Brussel, 16.7.2025

COM(2025) 558 final

2025/0239(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds als onderdeel van het plan voor nationaal en regionaal partnerschap vastgesteld bij Verordening (EU) [het NRP-plan] tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitvoering van de steun van de Unie voor hoogwaardige werkgelegenheid, vaardigheden en sociale inclusie voor de periode van 2028 tot en met 2034


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Dit voorstel dient ter oprichting van het Europees Sociaal Fonds (ESF), het belangrijkste instrument om te investeren in de mensen van Europa, hun toekomst en hun paraatheid. Het voorstel weerspiegelt de huidige sociale en economische context en biedt een concreet antwoord op de oproep van het Europese publiek voor een socialer Europa en voor grotere investeringen in de mensen in de Europese Unie. Het ESF is het belangrijkste instrument van de EU voor het bevorderen en versterken van de sociale samenhang in de samenlevingen van Europa. Dit voorstel vergezelt het voorstel voor de verordening inzake nationale en regionale partnerschappen. De twee verordeningen versterken elkaar en vullen elkaar aan. Het ESF, als onderdeel van het cohesiebeleid, zal worden uitgevoerd als één element van de overkoepelende [plannen voor nationaal en regionaal partnerschap] en vormt een aanvulling op de [NRP-verordening] betreffende ESF-specifieke beleidselementen. Het ESF ondersteunt de doelstellingen van het NRP-plan binnen het toepassingsgebied van de steun van dat plan, zoals vastgesteld bij deze verordening.

De kracht van Europa is gelegen in haar mensen. Op 17 november 2017 hebben het Europees Parlement, de Raad en de Commissie gezamenlijk de Europese pijler van sociale rechten afgekondigd. [1] De doelstellingen daarvan omvatten heldere en ambitieuze doelen voor werkgelegenheid, vaardigheden en armoedebestrijding. Het verwezenlijken van die doelstellingen is niet alleen een morele verplichting; het is ook economische noodzaak. In de politieke beleidslijnen 2024-2029 wordt opgemerkt dat onze unieke sociale markteconomie Europa veel voordelen biedt ten opzichte van concurrenten.

In de mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Europese Raad, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s betreffende het kompas voor concurrentievermogen [2] staat: “Doeltreffend sociaal beleid op basis van de Europese pijler van sociale rechten is cruciaal om een concurrerend Europa te creëren. Een concurrerender economie met een hoge productiviteit zal ervoor zorgen dat ons sociaal model financieel duurzaam is op lange termijn en dat burgers duidelijk voor zich zien hoe ze economisch succes kunnen boeken. Alle Europeanen moeten kunnen bijdragen aan en baat hebben bij verbeteringen in het concurrentievermogen.” Inderdaad is keer op keer aangetoond dat economieën met de meest doeltreffende investeringen in menselijk kapitaal tevens tot de meest concurrerende, veerkrachtige en economisch degelijke economieën behoren.

In de conclusies van de Europese Raad van 20 maart 2025 wordt benadrukt dat “naar aanleiding van de mededeling van de Commissie van 5 maart 2025 over een vaardigheidsunie [...] verdere inspanningen [moeten] worden geleverd om de verwerving, de erkenning en het behoud van vaardigheden in de hele EU te verbeteren, van het opbouwen van basisvaardigheden tot het deelnemen aan een leven lang leren, omscholing en bij- en nascholing, in overeenstemming met de Europese pijler van sociale rechten en het bijbehorende actieplan.”. In dezelfde conclusies wordt verwezen naar de Verklaring van Boedapest over de specifieke noodzaak om “Europees talent [te] benutten en [te] investeren in vaardigheden om hoogwaardige banen in de hele Unie te bevorderen”. Voorts is, naast het zorgen voor een geschoolde bevolking, in de huidige demografische context een sterke arbeidsmarktparticipatie vereist.

Ondanks vooruitgang blijven het aanpakken van de werkloosheid, lacunes in vaardigheden, tekorten aan arbeidskrachten en de aanhoudend hoge armoedecijfers een prioriteit in de hele EU. Deze uitdagingen vormen niet alleen een bedreiging voor het bereiken van de kerndoelen van de Europese pijler van sociale rechten, maar belemmeren ook de vooruitgang bij het versterken van de concurrentiekracht van Europa in een steeds meer geglobaliseerde wereld.

Sociale kwesties en diensten voor burgers, zoals onderwijs, waaronder onderwijs en opvang voor jonge kinderen en gezondheidszorg en langdurige zorg, evenals de beschikbaarheid van sociale huisvesting en het ontbreken van vooruitgang in de armoedebestrijding vormen een belangrijke aanleiding tot zorg voor Europese burgers [3] . Op deze gebieden wordt meer verwacht van de Unie. Er is een toenemende behoefte aan gerichte acties om deze uitdagingen aan te pakken.

Daarnaast is het in de context van toegenomen geostrategische onzekerheid en de toegenomen frequentie van extreme weersomstandigheden van cruciaal belang om voorbereid te zijn op het onverwachte. [Tijdens de coronavirusuitbraak liet de tijdelijke steun om het risico op werkloosheid te beperken in een noodtoestand (SURE) zien hoe belangrijk het is om werknemers en zelfstandigen te beschermen en zodoende werkloosheid en verlies van inkomen te verminderen. Dit voorstel dient ter bevestiging van de Europese solidariteit, die ook in de toekomst kan worden verleend wanneer dat gezien de omstandigheden gerechtvaardigd is.]

Het ESF zal de uitvoering van EU-beleid en nationale of regionale structurele hervormingen op het gebied van werkgelegenheid, onderwijs en vaardigheden, sociale inclusie en zorgdiensten, waaronder langdurige en gezondheidszorg, ondersteunen. Dit komt overeen met het doel van de werkgelegenheidsrichtsnoeren (artikel 148 VWEU). Het zal bijdragen aan de inspanningen van lidstaten om de werkloosheid terug te dringen, kwaliteit en gelijke kansen in onderwijs en opleiding te bevorderen en sociale inclusie en integratie te verbeteren. Het ESF zal in het bijzonder ook bijdragen aan de uitvoering van de vaardighedengarantie in lijn met de vaardigheidsunie. Het ondersteunen van individuele leerrekeningen moet in dit opzicht een belangrijke dimensie zijn, die strategische bedrijfsinvesteringen in Europa helpt om in de nabije toekomst vooruitgang te boeken door middel van toegang tot de juiste vaardigheden. Ook zal het fonds ondersteuning bieden voor het in stand houden en verder ontwikkelen van open, op rechten gebaseerde, democratische, gelijke en inclusieve samenlevingen op basis van de rechtsstaat en sociale dialoog. Daarbij worden ter ondersteuning van geïntegreerde benaderingen investeringen in zowel infrastructuur als mensen gestimuleerd vanuit het Fonds.

Daarom zal het ESF helpen bij het opbouwen van een krachtig sociaal Europa en bijdragen tot economische, sociale en territoriale samenhang overeenkomstig artikel 174 VWEU, een noodzakelijke voorwaarde voor het naar behoren functioneren van de EU als een stabiele en levensvatbare economische en politieke unie.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Als onderdeel van het cohesiebeleid gaat het ESF opereren binnen het plan voor nationale en regionale partnerschappen (het NRP-plan) en het eenvormige reglement daarvan. Het ESF bouwt voort op de langdurige zichtbaarheid en het beproefde succes van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) als een vertrouwd kader voor het investeren in mensen, in overeenstemming met de Europese pijler van sociale rechten, het Europees Semester en de werkgelegenheidsrichtsnoeren. Daarom behoudt het ESF, hoewel het nauw samenhangt met het NRP-plan, zijn zelfstandige rechtsgrondslag zoals vastgesteld bij artikel 162 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Een efficiënte en doeltreffende uitvoering van de door het NRP-plan, met inbegrip van het ESF, ondersteunde acties hangt af van behoorlijk bestuur en partnerschap tussen alle actoren op de relevante territoriale niveaus en de sociaaleconomische actoren, met name de sociale partners en maatschappelijke organisaties.

Het ESF ondersteunt beleidsmaatregelen en prioriteiten die tot doel hebben volledige werkgelegenheid te helpen verwezenlijken, de kwaliteit en de productiviteit op de werkplek te verhogen, de geografische en beroepsmobiliteit van de werknemers binnen de Unie te vergroten, de onderwijs- en opleidingsstelsels te verbeteren en intergenerationele rechtvaardigheid, sociale inclusie en gezondheid te bevorderen.

De overkoepelende beleidsdoelstelling van de ESF-verordening is het scheppen van een beter presterend en veerkrachtiger “sociaal Europa” en het uitvoeren van de Europese pijler van sociale rechten en de door het proces van de Europese economische governance bekrachtigde sociale en werkgelegenheidsprioriteiten. Het ESF zal bijdragen aan de uitvoering van de geïntegreerde richtsnoeren die zijn vastgesteld in overeenstemming met artikel 121 en artikel 148, lid 4, VWEU en de relevante landspecifieke aanbevelingen die zijn vastgesteld in het kader van het Europees Semester. Ook zal het een bijdrage leven aan de algemene doelstelling van slimme, inclusieve en duurzame groei na 2030 (de doelstellingen voor duurzame ontwikkeling van de VN2) en opwaartse convergentie.

Voorts zal het ESF helpen de werkgelegenheidskansen te verbeteren, de levensstandaard en het gezondheidsniveau te verhogen, de arbeidsmobiliteit en de economische, sociale en territoriale samenhang te vergroten, zoals vastgesteld in het VWEU en het Handvest van de grondrechten van de EU, evenals het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Het ESF is ook bedoeld om een bijdrage te leveren aan de vaardigheidsunie en de integratie van onderdanen van derde landen. De vaststelling van minimumaandelen en -bedragen voor het ESF zal ervoor zorgen dat de hierboven beschreven prioriteiten van de EU op passende wijze tot uiting komen in het volume van de investeringen die rechtstreeks op de Europese burgers zijn gericht.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het ESF is gericht op het verbeteren van de synergieën en samenhang met andere maatregelen ter investering in menselijk kapitaal overeenkomstig het plan voor nationale en regionale partnerschappen (het NRP-plan), met name in het kader van de steun die wordt verleend vanuit het cohesiebeleid, het visserijbeleid en het landbouwbeleid, evenals met het Europees Fonds voor concurrentievermogen.

Het ESF blijft de door Erasmus geboden steun aanvullen. Het ESF en Erasmus zijn actief op gelijkaardige gebieden. Zij helpen met name mensen nieuwe vaardigheden te verwerven, bij te scholen om te beantwoorden aan de behoeften van de bedrijfstakken, digitale competenties en de kwaliteit van onderwijs en opleiding te verbeteren.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), en in het bijzonder de artikelen 164, 174 en 175 daarvan, vormen het rechtskader voor de onder dit voorstel vallende maatregelen. Het ESF is gebaseerd op de artikelen 162 en 164 van het VWEU en de steun ter bestrijding van armoede, met name door voedseldeprivatie en elementaire materiële deprivatie aan te pakken, en de steun ter bevordering van de fundamentele waarden van de EU, zijn gebaseerd op artikel 175, derde alinea, VWEU.

Dit voorstel definieert het toepassingsgebied van de ESF-steun in verband met de specifieke doelstellingen die worden omschreven in de verordening inzake het NRP-plan, alsmede gerichte acties op het gebied van sociale innovatie. Ook verwijst het naar het Comité van het Europees Sociaal Fonds overeenkomstig artikel 163 VWEU.

Daarnaast heeft de Commissie op 16 juli 2025 een voorstel voor een verordening voor een “plan voor nationale en regionale partnerschappen” aangenomen om de coördinatie en harmonisatie van de uitvoering van steun in het kader van gedeeld beheer te verbeteren met als doel de beleidsuitvoering te vereenvoudigen. Het ESF valt tevens onder deze algemene bepalingen.

·Grondrechten

Naast de conditionaliteitsverordening, die van toepassing blijft op de EU-begroting als geheel, bevat deze verordening sterke waarborgen om er zorg voor te dragen dat de fondsen worden uitgevoerd in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en de rechtsstatelijke beginselen, zoals vastgesteld bij artikel 2 bis van Verordening (EU, Euratom) 2020/2092. Tevens zal dit initiatief de beginselen van het Verdrag van de Verenigde Naties. inzake de rechten van personen met een handicap eerbiedigen.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Op het gebied van sociaal en werkgelegenheidsbeleid en volksgezondheid heeft de EU een met de lidstaten gedeelde bevoegdheid (artikel 4 VWEU), de bevoegdheid om regelingen te treffen waarbinnen de lidstaten hun acties moeten coördineren (artikel 5 VWEU) of de bevoegdheid om het optreden van de lidstaten te ondersteunen, te coördineren of aan te vullen (artikel 6 VWEU).

Het ESF steunt op het subsidiariteitsbeginsel. Onder gedeeld beheer delegeert de Commissie strategische programmering en uitvoeringstaken aan de EU-lidstaten en regio’s. Zij beperkt ook het optreden van de EU tot wat noodzakelijk is om de doelstellingen ervan te bereiken, zoals vastgesteld in de Verdragen. Gedeeld beheer is erop gericht ervoor te zorgen dat besluiten zo dicht mogelijk bij de burger worden genomen en dat optreden op EU-niveau gerechtvaardigd is in het licht van de mogelijkheden en specifieke kenmerken op nationaal, regionaal of lokaal niveau. Gedeeld beheer brengt Europa dichter bij zijn burgers en verbindt lokale behoeften en Europese doelstellingen met elkaar. Daarenboven verhoogt het de betrokkenheid bij de EU-doelstellingen, aangezien de lidstaten en de Commissie beslissingsbevoegdheid en verantwoordelijkheid delen.

Evenredigheid

Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel gaat dit voorstel niet verder dan nodig is om de doelstellingen te verwezenlijken.

Keuze van het instrument

De keuze van het instrument is een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

[Zie verordening inzake het NRP-plan IA]

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

[placeholder]

De totale begroting voor het ESF bedraagt XX miljard EUR (in lopende prijzen) voor de periode 2028-2034.

Details inzake financiële en personeelsbehoeften zijn te vinden in het financieel en digitaal memorandum van de verordening inzake het NRP-plan.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

[Zie verordening inzake het NRP-plan IA]

Artikelsgewijze toelichting

De ESF-verordening omvat het onderwerp en definieert het toepassingsgebied van de steun van het ESF met betrekking tot de in de verordening inzake het NRP-plan omschreven doelstellingen. De verordening bevat tevens bepalingen over sociale innovatie. Ten slotte biedt de verordening een omschrijving van het comité overeenkomstig artikel 163 VWEU en de datum van inwerkingtreding.

2025/0239 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds als onderdeel van het plan voor nationaal en regionaal partnerschap vastgesteld bij Verordening (EU) [het NRP-plan] tot vaststelling van de voorwaarden voor de uitvoering van de steun van de Unie voor hoogwaardige werkgelegenheid, vaardigheden en sociale inclusie voor de periode van 2028 tot en met 2034

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 164 en artikel 175, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Op 17 november 2017 hebben het Europees Parlement, de Raad en de Commissie gezamenlijk de Europese pijler van sociale rechten afgekondigd als reactie op de sociale uitdagingen in Europa. De twintig kernbeginselen van de pijler zijn opgebouwd rond drie categorieën: gelijke kansen en toegang tot de arbeidsmarkt; billijke arbeidsvoorwaarden; sociale bescherming en inclusie. De twintig beginselen van de Europese pijler van sociale rechten moeten als leidraad dienen voor de acties in het kader van het Europees Sociaal Fonds (ESF). Op 4 maart 2021 heeft de Commissie een actieplan voor de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten (het “actieplan”) uitgebracht met ambitieuze maar realistische kerndoelen van de Unie voor 2030 inzake werkgelegenheid (dat ten minste 78 % van de bevolking in de leeftijdsgroep van 20 tot en met 64 jaar een baan moet hebben), vaardigheden (dat ten minste 60 % van alle volwassenen jaarlijks aan een opleiding moet deelnemen) en armoedebestrijding (dat het aantal mensen dat met armoede of sociale uitsluiting wordt bedreigd, met ten minste 15 miljoen afneemt, onder wie ten minste 5 miljoen kinderen) (de “kerndoelen van de Unie voor 2030”) en aanvullende subdoelen, alsook het herziene sociale scorebord. Om bij te dragen tot de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten moet het ESF investeringen in mensen en hervormingen van de systemen op de beleidsgebieden werkgelegenheid, onderwijs en sociale inclusie ondersteunen en daardoor bijdragen aan de economische, territoriale en sociale samenhang overeenkomstig artikel 174 van het Verdrag.

(2)De richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, zoals vermeld in artikel 148, lid 2, van het Verdrag, die jaarlijks door de Raad worden vastgesteld in het kader van het Europees Semester, vormen een belangrijk instrument voor de coördinatie van het sociaal en werkgelegenheidsbeleid van de Unie en van de lidstaten. Ze voorzien in gemeenschappelijke prioriteiten en doelstellingen voor het werkgelegenheids-, onderwijs-, vaardigheden- en sociaal beleid met het oog op het versterken van de concurrentiekracht van de Unie en om van de Unie een betere plaats te maken om te investeren, banen te scheppen en sociale cohesie te bevorderen. Het ESF vormt het belangrijkste instrument van de Unie voor het ondersteunen van de werkgelegenheidsrichtsnoeren en het bereiken van de doelstellingen van de Unie op het gebied van werkgelegenheids- en sociaal beleid. De werkgelegenheidsrichtsnoeren vormen een aanvulling op de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten. Derhalve moet het toepassingsgebied van het ESF voor 2028 tot en met 2034 volledig worden afgestemd op Besluit (EU) … van de Raad 1 [uiterlijk op 1 januari 2027 door de Raad vast te stellen werkgelegenheidsrichtsnoeren].

(3)Het Europees Semester voor coördinatie van het economisch beleid is het kader op Unieniveau voor de vaststelling van nationale hervormingsprioriteiten en het toezicht op de uitvoering ervan. De lidstaten moeten jaarlijkse voortgangsverslagen indienen met betrekking tot de uitvoering van hun budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn. Dat kader moet de grondslag vormen voor een coherente inzet van de Uniefinanciering, onder meer met het oog op het maximaliseren van de toegevoegde waarde van de te ontvangen financiële steun.

(4)De Unie wordt geconfronteerd met structurele uitdagingen die voortvloeien uit de economische globalisering, kwetsbare toeleveringsketens, het beheer van migratiestromen en de toegenomen bedreiging van de veiligheid, de transitie naar schone energie, technologische en demografische verandering, de vergrijzing van de beroepsbevolking, het tekort aan sociale woningen en toenemende tekorten aan vaardigheden en arbeidskrachten in veel sectoren en regio’s.

(5)Rekening houdend met de veranderende realiteit op de arbeidsmarkt, moet de Unie voorbereid zijn op actuele en toekomstige uitdagingen door te investeren in relevante vaardigheden, door groei inclusiever te maken en door het sociale en werkgelegenheidsbeleid te verbeteren, ook met het oog op arbeidsmobiliteit en sectorale herstructurering, waarbij met name moet worden gelet op stedelijke en plattelandsgebieden met specifieke zwakke punten op sociaal gebied.

(6)Tussen nu en 2040 zal de arbeidsmarkt van de Unie met ongeveer één miljoen personen per jaar krimpen. Voorts hebben sommige regio’s niet alleen te maken met een krimpende beroepsbevolking, maar ook met een klein en stagnerend aandeel van de bevolking met een tertiaire opleiding, waardoor het moeilijk is om het verlies aan arbeidskrachten te compenseren door een hogere arbeidsproductiviteit. Hierdoor zal de druk op het sociale welvaartsmodel van de Unie toenemen, waardoor de houdbaarheid en toereikendheid ervan onder druk komen te staan. Ook zullen de tekorten aan arbeidskrachten en vaardigheden op de arbeidsmarkt groter worden, waardoor de economische groei en de concurrentiekracht onder spanning komen te staan. In sommige sectoren zal dit leiden tot druk op de arbeidskosten. Daarom moet het ESF een verhoging van de arbeidsmarktparticipatie ondersteunen, in het bijzonder onder vrouwen en jongeren, personen met een handicap en Roma-gemeenschappen, en werkgevers ondersteunen bij het vinden van de juiste mensen voor vacatures, oudere werknemers meer mogelijkheden bieden door passende maatregelen met betrekking tot de arbeidsmarkt en de werkplek, zorgen voor een geschoolde beroepsbevolking om grote uitdagingen voor de samenleving aan te pakken, en een gezonde balans tussen werk en privéleven ondersteunen, onder meer door toegang tot hoogwaardige kinderopvang.

(7)Op 29 januari 2025 publiceerde de Commissie het kompas voor concurrentievermogen. Het kompas zet een traject uit voor Europa om een plaats te worden waar toekomstige technologieën, diensten en schone producten worden uitgevonden, worden geproduceerd en in de handel worden gebracht, waarbij Europa als eerste continent klimaatneutraal wordt. Er worden vijf horizontale stimuli voor concurrentiekracht in aangewezen, waaronder het bevorderen van vaardigheden en hoogwaardige banen, en er wordt in benadrukt dat de bevolking van Europa de basis vormt voor haar concurrentiekracht. Met het oog op concurrentievermogen en paraatheid voor de toekomst moet de Unie haar bevolking steunen en uitrusten met de vaardigheden en competenties die nodig zijn om succesvol te zijn in het onderwijs, het werk en het leven.

(8)Hiernaast heeft de Commissie op 26 februari 2025 de mededeling “De Clean Industrial Deal: Een gezamenlijke routekaart voor concurrentievermogen en decarbonisatie” aangenomen. Het is van cruciaal belang om de kritieke rol te erkennen die vaardigheden spelen in het mogelijk maken van een geslaagde transitie naar een schonere en sterker concurrerende industriële toekomst binnen de Unie. Het ontwikkelen van een hooggekwalificeerde beroepsbevolking is essentieel voor het stimuleren van innovatie en het bevorderen van decarbonisatie en circulariteit in belangrijke bedrijfstakken. Deze focus op de versterking van vaardigheden is cruciaal voor het bereiken van de doelstellingen van de Unie in verband met een rechtvaardige transitie en voor het handhaven en versterken van de wereldwijde concurrentiekracht van de Unie. Voorts is de toegang tot milieuhulpbronnen en de voordelen daarvan ongelijk verdeeld in de samenleving, net als milieugevaren en gezondheidsrisico’s. Er is meer kans dat kwetsbare groepen daar onevenredig door worden getroffen.

(9)De vaardigheidsunie is gericht op het ondersteunen van de ontwikkeling van hoogwaardige, inclusieve en flexibele systemen voor onderwijs, opleiding en vaardigheden om de concurrentiekracht, paraatheid, veiligheid en democratie van de Unie te versterken. Daarom moet de Unie, in overeenstemming met de vaardigheidsunie, zorgen voor voldoende financiering voor het opbouwen van solide grondslagen voor vaardigheden en het stimuleren van kansen voor levenslange en toekomstgerichte bij- en omscholingskansen voor iedereen, met name met het oog op de uitdagingen van de digitale en de groene transitie. Dit zal met name bijdragen aan digitale vaardigheden en belangrijke faciliterende technologieën maar ook aan vaardigheden ter ondersteuning van opkomende sectoren, teneinde mensen vaardigheden te bieden die zijn afgestemd op digitalisering, door technologie en innovatie aangestuurde veranderingen, sociale en economische verandering, het faciliteren van loopbaanovergangen en mobiliteit en het ondersteunen van in het bijzonder laaggeschoolde of gebrekkig gekwalificeerde volwassenen. In overeenstemming met de vaardigheidsunie moeten de uitdagingen van de digitale en de groene transitie worden aangepakt door het bij- en omscholen van werknemers, het afstemmen van het onderwijs op de behoeften van het bedrijfsleven en het bevorderen van partnerschappen tussen onderwijsinstellingen, werkgevers en overheidsinstanties. Ook is het nodig om de circulatie en passende verdeling van vaardigheden op de interne markt te versterken, onder meer door het verbeteren van de overdraagbaarheid van vaardigheden, en om vaardigheden in de EU te kunnen aantrekken en behouden.

(10)Verordening (EU) [de NRP-verordening] bepaalt de algemene regels voor het plan voor nationaal en regionaal partnerschap (“het NRP-plan”) en stelt in het bijzonder de doelstellingen vast die moeten worden ondersteund door de plannen voor nationale en regionale partnerschappen en de regels met betrekking tot het opstellen, uitvoeren, beheren en controleren van die plannen. Het ESF is een van de nationaal vooraf toegewezen fondsen die onder het plan voor nationale en regionale partnerschappen zijn gegroepeerd, overeenkomstig Verordening (EU) [...] [verordening inzake het NRP-plan]. Daarom is het nodig om het toepassingsgebied van de ESF-steun met betrekking tot de bij de NRP-verordening vastgestelde doelstellingen te verhelderen en om specifieke bepalingen vast te stellen betreffende de uitvoering van het ESF.

(11)Een efficiënte en doeltreffende uitvoering van de door het NRP-plan, met inbegrip van het ESF, ondersteunde acties hangt af van behoorlijk bestuur en partnerschap tussen alle actoren op de relevante territoriale niveaus en de sociaaleconomische actoren, met name de sociale partners en maatschappelijke organisaties.

(12)Ter versterking van de Europese samenlevingen en het sociale model van Europa moeten de lidstaten een minimale hoeveelheid aan middelen aan het ESF toewijzen krachtens hun plannen voor nationaal en regionaal partnerschap, vastgesteld overeenkomstig Verordening (EU) [verordening inzake het NRP-plan]. Vanwege de uiteenlopende aard en ernst van de verschillende sociaal-economische uitdagingen in de lidstaten is een flexibelere aanpak van de programmering vereist. Hoewel een minimale mate van steun voor sociaal beleid noodzakelijk is om te waarborgen dat de actie in verhouding staat tot die uitdagingen, moet die steun ook nauw aansluiten op de nationale en regionale kenmerken. De onderliggende bronnen van sociale ongelijkheid of problemen moeten de grondslag vormen voor het relatieve belang dat wordt toegekend aan investeringen en hervormingen binnen de reikwijdte van de werkgelegenheidsrichtsnoeren en het ESF. Dit betekent dat overleg tussen de lidstaten en de Commissie moet leiden tot beleidswaarborgen door thematische concentratie. Bij het bepalen van het minimumbedrag van het ESF moet tevens een evenwicht worden gevonden tussen enerzijds het strategische belang dat de Unie heeft bij het investeren in haar bevolking, en daarmee in de kwaliteit van het aanbod aan arbeidskrachten evenals de sociale vooruitgang, en anderzijds de investeringsbehoeften die vallen onder de andere specifieke doelstellingen zoals genoemd in artikel 3 van de [verordening inzake het NRP-plan].

(13)Het ESF moet werkgelegenheid, gelijke toegang tot de arbeidsmarkt voor iedereen, rechtvaardige en hoogwaardige arbeidsvoorwaarden en arbeidsmobiliteit ondersteunen. Het ESF moet lidstaten ondersteunen bij het verlenen van tijdige, doeltreffende, gecoördineerde bijstand op maat aan werklozen en inactieve personen in de vorm van hulp bij het zoeken naar een baan, opleiding, bij- en omscholing en toegang tot andere ondersteunende diensten, met bijzondere aandacht voor personen in kwetsbare situaties en personen die getroffen zijn door de groene en de digitale transitie of schokken op de arbeidsmarkt, alsook degenen die het verst van de arbeidsmarkt af staan. Het ESF moet zich blijven richten op de jeugdwerkloosheid en met name op jongeren die geen werk hebben, noch naar school gaan of een opleiding volgen (NEET’s), door voortijdig verlaten van onderwijs en opleiding te voorkomen en de overgang van school naar werk structureel te verbeteren, onder andere door middel van een volledige uitvoering van de versterkte jongerengarantie, in het bijzonder ter bevordering van hoogwaardige werkgelegenheid voor jongeren. Daarnaast moet het ESF blijven investeren in vaardigheden die essentieel zijn voor de groene en de digitale transitie.

(14)Het ESF moet het aanbod aan arbeidskrachten versterken en onderwijs, opleiding en de levenslange verwerving van vaardigheden verbeteren. In het bijzonder moet het ESF helpen bij de voortgang in onderwijs en opleiding en bij de overgang naar werk. Het moet een leven lang leren, waaronder het formele, niet-formele en informele leren dat in alle levensfasen plaatsvindt, en de inzetbaarheid op de arbeidsmarkt ondersteunen en bijdragen tot het concurrentievermogen en de maatschappelijke en economische innovatie door schaalbare en duurzame initiatieven op deze gebieden te ondersteunen. Dit kan bijvoorbeeld worden bereikt via werkgerelateerde opleidingen en leerlingplaatsen, levenslange begeleiding, het anticiperen op vaardigheden in samenwerking met de sector, actueel opleidingsmateriaal, prognoses en het volgen van afgestudeerden, opleiding van opleiders, validatie van leerresultaten en de erkenning van kwalificaties.

(15)Het ESF moet de toegang tot diensten vergemakkelijken, onder meer door het versterken van de modernisering, digitalisering en veerkracht van zowel gezondheidszorgdiensten als diensten voor langdurige zorg. Het ESF moet lidstaten ondersteunen bij het uitvoeren van maatregelen om alle vormen van discriminatie te beëindigen en gelijke kansen voor iedereen te waarborgen, en in het bijzonder voor groepen die ondervertegenwoordigd zijn op de arbeidsmarkt, door gelijke toegang tot diensten te verzekeren. De beschikbaarheid van betaalbare, duurzame en hoogwaardige diensten zoals voor- en vroegschoolse educatie en opvang, buitenschoolse opvang, onderwijs, opleiding en gezondheid en langdurige zorg, in het bijzonder op het gezin en op de gemeenschap gebaseerde zorgdiensten, vormt een noodzakelijke voorwaarde voor het waarborgen van gelijke kansen en arbeidsmobiliteit. Het ESF moet er zorg voor dragen dat iedereen, met inbegrip van kinderen, in overeenstemming met de Europese kindergarantie toegang heeft tot essentiële diensten van goede kwaliteit. Bij deze dienstverlening en in verband met zelfstandig wonen moet rekening worden gehouden met de specifieke behoeften van personen met een handicap, onder andere wat toegankelijkheid betreft. Het ESF moet tevens bijdragen tot de modernisering van socialebeschermingssystemen, vooral met het oog op het bevorderen van de toegankelijkheid ervan.

(16)Steun via het ESF moet worden ingezet om gelijke kansen voor iedereen te bevorderen, sterke sociale vangnetten te ondersteunen, sociale inclusie en intergenerationele rechtvaardigheid te stimuleren en armoede te bestrijden. Het ESF moet de inspanningen van de lidstaten ter bestrijding van armoede, onder meer door het aanpakken van materiële deprivatie, ondersteunen zodat het doorgeven van achterstand van generatie op generatie wordt doorbroken. Het moet sociale inclusie bevorderen door gelijke kansen te waarborgen voor iedereen en discriminatie en ongelijkheid op gezondheidsgebied aan te pakken. Dit vereist dat een heel scala aan beleidsmaatregelen voor de meest kansarmen wordt ingezet, ongeacht hun leeftijd, met inbegrip van in armoede levende kinderen, gemarginaliseerde gemeenschappen zoals de Roma, werkende armen en de meest behoeftige personen. Het ESF moet de actieve inclusie van mensen die ver van de arbeidsmarkt af staan bevorderen met het oog op hun sociaaleconomische integratie. Het ESF moet ook de dakloosheid aanpakken, onder meer door preventie- en bestrijdingsmaatregelen overeenkomstig de verklaring van Lissabon van 2021. Steun voor sociale innovatie speelt een belangrijke rol bij het verwezenlijken van deze doelstellingen en moet daarom worden bevorderd.

(17)De beginselen van democratie, rechtsstaat en grondrechten zijn fundamentele waarden van de Unie. Deze waarden zijn fundamenteel voor elke afzonderlijke persoon, met name de meest kwetsbare. Daarnaast zijn ze van instrumenteel belang voor een doeltreffende uitvoering van het ESF. Daarom moet het ESF ook de bevordering en uitvoering van die waarden voor iedereen ondersteunen. Het ESF blijft zich ook inzetten voor de rechten van personen met een handicap zoals verankerd in het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap. Het zorgt ook voor samenhang met de Unie van gelijkheid en de daarmee samenhangende strategieën 1 die gericht zijn op het bestrijden van discriminatie op basis van geslacht, ras of etnische afkomst, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid, en voor sociale cohesie, door het handhaven en ontwikkelen van open, op grondrechten gebaseerde, democratische, gelijke en inclusieve samenlevingen op basis van de rechtsstaat.

(18)Overeenkomstig Verordening (EU) [verordening nationale plannen] zijn lidstaten verplicht om horizontale beginselen in acht te nemen bij het opstellen en uitvoeren van de plannen voor nationaal en regionaal partnerschap. In dit verband moeten lidstaten ook worden gestimuleerd om gebruik te maken van het ESF ter ondersteuning van gerichte acties om horizontale beginselen te propageren, zoals het bevorderen van gendergelijkheid en het waarborgen van de toegankelijkheid van diensten voor personen met een handicap en om personen met een handicap in staat te stellen tot actieve participatie.

(19)Om ervoor te zorgen dat de sociale dimensie van Europa, zoals vastgesteld in de Europese pijler van sociale rechten, naar behoren wordt bevorderd en dat een toereikend bedrag van de middelen wordt gebruikt voor de meest behoeftigen, moeten de lidstaten middelen van het ESF inzetten voor de bevordering van sociale inclusie.

(20)Vanwege de bijzondere noodzaak om kinderen in armoede te ondersteunen, moeten de lidstaten ook middelen van het ESF gebruiken voor programma’s voor de aanpak van maatregelen overeenkomstig de kindergarantie.

(21)Het ESF moet bijdragen tot het terugdringen van de armoede door ondersteuning van nationale regelingen die erop gericht zijn voedselgebrek en ernstige materiële deprivatie te verminderen en de sociale integratie van mensen die risico lopen op armoede of sociale uitsluiting en van de meest behoeftigen te bevorderen. De lidstaten moeten middelen van het ESF toewijzen aan de aanpak van de vormen van extreme armoede die de grootste gevolgen op het gebied van sociale exclusie hebben, zoals dakloosheid en materiële en voedseldeprivatie.

(22)In het licht van de aanhoudend hoge niveaus van werkloosheid en inactiviteit onder jongeren in een aantal lidstaten en regio’s, die vooral van invloed zijn op jongeren die geen werk hebben en geen onderwijs of opleiding volgen, moeten die lidstaten zich blijven inzetten om voldoende ESF-middelen te investeren in maatregelen ter bevordering van jongerenwerkgelegenheid, onder andere via de uitvoering van de jongerengarantie. Derhalve moeten de lidstaten voldoende middelen toewijzen aan deze uitdaging. Lidstaten die te maken hebben met hoge jeugdwerkloosheid moeten middelen van het ESF toewijzen om de inzetbaarheid van jongeren te ondersteunen.

(23)Een doelmatige en doeltreffende uitvoering van de door het ESF ondersteunde acties hangt af van een goed bestuur en een goed partnerschap tussen alle actoren op de relevante territoriale niveaus en de sociaaleconomische actoren, met name de sociale partners en het maatschappelijk middenveld. Het is daarom van essentieel belang dat de lidstaten de sociale partners en het maatschappelijk middenveld aanmoedigen deel te nemen aan de uitvoering van het ESF. Lidstaten die op dit gebied een landspecifieke aanbeveling hebben ontvangen, moeten middelen van het ESF toewijzen aan de bevordering van capaciteitsopbouw voor sociale partners en maatschappelijke organisaties.

(24)Rekening houdend met de bijzondere kenmerken en beperkingen van de ultraperifere gebieden moeten de lidstaten in hun hoofdstuk voor ultraperifere gebieden maatregelen opnemen voor het versterken van de werkgelegenheid en arbeidsmobiliteit, met name voor jongeren, onderwijs en vaardigheden en sociale inclusie.

(25)Aangezien de doelstellingen van deze verordening, namelijk de doeltreffendheid van de arbeidsmarkten vergroten en de toegang tot kwaliteitsvol werk verbeteren, de toegang tot en de kwaliteit van onderwijs en opleiding verbeteren, sociale inclusie en gezondheid bevorderen en armoede bestrijden, niet voldoende kunnen worden verwezenlijkt door de lidstaten en beter kunnen worden verwezenlijkt op het niveau de Unie, mag de Unie overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel als uiteengezet in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie maatregelen vaststellen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Voorwerp

1.In deze verordening worden specifieke voorwaarden vastgesteld voor de uitvoering van het Europees Sociaal Fonds voor de programmeringsperiode 2028-2034 als onderdeel van de steun van de Unie overeenkomstig de algemene doelstellingen die zijn vastgesteld bij artikel 2 van Verordening XX [verordening inzake het NRP-plan], en in het bijzonder de punten b) en e).

2.Deze steun van de Unie wordt krachtens het plan voor nationale en regionale partnerschappen verstrekt in overeenstemming met de bij Verordening (EU) […] [NRP-plan] vastgestelde regels.

Artikel 2

ESF-steun

1.Het Europees Sociaal Fonds (ESF) ondersteunt de specifieke doelstellingen die zijn vastgesteld bij artikel 3 van Verordening XX [verordening inzake het NRP-plan].

2.Voor de toepassing van lid 1 is het gebruik door de lidstaten van het ESF voor de toepassing van artikel 2, punt b), van Verordening XX [NRP-plan] gebaseerd op de richtsnoeren voor het werkgelegenheidsbeleid van de lidstaten, zoals vermeld in artikel 148, lid 2, van het Verdrag, vastgesteld in Besluit (EU) xxxx [uiterlijk op 1 januari 2027 door de Raad vast te stellen werkgelegenheidsrichtsnoeren].

Artikel 4

Sociale innovatie

1.Sociale innovatie wordt ondersteund op de onder de werkingssfeer van het ESF vallende gebieden, met name met het oog op het testen, het evalueren en het op grotere schaal toepassen van innovatieve oplossingen, inclusief op plaatselijk of regionaal niveau, voor de aanpak van sociale behoeften, tezamen met de relevante partners, met name de sociale partners.

2.De Commissie zet op eigen initiatief, overeenkomstig artikel 12 van Verordening (EU) [verordening inzake het NRP-plan] technische bijstand in voor het faciliteren van capaciteitsopbouw voor sociale innovatie, in het bijzonder door het ondersteunen van wederzijds leren, transnationale samenwerking, het oprichten van netwerken en het verspreiden en bevorderen van goede praktijken en methodologieën.

Artikel 5

Steun voor demografische transitie

De lidstaten en regio’s stellen, wanneer dat gepast is, een geïntegreerde benadering voor het aanpakken van uitdagingen die voortvloeien uit de demografische transitie vast in een of meer speciaal hieraan gewijde hoofdstukken van het plan voor nationale en regionale partnerschappen.

Artikel 6

Steun ter bestrijding van materiële deprivatie

1.De lidstaten kunnen steun ter bestrijding van materiële deprivatie bieden door de verdeling van voedsel en goederen die in overeenstemming zijn met het Unierecht inzake de veiligheid van consumentenproducten.

2.De lidstaten en de begunstigden kiezen de voedselhulp en/of de materiële basishulp op grond van objectieve criteria die verband houden met de behoeften van de meest behoeftige personen. Bij de selectiecriteria voor voedsel, en in voorkomend geval voor goederen, wordt ook rekening gehouden met klimaatgerelateerde en milieuaspecten, teneinde een billijke en rechtvaardige groene transitie te waarborgen, in het bijzonder met het oog op minder voedselverspilling en minder kunststoffen voor eenmalig gebruik. In voorkomend geval wordt bij de keuze van het te verdelen soort voedsel rekening gehouden met de bijdrage van het voedsel aan een evenwichtig dieet van de meest behoeftige personen. De voedselhulp en/of de materiële basishulp kunnen direct aan de meest behoeftige personen worden verstrekt of indirect, bijvoorbeeld door middel van vouchers of kaarten in elektronische of andere vorm, op voorwaarde dat ze uitsluitend kunnen worden ingeruild voor voedselhulp en/of materiële basishulp. De steun voor de meest behoeftige personen komt bovenop alle sociale uitkeringen die door de nationale socialezekerheidsstelsels of overeenkomstig het nationale recht kunnen worden verstrekt.

3.De Commissie en de lidstaten zorgen ervoor dat bij de hulp in het kader van de steun ter bestrijding van materiële deprivatie de waardigheid van de meest behoeftige personen wordt geëerbiedigd en zij niet worden gestigmatiseerd.

4.De lidstaten vullen de verstrekking van voedselhulp en/of materiële basishulp aan met begeleidende maatregelen, zoals verwijzingen naar bevoegde diensten of door het bevorderen van de sociale integratie van de meest behoeftige personen.

De eerste alinea is niet van toepassing wanneer de verstrekking van dergelijke maatregelen niet mogelijk is, bijvoorbeeld wanneer de steun wordt verstrekt als reactie op een noodsituatie zoals een natuurramp.

5.Voor de toepassing van dit artikel betekent “meest behoeftige personen” natuurlijke personen — individuen, gezinnen, huishoudens of groepen van personen, met inbegrip van kinderen in kwetsbare situaties en daklozen — van wie de behoefte aan hulp is vastgesteld aan de hand van objectieve criteria die door de bevoegde nationale autoriteiten in overleg met relevante belanghebbenden, onder vermijding van belangenconflicten, zijn vastgesteld en die elementen kunnen bevatten waarmee de hulp kan worden afgestemd op de meest behoeftige personen in bepaalde geografische gebieden.

Artikel 7

Partnerschap

De lidstaten zorgen ervoor dat de sociale partners en maatschappelijke organisaties op zinvolle wijze worden betrokken bij de verlening van steun voor beleidsmaatregelen op het gebied van hoogwaardige werkgelegenheid, onderwijs en vaardigheden en sociale inclusie overeenkomstig artikel 6 van Verordening XX [NRP-plan].

Artikel 8

Op grond van artikel 163 VWEU ingesteld comité

1.De Commissie wordt door het bij artikel 163 VWEU ingestelde comité (“het ESF-Comité”) bijgestaan met betrekking tot de steun die wordt verstrekt voor de in artikel 3, lid 1, punt c), van Verordening XX [NRP-plan] bedoelde algemene doelstelling [specifieke doelstelling — werkgelegenheid].

2.Iedere lidstaat wijst één vertegenwoordiger van de regering, één vertegenwoordiger van de werknemersorganisaties, één vertegenwoordiger van de werkgeversorganisaties alsmede één plaatsvervanger voor ieder lid aan voor een termijn van maximaal zeven jaar. Bij afwezigheid van een lid neemt de plaatsvervanger van rechtswege aan de beraadslagingen deel. Het Comité omvat tevens telkens één vertegenwoordiger van de organisaties die de werknemersorganisaties en de werkgeversorganisaties op het niveau van de Unie vertegenwoordigen.

3.Het Comité kan advies uitbrengen over alle aangelegenheden met betrekking tot de uitvoering van het ESF.

Artikel 9

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is van toepassing vanaf de toepassingsdatum van Verordening (EU) […] tot vaststelling van het plan voor nationale en regionale partnerschappen voor de periode 2028‑2034.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM

[…]

(1)    Publicatieverwijzing invoegen.