EUROPESE COMMISSIE
Straatsburg, 17.6.2025
COM(2025) 826 final
2025/0826(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot vaststelling van een algemeen kader voor securitisatie en tot instelling van een specifiek kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie
(Voor de EER relevante tekst)
{SEC(2025) 825 final} - {SWD(2025) 826 final} - {SWD(2026) 825 final}
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
De Europese markt voor securitisatie nieuwe impulsen geven kan helpen om het bedrag aan financiering dat voor de reële economie beschikbaar is, te vergroten. Dat is meer dan ooit belangrijk in het huidige economische en geopolitieke klimaat waarin de Unie fors moet investeren om zowel weerbaar en veerkrachtig als concurrerend te blijven. Goed functionerende securitisatiemarkten kunnen bijdragen aan een grotere economische groei en kunnen helpen om de strategische doelstellingen van de Unie, daaronder begrepen investeringen in de groene, digitale en sociale transitie, te financieren doordat banken hierdoor risico’s kunnen overdragen aan partijen die het best geschikt zijn om deze te dragen – en zijzelf hun kapitaal kunnen vrijmaken De verwachting is dat banken dit kapitaal zullen gebruiken om additionele kredieten te verstrekken aan huishoudens en bedrijven, waaronder ook het midden- en kleinbedrijf (“mkb”). Door het risico te herverdelen binnen het ruimere financiële stelsel kan securitisatie beleggers op de kapitaalmarkt ook meer beleggingskansen bieden. Het huidige EU-securitisatieraamwerk belet de EU-economie om de vele vruchten te plukken die securitisatie kan bieden.
De rapporten van Enrico Letta en Mario Draghi hebben securitisatie aanbevolen als een middel waardoor banken in de Europese Unie meer krediet kunnen verstrekken voor de financiering die nodig is voor EU-prioriteiten, waaronder defensie – en zo diepere kapitaalmarkten te creëren, de spaar- en investeringsunie uit te bouwen en het concurrentievermogen van de EU te versterken.
De Europese Raad heeft de Europese Commissie gevraagd maatregelen te identificeren om de Europese securitisatiemarkt te herstarten, “onder meer via wijzigingen in de regelgeving en de prudentiële vereisten, met gebruikmaking van de beschikbare manoeuvreerruimte”, en om snel – in 2025 – met een voorstel voor een herzien securitisatieraamwerk te komen. Ook hebben talrijke stakeholders, zoals emittenten, beleggers en toezichthouders, opgeroepen om de barrières weg te werken die de ontwikkeling van de EU-securitisatiemarkt verhinderen.
Het EU-securitisatieraamwerk is opgetuigd in de nasleep van de financiële crisis van 2008 en wilde een antwoord bieden op zorgen over risicovolle securitisaties in de VS. Op dat moment werden strenge eisen noodzakelijk geacht om de reputatie te herstellen van de securitisatiemarkt die te lijden had van ontoereikende bescherming en een ernstig gebrek aan vertrouwen van beleggers. Nu passende garanties stevig zijn verankerd in de organisatie van de markt en securitisatie het beleggersvertrouwen aan het terugwinnen is, moet een nieuw evenwicht worden gezocht tussen garanties en groeikansen – zowel voor beleggingen als uitgiften. De ervaring met het raamwerk leert dat dit raamwerk te voorzichtig is en het potentiële gebruik van securitisatie in de EU beperkt. Hoge operationele kosten en al te voorzichtige kapitaalvereisten houden vele emittenten en beleggers weg van de securitisatiemarkt.
De herziening beoogt erkenning te geven zowel aan de risicomitigerende elementen die in de EU-regelgevings- en toezichtskaders voor securitisatie zijn ingevoerd – en die risico’s verbonden aan securitisatietransacties aanzienlijk hebben verminderd –, als aan de goede kredietprestaties van EU-securitisaties. Dit voorstel draagt bij aan de prioriteit “Een nieuw plan voor duurzame welvaart en concurrentievermogen in Europa” die de Commissie voor de periode 2024-2029 heeft bepaald. Het voorstel is een onderdeel van de spaar- en investeringsunie, die een hoeksteen is van het mandaat van de Commissie voor de periode 2024-2029, en is het eerste wetgevingsinitiatief in het kader van de spaar- en investeringsunie. Tegelijk is het belangrijk om te erkennen dat de herziening van het securitisatieraamwerk geen wondermiddel is. De spaar- en investeringsunie is een project dat met een breed scala van andere en complementaire maatregelen zijn doelstelling waarmaakt. Niettemin verwacht de Europese Commissie dat de voorgenomen aanpassingen van de niet-prudentiële en prudentiële vereisten in dit pakket financiële instellingen ertoe zullen brengen om meer activiteiten te ontplooien op het gebied van securitisatie en – belangrijker nog – om het toetsingsvermogen dat daardoor vrijvalt (capital relief), te gebruiken voor additionele kredietverlening.
De voorgestelde herziening van het EU-securitisatieraamwerk wil ongewenste hinderpalen voor uitgifte en beleggingen op de EU-securitisatiemarkt opruimen, meer bepaald door:
·het verminderen van onnodige operationele kosten voor emittenten en beleggers, gecompenseerd door adequate normen inzake transparantie, beleggersbescherming en toezicht;
·het aanpassen van het prudentiële raamwerk voor banken en verzekeraars, om beter rekening te houden met daadwerkelijke risico’s, en het schrappen van onnodige prudentiële kosten bij uitgifte van en belegging in securitisaties, zonder dat een en ander ten koste gaat van de financiële stabiliteit.
De belangrijkste garanties die het raamwerk biedt voor financiële stabiliteit (risicobehoud, verbod op hersecuritisatie, robuuste normen voor kredietverlening), worden niet door deze hervorming geraakt. Bovendien gaan de voorgestelde veranderingen vergezeld van aanpassingen aan het toezichtskader die convergentie in het toezicht verbeteren en ervoor zorgen dat het toezichtskader geschikt is voor een groeiende EU-securitisatiemarkt.
De herziening van het EU-securitisatieraamwerk wil ongewenste obstakels opruimen die een rem zetten op de groei en ontwikkeling van de EU-securitisatiemarkt, zonder echter risico’s te doen ontstaan voor financiële stabiliteit, marktintegriteit of beleggersbescherming. Om dit doel te bereiken zijn de voorgestelde hervormingen zorgvuldig gericht op het wegwerken van specifieke hinderpalen voor uitgifte en (niet-bancaire) beleggingen. De herziening houdt wijzigingen van vier wetgevingshandelingen in:
·een wetgevingsvoorstel tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad (“de securitisatieverordening”), die productregels en gedragsregels voor emittenten en beleggers vastlegt;
·een voorstel tot wijziging van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad (“de verordening kapitaalvereisten” of “VKV”), die de kapitaalvereisten bepaalt voor banken die securitisaties aanhouden en daarin belegd zijn, alsmede
·wijzigingen van twee gedelegeerde verordeningen: de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie (“gedelegeerde handeling liquiditeitsdekkingsratio (LCR)”), die de criteria bepaalt voor de opname van activa in de liquiditeitsbuffer van banken, en de Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/35 van de Commissie (“gedelegeerde Solvency II (SII)-handeling”), die kapitaalvereisten voor (her)verzekeringsondernemingen bepaalt.
De beoogde wijzigingen dienen om gerichte verbeteringen aan te brengen in het raamwerk – niet om het ingrijpend te herzien. Die veranderingen moet als één pakket worden bezien, aangezien geen van de individuele onderdelen ervan op zich de beoogde uitkomst zal opleveren. De elementen van het pakket acteren op zowel vraag- als aanbodzijde van de markt en versterken elkaar om zo de beoogde impact creëren. Het stroomlijnen van rapportagevereisten en het verlagen van kapitaalvereisten zullen beide de toegangsdrempels verlagen en het voor banken goedkoper maken om securitisaties te initiëren. Het vereenvoudigen van de due diligence en het aanpassen van de kapitaalopslagen en liquiditeitsbehandeling zullen het eenvoudiger en aantrekkelijker maken om in securitisatie te beleggen. Een ruimere en dynamischere beleggersbasis zal ook aanzetten tot meer uitgiften. De EU-securitisatiemarkt nieuwe impulsen geven is een complexe kwestie die aanpassingen in diverse onderdelen van het raamwerk vereist om vraag en aanbod op de securitisatiemarkt te stimuleren.
Regelgeving alleen kan slechts voor een deel helpen om de ontwikkeling van deze markt te stimuleren: ook marktdeelnemers hebben een rol te spelen en moeten hun bijdrage leveren, bijvoorbeeld door mee te gaan in standaardisering en sectorbrede initiatieven voor specifieke segmenten. Zonder inspanningen van marktdeelnemers, zal het opschalen van de markt niet mogelijk zijn.
Diverse inputs zijn in deze herziening meegenomen, waaronder het
EBA-rapport van 2020 over de significante risico-overdracht (SRT)
, het
ESRB-rapport van 2020 over de monitoring van systeemrisico’s op de EU-securitisatiemarkt
, het
rapport van de Commissie van 2022 over de securitisatieverordening
, het
advies van het Gemengd Comité van de ESA’s van 2022 over het prudentiële raamwerk
, de
gerichte consultatie van 2024 over het functioneren van het EU-securitisatieraamwerk
en het verslag van het Gemengd Comité van 2025 over de implementatie en het functioneren van het securitisatieraamwerk. De Commissie heeft ook diverse bilaterale bijeenkomsten gehouden met stakeholders en heeft in juli 2024 een workshop georganiseerd om te overleggen over standpunten van stakeholders over het EU-securitisatieraamwerk.
Wat timing betreft, de wijzigingen van de securitisatieverordening en de verordening kapitaalvereisten worden door de Commissie samen vastgesteld. Op diezelfde dag zouden de ontwerp-wijzigingen van de gedelegeerde verordening liquiditeitsdekkingsratio op “Uw mening telt!” worden gepubliceerd voor een consultatie van vier weken. De Commissie is voornemens ontwerpwijzigingen van de gedelegeerde Solvency II-verordening vast te stellen in het kader van een ruimer pakket wijzigingen van die verordening, dat naar verwachting in de tweede helft van juli dit jaar ter consultatie zal worden gepubliceerd.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
De herzieningen van de niet-prudentiële bepalingen van het EU-securitisatieraamwerk in het kader van de securitisatieverordening maken deel uit van een ruimer wetgevingspakket dat wijzigingen omvat van de verordening kapitaalvereisten, van de gedelegeerde handeling liquiditeitsdekkingsratio en van de gedelegeerde Solvency II-handeling. De voorgestelde wijzigingen zijn opgesteld om coherentie te verzekeren tussen de verschillende stukken wetgeving en met dezelfde algemene doelstelling voor ogen.
Het huidige voorstel stemt de bepaling over het delegeren van due-diligencetaken af op die in Richtlijn 2011/61/EU van het Europees Parlement en de Raad (“AIFM-richtlijn”).
Naast de wetgevingswijzigingen in dit pakket overweegt de Commissie ook om de limiet voor emittenten in de instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe’s) in Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad (“icbe-richtlijn”) te wijzigen in het kader van de op stapel staande algehele herziening van de icbe-richtlijn. De icbe-richtlijn legt een limiet op aan icbe-fondsen om niet meer dan 10 % van de schuldeffecten van eenzelfde uitgevende instelling te verwerven. In het geval van securitisatie betekent dit dat icbe-fondsen slechts tot 10 % in eenzelfde securitisatie-uitgifte mogen beleggen aangezien het securitisatievehikel zelf als de emittent wordt beschouwd.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
Door het EU-securitisatieraamwerk minder omslachtig te maken, en meer op beginselen te baseren, draagt het voorliggende voorstel ook bij tot de huidige Commissiebrede inspanningen om regeldruk te verminderen en het ondernemingsklimaat te vereenvoudigen, zoals de Commissie in haar werkprogramma voor 2025 had aangekondigd.
De herziening van het securitisatieraamwerk sluit ook aan bij de ruimere strategie van de Europese Commissie om de EU-economie nieuwe impulsen in te blazen, zoals geschetst in het
EU-kompas voor concurrentievermogen
. Door ongewenste barrières voor uitgifte en belegging op de EU-securitisatiemarkt op te ruimen, wil de Commissie ervoor zorgen dat de EU-economie kan profiteren van toegenomen kansen om risico te delen en van ruimere financieringsmogelijkheden – en zo de economische groei en het EU-concurrentievermogen ondersteunen.
Een deel van de geconstateerde barrières voor uitgifte en belegging wordt veroorzaakt door hoge operationele kosten in verband met regelgeving. Deze kosten schrappen is dus ook in lijn met de mededeling van de Commissie over een “
eenvoudiger en sneller Europa
”, die de klemtoon legt op het terugdringen van de regeldruk voor zowel huishoudens als bedrijven.
Ten slotte spoort het voorstel ook met de Uniedoelstelling om financiële stabiliteit veilig te stellen door ervoor te zorgen dat securitisatiemarkten transparant, prudent en veerkrachtig functioneren.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De rechtsgrondslag van Verordening (EU) 2017/2402 is artikel 114 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“VWEU”), dat de instellingen van de Europese Unie de bevoegdheid verleent om passende bepalingen vast te stellen die de instelling en de werking van de interne markt betreffen. Het voorstel voert gerichte wijzigingen door in Verordening (EU) 2017/2402 en heeft dus dezelfde rechtsgrondslag.
Met name verleent artikel 114 VWEU het Europees Parlement en de Raad de bevoegdheid om maatregelen vast te stellen inzake de onderlinge aanpassing van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de lidstaten die de instelling en de werking van de interne markt betreffen. Artikel 114 VWEU biedt de Unie ook de mogelijkheid maatregelen te nemen om niet alleen bestaande hinderpalen voor de uitoefening van de fundamentele vrijheden op te ruimen, maar ook om het ontstaan van dergelijke hinderpalen, indien deze voldoende concreet te voorzien zijn, te voorkomen, onder meer wanneer deze het voor marktdeelnemers – zoals beleggers – moeilijk maken om de voordelen van de interne markt ten volle te benutten.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Securitisatieproducten zijn een belangrijk segment van de financiële markten in de Unie, en dragen zo bij aan de financiële integratie van de Unie. Securitisatie verbindt financiële instellingen uit verschillende sectoren van de financiële markten en uit verschillende lidstaten en uit jurisdicties buiten EU. Maar securitisatie kan ook problemen van financiële stabiliteit doen ontstaan wanneer een en ander niet correct wordt gereguleerd. Daarom vereist securitisatie regulering op Unieniveau.
Het doel van dit voorstel is het om het EU-securitisatieraamwerk minder belastend te maken en meer op beginselen te baseren. Wanneer die doelstelling wordt bereikt, zal dat betekenen dat financiële instellingen in de Unie beter in staat zijn om securitisatie te gebruiken als een instrument om EU-kapitaalmarkten te verdiepen, hun risicoprofiel te diversifiëren en op de balans van banken ruimte te maken voor extra kredietverlening aan huishoudens en bedrijven in de EU. Optreden op EU-niveau zorgt ook voor een hoge mate van financiële stabiliteit in de hele Unie. Al met al is het doel daarvan bij te dragen aan een EU-economie die zowel concurrerender als weerbaarder en veerkrachtiger is..
Met name onderzoekt het voorstel een aantal bepalingen over due diligence, transparantie en toezicht. Alleen optreden op EU-niveau kan ervoor zorgen dat op termijn die regelgevingsbepalingen eenvormig worden toegepast en garanties bieden dat er een stevig regelgevingskader bestaat voor de verspreiding en uitoefening van securitisatieactiviteiten in de eengemaakte markt. Dat is van bijzonder belang aangezien het merendeel van de securitisatieactiviteiten in de EU geconcentreerd is in een handvol EU-lidstaten. Een Uniebreed regelgevingskader is van fundamenteel belang om grensoverschrijdende securitisaties te faciliteren, en met name om dit soort activiteit mogelijk te maken in lidstaten waar momenteel al bij al weinig gebruik wordt gemaakt van securitisaties. De mogelijkheden van lidstaten om nationale maatregelen vast te stellen zijn beperkt, aangezien het bestaande EU-securitisatieraamwerk reeds voorziet in een geharmoniseerd geheel van regels op EU-niveau, en wijzigingen op nationaal niveau strijdig zouden zijn met het geldende Unierecht.
•Evenredigheid
De beleidskeuzes in het voorstel worden evenredig geacht, aangezien zij inzetten op centrale thema’s zoals het stroomlijnen van regels inzake transparantie en due diligence, zonder de financiële integriteit of de marktintegriteit in gevaar te brengen. De maatregelen zijn zodanig gekalibreerd dat het raamwerk evenrediger wordt dan thans het geval is en dat zij een gerichte en evenwichtige benadering bieden die uitgifte, belegging en marktvertrouwen stimuleren. De evenredigheid van het voorstel wordt verder onderbouwd in de effectbeoordeling, die een beoordeling van de potentiële kosten en baten maakt, zodat de gekozen maatregelen noodzakelijk en effectief zijn om de overkoepelende doelstellingen van de hervorming te behalen.
Tegelijkertijd gaan de beleidskeuzes niet verder dan hetgeen noodzakelijk is om de verklaarde doelstellingen waar te maken en zien zij af van een fundamentele herziening van het regelgevingskader.
•Keuze van het instrument
Het voorstel is een wijziging van Verordening (EU) 2017/2402 en is dus een voorstel voor een verordening. Geen alternatieve – wetgevende of operationele – middelen kunnen worden gebruikt om de doelstellingen van dit voorstel te behalen.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
Een evaluatie van het securitisatieraamwerk is uitgevoerd voor de periode vanaf de datum dat het securitisatieraamwerk van toepassing werd (1 januari 2019), tot op heden. De reikwijdte ervan omvat het volledige wetgevingskader (securitisatieverordening en de betreffende delen van de VKV, de LCR-gedelegeerde handeling en Solvency II-gedelegeerde handeling die op securitisatietransacties zien).
In lijn met de toolbox voor betere regelgeving gaat de evaluatie na of de doelstellingen van het securitisatieraamwerk in die periode zijn vervuld (doeltreffendheid), of de doelstellingen nog steeds passend zijn (relevantie) en of het raamwerk, rekening houdende met de kosten en baten van de toepassing ervan, erin slaagde om zijn doelstellingen te behalen (efficiëntie). Ook gaat de evaluatie na of het securitisatieraamwerk, in de vorm van wetgeving op Unieniveau, “meerwaarde van de EU” heeft opgeleverd en of het consistent is met andere verwante stukken wetgeving (coherentie). De evaluatie verliep parallel met de effectbeoordeling waarvan het voorstel tot herziening van het securitisatieraamwerk vergezeld gaat.
Conclusie van de evaluatie was dat het securitisatieraamwerk er gedeeltelijk in geslaagd is zijn oorspronkelijke doelstellingen waar te maken. Het heeft de standaardisering van processen en praktijken ondersteund en heeft voor een deel ook onzekerheid over regelgeving aangepakt. Toch is het maar voor een deel erin geslaagd om het stigma weg te nemen dat aan securitisatie kleeft, en om de regelgevingsnadelen voor eenvoudige en transparante securitisatie op te ruimen, ondanks de verbeteringen van de regelgeving die zijn opgezet. Bovendien is het raamwerk er niet in geslaagd om hoge operationele kosten te verlagen en om de securitisatiemarkt in de EU fors op te schalen.
Daardoor was de conclusie van de evaluatie dat meer nodig is om ervoor te zorgen dat securitisatie een betekenisvolle bijdrage kan leveren aan het verbeteren van de financiering van de EU-economie en het verder uitbouwen van de spaar- en investeringsunie. Meer specifiek kwam uit de evaluatie naar voren dat de sterk prescriptieve wettelijke vereisten op het gebied van transparantie en due diligence tot hogere operationele kosten leiden voor emittenten en beleggers in securitisaties, en dat een benadering die meer op beginselen is gebaseerd, misschien beter geschikt is. Het prudentiële raamwerk voor banken en verzekeraars is onvoldoende risicogevoelig en de “non-neutraliteit” van kapitaal is buitensporig hoog voor bepaalde securitisatieposities. Om ongewenste prudentiële hinderpalen weg te werken, is dus een herziening van de prudentiële behandeling van securitisaties noodzakelijk.
•Raadpleging van belanghebbenden
Op 3 juli 2024 heeft de Commissie een securitisatieworkshop georganiseerd waarop vertegenwoordigers van de bankensector/bankenverenigingen, ministeries, de Europese toezichthoudende autoriteiten (ESA’s), het gemeenschappelijke toezichtsmechanisme van de Europese Centrale Bank, de Europese Investeringsbank, verzekeraars, vermogensbeheerders, niet-gouvernementele organisaties en pensioenfondsen waren uitgenodigd om hun standpunten te delen.
Een gerichte publieke consultatie over het functioneren van het EU-securitisatieraamwerk liep van 9 oktober 2024 tot en met 4 december 2024. Daarop zijn 133 reacties ontvangen van uiteenlopende stakeholders. De consultatie was opgedeeld in twaalf afdelingen die bij een breed scala stakeholders die actief zijn op de EU-securitisatiemarkt, peilden of het securitisatieraamwerk zijn doelstellingen inzake veiligheid van de markt, verminderen van de operationele kosten en prudentiële risicogevoeligheid had waargemaakt en blijft waarmaken. De consultatie diende ook om feedback te krijgen over het functioneren van de STS-standaard, de doeltreffendheid van het toezicht en de kansen op een of meer toekomstige securitisatieplatformen. Daarnaast heeft de Commissie een reeks bilaterale bijeenkomsten gehouden met een breed scala van stakeholders die de reeds ontvangen feedback bevestigden.
De feedback die met die consultatie is verzameld, is meegenomen in de evaluatie van het securitisatieraamwerk.
Een verzoek om input (CfE) stond open tussen 19 februari 2025 en 26 maart 2025, waarbij stakeholders om feedback werd gevraagd over de herziening van het securitisatieraamwerk. Stakeholders werd gevraagd hun zienswijze te geven over de analyse van het probleem door de Commissie, en met mogelijke oplossingen te komen, en om relevante informatie te verschaffen. Op dit verzoek kwamen er 34 reacties waarin respondenten hun zienswijze presenteerden. Van deze 34 respondenten hadden er 26 ook geantwoord op de gerichte consultatie van 2024, waarbij hun zienswijze grotendeels gelijk bleef. Punten gemaakt door respondenten die de eerste maal hadden gereageerd, waren ook consistent met de feedback die voordien op de gerichte consultatie was ontvangen.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
Bij het uitwerken van dit voorstel kon worden gebruikgemaakt van uitgebreide deskundige input, zoals consultaties van stakeholders en bijeenkomsten, en van analytische werkzaamheden door de Europese toezichthoudende autoriteiten (“ESA’s”). Meer bepaald hebben de ESA’s in 2021 en 2025, op grond van artikel 44, rapporten van het Gemengd Comité uitgebracht over de implementatie en het functioneren van de securitisatieverordening. Die rapporten keken vooral naar de implementatie van de algemene vereisten die gelden voor securitisaties, zoals riscobehoud, due-diligence- en transparantievereisten, en specifieke vereisten voor STS-securitisatie – afgezet tegen de oorspronkelijke doelstelling van het raamwerk om bij te dragen tot het gezonde herstel van het EU-securitisatieraamwerk.
Nationale autoriteiten zijn geconsulteerd in het kader van de Eurogroepwerkgroep+, het Comité financiële diensten van de Raad en de deskundigengroep banken, betalingen en verzekeringen van de Commissie. Ook hebben diverse lidstaten op de gerichte consultatie geantwoord via hun ministeries van Financiën en hadden zij bilaterale contacten met de Commissie.
•Effectbeoordeling
Om deze herziening voor te bereiden, is een effectbeoordeling opgesteld en is daarover overlegd met een interdepartementale stuurgroep. Het effectbeoordelingsverslag is op 12 maart 2025 voorgelegd aan de Raad voor regelgevingstoetsing. Die raad kwam op 9 april 2025 bijeen. Hij heeft een positief advies uitgebracht en aangedrongen op wijzigingen en extra input op de volgende gebieden: probleemafbakening en onderbouwing; meer details over de onderzochte opties en de daaraan verbonden afruil; verdere beoordeling van de gecombineerde effecten van opties, en met name met betrekking tot hun relatieve risiconiveaus en de effecten op financiële stabiliteit. Voor deze probleempunten is een oplossing gevonden, die nu is verwerkt in de definitieve versie die op de website van de Commissie beschikbaar is en samen met dit voorstel wordt bekendgemaakt.
Beleidsopties voor het volledige pakket zijn geïdentificeerd voor drie centrale thema’s. Onderzocht zijn opties om i) hoge operationele kosten te verlagen, ii) ongewenste prudentiële barrières op te ruimen voor banken die securitisaties uitgeven en daarin beleggen, en ii) voor verzekeraars onnodige prudentiële kosten te schrappen om op de EU-securitisatiemarkt te beleggen. Die beoordeling leverde een “bundel” van voorkeursopties op die, alles samengenomen, geacht werden het beste de verklaarde doelstellingen waar te maken.
Om de hoge operationele kosten (geschat op 780 miljoen EUR per jaar voor de markt als geheel) te verlagen, is zowel een gericht als een ruimer stel maatregelen onderzocht. Die opties houden – in verschillende mate – in dat bepaalde due-diligence- en transparantievereisten worden vereenvoudigd en geschrapt die als overlappend of veel te prescriptief worden beschouwd (bv. schrappen van controlevereisten voor EU-transacties en stroomlijnen van rapportagetemplates). De voorkeursoptie leverde een kostenbesparing van 310 miljoen EUR per jaar op. Evenzo zijn gerichte en ingrijpendere aanpassingen van het bestaande prudentiële raamwerk voor banken onderzocht. Daarbij is vooral gekeken naar aanpassingen van de VKV en de LCR-verordening, om de kapitaalbehandeling van securitisatie voor banken risicogevoeliger te proberen maken, om de securitisaties die in aanmerking komen voor liquiditeitsbuffers van banken te verruimen en om de beoordeling door toezichthouders van transacties die voor een vrijval van toetsingsvermogen in aanmerking komen in het kader van het raamwerk voor significante risico-overdracht (SRT), sneller en coherenter te maken. Een fundamentele herziening van het prudentiële raamwerk voor banken was een andere optie die is onderzocht. Om voor verzekeraars de negatieve prikkels te verwijderen om op de EU-securitisatiemarkt te investeren, zijn drie opties onderzocht, waarbij verlagingen van de kapitaalvereisten voor verzekeraars die in securitisatie beleggen, in uiteenlopende mate en volgens uiteenlopende concrete voorwaarden variëren.
Op basis van de vergelijkende beoordeling in termen van doeltreffendheid, efficiëntie en coherentie is een “voorkeursbundel” van niet-prudentiële en prudentiële maatregelen geselecteerd die voor de EU als het beste traject werden beschouwd om lasten en compliancekosten te verminderen voor emittenten en beleggers, om de securitisatiemarkt nieuwe impulsen te geven en om het concurrentievermogen van het financiële systeem van de EU te versterken. Financiële instellingen in de EU zullen te maken krijgen met een eenvoudigere en minder dure regeling inzake transparantie en due diligence en met een grotere risicogevoeligheid, die aandacht heeft voor het daadwerkelijke risico van beleggingen in securitisaties.
In de effectbeoordeling van de verschillende beleidsopties werd vooral gekeken naar de effecten ervan op het gebied van economie en regelgeving. De opties kunnen worden geacht alleen indirecte effecten te hebben voor sociale thema’s, milieuthema’s en kwesties van grondrechten. Indirect zou het voorstel de toegang tot krediet- en financiële diensten verbeteren, met name voor corporates en het mkb, en zou het zo bijdragen aan sociale inclusie, banencreatie en economische groei. Hoewel dit niet de primaire focus is, kan het voorstel ook indirect de milieuduurzaamheid ondersteunen doordat het groene investeringen faciliteert dankzij betere toegang tot kapitaal en afstemming op bestaande groene securitisatieraamwerken. Er zijn geen directe effecten op grondrechten, maar het initiatief ondersteunt wel financiële stabiliteit en neemt de wetgeving inzake gegevensbescherming in acht – en versterkt zo indirect economische rechten en privacywaarborgen.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Het voorstel vereenvoudigt en verfijnt de bestaande wettelijke bepalingen die op securitisaties van toepassing zijn, om efficiëntie op de securitisatiemarkt te verbeteren. Daarom is het relevant voor het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (Refit). De voorkeursoptie voor de securitisatieverordening houdt een vereenvoudiging in van de verplichtingen voor bedrijven op het gebied van due diligence en leidt tot een doelmatiger transparantieraamwerk. Door die verplichtingen te verminderen zullen bedrijven te maken krijgen met lagere compliancekosten, waardoor meer middelen kunnen worden ingezet voor kernactiviteiten van hun bedrijf. Emittenten zullen misschien eenmalige aanpassingskosten moeten maken, maar de recurrente vermindering van de regeldruk zou moeten opwegen tegen die initiële uitgaven. Via gerichte aanpassingen en strategische vereenvoudiging zijn die maatregelen geschikt om de capaciteit van de markt te vergroten, een bredere beleggersbasis aan te trekken en economische groei aan te zwengelen – maar het financiële systeem toch zowel weerbaar en veerkrachtig als transparant te houden.
De beleidsopties die in dit voorstel zijn gekozen, zouden diverse positieve effecten moeten hebben op financiering en concurrentievermogen van het mkb (zie de bijlagen VII en VIII van de effectbeoordeling).
•Grondrechten
Het voorstel heeft waarschijnlijk geen direct effect op de rechten die in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn vastgelegd. De vereenvoudigings- en efficiëntiemaatregelen zijn niet direct van invloed op thema’s als persoonsgegevens of privacy. Niettemin moeten aanpassingen van openbaarmakings- en rapportagenormen voldoen aan bestaande wetgeving inzake gegevensbescherming, om de veiligheid en privacy te garanderen van persoonsgegevens die bij het securitisatieproces betrokken zijn.
Het voorstel wil hoge operationele kosten verlagen en ongewenste prudentiële barrières opruimen, en tegelijk vermijden dat de bescherming sterk verslechtert en dat prikkels worden gegeven voor het nemen van buitensporige risico’s. Daarom biedt het een evenwicht tussen de noodzaak voor economische stimuli en het behoud van robuuste standaarden – en houdt het zo de negatieve maatschappelijke effecten tot een minimum beperkt. Al met al is het weliswaar zo dat bij de voorgestelde maatregelen de klemtoon in hoofdzaak ligt op financiële regulering, maar kunnen er potentiële indirecte baten spelen, die een ondersteunende en duurzame rol kunnen spelen voor effecten op sociale, milieu- en grondrechten. Zorgen voor een stabiele securitisatiemarkt draagt indirect bij tot de bescherming van economische grondrechten doordat financiële stabiliteit wordt bevorderd via risicodiversificatie.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Dit wetgevingsvoorstel zou beperkte gevolgen hebben voor de Uniebegroting. Het zal verdere beleidsontwikkeling binnen de Commissie en bij de drie ESA’s inhouden. Specifieke coördinatietaken zullen aan de Europese Bankautoriteit (“EBA”) worden toevertrouwd in het kader van het securitisatiesubcomité dat rapporteert aan het Gemengd Comité van de ESA’s. De rol van de EBA zal onder meer omvatten het verzorgen van het secretariaat, het permanente vicevoorzitterschap van het in artikel 36, lid 3, bedoelde securitisatiecomité van de Europese toezichthoudende autoriteiten (“securitisatiesubcomité”) en het aansturen van de werkzaamheden van dit subcomité waarbij de focus zal liggen op toezichtsvraagstukken, het verschaffen van handvatten aan marktdeelnemers, het ontwikkelen van technische normen en het zorgen voor een consistente implementatie van het regelgevingskader in de Unie. Een financieel memorandum is hier als bijlage aangehecht.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
Omdat het voorgestelde instrument een verordening is die in aanzienlijke mate op bestaande Uniewetgeving is gebaseerd, hoeft er geen uitvoeringsplan te worden opgesteld. Het voorstel gaat vergezeld van een volledige evaluatie, als onderdeel van de effectbeoordeling, die onder meer nagaat hoe effectief en efficiënt het instrument is geweest in termen van het behalen van zijn doelstellingen. Het voorstel voorziet in een evaluatieverslag in artikel 46 van Verordening (EU) 2017/2402. De evaluatie zal, indien nodig, vergezeld gaan van een wetgevingsvoorstel. In dat verband zullen de evaluatie- en rapportagevereisten, zo nodig, onderling worden afgestemd.
De Commissie zal dit pakket met voorgestelde wijzigingen evalueren, vijf jaar na de datum dat het van toepassing is geworden, en zal het Europees Parlement, de Raad en het Europees Economisch en Sociaal Comité een verslag met haar voornaamste bevindingen doen toekomen.
•Artikelsgewijze toelichting
Wisselwerking en samenhang tussen elementen van het pakket
Dit voorstel voor een verordening maakt deel uit van een ruimere herziening van het securitisatieraamwerk, die wijzigingen omvat van twee verordeningen (naast de securitisatieverordening, ook de VKV) en twee gedelegeerde handelingen (de gedelegeerde handeling liquiditeitsdekkingsratio en de gedelegeerde Solvency II-handeling). De voorgestelde wijzigingen moeten als een pakket maatregelen worden gezien dat probleempunten in de aanbod- en vraagzijde van de securitisatiemarkt op een omvattende wijze wil aanpakken.
Onderwerp en toepassingsgebied (artikel 1)
Het voorstel maakt duidelijk dat de servicer een entiteit is die een pool van gekochte kortlopende vorderingen of de onderliggende blootstellingen op dagbasis beheert, onder Verordening (EU) 2017/2402 (“de securitisatieverordening”) valt. De wijziging is een verduidelijking en is niet bedoeld om het toepassingsgebied te verruimen aangezien een servicer ook nu al onder de securitisatieverordening valt.
Definities (artikel 2)
Publieke en private securitisaties worden gedefinieerd in artikel 2, punten 32) en 33). Meer bepaald is er sprake van een “publieke securitisatie” wanneer een securitisatie voldoet aan een van de volgende voorwaarden:
i) een prospectus is opgesteld;
ii) notes die securitisatieposities vormen, zijn toegelaten tot de handel op specifieke handelsplatformen;
iii) de securitisatie wordt doorgaans verkocht aan beleggers en over de specifieke voorwaarden kan niet worden onderhandeld tussen de partijen, hetgeen betekent dat de transacties aan beleggers op een “take-it-or-leave-it”-basis worden aangeboden.
Een private securitisatie is een securitisatie die niet aan bovengenoemde criteria voldoet: zij heeft geen prospectus, is niet tot de handel toegelaten en over de voorwaarden wordt bilateraal onderhandeld tussen de originator en een kleine groep beleggers. De definitie van publieke en private securitisaties verduidelijken, is van bijzonder belang voor de toepassing van transparantievereisten.
Due diligence (artikel 5)
Om in de Unie eenvoudigere en beter gestroomlijnde belegging in securitisaties te helpen mogelijk maken, wordt artikel 5 van Verordening (EU) 2017/2402 op een aantal punten gewijzigd. Controlevereisten (artikel 5, lid 1, en artikel 5, lid 3, punt c)) worden geschrapt voor beleggers telkens als de sell-side-partij die verantwoordelijk is voor de naleving van de betreffende sell-side-bepalingen, in de Unie is gevestigd en daar onder toezicht staat. Daarnaast wordt de risicobeoordeling in artikel 5, lid 3, punt a), en artikel 5, lid 3, punt b), van Verordening (EU) 2017/2402 meer op beginselen gebaseerd door het schrappen van de gedetailleerde lijst van structurele kenmerken die beleggers moeten controleren en door in een overweging duidelijk te maken dat de due-diligencebeoordeling in verhouding moet staan tot het risico van de securitisatie. Ook de schriftelijke procedures op grond van artikel 5, lid 4, van Verordening (EU) 2017/2402 worden meer op beginselen gebaseerd door in artikel 5, lid 4, punt a), tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/2402 de gedetailleerde lijst met informatie te schrappen. Transacties op de secundaire markt krijgen 15 dagen extra de tijd om hun due diligence te documenteren. Ten slotte wordt delegatie van due diligence op grond van artikel 5, lid 5, van Verordening (EU) 2017/2402 afgestemd op andere sectorale wetgeving waar de delegatie van taken geen overdracht van de juridische aansprakelijkheid met zich brengt.
Van due-diligencevereisten wordt ontheffing verleend wanneer multilaterale ontwikkelingsbanken de securitisatiepositie volledig garanderen, waardoor deze een zeer laag risico draagt. Dit betekent dat beleggers in dergelijke posities kunnen beleggen zonder uitgebreide controles te hoeven uitvoeren.
Lichtere due diligence – meer specifiek via ontheffing van de controle- en documentatievereisten – wordt toegestaan wanneer de securitisatie een first-loss-tranche bevat die wordt gegarandeerd of gehouden door een eng omschreven lijst van publieke entiteiten en wanneer die tranche ten minste 15 % van de nominale waarde van de gesecuritiseerde blootstellingen vertegenwoordigt.
Voor investeringen in door emittenten van buiten de EU uitgegeven posities, zullen beleggers zich nog steeds ervan moeten vergewissen dat een bepaalde transactie aan EU-regels voldoet.
Risicobehoud (artikel 6)
Ontheffing van het risicobehoud wordt verleend wanneer de securitisatie een first-loss-tranche bevat die wordt gegarandeerd of gehouden door een eng omschreven lijst van publieke entiteiten en wanneer die tranche ten minste 15 % van de nominale waarde van de gesecuritiseerde blootstellingen vertegenwoordigt.
Transparantie (artikel 7)
Om de rapportagedruk voor emittenten te verminderen, moeten de rapportagetemplates in Gedelegeerde Verordening (EU) 2020/1224 van de Commissie en Uitvoeringsverordening (EU) 2020/1225 worden herzien. Met name moet het aantal verplichte velden sterk worden teruggebracht – met ten minste 35 %, of meer indien doenbaar. Om de compliancelasten voor de rapporterende entiteiten te verminderen, moet bij de herziening worden overwogen om een onderscheid te maken tussen verplichte en vrijwillige velden. Daarnaast mogen de rapportagetemplates geen informatie op leningniveau uitvragen wanneer de onderliggende blootstellingen sterk granulair zijn en de korte termijn betreffen (zoals credit-cardblootstellingen of bepaalde consumptieve kredieten). De herziening van de rapportagetemplates, waarbij rekening wordt gehouden met de bovengenoemde beginselen zoals die in dit voorstel zijn uiteengezet, moet worden uitgevoerd door het securitisatiesubcomité van het Gemengd Comité van de ESA’s, onder leiding van de EBA, in samenwerking met de overige ESA’s.
De rapportagetemplate voor private securitisaties moet veel lichter zijn dan die voor publieke securitisaties en alleen toegespitst zijn op de behoeften van toezichthouders. Om de implementatiekosten voor de sector zo beperkt mogelijk te houden, moet deze template nauw aansluiten bij bestaande notificatietemplates, en met name de gids van het gemeenschappelijke toezichtsmechanisme voor het notificeren van securitisaties. Om een grotere markttransparantie te verzekeren en om het toezicht op en de monitoring van de private markt te faciliteren, moet deze specifieke template voor private securitisaties worden gerapporteerd aan de securitisatieregisters.
Securitisatieregister (artikelen 10 en 17)
Wijzigingen van artikel 10 van Verordening (EU) 2017/2402 corrigeren een foutieve verwijzing naar artikel 5 van die verordening – die moet worden vervangen door een verwijzing naar artikel 7. Voorgestelde wijzigingen van artikel 17 van Verordening (EU) 2017/2402 worden ingevoerd in het licht van de wijzigingen in artikel 7 die de melding aan registers ook zullen uitbreiden naar private securitisaties. In het licht van deze wijzigingen is een differentiatie voorgesteld in de onmiddellijke en kosteloze toegang tot het register. Die toegang moet worden verleend aan de ESA’s, het Europees Comité voor systeemrisico’s, de bevoegde autoriteiten en de afwikkelingsautoriteiten en, op verzoek, de Europese Commissie. In het licht van het verschillende karakter van publieke securitisatie wordt ook toegang verleend aan (potentiële) beleggers in dit soort securitisaties. Het beperken van de toegang van (potentiële) beleggers tot private securitisaties is bedoeld om het vertrouwelijke karakter van informatie in die securitisaties te beschermen.
STS-vereisten (artikelen 20, 26 ter, 26 quater en 26 sexies)
Om de securitisatie te faciliteren van mkb-leningen in STS-securitisaties, moet het homogeniteitsvereiste in artikel 20, leden 8 en 15, en artikel 26 ter, lid 8, van Verordening (EU) 2017/2402 worden gewijzigd zodat wordt bepaald dat een securitisatie waarbij ten minste 70 % van de onderliggende pool van blootstellingen uit mkb-leningen bestaat, geacht wordt aan dat vereiste te voldoen. De 70 %-drempel ligt lager dan het huidige 100 %-vereiste.
Om (her)verzekeringsondernemingen in staat te stellen op betekenisvolle wijze deel te nemen aan de markt voor STS on-balance-sheet securitisaties, worden voor kredietprotecties in artikel 26 sexies, lid 8, van Verordening (EU) 2017/2402 de criteria om in aanmerking te komen gewijzigd zodat deze ook een niet-volgestorte garantie door een (her)verzekeringsonderneming die aan bepaalde criteria inzake robuustheid, solvabiliteit en diversificatie voldoet, omvatten.
Een aantal andere technische, doch niet materiële wijzigingen faciliteren de implementatie van de STS-criteria.
Third Party Verifiers (artikel 28)
Volgens het voorstel moeten Third Party Verifiers (TPV) van de inachtneming van STS-voorschriften niet alleen over een vergunning beschikken van hun respectieve nationale bevoegde autoriteit, maar moet deze ook toezicht op hen uitoefenen.
Toezicht (artikelen 29, 30, 32 en 36)
Om convergentie in het toezicht te bevorderen en fragmentering en uiteenlopende uitlegging van regelgeving tegen te gaan, versterkt het voorstel de rol van het securitisatiesubcomité van het Gemengd Comité van de ESA’s. Met name krijgt het securitisatiesubcomité opdracht om richtsnoeren vast te stellen voor het vastleggen van gemeenschappelijke toezichtprocedures en om de in artikel 7 bedoelde rapportagetemplates uit te werken. Om voor meer verantwoording en continuïteit te zorgen, krijgt de EBA de leiding bij de werkzaamheden van het securitisatiesubcomité van het Gemengd Comité van de ESA’s, zal zij het secretariaat verzorgen en een vicevoorzitter voor het subcomité leveren, die de voorzitter zal ondersteunen bij de uitoefening van haar of zijn taken en de taken van de voorzitter zal vervullen wanneer die afwezig is, op permanente basis.
Om efficiënt en consistent toezicht op de STS-criteria te garanderen, moet artikel 29 van Verordening (EU) 2017/2402 voor banken bevoegde autoriteiten in de lidstaten belasten met de verantwoordelijkheid van het toezicht op de toepassing van de STS-criteria door securitisatie met banken als originator. Voor kredietinstellingen in de bankenunie zou dat toezicht worden uitgevoerd door het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme.
Om toezichthouders in staat te stellen de due-diligencevereisten af te dwingen, wordt artikel 32 van Verordening (EU) 2017/2402 gewijzigd zodat dit in de lijst van situaties waarin nationale bevoegde autoriteiten bestuurlijke sancties kunnen opleggen, uitdrukkelijk de situatie opgenomen waarin institutionele beleggers niet aan due-diligencevereisten van artikel 5 van Verordening (EU) 2017/2402 voldoen.
Rapportage en evaluatie (artikelen 44 en 46)
De doorlopende opdracht in artikel 44 van Verordening (EU) 2017/2402 voor de ESA’s om verslag te doen over de implementatie van deze verordening wordt aangepast zodat deze ook een beoordeling bevat van de bijdrage van securitisatie aan het financieren van EU-bedrijven en de EU-economie.
De Commissie krijgt de opdracht om het functioneren van deze wijzigingsverordening te evalueren uiterlijk vijf jaar na de datum waarop deze van toepassing is geworden. Indien dat nodig blijkt, zal de evaluatie vergezeld gaan van een wetgevingsvoorstel.
2025/0826 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot vaststelling van een algemeen kader voor securitisatie en tot instelling van een specifiek kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van de Europese Centrale Bank,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Securitisatie kan investeringen impulsen geven doordat banken zo risico’s kunnen overdragen aan partijen die deze kunnen dragen, en zij zelf zo hun kapitaal kunnen vrijmaken, dat zij kunnen gebruiken voor extra kredietverlening aan huishoudens en bedrijven, waaronder ook mkb-bedrijven. Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad, die ziet op zowel eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde (“STS”) securitisaties als niet-STS-securitisaties, heeft de marktransparantie, veiligheid en standaardisering versterkt. Tegelijk zou die verordening verder moeten worden vereenvoudigd om nog meer alle vruchten te kunnen plukken die securitisaties kunnen bieden.
(2)Het is van belang dat financiële instellingen hun kapitaal inzetten waar dat het meeste nodig is om de economische doelstellingen van de Unie te behalen en de reële economie te financieren. Naast de flexibiliteit die de bestaande regels nu bieden, zouden gerichte wijzigingen van Verordening (EU) 2017/2402 ervoor zorgen dat het securitisatieraamwerk van de Unie investeringen in de economie beter ondersteunt en kredietverlening aan bedrijven faciliteert.
(3)Om de transparantie te vergroten en een consistente behandeling in de regelgeving te garanderen die inzet op het verlagen van de kosten voor emittenten, moet een definitie van publieke en private securitisatie worden ingevoerd. Onder de groep publieke securitisatie zouden transacties vallen waarvan de onderliggende notes zijn toegelaten tot de handel op gereglementeerde markten, multilaterale handelsfaciliteiten (multilateral trading facilities – MTF’s) of georganiseerde handelsfaciliteiten (organised trading facilities – OTF’s), of een ander handelsplatform in de Unie, en transacties die aan beleggers worden verkocht op voorwaarden die niet kunnen worden gewijzigd waarbij het pakket op een “take-it-or-leave-it”-basis wordt aangeboden en beleggers geen direct contact hebben met de originators of sponsor – en dus niet rechtstreeks de noodzakelijke informatie kunnen ontvangen om een due diligence te kunnen uitvoeren zonder dat de originator of sponsor commercieel gevoelige informatie aan de markt openbaar maakt. Dat soort transacties als “publiek” definiëren op grond van hun toegankelijkheid voor een breed scala aan beleggers, moet ervoor zorgen dat dergelijke transacties aan de passende transparantievereisten en wettelijke toetsing onderworpen zijn en bijdragen aan een beter oversight en functioneren van de markt.
(4)Due-diligencevereisten moeten evenredig zijn aan het risicoprofiel van securitisatieposities. Bij de due diligence van beleggers moet de focus dus liggen op de risicokenmerken en structurele aspecten die materieel van invloed kunnen zijn op de prestaties van de securitisatie, waarbij overlappende, al te omslachtige of generieke verplichtingen die misschien niet voor alle soorten securitisatie relevant zijn, worden vermeden. Om dezelfde reden moeten due-diligenceverplichtingen worden gestroomlijnd, om zo onnodige kosten voor beleggers – met name bij securitisaties met een lager risico – te verminderen en bij beleggers een evenrediger en meer risicogevoelig gedrag op de securitisatiemarkt te bevorderen.
(5)Originators, oorspronkelijke kredietverstrekkers, sponsors of special purpose entities voor securitisatiedoeleinden (securitisation special purpose entities – “SSPE”) (“de sell-side-entiteiten”) die in de Unie zijn gevestigd, zijn reeds onderworpen aan toezicht in de Unie en kunnen sancties opgelegd krijgen ingeval zij inbreuk maken op hun verplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2017/2402. Daarom is het passend dat beleggers niet langer sell-side-entiteiten uit de Unie hoeven na te gaan of sell-side-entiteiten, wanneer die entiteiten aansprakelijk zijn namens de sell-side-partijen bij de transactie, aan de in Verordening (EU) 2017/2402 bepaalde due-diligencevereisten voldoen. Beleggers zouden evenwel nog steeds moeten nagaan of deze hebben voldaan aan hun verplichtingen waarvoor sell-side-entiteiten uit derde landen uit hoofde van Verordening (EU) 2017/2402 verantwoordelijk zijn.
(6)Senior tranches, die doorgaans substantiële kredietverbetering genieten en een lager risico inhouden, moeten een minder uitgebreid due-diligenceonderzoek vergen dan junior of mezzanine tranches, die een hoger risico inhouden en meer aan verliezen zijn blootgesteld. Die evenredige benadering helpt voor een doelmatigere middelenallocatie door beleggers te zorgen en vermijdt buitensporige lasten voor laagrisico-investeringen.
(7)Aangezien voor naleving van de STS-vereisten al afzonderlijk verplicht oversight en notificatie van toepassing is, is de verplichting voor beleggers om zich van de inachtneming van die vereisten te vergewissen, overbodig. Bovendien is het nagaan van de inachtneming van de STS-criteria niet voor alle soorten investeerders relevant. Het desbetreffende vereiste moet daarom worden geschrapt.
(8)Beleggers moeten de mogelijkheid krijgen om een vereenvoudigde due diligence uit te voeren voor beleggers in repeat transacties waarvan de belangrijkste risicokenmerken al goed duidelijk zijn. Voor die doeleinden moet een belegging in repeat transacties worden beschouwd als een belegging in securitisatieposities die door dezelfde originator worden uitgegeven, door hetzelfde type onderliggende activa worden gedekt, dezelfde structurele kenmerken vertonen en hetzelfde of een lager niveau van kredietrisico bieden dan vorige instrumenten. Die wijzigingen moet voor consistentie in due-diligencepraktijken zorgen, en tegelijk de participatie faciliteren van beleggers in goed bekende en transparante structuren.
(9)Multilaterale ontwikkelingsbanken kunnen een aanzienlijke rol spelen bij het faciliteren van de toegang van beleggers tot securitisatiemarkten, het vergroten van de liquiditeit ervan en het ondersteunen van de doelstellingen van de spaar- en investeringsunie. Wanneer een securitisatiepositie volledig, onvoorwaardelijk en onherroepelijk wordt gegarandeerd door een in artikel 117, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad vermelde multilaterale ontwikkelingsbank, wordt het kredietriscio dat uit de securitisatiepositie voortvloeit, daadwerkelijk van de pool van onderliggende activa aan de garant overgedragen, hetgeen een 0 % risicogewicht van dit soort blootstelling oplevert. Bovendien wordt dit soort securitisatiepositie ingedeeld als “activum van niveau 1” op grond van artikel 10, lid 1, punt g), van Gedelegeerde Verordening (EU) 2015/61 van de Commissie. In dergelijke gevallen is het passend om institutionele beleggers, met uitzondering van de entiteit die de garantie afgeeft, volledige ontheffing te verlenen van hun due-diligenceverplichtingen uit hoofde van Verordening (EU) 2017/2402.
(10)Transacties waarbij de first-loss-tranche wordt gehouden of gegarandeerd door de Unie, nationale stimuleringsbanken of -instellingen in de zin van artikel 2, punt 3), van Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad, bezitten inherent kenmerken die de noodzaak om de volledige due diligence uit te voeren beperken en die aan het vereiste van het behoud van risico voldoen. Deze transacties hebben een assurance van de garant, die due-diligenceprocessen uitvoert voordat hij dit soort garantie afgeeft. Door deze beoordeling valt voor de institutionele beleggers de noodzaak weg om een volledige due-diligencebeoordeling op grond van Verordening (EU) 2017/2402 uit te voeren. Voorts is het wezen van een garantie dat het risico wordt gedragen door de garant. Daarom is het passend om het vereiste van het behoud van risico te schrappen. De verwachting is dat met deze veranderingen particuliere beleggingen worden aangetrokken in structuren met een publieke garantie waarvan het risico is afgebouwd.
(11)Een institutionele belegger die de bevoegdheid om beslissingen inzake beleggingsbeheer te nemen, aan een andere institutionele belegger heeft gedelegeerd, moet in staat zijn de partij waaraan die bevoegdheid is gedelegeerd, instructies te geven om de in Verordening (EU) 2017/2402 bepaalde due-diligenceverplichtingen uit te voeren. Die delegatie mag echter geen overdracht van juridische aansprakelijkheid zijn. De delegerende institutionele belegger moet in laatste instantie aansprakelijk blijven voor het verzekeren van de naleving van de due-diligencevereisten. Die precisering is bedoeld om de bestaande reguleringspraktijk te weerspiegelen en om ervoor te zorgen dat verplichtingen daadwerkelijk worden vervuld, maar dat wel een duidelijke afbakening van de verantwoordelijkheden behouden blijft.
(12)De openbaarmakingsvereisten moeten rekening houden met de granulariteit van de onderliggende pool van blootstellingen, d.w.z. hoeveel leningen er in de onderliggende pool zitten. Daarnaast is het van belang om te kijken naar de gemiddelde looptijd van de onderliggende blootstellingen. Openbaarmaking op leningniveau van sterk granulaire pools van blootstellingen op zeer korte termijn kunnen bijzonder duur zijn en houden een aanzienlijke last in voor emittenten, vaak zonder dat een en ander aanzienlijke baten oplevert in termen van aanvullende informatie voor beleggers. Daarom hoeven openbaarmakingsvereisten voor securitisatie van credit-cardblootstellingen en bepaalde soorten van consumptief krediet geen rapportage op het niveau van elke individuele onderliggende blootstelling te omvatten. Bevoegde autoriteiten moeten, bij het uitoefenen van hun taken uit hoofde van Verordening (EU) 2017/2402, echter nog steeds de mogelijkheid hebben aanvullende informatie op te vragen zodat zij een volledig overzicht van de markt hebben, onder meer voor de blootstellingen die de onderliggende pool vormen.
(13)De huidige rapportagetemplates voor zowel publieke als private securitisaties brengen te veel kosten mee en zijn omslachtig. De lasten voor entiteiten bij het nakomen van hun rapportageverplichtingen moeten dus worden verminderd, zonder dat een en ander ten koste gaat van de doelstelling van het verschaffen van transparantie aan de markt. De rapportagetemplates moeten worden gestroomlijnd om het aantal verplichte datavelden te verminderen. De herziening van de templates moet inzetten op een vermindering van de verplichte datavelden met ten minste 35 %. Door van een aantal verplichte velden vrijwillige velden te maken, zou er extra flexibiliteit kunnen komen, maar toch moet het aandachtspunt zijn dat verzekerd wordt dat een en ander de kwaliteit of bruikbaarheid van data niet aantast.
(14)Het rapportageraamwerk moet rekening houden met de specifieke kenmerken van private securitisaties. Een specifieke en vereenvoudigde rapportagetemplate voor private securitisaties moet worden ontwikkeld. Bij het preciseren van de details van rapportagevereisten moet de te rapporteren informatie zo nauw mogelijk worden afgestemd op andere templates die hun bruikbaarheid hebben bewezen, en met name de gids voor de notificatie van securitisatietransacties die de Europese Centrale Bank overeenkomstig artikel 6, lid 5, punt a), van Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad heeft opgesteld. Toekomstige aanpassingen van deze gids van de Europese Centrale Bank moeten worden beoordeeld en de rapportagetemplates moeten misschien, waar nodig, worden herzien. Om toezichthouders een basaal zicht op de private markt te bieden, moeten private securitisaties aan registers rapporteren. Private securitisaties hoeven niet dezelfde hoeveelheid informatie te rapporteren als publieke securitisaties. Van private securitisaties verlangen dat zij, aan de hand van een vereenvoudigde template, aan securitisatieregisters rapporteren, zou het oversight en de marktmonitoring door toezichthouders verbeteren. Om het vertrouwelijke karakter van private transacties te behouden, zouden data van die transacties niet publiek openbaar gemaakt mogen worden.
(15)Het securitisatiesubcomité van het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten (“het securitisatiecomité van het Gemengd Comité” – “JCSC”) waarvan sprake in artikel 36, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2402 moet, onder leiding van de Europese Bankautoriteit (“EBA”), ontwerpen van technische reguleringsnormen uitwerken tot nadere precisering van de informatie die de originator, sponsor en SSPE moeten verschaffen om aan de rapportageverplichting te voldoen. Die ontwerpen van technische reguleringsnormen moeten rekening houden met de bruikbaarheid van de informatie voor de houder van de securitisatiepositie, de vraag of het een publieke of private securitisatie betreft, de vraag of het om een securitisatiepositie op korte termijn gaat en, in het geval van een transactie van een door activa gedekt commercial-paperprogramma (asset-backed commercial paper – “ABCP”), of deze volledig door een sponsor wordt gesteund. Aan de Commissie moet de bevoegdheid worden gedelegeerd om Verordening (EU) 2017/2402 aan te vullen door het vaststellen van die technische reguleringsnormen door middel van gedelegeerde handelingen uit hoofde van artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (“VWEU”) en overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1093/2010 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EU) nr. 1094/2010 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 1095/2010 van het Europees Parlement en de Raad. Voorts moet het JCSC, onder leiding van de EBA, ontwerpen van technische uitvoeringsnormen ontwikkelen tot nadere bepaling van het format voor het aanleveren van de informatie aan registers. Aan de Commissie moet de bevoegdheid worden overgedragen om die technische uitvoeringsnormen vast te stellen door middel van een uitvoeringshandeling uit hoofde van artikel 291 VWEU en overeenkomstig de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010.
(16)Om voor het mkb de toegang tot marktgebaseerde financiering te ondersteunen, en om de ontwikkeling te faciliteren van grensoverschrijdende securitisaties waarbij blootstellingen uit meerdere lidstaten betrokken zijn, moeten de criteria voor de homogeniteit van activapools worden herzien. Hoewel het nog steeds mogelijk is dat er securitisaties zijn waarbij blootstellingen uit meerdere lidstaten betrokken zijn, wordt het vereiste van homogeniteit, zoals dat momenteel wordt gedefinieerd, als een hinderpaal voor mkb-securitisaties beschouwd. Om die hinderpaal op te ruimen, moet een pool van onderliggende blootstellingen als homogeen worden beschouwd wanneer op het tijdstip van initiëring ten minste 70 % van de blootstellingen bestaat uit blootstellingen aan mkb-bedrijven. Die lagere drempel erkent de specifieke financieringsbehoeften en kenmerken van het mkb en zorgt ervoor dat gemengde pools met een overwegende mkb-component de rechtszekerheid en operationele efficiëntieverbeteringen kunnen genieten die aan homogene pools verbonden zijn. Het resterende deel van de pool zou andere soorten blootstellingen mogen bevatten – ook uit andere lidstaten – zonder dat dit afbreuk doet aan de STS-status van de securitisatie.
(17)In 2021 is Verordening (EU) 2017/2402 gewijzigd bij Verordening (EU) 2021/557 van het Europees Parlement en de Raad, om het STS-raamwerk uit te breiden naar synthetische securitisaties. Zoals aangegeven in het rapport van het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten (ESA’s), heeft die uitbreiding van het STS-label bevredigende resultaten opgeleverd wat betreft het openen van de weg naar nieuwe uitgiften en het aanmoedigen van meer activiteiten in dit marktsegment. De praktische implementatie van de STS-vereisten heeft evenwel de noodzaak laten zien dat de helderheid en consistentie voor specifieke vereisten moet worden verbeterd door een aantal technische aanpassingen.
(18)Om te zorgen voor de consistente selectie van de onderliggende blootstellingen in een securitisatie en om beleggers in staat te stellen het kredietrisico van de activapool te beoordelen voordat zij daarin beleggen, is actief portefeuillebeheer op discretionaire basis van een securitisatieblootstelling verboden. Artikel 26 ter van Verordening (EU) 2017/2402 bevat een uitputtende lijst van toegelaten beheersactiviteiten en stipuleert dat bepaalde activiteiten niet als actief portefeuillebeheer op discretionaire basis moeten worden beschouwd – en dus niet verboden zijn. Het is noodzakelijk om die lijst bij te werken zodat daarin verwijderingen van onderliggende blootstellingen worden opgenomen die het gevolg zijn van tijdens de looptijd van de transactie aan een entiteit opgelegde sancties of van frauduleuze praktijken, of aanpassingen aan de lening als gevolg van een wetswijziging die van invloed is op de afdwingbaarheid, hetgeen buiten de controle van de originator ligt. Beide omstandigheden zouden een impact hebben op de afdwingbaarheid van de onderliggende blootstellingen (buiten de controle van de originator) en de verwijdering van die onderliggende blootstellingen zou niet als actief portefeuillebeheer op discretionaire basis mogen worden beschouwd.
(19)De in artikel 26 quater van Verordening (EU) 2017/2402 vastgelegde criteria inzake standaardisering schetsen de mechanismen voor de toerekening van verliezen aan houders van securitisatieposities en zijn bepalend voor de toepassing van uiteenlopende amortisatiemethoden op tranches. De centrale doelstelling van die criteria is het om ervoor te zorgen dat niet-sequentiële amortisatie alleen wordt gebruikt wanneer die vergezeld gaat van afzonderlijk gespecificeerde contractuele triggers. Die triggers zijn bedoeld om een overschakeling te activeren naar sequentiële betalingen op basis van de hiërarchie van senioriteit – en zo de transactie te beschermen tegen de vroegtijdige amortisatie van kredietverbetering in het geval van een afname van kredietkwaliteit. Dit soort vroegtijdige amortisatie zou originators die deze tranches aanhouden, kunnen blootstellen aan risico’s verbonden aan een afnemende kredietverbeteringsbuffer. Die criteria houden echter niet afdoende rekening met de verliesdragende capaciteit van tranches die zijn achtergesteld aan de beschermde tranches binnen een securitisatie, hetgeen tot foutieve toepassing leidt wanneer een en ander letterlijk wordt geïnterpreteerd in de context van synthetische securitisaties die mezzaninetranches bevatten. Die criteria gaan er onbedoeld van uit dat alle verbonden verliezen alleen ten laste van de beschermde tranche vallen – en gaan dus voorbij aan een toewijzing tranches met een lagere rang. Daarom moet worden gepreciseerd dat, ingeval junior tranches delen van de verliezen op de onderliggende blootstellingen absorberen, hun verliesdragende capaciteit in aanmerking moet worden genomen voor de toepassing van de criteria.
(20)Artikel 26 sexies, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2402 bepaalt momenteel dat de kredietprotectiepremies die uit hoofde van de kredietprotectieovereenkomst moeten worden betaald, gestructureerd moeten zijn als zijnde afhankelijk van het uitstaande nominale bedrag van de renderende gesecuritiseerde blootstellingen op het moment van de betaling en dat zij het risico van de beschermde tranche moeten weerspiegelen. Om de doeltreffendheid van de kredietprotectieovereenkomst uit oogpunt van originators te verzekeren en tegelijk aan beleggers rechtszekerheid te bieden om op de einddatum betalingen te doen door het specificeren van de maximale verlengingsperiode voor de schuldherschikking, moet worden gepreciseerd dat alleen kredietprotectiepremies zijn toegestaan die afhankelijk zijn van de uitstaande tranche en het kredietrisico van de beschermde tranche.
(21)Artikel 26 sexies, lid 7, van Verordening (EU) 2017/2402 preciseert de voorwaarden waarop een originator synthetische excess spread kan aanwenden als kredietverbetering voor beleggers. Een van die voorwaarden is dat, voor originators die geen gebruik maken van de IRB-benadering bedoeld in artikel 143 van Verordening (EU) nr. 575/2013, de berekening van de verwachte verliesposten op één jaar van de onderliggende portefeuille duidelijk in de transactiedocumentatie is bepaald. Om de voorwaarden te preciseren waarop de synthetische excess spread door de originator mag worden aangewend en deze als kredietverbetering voor de beleggers beschikbaar is, is bij de wijziging van Verordening (EU) 2017/2402 in 2021 een specifiek criterium ingevoerd. De toepassing van dit criterium liet zien dat dit verdere verduidelijking behoeft. Daarnaast is er een inconsistentie aan het licht gekomen wat betreft de vereisten voor originators die geen gebruikmaken van de IRB-benadering. Dat vereiste moet worden gewijzigd om het af te stemmen op de bedoeling om een plafond te bepalen, gelijkwaardig aan verwachte verliesposten op één jaar, voor het totale bedrag van de synthetische excess spread die de originator per jaar wil inzetten, om zodoende de consistentie en helderheid bij de toepassing van die bepaling te garanderen.
(22)Het huidige criterium dat verlangt dat kredietprotectie wordt gefinancierd binnen het STS-raamwerk voor on-balance-sheet synthetische securitisatie in het kader van de STS-regeling, heeft voor (her)verzekeringsondernemingen de mogelijkheden beperkt om aan de markt voor on-balance-sheet synthetische securitisatie deel te nemen. Dat is schadelijk voor de ontwikkeling van de STS-markt en de mogelijkheden van originators om kredietrisico over te dragen buiten het banksysteem. Toestaan dat niet-volgestorte kredietprotectie in aanmerking komt voor het STS-label zou evenwel de kwaliteit van het STS-label of de betrouwbaarheid van de kredietprotectieovereenkomst niet hoeven aan te tasten, noch zou het prikkels hoeven te creëren waardoor onervaren of niet-gediversifieerde (her)verzekeringsondernemingen zich aan hoge niveaus van risico blootstellen. Daarom is het passend garantiemechanismen op te zetten die ervoor zorgen dat deelname beperkt is tot verzekeraars met een bepaald niveau van robuustheid en diversificatie. Om dus in aanmerking te komen om onder het STS-label niet-volgestorte kredietprotectie te verschaffen, moet zulks afhankelijk worden gesteld van vereisten wat betreft diversificatie, solvabiliteit, risicomaatstaven en minimumgrootte van de protectiegever. Meer bepaald moet, wat risicomaatstaven betreft, de (her)verzekeringsonderneming een goedgekeurd intern model gebruiken om kapitaalvereisten voor dergelijke kredietprotectieovereenkomsten te berekenen. Wat solvabiliteit betreft, de (her)verzekeringsonderneming moet het solvabiliteitskapitaalvereiste en het minimumkapitaalvereiste als bedoeld in, respectievelijk, artikel 100 en artikel 128 van Richtlijn 2009/138/EG in acht nemen, en moet een kredietkwaliteitscategorie hebben gekregen van 3 of hoger. Wat diversificatie betreft, de (her)verzekeringsonderneming moet daadwerkelijk zakelijke activiteiten uitoefenen in ten minste twee schadeverzekeringsbranches, hetgeen een al te grote blootstelling aan één type risico moet verminderen. Ten slotte, wat minimumgrootte betreft, de (her)verzekeringsonderneming moet totale activa van meer dan 20 miljard EUR hebben.
(23)Externe verificatieagenten hebben een rol te spelen bij het beoordelen van de inachtneming van de STS-criteria door securitisaties. Verordening (EU) 2017/2402 schrijft alleen voor dat externe verificatieagenten over een vergunning van nationale bevoegde autoriteiten moeten beschikken. Die vergunning biedt echter slechts beperkte assurance indien bevoegde autoriteiten niet bij machte zijn om op doorlopende basis na te gaan of die externe verificatieagenten nog steeds voldoen aan de voorwaarden van hun vergunning. Daarom is het passend te bepalen dat bevoegde autoriteiten ook belast zijn met het doorlopende toezicht op dergelijke externe verificatieagenten en moeten hun daartoe ook de nodige bevoegdheden worden verleend.
(24)Om de daadwerkelijke implementatie en handhaving van Verordening (EU) 2017/2402 te verzekeren, moeten de verantwoordelijkheden van bevoegde autoriteiten worden verduidelijkt wat betreft het toezicht op de inachtneming van alle bij een securitisatie betrokken partijen. Bevoegde autoriteiten moeten de gedragingen van originators, sponsors, oorspronkelijke kredietverstrekkers en SSPE’s overzien. Dit omvat de verificatie of individuele securitisatietransacties voldoen aan de op grond van deze verordening toepasselijke vereisten.
(25)Om voor Verordening (EU) 2017/2402 de naleving te versterken en de doeltreffendheid ervan te vergroten, moet de reikwijdte van de sanctiebevoegdheid op grond van artikel 32 van die verordening worden verruimd zodat deze expliciet inbreuken op due-diligenceverplichtingen omvat. Institutionele beleggers spelen een sleutelrol bij het verzekeren van de robuustheid en transparantie van de securitisatiemarkt doordat zij de nodige due diligence vóór en tijdens hun blootstellingen toepassen. Om consistente handhaving van die due-diligencevereisten in de hele Unie te verzekeren, moet worden gepreciseerd dat bevoegde autoriteiten voor niet-nakoming van die vereisten remediërende maatregelen en bestuurlijke sancties kunnen opleggen.
(26)Het bevorderen van convergentie in het toezicht is van essentieel belang voor het goede functioneren en de verdere ontwikkeling van de securitisatiemarkt, die een breed scala economische spelers samenbrengt die vaak in verschillende jurisdicties zijn gevestigd, zelfs voor dezelfde transactie. Het feit dat diverse bevoegde autoriteiten betrokken zijn, gecombineerd met de huidige complexiteit van het besluitvormingsproces, maakt de noodzaak van het versterken van de coördinatie van het toezicht duidelijk. Bestaande raamwerken voor coördinatie van het toezicht, waar doenbaar, vereenvoudigen en versterken, moet de ruimere doelstelling van vereenvoudiging van regelgeving en toezicht ondersteunen. Grotere convergentie kan worden bereikt door efficiënter en effectiever gebruik te maken van bestaande bevoegdheden die de ESA’s en de bevoegde autoriteiten zijn toegewezen. Deze uitkomst moet ook worden ondersteund door een prominentere rol te geven aan de EBA, die voor de securitisatiemarkt in de Unie een vaste regierol zou krijgen voor thema’s van coördinatie van het toezicht.
(27)Het securitisatiecomité van het Gemengd Comité (“JCSC”), bestaande uit bevoegde marktautoriteiten en bevoegde prudentiële autoriteiten, moet zich toespitsen op problemen die voortvloeien uit het toezicht, en moet convergentie in het toezicht faciliteren en bevorderen via gemeenschappelijke toezichtpraktijken. Het huidige mandaat van het JCSC moet worden herzien om nadruk te leggen op convergentie in het toezicht en toezichtswerkzaamheden met betrekking tot artikel 44 van deze verordening. Het JCSC kan in verschillende samenstellingen bijeenkomen of subgroepen oprichten voor specifieke taken, afhankelijk van de te bespreken onderwerpen. De EBA moet op permanente basis het secretariaat verzorgen en een vicevoorzitter leveren voor het securitisatiecomité van het Gemengd Comité (JCSC), waarbij zij de plaatsvervanger levert voor de voorzitter en deze ondersteunt bij de uitoefening van haar of zijn taken. Bij afwezigheid van de voorzitter moet de vicevoorzitter de taken van de voorzitter uitoefenen, ook in situaties waarin er geen voorzitter is verkozen. Personen die deelnemende bevoegde marktautoriteiten en prudentiële autoriteiten in dit orgaan vertegenwoordigen, moeten over het nodige niveau aan kennis en ervaring beschikken over de onderwerpen die ter sprake komen. De regelmatige monitoring van de staat van de markt en de evaluatie van het prudentiële toezichtsraamwerk voor securitisatie in de Unie via monitoringverslagen, het uitwerken van richtsnoeren en regelmatige peer reviews zouden het toezichtsraamwerk verder versterken door het promoten van goede (toezicht)praktijken.
(28)Aangezien de securitisatieactiviteit in de Unie in hoofdzaak in de banksector is geconcentreerd, is het passend dat de EBA de vaste regierol opneemt binnen het securitisatiecomité van het Gemengd Comité (JCSC). Bij de uitoefening van die permanente rol binnen het securitisatiecomité van het Gemengd Comité (JCSC) moet de EBA bijzondere aandacht besteden aan het cultiveren van sterke banden van samenwerking met de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) en de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) en terdege rekening houden met hun sectorale standpunten. Verwacht mag worden dat dit soort versterkte coördinatie in het toezicht zal resulteren in robuuster en consistenter toezicht op de securitisatiemarkt in de Unie. In deze hoedanigheid zal de EBA ook de werkzaamheden aansturen rond de uitwerking van openbaarmakingstemplates zoals bepaald in artikel 7 van deze verordening. Een en ander zal bepalend zijn om de markt voor te bereiden op de verwachte groei en om toezichtscapaciteit en paraatheid te ontwikkelen die deze expansie kan ondersteunen. De EBA in deze toezichthoudende capaciteit een regierol toedelen spoort met de strategische visie van een efficiënt en vereenvoudigd reguleringslandschap.
(29)In het geval van grensoverschrijdende securitisaties zou het aanstellen van een leidende toezichthouder het toezicht op de naleving van Verordening (EU) 2017/2402 stroomlijnen en zou dit zorgen voor consistentie en een betere coördinatie tussen de verschillende bevoegde autoriteiten. De leidende toezichthouder moet worden aangesteld uit de bevoegde autoriteiten van de bij de transactie betrokken entiteiten, waarbij de beslissing door de betrokken bevoegde autoriteiten wordt genomen. Bij onenigheid wordt de kwestie behandeld op het niveau van het securitisatiecomité van het Gemengd Comité (JCSC). Telkens als bij een nieuwe transactie entiteiten betrokken zijn waarop dezelfde bevoegde autoriteiten toezicht uitoefenen, kan de eerder aangestelde leidende toezichthouder die rol behouden.
(30)Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat het regelgevingskader voor securitisaties effectief blijft en zich aanpast aan het evoluerende financiële landschap. Daarom moet de Commissie het effect en het functionele karakter van deze verordening diepgaand evalueren binnen vijf jaar na de vaststelling ervan, waarbij zij zorgvuldig kijkt naar de invloed ervan op de securitisatiemarkt en de ruimere economische implicaties ervan. Bij die herziening moet het vooral gaan om kritische aspecten, zoals marktdynamiek, de toegankelijkheid van krediet met name voor het mkb, investeringen en de onderliggende verwevenheid van financiële instellingen die van vitaal belang is voor het behoud van de stabiliteit van de financiële sector. Door de inzichten die met de in artikel 44 van Verordening (EU) 2017/2402 bedoelde verslagen zijn verkregen, en verdere analyses samen te leggen, moet de Commissie dan bepalen of wetgevingsupdates nodig zijn om de rol van Verordening (EU) 2017/2402 bij het ondersteunen van een veerkrachtige en dynamische economie in de Europese Unie veilig te stellen.
(31)Daar de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt omdat de securitisatiemarkten wereldwijd opereren en een gelijk speelveld in de interne markt voor alle institutionele beleggers en entiteiten die betrokken zijn bij securitisatie, dient te worden gewaarborgd, maar vanwege de omvang en de gevolgen ervan beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.
(32)Verordening (EU) nr. 2017/2402 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Wijziging van Verordening (EU) 2017/2402
Verordening (EU) 2017/2402 wordt als volgt gewijzigd:
(1)In artikel 1 wordt lid 2 vervangen door:
“Deze verordening is van toepassing op institutionele beleggers en op initiators, sponsors, oorspronkelijke kredietverstrekkers, servicers en special purpose entity’s voor securitisatiedoeleinden.”.
(2)In artikel 2 worden de volgende punten 32) en 33) toegevoegd:
“32.
“publieke securitisaties”: een securitisatie die aan een van de volgende criteria voldoet:
a)voor die securitisatie moet een prospectus worden opgesteld krachtens artikel 3 van Verordening (EU) 2017/1129 van het Europees Parlement en de Raad;
b)de securitisatie wordt op de markt gebracht met notes die securitisatieposities vormen die zijn toegelaten tot de handel op een handelsplatform in de Unie zoals gedefinieerd in artikel 4, lid 1, punt 24), van Richtlijn 2014/65/EU van het Europees Parlement en de Raad;
c)de securitisatie wordt aan beleggers verkocht en over de voorwaarden kan niet tussen de partijen worden onderhandeld;
33.
“private securitisatie”: een securitisatie die niet aan een van de in punt 32) bepaalde criteria voldoet.”.
(3)Artikel 5 wordt als volgt gewijzigd:
a)lid 1 wordt als volgt gewijzigd:
i)
punt c) wordt geschrapt;
ii)
de punten e) en f) worden vervangen door:
“e)
indien in een derde land gevestigd, de initiator, sponsor of SSPE die overeenkomstig artikel 7, lid 2, is aangewezen, de bij artikel 7, lid 1, vereiste informatie beschikbaar heeft gesteld in overeenstemming met de frequentie en nadere regels waarin dat artikel voorziet;
f)
indien in een derde land gevestigd, de initiator, sponsor of oorspronkelijke kredietverstrekker, in het geval van niet-renderende blootstellingen bij de selectie en beprijzing van de blootstellingen deugdelijke normen heeft toegepast.”;
b)lid 3 wordt als volgt gewijzigd:
i)
punt b) wordt vervangen door:
“b)
alle structurele kenmerken van de securitisatie die een materiële impact kunnen hebben op de prestaties van de securitisatiepositie;”;
ii)
punt c) wordt geschrapt;
c)lid 4 wordt als volgt gewijzigd:
i)
in punt a) wordt de tweede alinea geschrapt;
ii)
het volgende punt g) wordt toegevoegd:
“g)
in het geval van beleggingen op een secundaire markt, de due-diligencebeoordeling en controles binnen een redelijke periode die hoe dan ook niet meer dan 15 kalenderdagen na de belegging beloopt.”;
d)de volgende leden 4 bis en 4 ter worden ingevoegd:
“4 bis.
De leden 1 tot en met 4 zijn niet van toepassing op institutionele beleggers die een securitisatiepositie houden, wanneer die securitisatiepositie door een in artikel 117, lid 2, van Verordening (EU) nr. 575/2013 vermelde multilaterale ontwikkelingsbank wordt gegarandeerd.
Voor de toepassing van de eerste alinea voldoet de garantie aan de voorwaarden van de artikelen 213 en 215 van Verordening (EU) nr. 575/2013.
4 ter.
De leden 1 en 4 zijn niet van toepassing op institutionele beleggers die een securitisatiepositie houden, wanneer de eerste-verliestranche die ten minste 15 % van de nominale waarde van de gesecuritiseerde blootstellingen vertegenwoordigt, door de Unie of door nationale stimuleringsbanken of -instellingen in de zin van artikel 2, punt 3), van Verordening (EU) 2015/1017 van het Europees Parlement en de Raad wordt gehouden of gegarandeerd.”;
e)lid 5 wordt vervangen door:
“5. Onverminderd de leden 1 tot en met 4 van dit artikel kan, indien een institutionele belegger een andere institutionele belegger heeft gemachtigd om besluiten inzake beleggingsbeheer te nemen die hem aan een securitisatie kunnen blootstellen, de delegerende institutionele belegger aan die institutionele belegger aan wie delegatie is verleend, opdracht geven zijn verplichtingen uit hoofde van dit artikel na te komen met betrekking tot alle blootstellingen in het kader van een securitisatie die het gevolg zijn van die besluiten. Aan de aansprakelijkheid van de delegerende institutionele belegger uit hoofde van dit artikel wordt niet afgedaan door het feit de institutionele belegger functies heeft gedelegeerd.”.
(4)Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:
a)in lid 5 wordt punt f) toegevoegd:
“f) de Unie.”;
b)lid 5 bis wordt ingevoegd:
“5 bis. Lid 1 is niet van toepassing wanneer de eerste-verliestranche die ten minste 15 % van de nominale waarde van de gesecuritiseerde blootstellingen vertegenwoordigt, door een van de in lid 5, punten a) tot en met f), vermelde entiteiten wordt gehouden of gegarandeerd.”.
(5)Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:
a)in lid 1 wordt de vierde alinea vervangen door:
“In het geval van een ABCP of een securitisatie met sterk granulaire pools van blootstellingen op korte termijn, wordt de in de eerste alinea, punt a), punt c), ii), en punt e), i), beschreven informatie in geaggregeerde vorm beschikbaar gesteld aan houders van securitisatieposities en, op verzoek, aan potentiële beleggers.”;
b)in lid 2 wordt de derde alinea vervangen door:
“Private securitisaties zijn onderworpen aan een afzonderlijk rapportagekader dat rekening houdt met hun unieke kenmerken die hen onderscheiden van publieke securitisaties, in een specifieke en vereenvoudigde rapportagetemplate. Die specifieke en vereenvoudigde rapportagetemplate zorgt ervoor dat voor nationale bevoegde autoriteiten relevante essentiële informatie adequaat wordt gerapporteerd, zonder dat de volledige omvang van rapportagetemplates die op publieke securitisaties van toepassing is, wordt opgelegd. Private securitisatie vervullen hun verplichtingen uit hoofde van deze alinea met ingang van [date set in the fourth subparagraphs of paragraphs 3 and 4 of this Article].”;
c)lid 3 wordt vervangen door:
“3.
De ETA’s werken, via het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten, onder leiding van de EBA en in nauwe samenwerking met de ESMA en de Eiopa, overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 ontwerpen van technische reguleringsnormen uit tot nadere precisering van de informatie die de initiator, sponsor en SSPE moeten verschaffen, om lid 1, eerste alinea, punten a) en e), en lid 2 na te leven, rekening houdende met:
a)
de bruikbaarheid van informatie voor de houder van de securitisatiepositie en voor toezichthouders;
b)
de vraag of het een publieke of private securitisatie betreft;
c)
de vraag of het om een securitisatiepositie voor de korte termijn gaat;
d)
in het geval van een ABCP-transactie: de vraag of de transactie volledig door een sponsor wordt gesteund.
De ETA’s dienen, via het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten, onder de leiding van de EBA en in nauwe samenwerking met de ESMA en de Eiopa, die ontwerpen van technische reguleringsnormen uiterlijk [6 months after the date of entry into force of this amending Regulation] bij de Commissie in.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen om deze verordening aan te vullen door de in deze alinea bedoelde technische reguleringsnormen overeenkomstig de artikelen 10 tot en met 14 van de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Deze technische reguleringsnormen treden in werking [12 months] na de vaststelling ervan door de Commissie.
Ten minste om de drie jaar vanaf de datum van de vaststelling ervan door de Commissie, beoordelen de ETA’s, via het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten, de technische reguleringsnormen om te bepalen of die nog steeds relevant en accuraat zijn, om ervoor te zorgen dat zij effectief, actueel en op marktpraktijken en -behoeften afgestemd blijven. De ETA’s stellen de Commissie, via het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten, van de uitkomsten van die beoordeling in kennis.”;
d)lid 4 wordt vervangen door:
“4.
Om eenvormige toepassingsvoorwaarden te garanderen voor de overeenkomstig lid 3 te specificeren informatie, ontwikkelen de ETA’s, via het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten, onder leiding van de EBA en in nauwe samenwerking met de ESMA en de Eiopa, overeenkomstig artikel 15 van de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010, ontwerpen van technische uitvoeringsnormen tot nadere bepaling van het format daarvan, door middel van gestandaardiseerde templates.
De ETA’s dienen, via het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten, die ontwerpen van technische uitvoeringsnormen uiterlijk [6 months after the date of entry into force of this amending Regulation] bij de Commissie in.
Aan de Commissie wordt de bevoegdheid overgedragen om de in deze alinea bedoelde technische uitvoeringsnormen overeenkomstig artikel 15 van de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 vast te stellen.
Deze technische uitvoeringsnormen treden in werking [12 months] na de vaststelling ervan door de Commissie.
Ten minste om de drie jaar vanaf de datum van de vaststelling ervan door de Commissie, beoordelen de ETA’s, via het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten, de technische uitvoeringsreguleringsnormen om te bepalen of die nog steeds relevant en accuraat zijn, om ervoor te zorgen dat zij effectief, actueel en op marktpraktijken en -behoeften afgestemd blijven. De ETA’s stellen de Commissie, via het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten, van de uitkomsten van die beoordeling in kennis.”.
(6)Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
a)lid 1 wordt vervangen door:
“1.
Voor de toepassing van artikel 7 registreert een securitisatieregister zich bij de ESMA volgens de in dit artikel vastgelegde voorwaarden en procedure.”;
b)lid 2 wordt vervangen door:
“2. Om voor registratie uit hoofde van dit artikel in aanmerking te komen, is een securitisatieregister een in de Unie gevestigde rechtspersoon, past het procedures toe om de volledigheid en consistentie van de uit hoofde van artikel 7, lid 1, van deze verordening aan dat register beschikbaar gestelde informatie te verifiëren, en voldoet het aan de in de artikel 78, artikel 79 en artikel 80, leden 1, 2, 3, 5 en 6, van Verordening (EU) nr. 648/2012 vastgestelde voorschriften. Voor de toepassing van dit artikel worden verwijzingen in de artikelen 78 en 80 van Verordening (EU) nr. 648/2012 naar artikel 9 ervan beschouwd als verwijzingen naar artikel 7 van deze verordening.”.
(7)Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:
a)lid 1 wordt vervangen door:
“1.
Onverminderd artikel 7, lid 2, verzamelt en bewaart een in artikel 10 bedoeld securitisatieregister de nadere gegevens van de securitisatie. Het verstrekt alle volgende entiteiten rechtstreeks en onmiddellijk kosteloos toegang, teneinde hen in staat te stellen hun respectieve taken, opdrachten en verplichtingen te vervullen:
a)
de EBA;
b)
de Eiopa;
c)
de ESMA;
d)
het ESRB;
e)
de betrokken leden van het Europees Stelsel van centrale banken (ESCB), met inbegrip van de Europese Centrale Bank (ECB), wat betreft de uitoefening van haar taken in het kader van een gemeenschappelijk toezichtsmechanisme uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1024/2013;
f)
de betrokken autoriteiten wier respectieve toezichtstaken en -opdrachten betrekking hebben op transacties, markten, deelnemers en activa die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen;
g)
de afwikkelingsautoriteiten die overeenkomstig artikel 3 van Richtlijn 2014/59/EU van het Europees Parlement en de Raad zijn aangewezen;
h)
de bij Verordening (EU) nr. 806/2014 van het Europees Parlement en de Raad ingestelde gemeenschappelijke afwikkelingsraad;
i)
de in artikel 29 van deze verordening bedoelde autoriteiten;
j)
de Commissie, op haar verzoek;
k)
in het geval van publieke securitisaties: beleggers en potentiële beleggers.”;
b)in lid 2 wordt punt a) geschrapt.
(8)Artikel 20 wordt als volgt gewijzigd:
a)aan lid 8 wordt de volgende alinea toegevoegd:
“Een pool van onderliggende blootstellingen wordt geacht aan de eerste alinea te voldoen wanneer bij initiatie ten minste 70 % van de blootstellingen in de pool bestaat uit blootstellingen aan mkb-bedrijven.”;
b)in lid 11 wordt punt a), ii), vervangen door:
“ii)
de informatie die door de initiator, de sponsor en de SSPE wordt verstrekt, vermeldt uitdrukkelijk het aandeel geherstructureerde onderliggende blootstellingen, het tijdstip en de details van de herstructurering, alsmede de prestaties ervan sinds het tijdstip van de herstructurering;”.
(9)Artikel 22 wordt als volgt gewijzigd:
a)in lid 4 wordt de eerste alinea vervangen door:
“Voor securitisaties waarvan de onderliggende blootstellingen woonkredieten of autoleningen of -leases zijn, maken de initiator en de sponsor de beschikbare informatie over de milieuprestatie van de met dergelijke woonkredieten of autoleningen of -leases gefinancierde activa bekend.”;
b)lid 5 wordt vervangen door:
“5.
De initiator en de sponsor zijn verantwoordelijk voor de naleving van artikel 7. In geval van een publieke securitisatie wordt de door artikel 7, lid 1, eerste alinea, punt b), verlangde informatie op verzoek aan potentiële beleggers beschikbaar gesteld vóór de prijsbepaling. In geval van een publieke securitisatie wordt de door artikel 7, lid 1, eerste alinea, punten b) tot en met d), verlangde informatie ten minste in ontwerpvorm of in initiële vorm beschikbaar gesteld. De definitieve documentatie wordt uiterlijk 15 dagen na de closing van de transactie aan beleggers beschikbaar gesteld.”.
(10)Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:
a)in lid 9 wordt punt a), ii), vervangen door:
“ii)
de informatie die door de initiator, de sponsor en de SSPE wordt verstrekt, vermeldt uitdrukkelijk het aandeel geherstructureerde onderliggende blootstellingen, het tijdstip en de details van de herstructurering, alsmede de prestaties ervan sinds het tijdstip van de herstructurering;”.
b)aan lid 15 wordt de volgende alinea toegevoegd:
“Een pool van onderliggende blootstellingen wordt geacht aan de eerste alinea te voldoen wanneer bij initiatie ten minste 70 % van de blootstellingen in de pool bestaat uit blootstellingen aan mkb-bedrijven.”.
(11)Artikel 26 ter wordt als volgt gewijzigd:
a)in lid 7, vierde alinea, worden de volgende punten e) en f) toegevoegd:
“e)
het voorwerp is geweest van restrictieve maatregelen van de Unie of van bewezen frauduleuze praktijken;
f)
onderhevig is geweest aan wijzigingen in het nationale wetgevingskader die van invloed zouden zijn op de afdwingbaarheid van de vorderingen op de onderliggende blootstellingen.”;
b)aan lid 8 wordt de volgende alinea toegevoegd:
“Een pool van onderliggende blootstellingen wordt geacht aan de eerste alinea te voldoen wanneer bij initiatie ten minste 70 % van de blootstellingen in de pool bestaat uit blootstellingen aan mkb-bedrijven.”.
c)in lid 11 wordt punt a), ii), vervangen door:
“ii)
de informatie die door de initiator, de sponsor en de SSPE wordt verstrekt, vermeldt uitdrukkelijk het aandeel geherstructureerde onderliggende blootstellingen, het tijdstip en de details van de herstructurering, alsmede de prestaties ervan sinds het tijdstip van de herstructurering;”.
(12)In artikel 26 quater, lid 5, wordt de achtste alinea vervangen door:
“Als een kredietgebeurtenis als bedoeld in artikel 26 sexies zich heeft voorgedaan in verband met onderliggende blootstellingen en de schuldherschikking voor die blootstellingen niet voltooid is, is het bedrag van kredietprotectie dat overblijft op ongeacht welke betalingsdatum plus het bedrag van enigerlei behouden tranches met een lagere rang dan de door de op ongeacht welke betalingsdatum overblijvende kredietprotectie, ten minste gelijkwaardig aan het uitstaande nominale bedrag van die onderliggende blootstellingen, minus het bedrag van alle tussentijdse betalingen die in verband met die onderliggende blootstellingen zijn gedaan.”.
(13)Artikel 26 sexies wordt als volgt gewijzigd:
a)in lid 3 wordt de derde alinea vervangen door:
“De kredietprotectiepremies die uit hoofde van de kredietprotectieovereenkomst moeten worden betaald, zijn gestructureerd als afhankelijk van de uitstaande grootte van de tranche en het kredietrisico van de beschermde tranche. Hiertoe bepaalt de kredietprotectieovereenkomst geen gewaarborgde premies, premiebetalingen vooraf, kortingsmechanismen of andere mechanismen waardoor de werkelijke toewijzing van verliezen aan de beleggers kan worden vermeden of verminderd of waardoor een deel van de betaalde premies aan de initiator wordt gerestitueerd na de looptijd van de transactie.”;
b)in lid 7 wordt punt d) vervangen door:
“d)
voor initiators die geen gebruik maken van de IRB-benadering bedoeld in artikel 143 van Verordening (EU) nr. 575/2013:
i)
is het totale gecommitteerde bedrag per jaar niet hoger dan de verwachte verliesposten op één jaar van de portefeuille voor dat jaar;
ii)
is de berekening van de verwachte verliesposten op één jaar van de onderliggende portefeuille duidelijk bepaald in de transactiedocumentatie;”;
c)lid 8 wordt als volgt gewijzigd:
i)het volgende punt a bis) wordt ingevoegd:
“a bis)
een garantie die voldoet aan de vereisten vastgelegd in deel drie, titel II, hoofdstuk 4, van Verordening (EU) nr. 575/2013, op basis waarvan het kredietrisico wordt overgedragen aan een verzekerings- of herverzekeringsonderneming die aan alle volgende criteria voldoet:
i)
de onderneming maakt voor de berekening van kapitaalvereisten voor dergelijke garanties gebruik van een intern model dat overeenkomstig de artikelen 112 en 113 van Richtlijn 2009/138/EG is goedgekeurd;
ii)
de onderneming neemt haar solvabiliteitskapitaalvereiste en minimumkapitaalvereiste als bedoeld in, respectievelijk, artikel 100 en artikel 128 van Richtlijn 2009/138/EG in acht, en heeft een kredietkwaliteitscategorie van 3 of hoger gekregen;
iii)
de onderneming is daadwerkelijk zakelijk actief in ten minste twee schadeverzekeringsbranches in de zin van bijlage I bij Richtlijn 2009/138/EG;
iv)
de activa onder beheer door de verzekerings- of herverzekeringsonderneming belopen meer dan 20 miljard EUR;”;
ii)punt c) wordt vervangen door:
“c)
andere niet in de punten a), a bis), en b) bedoelde kredietprotectie in de vorm van een garantie, een kredietderivaat of een credit linked note die voldoet aan de vereisten vastgelegd in artikel 249 van Verordening (EU) nr. 575/2013, op voorwaarde dat de verplichtingen van de belegger zijn veiliggesteld door zekerheden die aan de vereisten van de leden 9 en 10 van dit artikel voldoen.”.
(14)In artikel 28, lid 1, eerste alinea, wordt de aanhef vervangen door:
“Een derde partij als bedoeld in artikel 27, lid 2, krijgt een vergunning verleend door de bevoegde autoriteit en deze oefent daarop toezicht uit om te beoordelen of securitisaties aan de STS-criteria van de artikelen 19 tot en met 22, de artikelen 23 tot en met 26 of de artikelen 26 bis tot en met 26 sexies voldoen. De bevoegde autoriteit verleent de vergunning indien de volgende voorwaarden zijn vervuld:”;
(15)Artikel 29 wordt als volgt gewijzigd:
a)het volgende lid 4 bis wordt ingevoegd:
“4 bis.
De bevoegde autoriteiten die in overeenstemming met Richtlijn 2013/36/EU verantwoordelijk zijn voor het toezicht op initiators, sponsors en SSPE’s, waaronder de ECB wat betreft specifieke taken die haar worden opgedragen bij Verordening (EU) nr. 1024/2013, zien toe op de nakoming door de initiators, sponsors en SSPE’s van de in de artikelen 18 tot en met 27 van deze verordening vermelde verplichtingen.”;
b)in lid 5 wordt de eerste zin vervangen door:
“Voor entiteiten die onder toezicht staan van bevoegde autoriteiten niet zijnde die bedoeld in lid 4 bis, wijzen de lidstaten een of meer bevoegde autoriteiten aan om toezicht te houden op de naleving door initiators, sponsors en SSPE’s van de artikelen 18 tot en met 27 en op de naleving door derde partijen van artikel 28.”.
(16)Artikel 30 wordt als volgt gewijzigd:
a)het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:
“1 bis. De bevoegde autoriteit oefent overeenkomstig artikel 29 toezicht uit op de inachtneming door initiators, sponsors, SSPE’s en oorspronkelijke kredietverstrekkers van deze verordening.”;
b)lid 5 wordt geschrapt.
(17)Aan artikel 32, lid 1, eerste alinea, wordt het volgende punt i) toegevoegd:
“i)
een institutionele belegger niet zijnde de initiator, sponsor of oorspronkelijke kredietverstrekker heeft niet aan de vereisten van artikel 5 voldaan.”.
(18)Artikel 36 wordt als volgt gewijzigd:
a)lid 2 wordt geschrapt;
b)lid 3 wordt vervangen door:
“Binnen het kader van het Gemengd Comité van de Europese toezichthoudende autoriteiten wordt een specifiek securitisatiesubcomité ingesteld waarin de bevoegde autoriteiten voor het uitvoeren van hun taken krachtens de artikelen 30 tot en met 34 nauw met elkaar samenwerken. Het securitisatiesubcomité wordt door de EBA geleid met medewerking van de ESMA en de Eiopa. De EBA verzorgt het secretariaat en levert een vicevoorzitter aan het securitisatiesubcomité op permanente basis. Het securitisatiesubcomité bevordert convergentie in het toezicht om gemeenschappelijke toezichtpraktijken te verzekeren. De leden van het securitisatiesubcomité zorgen, onder de regie van de EBA, voor een nauwe coördinatie van hun toezichtmaatregelen teneinde inbreuken op deze verordening vast te stellen en te remediëren, zij ontwikkelen en bevorderen goede praktijken, faciliteren samenwerking, dragen bij tot een consistente toepassing van wetgeving en verstrekken jurisdictieoverschrijdende beoordelingen in geval van verschillen van mening. Het securitisatiesubcomité monitort op regelmatige basis de staat van de markt en de toepassing van deze verordening.”;
c)de volgende leden 3 bis en 3 ter worden ingevoegd:
“3 bis.
Het in lid 3 bedoelde securitisatiesubcomité ontwikkelt uiterlijk [12 months after adoption] richtsnoeren om gemeenschappelijke toezichtprocedures vast te leggen.
3 ter.
Na de notificatie aan de bevoegde autoriteiten op grond van artikel 7, lid 1, stellen de bevoegde autoriteiten van de sell-side-entiteiten van de transactie een leidende toezichthouder aan om acties te coördineren en onderling afwijkende toepassing van deze verordening te vermijden voor transacties waarbij sell-side-entiteiten betrokken zijn die tot het takenpakket van bevoegde autoriteiten uit meer dan één lidstaat behoren. Een bevoegde autoriteit mag de uitoefening van sommige of alle in deze verordening bedoelde taken en bevoegdheden aan de leidende toezichthouder delegeren. Ingeval de bevoegde autoriteiten van de sell-side-entiteiten geen overeenstemming bereiken over de aanstelling van de leidende toezichthouder, stelt het krachtens lid 3 ingestelde securitisatiesubcomité de leidende toezichthouder aan.”;
d)in lid 6 worden de eerste en de tweede alinea vervangen door:
“Bij ontvangst van de in lid 4 bedoelde informatie neemt de bevoegde autoriteit van de van de inbreuk verdachte entiteit binnen 15 werkdagen alle maatregelen die noodzakelijk zijn om de geconstateerde inbreuk te verhelpen, en doet zij kennisgeving aan de andere betrokken bevoegde autoriteiten, en met name die van de initiator, de sponsor en de SSPE en de bevoegde autoriteiten van de houder van een securitisatiepositie, indien deze bekend zijn. Een bevoegde autoriteit die met een andere bevoegde autoriteit in procedureel of inhoudelijk opzicht van mening verschilt over de door die andere bevoegde autoriteit genomen of niet genomen maatregelen, geeft zonder onnodige vertraging van haar meningsverschil kennis aan alle overige bevoegde autoriteiten. Wanneer dat verschil van mening niet binnen drie maanden na de datum van kennisgeving aan alle betrokken bevoegde autoriteiten is beslecht, wordt de zaak verwezen naar de EBA overeenkomstig artikel 19 en, indien toepasselijk, artikel 20 van Verordening (EU) nr. 1093/2010. De in artikel 19, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 bedoelde verzoeningstermijn duurt één maand.
Indien de betrokken bevoegde autoriteiten binnen de in de eerste alinea bedoelde verzoeningsfase geen overeenstemming bereiken, neemt de EBA binnen één maand het in artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) nr. 1093/2010 bedoelde besluit. Tijdens de in dit artikel bedoelde procedure wordt een securitisatie die voorkomt op de door de ESMA krachtens artikel 27 van deze verordening bijgehouden lijst, verder als STS krachtens hoofdstuk 4 van deze verordening beschouwd, en wordt zij op deze lijst gehandhaafd.”;
e)lid 7 wordt vervangen door:
“7.
Drie jaar na de datum van toepassing van deze verordening, en nadien om de drie jaar voert de EBA, in samenwerking met de ESMA en de Eiopa, een collegiale toetsing overeenkomstig artikel 30 van Verordening (EU) nr. 1093/2010 uit van de implementatie van in artikel 30 van deze verordening bepaalde toezichtsbevoegdheden.”;
f)lid 8 wordt geschrapt.
(19)Artikel 44 wordt als volgt gewijzigd:
a)in de eerste alinea wordt punt e) vervangen door:
“e)
de bijdrage van securitisatie aan de financiering van ondernemingen in de Unie en aan de economie van de Unie.”;
b)de tweede alinea wordt geschrapt.
(20)Artikel 46 wordt vervangen door:
“Artikel 46
Herziening
Uiterlijk [PO please insert the date: 5 years after date of entry into force] dient de Commissie een verslag in bij het Europees Parlement en de Raad over het functioneren van deze verordening, in voorkomend geval vergezeld van een wetgevingsvoorstel.
In dat verslag wordt met name aandacht besteed aan de bevindingen van de in artikel 44 bedoelde verslagen, en wordt het volgende beoordeeld:
a)
de effecten van deze verordening op het functioneren en de ontwikkeling van de markt voor securitisaties in de Unie;
b)
de bijdrage van securitisatie aan:
i)
de financiering van EU-ondernemingen en de EU-economie, en met name de toegang tot krediet voor het mkb en voor investeringen;
ii)
de onderlinge verwevenheid tussen financiële instellingen en de stabiliteit van de financiële sector;
c)
de vraag of op het gebied van STS-securitisaties een gelijkwaardigheidsregeling kan worden ingevoerd voor initiators, sponsors en SSPE’s uit derde landen, ook wat betreft due-diligencevereisten, rekening houdende met internationale ontwikkelingen op het gebied van securitisatie, en met name initiatieven inzake eenvoudige, transparante en vergelijkbare securitisaties;
d)
de uitvoering van de vereisten van artikel 22, lid 4, en artikel 26 quinquies, lid 4, en de vraag of die vereisten kunnen worden uitgebreid tot securitisaties waarvan de onderliggende blootstellingen geen woonkredieten of autoleningen of -leases zijn, met het oog op de integratie van de openbaarmaking van ecologische, sociale en governanceaspecten.”.
Artikel 2
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Straatsburg,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter
FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM — AGENTSCHAPPEN
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
1.2.Betrokken beleidsterreinen
1.3.Doelstellingen
1.3.1.Algemene doelstellingen
1.3.2.Specifieke doelstellingen
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen
1.3.4.Prestatie-indicatoren
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
1.6.Duur van het voorstel/initiatief en van de financiële gevolgen ervan
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
2.2.Beheers- en controlesystemen
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting
3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
3.2.7.Bijdragen van derden
3.2.8.Geraamde personeelsbehoeften en vereiste administratieve kredieten in een gedecentraliseerd agentschap
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
4.Digitale dimensies
4.1.Voorschriften met digitale relevantie
4.2.Gegevens
4.3.Digitale oplossingen
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
Verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 tot vaststelling van een algemeen kader voor securitisatie en tot instelling van een specifiek kader voor eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde securitisatie
1.2.Betrokken beleidsterreinen
Beleidsterrein: Financiële stabiliteit, financiële diensten en kapitaalmarktenunie
Activiteit: Financiële markten
1.3.Doelstellingen
1.3.1.Algemene doelstellingen
Dit initiatief is een van de componenten van de spaar- en investeringsunie. Dit voorstel heeft tot doel:
1) het doen heropleven van een securitisatiemarkt die de financiering van de EU-economie zal verbeteren, en
2) een beter evenwicht te vinden tussen veiligheid en ontwikkeling van de markt.
Het doel is de voorwaarden en het klimaat te creëren voor meer kredietverlening aan de reële economie. Een goed functionerende securitisatiemarkt zal banken ertoe aanzetten om actiever te worden op die markt, waardoor zij uiteindelijk ook meer krediet zullen verlenen aan de economie.
1.3.2.Specifieke doelstellingen
Dit voorstel heeft de volgende doelstellingen:
1) Verminderen van hoge operationele kosten voor emittenten en beleggers, gecompenseerd door robuuste en evenredige normen inzake transparantie, beleggersbescherming en toezicht.
2) Verwijderen van regelgevingsbarrières, waardoor de markt zich houdbaarder en veerkrachtiger kan ontwikkelen.
3) Bijdragen aan de inspanningen van de Commissie om de regeldruk voor marktdeelnemers te verminderen.
Securitisatie kan een belangrijk kanaal zijn voor het diversifiëren van financieringsbronnen en het doelmatiger spreiden van risico’s binnen het financiële systeem van de EU. Een en ander kan helpen om het risico in de financiële sector breder te spreiden en om op de balans van banken ruimte te creëren voor verdere kredietverlening aan de verschillende categorieën spelers in de economie (bv. niet-financiële vennootschappen, mkb, personen). Over het geheel genomen kan securitisatie de efficiëntie in het financiële systeem verbeteren en extra beleggingskansen creëren. Securitisatie kan de brug slaan tussen banken en kapitaalmarkten, met indirecte baten voor bedrijven en burgers (via bijvoorbeeld minder dure leningen, hypotheken en credit cards).
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen
Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.
De voorgestelde wijzigingen zullen de securitisatiemarkt nieuwe impulsen geven en securitisatie een rol laten spelen bij de uitbouw van de spaar- en investeringsunie. Zij zullen ook lasten en compliancekosten voor emittenten en beleggers doen dalen. Doordat zij de hoge operationele kosten aanpakken die banken en verzekeraars ervan afschrikten om deel te nemen aan de EU-securitisatiemarkt, zullen de voorgestelde wijzigingen bijdragen aan de inspanningen van de Commissie om de regeldruk voor marktdeelnemers te verminderen en zullen zij de ontwikkeling van de markt en het gebruik van securitisatie stimuleren. Tegelijk zullen de voorgestelde wijzigingen de financiële stabiliteit verder blijven garanderen en een passend niveau van beleggers- en consumentenbescherming blijven bieden.
1.3.4.Prestatie-indicatoren
Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten
De volgende indicatoren zullen worden gebruikt om de voortgang en behaalde resultaten te beoordelen:
Monitoring van de kosten van het uitvoeren van due diligence om in securitisatietransacties te beleggen.
Monitoring van uitgiftekosten veroorzaakt door de rapportagevereisten.
Tracking van het aantal emittenten van en beleggers in securitisaties.
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:
een nieuwe actie
een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie
de verlenging van een bestaande actie
de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
Het voorstel komt met een reeks vereenvoudigingen en verfijningen die de efficiëntie op de securitisatiemarkt moeten versterken. Via gerichte aanpassingen en vereenvoudiging zijn deze maatregelen geschikt om de capaciteit van de markt te vergroten, een bredere beleggersbasis aan te trekken en economische groei aan te zwengelen – maar het financiële systeem toch zowel weerbaar en veerkrachtig als transparant te houden. De veranderingen zouden het concurrentievermogen en de houdbaarheid van het EU-securitisatieraamwerk impulsen moeten geven, en zo de groei voor alle betrokken stakeholders aanjagen.
Een significante vereenvoudiging van due-diligencetaken voor bedrijven en een efficiënter transparantieraamwerk zouden inhouden dat de processen die ondernemingen moeten volgen om compliance te verzekeren, worden gestroomlijnd. Door deze verplichtingen te verminderen zullen bedrijven te maken krijgen met lagere compliancekosten, waardoor meer middelen kunnen worden ingezet voor kernactiviteiten van hun bedrijf.
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
Redenen voor optreden op EU-niveau (ex ante):
Securitisatieproducten zijn onderdeel van EU-kapitaalmarkten die open en geïntegreerd zijn. Securitisatie brengt financiële instellingen uit verschillende lidstaten en uit niet-lidstaten samen: vaak initiëren banken de leningen die worden gesecuritiseerd, terwijl financiële instellingen zoals verzekeraars en beleggingsfondsen in die producten beleggen – ook buiten de Europese grenzen.
Securitisatie is een instrument om EU-kapitaalmarkten te verdiepen, hun risicoprofiel te diversifiëren en op de balans van banken ruimte te creëren voor additionele kredietverlening – voor EU-huishoudens en -bedrijven – om de EU-economie zowel concurrerender als veerkrachtiger te maken.
De mogelijkheden van de lidstaten om nationale maatregelen vast te stellen is beperkt, aangezien het bestaande EU-securitisatieraamwerk reeds voorziet in een geharmoniseerd geheel van regels op EU-niveau en wijzigingen op nationaal niveau strijdig zouden zijn met het geldende Unierecht. Met individueel optreden van lidstaten kunnen de hier geschetste doelstellingen op zich niet worden verwezenlijkt.
Verwachte toegevoegde waarde EU (ex-post):
Doel van het voorstel is het verwijderen van ongewenste barrières voor uitgifte en belegging op de EU-securitisatiemarkt. Ook zal het op de interne markt voor een gelijk speelveld zorgen voor alle institutionele beleggers die bij securitisatie betrokken zijn.
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
In de evaluatie en de effectbeoordeling waarvan dit wetgevingsvoorstel vergezeld gaat, is nagegaan hoe het bestaande raamwerk heeft gepresteerd en is een aantal tekortkomingen aan het licht gekomen. De algemene doelstelling van “het doen heropleven van een betrouwbare securitisatiemarkt met het oog op een betere financiering van de economie in de EU, wat de link tussen bancaire schuldafbouw en kredietschaarste op korte termijn zal doen vervagen en op lange termijn een evenwichtigere en stabielere financieringsstructuur voor de economie van de EU zal opleveren” is slechts ten deel waargemaakt omdat het initiatief, ook al is de securitisatiemarkt veiliger geworden, ontoereikend is gebleken om de markt te doen heropleven of de financieringskansen te verbeteren. De meeste maatregelen die in het raamwerk zijn opgenomen, zetten in de eerste plaats in op het mitigeren van potentiële risico’s verbonden aan securitisatie – en niet op het ondersteunen van de ontwikkeling van deze markt. Op termijn is de doelstelling om een beter evenwicht te vinden tussen veiligheid en ontwikkeling van de markt. Daarom ligt bij de meeste van de voorgestelde wijzigingen de klemtoon op het verder ontwikkelen van de EU-securitisatiemarkt door het raamwerk evenrediger te maken.
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
De doelstellingen van het initiatief sporen met een aantal andere EU-beleidslijnen en lopende initiatieven, en met name met het Uniebeleid om een spaar- en investeringsunie tot stand te brengen. In maart 2025 kondigde de Europese Commissie in haar mededeling over de spaar- en investeringsunie aan maatregelen te zullen nemen die inzetten op het vereenvoudigen van due diligence en transparantie, om zo de securitisatiemarkt verdere impulsen te geven.
Het wetgevingsvoorstel zou door zijn beperkte effecten op de begroting verenigbaar blijven met het MFK, omdat het voorziet in een additionele Uniebijdrage aan de Europese Bankautoriteit (“EBA”) als gevolg van de 2 additionele vte’s die de EBA zou krijgen om de haar door de wetgevers opgedragen extra taken uit te voeren.
Synergie-effecten en mogelijkheden voor herschikking zijn onderzocht, waardoor 1 vte zou worden overgeheveld van de ESMA naar de EBA, om de overdracht van een taak tussen de beide autoriteiten weer te geven. De van de ESMA overgedragen vte zou geen significante begrotingseffecten hebben, afgezien van een overdracht binnen Rubriek 1.
Per saldo zal het voorstel de personeelsformatie bij de EBA tijdens de toekomstige jaarlijkse begrotingsprocedure met 3 vte’s doen toenemen, waaronder 1 vte overgedragen van de ESMA. De EBA zal blijven werken aan het maximaliseren van synergie-effecten en efficiëntiewinsten (onder meer via IT-systemen), en zal de extra werkbelasting die met dit voorstel samengaat, van nabij monitoren, hetgeen tot uiting zal komen in het door het agentschap in het kader van de jaarlijkse begrotingsprocedure gevraagde personeelsformatie.
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
Uiteenlopende financieringsopties zijn besproken, waaronder met name het dekken van de kosten door vergoedingen en interne herschikking. De optie van vergoedingen is praktisch onwerkbaar aangezien vergoedingen worden geëist van bedrijven die de kosten van de voorstellen niet kunnen dekken. Dit soort aanpak zou moeilijk te verantwoorden zijn, aangezien de overwogen maatregelen niet rechtstreeks verband houden met toezichtbevoegdheden, maar deel uitmaken van de ontwikkeling van het regelgevingskader.
De mogelijkheid van herschikking werd onderzocht, hetgeen resulteerde in de overdracht van 1 tijdelijk functionaris van de ESMA naar de EBA. Verdere interne herschikkingen binnen de ESA’s is geen optie, aangezien de ESA’s nu al grote moeilijkheden hebben om hun toezichthoudende taken waar te maken.
1.6.Duur van het voorstel/initiatief en van de financiële gevolgen ervan
beperkte geldigheidsduur
–
van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ
–
financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.
onbeperkte geldigheidsduur
–Uitvoering met een opstartperiode vanaf 2027 tot en met 2029,
–gevolgd door een volledige uitvoering.
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting
Direct beheer door de Commissie
– door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie.
–
door de uitvoerende agentschappen
Gedeeld beheer met de lidstaten
Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:
– derde landen of de door hen aangewezen organen
– internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)
– de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds
– de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen
– publiekrechtelijke organen
– privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling
– in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.
Opmerkingen
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
In lijn met standaardregelingen binnen bestaande agentschappen zal de Europese Bankautoriteit (EBA) regelmatig verslagen opstellen over haar activiteiten (waaronder interne rapportage aan het senior management, rapportage aan de raden en het opstellen van het jaarverslag) en is zij onderworpen aan audits door de Rekenkamer en de dienst voor interne audit van de Commissie over haar gebruik van middelen en prestaties.
De EBA-verordening, Verordening (EU) nr. 1093/2010, wordt op regelmatige tijdstippen herzien.
2.2.Beheers- en controlesystemen
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
De Europese toezichthoudende instanties voor financiële diensten (EBA, Eiopa, ESMA) zijn decentrale reguleringsinstanties krachtens artikel 70 van het Financieel Reglement.
Beheer- en controlesystemen van de Europese Bankautoriteit zijn vastgelegd in hoofdstuk VI van Verordening (EU) nr. 1093/2010 waarmee deze autoriteit is opgericht, in combinatie met de toepasselijke financiële kaderregeling, Verordening (EU) 2019/715, zoals bekrachtigd door de Autoriteit.
De EBA moet erop toezien dat de passende normen worden nageleefd in alle sectoren van het interne-controleraamwerk en is onderworpen aan audits door de interne auditdienst van de Commissie. Bovendien moet dit agentschap elk begrotingsjaar, op aanbeveling van de Raad, kwijting voor de uitvoering van zijn begroting krijgen van het Europees Parlement.
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken
In verband met het rechtmatige, economische en efficiënte gebruik van de kredieten die uit door de EBA in het kader van dit voorstel uit te voeren acties voortvloeien, brengt dit initiatief geen andere significante risico’s mee dan die welke momenteel al niet door een bestaand interne-controleraamwerk worden bestreken.
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)
De beheers- en controlesystemen zijn vastgelegd in Verordening (EU) nr. 1093/2010, die het functioneren van het EBA beregelen. Deze worden als kosteneffectief beschouwd. Uit dat oogpunt zal het initiatief geen significante effecten hebben op kosten die voor rekening van de lidstaten of de EBA komen. De effecten van risico’s van foutenpercentages zullen naar verwachting zeer laag zijn.
Op basis van ervaringen uit het verleden worden de kosten van DG FISMA voor het algehele toezicht op een autoriteit zoals de EBA geraamd op 0,5 % van de verschuldigde jaarlijkse bijdragen. Dergelijke kosten omvatten bijvoorbeeld, maar niet uitsluitend, de kosten in verband met de beoordeling van de jaarlijkse programmering en begroting, de deelname van vertegenwoordigers van DG FISMA aan raden van bestuur, raden van toezichthouders en daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden.
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
Met het oog op de bestrijding van fraude, corruptie en andere onwettige activiteiten is Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) onverkort op de EBA van toepassing.
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven
·Bestaande begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK.
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
1.
|
03 10 02 00: Europese Bankautoriteit (EBA)
|
GK
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
|
1.
|
03 10 04 00: Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA)
|
GK
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
|
n.v.t.
|
|
|
|
|
|
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig
– Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Europese Bankautoriteit
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
Begrotingsonderdeel: 03 10 02 002 / Bijdrage van de EU-begroting aan het agentschap
|
|
|
|
0,263
|
0,263
|
De Uniesubsidie aan de ESMA zal worden verlaagd met de bedragen uit de onderstaande tabel:
|
Europese Autoriteit voor effecten en markten
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
Begrotingsonderdeel: 03 10 04 00 / Bijdrage van de EU-begroting aan het agentschap
|
|
|
|
(0,088)
|
(0,088)
|
De kredieten en de bijdrage van de EU-begroting aan de Europese Bankautoriteit (EBA) zullen worden gecompenseerd door een verlaging van de kredieten en de bijdrage van de EU-begroting aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) – hetgeen de nettobedragen uit de onderstaande tabel oplevert.
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
(inclusief bijdrage aan gedecentraliseerd agentschap)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,175
|
0,175
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,175
|
0,175
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 1
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,175
|
0,175
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0175
|
0,175
|
|
|
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,175
|
0,175
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,175
|
0,175
|
|
• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,175
|
0,175
|
|
van het meerjarig financieel kader
(referentiebedrag)
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0175
|
0,175
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
7
|
“Administratieve uitgaven”
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
|
Vastleggingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,175
|
0,175
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,175
|
0,175
|
3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten
Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Vermeld doelstellingen en outputs
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
|
OUTPUTS
|
|
|
Soort
|
Gem. kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Totaal aantal
|
Totale kosten
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
Raming in voltijdequivalenten (vte’s)
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in vte’s)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- centrale diensten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):
|
|
Bestaand personeel van de diensten van de Commissie
|
Extra personeel*
|
|
|
|
Te financieren uit rubriek 7 of onderzoek
|
Te financieren uit BA-onderdeel
|
Te financieren uit vergoedingen
|
|
Personeelsformatieposten
|
|
|
n.v.t.
|
|
|
Extern personeel (AC, END, INT)
|
|
|
|
|
Beschrijving van de uit te voeren taken door:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel
|
|
|
Extern personeel
|
|
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen
Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.
De kredieten onder rubriek 7 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.
De kredieten onder de rubrieken 1 t/m 6 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat gebruikt moet worden voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag enz.). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in deel 4, “Digitale dimensies”.
|
TOTAAL Digitale en IT-kredieten
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
IT-uitgaven (algemeen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
Het voorstel/initiatief:
–
kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)
Niet van de toepassing aangezien de taken zouden worden uitgevoerd door gedecentraliseerde agentschappen.
–
vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening
Niet van de toepassing aangezien de taken zouden worden uitgevoerd door gedecentraliseerde agentschappen.
–
vereist een herziening van het MFK
Niet van de toepassing aangezien de taken zouden worden uitgevoerd door gedecentraliseerde agentschappen.
3.2.7.Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
–
voorziet niet in medefinanciering door derden
–
voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar 2024
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
Totaal
|
|
Medefinancieringsbron
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL medegefinancierde kredieten
|
|
|
|
|
|
3.2.8.Geraamde personeelsbehoeften en vereiste administratieve kredieten in een gedecentraliseerd agentschap
Personeelsbehoeften (voltijdequivalenten)
|
Agentschap: Europese Bankautoriteit
|
Jaar 2024
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
|
Tijdelijke functionarissen (AD‑rangen)
|
|
|
|
3
|
|
Tijdelijke functionarissen (AST‑rangen)
|
|
|
|
|
|
Subtotaal tijdelijke functionarissen (AD + AST)
|
0
|
0
|
0
|
3
|
|
Arbeidscontractanten
|
|
|
|
|
|
Gedetacheerde nationale deskundigen
|
|
|
|
|
|
Subtotaal arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL personeel
|
0
|
0
|
0
|
3
|
|
Agentschap: Europese Autoriteit voor effecten en markten
|
Jaar 2024
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
|
Tijdelijke functionarissen (AD‑rangen)
|
|
|
|
(1)
|
|
Tijdelijke functionarissen (AST‑rangen)
|
|
|
|
|
|
Subtotaal tijdelijke functionarissen (AD + AST)
|
0
|
0
|
0
|
(1)
|
|
Arbeidscontractanten
|
|
|
|
|
|
Gedetacheerde nationale deskundigen
|
|
|
|
|
|
Subtotaal arbeidscontractanten en gedetacheerde nationale deskundigen
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL personeel
|
0
|
0
|
0
|
(1)
|
Kredieten gedekt door bijdragen uit de EU-begroting in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Agentschap: Europese Bankautoriteit
|
Jaar 2024
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
Titel 1: Personeelskosten
|
|
|
|
0,225
|
0,225
|
|
Titel 2: Infrastructuuruitgaven en huishoudelijke uitgaven
|
|
|
|
0,037
|
0,037
|
|
Titel 3: Operationele uitgaven
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten gedekt door EU-begroting
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,263
|
0,263
|
|
Agentschap: Europese Autoriteit voor effecten en markten
|
Jaar 2024
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
Titel 1: Personeelskosten
|
|
|
|
(0,075)
|
(0,075)
|
|
Titel 2: Infrastructuuruitgaven en huishoudelijke uitgaven
|
|
|
|
(0,013)
|
(0,013)
|
|
Titel 3: Operationele uitgaven
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten gedekt door EU-begroting
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
(0,088)
|
(0,088)
|
Kredieten gedekt door eventuele vergoedingen, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
n.v.t.
Kredieten gedekt door eventuele medefinanciering, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
De bijdrage van nationale bevoegde autoriteiten aan de Europese Bankautoriteit zal voor een deel worden gecompenseerd door een verlaging van bijdragen van nationale bevoegde autoriteiten aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
|
Agentschap: Europese Bankautoriteit
|
Jaar 2024
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
Titel 1: Personeelskosten
|
|
|
|
0,338
|
0,338
|
|
Titel 2: Infrastructuuruitgaven en huishoudelijke uitgaven
|
|
|
|
0,056
|
0,056
|
|
Titel 3: Operationele uitgaven
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten gedekt door EU-begroting
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,394
|
0,394
|
Bijdragen van nationale bevoegde autoriteiten aan de ESMA zullen worden verlaagd met de bedragen uit de onderstaande tabel, hetgeen overeenstemt met 1 vte:
|
Agentschap: Europese Autoriteit voor effecten en markten
|
Jaar 2024
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
Titel 1: Personeelskosten
|
|
|
|
(0,112)
|
(0,112)
|
|
Titel 2: Infrastructuuruitgaven en huishoudelijke uitgaven
|
|
|
|
(0,019)
|
(0,019)
|
|
Titel 3: Operationele uitgaven
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten gedekt door EU-begroting
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
(0,131)
|
(0,131)
|
Overzicht/samenvatting van personeel en kredieten (in miljoenen euro’s) die voor het voorstel/initiatief nodig zijn in een gedecentraliseerd agentschap
De subsidie van de Unie en de bijdrage van nationale bevoegde autoriteiten aan de Europese Bankautoriteit zullen voor een deel worden gecompenseerd door een verlaging van de subsidie en bijdragen aan de Europese Autoriteit voor effecten en markten.
|
Agentschap: Europese Bankautoriteit
|
Jaar 2024
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
Tijdelijke functionarissen (AD + AST)
|
0
|
0
|
0
|
3
|
-
|
|
Arbeidscontractanten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
-
|
|
Gedetacheerde nationale deskundigen
|
0
|
0
|
0
|
0
|
-
|
|
Totaal personeel
|
0
|
0
|
0
|
3
|
-
|
|
Kredieten gedekt door EU-begroting
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,263
|
0,263
|
|
Kredieten gedekt door vergoedingen
(indien van toepassing)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Medegefinancierde kredieten
(indien van toepassing)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,394
|
0,394
|
|
TOTAAL kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,657
|
0,657
|
De personeelsbezetting van de ESMA zal met 1 vte worden verminderd, waardoor de subsidie van de Unie en de bijdrage van nationale bevoegde autoriteiten aan de ESMA kunnen worden verlaagd, zoals onderstaande tabel laat zien:
|
Agentschap: Europese Autoriteit voor effecten en markten
|
Jaar 2024
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
Tijdelijke functionarissen (AD + AST)
|
0
|
0
|
0
|
(1)
|
-
|
|
Arbeidscontractanten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
-
|
|
Gedetacheerde nationale deskundigen
|
0
|
0
|
0
|
0
|
-
|
|
Totaal personeel
|
0
|
0
|
0
|
(1)
|
-
|
|
Kredieten gedekt door EU-begroting
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
(0,088)
|
(0,088)
|
|
Kredieten gedekt door vergoedingen
(indien van toepassing)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Medegefinancierde kredieten
(indien van toepassing)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
(0,131)
|
(0,131)
|
|
TOTAAL kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
(0,219)
|
(0,219)
|
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
–
voor de eigen middelen
–
voor overige ontvangsten
–geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:
|
Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten
|
Gevolgen van het voorstel/initiatief
|
|
|
|
Jaar 2024
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
|
Artikel ………….
|
|
|
|
|
|
Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.
Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).
4.Digitale dimensies
De voorgestelde wijzigingen van Verordening (EU) 2017/2402 houden geen substantiële wijziging in van de digitale infrastructuur en processen die de implementatie van de verordening ondersteunen. Bijgevolg wordt het voorstel geacht geen digitale relevantie te hebben.
4.1.Voorschriften met digitale relevantie
4.2.Gegevens
4.3.Digitale oplossingen
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering