Brussel, 17.12.2025

COM(2025) 789 final

2025/0427(NLE)

Voorstel voor een

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit van 4 mei 2022 betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Zweden


2025/0427 (NLE)

Voorstel voor een

UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit van 4 mei 2022 betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Zweden

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie,

Gezien Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit 1 , en met name artikel 20, lid 1,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Nadat Zweden op 28 mei 2021 zijn nationale herstel- en veerkrachtplan had ingediend, heeft de Commissie de Raad een voorstel voor een positieve beoordeling voorgelegd. Op 4 mei 2022 heeft de Raad de positieve beoordeling goedgekeurd door middel van een uitvoeringsbesluit (“het uitvoeringsbesluit van de Raad van 4 mei 2022”) 2 . Het uitvoeringsbesluit van de Raad van 4 mei 2022 is gewijzigd bij de uitvoeringsbesluiten van de Raad van 9 november 2023 3 en 10 december 2024 4 .

(2)Op 19 juni 2025 heeft Zweden overeenkomstig artikel 21, lid 1, van Verordening (EU) 2021/241 een met redenen omkleed verzoek bij de Commissie ingediend om een voorstel in te dienen tot wijziging van het uitvoeringsbesluit van de Raad van 4 mei 2022, aangezien het herstel- en veerkrachtplan vanwege objectieve omstandigheden gedeeltelijk niet langer haalbaar is. Op basis daarvan heeft Zweden een gewijzigd herstel- en veerkrachtplan ingediend.

Wijzigingen op basis van artikel 21 van Verordening (EU) 2021/241

(3)De wijzigingen van het herstel- en veerkrachtplan die Zweden op grond van objectieve omstandigheden heeft ingediend, hebben betrekking op 18 maatregelen.

(4)Zweden heeft toegelicht dat twee maatregelen zijn gewijzigd om betere alternatieven uit te voeren, om zo de oorspronkelijke ambitie ervan te bereiken. Dit betreft investering 3 (Energie-efficiëntie in meergezinswoningen) in het kader van component 1 (Groen herstel) en investering 1 (Opgeschaalde maatregel: Energie-efficiëntie in meergezinswoningen) in het kader van component 6 (REPowerEU-hoofdstuk). Op basis hiervan heeft Zweden verzocht om de bovengenoemde maatregelen te wijzigen. Aangezien die omstandigheden een wijziging van de maatregelen rechtvaardigen, moet het uitvoeringsbesluit van de Raad van 4 mei 2022 dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(5)Zweden heeft toegelicht dat 15 maatregelen zijn gewijzigd om betere alternatieven uit te voeren waarmee de administratieve last kan worden verminderd en het uitvoeringsbesluit van de Raad kan worden vereenvoudigd, maar waarmee de doelstellingen van die maatregelen nog steeds worden gehaald. Dit betreft investering 1 (Lokale en regionale klimaatinvesteringen), investering 2 (Klimaatinvesteringen in de industriële sector (Industry Leap)), investering 5 (Bescherming van waardevolle natuur) en hervorming 1 (Stroomlijning van het proces voor milieuvergunningen) in het kader van component 1 (Groen herstel), investering 1 (Meer studieplaatsen in regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen), investering 3 (Middelen om tegemoet te komen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs) en hervorming 3 (Nationaal beroepsprogramma voor directeuren, leerkrachten en leerkrachten in voor- en vroegschoolse educatie en opvang) in het kader van component 2 (Onderwijs en transitie), investering 1 (Initiatief voor ouderenzorg), hervorming 1 (Regulering van de beroepstitel van verpleegassistenten), hervorming 2 (Aangepaste leeftijdsgrenzen) en hervorming 3 (Strengere maatregelen tegen witwassen en terrorismefinanciering) in het kader van component 3 (Betere voorwaarden voor het aanpakken van de demografische uitdaging), investering 1 (Investeringssteun voor huurwoningen en studentenhuisvesting) en hervorming 2 (Herziening van het regelgevingskader voor bouwvergunningen) in het kader van investering 5 (Investeringen voor groei en huisvesting) en investering 2 (Opgeschaalde maatregel: Investeringssteun voor huurwoningen en studentenhuisvesting) en hervorming 1 (Versnelling van de vergunningsprocedure voor de aanleg van elektriciteitsnetten) in het kader van component 6 (REPowerEU-hoofdstuk). Op basis hiervan heeft Zweden verzocht om deze maatregelen te wijzigen. Het uitvoeringsbesluit van de Raad van 4 mei 2022 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(6)Zweden heeft uitgelegd dat één maatregel is geschrapt om de administratieve lasten te verminderen en het uitvoeringsbesluit van de Raad te vereenvoudigen. Dit betreft investering 1 (Gezamenlijke digitale infrastructuur voor overheidsdiensten) in het kader van component 4 (Uitbreiding van breedband en digitalisering van het openbaar bestuur). Het uitvoeringsbesluit van de Raad van 4 mei 2022 moet dienovereenkomstig worden gewijzigd.

Verdeling van mijlpalen en streefdoelen

(7)De verdeling van mijlpalen en streefdoelen in tranches moet worden gewijzigd om rekening te houden met de wijzigingen van het herstel- en veerkrachtplan en het indicatieve tijdschema dat Zweden heeft gepresenteerd.

Beoordeling door de Commissie

(8)De Commissie heeft het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan beoordeeld aan de hand van de criteria van artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) 2021/241.

Kosten

(9)Overeenkomstig artikel 19, lid 3, punt i), van Verordening (EU) 2021/241 en criterium 2.9 van bijlage V daarbij, is de in het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan verstrekte motivering voor het bedrag van de geraamde totale kost van het herstel- en veerkrachtplan in redelijke mate (score B) redelijk en aannemelijk, strookt het met het kostenefficiëntiebeginsel en staan de kosten in verhouding tot de verwachte nationale economische en sociale gevolgen.

(10)Zweden heeft de kostenberekening voor investering 3 (Energie-efficiëntie in meergezinswoningen) in het kader van component 1 geactualiseerd, wat heeft geleid tot een daling van de geraamde totale kosten van het herstel- en veerkrachtplan. Zweden heeft voldoende informatie en bewijsmateriaal verstrekt om te bevestigen dat de kosten van de herziene investering redelijk en aannemelijk blijven. Tot slot stroken de geraamde totale kosten van het herstel- en veerkrachtplan met het kostenefficiëntiebeginsel en staan zij in verhouding tot de verwachte nationale economische en sociale gevolgen.

Eventuele andere beoordelingscriteria

(11)De Commissie is van oordeel dat de door Zweden voorgestelde wijzigingen geen invloed hebben op de positieve beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan in het uitvoeringsbesluit van de Raad van 4 mei 2022 betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Zweden met betrekking tot de relevantie, doeltreffendheid, efficiëntie en samenhang van het herstel- en veerkrachtplan aan de hand van de beoordelingscriteria van artikel 19, lid 3, punten a), b), c), d), d bis), d ter), e), f), g), h), j) en k).

Positieve beoordeling

(12)De Commissie heeft het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan positief beoordeeld en concludeert dat het plan op bevredigende wijze voldoet aan de beoordelingscriteria van Verordening (EU) 2021/241. Nu moeten, overeenkomstig artikel 20, lid 2, van en bijlage V bij die verordening, de hervormings- en investeringsprojecten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan worden vastgelegd, alsook de relevante mijlpalen, streefdoelen en indicatoren en het bedrag dat door de Unie beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan.

Financiële bijdrage

(13)De geraamde totale kosten van het herstel- en veerkrachtplan van Zweden bedragen 3 452 688 140 EUR, wat overeenkomt met 34 958 467 418 SEK, op basis van de EUR/SEK-referentiekoers van de ECB van 28 mei 2021. Aangezien het bedrag van de geraamde totale kosten van het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan hoger is dan de geactualiseerde maximale financiële bijdrage die voor Zweden beschikbaar is, moet de overeenkomstig artikel 4 bis van Verordening (EU) 2021/1755 van het Europees Parlement en de Raad 5 en artikel 20, lid 4, en artikel 21 bis, lid 6, van Verordening (EU) 2021/241 bepaalde financiële bijdrage die aan het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan van Zweden is toegewezen, gelijk zijn aan 3 445 666 208 EUR. De aan Zweden ter beschikking gestelde financiële bijdrage blijft daarom ongewijzigd.

(14)Het Uitvoeringsbesluit van de Raad van 4 mei 2022 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd. Ten behoeve van de duidelijkheid moet de bijlage bij het uitvoeringsbesluit van de Raad van 4 mei 2022 volledig worden vervangen.

(15)Dit besluit moet de uitkomst onverlet laten van eventuele procedures met betrekking tot de toekenning van middelen van de Unie in het kader van andere programma’s van de Unie dan de faciliteit of van eventuele procedures met betrekking tot verstoringen van de werking van de interne markt, met name uit hoofde van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag. Het doet geen afbreuk aan het vereiste dat de lidstaten, uit hoofde van artikel 108 van het Verdrag, de Commissie op de hoogte brengen van voorgenomen steunmaatregelen,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1
Goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan

De beoordeling van het gewijzigde herstel- en veerkrachtplan van Zweden op grond van de criteria van artikel 19, lid 3, van Verordening (EU) 2021/241 wordt goedgekeurd.

Artikel 2
Wijzigingen

Het uitvoeringsbesluit van de Raad van 4 mei 2022 betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Zweden wordt als volgt gewijzigd:

De bijlage bij het uitvoeringsbesluit van de Raad van 4 mei 2022 betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Zweden wordt vervangen door de bijlage bij dit besluit.

Artikel 3
Adressaat

Dit besluit is gericht tot het Koninkrijk Zweden.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17, ELI: https://eur-lex.europa.eu/eli/reg/2021/241/oj .
(2)    ST 7772/22 INIT; ST 7772/22 ADD 1.
(3)    ST 14474/23 INIT; ST 14474/23 ADD 1.
(4)    ST 15975/24 INIT; ST 15975/24 ADD 1.
(5)    Verordening (EU) 2021/1755 van het Europees Parlement en de Raad van 6 oktober 2021 tot oprichting van de reserve voor aanpassing aan de Brexit (PB L 357 van 8.10.2021, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2021/1755/oj ).

Brussel, 17.12.2025

COM(2025) 789 final

BIJLAGEN

bij

Voorstel voor een UITVOERINGSBESLUIT VAN DE RAAD

tot wijziging van het Uitvoeringsbesluit van 4 mei 2022 betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Zweden


BIJLAGE

DEEL 1: HERVORMINGEN EN INVESTERINGEN IN HET KADER VAN HET HERSTEL- EN VEERKRACHTPLAN

1.Beschrijving van hervormingen en investeringen

A.ONDERDEEL 1: TERUGVINDING VANG HERSENEN

Deze component van het Zweedse herstel- en veerkrachtplan is gericht op het aanpakken van uitdagingen in verband met de doelstelling van Zweden om tegen 2045 koolstofneutraliteit te bereiken. De maatregelen in de component zullen naar verwachting leiden tot meer lokale en regionale maatregelen om de emissies van het wegvervoer en andere bronnen van koolstofdioxide en andere gassen die van invloed zijn op het klimaat te verminderen; meer te investeren in de transitie van de industrie naar broeikasgasneutraliteit; meer te investeren in energie-efficiëntie van woningen; en het behoud van de biodiversiteit door de bescherming van waardevolle natuur.

Ten eerste is de component gericht op het versnellen van de transitie van de vervoerssector om fossielvrij te worden door meer te investeren in duurzame vervoersoplossingen, zoals oplaadstations voor spoorwegen, elektriciteit en biogas, aangevuld met een pakket hervormingen om het gebruik van vervuilende auto’s te ontmoedigen. De hervormingen maken deel uit van een groene belastinghervorming om de belasting te verschuiven van arbeid naar het milieu.

Ten tweede is het onderdeel gericht op het verminderen van de hoeveelheid procesgerelateerde emissies, die relatief duur zijn om te verminderen, aangezien de technologie momenteel niet op de markt beschikbaar is. Er is behoefte aan meer onderzoek, innovatie, demonstratie en uitvoering op grotere schaal. De component pakt deze uitdaging aan door de beschikbare middelen voor de Industry Leap, een investeringsregeling om de industrie koolstofvrij te maken, te verhogen.

Ten derde is de component gericht op het verbeteren van de energie-efficiëntie van de huisvestingssector in Zweden. De sector stoot jaarlijks 11 miljoen ton kooldioxide uit, voornamelijk uit elektriciteit en ruimteverwarming in woningen.

Tot slot heeft de component ook tot doel bij te dragen tot de biodiversiteit door formeel beschermde gebieden in de vorm van natuurreservaten in waardevolle natuurlijke habitats tot stand te brengen.

De component zal naar verwachting bijdragen tot de landspecifieke aanbevelingen aan Zweden, met name “het handhaven van investeringen in duurzaam vervoer om de verschillende vervoerswijzen, met name de spoorwegen, te moderniseren” (landspecifieke aanbevelingen 2 en 2019) en “het toespitsen van investeringen op de groene transitie, met name op schone en efficiënte productie en gebruik van energie, hightech- en innovatieve sectoren, en duurzaam vervoer” (landspecifieke aanbevelingen 2 en 2020) en “onderzoek en innovatie” (landspecifieke aanbevelingen 2 en 2019).

Verwacht wordt dat geen enkele maatregel in deze component ernstige afbreuk doet aan milieudoelstellingen in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2020/852, rekening houdend met de beschrijving van de maatregelen en de risicobeperkende stappen in het herstel- en veerkrachtplan overeenkomstig de technische richtsnoeren “geen ernstige afbreuk doen” (2021/C58/01).

1.1.Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor niet-terugbetaalbare financiële steun

Investering 1: Lokale en regionale klimaatinvesteringen

De maatregel is een investeringsregeling genaamd Climate Leap, die tot doel heeft lokale en regionale activiteiten te financieren om de uitstoot van koolstofdioxide en andere gassen die van invloed zijn op het klimaat, te verminderen.

Er is geen vooraf bepaalde toewijzing tussen de verschillende soorten projecten. In plaats daarvan verstrekt de Climate Leap financiering voor de investeringen met een zo groot mogelijke broeikasgasemissiereductie per geïnvesteerde SEK. Voor projecten voor de omzetting in bio-energie voor verwarming in de industrie en de landbouw vermindert de maatregel de broeikasgasemissies met ten minste 80 % door het gebruik van biomassa op basis van de berekeningsmethode voor broeikasgasreducties en het relatieve fossiele equivalent zoals vastgesteld in bijlage VI bij Richtlijn (EU) 2018/2001. Voor projecten op het gebied van de productie van biogas vermindert de maatregel de broeikasgasemissies in de installatie met ten minste 65 % door het gebruik van biomassa daartoe, op basis van de berekeningsmethode voor broeikasgasemissiereducties en het fossiele equivalent zoals uiteengezet in bijlage V bij Richtlijn (EU) 2018/2001. Voor afvalprojecten (recycling van kunststoffen) wordt met de maatregel ten minste 50 %, gemeten naar gewicht, van het verwerkte en gescheiden ingezamelde onschadelijke afval omgezet in secundaire grondstoffen. Voor projecten op het gebied van energie-efficiëntie zorgt de maatregel voor een gemiddelde vermindering van de directe en indirecte broeikasgasemissies met ten minste 30 % ten opzichte van vooraf berekende emissies.

Verwacht wordt dat deze maatregel geen ernstige afbreuk doet aan milieudoelstellingen in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2020/852, rekening houdend met de beschrijving van de maatregel en de risicobeperkende stappen in het herstel- en veerkrachtplan overeenkomstig de technische richtsnoeren “geen ernstige afbreuk doen” (2021/C58/01). Biobrandstoffen voldoen met name aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria van de artikelen 29, 30 en 31 van Richtlijn (EU) 2018/2001 inzake hernieuwbare energie (RED II) en de regels inzake biobrandstoffen op basis van levensmiddelen en diervoeders van artikel 26 van die richtlijn en de daarmee verband houdende uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen die overeenkomstig die richtlijn zijn vastgesteld. Activiteiten in het kader van het emissiehandelssysteem komen niet in aanmerking voor financiering, met uitzondering van afvalwarmte die wordt gebruikt voor stadsverwarming. Bij dergelijke financiering voor afvalwarmte worden broeikasgasemissies geraamd onder de warmtebenchmark die is vastgesteld in Uitvoeringsverordening (EU) 2021/447 van de Commissie. 1 Over het geheel genomen zijn de volgende activiteiten verder uitgesloten van financiering: I) activiteiten en activa in verband met fossiele brandstoffen, met inbegrip van downstreamgebruik 2 ; II) activiteiten en activa in verband met stortplaatsen, verbrandingsinstallaties 3  en installaties voor mechanische biologische behandeling 4 en iii) activiteiten en activa waarbij de verwijdering van afval op lange termijn schade kan toebrengen aan het milieu.

Investering 2: Klimaatinvesteringen in de industriële sector (Industry Leap)

De maatregel is een investeringsregeling genaamd Industry Leap. Deze investering heeft tot doel financiële steun te verlenen in de vorm van subsidies voor investeringen, onderzoek, haalbaarheidsstudies, proefprojecten en demonstratieprojecten om de industrie te helpen bij de transitie naar broeikasgasneutraliteit.

Projecten in het kader van deze investering kunnen ook steun ontvangen uit andere programma’s of instrumenten van de Unie voor kosten die niet door de herstel- en veerkrachtfaciliteit worden ondersteund.

Verwacht wordt dat deze maatregel geen ernstige afbreuk doet aan milieudoelstellingen in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2020/852, rekening houdend met de beschrijving van de maatregel en de risicobeperkende stappen in het herstel- en veerkrachtplan overeenkomstig de technische richtsnoeren “geen ernstige afbreuk doen” (2021/C58/01). Biobrandstoffen voldoen met name aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria van de artikelen 29, 30 en 31 van Richtlijn (EU) 2018/2001 inzake hernieuwbare energie (RED II) en de regels inzake biobrandstoffen op basis van levensmiddelen en diervoeders van artikel 26 van die richtlijn en de daarmee verband houdende uitvoeringshandelingen en gedelegeerde handelingen die overeenkomstig die richtlijn zijn vastgesteld. Voor activiteiten in het kader van het emissiehandelssysteem worden broeikasgasemissies geraamd die lager zijn dan de relevante benchmarks die zijn vastgesteld voor kosteloze toewijzing 5 . Over het geheel genomen zijn de volgende activiteiten verder uitgesloten van financiering: I) activiteiten en activa in verband met fossiele brandstoffen, met inbegrip van downstreamgebruik 6 ; II) activiteiten en activa in verband met afvalstortplaatsen, verbrandingsinstallaties 7 en installaties voor mechanische biologische behandeling; en iii) activiteiten en activa waarbij de verwijdering van afval op lange termijn schade kan toebrengen aan het milieu. De volgende O & O & I-acties in het kader van deze investering worden geacht in overeenstemming te zijn met de technische richtsnoeren “geen ernstige afbreuk doen” (2021/C58/01) en zijn daarom vrijgesteld van de uitsluitingscriteria: O & O & I-acties in het kader van deze investering die gericht zijn op het aanzienlijk vergroten van de ecologische duurzaamheid van ondernemingen (bijvoorbeeld decarbonisatie, vermindering van verontreiniging en de circulaire economie) indien de O & O & I-acties in het kader van deze investering in de eerste plaats gericht zijn op de ontwikkeling of aanpassing van alternatieven met de laagst mogelijke milieueffecten in de sector.

Investering 3: Energie-efficiëntie in meergezinswoningen

Het doel van deze maatregel is eigenaren van onroerend goed te stimuleren om meergezinswoningen te renoveren, wat doorgaans niet winstgevend is. De maatregel bestaat uit een overheidssteunregeling voor investeringen in energie-efficiëntie in meergezinswoningen.

Investering 4: Versterkte spoorwegsteun

Met deze maatregel wordt de spoorweg in Zweden gemoderniseerd, zodat meer personen en ondernemingen gebruik kunnen maken van de spoorwegen als vervoermiddel. De upgrades verbeteren ook de spoorwegcapaciteit. De verbetering betreft de spoorwegen tussen Gävle-Åänge (overstappen tussen spoor en rangeren) en Västeraspby-Långsele (overstappen tussen spoor en rangeren).

De uitvoering van de investering moet uiterlijk op 31 december 2022 zijn voltooid.

Investering 5: Bescherming van waardevolle natuur

Het doel van deze maatregel is de biodiversiteit te beschermen in gebieden met hoge natuurwaarden. De maatregel bestaat uit ten minste 270 natuurreservaten die worden aangelegd of gemoderniseerd.

Hervorming 1: Stroomlijning van de procedure voor milieuvergunningen

Het doel van deze maatregel is de procedure voor milieuvergunningen te stroomlijnen en tegelijkertijd de milieunormen te handhaven. De maatregel bestaat uit wetgeving die de procedures voor het verkrijgen of verlengen van milieuvergunningen stroomlijnt.

Hervorming 2: Afschaffing van de verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren

Met deze maatregel wordt de bestaande verlaging van de energiebelasting op brandstoffen die worden verbruikt voor verwarming of voor de werking van stationaire motoren, geleidelijk afgeschaft. Het heeft tot doel bij te dragen tot de klimaatdoelstelling van Zweden om tegen 2045 koolstofneutraal te worden. De sectoren die in deze maatregel moeten worden opgenomen, zijn de be- en verwerkende industrie en professionele landbouw-, bosbouw- en aquacultuuractiviteiten.

De uitvoering van de hervorming wordt geleidelijk voltooid, te beginnen met een vermindering van het belastingvoordeel met 50 % tegen 30 september 2021 en eindigend met een volledige afschaffing van de belastingvermindering tegen 31 maart 2022.

Hervorming 3: Aangepaste tarieven van het belastbare voordeel voor bedrijfswagens

Door de tarieven van de belastbare voordelen voor bedrijfswagens aan te passen, worden de relatieve kosten aangepast om de kosten van particulier autobezit beter weer te geven. De hervorming heeft ook tot doel de waarde van het belastbare voordeel te verhogen, waardoor de kosten van het bezit van een bedrijfsauto stijgen. De hervorming heeft tot doel het belastingstelsel neutraal te maken tussen autouitkeringen en salaris in contanten. De uitvoering van de hervorming moest uiterlijk op 30 september 2021 zijn voltooid.

1.2.Mijlpalen, streefdoelen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering van niet-terugbetaalbare financiële steun

Zie onderstaande tabel. De datum van de uitgangswaarde voor alle indicatoren is 1 februari 2020, tenzij anders aangegeven in de beschrijving van de actie. De bedragen in de tabel omvatten geen btw.

A.2: Mijlpalen, streefdoelen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering van niet-terugbetaalbare financiële steun 

Aantal

Maatregel

Mijlpaal/streefdoel

Naam

Kwalitatieve indicatoren (voor mijlpalen)

Kwantitatieve indicatoren (voor streefcijfers)

Indicatief tijdschema voor de voltooiing

Beschrijving van elke mijlpaal en elk streefdoel

Meeteenheid

Uitgangssituatie

Doel

Kwartaal

Jaar

1

Lokale en regionale klimaatinvesteringen

Doel

T1: Toekenning van projecten ter vermindering van de kooldioxide-emissies met naar verwachting 300 000 ton

Nieuwe CO2- of CO2-equivalente emissiereducties

0

300 000

KWARTAAL 4

2021

Het agentschap voor milieubescherming kent projecten toe die in overeenstemming zijn met de criteria in de beschrijving van de maatregel en die de kooldioxide-emissies in totaal met nog eens 300 000 ton per jaar verminderen over een verwachte periode van 16 jaar.

2

Lokale en regionale klimaatinvesteringen

Doel

T2: Toekenning van projecten ter vermindering van de kooldioxide-emissies met naar verwachting 240 000 ton

Nieuwe CO2- of CO2-equivalente emissiereducties

300 000

540 000

KWARTAAL 4

2022

Het agentschap voor milieubescherming kent projecten toe die in overeenstemming zijn met de criteria in de beschrijving van de maatregel en die de kooldioxide-emissies in totaal met nog eens 240 000 ton per jaar verminderen over een verwachte periode van 16 jaar.

4

Lokale en regionale klimaatinvesteringen

Doel

T4: Toekenning van projecten ter vermindering van de kooldioxide-emissies met naar verwachting 245 000 ton

Nieuwe CO2- of CO2-equivalente emissiereducties

540 000

785 000

KWARTAAL 4

2025

Toegekende projecten die in overeenstemming zijn met de criteria die zijn uiteengezet in de beschrijving van de maatregel en die de kooldioxide-emissies in totaal met nog eens 245 000 ton per jaar verminderen over een verwachte periode van 16 jaar.

6

Klimaatinvesteringen in de industriële sector

Doel

Gunning van projecten die kunnen bijdragen tot de vermindering van de kooldioxide-uitstoot

Aantal

0

98

KWARTAAL 4

2025

Een cumulatief bedrag van ten minste 217.2 miljoen EUR wordt toegekend aan een cumulatief aantal van ten minste 98 projecten. De projecten moeten i) in overeenstemming zijn met de criteria die zijn vastgesteld in de beschrijving van de maatregel en ii) in totaal kunnen bijdragen tot een vermindering van de kooldioxide-emissie met nog eens 8 900 000 ton kooldioxide per jaar tegen 2035.

6a

Klimaatinvesteringen in de industriële sector

Doel

Financiële steun voor projecten die kunnen bijdragen tot de vermindering van de kooldioxide-uitstoot

EUR (miljoen)

0

194,9

KWARTAAL 2

2026

Ten minste 194.9 miljoen EUR wordt betaald aan ten minste 98 projecten als bedoeld in streefdoel 6.

6b

Klimaatinvesteringen in de industriële sector

Doel

Financiële steun voor projecten die kunnen bijdragen tot de vermindering van de kooldioxide-uitstoot

Aantal

98

100

KWARTAAL 2

2026

Een cumulatief bedrag van ten minste 69.2 miljoen EUR wordt betaald aan 2 projecten met betrekking tot oplossingen voor industriële decarbonisatie. Bedragen die in het kader van andere programma’s of instrumenten van de Unie worden verstrekt, worden niet meegerekend voor dit bedrag. De projecten moeten i) in overeenstemming zijn met de criteria die zijn vastgesteld in de beschrijving van de maatregel en ii) het potentieel hebben om bij te dragen tot een vermindering van de kooldioxide-emissie met nog eens 1 100 000 ton kooldioxide per jaar tegen 2035.

7

Energie-efficiëntie in meergezinswoningen

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een verordening tot vaststelling van de steunregeling voor investeringen ter verbetering van de energie-efficiëntie in meergezinswoningen

Bepaling die de inwerkingtreding van de ordonnantie aangeeft.

KWARTAAL 4

2021

De verordening tot vaststelling van de steunregeling voor investeringen ter verbetering van de energie-efficiëntie in meergezinswoningen treedt in werking. De steunregeling verleent steun aan investeringen die de vraag naar primaire energie op het niveau van het gebouw met ten minste 20 % verminderen.

8

Energie-efficiëntie in meergezinswoningen

Doel

270 800 vierkante meter gebouwen gerenoveerd

Vierkante meter

0

270 800

KWARTAAL 4

2025

270 800 vierkante meter gebouwen moet zijn gerenoveerd. De meeteenheid is Atemp (zoals gedefinieerd in de dwingende bepalingen en algemene aanbevelingen ingevolge de Planning and Building Act (2010: 900) en de Planning and Building Ordinance (2011: 338)).

9

Versterkte spoorwegsteun

Doel

60 km spoorwegen is verbeterd of gemoderniseerd

Kilometers

0

60

KWARTAAL 4

2021

De modernisering, met inbegrip van het overstappen op een andere spoorweg en het rangeren naar de spoorweginfrastructuur tussen Gävle-Åänge over een afstand van 60 kilometer, wordt voltooid.

10

Versterkte spoorwegsteun

Doel

40 km spoorwegen is verbeterd of gemoderniseerd

Kilometers

60

100

KWARTAAL 4

2022

De modernisering, met inbegrip van het overstappen op een andere spoorweg en het rangeren naar de spoorweginfrastructuur tussen Västeraspby-Långsele over een afstand van 40 kilometer, wordt voltooid.

11

Stroomlijning van de procedure voor milieuvergunningen

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wetgeving om de procedure voor het verkrijgen van milieuvergunningen te stroomlijnen

Bepalingen in de wetgeving om de procedure voor het verkrijgen van milieuvergunningen te stroomlijnen en de inwerkingtreding ervan.

KWARTAAL 1

2025

Inwerkingtreding van wetgeving die:

a) de procedures voor het verkrijgen van een vergunning voor activiteiten met een onbeduidend effect op het milieu te vereenvoudigen;

b) de criteria te harmoniseren om te beoordelen of een milieuvergunning vereist is;

c) de rol van administratieve autoriteiten bij het verkrijgen van een milieuvergunning stroomlijnen om overlappingen tussen de verantwoordelijkheden van administratieve autoriteiten te voorkomen;

digitale processen voor het aanvragen van een milieuvergunning mogelijk maken;

e) een milieuvergunning in te voeren die alleen betrekking heeft op de wijziging van de activiteiten van de onderneming (ändringstillstånd), tenzij de vergunning bedoeld is om alle activiteiten van de onderneming te bestrijken, of indien milieuoverwegingen dit problematisch maken;

f) een verlenging van een in de tijd beperkte milieuvergunning met maximaal drie jaar mogelijk maken.

15

Afschaffing van de verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet tot gedeeltelijke afschaffing van een verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren

Bepaling in de wet tot gedeeltelijke afschaffing van de verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren, met vermelding van de inwerkingtreding

KWARTAAL 3

2021

Inwerkingtreding van een wet tot gedeeltelijke afschaffing van de verlaging van de energiebelasting op brandstoffen in de industrie en de landbouw, bosbouw en aquacultuur. Dit is de eerste van twee stappen om de verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren af te schaffen. Deze eerste stap is een vermindering van het belastingvoordeel met 50 %.

16

Afschaffing van de verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren

Mijlpaal

Inwerkingtreding van de wet tot volledige afschaffing van de verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren

Bepaling in de wet om de verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren volledig af te schaffen, met vermelding van de inwerkingtreding

KWARTAAL 1

2022

Inwerkingtreding, na goedkeuring door het Zweedse parlement, van een wet tot volledige afschaffing van de verlaging van de energiebelasting op brandstoffen in de industrie, de landbouw, de bosbouw en de aquacultuur. Dit is de tweede van twee stappen om de verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren af te schaffen.

17

Aangepaste tarieven van het belastbare voordeel voor bedrijfswagens

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet tot aanpassing van het tarief van het belastbare voordeel voor bedrijfswagens

Wetsbepaling tot aanpassing van het tarief van het belastbare voordeel voor bedrijfswagens, met vermelding van de inwerkingtreding

KWARTAAL 3

2021

Inwerkingtreding van een wet om het tarief van het belastbare voordeel voor bedrijfswagens aan te passen, waarbij de tarieven van het belastbare voordeel voor bedrijfswagens worden aangepast om de kosten van auto’s in particulier bezit beter weer te geven, met als doel het belastingstelsel neutraal te maken tussen autouitkeringen en contante salarissen.

18

Formele bescherming van waardevolle aard

Doel

Aanleg of verbetering van natuurreservaten

Aantal

0

270

KWARTAAL 4

2023

Er moeten ten minste 270 natuurreservaten worden aangelegd of verbeterd.

B.    ONDERDEEL 2: EVERLEIDING EN OVERGANG

De component “Onderwijs en transitie” omvat hervormingen en investeringen om de werkgelegenheidskansen te verbeteren door het menselijk kapitaal onder werklozen te vergroten, om structurele transformatie te vergemakkelijken, met name de aanpassing aan een steeds digitalere samenleving, door de beroepsbevolking op te leiden en op te leiden, om de flexibiliteit op de arbeidsmarkt te vergroten met een gemoderniseerde arbeidsbeschermingswet en meer transitiemogelijkheden.

De component heeft tot doel de werkgelegenheid en de productiviteit op lange termijn te stimuleren door het menselijk kapitaal van de beroepsbevolking te vergroten en beter in te spelen op de vraag. De structurele transformatie, met name de digitale transitie, vereist omscholingsmogelijkheden wanneer de beroepsbevolking niet over de door de arbeidsmarkt gevraagde vaardigheden beschikt.

Personen met bijzondere moeilijkheden op de Zweedse arbeidsmarkt zijn personen die buiten de Unie zijn geboren, personen die geen hoger secundair onderwijs hebben genoten, oudere werklozen en personen met een handicap. De werkloosheid is tijdens de crisis gestegen. De component is bedoeld om te voorkomen dat mensen de arbeidsmarkt verlaten.

Door de COVID-19-crisis zijn veel arbeidskansen voor jongeren of recent aangekomen immigranten in de dienstensector verdwenen. In sectoren als gezondheidszorg, onderwijs en ICT is het moeilijk om mensen met de juiste vaardigheden te vinden. Het tekort aan vaardigheden vormt een belemmering voor de groei van Zweedse bedrijven en beperkt de mogelijkheid om de kwaliteit van het socialezekerheidsstelsel te handhaven en te verbeteren.

De component omvat hervormingen en investeringen die de transitiemogelijkheden verbeteren, in het algemeen en voor mensen die werkloos zijn geworden. De component heeft tot doel het aantal studieplaatsen te verhogen en meer opleidingsmogelijkheden te bieden, met bijzondere aandacht voor beroepsopleiding en volwassenenonderwijs. Daarnaast is zij voornemens het aantal plaatsen aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs op te voeren.

De component zal naar verwachting bijdragen tot de landspecifieke aanbevelingen aan Zweden, met name “het investeringsgerelateerde economische beleid toespitsen op onderwijs en vaardigheden” (landspecifieke aanbevelingen 2 en 2019) en “onderwijs en de ontwikkeling van vaardigheden ondersteunen” (landspecifieke aanbevelingen 2 en 2020).

2.1.Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor niet-terugbetaalbare financiële steun

Investering 1: Meer studieplaatsen in regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen

Het doel van deze investering is meer mensen een beroepsopleiding op hoger secundair niveau te laten volgen en zo een baan te kunnen vinden, te zorgen voor afstemming op de arbeidsmarkt en de werkgelegenheid op lange termijn te stimuleren.

De maatregel bestaat in de ondersteuning van nieuwe studieplaatsen in het beroepsonderwijs en het volwassenenonderwijs.

Hervorming 1: Hoger compensatieniveau voor beroepsopleiding in combinatie met Zweeds voor immigranten en Zweeds als tweede taal

Het doel van deze hervorming is het creëren van economische stimulansen voor gemeenten om een combinatie van beroepsopleiding en Zweedse taalopleiding aan te bieden. Dit gebeurt door middel van wijzigingen van de respectieve rechtshandeling waarbij het bedrag van de overheidscompensatie voor dergelijke gecombineerde cursussen wordt verhoogd. Dit heeft tot doel de studieperiode te verkorten en deelnemers in staat te stellen sneller werk te zoeken en te vinden. Deze hervorming ondersteunt investering 1 en helpt zo het aantal studieplaatsen voor de doelgroep te verhogen, met name voor volwassenen zonder hoger secundair onderwijs en adequate taalvaardigheden.

De uitvoering van de hervorming moest uiterlijk op 30 september 2020 zijn voltooid. Investering 2: Meer studieplaatsen in het hoger beroepsonderwijs

Het doel van deze investering is de onderwijs-, opleidings- en transitievooruitzichten te verbeteren om tijdens en na de crisis aan de behoeften van de arbeidsmarkt te voldoen en de beroepsbevolking bij te scholen door het aantal plaatsen in het hoger beroepsonderwijs te verhogen. De investering is bedoeld om tegemoet te komen aan de transitiebehoeften op de arbeidsmarkt, waar al vóór de crisis in veel beroepen een tekort aan arbeidskrachten bestond, met name in de welzijnssector, de gegevens-/IT-sector en de industriële sector. 59 % van de extra studieplaatsen in het hoger beroepsonderwijs moet binnen de gegevens-/IT-gebieden vallen of op een andere manier bijdragen aan de digitale transitie.

De uitvoering van de investering moet uiterlijk op 31 december 2023 zijn voltooid.

Investering 3: Middelen om te voldoen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Het doel van deze maatregel is meer werkgelegenheid te creëren, het aanbod van goed opgeleide arbeidskrachten te ondersteunen, personen beter toe te rusten voor de toekomstige arbeidsmarkt, de studieprogramma’s die leiden tot kwalificaties voor knelpuntberoepen op te schalen en het concurrentievermogen van het Zweedse bedrijfsleven te stimuleren.

De maatregel bestaat in de ondersteuning van extra voltijdse studenten (studieplaatsen) in het hoger onderwijs.

Hervorming 2: Wet op de arbeidsbescherming en meer overgangsmogelijkheden

De hervorming heeft tot doel de huidige arbeidsbescherming aan te passen om zowel de flexibiliteit als de mobiliteit op de arbeidsmarkt te vergroten. Er is behoefte aan meer mobiliteit en meer toegangspunten voor mensen in een achterstandspositie. Werkgevers hebben meer flexibiliteit en voorspelbaarheid nodig om hun activiteiten aan te passen en de concurrentie het hoofd te kunnen bieden, terwijl werknemers bescherming nodig hebben die is aangepast aan de nieuwe arbeidsmarkt, met een behoefte aan voortdurende bijscholing en dus een grotere inzetbaarheid als belangrijke veiligheidsfactor. Het doel van de hervorming is de bescherming van de werkgelegenheid te moderniseren, met behoud van het fundamentele evenwicht tussen de sociale partners.

De uitvoering van de hervorming wordt uiterlijk op 30 juni 2022 voltooid.

Hervorming 3: Nationaal professioneel programma voor directeuren, leerkrachten en leerkrachten in voor- en vroegschoolse educatie en opvang

Het doel van deze maatregel is het beroep van leerkracht aantrekkelijker te maken en te leiden tot een toename van het aantal leerkrachten en leerkrachten in voor- en vroegschoolse educatie en opvang (OOJK) die hun competenties willen blijven verbeteren na het verwerven van de kwalificatie en de vergunning om les te geven.

De hervorming bestaat uit de inwerkingtreding van wetgeving die de invoering mogelijk maakt van een nationaal beroepsprogramma voor leidinggevenden, leerkrachten en OOJK-leerkrachten met een nationale structuur voor de verbetering van de beroepscompetenties en een nationaal verdienensysteem voor leerkrachtenof leerkrachten met een vergunning en leerkrachten in voorschools OOJK.

2.2.Mijlpalen, streefdoelen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering van niet-terugbetaalbare financiële steun

Zie onderstaande tabel. De datum van de uitgangswaarde voor alle indicatoren is 1 februari 2020, tenzij anders aangegeven in de beschrijving van de actie. De bedragen in de tabel omvatten geen btw.

B.2 Mijlpalen, streefdoelen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering van niet-terugbetaalbare financiële steun

Aantal

Maatregel

Mijlpaal/streefdoel

Naam

Kwalitatieve indicatoren
(voor mijlpalen)

Kwantitatieve indicatoren
(voor streefcijfers)

Indicatief tijdschema voor de voltooiing

Beschrijving van elke mijlpaal en elk streefdoel

Meeteenheid

Uitgangssituatie

Doel

Kwartaal

Jaar

19

Meer studieplaatsen in regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen

Doel

T1: Nieuwe studieplaatsen in beroepsopleiding en volwassenenonderwijs

Aantal studieplaatsen in voltijdequivalenten

0

1 000

KWARTAAL 4

2020

Aantal nieuwe studieplaatsen in 2020, waarbij voorrang wordt gegeven aan personen met de grootste behoefte aan onderwijs overeenkomstig de criteria in de beschrijving van de maatregel, in vergelijking met het uitgangsaantal jaarlijkse studieplaatsen in 2019 van 34 in 000. De nieuwe studieplaatsen brengen het totale aantal studieplaatsen op 35 000. Studieplaatsen worden gedefinieerd als studieplaatsen in voltijdequivalenten.

20

Meer studieplaatsen in regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen

Doel

T2: Nieuwe studieplaatsen in beroepsopleiding en volwassenenonderwijs

Aantal studieplaatsen in voltijdequivalenten

1 000

7 800

KWARTAAL 4

2021

Aantal nieuwe studieplaatsen in 2021, waarbij voorrang wordt gegeven aan personen met de grootste behoefte aan onderwijs overeenkomstig de criteria in de beschrijving van de maatregel, in vergelijking met het uitgangsaantal jaarlijkse studieplaatsen in 2019 van 34 in 000. De nieuwe studieplaatsen brengen het totale aantal studieplaatsen op 40 800. Studieplaatsen worden gedefinieerd als studieplaatsen in voltijdequivalenten.

21

Meer studieplaatsen in regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen

Doel

T3: Nieuwe studieplaatsen in beroepsopleiding en volwassenenonderwijs

Aantal studieplaatsen in voltijdequivalenten

7 800

15 700

KWARTAAL 4

2022

Aantal nieuwe studieplaatsen in 2022, waarbij voorrang wordt gegeven aan personen met de grootste behoefte aan onderwijs overeenkomstig de criteria in de beschrijving van de maatregel, in vergelijking met het uitgangsaantal jaarlijkse studies in 2019 van 34 in 000. De nieuwe studieplaatsen brengen het totale aantal studieplaatsen op 41 900. Studieplaatsen worden gedefinieerd als studieplaatsen in voltijdequivalenten.

22

Meer studieplaatsen in regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen

Doel

T4: Nieuwe studieplaatsen in beroepsopleiding en volwassenenonderwijs

Aantal

15 700

16 900

KWARTAAL 4

2023

Aantal nieuwe studieplaatsen in voltijdequivalenten in 2023, waarbij voorrang wordt gegeven aan personen met de grootste behoefte aan onderwijs, bijvoorbeeld werklozen of personen met een korte voorafgaande opleiding,in vergelijking met het uitgangsaantal jaarlijkse studieplaatsen in 2019 van 34 000. De nieuwe studieplaatsen brengen het totale aantal studieplaatsen op 35 200.

23

Hoger compensatieniveau voor beroepsopleiding in combinatie met Zweeds voor immigranten en Zweeds als tweede taal

Mijlpaal

Inwerkingtreding van het hogere compensatieniveau voor beroepsopleiding in combinatie met het Zweeds voor immigranten en het Zweeds als tweede taal

Bepaling in de wet tot vaststelling van een hoger compensatieniveau voor beroepsopleiding in combinatie met het Zweeds voor immigranten en het Zweeds als tweede taal die de inwerkingtreding aangeeft

KWARTAAL 3

2020

Inwerkingtreding van de wet. Zij stelt een verhoogd compensatiepercentage van de staat vast voor opleidingscursussen waarin beroepsopleidingen in de gezondheidszorg en de sociale zorg worden gecombineerd met Zweedse taalopleidingen.

27

Meer studieplaatsen in het hoger beroepsonderwijs per jaar

Doel

Nieuwe studieplaatsen in het postsecundair beroepsonderwijs

Aantal studieplaatsen in voltijdequivalenten

0

14 900

KWARTAAL 4

2023

Er worden 14 nieuwe studieplaatsen gecreëerd. De maatregel is gericht op personen met hoger secundair onderwijs of gelijkwaardig onderwijs die een gekwalificeerde beroepskwalificatie zoeken.

28

Middelen om te voldoen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Doel

T1: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

Aantal geregistreerde studenten in voltijdequivalenten

0

9 000

KWARTAAL 4

2021

9 extra geregistreerde voltijdequivalenten aan elke cursus die de universiteit tijdens het lopende semester heeft gegeven, in voltijdequivalenten in vergelijking met het referentiescenario van 000 geregistreerde voltijdequivalenten in 300, wat resulteerde in een totaal van 400 voltijdequivalenten in het eerste kwartaal van 2019.

29

Middelen om te voldoen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Doel

T2: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

Aantal geregistreerde studenten in voltijdequivalenten

9 000

19 000

KWARTAAL 4

2022

10 extra geregistreerde voltijdequivalenten aan elke cursus die de universiteit tijdens het lopende semester heeft gegeven, in voltijdequivalenten in vergelijking met het referentiescenario van 000 geregistreerde voltijdequivalenten in 300, wat resulteerde in een totaal van 400 voltijdequivalenten in het eerste kwartaal van 2019.

30

Middelen om te voldoen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Doel

T3: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

Aantal

19 000

25 000

KWARTAAL 4

2023

6 extra geregistreerde voltijdequivalenten aan elke cursus die de universiteit tijdens het lopende semester heeft gegeven, in voltijdequivalenten in vergelijking met het referentiescenario van 000 geregistreerde voltijdequivalenten in 300, wat resulteerde in een totaal van 400 voltijdequivalenten in het eerste kwartaal van 2019. Gemiddeld zal 27 % van de extra studieplaatsen de digitale vaardigheden verbeteren of op een andere manier bijdragen aan de digitale transitie. De nadruk zal liggen op programma’s die gericht zijn op knelpuntberoepen.

31

Middelen om te voldoen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Doel

T4: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

Aantal

25 000

30 600

KWARTAAL 4

2024

5 extra geregistreerde voltijdequivalenten aanelke cursus die de universiteit tijdens het lopende semester heeft gegeven, in voltijdequivalenten in vergelijking met het referentiescenario van 600 geregistreerde voltijdequivalenten in 300, wat resulteerde in een totaal van 400 voltijdequivalenten in het eerste kwartaal van 2019. Gemiddeld zal 27 % van de extra studieplaatsen de digitale vaardigheden verbeteren of op een andere manier bijdragen aan de digitale transitie. De nadruk zal liggen op programma’s die gericht zijn op knelpuntberoepen.

32

Middelen om te voldoen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Doel

T5: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

Aantal

30 600

35 900

KWARTAAL 4

2025

5 300 extra geregistreerde voltijdequivalenten aan elke cursus die de universiteit tijdens het lopende semester heeft gegeven, in voltijdequivalenten ten opzichte van het referentiescenario van 300 geregistreerde voltijdequivalenten in 400, wat resulteerde in een totaal van 2019 voltijdequivalenten in het eerste kwartaal van 305. Gemiddeld zal 27 % van de extra studieplaatsen de digitale vaardigheden verbeteren of op een andere manier bijdragen aan de digitale transitie. De nadruk zal liggen op programma’s die gericht zijn op knelpuntberoepen.

33

Wet op de arbeidsbescherming en meer overgangsmogelijkheden

Mijlpaal

Inwerkingtreding van de wetswijzigingen om de arbeidsbescherming te moderniseren en meer overgangsmogelijkheden te bieden

Bepaling in de wet die voorziet in meer arbeidsbescherming en overgangsmogelijkheden voor werknemers, met vermelding van de inwerkingtreding.

KWARTAAL 2

2022

Inwerkingtreding, na goedkeuring door het Zweedse parlement, van de wetswijzigingen, de relevante wetgevingshandelingen, waaronder met name de wet op de arbeidsbescherming en de voorgestelde nieuwe wetten inzake transitiefinanciering voor studenten en basissteun voor transitie- en vaardigheidsondersteuning op de arbeidsmarkt. Het wetgevingspakket biedt werkgevers meer flexibiliteit en voorspelbaarheid om hun activiteiten aan te passen, te concurreren en de bescherming van werknemers aan te passen aan de nieuwe arbeidsmarkt, waar zekerheid bestaat uit de voortdurende ontwikkeling van vaardigheden, waardoor de inzetbaarheid wordt vergroot. Ten tweede moeten werknemers de kans krijgen om elementaire transitie- en vaardigheidsondersteuning te krijgen om de aanpassing aan een nieuwe baan te vergemakkelijken.

Ten derde heeft het nieuwe Student Finance Scheme for Transition and Retraining tot doel werknemers de mogelijkheid te bieden deel te nemen aan een leven lang leren om hun positie op de arbeidsmarkt tijdens hun loopbaan te versterken.

33bis

Nationaal professioneel programma voor directeuren, leerkrachten en leerkrachten in voor- en vroegschoolse educatie en opvang

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wetgeving voor de invoering van een nationaal beroepsprogramma

Bepalingen betreffende de inwerkingtreding van wetgeving

KWARTAAL 3

2025

Inwerkingtreding van wetgeving die de invoering van een nationaal beroepsprogramma voor leidinggevenden, leerkrachten en OOJK-leerkrachten mogelijk maakt. Het nationale beroepsprogramma bestaat uit:

a) een nationale structuur voor de verbetering van de beroepscompetenties van leidinggevenden, leerkrachten en OOJK-leerkrachten, met inbegrip van opleidingen voor leidinggevenden, leerkrachten en OOJK-leerkrachten, en

b) een nationaal verdienstensysteem voor erkende leerkrachten en OOJK-leerkrachten, met inbegrip van de kwalificatieniveaus.

C.ONDERDEEL 3: BETEREVOORWAARDEN VOOR HET AANPAKKEN VAN DEMOGRAFISCHE UITDAGINGEN

Deze component omvat hervormingen die gericht zijn op het verhogen van de gemiddelde pensioenleeftijd, het versterken van de houdbaarheid van de overheidsfinanciën, het verbeteren van de vaardigheden van personeel dat werkzaam is in centra voor ouderenzorg, en het verbeteren van het toezicht op en de handhaving van het financiële stelsel met betrekking tot de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

Zweden heeft een aantal uitdagingen vastgesteld met betrekking tot langdurige zorg, demografie (die naar verwachting langetermijngevolgen voor de begroting zullen hebben) en problemen met de handhavingsmechanismen voor de bestrijding van witwassen/terrorismefinanciering.

Ten eerste moet de kwaliteit van het stelsel voor langdurige zorg worden verbeterd. Een hervorming om deze doelstelling te verwezenlijken, heeft betrekking op de reglementering van de professionele erkenning van verpleegassistenten en wordt aangevuld met een verbetering van het menselijk kapitaal voor de verzorgers die door de gemeenten in hun centra worden ingehuurd, door middel van de terugbetaling van de kosten in verband met hun bijscholing tijdens betaalde werkuren.

Ten tweede zou de gemiddelde pensioenleeftijd moeten stijgen terwijl de houdbaarheid van het openbare pensioenstelsel zou moeten verbeteren in het licht van de stijgende gemiddelde levensverwachting en de afnemende bevolking in de werkende leeftijd. De component pakt deze uitdaging aan door een reeds bestaande hervorming op te nemen waarbij de pensioenleeftijd wordt gekoppeld aan een benchmark (afgestemd op de gemiddelde levensverwachting) en door de aangrenzende leeftijdsgrenzen voor het stelsel van socialezekerheidsbijdragen aan te passen.

Ten derde moeten de inspanningen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme worden opgevoerd. Zweden had al een aantal maatregelen opgelegd, en de component voegt daaraan toe met twee hervormingsvoorstellen: (1) een openbaar onderzoek naar de doeltreffendheid van de institutionele toezichtstructuur op het gebied van de bestrijding van witwassen, met voorstellen voor verbeteringen met betrekking tot de wijze waarop informatie beter kan worden gedeeld tussen particuliere en openbare instellingen; (2) door aan alle relevante bevoegde autoriteiten een rekening voor het verlenen van toegang tot gegevens over bankrekeningen en kluizen voor te leggen.

De component zal naar verwachting bijdragen tot de landspecifieke aanbevelingen aan Zweden, met name “investeringen in verband met het economisch beleid toespitsen op onderwijs en vaardigheden” (landspecifieke aanbevelingen 2 en 2019), “zorgen voor doeltreffend toezicht op en handhaving van het antiwitwaskader” (landspecifieke aanbevelingen 2 en 2019) en “de doeltreffendheid van het toezicht op de bestrijding van witwassen verbeteren en het antiwitwaskader doeltreffend handhaven” (landspecifieke aanbevelingen 3 en 2020), en “begrotingsbeleid voeren dat gericht is op het tot stand brengen van prudente begrotingssituaties op middellange termijn en het waarborgen van de houdbaarheid van de schuld, waarbij de investeringen worden verhoogd (...) de veerkracht van het gezondheidsstelsel waarborgen, onder meer door een toereikende voorziening van kritieke medische producten, infrastructuur en arbeidskrachten” (landspecifieke aanbevelingen 1 en 2020).

3.1.Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor niet-terugbetaalbare financiële steun

Investering 1: Initiatief voor ouderenzorg

Het doel van deze investering is de vaardigheden van het personeel in de ouderenzorg te verbeteren. Het bestaat uit 8 000 personeelsleden in de ouderenzorg die met hun opleiding zijn begonnen.

Hervorming 1: Reglementering van de beroepstitel van verpleegassistent (“undersköterska”)

Het doel van deze maatregel is het gebrek aan nationale wettelijke bepalingen met betrekking tot de vaardigheden en/of opleiding die vereist zijn voor een erkende titel van verpleegassistent aan te pakken. Deze maatregel bestaat uit wetswijzigingen om dergelijke bepalingen in te voeren.

Hervorming 2: Aangepaste leeftijdsgrenzen

Het doel van deze hervorming is de gemiddelde pensioenleeftijd te verhogen. De maatregel houdt een wijziging in van de wetgeving die de leeftijdsgrenzen regelt die van toepassing zijn op het pensioenstelsel.

Hervorming 3: Aanvullende maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

Het doel van deze maatregel is de invoering van aanvullende maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme. Deze maatregel bestaat uit de inwerkingtreding van wetgeving tot vaststelling van aanvullende maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

Hervorming 4: Een nieuw systeem voor bankrekeningen en kluizen

Deze hervorming heeft betrekking op het verlenen van toegang tot gegevens met betrekking tot de identiteit van de houders van bankrekeningen en kluizen aan de betrokken autoriteiten (financiële-inlichtingeneenheid, belastingdienst, handhavingsautoriteit, rechtshandhavingsinstanties) om de inspanningen op het gebied van de bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering op te voeren: Gegevens over het saldo en de transactiegeschiedenis vallen niet onder deze maatregel. Deze informatie wordt beschikbaar gesteld op een platform dat wordt beheerd door de Zweedse belastingdienst. Een wetgevingsvoorstel (voorstel 2019/20: 83) op 11 februari naar de Riksdag zou worden gestuurd en op 10 september 2020 in werking zou treden (2020: 272 uur); de verbinding van ongeveer 150 financiële instellingen en bevoegde agentschappen wordt verzorgd door de Zweedse belastingdienst en moet uiterlijk op 30 juni 2022 zijn voltooid.

De uitvoering van de hervorming moest uiterlijk op 30 september 2020 zijn voltooid.

Hervorming 5: Zorgen voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan

Het doel van deze hervorming is de relevante wettelijke mandaten of opdrachten aan de autoriteiten die betrokken zijn bij de coördinatie, monitoring, controle en audit van de uitvoering van het Zweedse RPP vast te stellen op een efficiënte en doeltreffende manier die voldoet aan de vereisten van Verordening (EU) 2021/241. Om een adequaat en functioneel internecontrolesysteem met betrekking tot de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit te waarborgen, moeten de volgende wetswijzigingen in werking zijn getreden voordat het eerste betalingsverzoek bij de Commissie wordt ingediend.

1)Wijzigingen van de toepasselijke regelgeving en toewijzingen aan alle overheidsinstanties die betrokken zijn bij de operationele aspecten van de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan overeenkomstig de vereisten van artikel 22 en 34 (2) van Verordening (EU) 2021/241;

2)Inwerkingtreding van alle formele mandaten om gerelateerde taken uit te voeren aan de Zweedse nationale autoriteit voor financieel beheer (ESV) als auditautoriteit die verantwoordelijk is voor de algemene monitoring van RRF-uitbetalingen en -gebruik, met het recht om informatie te verzamelen over de verwezenlijking van mijlpalen en streefdoelen, d.w.z. gegevenstoegang bij de uitvoerende instanties en het recht op controle, met inbegrip van de toegang tot gegevens over eindontvangers overeenkomstig artikel 22 (2), punt d), van Verordening (EU) 2021/241. Het ESV is de bevoegde auditautoriteit voor het centraliseren van alle relevante auditbevindingen en -aanbevelingen en voor het opvragen van de nodige informatie om deze verantwoordelijkheden uit te voeren. Daarnaast besluit de regering over mandaten aan specifieke autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor aspecten van de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit om verslag uit te brengen over de respectieve doelstellingen en verwezenlijkingen van mijlpalen en streefdoelen aan de Zweedse nationale autoriteit voor financieel beheer (ESV) en aan de centrale coördinerende capaciteit binnen de regeringskantoren (ministerie van Financiën), om beheersverklaringen te verstrekken, om audits door het ESV mogelijk te maken en om de zichtbaarheid van de financiering van de Unie te waarborgen;

3)Inwerkingtreding van alle formele mandaten, samen met de nodige begrotingstoewijzing voor de uitvoering van de bijbehorende audittaken door de Zweedse nationale autoriteit voor financieel beheer (ESV).

De noodzakelijke besluiten in punt 1) kunnen als volgt worden gespecificeerd:

·De regering beslist over opdrachten aan de volgende autoriteiten om verslag uit te brengen over hun respectieve mijlpalen en streefdoelen, beheersverklaringen in te dienen, audits door de Zweedse nationale autoriteit voor financieel beheer (ESV) mogelijk te maken en de zichtbaarheid van de financiering van de Unie te waarborgen:

1.Nationale Raad voor Huisvesting, Bouw en Ruimtelijke Ordening,

2.Agentschap voor de digitale overheid,

3.Zweeds nationaal agentschap voor hoger beroepsonderwijs,

4.Zweeds agentschap voor milieubescherming,

5.Zweedse Autoriteit voor Post en Telecommunicatie,

6.Nationale Raad voor Gezondheid en Welzijn,

7.Zweeds Energieagentschap,

8.Zweeds Nationaal Agentschap voor Onderwijs,

9.Zweedse Vervoersautoriteit, en

10.Toewijzing aan een autoriteit op het gebied van onderwijs

De regering is voornemens overeenkomsten over gewijzigde voorwaarden te sluiten met de Chalmers University of Technology en de Jönköping University.

De volgende verordeningen en toewijzingen worden, indien nodig, aangevuld overeenkomstig de vereisten van artikel 22 (2), punten e) en f), en artikel 34, lid 2, van Verordening (EU) 2021/241. Bovendien worden de verordeningen zodanig aangevuld dat ESV verantwoordelijk wordt voor de follow-up van betalingen en voor het opvragen van de nodige informatie bij de ontvangers van overheidssubsidies overeenkomstig de verordeningen:

1.Voorschrift (2017: 1319) [förordningen om statligt stöd till åtgärder som bidrar till industrins klimatomställning],

2.Voorschrift (2015: 517) [förordningen om stöd till lokala klimatinvesteringar],

3.Verordening    (2019:525)    [förordningen    om    statligt    stöd    för installatie    AV laddningspunkter för elfordon],

4.Komende    Verhouding    [Förordning    om    stöd    tot en met    energieffektivisering    AV bostadshus (bereds för närvarande)],

5.Verordening    (2020:266)    [förordningen    om    statligt    stöd    för CAS-nr.    Tutbyggnad    AV bredbandsinfrastruktur],

6.Verordening    (2016:881)    [förordningen    om    statligt    investeringsstöd    för Hyresbostäder och bostäder för studerande],

7.Voorschrift (2016: 937) [förordningen om statsbidrag för regional yrkesinriktad vuxenutbildning],

8.Voorschrift (2009: 130) [förordningen om yrkeshögskolan],

9.de komende opdrachten voor 2022 en 2023 betreffende de betaling van overheidssubsidies aan gemeenten in het kader van het initiatief voor ouderenzorg;

10.Opdracht/regeling voor het Agentschap voor de digitale overheid,

11.Toewijzing aan een autoriteit op het gebied van onderwijs;

12.Toewijzing/reglementering aan het Zweedse agentschap voor milieubescherming,

13.Toewijzing/reglementering aan de Nationale Raad voor Gezondheid en Welzijn, en

14.Toewijzing/reglementering aan de Zweedse vervoersdienst.

Mandaten/opdrachten zorgen ervoor dat de betrokken autoriteiten passende procedures invoeren voor: I) belangenconflicten, ii) dubbele financiering, iii) het opsporen van fraude en corruptie en iv) het verzamelen van gegevens.

De uitvoering van de hervorming moest uiterlijk op 31 december 2021 zijn voltooid.

3.2.Mijlpalen, streefdoelen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering van niet-terugbetaalbare financiële steun

Zie onderstaande tabel. De datum van de uitgangswaarde voor alle indicatoren is 1 februari 2020, tenzij anders aangegeven in de beschrijving van de actie. De bedragen in de tabel omvatten geen btw.

C.2: Mijlpalen, streefdoelen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoeringvan niet-terugbetaalbare financiële steun

Aantal

Maatregel

Mijlpaal/streefdoel

Naam

Kwalitatieve indicatoren

(voor mijlpalen)

Kwantitatieve indicatoren

(voor streefcijfers)

Tijd

Beschrijving van elke mijlpaal en elk streefdoel

Eenheid

Uitgangssituatie

Doel

Q

Jaar

34

Initiatief voor ouderenzorg

Doel

1 500 deelnemers zijn begonnen met onderwijs in het kader van het initiatief voor ouderenzorg

Aantal

0

1 500

KWARTAAL 4

2021

Ten minste 1 500 personeelsleden van de ouderenzorg moeten met de opleiding zijn begonnen (in twee functionele groepen: verpleegassistenten en verpleegkundigen (zowel “undersköterska” alsspecialistundersköterska”) of eenheidshoofden) in de periode 2020-2021.

35

Initiatief voor ouderenzorg

Doel

8 000 deelnemers zijn begonnen met onderwijs in het kader van het initiatief voor ouderenzorg

Aantal

1 500

8 000

KWARTAAL 4

2023

Ten minste 8 000 personeelsleden van de ouderenzorg moeten zijn begonnen met het onderwijs in het kader van het initiatief voor ouderenzorg.

36

Reglementering van de beroepstitel van verpleegassistent (“undersköterska”)

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wetgeving inzake de beroepstitel van verpleegassistent

Bepaling in de wetgeving betreffende de inwerkingtreding en de bekendmaking van de wetgeving in de Zweedse Statenwet (SFS)

KWARTAAL 3

2023

Inwerkingtreding van wetgeving tot regeling van de vereiste kwalificaties voor het voeren van de beroepstitel van verpleegassistent

37

Aangepaste leeftijdsgrenzen

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wetgeving om de leeftijdsgrenzen van het pensioenstelsel met één jaar te verhogen

Bepaling in de wetgeving betreffende de inwerkingtreding en de bekendmaking van de wetgeving in het Zweedse wetboek van statuten (SFS).

KWARTAAL 4

2023

Inwerkingtreding van wetgeving die de leeftijdsgrenzen van het pensioenstelsel met één jaar verhoogt.

Aantal

Maatregel

Mijlpaal/streefdoel

Naam

Kwalitatieve indicatoren

(voor mijlpalen)

Kwantitatieve indicatoren

(voor streefcijfers)

Tijd

Beschrijving van elke mijlpaal en elk streefdoel

Eenheid

Uitgangssituatie

Doel

Q

Jaar

38

Aangepaste leeftijdsgrenzen

Mijlpaal

Wijzigingen van de wetgeving inzake het socialezekerheidsstelsel en de inkomstenbelasting, waarbij de leeftijdsgrenzen voor pensioenen worden gekoppeld aan een benchmarkleeftijd die is afgestemd op de gemiddelde levensverwachting

(1) Bepaling in de wetgeving met betrekking tot het socialezekerheidsstelsel die de inwerkingtreding en publicatie van de wetgeving in het Zweedse wetboek van statuten (SFS) vermeldt, en (2) datum van goedkeuring door het Zweedse parlement van de wijziging van de wetgeving inzake inkomstenbelasting

KWARTAAL 1

2026

Inwerkingtreding van wetgeving die de leeftijdsgrenzen voor pensioenen koppelt aan een benchmarkleeftijd die is afgestemd op de gemiddelde levensverwachting. Dit houdt in dat wijzigingen van onderdelen van de wetgeving inzake het socialezekerheidsstelsel in werking treden en dat het Zweedse parlement wijzigingen van de wet op de inkomstenbelasting aanneemt.

39

Aanvullende maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wetgeving tot vaststelling van aanvullende maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

Bepaling in de wetgeving betreffende de inwerkingtreding van wetgeving tot vaststelling van aanvullende maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

KWARTAAL 4

2023

Inwerkingtreding van wetgeving tot vaststelling van aanvullende maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

40

Een nieuw systeem voor bankrekeningen en kluizen

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet inzake een nieuw systeem voor bankrekeningen en kluizen

De bepaling in de wet die de inwerkingtreding aangeeft van een wet die de betrokken autoriteiten toegang verleent tot gegevens met betrekking tot de identiteit van de bankrekeninghouders en houders van kluizen, is in werking getreden op de datum van bekendmaking (10 september 2020).

KWARTAAL 3

2020

Inwerkingtreding van een wetgevingshandeling die de relevante bevoegde autoriteiten, waaronder openbare aanklagers, toegang verleent tot gegevens met betrekking tot de identiteit van de houders van bankrekeningen en kluizen.

41

Regeringsbesluiten om een doeltreffende en efficiënte uitvoering te waarborgen

Mijlpaal

M 1: Regeringsbesluiten die zorgen voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip van de opzet van audits en controles

Inwerkingtreding van mandaten en opdrachten

KWARTAAL 4

2021

De regering neemt besluiten over de mandaten/opdrachten aan de relevante autoriteiten, zoals uiteengezet in de beschrijving van de maatregel, die zijn toegewezen om het herstel- en veerkrachtplan uit te voeren en andere noodzakelijke besluiten die nodig zijn om het herstel- en veerkrachtplan op een efficiënte en doeltreffende wijze uit te voeren, die voldoet aan de vereisten van Verordening (EU) 2021/241. De mandaten/opdrachten zorgen ervoor dat de relevante autoriteiten beschikken over adequate procedures voor: I) belangenconflicten, ii) dubbele financiering, iii) het opsporen van fraude en corruptie en iv) het verzamelen van gegevens.

42

Regeringsbesluiten om een doeltreffende en efficiënte uitvoering te waarborgen

Mijlpaal

M 2: Regeringsbesluiten die zorgen voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip van de opzet van audits en controles

Inwerkingtreding van mandaten en opdrachten

KWARTAAL 4

2021

De regering geeft de Zweedse nationale autoriteit voor financieel beheer (ESV) de relevante mandaten/opdrachten op het gebied van informatiebeheer met betrekking tot de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan (gegevensverzameling over het bereiken van mijlpalen en streefdoelen) en verslaglegging, los van hun mandaat als auditautoriteit.

43

Regeringsbesluiten om een doeltreffende en efficiënte uitvoering te waarborgen

Mijlpaal

M 3: Regeringsbesluiten die zorgen voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip van de controle

en opstelling van de controle

Inwerkingtreding van mandaten en opdrachten

KWARTAAL 4

2021

De regering neemt de besluiten over relevante mandaten/opdrachten aan de Zweedse nationale autoriteit voor financieel beheer (ESV) op het gebied van audit.

D.ONDERDEEL 4: B UITBREIDINGVAN DE WEGBAND EN DIGITALISERING VAN HET OPENBAAR BESTUUR

Deze component van het Zweedse herstel- en veerkrachtplan bevat investeringen die tot doel hebben de digitale infrastructuur van Zweden uit te breiden en het openbaar bestuur efficiënter en geschikter voor het beoogde doel te maken door de mogelijkheden van digitalisering te benutten.

De breedbandinfrastructuur in Zweden is over het algemeen goed gevorderd. Om de doelstelling van de regering te verwezenlijken dat Zweden tegen 2025 toegang moet hebben tot snelle breedband, moet de beschikbaarheid echter worden vergroot, met name in dunbevolkte gebieden, waar marktmechanismen alleen niet volstaan om de levering van dergelijke diensten te waarborgen. Het verhogen van de snelheid en beschikbaarheid van breedbandverbindingen ondersteunt huishoudens en bedrijven om de vruchten te plukken van een snelle digitale transitie.

Deze component omvat ook investeringen in een administratiebrede digitale infrastructuur. Momenteel komt het gebrek aan dergelijke infrastructuur tot uiting in een heterogene reeks verschillende kaders en normen, wat de interoperabiliteit belemmert en zo de risico’s voor de efficiëntie en veiligheid vergroot. De investeringen in deze component zijn bedoeld om die problemen aan te pakken door een gedeelde digitale infrastructuur tot stand te brengen.

De component zal naar verwachting bijdragen tot de landspecifieke aanbevelingen aan Zweden, met name “investeringen toespitsen op de groene en de digitale transitie, met name op [...] hightech- en innovatieve sectoren” (landspecifieke aanbevelingen 1 en 2020).

4.1.Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor niet-terugbetaalbare financiële steun

Investering 2: Uitbreiding breedband

De maatregel financiert steun voor de uitbreiding van breedbandconnectiviteit wanneer marktdeelnemers niet op commerciële basis kunnen uitbreiden. De steun van de centrale overheid wordt beheerd door de Zweedse post- en telecommunicatieautoriteit, die de subsidiabiliteit toetst, over subsidies beslist, betalingen verricht en toezicht houdt op de uitvoering. Er wordt steun verleend tot aan een aansluitpunt, bijvoorbeeld glasvezel (“homes passed”) en voor infrastructuur met een capaciteit van ten minste 1 Gbit/sec. Het subsidiebesluit bevat bepalingen inzake operationele veiligheid en betrouwbaarheid en een verplichting voor de ontvanger van de steun om de eindgebruikers op verzoek binnen drie jaar na de voltooiing van het project een breedbandverbinding aan te bieden (“aangesloten huizen”). De steun is technologieneutraal, op voorwaarde dat de projecten voldoen aan de vereiste snelheden.

De uitvoering van de investering moet uiterlijk op 31 december 2023 zijn voltooid.

4.2.Mijlpalen, streefdoelen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering van niet-terugbetaalbare financiële steun

Zie onderstaande tabel. De datum van de uitgangswaarde voor alle indicatoren is 1 februari 2020, tenzij anders aangegeven in de beschrijving van de actie. De bedragen in de tabel omvatten geen btw.

D.2: Mijlpalen, streefdoelen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering van niet-terugbetaalbare financiële steun

Aantal

Maatregel

Mijlpaal/streefdoel

Naam

Kwalitatieve indicatoren

(voor mijlpalen)

Kwantitatieve indicatoren

(voor streefcijfers)

Tijd

Beschrijving van elke mijlpaal en elk streefdoel

Eenheid

Uitgangssituatie

Doel

Q

Jaar

45

Uitbreiding breedband

Doel

Extra aantal gebouwen met breedbandtoegang (Homes Passed)

Aantal

0

66 100

KWARTAAL 4

2023

Ten minste 66 100 extra gebouwen in absolute nabijheid van een netwerk met een capaciteit van ten minste 1 Gbit/sec (Homes Passed) in gesubsidieerde projecten. Met “absolute nabijheid” worden gebouwen bedoeld die niet zijn aangesloten op een netwerk met zeer hoge capaciteit (bv. glasvezel), maar waar een dergelijk netwerk (bv. een glasvezelkabel) zich in de nabijheid van het gebouw bevindt.

E.ONDERDEEL 5: IKDOE INVESTERINGEN VOOR GROEI EN HUISVESTING

Deze component omvat hervormingen en investeringen die gericht zijn op het verminderen van wrijvingen en het bevorderen van investeringen op de woningmarkt.

Hoge huizenprijzen en de daarmee gepaard gaande hoge schuld van huishoudens zijn sinds het begin van de procedure voor macro-economische onevenwichtigheden aangemerkt als macro-economische onevenwichtigheden in de Zweedse economie, wat heeft geleid tot specifieke landspecifieke aanbevelingen.

De hervormingen en investeringen met betrekking tot de woningmarkt zijn gericht op het vergroten van het woningaanbod op de huurmarkt en studentenwoningen door middel van bouwsubsidies, het verbeteren van de voorwaarden voor woningbouw, het verminderen van knelpunten in de bouwvergunningsprocedure en het verlagen van de vermogenswinstbelasting op huisvesting.

Tegen deze achtergrond heeft deze component van het Zweedse herstel- en veerkrachtplan tot doel bij te dragen tot meer woningbouw en de efficiëntie van de woningmarkt te verbeteren. De component omvat één investering en vijf hervormingsmaatregelen.

De hervormingsmaatregelen met betrekking tot de woningmarkt moeten (1) belanghebbenden in staat stellen deel te nemen aan het bouwplanningsproces, (2) het regelgevingskader voor bouwvergunningen vereenvoudigen en de efficiëntie ervan vergroten, (3) de voorwaarden voor woningbouw verbeteren, (4) het plafond voor uitgestelde kapitaalwinsten verhogen en (5) de belaste berekende inkomsten uit uitgestelde kapitaalwinsten afschaffen.

De component zal naar verwachting bijdragen tot de landspecifieke aanbevelingen aan Zweden, met name “de risico’s in verband met de hoge schuldenlast van huishoudens aanpakken door de fiscale aftrekbaarheid van hypotheekrentebetalingen geleidelijk te verminderen of terugkerende onroerendgoedbelastingen te verhogen. Investeringen stimuleren in woningbouw waar tekorten het dringendst zijn, met name door structurele belemmeringen voor de bouw weg te nemen. De efficiëntie van de woningmarkt verbeteren en de opzet van de vermogenswinstbelasting herzien” (landspecifieke aanbevelingen 1 en 2019).

5.1.Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor niet-terugbetaalbare financiële steun

Investering 1: Investeringssteun voor huurwoningen en studentenwoningen

Het doel van de investering is het woningtekort te verlichten. De maatregel bestaat uit het vergroten van het aanbod van nieuwe huurwoningen met een lagere huur dan nieuwe niet-gesubsidieerde woningen.

Hervorming 1: Particulier initiatiefrecht — betrokkenheid van belanghebbenden op het gebied van ruimtelijke ordening bij zonering

De hervormingsmaatregel heeft tot doel de planningsperioden voor zonering te verkorten in gebieden waar bouw is toegestaan. Wanneer de hervorming in werking treedt, krijgen belanghebbenden zoals vastgoedeigenaren, ontwikkelaars en bouwers meer mogelijkheden om de werkzaamheden voor de ontwikkeling van gedetailleerde bestemmingsplannen op te starten en gedeeltelijk uit te voeren. De gemeente deelt de verzoekende belanghebbende mee welke planningsdocumentatie nodig is voor een gedetailleerde planning, met inbegrip van de documenten met betrekking tot nationale belangen, bescherming van het strand en gezondheid en veiligheid. De Planning and Building Act wordt herzien om te verduidelijken dat, niettegenstaande de uiteindelijke verantwoordelijkheid van de gemeente, een voorstel voor een gedetailleerd bestemmingsplan kan worden opgesteld door vastgoedeigenaren of anderen die het initiatief nemen om een bouwplan voor te stellen.

De uitvoering van de hervorming moest uiterlijk op 31 december 2021 zijn voltooid. Hervorming 2: Herziening van het regelgevingskader voor bouwvergunningen

Het doel van de hervorming is het regelgevingskader voor bouwvergunningen efficiënter te maken, bijvoorbeeld door het aantal maatregelen dat kan worden uitgevoerd zonder dat een bouwvergunning nodig is, te verhogen. Deze hervorming bestaat uit de vaststelling van wetgeving om het regelgevingskader voor bouwvergunningen te herzien.

Hervorming 3: Betere voorwaarden voor woningbouw

Om het bouwproces voorspelbaarder en efficiënter te maken en herhaalbare processen te vergemakkelijken, heeft de regering op 16 september 2021 een wetgevingsvoorstel ingediend over gecertificeerde bouwprojectbedrijven — een voorspelbaarder bouwproces. De hervorming wijzigt de Planning and Building Act (SCS 2010: 900) door in de Planning and Building Act een nieuwe speler op te nemen, een gecertificeerd bouwprojectbedrijf (“Certifierade bygprojekteringsföretag — en mer förutsägbar byggprocess”).

Een gecertificeerd bouwprojectbedrijf beschikt over specifieke deskundigheid en ervaring op het gebied van de beoordeling van de ontwerpvereisten inzake doeltreffendheid en toegankelijkheid en de technische eigendomsvereisten voor de bouw van woongebouwen die in overheidsvoorschriften worden vastgesteld, en kan dit onderbouwen met een certificaat dat is afgegeven door een daartoe geaccrediteerde instantie. Voorts moet de hervorming het mogelijk maken dat een ontwikkelaar bij het ontwerp van nieuwe woongebouwen een beroep kan doen op een gecertificeerd bouwprojectbedrijf. Indien van een dergelijke onderneming gebruik wordt gemaakt, houdt de bouwcommissie geen rekening met de vereisten die onder de certificering vallen, noch voordat een besluit over bouwvergunningen is genomen, noch met aankondigingen van opstartactiviteiten. Het is voor een ontwikkelaar facultatief om gebruik te maken van een gecertificeerd bouwprojectbedrijf in het proces.

De uitvoering van de hervorming wordt uiterlijk op 31 december 2022 voltooid. Hervorming 4: Hoger plafond voor het uitgestelde bedrag van de vermogenswinstbelasting

De maatregel heeft tot doel de transactiekosten voor de aankoop van onroerend goed door particuliere huiseigenaren te verlagen, waardoor huisvesting en arbeidsmobiliteit worden vergemakkelijkt. Het maximumbedrag van de uitgestelde vermogenswinst werd verhoogd van 1 SEK 450 000 tot 3 SEK 000 000.

De uitvoering van de hervorming moest uiterlijk op 1 juli 2020 zijn voltooid en van toepassing zijn op verkopen na 30 juni 2020.

Hervorming 5: Afschaffing van de berekende inkomsten uit uitgestelde vermogenswinsten

De maatregel heeft tot doel de transactiekosten voor onroerendgoedtransacties door particuliere huiseigenaren te verlagen, waardoor huisvesting en arbeidsmobiliteit worden vergemakkelijkt. De maatregel schaft de standaardinkomsten uit uitgestelde vermogenswinsten af. Eerder waren de uitgestelde vermogenswinsten onderworpen aan standaardinkomsten op basis van de vastgestelde rentevoet. Dit standaardinkomen moest worden opgeteld bij het belastbare inkomen en werd belast tegen een tarief van 30 %.

De uitvoering van de hervorming moest uiterlijk op 1 januari 2021 zijn voltooid en van toepassing zijn op belastingjaren die na 31 december 2020 beginnen.

5.2.Mijlpalen, streefdoelen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering van niet-terugbetaalbare financiële steun

Zie onderstaande tabel. De datum van de uitgangswaarde voor alle indicatoren is 1 februari 2020, tenzij anders aangegeven in de beschrijving van de actie. De bedragen in de tabel omvatten geen btw.

E.2: Mijlpalen, streefdoelen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering van niet-terugbetaalbare financiële steun

Aantal

Maatregel

Mijlpaal/streefdoel

Naam

Kwalitatieve indicatoren (voor mijlpalen)

Kwantitatieve indicatoren

(voor streefcijfers)

Tijd

Beschrijving van elke mijlpaal en elk streefdoel

Eenheid

Uitgangssituatie

Doel

Q

Jaar

50

Investeringssteun voor huurwoningen en huisvesting voor studenten

Doel

T1: Betaling van steun voor nieuwe voltooide woningen

Nieuwe voltooide woningen

0

1 500

KWARTAAL 4

2022

Statistieken over de totale betalingen en het aantal geleverde woningen die voldoen aan de voorwaarden om ervoor te zorgen dat de doelgroep wordt bereikt, namelijk dat de investeringssteun afhankelijk is van een maximale huur, terwijl de verhuurder een toekomstige huurder niet mag weigeren een gesubsidieerde woning te huren op grond van een te laag inkomen, zolang de persoon of het huishouden in staat is de huur te betalen. De huurgegevens worden vergeleken met niet-gesubsidieerde nieuwe woningen.

51

Investeringssteun voor huurwoningen en huisvesting voor studenten

Doel

T2: Betaling van steun voor nieuwe woningen

Nieuwe woningen

1 500

4 800

KWARTAAL 4

2023

Statistieken over de totale betalingen en het aantal geleverde woningen die voldoen aan de voorwaarden om ervoor te zorgen dat de doelgroep wordt bereikt, namelijk dat de investeringssteun afhankelijk is van een maximale huur, terwijl de verhuurder een toekomstige huurder niet mag weigeren een gesubsidieerde woning te huren op grond van een te laag inkomen, zolang de persoon of het huishouden in staat is de huur te betalen. De huurgegevens worden vergeleken met niet-gesubsidieerde nieuwe woningen.

52

Particulier initiatiefrecht — deelname van belanghebbenden bij de planning aan gedetailleerde ontwikkelingsplanning

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet tot invoering van een particulier initiatiefrecht

Bepaling in de wet tot invoering van een particulier initiatiefrecht met vermelding van de inwerkingtreding

KWARTAAL 4

2021

Inwerkingtreding, na goedkeuring door het Zweedse parlement, van wetswijzigingen die (1) een verplichting voor gemeenten omvatten om informatie te verstrekken over de vereiste planningsdocumentatie voor particuliere partijen die betrokken zijn bij ontwikkelingsplanning, (2) een recht voor belanghebbenden om de lijst te verkrijgen van documenten die de nationale raad van bestuur nodig acht om te beoordelen of de ontwikkelingsplanning belangen betreft die onder de bevoegdheid van de provinciale raad van bestuur vallen, bijvoorbeeld nationale belangen, bescherming van de kust en gezondheid en veiligheid, en (3) verduidelijkingen van de plannings- en bouwwet dat de planningsdocumentatie die vereist is wanneer een gedetailleerd ontwikkelingsplan wordt opgesteld, ook door anderen dan de gemeente kan worden opgesteld.

53

Herziening van het regelgevingskader voor bouwvergunningen

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wetgeving tot herziening van het regelgevingskader voor bouwvergunningen

Bepaling in de wetgeving tot herziening van het regelgevingskader voor bouwvergunningen met vermelding van de inwerkingtreding

KWARTAAL 4

2025

Inwerkingtreding van wetgeving tot herziening van het regelgevingskader voor bouwvergunningen, die verdere maatregelen vergemakkelijkt die kunnen worden uitgevoerd zonder dat een bouwvergunning nodig is.

54

Betere voorwaarden voor woningbouw

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wijzigingen van de plannings- en bouwwet tot oprichting van een gecertificeerd bouwprojectbedrijf [Certifierade bygprojekterings företag — en mer förutsägbar byggprocess] die leiden tot betere voorwaarden voor woningbouw

Bepaling in de wet tot vaststelling van betere voorwaarden voor woningbouw waaruit de inwerkingtreding blijkt

KWARTAAL 4

2022

Door de inwerkingtreding, na goedkeuring door het Zweedse parlement, van wetswijzigingen van de plannings- en bouwwet (SCS 2010: 900) wordt een nieuwe actor geïntroduceerd, namelijk het gecertificeerde bouwprojectbedrijf. Het gebruik van een dergelijk bedrijf in het woningbouwproces komt in de plaats van de vroegtijdige controle door de gemeente van de naleving van de bouwvoorschriften waarop de certificering betrekking heeft. Het doel is een grotere voorspelbaarheid en efficiëntie in het bouwproces mogelijk te maken en herhaalbare processen te vergemakkelijken.

55

Hoger plafond voor uitgestelde kapitaalwinsten

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wijziging van de relevante belastingwet waarbij het plafond voor uitgestelde vermogenswinst wordt verhoogd [van 1 450 000 SEK naar 3 000 000 SEK]

Bepaling in de wet betreffende de inwerkingtreding van de wet tot verhoging van het plafond voor uitgestelde vermogenswinsten

KWARTAAL 3

2020

De hervormingsmaatregel verhoogt het maximumbedrag voor de vermogenswinstbelasting van 1 450 000 SEK tot 3 000 000 SEK.

56

Afgeschaft standaardinkomen op uitgestelde vermogenswinsten

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wijziging in de desbetreffende belastingwet tot afschaffing van de standaardinkomsten uit uitgestelde vermogenswinsten

Bepaling in de wet die melding maakt van de inwerkingtreding van de wet tot afschaffing van de standaardinkomsten op uitgestelde vermogenswinsten

KWARTAAL 1

2021

Met de hervormingsmaatregel worden de standaardinkomsten op de uitgestelde vermogenswinsten voor de inkomstenbelasting afgeschaft.

F.ONDERDEEL 6: REPowerEU HOOFDSTUK

Het REPowerEU-hoofdstuk heeft tot doel de algemene afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen en met name de aanleg van nieuwe elektriciteitsnetwerken te versnellen, de energie-efficiëntie van gebouwen te verbeteren en energiearmoede te bestrijden.

De component is daarom gericht op de landspecifieke aanbeveling met betrekking tot het verminderen van de algemene afhankelijkheid van fossiele brandstoffen (landspecifieke aanbevelingen 4 van 2022 en 2023). Twee investeringen verbeteren de energie-efficiëntie in meergezinswoningen en in huur- en studentenwoningen, terwijl een hervorming de vergunningsprocedures voor de uitbreiding van het elektriciteitsnet stroomlijnt.

Geen enkele maatregel in deze component mag ernstige afbreuk doen aan milieudoelstellingen in de zin van artikel 17 van Verordening (EU) 2020/852, rekening houdend met de beschrijving van de maatregelen en de risicobeperkende stappen in het herstel- en veerkrachtplan overeenkomstig de technische richtsnoeren over het beginsel “geen ernstige afbreuk doen” (2021/C58/01).

F.1 Beschrijving van de hervormingen en investeringen voor niet-terugbetaalbare financiële steun

Investering 1: Opgeschaalde maatregel: Energie-efficiëntie in meergezinswoningen

Het doel van deze maatregel is het opschalen van investering 3: Energie-efficiëntie in meergezinswoningen, in het kader van component 1: Groen herstel. De maatregel bestaat uit een verhoging van het aantal gerenoveerde vierkante meters met het oog op energie-efficiëntie.

Investering 2: Opgeschaalde maatregel: Investeringssteun voor huurwoningen en studentenwoningen

Het doel van deze maatregel is het opschalen van investering 1: Investeringssteun voor huur- en studentenwoningen, in het kader van component 5: Investeringen voor groei en huisvesting. De maatregel bestaat uit het verhogen van het aantal huurwoningen en studentenwoningen.

Hervorming 1: Versnelling van de vergunningsprocedure voor de aanleg van elektriciteitsnetten

Het doel van deze maatregel is het vergunningsproces voor de aanleg van elektriciteitsnetten te verkorten en binnenlandse en grensoverschrijdende knelpunten in de elektriciteitstransmissie aan te pakken. De maatregel bestaat uit wetgeving ter vereenvoudiging van de procedures voor de aanleg van elektriciteitsnetwerkinfrastructuur.

F.2 Mijlpalen, streefdoelen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering van niet-terugbetaalbare financiële steun

Zie onderstaande tabel. De datum van de uitgangswaarde voor alle indicatoren is 1 februari 2020, tenzij anders aangegeven in de beschrijving van de actie. De bedragen in de tabel omvatten geen btw.

Aantal

Maatregel

Mijlpaal/streefdoel

Naam

Kwalitatieve indicatoren voor mijlpalen

Kwantitatieve indicatoren (voor streefcijfers)

Tijd

Beschrijving van elke mijlpaal en elk streefdoel

Eenheid

Uitgangssituatie

Doel

Q

Jaar

57

Energie-efficiëntie in meergezinswoningen

Doel

1 646 000 vierkante meter gebouwen gerenoveerd

Vierkante meter

270 800

1 916 800

KWARTAAL 4

2025

1 646 000 vierkante meter gebouwen moet zijn gerenoveerd. De meeteenheid is Atemp (zoals gedefinieerd in de dwingende bepalingen en algemene aanbevelingen ingevolge de Planning and Building Act (2010: 900) en de Planning and Building Ordinance (2011: 330)).

58

Investeringssteun voor huurwoningen en huisvesting voor studenten

Doel

T3: Betaling van steun voor nieuwe woningen

Nieuwe woningen

4 800

6 720

KWARTAAL 4

2025

Statistieken over de totale betalingen en het aantal geleverde woningen die voldoen aan de voorwaarden om ervoor te zorgen dat de doelgroep wordt bereikt, namelijk dat de investeringssteun afhankelijk is van een maximale huur, terwijl de verhuurder een toekomstige huurder niet mag weigeren een gesubsidieerde woning te huren op grond van een te laag inkomen, zolang de persoon of het huishouden in staat is de huur te betalen. De huurgegevens worden vergeleken met niet-gesubsidieerde nieuwe woningen.

59

Versnelling van de vergunningsprocedure voor de aanleg van elektriciteitsnetten

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wetgeving om de vergunningsprocedure voor de aanleg van elektriciteitsnetten te versnellen

Bepaling in de wetgeving die de inwerkingtreding aangeeft van wetgeving die de vergunningsprocedure voor de aanleg van elektriciteitsnetten versnelt

KWARTAAL 4

2024

Inwerkingtreding van wetgeving tot invoering van: a) een vereenvoudigde procedure voor het verlenen van vrijstellingen van de bescherming van lokale gebieden tijdens de vergunningsprocedure voor de aanleg van elektriciteitsnetten (zoals momenteel beschreven in hoofdstuk 7, afdelingen 11-b en 13-18h van het Zweedse milieuwetboek), waardoor deze vrijstellingen op kortere termijnen en in eerdere stadia van de vergunningsprocedure kunnen worden verleend; en b) een vermoeden voor het gebruik van bovengrondse leidingoplossingen boven grondkabeloplossingen bij de beoordeling van technologische keuzes bij de hoogste spanningsniveaus (130 kV of hoger), waardoor de bestaande eis dat beide soorten oplossingen standaard moeten worden onderzocht, wordt gewijzigd.

F.2: Mijlpalen, streefdoelen, indicatoren en tijdschema voor de monitoring en uitvoering van niet-terugbetaalbare financiële steun

2.    Geraamde totale kosten van het plan voor herstel en veerkracht

De geraamde totale kosten van het herstel- en veerkrachtplan van Zweden bedragen 34 SEK 958 467 418, wat overeenkomt met 3 EUR 452 688 op basis van de ECB-referentiekoers voor EUR SEK van 28 mei 2021.

DEEL 2: FINANCIËLE STEUN

1.Financiële bijdrage

De in artikel 2, lid 2, bedoelde tranches worden als volgt georganiseerd:

1.1.Eerste tranche (niet-terugbetaalbare steun):

Volgnummer

Gerelateerde maatregel (hervorming of investering)

Mijlpaal/ streefdoel

Naam

1

Lokale en regionale klimaatinvesteringen

Doel

T1: Toekenning van projecten ter vermindering van de kooldioxide-emissies met naar verwachting 300 000 ton

7

Energie-efficiëntie in meergezinswoningen

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een verordening tot vaststelling van de steunregeling voor investeringen ter verbetering van de energie-efficiëntie in meergezinswoningen

9

Versterkte spoorwegsteun

Doel

60 km spoorwegen is verbeterd of gemoderniseerd

15

Afschaffing van de verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet tot gedeeltelijke afschaffing van een verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren

17

Aangepaste tarieven van het belastbare voordeel voor bedrijfswagens

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet tot aanpassing van het tarief van het belastbare voordeel voor bedrijfswagens

19

Meer studieplaatsen in regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen

Doel

T1: Nieuwe studieplaatsen in beroepsopleiding en volwassenenonderwijs

20

Meer studieplaatsen in regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen

Doel

T2: Nieuwe studieplaatsen in beroepsopleiding en volwassenenonderwijs

23

Hoger compensatieniveau voor beroepsopleiding in combinatie met Zweeds voor immigranten en Zweeds als tweede taal

Mijlpaal

Inwerkingtreding van het hogere compensatieniveau voor beroepsopleiding in combinatie met het Zweeds voor immigranten en het Zweeds als tweede taal

Volgnummer

Gerelateerde maatregel (hervorming of investering)

Mijlpaal/ streefdoel

Naam

28

Middelen om te voldoen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Doel

T1: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

34

Initiatief voor ouderenzorg

Doel

1 500 deelnemers zijn begonnen met onderwijs in het kader van het initiatief voor ouderenzorg

40

Een nieuw systeem voor bankrekeningen en kluizen

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet inzake een nieuw systeem voor bankrekeningen en kluizen

41

Regeringsbesluiten om een doeltreffende en efficiënte uitvoering te waarborgen

Mijlpaal

M1: Regeringsbesluiten die zorgen voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip van de opzet van audits en controles

42

Regeringsbesluiten om een doeltreffende en efficiënte uitvoering te waarborgen

Mijlpaal

M2: Regeringsbesluiten die zorgen voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip van de opzet van audits en controles

43

Regeringsbesluiten om een doeltreffende en efficiënte uitvoering te waarborgen

Mijlpaal

M3: Regeringsbesluiten die zorgen voor een doeltreffende en efficiënte uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip van de opzet van audits en controles

52

Particulier initiatiefrecht — deelname van belanghebbenden bij de planning aan gedetailleerde ontwikkelingsplanning

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet tot invoering van een particulier initiatiefrecht

55

Hoger plafond voor uitgestelde kapitaalwinsten

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wijziging van de relevante belastingwet waarbij het plafond voor uitgestelde vermogenswinst wordt verhoogd van 1 450 000 SEK naar 3 000 000 SEK 

56

Afgeschaft standaardinkomen op uitgestelde vermogenswinsten

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wijziging in de desbetreffende belastingwet tot afschaffing van de standaardinkomsten uit uitgestelde vermogenswinsten

Termijnbedrag 

EUR 851 789 859

1.2.Tweede tranche (niet-terugbetaalbare steun):

Volgnummer

Gerelateerde maatregel (hervorming of investering)

Mijlpaal/ streefdoel

Naam

2

Lokale en regionale klimaatinvesteringen

Doel

T2: Toekenning van projecten ter vermindering van de kooldioxide-emissies met naar verwachting 240 000 ton

10

Versterkte spoorwegsteun

Doel

40 km spoorwegen is verbeterd of gemoderniseerd

16

Afschaffing van de verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren

Mijlpaal

Inwerkingtreding van de wet tot volledige afschaffing van de verlaging van de energiebelasting op brandstof in bepaalde sectoren

21

Meer studieplaatsen in regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen

Doel

T3: Nieuwe studieplaatsen in beroepsopleiding en volwassenenonderwijs

27

Meer studieplaatsen in het hoger beroepsonderwijs per jaar

Doel

Nieuwe studieplaatsen in het postsecundair beroepsonderwijs

29

Middelen om te voldoen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Doel

T2: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijsa

33

Wet op de arbeidsbescherming en meer overgangsmogelijkheden

Mijlpaal

Inwerkingtreding van de wetswijzigingen om de arbeidsbescherming te moderniseren en meer overgangsmogelijkheden te bieden

45

Uitbreiding breedband

Doel

Extra aantal gebouwen met breedbandtoegang (Homes Passed)

50

Investeringssteun voor huurwoningen en huisvesting voor studenten

Doel

T1: Betaling van steun voor nieuwe voltooide woningen

54

Betere voorwaarden voor woningbouw

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wijzigingen van de plannings- en bouwwet tot oprichting van een gecertificeerd bouwprojectbedrijf [Certifierade bygprojekteringsföretag — en mer förutsägbar byggprocess] die leiden tot betere voorwaarden voor woningbouw

Termijnbedrag 

EUR 794 178 485

1.3.Derde tranche (niet-terugbetaalbare steun):

Volgnummer

Gerelateerde maatregel (hervorming of investering)

Mijlpaal/ streefdoel

Naam

11

Stroomlijning van de procedure voor milieuvergunningen

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wetgeving om de procedure voor het verkrijgen van milieuvergunningen te stroomlijnen

18

Formele bescherming van waardevolle aard

Doel

Aanleg of verbetering van natuurreservaten

22

Meer studieplaatsen in regionaal beroepsonderwijs voor volwassenen

Doel

T4: Nieuwe studieplaatsen in beroepsopleiding en volwassenenonderwijs

30

Middelen om te voldoen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Doel

T3: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

35

Initiatief voor ouderenzorg

Doel

8 000 deelnemers zijn begonnen met onderwijs in het kader van het initiatief voor ouderenzorg

36

Beschermde beroepstitel van het beroep van verpleegassistent

Mijlpaal

Inwerkingtreding van een wet tot regeling van de beroepstitel van verpleegassistent

37

Aangepaste leeftijdsgrenzen

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wetgeving om de leeftijdsgrenzen van het pensioenstelsel met één jaar te verhogen

39

Aanscherping van de maatregelen tegen het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wetgeving tot vaststelling van aanvullende maatregelen ter bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

51

Investeringssteun voor huurwoningen en huisvesting voor studenten

Doel

T2: Betaling van steun voor nieuwe voltooide woningen

53

Herziening van het regelgevingskader voor bouwvergunningen

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wetgeving tot herziening van het regelgevingskader voor bouwvergunningen

Termijnbedrag 

EUR 931 875 328

1.4.Vierde tranche (niet-terugbetaalbare steun):

Volgnummer

Gerelateerde maatregel (hervorming of investering)

Mijlpaal/ streefdoel

Naam

4

Lokale en regionale klimaatinvesteringen

Doel

T4: Toekenning van projecten ter vermindering van de kooldioxide-emissies met naar verwachting 245 000 ton

31

Middelen om te voldoen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Doel

T4: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

33bis

Nationaal professioneel programma voor directeuren, leerkrachten en leerkrachten in voor- en vroegschoolse educatie en opvang

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wetgeving voor de invoering van een nationaal beroepsprogramma

38

Aangepaste leeftijdsgrens

Mijlpaal

Wijzigingen van de wetgeving inzake het socialezekerheidsstelsel en de inkomstenbelasting, waarbij de leeftijdsgrenzen voor pensioenen worden gekoppeld aan een benchmarkleeftijd die is afgestemd op de gemiddelde levensverwachting

58

Investeringssteun voor huurwoningen en huisvesting voor studenten

Doel

T3: Betaling van steun voor nieuwe woningen

59

Versnelling van de vergunningsprocedure voor de aanleg van elektriciteitsnetten

Mijlpaal

Inwerkingtreding van wetgeving om de vergunningsprocedure voor de aanleg van elektriciteitsnetten te versnellen

Termijnbedrag 

EUR 535 063 250

1.5 vijfde tranche (niet-terugbetaalbare steun):

Volgnummer

Gerelateerde maatregel (hervorming of investering)

Mijlpaal/ streefdoel

Naam

6

Klimaatinvesteringen in de industriële sector

Doel

Gunning van projecten die kunnen bijdragen tot de vermindering van de kooldioxide-uitstoot

6a

Klimaatinvesteringen in de industriële sector

Doel

Financiële steun voor projecten die kunnen bijdragen tot de vermindering van de kooldioxide-uitstoot

6b

Klimaatinvesteringen in de industriële sector

Doel

Financiële steun voor projecten die kunnen bijdragen tot de vermindering van de kooldioxide-uitstoot

8

Energie-efficiëntie in meergezinswoningen

Doel

270 800 vierkante meter aan gebouwen is gerenoveerd.

57

Energie-efficiëntie in meergezinswoningen

Doel

1 646 000 vierkante meter aan gebouwen is gerenoveerd.

32

Middelen om te voldoen aan de vraag naar onderwijs aan universiteiten en andere instellingen voor hoger onderwijs

Doel

T5: Aanvullend ingeschreven studenten in het hoger onderwijs

Afbetalingstermijn

Bedrag

EUR 332 759 286

DEEL 3: AANVULLENDE REGELINGEN

1.Regelingen voor de monitoring en uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan

De monitoring en uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan van Zweden vinden plaats overeenkomstig de volgende regelingen:

·Het internationale en economische ministerie van Financiën is de coördinerende autoriteit en heeft de algemene verantwoordelijkheid voor het toezicht op en de uitvoering van het plan als geheel. De verantwoordelijke overheidsinstantie monitort, verifieert en valideert de verwezenlijking van mijlpalen en streefdoelen. De coördinerende autoriteit stelt de beheersverklaring op en ondertekent deze, en is ook verantwoordelijk voor het opstellen en indienen van de betalingsverzoeken bij de Europese Commissie en voor betalingen op nationaal niveau.

·Overheidsinstanties (myndigheter) zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van de afzonderlijke maatregelen van het herstel- en veerkrachtplan van Zweden. Zij brengen aan de coördinerende autoriteit verslag uit over de voortgang van de uitvoering en over het bereiken van mijlpalen en streefdoelen.

·De overkoepelende auditautoriteit is de Zweedse nationale autoriteit voor financieel beheer (ESV). De nationale rekenkamer (NAO) voert regelmatig terugkerende audits uit met betrekking tot de doelmatigheid, doeltreffendheid en betrouwbaarheid van de rekeningen.

2.Regelingen voor volledige toegang van de Commissie tot de onderliggende gegevens

Om de Commissie volledige toegang te verlenen tot de relevante onderliggende gegevens, treft Zweden de volgende regelingen:

·Het ministerie van Financiën draagt de algemene verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan en is namens alle entiteiten uit de publieke sector verantwoordelijk voor de operationele en administratieve aspecten van het herstel- en veerkrachtplan. Om de samenhang bij de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan te waarborgen, is de overkoepelende auditautoriteit de Zweedse nationale autoriteit voor financieel beheer (ESV), die het ministerie van Financiën bijstaat bij zijn algemene coördinatietaken. Het ESV is ook verantwoordelijk voor het verzamelen van de gegevens voor het monitoren van de verwezenlijking van mijlpalen en streefdoelen door het ministerie van Financiën. Het ministerie van Financiën (coördinerende autoriteit) is verantwoordelijk voor de behandeling en waarborging van een centraal antwoord op verzoeken om informatie en toegang tot gegevens over eindontvangers. De verzameling en opslag van dergelijke gegevens wordt gewaarborgd door de autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan.

·Overeenkomstig artikel 24, lid 2, van Verordening (EU) 2021/241 dient Zweden, na voltooiing van de desbetreffende overeengekomen mijlpalen en streefdoelen in afdeling 2.1 van deze bijlage, bij de Commissie een naar behoren gemotiveerd verzoek tot betaling van de financiële bijdrage in. Zweden zorgt ervoor dat de Commissie op verzoek volledige toegang heeft tot de onderliggende relevante gegevens die de behoorlijke motivering van het betalingsverzoek staven, zowel voor de beoordeling van het betalingsverzoek overeenkomstig artikel 24, lid 3, van Verordening (EU) 2021/241 als voor audit- en controledoeleinden.

(1)

 

(2)

 Indien de ondersteunde activiteit verwachte broeikasgasemissies realiseert die niet significant lager zijn dan de relevante benchmarks, moet worden toegelicht waarom dit niet mogelijk is. Benchmarks die zijn vastgesteld voor kosteloze toewijzing voor activiteiten die binnen het toepassingsgebied van het emissiehandelssysteem vallen, zoals uiteengezet in Uitvoeringsverordening (EU) 2021/447 van de Commissie.

(3)

 Met uitzondering van projecten in het kader van deze maatregel op het gebied van elektriciteits- en/of warmteopwekking, en de daarmee verband houdende transmissie- en distributie-infrastructuur, waarbij aardgas wordt gebruikt, die voldoen aan de voorwaarden van bijlage III bij de technische richtsnoeren “geen ernstige afbreuk doen” (2021/C58/01).

(4)

Deze uitsluiting is niet van toepassing op acties in het kader van deze maatregel in installaties die uitsluitend bestemd zijn voor de behandeling van niet-recycleerbaar gevaarlijk afval, noch op bestaande installaties, indien de acties in het kader van deze maatregel tot doel hebben de energie-efficiëntie te verhogen, uitlaatgassen af te vangen voor opslag of gebruik of materialen uit verbrandingsassen terug te winnen, mits dergelijke acties in het kader van deze maatregel niet leiden tot een verhoging van de afvalverwerkingscapaciteit van de installaties of tot een verlenging van de levensduur van de installaties; waarvoor bewijs wordt geleverd op het niveau van de installatie.

(5)

 Deze uitsluiting is niet van toepassing op acties in het kader van deze maatregel in bestaande installaties voor mechanische biologische behandeling, wanneer de acties in het kader van deze maatregel tot doel hebben de energie-efficiëntie te verhogen of de recycling van gescheiden afval aan te passen aan compost bioafval en anaerobe vergisting van bioafval, mits dergelijke acties in het kader van deze maatregel niet leiden tot een verhoging van de afvalverwerkingscapaciteit van de installaties of tot een verlenging van de levensduur van de installaties; waarvoor bewijs wordt geleverd op het niveau van de installatie.

(6)

 Met uitzondering van projecten in het kader van deze maatregel op het gebied van elektriciteits- en/of warmteopwekking, en de daarmee verband houdende transmissie- en distributie-infrastructuur, waarbij aardgas wordt gebruikt, die voldoen aan de voorwaarden van bijlage III bij de technische richtsnoeren “geen ernstige afbreuk doen” (2021/C58/01).

(7)

 Deze uitsluiting is niet van toepassing op acties in het kader van deze maatregel in installaties die uitsluitend bestemd zijn voor de behandeling van niet-recycleerbaar gevaarlijk afval, noch op bestaande installaties, indien de acties in het kader van deze maatregel tot doel hebben de energie-efficiëntie te verhogen, uitlaatgassen af te vangen voor opslag of gebruik of materialen uit verbrandingsassen terug te winnen, mits dergelijke acties in het kader van deze maatregel niet leiden tot een verhoging van de afvalverwerkingscapaciteit van de installaties of tot een verlenging van de levensduur van de installaties; waarvoor bewijs wordt geleverd op het niveau van de installatie.

(8)

 Deze uitsluiting is niet van toepassing op acties in het kader van deze maatregel in bestaande installaties voor mechanische biologische behandeling, wanneer de acties in het kader van deze maatregel tot doel hebben de energie-efficiëntie te verhogen of de recycling van gescheiden afval aan te passen aan compost bioafval en anaerobe vergisting van bioafval, mits dergelijke acties in het kader van deze maatregel niet leiden tot een verhoging van de afvalverwerkingscapaciteit van de installaties of tot een verlenging van de levensduur van de installaties; waarvoor bewijs wordt geleverd op het niveau van de installatie.