Brussel, 16.7.2025

COM(2025) 550 final

2025/0550(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van het programma AgoraEU voor de periode 2028-2034 en tot intrekking van de Verordeningen (EU) 2021/692 en (EU) 2021/818

{SEC(2025) 547 final} - {SWD(2025) 550 final} - {SWD(2025) 551 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

De EU is een gemeenschap van waarden die diep geworteld zijn in de geschiedenis en identiteit van Europa en die zijn verankerd in het EU-Verdrag. Deze waarden zijn vastgelegd in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) en vormen een gemene deler voor alle lidstaten. De waarden omvatten democratie, eerbiediging van de mensenrechten, non-discriminatie, gelijkheid, de rechtsstaat en pluriformiteit, waarbij ook culturele diversiteit, vrijheid van meningsuiting, waaronder vrijheid en pluriformiteit van de media en artistieke vrijheid en pluriformiteit, in het Handvest van de grondrechten van de EU zijn vastgelegd.

Burgerparticipatie en -betrokkenheid, transparantie en de verantwoordingsplicht bij besluitvorming en eerbiediging van de grondrechten en de rechtsstaat dragen bij tot de vitaliteit van de Europese democratie. De media spelen een cruciale rol bij het vormen van de publieke opinie en het bevorderen van een vrij debat. Audiovisuele inhoud en alle andere vormen van artistieke, culturele en creatieve expressie, met inbegrip van cultureel erfgoed, zijn essentieel voor de diversiteit van Europa en voor het tot stand brengen van maatschappelijke veerkracht en wederzijds begrip. Niet alleen hebben de media een intrinsieke waarde en een impact op en in de samenleving, maar ze zijn tevens belangrijke aanjagers van duurzame economische groei, concurrentievermogen, innovatie, werkgelegenheid en “soft power”. Daarom zijn ze van wezenlijk belang voor de toekomst van Europa.

Het belang van financiële steun van de EU op deze gebieden bestaat erin dat daarmee inclusief en participatief bestuur kan worden bevorderd, geïnformeerd en actief burgerschap kan worden gefaciliteerd, grondrechten kunnen worden gewaarborgd en bevorderd, gelijkheid en non-discriminatie kunnen worden versterkt en respect en waardering voor culturele verscheidenheid en alle vormen van artistieke expressie tot uitdrukking kunnen worden gebracht. De bloeiende creatieve, audiovisuele en mediasector in Europa en de rijkdom van de culturen en het erfgoed van Europa spelen een centrale rol in zijn identiteit. Deze beleidsterreinen staan echter voor grote uitdagingen die een integrale aanpak door de Unie vereisen.  

De waarden van de Unie staan van binnenuit en van buitenaf onder druk, bijvoorbeeld op het gebied van de rechtsstaat, ongelijkheid, discriminatie, schendingen van grondrechten en een tanend vertrouwen in zowel democratische instellingen als democratische processen. Structurele ongelijkheden blijken hardnekkig en dat geldt ook voor geweld en discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid, wat vaak tot uiting komt in racisme en andere vormen van onverdraagzaamheid. Ondertussen wordt de traditionele rol van onafhankelijke organisaties in het maatschappelijk middenveld als tegenwicht voor deze trends door afnemende financiële en politieke steun op de proef gesteld.

De Europese mediasectoren staan bekend om hun kwaliteit en creativiteit, maar moeten tegenwoordig met wereldwijde onlineplatforms wedijveren om de aandacht van burgers en consumenten. De verspreiding van in de EU geproduceerde audiovisuele inhoud blijft versnipperd op nationaal niveau, terwijl het grootste deel van de opbrengsten uit kaartverkoop en streamingabonnementen terechtkomt bij actoren van buiten de Unie. Hoewel de videogame-industrie een sterke positie heeft verworven in de hedendaagse digitale cultuur (meer dan de helft van de inwoners van de EU speelt regelmatig videogames), wordt de markt van de Unie voor videogames nog altijd grotendeels gedomineerd door mondiale concurrenten. Ten slotte wordt de integriteit van de informatieruimte bedreigd door de verspreiding van desinformatie en de toename van gemanipuleerde informatie van buiten de Unie en inmenging van vijandige actoren, zoals Rusland. De pluriformiteit van de media wordt extra bedreigd door factoren zoals de concentratie van media-eigendom. Tegelijkertijd hebben nieuwsmedia te maken met een daling van advertentie-inkomsten en omzet doordat digitale concurrenten een steeds groter deel van de inkomsten naar zich toe trekken en het consumptiegedrag beïnvloeden. Al deze factoren zetten de levensvatbaarheid van de media onder druk.

Cultuur en de culturele en creatieve sector in de Unie zijn bovendien versnipperd op nationaal en taalkundig niveau, wat overigens recht doet aan onze enorme verscheidenheid. Dit beperkt transnationale artistieke samenwerking, het publiek dat wordt bereikt, de ontwikkeling van innovatieve praktijken evenals de veerkracht en het concurrentievermogen van de sectoren en de versterking van het maatschappelijk welzijn. Voor professionals in de culturele en creatieve sector is het lastig om grensoverschrijdend te werken en toegang te krijgen tot nieuwe kansen en markten, waardoor geografische onevenwichtigheden worden versterkt en de verspreiding van Europese culturele werken wordt belemmerd. De beperkte grensoverschrijdende mobiliteit en samenwerking belemmeren netwerken, schaalvoordelen, het bundelen van expertise en co-creatie, allemaal zaken die cruciaal zijn voor het behoud van creatieve loopbanen en een sterke culturele en creatieve sector. Tegelijkertijd wordt het rijke culturele erfgoed van Europa bedreigd door een combinatie van budgettaire beperkingen, door kwetsbaarheid voor milieuverontreiniging, klimaatverandering en natuurrampen en door onrechtmatig gebruik of vernieling.   

Ten slotte hebben de maatschappelijke, creatieve, culturele en mediasector met elkaar gemeen dat ze afhankelijk zijn van technologie, en zij zouden er baat bij kunnen hebben om voor bepaalde activiteiten de handen ineen te slaan. Ze worden getroffen door financiële zwakten, belemmeringen bij de toegang tot financiering, moeilijkheden bij het gebruik en de acceptatie van toegepaste innovatie, een gebrek aan aanpassing aan nieuwe vaardigheden en digitale transformatie. Intussen krijgen technologiereuzen van buiten de EU steeds meer invloed op de maatschappij, de media en het culturele landschap en bepalen zij via algoritmische aanbevelingen, geautomatiseerde verspreiding en door artificiële intelligentie (AI) gegenereerde inhoud in toenemende mate welke inhoud wordt geconsumeerd en op welke wijze. 

Dit zijn uitdagingen die de nationale grenzen overstijgen en alleen doeltreffend kunnen worden aangepakt door middel van gezamenlijke oplossingen, coördinatie, sturing en ondersteuning op EU-niveau. EU-optreden kan samenwerking, capaciteitsopbouw en wederzijds leren bevorderen en het potentieel van deze sectoren optimaliseren en bundelen om bij te dragen tot economische groei, maatschappelijke ontwikkeling en culturele verscheidenheid.  

De EU heeft in de loop der jaren via verschillende financieringsprogramma’s steun verleend om uitdagingen op het gebied van cultuur, media en gelijkheid, burgers, rechten en waarden van de Unie aan te pakken. In het meerjarig financieel kader (MFK) 2021-2027 werd steun voor cultuur en de culturele, creatieve en audiovisuele sector in het programma Creatief Europa opgenomen. Dit had tot doel om de Europese culturele en taalverscheidenheid en het culturele en taalkundige erfgoed van Europa te beschermen, te ontwikkelen en te bevorderen en het concurrentievermogen van deze sectoren, met name de audiovisuele sector, te helpen versterken. Tegelijkertijd was het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” (het CERV-programma) hoofdzakelijk gericht op de bevordering en bescherming van de rechten en waarden van de Unie, die in de Verdragen, het Handvest en de toepasselijke internationale mensenrechtenverdragen zijn vastgelegd. In het kader van het CERV-programma wordt steun verleend aan organisaties in het maatschappelijk middenveld — waaronder basisorganisaties — die op Europees, nationaal, regionaal en lokaal niveau actief zijn op het gebied van de bescherming en bevordering van de waarden van de Unie. Op sommige gebieden, zoals nieuwsmedia en de bestrijding van desinformatie, was de steun van de Unie over verschillende programma’s versnipperd. Het sectoroverschrijdende onderdeel van Creatief Europa omvatte specifieke acties op het gebied van pluriformiteit van de media, mediawijsheid en samenwerking tussen media, terwijl met de Multimedia-acties ondersteuning werd geboden voor de informatievoorziening in verband met onderwerpen die met de EU te maken hebben. De bestrijding van desinformatie wordt tot nu toe gefinancierd via Digitaal Europa.

Het voorstel in het MFK 2028-2034 heeft tot doel de huidige “complexiteit, zwakke punten en starheid” in de EU-begroting aan te pakken en voorziet in een kader dat gerichter en eenvoudiger is en minder maar doeltreffendere programma’s omvat. Om deze reden en om de flexibiliteit van de begroting te vergroten en beter te kunnen inspelen op veranderende omstandigheden en nieuwe problemen, wordt met dit voorstel beoogd het optreden van de EU op het gebied van cultuur, media en gelijkheid, burgers, rechten en waarden te stroomlijnen, waarbij in voorkomend geval gebruik wordt gemaakt van verbindingen en synergieën en tegelijkertijd rekening wordt gehouden met de unieke kenmerken en de specifieke behoeften van elk van deze beleidsterreinen.  

Wat betreft gelijkheid, burgers, rechten en waarden zal het voorstel bijdragen tot de handhaving van de democratie en de rechtsstaat, grondrechten en gelijkheid, het terugdringen van discriminatie en het versterken van het maatschappelijk middenveld. Ook zal het nieuwe programma bijdragen tot de bestrijding van gendergerelateerd geweld, geweld tegen kinderen en geweld tegen andere risicogroepen. Daarnaast zal het bijdragen tot het vergroten van de democratische veerkracht en participatie.  

De media zijn een stuwende kracht achter democratische waarden, culturele verscheidenheid en economische groei. De door de mediasector aangeboden werken omvatten onder meer films, series, videogames, nieuws en informatie, immersieve realiteit en multimedia, maar ook diensten zoals opvoeringen, televisie- en radio-uitzendingen, gedrukte en onlinepublicaties, onlinevideo’s en podcasts. Om maatschappelijk relevant te blijven, moeten de audiovisuele en de mediasector veerkrachtig en concurrerend zijn. Het voorstel dient ter ondersteuning van een vrije, concurrerende en diverse media- en audiovisuele ruimte. Enerzijds zal het de productie, verspreiding, exploitatie van intellectuele eigendom en consumptie van audiovisuele werken en andere vormen van media-inhoud, zoals spellen, bevorderen. Anderzijds zal het bijdragen tot de bescherming van de levensvatbaarheid en de pluriformiteit van de informatiemarkt, met name door ondersteuning te bieden ten behoeve van nieuwsmedia en de onafhankelijkheid van de media, ook op regionaal en lokaal niveau. Voorts zal het bijdragen tot de bestrijding van desinformatie en informatiemanipulatie en inmenging van buiten de Unie.

Cultuur en de culturele en creatieve sector zijn belangrijke troeven voor Europa, omdat ze de wereld een dynamisch continent laten zien. Doordat ze onder meer podiumkunsten, literatuur en boekuitgeverij, muziek en beeldende kunst, materieel en immaterieel cultureel erfgoed, architectuur, archieven, bibliotheken en musea, kunstambachten en design omvatten, brengen ze op verschillende media en in allerlei vormen betekenisvolle werken voort. Het optreden van de EU op cultureel gebied zal bijdragen tot meer grensoverschrijdende culturele creatie en samenwerking, culturele participatie en toegang tot een verscheidenheid aan Europese culturele uitingen, alsook tot de bescherming en instandhouding van cultureel erfgoed. Het voorstel zal ook bijdragen tot een grotere verspreiding van uiteenlopende culturele werken en een grotere mobiliteit van professionals, en zal via cultuur inclusie en rechtvaardigheid tussen de generaties bevorderen. Uiteindelijk zal het de sociale, economische en externe dimensies van de culturele en creatieve sector versterken.

Ten slotte moet de EU synergieën tussen de media, cultuur en het maatschappelijk middenveld bevorderen, door publieke en private entiteiten samen te brengen en sectoroverschrijdende samenwerking en innovatie te stimuleren, om gemeenschappelijke uitdagingen aan te pakken en bij te dragen tot maatschappelijke veerkracht en democratische participatie.

Op basis hiervan zal de financiële steun van de EU optimaal kunnen worden ingezet om bestaande succesvolle regelingen te verbeteren en uit te breiden, transnationale uitdagingen beter aan te pakken en lacunes die niet op het niveau van de lidstaten kunnen worden aangepakt, op te vullen. Het zal ook zorgen voor meer samenhang en een betere afstemming tussen het regelgevingsbeleid en de financieringsinstrumenten en tussen intern en extern beleid. Het voorstel zal dan ook bijdragen tot de versterking van de Europese samenlevingen, media en cultuur, de waarden van de Unie en democratische participatie bevorderen en helpen het volledige potentieel van de Unie als bron van vooruitgang, duurzame ontwikkeling en groei te ontsluiten.

De beleidsterreinen waarop dit wetgevingsvoorstel betrekking heeft, zijn stevig verankerd in de EU-Verdragen, die de rechtsgrondslag vormen voor EU-optreden via financieringsprogramma’s van de Unie, en dragen bij tot de langetermijndoelstellingen van de Unie. Het voorstel voorziet in toepassing vanaf 1 januari 2028.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Grondrechten, EU-waarden en democratie  

Het voorstel is volledig in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en alle relevante beleids- en wetgevingskaders van de EU inzake gelijkheid en non-discriminatie. Ook draagt het bij tot de strategie voor een Unie van gelijkheid. Het is een centrale ambitie van de Europese Unie om er via een intersectorale aanpak, waarbij diverse belanghebbenden worden betrokken, voor te zorgen dat alle mensen, ongeacht geslacht, ras, etnische afstamming, handicap, seksuele gerichtheid, leeftijd, godsdienst of overtuiging, vrij van discriminatie kunnen leven en ten volle aan de samenleving kunnen deelnemen. 

De verbintenis die de Europese Unie is aangegaan om gelijkheid te bevorderen, is verankerd in talrijke belangrijke mededelingen en actieplannen. De strategie van de Europese Commissie voor de gelijkheid van lhbtiq-personen uit 2020 en de strategie voor gendergelijkheid uit 2021 onderstrepen de inzet van de EU om discriminatie aan te pakken en gelijkheid in alle aspecten van de samenleving te bevorderen. Beide strategieën zullen worden verlengd, aangezien de huidige strategieën in 2025 aflopen. Deze worden aangevuld met de nieuwe EU-strategie tegen racisme 2026-2030, het strategisch EU-kader voor gelijkheid, inclusie en participatie van de Roma (2020-2030), de strategie inzake de rechten van personen met een handicap (2021-2030), de EU-strategie voor de rechten van het kind, de EU-strategie voor de bestrijding van antisemitisme en de bevordering van het Joodse leven (2021-2030) en het werkterrein inzake de bestrijding van moslimhaat. De aanstaande strategie voor rechtvaardigheid tussen de generaties is in dit verband ook relevant.

Het eerste alomvattende EU-kader voor democratie is ontwikkeld via het Europees actieplan voor democratie 2020, het pakket maatregelen van 2021 ter versterking van de democratie en bescherming van de integriteit van verkiezingen en het pakket voor de verdediging van de democratie van 2023, in synergie met het actieplan inzake mensenrechten en democratie 2020-2027. De recentste wetgeving in dit verband omvat de verordening betreffende de transparantie van politieke reclame en de EU-wetgeving ter bescherming van bij publieke participatie betrokken personen tegen kennelijk ongegronde vorderingen of misbruik van procesrecht (“strategische rechtszaken tegen publieke participatie”).  

Het aanstaande Europees schild voor de democratie heeft tot doel de democratie en de democratische veerkracht verder te beschermen en te versterken. Hiermee zal worden getracht de toenemende bedreigingen voor de democratische instellingen, systemen en processen binnen de EU aan te pakken en het vertrouwen van de burgers in en hun deelname aan de democratie te vergroten. De komende EU-strategie voor het maatschappelijk middenveld zal erop zijn gericht het maatschappelijk middenveld verder te beschermen en te versterken, waarmee de erkenning van de inzet van het maatschappelijk middenveld en zijn bijdrage aan het EU-beleid nadrukkelijk tot uitdrukking wordt gebracht.

Media en audiovisuele sector  

Dit wetgevingsvoorstel bouwt ook voort op het EU-kader voor media en de audiovisuele sector, waarin regelgeving, financiering en beleid elkaar doeltreffend ondersteunen, zodat het democratisch debat wordt bevorderd, onze cultuur wordt verrijkt en de digitale transformatie wordt gestimuleerd met concurrerende media-actoren in de EU.  

Het voorstel zal het EU-beleid voor de eengemaakte markt in de audiovisuele sector en de mediasector begeleiden en door zijn opzet de bestaande wetgevingsinstrumenten aanvullen en versterken. Bij de richtlijn audiovisuele mediadiensten is een gemeenschappelijk regelgevingskader voor audiovisuele mediadiensten in de hele EU vastgesteld. Hierin staan onder meer bepalingen met betrekking tot de bevordering van Europese en onafhankelijke producties, de bescherming van minderjarigen en de regulering van audiovisuele reclame. Het voorgestelde programma versterkt, samen met de richtlijn audiovisuele mediadiensten, het vermogen van Europese audiovisuele spelers tot financiering, productie en verspreiding van werken die voldoende zichtbaar kunnen zijn op de verschillende beschikbare media, en die aantrekkelijk zijn voor kijkers in een toegankelijkere en meer concurrerende markt, binnen en buiten Europa.  

De onlangs vastgestelde Europese verordening mediavrijheid voorziet in waarborgen voor mediavrijheid en -pluriformiteit, waaronder bescherming tegen politieke inmenging, meer transparantie wat betreft media-eigendom en verplichtingen inzake de onafhankelijkheid van publieke media. Het voorgestelde programma is bedoeld als aanvulling op de Europese verordening mediavrijheid door financiële steun te verlenen aan nieuwsmedia en de redactionele onafhankelijkheid te versterken. 

Hiermee zal ook worden voortgebouwd op de gedragscode ter bestrijding van haatzaaiende uitlatingen op internet, het actieplan tegen desinformatie van 2018 en de gedragscode inzake desinformatie die onlangs is opgenomen in het medereguleringskader van de digitaledienstenverordening, door de mediawijsheid te verbeteren en het situatiebewustzijn over de online-informatieruimte in alle lidstaten te versterken. 

Cultuur 

Wat cultuur, cultureel erfgoed en de culturele en creatieve sector betreft, zal het initiatief vergezeld gaan van het komende Cultuurkompas voor Europa, dat bedoeld is als een strategische beleidsaanpak om cultuur en de culturele en creatieve sector te verankeren in de overkoepelende beleidsdoelstellingen van de Unie en om de vele dimensies ervan te begeleiden en te benutten.   

Met het initiatief wordt voortgebouwd op verschillende belangrijke beleidsinitiatieven, waaronder de Europese agenda voor cultuur, de werkplannen voor cultuur van de Raad, de EU-strategie voor internationale culturele betrekkingen en het Europees actiekader voor cultureel erfgoed, die allemaal een sterkere rol toekennen aan cultuur en de culturele en creatieve sector in de verdere sociale, economische en internationale ontwikkeling van onze Unie. Het sluit aan bij Europese initiatieven zoals het Nieuw Europees Bauhaus, de actie Culturele Hoofdsteden van Europa en de actie Europees erfgoedlabel. Ook is het in overeenstemming met de Verklaring van Rome van maart 2017, waarin lidstaten en de EU-instellingen een Unie voor zich zagen “waarin de burgers nieuwe mogelijkheden voor culturele en sociale ontwikkeling en economische groei worden geboden […]; die ons culturele erfgoed bewaart en culturele diversiteit bevordert”. 

Het initiatief strookt bovendien met de mededeling van de Commissie over de versterking van de Europese identiteit via onderwijs en cultuur, waarin zij stelt “dat alle lidstaten er belang bij hebben het volledige potentieel van onderwijs en cultuur te benutten. Het zijn immers de drijvende krachten voor werkgelegenheid, economische groei, sociale rechtvaardigheid en actief burgerschap, en manieren om de Europese identiteit in al haar verscheidenheid te ervaren.” Ook is het initiatief in overeenstemming met het Unesco-Verdrag van 2005 betreffende de bescherming en de bevordering van de diversiteit van cultuuruitingen, waarbij de Unie en haar lidstaten partij zijn. 

Ten slotte moet het initiatief worden gezien in de context van de komende EU-strategie voor duurzaam toerisme, die onder meer tot doel heeft bezoekers te helpen minder bekende culturele routes en erfgoedlocaties in Europa te ontdekken, waarmee ook economische ontwikkeling en lokale werkgelegenheid worden bevorderd.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het initiatief sluit aan bij de algemene beleidsprioriteiten van de Commissie voor 2024-2029, namelijk 1) mensen ondersteunen, onze samenlevingen versterken en ons sociaal model verbeteren; 2) onze democratie beschermen en onze waarden hooghouden; 3) duurzame welvaart en concurrentievermogen in Europa; en 4) Europa in de wereld. 

Samenhang met beleid dat mensen ondersteunt, onze samenlevingen versterkt en ons sociaal model verbetert

In de context van het meerjarig financieel kader (2028-2034) zullen synergieën tussen initiatieven op het gebied van media, cultuur, gelijkheid, rechten en waarden worden bevorderd, alsook toekomstige interventies op het gebied van vaardigheden, onderwijs, sociale inclusie, solidariteit, rechtvaardigheid tussen de generaties, jongeren en sociale en territoriale cohesie. Deze synergieën, zoals op het gebied van mediawijsheid, digitale vaardigheden, burgerparticipatie en burgerschapsvorming, en de ontwikkeling van vaardigheden en inclusie via creativiteit en kunst, zullen worden bevorderd in overeenstemming met de doelstellingen van de EU-strategie voor jongeren en het verslag over het EU-burgerschap.  Het initiatief kan dienstig zijn bij het streven naar synergieën en complementariteit met toekomstige interventies in het kader van gedeeld beheer teneinde de sociale en territoriale cohesie binnen de EU te versterken.

Het initiatief vormt een aanvulling op een aantal initiatieven ter bevordering van de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten, onder meer via sociaal en werkgelegenheidsbeleid, en van de Europese kindergarantie. Dit omvat het bevorderen van gelijke toegang tot rechten en het stimuleren van diversiteit, ook op regionaal en lokaal niveau, als middel om sociale inclusie en eerlijke arbeidsmarkten te ondersteunen en kinderarmoede te bestrijden. Cultuur en media spelen een centrale rol bij het vormgeven van het publieke debat en het bevorderen van democratische betrokkenheid en zijn daarmee van cruciaal belang voor het opbouwen van inclusieve en veerkrachtige samenlevingen. In het kader van de vaardigheidsunie zal via dit initiatief actief worden bijgedragen aan de bij- en omscholing van professionals in de culturele en creatieve sector, zodat zij zich beter kunnen aanpassen aan de digitale en de groene transitie en de verschuivingen op de arbeidsmarkt. Daarnaast bevordert het programma de werkgelegenheid in de culturele en creatieve sector door de versterking van het concurrentievermogen van die sectoren. Tegelijkertijd zal met het initiatief de capaciteitsopbouw van organisaties in het maatschappelijk middenveld die actief zijn op het gebied van gelijkheid, rechten en waarden, worden versterkt. 

Gezien de toenemende risico’s in verband met natuurrampen, gezondheidscrises, technologische ongevallen, veranderende veiligheidsdreigingen en andere verstoringen zal dit initiatief, in overeenstemming met de doelstellingen van de EU-strategie voor een paraatheidsunie, de veerkracht van vitale maatschappelijke functies versterken en leiden tot een veerkrachtiger, veiliger en beter voorbereide Unie.

Verenigbaarheid met justitiebeleid

De afstemming tussen justitiebeleid en de rechtsstaat zorgt voor een robuust kader dat de verantwoordingsplicht waarborgt, de juridische samenhang tussen en binnen de lidstaten bevordert en de grondrechten beschermt, waardoor het vertrouwen en de samenwerking binnen de Unie worden versterkt. De verhouding tussen grondrechten en justitiebeleid is van cruciaal belang voor het tot stand brengen van eerlijke en rechtvaardige samenlevingen. Grondrechten, variërend van het recht op een eerlijk proces en non-discriminatie tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bepalen de binnen rechtsstelsels na te leven wezenlijke normen en zetten abstracte beginselen om in concrete wettelijke maatregelen en praktijken. Zo wordt bijvoorbeeld het beginsel van gelijkheid voor de wet afgedwongen door antidiscriminatiewetgeving.  

Op deze manier zorgt de synergie tussen grondrechten en justitiebeleid ervoor dat rechtsstelsels niet alleen misbruik voorkomen, maar ook actief waardigheid, gelijkheid en vrijheid bevorderen. Deze synergie is essentieel om het vertrouwen van het publiek in juridische instellingen te vergroten, sociale cohesie te bevorderen en er uiteindelijk voor te zorgen dat justitie voor iedereen toegankelijk en betekenisvol is. Hiertoe zullen in het kader van het meerjarig financieel kader (2028-2034) synergieën tussen dit programma en het toekomstige programma Justitie worden bevorderd. 

Verenigbaarheid met beleid voor de eengemaakte markt en het concurrentievermogen

Door bij te dragen tot het concurrentievermogen van de mediasector, de audiovisuele sector en de culturele en creatieve sector, vormt het initiatief een aanvulling op het EU-beleidskader voor industrieel beleid en economisch concurrentievermogen. Met het initiatief wordt met name voortgebouwd op het jaarverslag over de eengemaakte markt en het concurrentievermogen van 2024, waarin een ecosysteemgerichte benadering is vastgesteld om de veerkracht en strategische autonomie van essentiële sectoren, waaronder de culturele en creatieve sector, te versterken. De doelstellingen van het kompas voor concurrentievermogen, waarin duidelijke benchmarks zijn vastgelegd om de productiviteit en veerkracht van de EU op lange termijn te verbeteren en innovatie te bevorderen, komen er ook in tot uitdrukking. 

Daarnaast sluit het initiatief aan bij de mededeling van de Commissie “Een kmo-strategie voor een duurzaam en digitaal Europa” uit 2020, waarmee wordt beoogd de Europese kleine en middelgrote ondernemingen zich ten volle te laten ontplooien zodat zij het voortouw kunnen nemen in de dubbele transitie, op basis van drie pijlers: capaciteitsopbouw en ondersteuning; vermindering van de regeldruk en verbetering van de markttoegang; en·verbetering van de toegang tot financiering. Met dit initiatief wordt ook een bijdrage geleverd aan de nieuwe strategie van de Europese Commissie voor de spaar- en investeringsunie, die tot doel heeft de financiële mogelijkheden voor bedrijven te verbeteren.

Onderzoek en innovatie zijn essentieel voor de ontwikkeling van inclusieve, op rechten gebaseerde culturele, creatieve en mediasystemen. Met dit initiatief worden de synergieën met het toekomstige kaderprogramma voor onderzoek en innovatie en het toekomstige Europees Fonds voor concurrentievermogen versterkt. Dit laatste omvat ondersteuning voor multidisciplinair onderzoek met betrekking tot uiteenlopende onderwerpen, waaronder democratie, waarden, gelijkheid en desinformatie, maar ook betreffende digitale en industriële onderwerpen die nauw verband houden met de culturele en creatieve sector en cultureel erfgoed. Synergieën en complementariteit moeten worden versterkt om het Europese onderzoeksecosysteem te versterken, zodat de culturele en creatieve sector en het maatschappelijk middenveld ten volle kunnen profiteren van de vooruitgang op Europese onderzoeks- en innovatiegebieden. Op die manier draagt het programma bij tot de benutting van de resultaten van door het kaderprogramma voor onderzoek gefinancierde onderzoeks- en innovatieacties.

Bovendien draagt het voorstel bij tot de digitale transformatie van Europa, in overeenstemming met de doelstellingen van het digitale decennium 2030. Het zal de transformatie aanvullen door acties te ondersteunen die digitale paraatheid, de ontwikkeling van vaardigheden en toegepaste innovatie in de maatschappelijke, de culturele en de mediasector bevorderen, zoals het actieplan voor het AI-continent en de AI-toepassingsstrategie. Ook wordt hiermee voorzien in een aanvulling op bestaande regelgeving, zoals de digitaledienstenverordening, de digitalemarktenverordening en de AI-verordening, door de toegang tot audiovisuele inhoud en media-inhoud te verbeteren, mediawijsheid te versterken, eerlijke concurrentie te bevorderen en platformneutrale toegang tot het publiek te stimuleren. Grensoverschrijdende samenwerking en de beschikbaarheid van audiovisuele inhoud zullen ook de interoperabiliteit van digitale producten versterken.

Verenigbaarheid met het beleid voor “Europa in de wereld”

Het voorgestelde programma zal, zodra het is vastgesteld, een aanvulling vormen op de acties die worden gefinancierd via het externe optreden van de Unie. Door bijvoorbeeld culturele uitwisselingen te bevorderen en de creatieve sector, de media en audiovisuele inhoud uit de Unie wereldwijd te ondersteunen, onder meer via internationale samenwerking, zullen hiermee nieuwe markten worden ontsloten, wereldwijd talent worden aangetrokken en de invloed en aantrekkingskracht van de EU op het wereldtoneel worden vergroot. De toekomstige interventie zal de deelname van derde landen aan het programma en steun voor internationale samenwerking omvatten, waardoor synergieën met het externe beleid van de EU mogelijk worden. 

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Het voorstel is gebaseerd op artikel 19, lid 2, artikel 21, lid 2, artikel 24, artikel 167, lid 5, artikel 168, lid 5, en artikel 173, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU), teneinde de algemene doelstellingen van het programma op een alomvattende wijze te verwezenlijken. 

In artikel 19, lid 2, VWEU is bepaald dat stimuleringsmaatregelen kunnen worden vastgesteld ter ondersteuning van de maatregelen die de lidstaten nemen om discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele geaardheid te bestrijden.

Democratische betrokkenheid, burgerparticipatie en de facilitering van het maatschappelijk middenveld zijn essentiële bouwstenen van het concept van het burgerschap van de Unie. Dit zijn cruciale faciliterende factoren voor het recht op vrij verkeer en verblijf in de Unie.

Op grond van artikel 21, lid 2, VWEU kunnen EU-maatregelen worden vastgesteld ter vergemakkelijking van de uitoefening van het recht van de burger om vrij op het grondgebied van de lidstaten te reizen en te verblijven. Ook acties om burgers en autoriteiten te informeren over de stemrechten van burgers die in een andere lidstaat wonen, kunnen onder dit artikel vallen, aangezien zij in de praktijk ook de uitoefening van het recht van burgers op vrij verkeer en verblijf vergemakkelijken.

In artikel 24 VWEU  worden het Europees Parlement en de Raad verplicht bepalingen vast te stellen voor de procedures en voorwaarden voor een burgerinitiatief in de zin van artikel 11 VEU. Deze verplichting is vastgelegd in Verordening (EU) 2019/788 van het Europees Parlement en de Raad 1 . Het programma moet voorzien in de financiering van de technische en organisatorische ondersteuning voor de uitvoering van die verordening en zo de grondslag vormen voor de uitoefening door de burgers van hun recht om Europese burgerinitiatieven te organiseren en er steun aan te betuigen. Samen met de andere in artikel 24 VWEU vastgelegde rechten waarborgt dit recht de rechtstreekse deelname van burgers aan het democratisch bestel van de Unie.

Op grond van artikel 167, lid 5, VWEU moet de Unie stimuleringsmaatregelen aannemen om bij te dragen tot de ontplooiing van de culturen van de lidstaten onder eerbiediging van de nationale en regionale verscheidenheid van die culturen, daarbij de nadruk leggend op het gemeenschappelijk cultureel erfgoed. Het optreden van de Unie moet de samenwerking tussen de lidstaten aanmoedigen en hun activiteiten op gebieden zoals verbetering van de kennis en verbreiding van de cultuur en de geschiedenis van de Europese volkeren en instandhouding en bescherming van het cultureel erfgoed van Europees belang aanvullen. 

Artikel 168, lid 5, VWEU voorziet in een rechtsgrondslag voor de vaststelling van stimuleringsmaatregelen die gericht zijn op de bescherming en de verbetering van de menselijke gezondheid. Geweld, waaronder geweld tegen kinderen en vrouwen, is een gevaar voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid. Kinderen zijn kwetsbare burgers, die goed moeten worden beschermd tegen deze gevaren voor hun lichamelijke en geestelijke gezondheid, waaronder vaak ook grensoverschrijdende dreigingen. Ook geweld tegen vrouwen is een ernstige bedreiging voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de slachtoffers, die goede bescherming nodig hebben. 

In artikel 173, lid 3, VWEU is vastgelegd dat de Unie en de lidstaten besluiten kunnen nemen inzake specifieke maatregelen ter ondersteuning van optreden in de lidstaten om er zorg voor te dragen dat de omstandigheden nodig voor het concurrentievermogen van de industrie van de Unie aanwezig zijn, inclusief het bevorderen van een gunstig klimaat voor het ontplooien van initiatieven en voor de ontwikkeling van ondernemingen.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

De bevordering en bescherming van cultuur, media en de waarden van de Unie vereisen transnationale samenwerking en gecoördineerde inspanningen die verder reiken dan de nationale grenzen. Dit zijn gebieden waar de complexiteit van de uitdagingen het voor de lidstaten moeilijk maakt om deze op eigen kracht voldoende aan te pakken. Een gecoördineerd optreden op EU-niveau maakt het mogelijk om transnationale en gemeenschappelijke problemen die de vooruitgang vertragen, op een meer samenhangende en doeltreffende manier aan te pakken en een systemisch effect te sorteren door structurele lacunes die door de lidstaten niet als prioritair worden beschouwd, in kaart te brengen en weg te werken. De EU-begroting speelt een cruciale rol bij het mogelijk maken van deze collectieve reacties. Een dergelijke aanpak zorgt ook voor meer samenhang tussen het intern beleid en de bevordering van de waarden en internationale normen van de Unie buiten de Unie.

Gezien de omvang en de effecten van het voorgestelde programma levert een optreden op EU-niveau meerwaarde op, aangezien deze doelstellingen niet voldoende door de lidstaten alleen kunnen worden verwezenlijkt. Zo worden hiermee bijvoorbeeld het besef van EU-burgerschap en wederzijds begrip versterkt door grensoverschrijdende activiteiten ter bevordering van burgerparticipatie, solidariteit en bredere deelname aan cultuur en media te vergemakkelijken. Ook wordt hiermee gewaarborgd dat in de hele EU consequente en strenge normen gelden en dat de in het EU-recht vastgelegde rechten in alle lidstaten doeltreffend worden toegepast, wat van essentieel belang is voor de bescherming van de EU-burgers. Bovendien versterkt optreden van de EU de eengemaakte markt door eerlijke toegang en mobiliteit te bevorderen en tegelijkertijd een efficiëntere dienstverlening mogelijk te maken door middel van gecoördineerde kaders en grootschalige gezamenlijke projecten. Door versnippering aan te pakken, samenwerking tussen lidstaten te bevorderen en middelen op EU-niveau te bundelen, kunnen dankzij het initiatief de audiovisuele sector, de mediasector en de creatieve sector en de beoefenaars van creatieve beroepen in die sectoren ten volle profiteren van de eengemaakte markt. Hierdoor wordt de toegang tot diverse culturele en creatieve inhoud verbeterd, de pluriformiteit van de media ondersteund en de concurrentiepositie van de Europese audiovisuele sector versterkt.

De meerwaarde van EU-financiering op deze beleidsterreinen werd benadrukt door een grote meerderheid van de respondenten van de openbare raadpleging die de Commissie voor de nieuwe EU-programma’s heeft gehouden (zie hieronder).

Evenredigheid

Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel: het is beperkt tot het minimum dat vereist is om de genoemde doelstellingen op EU-niveau te verwezenlijken, en gaat niet verder dan wat daarvoor nodig is.

Keuze van het instrument

Met het nieuwe programma AgoraEU wordt in de eerste plaats voortgebouwd op het programma Creatief Europa (2021-2027), het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” (CERV) (2021-2027) en bestaande prerogatieve begrotingsonderdelen, waarin financiële steun van de EU voor cultuur, media en de waarden van de Unie wordt gebundeld. In het nieuwe instrument wordt rekening gehouden met de specifieke kenmerken, de verschillende doelgroepen en de bijzondere behoeften van de verschillende sectoren terwijl synergieën en complementariteit worden gewaarborgd. 

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

De Commissie heeft rekening gehouden met de resultaten van de eindevaluatie van het programma Creatief Europa 2014-2020 en de tussentijdse eindevaluatie van het programma Creatief Europa 2021-2027, en met de tussentijdse evaluatie van het CERV-programma en de eindevaluaties van het programma Europa voor de burger en de programma’s “Rechten, gelijkheid en burgerschap”, die in de periode 2023-2025 zijn uitgevoerd.

Met deze evaluaties werden de prestaties van de programma’s beoordeeld op basis van doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie, samenhang, duurzaamheid en meerwaarde van de EU.

Uit de resultaten van deze evaluaties blijkt dat de beleidsdoelstellingen van de bestaande programma’s grotendeels zijn gerealiseerd en dat zij meerwaarde van de EU hebben opgeleverd, maar er wordt ook gewezen op punten die wat betreft de opzet voor verbetering vatbaar zijn. 

De evaluatie van Creatief Europa toont met name ook aan dat het programma bijdraagt tot de algemene doelstelling om de culturele en taalkundige verscheidenheid en het cultureel erfgoed te ondersteunen door mensen meer toegang te geven tot allerlei soorten inhoud, vooral van buiten de nationale grenzen, en tot de doelstelling van concurrentievermogen door audiovisuele en andere creatieve en culturele spelers te helpen hun vaardigheden te verbeteren en op Europees niveau op te schalen. Het neemt — als enige financieringsbron voor transnationale samenwerking, uitwisseling van goede praktijken, verspreiding en mobiliteit in deze sectoren — een unieke plaats in.

Met de tussentijdse evaluatie van het CERV-programma werd bevestigd dat het programma binnen het financieringslandschap van waarden en grondrechten een plaats inneemt die anders grotendeels leeg zou blijven, als het specifieke EU-instrument voor de bescherming en bevordering van grondrechten, gelijkheid en non-discriminatie, democratie en de rechtsstaat in Europa. Uit de evaluatie bleek ook dat het programma een belangrijke rol speelde bij de ondersteuning van organisaties in het maatschappelijk middenveld die zich inzetten voor rechten en waarden, waaronder organisaties op lokaal niveau, die veelal geen andere financieringsbronnen en vormen van ondersteuning hebben.

De evaluatie van de actielijn Multimedia (2021-2023) bevestigt dat deze wat betreft het versterken van de berichtgeving over EU-aangelegenheden vanuit een Europees perspectief doeltreffend was. Met deze acties werd de productie van een grote hoeveelheid originele inhoud ondersteund en werd een aanzienlijk publiek bereikt.

Raadpleging van belanghebbenden

Via een openbare raadpleging werd informatie verzameld voor de effectbeoordeling van EU-programma’s op het gebied van grensoverschrijdend onderwijs, jeugd, cultuur, media, waarden en het maatschappelijk middenveld in het kader van het MFK na 2027. Deze werd gehouden tussen 12 februari en 7 mei 2025. In totaal leverde de raadpleging 5 845 geldige reacties op.

De reacties bevestigden duidelijk dat de EU een rol is blijven spelen bij het bevorderen van grensoverschrijdende samenwerking en het ondersteunen van cultuur, media, democratie en grondrechten. Zo waren bijvoorbeeld de percentages respondenten die het “zeer belangrijk” of “belangrijk” vonden om “de democratie en democratische normen te beschermen”, “de eerbiediging van de grondrechten (met inbegrip van de rechten van kinderen en vrouwen) te bevorderen”, “de onafhankelijkheid en de pluriformiteit van de media te bevorderen en desinformatie te bestrijden” en “culturele en creatieve diversiteit te bevorderen” respectievelijk 91 %, 88 %, 85 % en 78 %. 

De reacties op de openbare raadpleging bevestigden ook dat EU-financiering op de gebieden waarop zij betrekking had, een meerwaarde had ten opzichte van financiering op nationaal, lokaal of regionaal niveau. Zo was bijvoorbeeld 66 % van de respondenten van mening dat “bescherming van de democratie en bevordering van democratische normen” een gebied is waarop EU-financiering een aanzienlijke meerwaarde biedt. Bijna twee derde van de respondenten noemde steun voor de audiovisuele sector en de mediasector als een “belangrijke” beleidsdoelstelling. Ten slotte ziet ongeveer 80 % van de respondenten een meerwaarde in EU-financiering voor “het bevorderen van culturele en taalkundige verscheidenheid” en “het bevorderen en behouden van cultureel erfgoed en Europese herinnering”, en 74 % voor “het waarborgen van brede toegang tot cultuur en cultureel erfgoed”.

Gevraagd naar de obstakels die verhinderen dat de EU-begroting haar doelstellingen op beleidsgebied volledig kan verwezenlijken, waren de respondenten over het algemeen ingenomen met de aandacht van de Commissie voor een grotere efficiëntie van de financiering, maar niet ten koste van “identiteit” en “vertrouwen” en met behoud van thematische duidelijkheid en betrokkenheid van de belanghebbenden.

Uit kwantitatieve resultaten blijkt dat de meest genoemde obstakels in alle groepen de administratieve lasten waren (genoemd door 51 % van de burgers en 56 % van de organisaties) en complexe, fondsspecifieke nalevingsregels (49 % van de burgers en 52 % van de organisaties). Deze kwesties weerspiegelen niet alleen bezorgdheid over de complexiteit van de regelgeving, maar ook over de versnippering tussen instrumenten en inefficiëntie bij de uitvoering. Daarnaast waren er nog andere obstakels, zoals een gebrek aan flexibiliteit om als reactie op nieuwe behoeften middelen te herverdelen (45 % van de burgers en 50 % van de organisaties), vertraging bij de uitvoering van programma’s en de uitbetaling van financiering, en onvoldoende communicatie of duidelijkheid over financieringsmogelijkheden. Overheidsinstanties en ngo’s benadrukten met name dat vertragingen een oorzaak van verminderde impact en lokale geloofwaardigheid waren.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Het voorstel is gebaseerd op externe rapporten en beoordelingen.

Het voorstel is gebaseerd op een groot aantal studies en rapporten, onder meer van het Europees Parlement, het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten en het Europees Instituut voor gendergelijkheid, die wijzen op de toenemende en ernstige uitdagingen voor de grondrechten en waarden in de EU en voor de veerkracht van onze democratische instellingen 2 .

Wat betreft media en audiovisuele media is er voor het voorstel gebruikgemaakt van de conclusies van de European Media Industry Outlook van 2023 3 , die waardevolle inzichten heeft opgeleverd in de structurele uitdagingen van de media- en audiovisuele sector (met inbegrip van spellen). Mediabedrijven in de EU staan steeds meer onder druk van hun mondiale concurrenten wat betreft de aandacht van gebruikers en inkomsten. De consumentenbestedingen en mediaconsumptie zijn sinds de COVID-19-pandemie gestagneerd, waarbij digitale platforms meer inhoud verzamelen en meer advertentie-inkomsten genereren dan traditionele media. De sectoren kampen ook met hoge kosten voor de invoering van nieuwe technologieën, beperkte particuliere investeringen en een sterke afhankelijkheid van technologieën van buiten de EU. Bovendien bleek uit het rapport dat de grensoverschrijdende verspreiding van audiovisuele werken in de EU beperkt is, wat het potentieel van de sector belemmert. Ondertussen komt de levensvatbaarheid van nieuwsmedia steeds meer in gevaar door dalende inkomsten, krimpende werkgelegenheid en beperkt consumentenvertrouwen.

Wat de culturele en creatieve sector betreft, is het voorstel gebaseerd op thematische bijeenkomsten, bevindingen van onafhankelijke studies, conclusies van de Raad 4 , resoluties van het Europees Parlement 5 , de evaluatie van de actie “Europees erfgoedlabel” 6 en de eerste tussentijdse evaluatie van de actie “Culturele Hoofdstad van Europa” voor de periode 2020-2033 7 , en op aanbevelingen van deskundigen uit de lidstaten in het kader van de open coördinatiemethode op het gebied van cultuur 8 . Deze verschillende bronnen onderstrepen het blijvende belang van het onderdeel Cultuur van Creatief Europa, maar wijzen ook op voor verbetering vatbare punten, met name in verband met de digitale en de groene transitie en de opkomst van AI, de arbeidsvoorwaarden voor kunstenaars en culturele en creatieve professionals, en de internationale context.

Effectbeoordeling

Er is een effectbeoordeling met betrekking tot het voorstel uitgevoerd. De diensten van de Commissie hebben verschillende alternatieve beleidsopties onderzocht om de uitdagingen van de betrokken sectoren aan te pakken en hebben bepaald welke optie het beste aansloot bij de beleidsterreinen en prioriteiten van de Commissie. De verschillende opties sloten elkaar uit. Eén optie was om de bestaande programma’s Creatief Europa en CERV als op zichzelf staande programma’s voort te zetten en tegelijkertijd enkele stapsgewijze verbeteringen door te voeren. Een tweede optie was om de programma’s voor de bescherming van de waarden, media en cultuur van de Unie samen te voegen. Een derde optie bestond erin het beleid dat momenteel onder CERV, Creatief Europa, Erasmus+ en het Europees Solidariteitskorps (ESC) valt, in één instrument te laten opgaan.

Andere alternatieven die ook werden overwogen, zijn in een vroeg stadium afgewezen. Eén daarvan betrof de stopzetting van de EU-financiering op de gebieden die momenteel onder CERV en Creatief Europa vallen. Dit voorstel werd verworpen gezien het belang van de problemen waarmee de betrokken sectoren te kampen hebben, het belang dat in de politieke beleidslijnen aan dit beleid wordt toegekend en de beoordeling van de blijvende relevantie en meerwaarde van optreden van de EU in de vorm van EU-financiering, ondersteund door tussentijdse evaluaties. Van de optie om programma’s op een andere manier samen te voegen (bv. alleen het onderdeel Media van het programma Creatief Europa met het CERV-programma) werd ook in een vroeg stadium afgezien, omdat dit niet doeltreffend zou aansluiten bij de politieke prioriteiten en onvoldoende zou inspelen op de uitdagingen van de betrokken sectoren. 

De belangrijkste potentiële effecten van de drie voorgeselecteerde opties (continuïteit, volledige integratie en doelgerichte fusie) werden onderzocht, rekening houdend met verschillende sociale, economische en milieudimensies. Wanneer dit relevant was, werd in de analyse ook gekeken naar de kosten en baten, de gevolgen voor het concurrentievermogen en kleine en middelgrote ondernemingen en voor de digitalisering, alsmede naar de bijdrage daarvan aan de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties. De drie beleidsopties werden beoordeeld op basis van hun doeltreffendheid, efficiëntie, samenhang en evenredigheid, waarbij gebruik werd gemaakt van het Socrates-instrument (SOcial multi-CRiteria AssessmenT of European policieS).

Uit de evaluatie van de opties en de effecten van die opties kwam naar voren dat een integratie op basis van beleidsdoelstellingen (op doelstellingen gebaseerde samenvoeging) betere mogelijkheden zou bieden dan de twee alternatieven. Hierdoor zou een betere coördinatie, gerichte flexibiliteit en een doeltreffender gebruik van de EU-begroting tot stand worden gebracht, zonder afbreuk te doen aan beleidsfocus of toegankelijkheid. Het zou een optimale balans bieden tussen vereenvoudiging en beleidsrelevantie. Ook wordt hiermee aangesloten bij de oproepen van belanghebbenden, die vragen om vereenvoudiging van de toegang tot financiering, flexibiliteit bij de toewijzing van middelen en de toepassing van gemeenschappelijke regels. In overeenstemming met de politieke beleidslijnen wordt hierbij het beginsel van “financiering volgt beleid” gehanteerd, waarbij programma’s ter bescherming van cultuur, media en waarden van de Unie worden gebundeld. Hiermee wordt voortgebouwd op het succes van de huidige programma’s en de beste praktijken van het huidige MFK, zoals blijkt uit evaluaties, waarbij transnationale en gemeenschappelijke uitdagingen beter worden aangepakt, financieringstekorten op het niveau van de lidstaten worden opgevuld en de samenhang tussen intern en extern beleid wordt verbeterd, terwijl synergieën, efficiëntie en doeltreffendheid worden versterkt en overlappingen worden verminderd. Ook zal hiermee voldoende zichtbaarheid worden gegeven aan elk van de beleidsterreinen die in het samengevoegde programma zijn opgenomen, met volledige inachtneming van de horizontale bepalingen die zijn vastgelegd in Verordening (EU, Euratom) [202X/XXX, prestatieverordening] en die van toepassing zijn op alle programma’s van de Unie. Daarnaast zullen er meer maatregelen worden genomen op het gebied van transversale prioriteiten en synergieën die van invloed zijn op de maatschappelijke, media- en culturele en creatieve sector (bv. sectorale vaardigheden, toegang tot financiering, innovatie enz.). 

Op basis van de richtsnoeren voor betere regelgeving is dit effectbeoordelingsverslag ter kwaliteitscontrole voorgelegd aan de Raad voor regelgevingstoetsing (RSB). De RSB heeft op 13 juni 2025 advies uitgebracht over de effectbeoordeling. De RSB heeft een reeks opmerkingen en aanbevelingen gepresenteerd over de reikwijdte, de probleemstelling en het gebruik van evaluaties, interventielogica en doelstellingen, de vergelijking van opties en de kosten-batenanalyse, governance, de samenhang en de toekomstige monitoring en evaluatie. De effectbeoordeling bij dit wetgevingsvoorstel is aan de hand van de opmerkingen van de Raad herzien.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Met dit initiatief worden het beheer, de governance en de uitvoering van EU-programma’s gestroomlijnd, zodat aanvragers, begunstigden en EU-instellingen doelmatiger kunnen werken. De aanvraag- en verslagleggingsprocedures zullen worden vereenvoudigd en verder worden geharmoniseerd door de invoering van gemeenschappelijke of op elkaar afgestemde regels, waardoor het voor aanvragers gemakkelijker wordt om een aanvraag in te dienen voor oproepen die betrekking hebben op complementaire beleidsdoelstellingen.

Om de uitvoering te vereenvoudigen en de administratieve lasten voor begunstigden te verminderen, zal het gebruik van vereenvoudigde financieringsvormen (waaronder niet aan kosten gekoppelde financiering en vaste bedragen) de standaardvorm van bijdrage voor de terugbetaling van subsidies worden. Financiële steun aan derden, die efficiënt is gebleken om EU-financiering toegankelijker te maken voor kleine organisaties, zal eveneens worden voortgezet en kan waar nodig worden uitgebreid. Bovendien zal het toenemende gebruik van meerjarige subsidies ook een positief effect hebben. De obstakels waarmee basisorganisaties en nieuwe aanvragers worden geconfronteerd, zullen worden aangepakt door middel van op hun situatie afgestemde, gerichte vereenvoudigingsmaatregelen, betere communicatie en de bevordering van financieringsmogelijkheden. Het bundelen van middelen, onder meer op het gebied van monitoring en interne en externe communicatie, zal schaalvoordelen opleveren en de voorspelbaarheid van EU-financiering voor begunstigden, belanghebbenden en EU-burgers in den brede verbeteren.  

Grondrechten

Voortbouwend op de vorige programma’s Creatief Europa en “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” (CERV) en reeds bestaande prerogatieve begrotingsonderdelen heeft het nieuwe instrument tot doel de waarden van de Unie, waaronder eerbiediging van de grondrechten, gelijkheid, democratie, cultuur en media, te bevorderen.

Het is in overeenstemming met en bevordert de in artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie vastgelegde waarden. De doelstellingen van het nieuwe programma zijn nauw verbonden met de bevordering van de grondrechten en zijn daarmee in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de EU. Dit voorstel zal met name bijdragen tot de bevordering en bescherming van de rechten en beginselen die zijn vastgelegd in artikel 8 (bescherming van persoonsgegevens), artikel 11 (vrijheid van meningsuiting, recht op informatie, vrijheid en pluriformiteit van de media), artikel 12 (vrijheid van vergadering en vereniging), artikel 13 (vrijheid van kunst en wetenschap), artikel 15 (vrijheid van beroep en recht om te werken), artikelen 20 en 21 (gelijkheid en non-discriminatie), artikel 22 (culturele en taalkundige verscheidenheid), artikel 23 (gelijkheid van vrouwen en mannen), artikel 24 (rechten van het kind), artikel 26 (rechten van personen met een handicap), artikel 31 (rechtvaardige en billijke arbeidsomstandigheden), artikel 32 (verbod van kinderarbeid en bescherming van jongeren op het werk), artikel 33 (gezins- en beroepsleven), artikelen 39 tot en met 46 (burgerschap) van het Handvest. 

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Zie bijlage.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende monitoring, evaluatie en verslaglegging

Dit initiatief zal worden gemonitord via het prestatiekader voor de begroting 2028-2034, zoals gedefinieerd in Verordening (EU) [XXX]* van het Europees Parlement en de Raad [prestatieverordening], waarin ook de specifieke regels met betrekking tot evaluaties zijn vastgelegd. De evaluatie wordt uitgevoerd overeenkomstig de richtsnoeren van de Commissie voor betere regelgeving en is gebaseerd op voor de doelstellingen van het programma relevante indicatoren.   

Een deel van het programma zal worden uitgevoerd door een uitvoerend agentschap onder toezicht van de voor het programma verantwoordelijke diensten van de Commissie. 

Artikelsgewijze toelichting

De algemene doelstellingen van het programma zijn het bevorderen van de culturele en taalkundige verscheidenheid en van het culturele en taalkundige erfgoed, het vergroten van het concurrentievermogen van de culturele en creatieve sector, met name de media en audiovisuele sector, het waarborgen van de artistieke en mediavrijheid, en het beschermen en bevorderen van gelijkheid, actief burgerschap, rechten en waarden zoals vastgelegd in de Verdragen en het Handvest, waardoor de democratische participatie en de maatschappelijke veerkracht binnen de Unie worden versterkt.

Binnen deze algemene doelstelling bestaat het programma uit drie afzonderlijke onderdelen:

Ten eerste, het onderdeel Creatief Europa — Cultuur, in het kader waarvan de volgende specifieke doelstelling zal worden verwezenlijkt:

a)bijdragen tot grensoverschrijdende culturele creatie, samenwerking, participatie en toegankelijkheid, en grensoverschrijdende verspreiding van een verscheidenheid aan culturele werken, en tegelijkertijd de sociale, economische en internationale dimensies van de culturele en creatieve sector versterken.   

Ten tweede het onderdeel MEDIA+, in het kader waarvan de volgende specifieke doelstellingen zullen worden verwezenlijkt:

a)bijdragen tot de culturele verscheidenheid en het concurrentievermogen van de audiovisuele sector en de videogame-industrie, met name door creatie en grensoverschrijdende verspreiding van Europese inhoud en de toegang daartoe voor burgers te bevorderen;

b)bijdragen tot een vrij, levensvatbaar en divers informatie-ecosysteem in de Unie, met name door vrije en onafhankelijke journalistiek en nieuwsmedia te ondersteunen, de toegang voor burgers tot betrouwbare informatie te verbeteren en desinformatie te bestrijden.

Ten derde, het onderdeel Democratie, burgers, gelijkheid, rechten en waarden (“CERV+”), in het kader waarvan de volgende specifieke doelstellingen zullen worden verwezenlijkt:

a)bijdragen tot de bescherming en bevordering van de grondrechten, gelijkheid en non-discriminatie en de in de Verdragen verankerde rechten van de burgers van de Unie, waaronder het vrije verkeer van burgers, en het versterken van het maatschappelijk middenveld;

b)bijdragen tot de bestrijding van gendergerelateerd geweld, geweld tegen kinderen en andere groepen die het risico lopen op dergelijk geweld;

c)bijdragen tot de versterking van democratische participatie en de handhaving van de rechtsstaat.

Om het effect te maximaliseren en de synergieën tussen de verschillende onderdelen te versterken, wordt in het kader van het programma steun verleend voor horizontale activiteiten die bijdragen tot de algemene doelstelling, met name door synergieën tussen het culturele, het media- en het publieke domein te ontwikkelen en sectoroverschrijdende samenwerking en innovatie te bevorderen.

Om resultaat te boeken, moet in het programma door middel van een gerichte aanpak rekening worden gehouden met de specifieke aard van de verschillende beleidsmaatregelen, de uiteenlopende doelgroepen ervan en hun specifieke behoeften. 

2025/0550 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot vaststelling van het programma AgoraEU voor de periode 2028-2034 en tot intrekking van de Verordeningen (EU) 2021/692 en (EU) 2021/818

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 19, lid 2, artikel 21, lid 2, artikel 24, artikel 167, lid 5, artikel 168, lid 5, en artikel 173, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 9 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s 10 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)In artikel 2 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) is vastgelegd dat de Unie berust op de waarden van eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van de mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren, en dat de lidstaten deze gemeen hebben in een samenleving die gekenmerkt wordt door pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen (“waarden van de Unie”). De waarden van de Unie komen tot uitdrukking in de rechten, vrijheden en beginselen die zijn vastgelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (“het Handvest”). In artikel 3 VEU wordt de Unie voorts opgedragen de bescherming van de rechten van het kind te bevorderen. Daarnaast is in artikel 10 VEU bepaald dat de werking van de Unie gegrond is op representatieve democratie, dat de burgers op het niveau van de Unie rechtstreeks worden vertegenwoordigd in het Europees Parlement en dat de burgers het recht hebben om aan het democratisch bestel van de Unie deel te nemen. In artikel 20 wordt het burgerschap van de Unie vastgelegd en worden belangrijke rechten van de burgers van de Unie uiteengezet.

(2)Cultuur en media en de bevordering en eerbiediging van de waarden van de Unie zijn allemaal cruciale bestanddelen van een vrije, eerlijke, diverse, inclusieve en hechte Unie. De participatie en betrokkenheid van de burgers, met inachtneming van de waarden van de Unie, vormen de basis van het democratisch bestel van de Unie, waarbij de media een cruciale rol spelen bij het vormen van de publieke opinie en het vrije debat. Audiovisuele werken en alle andere vormen van culturele en creatieve expressie, met inbegrip van cultureel erfgoed, zijn essentieel voor de diversiteit van Europa en voor het tot stand brengen van maatschappelijke veerkracht en wederzijds begrip tussen Europese burgers en gemeenschappen.

(3)Het programma AgoraEU (“het programma”) zal een belangrijke bijdrage leveren aan de verwezenlijking van deze doelstellingen, rechten en waarden.

(4)Het programma moet de opvolger worden van het bij Verordening (EU) 2021/818 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde programma Creatief Europa 11 en het bij Verordening (EU) 2021/692 van het Europees Parlement en de Raad vastgestelde programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” 12 . Hiermee moeten verschillende financieringsmaatregelen ter ondersteuning van mediavrijheid en -pluriformiteit worden gestroomlijnd en desinformatie worden bestreden ter ondersteuning van de informatievoorziening over aangelegenheden van de Unie. Vrije en pluriforme media en het maatschappelijk middenveld behoren tot de belangrijkste waakhonden van de democratische stelsels van de Unie, spelen een cruciale rol ten behoeve van de democratische veerkracht en moeten worden ondersteund. Het programma moet ook de culturele, creatieve en mediasector ondersteunen, de kracht van cultuur en culturele verscheidenheid benutten, de informatieruimte verbeteren en ondersteuning bieden aan de inspanningen van de Unie tot versterking van een op rechten gebaseerde, inclusieve, democratische samenleving waarin iedereen gelijke kansen heeft. Bij deze verordening wordt een indicatieve financiële toewijzing voor het Agora EU-programma vastgesteld 13 . Voor de toepassing van deze verordening worden de lopende prijzen berekend door een vaste deflator van 2 % toe te passen.

(5)Om doeltreffend te zijn, moet in het kader van het programma door middel van een gerichte aanpak rekening worden gehouden met de specifieke aard van de verschillende beleidsgebieden en -sectoren, de uiteenlopende doelgroepen ervan en hun specifieke behoeften.

(6)Uit recente ervaring is gebleken dat er in een snel veranderende economische, sociale en geopolitieke omgeving behoefte is aan een flexibeler meerjarig financieel kader en flexibeler bijbehorende programma’s. Daartoe, en in overeenstemming met de doelstellingen van het AgoraEU-programma, zal bij de financiering naar behoren rekening worden gehouden met de veranderende beleidsbehoeften en de prioriteiten van de Unie zoals die zijn vastgesteld in door de Commissie gepubliceerde relevante documenten, conclusies van de Raad en resoluties van het Europees Parlement, waarbij tegelijkertijd voldoende voorspelbaarheid voor de verwezenlijking wordt gewaarborgd.

(7)De culturele en creatieve sector, waaronder podiumkunsten (zoals theater en dans), literatuur en boekuitgeverij, muziek, beeldende kunst, materieel en immaterieel cultureel erfgoed, architectuur, archieven, bibliotheken en musea, ambachten en design (waaronder modeontwerp), fungeert als “publiek goed”, geeft betekenis en belichaamt de waarden van de Unie. Ook zijn ze voor de EU en haar regio’s van groot belang omdat ze duurzaam toerisme aantrekken en het imago van een dynamisch continent op het wereldtoneel uitdragen. In het programma moet enerzijds rekening worden gehouden met de intrinsieke en artistieke waarde van die sectoren en anderzijds met de extrinsieke sociale en economische bijdragen van die sectoren tot onder meer sociale en territoriale cohesie, welzijn en gezondheid, groei en werkgelegenheid, concurrentievermogen, creativiteit en innovatie.

(8)De culturele en creatieve sector is echter versnipperd langs nationale en taalgrenzen in de Unie. Ook staan zij voor tal van uitdagingen, zoals aanvallen op de artistieke vrijheid, onzekere arbeidsvoorwaarden, digitale transformaties door de opkomst van artificiële intelligentie en de noodzaak om zich aan de klimaatverandering aan te passen. Het programma is bedoeld om deze sectoren te helpen in te spelen op dergelijke uitdagingen, het volledige potentieel van deze sectoren te benutten en deze te helpen zich met vastberadenheid te richten op de toekomst, waarbij via verschillende kanalen en in verschillende vormen wordt gezorgd voor een zo breed mogelijke participatie, ook van lokale en regionale actoren.

(9)Het culturele erfgoed van Europa is een gemeenschappelijk en kostbaar erfgoed dat te kampen heeft met budgettaire beperkingen, natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen, klimaatverandering en regionale conflicten. Het is van belang om dit erfgoed te beschermen en te behouden, de toegankelijkheid ervan te verbeteren en een collectieve Europese identiteit te bevorderen. Digitale bewaring zorgt er bovendien voor dat toekomstige generaties kunnen leren van hun cultureel erfgoed, er waardering voor kunnen opbrengen en er inspiratie uit kunnen putten.

(10)Het programma moet ook financiële steun omvatten voor de acties “Europees erfgoedlabel” en “Culturele Hoofdsteden van Europa”, waarmee waardering voor de rijke culturele verscheidenheid en het erfgoed van Europa wordt uitgedrukt en waarmee deze in stand worden gehouden, deze verbinden met het lokale niveau en bijdragen tot door cultuur gedreven ontwikkelingsstrategieën.

(11)De Europese mediasectoren nemen binnen onze democratieën, cultuur en economieën een unieke positie in. De door deze sectoren aangeboden werken omvatten onder meer films, series, videogames, nieuws en informatie, immersieve realiteit en multimedia, maar ook diensten zoals opvoeringen, televisie- en radio-uitzendingen, gedrukte en onlinepublicaties, onlinevideo’s en podcasts. De digitale transformatie, met name de opkomst van artificiële intelligentie, heeft de convergentie van media versneld, het gedrag van consumenten veranderd en bedrijfs- en verdienmodellen en het beheer en de exploitatie van intellectuele eigendom ontwricht. De Unie moet daarom de media in de Unie helpen floreren, innovatie en toegang tot financiering bevorderen, kruisbestuiving tussen nieuws-, audiovisuele en andere mediasectoren stimuleren en samenwerking tussen verschillende soorten media-entiteiten binnen de Unie ondersteunen.

(12)De audiovisuele sector van de Unie wordt geconfronteerd met uitdagingen als gevolg van beperkte sectoroverschrijdende verspreiding, veranderende consumptiegewoonten en de dominantie van actoren van buiten de EU. Gelet op deze uitdagingen moet de Unie met haar optreden de Europese audiovisuele en videogame-industrie ondersteunen bij het creëren, financieren, produceren en verspreiden van Europese werken op alle beschikbare en voor het publiek binnen en buiten de Unie aantrekkelijke platforms. Zij moet transmediale adaptatie van intellectuele eigendom tussen verschillende mediavormen bevorderen, bijdragen tot het stimuleren van samenwerking tussen lidstaten met verschillende marktcapaciteiten en een aanvulling vormen op het regelgevingskader van de Unie voor de audiovisuele sector.

(13)In de hele Unie staan nieuwsmedia en journalisten onder toenemende druk, met name door de opkomst van wereldwijde onlineplatforms, veranderende consumptiegewoonten en de toenemende verspreiding van desinformatie. Deze uitdagingen hebben gevolgen voor de inkomsten en de verspreiding van nieuws, ondergraven de levensvatbaarheid van en het vertrouwen van het publiek in nieuwsmedia en beperken de toegang van burgers tot diverse, professioneel geproduceerde Europese journalistieke inhoud. De Unie moet een levensvatbaar, onafhankelijk en divers informatie-ecosysteem ondersteunen, bedreigde journalisten beschermen, mediavrijheid en -pluriformiteit bevorderen en de integriteit van de informatieruimte versterken door maatregelen te bevorderen en de samenwerking tegen desinformatie te intensiveren en digitale geletterdheid en mediawijsheid te ondersteunen, ook onder jongeren.

(14)De democratieën in de Unie staan voor steeds grotere uitdagingen. Het afnemende vertrouwen onder burgers in democratische instellingen en processen wordt nog eens versterkt door desinformatie, polarisatie en haat binnen de samenleving, die van invloed zijn op verkiezingen en andere democratische processen. Er is een maatschappijbrede aanpak nodig om de Europese democratie veerkrachtiger te maken.

(15)De bescherming en bevordering van de grondrechten draagt bij tot de opbouw van een democratischere Unie. Non-discriminatie is een kernbeginsel van de Unie, dat is vastgelegd in artikel 19 VWEU en in artikel 21 van het Handvest. Werken aan een op gelijkheid gebaseerde en discriminatievrije samenleving draagt bij tot de benutting van het potentieel van individuen in al hun verscheidenheid en aan culturele, economische en sociale groei. Dit helpt ook om belangrijke onderliggende oorzaken van geweld tegen kwetsbare groepen aan te pakken, wat op zijn beurt een frontale aanval op gelijkheid is. Daarom moeten met het programma acties worden bevorderd om — met het oog op ondersteuning van de relevante beleidskaders van de Unie — alle vormen van discriminatie en onverdraagzaamheid, dus zowel directe als indirecte discriminatie, aan te pakken, waarbij aandacht moet zijn voor de specifieke vormen van structurele en intersectionele discriminatie. Het programma moet acties ondersteunen om alle vormen van xenofobie en racisme, antisemitisme en moslimhaat, homofobie, bifobie, transfobie, interfobie, intolerantie en discriminatie op grond van genderidentiteit, onverdraagzaamheid jegens personen die tot minderheden behoren, waaronder Roma, en haatzaaiende uitlatingen te voorkomen en te bestrijden. Het programma moet er ook toe bijdragen dat de Unie haar verbintenis als partij bij het VN-Verdrag inzake de rechten van mensen met een handicap van 13 december 2006 14 kan nakomen om het volledige genot van alle mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid door alle personen met een handicap te bevorderen, te beschermen en te waarborgen.

(16)Het recht op privacy en het recht op bescherming van persoonsgegevens, die zijn vastgelegd in respectievelijk artikel 7 van het Handvest en artikel 16 VWEU en artikel 8 van het Handvest, worden door middel van een speciale verordening 15 en richtlijn 16 gehandhaafd. Het rechtskader van de Unie bevat bepalingen die waarborgen dat het recht op de bescherming van persoonsgegevens doeltreffend wordt gehandhaafd. Bij deze wetgevingsinstrumenten zijn de nationale toezichthoudende autoriteiten voor gegevensbescherming belast met de taak de publieke bekendheid met en het inzicht in de risico’s, voorschriften, waarborgen en rechten in verband met de verwerking van persoonsgegevens te bevorderen. Gezien het belang van het recht op de bescherming van persoonsgegevens in tijden van snelle technologische ontwikkelingen moet het programma bijdragen tot bewustwording en voorzien in studies en andere relevante activiteiten op dit gebied, onder meer via de nationale toezichthoudende autoriteiten voor gegevensbescherming.

(17)Gendergelijkheid is een grondrecht en een doelstelling van de Unie en moet door het programma worden ondersteund. De vele goede resultaten ten spijt is er nog altijd sprake van grote uitdagingen; deze vereisen een versterking van de inzet van de Unie. Dit omvat het streven naar het uitbannen van gendergerelateerd geweld, de hoogste gezondheidsnormen, in het bijzonder wat betreft seksuele en reproductieve gezondheid, gelijke beloning en economische empowerment, evenwicht tussen werk, privéleven en zorgtaken, gelijke arbeidskansen, loopbaankansen en arbeidsvoorwaarden, hoogwaardig en inclusief onderwijs, politieke participatie en gelijke vertegenwoordiging, institutionele mechanismen voor de uitvoering van vrouwenrechten, het actief aanpakken van stereotypering van genders en het bestrijden van intersectionele discriminatie.

(18)Gendergerelateerd geweld en geweld tegen vrouwen, kinderen, jongeren en andere risicogroepen zoals lhbtiq-personen en personen met een handicap vormen een ernstige schending van de grondrechten en komen nog altijd in de hele Unie en in alle sociale en economische contexten voor. Geweld tegen vrouwen en personen die tot andere risicogroepen behoren, vormt een schending van de mensenrechten en is een frontale aanval op gelijkheid. Het voorkomen en bestrijden van dergelijk geweld is dus een maatschappelijke noodzaak en draagt bij aan het bestrijden van dergelijke discriminatie en van de gevolgen van geweld, onder meer voor de gezondheid. Tegelijkertijd zal het waarborgen van een discriminatievrije samenleving ook helpen om de onderliggende oorzaken van geweld tegen kwetsbare groepen aan te pakken, aangezien deze onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Daarom moeten in het kader van het programma de langdurige inspanningen van de Unie worden voortgezet om geweld op alle niveaus te voorkomen, aan te pakken en te bestrijden, en alle directe en indirecte slachtoffers en overlevenden van geweld te beschermen en te ondersteunen, waarbij moet worden voortgebouwd op de vijf opeenvolgende generaties van het Daphne-programma en -onderdeel 17 . Met het programma moet worden bijgedragen aan de verwezenlijking van de doelstellingen van het op 11 mei 2011 in Istanbul vastgestelde Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen, de uitvoering van de aanbeveling van de Commissie voor de ontwikkeling en versterking van geïntegreerde systemen voor kinderbescherming in het belang van het kind 18 , waarmee kinderen worden beschermd tegen alle vormen van geweld, en die ertoe moet bijdragen dat de Unie haar verbintenis als partij bij het VN-Verdrag inzake de rechten van mensen met een handicap, dat mensen met een handicap beschermt tegen alle vormen van uitbuiting, geweld en misbruik, kan nakomen.

(19)Overeenkomstig het acquis van de Unie inzake gelijke behandeling hebben de lidstaten onafhankelijke organen voor de bevordering van gelijke behandeling (“organen voor gelijke behandeling”) opgericht, die een belangrijke rol spelen bij de bevordering van gelijkheid en de waarborging van de doeltreffende uitvoering van wetgeving voor gelijke behandeling. Voorts moet in het kader van het programma steun worden verleend aan het Europees netwerk van organen voor de bevordering van gelijke behandeling (Equinet), dat bestaat uit de nationale organen voor gelijke behandeling zoals bedoeld in Richtlijn (EU) 2024/1499 van de Raad 19 en Richtlijn (EU) 2024/1500 van het Europees Parlement en de Raad 20 , aangezien Equinet de enige entiteit is die zorgt voor de coördinatie van de activiteiten tussen deze organen. Dit is van cruciaal belang voor de doeltreffende uitvoering van het Unierecht inzake antidiscriminatie in de lidstaten.

(20)Burgers in de hele Unie, van wie velen regelmatig of ten minste incidenteel reizen naar een andere lidstaat, er wonen, studeren, werken of vrijwilligerswerk doen, moeten al hun burgerschapsrechten kunnen genieten en uitoefenen en erop kunnen vertrouwen dat zij gelijke toegang hebben tot, en volledig aanspraak kunnen maken op hun rechten en op de bescherming daarvan, zonder enige discriminatie en ongeacht waar zij zich in de Unie bevinden. De burgers moeten beter op de hoogte zijn van de rechten die voortvloeien uit het burgerschap van de Unie, namelijk hun recht van vrij verkeer en verblijf in de Unie, hun kiesrecht wanneer zij verblijven in een andere lidstaat, hun recht om in een van de officiële talen van de Unie een verzoekschrift tot het Europees Parlement te richten, hun recht om burgerinitiatieven in te dienen en hun recht om klachten inzake institutioneel wanbeheer tot de Europese Ombudsman te richten.

(21)Door burgers aan te moedigen een actievere rol te spelen in de democratie op Unieniveau, wordt het Europese maatschappelijk middenveld versterkt en wordt de ontwikkeling van een Europese identiteit gestimuleerd. Het maatschappelijk middenveld moet daarom steun krijgen voor het bevorderen, beschermen en bewustmaken van de waarden van de Unie en voor het bijdragen tot de daadwerkelijke uitoefening van rechten uit hoofde van het Unierecht. Wanneer burgers van de Unie deelnemen aan het democratische leven van de Unie, dragen zij bij tot de verwezenlijking van een representatieve democratie, een beginsel waarop de werking van de Unie is gegrondvest en dat concreet vorm geeft aan de waarde van democratie, die is vastgelegd in artikel 2 VEU.

(22)Om de Unie dichter bij haar burgers te brengen en democratische participatie te bevorderen, zijn allerlei acties en gecoördineerde inspanningen vereist. Het Europees burgerschap en de Europese identiteit moeten worden ontwikkeld en gepropageerd door aan te moedigen dat burgers inzicht krijgen in het beleidsvormingsproces, en door burgerparticipatie bij het optreden van de Unie te bevorderen. Herdenkingsactiviteiten en kritische reflectie op het Europese verleden zijn noodzakelijk om de burgers bewust te maken van de gemeenschappelijke geschiedenis en om de basis te leggen voor een gezamenlijke toekomst en gedeelde waarden. Door bovendien steun te verlenen aan lokale, regionale, nationale en transnationale organisaties uit het maatschappelijk middenveld die actief zijn op gebieden die onder het programma vallen, zullen burgers niet alleen meer betrokken raken bij de samenleving maar gaan ze uiteindelijk ook actief deelnemen aan het democratisch leven van de Unie. Tegelijkertijd ontstaat mede dankzij het steunen van activiteiten die wederzijds begrip, interculturele dialoog, culturele en taalverscheidenheid, sociale inclusie en respect voor anderen bevorderen, een gevoel tot de Unie te behoren en een gemeenschappelijk burgerschap te hebben als onderdeel van een Europese identiteit, gebaseerd op een gedeeld inzicht in onze gemeenschappelijke Europese waarden, cultuur en geschiedenis en ons gemeenschappelijk Europees erfgoed.

(23)Organisaties uit het maatschappelijk middenveld, waaronder ook onafhankelijke mensenrechtenorganisaties, organen ter bevordering van gelijke behandeling en ombudsinstanties, spelen een cruciale rol bij de uitvoering van beleid, het stimuleren van burgerparticipatie, het ter verantwoording roepen van instellingen en het stimuleren van positieve veranderingen. Het programma moet helpen zorgen voor voldoende middelen en een gunstig klimaat waarin zij hun taak op een onafhankelijke, vrije, veilige en doeltreffende manier kunnen vervullen. Daartoe moet de financiering van de Unie een aanvulling vormen op de inspanningen op nationaal niveau door hun capaciteit te ondersteunen, te beschermen, te versterken en uit te breiden, zoals benadrukt in de resolutie van het Europees Parlement van 19 april 2018 21 en in de conclusies van de Raad van 10 maart 2023 22 en 7 maart 2025 23 . Het maatschappelijk middenveld speelt ook een belangrijke rol bij het waarborgen van de doeltreffende uitvoering van Richtlijn (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad 24 door een cultuur van vrijuit spreken en een gunstig klimaat voor klokkenluiders te bevorderen.

(24)Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft bevestigd dat de Unie een juridische constructie is die berust op de fundamentele premisse dat elke lidstaat met alle andere lidstaten de in artikel 2 VEU bepaalde gemeenschappelijke waarden deelt waarop de Unie berust, en dat elke lidstaat erkent dat de andere lidstaten deze waarden met hem delen 25 . Die premisse behoort tot de specifieke en wezenlijke kenmerken van het Unierecht, met inbegrip van de autonomie van dat recht ten opzichte van het recht van de lidstaten en het internationaal recht. Deze premisse impliceert en rechtvaardigt dat de lidstaten er onderling op vertrouwen dat de andere lidstaten deze waarden erkennen en het Unierecht, dat deze waarden ten uitvoer brengt, dus in acht nemen. Hieruit volgt dat de eerbiediging door een lidstaat van de in artikel 2 VEU neergelegde waarden een voorwaarde is voor het genot van alle rechten die voortvloeien uit de toepassing van de Verdragen op die lidstaat. Het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft derhalve bevestigd dat de Unie op de gebieden waarvoor zij bevoegd is maatregelen kan nemen om de eerbiediging van de in artikel 2 VEU bedoelde waarden te waarborgen.

(25)In een tijd waarin Europese samenlevingen worden geconfronteerd met uitdagingen die van invloed zijn op democratieën, zoals de opkomst van extremisme en onverdraagzaamheid, desinformatie en manipulatie van informatie en inmenging door vijandige actoren buiten de Unie, is het van cruciaal belang dat waarden van de Unie, zoals eerbiediging van de grondrechten, gelijkheid en democratie, actief door burgers en volkeren worden gekoesterd, beschermd, bevorderd, gehandhaafd en gedeeld, zodat deze waarden in het project van de Unie centraal blijven staan. Een verslechtering van de bescherming daarvan in een lidstaat kan schadelijke gevolgen hebben voor de Unie in haar geheel. Het is daarom van cruciaal belang dat dit programma bijdraagt tot de bescherming van de waarden van de Unie, waaronder eerbiediging van de grondrechten, gelijkheid en democratie.

(26)Gezien de toenemende risico’s in verband met natuurrampen, klimaat- en milieurampen, gezondheidscrises, technologische ongevallen, veranderende veiligheidsdreigingen en andere verstoringen is het van essentieel belang dat de Unie en de lidstaten beter in staat zijn om op crises te anticiperen en zich erop voor te bereiden en erop te reageren. Het programma moet daarom de voorlichting onder burgers over, en de betrokkenheid van burgers bij, crisisparaatheid ondersteunen en zo de veerkracht van de samenleving vergroten.

(27)Daarom moet in het kader van het programma ook steun worden verleend aan acties die gericht zijn op het waarborgen en versterken van de democratie in de Unie, het vergroten van het vertrouwen van het publiek in de democratie en de democratische instellingen, het versterken van de democratische paraatheid en veerkracht, het bevorderen van de betrokkenheid, participatie en bewustwording van burgers ten aanzien van de gemeenschappelijke geschiedenis en waarden, en daarmee de uitoefening van hun rechten, waaronder hun kiesrecht, ondersteunen met volledige inachtneming van de bevoegdheden van de lidstaten op het gebied van de organisatie van verkiezingen. Het programma moet ook bijdragen tot het bevorderen van kritisch denken, burgerparticipatie en democratie door middel van onderwijs als een levenslange inspanning, zodat alle burgers over de vaardigheden beschikken om buitenlandse informatie, manipulatie, inmenging en desinformatie te herkennen.

(28)Met het programma moeten synergieën en complementariteit met Europa in de wereld worden bevorderd, aangezien de internationale culturele betrekkingen van de Unie hiermee worden bevorderd en de doelstellingen van extern optreden van de Unie door middel van culturele samenwerking worden verwezenlijkt.

(29)Het programma moet ook voorzien in de financiering van de technische en organisatorische ondersteuning voor de uitvoering van Verordening (EU) 2019/788 van het Europees Parlement en de Raad 26 en zo de grondslag vormen om de burgers hun recht te laten uitoefenen Europese burgerinitiatieven te organiseren en er steun aan te betuigen. Samen met de andere in artikel 24 VWEU vastgelegde rechten waarborgt dit recht de rechtstreekse deelname van burgers aan het democratisch bestel van de Unie.

(30)Omwille van de verenigbaarheid moeten de begrotingsgarantie en financieringsinstrumenten in het kader van het programma, ook wanneer gecombineerd met andere vormen van niet-terugbetaalbare steun in blendingverrichtingen, worden uitgevoerd overeenkomstig de toepasselijke regels van het InvestEU-instrument van het Europees Fonds voor concurrentievermogen (ECF) door middel van overeenkomsten die voor die soort steun in het kader van het InvestEU-instrument van het ECF zijn gesloten.

(31)Wanneer steun van de Unie in het kader van het programma moet worden verleend in de vorm van een begrotingsgarantie of een financieringsinstrument, ook wanneer gecombineerd met niet-terugbetaalbare steun in een blendingverrichting, mag dergelijke steun uitsluitend via het InvestEU-instrument van het ECF worden verleend overeenkomstig de toepasselijke regels van het InvestEU-instrument van het ECF.

(32)De Commissie moet begrotingsvastleggingen in jaarlijkse tranches kunnen verdelen. In dat geval moet de Commissie de jaarlijkse tranches tijdens de uitvoering van het programma vastleggen, rekening houdend met de voortgang van de acties waarvoor financiële bijstand is toegekend, met de geraamde behoeften en met de beschikbaarheid van begrotingsmiddelen.

(33)Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad 27 is op het programma van toepassing. Hierin zijn de regels vastgelegd voor de opstelling en uitvoering van de algemene begroting van de Europese Unie, met inbegrip van de regels voor subsidies, prijzen, niet-financiële schenkingen, aanbestedingen, indirecte uitvoering, financiële bijstand, financieringsinstrumenten en begrotingsgaranties.

(34)Overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad 28 , Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad 29 , Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad 30 en Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad 31 moeten de financiële belangen van de Unie worden beschermd door evenredige maatregelen, met inbegrip van voorkoming, opsporing, correctie en onderzoek van onregelmatigheden en fraude, terugvordering van verloren gegane, onverschuldigd betaalde of onjuist bestede financiële middelen alsook, in voorkomend geval, oplegging van administratieve sancties. In het bijzonder kan het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 onderzoeken, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, uitvoeren om vast te stellen of er sprake is van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad. Overeenkomstig Verordening (EU) 2017/1939 kan het Europees Openbaar Ministerie (EOM) overgaan tot onderzoek en vervolging van fraude en andere onwettige activiteiten waardoor de financiële belangen van de Unie worden geschaad in de zin van Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad 32 . Personen of entiteiten die middelen van de Unie ontvangen, moeten overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 ten volle meewerken aan de bescherming van de financiële belangen van de Unie, de nodige rechten en toegang verlenen aan de Commissie, OLAF, het EOM en de Europese Rekenkamer en ervoor zorgen dat derden die betrokken zijn bij de uitvoering van middelen van de Unie gelijkwaardige rechten verlenen.

(35)Het programma moet worden uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) [XXX]* van het Europees Parlement en de Raad [prestatieverordening] waarin de regels voor het traceren van uitgaven en het prestatiekader voor de begroting zijn vastgesteld, met inbegrip van regels voor het waarborgen van een uniforme toepassing van de beginselen van “geen ernstige afbreuk doen” en gendergelijkheid als bedoeld in respectievelijk artikel 33, lid 2, punten d) en f), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, regels voor de monitoring en de verslaglegging van de prestaties van programma’s en activiteiten van de Unie, regels voor de oprichting van een financieringsportaal van de Unie, regels voor de evaluatie van de programma’s, alsook andere horizontale bepalingen die van toepassing zijn op alle programma’s van de Unie, zoals die inzake informatie, communicatie en zichtbaarheid, rekening houdend met de reikwijdte en de aard van de activiteiten en prioriteiten. 

(36)In het kader van het programma moet ook steun worden verleend aan de rol van programmadesks, die de lidstaten kunnen oprichten en die aanvragers richtsnoeren en bijstand moeten bieden met betrekking tot financieringsmogelijkheden en grensoverschrijdende samenwerking, waardoor wordt bijgedragen tot de zichtbaarheid en verspreiding van het programma overeenkomstig Verordening (EU) [XXX]* van het Europees Parlement en de Raad [prestatieverordening]. Programmadesks moeten hun taken onafhankelijk en zonder inmenging van overheidsinstanties in hun besluitvorming uitvoeren en zouden geen verantwoordelijkheid moeten dragen met betrekking tot het beheer van het programma 33 .

(37)Op grond van artikel 85, lid 1, van Besluit (EU) 2021/1764 van de Raad 34 komen in landen en gebieden overzee gevestigde personen en entiteiten in aanmerking voor financiering, overeenkomstig de vastgestelde doelstellingen van het programma en eventuele regelingen die van toepassing zijn op de lidstaat waarmee het desbetreffende land of gebied overzee banden heeft.

(38)Deelname van derde landen aan de specifieke doelstelling Audiovisuele sector vereist een bepaald niveau van wederkerigheid en harmonisatie van de regelgeving. Om deze reden moet er bij het sluiten van associatieovereenkomsten rekening worden gehouden met de situatie van hun audiovisuele markten, de mate waarin hun wettelijke kaders aansluiten bij het acquis van de Unie op het gebied van audiovisuele media, met name Richtlijn 2010/13/EU, en de toegang tot hun steunregelingen. Dit is met name van belang wat betreft andere Europese landen, waarvan de audiovisuele werken profiteren van de bepalingen van Richtlijn 2010/13/EU die Europese werken moet bevorderen, waaronder met name de quotaregeling. In het specifieke geval van toetredende landen, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten was de verplichting om hun nationale wetgeving in overeenstemming te brengen met Richtlijn 2010/13/EU al opgenomen in Verordening (EU) 2021/818 tot vaststelling van het programma Creatief Europa. Deze voorwaarde blijkt een efficiënte stimulans om hun werkzaamheden voor de algehele aanpassing aan het EU-acquis met het oog op toetreding te versnellen.

(39)Daar de doelstellingen van deze verordening niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de transnationale aard van de uitdagingen, beter op het niveau van de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 VEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.

(40)Bij deze verordening wordt het programma voor 2028 tot en met 2034 vastgesteld, dat de opvolger vormt van de bij de Verordeningen (EU) 2021/692 en (EU) 2021/818 vastgestelde programma’s voor 2021 tot en met 2027. De Verordeningen (EU) 2021/692 en (EU) 2021/818 moeten daarom worden ingetrokken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Hoofdstuk I

Algemene bepalingen

Artikel 1

Voorwerp

Bij deze verordening wordt het programma AgoraEU (het “programma”) vastgesteld en worden de doelstellingen van het programma, de begroting ervan voor de periode 2028-2034, de vormen van financiering van de Unie en de regels voor het verlenen van dergelijke financiering bepaald. 

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

 
“toekenningsprocedure”: een toekenningsprocedure, zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, alsook procedures voor het toewijzen van de uitvoering en verlening van steun via financieringsinstrumenten, voor het verlenen van de begrotingsgarantie, of voor het verlenen van steun in het kader van de begrotingsgarantie.  

Artikel 3

Doelstellingen van het programma

1)De algemene doelstellingen van het programma zijn het bevorderen van de verscheidenheid van taal en cultuur en het culturele en taalkundige erfgoed, het vergroten van het concurrentievermogen van de culturele en creatieve sector, met name de media en audiovisuele sector, het waarborgen van de artistieke en mediavrijheid, en het beschermen en bevorderen van gelijkheid, actief burgerschap, rechten en waarden zoals vastgelegd in de Verdragen en het Handvest, waardoor de democratische participatie en de maatschappelijke veerkracht worden versterkt.

(2)Binnen de in lid 1 vervatte algemene doelstellingen heeft het programma de volgende specifieke onderdelen ter verwezenlijking van de volgende specifieke doelstellingen:

a)in het kader van het onderdeel Creatief Europa — Cultuur wordt: 

I.bijgedragen tot grensoverschrijdende culturele creatie, samenwerking, participatie en toegankelijkheid, en grensoverschrijdende verspreiding van een verscheidenheid aan culturele werken en worden tegelijkertijd de sociale, economische en internationale dimensies van de culturele en creatieve sector versterkt (“cultuur”);

b)in het kader van het onderdeel MEDIA+ wordt: 

I.bijgedragen tot de culturele verscheidenheid en het concurrentievermogen van de audiovisuele sector en de videogame-industrie, met name door creatie en grensoverschrijdende verspreiding van Europese inhoud en de toegang daartoe voor burgers te bevorderen (“audiovisuele sector”);

II.bijgedragen tot een vrij, levensvatbaar en divers informatie-ecosysteem in de Unie, met name door vrije en onafhankelijke journalistiek en nieuwsmedia te ondersteunen, de toegang voor burgers tot betrouwbare informatie te verbeteren en desinformatie te bestrijden (“nieuws”);

c)in het kader van het onderdeel Burgers, gelijkheid, rechten en waarden (“CERV+”) wordt: 

I.bijgedragen tot de bescherming en bevordering van de grondrechten, gelijkheid en non-discriminatie en de in de Verdragen verankerde rechten van de burgers van de Unie, waaronder het vrije verkeer van burgers en het versterken van het maatschappelijk middenveld (“rechten, gelijkheid, burgers en het maatschappelijk middenveld”);

II.bijgedragen tot de bestrijding van gendergerelateerd geweld, geweld tegen kinderen en andere groepen die het risico lopen op dergelijk geweld (“Daphne”);

III.bijgedragen tot de versterking van democratische participatie en de handhaving van de rechtsstaat (“democratische participatie en de rechtsstaat”).

(3)Om het effect te maximaliseren en de synergieën tussen de in punt 2 vermelde verschillende onderdelen te versterken, wordt in het kader van het programma steun verleend voor transversale en horizontale activiteiten die bijdragen tot de in punt 1 vermelde algemene doelstelling, met name door synergieën tussen het culturele, het media- en het publieke domein te ontwikkelen en sectoroverschrijdende samenwerking en innovatie te bevorderen.

Hoofdstuk II

Onderdeel Creatief Europa — Cultuur

Artikel 4

Cultuur

Binnen het onderdeel Creatief Europa — Cultuur is de specifieke doelstelling Cultuur, die betrekking heeft op de culturele en creatieve sector, gericht op:

a)het bevorderen van grensoverschrijdende creatie, samenwerking en uitwisselingen in verschillende vormen, onder meer via de mobiliteit van kunstenaars en culturele en creatieve professionals, verblijven voor kunstenaars en partnerschappen tussen organisaties van elke omvang;

b)het verbeteren van de toegang tot cultuur en cultureel erfgoed en deelname eraan voor iedereen, met name voor jongeren, en het versterken van de sociale veerkracht en sociale cohesie, in het bijzonder rechtvaardigheid tussen generaties, gelijkheid en diversiteit, door middel van culturele betrokkenheid;

c)het ondersteunen van de verspreiding, distributie, bevordering en zichtbaarheid van diverse Europese culturele werken via verschillende kanalen in de hele Unie en internationaal, onder meer via Europese platforms voor opkomende kunstenaars, steun aan entiteiten die zich richten op het opleiden en promoten van jonge kunstenaars, prijzen die artistiek talent en uitmuntendheid bevorderen, tournees, festivals en vertaling;

d)het versterken van de capaciteit en vaardigheden in de culturele en creatieve sector om innovatie en concurrentievermogen te stimuleren en de groene en de digitale transitie te begeleiden, onder meer door ondersteuning van netwerken van culturele en creatieve organisaties, activiteiten met betrekking tot opleiding en peerlearning;

e)het bevorderen van de ontwikkeling van cultuurbeleid door middel van samenwerking en uitwisseling van goede praktijken op EU-niveau en het verbeteren van de feitenbasis door middel van verbeterde gegevensverzameling, analyse en proefprojecten;

f)het bevorderen van de internationale culturele betrekkingen van de Unie en het bijdragen tot de doelstellingen van het externe optreden van de Unie door middel van culturele samenwerking;

g)het ondersteunen van de uitvoering van Besluit nr. 445/2014/EU 35 en Besluit nr. 1194/2011/EU 36   van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie.

De specifieke doelstelling Cultuur wordt uitgevoerd met volledige eerbiediging van de artistieke vrijheid en de verscheidenheid aan culturele uitingen, en draagt bij tot de verbetering van de arbeidsvoorwaarden voor kunstenaars en culturele en creatieve professionals.

Hoofdstuk III

Onderdeel MEDIA+

Artikel 5

Audiovisuele sector 

Binnen het onderdeel MEDIA+ richt de specifieke doelstelling Audiovisuele sector zich op:

a)het ondersteunen van de creatie van Europese audiovisuele werken in meerdere vormen en genres, die het potentieel hebben om een uiteenlopend publiek over de grenzen heen te bereiken; 

b)het bevorderen van de grensoverschrijdende verspreiding, distributie, prominentie en zichtbaarheid van Europese audiovisuele werken op alle media in de Unie en internationaal, onder meer door middel van gecoördineerde distributiestrategieën, marketing en reclame-instrumenten;

c)het op- en uitbouwen van een publiek voor Europese audiovisuele werken, onder meer via een netwerk van Europese bioscopen, festivals en voorlichtingscampagnes, waarbij met name jonge Europeanen en onderbediende gemeenschappen worden aangesproken;

d)het ondersteunen van de ontwikkeling en prototypering van Europese videogames en immersieve inhoud, onder meer door middel van marktonderzoek, reclame en op publiek gebaseerde vindbaarheidsstrategieën en distributie via alle platforms;

e)het stimuleren van talentontwikkeling, het ondersteunen van toegang tot financiering, uitwisselingen tussen bedrijven en netwerken, het vaststellen van innovatieve instrumenten en bedrijfsmodellen en strategieën voor crossmediale exploitatie van intellectuele eigendom, met name als reactie op creatieve, markt- en technologische verschuivingen;

f)het bevorderen van beleidsdialoog, de uitwisseling van beste praktijken, gegevensverzameling en -analyse, met inbegrip van de betaling van de financiële bijdrage voor het Unie-lidmaatschap van het Europees Waarnemingscentrum voor de audiovisuele sector;

g)het bijdragen tot de uitvoering van Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad 37 .

De specifieke doelstelling Audiovisuele sector wordt uitgevoerd met volledige inachtneming van de artistieke vrijheid en met waarborging van de samenwerking tussen entiteiten uit lidstaten met verschillende audiovisuele capaciteiten.

Artikel 6

Nieuws 

Binnen het onderdeel MEDIA+ richt de specifieke doelstelling Nieuws zich op:

a)het beschermen van nieuwsmedia en journalisten, met name wanneer zij worden bedreigd, het monitoren, beoordelen en aanpakken van risico’s voor de mediavrijheid en de pluriformiteit van de media op de eengemaakte markt, en het bevorderen van journalistieke en redactionele normen;

b)het verbeteren van de productie, distributie en consumptie van professionele journalistieke inhoud, waaronder berichtgeving over aangelegenheden van de Unie, onderzoeksjournalistiek, lokaal nieuws en informatie van algemeen belang;

c)het ondersteunen van de digitale transformatie van nieuwsorganisaties, innovatieve praktijken, nieuwe productie-, distributie- en bedrijfsmodellen, het vergemakkelijken van de toegang tot financiering en het aanmoedigen van grensoverschrijdende activiteiten en de bij- en omscholing van nieuwsmediaprofessionals;

d)het versterken van de samenwerking en het bevorderen van maatregelen die zijn gericht op het monitoren en beschermen van de online-informatieruimte, met inbegrip van het opsporen en bestrijden van desinformatie en manipulatie en inmenging door informatiebronnen van buiten de Unie en daarmee bij te dragen tot een grotere veerkracht in de hele Unie;

e)het bevorderen van activiteiten op het gebied van digitale geletterdheid en mediawijsheid om burgers, waaronder jongeren, in staat te stellen het informatie-ecosysteem te gebruiken en er een kritisch begrip van te ontwikkelen;

f)het versterken van de beleidsdialoog, het verzamelen en analyseren van gegevens en het ontwikkelen van gemeenschappelijke normen, onder meer door het werk van de Europese Raad voor mediadiensten te ondersteunen.

De specifieke doelstelling Nieuws wordt uitgevoerd met volledige inachtneming van de redactionele onafhankelijkheid van media en van professionele normen.

Hoofdstuk IV

Onderdeel CERV+ 

Artikel 7

Rechten, gelijkheid, burgers en het maatschappelijk middenveld

Binnen het onderdeel CERV+ richt de specifieke doelstelling Rechten, gelijkheid, burgers en het maatschappelijk middenveld zich op:

a)het bevorderen van gelijkheid en het voorkomen en bestrijden van discriminatie op grond van geslacht, ras of etnische afstamming, godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele gerichtheid en alle vormen van racisme en onverdraagzaamheid;

b)het bevorderen van gendergelijkheid, gendermainstreaming en de empowerment van vrouwen en het beschermen en bevorderen van de volledige uitoefening van de rechten door vrouwen;

c)het bevorderen van de toegankelijkheid en het beschermen en bevorderen van de rechten van personen met een handicap, ter ondersteuning van de uitvoering door de EU van het VN-Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap;

d)het beschermen en bevorderen van de rechten van het kind;

e)het beschermen en bevorderen van de vrijheid van meningsuiting, het recht op privacy, de bescherming van persoonsgegevens en rechten in de digitale ruimte;

f)het bevorderen van een levendige ruimte voor het maatschappelijk middenveld door het versterken van de capaciteit van en het verlenen van financiële steun aan organisaties uit het maatschappelijk middenveld, mensenrechtenverdedigers en andere relevante actoren die zich op alle niveaus inzetten voor de bescherming en bevordering van de in het Verdrag verankerde rechten en het bewustzijn daarvan bij de burgers, het bevorderen van de democratische veerkracht, non-discriminatie en gelijkheid in de EU en, meer in het algemeen, de waarden van de Unie, zoals de eerbiediging van de grondrechten, de rechtsstaat en de democratie, en het beschermen en bevorderen van de eerbiediging van het Handvest.

Artikel 8

Daphne

Binnen het onderdeel CERV+ richt de specifieke doelstelling Daphne zich op:

a)het op alle niveaus voorkomen, reageren op en bestrijden van alle vormen van gendergerelateerd geweld tegen vrouwen en meisjes, huiselijk geweld en geweld tegen kinderen, jongeren en ouderen, lhbtiq-personen, personen met een handicap en andere risicogroepen;

b)het beschermen en ondersteunen van alle directe en indirecte slachtoffers en overlevenden van het in punt a) bedoelde geweld;

c)het ondersteunen van de verwezenlijking van de doelstellingen van het Verdrag van de Raad van Europa inzake het voorkomen en bestrijden van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld in de Unie.

Artikel 9

Democratische participatie en de rechtsstaat

Binnen het onderdeel CERV+ richt de specifieke doelstelling Democratische participatie en de rechtsstaat van het programma zich op:

a)het beschermen en bevorderen van de rechten van het burgerschap van de Unie en de deelname en betrokkenheid van burgers bij het democratische en maatschappelijke leven van de Unie, en het ondersteunen van open, veerkrachtige en op rechten, gelijkheid en de rechtstaat gebaseerde samenlevingen;

b)het ondersteunen van vrije, eerlijke, veerkrachtige, toegankelijke en inclusieve verkiezings- en democratische processen;

c)het bevorderen van maatschappelijk bewustzijn en een beter begrip van de Unie, haar gemeenschappelijke geschiedenis, herinnering en verscheidenheid om wederzijds begrip en verdraagzaamheid te stimuleren.

Hoofdstuk V

Transversale en horizontale prioriteiten en activiteiten

Artikel 10

Binnen de in artikel 3 vastgelegde algemene doelstellingen worden de volgende transversale en horizontale prioriteiten en activiteiten in het kader van het programma ondersteund:

a)sectoroverschrijdende samenwerking en innovatie op het gebied van cultuur, media en burgerschap en bescherming van de integriteit van het publieke debat, waardoor democratische veerkracht, maatschappelijke paraatheid, culturele betrokkenheid en burgerparticipatie worden versterkt;

b)verantwoord gebruik van innovatieve instrumenten en inhoudtechnologieën, met name artificiële intelligentie, alsmede ontwikkeling van vaardigheden en capaciteitsopbouw door middel van sectoroverschrijdende benaderingen;

c)acties voor de ontwikkeling, uitvoering en monitoring van wetgeving en beleid van de Unie op het gebied van cultuur, media en burgerschap, in voorkomend geval door middel van samenwerking tussen nationale autoriteiten en belanghebbenden;

d)in overeenstemming met Verordening (EU) [XXX]* van het Europees Parlement en de Raad [prestatieverordening], bekendheid geven aan het programma en de financieringsmogelijkheden ervan, onder meer via programmadesks, om zo het bereik, de zichtbaarheid en de verspreiding van de resultaten van het programma te vergroten.

De financiering van transversale en horizontale prioriteiten en activiteiten wordt bepaald door hun aard en reikwijdte.

Hoofdstuk VI

Financiële bepalingen

Artikel 11

Begroting

1.De indicatieve financiële toewijzing voor de uitvoering van het programma voor de periode 2028-2034 wordt vastgesteld op 8 582 000 000 EUR in lopende prijzen. 

2.Vastleggingen in de begroting voor activiteiten waarvan de uitvoering zich over meer dan één begrotingsjaar uitstrekt, mogen in jaartranches worden verdeeld.

3.Ook na 2034 kunnen nog kredieten in de begroting van de Unie worden opgenomen ter dekking van de uitgaven die nodig zijn voor het beheren van acties die aan het einde van het programma nog niet zijn voltooid.

4.De in lid 1 van dit artikel bedoelde financiële toewijzing en de bedragen van de in artikel 12 bedoelde aanvullende middelen kunnen ook worden gebruikt voor technische en administratieve bijstand voor de uitvoering van het programma, zoals activiteiten op het gebied van voorbereiding, monitoring, controle, audit en evaluatie, institutionele informatietechnologiesystemen en -platforms, informatie- en communicatieactiviteiten, met inbegrip van institutionele communicatie over de politieke prioriteiten van de Unie, en alle andere uitgaven gerelateerd aan technische en administratieve bijstand of personeel die de Commissie doet voor het beheer van het programma.

Artikel 12

Aanvullende middelen

1.Lidstaten, instellingen, organen en agentschappen van de Unie, derde landen, internationale organisaties, internationale financiële instellingen of andere derde partijen kunnen aanvullende financiële of niet-financiële bijdragen aan het instrument leveren. Aanvullende financiële bijdragen vormen externe bestemmingsontvangsten in de zin van artikel 21, lid 2, punt a), d) of e), of artikel 21, lid 5, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.

2.Op verzoek van de lidstaten kunnen de aan hen in gedeeld beheer toegewezen middelen ter beschikking worden gesteld aan het programma. De Commissie voert die middelen op directe of indirecte wijze uit overeenkomstig artikel 62, lid 1, punt a) of c), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Zij vormen een aanvulling op het in artikel 11, lid 1, van deze verordening bedoelde bedrag. Die middelen worden gebruikt ten voordele van de betrokken lidstaat. Indien de Commissie geen juridische verbintenis in direct of indirect beheer is aangegaan voor aldus ter beschikking van het programma gestelde aanvullende bedragen, kunnen de overeenkomstige niet-vastgelegde bedragen op verzoek van de betrokken lidstaat weer naar een of meer respectieve bronprogramma’s of de opvolgers daarvan worden overgedragen.

Artikel 13

Alternatieve, gecombineerde en cumulatieve financiering

1.Het programma wordt uitgevoerd in synergie met andere programma’s van de Unie. Voor een actie waarvoor uit een ander programma een bijdrage van de Unie is ontvangen, kan ook een bijdrage in het kader van dit programma worden ontvangen. De regels van het desbetreffende programma van de Unie zijn van toepassing op de overeenkomstige bijdrage of er kan één reeks regels op alle bijdragen worden toegepast en één juridische verbintenis worden aangegaan. Indien alle bijdragen van de Unie op subsidiabele kosten zijn gebaseerd, mag de cumulatieve steun uit de Uniebegroting niet hoger zijn dan de totale subsidiabele kosten van de actie en kan deze op pro-ratabasis worden berekend overeenkomstig de documenten waarin de steunvoorwaarden zijn vastgesteld.

2.Toekenningsprocedures in het kader van het programma moeten gezamenlijk worden uitgevoerd in direct of indirect beheer met lidstaten, instellingen, organen en instanties van de Unie, derde landen, internationale organisaties, internationale financiële instellingen, of andere derde partijen (“partners bij de gezamenlijke toekenningsprocedure”), op voorwaarde dat de bescherming van de financiële belangen van de Unie wordt gewaarborgd. Dergelijke procedures zijn aan één reeks regels onderworpen en leiden tot de sluiting van één juridische verbintenis. Daartoe kunnen de partners bij de gezamenlijke toekenningsprocedure middelen ter beschikking stellen van het programma overeenkomstig artikel 12 van deze verordening, of kunnen de partners worden belast met de uitvoering van de toekenningsprocedure, indien van toepassing overeenkomstig artikel 62, lid 1, punt c), van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Bij gezamenlijke toekenningsprocedures kunnen vertegenwoordigers van de partners bij de gezamenlijke toekenningsprocedure ook lid zijn van het in artikel 153, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 bedoelde evaluatiecomité.

Artikel 14

Met het programma geassocieerde derde landen

1.Het programma kan worden opengesteld voor deelname van de volgende derde landen door middel van volledige of gedeeltelijke associatie, overeenkomstig de doelstellingen van artikel 3 en overeenkomstig de desbetreffende internationale overeenkomsten of besluiten die in het kader van die overeenkomsten zijn vastgesteld en van toepassing zijn op:

a)leden van de Europese Vrijhandelsassociatie die lid zijn van de Europese Economische Ruimte, alsook Europese microstaten;

b)toetredende staten, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten;

c)landen van het Europees nabuurschapsbeleid;

d)andere derde landen.

2.De associatieovereenkomsten voor deelname aan de programma’s:

a)waarborgen een billijk evenwicht tussen de bijdragen van en de voordelen voor het derde land dat aan de programma’s deelneemt;

b)bepalen de voorwaarden voor deelname aan het programma van de Unie, met inbegrip van de berekening van de financiële bijdragen aan een programma en aan de algemene administratiekosten daarvan, bestaande uit een operationele bijdrage en een deelnamevergoeding;

c)verlenen het derde land geen beslissingsbevoegdheid over het programma;

d)waarborgen de rechten van de Unie om voor een goed financieel beheer te zorgen en de financiële belangen van de Unie te beschermen;

e)waarborgen, in voorkomend geval, de bescherming van de belangen van de Unie op het gebied van veiligheid en openbare orde.

Voor de toepassing van punt d) verleent het derde land de krachtens Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 en Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 vereiste rechten en toegang, en waarborgt het dat executoriale besluiten die een geldelijke verplichting inhouden op grond van artikel 299 VWEU, alsook arresten en beschikkingen van het Hof van Justitie van de Europese Unie, rechtstreeks uitvoerbaar zijn.

3.In de associatieovereenkomsten waarin deelname aan de in artikel 3 bedoelde specifieke doelstelling Audiovisuele sector wordt toegestaan, wordt rekening gehouden met de situatie van de audiovisuele markt in het betrokken land, met inbegrip van de mate waarin het rechtskader van dat land aansluit bij het acquis van de Unie op het gebied van audiovisuele media en de toegang tot gelijkwaardige steunregelingen, met name ten opzichte van andere Europese landen. In de met de in lid 1, punt b), bedoelde landen gesloten overeenkomsten wordt vereist dat hun nationale wetgeving wordt aangepast aan Richtlijn 2010/13/EU om deelname aan de specifieke doelstelling Audiovisuele sector mogelijk te maken.

Artikel 15

Uitvoering en vormen van Uniefinanciering

1.Het programma wordt overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 uitgevoerd, in direct beheer of in indirect beheer met entiteiten als bedoeld in artikel 62, lid 1, punt c), van die verordening.

1.Financiering door de Unie kan worden verstrekt in elke vorm overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509, met name subsidies, prijzen, aanbestedingen en niet-financiële schenkingen.

2.Wanneer steun van de Unie wordt verleend in de vorm van een begrotingsgarantie of een financieringsinstrument, inclusief wanneer gecombineerd met niet-terugbetaalbare steun in een blendingverrichting, mag dergelijke steun uitsluitend worden verleend via het InvestEU-instrument van het ECF en worden uitgevoerd overeenkomstig de toepasselijke regels van het InvestEU-instrument van het ECF door middel van overeenkomsten die voor dat type steun zijn gesloten in het kader van het InvestEU-instrument van het ECF.

3.Steun van de Unie in de vorm van een begrotingsgarantie wordt verleend binnen het maximumbedrag van de bij de ECF-verordening vastgestelde begrotingsgarantie.

4.Indien het programma gebruikmaakt van het InvestEU-instrument van het ECF, voorziet het in de voorziening voor de begrotingsgarantie en de financiering ten behoeve van financieringsinstrumenten, ook wanneer gecombineerd met niet-terugbetaalbare steun in de vorm van een blendingverrichting.

5.Indien Uniefinanciering wordt verstrekt in de vorm van een subsidie, wordt de financiering verstrekt als niet aan kosten gekoppelde financiering of, indien nodig, als vereenvoudigde kostenopties, overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. Financiering mag alleen in de vorm van terugbetaling van daadwerkelijke subsidiabele kosten worden verstrekt wanneer de doelstellingen van een actie niet anderszins kunnen worden verwezenlijkt.

6.Voor de toepassing van artikel 153, lid 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 kan het evaluatiecomité geheel of gedeeltelijk uit onafhankelijke externe deskundigen bestaan.

7.Entiteiten die in het kader van het onderdeel Creatief Europa — Cultuur van het programma financiering aanvragen en in de afgelopen twee jaar meer dan 50 % van hun jaarlijkse inkomsten hebben verkregen uit publieke bronnen, worden geacht te beschikken over de nodige financiële, professionele en administratieve capaciteit voor het uitvoeren van activiteiten in het kader van het programma. Zij hoeven geen verdere documentatie ter staving van die capaciteit in te dienen.

Artikel 16

Subsidiabiliteit

1.Er worden subsidiabiliteitscriteria vastgesteld ter ondersteuning van de verwezenlijking van de overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 in artikel 3 vastgestelde doelstellingen, die op alle toekenningsprocedures in het kader van het programma van toepassing zijn.

2.Bij toekenningsprocedures in direct en indirect beheer kunnen een of meer van de volgende juridische entiteiten in aanmerking komen voor EU-steun:

a)in een lidstaat gevestigd entiteiten;

b)in een geassocieerd derde land gevestigde entiteiten;

c)internationale organisaties;

d)andere in niet-geassocieerde derde landen gevestigde entiteiten indien de financiering van dergelijke entiteiten essentieel is voor de uitvoering van de actie en bijdraagt tot de in artikel 3 vastgestelde doelstellingen.

3.In aanvulling op artikel 168, leden 2 en 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 kunnen geassocieerde derde landen als bedoeld in artikel 14, lid 1, van de onderhavige verordening ook deelnemen aan en profiteren van alle aanbestedingsmechanismen als bedoeld in artikel 168, leden 2 en 3, van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509. De regels die voor de lidstaten gelden, gelden mutatis mutandis voor deelnemende geassocieerde derde landen.

4.Toekenningsprocedures die gevolgen kunnen hebben voor de veiligheid of de openbare orde, met name met betrekking tot strategische activa en belangen van de Unie of haar lidstaten, worden beperkt overeenkomstig artikel 136 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509.

5.In het in artikel 110 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 bedoelde werkprogramma kunnen de in de onderhavige verordening vastgestelde subsidiabiliteitscriteria nader worden gespecificeerd of aanvullende criteria voor specifieke acties worden vastgesteld.

6.Zonder oproep tot het indienen van voorstellen kunnen exploitatiesubsidies worden toegekend aan het Europees netwerk van nationale organen voor de bevordering van gelijke behandeling (Equinet) ter dekking van uitgaven die verband houden met het permanente werkprogramma van Equinet.

Artikel 17

Werkprogramma

Het programma wordt uitgevoerd door middel van in artikel 110 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 bedoelde werkprogramma’s. De werkprogramma’s bevatten, indien van toepassing, de activiteiten en de bijbehorende bedragen van steun van de Unie die door middel van het InvestEU-instrument van het ECF moeten worden uitgevoerd.

Hoofdstuk VII

Slotbepalingen

Artikel 18

Intrekking 

De Verordeningen (EU) 2021/692 en (EU) 2021/818 worden ingetrokken met ingang van 1 januari 2028.

Artikel 19

Overgangsbepalingen

1.Deze verordening doet geen afbreuk aan de voortzetting of de wijziging van de betrokken acties op grond van Verordening (EU) 2021/692 en Verordening (EU) 2021/818, die op de betrokken acties van toepassing blijven totdat zij worden afgesloten.

2.De financiële middelen voor het programma kunnen tevens de uitgaven voor technische en administratieve bijstand dekken die noodzakelijk zijn om de overgang te waarborgen tussen het programma en de maatregelen die zijn vastgesteld op grond van Verordeningen (EU) 2021/692 en (EU) 2021/81.

Artikel 20

Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2028.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief3

1.2.Betrokken beleidsterreinen3

1.3.Doelstellingen3

1.3.1.Algemene doelstellingen3

1.3.2.Specifieke doelstellingen3

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen3

1.3.4.Prestatie-indicatoren3

1.4.Het voorstel/initiatief betreft:4

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief4

1.5-1Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief4

1.5-2Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “meerwaarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.4

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan4

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten5

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking5

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief6

1.7.Wijze(n) van uitvoering van de begroting6

2.BEHEERMAATREGELEN8

2.1.Regels inzake monitoring en verslaglegging8

2.2.Beheer- en controlesystemen8

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie8

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken8

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)8

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden9

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF10

3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven10

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten12

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten12

3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting12

3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten17

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten22

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten24

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting24

3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten24

3.2.3.3.Totaal kredieten24

3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften25

3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting25

3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten26

3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften26

3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen28

3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader28

3.2.7.Bijdragen van derden28

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten29

4.Digitale dimensies29

4.1.Voorschriften met digitale relevantie30

4.2.Gegevens30

4.3.Digitale oplossingen31

4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling31

4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering32

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het programma AgoraEU en tot intrekking van de Verordeningen (EU) 2021/692 en (EU) 2021/818 voor de periode 2028-2034

1.2.Betrokken beleidsterreinen 

Cultuur, audiovisuele sector en media, grondrechten, gelijkheid en non-discriminatie, de rechtsstaat, het maatschappelijk middenveld, democratische participatie.

1.3.Doelstellingen

1.3.1.Algemene doelstellingen

De algemene doelstellingen van het programma zijn het bevorderen van de culturele en taalkundige verscheidenheid en van het culturele en taalkundige erfgoed, het vergroten van het concurrentievermogen van de culturele en creatieve sector, met name de media en audiovisuele sector, het waarborgen van de artistieke en mediavrijheid, en het beschermen en bevorderen van gelijkheid, actief burgerschap, rechten en waarden zoals vastgelegd in de Verdragen en het Handvest, waardoor de democratische participatie en de maatschappelijke veerkracht binnen de Unie worden versterkt.

1.3.2.Specifieke doelstellingen

In het kader van het programma worden de volgende specifieke doelstellingen ondersteund:

a)    bijdragen tot grensoverschrijdende culturele creatie, samenwerking, participatie en toegankelijkheid, en grensoverschrijdende verspreiding van een verscheidenheid aan culturele werken en worden tegelijkertijd de sociale, economische en internationale dimensies van de culturele en creatieve sector versterkt (“cultuur”);

b) bijdragen tot de culturele verscheidenheid en het concurrentievermogen van de audiovisuele sector en de videogame-industrie, met name door creatie en grensoverschrijdende verspreiding van Europese inhoud en bevorderen van de toegang daartoe voor burgers (“audiovisuele sector”);

c) bijdragen tot een vrij, levensvatbaar en divers informatie-ecosysteem in de Unie, met name door vrije en onafhankelijke journalistiek en nieuwsmedia te ondersteunen en de toegang voor burgers tot betrouwbare informatie te verbeteren en desinformatie te bestrijden (“nieuws”);

d) bijdragen tot de bescherming en bevordering van de grondrechten, gelijkheid en non-discriminatie en de in de Verdragen verankerde rechten van de burgers van de Unie, waaronder het vrije verkeer van burgers en het versterken van het maatschappelijk middenveld (“rechten, gelijkheid, burgers en het maatschappelijk middenveld”);

e) bijdragen tot de bestrijding van gendergerelateerd geweld, geweld tegen kinderen en andere groepen die het risico lopen op dergelijk geweld (“Daphne”);

f) bijdragen tot de versterking van democratische participatie en de handhaving van de rechtsstaat (“democratische participatie en de rechtsstaat”).

Om het effect te maximaliseren en de synergieën te versterken, wordt in het kader van het programma steun verleend voor horizontale activiteiten die bijdragen tot de algemene doelstellingen, met name door synergieën tussen het culturele, het media- en het publieke domein te ontwikkelen en sectoroverschrijdende samenwerking en innovatie te bevorderen.

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

Het programma zal positieve effecten hebben op grensoverschrijdende culturele samenwerking, participatie in en toegankelijkheid van cultuur, en de verspreiding van diverse culturele werken. Dit zal worden verwezenlijkt door het bevorderen van samenwerking, creativiteit, netwerken en het delen van ervaringen in de culturele en creatieve sector, het ondersteunen van de verspreiding van diverse culturele inhoud en de toegang tot culturele verscheidenheid en cultureel erfgoed, en het ondersteunen van de mobiliteit van kunstenaars en professionals in de culturele en creatieve sector over de nationale grenzen heen. De acties zullen onder meer leiden tot een beter toegeruste culturele en creatieve sector om belangrijke uitdagingen aan te pakken, versterkt creatief potentieel van de culturele en creatieve sector met betrekking tot artistieke vrijheid, een grotere verscheidenheid aan culturele inhoud die over de nationale grenzen heen wordt verspreid, meer kunstenaars en professionals in de culturele en creatieve sector die hun loopbaan uitbreiden, een grotere en meer inclusieve toegang tot een grotere verscheidenheid aan culturele inhoud en cultureel erfgoed, meer internationale culturele partnerschappen en uitwisselingen, meer digitalisering, toegang, behoud en hergebruik van digitaal erfgoed.

Het programma zal een positief effect hebben op zowel het ondersteunen van de creatie, verspreiding en toegankelijkheid van audiovisuele en media-inhoud in de EU als een diverse informatiemarkt. De steun voor audiovisuele werken zal bijdragen tot de versterking van de Europese culturele verscheidenheid en het Europese concurrentievermogen, bv. door middel van coproducties. Hierdoor worden ook verbeteringen op het gebied van de creatie, verspreiding en toegankelijkheid van videogames gerealiseerd en wordt crossmediale exploitatie van intellectuele eigendom bevorderd. De integriteit van de EU-informatiemarkt zal worden beschermd door de pluriformiteit, onafhankelijkheid en levensvatbaarheid van de media evenals mediawijsheid te ondersteunen en door het situationeel bewustzijn te versterken.

Het programma zal een positief effect hebben op de bescherming en bevordering van grondrechten en non-discriminatie, alsook op een bloeiende ruimte voor het maatschappelijk middenveld. De acties zullen leiden tot een grotere zichtbaarheid en bewustwording van de grondrechten en tot een afname van discriminatie en intimidatie. Ook zullen personen, en met name vrouwen, kinderen en groepen die het risico lopen slachtoffer te worden van geweld, door deze acties worden beschermd en worden slachtoffers ondersteund bij het omgaan met de gevolgen daarvan. Burgers en organisaties zullen op zinvolle wijze kunnen deelnemen aan het politieke, economische, sociale en culturele leven van hun samenleving. Burgers zullen vrijelijk hun mening kunnen uiten, hun politieke leiders kunnen kiezen en inspraak in hun eigen toekomst hebben.

1.3.4.Prestatie-indicatoren

Vermeld de indicatoren voor toezicht op de voortgang en de beoordeling van de resultaten

De output- en resultaatindicatoren voor het monitoren van de voortgang en resultaten van dit programma komen overeen met de in Verordening (EU) [XXX]* van het Europees Parlement en de Raad [prestatieverordening] vastgestelde gemeenschappelijke indicatoren.

1.4.Het voorstel/initiatief betreft: 

¨een nieuwe actie 

¨ een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 38  

 de verlenging van een bestaande actie 

¨de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief 

1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

Met het programma wordt bijgedragen tot het aanpakken van specifieke en gemeenschappelijke uitdagingen en het bevorderen van synergieën op het gebied van cultuur, media en burgerschap, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke aard en uitdagingen van de verschillende beleidsterreinen, en met de uiteenlopende doelgroepen en specifieke behoeften ervan. Door de steun op deze gebieden te bundelen, zal de Unie beter toegerust zijn om terugkerende, maar ook nieuwe en opkomende beleidsprioriteiten aan te pakken, zoals het beschermen van democratieën, rechten en gelijkheid, het bevorderen van een faciliterende ruimte voor het maatschappelijk middenveld, het bijdragen tot de verscheidenheid van taal en cultuur en tot de bescherming van cultureel erfgoed, het versterken van de culturele en creatieve sector en het vergroten van hun veerkracht, het bevorderen van mediavrijheid en -pluriformiteit, en het stimuleren van de economische groei van actoren op het gebied van media en cultuur.

1.5.2.Meerwaarde van het optreden van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “meerwaarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.

Redenen voor optreden op EU-niveau (ex ante)

De financiering uit hoofde van het programma is gericht op activiteiten waarbij maatregelen van de Unie een meerwaarde kunnen bieden ten opzichte van een optreden van de lidstaten afzonderlijk.

Met name:

— Aanpakken van transnationale en gemeenschappelijke uitdagingen (bv krimpende ruimten voor het maatschappelijk middenveld, bedreigingen voor de vrijheid en pluriformiteit van de media, versnippering van de culturele, de creatieve en de mediasector langs nationale en taalgrenzen): deze uitdagingen maken het voor de lidstaten moeilijk om deze op eigen kracht voldoende aan te pakken. Inspanningen op EU-niveau maken samenwerking, capaciteitsopbouw, wederzijds leren, het bundelen van middelen en het uitwisselen van expertise en beste praktijken mogelijk.

— Financiering en beleid op nationaal niveau alleen zijn onvoldoende om de waarden en democratische normen van de EU te beschermen en te bevorderen en de ruimte voor het maatschappelijk middenveld te waarborgen. Dit geldt ook voor het algemene concurrentievermogen en de diversiteit van de media, de audiovisuele sector en andere culturele en creatieve sectoren.

— EU-steun is essentieel om de toegang tot audiovisuele en culturele inhoud in alle lidstaten te behouden en een hoog niveau van bescherming van de grondrechten te waarborgen.

— Met EU-steun worden gaten in de financiering en dienstverlening gevuld die niet op het niveau van de lidstaten worden gedekt.

— Actie op EU-niveau is van cruciaal belang om de waarden van de Unie op internationaal niveau te bevorderen en internationale normen in samenhang met het interne beleid uit te voeren.

Verwachte meerwaarde van de EU (ex-post)

— Actie op EU-niveau maakt transnationale samenwerking, het bundelen van middelen en de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten mogelijk, wat leidt tot meer samenhangende en meer doeltreffende antwoorden op gemeenschappelijke uitdagingen.

— EU-steun vormt een aanvulling op nationale maatregelen doordat gebieden die op nationaal niveau worden ondergefinancierd of geen prioriteit krijgen, worden ondersteund.

— Actie op EU-niveau bevordert de mobiliteit van professionals en de verspreiding van werken, waardoor de werking van de eengemaakte markt en de culturele en taalverscheidenheid worden versterkt.

— Acties op EU-niveau zullen het bewustzijn van rechten vergroten en het gevoel van EU-burgerschap en wederzijds begrip bevorderen door een sterker besef van en meer waardering voor culturele verscheidenheid, de bescherming en bevordering van de waarden van de Unie, de ondersteuning van democratische en maatschappelijke veerkracht en een betrouwbare informatieruimte, doelstellingen die louter met nationale interventies niet volledig kunnen worden verwezenlijkt.

— EU-steun bevordert de grensoverschrijdende toegang tot media, audiovisuele en andere culturele en creatieve inhoud voor Europese burgers.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Uit de resultaten van de tussentijdse evaluaties voor de periode 2021-2027 blijkt dat de beleidsdoelstellingen van de bestaande programma’s grotendeels zijn gerealiseerd en dat zij meerwaarde van de EU hebben opgeleverd, terwijl ook wordt gewezen op punten die wat betreft de opzet voor verbetering vatbaar zijn. Zo bleek uit de tussentijdse evaluatie van het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” (CERV) dat het programma binnen het financieringslandschap van waarden en grondrechten een plaats inneemt die grotendeels leeg is. Creatief Europa heeft bijgedragen tot de ondersteuning van culturele en taalkundige verscheidenheid door de toegang van mensen tot uiteenlopende Europese inhoud te vergroten en door audiovisuele en andere creatieve en culturele actoren te helpen om op Europees niveau uit te breiden en het concurrentievermogen te vergroten. Ook de evaluatie van multimedia-acties bevestigde de meerwaarde van het ondersteunen van onafhankelijke verslaggeving over EU-aangelegenheden.

Daarnaast komen er uit de evaluaties ook verbeterpunten op het gebied van ontwerp naar voren. Dit zijn onder meer het vergroten van het bereik van de programma’s, het vergemakkelijken van de toegang, het vereenvoudigen van het beheer, het verbeteren van de monitoring, het versterken van synergieën en het voorkomen van overlappingen met andere programma’s en het vergroten van de flexibiliteit om nieuwe uitdagingen op te pakken.

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Het initiatief maakt deel uit van het voorstel voor het meerjarig financieel kader 2028-2034.

Het initiatief sluit aan bij de algemene beleidsprioriteiten van de Commissie voor 2024-2029, namelijk 1) mensen ondersteunen, onze samenlevingen versterken en ons sociaal model verbeteren; 2) onze democratie beschermen en onze waarden hooghouden; 3) duurzame welvaart en concurrentievermogen in Europa; en 4) Europa in de wereld.

1) synergieën met beleid dat mensen ondersteunt, onze samenlevingen versterkt en ons sociaal model verbetert

Er zullen synergieën worden bevorderd tussen initiatieven op het gebied van media, cultuur, waarden en rechten en het toekomstige optreden op het gebied van onderwijs, solidariteit en jeugd. Deze synergieën, zoals op het gebied van mediawijsheid, digitale vaardigheden, burgerparticipatie en burgerschapsvorming, onderwijs in kunst en cultuur, de ontwikkeling van vaardigheden en inclusie zullen worden bevorderd in overeenstemming met de doelstellingen van de EU-strategie voor jongeren, het verslag over het EU-burgerschap en andere toekomstige beleidsinitiatieven. Het initiatief vormt een aanvulling op een aantal initiatieven op het gebied van werkgelegenheid en sociaal beleid. Door gelijke toegang tot rechten en verscheidenheid te bevorderen worden sociale inclusie en eerlijke arbeidsmarkten ondersteund. De culturele en creatieve sector en de mediasector dragen actief bij tot de bij- en omscholing van professionals in het kader van de vaardigheidsunie, en zullen waarschijnlijk ook de werkgelegenheid in deze sectoren ten goede komen. De culturele en creatieve sector zal zich ook richten op het verbeteren van de arbeidsvoorwaarden voor kunstenaars en culturele en creatieve professionals.

2) Synergieën met justitiebeleid 

De afstemming tussen justitiebeleid en de rechtsstaat zorgt voor een robuust kader dat de verantwoordingsplicht waarborgt, de juridische samenhang in alle lidstaten bevordert en de grondrechten beschermt, waardoor het vertrouwen en de samenwerking binnen de Unie worden versterkt. De verhouding tussen grondrechten en justitiebeleid is van cruciaal belang voor het tot stand brengen van eerlijke en rechtvaardige samenlevingen. Grondrechten, variërend van het recht op een eerlijk proces en non-discriminatie tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer, bepalen de binnen rechtsstelsels na te leven wezenlijke normen en zetten abstracte beginselen om in concrete wettelijke maatregelen en praktijken. Zo wordt bijvoorbeeld het beginsel van gelijkheid voor de wet afgedwongen door antidiscriminatiewetgeving. Op deze manier zorgt de synergie tussen grondrechten en justitiebeleid ervoor dat rechtsstelsels niet alleen misbruik voorkomen, maar actief waardigheid, gelijkheid en vrijheid bevorderen. Deze synergie is essentieel om het vertrouwen van het publiek in juridische instellingen te vergroten, sociale cohesie te bevorderen en er uiteindelijk voor te zorgen dat justitie voor iedereen toegankelijk en betekenisvol is. Daartoe zullen synergieën tussen dit programma en het toekomstige programma Justitie worden bevorderd.  

3) Synergieën met beleid voor de eengemaakte markt en het concurrentievermogen

Het initiatief zal een aanvulling vormen op het beleidskader van de EU inzake het concurrentievermogen van de eengemaakte markt en het economisch concurrentievermogen. Met het initiatief wordt met name voortgebouwd op het jaarverslag over de eengemaakte markt en het concurrentievermogen van 2024, waarin een ecosysteemgerichte benadering is vastgesteld om de veerkracht en strategische autonomie van essentiële sectoren, waaronder de culturele en creatieve sector, te versterken. De doelstellingen van het kompas voor concurrentievermogen, waarin duidelijke benchmarks zijn vastgelegd om de productiviteit van de EU op lange termijn te verbeteren en innovatie te bevorderen, komen er ook in tot uitdrukking. 

Met het initiatief worden de synergieën met het toekomstige Europees Fonds voor concurrentievermogen en het toekomstige programma voor onderzoek en innovatie versterkt. Dit omvat ondersteuning voor multidisciplinair onderzoek op het gebied van uiteenlopende onderwerpen, waaronder democratie, waarden, gelijkheid en desinformatie, maar ook naar digitale en industriële onderwerpen die nauw verband houden met de culturele en creatieve sector en cultureel erfgoed (bv. eXtended Reality, immersieve omgevingen, nieuwe media). Bovendien draagt het voorstel bij tot de digitale transformatie van Europa, in overeenstemming met de doelstellingen van het digitale decennium 2030.

4) Synergieën met het beleid in het kader van Europa in de wereld

Het toekomstige programma zal een aanvulling vormen op de acties die worden gefinancierd via het externe optreden van de Unie. Hiermee zullen bijvoorbeeld, door culturele uitwisselingen te bevorderen en media en audiovisuele inhoud uit de Unie wereldwijd te ondersteunen, onder meer via internationale samenwerking, nieuwe markten worden ontsloten, zal mondiaal talent worden aangetrokken en zullen de invloed en aantrekkingskracht van de EU op het wereldtoneel worden vergroot.

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking


1.6.
Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

 beperkte geldigheidsduur

   van kracht van 1.1.2028 tot en met 31.12.2034

   financiële gevolgen vanaf 2028 tot en met 2034 voor vastleggingskredieten en vanaf 2028 tot en met 203x voor betalingskredieten.

¨ onbeperkte geldigheidsduur

Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Wijze(n) van uitvoering van de begroting

 Direct beheer door de Commissie

door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

   door de uitvoerende agentschappen

¨ Gedeeld beheer met de lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:

¨ derde landen of de door hen aangewezen organen

internationale organisaties en hun agentschappen (bv. Unesco, OESO, Raad van Europa...)

de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds

¨ de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen

publiekrechtelijke organen (bijvoorbeeld op basis van pijleranalyses beoordeelde organen)

privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij beschikken over voldoende financiële garanties

privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties (op basis van pijleranalyses beoordeelde organen)

¨ organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling

¨ in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.

Opmerkingen

Het programma zal worden uitgevoerd onder direct beheer (waarbij delen worden gedelegeerd aan het Europees Uitvoerend Agentschap onderwijs en cultuur) en onder indirect beheer via internationale organisaties (bv Unesco, OESO, Raad van Europa enz.) en andere op basis van pijleranalyses beoordeelde organen, wat in eerdere meerjarige financiële kaders (MFK’s) succesvol is gebleken.

2.BEHEERMAATREGELEN 

2.1.Regels inzake monitoring en verslaglegging 

 De regels inzake monitoring en verslaglegging voor dit programma zullen voldoen aan de in Verordening (EU) [XXX]* van het Europees Parlement en de Raad [prestatieverordening] vastgestelde vereisten.

2.2.Beheer- en controlesystemen 

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

Het merendeel van de acties van het programma zal onder direct beheer worden uitgevoerd en gedeeltelijk worden gedelegeerd aan het Europees Uitvoerend Agentschap onderwijs en cultuur (EACEA). De huidige uitvoeringsmodus is in de voorgaande programma’s doeltreffend gebleken en de foutenpercentages bedragen voor het programma Creatief Europa, uitgaande van de voorlopige resultaten voor het huidige MFK, momenteel minder dan 2 %. De financiering wordt uitgevoerd met de uitvoeringsmethoden waarin het Financieel Reglement voorziet (voornamelijk subsidies en aanbestedingen), aangezien op die manier de acties beter kunnen worden aangepast aan de behoeften van het beleid en er meer flexibiliteit is om met name via subsidies prioriteiten bij te stellen. De subsidies worden toegekend in de vorm van daadwerkelijke kosten, vaste bedragen, vaste percentages, eenheidskosten of een combinatie daarvan. Het gebruik van schalen van eenheidskosten en andere vereenvoudigde maatregelen zal leiden tot een lagere foutenmarge in de kostendeclaraties. Er zullen verschillende maatregelen worden getroffen voor betere toegang voor kleinere organisaties, en een vereenvoudiging van de richtsnoeren en procedures op basis van het Financieel Reglement zal worden toegepast (zie hierboven).

Bij direct beheer door de Commissie kan ook rechtstreeks contact worden gelegd met begunstigden/contractanten die zijn betrokken bij de uitvoering van activiteiten die ten dienste staan van het Uniebeleid.

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken

Het programma heeft te maken met dezelfde risico’s als andere programma’s van de Commissie die gericht zijn op begunstigden die divers van aard zijn. Voor sommige begunstigden is deelname eenmalig, of zij beschikken niet over uitgebreide administratieve structuren. De risico’s houden hoofdzakelijk verband met 1) het verzekeren van de kwaliteit van geselecteerde projecten en hun technische uitvoering; 2) inefficiënt of niet-economisch gebruik van de toegekende middelen, zowel voor subsidies als aanbestedingen; 3) fraude.

De meeste van deze risico’s zullen naar verwachting kunnen worden beperkt door: 1) nauwkeurige opzet van de oproepen tot het indienen van voorstellen; 2) richtsnoeren voor aanvragers en begunstigden; 3) het gebruik van de vereenvoudigde kostenopties van eenheidskosten, vaste percentages en vaste bedragen, die in het huidige MFK doeltreffend zijn toegepast en in het Financieel Reglement zijn opgenomen; 4) het gebruik van institutionele procedures en -systemen voor het beheer van voorstellen en subsidies (bv. subsidievademecum, elektronische subsidies enz.) om in alle fasen van de subsidie- en aanbestedingscyclus volledige afstemming op de beste praktijken te waarborgen.

De controlestrategie bestaat uit verschillende elementen: 1) programmering, evaluatie en selectie van voorstellen om te waarborgen dat alleen de beste voorstellen worden gefinancierd; 2) sluiting en monitoring van subsidieovereenkomsten, onder voorbehoud van ex-anteverificatie op zowel financieel als beleidsniveau; 3) ex-postaudits op basis van een “detectiestrategie” die erop gericht is zoveel mogelijk anomalieën op te sporen met het oog op de terugvordering van onverschuldigde betalingen.

Delen van het programma zullen uitgevoerd blijven worden door het Uitvoerend Agentschap onderwijs en cultuur (EACEA), dat dezelfde institutionele procedures hanteert als de Commissie.

Het EACEA voert jaarlijks een ex-postauditplan ten aanzien van alle acties uit en bevestigt dat het foutenpercentage voor het huidige MFK minder dan 2 % bedraagt.

Momenteel staat het EACEA onder toezicht van zijn stuurgroep, waarbij DG EAC en DG CNECT de verantwoordelijke DG’s voor het programma Creatief Europa zijn en DG JUST het verantwoordelijke DG voor het CERV-programma is. Er wordt gezorgd voor regelmatige verslaglegging via dashboards en regelmatig coördinatie-overleg met de verantwoordelijke DG’s.

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting) 

De kosten van de controles van het programma bedragen ongeveer 6 % van de door de Commissie verrichte betalingen. Dit percentage zal naar verwachting stabiel blijven of licht afnemen indien er vaker gebruik wordt gemaakt van vereenvoudigde kostenopties. Het doel van het beheer- en controlesysteem is om het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting) onder de materialiteitsdrempel van 2 % te houden.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 

De verantwoordelijke diensten zullen hun fraudebestrijdingsstrategie — die aansluit op de fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie — blijven toepassen zodat hun interne controles tegen fraude volledig in overeenstemming zijn met de fraudebestrijdingsstrategie van de Commissie en dat hun aanpak op het gebied van frauderisicobeheer erop gericht is gevallen van frauderisico’s te onderkennen en er passend op te reageren.

Met de antifraudestrategieën van het EACEA en van de Commissie kan het risico op fraude worden aangepakt, met name via maatregelen ter voorkoming van onregelmatigheden, die in geval van opsporing van fraude kunnen worden geïntensiveerd. De volgende maatregelen zullen zowel door de bevoegde DG’s als in het EACEA uitgevoerd blijven worden: administratieve controle, monitoringmissies volgens een vastgestelde monitoringstrategie, duidelijke verslagleggingsvereisten in de subsidieovereenkomsten, startvergaderingen met nieuwe begunstigden, de mogelijkheid om subsidie op te schorten bij gebrek aan resultaten of niet-naleving van bepaalde financieringsvoorwaarden, zoals de voorwaarden in de mededeling.

Uitgesloten begunstigden worden opgenomen in de databank van het systeem voor vroegtijdige opsporing en uitsluiting (EDES) en de zaken worden opgevolgd door OLAF en het Europees Openbaar Ministerie (EOM).

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven 

·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer  

GK/NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

2

06 01 02 Ondersteunende uitgaven voor AgoraEU

NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

2

06 03 01 Creatief Europa — Cultuur

GK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

2

06 03 02 MEDIA+

GK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

2

06 03 03 CERV+

GK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten 

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting

in miljoenen EUR (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader

2

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2028-2034

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel 06 03 01 Creatief Europa — Cultuur

Vastleggingen

(1a)

0,230

0,238

0,247

0,256

0,265

0,275

0,285

1,796

Betalingen

(2a)

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

Begrotingsonderdeel 06 03 02 MEDIA+

Vastleggingen

(1b)

0,409

0,424

0,439

0,455

0,472

0,489

0,506

3,194

Betalingen

(2b)

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm

Begrotingsonderdeel 06 03 03 CERV+

Vastleggingen

(1c)

0,460

0,477

0,494

0,512

0,531

0,550

0,569

3,593

Betalingen

(2c)

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm

Waarvan: 06 03 03 01 Burgers, gelijkheid, rechten en waarden

Vastleggingen

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm

Betalingen

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm

Waarvan: 06 03 03 02 Democratische participatie en de rechtsstaat

Vastleggingen

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm

Betalingen

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm

Waarvan: 06 03 03 03 Daphne

Vastleggingen

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm

Betalingen

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 39 , 40

Begrotingsonderdeel 06 01 02 Ondersteunende uitgaven voor AgoraEU

 

(3)

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm

TOTAAL kredieten

Vastleggingen

=1a+1b+3

1,099

1,139

1,180

1,223

1,268

1,313

1,360

8,582

Betalingen

=2a+2b+3

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm



Rubriek van het meerjarig financieel kader

4

“Administratieve uitgaven” 41

in miljoenen EUR (tot op drie decimalen)

DG: <EAC/CNECT/JUST>

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2028-2034

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

 Personele middelen

37,070

37,070

37,070

37,070

37,070

37,070

37,070

259,490

 Andere administratieve uitgaven

1,523

1,538

1,553

1,569

1,585

1,602

1,619

10,988

TOTAAL <…….>

Kredieten

38,593

38,608

38,623

38,639

38,655

38,672

38,689

270,478

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 4 van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0

0

0

0

0

0

0

0

in miljoenen EUR (tot op drie decimalen)

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2028-2034

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 4

Vastleggingen

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm

van het meerjarig financieel kader 

Betalingen

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm 

pm

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)

 De output- en resultaatindicatoren voor het monitoren van de voortgang en resultaten van dit programma komen overeen met de in Verordening (EU) [XXX]* van het Europees Parlement en de Raad [prestatieverordening] vastgestelde gemeenschappelijke indicatoren.

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar  
2028

Jaar  
2029

Jaar  
2030

Jaar  
2031

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 42

Gem. kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 43

— Output

— Output

— Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

SPECIFIEKE DOELSTELLING nr. 2…

— Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

TOTAAL

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2028-2034

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

RUBRIEK 4

Personele middelen

37,070

37,070

37,070

37,070

37,070

37,070

37,070

259,490

Andere administratieve uitgaven

1,523

1,538

1,553

1,569

1,585

1,602

1,619

10,988

Subtotaal RUBRIEK 4

38,593

38,608

38,623

38,639

38,655

38,672

38,689

270,478

Buiten RUBRIEK 4

Personele middelen

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Andere administratieve uitgaven

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Subtotaal buiten RUBRIEK 4

TOTAAL

3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting

Raming in voltijdequivalenten (vte’s)

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

182

182

182

182

182

182

182

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

0

0

0

 (Onderzoek onder contract)

0

0

0

0

0

0

0

(Eigen onderzoek)

0

0

0

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

0

0

0

• Extern personeel (in vte’s)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

28

28

28

28

28

28

28

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

0

0

0

Admin. ondersteuning

— centrale diensten

0

0

0

0

0

0

0

[XX.01.YY.YY]

— EU-delegaties

0

0

0

0

0

0

0

 (AC, END — onderzoek onder contract)

0

0

0

0

0

0

0

(AC, END — eigen onderzoek)

0

0

0

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — rubriek 4

0

0

0

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — buiten rubriek 4

10

10

10

10

10

10

10

TOTAAL

0

0

0

0

0

0

0

[XX.01.YY.YY]

— EU-delegaties

0

0

0

0

0

0

0

 (AC, END — onderzoek onder contract)

0

0

0

0

0

0

0

(AC, END — eigen onderzoek)

0

0

0

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — rubriek 4

0

0

0

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — buiten rubriek 4

0

0

0

0

0

0

0

TOTAAL

220

220

220

220

220

220

220

Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):

Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie

Uitzonderlijk aanvullend personeel*

Te financieren uit rubriek 4 of onderzoek

Te financieren uit BA-onderdeel

Te financieren uit vergoedingen

Personeelsformatieposten

139

43

n.v.t.

Extern personeel (AC, END, INT)

25

3

10

Beschrijving van de uit te voeren taken door:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Extern personeel

3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen

TOTAAL Digitale en IT-kredieten

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2028-2034

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

RUBRIEK 4

IT-uitgaven (algemeen) 

1,804

1,804

1,804

1,804

1,804

1,804

1,804

12,628

Subtotaal RUBRIEK 4

1,804

1,804

1,804

1,804

1,804

1,804

1,804

12,628

Buiten RUBRIEK 4

IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s

8,500

8,500

8,500

8,500

8,500

8,500

8,500

59,500

Subtotaal buiten RUBRIEK 4

8,500

8,500

8,500

8,500

8,500

8,500

8,500

59,500

 

TOTAAL

10,304

10,304

10,304

10,304

10,304

10,304

10,304

72,128

3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader 

Het initiatief is verenigbaar met het voorstel voor het MFK 2028-2034.

3.2.7.Bijdragen van derden 

Het voorstel/initiatief:

   voorziet niet in medefinanciering door derden

   voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

 

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

Totaal

2028

2029

2030

2031

2032

2033

2034

Medefinancieringsbron 

 

 

 

 

 

 

 

 

TOTAAL medegefinancierde kredieten

 

 

 

 

 

 

 

 

 
3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten 

   Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor overige ontvangsten

   geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven

in miljoenen EUR (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 44

Jaar 2028

Jaar 2029

Jaar 2030

Jaar 2031

Jaar 2032

Jaar 2033

Jaar 2034

Artikel ………….

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

4.Digitale dimensies

4.1.Voorschriften met digitale relevantie

Verwijzing naar voorschrift

Beschrijving van voorschrift

Betrokken actoren

Processen op hoog niveau

Categorieën

Hoofdstuk VI, artikel 11

[…] Technische en administratieve bijstand voor de uitvoering van het programma

Europese Commissie; Begunstigden

Uitvoering van het programma via direct subsidiebeheer

Digitale oplossingen

Hoofdstuk V, artikel 10

[…] onder meer via programmadesks, waardoor het bereik, de zichtbaarheid en de verspreiding van de resultaten van het programma worden vergroot.

Europese Commissie, nationale autoriteiten; Begunstigden

Verspreiding

Digitale oplossingen

Hoofdstuk II, artikel 4, punt e)

[…] verbetering van de feitenbasis door verbeterde gegevensverzameling, analyse […]

Europese Commissie, uitvoerende agentschappen, begunstigden

Op feiten gebaseerde beleidsvorming, uitvoering van het programma en toezicht op de uitvoering; evaluatie

Digitale oplossingen, gegevens

Hoofdstuk III, artikel 5, punt f)

Bevordering van […] gegevensverzameling en -analyse […]

Europese Commissie, uitvoerende agentschappen, begunstigden

Op feiten gebaseerde beleidsvorming, uitvoering van het programma en toezicht op de uitvoering; evaluatie

Digitale oplossingen, gegevens

Hoofdstuk III, artikel 6, punt f)

Aandacht voor […] gegevensverzameling en -analyse en ontwikkeling van gemeenschappelijke normen […]

Europese Commissie, uitvoerende agentschappen, begunstigden

Op feiten gebaseerde beleidsvorming, uitvoering van het programma en toezicht op de uitvoering; evaluatie

Digitale oplossingen, gegevens

4.2.Gegevens

Algemene beschrijving van de gegevens in het toepassingsgebied en eventuele daarmee verband houdende normen/specificaties

Soort gegevens

Verwijzing(en) naar het voorschrift

Norm en/of specificatie (indien van toepassing)

Landen, organisaties, budget, deelnemers en prioriteiten per project

Hoofdstuk VI, artikel 11

Hoofdstuk V, artikel 10

Hoofdstuk II, artikel 4, punt e)

Hoofdstuk III, artikel 5, punt f), en artikel 6, punt f)

Verordening (EU, Euratom) [202X-XXXX prestatieverordening]

elektronische subsidies en databanken van elke uitvoerende instantie in het kader van het programma

 

Afstemming op Europese datastrategie

Leg uit hoe het voorschrift is of de voorschriften zijn afgestemd op de Europese datastrategie

De bepalingen in het voorstel ondersteunen interoperabiliteit, herbruikbaarheid en veilige uitwisseling van gegevens, in overeenstemming met de Europese datastrategie. Bij de verwerking van persoonsgegevens (bv. van deelnemers) wordt dit in overeenstemming met de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) gedaan. De architectuur is ook in overeenstemming met de richtlijn open data, aangezien relevante samengevoegde gegevens die geen persoonsgegevens zijn, beschikbaar kunnen worden gesteld voor hergebruik door onderzoekers of overheidsinstanties.

Afstemming op eenmaligheidsbeginsel

Leg uit hoe het eenmaligheidsbeginsel is overwogen en hoe de mogelijkheid om bestaande gegevens te hergebruiken is onderzocht

De opgezette dashboards vormen de bron voor de traceerbaarheid en herbruikbaarheid van de gegevens die beschikbaar zijn vanuit de uitvoering van het programma. De gegevens zijn afkomstig uit aanvraagformulieren, eindverslagen en mogelijk ook van de programmadesks.

Leg uit hoe nieuw gecreëerde gegevens vindbaar, toegankelijk, interoperabel en herbruikbaar zijn en aan hoogwaardige normen voldoen

 Voor specifieke onderdelen van het programma worden de traceerbaarheid en herbruikbaarheid van de gegevens die beschikbaar zijn vanuit de uitvoering van het programma gewaarborgd. De gegevens worden vastgelegd in de documenten over de levenscyclus van het project en toegankelijk gemaakt overeenkomstig Verordening (EU) [XXX]* van het Europees Parlement en de Raad [prestatieverordening] betreffende de transparantie van informatie met betrekking tot de prestaties en resultaten van programma’s via één toegangspoort.

Gegevensstromen

Soort gegevens

Verwijzing naar voorschrift(en)

Actor die de gegevens verstrekt

Actor die de gegevens ontvangt

Aanleiding voor uitwisseling van gegevens

Frequentie (indien van toepassing)

Landen, organisaties, budget, deelnemers en prioriteiten per project

Hoofdstuk VI, artikel 11

Hoofdstuk V, artikel 10

 

Hoofdstuk II, artikel 4, punt e)

Hoofdstuk III, artikel 5, punt f), en artikel 6, punt f)

Verordening (EU, Euratom) [202X-XXXX prestatieverordening]

Begunstigden, programmadesks

Algemeen publiek

Commissie

Europees Parlement

Raad van de Europese Unie

Verordening (EU, Euratom) [202X-XXXX prestatieverordening]: Artikel XXX (monitoring) en artikel XXX (uitvoeringsverslag en evaluaties achteraf).

Regelmatige verslaglegging over het programma

Verordening (EU, Euratom) [202X-XXXX prestatieverordening], artikel XXX (monitoring) en artikel XXX (uitvoeringsverslag en evaluaties achteraf).

 

4.3.Digitale oplossingen

Digitale oplossing

Verwijzing naar voorschrift(en)

Belangrijkste vereiste functies

Bevoegde instantie

Hoe wordt gezorgd voor toegankelijkheid?

Hoe wordt rekening gehouden met herbruikbaarheid?

Gebruik van AI-technologie (indien van toepassing)

Digitale oplossing nr. 1 — Platform voor direct subsidiebeheer

Hoofdstuk VI, artikel 11

Direct subsidiebeheer

Europese Commissie

Overeenkomstig norm van Europese Commissie

//

Voor het platform wordt eventueel gebruikgemaakt van artificiële intelligentie, waarbij het voorzorgsbeginsel in acht wordt genomen.

Digitale oplossing nr. 2 — Verspreidingsplatform(s)

Hoofdstuk V, artikel 10

De resultaten van het programma verspreiden

Europese Commissie

Overeenkomstig norm van Europese Commissie

//

Voor het platform wordt eventueel gebruikgemaakt van artificiële intelligentie, waarbij het voorzorgsbeginsel in acht wordt genomen.

Digitale oplossing nr. 1 — Platform voor direct subsidiebeheer

Digitaal en/of sectoraal beleid (indien van toepassing)

Toelichting op wijze van afstemming

AI-verordening

De Europese Commissie zal ervoor instaan dat bij gebruik van AI de AI-verordening wordt nageleefd.

EU-kader voor cyberbeveiliging

Onverminderd Verordening (EU) 2016/679 draagt de Europese Commissie zorg voor de beveiliging, integriteit, authenticiteit en vertrouwelijkheid van de voor de toepassing van deze verordening verzamelde en opgeslagen gegevens.

eIDAS

Niet van toepassing

Eén digitale toegangspoort en IMI

Niet van toepassing

Andere

//

Digitale oplossing nr. 2 — Verspreidingsplatform(s)

Digitaal en/of sectoraal beleid (indien van toepassing)

Toelichting op wijze van afstemming

AI-verordening

De Europese Commissie zal ervoor instaan dat bij gebruik van AI de AI-verordening wordt nageleefd.

EU-kader voor cyberbeveiliging

Onverminderd Verordening (EU) 2016/679 draagt de Europese Commissie zorg voor de beveiliging, integriteit, authenticiteit en vertrouwelijkheid van de voor de toepassing van deze verordening verzamelde en opgeslagen gegevens.

eIDAS

Niet van toepassing

Eén digitale toegangspoort en IMI

Niet van toepassing

Andere

//

4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling

Niet van toepassing

4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering

Beschrijving van de maatregel

Verwijzing naar voorschrift(en)

Rol van de Commissie

(indien van toepassing)

Te betrekken actoren

(indien van toepassing)

Verwacht tijdschema

(indien van toepassing)

(1)    PB L 130 van 17.5.2019, blz. 55.
(2)    Met inbegrip van EP 2021/2103(INI) over “De steeds beperktere ruimte voor het maatschappelijk middenveld in Europa”; het FRA-verslag “Protecting civil society — update 2023”; en de gendergelijkheidsindex 2024 van EIGE: “Tackling violence against women, tackling gender inequalities”.
(3)    De tweede editie van de Media Industry Outlook zal in juli 2025 worden gepubliceerd.
(4)    Met name de conclusies van de Raad van mei 2025 over het ondersteunen van jonge kunstenaars en culturele en creatieve professionals bij het begin van hun carrière, de conclusies van de Raad van november 2024 over het verbeteren en bevorderen van de toegang tot cultuur, de conclusies van de Raad van mei 2024 over het versterken van de culturele en creatieve sector door middel van datagestuurde publieksontwikkeling en de conclusies van de Raad van mei 2023 over bedreigde en ontheemde kunstenaars.
(5)    Resolutie van het Europees Parlement van 17 januari 2024 over culturele diversiteit en de omstandigheden van auteurs op de Europese markt voor muziekstreaming ( 2023/2054(INI) ), resolutie van het Europees Parlement van 16 januari 2024 over de tenuitvoerlegging van het programma Creatief Europa 2021-2027 ( 2023/2003(INI) ), resolutie van het Europees Parlement van 21 november 2023 met aanbevelingen aan de Commissie inzake een EU-kader voor de sociale en professionele situatie van kunstenaars en werknemers in de culturele en creatieve sector ( 2023/2051(INI) ), resolutie van het Europees Parlement van 14 september 2023 over de toekomst van de Europese boekensector ( 2023/2053(INI) ), resolutie van het Europees Parlement van 14 december 2022 over de uitvoering van de nieuwe Europese agenda voor cultuur en de EU-strategie voor internationale culturele betrekkingen ( 2022/2047(INI) ), resolutie van het Europees Parlement van 20 oktober 2021 over de situatie van kunstenaars en het cultureel herstel in de EU ( 2020/2261(INI) .
(6)    Evaluatie van de actie “Europees erfgoedlabel” (EHL) voor de periode 2018-2024, uitgevoerd door PPMI voor de Europese Commissie (juli 2025).
(7)    Eerste tussentijdse evaluatie van de actie “Culturele Hoofdstad van Europa 2020-2033”, uitgevoerd door Ecorys en KEA European Affairs voor de Europese Commissie (juli 2025).
(8)    Met name de werkgroep OMC van deskundigen uit de lidstaten van juni 2023 getiteld “The status and working conditions of artists and cultural and creative professionals”, en de werkgroep OMC van deskundigen uit de lidstaten van 4 juni 2021 getiteld “Towards gender equality in the cultural and creative sectors”.
(9)    PB C, , blz. .
(10)    PB C, , blz. .
(11)    Verordening (EU) 2021/818 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021 tot vaststelling van het programma Creatief Europa (2021-2027) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1295/2013 (PB L 189 van 28.5.2021, blz. 34, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/818/oj).
(12)    Verordening (EU) 2021/692 van het Europees Parlement en de Raad van 28 april 2021 tot vaststelling van het programma “Burgers, gelijkheid, rechten en waarden” en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1381/2013 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (EU) nr. 390/2014 van de Raad (PB L 156 van 5.5.2021, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/692/oj).
(13)     Waar relevant zal de door het programma verleende steun investeringen versnellen of stimuleren door markttekortkomingen of suboptimale investeringssituaties op evenredige wijze aan te pakken, waarbij overlapping en verdringing worden vermeden en particuliere financiering wordt gestimuleerd, wat deze steun EU-meerwaarde verleent.
(14)    PB L 23 van 27.1.2010, blz. 35.
(15)    PB L 119 van 4.5.2016, blz. 1.
(16)    PB L 119 van 4.5.2016, blz. 89.
(17)

   Drie opeenvolgende generaties van het Daphne-programma ( PB L 34 van 9.2.2000, blz. 1 ; PB L 143 van 30.4.2004, blz. 1 ; en PB L 173 van 3.7.2007, blz. 19), en de resultaten van de Daphne-onderdelen van het programma “Rechten, gelijkheid en burgerschap” (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 62) en het CERV-programma (PB L 156 van 5.5.2021, blz. 1).

(18)    C(2024) 2680 final (PB L, 2024/1238, 14.5.2024, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reco/2024/1238/oj ).
(19)

   Richtlijn (EU) 2024/1499 van de Raad van 7 mei 2024 betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling van personen ongeacht hun ras of etnische afstamming, gelijke behandeling van personen in arbeid en beroep ongeacht hun godsdienst of overtuiging, handicap, leeftijd of seksuele oriëntatie, gelijke behandeling van vrouwen en mannen op het gebied van sociale zekerheid en de toegang tot en het aanbod van goederen en diensten, en tot wijziging van Richtlijnen 2000/43/EG en 2004/113/EG (PB L, 2024/1499, 29.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1499/oj ).

(20)

   Richtlijn (EU) 2024/1500 van het Europees Parlement en de Raad van 14 mei 2024 betreffende normen voor organen voor gelijke behandeling op het gebied van gelijke behandeling en gelijke kansen voor vrouwen en mannen in arbeid en beroep, en tot wijziging van de Richtlijnen 2006/54/EG en 2010/41/EU (PB L, 2024/1500, 29.5.2024, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1500/oj ).

(21)    2018/2619(RSP) (PB C 390 van 18.11.2019, blz. 117, https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/HTML/?uri=CELEX:52018IP0184 ).
(22)    ST-7388/23, Conclusies van de Raad over de toepassing van het EU-Handvest van de grondrechten; De rol van het maatschappelijk middenveld bij het beschermen en bevorderen van de grondrechten in de EU.
(23)    ST-6878/25, Conclusies van de Raad over de toepassing van het EU-Handvest van de grondrechten; financiering ter bevordering, bescherming en handhaving van de grondrechten.
(24)    Verordening (EU) 2019/1937 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2019 betreffende de gemeenschappelijke regeling voor de invoer uit bepaalde derde landen (PB L 305 van 26.11.2019, blz. 17), ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2019/1937/oj ).
(25)    Dit vloeit rechtstreeks voort uit advies 2/13, EU:C:2014:2454, punt 168.
(26)    Verordening (EU) 2019/788 van het Europees Parlement en de Raad van 17 april 2019 betreffende het Europees burgerinitiatief (PB L 130 van 17.5.2019, blz. 55, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2019/788/oj ).
(27)    Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj).
(28)    Verordening (EU, Euratom) nr. 883/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 september 2013 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad en Verordening (Euratom) nr. 1074/1999 van de Raad (PB L 248 van 18.9.2013, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2013/883/oj ).
(29)    Verordening (EG, Euratom) nr. 2988/95 van de Raad van 18 december 1995 betreffende de bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen (PB L 312 van 23.12.1995, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/1995/2988/oj ).
(30)    Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/1996/2185/oj ).
(31)    Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (“EOM”) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2017/1939/oj).
(32)    Richtlijn (EU) 2017/1371 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2017 betreffende de strafrechtelijke bestrijding van fraude die de financiële belangen van de Unie schaadt (PB L 198 van 28.7.2017, blz. 29, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2017/1371/oj ).
(33)    Om het programma op nationaal niveau onder de aandacht te brengen, relevante informatie te verstrekken over de verschillende soorten financiële steun die in het kader van het beleid van de Unie beschikbaar zijn, en actoren te helpen bij het aanvragen van steun in het kader van het programma, ondersteunt het programma de oprichting van desks in de deelnemende landen. De desks voeren hun activiteiten uit met het oog op het vergroten van het bereik, de zichtbaarheid en de verspreiding van de resultaten van het programma, overeenkomstig Verordening (EU, Euratom) 202X/XXXX waarin de regels voor het traceren van de uitgaven en het prestatiekader voor de begroting, met inbegrip van de regels die van toepassing zijn op alle programma’s van de Unie met betrekking tot informatie-, communicatie- en zichtbaarheidsverplichtingen, met name de verplichtingen voor begunstigden en uitvoerende partners.
(34)    Besluit (EU) 2021/1764 van de Raad van 5 oktober 2021 inzake de associatie van de landen en gebieden overzee met de Europese Unie, met inbegrip van de betrekkingen tussen de Europese Unie enerzijds en Groenland en het Koninkrijk Denemarken anderzijds (Besluit betreffende de LGO-associatie, met inbegrip van Groenland) (PB L 355 van 7.10.2021, blz. 6, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dec/2021/1764/oj ).    
(35)    Besluit nr. 445/2014/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 april 2014 tot vaststelling van een actie van de Unie voor het evenement “Culturele Hoofdsteden van Europa” voor de periode 2020 tot 2033 en tot intrekking van Besluit nr. 1622/2006/EG (PB L 132 van 3.5.2014, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dec/2014/445(1)/oj ).
(36)    Besluit nr. 1194/2011/EU van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 tot instelling van een actie van de Europese Unie voor het Europees erfgoedlabel (PB L 303 van 22.11.2011, blz. 1, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dec/2011/1194/oj ).
(37)    Richtlijn 2010/13/EU van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2010 betreffende de coördinatie van bepaalde wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen in de lidstaten inzake het aanbieden van audiovisuele mediadiensten (PB L 95 van 15.4.2010, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2010/13/oj ).
(38)    In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of b), van het Financieel Reglement.
(39)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma’s en/of acties van de EU (vroegere “BA”-onderdelen), onderzoek onder contract, eigen onderzoek.
(40)    De benodigde kredieten moeten worden bepaald aan de hand van de gemiddelde jaarlijkse kostencijfers die beschikbaar zijn op de desbetreffende BUDGpedia-webpagina.
(41)    Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(42)    Zoals beschreven in punt 1.3.2 “Specifieke doelstellingen”.
(43)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten.