EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 10.12.2025
COM(2025) 760 final
2025/0398(NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende de vaststelling van het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal, de technische meerjarenrichtsnoeren voor dat programma en de financiële meerjarenrichtsnoeren voor het beheer van de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal, en tot intrekking van de Beschikkingen 2003/77/EG en 2008/376/EG
{SWD(2025) 409 final} - {SWD(2025) 410 final}
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Dit voorstel heeft tot doel de bestaande wetgeving inzake het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal te herzien.
Bij dit besluit van de Raad zullen de bepalingen van Beschikking 2008/376/EG van de Raad en Beschikking 2003/77/EG van de Raad, zoals gewijzigd bij Besluit (EU) 2021/1207 van de Raad, worden ingetrokken.
Het voorstel heeft tot doel investeringen in het kader van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal te vereenvoudigen en te versnellen, onder meer door het aantrekkelijker te maken en gebruik te blijven maken van een deel van de activa van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) in vereffening, en, na afwikkeling van de liquidatie, van de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal (de “activa”), voor de financiering van twee halfjaarlijkse oproepen tot het indienen van voorstellen voor onderzoeks- en innovatieprojecten van 2027 tot 2030 om de impact te versterken.
Om dit doel te bereiken, worden in het voorstel de bepalingen samengevoegd die eerder afzonderlijk waren opgenomen in de twee ingetrokken beschikkingen, namelijk de technische meerjarenrichtsnoeren voor het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal en de meerjarige financiële richtsnoeren voor het beheer van de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. Overeenkomstig Protocol nr. 37 dat is gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en aan het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, zijn zowel de technische als de financiële richtsnoeren onderworpen aan dezelfde goedkeuringsprocedure. Er is gekozen voor samenvoeging van de technische en financiële richtsnoeren in één enkel besluit om het voorstel eenvoudiger en begrijpelijker te maken, waardoor dit de eenvoudigste vorm van optreden van de Unie is in de zin van de toolbox voor betere regelgeving. Dit biedt de mogelijkheid om de bewoordingen van beide handelingen in hun geheel te herzien en op elkaar af te stemmen, waardoor de goedkeuring en bespreking ervan binnen de Raad wordt vereenvoudigd, omdat de volledige context wordt gegeven voor beide reeksen richtsnoeren. Een hervorming van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal is noodzakelijk omdat de bepalingen van Besluit (EU) 2021/1208 van de Raad, die het mogelijk maken een deel van de activa te gebruiken voor gerichte oproepen tot het indienen van voorstellen, eind 2027 komen te vervallen.
In het voorstel is rekening gehouden met de opmerkingen in de bij dit voorstel gevoegde voorafgaande evaluatie en met het advies van de Adviesgroepen kolen en staal en van de in het Comité kolen en staal vertegenwoordigde lidstaten.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Het voorstel maakt deel uit van een wetgevingspakket tot herziening van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal en zijn onderzoeksprogramma. Het is onderverdeeld in twee nieuwe voorstellen voor besluiten van de Raad. Het ene voorstel betreft de vaststelling van bepalingen die nodig zijn voor de uitvoering van Protocol nr. 37 en het andere voorstel betreft de financiële en technische meerjarenrichtsnoeren voor het beheer van de activa.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
Het EU-kompas voor concurrentievermogen, dat in januari 2025 door de Commissie werd gepresenteerd, is een nieuwe routekaart met maatregelen voor de komende jaren om de dynamiek en de economische groei in Europa te stimuleren, waarbij het concurrentievermogen van de industrie en decarbonisatie behoren tot de transformatieve krachten, zoals geconcludeerd in het Draghi-rapport. Naast de noodzaak om de innovatiekloof te dichten, buitensporige afhankelijkheden te verminderen en de veiligheid vergroten, wordt decarbonisatie gezien als een krachtige aanjager van groei die moet worden geïntegreerd met het industrie-, mededingings-, economisch en handelsbeleid.
Op 26 februari 2025 volgde de Commissie dit op met de presentatie van een gezamenlijke routekaart voor decarbonisatie en concurrentievermogen in de Clean Industrial Deal. Dit plan heeft tot doel de Europese economie uiterlijk in 2050 koolstofvrij te maken en de industrie in Europa te ondersteunen met een kader dat een sterkere businesscase biedt voor klimaatneutrale investeringen in energie-intensieve industrieën, circulariteit en schone technologie. De Clean Industrial Deal bevat concrete maatregelen om dit doel te bereiken en noemt staal als een van de industriële producten waarvoor particuliere aankopen en orders een belangrijke rol kunnen spelen bij het vormgeven van de vraag. In het plan wordt ook verwezen naar de uitvoering van de verordening voor een nettonulindustrie van 2024, die gericht is op de versterking van de productiecapaciteit voor nettonultechnologie in Europa, en de Europese Green Deal, waarin wordt ingezet op de ondersteuning van schone innovatieve staaltechnologieën die tegen 2030 tot een koolstofvrij staalproductieproces moeten leiden. De Clean Industrial Deal ging ook vergezeld van een actieplan voor betaalbare energie om de energie-unie te versterken en maatregelen voor te stellen om betaalbare, efficiënte en schone energie voor alle Europeanen te waarborgen.
Daarnaast heeft het Europees actieplan voor staal en metaal, dat op 19 maart 2025 werd gepubliceerd door de Europese Commissie, tot doel een duurzame en concurrerende staalproductie in de Europese Unie te ondersteunen. In het kader van de focus op het verminderen van risico’s van decarbonisatieprojecten door middel van leidende markten en overheidssteun, wordt in het plan de nadruk gelegd op de rol van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal in de innovatiefase als een belangrijke bron van financiering voor de staalsector, ter ondersteuning van de transitie naar schoon staal. In het plan heeft de Commissie al laten weten dat zij “een algemene hervorming van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal [zal] voorstellen om investeringen in staalonderzoek te vereenvoudigen en […] te versnellen, ook met betrekking tot defensietoepassingen”.
Tot slot zijn in de in 2024 vastgestelde methaanverordening, die tot doel heeft de methaanemissies in de energiesector te verminderen, vereisten geïntroduceerd voor rapportage en beperking van methaanemissies uit kolenmijnen.
In het EU-kompas voor concurrentievermogen wordt de noodzaak benadrukt van maatregelen voor decarbonisatie, aangevuld met maatregelen op het gebied van horizontale katalysatoren, zoals vereenvoudiging van de regelgevingscontext, vermindering van de lasten en bevordering van snelheid en flexibiliteit. In het kompas wordt ook een verband gelegd met de bredere discussie over de vereenvoudiging van het complexe landschap van Europese financieringsprogramma’s om financiering door de Unie doeltreffender en daadkrachtiger te maken. In het kader van het voorstel van de Commissie van 16 juli 2025 voor een ambitieus en dynamisch meerjarig financieel kader wordt de nadruk gelegd op het bieden van meer flexibiliteit; van eenvoudigere, gestroomlijndere en geharmoniseerde financiële programma’s; en van een impuls voor het concurrentievermogen.
De bovengenoemde recente beleidsontwikkelingen zijn samenhangend met de doelstellingen van het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal om de kolen- en staalsectoren te ondersteunen bij hun transitie. Er moet voor worden gezorgd dat dit onderzoeksprogramma dienovereenkomstig wordt aangepast en dat het de nodige investeringen mogelijk maakt om de decarbonisatie van beide sectoren te versnellen. Om de verenigbaarheid met ander relevant EU-beleid op de lange termijn te waarborgen, kunnen de prioriteiten van het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal in aanmerking worden genomen bij andere financieringsprogramma’s van de EU na 2030.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De rechtsgrondslag is artikel 2, tweede alinea, van Protocol nr. 37, dat voorziet in maatregelen tot vaststelling van financiële meerjarenrichtsnoeren voor het beheer van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) in vereffening en, na afwikkeling van de liquidatie, het beheer van het vermogen van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal, alsmede technische richtsnoeren voor het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
De voorgestelde wijzigingen van het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal kunnen alleen op EU-niveau worden doorgevoerd, door middel van de herziening van de bestaande wetgeving.
•Evenredigheid
Het voorstel is noodzakelijk voor de vaststelling van maatregelen die voorzien in financiële meerjarenrichtsnoeren voor het beheer van de activa van het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal, alsook technische richtsnoeren voor het programma.
•Keuze van het instrument
Overeenkomstig artikel 2, tweede alinea, van Protocol nr. 37 kan dit besluit van de Raad, op voorstel van de Commissie en na raadpleging van het Europees Parlement, door de Raad met gekwalificeerde meerderheid van stemmen worden aangenomen.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
Het voorstel is gebaseerd op de resultaten van de voorafgaande evaluatie, waarbij het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal voor de periode 2021-2024 is onderworpen aan een voortgangscontrole, alsook verslagen van de technische groepen voor de jaren 2022 en 2023.
•Raadpleging van belanghebbenden
De belanghebbenden bij het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal zijn betrokken geweest bij verschillende ad-hocbijeenkomsten, specifieke bijeenkomsten van de Adviesgroep (te weten de Adviesgroepen kolen en staal), zoals de gezamenlijke bijeenkomsten van 19 september 2025 en 12 mei 2025, en het Comité kolen en staal, voor het laatst op 23 september 2025. Op 19 juni 2025 werd tevens een specifieke openbare raadpleging uitgevoerd.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
De monitoring van het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal in de programmeringsperiode 2021-2024 in de voorafgaande evaluatie, die werd uitgevoerd in samenwerking met het Europees Uitvoerend Agentschap onderzoek, samen met raadplegingen van belanghebbenden, leverde de nodige expertise.
•Effectbeoordeling
Voor de voorgestelde herziening is geen effectbeoordeling nodig.
Dit besluit van de Raad betreft een wijziging van bestaande wetgeving op basis van Protocol nr. 37 en zal slechts een gering effect hebben. In dergelijke gevallen is volgens de toolbox voor betere regelgeving geen effectbeoordeling vereist. Bovendien werd in het Europees actieplan voor staal en metaal van 19 maart 2025 een voorstel aangekondigd voor hervorming van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal in datzelfde jaar en werd op basis van de voor het actieplan uitgevoerde analyse de belangrijkste beleidskoers al uitgezet, namelijk “om investeringen in staalonderzoek te vereenvoudigen en verder te versnellen, ook met betrekking tot defensietoepassingen”. De voorgestelde herziening wordt echter wel ondersteund door de analyse van een voorafgaande evaluatie die vereist is overeenkomstig artikel 34 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Het voorstel is gebaseerd op de resultaten van de voorafgaande analyse die bij het voorstel is gevoegd. Deze omvat overwegingen over hoe de ondersteuning die wordt geboden door het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal kan worden vereenvoudigd en versneld, waaronder manieren waarop de flexibiliteit en voorspelbaarheid voor mogelijke aanvragers kan worden vergroot.
•Grondrechten
Het voorstel is in overeenstemming met de bescherming van de grondrechten.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Het voorstel creëert geen nieuwe passiva ten laste van de algemene begroting in het kader van het huidige MFK.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
Eind 2027 zal de uitvoering van het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal worden gecontroleerd en beoordeeld.
•Toelichtende stukken (bij richtlijnen)
•Artikelsgewijze toelichting
Bij dit besluit van de Raad zullen de financiële en technische richtsnoeren voor het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal worden vastgesteld.
De gelijktijdige wijziging van Beschikking 2003/76/EG voor de uitvoering van Protocol nr. 37 breidt de financiële middelen van het onderzoeksprogramma uit tot 200 miljoen EUR per jaar om de investering in onderzoek en ontwikkeling in de betrokken sectoren te versnellen en de kring van betrokken actoren te vergroten. Door de verhoging van het budget kunnen de financieringspercentages opwaarts worden afgestemd op die van de EU-programma’s voor onderzoeksfinanciering, waardoor meer publieke en academische instellingen kunnen deelnemen.
Dit besluit ondersteunt dit door te voorzien in deze hogere financieringspercentages voor de industrie, waardoor investeringen in industrieel onderzoek en de resultaten daarvan beter worden ondersteund. Het besluit voorziet ook in de inzet van onderlinge verzekeringen, waardoor de van aanvragers verlangde garanties kunnen worden verminderd en een groter percentage van voorfinanciering beschikbaar kan worden gesteld.
Het zorgt ook voor meer flexibiliteit van instrumenten door af te zien van de voorgeschreven toewijzing van middelen aan jaarlijkse en “big ticket”-oproepen, en voorziet in een meer voorspelbare planning via halfjaarlijkse werkprogramma’s, terwijl de tijd tussen het idee en de subsidietoekenning wordt verkort door de introductie van twee indientermijnen per jaar en een gestroomlijnd aanbod van projecttypen.
Het besluit verduidelijkt de voorwaarden met betrekking tot veiligheidsaspecten in projecten met toepassingen voor tweeërlei gebruik (civiel en militair).
In de artikelen 10 tot en met 18 worden de technische meerjarenrichtsnoeren voor het onderzoeksprogramma bepaald, met herziene algemene en specifieke onderzoeksdoelstellingen en voorwaarden van oproepen, die voorheen waren vastgesteld in Beschikking 2008/376/EG van de Raad. De artikelen 19 tot en met 26 bevatten de financiële meerjarenrichtsnoeren voor het beheer van de activa, die voorheen waren vastgesteld in Beschikking 2003/77/EG van de Raad.
2025/0398 (NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende de vaststelling van het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal, de technische meerjarenrichtsnoeren voor dat programma en de financiële meerjarenrichtsnoeren voor het beheer van de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal, en tot intrekking van de Beschikkingen 2003/77/EG en 2008/376/EG
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien Protocol nr. 37 betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 2, tweede alinea,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Gezien het advies van het Europees Parlement,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Voor de toepassing van Protocol nr. 37 betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-verdrag en betreffende het fonds voor onderzoek inzake kolen en staal, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, overeenkomstig Besluit (EU) …/…, is de Commissie verantwoordelijk voor het beheer van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) in vereffening en, na afwikkeling van de liquidatie, voor het beheer van de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal.
(2)Het onderzoeksprogramma moet bijdragen tot het verhogen van de publieke en private investeringen in onderzoek en innovatie in de lidstaten, en aldus tot het bereiken van een totaal investeringsstreefdoel van ten minste 3 % van het bruto binnenlands product van de Unie in onderzoek en ontwikkeling.
(3)Daartoe, en in overeenstemming met de doelstellingen van het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal (het “onderzoeksprogramma”) dat werd vastgesteld bij Beschikking 2008/376/EG van de Raad, moet bij de financiering voldoende rekening worden gehouden met de veranderende beleidsbehoeften en prioriteiten van de Unie zoals vastgesteld in het EU-kompas voor concurrentievermogen, de Clean Industrial Deal, het Europees actieplan voor staal en metaal en de Europese Green Deal.
(4)Ter bevordering van een rechtvaardige transitie moet het onderzoeksprogramma bijdragen aan de sociale, economische en ecologische revitalisering van kolen- en staalregio’s die in het bijzonder zijn getroffen door de transitie van deze sectoren.
(5)Het is noodzakelijk om alle beschikbare middelen binnen vier jaar tijd vast te leggen om de aantrekkelijkheid en impact van het onderzoeksprogramma te verbeteren, particuliere investeringen in onderzoek en innovatie te benutten en te versnellen, het concurrentievermogen te versterken en de industriële transformatie van de staal- en kolensectoren naar een groene transitie en decarbonisatie te versnellen in een uitdagende geopolitieke en economische context.
(6)Uit recente ervaring is gebleken dat er in een veranderende economische en financiële omgeving behoefte is aan een flexibeler en aantrekkelijker financieel en technisch kader voor de uitvoering van het onderzoeksprogramma. De richtsnoeren voor het onderzoeksprogramma zijn bedoeld om een flexibelere aanpak bij de uitvoering ervan mogelijk te maken en moeten zo de toegang verder vereenvoudigen en de doeltreffendheid en effecten van de financiering in het kader van dat programma maximaliseren.
(7)De vervanging van Beschikking 2008/376/EG is noodzakelijk om het landschap van de financieringsprogramma’s van de Unie te vereenvoudigen, met name door het onderzoeksprogramma af te stemmen op de instrumenten die worden gebruikt in het kader van Horizon Europa, het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie van de Europese Unie voor onderzoek en innovatie (2021-2027), zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2021/695 van het Europees Parlement en de Raad, en de opvolger daarvan. Dat is nodig om de complementariteit tussen verschillende programma’s in de sectoren die in verband staan met de kolen- en staalindustrie mogelijk te maken. De veranderingen in het bedrijfsbeheer van financieringsinstrumenten alsmede Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad, waarbij “één rulebook” is gecreëerd, maken het noodzakelijk om de technische richtsnoeren voor het onderzoeksprogramma aan te passen. Samen met de veranderingen in de uitvoering van het onderzoeksprogramma versterkt dit de argumenten voor vervanging van Beschikking 2008/376/EG om de investeringsdoelstellingen te verwezenlijken.
(8)Het onderzoeksprogramma moet acties financieren op basis van openbare oproepen tot het indienen van voorstellen. De acties moeten hoofdzakelijk bestaan uit onderzoeksprojecten. De handhaving van hetzelfde financieringspercentage in het onderzoeksprogramma terwijl het percentage werd verhoogd in de andere onderzoeksfinancieringsprogramma’s van de Unie heeft geleid tot een aanzienlijk lager aantal financieringsaanvragen. Daarom is het noodzakelijk de financieringspercentages die voor deze acties gelden, in lijn te brengen met de percentages in het voorstel voor de opvolger van Horizon Europa, zodat met name een grotere deelname van het bedrijfsleven, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, en van openbare en academische instellingen mogelijk wordt gemaakt.
(9)Ter dekking van het risico voor de Commissie en andere begunstigden dat zij door de begunstigden verschuldigde bedragen niet terugkrijgen en om de lasten voor aanvragers in verband met de verstrekking van bankgaranties te verlichten, is het passend het gebruik van het bij artikel 37 van Verordening (EU) 2021/695 vastgestelde systeem voor onderlinge verzekeringen uit te breiden tot het onderzoeksprogramma.
(10)Bij Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad is het Europees Innovatiecentrum voor industriële transformatie en emissies opgericht. Door informatie over innovatieve technieken te verzamelen en te analyseren, draagt het centrum onder meer bij tot het minimaliseren van vervuiling, decarbonisatie, het efficiënt gebruik van hulpbronnen en een circulaire economie waarin minder of veiligere chemische stoffen worden gebruikt die relevant zijn voor de activiteiten die onder het toepassingsgebied van die richtlijn vallen. Om de technologische vooruitgang te volgen en de milieuvoordelen en afwegingen voor industriële transformatie in de Unie te beoordelen, moeten de periodieke verslagen van de projecten van het onderzoeksprogramma worden gedeeld met het centrum.
(11)Om ervoor te zorgen dat alle beschikbare activa binnen vier jaar worden vastgelegd, moeten de beleggingsdoelstellingen van de vermogensbeheeractiviteiten worden herzien. Er moet worden gespecificeerd dat de activa moeten worden belegd met als doel hun waarde te behouden en waar mogelijk te verhogen, om te voldoen aan de liquiditeitsbehoeften die voortvloeien uit oproepen voor financiering. De andere aspecten van de vermogensbeheeractiviteiten moeten worden aangepast aan deze bijgestelde beleggingsdoelstelling.
(12)De financiële richtsnoeren moeten ervoor zorgen dat de technische aspecten van de uitvoering op een flexibele manier kunnen worden benaderd en in de richtsnoeren moeten voor de verwezenlijking van de beleggingsdoelstellingen passende beleggingsinstrumenten worden vastgesteld. De regels met betrekking tot de wijze waarop beleggingen worden uitgevoerd, namelijk met betrekking tot de beginselen voor de toewijzing van activa en in aanmerking komende beleggingen en milieu-, sociale en governanceoverwegingen, zijn technisch van aard. Voor andere door de Commissie beheerde portefeuilles zouden deze in beginsel worden bepaald overeenkomstig de regels die zijn vastgesteld op grond van artikel 60 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Bijgevolg moet de Commissie kunnen besluiten om het toepassingsgebied van in aanmerking komende beleggingen uit te breiden tot andere activaklassen en beleggingsverrichtingen die in overeenstemming zijn met de beleggingsstrategie en -doelstellingen, alsook tot valuta’s van andere geavanceerde economieën, zoals vastgelegd door het Internationaal Monetair Fonds en onder voorbehoud van afdekking van het valutarisico, in overeenstemming met die regels. Om de richtsnoeren voor ecologische, sociale en governancebeleggingen in overeenstemming te brengen met de regels die van toepassing zijn op de andere portefeuilles die zij beheert, moet de Commissie ook gedetailleerde richtsnoeren kunnen vaststellen.
(13)Om financiële transparantie te waarborgen, moeten de lidstaten in een jaarverslag informatie verstrekken over de beheersactiviteiten die zijn uitgevoerd in het kader van de financiële richtsnoeren, met inbegrip van informatie over de toewijzing aan de verschillende activaklassen, en elke belangrijke wijziging in de strategische toewijzing van activa toelichten.
(14)Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 is van toepassing op het onderzoeksprogramma. In die verordening zijn de regels vastgelegd voor de opstelling en uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie.
(15)Overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad, moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, met inbegrip van voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsook, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoeken, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, de Europese Rekenkamer en in voorkomend geval het EOM, en moeten ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.
(16)Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van dit besluit te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend met betrekking tot bepaalde beslissingen inzake de goedkeuring van de financiering voor onderzoeksprojecten. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad.
(17)Vanwege de wijzigingen die moeten worden aangebracht in de meerjarige technische en financiële richtsnoeren die zijn vastgelegd in de Beschikkingen 2003/77/EG en 2008/376/EG van de Raad, moeten die beschikkingen worden vervangen.
(18)Het is passend om de technische en financiële meerjarenrichtsnoeren samen te voegen ten behoeve van vereenvoudiging.
(19)Met het oog op een soepele overgang moet Beschikking 2008/376/EG van toepassing blijven op de financiering van activiteiten die voortkomen uit voorstellen die zijn ingediend naar aanleiding van oproepen die uiterlijk 31 december 2026 zijn gepubliceerd.
(20) Omwille van de duidelijkheid over de regels die van toepassing zijn op acties, is het passend de toepassing van dit besluit uit te stellen tot 1 januari 2027,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Hoofdstuk I
Algemene bepalingen
Artikel 1
Onderwerp
Dit besluit voorziet in de vaststelling van het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal (“het onderzoeksprogramma”) en in de bepaling van de doelstellingen en de begroting van dit programma, de technische meerjarenrichtsnoeren voor de uitvoering van dit programma en de financiële meerjarenrichtsnoeren voor het beheer van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS) in vereffening en, na afwikkeling van de liquidatie, de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal (“de activa”).
Artikel 2
Definities
In het kader van dit besluit zijn de volgende definities van toepassing:
1)“kolen”:
a)steenkool, omvattende de hoogwaardige kolen en minder hoogwaardige “A”-kolen (of subbitumineuze kolen) van het Internationale codificatiesysteem voor kolen van de Economische Commissie voor Europa van de Verenigde Naties;
b)geperste steenkool;
c)cokes en halfcokes van steenkool;
d)bruinkool, omvattende de laagwaardige “C”-steenkool (of ortholigniet) en de laagwaardige “B”-steenkool (of metaligniet) zoals omschreven in het in punt a) genoemde codificatiesysteem;
e)cokes en halfcokes van bruinkool;
2)“juridische entiteit”:
a)een natuurlijk persoon;
b)een uit hoofde van het Unierecht, nationaal recht of internationaal recht opgerichte en erkende rechtspersoon, die rechtspersoonlijkheid bezit en de bekwaamheid bezit in eigen naam te handelen, rechten uit te oefenen en verplichtingen te hebben;
c)een entiteit die geen rechtspersoonlijkheid heeft zoals bedoeld in artikel 200, lid 2, punt c), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509;
3)“actieresultaten”: alle materiële of immateriële uitkomsten van een bepaalde actie, bijvoorbeeld gegevens, kennis of knowhow in welke vorm en van welke aard dan ook en ongeacht of deze kunnen worden beschermd, alsook alle daaraan verbonden rechten, met inbegrip van intellectuele-eigendomsrechten;
4)“staal”:
a)grondstoffen voor de productie van ijzer en staal;
b)ruwijzer (inclusief vloeibaar ruwijzer) en ferrolegeringen;
c)ruwe producten en halffabricaten van ijzer, van gewoon staal of van speciaal staal (met inbegrip van producten bestemd voor hergebruik en herwalsing);
d)warmgewalste walserijproducten van ijzer, van gewoon staal en van speciaal staal (al dan niet oppervlaktebeklede producten, exclusief stalen gietstukken, smeedstukken en poedermetallurgische producten);
e)walserijproducten van ijzer, van gewoon staal of van speciaal staal (al dan niet oppervlaktebekleed);
f)producten van de eerstefaseverwerking van staal die de concurrentiepositie van de onder de punten a) tot en met e) genoemde staalproducten kunnen verbeteren;
5)“valorisatie”: het gebruik van actieresultaten bij andere activiteiten dan de activiteiten die onder de desbetreffende actie vallen, met inbegrip van commerciële toepassing.
Artikel 3
Doelstellingen van het programma
1.Het onderzoeksprogramma ondersteunt het concurrentievermogen van sectoren die in verband staan met de kolen- en staalindustrie door ondersteuning te bieden voor gezamenlijk onderzoek in die sectoren, met inbegrip van toepassingen voor tweeërlei gebruik (zowel civiel als militair).
2.Het onderzoeksprogramma biedt ook ondersteuning voor schone innovatieve staaltechnologieën die bijdragen aan de doelstelling van klimaatneutraliteit in de Unie en de strategische autonomie van de Unie in de hele staalwaardeketen versterken. Daarnaast zal het onderzoeksprogramma ondersteuning bieden voor onderzoeksprojecten voor het beheer van de rechtvaardige transitie van voormalige kolenmijnen of sluitende kolenmijnen en bijbehorende infrastructuur en de regio’s waarin zij zich bevinden, en vooral als zij te maken hebben met aanzienlijke sociale, economische of milieugerelateerde uitdagingen als gevolg van de transitie van de kolen- en staalsector.
3.Het onderzoeksprogramma bevordert de valorisatie om de marktrelevantie van onderzoeksresultaten te vergroten en hun potentieel voor schaalbare toepassing te ondersteunen.
4.Het onderzoeksprogramma is in overeenstemming met de politieke, wetenschappelijke en technologische doelstellingen van de Unie en vult de activiteiten aan die in de lidstaten worden uitgevoerd.
5.Het onderzoeksprogramma ondersteunt synergieën die gericht zijn op de versnelling van de uitrol van technologische ontwikkelingen.
6.Het onderzoeksprogramma ondersteunt onderzoeksprojecten die zijn gericht op de doelstellingen zoals omschreven voor kolen in artikel 4 en voor staal in artikel 5.
Artikel 4
Onderzoeksdoelstellingen voor kolen
1.De onderzoeksprojecten zijn gericht op de versnelling van de transitie naar een klimaatneutrale economie van de Unie in 2050, met als doel de uitfasering van fossiele brandstoffen te ondersteunen, met name kolen, en de sociale, economische en ecologische revitalisering van kolenregio’s, alternatieve activiteiten te ontwikkelen op voormalige mijnbouwterreinen en milieuschade veroorzaakt door voormalige of sluitende kolenmijnen en de regio’s waarin kolenmijnen zich bevinden te voorkomen of te herstellen.
2.Er wordt bijzondere aandacht besteed aan het versterken van het leiderschap van de Unie in de omgang met de transitie van voormalige kolenmijnen en bijbehorende infrastructuur aan de hand van technologische en niet-technologische oplossingen, waarbij de overdracht van technologie en niet-technologische oplossingen wordt ondersteund. In overeenstemming met die doelstelling van klimaatneutraliteit in 2050 leveren onderzoeksactiviteiten met deze doelstellingen tastbare voordelen op voor het klimaat en het milieu.
3.In de onderzoeksprojecten wordt rekening gehouden met vraagstukken inzake de veiligheid van voormalige en sluitende kolenmijnen gericht op een verbetering van de arbeidsomstandigheden en de gezondheid en veiligheid op het werk, en met milieugerelateerde vraagstukken die schadelijk zijn voor de gezondheid.
4.In onderzoeksprojecten wordt ernaar gestreefd de effecten van voormalige en sluitende kolenmijnen op lucht, water en bodem weg te nemen.
5.Onderzoeksprojecten zijn gericht op nieuwe en verbeterde technologieën ter voorkoming van milieuverontreiniging, met inbegrip van het weglekken van methaan, daaraan gerelateerde broeikasgasemissies en verontreiniging van het grondwater, bij voormalige of sluitende kolenmijnen en in hun omgeving (met inbegrip van lucht, land, bodem en water), oplossingen voor het beheer en hergebruik van afval van de mijnbouw, verbetering van de circulariteit, herstel van het milieu, en technologieën om locaties te herstellen en te beschermen tegen langetermijneffecten.
Artikel 5
Onderzoeksdoelstellingen voor staal
1.Onderzoeksprojecten hebben de ontwikkeling, demonstratie en verbetering van nagenoeg koolstofvrije ijzer- en staalproductieprocessen tot doel om de kwaliteit van de producten en de productiviteit te verhogen, alsmede strategische afhankelijkheden te verminderen.
2.Onderzoeksprojecten zijn gericht op het tegemoetkomen aan de behoeften van staalgebruikers om nieuwe koolstofneutrale producten te ontwikkelen, nieuwe leidende markten te creëren en tegelijkertijd de emissies en milieueffecten terug te dringen, overeenkomstig de doelstellingen van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad, Richtlijn 2010/75/EU van het Europees Parlement en de Raad, [Verordening (EU) …] en Verordening (EU) 2024/1781 van het Europees Parlement en de Raad.
3.Bij zowel de productie als het gebruik van staal faciliteren de onderzoeksprojecten het behoud van hulpbronnen, het behoud van ecosystemen, de transitie naar een circulaire economie en veiligheidskwesties.
4.Onderzoeksprojecten besteden bijzondere aandacht aan de voortdurende ontwikkeling van vaardigheden die zijn aangepast aan de evolutie van de sector naar nieuwe koolstofneutrale processen, alsook aan de verbetering van arbeidsomstandigheden en de bevordering van hoge normen op het gebied van gezondheid en veiligheid.
5.Onderzoeksprojecten versnellen het gebruik van digitale technologieën, waaronder artificiële intelligentie en machinaal leren, bij de productie en het gebruik van staal.
Artikel 6
Begroting
1. De financiële middelen voor het onderzoeksprogramma voor de periode van 1 januari 2027 tot en met 31 december 2030 bestaan uit de volgende:
a)de bedragen van de jaarlijkse toewijzing die ter beschikking zijn gesteld van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal als gevolg van de annulering van vastleggingen in de begroting;
b)de resterende activa en winsten die door de resterende middelen worden gegenereerd;
c)de bedragen van eerdere jaarlijkse toewijzingen die nog niet in de begroting zijn opgenomen.
2.De financiële middelen worden volledig vastgelegd voor twee werkprogramma’s voor de jaren 2027 tot en met 2028 en 2029 tot en met 2030. De werkprogramma’s voorzien in jaarlijkse oproepen tot het indienen van voorstellen overeenkomstig artikel 10.
Artikel 7
Subsidiabiliteit
1.Elke juridische entiteit die is gevestigd op het grondgebied van een lidstaat kan aan het onderzoeksprogramma deelnemen en financiële steun aanvragen.
2.Juridische entiteiten in kandidaat-lidstaten kunnen deelnemen aan het onderzoeksprogramma zonder een financiële bijdrage te ontvangen, tenzij anders bepaald in de desbetreffende Europese overeenkomsten en de aanvullende protocollen daarbij, en in de besluiten van de respectieve associatieraden.
3.Juridische entiteiten uit derde landen kunnen op basis van individuele projecten aan het onderzoeksprogramma deelnemen zonder een financiële bijdrage te ontvangen, mits deze deelname in het belang van de Unie is.
Artikel 8
Uitvoering en financiële bijdrage
1.Het onderzoeksprogramma wordt uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, onder direct beheer van de Commissie, via uitvoerende agentschappen.
2.Financiering kan worden verstrekt in de vorm van subsidies overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.
Artikel 9
Veiligheid
1.Onderzoeksprojecten voor tweeërlei gebruik in het kader van het onderzoeksprogramma voldoen aan de toepasselijke nationale veiligheidsvoorschriften, met inbegrip van voorschriften inzake de bescherming van gerubriceerde EU-informatie tegen ongeoorloofde openbaarmaking, en aan alle andere relevante wetgeving van de Unie en nationale wetgeving.
2.Waar passend bevatten voorstellen een zelfbeoordeling inzake beveiliging met daarin een opsomming van alle beveiligingskwesties en een gedetailleerde beschrijving van de wijze waarop deze kwesties zullen worden aangepakt met het oog op de naleving van het toepasselijke Unie- en nationale recht.
3.Wanneer passend voert de Commissie een veiligheidscontrole uit in verband met voorstellen die tot veiligheidsproblemen leiden.Juridische entiteiten die deelnemen aan een project zorgen voor de bescherming van door de actie gebruikte of gegenereerde gerubriceerde EU-informatie tegen ongeoorloofde openbaarmaking. Zij tonen vóór de aanvang van de betrokken activiteiten aan dat zij beschikken over een door de bevoegde nationale veiligheidsinstanties afgegeven veiligheidsmachtiging voor zichzelf of de vestiging.
4.Wanneer onafhankelijke externe deskundigen gerubriceerde EU-informatie moeten behandelen, wordt voorafgaand aan hun aanstelling de passende veiligheidsmachtiging verstrekt.
5.Indien nodig kan de Commissie veiligheidscontroles uitvoeren.
6.Voorstellen of acties die niet aan de veiligheidsvoorschriften in dit artikel voldoen, kunnen te allen tijde worden verworpen of beëindigd.
Hoofdstuk II
Technische richtsnoeren
Artikel 10
Oproepen
1.Tweemaal per jaar wordt een oproep tot het indienen van voorstellen gepubliceerd. De inhoud en publicatie van oproepen tot het indienen van voorstellen moeten in overeenstemming zijn met artikel 197 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.
2.De voorstellen moeten betrekking hebben op de in de artikelen 4 en 5 vastgestelde onderzoeksdoelstellingen en, indien van toepassing, op de in de voorwaarden van de oproep genoemde prioritaire doelstellingen.
3.De evaluatie-, toekennings- en selectieprocedure voor gefinancierde projecten vindt plaats overeenkomstig de artikelen 201, 202 en 203 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.
4.Voor de toepassing van artikel 153, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 kan het evaluatiecomité geheel of gedeeltelijk uit onafhankelijke externe deskundigen bestaan.
Artikel 11
Subsidies
1.Projecten op basis van geselecteerde voorstellen vormen het onderwerp van een subsidieovereenkomst. Subsidieovereenkomsten volgen, eventueel rekening houdend met de aard van de betrokken activiteiten, de desbetreffende modelsubsidieovereenkomst die door de Commissie is opgesteld.
2.De deelnemers voeren de acties uit in overeenstemming met de voorwaarden en verplichtingen die zijn vastgelegd in dit besluit, Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 en de subsidieovereenkomst.
Artikel 12
Financieringspercentages
1.Per actie is één enkel financieringspercentage van toepassing op alle activiteiten die uit die actie worden gefinancierd. Het maximumpercentage per actie wordt vastgesteld in de voorwaarden van de oproep.
2.Maximaal 100 % van de totale subsidiabele kosten van een actie uit hoofde van het onderzoeksprogramma kunnen worden vergoed.
In het geval van juridische entiteiten die op grond van hun rechtsvorm een winstoogmerk hebben of die wettelijk of statutair het doel hebben om winst uit te keren aan hun aandeelhouders of individuele leden, kan tot 70 % van de totale subsidiabele kosten worden vergoed. Bij wijze van uitzondering kunnen kmo’s tot 100 % van de totale subsidiabele kosten vergoed krijgen.
Artikel 13
Indirecte kosten
1.De indirecte subsidiabele kosten bedragen 25 % van de totale directe subsidiabele kosten, exclusief direct subsidiabele kosten voor uitbesteding, financiële steun aan derden en eenheidskosten of vaste bedragen die indirecte kosten omvatten. In voorkomend geval worden in eenheidskosten of vaste bedragen opgenomen indirecte kosten berekend aan de hand van het in de eerste zin bedoelde vaste percentage.
2.Niettegenstaande lid 1 en indien de voorwaarden van de oproep daarin voorzien, kunnen indirecte kosten echter in de vorm van een vast bedrag of op basis van eenheidskosten worden gedeclareerd.
Artikel 14
Subsidiabele kosten
1.In afwijking van artikel 193, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 zijn de kosten van in de vorm van bijdragen in natura door derden ter beschikking gestelde middelen subsidiabel tot maximaal de hoogte van de directe subsidiabele kosten van de derde partij.
2.In afwijking van artikel 195, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 worden inkomsten uit de valorisatie niet als ontvangsten van de actie aangemerkt.
Artikel 15
Beheer van actieresultaten
Begunstigden beheren hun actieresultaten in overeenstemming met de verplichtingen die zijn vastgesteld in de voorwaarden van de oproep en in de subsidieovereenkomst.
Artikel 16
Gebruik van het systeem voor onderlinge verzekeringen
Bijdragen aan het systeem voor onderlinge verzekeringen dat is ingesteld bij artikel 37 van Verordening (EU) 2021/695 dekken het risico van het niet terugkrijgen van bedragen die de begunstigden verschuldigd zijn en worden beschouwd als een voldoende garantie in de zin van artikel 155 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Er wordt geen aanvullende garantie of zekerheid van de begunstigden aanvaard, noch aan hen opgelegd.
Artikel 17
Technische rapportage
1.De begunstigden stellen voor alle projecten periodieke rapporten op. Deze rapporten dienen om de gemaakte technische vooruitgang te documenteren. De rapporten worden ook gedeeld met het innovatiecentrum voor industriële transformatie en emissies zoals bedoeld in artikel 27 bis van Richtlijn 2010/75/EU.
2.Na voltooiing van de werkzaamheden verstrekken de begunstigden een eindrapport met een exploitatie- en effectbeoordeling aan de Commissie. De Commissie publiceert dat rapport volledig of in samengevatte vorm, afhankelijk van de strategische relevantie van het project.
Artikel 18
Definitieve beoordeling van activiteiten
1.De Commissie voert na afsluiting van het onderzoeksprogramma een eindevaluatie van de activiteiten uit. Het rapport met het jaarlijkse overzicht wordt aan het Comité kolen en staal toegezonden.
2.De Commissie mag onafhankelijke deskundigen en hooggekwalificeerde deskundigen aanstellen om mee te werken aan de eindevaluatie van de activiteiten.
Hoofdstuk III
Financiële richtsnoeren
Artikel 19
Financiële richtsnoeren
1.De activa worden beheerd om jaarlijkse of halfjaarlijkse betalingen te verrichten binnen de grenzen van de jaarlijkse toewijzingen, teneinde gezamenlijk onderzoek te financieren in de sectoren die in verband staan met de kolen- en staalindustrie. De jaarlijkse of halfjaarlijkse betalingen worden gefinancierd uit de netto-opbrengsten van de beleggingen en uit de contanten die worden gegenereerd door de verkoop van een deel van de activa, tot het bedrag van de jaarlijkse toewijzingen.
2.De Commissie herziet de artikelen 20 tot en met 26 wanneer zij dit passend acht. Daartoe zal de Commissie de werking en doeltreffendheid van de financiële richtsnoeren opnieuw beoordelen en, indien zij dit passend acht, wijzigingen voorstellen.
Artikel 20
Gebruik van middelen
1.De activa van de EGKS in vereffening, inclusief haar leningenportefeuille en haar beleggingen, worden voor zover nodig gebruikt om aan de resterende verplichtingen van de EGKS in vereffening te voldoen, wat betreft haar nog lopende opgenomen leningen, haar verplichtingen uit eerdere operationele begrotingen en eventuele niet te voorziene verplichtingen.
2.De activa die niet nodig zijn om aan de resterende verplichtingen van de EGKS in vereffening te voldoen, worden door de Commissie met beleid belegd, overeenkomstig de gekozen beleggingshorizon, en gebruikt om onderzoek te financieren in sectoren die in verband staan met de kolen- en staalindustrie.
Artikel 21
Beleggingshorizon, beleggingsdoelstelling en risicotolerantie
1.De activa worden belegd met het doel dat deze hun waarde behouden en zo mogelijk in waarde stijgen om te voldoen aan de liquiditeitsbehoeften uit hoofde van de oproepen voor financiering (de “beleggingsdoelstelling”). De beleggingsdoelstelling wordt gedurende de hele beleggingshorizon nagestreefd en met een hoog niveau van zekerheid verwezenlijkt.
2.De activa worden beheerd volgens de prudentiële regels en de beginselen van goed financieel beheer en overeenkomstig de door de rekenplichtige van de Commissie opgestelde regels en procedures, en het kader voor risicobeheer van de Commissie.
3.De beleggingsdoelstelling wordt nagestreefd door middel van een prudente beleggingsstrategie, die gebaseerd is op een spreiding tussen de in aanmerking komende activaklassen, geografische gebieden, uitgevende instellingen en looptijden (de “beleggingsstrategie”). In de beleggingsstrategie wordt rekening gehouden met de beleggingshorizon en de omvang van de resterende activa en gewaarborgd dat de middelen indien en wanneer nodig in voldoende liquide vorm beschikbaar zijn.
4.De beleggingsstrategie wordt uitgedrukt in de vorm van een strategische allocatie van activa, waarin de indicatieve doelallocaties voor de verschillende categorieën van in aanmerking komende financiële activa zijn vastgesteld.
5.De Commissie vertaalt de strategische toewijzing van activa in een strategische benchmark (de “benchmark”) waartegen de prestaties van de activa worden afgezet.
6.De beleggingsstrategie en de benchmark worden door de Commissie vastgesteld overeenkomstig de regels die zijn vastgesteld krachtens artikel 60 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Een beleggingsbenchmark en beleggingsstrategie zijn niet vereist indien de activa uitsluitend zijn belegd in lopende bankrekeningen en termijndeposito’s.
7.De beleggingsstrategie en de benchmark kunnen door de Commissie worden gewijzigd in geval van naar behoren gedocumenteerde en gemotiveerde gewijzigde economische omstandigheden, een aanzienlijke verandering in de behoeften en de toestand van de bijdragende instrumenten of een significante wijziging van de ramingen van de in- of uitstromen. De procedure voor de wijziging van de beleggingsstrategie is dezelfde als die voor de eerste vaststelling.
8.Bij de opstelling van de beleggingsstrategie wordt rekening gehouden met de beleggingshorizon en de risicotolerantie van de activa.
Artikel 22
Beginselen inzake de toewijzing van activa en in aanmerking komende beleggingen
1.Om beleggingsrisico’s te beperken, wordt gezorgd voor voldoende spreiding tussen en binnen alle activaklassen. In beginsel geldt dat hoe risicovoller of hoe minder liquide de activa zijn, des te minder geconcentreerd de positie in die activa is.
2.Diversificatie en gespreide blootstelling op de verschillende activaklassen kunnen ook worden bereikt door te beleggen in instellingen voor collectieve belegging of in ter beurze verhandelde producten.
3.De activa worden uitsluitend belegd in de volgende in euro luidende instrumenten:
a)geldmarktactiva;
b)vastrentende waardepapieren;
c)gereguleerde collectieve beleggingen in schuld en aandelen.
4.Met de activa worden posities opgebouwd in de in de alinea 3 bedoelde activaklassen door middel van beleggingen in de volgende instrumenten of middels de volgende verrichtingen:
a)deposito’s;
b)bij Verordening (EU) 2017/1131 van het Europees Parlement en de Raad gereguleerde geldmarktinstrumenten en geldmarktfondsen die dagelijkse liquiditeit bieden;
c)schuldinstrumenten, zoals obligaties, wissels en orderbrieven, en gesecuritiseerde instrumenten in overeenstemming met de in Verordening (EU) 2017/2402 van het Europees Parlement en de Raad bepaalde eenvoudige, transparante en gestandaardiseerde criteria;
d)onder Richtlijn 2009/65/EG van het Europees Parlement en de Raad vallende instellingen voor collectieve belegging, inclusief indexfondsen die in aandelen of in schuldinstrumenten beleggen waarbij de maximumverliezen de belegde bedragen niet kunnen overschrijden;
e)retrocessieovereenkomsten in overeenstemming met het beginsel van artikel 215, lid 2, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509;
f)omgekeerde retrocessieovereenkomsten;
g)effectenuitleningstransacties met erkende clearingsystemen, waaronder Clearstream en Euroclear, of met vooraanstaande financiële instellingen die in dit soort verrichtingen gespecialiseerd zijn.
5.Derivaten in de vorm van termijncontracten, futurescontracten en swapcontracten worden uitsluitend voor een efficiënt portefeuillebeheer gebruikt en niet met het oog op speculatie of het gebruik van posities als hefboom. Dergelijke derivaten kunnen worden gebruikt voor de aanpassing van de looptijd, de limitering van kredietrisico of andere risico’s of wijzigingen in de allocatie van activa in overeenstemming met het beleggingsbeleid.
6.De activa mogen uitsluitend met het oog op diversificatie en blootstelling aan een andere rentecurve worden belegd in liquide geldmarktactiva en obligaties in Amerikaanse dollar die door overheden en supranationale instellingen zijn uitgegeven. Het valutarisico wordt afgedekt door middel van een oordeelkundig gebruik van swaps of andere instrumenten voor afdekking van het wisselkoersrisico zoals gespecificeerd in lid 5.
7.De Commissie kan in overeenstemming met de vastgestelde regels overeenkomstig artikel 60 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 de in aanmerking komende beleggingen uitbreiden tot andere activaklassen en beleggingsverrichtingen die in overeenstemming zijn met de beleggingsstrategie en -doelstellingen, en tot de valuta’s van andere geavanceerde economieën van de lijst die het Internationaal Monetair Fonds geregeld bekendmaakt, mits het valutarisico is afgedekt. Elk besluit om nieuwe activaklassen, beleggingsverrichtingen of valuta’s van geavanceerde economieën op te nemen, wordt gestaafd met een onderbouwde motivering per activaklasse, verrichting of valuta, waarin staat hoe de uitgebreide beleggingsmogelijkheden de resultaten in termen van risico/rendement van de activa zullen verbeteren. Die motivering omvat een beoordeling van de operationele capaciteiten die vereist zijn ter ondersteuning van de nieuwe beleggingsmogelijkheden.
Artikel 23
Ecologische, sociale en governanceoverwegingen
Bij de uitvoering van de beleggingsstrategie wordt de voorkeur gegeven aan beleggingen op het gebied van milieu, maatschappij en governance, indien beschikbaar en mogelijk, op voorwaarde dat deze voldoen aan de criteria voor risicobeheer. De gedetailleerde richtsnoeren voor ecologische, sociale en governancegerichte beleggingen kunnen door de Commissie worden vastgesteld overeenkomstig de regels van artikel 60 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.
Artikel 24
Overdracht naar de algemene begroting van de Unie
De netto-opbrengsten van de beleggingen van de activa en de contante opbrengsten van de gehele of gedeeltelijke verkoop van de activa worden overgeboekt van de EGKS in vereffening en, na afwikkeling van de liquidatie, van de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal om te voldoen aan de betalingsverplichtingen uit hoofde van de begrotingslijn voor onderzoeksprogramma’s in sectoren die in verband staan met de kolen- en staalindustrie.
Artikel 25
Resterende bedragen
Alle na de uitvoering van de laatste oproep resterende onbestede en teruggevorderde bedragen worden ter beschikking gesteld van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal.
Artikel 26
Boekhoudkundige en beheersprocedures
1.Over het beheer van de middelen wordt verantwoording afgelegd in de jaarrekening van de EGKS in vereffening en, na afwikkeling van de liquidatie, in de jaarrekening van de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. Deze jaarrekening moet berusten op en gepresenteerd worden conform de communautaire boekhoudregels zoals die door de rekenplichtige van de Commissie zijn vastgesteld, rekening houdend met de bijzondere aard van de EGKS in vereffening en, na afwikkeling van de liquidatie, van de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. De rekeningen worden goedgekeurd door de Commissie en onderzocht door de Rekenkamer. De Commissie doet voor de jaarlijkse controle van haar rekeningen een beroep op externe bedrijven.
2.De Commissie verricht met betrekking tot de EGKS in vereffening en, na afwikkeling van de liquidatie, de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal, de bovengenoemde beheersverrichtingen zoals bedoeld in de artikelen 20 tot en met 26 met inachtneming van haar interne regels en procedures.
3.De Commissie stelt jaarlijks een gedetailleerd verslag op over de overeenkomstig de artikelen 20 tot en met 26 uitgevoerde beheersverrichtingen en zendt dit toe aan de lidstaten. In het jaarlijkse verslag geeft de Commissie informatie over het gebruik van de verschillende activaklassen, over de redenen waarom voor beleggingen in specifieke activaklassen is gekozen en over de waargenomen prestaties van elke activaklasse.
Hoofdstuk IV
Overgangs- en slotbepalingen
Artikel 27
Besluit over de goedkeuring van de financiering van bepaalde onderzoeksprojecten
1.De Commissie stelt een uitvoeringsbesluit vast betreffende de goedkeuring van onderzoeksprojecten waarbij het geschatte bedrag van de bijdrage van de Unie uit hoofde van het onderzoeksprogramma 5 miljoen EUR of meer bedraagt;
2.Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 28, lid 3, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.
Artikel 28
Beheer van het onderzoeksprogramma en comitéprocedure
1.De Commissie beheert het onderzoeksprogramma. Zij wordt bijgestaan door technische en adviserende groepen, ingesteld bij een besluit van de Commissie.
2.De Commissie wordt bijgestaan door het Comité kolen en staal. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
3.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
4.Wanneer het advies van het comité via een schriftelijke procedure dient te worden verkregen, wordt die procedure zonder gevolg beëindigd indien, binnen de termijn voor het uitbrengen van het advies, door de voorzitter van het comité daartoe wordt besloten of door een eenvoudige meerderheid van de leden van het comité daarom wordt verzocht.
Artikel 29
Intrekking en overgangsmaatregelen
Beschikking 2003/77/EG en Beschikking 2008/376/EG worden ingetrokken.
Beschikking 2008/376/EG blijft echter van toepassing op de financiering van activiteiten die voortkomen uit voorstellen die zijn ingediend naar aanleiding van oproepen die uiterlijk 31 december 2026 zijn gepubliceerd.
Indien nodig worden de resterende taken van het bij Beschikking 2008/376/EG opgerichte Comité kolen en staal met betrekking tot de in de tweede alinea van dit artikel bedoelde maatregelen uitgevoerd door het in artikel 28 van dit besluit bedoelde Comité kolen en staal.
Artikel 30
Inwerkingtreding en toepassing
Dit besluit treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Dit besluit is van toepassing met ingang van 1 januari 2027.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief3
1.2.Betrokken beleidsterreinen3
1.3.Doelstellingen3
1.3.1.Algemene doelstellingen3
1.3.2.Specifieke doelstellingen3
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen3
1.3.4.Prestatie-indicatoren3
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:4
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief4
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief4
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.4
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan4
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten5
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking5
1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief6
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting6
2.BEHEERSMAATREGELEN8
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen8
2.2.Beheers- en controlesystemen8
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie8
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken8
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).8
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden9
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF10
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven10
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten12
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten12
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting12
3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten17
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten22
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten24
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting24
3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten24
3.2.3.3.Totaal kredieten24
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften25
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting25
3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten26
3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften26
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen28
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader28
3.2.7.Bijdragen van derden28
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten29
4.Digitale dimensies29
4.1.Voorschriften met digitale relevantie30
4.2.Gegevens30
4.3.Digitale oplossingen31
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling31
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering32
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
Voorstel voor een besluit van de Raad tot vaststelling van maatregelen die nodig zijn voor de uitvoering van Protocol nr. 37 betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en tot intrekking van Beschikking 2003/76/EG
1.2.Betrokken beleidsterreinen
1.3.Doelstellingen
1.3.1.Algemene doelstellingen
Het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal (het “fonds”) is een financieringsprogramma van de EU ter ondersteuning van onderzoeksprojecten op het gebied van kolen en staal. Via subsidies verstrekt het fonds medefinanciering aan onderzoeks- en innovatieprojecten op het gebied van kolen en staal.
Op basis van de huidige rechtsgrondslag ondersteunt het fonds projecten van universiteiten, onderzoekscentra en particuliere bedrijven. De onderzoeksactiviteiten van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal zijn gericht op technologieën die leiden tot een nagenoeg koolstofvrije staalproductie en onderzoeksprojecten voor het beheer van de rechtvaardige transitie van voormalige of sluitende kolenmijnen en de bijbehorende infrastructuur.
Doelstellingen van de hervorming
De voorgestelde hervorming heeft tot doel de werking van het fonds te vereenvoudigen en te verbeteren, zodat het toegankelijker en aantrekkelijker wordt voor het bedrijfsleven, met inbegrip van kleine en middelgrote ondernemingen, onderzoekscentra en de academische wereld. De herziene voorwaarden van oproepen zullen de investeringsrisico’s voor de industrie helpen verminderen. De gezamenlijke doelstellingen voor decarbonisatie en concurrentievermogen die zijn vastgelegd in het EU-kompas voor concurrentievermogen en de Clean Industrial Deal (samen met de specifieke gerichte sectorale uitvoering die is uiteengezet in het actieplan voor staal en metaal), alsook andere relevante ondersteunende initiatieven die gericht zijn op de transitie van de kolen- en staalsectoren, kunnen alleen worden bereikt als particulier kapitaal wordt ondersteund door een coherent en gecoördineerd kader van publieke financiering.
1.3.2.Specifieke doelstellingen
In het kader van de voorgestelde hervorming van het fonds heeft het onderzoeksprogramma tot doel ondersteuning te bieden voor gezamenlijk onderzoek in de kolen- en staalsectoren, met inbegrip van onderzoek naar toepassingen voor tweeërlei gebruik. Het onderzoeksprogramma biedt ook ondersteuning voor schone innovatieve staaltechnologieën die bijdragen aan de doelstelling van klimaatneutraliteit in Europa en de strategische autonomie van de EU in de hele staalwaardeketen versterken. Daarnaast zal het onderzoeksprogramma ondersteuning bieden voor onderzoeksprojecten voor het beheer van de rechtvaardige transitie van voormalige kolenmijnen of sluitende kolenmijnen en bijbehorende infrastructuur en de regio’s waarin zij zich bevinden. Het onderzoeksprogramma heeft eveneens tot doel de valorisatie van onderzoeksresultaten te bevorderen om hun marktrelevantie te vergroten en hun potentieel voor schaalbare toepassing te ondersteunen. Het onderzoeksprogramma is gericht op overeenstemming met de politieke, wetenschappelijke en technologische doelstellingen van de Unie en vult de activiteiten aan die in de lidstaten worden uitgevoerd. 1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen
De verwachte gevolgen van de hervorming zijn als volgt:
– door de toename van de jaarlijkse toewijzingen zouden ambitieuzere onderzoeksprojecten mogelijk kunnen worden gemaakt, wat kan bijdragen tot het behalen van de klimaatdoelstellingen voor 2050 zonder dat dit ten koste gaat van het concurrentievermogen;
– de hervorming zou het ook mogelijk maken om de herziene financieringspercentages toe te passen die tegemoetkomen aan de aanbevelingen van belanghebbenden, met name die van particuliere ondernemingen, universiteiten en onderzoekscentra, en kan bijdragen tot het aantrekken van meer investeringen en een bredere deelname aan het onderzoeksprogramma van het fonds;
– door de onderzoeksdoelstellingen te stroomlijnen en beter af te stemmen op de huidige realiteit waarmee de kolen- en staalsectoren te maken hebben, kan het effect van het programma worden gemaximaliseerd. De voorgestelde hervorming introduceert ook de verplichting om uitvoerings- en commercialiseringsactiviteiten uit te voeren in Europa, om ervoor te zorgen dat onderzoeks- en innovatieprojecten een zo groot mogelijke bijdrage leveren aan het concurrentievermogen van de EU.
1.3.4.Prestatie-indicatoren
De uitvoering van het onderzoeksprogramma van het fonds wordt momenteel gecontroleerd door het Europees Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA), dat verantwoordelijk is voor de uitvoering van het programma, in samenwerking met het directoraat-generaal Onderzoek en innovatie (DG RTD) van de Commissie, en dat aan de Commissie verslag uitbrengt over de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering ervan. Zonder afbreuk te doen aan de komende kosten-batenanalyse voor de delegatie van uitvoeringstaken aan uitvoerende agentschappen in het kader van het toekomstige MFK, is DG RTD van plan deze taak aan een uitvoerend agentschap te delegeren. Deze werkzaamheden vereisen regelmatige coördinatievergaderingen en jaarlijkse rapportage, wat gestructureerde feedback oplevert over de manier waarop gefinancierde projecten bijdragen aan bredere beleidsdoelstellingen van de Europese Unie. De rapportage zal ook informatie verschaffen over de aantrekkelijkheid van het programma, door middel van gegevens over de ontwikkeling van het aantal voorstellen. Regelmatig overleg met het adviescomité en het Comité kolen en staal zal ook helpen om te beoordelen in hoeverre de hervorming van het fonds tegemoetkomt aan de behoeften op het gebied van onderzoek en innovatie, en aan de aanbevelingen van belanghebbenden.
De technische voortgang van specifieke projectportefeuilles in het kader van het fonds zal ook worden bijgehouden door de Technische Groepen kolen en staal (de “technische groepen”), bestaande uit één groep voor kolen en vijf voor staal. Deze groepen bestaan uit erkende deskundigen op hoog niveau met aanzienlijke ervaring in hun respectieve subsectoren. Informatie over de technische groepen, waaronder hun samenstelling, agenda’s van hun bijeenkomsten en andere details, wordt openbaar gemaakt in het register van deskundigengroepen van de Commissie. Het beheer van de technische groepen is momenteel toevertrouwd aan het Europees Uitvoerend Agentschap onderzoek, zoals vastgelegd in het memorandum van overeenstemming tussen dit agentschap en het directoraat-generaal Onderzoek en innovatie.
De technische groepen voorzien in een uitgebreid overzicht van technologische ontwikkelingen binnen hun specifieke domeinen. Deze beoordeling is gebaseerd op informatie die is verzameld uit door het fonds gefinancierde projecten, voornamelijk via speciale jaarlijkse bijeenkomsten tussen de technische groepen en projectcoördinatoren, die momenteel worden georganiseerd door het Europees Uitvoerend Agentschap onderzoek.
Daarnaast wordt van de technische groepen verwacht dat zij de nodige inhoud produceren voor het Europees Uitvoerend Agentschap onderzoek om de jaarverslagen te kunnen opstellen, waarin een bredere portefeuilleanalyse wordt verstrekt die ook rekening houdt met ontwikkelingen op aanverwante gebieden en parallelle Europese programma’s. Dit zorgt voor een meer geïntegreerd inzicht in de voortgang en de effecten binnen het innovatie-ecosysteem.
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:
een nieuwe actie
een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie
☒ de verlenging van een bestaande actie
☒ de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
De uitdagingen waarmee de kolen- en de staalsector worden geconfronteerd en de politieke prioriteit om gezamenlijk decarbonisatie en concurrentievermogen te ondersteunen, samen met de uitdagingen van het financiële stelsel van het fonds, de beperkte doeltreffendheid van de hervorming van 2021 en de recente feedback van belanghebbenden wijzen op de noodzaak om de rechtsgrondslag van het fonds te herzien teneinde de aantrekkelijkheid ervan te vergroten en de impact ervan te maximaliseren.
Niet alleen moeten de voorwaarden van oproepen worden herzien, met name wat betreft de financieringspercentages, maar ook moet de verkoop van activa van het fonds worden voortgezet om tijdens de moeilijke overgangsfase naar decarbonisatie voldoende ondersteuning voor onderzoek en innovatie te kunnen blijven bieden. Het fonds is een industriegericht programma dat sinds 2003 onderzoeks-, ontwikkelings- en innovatieactiviteiten ondersteunt in de kolen- en staalsector. Het is belangrijk dat het fonds de sector ook nu en op korte termijn blijft steunen om een snelle transitie te garanderen.
Het stopzetten van de huidige regeling waarbij een deel van de activa van de EGKS in vereffening wordt gebruikt om het programma te financieren (dat eind 2027 afloopt), is dus onhoudbaar en maakt een zinvol programma onmogelijk als het alleen met opbrengsten en niet met activa wordt gefinancierd.
Dit biedt een geschikt moment voor een herziening van de rechtsgrondslag van het programma en een versterking van de rol van onderzoek en innovatie bij een doeltreffende ondersteuning van de kolen- en de staalsector tijdens hun transitie. De huidige voorwaarden voor oproepen tot het indienen van voorstellen, onderzoeksdoelstellingen en het beschikbare budget trekken onvoldoende investeringen in onderzoek en innovatie aan vanuit de industrie en bieden geen aantrekkelijke voorwaarden voor de academische wereld of de industrie.
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
Aangezien de rechtsgrondslag van het fonds gebaseerd is op Protocol nr. 37 bij de Verdragen, valt het onder de bevoegdheid van de EU. De maatregelen ter uitvoering van het protocol zijn vastgesteld in een besluit van de Raad, dat de Commissie op grond van haar exclusief initiatiefrecht voor wetgevingsvoorstellen kan herzien.
In de loop der jaren heeft het programma van het fonds aanzienlijke vooruitgang bevorderd in beide sectoren. Deze vooruitgang is samengevat in de recente rapporten van de technische groepen voor kolen en staal van het fonds en zijn gebaseerd op een nauwe samenwerking tussen entiteiten van verschillende lidstaten van de EU en van diverse organisaties. Voor staalbedrijven en universiteiten die deelnamen aan onderzoeksprojecten varieerden de voordelen van kostenbesparingen (als gevolg van besparingen op energieverbruik en/of grondstoffen) en verhoogde productiviteit tot verbeterde duurzaamheid en/of het verwerven van nieuw marktaandeel door de ontwikkeling van innovatieve staalproducten. Voor de kolensector heeft het fonds bijgedragen aan de verbetering van de gezondheid en veiligheid in mijnen en de minimalisering van de gevolgen van activiteiten na de mijnbouw voor het milieu.
Het fonds is opgezet als een industrieel onderzoeksprogramma dat specifiek is toegesneden op de ondersteuning van grensoverschrijdende samenwerking. Tegelijkertijd maakt het samenwerking mogelijk tussen het bedrijfsleven en de academische wereld met als doel gericht industrieel onderzoek te ondersteunen.
De voorgestelde hervorming zou een belangrijke bijdrage leveren aan de beleidsdoelstellingen van de EU op lange termijn en tegemoetkomen aan de behoeften van belanghebbenden. Door de vervroegde terbeschikkingstelling van investeringen zouden ambitieuzere onderzoeksprojecten mogelijk kunnen worden gemaakt, die kunnen bijdragen tot het behalen van de klimaatdoelstellingen voor 2050, zonder dat dit ten koste gaat van het concurrentievermogen. Dit zou het ook mogelijk maken om de herziene financieringspercentages te financieren die tegemoetkomen aan de aanbevelingen van belanghebbenden en kan bijdragen tot het aantrekken van meer investeringen en een bredere deelname aan het onderzoeksprogramma van het fonds. Door de onderzoeksdoelstellingen te stroomlijnen en beter af te stemmen op de huidige realiteit waarmee de sectoren te maken hebben, kan het effect van het programma worden gemaximaliseerd. De voorgestelde hervorming introduceert ook de verplichting om implementatie- en commercialiseringsactiviteiten uit te voeren in Europa, om ervoor te zorgen dat onderzoeks- en innovatieprojecten een zo groot mogelijke bijdrage leveren aan het concurrentievermogen van de EU.
Qua tijdsbestek zou de hervorming idealiter in januari 2027 van kracht moeten worden. De belanghebbenden hebben niet specifiek gevraagd om dit tijdsbestek, maar het zou de voorwaarden voor oproepen eerder aantrekkelijker maken. Dit zou aansluiten bij een reeks maatregelen die gericht zijn op de ondersteuning van energie-intensieve industrieën (bijvoorbeeld de wetgeving inzake een versnelling van industriële decarbonisatie), zoals vermeld in de inleiding. Deze hervorming moet worden begrepen in een bredere politieke context waarin energie-intensieve sectoren worden gezien als uitermate belangrijk voor de het industriële concurrentievermogen van de EU en de decarbonisatiestrategie.
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
Uit de bevindingen van de interne evaluatie die voor de periode 2021-2024 is uitgevoerd, is gebleken dat het fonds zijn efficiëntie heeft bewezen via de jaarlijkse oproep tot het indienen van voorstellen ter ondersteuning van de kolen- en de staalsector door middel van uitstekend gezamenlijk onderzoek en betrokkenheid van de particuliere sector. Er is echter ook aangetoond dat dit niet heeft voldaan aan de verwachtingen van de hervorming van 2021 met betrekking tot oproepen van grote omvang (“big ticket”), zoals weerspiegeld in de onderbesteding van het programma. Het programma en met name de oproepen van grote omvang, zijn onder de huidige omstandigheden niet aantrekkelijk genoeg om de grote particuliere investeringen aan te trekken die nodig zijn om de huidige doelstellingen op het gebied van industriële decarbonisatie te verwezenlijken.
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
Protocol nr. 37 bij het Verdrag betreffende de Europese Unie betreffende de financiële gevolgen van de beëindiging van het EGKS-Verdrag en betreffende het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal is van toepassing op het programma van het fonds. In het protocol is uitdrukkelijk bepaald dat de opbrengsten van de activa van de EGKS in vereffening uitsluitend gebruikt zal worden voor onderzoek dat buiten het kaderprogramma voor onderzoek wordt verricht in sectoren die in verband staan met de kolen- en staalindustrie. Er kunnen echter synergieën worden gecreëerd met het volgende Horizon Europa-programma en het Fonds voor concurrentievermogen. Het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal kan het volledige spectrum van uitdagingen op het gebied van onderzoek in de kolen- en de staalsector aanpakken en aanvullende publieke en private investeringen in onderzoek en innovatie aantrekken. Op die manier kan het bijdragen tot een verdere versterking van het Europese onderzoeks- en innovatielandschap en de commercialisering en verspreiding van innovatie versnellen.
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
De financiering zal uitsluitend bestaan uit het resterende vermogen van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal in vereffening, alsmede uit de opbrengst van dat vermogen. De EGKS werd gefinancierd door i) heffingen die de meeste producenten van kolen en staal moesten betalen op basis van hun productie en ii) de bijdragen van de landen die later tot de EU toetraden. Deze middelen vormen het grootste deel van de gegenereerde activa. Het fonds blijft als zodanig bestaan totdat de activa zijn uitgeput.
1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief
☒ beperkte geldigheidsduur
–☒
van kracht met ingang van 1 januari 2027
–☒
financiële gevolgen vanaf 2027 tot en met uiterlijk 2030 voor vastleggingskredieten en vanaf 2027 tot en met 2034 voor betalingskredieten.
onbeperkte geldigheidsduur
–uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,
–gevolgd door een volledige uitvoering.
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting
☒ Direct beheer door de Commissie
–☒ door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie
–☒
door de uitvoerende agentschappen
Gedeeld beheer met de lidstaten
Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:
– derde landen of de door hen aangewezen organen
– internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)
– de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds
– de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen
– publiekrechtelijke organen
– privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling
– in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
De regels inzake monitoring en rapportage voor dit programma zullen de vereisten volgen die zijn vastgelegd in het Financieel Reglement en de uitvoeringsregels ervan.
De voortgang van het programma ten opzichte van de doelstellingen zal worden gemeten door middel van monitoring door het Europees Uitvoerend Agentschap, momenteel het Europees Uitvoerend Agentschap voor onderzoek (REA), met ondersteuning van de technische groepen van het fonds (vijf voor staal en twee voor kolen).
Alle gegevens over de processen voor het beheer van het programma (aanvragen, succespercentages, tijd tot toekenning, type begunstigden enz.) worden verzameld en opgeslagen in het e-Grants Data Warehouse.
2.2.Beheers- en controlesystemen
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
Het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal zal worden uitgevoerd door middel van direct beheer dat wordt toevertrouwd aan organen die zijn bedoeld in artikel 62, lid 1, punt a), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Meer in het bijzonder zal de Commissie in grote mate blijven vertrouwen op het Europees Uitvoerend Agentschap voor onderzoek (REA), dat is opgericht overeenkomstig Verordening (EG) nr. 58/2003 van de Raad. De delegatie van activiteiten aan dit uitvoerende agentschap is afhankelijk van een verplichte onafhankelijke kosten-batenanalyse vooraf en het uitvoerende agentschap wordt regelmatig door externe deskundigen beoordeeld. In deze kosten-batenanalyse wordt ook rekening gehouden met de kosten voor controle en toezicht. In tussentijdse evaluaties uitgevoerd in 2012 en 2015 is de grote efficiëntie en toegevoegde waarde van de uitvoerende agentschappen bij de uitvoering van programma’s bevestigd. De activa van de EGKS in vereffening en, na afwikkeling van de liquidatie, die van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal worden beheerd om, binnen de grenzen van de toewijzing, jaarlijkse betalingen te verrichten ter financiering van collaboratief onderzoek in sectoren die in verband staan met de kolen- en staalindustrie. Dergelijke jaarlijkse betalingen worden gefinancierd uit de netto-opbrengsten van de beleggingen en uit de opbrengsten van de verkoop van een deel van de activa van de EGKS in vereffening en, na afwikkeling van de liquidatie, de activa van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal tot het jaarlijkse bedrag van de betalingskredieten dat is vastgesteld door de aangewezen dienst van de Commissie. De financiële richtsnoeren zijn waar nodig herzien of aangevuld. Daartoe zal de Commissie de werking en doeltreffendheid van de financiële richtsnoeren opnieuw beoordelen en passende wijzigingen voorstellen. De controlestrategie van het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal zal worden afgestemd op die van het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie. Het zal derhalve profiteren van alle vereenvoudigingsmaatregelen die zijn geïntroduceerd in het kader van Horizon Europa. Er zijn vereenvoudigingsmaatregelen ingevoerd om de uitvoering van het onderzoeksprogramma te faciliteren. De financiering van het programma zal worden verstrekt in de vorm van subsidies overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. De voorgestelde wijzigingen in de financieringsmodaliteiten (vast bedrag) zullen zorgen voor afstemming op die van het EU-onderzoeksprogramma en bijdragen tot het minimaliseren van de kwetsbaarheid voor financiële fouten. Het voorstel voorziet in de toepassing van één enkel financieringspercentage per actie voor alle activiteiten die worden gefinancierd. Het maximumpercentage per actie wordt in vastgesteld in de voorwaarden van de oproep. Volgens de voorgestelde hervorming kan tot 100 % van de totale subsidiabele kosten van een actie in het kader van het onderzoeksprogramma worden vergoed, behalve waar het gaat om juridische entiteiten met winstoogmerk, waarvoor maximaal 70 % van de totale subsidiabele kosten kunnen worden vergoed. Bij wijze van uitzondering kunnen kmo’s tot 100 % van de totale subsidiabele kosten vergoed krijgen. De voorgestelde hervorming voorziet in het vaststellen van de wijze waarop indirecte kosten kunnen worden opgegeven in de voorwaarden van de oproep, waarin moet worden aangegeven of er kosten per eenheid of vaste bedragen kunnen worden toegepast. De belangrijkste reden om forfaitaire financiering toe te passen is niet de verlaging van het foutenpercentage, maar de verwezenlijking van alle doelstellingen van het programma. Het programma zal profiteren van kosteneffectieve diensten die worden verleend in het kader van de uitvoering van programma’s onder direct beheer (gecentraliseerd beheer van evaluatie-experts, ex-postaudits, IT enz.). De controlestrategie is gebaseerd op procedures voor de selectie van de beste projecten en de vertaling daarvan in rechtsinstrumenten:
– project- en contractbeheer gedurende de gehele projectcyclus, ex-antecontroles van 100 % van alle declaraties;
– certificaten betreffende de financiële verslagen boven een bepaalde drempel, en certificering betreffende methoden voor de berekening van kosten per eenheid of beoordeling vooraf op vrijwillige basis;
– ex-postaudits (willekeurig en op basis van de risico’s) van een steekproef van declaraties waarvoor middelen zijn uitbetaald voor subsidies in het kader van de werkelijke kosten;
– regelmatige projectevaluaties van de technische uitvoering en resultaten voor alle subsidies;
– technische evaluaties achteraf van een steekproef van subsidies.
Deze controlestrategie en aanpak hebben hun financiële efficiëntie bewezen sinds het programma is gedelegeerd aan het Europees Uitvoerend Agentschap voor onderzoek (REA), zoals gerapporteerd in de driejaarlijkse externe evaluatie van het agentschap. Ook blijkt uit de resultaten van de controles achteraf dat deze controlestrategie het mogelijk maakt om het risico op onrechtmatigheid/onregelmatigheid onder de drempel van 2 % te houden.
Het foutenpercentage voor de laatste twee jaar van het fonds is vastgesteld op 2,03 %, met een “restfoutenpercentage” van ongeveer 1,70 % (rekening houdend met alle terugvorderingen en correcties die al zijn of nog zullen worden doorgevoerd). Met de invoering van de forfaitaire bedragen en de vereenvoudigde kostenopties wordt verwacht dat het percentage ontdekte fouten onder de 2 % zal blijven.
Momenteel geeft het Europees Uitvoerend Agentschap onderzoek uitvoering aan het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. Zonder afbreuk te doen aan de komende kosten-batenanalyse voor de delegatie van uitvoeringstaken aan uitvoerende agentschappen in het kader van het toekomstige MFK, is DG RTD van plan deze taak aan een uitvoerend agentschap te delegeren.
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken
De uitvoering van oproepen in het kader van het fonds wordt beheerd onder de voorwaarden en volgens bedrijfsmatige processen de vergelijkbaar zijn met die van het kaderprogramma voor onderzoek en innovatie. Als gevolg hiervan zijn de risico’s vergelijkbaar met die van het kaderprogramma en hebben ze met name betrekking op de verwezenlijking van de doelstelling die is vastgelegd in de positief beoordeelde voorstellen en het waarborgen van de wettigheid/regelmatigheid van de uitgekeerde subsidies voor de vergoeding van gemaakte kosten.
Voor zover mogelijk zal het Europees Uitvoerend Agentschap onderzoek vergelijkbare controlestrategieën voor- en achteraf hanteren om de wettigheid/regelmatigheid van de activiteiten te waarborgen. Dit omvat een financieel circuit met tegengewicht, waarbij de centrale financiële eenheid alle uitgaven verifieert, en een strategie voor controle achteraf die is overeengekomen met DG RTD en wordt uitgevoerd in nauwe samenwerking met de eenheid voor controle achteraf van DG RTD. De foutenpercentages vastgesteld in controles achteraf van eerdere jaren zijn beperkt gebleven tot het getolereerde percentage van 2 %.
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).
De kosten van het controlesysteem (evaluatie, selectie, projectbeheer, ex-antecontroles en ex-postcontroles) worden geschat op tussen 2 % en 4 % voor alle diensten van de Commissie die verantwoordelijk waren voor de uitvoering van het kaderprogramma Horizon Europa. Naar schatting bevindt het onderzoeksprogramma van het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal zich binnen dezelfde bandbreedte van 2 % tot 4 %. Gezien de inspanningen die nodig zijn om ervoor te zorgen dat de doelen worden bereikt en het aantal betrokken verrichtingen, worden deze kosten redelijk geacht. Het verwachte foutenrisico bij betaling bedraagt voor subsidies met een financieringsmodel op basis van de vergoeding van niet-subsidiabele kosten 2,0-3,0 %. Het risico op fouten bij sluiting (na het effect van controles en correcties) ligt onder de 2 % voor het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. Het verwachte foutenrisico bij subsidies met een financieringsmodel op basis van forfaitaire financiering bedraagt bijna 0 % (bij betaling en bij afsluiting). De over het geheel genomen verwachte foutenpercentages zullen afhangen van de verhouding tussen de twee methoden van financiering (vergoeding van subsidiabele kosten en vaste bedragen). De Commissie streeft ernaar het model van forfaitaire financiering waar passend toe te passen. De belangrijkste reden om forfaitaire financiering toe te passen is echter niet de verlaging van het foutenpercentage, maar de verwezenlijking van alle doelstellingen van het programma. Dit scenario is gebaseerd op de veronderstelling dat de vereenvoudigingsmaatregelen niet ingrijpend worden gewijzigd tijdens het besluitvormingsproces.
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
Solide ex-antecontroles van de volledige uitgaven en op steekproef en risico gebaseerde ex-postcontroles dragen beide bij tot het opsporen en corrigeren van fouten.
De diensten die verantwoordelijk zijn voor het uitvoeren van de begroting van het onderzoeksprogramma zijn vastbesloten om fraude in alle fasen van het subsidiebeheerproces te bestrijden. Zij hebben gemeenschappelijke en sectorale anti-fraudestrategieën ontwikkeld en brengen deze inmiddels in praktijk, met inbegrip van een groter gebruik van inlichtingen (met name via geavanceerde IT-instrumenten) en opleidingen en voorlichting voor medewerkers, en presentaties om begunstigden van subsidies en technische groepen bewust te maken. Deze inspanningen zullen worden voortgezet en de fraudebestrijdings- en risicobeoordelingsactiviteiten zullen verder worden versterkt dankzij de ontwikkeling van het institutionele Arachne-risicoscoringsinstrument door de centrale diensten. Over het algemeen zouden de voorgestelde maatregelen een positief effect moeten blijven hebben op de bestrijding van fraude, die zal worden voortgezet in het kader van het onderzoeksprogramma, en op de versterkte wetenschappelijke evaluatie en controle. In dit verband moet worden benadrukt dat de omvang van de geconstateerde fraude bijzonder laag is ten opzichte van de totale uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling. Niettemin blijven de diensten die belast zijn met de uitvoering van de begroting van het onderzoeksprogramma vastbesloten om deze fraude te bestrijden. Door middel van de wettelijke bepalingen zal worden gewaarborgd dat de diensten van de Commissie, waaronder het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en het Europees Openbaar Ministerie (EOM), de audits, beoordelingen en onderzoeken kunnen verrichten met toepassing van de standaardbepalingen die reeds werden gebruikt in het kader van het onderzoeksprogramma.
Overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad, Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad, Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, met inbegrip van voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsook, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoeken, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere strafbare feiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad. Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, de Europese Rekenkamer en in voorkomend geval het EOM, en moeten ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven
·Bestaande begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK.
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmings¬ontvangsten
|
|
01
|
01 20 03 02 — Kolen
|
GK
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
JA
|
|
01
|
01 20 03 01 — Staal
|
GK
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
JA
|
·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmings¬ontvangsten
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig
–☒
Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
01
|
|
DG: RTD
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2028-2034
|
TOTAAL
|
|
|
2027
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,000
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,000
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG RTD
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2028-2034
|
TOTAAL
|
|
|
2027
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten (inclusief bijdrage aan gedecentraliseerd agentschap)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 1
van het meerjarig financieel kader
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK
2028-2034
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
|
2027
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
|
• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
(referentiebedrag)
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
7
|
Administratieve uitgaven
|
|
DG: RTD
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2028-2034
|
NA 2034
|
TOTAAL
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
|
|
Personele middelen
|
0,780
|
0,780
|
0,780
|
0,780
|
0,101
|
0,000
|
0,000
|
3,221
|
0,000
|
3,221
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,050
|
0,050
|
0,050
|
0,050
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,200
|
|
0,200
|
|
TOTAAL DG RTD
|
Kredieten
|
0,830
|
0,830
|
0,830
|
0,830
|
0,101
|
0,000
|
0,000
|
3,421
|
0,000
|
3,421
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,830
|
0,830
|
0,830
|
0,830
|
0,101
|
0,000
|
0,000
|
3,421
|
0,000
|
3,421
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
|
Vastleggingen
|
0,830
|
0,830
|
0,830
|
0,830
|
0,101
|
0,000
|
0,000
|
3,421
|
0,000
|
3,421
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
0,830
|
0,830
|
0,830
|
0,830
|
0,101
|
0,000
|
0,000
|
3,421
|
0,000
|
3,421
|
3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
01
|
Onderzoek en innovatie
|
|
DG: RTD
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK
2028-2034
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
TOTAAL
|
|
|
2027
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel: 01 20 03 01 en 01 20 03 02
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
200,000
|
200,000
|
200,000
|
200,000
|
|
|
|
|
600,000
|
200,000
|
800,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
112,000
|
227,000
|
273,000
|
216,000
|
196,000
|
39,000
|
40,000
|
25,000
|
1 016 000
|
112,000
|
1128,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
|
|
|
|
0,000
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG RTD
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
200,000
|
200,000
|
200,000
|
200,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
600,000
|
200,000
|
80,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
112,000
|
227,000
|
273,000
|
216,000
|
196,000
|
39,000
|
40,000
|
25,000
|
1016,000
|
112,000
|
1128,000
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
200,000
|
200,000
|
200,000
|
200,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
600,000
|
200,000
|
800,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
112,000
|
227,000
|
273,000
|
216,000
|
196,000
|
39,000
|
40,000
|
25,000
|
1016,000
|
112,000
|
1128,000
|
|
Totaal uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 1 van het meerjarig financieel kader
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
200,000
|
200,000
|
200,000
|
200,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
600,000
|
200,000
|
800,000
|
|
|
Betalingen
|
=5+6
|
112,000
|
227,000
|
273,000
|
216,000
|
196,000
|
39,000
|
40,000
|
25,000
|
1016,000
|
112,000
|
1128,000
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
7
|
“Administratieve uitgaven”
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
DG: RTD
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
2031
|
Jaar
2032
|
Jaar
2033
|
Jaar
2034
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
2027
|
2028
|
2029
|
2030
|
|
|
|
|
TOTAAL MFK
2028-2034
|
TOTAAL MFK
2021-2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
0,000
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2028-2034
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
TOTAAL
|
|
|
2027
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
|
Vastleggingen
|
200,000
|
200,000
|
0,000
|
0,000
|
0,00
|
0,00
|
0,00
|
0,00
|
600,000
|
200,00
|
800,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
112,000
|
227,000
|
273,000
|
216,000
|
196,000
|
39,000
|
40,000
|
25,000
|
1016,000
|
112,000
|
1128,000
|
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)
Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Vermeld doelstellingen en outputs
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
|
OUTPUTS
|
|
|
Soort
|
Gem. kosten
|
Aantal
|
Kos¬ten
|
Aantal
|
Kos¬ten
|
Aantal
|
Kos¬ten
|
Aantal
|
Kos¬ten
|
Aantal
|
Kos¬ten
|
Aantal
|
Kos¬ten
|
Aantal
|
Kos¬ten
|
Totaal aantal
|
Totale kosten
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
— Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
— Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
— Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
— Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
–☒
Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL
2028-2034
|
Na 2024
|
TOTAAL
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,780
|
0,780
|
0,780
|
0,780
|
0,101
|
0,000
|
0,000
|
3,221
|
0,000
|
3,221
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,050
|
0,050
|
0,050
|
0,050
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,200
|
0,000
|
0,200
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,830
|
0,830
|
0,830
|
0,830
|
0,101
|
0,000
|
0,000
|
3,421
|
0,000
|
3,421
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL onder RUBRIEK 7 en buiten RUBRIEK 7
|
0,830
|
0,830
|
0,830
|
0,830
|
0,101
|
0,000
|
0,000
|
3,421
|
0,000
|
3,421
|
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
–☒
Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
Raming in voltijdequivalenten (vte’s)
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
NA
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
2034
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
|
|
|
|
20 01 02 01(centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
2
|
2
|
2
|
2
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in vte’s)
|
|
|
|
|
|
20 02 01(AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
4
|
4
|
4
|
4
|
1
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
— centrale diensten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
— EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
6
|
6
|
6
|
6
|
1
|
0
|
0
|
0
|
Het aantal vte is indicatief en loopt niet vooruit op de uitkomst van de lopende onderhandelingen over het volgende MFK. Bovendien wordt overwogen om de extra middelen voor de Commissie in het kader van het toekomstige MFK te delegeren aan een uitvoerend agentschap, zonder vooruit te lopen op de komende kosten-batenanalyse voor de delegatie van uitvoeringstaken aan uitvoerende agentschappen.
Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):
|
|
Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie
|
Uitzonderlijk aanvullend personeel*
|
|
|
|
Te financieren uit rubriek 7 of onderzoek
|
Te financieren uit BA-onderdeel
|
Te financieren uit vergoedingen
|
|
Personeelsformatieposten
|
|
2
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
|
Extern personeel (AC, END, INT)
|
|
4
|
n.v.t.
|
n.v.t.
|
Beschrijving van de uit te voeren taken door:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel
|
Er zijn twee extra vte nodig voor het beheer van de politieke uitvoering van de hervorming, de uitvoering van de hervorming en het toezicht op de toegenomen financiële en programmabeheeractiviteiten, naast de vier ambtenaren en tijdelijke medewerkers die momenteel zijn toegewezen aan het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal. Deze versterking is tijdelijk en kan na 2031 opnieuw worden toegewezen.
|
|
Extern personeel
|
De hervorming van het fonds zal leiden tot een stijging van 80 % van de jaarlijkse toewijzingen en tot herziene oproepvoorwaarden voor de jaren 2027 tot en met 2030. Dit zal leiden tot een hogere werklast voor de eenheid van het fonds bij het lanceren van de oproepen en het uitvoeren van evaluaties. Door de introductie van tweeërlei gebruik in het programma zal de werklast verder worden verzwaard. Er zijn vier extra vte als arbeidscontractant nodig voor functies van programmamanagers en projectmedewerkers, naast de zestien die momenteel aan fonds zijn toegewezen. De totale benodigde toewijzing zal na 2031 geleidelijk afnemen, aangezien er geen nieuwe oproepen meer worden gelanceerd en projecten worden voltooid.
|
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen
Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.
De kredieten onder rubriek 7 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.
De kredieten onder de rubrieken 1 t/m 6 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat gebruikt moet worden voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag enz.). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in deel 4, “Digitale dimensies”.
|
TOTAAL Digitale en IT-kredieten
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2028-2034
|
|
|
2028
|
2029
|
2030
|
2031
|
2032
|
2033
|
2034
|
|
|
|
|
|
|
IT-uitgaven (algemeen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s
|
0,520
|
0,531
|
0,541
|
0,552
|
0,563
|
0,574
|
0,586
|
3,867
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,520
|
0,531
|
0,541
|
0,552
|
0,563
|
0,574
|
0,586
|
3,867
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,520
|
0,531
|
0,541
|
0,552
|
0,563
|
0,574
|
0,586
|
3,867
|
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
Het voorstel/initiatief:
–☒
kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)
–
vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening
–
vereist een herziening van het MFK
3.2.7.Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
–☒
voorziet niet in medefinanciering door derden
–
voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:
3.3.
Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
–☒
Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
–
voor de eigen middelen
–
voor overige ontvangsten
–
geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven
Overeenkomstig artikel 21, lid 2, punt b), van het Financieel Reglement moeten de kredieten die verband houden met de door het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal gegenereerde opbrengsten worden beschouwd als externe bestemmingsontvangsten. Begrotingsonderdelen 01 20 03 02 (Kolen) en 01 20 03 01 (Staal)
4.Digitale dimensies
Het Fonds voor onderzoek inzake kolen en staal maakt gebruik van de bedrijfsmatige instrumenten die zijn beschreven in het juridisch, financieel en digitaal memorandum van Horizon Europa.