Brussel, 2.10.2025

COM(2025) 593 final

2025/0312(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 472/2013 betreffende de versterking van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten in de eurozone die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Bij Verordening (EU) nr. 472/2013, die is vastgesteld op 21 mei 2013, wordt een alomvattend beleidskader vastgesteld voor het aanpakken van situaties waarin lidstaten in de eurozone a) ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden met betrekking tot hun financiële stabiliteit, met mogelijke overloopeffecten op andere lidstaten in de eurozone, of b) financiële bijstand aanvragen of ontvangen. Meer bepaald heeft Verordening (EU) nr. 472/2013 voornamelijk betrekking op drie regelingen. Ten eerste verleent die verordening de Commissie de bevoegdheid om een lidstaat van de eurozone onder verscherpt toezicht te stellen in geval van bedreigingen voor de financiële stabiliteit van een lidstaat die waarschijnlijk ongunstige overloopeffecten zullen hebben op andere lidstaten van de eurozone, of wanneer een lidstaat van de eurozone anticiperende financiële bijstand ontvangt. In het kader van dit toezicht wordt de begrotingssituatie van de betrokken lidstaat nauwlettender gemonitord en moeten maatregelen worden genomen om de bron van moeilijkheden aan te pakken, waarbij rekening wordt gehouden met aanbevelingen die voortvloeien uit het kader voor economische governance van de Unie. Tot slot kan van de betrokken lidstaat op verzoek van de Commissie ook worden verlangd aanvullende informatie over zijn financiële sector te verstrekken. Ten tweede bevat Verordening (EU) nr. 472/2013 ook het rechtskader voor macro-economische aanpassingsprogramma’s in verband met financiële bijstand van het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) of de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF), om ervoor te zorgen dat deze programma’s naar behoren worden afgestemd op en gesynchroniseerd met het kader voor economische governance van de Unie. Verordening (EU) nr. 472/2013 stelt de betrokken lidstaat vrij van de verplichting een stabiliteitsprogramma in te dienen, dat in plaats daarvan in het macro-economische aanpassingsprogramma is geïntegreerd. Bovendien is de betrokken lidstaat vrijgesteld van het indienen van verslagen wanneer die onderworpen is aan een buitensporigtekortprocedure, en van de monitoring en beoordeling in het kader van het Europees Semester, om overlappingen en dubbele verslaglegging te voorkomen. Ten derde worden bij Verordening (EU) nr. 472/2013 de regels vastgesteld voor het post-programmatoezicht, die van toepassing zijn zodra een macro-economisch aanpassingsprogramma afloopt en totdat 75 % van de ontvangen bijstand is terugbetaald.

Sinds de vaststelling van Verordening (EU) nr. 472/2013 in 2013 is het regelgevingslandschap ingrijpend veranderd. Met name het kader voor economische governance van de Unie is in 2024 hervormd met de vaststelling van de Verordeningen (EU) 2024/1263 en (EU) 2024/1264 en Richtlijn (EU) 2024/1265. Met de hervorming zijn nieuwe concepten ingevoerd en wijzigingen in de structuur van het kader voor economische governance van de Unie aangebracht. Met name de bij Verordening (EU) 2024/1263 ingevoerde nationale budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn vormen de hoeksteen van de hervorming van 2024. Zij kwamen in de plaats van de stabiliteits- en convergentieprogramma’s en de nationale hervormingsprogramma’s, waardoor de budgettaire, hervormings- en investeringsverbintenissen van elke lidstaat binnen een gemeenschappelijk kader werden samengebracht. Gezien de urgentie op dat moment voor de medewetgevers om overeenstemming te bereiken over een hervorming van het EU-kader voor economische governance, heeft de Commissie geen wijzigingen van andere wetgevingsteksten die deel uitmaken van het kader voor economische governance van de Unie, voorgesteld.

Sinds 2013 is ook sprake geweest van andere relevante wijzigingen in de toepassing van Verordening (EU) nr. 472/2013. Met name de oprichting van het gemeenschappelijk toezichtsmechanisme (GTM) heeft tot een nieuwe verdeling van de verantwoordelijkheden voor het toezicht op kredietinstellingen geleid. Bovendien mag de Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (EFSF), die in juni 2010 door de lidstaten van de eurozone als tijdelijk crisismechanisme werd opgericht, vanaf 1 juli 2013 niet langer nieuwe financieringsprogramma’s aangaan.

Daarom moet worden gezorgd voor samenhang tussen Verordening (EU) nr. 472/2013 en het hervormde EU-kader voor economische governance, en moet rekening worden gehouden met de institutionele ontwikkelingen die zich sinds 2013 hebben voorgedaan.

Bovendien heeft de Commissie sinds de vaststelling van Verordening (EU) nr. 472/2013 in 2013 waardevolle inzichten en ervaring opgedaan met betrekking tot de activering van verscherpt toezicht wanneer een lidstaat van de eurozone anticiperende financiële bijstand ontvangt en van post-programmatoezicht wanneer een lidstaat een macro-economisch aanpassingsprogramma verlaat. Uit ervaring is met name gebleken dat de huidige opzet van verscherpt toezicht een afschrikkend effect kan hebben op lidstaten die om anticiperende financiële bijstand verzoeken en kan leiden tot de toepassing van aanvullend toezicht wanneer dit niet gerechtvaardigd is. Wat het post-programmatoezicht betreft, heeft de Europese Rekenkamer in speciaal verslag 18/2021 1 ook gewezen op bepaalde tekortkomingen in de effectiviteit van post-programmatoezicht, waaronder een gebrek aan duidelijke focus en doelstellingen, alsook overlappingen met andere economische toezichtprocessen, zoals het Europees Semester. De wijzigingen van Verordening (EU) nr. 472/2013, die nodig zijn om rekening te houden met de hervormingen van het kader voor economische governance van de Unie en recente institutionele ontwikkelingen, vormen ook een gelegenheid om verscherpt toezicht en post-programmatoezicht te verbeteren en te verfijnen door de geleerde lessen in aanmerking te nemen en gerichte verbeteringen aan te brengen om de blijvende doeltreffendheid ervan te waarborgen. Op die manier zullen met de voorgestelde wijzigingen verschillende vereenvoudigingen van Verordening (EU) nr. 472/2013 worden ingevoerd, waardoor het bredere EU-kader voor economische governance wordt vereenvoudigd, de administratieve lasten voor de lidstaten worden verminderd en aan de vereenvoudigingsagenda van de Commissie wordt bijgedragen.

Gezien het bovenstaande is het doel van dit voorstel in de eerste plaats te zorgen voor samenhang tussen Verordening (EU) nr. 472/2013 en het hervormde kader voor economische governance van de Unie. Ten tweede beoogt het voorstel de institutionele ontwikkelingen sinds 2013 weer te geven, onder meer met betrekking tot de oprichting van het GTM en het feit dat de EFSF niet langer nieuwe financieringsprogramma’s kan aangaan. Ten derde beoogt het voorstel, in het licht van de ervaring die is opgedaan met de toepassing van Verordening (EU) nr. 472/2013, ook de toepassing van verscherpt toezicht te verduidelijken wanneer een lidstaat die de euro als munt heeft, anticiperende financiële bijstand ontvangt, waarbij de toepassing ervan uitdrukkelijk wordt gekoppeld aan anticiperende steun die nieuwe beleidsmaatregelen vereist. Evenzo beoogt het voorstel de doelstelling en de reikwijdte van post-programmatoezicht te verduidelijken, teneinde de samenhang ervan met het hervormde kader voor economische governance van de Unie te vergroten en een gerichte stroomlijning te bewerkstelligen, om dubbele rapportagevereisten te vermijden.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

De voorgestelde wijzigingen van Verordening (EU) nr. 472/2013 zijn verenigbaar met de bestaande beleidsbepalingen op dit beleidsterrein, gezien de aanzienlijke veranderingen die zich sinds de vaststelling ervan in 2013 in het normatieve landschap hebben voorgedaan. Het EU-kader voor economische governance, dat op 30 april 2024 in werking is getreden, naar aanleiding van de wijzigingen van Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad en de vaststelling van Verordening (EU) 2024/1263, bevat belangrijke wijzigingen in de uitvoering van het stabiliteits- en groeipact, en de voorgestelde wijzigingen van Verordening (EU) nr. 472/2013 waarborgen de samenhang met deze wijzigingen. De voorgestelde wijzigingen houden met name rekening met de invoering van het budgettair-structurele plan voor de middellange termijn en de interactie met de procedure voor verscherpt toezicht, zoals uiteengezet in artikel 32 van Verordening (EU) 2024/1263. Voorts zijn de voorgestelde wijzigingen in overeenstemming met de oprichting van het GTM uit hoofde van Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het voorstel tot wijziging van de verordening zal bijdragen aan de vereenvoudigingsagenda van de Commissie, die erop gericht is het concurrentievermogen te versterken en economische, sociale en milieudoelstellingen te waarborgen door de regeldruk te verminderen en de EU-wetgeving te vereenvoudigen, waardoor de uitvoering ervan gemakkelijker wordt.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag voor het voorstel is artikel 136 in samenhang met artikel 121, lid 6, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). In artikel 136 wordt bepaald dat om bij te dragen aan de goede werking van de economische en monetaire unie, en overeenkomstig de desbetreffende bepalingen van de Verdragen, de Raad, overeenkomstig de procedure van artikel 121 of van artikel 126, al naar het geval, maatregelen vaststelt voor de lidstaten die de euro als munt hebben: a) ter versterking van de coördinatie en de bewaking van hun begrotingsdiscipline; b) houdende bepaling van de richtsnoeren voor hun economisch beleid, met dien verstande dat deze verenigbaar moeten zijn met de richtsnoeren welke voor de gehele Unie zijn vastgesteld, en met het oog op de bewaking ervan. Artikel 121, lid 6, bepaalt dat het Europees Parlement en de Raad volgens de gewone wetgevingsprocedure bij verordeningen gedetailleerde regels kunnen vaststellen voor het multilaterale toezicht op de lidstaten.

Artikel 136 en artikel 121, lid 6, VWEU zijn gebruikt als rechtsgrondslag voor Verordening (EU) nr. 472/2013, die door het huidige voorstel zou worden gewijzigd.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

De economische en financiële stabiliteit van de eurozone heeft een Uniedimensie, aangezien de gevolgen van macro-economische onevenwichtigheden en financiële moeilijkheden in één bepaalde lidstaat kunnen doorwerken in de gehele eurozone. Gezien de onderlinge verwevenheid van de Europese economie zouden de lidstaten afzonderlijk niet in staat zijn de complexiteit en de overloopeffecten van economische instabiliteit adequaat aan te pakken. Bovendien kunnen de doelstellingen van de wijzigingen, namelijk het waarborgen van samenhang met het hervormde EU-kader voor economische governance en het stroomlijnen van dat kader, niet op het niveau van de lidstaten worden verwezenlijkt, aangezien daarvoor wijzigingen in de EU-wetgeving nodig zijn. Het voorstel is derhalve in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel dat is neergelegd in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU).

Evenredigheid

Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel dat is neergelegd in artikel 5 VEU, aangezien het tot doel heeft het bestaande kader voor verscherpt toezicht, macro-economische aanpassingsprogramma’s en post-programmatoezicht te actualiseren en te verfijnen, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de voorgestelde maatregelen beperkt blijven tot wat nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken. De in het voorstel geschetste beleidskeuzes, zoals de doelstellingen van post-programmatoezicht verduidelijken en verscherpt toezicht beter doen inspelen op risico’s, zijn bedoeld voor het aanpakken van specifieke tekortkomingen en beperkingen die in het huidige kader zijn vastgesteld. Deze wijzigingen zijn noodzakelijk voor het verwezenlijken van de doelstellingen om macro-economische onevenwichtigheden te voorkomen en te corrigeren, de financiële stabiliteit van de eurozone te waarborgen en economische convergentie te bevorderen. Het voorstel gaat niet verder dan wat nodig is om de samenhang van het EU-kader voor economische governance en de vereenvoudiging van dat kader te bereiken, aangezien het voortbouwt op bestaande structuren en processen, en voorziet in gerichte aanpassingen om specifieke uitdagingen aan te pakken, zoals het ontbreken van duidelijke doelstellingen voor post-programmatoezicht en de behoefte aan meer gedifferentieerde toezichtregelingen.

Keuze van het instrument

Artikel 121, lid 6, VWEU voorziet in de vaststelling van verordeningen. Derhalve is een verordening tot wijziging van Verordening (EU) nr. 472/2013 het passende rechtsinstrument.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

In februari 2020 2 en november 2022 3 werden evaluaties achteraf gepubliceerd van het EU-kader voor economische governance, die ook een beoordeling van Verordening (EU) nr. 472/2013 omvatten. De mededeling van de Commissie van februari 2020 ging vergezeld van een werkdocument van de diensten van de Commissie 4 .

In de mededeling van de Commissie van februari 2020 werd vastgesteld dat het kader voor het toezicht op lidstaten die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden met betrekking tot hun financiële stabiliteit, tot een aantal verbeteringen had geleid en over het algemeen goed heeft gefunctioneerd. Niettemin werd gewezen op het belang van het behoud van adequate nationale verantwoordelijkheid voor de programma’s, alsook op het feit dat er ook kwesties van transparantie en verantwoordingsplicht blijven bestaan. In het werkdocument van de diensten van de Commissie werd met name vastgesteld dat Verordening (EU) nr. 472/2013 het mogelijk maakte de financiële stabiliteit van de eurozone te behouden, met name door procedures in verband met macro-economische aanpassingsprogramma’s vast te stellen. Hierin werd ook vastgesteld dat Verordening (EU) nr. 472/2013 heeft bijgedragen tot een nauwere coördinatie van het economisch beleid en een aanhoudende convergentie van de lidstaten van de eurozone door te zorgen voor samenhang tussen de normale toezichtcyclus van het Europees Semester en het versterkt toezicht in het kader van die verordening. In haar mededeling van november 2022 heeft de Commissie voorgesteld wijzigingen aan te brengen in de toepassing van het post-programmatoezicht, door de reikwijdte van het toezicht toe te spitsen op i) de beoordeling van de terugbetalingscapaciteit in het licht van de economische, budgettaire en financiële situatie; ii) toezicht op de uitvoering van onvoltooide hervormingen die in het kader van het aanpassingsprogramma zijn aangevat; en iii) een beoordeling of corrigerende maatregelen nodig zijn bij bezorgdheid over de terugbetalingscapaciteit of het behoud van markttoegang. Er werd ook voorgesteld de intensiteit van het post-programmatoezicht te koppelen aan de heroriëntatie en de risicobeoordeling.

De Europese Rekenkamer stelde in haar speciaal verslag 18/2021 vast dat het post-programmatoezicht weliswaar een geschikt instrument was, maar dat de efficiëntie ervan werd belemmerd door onduidelijke doelstellingen en ontoereikende stroomlijning en focus bij de uitvoering. In dit verslag werd ook gewezen op de noodzaak van een duidelijkere focus en doelstellingen voor post-programmatoezicht, alsook op een vermindering van de administratieve lasten en overlappingen met andere processen voor economisch toezicht, zoals het Europees Semester.

Raadpleging van belanghebbenden

Na de vaststelling van Verordening (EU) nr. 472/2013 heeft de Europese Rekenkamer in 2021 speciaal verslag 18/2021 uitgebracht over het toezicht van de Commissie op lidstaten die een macro-economisch aanpassingsprogramma verlaten. In dit verslag werd aanbevolen de reikwijdte en de procedure van het post-programmatoezicht te stroomlijnen en te verbeteren om dubbele verslaglegging te voorkomen en de administratieve lasten voor de autoriteiten van de lidstaten te beperken.

Tussen de Commissie en de lidstaten hebben besprekingen plaatsgevonden in het Economisch en Financieel Comité (EFC) en de Eurogroepwerkgroep (EWG) over de hoofdelementen van de wijzigingen van Verordening (EU) nr. 472/2013, waarbij de lidstaten zich bereid verklaarden de door de Commissie voorgestelde vereenvoudigingsvoorstellen te bestuderen. Voorts vond een discussie plaats met de commissie ECON van het Europees Parlement, waarin de nadruk werd gelegd op de doelstellingen van het vereenvoudigingspakket, namelijk het verschaffen van juridische duidelijkheid en gerichte vereenvoudiging, en waarin de hoofdelementen van de wijzigingen van Verordening (EU) nr. 472/2013 werden geschetst, vergelijkbaar met de informatie die in de respectieve commissies aan de lidstaten is verstrekt.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

n.v.t.

Effectbeoordeling

Bij dit voorstel wordt geen nieuw instrument opgericht, maar wordt bestaande wetgeving gewijzigd om te zorgen voor samenhang van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten in de eurozone die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit, met andere elementen van het hervormde EU-kader voor economische governance. Het voorstel heeft ook tot doel bestaande procedures te vereenvoudigen en de rapportagevereisten voor de lidstaten te verminderen. De voorgestelde wijzigingen voorzien in gerichte wijzigingen van de bestaande Verordening (EU) nr. 472/2013. Zoals hierboven vermeld in het punt over de naleving van het subsidiariteitsbeginsel, zijn er geen andere opties om deze inconsistenties tussen deze verordening en andere elementen van het kader weg te werken. Daarom werd er geen formele effectbeoordeling uitgevoerd.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

n.v.t.

Grondrechten

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de grondrechten.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de EU.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De voorgestelde wijzigingen van Verordening (EU) nr. 472/2013 vereisen geen maatregelen om de uitvoering ervan te vergemakkelijken en vormen geen uitvoeringsproblemen voor de lidstaten.

Krachtens artikel 19 van Verordening (EU) nr. 472/2013 moet de Commissie om de vijf jaar een verslag over de toepassing van de verordening opstellen, waarin de volgende elementen worden geëvalueerd: 1) de doeltreffendheid van de verordening bij de bevordering van de doelstellingen ervan; 2) de vooruitgang die is geboekt bij het waarborgen van een nauwere coördinatie van het economische beleid en de aanhoudende convergentie van de economische prestaties van de lidstaten; 3) de bijdrage van de verordening aan de verwezenlijking van duurzame en inclusieve groei en sociale en economische veerkracht. Het verslag van de Commissie moet in voorkomend geval vergezeld gaan van een voorstel tot wijziging van de verordening.

Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

n.v.t.

Artikelsgewijze toelichting

Het voorstel brengt specifieke wijzigingen aan in Verordening (EU) nr. 472/2013. Zij bestaan uit het wegwerken van inconsistenties met de wetgevingsteksten die voortvloeiden uit de hervorming van het EU-kader voor economische governance in 2024 en institutionele ontwikkelingen die zich sinds 2013 hebben voorgedaan, alsook uit het vereenvoudigen en verduidelijken van elementen in overeenstemming met de vereenvoudigingsagenda van de Commissie, die erop gericht is de regeldruk te verminderen en de EU-wetgeving te vereenvoudigen om de uitvoering ervan te vergemakkelijken.

Inconsistenties in Verordening (EU) nr. 472/2013 hebben grotendeels betrekking op achterhaalde verwijzingen naar andere handelingen en kaders voor financiële bijstand die niet langer van toepassing zijn, onder meer als gevolg van de hervorming van het EU-kader voor economische governance in 2024, die wijzigingen van de artikelen 1, 2, 3, 5, 6, 7, 10 en 12 vereisen. Meer in het bijzonder: i) zijn een aantal kruisverwijzingen naar oude Verordening (EU) nr. 1466/97 en Verordening (EU) nr. 1467/97 achterhaald en wordt voorgesteld deze te actualiseren om rekening te houden met de hervorming van het EU-kader voor economische governance van 2024, die bestond uit de intrekking van Verordening (EU) nr. 1466/97 en de vervanging ervan door Verordening (EU) 2024/1263, en uit de wijziging van Verordening (EU) nr. 1467/97; ii) zijn verouderde verwijzingen naar stabiliteits- en nationale hervormingsprogramma’s van de lidstaten geschrapt, aangezien zij na de hervorming van 2024 in nationale budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn zijn samengevoegd; iii) zijn achterhaalde verwijzingen naar de vrijstelling van lidstaten die onderworpen zijn aan een macro-economisch aanpassingsprogramma uit hoofde van artikel 7 van Verordening (EU) nr. 472/2013 van de indiening van een stabiliteitsprogramma uit hoofde van artikel 3 van Verordening (EU) nr. 1466/97, vervangen door verwijzingen naar nationale budgettaire structurele plannen voor de middellange termijn, waarbij de in het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn uiteengezette verplichtingen in het ontwerp van het macro-economische aanpassingsprogramma moeten worden geïntegreerd; en iv) wordt artikel 12 betreffende de vrijstelling van monitoring en evaluatie van het Europees Semester voor economische beleidscoördinatie wanneer een lidstaat onderworpen is aan een macro-economisch aanpassingsprogramma, geschrapt omdat deze vrijstelling na de hervorming van het EU-kader voor economische governance achterhaald is geworden. Daarnaast zijn verwijzingen naar de EFSF geschrapt met betrekking tot toekomstige financiële bijstand die de lidstaten uit deze faciliteit ontvangen, aangezien deze niet langer actief is als kredietverlenende instelling voor nieuwe programma’s voor financiële bijstand.

De voorgestelde wijzigingen van Verordening (EU) nr. 472/2013 brengen de bepalingen ervan in overeenstemming met de nieuwe taakverdeling die is ingevoerd bij Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad, waarbij aan de ECB specifieke verantwoordelijkheden op het gebied van prudentieel toezicht zijn toegekend. Om de samenhang met dit nieuwe kader te waarborgen, wordt in de voorgestelde wijzigingen van artikel 3 naar deze nieuwe taakverdeling verwezen, met name wanneer een lidstaat onder verscherpt toezicht verplicht is stresstests of gevoeligheidsanalyses uit te voeren om de veerkracht van de financiële sector te beoordelen of regelmatig beoordelingen van zijn toezichtcapaciteiten ten aanzien van de financiële sector in te dienen.

Voorts zijn de voorgestelde wijzigingen van Verordening (EU) nr. 472/2013 bedoeld om tegemoet te komen aan de bezorgdheid dat de huidige opzet van verscherpt toezicht de lidstaten ervan kan weerhouden om zo nodig om anticiperende financiële bijstand te verzoeken. Om een evenwicht te vinden tussen doeltreffend toezicht en de noodzaak om te voorkomen dat lidstaten worden ontmoedigd om zo nodig om anticiperende bijstand te verzoeken, zijn de wijzigingen bedoeld om te verduidelijken onder welke omstandigheden verscherpt toezicht van toepassing is op lidstaten die anticiperende financiële bijstand ontvangen. In de artikelen 2 en 3 wordt met name voorgesteld dat verscherpt toezicht alleen automatisch in werking mag worden gesteld wanneer een lidstaat financiële bijstand ontvangt waarvoor nieuwe beleidsmaatregelen moeten worden vastgesteld, ongeacht of de bijstand wordt verleend door andere lidstaten, derde landen, het EFSM, het ESM of internationale financiële instellingen zoals het IMF. Dit betekent dat lidstaten die financiële bijstand ontvangen met voorwaarden, zoals een kredietlijn tegen verscherpte voorwaarden (ECCL) van het ESM, zoals vastgesteld in artikel 14 van het Verdrag tot instelling van het Europees Stabiliteitsmechanisme, aan verscherpt toezicht moeten worden onderworpen, zelfs als de bijstand nog niet is opgenomen. Voor nieuwe instrumenten voor anticiperende financiële bijstand van het ESM moet de Commissie per geval beoordelen of de ontvangst van dergelijke bijstand verscherpt toezicht rechtvaardigt, waarbij een genuanceerdere en gerichtere benadering van toezicht wordt gewaarborgd. De aanvullende mogelijkheid voor de Commissie om de lidstaten vrijwillig onder verscherpt toezicht te stellen, blijft bestaan.

De voorgestelde wijzigingen van artikel 14 verduidelijken het toepassingsgebied en de doelstelling van post-programmatoezicht, waarbij post-programmatoezicht geörienteerd zou zijn op de monitoring en beoordeling van de terugbetalingscapaciteit van lidstaten die financiële bijstand hebben ontvangen, alsook op de uitvoering van relevante hervormingen die niet al in het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn zijn opgenomen. Bij het toezicht zal ook worden nagegaan of corrigerende maatregelen nodig zijn om eventuele terugbetalingsrisico’s te beperken. Door de doelstellingen en de focus van post-programmatoezicht te verduidelijken, biedt de gewijzigde verordening een vereenvoudigd en evenredig kader voor het toezicht op lidstaten die een macro-economisch aanpassingsprogramma verlaten.

Voorts wordt met de wijzigingen een gedifferentieerd systeem van post-programmatoezicht ingevoerd dat onderscheid maakt in het controleniveau naargelang van het terugbetalingsrisico en de noodzaak van corrigerende maatregelen. Dit maakt een reactievere en gerichtere aanpak van postprogrammatoezicht mogelijk. Een belangrijk kenmerk van dit systeem is een specifieke beoordeling of de lidstaat in staat is om de ontvangen financiële bijstand terug te betalen, die vijf jaar na de toepassing van het post-programmatoezicht door de Commissie zal worden uitgevoerd. Bij deze beoordeling zal rekening worden gehouden met factoren als schuldhoudbaarheid, schuldquote, buitensporigtekortprocedures, leningsvoorwaarden en voorwaarden voor financiële stabiliteit. Indien de Commissie tot de conclusie komt dat er geen wezenlijke terugbetalingsrisico’s bestaan en nadat het Economisch en Financieel Comité advies heeft uitgebracht, zou het onder bepaalde voorwaarden mogelijk zijn regelmatige beoordelingen voor een periode van vijf jaar op te schorten. Dit vergemakkelijkt een doeltreffender gebruik van middelen ter ondersteuning van de inspanningen van de lidstaten om een macro-economisch aanpassingsprogramma te verlaten en bevordert een efficiëntere en gerichtere toepassing van post-programmatoezicht, in overeenstemming met de algemene vereenvoudigingsinspanningen van de Commissie.

Een nieuw artikel 18 bis voorziet in de vaststelling van administratieve regelingen tussen de Commissie en de betrokken verstrekkers van financiële bijstand aan lidstaten van de eurozone, met inbegrip van het ESM. Het doel van deze regelingen is nauwe samenwerking en informatie-uitwisseling tussen de Commissie en deze verstrekkers te vergemakkelijken en zo te zorgen voor een gecoördineerde en samenhangende aanpak van het economisch toezicht en de financiële bijstand.

Voorgesteld wordt de toepassing van Verordening (EU) nr. 472/2013 op lidstaten die op 30 mei 2013 financiële bijstand hebben ontvangen (artikel 16) en de overgangsbepalingen (artikel 17) te schrappen omdat zij achterhaald zijn.

Tot slot zijn de toekomstige evaluaties van de werking van Verordening (EU) nr. 472/2013 afgestemd op de evaluaties van de werking van Verordening (EU) 2024/1263 (artikel 19).

2025/0312 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) nr. 472/2013 betreffende de versterking van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten in de eurozone die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 136, in samenhang met artikel 121, lid 6,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van de Europese Centrale Bank 5 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Verordening (EU) nr. 472/2013 van het Europees Parlement en de Raad 6 bevat bepalingen ter versterking van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten die de euro als munt hebben, wanneer die lidstaten a) ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden met betrekking tot hun financiële stabiliteit of de houdbaarheid van hun overheidsfinanciën, met mogelijk ongunstige overloopeffecten op andere lidstaten in de eurozone, of b) financiële bijstand aanvragen of ontvangen.

(2)Het kader voor economische governance van de Unie is in 2024 hervormd. Het doel van de hervorming was een doeltreffend economisch toezicht te faciliteren, dat verankerd is in een gemeenschappelijk kader dat gelijke behandeling en multilaterale beleidscoördinatie waarborgt. De doelstellingen van de hervorming waren het verder bevorderen van gezonde en houdbare overheidsfinanciën, gezonde en inclusieve groei en veerkracht door middel van hervormingen en investeringen, het voorkomen van buitensporige tekorten en het versterken van de nationale verantwoordelijkheid. Om deze doelstellingen te verwezenlijken, zijn met de hervorming zijn nieuwe concepten ingevoerd en wijzigingen in de structuur van het kader voor economische governance van de Unie aangebracht. De hervorming werd uitgevoerd met de vaststelling van Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad 7 , Verordening (EU) 2024/1264 van de Raad 8 en Richtlijn (EU) 2024/1265 van de Raad 9 .

(3)In haar mededeling van 11 februari 2025 met de titel “Een eenvoudiger en sneller Europa: mededeling over uitvoering en vereenvoudiging” 10 tekende de Commissie een visie uit voor een uitvoerings- en vereenvoudigingsagenda die erop gericht is het concurrentievermogen te versterken en economische, sociale en milieudoelstellingen te waarborgen door de regeldruk te verminderen en het Unierecht te vereenvoudigen en zo de uitvoering ervan te vergemakkelijken.

(4)In het kader van de hervorming van 2024 van het kader voor economische governance van de Unie en met het oog op het vereenvoudigen, consolideren en codificeren van de wetgeving, zijn wijzigingen van Verordening (EU) nr. 472/2013 noodzakelijk om de samenhang met andere handelingen van het kader voor economische governance te waarborgen en bij te dragen tot de stroomlijning en vereenvoudiging ervan.

(5)De bij Verordening (EU) 2024/1263 ingevoerde nationale budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn vormen de hoeksteen van de hervorming van 2024. Zij kwamen in de plaats van de stabiliteits- en convergentieprogramma’s en de nationale hervormingsprogramma’s, waardoor de budgettaire, hervormings- en investeringsverbintenissen van elke lidstaat binnen een gemeenschappelijk kader werden samengebracht. Verordening (EU) nr. 472/2013 moet worden gewijzigd om rekening te houden met de invoering van de nationale budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn in het gemeenschappelijk kader. Met name moet bij het ontwerpen van een macro-economisch aanpassingsprogramma naar behoren rekening worden gehouden met de verplichtingen die voortvloeien uit een nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn, teneinde te zorgen voor een coherente en doeltreffende aanpak van de budgettaire en macro-economische uitdagingen van de lidstaat. Voorts mag, overeenkomstig artikel 32 van Verordening (EU) 2024/1263, een lidstaat die onderworpen is aan een macro-economisch aanpassingsprogramma, niet worden verplicht een nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn of een jaarlijks voortgangsverslag in te dienen.

(6)De Europese Faciliteit voor financiële stabiliteit (“EFSF”) is in juni 2010 door de lidstaten van de eurozone als tijdelijk crisismechanisme opgericht. Vanaf 1 juli 2013 mag de EFSF zich niet langer in nieuwe financieringsprogramma’s begeven. Verordening (EU) nr. 472/2013 moet worden gewijzigd om daarmee rekening te houden.

(7)Uit ervaring is gebleken dat de huidige opzet van verscherpt toezicht een afschrikkend effect kan hebben op lidstaten die om anticiperende financiële bijstand verzoeken en kan leiden tot de toepassing van aanvullend toezicht wanneer dit niet gerechtvaardigd is. Om een evenwicht te vinden tussen de noodzaak van doeltreffend toezicht en de noodzaak om te voorkomen dat lidstaten worden ontmoedigd om zo nodig om anticiperende bijstand te verzoeken, moet Verordening (EU) nr. 472/2013 worden gewijzigd om te verduidelijken onder welke omstandigheden verscherpt toezicht van toepassing is wanneer een lidstaat anticiperende financiële bijstand ontvangt.

(8)Een lidstaat die anticiperende financiële bijstand ontvangt van een of meer andere lidstaten of derde landen, van het Europees financieel stabilisatiemechanisme (“EFSM”), van het Europees Stabiliteitsmechanisme (“ESM”) of van een andere relevante internationale financiële instelling, zoals het Internationaal Monetair Fonds (“IMF”), waarvoor nieuwe beleidsmaatregelen moeten worden vastgesteld, moet worden onderworpen aan verscherpt toezicht uit hoofde van Verordening (EU) nr. 472/2013, ook indien die financiële bijstand nog niet is opgenomen. Een kredietlijn tegen verscherpte voorwaarden (“ECCL”) van het ESM vereist dergelijke nieuwe beleidsmaatregelen en daarom moet een lidstaat die zulke anticiperende financiële bijstand ontvangt, aan verscherpt toezicht worden onderworpen. Met betrekking tot nieuwe instrumenten voor anticiperende financiële bijstand van het ESM moet de Commissie per geval beoordelen of er dergelijke nieuwe beleidsmaatregelen zijn en, indien dat het geval is, of de ontvangst van zulke financiële bijstand door een lidstaat de toepassing van verscherpt toezicht uit hoofde van Verordening (EU) nr. 472/2013 rechtvaardigt.

(9)Bij Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad 11 worden aan de Europese Centrale Bank (“ECB”) specifieke taken opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen. Om de bij die verordening vastgestelde verdeling van verantwoordelijkheden tussen de ECB en de nationale bevoegde autoriteiten van de deelnemende lidstaten te eerbiedigen, moeten de bepalingen van Verordening (EU) nr. 472/2013 betreffende informatie over of toezichtmaatregelen met betrekking tot de financiële sector worden verduidelijkt.

(10)Verordening (EU) nr. 472/2013 bepaalt dat een lidstaat die een macro-economisch aanpassingsprogramma verlaat, onderworpen is aan post-programmatoezicht totdat 75 % van de ontvangen financiële bijstand is terugbetaald. De Europese Rekenkamer heeft in speciaal verslag 18/2021 12 gewezen op bepaalde tekortkomingen in de effectiviteit van post-programmatoezicht, waaronder een gebrek aan duidelijke focus en doelstellingen, alsook overlappingen met andere economische toezichtprocessen, zoals het Europees Semester.

(11)In het licht van die bevindingen moet Verordening (EU) nr. 472/2013 worden gewijzigd om de doelstelling en reikwijdte van post-programmatoezicht te verduidelijken, teneinde de samenhang ervan met het Europees kader voor economische governance te vergroten en dubbele rapportagevereisten te vermijden. Post-programmatoezicht moet met name gericht zijn op het monitoren en beoordelen van de terugbetalingscapaciteit van de betrokken lidstaat met betrekking tot de ontvangen financiële bijstand, waarbij rekening wordt gehouden met de economische, budgettaire en financiële toestand van die lidstaat. Dat toezicht moet ook betrekking hebben op de uitvoering van bepaalde hervormingen, voor zover die niet reeds in het kader van het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn worden gemonitord. Tot slot moet bij post-programmatoezicht worden nagegaan of corrigerende maatregelen nodig zijn om risico’s voor de terugbetaling van de ontvangen financiële bijstand te beperken.

(12)Verordening (EU) nr. 472/2013 moet ook worden gewijzigd om post-programmatoezicht beter af te stemmen op risico’s, door de invoering van een gedifferentieerd toezichtsysteem dat onderscheid maakt in het controleniveau naargelang van het terugbetalingsrisico van de ontvangen financiële bijstand en de noodzaak van corrigerende maatregelen. Met name moet de Commissie vijf jaar na de toepassing van post-programmatoezicht een specifieke beoordeling kunnen uitvoeren van het vermogen van de lidstaat om de ontvangen financiële bijstand terug te betalen. Indien de Commissie concludeert dat er geen wezenlijke risico’s zijn voor het vermogen van de lidstaat om de financiële bijstand op middellange termijn terug te betalen, moet het mogelijk zijn de regelmatige beoordelingen voor een periode van vijf jaar op te schorten, mits de omstandigheden niet wezenlijk veranderen. Alvorens haar beoordeling af te ronden, dient de Commissie het Economisch en Financieel Comité om advies te vragen.

(13)Om bij Uitvoeringsverordening (EU) nr. 472/2013 nauwe samenwerking met het ESM en andere relevante internationale financiële instellingen te waarborgen, moet de Commissie ernaar blijven streven de nodige administratieve regelingen vast te stellen. Dergelijke regelingen helpen ervoor te zorgen dat de activiteiten van de verschillende instellingen en organen die betrokken zijn bij de verlening van financiële bijstand, worden gecoördineerd en elkaar versterken.

(14)Verordening (EU) nr. 472/2013 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Verordening (EU) nr. 472/2013 wordt als volgt gewijzigd:

1)In artikel 1, lid 1, wordt punt b) vervangen door: 

“b) financiële bijstand aanvragen of ontvangen van één of meer andere lidstaten of derde landen, het Europees Financieel stabilisatiemechanisme (EFSM), het Europees Stabiliteitsmechanisme (ESM) of een andere desbetreffende internationale financiële instelling zoals het Internationaal Monetair Fonds (IMF).”.

2)Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)in lid 3 wordt de eerste alinea vervangen door:

“De Commissie stelt een lidstaat onder verscherpt toezicht, indien een lidstaat anticiperende financiële bijstand ontvangt van één of meerdere andere lidstaten of derde landen, het EFSM, het ESM of een andere betrokken internationale financiële instelling, zoals het IMF, waarvoor nieuwe beleidsmaatregelen moeten worden vastgesteld.”;

b)de leden 4 en 5 worden geschrapt.

3)Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

a)in lid 1 wordt de eerste alinea vervangen door:

“Een lidstaat die onder verscherpt toezicht staat, neemt in overleg en in samenwerking met de Commissie, die handelt in samenspraak met de ECB, de ETA’s, het ESRB en, waar nodig, het IMF, maatregelen die erop gericht zijn de bronnen of potentiële bronnen van moeilijkheden aan te pakken. De lidstaat neemt hierbij alle aanbevelingen in acht, die hij heeft ontvangen uit hoofde van Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad*, Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997** of Verordening (EU) nr. 1176/2011.

______________

* Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad (PB L, 2024/1263, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1263/oj ).

** Verordening (EG) nr. 1467/97 van de Raad van 7 juli 1997 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (PB L 209 van 2.8.1997, blz. 6, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/1997/1467/oj ).”;

b)lid 2 wordt geschrapt;

c)lid 3 wordt vervangen door:

“3. Een lidstaat die onder verscherpt toezicht staat, zal op verzoek van de Commissie:

a)aan de Commissie, de ECB en, waar passend, de desbetreffende ETA’s in overeenstemming met artikel 35 van Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010 en (EU) nr. 1095/2010 met de verlangde frequentie uitgesplitste informatie verstrekken over zijn financiële stelsel, met inbegrip van de resultaten van de stresstests en gevoeligheidsanalyses die zijn uitgevoerd uit hoofde van punt b) van dit lid;

b)onder toezicht van de ECB, in haar hoedanigheid van toezichthouder, of, naargelang het geval, onder toezicht van de desbetreffende ETA’s, stresstests of gevoeligheidsanalyses uitvoeren, als nader bepaald door de Commissie en de ECB in samenspraak met de desbetreffende ETA’s en met het ESRB, die nodig zijn om het weerstandsvermogen van de financiële sector tegen diverse macro-economische en financiële schokken te beoordelen;

c)verplicht zijn regelmatig beoordelingen te ondergaan van zijn toezichthoudende capaciteit met betrekking tot de financiële sector in het kader van een specifieke wederzijdse beoordeling die wordt uitgevoerd door de ECB, in haar hoedanigheid van toezichthouder of, in voorkomend geval, door de desbetreffende ETA’s;

d)aan de Commissie elke informatie verstrekken die nodig is voor het toezicht op macro-economische onevenwichtigheden in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1176/2011;

e)de Commissie alle informatie meedelen die nodig is voor budgettair toezicht.

