12 te nemen, stelt de Commissie de betrokken marktdeelnemer in de gelegenheid te worden gehoord overeenkomstig lid 15. Om te bepalen of geldboeten noodzakelijk en evenredig worden geacht, houdt de Commissie rekening met elke naar behoren gemotiveerde rechtvaardiging die door de marktdeelnemer wordt verstrekt.
14.Bij de vaststelling van het bedrag van de geldboete houdt de Commissie rekening met de aard, de ernst en de duur van de inbreuk, met inbegrip van de vraag of de marktdeelnemer gedeeltelijk heeft voldaan aan de als prioritair aangemerkte opdracht of het als prioritair aangemerkte verzoek.
15.Voordat de Commissie een besluit overeenkomstig lid 12 vaststelt, vergewist zij zich ervan dat de betrokken marktdeelnemers in de gelegenheid zijn gesteld opmerkingen in te dienen over:
a.de voorlopige bevindingen van de Commissie, met inbegrip van alle zaken waartegen de Commissie bezwaren heeft gemaakt;
b.de maatregelen die de Commissie eventueel voornemens is te nemen in het licht van de voorlopige bevindingen als bedoeld in punt a) van dit lid.
16.De betrokken marktdeelnemers kunnen bij de Commissie hun opmerkingen over de voorlopige bevindingen van de Commissie indienen binnen een termijn die de Commissie in haar voorlopige bevindingen vaststelt en die minimaal 14 dagen bedraagt.
17.De Commissie baseert het opleggen van geldboeten uitsluitend op basis van punten van bezwaar waarop de betrokken marktdeelnemers hebben kunnen reageren.
18.Als de Commissie de betrokken marktdeelnemers in kennis heeft gesteld van haar voorlopige bevindingen als bedoeld in lid 15, verleent zij desgevraagd toegang tot het dossier van de Commissie onder de voorwaarden van een overeengekomen inzageverlening, onder voorbehoud van het rechtmatige belang van de marktdeelnemers bij de bescherming van hun bedrijfsgeheimen of van personen bij de bescherming van bedrijfsgeheimen of andere vertrouwelijke informatie. Het recht van toegang tot het dossier geldt niet voor vertrouwelijke informatie en interne documenten van de Commissie of de autoriteiten van de lidstaten, met name niet voor correspondentie tussen de Commissie en de autoriteiten van de lidstaten. Niets in dit lid belet de Commissie om voor het bewijs van een inbreuk noodzakelijke inlichtingen bekend te maken of te gebruiken.
19.Dit artikel doet geen afbreuk aan het recht van de lidstaten om hun wezenlijke veiligheidsbelangen te beschermen overeenkomstig artikel 346, lid 1, punt b), VWEU.
HOOFDSTUK V
FINANCIERING EN UITVOERING
Artikel 20
Overeenkomst voor de herstelbetalingslening
1.
De financiële voorwaarden van de herstelbetalingslening worden in detail vastgelegd in de overeenkomst voor de herstelbetalingslening.
2.
Naast de in artikel 223, lid 4, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 vastgelegde elementen bevat de overeenkomst voor de herstelbetalingslening de volgende vereisten:
a)
de herstelbetalingslening is een lening met beperkt regres die verschuldigd en betaalbaar wordt als zich iets voordoet dat aanleiding geeft tot terugbetaling zoals omschreven in punt k);
b)
Oekraïne verstrekt de Unie een zekerheidsrecht bij zijn vordering tot herstelbetalingen op Rusland als zekerheidsstelling voor de herstelbetalingslening. De waarde van dat zekerheidsrecht is te allen tijde gelijk aan de waarde van de in het kader van de herstelbetalingslening uitbetaalde middelen;
c)
de rechten, verantwoordelijkheden en verplichting waarin de in artikel 9 van Verordening (EU) 2024/792 bedoelde kaderovereenkomst uit hoofde van de faciliteit voor Oekraïne voorziet, zijn van toepassing op deze overeenkomst voor de herstelbetalingslening en de daarin opgenomen middelen;
d)
het bedrag van de in artikel 8, lid 2, punt a), ii), bedoelde bijstand wordt besteed overeenkomstig hoofdstuk III van Verordening (EU) 2024/792, met uitzondering van de regels voor de looptijd en de terugbetaling van de lening, waarvoor de regels van deze verordening gelden;
e)
Oekraïne gebruikt dezelfde beheers- en controlesystemen als voorgesteld in het bij Verordening (EU) 2024/792 vastgestelde Oekraïneplan, ook na de in artikel 6, lid 2, van die verordening bedoelde beschikbaarheidsperiode;
f)
de Commissie heeft gedurende de gehele projectcyclus het recht toezicht te houden op de activiteiten, uitgaven en maatregelen uit hoofde van hoofdstuk IV van deze verordening die door de Oekraïense autoriteiten worden uitgevoerd;
g)
Oekraïne stelt de Commissie onmiddellijk in kennis als een via de herstelbetalingslening gefinancierde ontwerpopdracht of -overeenkomst niet wordt uitgevoerd;
h)
Oekraïne blijft de in artikel 5, lid 1, gestelde voorafgaande voorwaarde naleven;
i)
Oekraïne trekt geen maatregelen in die zijn genomen in het kader van andere bestaande of eerdere steuninstrumenten van de Unie of het IMF met betrekking tot corruptiebestrijding;
j)
voorafgaand aan de uitbetaling van financiële en economische bijstand sluit Oekraïne overeenkomstig artikel 4, lid 2, van Verordening (EU) 2024/2773 een bijdrageovereenkomst met de Commissie om te waarborgen dat het initiatief voor ERA-leningen wordt gehandhaafd;
k)
Oekraïne is verplicht de hoofdsom van de herstelbetalingslening binnen 30 dagen terug te betalen als is voldaan aan een van de volgende voorwaarden, die voor de toepassing van deze verordening elk een voorval vormen dat aanleiding geeft tot terugbetaling:
i.
Oekraïne ontvangt van Rusland contante herstelbetalingen, schadeloosstellingen of andere financiële schikkingen voor de oorlog, tot het bedrag van een dergelijke schikking; of
ii.
90 dagen vanaf het moment waarop Oekraïne van Rusland niet-monetaire activa voor herstelbetalingen, schadeloosstellingen of een andere schikking voor de oorlog ontvangt, met uitzondering van grondgebied, tot het bedrag van een dergelijke schikking, dat zal worden bepaald door een onafhankelijke waardering. Op verzoek van Oekraïne kan de Commissie een verlenging van die termijn toestaan als dat strikt gerechtvaardigd is; of
iii.
Oekraïne maakt een inbreuk op punt h); of
iv.
er is vastgesteld dat Oekraïne met betrekking tot het beheer van de herstelbetalingslening fraude, corruptie of een andere onrechtmatige activiteit heeft gepleegd die afbreuk doet aan de financiële belangen van de Unie.
l)
Oekraïne is verplicht de herstelbetalingslening terug te betalen:
i.
in het geval van punt k), i) en ii), ten bedrage van de monetaire waarde van de herstelbetalingen, schadeloosstellingen of een andere financiële schikking voor de oorlog door Rusland, die gelijk is aan de verhouding van de uitstaande herstelbetalingslening ten opzichte van de som van de waarde van de uitstaande herstelbetalingslening, eventuele uitstaande herstelbetalingsleningen die door G7-leden zijn verstrekt en eventuele uitstaande verplichtingen in het kader van ERA-leningen;
ii.
in het geval van punt k), iii), ten bedrage van het totale uitstaande bedrag van de herstelbetalingslening;
iii.
in het geval van punt k), iv), ten bedrage van de waarde van de fraude, corruptie of enige andere onwettige activiteit die de financiële belangen van de Unie schaadt;
m)
bedragen van de herstelbetalingslening die niet onder de in punt l) bedoelde verplichting vallen, blijven beschikbaar totdat zich iets voordoet dat aanleiding geeft tot terugbetaling;
n)
in het geval van betalingen of terugvorderingen vermeldt Oekraïne de desbetreffende betalingen van de herstelbetalingslening die overeenkomstig artikel 25, lid 6, worden terugbetaald of teruggevorderd.
De overeenkomst voor de herstelbetalingslening bevat ook alle andere vereisten die nodig zijn voor de uitvoering van de herstelbetalingslening.
3.
Als de voorwaarden van de overeenkomst voor de herstelbetalingslening niet worden nageleefd, is dat voor de Commissie een reden om de vrijgave van de tranches geheel of gedeeltelijk op te schorten of te annuleren.
4.
De overeenkomst voor de herstelbetalingslening wordt op verzoek gelijktijdig ter beschikking gesteld van het Europees Parlement en van de Raad.
Artikel 21
Verzoek om middelen
1.
Om financiële en economische bijstand te ontvangen, dient Oekraïne bij de Commissie een naar behoren gemotiveerd verzoek om middelen in. Een dergelijk verzoek om middelen kan door Oekraïne in beginsel zes keer per jaar bij de Commissie worden ingediend.
2.
Voor macrofinanciële bijstand gaat het verzoek om middelen vergezeld van een verslag overeenkomstig de bepalingen van het memorandum van overeenstemming.
3.
Voor bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne:
a)
kan het verzoek om middelen betrekking hebben op meerdere producten. Voor elk betrokken product bevat het verzoek om middelen een contract of overeenkomst in overeenstemming met artikel 13 en een tijdschema in overeenstemming met artikel 14. Deze contracten of overeenkomsten kunnen ondertekend zijn of de vorm hebben van een definitief ontwerp;
b)
indien in het verzoek om middelen financiering wordt gevraagd voor een bedrag van meer dan 20 % van het bedrag dat toegankelijk is gemaakt overeenkomstig het in artikel 8 bedoelde uitvoeringsbesluit van de Raad, verstrekt Oekraïne een gedetailleerde motivering, met inbegrip van de gevolgen voor toekomstige verzoeken om middelen uit hoofde van dat besluit.
Artikel 22
Besluit over vrijgave van bijstand
1.
De Commissie besluit tot vrijgave van bijstand na haar beoordeling van de volgende voorwaarden:
a)
voor macrofinanciële bijstand die niet als begrotingssteun is aangemerkt:
i.
naleving van de in artikel 5, lid 1, vastgestelde basisvoorwaarde;
ii.
de bevredigende uitvoering van de beleidsvoorwaarden die zijn vastgesteld in het in artikel 11 bedoelde memorandum van overeenstemming, en
iii.
naleving van de in artikel 20 bedoelde overeenkomst voor de herstelbetalingslening.
b)
voor bijstand die als begrotingssteun is aangemerkt, dat het verzoek in overeenstemming is met de modaliteiten van het memorandum van overeenstemming als bedoeld in artikel 11, lid 3.
c)
voor bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne:
i.
naleving van de in artikel 5, lid 1, vastgestelde basisvoorwaarde;
ii.
bevestiging dat de contracten of overeenkomsten betrekking hebben op producten die in overeenstemming zijn met artikel 13 en dat de Commissie geen bezwaar maakt tegen de uitvoeringsmethoden;
iii.
bevestiging dat Oekraïne in grote lijnen voldoet aan de kwalitatieve en kwantitatieve stappen in de bijlage bij Uitvoeringsbesluit (EU) 2024/1447 en eventuele wijzigingen daarvan;
iv.
naleving van de in artikel 16 bedoelde verplichtingen en de in artikel 20 bedoelde overeenkomst voor de herstelbetalingslening, en
v.
voor zover nodig, de toereikendheid van de gedetailleerde motivering van Oekraïne, rekening houdend met de situatie in Oekraïne en de toegezegde en verwachte beschikbare externe financiering.
2.
Onder voorbehoud van de naleving van het bedrag van de toegankelijke bijstand waarin het overeenkomstig artikel 8 vastgestelde uitvoeringsbesluit van de Raad voorziet, stelt de Commissie, indien zij het verzoek om middelen positief beoordeelt, onverwijld een besluit vast waarbij de uitbetaling van de herstelbetalingslening wordt goedgekeurd. Voor bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteit van Oekraïne is dat uit te betalen bedrag gelijk aan de waarde van de contracten of overeenkomsten die in het verzoek om middelen zijn opgenomen.
3.
De Commissie kan het in lid 2 bedoelde besluit voor de punten a), b) en c) van lid 1 collectief of individueel nemen.
4.
Indien de Commissie het verzoek om middelen negatief beoordeelt, stelt zij Oekraïne daarvan onverwijld in kennis, met opgave van de redenen voor haar beoordeling. Een negatieve beoordeling belet Oekraïne niet een nieuw verzoek om middelen in te dienen.
Artikel 23
Financiering van de herstelbetalingslening
1.
Voor de financiering van de bijstand in het kader van de herstelbetalingslening wordt de Commissie gemachtigd om namens de Unie de nodige kassaldi als bedoeld in artikel 4, lid 1, punt a), te lenen. De in artikel 224 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 bedoelde gediversifieerde financieringsstrategie is niet van toepassing op die financiering.
2.
Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel verstrekken de financiële instellingen de Commissie na ontvangst van het verzoek om middelen van de Commissie het benodigde bedrag uit de in artikel 4, lid 1, punt a), bedoelde kassaldi. Op de schuldverplichting van de Unie jegens de betrokken financiële instellingen zijn de volgende financiële parameters van toepassing op basis van het door de Commissie ontvangen bedrag (“schuldinstrument”):
a)
de door de Unie verschuldigde rente is gelijk aan de rente die de betrokken financiële instelling uit hoofde van de desbetreffende contracten of andere regelingen aan de centrale bank van Rusland verschuldigd is over de in artikel 4, lid 1, punt a), bedoelde activa en reserves;
b)
de looptijd van het schuldinstrument is:
i.
voor centrale effectenbewaarinstellingen, één dag;
ii.
voor financiële instellingen die geen centrale effectenbewaarinstellingen zijn, aangepast aan de aard van de betrokken contracten of andere regelingen als bedoeld in punt a);
c)
het schuldinstrument is in de valuta van het bijbehorende kassaldo;
d)
de terugbetaling van het schuldinstrument geschiedt in de vorm van geldmiddelen of, indien strikt noodzakelijk, kasequivalenten voor gebruik als zekerheid;
e)
het door de Unie uit hoofde van het schuldinstrument verschuldigde bedrag wordt verminderd met een bedrag dat gelijk is aan het aandeel van het uitstaande saldo van dat schuldinstrument in het totale uitstaande saldo van dergelijke schuldinstrumenten, ten opzichte van het bedrag dat de Unie overeenkomstig artikel 24, lid 2, aan de lidstaten heeft terugbetaald. Die vermindering wordt uitgevoerd na een kennisgeving door de Unie en vindt plaats op de vervaldatum van het schuldinstrument.
Dat schuldinstrument wordt volgens de toepasselijke boekhoudregels behandeld als gelijkwaardig aan contanten.
3.
Op basis van het toepasselijke Unierecht stelt de Commissie elke financiële instelling waarvan zij voornemens is middelen op te vragen, daarvan in kennis. Bij haar besluit aan welke financiële instellingen zij kennisgeving moet doen, houdt de Commissie rekening met de financieringsvoorwaarden, met inbegrip van de financieringskosten, de beschikbaarheid van middelen in euro’s en de administratieve eisen, waarbij zij ervoor zorgt dat al deze financiële instellingen mettertijd naar behoren bij de financiering worden betrokken.
De Commissie en de financiële instellingen kunnen regelingen overeenkomen waarin met name de modaliteiten van het verzoek tot storting, de kostendekking en de compensaties in verband met de verstrekking van middelen en de terugbetalingsmodaliteiten worden vastgelegd.
Het gebruik van een schuldinstrument dat kosten voor de Unie oplevert, is afhankelijk van een voorwaardelijke kostendekking:
a) door de lidstaten via bijdragen overeenkomstig artikel 21, lid 2, punt a), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509;
b) door de lidstaten overeenkomstig de voorwaarden van artikel 26 of door derde landen overeenkomstig artikel 27, of
c) door de begroting van de Unie, mits cumulatief is voldaan aan de voorwaarden van artikel 4, lid 5, op een wijze die dekking van die kosten van het schuldinstrument mogelijk maakt.
4.
Voor de toepassing van lid 1 van dit artikel is de Commissie bevoegd om namens de Unie bij financiële instellingen die zij overeenkomstig lid 3 in kennis heeft gesteld, de financiering op te vragen voor een bedrag dat gelijk is aan de vrij te geven tranche of deeltranche. Het verzoek om middelen moet instructies bevatten voor de betaling van de in artikel 4, lid 1, punt a), bedoelde kassaldi en voor de terugbetaling van het schuldinstrument.
5.
In afwijking van lid 4 wordt de Commissie, indien de toepassing van lid 2, punt e), leidt tot een vermindering die het uitstaande saldo van het schuldinstrument overschrijdt, gemachtigd om namens de Unie de financiering op te vragen bij financiële instellingen waaraan zij overeenkomstig lid 3 kennisgeving heeft gedaan voor een bedrag dat gelijk is aan die overschrijding.
6.
Het in lid 2 van dit artikel bedoelde schuldinstrument moet de financiële positie van de betrokken financiële instellingen volledig beschermen en hen in staat stellen alle contractuele verbintenissen met betrekking tot de activa en reserves van de centrale bank van Rusland na te komen.
7.
In afwijking van artikel 112, lid 2, en artikel 114, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 kan de juridische verbintenis uit hoofde van artikel 24 zonder voorafgaande begrotingsvastlegging worden vastgesteld en kan deze over meerdere jaren in jaartranches worden opgesplitst.
8.
Er wordt een liquiditeitsmechanisme van de Unie ingesteld dat uitsluitend tot doel heeft de in lid 2, punt d), bedoelde terugbetaling te waarborgen. Voor de financiering van het liquiditeitsmechanisme van de Unie wordt de Commissie gemachtigd om namens de Unie de nodige financiële middelen op de kapitaalmarkten of bij financiële instellingen te lenen overeenkomstig artikel 224 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. De transacties tot het opnemen en verstrekken van leningen in verband met het liquiditeitsmechanisme van de Unie worden uitgevoerd in euro’s.
9.
Het opnemen van leningen voor het liquiditeitsmechanisme van de Unie en de kosten ervan worden gedekt in overeenstemming met de garanties:
a)
verstrekt door de lidstaten overeenkomstig de voorwaarden van artikel 26, punt e), of
b)
verstrekt in het kader van de begroting van de Unie, indien de liquiditeitsfaciliteit van de Unie wordt gefinancierd nadat cumulatief aan de voorwaarden van artikel 4, lid 5, is voldaan.
10.
Vanaf het moment waarop cumulatief aan de voorwaarden van artikel 4, lid 5, is voldaan:
a)
komen eventuele uit wisselkoersen voortvloeiende kosten in verband met de herstelbetalingslening in eerste instantie ten laste van de begroting van de Unie, onverminderd artikel 223, lid 4, punt e), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509;
b)
worden bedragen die, na terugbetaling van de in dit artikel bedoelde lening met de in artikel 4, lid 5, bedoelde garantie uit de begroting van de Unie, door Oekraïne in verband met de bijstand uit hoofde van de in artikel 4, lid 1, bedoelde herstelbetalingslening zijn betaald of van Oekraïne zijn teruggevorderd of bedragen die op grond van het in artikel 24, lid 2, bedoelde recht zijn teruggevorderd, in afwijking van artikel 214, lid 4, punt c), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 als overige ontvangsten in de begroting van de Unie opgenomen.
11.
In afwijking van artikel 31, lid 3, tweede zin, van Verordening (EU) 2021/947 wordt de financiële bijstand die in het kader van de herstelbetalingslening aan Oekraïne wordt verstrekt, niet gedragen door de garantie voor extern optreden. Er wordt voor de herstelbetalingslening geen voorziening gevormd en, in afwijking van artikel 214, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, wordt er geen voorzieningspercentage vastgesteld.
Artikel 24
Billijke verdeling en solidariteit
1.De Unie en de lidstaten nemen alle nodige maatregelen om de financiële en juridische risico’s in verband met de toepassing van deze verordening tot een minimum te beperken. Om deze doelstelling te verwezenlijken, en onverminderd de artikelen 11, 11 bis, 11 sexies en 11 septies van Verordening (EU) nr. 833/2014 en artikel 5 van Verordening (EU) [artikel 122-verordening], nemen de lidstaten alle nodige maatregelen overeenkomstig de Verdragen.
2.Om een billijke verdeling en solidariteit te waarborgen, betaalt de Unie, binnen de grenzen van het bedrag dat op grond van artikel 4, lid 1, ter beschikking kan worden gesteld, de in artikel 5 bis, lid 7, vijfde alinea, van Verordening (EU) nr. 833/2014 en artikel 4, lid 4, van Verordening (EU) [artikel 122-voorstel] bedoelde bedragen terug op een naar behoren gemotiveerd verzoek van de lidstaten indien de desbetreffende procedures uiterlijk op [16.5 years from the date of entry into force of this Regulation] zijn ingeleid. De Unie neemt alle rechten op de terugbetaalde bedragen over.
3.Voor de in lid 2 bedoelde terugbetaling wordt, indien nodig, een beroep gedaan op de bijdragen van de lidstaten in de vorm van de onherroepelijke, onvoorwaardelijke en afroepbare garanties als bedoeld in artikel 25.
4.De Commissie onderzoekt alle beschikbare opties om de lidstaten te beschermen indien dat nodig blijkt om de billijke verdeling en solidariteit verder te versterken.
Artikel 25
Bijdragen in de vorm van garanties door de lidstaten
1.
De lidstaten kunnen bijdragen door garanties te verstrekken ten belope van maximaal het totale bedrag van 210 000 000 000 EUR in verband met de bijstand uit hoofde van de herstelbetalingslening overeenkomstig artikel 4, lid 1, en de billijke verdeling en solidariteit overeenkomstig artikel 24, lid 2.
2.
De bijdragen van de lidstaten worden verstrekt in de vorm van onherroepelijke, onvoorwaardelijke en afroepbare garanties, aan de hand van een garantieovereenkomst met de Commissie overeenkomstig artikel 26.
3.
Het relatieve aandeel van de bijdrage van de betrokken lidstaat (verdeelsleutel) aan het in lid 1 van dit artikel bedoelde bedrag komt overeen met het relatieve aandeel van die lidstaat in het totale bni van de Unie, zoals blijkt uit kolom 1 van tabel 4 van deel A (“Financiering van de jaarlijkse begroting van de Unie, inleiding”) van de rubriek “Algemene ontvangsten” van de begroting voor 2026, die is opgenomen in de algemene begroting van de Unie voor het begrotingsjaar 2026, zoals definitief vastgesteld op [date of adoption of the general budget of the Union for the financial year 2026].
4.
De garantie wordt voor de lidstaten van kracht in twee gelijke tranches. Daarbij geldt het volgende:
a)
de eerste tranche van de garantie wordt voor de lidstaat van kracht vanaf de datum van inwerkingtreding van de in artikel 26 bedoelde garantieovereenkomst tussen de Commissie en de betrokken lidstaat;
b)
de tweede tranche van de garantie wordt voor de lidstaat automatisch van kracht op 1 januari 2028, tenzij de lidstaat de Commissie uiterlijk op 31 december 2027 ervan in kennis heeft gesteld dat de tweede tranche van de garantie niet met ingang van 1 januari 2028 voor hem van kracht wordt. Wanneer de tweede tranche van de garantie niet automatisch van kracht is geworden op grond van de eerste zin, wordt deze voor de betrokken lidstaat van kracht vanaf de datum die door die lidstaat aan de Commissie wordt meegedeeld.
De kostendekking overeenkomstig artikel 26, punt c), vermindert het bedrag van de beschikbare lening uit hoofde van artikel 4, lid 1, met een door de Commissie vast te stellen bedrag.
5.
Bedragen die voortvloeien uit andere beroepen op de garanties dan die welke via het in artikel 23, lid 8, bedoelde liquiditeitsmechanisme van de Unie worden gefinancierd, vormen externe bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, punt a), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 voor de terugbetaling van financiële verplichtingen van de Unie jegens financiële instellingen die voortvloeien uit de bijstand in het kader van de in artikel 4, lid 1, bedoelde herstelbetalingslening.
6.
In afwijking van artikel 214, lid 4, punt c), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 worden, nadat een beroep op de garanties op grond van artikel 26, punt a), is gehonoreerd, bedragen die door Oekraïne zijn betaald of van Oekraïne zijn teruggevorderd in verband met de bijstand uit hoofde van de in artikel 4, lid 1, bedoelde herstelbetalingslening, of bedragen die op grond van het in artikel 24, lid 2, bedoelde recht zijn teruggevorderd, aan de desbetreffende lidstaten terugbetaald tot het bedrag dat overeenstemt met de beroepen op de garanties die door de lidstaten op grond van artikel 26, punt a), zijn gehonoreerd. Bij dergelijke betalingen door of terugvorderingen van Oekraïne vermeldt Oekraïne de desbetreffende betalingen van de herstelbetalingslening die worden terugbetaald of teruggevorderd, waarbij wordt gewaarborgd dat een evenredige terugbetaling of terugvordering van middelen plaatsvindt ten opzichte van de uitstaande bedragen voor betalingen uit hoofde van de hoofdstukken III en IV van deze verordening. Op die basis zullen de terugbetalingen aan de lidstaten worden gedaan met volledige inachtneming van het veiligheids- en defensiebeleid van bepaalde lidstaten en rekening houdend met de veiligheids- en defensiebelangen van alle lidstaten.
Artikel 26
Garantieovereenkomsten
De Commissie sluit een garantieovereenkomst met elke lidstaat die een in artikel 25 bedoelde garantie verstrekt. In deze overeenkomst worden de regels voor de garantie vastgesteld, die voor alle lidstaten gelijk zijn, en die met name bepalingen omvatten die:
a)
voorzien in een verplichting voor de lidstaten om door de Commissie gedane beroepen op de garantie met betrekking tot de in artikel 23 bedoelde financiering en met betrekking tot de billijke verdeling en solidariteit overeenkomstig artikel 24, lid 2, te honoreren;
b)
waarborgen dat beroepen op de garantie:
i.
met betrekking tot de in artikel 23 bedoelde financiering, pro rata geschieden op basis van de verhouding tussen het bedrag van de garantie en het cumulatieve plafond van de garanties die van kracht zijn, met inbegrip van garanties van derde landen die overeenkomstig artikel 27, lid 2, zijn verstrekt;
ii.
met betrekking tot de toepassing van artikel 24, lid 2, pro rata geschieden op basis van de verhouding tussen het bedrag van de garantie en het cumulatieve plafond van de garanties van de lidstaten die van kracht zijn;
c)
waarborgen dat de beroepen op de garantie de Unie in staat stellen om:
i.
de uit hoofde van artikel 23 geleende kasmiddelen terug te betalen indien dat bedrag verschuldigd wordt overeenkomstig artikel 23, lid 2, punt d), terwijl Oekraïne de herstelbetalingslening niet heeft terugbetaald, ook indien Oekraïne niet verplicht is tot terugbetaling overeenkomstig artikel 20, lid 2, punt a), en om, in voorkomend geval, kosten, met inbegrip van kosten als bedoeld in artikel 23, lid 3, derde alinea, punt b), en van wisselkosten voor vreemde valuta, terug te betalen;
ii.
te voldoen aan alle vorderingen overeenkomstig artikel 24;
d)
betrekking hebben op de betalingsvoorwaarden, waaronder de bepaling dat een lidstaat een beroep op de garantie kan honoreren door contanten te verstrekken of gebruik te maken van het in artikel 23, lid 8, bedoelde liquiditeitsmechanisme van de Unie;
e)
betrekking hebben op het in artikel 23, lid 8, bedoelde liquiditeitsmechanisme van de Unie in overeenstemming met artikel 223 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Dergelijke bepalingen betreffen onder meer het feit dat het gebruik van het liquiditeitsmechanisme van de Unie wordt geacht door de lidstaat te zijn aangevraagd voor zover de lidstaat de Commissie niet binnen een door haar vastgestelde termijn in kennis stelt van zijn voornemen om zijn eigen kasmiddelen te gebruiken om het beroep op de garantie te honoreren; het bedrag dat een lidstaat in het kader van het liquiditeitsmechanisme van de Unie maximaal mag gebruiken, dat gelijk is aan de maximale waarde van de garantie van die lidstaat; de maximale duur van elke uitbetaling van het liquiditeitsmechanisme van de Unie, die strikt gekoppeld is aan het doel om de terugbetaling van het schuldinstrument te waarborgen; en het feit dat alle kosten die de Unie met betrekking tot financiële bijstand heeft gemaakt, door de begunstigde lidstaat worden gedragen;
f)
waarborgen dat de garanties niet langer opvraagbaar zijn na kennisgeving door de Commissie vanaf de vroegste van de volgende data:
i.
de datum waarop aan de in artikel 4, lid 5, bedoelde voorwaarden is voldaan, onverminderd eventuele uitstaande verplichtingen van de lidstaat uit hoofde van punt e) van dit artikel, of
ii.
de datum waarop zowel geldt dat i) transacties met betrekking tot het beheer van reserves en van activa van de centrale bank van Rusland, met inbegrip van transacties met rechtspersonen, entiteiten of lichamen handelend namens, of op aanwijzing van de centrale bank van Rusland, zoals het Russisch Nationaal Investeringsfonds, zijn toegestaan, als dat ii) er geen verdere vorderingen uit hoofde van artikel 24, lid 2, meer mogelijk zijn.
Artikel 27
Bijdragen van derde landen
1.Derde landen kunnen bijdragen door garanties te verstrekken of door het valutarisicobeheer in verband met de omrekening van de overeenkomstig artikel 23 van financiële instellingen geleende kasmiddelen te ondersteunen.
2.Wanneer bijdragen van derde landen worden verstrekt in de vorm van garanties, gebeurt dat in de vorm van onherroepelijke, onvoorwaardelijke en afroepbare garanties, aan de hand van een garantieovereenkomst met de Commissie. Die overeenkomst bevat mutatis mutandis de bepalingen van artikel 26, punt a), punt b), i), en punt c), i). Dergelijke garanties komen boven op de garanties die de lidstaten overeenkomstig artikel 25 verstrekken.
3.Wanneer bijdragen van derde landen worden verstrekt in de vorm van ondersteuning van het valutarisicobeheer in verband met de omrekening van de overeenkomstig artikel 23 van financiële instellingen geleende kasmiddelen, sluit de Commissie met elk derde land een overeenkomst waarin de nodige regelingen voor een dergelijke bijdrage worden getroffen. Die bijdragen vormen externe bestemmingsontvangsten overeenkomstig artikel 21, lid 2, punt e), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.
4.De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad gelijktijdig en onverwijld in kennis van de op grond van dit artikel gesloten overeenkomsten.
Artikel 28
Toepassing van de regels voor gerubriceerde informatie en gevoelige informatie
1.Gerubriceerde informatie die in het kader van deze verordening wordt gegenereerd, verwerkt, opgeslagen, uitgewisseld of gedeeld, wordt beschermd overeenkomstig de veiligheidsvoorschriften van Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie of de Overeenkomst tussen de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de bescherming van in het belang van de Europese Unie uitgewisselde gerubriceerde informatie, naargelang het geval.
2.De Commissie gebruikt een beveiligd uitwisselingssysteem voor de uitwisseling van gerubriceerde informatie en gevoelige informatie tussen de Commissie en Oekraïne en, waar passend, met de lidstaten.
3.De Commissie heeft toegang tot informatie, met inbegrip van gerubriceerde informatie, die noodzakelijk is voor de uitvoering van de haar bij deze verordening toegekende taken, met name de verificatie van de voorwaarden voor de uitbetaling van betalingen en voor de uitvoering van controles, evaluaties, audits, onderzoeken, rapporten alsook voor de controles en audits, als bedoeld in artikel 20.
4.Informatie die naar aanleiding van de toepassing van deze verordening is ontvangen, wordt slechts gebruikt voor het doel waarvoor zij werd gevraagd.
5.De Commissie en de lidstaten waarborgen de bescherming van handels- en bedrijfsgeheimen en andere gevoelige informatie die bij de toepassing van deze verordening is verkregen en opgesteld, overeenkomstig het Unierecht en het toepasselijke nationale recht.
HOOFDSTUK VI
SLOTBEPALINGEN
Artikel 29
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
1.De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
2.De in artikel 13 bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van zeven dagen na de inwerkingtreding van deze verordening.
3.Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 13 bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
4.Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.
5.Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
6.Een overeenkomstig artikel 13 vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.
Artikel 30
Comitéprocedure
1.De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
Artikel 31
Dialoog over de herstelbetalingslening
1.Om de dialoog tussen de instellingen van de Unie, met name het Europees Parlement, de Raad en de Commissie, te intensiveren en om meer transparantie en een grotere verantwoordingsplicht te waarborgen, kan de bevoegde commissie van het Europees Parlement de Commissie uitnodigen om de uitvoering van deze verordening te bespreken.
2.Het Europees Parlement kan zijn standpunten ten aanzien van herstelbetalingslening kenbaar maken in resoluties.
3.De Commissie houdt rekening met alle elementen die naar voren komen in de door middel van de dialoog over de herstelbetalingslening kenbaar gemaakte standpunten, waaronder eventuele resoluties van het Europees Parlement.
Artikel 32
Verstrekking van informatie aan het Europees Parlement en de Raad
1.
De Commissie stelt het Europees Parlement en de Raad in kennis van de ontwikkelingen met betrekking tot de uitvoering van deze verordening, waaronder artikel 4, lid 4, artikel 6, lid 1, artikel 7, lid 5, artikel 11, lid 4, artikel 20, lid 3, artikel 22, lid 2, artikel 24, lid 2, artikel 25, lid 2, en artikel 27, lid 1, en verstrekt die instellingen onverwijld de relevante documenten. Door de Commissie aan de Raad in de context van deze verordening of de uitvoering ervan meegedeelde informatie wordt gelijktijdig aan het Europees Parlement beschikbaar gesteld, indien nodig met inachtneming van geheimhoudingsregelingen.
2.
De Commissie dient jaarlijks, uiterlijk op 30 juni, bij het Europees Parlement en de Raad een verslag in over de uitvoering van deze verordening in het voorgaande jaar, met inbegrip van een evaluatie van die uitvoering. In dat verslag:
a)
wordt de geboekte vooruitgang bij de uitvoering van de herstelbetalingslening onderzocht, en
b)
worden de economische situatie en de vooruitzichten van Oekraïne, alsook de vorderingen bij de tenuitvoerlegging van de in artikel 11, lid 1, bedoelde beleidsvoorwaarden beoordeeld.
3.
Uiterlijk op 31 december 2031 zal de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een evaluatieverslag indienen, met daarin een beoordeling van de resultaten en de doelmatigheid van de herstelbetalingslening uit hoofde van deze verordening en van de mate waarin deze tot de doelstellingen van de bijstand heeft bijgedragen.
Artikel 33
Wijziging van Verordening (EU) 2024/792
Verordening (EU) 2024/792 wordt als volgt gewijzigd:
1. aan artikel 6, lid 4, wordt de volgende alinea toegevoegd:
“De bedragen die op grond van artikel 8, lid 2, punt a), ii), van Verordening (EU) [Reparations Loan Regulation] beschikbaar worden gesteld, worden overeenkomstig hoofdstuk III uitgevoerd als aanvullende financiële steun in de vorm van leningen en komen bovenop de in de leden 2 en 3 bedoelde bedragen.”;
2. aan artikel 22, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:
“Na vaststelling van het in artikel 19, lid 1, bedoelde uitvoeringsbesluit van de Raad met betrekking tot het in artikel 6, lid 4, tweede alinea, bedoelde bedrag, sluit de Commissie een wijziging van of addendum op een leningsovereenkomst met Oekraïne als bedoeld in de eerste alinea, om de uitvoering van de bedragen overeenkomstig hoofdstuk III te waarborgen, met uitzondering van de regels inzake de looptijd en terugbetaling van de lening, waarop de voorschriften van Verordening (EU) [Reparations Loan Regulation] van toepassing zijn”.
Artikel 34
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter
FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
1.2.Betrokken beleidsterreinen
1.3.Doelstellingen
1.3.1.Algemene doelstellingen
1.3.2.Specifieke doelstellingen
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen
1.3.4.Prestatie-indicatoren
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
1.5.2.Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “meerwaarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
1.6.Duur van het voorstel/initiatief en van de financiële gevolgen ervan
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
2.2.Beheers- en controlesystemen
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting
3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten
3.2.3.3.Totaal kredieten
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten
3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op investeringen die met digitale technologie samenhangen
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
3.2.7.Bijdragen van derden
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
4.Digitale dimensies
4.1.Voorschriften met digitale relevantie
4.2.Data
4.3.Digitale oplossingen
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de herstelbetalingslening aan Oekraïne en tot wijziging van Verordening (EU) 2024/792 van het Europees Parlement en de Raad van 29 februari 2024 tot instelling van de faciliteit voor Oekraïne
1.2.Betrokken beleidsterreinen
Economische en Financiële Zaken en steun voor de Defensie-industrie
1.3.Doelstellingen
1.3.1.Algemene doelstellingen
Vaststelling van de herstelbetalingslening aan Oekraïne en beschikbaarstelling van financiële en economische bijstand aan Oekraïne om het land te ondersteunen bij het dekken van zijn financieringsbehoeften, die met name het gevolg zijn van de Russische aanvalsoorlog en het feit dat Rusland de verschuldigde herstelbetalingen niet betaalt. De herstelbetalingslening voorziet in financiële en economische bijstand aan Oekraïne die op voorspelbare, continue, ordelijke, flexibele en tijdige wijze wordt verstrekt.
1.3.2.Specifieke doelstellingen
Ondersteuning van de macrofinanciële stabiliteit in Oekraïne door zijn problemen inzake externe en interne financiering te verlichten, en ondersteuning van de industriële defensiecapaciteiten van Oekraïne door middel van economische, financiële en technische samenwerking.
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen
Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.
Oekraïne zal voldoende en voortdurende financiële steun krijgen als reactie op en na de huidige crisis. De herstelbetalingslening zal naar verwachting helpen om te voorzien in de begrotings- en defensiebehoeften van Oekraïne voor de nabije toekomst.
1.3.4.Prestatie-indicatoren
Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten.
De autoriteiten van Oekraïne zullen regelmatig verslag moeten uitbrengen over de uitvoering van eerder verleende bijstand in het kader van de herstelbetalingslening. De diensten van de Commissie onderhouden nauwe contacten met het donorcoördinatieplatform om te profiteren van de inzichten naar aanleiding van de lopende activiteiten van de betrokken donoren.
Wat de doelstelling van het verlichten van de financieringsproblemen betreft, moeten de Oekraïense autoriteiten vóór de uitbetaling van de tranche van de macrofinanciële bijstand een verslag indienen over de naleving van de overeengekomen beleidsvoorwaarden. De diensten van de Commissie zullen ook na de operationele beoordeling van de financiële en administratieve procedures in Oekraïne, die in juni 2020 is verstrekt, toezicht blijven houden op het beheer van de overheidsfinanciën.
Er wordt een jaarlijks verslag aan het Europees Parlement en de Raad voorzien over de uitvoering van deze verordening. De Commissie zal een ex-postevaluatie van de herstelbetalingslening uitvoeren.
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:
☒ een nieuwe actie
¨ een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie
¨ de verlenging van een bestaande actie
¨ de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
Voor de uitvoering van de herstelbetalingslening zal de Commissie met Oekraïne een overeenkomst voor de herstelbetalingslening sluiten waarin de financiële voorwaarden van de herstelbetalingslening nader worden omschreven.
De Commissie zal met elke lidstaat die een garantie verstrekt een garantieovereenkomst sluiten, waarin de regels voor de garantie, die voor alle lidstaten gelijk zijn, worden vastgelegd. Dergelijke garanties kunnen ook door derde landen worden verstrekt.
Zodra de overeenkomst voor de herstelbetalingslening en de nodige garanties van kracht zijn, zullen de uitbetalingen van de herstelbetalingslening afhankelijk worden gesteld van de indiening en de positieve beoordeling van een Oekraïense financieringsstrategie. Voorts moet voor begrotingssteun een memorandum van overeenstemming (MoU) worden gesloten tussen de Commissie en de Oekraïense autoriteiten. De uitbetalingen zullen dan afhankelijk worden gesteld van relevante voorwaarden voor zowel begrotingssteun als bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteiten van Oekraïne.
De herstelbetalingslening zal door de Commissie worden beheerd. Daarbij zijn met het Financieel Reglement strokende specifieke bepalingen ter preventie van fraude en andere onregelmatigheden van toepassing, waaronder de bepalingen voor het beschermen van de financiële belangen van de EU zoals vastgelegd in de kaderovereenkomst krachtens Verordening (EU) 2024/792. De Commissie en de Oekraïense autoriteiten moeten een akkoord bereiken over een MoU met daarin rapportageverplichtingen.
1.5.2.Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “meerwaarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
Redenen voor optreden op EU-niveau (ex ante): Dit voorstel beantwoordt aan de behoefte aan een gemeenschappelijke respons bij het op adequate schaal steunen van Oekraïne, een behoefte die onvoldoende kan worden verwezenlijkt door de lidstaten alleen en derhalve beter door de EU kan worden verwezenlijkt. De belangrijkste redenen zijn de begrotingscapaciteit en de budgettaire beperkingen op nationaal niveau en de noodzaak van een sterke coördinatie om de omvang en de doeltreffendheid van de steun te maximaliseren en tegelijkertijd de belasting van de bestuurlijke capaciteit van de Oekraïense autoriteiten, die in de huidige omstandigheden sterk onder druk staat, te beperken.
Het initiatief maakt deel uit van de doelstelling van de EU om steun te verlenen aan Oekraïne en versterkt de acties van de Unie ter ondersteuning van de economie en defensie, alsook de initiatieven van de Unie om multilaterale acties te coördineren.
Verwachte meerwaarde van de EU (ex-post): De verwachte meerwaarde van de EU, met name in vergelijking met andere EU-instrumenten, bestaat erin de macrofinanciële stabiliteit snel te ondersteunen door de problemen inzake externe en interne financiering van Oekraïne te verlichten en de industriële defensiecapaciteiten van Oekraïne te ondersteunen, binnen een passend kader voor rapportageverplichtingen.
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
Eerdere macrofinanciële-bijstandsoperaties zijn onderworpen aan ex-postevaluaties. Uit eerdere ex-postevaluaties van vorige macrofinanciële-bijstandsoperaties voor Oekraïne is gebleken dat deze over het algemeen zeer relevant waren wat betreft de doelstellingen, het budget en de beleidsdoelstellingen ervan. Zij zijn van cruciaal belang gebleken om Oekraïne te ondersteunen bij het aanpakken van zijn betalingsbalansproblemen en het doorvoeren van cruciale structurele hervormingen om de economie te stabiliseren en de houdbaarheid van zijn externe positie te verbeteren. Zij maakten begrotingsbesparingen en financiële voordelen mogelijk en fungeerden als katalysator voor aanvullende financiële steun en vertrouwen van investeerders.
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
Het voorstel is verenigbaar met de maxima van het meerjarig financieel kader 2021-2027. De herstelbetalingslening is ook verenigbaar met de lopende financiële steun aan Oekraïne via het samenwerkingsmechanisme voor leningen aan Oekraïne en de daarmee verband houdende bilaterale ERA-leningen van de G7.
De middelen voor de herstelbetalingslening zullen worden gefinancierd door leningen die worden opgenomen via een specifiek soort schuldinstrument dat de Commissie en de betrokken financiële instellingen samen hebben opgezet. Dergelijke leningen zullen worden gegarandeerd door de lidstaten en mogelijk ook door derde landen. Met het oog op de financiële risico’s en de budgettaire dekking mogen geen voorzieningen worden gevormd voor de steun in de vorm van leningen in het kader van deze verordening, die boven de maxima moet worden gegarandeerd, en mag, in afwijking van artikel 214, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, geen voorzieningspercentage worden vastgesteld.
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
Door gebruik te maken van leningen die worden gefinancierd door bij financiële instellingen in de Unie kasmiddelen te lenen, die zich accumuleren omdat transacties met betrekking tot de activa en reserves van de centrale bank van Rusland niet zijn toegestaan, verhoogt deze operatie de doeltreffendheid van de financiële respons van de EU en biedt zij de meest kostenefficiënte optie. Andere opties, zoals subsidies van de lidstaten of leningen van de Unie die worden ondersteund door bijdrageovereenkomsten van de lidstaten, zouden naar verwachting begrotingskosten voor de lidstaten met zich meebrengen.
1.6.Duur van het voorstel/initiatief en van de financiële gevolgen ervan
☒ beperkte geldigheidsduur
–☒
van kracht van 1/12/2025 tot en met 31/12/2030, met uitzondering van de bijstand die als begrotingssteun is aangemerkt, die beschikbaar is tot en met 31/12/2055.
–
financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.
onbeperkte geldigheidsduur
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting
☒ Direct beheer door de Commissie
–☒ door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie
–
door de uitvoerende agentschappen
Gedeeld beheer met de lidstaten
Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:
– derde landen of de door hen aangewezen organen
– internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)
– de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds
– de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen
– publiekrechtelijke organen
– privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling
–in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.
Opmerkingen
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
De toezichts- en verslagleggingsverplichtingen van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 zijn van toepassing.
Het toezicht op de actie door de diensten van de Commissie zal plaatsvinden op basis van de uitvoering van eerder verleende bijstand in het kader van de herstelbetalingslening.
Voorts zal bij het toezicht op de actie rekening worden gehouden met de specifieke maatregelen die met de Oekraïense autoriteiten in het MoU moeten worden overeengekomen. De Commissie zal de vooruitgang van de in het MoU vastgestelde beleidsvoorwaarden controleren. De Commissie zal het Europees Parlement en de Raad van de uitkomsten van die controle in kennis stellen.
Tot slot zal bij het toezicht op de actie rekening worden gehouden met de samenwerking met de Oekraïense autoriteiten, met inbegrip van de desbetreffende verzoeken om middelen en de daarin vervatte informatie, met betrekking tot de bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteiten van Oekraïne.
Om ervoor te zorgen dat het Europees Parlement en de Raad de uitvoering van deze verordening kunnen volgen, moet de Commissie hen regelmatig inlichten over ontwikkelingen met betrekking tot bijstand van de Unie aan Oekraïne uit hoofde van deze verordening en hun de relevante documenten daarover verstrekken.
De Commissie moet de toereikendheid van dergelijke verslagleggings- en toezichtseisen regelmatig evalueren en daarover verslag uitbrengen aan het Europees Parlement en de Raad, teneinde transparantie en verantwoordingsplicht te waarborgen.
Uiterlijk op 31 december 2031 zal de Commissie bij het Europees Parlement en de Raad een ex-postevaluatieverslag indienen, met daarin een beoordeling van de resultaten en de doelmatigheid van de herstelbetalingslening uit hoofde van deze verordening en van de mate waarin deze tot de doelstellingen van de bijstand heeft bijgedragen.
2.2.Beheers- en controlesystemen
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
De uit hoofde van dit voorstel te financieren acties zullen in direct beheer door de Commissie worden uitgevoerd. De financiële steun in het kader van de herstelbetalingslening zal door de Commissie beschikbaar worden gesteld, onder voorbehoud van de beschikbaarheid van garanties van de lidstaten. De vrijgave van de fondsen kan in de loop van 2026, 2027 en daarna soepel worden georganiseerd. Om het liquiditeitsbeheer van de lidstaten te vergemakkelijken en de voorspelbaarheid te waarborgen in gevallen waarin een beroep wordt gedaan op de garantie, moet de Commissie een liquiditeitsmechanisme instellen.
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken
De Commissie heeft toegang tot informatie, met inbegrip van gerubriceerde informatie, die strikt noodzakelijk is voor de uitvoering van de haar bij deze verordening toegekende taken, met name de verificatie van de voorwaarden voor de uitbetaling van betalingen en voor de uitvoering van controles, evaluaties, audits, onderzoeken, rapporten alsook voor de controles en audits, als bedoeld in artikel 20.
Om de financiële belangen van de Unie in verband met de herstelbetalingslening te beschermen, moet de tussen de Commissie en de Oekraïense autoriteiten te sluiten overeenkomst voor de herstelbetalingslening bepalingen bevatten die zijn afgestemd op de rechten, verantwoordelijkheden en verplichtingen waarin de kaderovereenkomst uit hoofde van de faciliteit voor Oekraïne voorziet. Oekraïne zal dezelfde beheers- en controlesystemen gebruiken als voorgesteld in het bij Verordening (EU) 2024/792 ingestelde Oekraïneplan.
Oekraïne zal maandelijkse verslagen moeten indienen met informatie over alle betalingen. Oekraïne zal een speciale rekening openen die uitsluitend bestemd is voor het beheer van de financiële en economische bijstand die wordt ontvangen ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteiten van Oekraïne. Alle vereiste betalingen van opdrachten of overeenkomsten voor bijstand ter ondersteuning van de industriële defensiecapaciteiten van Oekraïne zullen via deze rekening worden verricht. De Commissie zal het recht krijgen om toezicht op deze rekening te houden.
Bovendien kan de Unie, indien wordt vastgesteld dat Oekraïne zich schuldig heeft gemaakt aan fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten met betrekking tot het beheer van de herstelbetalingslening, ten nadele van de financiële belangen van de Unie, eisen dat de herstelbetalingslening vervroegd wordt terugbetaald.
Om de risico’s in verband met vertrouwelijkheid van informatie het hoofd te bieden, moet gerubriceerde informatie die in het kader van deze verordening wordt gegenereerd, verwerkt, opgeslagen, uitgewisseld of gedeeld, worden beschermd overeenkomstig de veiligheidsvoorschriften van Besluit (EU, Euratom) 2015/444 van de Commissie of de Overeenkomst tussen de lidstaten van de Europese Unie, in het kader van de Raad bijeen, betreffende de bescherming van in het belang van de Europese Unie uitgewisselde gerubriceerde informatie, naargelang het geval. De Commissie moet een beveiligd uitwisselingssysteem gebruiken voor de uitwisseling van gerubriceerde informatie en gevoelige informatie tussen de Commissie en Oekraïne en, waar passend, met de lidstaten.
De Commissie moet een beveiligd uitwisselingssysteem gebruiken voor de uitwisseling van gerubriceerde informatie en gevoelige informatie tussen de Commissie en Oekraïne en, waar passend, met de lidstaten.
2.2.3. Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)
De bestaande controlesystemen hebben tot dusver gezorgd voor een effectief foutenpercentage van 0 % voor betalingen van het type MFB. Er zijn geen gevallen bekend van fraude, corruptie of onwettige activiteit. De operaties hebben een duidelijke interventielogica, waardoor de Commissie het effect ervan kan evalueren. Door de controles kan zekerheid worden verkregen en kan worden nagegaan of de beleidsdoelstellingen en -prioriteiten zijn gehaald.
Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
Om ervoor te zorgen dat de financiële belangen van de Unie in verband met de herstelbetalingslening op efficiënte wijze worden beschermd, moet Oekraïne op grond van de tussen de Commissie en de Oekraïense autoriteiten te sluiten overeenkomst voor de herstelbetalingslening gebruikmaken van dezelfde beheers- en controlesystemen als die welke zijn voorgesteld in het Oekraïneplan dat is ingesteld bij Verordening (EU) 2024/792 en op 20 juni 2024 in werking is getreden, en moeten passende maatregelen worden genomen met betrekking tot de preventie en bestrijding van fraude, corruptie en andere onregelmatigheden in verband met de bijstand. Hiermee zullen ook, overeenkomstig het Financieel Reglement, de nodige rechten en toegang worden verleend aan de Commissie, het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF), de Europese Rekenkamer en, in voorkomend geval, het Europees Openbaar Ministerie, ook door derden die betrokken zijn bij de besteding van middelen van de Unie tijdens en na de beschikbaarheidsperiode van de herstelbetalingslening. Oekraïne moet ook onregelmatigheden met betrekking tot het gebruik van de middelen aan de Commissie melden, overeenkomstig de procedures van de kaderovereenkomst uit hoofde van de faciliteit voor Oekraïne.
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven
·Bestaande begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1 a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2 a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
(referentiebedrag)
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
7
|
“Administratieve uitgaven”
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
11,554
|
11,554
|
23,108
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,659
|
0,659
|
1,318
|
|
TOTAAL
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
12,213
|
12,213
|
24,426
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,000
|
0,000
|
12,213
|
12,213
|
24,426
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
|
Vastleggingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1 a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2 a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader (referentiebedrag)
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
7
|
“Administratieve uitgaven”
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
11,554
|
11,554
|
23,108
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,659
|
0,659
|
1,318
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
12,213
|
12,213
|
24,426
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,000
|
0,000
|
12,213
|
12,213
|
24,426
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
|
Vastleggingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)
Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Vermeld doelstellingen en outputs
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
|
OUTPUTS
|
|
|
Soort
|
Gem. kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Totaal aantal
|
Totale kosten
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
11,554
|
11,554
|
23,108
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,659
|
0,659
|
1,318
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
12,213
|
12,213
|
24,426
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
12,213
|
12,213
|
24,426
|
3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten
|
EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.3.3.Totaal kredieten
|
TOTAAL
GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
11,554
|
11,554
|
23,108
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,659
|
0,659
|
1,318
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
12,213
|
12,213
|
24,426
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
12,213
|
12,213
|
24,426
|
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
Raming in voltijdequivalenten (vte’s)
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
44
|
44
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
10
|
10
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in vte’s)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
2
|
2
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- centrale diensten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
56
|
56
|
3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten
|
EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in voltijdequivalenten)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- centrale diensten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften
|
TOTAAL GOEDGEKEURDE KREDIETEN + EXTERNE BESTEMMINGSONTVANGSTEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
44
|
44
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
10
|
10
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in voltijdequivalenten)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
2
|
2
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- centrale diensten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
56
|
56
|
12 posten en 2 vte’s zullen afkomstig zijn van herschikkingen uit de beperkte herschikkingspool van de Commissie.
Voor de uitvoering van dit voorstel zijn 42 extra posten nodig in aanvulling op de personeelsformatie, die allemaal moeten worden gefinancierd uit rubriek 7, bovenop de vaste personeelsbezetting. Als onderdeel van de wetgevingsprocedure zal hiertoe een verklaring worden voorgesteld.
Al het personeel wordt gefinancierd uit rubriek 7.
Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):
|
|
Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie
|
Uitzonderlijk aanvullend personeel*
|
|
|
|
Te financieren uit rubriek 7 of onderzoek
|
Te financieren uit BA-onderdeel
|
Te financieren uit vergoedingen
|
|
Personeelsformatieposten
|
12 posten
|
42 posten
|
n.v.t.
|
|
|
Extern personeel (AC, END, INT)
|
2 CA
|
|
|
|
Beschrijving van de uit te voeren taken door:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel
|
54 ambtenaren en tijdelijke functionarissen voor:
-Programmering/deskundigengroep/comité
-Uitvoering: horizontale taken, thematische/technische expertise voor EU- en UA-desk
-Oekraïense financieringsstrategie
-Werkzaamheden op het gebied van macrofinanciële bijstand
-Controle
-Juridische werkzaamheden
-Ontwerp van financiële procedures
-Boekhoudkundige taken
-Houdbaarheid van de marge
-Kortlopende leningen (om financiële instellingen terug te betalen) en langerlopende schulden
-Cash calls, afwikkelingsrapportage enz.
-Contractbeheer
|
|
Extern personeel
|
2 vte’s ter ondersteuning van de werkzaamheden voor programmering/deskundigengroep/comité
|
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op investeringen die met digitale technologie samenhangen
Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.
De kredieten onder rubriek 7 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.
De kredieten onder de rubrieken 1 t/m 6 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat gebruikt moet worden voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag enz.). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in deel 4, “Digitale dimensies”.
|
TOTAAL Digitale en IT-kredieten
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
IT-uitgaven (algemeen)
|
0,000
|
0,000
|
0,443
|
0,443
|
0,886
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,443
|
0,443
|
0,886
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,443
|
0,443
|
0,886
|
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
Het voorstel/initiatief:
–
kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)
–
vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening
–
vereist een herziening van het MFK
3.2.7.Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
–voorziet niet in medefinanciering door derden
☒voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd: bijdragen van derde landen zijn mogelijk, maar niet verplicht, aangezien het voorstel gebaseerd is op garanties van de lidstaten. Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Totaal
|
|
Medefinancieringsbron
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL medegefinancierde kredieten
|
|
|
|
|
|
3.3.
Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
–
voor de eigen middelen
–
voor overige ontvangsten
–
geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:
|
Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten
|
Gevolgen van het voorstel/initiatief
|
|
|
|
Jaar 2024
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
|
Post 6642 Samenwerkingsmechanisme voor leningen aan Oekraïne – Bestemmingsontvangsten
|
|
|
|
|
|
Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.
Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).
4.Digitale dimensies
4.1.Voorschriften met digitale relevantie
|
Het initiatief biedt ondersteuning aan een derde land en voorziet niet in nieuwe digitale overheidsdiensten op EU-niveau voor natuurlijke of rechtspersonen binnen de Unie. Niettemin ondersteunen digitale elementen de herstelbetalingslening, waarbij voor het beheer van de financiële bijstand, de ondersteuning van het industriële defensievermogen en leeninitiatieven informatie-uitwisseling, verificatie, opslag en, in voorkomend geval, informatieverstrekking aan de Raad en het Europees Parlement vereist zijn.
V1 – Digitale processen voor financiering en uitvoering (hoofdstuk V, met name artikel 27)
Beschrijving: elektronische verzending van verslagen, verklaringen of ondersteunende documenten via beveiligde kanalen en systemen van de Commissie voor workflows zoals verzoeken, verificaties, uitvoeringsbesluiten of uitbetalingen.
Belanghebbenden: diensten van de Commissie en de Raad; begunstigde autoriteiten, en de EDEO voor het toezicht op de in artikel 5 vastgestelde voorafgaande voorwaarden.
Processen: verslaglegging, toezicht, financieel beheer, informatie-uitwisseling.
V2 – Beheer van de ondersteuning van het industriële defensievermogen (hoofdstuk IV, met name artikel 16)
Beschrijving: De begunstigde autoriteiten moeten digitale documentatie indienen waaruit de vooruitgang op het gebied van ondersteunde industriële defensievermogens blijkt, aan de hand van standaardmodellen van de Commissie die geautomatiseerde verificatie mogelijk maken.
Belanghebbenden: begunstigde autoriteiten; diensten van de Commissie.
Processen: toezicht op de uitvoering en validering van aanbestedingen overeenkomstig de verordening.
V3 – Beheer van garantiebijdragen van de lidstaten en eventuele derde landen (met name hoofdstuk V, artikelen 25, 26 en 27)
Beschrijving: De lidstaten en in aanmerking komende derde landen dienen, in voorkomend geval, informatie over garantietoezeggingen en daarmee verband houdende financiële gegevens in via beveiligde elektronische kanalen, zodat de Commissie een actueel digitaal register van bijdragen kan bijhouden.
Belanghebbenden: diensten van de Commissie; lidstaten; mogelijk bijdragende derde landen.
Processen: kennisgeving; registerbeheer; financieel toezicht.
V4 – Uitwisseling met het Europees Parlement en de Raad, onder meer van voor audits relevante informatie (met name hoofdstuk VI, artikelen 31 en 32)
Beschrijving: De Commissie moet het Europees Parlement en de Raad waar nodig via beveiligde systemen verslagen en gevoelige informatie verstrekken.
Belanghebbenden: diensten van de Commissie; Europees Parlement; Raad; begunstigde autoriteiten (upstream).
Processen: verslaglegging; uitwisseling van auditinformatie; verzending van gerubriceerde/gevoelige documenten.
|
4.2.Data
|
Voor V1-V4 omvatten de data financiële cijfers, uitbetalingsdocumentatie, data over industriële defensievermogens, data over garantiebijdragen en andere informatie (met inbegrip van potentieel gevoelig/gerubriceerd materiaal).
De data-uitwisseling is doelgebonden, minimaal en interoperabel en wordt uitgevoerd via bestaande beveiligde EU-systemen, waarbij dubbele dataverzameling wordt vermeden, in overeenstemming met de Europese datastrategie.
Bestaande datasets en rapportagekanalen van de Commissie zullen worden hergebruikt. Het is de bedoeling dat data die reeds zijn ingediend in verband met uitbetalingen of toezicht, niet opnieuw worden opgevraagd, in overeenstemming met het eenmaligheidsbeginsel.
Verstrekkers: begunstigde autoriteiten (V1-V2); lidstaten/derde landen (V3).
Ontvangers: diensten van de Commissie; Europees Parlement en Raad voor rapportage (V4).
Triggers: rapportagecycli, uitbetalingsverzoeken, kennisgevingen van garanties, auditvereisten.
Frequentie: periodiek (bv. maandelijks of zoals anderszins gedefinieerd in de verordening) en ad hoc voor financiële of auditbehoeften.
|
4.3.Digitale oplossingen
|
Met betrekking tot alle relevante voorschriften met digitale relevantie (V1-4) gebruikt de Commissie een beveiligd uitwisselingssysteem en datamodellen voor de uitwisseling van gerubriceerde en gevoelige informatie tussen de Commissie en Oekraïne en, waar passend, met de lidstaten.
Verantwoordelijkheid: diensten van de Commissie en begunstigde autoriteiten of lidstaten of derde landen, in voorkomend geval.
AI: AI-functionaliteit niet verplicht.
Naleving: Alle systemen moeten voldoen aan het EU-kader voor cyberbeveiliging, eIDAS, de regels voor gegevensbescherming en de regels van de Commissie voor de behandeling van gerubriceerde informatie.
Herbruikbaarheid: Alle digitale oplossingen bouwen voort op de bestaande infrastructuur van de Commissie.
|
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling
|
De verordening vereist veilige uitwisseling van gerubriceerde/gevoelige informatie, toegang van de Commissie tot alle data die nodig zijn voor de in de verordening vastgestelde verplichtingen, met inbegrip van verificatie, en databescherming. Het is de bedoeling dat aan alle verplichtingen wordt voldaan met behulp van de bestaande beveiligde systemen van de Commissie, zonder hiaten in de interoperabiliteit. Dit draagt bij aan V1-V4.
|
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering
|
Aangezien de Commissie het begunstigde land al bijstand verleent uit hoofde van bestaande kaders voor financiële en operationele steun, zijn er geen aanvullende digitale uitvoeringsmaatregelen nodig voor V1, V3 en V4. Voor rapportage over industriële defensievermogens (V2) kan de Commissie op dienstniveau richtsnoeren verstrekken over de digitale modellen en veilige uitwisselingsprocedures om gereedheid en het consistente gebruik door de betrokken partijen te waarborgen.
|