EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 10.9.2025
COM(2025) 480 final
Aanbeveling voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen voor een overeenkomst inzake digitale handel met Canada
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 10.9.2025
COM(2025) 480 final
Aanbeveling voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen voor een overeenkomst inzake digitale handel met Canada
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
De omvang, reikwijdte en snelheid van de internationale handel veranderen als gevolg van de digitalisering van de economie. De digitalisering stelt bedrijven in staat een groter aantal over de hele wereld verspreide klanten te bereiken en hen goederen en diensten te verkopen, en vergroot de keuze van de consument aanzienlijk. Zij stelt bedrijven ook in staat nieuwe en innovatieve digitale hulpmiddelen te gebruiken om belemmeringen voor groei te overwinnen. Met name kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) profiteren van deze kansen en kunnen zich beter integreren in mondiale waardeketens.
Handel in goederen en diensten via elektronische middelen (“digitale handel” 1 ) neemt wereldwijd toe. Digitale handel omvat zowel de fysieke levering van via digitale middelen gekochte goederen en diensten (zoals de aankoop van een boek via een internetplatform) als de digitale levering van goederen en diensten (zoals software, e-boeken of gegevensstromen), en kan zowel betrekking hebben op transacties tussen bedrijven (business-to-business) als tussen ondernemingen en consumenten. In 2022 was de wereldwijde elektronische handel naar schatting 22,84 biljoen EUR waard, een stijging van 10 % ten opzichte van 2021, wat neerkomt op ongeveer 30 % van het mondiale bruto binnenlands product (bbp). 2
Er is een toenemend aantal nationale regels van toepassing op de digitale economie die onbedoeld of opzettelijk ongerechtvaardigde belemmeringen voor de digitale handel kunnen opwerpen. Om de rechtszekerheid voor het bedrijfsleven te verbeteren en digitale handel te vergemakkelijken, hebben landen over de hele wereld geprobeerd regels voor digitale handel vast te stellen. In juli 2024 hebben meer dan 90 leden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) de onderhandelingen over een plurilaterale overeenkomst inzake elektronische handel met succes afgerond. 3 Zodra deze overeenkomst is opgenomen in het rechtskader van de WTO, zal zij een eerste reeks mondiale regels voor digitale handel vormen. De afgelopen jaren is ook een toenemend aantal regionale en bilaterale overeenkomsten inzake digitale handel ontwikkeld. 4 Naast vrijhandelsovereenkomsten met uitgebreide regels inzake digitale handel, zoals die met het Verenigd Koninkrijk, Chili en Nieuw-Zeeland 5 , heeft de EU ook een digitale-handelsovereenkomst met Singapore ondertekend en heeft zij onderhandelingen over een soortgelijke digitale-handelsovereenkomst met de Republiek Korea (“Korea”) 6 afgerond.
De bilaterale handelsbetrekkingen tussen de EU en Canada zijn geliberaliseerd en verbeterd door middel van de Brede Economische en Handelsovereenkomst (Comprehensive Economic and Trade Agreement – CETA), die sinds 2017 voorlopig wordt toegepast. 7 In november 2023 hebben de EU en Canada hun betrekkingen als strategische en gelijkgestemde partners op digitaal gebied verder versterkt door een digitaal partnerschap tussen de EU en Canada op te zetten, dat een kader biedt voor samenwerking bij regelgeving voor digitaal beleid op belangrijke gebieden van wederzijds belang. De EU en Canada werken ook nauw samen in het kader van de G7, waar zij in oktober 2021 de beginselen voor digitale handel van de G7 steunden 8 , waarmee zij blijk gaven van hun gezamenlijke inzet voor een open, eerlijke en veilige digitale economie.
Op basis hiervan hebben de EU en Canada een diepgaande en dynamische economische relatie. Voor de EU is Canada de op elf na belangrijkste handelspartner, terwijl de EU de op één na grootste handelspartner van Canada is. Hoewel de CETA een brede vrijhandelsovereenkomst is die voorziet in substantiële verbintenissen voor de handel in goederen en diensten tussen de partijen, voorziet deze overeenkomst niet in uitgebreide regels inzake digitale handel, aangezien de EU bij de onderhandelingen over deze vrijhandelsovereenkomst geen voorstellen voor dergelijke regels aan haar onderhandelingspartners heeft gedaan. Sindsdien heeft de EU verdere regels inzake digitale handel ontwikkeld die van toepassing zijn op haar bilaterale betrekkingen met verschillende handelspartners, waaronder het Verenigd Koninkrijk, Chili, Nieuw-Zeeland, Singapore en Korea. Het gebrek aan moderne regels inzake digitale handel is ook aangemerkt als een tekortkoming in de studie ter ondersteuning van de ex-postevaluatie van de CETA met betrekking tot het hoofdstuk over e-handel. 9
Het onderhandelen met Canada over regels voor digitale handel biedt een aanzienlijk potentieel om nieuwe kansen te creëren voor bedrijven en consumenten in de EU, met name door de werking van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) te vergemakkelijken en het vertrouwen van de consument in de onlineomgeving te vergroten. In 2024 stond Canada op de 13e plaats in de IMD-ranglijst voor digitaal concurrentievermogen in de wereld. 10 Daarnaast werd de jaarlijkse handel in goederen en diensten tussen de EU en Canada gewaardeerd op meer dan 75,6 miljard EUR. 11
Onderhandelingen over een bindende digitale handelsovereenkomst ter verdieping van de economische betrekkingen tussen de EU en Canada zouden de bilaterale samenwerking in de digitale economie aanzienlijk kunnen versterken. De handel tussen de EU en Canada in digitaal geleverde diensten speelt al een belangrijke rol, en is goed voor een bilaterale uitvoer en invoer van respectievelijk 9,9 miljard EUR en 8,4 miljard EUR. 12 Succesvolle onderhandelingen over regels voor digitale handel zouden het vertrouwen vergroten en rechtszekerheid bieden om de digitale economieën van de EU en Canada met elkaar te verbinden.
Bij de onderhandelingen over een bindende digitale handelsovereenkomst kunnen de EU en Canada hun positie als pioniers in de digitale economie verder verstevigen door te zorgen voor wederzijdse groei, concurrentievermogen op lange termijn en economische veiligheid in een steeds meer verbonden mondiaal landschap.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Het initiatief bouwt voort op het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU), dat bepaalt dat de EU “de integratie van alle landen in de wereldeconomie, onder meer door het geleidelijk wegwerken van belemmeringen voor de internationale handel” moet stimuleren.
Het initiatief is in overeenstemming met de evaluatie van het handelsbeleid van de Commissie van februari 2021, waarin het voornemen wordt aangekondigd om de bilaterale betrokkenheid op te voeren en te zoeken naar samenwerking op het gebied van handelsgerelateerde digitale kwesties met gelijkgestemde partners, en om haar dialogen over regelgeving met gelijkgestemde partners te verdiepen. 13
Daarnaast is het initiatief in overeenstemming met het EU-kompas voor concurrentievermogen, dat strategieën bevat om toeleveringsketens te diversifiëren en te versterken door een nieuw scala aan schone handels- en investeringspartnerschappen te ontwikkelen. 14
Het sluit ook aan bij de strategie voor economische veiligheid van de EU, waarin wordt benadrukt dat de samenwerking met gelijkgestemde partners wereldwijd – zowel bilateraal als multilateraal – moet worden versterkt. 15
Het initiatief is in overeenstemming met de internationale digitale strategie, waarin wordt gesteld dat in de huidige wereldwijde concurrentie om technologische suprematie, geen enkele individuele natie excelleert in elk aspect van de technologische waardeketen. Het landschap ontwikkelt zich voortdurend als gevolg van innovatie en mededinging. Daarom zijn internationale samenwerking en handel met belangrijke partners en bondgenoten, naast doeltreffende strategieën voor diversificatie en risicobeheer, van essentieel belang om de technologische en digitale doelstellingen van de EU te bevorderen. 16
Het initiatief stemt overeen met, en vormt een aanvulling op de CETA, die de bilaterale handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en Canada reeds heeft versterkt en geliberaliseerd, maar die niet voorziet in alomvattende regels voor digitale handel. Tijdens de top EU-Canada van 23 juni 2025 zijn de Europese Unie en Canada overeengekomen hun handelsaanpak te moderniseren door te werken aan een digitale-handelsovereenkomst die de CETA zou aanvullen. 17
De EU stelt in haar vrijhandelsonderhandelingen systematisch ambitieuze regels voor de digitale handel voor. De voorgestelde onderhandelingsrichtsnoeren volgen een consistente aanpak zoals de EU bij haar recente onderhandelingen voor digitale handelsovereenkomsten met Singapore en Zuid-Korea heeft nagestreefd. 18 Evenzo volgen de voorgestelde onderhandelingsrichtsnoeren de aanpak die voor onderhandelingen over vrijhandelsovereenkomsten wordt gevolgd, ook zoals laatstelijk met het Verenigd Koninkrijk is overeengekomen voor de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de EU en het VK, met Chili voor de geavanceerde kaderovereenkomst tussen de EU en Chili, en met Nieuw-Zeeland voor de vrijhandelsovereenkomst tussen de EU en Nieuw-Zeeland.
Het voorstel is in overeenstemming met en bouwt voort op het digitale partnerschap met Canada, dat voorziet in een niet-bindend samenwerkingskader voor regelgeving op het gebied van digitale aangelegenheden en samenwerking op het gebied van onderzoek inzake digitale aangelegenheden, alsook voor gezamenlijke projecten op het gebied van digitale infrastructuur.
Het voorstel strookt ook met en bouwt voort op de beginselen voor digitale handel van de G7, waarin belang wordt gehecht aan het bevorderen van een open, eerlijke en veilige digitale economie die innovatie en groei ondersteunt.
Tot slot strookt het voorstel met het resultaat van de afgesloten onderhandelingen over een plurilaterale overeenkomst inzake elektronische handel.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
De onderhandelingsrichtsnoeren bouwen voort op en zijn volledig in overeenstemming met de internemarktwetgeving van de EU op het gebied van digitale handel. De voorgestelde onderhandelingsrichtsnoeren bevestigen ook dat elke door de EU overeengekomen regel of verbintenis in overeenstemming moet zijn met het rechtskader van de EU en de beleidsruimte moet behouden die nodig is om de EU-wetgeving uit te voeren. Zij stroken met de verklaring over Europese digitale rechten en beginselen die op 15 december 2022 door het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie is ondertekend en die de EU in haar internationale handelsbetrekkingen wil bevorderen. 19 Dit is afgestemd op de doelstellingen van de internationale digitale strategie van de EU om de digitale transformatie van Europa wereldwijd te sturen.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Procedurele rechtsgrondslag
De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit houdende machtiging tot het openen van de beoogde onderhandeling is artikel 218, leden 3 en 4, VWEU.
Artikel 218, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) bepaalt dat, indien de voorgenomen overeenkomst niet uitsluitend of hoofdzakelijk betrekking heeft op het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, de Commissie aanbevelingen doet aan de Raad. De Raad moet een besluit vaststellen houdende machtiging tot het openen van de onderhandelingen en waarbij de onderhandelaar of het hoofd van het onderhandelingsteam van de Unie wordt aangewezen.
Artikel 218, lid 4, VWEU bepaalt dat de Raad de onderhandelaar richtsnoeren kan geven en een bijzonder comité kan aanwijzen; de onderhandelingen moeten worden gevoerd in overleg met dat comité.
De Commissie beveelt aan onderhandelingen te openen tussen de Europese Unie en Canada over een internationale overeenkomst inzake digitale handel. De Commissie moet worden aangewezen als onderhandelaar.
•Materiële rechtsgrondslag
Deze handeling valt onder de gemeenschappelijke handelspolitiek en derhalve is de materiële rechtsgrondslag de eerste alinea van artikel 207, lid 4, VWEU.
•Keuze van de onderhandelaar
Aangezien de voorgenomen overeenkomst uitsluitend betrekking heeft op andere gebieden dan het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid, moet de Commissie worden aangewezen als onderhandelaar overeenkomstig artikel 218, lid 3, VWEU.
•Bevoegdheid van de Unie
Deze handeling valt onder de gemeenschappelijke handelspolitiek op grond van artikel 207 VWEU, en daarom onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie overeenkomstig artikel 3, lid 1, VWEU.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Overeenkomstig artikel 5, lid 3, VEU is het subsidiariteitsbeginsel niet van toepassing op gebieden die onder de exclusieve bevoegdheid van de EU vallen. Overeenkomstig artikel 3, lid 1 VWEU behoort de gemeenschappelijke handelspolitiek tot de exclusieve bevoegdheid van de Unie.
•Evenredigheid
Dit initiatief gaat niet verder dan wat nodig is om de desbetreffende beleidsdoelstellingen te verwezenlijken.
•Keuze van het instrument
Deze aanbeveling voor een besluit van de Raad wordt ingediend overeenkomstig artikel 218, leden 3 en 4, VWEU, uit hoofde waarvan de Raad een besluit vaststelt houdende machtiging tot het openen van de onderhandelingen en de aanwijzing van de onderhandelaar van de Unie. De Raad kan de onderhandelaar ook onderhandelingsrichtsnoeren geven. Er bestaat geen ander rechtsinstrument dat kan worden gebruikt om de in deze aanbeveling geformuleerde doelstelling te bereiken.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
Uit de bevindingen van de studie ter ondersteuning van de ex-postevaluatie van de CETA, die in juni 2025 is gepubliceerd, blijkt dat het hoofdstuk over e-commerce van de CETA een beperkte reikwijdte heeft en geen gelijke tred heeft gehouden met het veranderende EU-beleid, waardoor de bepalingen ervan achterhaald en minder uitgebreid zijn dan die in recentere overeenkomsten. 20 Recente EU-overeenkomsten, waaronder de meest recente digitale-handelsovereenkomsten met Singapore en Korea, bevatten belangrijke verbintenissen die verder gaan dan die in CETA. Deze overeenkomsten omvatten verschillende aspecten, zoals grensoverschrijdende gegevensstromen, bescherming van de persoonlijke levenssfeer en persoonsgegevens, douanerechten op elektronische transmissies, online consumentenvertrouwen, ongevraagde marketingcommunicatie, open overheidsgegevens en samenwerking bij regelgeving op het gebied van digitale handel, die een bredere dekking en sterkere verbintenissen weerspiegelen. Belanghebbenden hebben deze kloof aangemerkt als een kritiek gebied dat dringend moet worden verbeterd. Evenzo wordt in het gezamenlijk initiatief van de WTO inzake elektronische handel, waarvoor de onderhandelingen in juli 2024 zijn afgerond en door zowel de EU als Canada zijn bekrachtigd, de kloof tussen de bepalingen van de CETA en de toenemende mondiale normen voor digitale handel verder benadrukt.
•Raadpleging van belanghebbenden
Het voorstel bouwt voort op de inzichten die zijn verzameld tijdens de ex-postevaluatie van de CETA, waarbij de belanghebbenden waardevolle feedback hebben gegeven over de doeltreffendheid, efficiëntie, relevantie en samenhang van de overeenkomst. Dit evaluatieproces omvatte een verzoek om input dat in maart 2024 is gepubliceerd, om te zorgen voor een grondige beoordeling van bilaterale verbintenissen op het gebied van digitale handel.
Belanghebbenden zijn in dit verband al actief betrokken geweest via verschillende kanalen, zoals dialogen met het maatschappelijk middenveld in 2024 en 2025, een uitgebreide, twaalf weken durende online openbare raadpleging die beschikbaar was voor belanghebbenden in zowel de EU als Canada, en een gerichte online-enquête voor zakelijke gebruikers, waaronder kmo’s. Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met geselecteerde belanghebbenden om specifieke ervaringen met digitale handel in kaart te brengen.
Via deze raadplegingen hebben belanghebbenden de gelegenheid gehad hun standpunten kenbaar te maken en ervoor te zorgen dat de aanpak van de Commissie in overeenstemming is met de collectieve belangen en behoeften van zowel EU- als Canadese entiteiten. Dit raadplegingsproces onderstreept het gezamenlijke karakter van de ontwikkeling van het handelsbeleid en weerspiegelt de toezegging om op transparante en participatieve wijze uit een breed perspectief van belanghebbenden te putten.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
Niet van toepassing.
•Effectbeoordeling
De context van de bilaterale betrekkingen tussen de EU en Canada op het gebied van digitale handel wordt uiteengezet in het werkdocument van de diensten van de Commissie over de ex-postevaluatie van de CETA. Voor het initiatief is geen effectbeoordeling verricht omdat het moeilijk is de economische impact ervan te meten in vergelijking met de bestaande situatie. Aangezien het kader voor digitale handel zal voortbouwen op de reeds bestaande en geliberaliseerde handelsbetrekkingen in het kader van de bestaande overeenkomsten, is dit initiatief voornamelijk bedoeld om de rechtszekerheid voor digitale marktdeelnemers te vergroten. Voorts is de ruimte voor alternatieve benaderingen beperkt, aangezien de beoogde onderhandelingsinstructies nauw aansluiten bij die welke reeds zijn vastgesteld in de vrijhandelsovereenkomsten van de EU met het Verenigd Koninkrijk, Chili en Nieuw-Zeeland, de digitale-handelsovereenkomsten met Singapore en Korea en de WTO-overeenkomst inzake elektronische handel.
Het initiatief bevat in dit stadium geen uitvoeringsplan, aangezien de bijzonderheden pas duidelijk zullen zijn na afronding van de onderhandelingen.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Niet van toepassing.
•Grondrechten
Het initiatief is volledig in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, en met name artikel 8 over de bescherming van persoonsgegevens.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Het initiatief heeft geen gevolgen voor de begroting.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
Niet van toepassing.
•Toelichtende stukken (bij richtlijnen)
Niet van toepassing.
•Artikelsgewijze toelichting
De bepalingen hebben tot doel de Raad aan te bevelen een besluit tot machtiging tot het openen van onderhandelingen vast te stellen en de onderhandelaar van de Unie aan te wijzen. De Raad kan de onderhandelaar richtsnoeren geven.
Aanbeveling voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen voor een overeenkomst inzake digitale handel met Canada
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, leden 3 en 4,
Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)De Europese Unie en Canada hebben een diepe en dynamische economische relatie. Canada is een belangrijke handelspartner en een hechte strategische partner van de Europese Unie. De vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Canada is sinds 2017 voorlopig van kracht. Deze vrijhandelsovereenkomst voorziet in substantiële verbintenissen voor de handel in goederen en diensten tussen de partijen, maar bevat geen uitgebreide regels inzake digitale handel.
(2)In oktober 2021 hebben de Europese Unie en Canada gezamenlijk de beginselen voor digitale handel van de G7 in het kader van de G7 onderschreven en zij hebben hun samenwerking verder verdiept door in november 2023 een digitaal partnerschap op te starten.
(3)In juni 2025 hebben de Europese Unie en Canada ter gelegenheid van de top EU-Canada afgesproken hun handelsaanpak te moderniseren door werk te maken van een digitale-handelsovereenkomst die de vrijhandelsovereenkomst tussen de Europese Unie en Canada aanvult.
(4)De Europese Unie heeft digitale handelsregels met succes opgenomen in verschillende bilaterale vrijhandelsovereenkomsten met derde landen, alsook in digitale-handelsovereenkomsten met Singapore en Korea. Voorts zijn de onderhandelingen over een plurilaterale overeenkomst inzake elektronische handel in de WTO in juli 2024 afgerond en worden inspanningen geleverd om deze overeenkomst in het rechtskader van de WTO op te nemen. Daarom is het passend de Commissie te machtigen onderhandelingen te openen over bindende regels voor de digitale handel die coherent zijn met deze overeenkomsten en dezelfde doelstellingen nastreven die de Europese Unie in de lopende onderhandelingen wil bereiken,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
1.De Commissie wordt gemachtigd om namens de Unie onderhandelingen te openen over een overeenkomst inzake digitale handel met Canada.
2.De onderhandelingen worden gevoerd op basis van de onderhandelingsrichtsnoeren van de Raad die in de bijlage bij dit besluit zijn vastgesteld.
Artikel 2
De Commissie wordt aangewezen als onderhandelaar namens de Unie.
Artikel 3
De onderhandelingen worden gevoerd in overleg met het bijzonder comité dat door de Raad is aangewezen overeenkomstig artikel 207, lid 3, VWEU.
Artikel 4
Dit besluit is gericht tot de Commissie.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 10.9.2025
COM(2025) 480 final
BIJLAGEN
bij
Aanbeveling voor een Besluit van de Raad
houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen voor een overeenkomst inzake digitale handel met Canada
ADDENDUM
RICHTSNOEREN VOOR DE ONDERHANDELINGEN OVER EEN
OVEREENKOMST INZAKE DIGITALE HANDEL MET CANADA
1.AARD EN STREKKING VAN DE BEPALINGEN
1)De onderhandelingen hebben tot doel regels vast te stellen voor de handel in goederen en diensten die langs elektronische weg mogelijk wordt gemaakt (“digitale handel”) tussen Canada en de Europese Unie. Dergelijke regels moeten de bilaterale handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en Canada die reeds zijn geliberaliseerd en versterkt door middel van de Brede Economische en Handelsovereenkomst (CETA), die sinds 2017 voorlopig wordt toegepast, verder vergemakkelijken. De regels in het kader van deze overeenkomst moeten overeenstemmen met de regels van die vrijhandelsovereenkomst en voortbouwen op het hoge niveau van convergentie op het gebied van digitale handel dat tot uiting komt in de beginselen voor digitale handel van de G7 die de Europese Unie en Canada in oktober 2021 hebben onderschreven.
2)De onderhandelingen zijn gericht op het bevorderen van de bilaterale digitale handel, het vergemakkelijken van de activiteiten van bedrijven, met inbegrip van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, met name door het vertrouwen van consumenten in de online-omgeving te versterken en door nieuwe kansen te creëren om inclusieve groei en ontwikkeling te bevorderen.
3)De onderhandelingen hebben ook tot doel open digitale markten te ondersteunen die concurrerend, transparant, eerlijk en vrij zijn van ongerechtvaardigde belemmeringen voor internationale handel en investeringen.
4)De overeenkomst moet voortbouwen op de bestaande regels van de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Zij moeten waar mogelijk en relevant rekening houden met en voortbouwen op recente en lopende handels- en investeringsonderhandelingen op bilateraal en multilateraal niveau.
5)Tijdens de onderhandelingen moet de Unie de rechten en beginselen bevorderen die zijn vastgelegd in de Europese verklaring over digitale rechten en beginselen voor het digitale decennium, die op 15 december 2022 door het Europees Parlement, de Raad en de Europese Commissie is afgekondigd.
2.VOORGESTELDE INHOUD VAN DE REGELS EN VERBINTENISSEN
1)Bij de onderhandelingen moeten regels worden ontwikkeld met betrekking tot aspecten van de digitale handel. Deze moeten erop gericht zijn de omstandigheden voor de digitale handel voor ondernemingen en consumenten in de Europese Unie te verbeteren, en de deelname van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen in de mondiale waardeketens te vergroten.
2)De onderhandelingen moeten op een open manier worden gevoerd.
3)Gezien het transversale karakter van digitale handel kunnen de onderhandelingen betrekking hebben op elk aspect van de digitale handel, waaronder:
a)facilitering van elektronische transacties (bv. elektronische handtekeningen, elektronische authenticatie);
b)douanerechten op elektronische transmissies en op de doorgegeven inhoud;
c)consumentenvertrouwen (bv. online consumentenbescherming, ongevraagde elektronische communicatie);
d)grensoverschrijdende gegevensverkeer op basis van vertrouwen, gegevenslokalisatievereisten en de bescherming van persoonsgegevens;
e)ondernemersvertrouwen (bv. bescherming van computerbroncode, gedwongen technologieoverdracht);
f)betere toegang tot elektronische handel (bv. toegang tot internet, online-inhoud en overheidsgegevens, of de aansprakelijkheid van en toegang tot online-intermediairs);
g)handelsfaciliterende maatregelen die van belang zijn voor de elektronische handel (bv. papierloze handel, elektronische facturering), waarbij naar behoren rekening wordt gehouden met de WTO-Overeenkomst inzake handelsfacilitatie;
h)aan de elektronische handel gerelateerde aspecten van intellectuele-eigendomsrechten, met inbegrip van bedrijfsgeheimen;
i)transparantie, en
j)samenwerking (bv. tussen partijen bij de onderhandelingen, consumentenbeschermingsinstanties).
4)Elke door de Europese Unie overeengekomen regel of verbintenis moet in overeenstemming zijn met het rechtskader van de EU en moet de autonomie op het gebied van regelgeving behouden die nodig is om het gegevens- en digitaal beleid van de EU te ontwikkelen en uit te voeren.
5)De Europese Unie mag vooral geen regels of verbintenissen aanvaarden die van invloed kunnen zijn op haar rechtskader voor cyberbeveiliging, met name het hoge gemeenschappelijke niveau van beveiliging van netwerken en informatiesystemen in de Europese Unie.
6)In de context van de toenemende digitalisering van de handel en het belang van internationale doorgifte van gegevensstromen voor grensoverschrijdende handel en investeringen moet de aanpak van de Europese Unie bij deze onderhandelingen coherent zijn met de aanpak die in dit verband wordt gevolgd in bilaterale en multilaterale handels- en investeringsovereenkomsten die onlangs zijn gesloten of waarover wordt onderhandeld, al naar gelang. De onderhandelingen moeten met name resulteren in regels voor grensoverschrijdende gegevensstromen die ongerechtvaardigde gegevenslokalisatievereisten aanpakken, zonder dat wordt onderhandeld over of afbreuk wordt gedaan aan de EU-regels inzake de bescherming van persoonsgegevens, en moeten met name in overeenstemming zijn met het EU-rechtskader voor de bescherming van persoonsgegevens en niet-persoonsgebonden gegevens.
7)De Europese Unie en haar lidstaten moeten de mogelijkheid behouden om hun capaciteit voor het vaststellen en uitvoeren van cultureel en audiovisueel beleid met het oog op de instandhouding van hun culturele verscheidenheid te handhaven en te ontwikkelen. De Europese Unie mag geen verbintenissen of regels opnemen met betrekking tot audiovisuele diensten, verleende diensten of activiteiten in het kader van de uitoefening van overheidsgezag.
8)Bovendien mag de Europese Unie geen regels opnemen die van invloed kunnen zijn op haar rechtskader voor de bescherming van intellectuele-eigendomsrechten.
9)De overeenkomst mag de Europese Unie, haar lidstaten en hun nationale, regionale en plaatselijke autoriteiten niet beletten de economische activiteit in het algemeen belang te reguleren om legitieme doelen van het overheidsbeleid te verwezenlijken, zoals de bescherming en de bevordering van de volksgezondheid, sociale diensten, openbaar onderwijs, veiligheid, het milieu, openbare zeden, sociale of consumentenbescherming, het waarborgen van de integriteit en stabiliteit van het financiële stelsel van de Unie, bescherming van de persoonlijke levenssfeer en van persoonsgegevens en de bevordering en bescherming van culturele verscheidenheid. De hoge kwaliteit van de openbare diensten in de Europese Unie moet worden gehandhaafd overeenkomstig het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name Protocol nr. 26 betreffende de diensten van algemeen belang, en rekening houdend met de voorbehouden van de Europese Unie op dit gebied, onder meer in het kader van de GATS.