Bij de toepassing van de eerste alinea, punten b) en c), van dit lid wordt de bij artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad* vastgestelde verdeling van verantwoordelijkheden geëerbiedigd.

In voorkomend geval beoordelen de ECB, in haar hoedanigheid van toezichthouder in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 1024/2013, en de desbetreffende ETA’s in samenspraak met het ESRB, de mogelijke zwakke plekken van het financiële stelsel en leggen zij die beoordeling voor aan de Commissie, in een door deze zelf te bepalen regelmaat, en aan de ECB.

De Commissie, de ECB en de desbetreffende ETA’s behandelen de hun meegedeelde uitgesplitste gegevens als vertrouwelijk.

______________

* Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van 29.10.2013, blz. 6, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1024/oj).”;

d)lid 4 wordt geschrapt;

e)in lid 5 wordt de tweede alinea vervangen door:

a)“De Commissie deelt in de regel elk kwartaal haar beoordeling mede aan de bevoegde commissie van het Europees Parlement en aan het EFC. In deze beoordeling gaat zij in het bijzonder na of verdere maatregelen zijn vereist.”.

4)In artikel 5 wordt de eerste alinea vervangen door:

“Een lidstaat die voornemens is van één of meer andere lidstaten of derde landen, het ESM, of een andere desbetreffende internationale financiële instelling zoals het IMF financiële bijstand te vragen, stelt de voorzitter van de Eurogroepwerkgroep, het lid van de Commissie belast met economische en monetaire zaken en de president van de ECB onmiddellijk van zijn voornemen in kennis.”.

5)In artikel 6 worden de eerste en tweede alinea vervangen door:

“Indien een lidstaat financiële bijstand van het EFSM of de ESM verzoekt, beoordeelt de Commissie in samenspraak met de ECB en waar mogelijk met het IMF de houdbaarheid van de overheidsschuld van de betrokken lidstaat en zijn reële of potentiële financieringsbehoeften. De Commissie legt die beoordeling voor aan de Eurogroepwerkgroep indien de financiële bijstand moet worden verleend onder het ESM, en aan het EFS indien de financiële bijstand moet worden verleend onder het EFSM.

De beoordeling van de houdbaarheid van de overheidsschuld wordt gebaseerd op het meest waarschijnlijke macro-economische scenario of op een meer prudent scenario, en op budgettaire prognoses, waarbij gebruik wordt gemaakt van de meest recente informatie en terdege rekening wordt gehouden met de conclusies van het verslag als bedoeld in artikel 3, lid 3. De Commissie beoordeelt tevens de impact van macro-economische en financiële schokken en ongunstige ontwikkelingen op de houdbaarheid van de overheidsschuld.”

6)Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i) de eerste alinea wordt vervangen door:

“Wanneer een lidstaat van één of meer andere lidstaten of derde landen, het EFSM, het ESM of het IMF financiële bijstand vraagt, stelt hij in overleg met de Commissie, in samenspraak met de ECB en, naargelang het geval, met het IMF, een ontwerp voor een macro-economisch aanpassingsprogramma op, dat jaarlijkse begrotingsdoelstellingen bevat. Indien een lidstaat overeenkomstig artikel 32, lid 2, van Verordening (EU) 2024/1263 beschikt over een operationeel nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn en die lidstaat onderworpen wordt aan een macro-economisch aanpassingsprogramma, wordt bij het opstellen van het macro-economisch aanpassingsprogramma dat nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn in aanmerking genomen.”;

ii) de vierde alinea wordt vervangen door:

“Het ontwerp voor een macro-economisch aanpassingsprogramma houdt rekening met de gebruiken en instellingen voor loonvorming.”;

b)in lid 2 wordt de tweede alinea vervangen door:

“De Commissie ziet erop toe dat het door haar namens het ESM ondertekende memorandum van overeenstemming volledig consistent is met het door de Raad goedgekeurde macro-economisch aanpassingsprogramma.”;

c)in lid 4 wordt de tweede alinea vervangen door:

“De Commissie stelt iedere drie maanden het EFC van een dergelijke voortgang in kennis. De betrokken lidstaat verleent de Commissie en de ECB zijn volledige medewerking. Hij verstrekt de Commissie en de ECB met name alle informatie die zij nodig achten voor het monitoren van de uitvoering van het macro-economisch aanpassingsprogramma in overeenstemming met artikel 3, lid 3.”;

d)in lid 12 worden de derde en de vierde alinea vervangen door:

“Wat deze instrumenten betreft, hecht de Raad op aanbeveling van de Commissie, bij een aan de betrokken lidstaat te richten besluit zijn goedkeuring aan de belangrijkste beleidsvereisten die het ESM voornemens is in de voorwaarden voor hun financiële bijstand op te nemen, voor zover de inhoud van die maatregelen valt onder de bevoegdheden van de Unie als vastgelegd in de Verdragen.

De Commissie ziet erop toe dat het door haar namens het ESM ondertekende memorandum van overeenstemming volledig consistent is met een dergelijk besluit van de Raad.”.

7)Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a)lid 1 wordt geschrapt;

b)lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i) punt a) wordt vervangen door:

“a) is de lidstaat vrijgesteld van het indienen van verslagen uit hoofde van — als toepasselijk — artikel 3, lid 5, en artikel 5, lid 1 bis, van Verordening (EG) nr. 1467/97;”;

ii) punt c) wordt vervangen door:

“c) wordt de lidstaat wat betreft de in artikel 7, lid 4, van deze verordening bedoelde monitoring vrijgesteld van de monitoring uit hoofde van artikel 10, lid 1, en artikel 10 bis van Verordening (EG) nr. 1467/97 en van de monitoring die aan ieder besluit uit hoofde van artikel 4, lid 1, en artikel 6, lid 2, van die verordening ten grondslag ligt.”.

8)Artikel 12 wordt geschrapt.

9)Artikel 14 wordt als volgt gewijzigd:

a)lid 1 wordt vervangen door:

“1.  Een lidstaat blijft onder post-programmatoezicht staan zolang niet minimaal 75 % van de van één of meer andere lidstaten, het EFSM, het ESM of de EFSF ontvangen financiële bijstand is terugbetaald. De Raad kan, op voorstel van de Commissie, de duur van het post-programmatoezicht verlengen, in het geval van een voortdurend risico voor het vermogen van de betrokken lidstaat om de ontvangen financiële bijstand terug te betalen. Het voorstel van de Commissie wordt geacht door de Raad te zijn aangenomen, tenzij de Raad binnen 10 dagen nadat de Commissie het heeft uitgebracht, bij gekwalificeerde meerderheid besluit het voorstel te verwerpen.”;

b)de volgende leden 1 bis en 1 ter worden ingevoegd:

“1 bis. Zolang een lidstaat onder post-programmatoezicht staat als bedoeld in lid 1, monitort en beoordeelt de Commissie alle volgende elementen:

a)het vermogen van de betrokken lidstaat om de ontvangen financiële bijstand terug te betalen, waarbij rekening wordt gehouden met zijn economische, budgettaire en financiële situatie;

b)onverminderd artikel 22 van Verordening (EU) 2024/1263, de uitvoering van hervormingen die zijn opgenomen in het macro-economisch aanpassingsprogramma of het in artikel 7, lid 12, van deze verordening bedoelde besluit van de Raad;

c)de noodzaak van corrigerende maatregelen ter beperking van de risico’s voor het vermogen van de betrokken lidstaat om de ontvangen financiële bijstand terug te betalen.

1 ter. In de regel deelt de Commissie, in overleg met de ECB, haar in lid 1 bis bedoelde beoordeling om de zes maanden mee aan de bevoegde commissie van het Europees Parlement, het EFC en het parlement van de betrokken lidstaat.”;

c)lid 2 wordt vervangen door:

“2. Op verzoek van de Commissie voldoet een lidstaat die onder post-programmatoezicht staat aan de eisen uit hoofde van artikel 3, lid 3.”;

d)de volgende leden 2 bis en 2 ter worden ingevoegd:

“2 bis. Vijf jaar na de toepassing van post-programmatoezicht kan de Commissie een specifieke beoordeling opstellen van het vermogen van de betrokken lidstaat om de ontvangen financiële bijstand terug te betalen. Bij de opstelling van die beoordeling houdt de Commissie, naast haar analyse van de economische, budgettaire en financiële situatie, met inbegrip van de uitvoering van het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn, rekening met alle volgende omstandigheden: 

a)of de overheidsschuldquote meer dan 90 % van het bbp bedraagt; 

b)of de Raad op grond van artikel 126, lid 6, VWEU heeft besloten dat er een buitensporig tekort bestaat; 

c)de schuldhoudbaarheidsanalyse van de Commissie van die lidstaat;

d)de leenvoorwaarden van die lidstaat;

e)de voorwaarden voor financiële stabiliteit in die lidstaat.

De Commissie deelt haar specifieke beoordeling mede aan het EFC. Na advies van het EFC kan de Commissie de in lid 1 bis bedoelde beoordelingen voor vijf jaar opschorten indien zij concludeert dat er op middellange termijn geen wezenlijke risico’s zijn voor het vermogen van de betrokken lidstaat om de ontvangen financiële bijstand terug te betalen.

De Commissie deelt haar conclusies over de opschorting van de in lid 1 bis bedoelde beoordelingen mee aan de bevoegde commissie van het Europees Parlement, het EFC en het parlement van de betrokken lidstaat. 

2 ter. Na voltooiing van de procedure van lid 2 bis verstrekt de Commissie een nieuwe beoordeling uit hoofde van dat lid in elk van de volgende gevallen:

a)bij het verstrijken van de opschorting;

b)indien een van de in lid 2 bis, punt a) of b), bedoelde omstandigheden verandert; 

c)indien een van de in lid 2 bis, punt c), d) of e), bedoelde omstandigheden wezenlijk verslechtert.”;

e)lid 3 wordt vervangen door:

“3.   De Commissie legt, in samenspraak met de ECB, controlebezoeken af in de lidstaat onder post-programmatoezicht als gerechtvaardigd voor de toepassing van de leden 1 bis, 2 bis en 2 ter.”;

f)het volgende lid 3 bis wordt ingevoegd:

“3 bis. De bevoegde commissie van het Europees Parlement kan de betrokken lidstaat de gelegenheid bieden om deel te nemen aan een gedachtewisseling over de gemaakte voortgang in het kader van het post-programmatoezicht.”.

10)De artikelen 16 en 17 worden geschrapt.

11)Het volgende artikel 18 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 18 bis 

Administratieve regelingen met het ESM en andere relevante financiële instellingen

 

De Commissie streeft ernaar de nodige administratieve regelingen met het ESM en andere relevante internationale financiële instellingen vast te stellen om te zorgen voor nauwe samenwerking bij de uitvoering van de activiteiten waarin deze verordening voorziet.”;

12)In artikel 19, tweede alinea, wordt punt c) vervangen door:

“c) de bijdrage van deze verordening aan de verwezenlijking van duurzame en inclusieve groei en sociale en economische veerkracht.”.

Artikel 2

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in de lidstaten overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief3

1.2.Betrokken beleidsterreinen3

1.3.Doelstellingen3

1.3.1.Algemene doelstellingen3

1.3.2.Specifieke doelstellingen3

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen3

1.3.4.Prestatie-indicatoren3

1.4.Het voorstel/initiatief betreft:4

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief4

1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief4

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.4

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan4

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten5

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking5

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief6

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting6

2.BEHEERSMAATREGELEN8

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen8

2.2.Beheers- en controlesystemen8

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie8

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken8

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)8

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden9

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF10

3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven10

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten12

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten12

3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting12

3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten17

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten22

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten24

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting24

3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten24

3.2.3.3.Totaal kredieten24

3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften25

3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting25

3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten26

3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften26

3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen28

3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader28

3.2.7.Bijdragen van derden28

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten29

4.Digitale dimensies29

4.1.Voorschriften met digitale relevantie30

4.2.Gegevens30

4.3.Digitale oplossingen31

4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling31

4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering32

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) nr. 472/2013.

1.2.Betrokken beleidsterreinen 

Versterking van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten in de eurozone die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit.

1.3.Doelstellingen

1.3.1.Algemene doelstellingen

Een eerste doelstelling van het voorstel is het bij Verordening (EU) nr. 472/2013 vastgestelde rechtskader in overeenstemming te brengen met het hervormde EU-kader voor economische governance dat op 30 april 2024 in werking is getreden, Verordening (EU) nr. 1466/97 in te trekken (en te vervangen door Verordening (EU) 2024/1263) en Verordening (EU) nr. 1467/97 te wijzigen, en rekening te houden met de institutionele ontwikkelingen die zich sinds 2013 hebben voorgedaan.

Een tweede doelstelling is rekening te houden met de waardevolle ervaring en inzichten die zijn opgedaan met de toepassing van Verordening (EU) nr. 472/2013, door de reikwijdte en de toepassing van zowel verscherpt toezicht als post-programmatoezicht te verduidelijken. Hierdoor zal het voorstel ook bijdragen tot de stroomlijning en vereenvoudiging van het EU-kader voor economische governance.

1.3.2.Specifieke doelstellingen

Om de samenhang met het hervormde EU-kader voor economische governance te waarborgen, zullen de voorgestelde wijzigingen van Verordening (EU) nr. 472/2013 zorgen voor i) het actualiseren van verwijzingen naar documenten en concepten die bij de hervorming van 2024 zijn ingevoerd, alsook van kruisverwijzingen naar de wetgevingsteksten die in het kader van die hervorming zijn gewijzigd; ii) het schrappen van verouderde procedures en de verplichting voor de lidstaten om documenten en aanvullende rapportageverplichtingen op te stellen die na de hervorming van 2024 niet langer nodig zijn.

Bovendien zullen de wijzigingen, terwijl rekening wordt gehouden met de opgedane ervaringen met de toepassing van verscherpt toezicht, tot doel hebben de toepassing van verscherpt toezicht te verduidelijken wanneer een lidstaat van de eurozone anticiperende financiële bijstand ontvangt. Tot slot zullen met de voorgestelde wijzigingen van Verordening (EU) nr. 472/2013, daarbij uitgaande van de relevante bevindingen van de Europese Rekenkamer, de reikwijdte en doelstelling van het post-programmatoezicht en de toepassing ervan worden verduidelijkt, zodat het toezicht kan worden gestroomlijnd wanneer dat gerechtvaardigd is.

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen

Het voorstel moet dubbele rapportage voorkomen en leiden tot een vermindering van de administratieve lasten voor lidstaten van de eurozone die moeilijkheden dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit. Voorts moet het voorstel voorkomen dat de lidstaten van de eurozone worden ontmoedigd om zo nodig anticiperende financiële bijstand aan te vragen. Tot slot moet het voorstel de reikwijdte en doelstelling van post-programmatoezicht verduidelijken, wat tot een betere uitvoering van het EU-kader voor economische governance zal leiden.

1.3.4.Prestatie-indicatoren

De Commissie zal om de vijf jaar een verslag opstellen waarin het volgende wordt geëvalueerd i) de doeltreffendheid van de verordeningen bij de verwezenlijking van de doelstellingen ervan; ii) de vooruitgang die is geboekt bij het waarborgen van een nauwere coördinatie van het economisch beleid en aanhoudende convergentie van de economische prestaties van de lidstaten overeenkomstig het VWEU; en iii) de bijdrage van de verordeningen aan de verwezenlijking van duurzame en inclusieve groei en sociale en economische veerkracht. Indien nodig zou het verslag vergezeld gaan van een voorstel tot wijziging van de verordeningen.

1.4.Het voorstel/initiatief betreft:

 een nieuwe actie 

 een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 13  

 de verlenging van een bestaande actie 

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

n.v.t.

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.

Redenen voor optreden op EU-niveau (ex ante): Het optreden op EU-niveau is noodzakelijk gezien de rol die bij de EU-Verdragen is toegekend om te zorgen voor de coördinatie van en het toezicht op het economisch en begrotingsbeleid van de lidstaten, en met name van de lidstaten van de eurozone, die onderhevig zijn aan sterkere economische overloopeffecten, onder meer met betrekking tot financiële stabiliteit. Maatregelen van de lidstaten alleen kunnen deze doelen niet bereiken.

Verwachte toegevoegde waarde EU (ex-post): De vaststelling van de gewijzigde verordening zal leiden tot een betere uitvoering van het EU-kader voor economische governance door de lidstaten en tegelijkertijd de rapportagevereisten van de lidstaten verminderen.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

n.v.t.

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

n.v.t.

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

n.v.t.

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

 beperkte geldigheidsduur

   van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ.

   financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.

 onbeperkte geldigheidsduur

Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting 14  

 Direct beheer door de Commissie

door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie

   door de uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met de lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:

derde landen of de door hen aangewezen organen

internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)

de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds

de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen

publiekrechtelijke organen

privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties

privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties

organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling

in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.

Opmerkingen

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de EU.

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

n.v.t.

2.2.Beheers- en controlesystemen

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

n.v.t.

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken

n.v.t.

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)

n.v.t.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

n.v.t.

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de EU.

·Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer 

GK/NGK 15

van EVA-landen 16

van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten 17

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer 

GK/NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

[XX.YY.YY.YY]

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Nummer

DG: <…….>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1a)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2a)

 

 

 

 

0,000

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

 

 

 

 

0,000

Betalingen

(2b)

 

 

 

 

0,000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 18

Begrotingsonderdeel

 

(3)

 

 

 

 

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

=2a+2b+3

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten 

Vastleggingen

(4)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Betalingen

(5)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>

Vastleggingen

=4+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar
2024

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 19

Gem. kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 20

- Output

- Output

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

TOTAAL

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting

Raming in voltijdequivalenten (vte’s) 21

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

0

0

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in vte’s)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning 
[XX.01.YY.YY]

- centrale diensten

0

0

0

0

- EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7

0

0

0

0

TOTAAL

0

0

0

0

Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):

Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie

Uitzonderlijk aanvullend personeel*

Te financieren uit rubriek 7 of onderzoek

Te financieren uit BA-onderdeel

Te financieren uit vergoedingen

Personeelsformatieposten

n.v.t.

Extern personeel (AC, END, INT)

Beschrijving van de uit te voeren taken door:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Extern personeel

3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen

TOTAAL Digitale en IT-kredieten

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

IT-uitgaven (algemeen) 

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

Het voorstel/initiatief:

   kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)

   vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening

   vereist een herziening van het MFK

3.2.7.Bijdragen van derden

Het voorstel/initiatief:

   voorziet niet in medefinanciering door derden

   voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar
2024

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

Totaal

Medefinancieringsbron 

TOTAAL medegefinancierde kredieten

 
3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor overige ontvangsten

   geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 22

Jaar 2024

Jaar 2025

Jaar 2026

Jaar 2027

Artikel ………….

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

4.Digitale dimensies

4.1.Voorschriften met digitale relevantie

De voorgestelde wijzigingen bevatten geen nieuwe voorschriften met digitale relevantie. De voorgestelde wijzigingen bevatten geen aanvullende verplichtingen of bepalingen met betrekking tot het verzamelen, verwerken, genereren, uitwisselen of delen van gegevens, de automatisering of digitalisering van processen van belanghebbenden, het gebruik van nieuwe of bestaande digitale oplossingen, of digitale overheidsdiensten. Er worden daarom in dit voorstel geen aanvullende voorschriften met digitale relevantie vastgesteld.

4.2.Gegevens

n.v.t.

4.3.Digitale oplossingen

n.v.t.

4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling

n.v.t.

4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering

n.v.t.

(1)    Europese Rekenkamer, speciaal verslag 18/2021: Het toezicht van de Commissie op lidstaten die een macro-economisch aanpassingsprogramma verlaten: een adequate tool die moet worden gestroomlijnd.
(2)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, de Europese Centrale Bank, het Europees Sociaal en Economisch Comité en het Comité van de Regio’s “Evaluatie van de economische governance Verslag over de toepassing van de Verordeningen (EU) nrs. 1173/2011, 1174/2011, 1175/2011, 1176/2011, 1177/2011, 472/2013 en 473/2013 en over de geschiktheid van Richtlijn 2011/85/EU van de Raad” (COM(2020) 55 final van 5 februari 2020).
(3)    Mededeling van de Commissie over een leidraad voor een hervorming van het EU-kader voor economische governance (COM(2022) 583 final).
(4)    SWD(2020) 210 final.
(5)    PB C , , blz. .
(6)    Verordening (EU) nr. 472/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 2mei 2013 betreffende de versterking van het economische en budgettaire toezicht op lidstaten in de eurozone die ernstige moeilijkheden ondervinden of dreigen te ondervinden ten aanzien van hun financiële stabiliteit (PB L 140 van 27.5.2013, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2013/472/oj ).
(7)    Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad (PB L, 2024/1263, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1263/oj ).
(8)    Verordening (EU) 2024/1264 van de Raad van 29 april 2024 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1467/97 over de bespoediging en verduidelijking van de tenuitvoerlegging van de procedure bij buitensporige tekorten (PB L van 2024/1264, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1264/oj ).
(9)    Richtlijn (EU) 2024/1265 van de Raad van 29 april 2024 tot wijziging van Richtlijn 2011/85/EU betreffende voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten (PB L, 2024/1265, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1265/oj ).
(10)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s, “Een eenvoudiger en sneller Europa: mededeling over uitvoering en vereenvoudiging” (COM(2025) 47 final van 11.2.2025).
(11)    Verordening (EU) nr. 1024/2013 van de Raad van 15 oktober 2013 waarbij aan de Europese Centrale Bank specifieke taken worden opgedragen betreffende het beleid inzake het prudentieel toezicht op kredietinstellingen (PB L 287 van29.10.2013, blz. 63, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2013/1024/oj ).
(12)    Europese Rekenkamer, speciaal verslag 18/2021 “Het toezicht van de Commissie op lidstaten die een macro-economisch aanpassingsprogramma verlaten: een adequate tool die moet worden gestroomlijnd”.
(13)    In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of b), van het Financieel Reglement.
(14)    Nadere gegevens over de wijzen van uitvoering van de begroting en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BUDGpedia: https://myintracomm.ec.europa.eu/corp/budget/financial-rules/budget-implementation/Pages/implementation-methods.aspx .
(15)    GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(16)    EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(17)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, potentiële kandidaten van de Westelijke Balkan.
(18)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma’s en/of acties van de EU (vroegere “BA”-onderdelen), onderzoek onder contract, eigen onderzoek.
(19)    Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(20)    Zoals beschreven in punt 1.3.2 “Specifieke doelstellingen”
(21)    Geef onder de tabel aan hoeveel vte’s binnen het aangegeven aantal reeds zijn toegewezen aan het beheer van de actie en/of binnen uw DG kunnen worden heringezet en wat uw nettobehoeften zijn.
(22)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten.