EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 11.11.2025
COM(2025) 674 final
2025/0341(NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen tijdens de 34ste zitting van de algemene vergadering van de Internationale Maritieme Organisatie
TOELICHTING
1.Onderwerp van het voorstel
Dit voorstel betreft het besluit tot vaststelling van het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de 34ste zitting van de algemene vergadering (A 34) van de Internationale Maritieme Organisatie, die plaatsvindt van 24 november tot en met 3 december 2025.
Tijdens zijn 34ste zitting zal de algemene vergadering wijzigingen aannemen van:
(a)de code voor alarmen en indicatoren 2025;
(b)de procedures voor havenstaatcontrole 2025;
(c)de richtsnoeren voor onderzoek in het kader van het geharmoniseerd systeem van onderzoek en certificatie (HSSC) 2025;
(d)de niet-limitatieve lijst van verplichtingen uit hoofde van instrumenten die relevant zijn voor de code voor de toepassing van IMO-instrumenten (III-code) 2025;
(e)het kader en de procedures voor het auditprogramma van de IMO-lidstaten (IMSAS).
2.Achtergrond van het voorstel
2.1.Het Verdrag inzake de Internationale Maritieme Organisatie
De IMO is opgericht bij het Verdrag inzake de Internationale Maritieme Organisatie. De IMO dient als forum voor samenwerking op het gebied van regelgeving en praktijken betreffende alle soorten technische aangelegenheden die van invloed zijn op de internationale commerciële scheepvaart. Ze wil ook de algemene aanvaarding van de hoogst haalbare normen op het gebied van de veiligheid van de zeevaart, de efficiëntie van de scheepvaart en de preventie en bestrijding van verontreiniging van de zee door schepen stimuleren en een gelijk speelveld bevorderen. De IMO behandelt ook de bijbehorende administratieve en juridische kwesties.
Het verdrag is op 17 maart 1958 in werking getreden.
Alle lidstaten zijn partij bij het verdrag. De Unie is geen partij bij het verdrag.
2.2.De Internationale Maritieme Organisatie
De Internationale Maritieme Organisatie (IMO) is een gespecialiseerd agentschap van de Verenigde Naties dat verantwoordelijk is voor de veiligheid en betrouwbaarheid van de scheepvaart en de preventie van verontreiniging van de zee door schepen. Ze stelt wereldwijd normen vast voor de veiligheid, de betrouwbaarheid en de milieuprestaties van de internationale scheepvaart. Haar belangrijkste rol is een billijk en doeltreffend regelgevingskader voor de scheepvaartsector te creëren, dat wereldwijd wordt goedgekeurd en toegepast.
Alleen staten kunnen lid van de IMO worden. De betrekkingen tussen de Europese Commissie en de IMO zijn momenteel gebaseerd op IMO-resolutie A.1168(32), waarin de procedures en voorwaarden voor samenwerking tussen de IMO en intergouvernementele organisaties zijn vastgelegd. Op basis van die IMO-resolutie en latere regelingen sinds 1974 neemt de Europese Commissie als waarnemer deel aan alle vergaderingen van de commissies en subcommissies van de IMO.
De algemene vergadering is het bestuursorgaan van de IMO. Ze bestaat uit alle lidstaten van de IMO, komt om de twee jaar bijeen en kan maatregelen aannemen waarover in de vijf hoofdcommissies van de IMO overeenstemming is bereikt. Tot die vijf commissies behoren de Maritieme Veiligheidscommissie (MSC) en de Commissie voor de bescherming van het mariene milieu (MEPC).
2.3.De beoogde handelingen van de algemene vergadering van de IMO
De algemene vergadering moet tijdens haar 34ste zitting van 24 november tot en met 3 december 2025 wijzigingen aannemen van:
(a)de code voor alarmen en indicatoren 2025;
(b)de procedures voor havenstaatcontrole 2025;
(c)de richtsnoeren voor onderzoek in het kader van het geharmoniseerd systeem van onderzoek en certificatie (HSSC-richtsnoeren voor onderzoek) 2025;
(d)de niet-limitatieve lijst van verplichtingen uit hoofde van instrumenten die relevant zijn voor de code voor de toepassing van IMO-instrumenten (III-code) 2025;
(e)het auditprogramma van de IMO-lidstaten (IMSAS).
Krachtens het IMO-verdrag (artikel 15, punt j)), kan de algemene vergadering regels en richtsnoeren voor leden aannemen inzake maritieme veiligheid, de preventie en controle van mariene verontreiniging door schepen en andere thema’s met betrekking tot het effect van de scheepvaart op het mariene milieu, die krachtens of volgens internationale instrumenten aan de organisatie zijn toegewezen, of wijzigingen van dergelijke regels en richtsnoeren; dergelijke regels en richtsnoeren worden resoluties genoemd.
Ze worden aangenomen ter aanvulling en ondersteuning van de IMO-verdragen en kunnen een beslissende invloed hebben op de inhoud van de EU-wetgeving; verscheidene ervan zijn in de EU-wetgeving opgenomen.
Het algemene doel van de resoluties is de veiligheid op zee, de milieubescherming en de consistente wereldwijde toepassing van IMO-normen te bevorderen door de technische voorschriften, de inspectie- en controleprocedures en het toezicht op de naleving door de lidstaten te harmoniseren. Ze worden regelmatig geëvalueerd en geactualiseerd om rekening te houden met nieuwe technologieën, ontwikkelingen in de regelgeving en de ervaring die is opgedaan met de praktische toepassing ervan, zodat ze relevant en doeltreffend blijven.
Meer in het bijzonder:
(a)De beoogde wijzigingen van de code voor alarmen en indicatoren hebben tot doel de bepalingen van de code verder te actualiseren en zo te waarborgen dat wordt voldaan aan de eisen van de IMO-instrumenten die sinds de aanneming van de code zijn aangenomen en/of gewijzigd, en aldus tegenstrijdigheden, dubbelzinnigheden en overbodige bepalingen te schrappen.
(b)De beoogde wijzigingen van de procedures voor havenstaatcontrole hebben tot doel de maritieme veiligheid en beveiliging en de voorkoming van verontreiniging van de zee te verbeteren en de procedures te actualiseren om rekening te houden met de wijzigingen van IMO-instrumenten die in werking zijn getreden of van kracht zijn geworden sinds 2023, toen Resolutie A.1185(33) inzake procedures voor havenstaatcontrole 2023 is aangenomen tijdens de 33ste zitting van de algemene vergadering van de IMO.
(c)Het doel van de beoogde wijzigingen van de richtsnoeren in het kader van het geharmoniseerde systeem voor onderzoek en certificering is deze verder te herzien om rekening te houden met de wijzigingen van de IMO-instrumenten die in werking zijn getreden of van kracht zijn geworden sinds 2023, toen resolutie A.1186(33) over de richtsnoeren voor onderzoek in het kader van het geharmoniseerd systeem van onderzoek en certificatie (HSSC) 2023 is aangenomen tijdens de 33ste zitting van de algemene vergadering van de IMO.
(d)Het doel van de beoogde wijzigingen van de niet-limitatieve lijst van verplichtingen uit hoofde van instrumenten die relevant zijn voor de III-code (2025) is rekening te houden met de wijzigingen van de IMO-instrumenten die relevant zijn voor de III-code en die in werking zijn getreden of van kracht zijn geworden sinds 2023, toen Resolutie A.1187(33) over de niet-limitatieve lijst van verplichtingen uit hoofde van instrumenten die relevant zijn voor de III-code 2023 is aangenomen tijdens de 33ste algemene vergadering van de IMO.
(e)Het doel van de beoogde wijzigingen van het kader en de procedures voor het auditprogramma van de lidstaten van de IMO (IMSAS) is de lidstaten beter in staat te stellen te voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van de verplichte IMO-instrumenten waarbij zij partij zijn, en om meer transparantie, verantwoordingsplicht en samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen.
3.Namens de Unie in te nemen standpunt
3.1.Goedkeuring van de ontwerpcode voor alarmen en indicatoren 2025 en de bijbehorende ontwerpresolutie van de algemene vergadering, tot intrekking van de bestaande resolutie A.1021(26) over de code voor alarmen en indicatoren 2009
De code voor alarmen en indicatoren 2009 is bedoeld als algemene leidraad voor het ontwerp en ter bevordering van de uniformiteit van type, locatie en prioriteit voor alarmen en indicatoren, zoals vereist door het SOLAS-Verdrag, en wordt toegepast op passagiersschepen die worden gebruikt voor binnenlandse reizen op grond van Richtlijn 2009/45/EG inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen.
De Maritieme Veiligheidscommissie van de IMO heeft tijdens haar 108ste vergadering (MSC 108) de Subcommissie ontwerp en bouw van schepen (SDC) belast met de werkzaamheden met betrekking tot de “Herziening van de code voor alarmen en indicatoren van 2009”.
In SDC 11 werd erop gewezen dat het belangrijk is ervoor te zorgen dat de wijzigingen van de code voor alarmen en indicatoren consistent zijn en worden geharmoniseerd met de meest recente versies van de verdragen, codes en resoluties, waarin vereisten voor visuele en auditieve waarschuwingen zijn vastgesteld om de veiligheid van activiteiten aan boord te waarborgen. SDC 11 heeft de Werkgroep voor de herziening van de code voor alarmen en indicatoren van 2009 opgericht en opgedragen de ontwerpwijzigingen van de code voor alarmen en indicatoren van 2009 verder uit te werken, met het oog op de afronding ervan, samen met de bijbehorende ontwerpresolutie van de algemene vergadering.
SDC 11 heeft het verslag van de Werkgroep voor de herziening van de code voor alarmen en indicatoren van 2009 goedgekeurd en ingestemd met het ontwerp van deze code van 2025 en de bijbehorende ontwerpresolutie van de algemene vergadering, met het oog op gelijktijdige goedkeuring door MEPC 83 en MSC 110, en vervolgens aanneming tijdens A 34. Het standpunt van de Unie tijdens SDC 11 was dat de ontwerpwijzigingen van de code voor alarmen en indicatoren van 2009 in een werkgroep moeten worden besproken.
De Commissie voor de bescherming van het mariene milieu (MEPC) heeft tijdens haar 83ste zitting, onder voorbehoud van een gelijktijdig besluit van MSC 110, de ontwerpcode voor alarmen en indicatoren van 2025 en de bijbehorende ontwerpresolutie van de algemene vergadering, zoals uiteengezet in bijlage 14, goedgekeurd met het oog op de aanneming ervan tijdens A 34. Het standpunt van de Unie tijdens MEPC 83 bestond erin de goedkeuring van de ontwerpcode voor alarmen en indicatoren van 2025 en de bijbehorende ontwerpresolutie van de algemene vergadering te steunen.
MSC 110 was het eens met het besluit van MEPC 83 om de ontwerpcode voor alarmen en indicatoren 2025 goed te keuren, met het oog op de aanneming ervan tijdens A 34. Toen de commissie de ontwerpcode goedkeurde, verzocht zij de algemene vergadering om de bestaande resolutie A.1021(26) over de code voor alarmen en indicatoren uit 2009 in te trekken. Het standpunt van de Unie tijdens MSC 110 bestond erin de goedkeuring van de ontwerpcode voor alarmen en indicatoren 2025 en de bijbehorende ontwerpresolutie van de algemene vergadering te steunen.
De ontwerpcode voor alarmen en indicatoren 2025 en de bijbehorende ontwerpresolutie van de algemene vergadering, werden door MSC 110 goedgekeurd met het oog op de aanneming ervan tijdens A 34, overeenkomstig het verslag van MSC aan A 34 (IMO-document A 34/12 van 1 september 2025).
Het standpunt van de Unie moet er dan ook uit bestaan dat de code voor alarmen en indicatoren 2025 en de bijbehorende ontwerpresolutie van de algemene vergadering moeten worden gesteund aangezien deze herziening waarborgt dat wordt voldaan aan de eisen van de IMO-instrumenten die sinds de aanneming van de code zijn aangenomen en/of gewijzigd, en dat tegenstrijdigheden, dubbelzinnigheden en overbodige bepalingen worden geschrapt.
3.2.Goedkeuring van de procedures voor havenstaatcontrole 2025 en de bijbehorende ontwerpresolutie van de algemene vergadering
De procedures voor havenstaatcontrole zijn bedoeld als basisleidraad voor de uitvoering van inspecties in het kader van de havenstaatcontrole, ter ondersteuning van de controlebepalingen van de relevante verdragen en delen van de code voor de uitvoering van IMO-instrumenten (III-code), en moeten zorgen voor een consistente uitvoering van deze inspecties, voor de herkenning van tekortkomingen van een schip, de uitrusting of de bemanning ervan, en voor de toepassing van controleprocedures.
De subcommissie Uitvoering van IMO-instrumenten (III) heeft tijdens haar 10e zitting (III 10) ingestemd met de ontwerpwijzigingen van de procedures voor havenstaatcontrole 2023, die tijdens de 11e zitting (III 11) moeten worden afgerond met het oog op de aanneming ervan tijdens A 34. III 10 heeft ook de Correspondentiegroep inzake maatregelen ter harmonisatie van wereldwijde activiteiten en procedures op het gebied van havenstaatcontrole (PSC) opgericht, onder coördinatie van de Europese Commissie, om te blijven werken aan de wijziging van de procedures voor havenstaatcontrole 2023. Het standpunt van de Unie tijdens III 10 bestond erin steun te verlenen aan het verslag van de Correspondentiegroep inzake maatregelen ter harmonisatie van wereldwijde activiteiten en procedures op het gebied van havenstaatcontrole (PSC) en steun te verlenen voor de oprichting van de Werkgroep PSC-aangelegenheden om na te gaan welke werkzaamheden nog moeten worden uitgevoerd naar aanleiding van dit verslag.
III 11 heeft zich onder meer gebogen over het verslag van de correspondentiegroep en heeft de Werkgroep maatregelen ter harmonisatie van wereldwijde activiteiten en procedures op het gebied van havenstaatcontrole opgericht met het oog op verdere bespreking van het verslag, met als doel prioriteit te geven aan de definitieve opstelling van de voorgestelde ontwerpwijzigingen van de procedures voor havenstaatcontrole 2023, teneinde deze, in geconsolideerde vorm, ter aanneming voor te leggen aan A 34. Het standpunt van de Unie tijdens III 11 bestond erin het verslag van de Correspondentiegroep voor maatregelen om de wereldwijde activiteiten en procedures van havenstaatcontrole (PSC) te harmoniseren, in het algemeen te steunen.
III 11 stemde in met de ontwerpresolutie van de algemene vergadering over de procedures voor havenstaatcontrole 2025, die door A 34 moet worden aangenomen.
MSC 109 en MEPC 83 hadden III 11 gemachtigd om rechtstreeks aan A 34 verslag uit te brengen over de resultaten van haar werkzaamheden met betrekking tot aangelegenheden die de aanneming van de ontwerpresolutie van de algemene vergadering over de procedures voor havenstaatcontrole 2025 zouden vereisen.
De ontwerpresolutie van de algemene vergadering over de procedures voor havenstaatcontrole 2025 is ter aanneming voorgelegd aan A 34, overeenkomstig het verslag van MSC aan A 34 (IMO-document A 34/12 van 1 september 2025).
Het standpunt van de Unie moet er derhalve in bestaan de aanneming van de procedures voor havenstaatcontrole 2025 en de bijbehorende ontwerpresolutie van de algemene vergadering te steunen, aangezien deze de maritieme veiligheid en beveiliging en de preventie van verontreiniging van de zee zullen verbeteren, en de actualisering zal rekening houden met de wijzigingen van de IMO-instrumenten die sinds 2023 in werking zijn getreden of van kracht zijn geworden.
3.3.Wijzigingen van de richtsnoeren voor onderzoek in het kader van het geharmoniseerd systeem van onderzoek en certificatie (HSSC-richtsnoeren voor onderzoek) 2025
Het geharmoniseerd systeem van onderzoek en certificatie (HSSC-richtsnoeren voor onderzoek) is een uniform systeem voor scheepsinspecties en -certificering in het kader van het IMO-verdrag. De HSSC-richtsnoeren voor onderzoek zijn verplichte eisen waaraan erkende organisaties moeten voldoen bij het uitvoeren van wettelijk voorgeschreven onderzoeken en inspecties.
De subcommissie toepassing van de instrumenten door de vlaggenstaat, de voorloper van III, stemde in met een continue herziening van de HSSC-richtsnoeren voor onderzoek. De richtsnoeren voor onderzoek worden daarom tijdens elke zitting van de algemene vergadering van de IMO bijgewerkt.
III 9 had een Correspondentiegroep voor de richtsnoeren voor onderzoek in het kader van het HSSC opgericht en de niet-limitatieve lijst van verplichtingen en de richtsnoeren voor onderzoeken, controles en verificaties op afstand aangenomen om verdere wijzigingen van de HSSC-richtsnoeren te overwegen.
III 10 stemde ermee in dat de ontwerpwijzigingen van de richtsnoeren voor onderzoek verder moeten worden uitgewerkt om daarin de vereisten op te nemen die voortkomen uit wijzigingen van de relevante IMO-instrumenten die tot en met 31 december 2025 in werking treden, rekening houdende met de resultaten van MSC 108, MEPC 81 en toekomstige zittingen van MSC en MEPC, al naargelang het geval, met het oog op de indiening van ontwerpwijzigingen ter afronding tijdens III 11, voordat die eventueel rechtstreeks, in geconsolideerde vorm, ter aanneming worden voorgelegd aan A 34, onder voorbehoud van goedkeuring door de commissies. Het standpunt van de Unie tijdens III 10 was dat de ontwerpwijzigingen van de HSSC-richtsnoeren 2023, die voortvloeien uit de wijzigingen van verplichte instrumenten die tot en met 31 december 2025 in werking zullen treden, in overweging moeten worden genomen door de Werkgroep richtsnoeren voor onderzoek in het kader van het HSSC.
III 10 had de bovengenoemde correspondentiegroep opnieuw opgericht om de wijzigingen van de richtsnoeren voor onderzoek verder uit te werken, om tegen III 11 over een geconsolideerde versie te beschikken.
III 11 heeft zich onder meer gebogen over het verslag van de correspondentiegroep en heeft de Werkgroep richtsnoeren voor onderzoek in het kader van het HSSC opgericht en de niet-limitatieve lijst van verplichtingen en de richtsnoeren voor onderzoeken, controles en verificaties op afstand aangenomen om de voorgestelde ontwerpwijzigingen van de richtsnoeren voor onderzoek in het kader van het HSSC 2023 tijdens die zitting af te ronden, zodat ze, in geconsolideerde vorm, ter aanneming kunnen worden voorgelegd aan A 34. Het standpunt van de Unie in III 11 bestond erin de doorverwijzing van de voorgestelde wijzigingen naar de werkgroep voor evaluatie en afronding tijdens de zitting te steunen.
III 11 stemde in met de ontwerpwijzigingen van de HSSC-richtsnoeren voor onderzoek, die door A 34 moeten worden aangenomen.
MSC 109 en MEPC 83 hadden III 11 gemachtigd om rechtstreeks aan A 34 verslag uit te brengen over de resultaten van haar werkzaamheden met betrekking tot aangelegenheden die de aanneming van de ontwerpresolutie van de algemene vergadering inzake de HSSC-richtsnoeren voor onderzoek zouden vereisen.
De ontwerpresolutie van de algemene vergadering inzake de HSSC-richtsnoeren voor onderzoek is ter aanneming voorgelegd aan A 34, overeenkomstig het verslag van MSC aan A 34 (IMO-document A 34/12 van 1 september 2025).
Het standpunt van de Unie moet derhalve erin bestaan de aanneming van de wijzigingen van de HSSC-richtsnoeren voor onderzoek te steunen, omdat bij de actualisering rekening zal worden gehouden met de wijzigingen van de IMO-instrumenten die sinds 2023 in werking zijn getreden of van kracht zijn geworden.
3.4.Wijzigingen van de niet-limitatieve lijst van verplichtingen uit hoofde van instrumenten die relevant zijn voor de code voor de toepassing van IMO-instrumenten (III-code)
Als leidraad voor de uitvoering en handhaving van IMO-instrumenten, met name wat betreft de identificatie van controleerbare gebieden die van belang zijn voor het auditprogramma van de IMO-lidstaten, heeft de IMO een niet-limitatieve lijst opgesteld van verplichtingen uit hoofde van instrumenten die relevant zijn voor de code voor de uitvoering van IMO-instrumenten (III-code). Die lijst werd voor het laatst herzien in 2023 als bijlage bij resolutie A.1187(33), die werd aangenomen tijdens A 33. Sindsdien hebben zowel de MSC als de MEPC aanvullende wettelijke bepalingen aangenomen.
III.9 had de correspondentiegroep voor de richtsnoeren voor onderzoek in het kader van het HSSC opgericht en de niet-limitatieve lijst van verplichtingen en de richtsnoeren voor onderzoeken, controles en verificaties op afstand vastgesteld, om onder meer verder te gaan met het opstellen van de ontwerpwijzigingen van de niet-limitatieve lijst van verplichtingen die voortvloeien uit die wijzigingen van de relevante IMO-instrumenten die tot en met 1 juli 2026 in werking zullen treden, teneinde de ontwerpwijzigingen van de niet-limitatieve lijst, in geconsolideerde vorm, ter aanneming voor te leggen aan A 34.
Wegens tijdsgebrek kon III 10 de actualisering van de niet-limitatieve lijst niet voltooien. Daarom heeft III 10 ermee ingestemd de werkzaamheden in de bovengenoemde correspondentiegroep voort te zetten, teneinde de actualisering van de niet-limitatieve lijst te voltooien. Het standpunt van de Unie tijdens III 10 bestond erin het verslag van de correspondentiegroep, dat als basis dient voor de actualisering van de niet-limitatieve lijst van verplichtingen uit hoofde van instrumenten die relevant zijn voor de III-code van 2023, te steunen.
III 11 heeft zich onder meer gebogen over het verslag van de correspondentiegroep en heeft het document doorverwezen naar de Werkgroep richtsnoeren voor onderzoek in het kader van het HSSC, de niet-limitatieve lijst van verplichtingen en de richtsnoeren voor onderzoeken, controles en verificaties op afstand om de voorgestelde ontwerpwijzigingen van de niet-limitatieve lijst af te ronden. Het standpunt van de Unie in III 11 bestond erin de doorverwijzing van de voorgestelde wijzigingen naar de werkgroep voor evaluatie en afronding tijdens de zitting te steunen.
III 11 stemde in met de ontwerpwijzigingen van de niet-limitatieve lijst, die door A 34 moeten worden aangenomen.
MSC 109 en MEPC 83 hadden III 11 gemachtigd om rechtstreeks aan A 34 verslag uit te brengen over de resultaten van haar werkzaamheden met betrekking tot aangelegenheden die de vaststelling van de ontwerpresolutie inzake de niet-limitatieve lijst van verplichtingen uit hoofde van instrumenten die relevant zijn voor de III-code zouden vereisen.
De ontwerpresolutie van de algemene vergadering inzake de niet-limitatieve lijst van verplichtingen uit hoofde van instrumenten die relevant zijn voor de III-code is ter aanneming voorgelegd aan A 34, overeenkomstig het verslag van MSC aan A 34 (IMO-document A 34/12 van 1 september 2025).
Het standpunt van de Unie moet derhalve erin bestaan wijzigingen van de niet-limitatieve lijst van verplichtingen uit hoofde van instrumenten die relevant zijn voor de III-code te steunen omdat bij de actualisering rekening zal worden gehouden met voor de III-code relevante wijzigingen van de IMO-instrumenten die sinds 2023 in werking zijn getreden of van kracht zijn geworden.
3.5.Het kader en de procedures voor het auditprogramma van de IMO-lidstaten (IMSAS)
In het kader en de procedures voor het auditprogramma van de IMO-lidstaten wordt beoordeeld in hoeverre de lidstaten hun verplichtingen en verantwoordelijkheden uit hoofde van de IMO-instrumenten volledig nakomen; het kader heeft tot doel de consistente en doeltreffende uitvoering van die instrumenten te bevorderen. De IMO-raad heeft tijdens zijn 134ste zitting (C 134) nota genomen van de informatie over de voortgang bij de uitvoering van het auditprogramma van de IMO-lidstaten (IMSAS) en van het verslag van de negende vergadering van de Gezamenlijke werkgroep voor het auditprogramma van de lidstaten (JWGMSA 9). C 134 heeft dit verslag goedgekeurd en heeft de ontwerpresolutie van de algemene vergadering over het herziene kader en de procedures voor het auditprogramma van de IMO-lidstaten en de bijlage daarbij goedgekeurd, met het oog op voorlegging ter aanneming tijdens de 34ste algemene vergadering.
Het standpunt van de Unie moet inhouden dat de herziening van het kader en de procedures voor het auditprogramma van de lidstaten van de IMO wordt gesteund, omdat het de lidstaten beter in staat stelt te voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van de verplichte IMO-instrumenten waarbij zij partij zijn, en omdat grotere transparantie, verantwoordingsplicht en samenwerking tussen de lidstaten wordt bevorderd.
4.EU-wetgeving en EU-bevoegdheid
4.1.EU-wetgeving
4.1.1.Vaststelling van de ontwerpcode voor alarmen en indicatoren 2025 en de bijbehorende ontwerpresolutie van de algemene vergadering, tot intrekking van de bestaande resolutie A.1021(26) over de code voor alarmen en indicatoren 2009
De Code voor alarmen en indicatoren 2009 (Resolutie A.1021(26)) heeft tot doel algemene richtsnoeren voor het ontwerp te verschaffen en de uniformiteit van type, locatie en prioriteit voor bij het SOLAS-verdrag vereiste alarmen en indicatoren te bevorderen. Op grond van artikel 6, lid 2, punt a), i), van Richtlijn 2009/45/EG inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen is het SOLAS, als gewijzigd, van toepassing op passagiersschepen van klasse A. Daarom zullen de wijzigingen van de code gevolgen hebben voor de regels van Richtlijn 2009/45/EG.
4.1.2.Goedkeuring van de procedures voor havenstaatcontrole 2025 en de bijbehorende ontwerpresolutie van de algemene vergadering
Richtlijn 2009/16/EG betreffende havenstaatcontrole (PSC), zoals gewijzigd, heeft betrekking op de handhaving van internationale normen op het gebied van de veiligheid van schepen, voorkoming van verontreiniging en leef- en werkomstandigheden aan boord van schepen die EU-havens aandoen en varen in de wateren onder de jurisdictie van de lidstaten. Het doel van de PSC-richtlijn is ervoor te zorgen dat er in de wateren die onder de jurisdictie van de EU-lidstaten vallen minder schepen varen die niet aan de normen voldoen, op basis van de richtsnoeren die bij het memorandum van overeenstemming van Parijs zijn goedgekeurd.
Daarom moet de ontwikkeling van IMO-procedures voor havenstaatcontrole samenhangend zijn met de procedures die zijn goedgekeurd in het kader van het memorandum van overeenstemming van Parijs, zodat deze van invloed kunnen zijn op die procedures, en derhalve gevolgen kunnen hebben voor de regels en de uitvoering van Richtlijn 2009/16/EG.
4.1.3.Wijzigingen van de richtsnoeren voor onderzoek in het kader van het geharmoniseerd systeem van onderzoek en certificatie (HSSC) 2025
In Verordening (EG) nr. 391/2009 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties wordt een systeem voor vergunning (erkenning) gecreëerd dat onderworpen is aan een aantal criteria en verplichtingen om te waarborgen dat een erkende organisatie dezelfde normen toepast op alle schepen in haar register, ongeacht de vlag waaronder ze varen.
Bijlage I, punt B, 7, k), van die verordening luidt als volgt:
“7. De organisatie moet garanderen dat:
k) de volgens het geharmoniseerd systeem van onderzoek en certificatie vereiste wettelijk voorgeschreven onderzoeken en inspecties waartoe de erkende organisatie gemachtigd is, worden verricht volgens de bepalingen van de bijlage en het aanhangsel bij Resolutie A.948(23) van de IMO betreffende richtlijnen voor onderzoek in het kader van het geharmoniseerd systeem van onderzoek en certificatie;” (Dit moet worden geacht te verwijzen naar de actuele versie van de richtsnoeren voor onderzoek in het kader van het HSSC.)
De herziening van de richtsnoeren voor onderzoek in het kader van het geharmoniseerd systeem van onderzoek en certificatie 2021 is dan ook van invloed op de vereisten die van toepassing zijn op grond van Verordening (EG) nr. 391/2009.
4.1.4.Wijzigingen van de niet-limitatieve lijst van verplichtingen uit hoofde van instrumenten die relevant zijn voor de code voor de toepassing van IMO-instrumenten (III-code)
Richtlijn 2009/21/EG betreffende de naleving van vlaggenstaatverplichtingen heeft tot doel te waarborgen dat de EU-lidstaten hun verplichtingen als vlaggenstaat nakomen en voldoen aan de vereisten voor een vlaggenstaat uit hoofde van de internationale verdragen waarbij zij partij zijn. De richtlijn bevat twee mechanismen om toezicht te houden op de prestaties van de vlaggenstaat: een door de IMO geleide auditprocedure (artikel 7) en een intern kwaliteitsbeheersysteem (artikel 8).
Bovendien is de III-code verplicht voor EU-lidstaten overeenkomstig de definitie van “internationale verdragen” in Verordening (EG) nr. 391/2009, zoals gewijzigd.
De wijzigingen van de niet-limitatieve lijst van verplichtingen uit hoofde van instrumenten die relevant zijn voor de III-code heeft derhalve een invloed op de vereisten die van toepassing zijn uit hoofde van Richtlijn 2009/21/EG en Verordening (EG) nr. 391/2009.
4.1.5.Wijzigingen van het kader en de procedures voor het auditprogramma van de IMO-lidstaten (IMSAS)
Richtlijn 2009/21/EG betreffende de naleving van vlaggenstaatverplichtingen heeft tot doel te waarborgen dat de EU-lidstaten hun verplichtingen als vlaggenstaat nakomen en voldoen aan de vereisten voor een vlaggenstaat uit hoofde van de internationale verdragen waarbij zij partij zijn. In artikel 7 van de richtlijn is bepaald dat de lidstaten de nodige maatregelen voor een IMO-audit van hun instantie nemen overeenkomstig de door de IMO bepaalde cyclus. De wijzigingen van het kader en de procedures voor het auditprogramma van de IMO-lidstaten hebben derhalve gevolgen voor de eisen die krachtens Richtlijn 2009/21/EG van toepassing zijn.
5.Rechtsgrondslag
5.1.Procedurele rechtsgrondslag
5.1.1.Beginselen
Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten “tot bepaling van de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.
Artikel 218, lid 9, VWEU is van toepassing ongeacht of de Unie lid is van het lichaam dan wel partij is bij de overeenkomst.
Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt”.
5.1.2.Toepassing op het onderhavige geval
De algemene vergadering van de IMO is een lichaam dat is opgericht krachtens een overeenkomst, namelijk het Verdrag inzake de Internationale Maritieme Organisatie.
De door de 34ste algemene vergadering aan te nemen handelingen zijn handelingen met rechtsgevolgen, aangezien zij een beslissende invloed kunnen hebben op de inhoud van de EU-wetgeving, namelijk:
–Richtlijn 2009/45/EG inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen. De reden hiervoor is dat krachtens artikel 6, lid 2, punt a), i), van de richtlijn het SOLAS van toepassing is op passagiersschepen voor binnenlandse reizen, en de Code voor alarmen en indicatoren 2009 is bedoeld om algemene ontwerprichtsnoeren te verstrekken en de uniformiteit te bevorderen van type, locatie en prioriteit voor alarmen en indicatoren zoals vereist door het SOLAS-Verdrag.
–Richtlijn 2009/16/EG betreffende havenstaatcontrole (PSC). De reden hiervoor is dat de PSC-richtlijn tot doel heeft ervoor te zorgen dat er in de wateren die onder de jurisdictie van de EU-lidstaten vallen minder schepen varen die niet aan de normen voldoen, op basis van de richtsnoeren die bij het memorandum van overeenstemming van Parijs zijn goedgekeurd, en de door de IMO opgestelde procedures voor havenstaatcontroles moeten samenhangend zijn met de procedures die bij het memorandum van overeenstemming van Parijs zijn goedgekeurd.
–Verordening (EG) nr. 391/2009 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties. De reden hiervoor is dat een erkende organisatie moet garanderen dat de wettelijk voorgeschreven onderzoeken en inspecties worden verricht volgens de richtsnoeren voor onderzoek in het kader van het door de IMO vastgestelde geharmoniseerde systeem van onderzoek en certificatie. Bovendien is de III-code verplicht voor EU-lidstaten overeenkomstig de definitie van “internationale verdragen”.
–Richtlijn 2009/21/EG betreffende de naleving van vlaggenstaatverplichtingen. De reden hiervoor is dat de niet-limitatieve lijst een ondersteunend instrument is voor de uitvoering van het auditprogramma van de IMO-lidstaten (IMSAS), dat in bovengenoemde richtlijn is opgenomen.
De beoogde handelingen strekken niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.
De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.
5.2.Materiële rechtsgrondslag
5.2.1.Beginselen
De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt wordt ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.
5.2.2.Toepassing op het onderhavige geval
De hoofddoelstelling en de inhoud van de beoogde handeling hebben betrekking op zeevervoer. De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 100, lid 2, VWEU.
5.3.Conclusie
De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 100, lid 2, VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.
2025/0341 (NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen tijdens de 34ste zitting van de algemene vergadering van de Internationale Maritieme Organisatie
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 100, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Het Verdrag van de Internationale Maritieme Organisatie (IMO) is in werking getreden op 17 maart 1958.
(2)De IMO is een gespecialiseerd agentschap van de Verenigde Naties, dat verantwoordelijk is voor de veiligheid en betrouwbaarheid van de scheepvaart en de preventie van verontreiniging van de zee en de lucht door schepen. Alle lidstaten van de Unie zijn lid van de IMO. De Unie is geen lid van de IMO.
(3)Krachtens artikel 15, punt j), van het verdrag kan de algemene vergadering regels en richtsnoeren voor leden vaststellen inzake maritieme veiligheid, de preventie en controle van mariene verontreiniging door schepen en andere thema’s met betrekking tot het effect van de scheepvaart op het mariene milieu, die krachtens of volgens internationale instrumenten aan de Organisatie zijn toegewezen, of wijzigingen van dergelijke regels en richtsnoeren.
(4)De algemene vergadering van de IMO zal tijdens haar 34ste zitting van 24 november tot en met 3 december 2025 wijzigingen aannemen van de Code voor alarmen en indicatoren, de procedures voor havenstaatcontrole, de richtsnoeren voor onderzoek in het kader van het geharmoniseerd systeem van onderzoek en certificatie (HSSC), de niet-limitatieve lijst van verplichtingen uit hoofde van instrumenten die relevant zijn voor de code voor de uitvoering van IMO-instrumenten (III-code) en het kader en de procedures voor het auditprogramma van de lidstaten van de IMO (IMSAS).
(5)Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de 34ste zitting van de algemene vergadering van de IMO, aangezien de bovengenoemde wijzigingen een beslissende invloed kunnen hebben op de inhoud van het Unierecht, namelijk Richtlijn 2009/45/EG inzake veiligheidsvoorschriften en -normen voor passagiersschepen, Richtlijn 2009/16/EG inzake havenstaatcontrole, Verordening (EG) nr. 391/2009 inzake gemeenschappelijke voorschriften en normen voor met de inspectie en controle van schepen belaste organisaties en Richtlijn 2009/21/EG betreffende de naleving van vlaggenstaatverplichtingen.
(6)De Unie moet de ontwerpcode voor alarmen en indicatoren 2025 en de bijbehorende ontwerpresolutie van de algemene vergadering steunen, aangezien deze herziening ervoor zal zorgen dat de voorschriften van de IMO-instrumenten die sinds de aanneming van de code zijn aangenomen en/of gewijzigd, worden nageleefd en aldus tegenstrijdigheden, dubbelzinnigheden en overbodige bepalingen worden weggenomen.
(7)De Unie moet de aanneming van de procedures voor havenstaatcontrole 2025 en de bijbehorende ontwerpresolutie van de algemene vergadering steunen, aangezien deze de maritieme veiligheid en beveiliging en de preventie van verontreiniging van de zee zullen verbeteren, en aangezien de actualisering rekening zal houden met de wijzigingen van de IMO-instrumenten die sinds 2023 in werking zijn getreden of van kracht zijn geworden.
(8)Het standpunt van de Unie moet erin bestaan de aanneming van de wijzigingen van de HSSC-richtsnoeren voor onderzoek te steunen, omdat bij de actualisering rekening zal worden gehouden met de wijzigingen van de IMO-instrumenten die sinds 2023 in werking zijn getreden of van kracht zijn geworden.
(9)Het standpunt van de Unie moet derhalve erin bestaan wijzigingen van de niet-limitatieve lijst van verplichtingen uit hoofde van instrumenten die relevant zijn voor de III-code te steunen omdat bij de actualisering rekening zal worden gehouden met voor de III-code relevante wijzigingen van de IMO-instrumenten die sinds 2023 in werking zijn getreden of van kracht zijn geworden.
(10)De Unie moet het kader en de procedures voor het auditprogramma van de lidstaten van de IMO (IMSAS) steunen omdat het de lidstaten beter in staat zal stellen te voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van de verplichte IMO-instrumenten waarbij zij partij zijn, en om meer transparantie, verantwoordingsplicht en samenwerking tussen de lidstaten te bevorderen.
(11)Het standpunt van de Unie moet worden uitgedrukt door de Commissie en door de gezamenlijk in het belang van de Unie optredende lidstaten van de Unie die lid zijn van de IMO.
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen tijdens de 34ste zitting van de Vergadering van de Internationale Maritieme Organisatie houdt in dat wordt ingestemd met de aanneming van wijzigingen van de code voor alarmen en indicatoren, van de procedures voor havenstaatcontrole, van de richtsnoeren voor onderzoek in het kader van het geharmoniseerd systeem van onderzoek en certificatie (HSSC), van de niet-limitatieve lijst van verplichtingen uit hoofde van instrumenten die relevant zijn voor de code voor de uitvoering van IMO-instrumenten (III-code) en van het kader en de procedures voor het auditsysteem van de IMO-lidstaten (IMSAS).
Artikel 2
Het in artikel 1 bedoelde standpunt wordt tot uitdrukking gebracht door de Commissie en door de lidstaten van de Unie die lid zijn van de algemene vergadering van de IMO, die gezamenlijk optreden in het belang van de Unie.
Artikel 3
Dit besluit is gericht tot de Commissie en de lidstaten.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter