Brussel, 9.9.2025

COM(2025) 469 final

2025/0263(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de ondertekening van de Internationale Koffieovereenkomst 2022 namens de Europese Unie


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Dit voorstel betreft de ondertekening van de Internationale Koffieovereenkomst 2022.

De Internationale Koffieovereenkomst 2022 (hierna “de IKO” of “de overeenkomst” genoemd) heeft tot doel de mondiale koffiesector te versterken en de economisch, sociaal en ecologisch duurzame ontwikkeling van deze sector te bevorderen.

De Europese Unie is partij bij de Internationale Koffieovereenkomst van 2007 1 en is lid van de Internationale Koffieorganisatie.

Op 9 juni 2022 heeft de Internationale Koffieraad tijdens zijn 133e zitting de tekst van de nieuwe overeenkomst van 2022, die de overeenkomst van 2007 vervangt, aangenomen.

Tijdens de besprekingen over de overeenkomst heeft de Commissie onderhandeld op basis van het onderhandelingsmandaat en de onderhandelingsrichtsnoeren die zijn voorgesteld door de Commissie 2 en op 28 juli 2021 zijn goedgekeurd door de Raad 3 .

Om de overeenkomst verder in overeenstemming te brengen met de handelwijzen die de Unie in andere internationale grondstoffenorganen bevordert en om rekening te houden met de ontwikkelingen op de mondiale koffiemarkt sinds 2007, was het niet alleen noodzakelijk, maar ook duidelijk in het belang van de Unie om de IKO 2007, met het oog op een hervorming, gedeeltelijk te herzien. De nieuwe overeenkomst van 2022 maakt de stem- en bijdrageregelingen evenwichtiger en gaat in op de integratie van de particuliere sector en het maatschappelijk middenveld in het kader van de IKO. In de nieuwe overeenkomst wordt, met inachtneming van het internationale karakter van de IKO, rekening gehouden met de doelstellingen van vereenvoudiging en stroomlijning.

In het licht van de besprekingen over het nieuwe instrument en de inhoud ervan is de Commissie van oordeel dat de Internationale Koffieovereenkomst 2022 moet worden ondertekend.

Op 27 maart 2025 heeft de Internationale Koffieraad zijn goedkeuring gehecht aan de verlenging van de IKO 2007 tot 1 februari 2028. De IKO 2022 zal echter in werking treden zodra aan de voorwaarden voor de voorlopige of definitieve inwerkingtreding ervan is voldaan en aldus een einde komt aan de verlengingstermijn voor de IKO 2007.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

De onderhandelingen over de overeenkomst zijn gevoerd in overeenstemming met de uitgebreide onderhandelingsrichtsnoeren die de Raad op 28 juli 2021 heeft vastgesteld naar aanleiding van de aanbeveling van de Commissie voor een besluit van de Raad houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen over een nieuwe Internationale Koffieovereenkomst tussen de Europese Unie en de andere leden van de Internationale Koffieorganisatie.

De overeenkomst is ook volledig in overeenstemming met de Europese Green Deal 4 .

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De overeenkomst is volledig in overeenstemming met de Global Gateway-strategie 5 . De Global Gateway staat immers voor duurzame en betrouwbare verbindingen die in dienst staan van de mensen en de planeet. Daarmee worden de meest urgente mondiale uitdagingen aangepakt: de strijd tegen de klimaatverandering, verbetering van de gezondheidsstelsels, versterking van het concurrentievermogen en beveiliging van mondiale toeleveringsketens.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De voorgestelde rechtsgrondslag is artikel 207, leden 3 en 4, in samenhang met artikel 218, lid 5, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Niet van toepassing

Evenredigheid

De ondertekening van de overeenkomst gaat niet verder dan nodig is om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken.

Keuze van het instrument

Dit voorstel is in overeenstemming met artikel 218, lid 5, VWEU, uit hoofde waarvan de Raad besluiten vaststelt waarbij machtiging wordt verleend tot ondertekening van internationale overeenkomsten.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Niet van toepassing

Raadpleging van belanghebbenden

Niet van toepassing

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Niet van toepassing

Effectbeoordeling

Niet van toepassing

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Niet van toepassing

Grondrechten

Niet van toepassing

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De bijdrage van de EU aan de administratieve begroting van de Internationale Koffieorganisatie voor elk begrotingsjaar zal worden betaald uit het instrument NDICI – Europa in de wereld.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Niet van toepassing

Artikelsgewijze toelichting

Overeenkomstig de Verdragen is het aan de Commissie om te zorgen voor de ondertekening van de overeenkomst, onder voorbehoud van de sluiting ervan op een latere datum.

2025/0263 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende de ondertekening van de Internationale Koffieovereenkomst 2022 namens de Europese Unie

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, leden 3 en 4, in samenhang met artikel 218, lid 5,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Commissie heeft de onderhandelingen over de nieuwe overeenkomst gevoerd op basis van het onderhandelingsmandaat en de onderhandelingsrichtsnoeren die zijn voorgesteld door de Commissie 6 en op 28 juli 2021 zijn goedgekeurd door de Raad 7 .

(2)De tekst van de Internationale Koffieovereenkomst 2022 (“de overeenkomst”) is op 9 juni 2022 door de Internationale Koffieraad goedgekeurd tijdens zijn 133e bijzondere zitting.

(3)De overeenkomst vervangt de Internationale Koffieovereenkomst van 2007 (“de overeenkomst van 2007”), die tot 1 februari 2028 is verlengd. De Unie is partij bij de overeenkomst van 2007 8 en het is derhalve in haar belang om de overeenkomst die deze vervangt, te ondertekenen en te sluiten. De nieuwe overeenkomst van 2022 maakt de stem- en bijdrageregelingen evenwichtiger en gaat in op de integratie van de particuliere sector en het maatschappelijk middenveld in het kader van de IKO. In de nieuwe overeenkomst wordt, met inachtneming van het internationale karakter van de IKO, rekening gehouden met de doelstellingen van vereenvoudiging en stroomlijning.

(4)Daarom moet de overeenkomst worden ondertekend, in afwachting van de voltooiing van de procedures voor de sluiting ervan,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Hierbij wordt machtiging verleend voor de ondertekening van de Internationale Koffieovereenkomst 2022 (“de overeenkomst”) namens de Europese Unie, onder voorbehoud van de sluiting van de overeenkomst 9 .

Artikel 2

Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking op de dag waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel,

Voor de Raad

De voorzitter

(1)    Besluit 2008/579/EG van de Raad van 16 juni 2008 betreffende de ondertekening en de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Internationale Koffieovereenkomst van 2007 (PB L 186 van 15.7.2008, blz. 12).    
(2)    COM(2021) 374 final.    
(3)    CM 4170/21.    
(4)     https://commission.europa.eu/strategy-and-policy/priorities-2019-2024/european-green-deal_nl .    
(5)     https://commission.europa.eu/strategy-and-policy/priorities-2019-2024/stronger-europe-world/global-gateway_nl .    
(6)    COM(2021) 374 final.    
(7)    CM 4170/21.    
(8)    Besluit 2008/579/EG van de Raad van 16 juni 2008 betreffende de ondertekening en de sluiting namens de Europese Gemeenschap van de Internationale Koffieovereenkomst van 2007 (PB L 186 van 15.7.2008, blz. 12).    
(9)     De tekst van de overeenkomst wordt samen met het besluit betreffende de sluiting ervan bekendgemaakt.

Brussel, 9.9.2025

COM(2025) 469 final

BIJLAGE

bij

Voorstel voor een besluit van de Raad

betreffende de ondertekening, namens de Europese Unie, van de Internationale Koffieovereenkomst 2022


E

 

Kopie van geauthentiseerde tekst

   INTERNATIONALE

   KOFFIE-

   OVEREENKOMST 2022

   

   Juni 2022

   Londen, Verenigd Koninkrijk

De Internationale Koffieraad hechtte bij Resolutie nr. 476 van 9 juni 2022 zijn goedkeuring aan de tekst van de Internationale Koffieovereenkomst van 2022, vervat in document ICC-133-7. Bij dezelfde resolutie verzocht de Raad de uitvoerend directeur de definitieve tekst van de overeenkomst op te stellen en deze tekst te authenticeren met het oog op toezending aan de depositaris. Op 9 juni 2022 hechtte de Raad zijn goedkeuring aan Resolutie nr. 477, waarbij de Internationale Koffieorganisatie werd aangewezen als depositaris voor de Internationale Koffieovereenkomst van 2022.

Dit document bevat een kopie van de tekst van de Internationale Koffieovereenkomst van 2022, die overeenkomstig artikel 44 ter ondertekening is neergelegd bij de Internationale Koffieorganisatie.

222 Gray’s Inn Road

Londen WC1X 8HB, Verenigd Koninkrijk

INHOUDSOPGAVE

Artikel    Bladzijde

       Preambule    1

HOOFDSTUK I — DOELSTELLINGEN

   1    Doelstellingen    3

HOOFDSTUK II — DEFINITIES

   2    Definities    5

HOOFDSTUK III — ALGEMENE VERBINTENISSEN VAN DE LEDEN

   3    Algemene verbintenissen van de leden    8

HOOFDSTUK IV — LIDMAATSCHAP EN AFFILIATIE

   4    Lidmaatschap van de organisatie    9

   5    Groepslidmaatschap    9

6    Affiliatie    9

HOOFDSTUK V — INTERNATIONALE KOFFIEORGANISATIE

   7    Zetel en structuur van de Internationale Koffieorganisatie    11

   8    Voorrechten en immuniteiten    11

HOOFDSTUK VI — INTERNATIONALE KOFFIERAAD

   9    Samenstelling van de Internationale Koffieraad    13

   10    Bevoegdheden en taken van de Raad    13

   11    Voorzitter en vicevoorzitter van de Raad    14

   12    Zittingen van de Raad    14

   13    Stemmen    15

   14    Stemprocedure in de Raad    16

   15    Besluiten van de Raad    16

   16    Samenwerking met andere organisaties    18

   17    Samenwerking met niet-gouvernementele organisaties    18

HOOFDSTUK VII — UITVOEREND DIRECTEUR EN PERSONEEL

   18    Uitvoerend directeur en personeel    19


HOOFDSTUK VIII — FINANCIËN EN BESTUUR

   19    Commissie voor financiële en administratieve zaken    20

   20    Financiering    20

   21    Vaststelling van de huishoudelijke begroting en van de bijdragen    20

   22    Betaling van de bijdragen    22

   23    Passiva    22

   24    Accountantscontrole en openbaarmaking van de rekeningen    23

HOOFDSTUK IX — ECONOMISCHE ZAKEN

   25    Commissie voor economische zaken    24

   26    Verwijdering van belemmeringen voor handel en verbruik    24

   27    Stimulering en ontwikkeling van de markt    25

   28    Maatregelen betreffende koffie in bewerkte vorm    26

   29    Mengsels en vervangingsmiddelen    26

   30    Statistische informatie    26

   31    Certificaten van oorsprong    27

   32    Studies, onderzoeken en verslagen    28

HOOFDSTUK X — PROJECTACTIVITEITEN VAN DE ORGANISATIE

   33    Ontwikkeling en financiering van projecten    30

HOOFDSTUK XI — PARTICULIERE KOFFIESECTOR

   34    Raad van geaffilieerde leden    31

   35    Publiek-private werkgroep koffie — CPPWP    32

   36    Betrokkenheid, integratie en inclusiviteit    33

   37    Wereldkoffieconferentie    34

   38    Financiering van de koffiesector    34

HOOFDSTUK XII — ALGEMENE BEPALINGEN

   39    Voorbereidingen voor een nieuwe overeenkomst    35

HOOFDSTUK XIII — DUURZAME ONTWIKKELING

   40    Duurzame koffiesector    36

   41    Levensstandaard en arbeidsvoorwaarden    36

HOOFDSTUK XIV — OVERLEG, GESCHILLEN EN KLACHTEN

   42    Overleg    37

   43    Geschillen en klachten    37

HOOFDSTUK XV — SLOTBEPALINGEN

   44    Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding en goedkeuring    38

   45    Voorlopige toepassing    38

   46    Inwerkingtreding    39

   47    Toetreding    40

   48    Punten van voorbehoud    40

   49    Vrijwillige uittreding    40

   50    Uitsluiting    40

   51    Vereffening met uittredende of uitgesloten leden    41

   52    Looptijd en beëindiging    41

   53    Wijziging    42

   54    Aanvullende bepalingen en overgangsbepalingen    43

   55    Authentieke teksten van de overeenkomst    43

INTERNATIONALE KOFFIEOVEREENKOMST 2022

Preambule

   De regeringen die partij zijn bij deze overeenkomst,

   Zich bewust van de bijzondere betekenis van koffie voor de economie van vele landen die grotendeels van koffie afhankelijk zijn voor hun inkomsten uit export en voor het bereiken van hun ontwikkelingsdoelstellingen op sociaal en economisch gebied, en voor de economie van veel landen waar de invoer van koffie een belangrijke rol vervult;

   Zich bewust van de betekenis van de koffiesector voor de bestaanszekerheid van miljoenen mensen, met name in de ontwikkelingslanden, en in het besef dat de productie in vele van die landen op kleinschalige familiebedrijven plaatsvindt;

Overwegende dat samenwerking tussen de deelnemers aan de waardeketen nodig is om de structurele voorwaarden te creëren die koffieboeren niet alleen in staat stellen echte welvaart te bereiken en hun middelen van bestaan voortdurend te verbeteren, maar ook om de toekomst veilig te stellen voor de komende generaties koffietelers en de koffie-industrie wereldwijd;

   Zich bewust van de bijdrage van een duurzame koffiesector aan de verwezenlijking van internationaal overeengekomen ontwikkelingsdoelstellingen, waaronder de relevante doelstellingen voor duurzame ontwikkeling (SDG’s);

   Zich bewust van de noodzaak duurzame ontwikkeling in de koffiesector te stimuleren, die moet leiden tot meer werkgelegenheid en inkomsten en betere levens- en arbeidsvoorwaarden in de landen die lid zijn;

   Overwegende dat nauwe internationale samenwerking in koffieaangelegenheden, inclusief voor de internationale handel, een mondiale economisch gediversifieerde koffiesector, alsook de economische en sociale ontwikkeling van de producerende landen, de ontwikkeling van de koffieproductie en -consumptie, en betere relaties tussen koffie-exporterende en -importerende landen kan bevorderen;

   Overwegende dat samenwerking tussen de leden, internationale organisaties, de particuliere sector en alle andere belanghebbenden kan bijdragen tot de ontwikkeling van de koffiesector;

   Zich bewust van het feit dat een grotere toegang tot koffiegerelateerde informatie en marktgebaseerde strategieën voor risicobeheer, waarvoor markttransparantie in de toeleveringsketen en beperking van de prijsvolatiliteit van essentieel belang zijn, alsook het vergemakkelijken van de vaststelling van passende regelgeving kunnen bijdragen tot het voorkomen van marktverstoringen die schadelijk kunnen zijn voor zowel producenten als consumenten; en

Gelet op de voordelen van de internationale samenwerking die tot stand is gekomen als gevolg van de toepassing van de Internationale Koffieovereenkomsten van 1962, 1968, 1976, 1983, 1994, 2001 en 2007,

   Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK I — DOELSTELLINGEN

Artikel 1

Doelstellingen

Deze overeenkomst beoogt de mondiale koffiesector te versterken en de economische, sociale en ecologisch duurzame ontwikkeling daarvan in een op de markt gebaseerd milieu te bevorderen ten voordele van alle deelnemers aan de sector, door middel van:

1)    het bevorderen van internationale samenwerking op het gebied van koffie met het oog op de ontwikkeling van alle gebieden waar koffie wordt geteeld en het verkleinen van de sociale, economische en technologische verschillen tussen landen, rekening houdend met de behoeften en prioriteiten van de leden;

(2)het stimuleren van de betrokkenheid bij koffievraagstukken op nationaal, regionaal en mondiaal niveau van leden en belanghebbenden in de waardeketen voor koffie;

(3)het aanmoedigen van de leden om een op economisch, sociaal en milieugebied duurzame koffiesector te ontwikkelen;

4)    het bieden van een forum voor overleg om tot overeenstemming te komen in verband met de structuur van de internationale markten en productie- en consumptietrends op de lange termijn die rekening houden met vraag en aanbod, en om de spotmarkten, fysieke markten en financiële markten voor koffie adequaat te reguleren teneinde volatiliteit en buitensporige speculatie, die tot verstoring van de prijzen kunnen leiden, met negatieve gevolgen voor zowel producenten als consumenten, aan te pakken;

5)    de vergemakkelijking van de expansie en transparantie van de internationale handel in alle soorten en vormen van koffie, en de bevordering van het wegwerken van handelsbelemmeringen;

6)    de verzameling, verspreiding en publicatie van economische, technische en wetenschappelijke informatie, statistieken en studies, alsook van de resultaten van onderzoek en ontwikkeling op koffiegebied;

7)    het bevorderen van de ontwikkeling van de consumptie en de markten voor alle soorten en vormen van koffie, inclusief in koffieproducerende landen en opkomende markten;

8)    het ontwikkelen van projecten, het ondersteunen van het beheer van financiële middelen voor initiatieven en, waar mogelijk en passend, het beheer van de uitvoering van projecten die de leden en de mondiale koffie-economie ten goede komen;

9)    de bevordering van de kwaliteit van koffie tot grotere tevredenheid van de consument en ten voordele van de producenten;

(10)het aanmoedigen van de ontwikkeling en toepassing in de landen die lid zijn van passende procedures voor de voedselveiligheid in de koffiesector;

11)    het bevorderen van opleidings- en voorlichtingsprogramma’s die behulpzaam zijn bij de overdracht van voor koffie relevante innovatieve praktijken en technologie naar de leden;

12)    het aanmoedigen en ondersteunen van de leden bij de ontwikkeling en uitvoering van strategieën om de veerkracht van lokale gemeenschappen en koffieboeren, met name kleine boeren, te vergroten, zodat zij baat hebben bij de koffieproductie en -handel, en zo bij te dragen tot de uitbanning van armoede door gezinnen een inkomen te bieden waarmee zij in hun levensonderhoud kunnen voorzien;

(13)het bevorderen van de beschikbaarheid van informatie, met name over financiële instrumenten en diensten die koffieproducenten in de landen die lid zijn, kunnen helpen toegang te krijgen tot krediet en risicobeheersinstrumenten, waardoor de financiële inclusiviteit wordt vergroot en het risicobeheer wordt verbeterd, mede rekening houdend met de klimaatverandering; 

(14)het aanpakken, waar nodig door middel van onderzoek, van de uitdagingen waarmee de mondiale koffiesector wordt geconfronteerd, waaronder prijsvolatiliteit, hoge productiekosten, plaagorganismen en ziekten, klimaatverandering en de traceerbaarheid van koffie; en

(15)het bevorderen van marktgerichte oplossingen die producenten in staat stellen een grotere toegevoegde waarde te genereren.



HOOFDSTUK II — DEFINITIES

Artikel 2

Definities

   Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

1)    koffie: de bonen en bessen van de koffieboom, in de hoornschil, al dan niet gebrand, alsmede gemalen, cafeïnevrije, vloeibare, oplosbare en voorgemengde koffie. De Raad evalueert zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van deze overeenkomst, en opnieuw na telkens drie jaar, de voor de typen koffie in de punten d), e), f), g) en h) genoemde conversiecoëfficiënten. Na deze evaluatie stelt de Raad passende conversiecoëfficiënten vast en publiceert deze. Vóór de eerste evaluatie heeft plaatsgevonden, en ingeval de Raad ter zake niet tot een besluit kan komen, gelden de conversiecoëfficiënten van de Internationale Koffieovereenkomst van 2007, die in de bijlage bij deze overeenkomst zijn opgenomen. Deze bepalingen in aanmerking genomen, wordt onder onderstaande termen het volgende verstaan:

   a)    ongebrande koffie: alle koffie in boonvorm vóór het branden;

b)    gedroogde koffiebessen: de gedroogde vruchten van de koffieboom; voor de berekening van het equivalent van gedroogde koffiebessen ten opzichte van ongebrande koffie wordt het nettogewicht van de gedroogde koffiebessen vermenigvuldigd met 0,50;

c)    koffie in de hoornschil: de ongebrande koffieboon in de hoornschil; voor de berekening van het equivalent van koffie in de hoornschil ten opzichte van ongebrande koffie wordt het nettogewicht van de koffie in de hoornschil vermenigvuldigd met 0,80;

d)    gebrande koffie: koffie in boonvorm die gebrand is, ongeacht tot welke graad, ook indien gemalen;

e)    cafeïnevrije koffie: ongebrande, gebrande of oplosbare koffie waaraan cafeïne is onttrokken;

f)    vloeibare koffie: de in water oplosbare vaste bestanddelen, afkomstig van gebrande koffie en in vloeibare vorm gebracht; 

g)    oplosbare koffie: de gedroogde, in water oplosbare vaste bestanddelen, afkomstig van gebrande koffie; en

h)    voorgemengde koffie: mengsels van oplosbare koffie of gebrande en gemalen koffie met andere voedselingrediënten, gewoonlijk suiker en/of koffiemelk, en eventueel enkele andere ingrediënten.

2)    baal: 60 kg of 132,276 pond ongebrande koffie; ton: een metrieke ton van 1 000 kg of 2 204,6 pond; en pond: 453,597 gram;

3)    koffiejaar: periode van één jaar van 1 oktober tot en met 30 september;

4)    Organisatie en Raad: respectievelijk de Internationale Koffieorganisatie en de Internationale Koffieraad;

5)    overeenkomstsluitende partij: een regering, de Europese Unie of een intergouvernementele organisatie zoals bedoeld in artikel 4, lid 3, die een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of kennisgeving van voorlopige toepassing van deze overeenkomst heeft neergelegd in overeenstemming met de artikelen 44, 45 en 46, dan wel tot de overeenkomst is toegetreden in overeenstemming met artikel 47;

6)    lid: een overeenkomstsluitende partij;

7)    exporterend lid of exporterend land: een lid of een land dat netto-exporteur van koffie is; dat wil zeggen een lid of een land waarvan de uitvoer de invoer overtreft;

8)    importerend lid of importerend land: een lid of een land dat netto-importeur van koffie is; dat wil zeggen een lid of een land waarvan de invoer de uitvoer overtreft;

9)    verdeelde meerderheid van stemmen: 70 % of meer van de stemmen van de aanwezige en stemmende exporterende leden, en 70 % of meer van de stemmen van de aanwezige en stemmende importerende leden, afzonderlijk geteld;

10)    depositaris: de intergouvernementele organisatie of overeenkomstsluitende partij bij de Internationale Koffieovereenkomst van 2007, aangewezen bij besluit van de Raad krachtens de Internationale Koffieovereenkomst van 2007, te nemen bij consensus vóór 6 oktober 2022. Dit besluit vormt een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.

11)    particuliere sector: het segment van de economie dat eigendom is van, onder zeggenschap staat van en wordt beheerd door particulieren, ondernemingen of staatsondernemingen waarvan de hoofdactiviteiten zich in de koffiesector bevinden of daarmee verband houden en die opereren als waren zij onderdeel van een open, marktgebaseerd systeem, waaronder:

a)    landbouwers, landbouworganisaties en coöperaties, en andere producenten;

b)    micro-, kleine en middelgrote ondernemingen (mkmo’s);

c)    sociale ondernemingen

d)    grote nationale en multinationale ondernemingen;

e)    financiële instellingen; en

f)    branche- en beroepsverenigingen;

12)    maatschappelijk middenveld: het brede scala van niet-gouvernementele organisaties en organisaties zonder winstoogmerk die in het openbare leven actief zijn en de belangen en waarden van hun leden en anderen uitdragen op basis van ethische, culturele, politieke, wetenschappelijke, academische of filantropische overwegingen;

13)    geaffilieerd lid: een entiteit uit de particuliere sector of het maatschappelijk middenveld die verbonden is aan of betrokken is bij de werkzaamheden van de organisatie;

14)    CEO and Global Leaders Forum (CGLF): een forum van directie- en bestuursleden van entiteiten uit de particuliere sector die de Verklaring van Londen van 2019 over prijsniveaus, prijsvolatiliteit en de duurzaamheid op lange termijn van de koffiesector hebben ondertekend, dat is opgericht als reactie van de particuliere sector op Resolutie 465 van de Internationale Koffieraad (ICC) van 20 september 2018. Het forum vergadert jaarlijks met leden van de Internationale Koffieorganisatie (ICO), relevante belanghebbenden op het gebied van koffie en ontwikkelingspartners om de resultaten van de in artikel 35 gedefinieerde publiek-private werkgroep koffie (CPPWP) te bespreken.



HOOFDSTUK III — ALGEMENE VERBINTENISSEN VAN DE LEDEN

Artikel 3

Algemene verbintenissen van de leden

1)    De leden verbinden zich ertoe de maatregelen te nemen die nodig zijn om hun verplichtingen in het kader van deze overeenkomst te kunnen nakomen, en elkaar volledige medewerking te verlenen om de doelstellingen van deze overeenkomst te verwezenlijken; de leden verbinden zich er met name ook toe om, waar mogelijk, de informatie te verstrekken die nodig is om de werking van deze overeenkomst te vergemakkelijken, mits die informatie de vertrouwelijkheid niet schendt.

2)    De leden erkennen dat certificaten van oorsprong belangrijke bronnen van statistische informatie betreffende de koffiehandel zijn. De exporterende leden zijn derhalve verantwoordelijk voor de correcte afgifte van certificaten van oorsprong.

3)    De leden erkennen voorts dat informatie betreffende wederuitvoer eveneens van belang is voor een juiste analyse van de mondiale situatie in de koffiesector. De importerende leden zien er derhalve op toe dat geregeld en nauwkeurig informatie wordt verstrekt over de wederuitvoer overeenkomstig de door de Raad vastgestelde vorm- en methodevoorschriften.


HOOFDSTUK IV — LIDMAATSCHAP EN AFFILIATIE

Artikel 4

Lidmaatschap van de organisatie

1)    Elke overeenkomstsluitende partij vormt één lid van de Organisatie.

2)    Een lid kan op de door de Raad vast te stellen voorwaarden veranderen van lidmaatschapscategorie.

3)    Steeds wanneer er in deze overeenkomst sprake is van “regeringen” worden hiermee tevens bedoeld de Europese Unie en elke andere intergouvernementele organisatie die exclusieve verantwoordelijkheden draagt ten aanzien van het onderhandelen over en het sluiten en het toepassen van deze overeenkomst.

Artikel 5

Groepslidmaatschap

   Twee of meer overeenkomstsluitende partijen kunnen aan de Organisatie deelnemen als een ledengroep door hiervan passende kennisgeving te doen aan de Raad en de depositaris. Het groepslidmaatschap gaat in op de datum die door de betrokken overeenkomstsluitende partijen wordt vastgesteld en op de door de Raad overeengekomen voorwaarden, mede met betrekking tot financiële verplichtingen.

Artikel 6

Affiliatie

1)    Entiteiten uit de particuliere sector of het maatschappelijk middenveld kunnen bij besluit van de Raad worden toegelaten als geaffilieerd lid.

2)    Entiteiten die als geaffilieerd lid van de Organisatie willen worden erkend, moeten hiertoe een aanvraag indienen bij de voorzitter van de Raad; de aanvraag moet door een lid moet worden gesteund voordat hij bij de voorzitter wordt ingediend.

3)    Aanvragen voor geaffilieerd lidmaatschap worden door de Raad aanvaard of afgewezen.

4)    De status van geaffilieerde leden wordt elk koffiejaar door de Raad geëvalueerd.

5)    De Raad stelt procedures vast voor de beoordeling van aanvragen voor geaffilieerd lidmaatschap, waarbij gekeken wordt in hoeverre de werkzaamheden van de aanvrager verband houden met of aansluiten bij de werkzaamheden van de Organisatie, en of deze van rechtstreeks belang zijn voor de doelstellingen van deze Overeenkomst.

6)    De Organisatie kan een beroep doen op het deskundig advies van geaffilieerde leden, terwijl de geaffilieerde leden op hun beurt de gelegenheid krijgen hun standpunten kenbaar te maken en deel te nemen aan de werkzaamheden van de Organisatie.

7)    De Raad stelt een schema vast met de jaarlijkse bijdragen die geaffilieerde leden moeten betalen. De wijze van betaling en het beheer van de betaalde bijdragen vindt plaats overeenkomstig de financiële voorschriften en het financieel reglement van de Organisatie.



HOOFDSTUK V — INTERNATIONALE KOFFIEORGANISATIE

Artikel 7

Zetel en structuur van de

Internationale Koffieorganisatie

1)    De Internationale Koffieorganisatie, opgericht bij de Internationale Koffieovereenkomst van 1962, blijft voortbestaan om de bepalingen van deze overeenkomst uit te voeren en op de werking ervan toe te zien.

2)    De zetel van de Organisatie is Londen (Verenigd Koninkrijk), tenzij de Raad anders besluit.

3)    De hoogste autoriteit in de Organisatie is de Raad. De Raad wordt desgewenst bijgestaan door de Commissie voor financiële en administratieve zaken en de Commissie voor economische zaken. De Raad wordt ook geadviseerd door de raad van geaffilieerde leden, de Wereldkoffieconferentie en de publiek-private werkgroep koffie.

4)    De Raad wordt bijgestaan door de uitvoerend directeur en het personeel van de Organisatie.

Artikel 8

Voorrechten en immuniteiten

1)    De Organisatie heeft rechtspersoonlijkheid. In het bijzonder heeft zij de bevoegdheid contracten te sluiten, roerende en onroerende goederen te verwerven en te vervreemden en rechtsvorderingen in te stellen.

2)    Voor de status, de voorrechten en de immuniteiten van de Organisatie, haar uitvoerend directeur, haar personeel en haar deskundigen, alsmede van de vertegenwoordigers van de leden wanneer zij zich op het grondgebied van het gastland bevinden voor het uitoefenen van hun functies, geldt de zetelovereenkomst die door de regering van het gastland en de Organisatie werd gesloten.

3)    De in lid 2 van dit artikel bedoelde zetelovereenkomst staat los van deze overeenkomst. Zij wordt in de volgende gevallen evenwel beëindigd:

a)    met instemming van de Regering van het gastheerland en van de Organisatie;

b)    wanneer de zetel van de Organisatie uit het grondgebied van het gastland verhuist; of

c)    ingeval de Organisatie ophoudt te bestaan.

4)    De Organisatie kan met een of meer andere leden overeenkomsten aangaan betreffende de voorrechten en immuniteiten die voor de goede werking van de overeenkomst vereist kunnen zijn. Dergelijke overeenkomsten moeten door de Raad worden goedgekeurd.

5)    De regeringen van de landen die lid zijn, behalve het gastland, kennen de Organisatie met betrekking tot valuta- of wisselkoersbeperkingen, het houden van bankrekeningen en het overmaken van gelden dezelfde faciliteiten toe als die welke aan de gespecialiseerde organisaties van de Verenigde Naties worden verleend.



HOOFDSTUK VI — INTERNATIONALE KOFFIERAAD

Artikel 9

Samenstelling van de Internationale Koffieraad

1)    De Raad bestaat uit alle leden van de Organisatie.

2)    Elk lid stelt een vertegenwoordiger aan in de Raad en, indien het zulks wenst, één of meer plaatsvervangers. Elk lid kan tevens één of meer adviseurs voor zijn vertegenwoordiger of plaatsvervangers aanwijzen.

Artikel 10

Bevoegdheden en taken van de Raad

1)    Alle in het kader van deze overeenkomst verleende bevoegdheden berusten bij de Raad, die de bevoegdheid heeft en de functies uitoefent die nodig zijn om de bepalingen van deze overeenkomst uit te voeren.

2)    De Raad kan indien nodig andere dan de in artikel 7, lid 3, bedoelde commissies en hulporganen oprichten en opheffen.

3)    De Raad stelt de voor de uitvoering van deze overeenkomst nodige en daarmee in overeenstemming zijnde voorschriften vast, met inbegrip van zijn eigen reglement van orde, alsmede het financiële reglement en het personeelsstatuut van de Organisatie. De Raad kan in zijn reglement van orde een procedure opnemen om over bepaalde vraagstukken een beslissing te nemen zonder bijeen te komen.

4)    De Raad stelt regelmatig een strategisch actieplan op om zijn werkzaamheden te leiden en prioriteiten vast te stellen, met inbegrip van prioriteiten betreffende projectactiviteiten als bedoeld in artikel 33 en studies, onderzoeken en verslagen als bedoeld in artikel 32. De in het actieplan omschreven prioriteiten worden vertaald in het activiteitenprogramma en de huishoudelijke begroting die door de Raad worden goedgekeurd.

5)    De Raad houdt tevens de voor de uitoefening van zijn taken in het kader van deze overeenkomst noodzakelijke bescheiden en alle andere door hem wenselijk geachte bescheiden bij.



Artikel 11

Voorzitter en vicevoorzitter van de Raad

1)    De Raad kiest voor ieder koffiejaar een voorzitter en een vicevoorzitter, die niet worden bezoldigd door de Organisatie.

2)    De voorzitter wordt gekozen uit de vertegenwoordigers van de exporterende leden of uit de vertegenwoordigers van de importerende leden; de vicevoorzitter wordt gekozen uit de vertegenwoordigers van de andere categorie. Deze functies worden voor één koffiejaar bij toerbeurt bekleed door vertegenwoordigers van de twee ledencategorieën.

3)    Noch de voorzitter noch een als voorzitter optredende vicevoorzitter is stemgerechtigd. Het stemrecht van het lid wordt in dit geval door een plaatsvervanger uitgeoefend.

Artikel 12

Zittingen van de Raad

1)    De Raad houdt tweemaal per jaar een regelmatige vergadering en besluit indien nodig tot het houden van speciale zittingen. Op verzoek van tien leden kunnen speciale zittingen worden gehouden. De zittingen worden ten minste dertig dagen tevoren aangekondigd; in spoedeisende gevallen kan deze aankondiging uiterlijk tien dagen tevoren worden verricht.

2)    De zittingen worden gehouden in het hoofdkantoor van de Organisatie, tenzij de Raad anders besluit. Indien een lid de Raad uitnodigt op zijn grondgebied bijeen te komen en de Raad daarmee instemt, komen de meerkosten ten opzichte van op de zetel van de Organisatie gehouden zittingen ten laste van dat lid.

3)    De Raad kan landen die geen lid zijn of om het even welke van de in de artikelen 16 en 17 bedoelde organisaties uitnodigen tot het in de hoedanigheid van waarnemer bijwonen van zijn zittingen. Bij elke zitting besluit de Raad over het toelaten van waarnemers.

4)    Als quorum voor het nemen van besluiten op een zitting van de Raad is de aanwezigheid vereist van meer dan de helft van het aantal exporterende leden en meer dan de helft van het aantal importerende leden, waarbij voor beide categorieën ten minste twee derde van de stemmen moet zijn vertegenwoordigd. Indien er bij de opening van een zitting van de Raad of van een plenaire vergadering geen quorum is, wordt de opening van de zitting of van de plenaire vergadering door de voorzitter met ten minste twee uur uitgesteld. Indien er op het nieuwe tijdstip van de opening nog geen quorum is, kan de opening van de zitting of van de plenaire vergadering door de voorzitter nogmaals met ten minste twee uur worden uitgesteld. Indien er op het einde van dit nieuwe uitstel nog steeds geen quorum is, worden de kwesties waarover een besluit moet worden genomen, uitgesteld tot de volgende zitting van de Raad.

Artikel 13

Stemmen

1)    De exporterende leden hebben tezamen 1 000 stemmen en de importerende leden hebben tezamen 1 000 stemmen, welke binnen elke ledencategorie worden verdeeld als bepaald in hetgeen volgt.

2)    Ieder lid heeft vijf vaste stemmen.

3)    De overige stemmen van de exporterende leden worden als volgt over deze leden verdeeld: 50 % naar verhouding van de gemiddelde omvang van de koffie-uitvoer van ieder exporterend lid; en 50 % naar verhouding van de gemiddelde waarde van de koffie-uitvoer van ieder exporterend lid.

4)    De overige stemmen van de importerende leden worden als volgt over deze leden verdeeld: 50 % naar verhouding van de gemiddelde omvang van de koffie-invoer van ieder importerend lid; en 50 % naar verhouding van de gemiddelde waarde van de koffie-invoer van ieder importerend lid.

5)    De Europese Unie of enige andere intergouvernementele organisatie als bedoeld in artikel 4, lid 3, heeft een stem als één lid. Zij heeft vijf vaste stemmen en extra stemmen naar verhouding van het gemiddelde volume import of export van koffie. Indien zij overeenkomstig artikel 2, lid 7, als exporterend lid wordt aangemerkt, worden haar stemmen berekend overeenkomstig lid 3 van dit artikel. Indien zij overeenkomstig artikel 2, lid 8, als importerend lid wordt aangemerkt, worden haar stemmen berekend overeenkomstig lid 4 van dit artikel.

6)    Voor de toepassing van dit artikel worden met de uitvoer en de invoer van koffie de zendingen bedoeld die in de voorafgaande vier kalenderjaren hebben plaatsgevonden, ongeacht hun oorsprong of bestemming.

7)    Voor de toepassing van dit artikel wordt in het geval van de Europese Unie of een intergouvernementele organisatie als omschreven in artikel 4, lid 3, onder uitvoer verstaan de som van de uitvoer naar alle bestemmingen, met inbegrip van de uitvoer binnen de Unie of de organisatie, en onder invoer de som van de invoer uit alle landen van oorsprong, met inbegrip van de invoer binnen de Unie of de organisatie.

8)    De verdeling van de stemmen wordt overeenkomstig het in dit artikel bepaalde aan het begin van elk koffiejaar door de Raad vastgesteld en blijft gedurende dat jaar van kracht behoudens het in lid 9 van dit artikel bepaalde.

9)    De Raad regelt in overeenstemming met het in dit artikel bepaalde de herverdeling van de stemmen indien er verandering komt in het aantal leden van de Organisatie of indien een lid op grond van artikel 22 in zijn stemrecht wordt geschorst of hersteld.

10)    Geen lid kan in zijn categorie twee derde of meer van de stemmen hebben.

11)    Er worden geen gedeelten van stemmen toegekend.

Artikel 14

Stemprocedure in de Raad

1)    Ieder lid heeft het recht het aantal stemmen uit te brengen dat het bezit, en is niet gerechtigd zijn stemmen te verdelen. Een lid kan echter de stemmen die het op grond van lid 2 van dit artikel bezit, verschillend uitbrengen.

2)    Een exporterend lid kan elk ander exporterend lid, en een importerend lid elk ander importerend lid, schriftelijk machtigen om op een vergadering of vergaderingen van de Raad zijn belangen te vertegenwoordigen en zijn stemrecht uit te oefenen.

Artikel 15

Besluiten van de Raad

1)    De Raad streeft ernaar al zijn besluiten te nemen en al zijn aanbevelingen te doen bij consensus. Indien geen consensus wordt bereikt, neemt de Raad besluiten en doet hij aanbevelingen bij verdeelde meerderheid van stemmen van 70 % of meer van de aanwezige en aan de stemming deelnemende exporterende leden, en 70 % of meer van de aanwezige en aan de stemming deelnemende importerende leden, afzonderlijk geteld.

2)    Voor elk besluit van de Raad bij verdeelde meerderheid van stemmen wordt de volgende procedure gebruikt:

(a)indien de verdeelde meerderheid van stemmen niet wordt verkregen, als gevolg van het tegenstemmen door drie of minder exporterende leden of drie of minder importerende leden, wordt het voorstel binnen 48 uur opnieuw in stemming gebracht, indien de Raad daartoe bij meerderheid van de aanwezige leden besluit, en

b)    indien dan opnieuw geen verdeelde meerderheid van stemmen wordt bereikt, geldt het voorstel als afgewezen.

3)    De leden aanvaarden alle overeenkomstig deze overeenkomst door de Raad genomen besluiten als bindend.



Artikel 16

Samenwerking met andere organisaties

1)    De Raad kan regelingen treffen voor overleg en samenwerking met de Verenigde Naties en hun gespecialiseerde organisaties; andere relevante intergouvernementele organisaties; en relevante internationale en regionale organisaties. Hij maakt optimaal gebruik van de verschillende financieringsbronnen. Dergelijke regelingen kunnen tevens financiële regelingen omvatten die de Raad dienstig acht voor het verwezenlijken van de doelstellingen van deze overeenkomst. De Organisatie kan bij de uitvoering van projecten in het kader van dergelijke regelingen evenwel geen financiële verplichtingen aangaan met betrekking tot garanties die door afzonderlijke leden of andere instanties zijn gegeven. Leden kunnen niet op grond van hun lidmaatschap van de Organisatie aansprakelijk worden gesteld voor door andere leden of instanties in verband met dergelijke projecten opgenomen of verstrekte leningen.

2)    De Organisatie kan voorts, waar dat mogelijk is, bij leden, niet-leden, donororganisaties en andere organisaties informatie vergaren over ontwikkelingsprojecten en -programma’s die op de koffiesector zijn gericht. Met instemming van de betrokken partijen kan de organisatie die informatie eventueel aan dergelijke andere organisaties en aan de leden ter beschikking stellen.

Artikel 17

Samenwerking met

niet-gouvernementele organisaties

   De Organisatie kan voor de uitvoering van de doelstellingen van deze overeenkomst, onverminderd de bepalingen van de artikelen 16, 34, 35 en 37, samenwerkingsactiviteiten opzetten en versterken met in aanmerking komende niet-gouvernementele organisaties en organisaties zonder winstoogmerk die ervaring hebben met de relevante aspecten van de koffiesector en met andere deskundigen op koffiegebied.



HOOFDSTUK VII — UITVOEREND DIRECTEUR EN PERSONEEL

Artikel 18

Uitvoerend directeur en personeel

1)    De Raad benoemt de uitvoerend directeur. De voorwaarden waaraan de te benoemen uitvoerend directeur moet voldoen, worden vastgesteld door de Raad en moeten overeenstemmen met die welke gelden voor vergelijkbare functies bij soortgelijke intergouvernementele organisaties.

2)    De uitvoerend directeur is het administratief hoofd van de Organisatie en is verantwoordelijk voor de vervulling van alle met de uitvoering van de overeenkomst verband houdende werkzaamheden.

3)    De uitvoerend directeur benoemt het personeel van de Organisatie in overeenstemming met door de Raad vastgestelde voorschriften.

4)    De uitvoerend directeur en de leden van het personeel mogen geen financiële belangen hebben in de koffie-industrie, de koffiehandel of het vervoer van koffie.

(5)Bij de vervulling van hun werkzaamheden mogen de uitvoerend directeur en het personeel geen instructies vragen of ontvangen van leden of van enige andere autoriteit buiten de Organisatie. Zij moeten zich onthouden van handelingen die afbreuk kunnen doen aan hun positie als internationale functionarissen die alleen verantwoording verschuldigd zijn aan de Organisatie. De leden verbinden zich ertoe het uitsluitend internationale karakter van de taak van de uitvoerend directeur en het personeel te eerbiedigen en niet te trachten hen in de vervulling van hun taak te beïnvloeden.



HOOFDSTUK VIII — FINANCIËN EN BESTUUR

Artikel 19

Commissie voor financiële en administratieve zaken

   Er wordt een Commissie voor financiële en administratieve zaken opgericht. De Raad besluit over haar samenstelling en mandaat. Deze Commissie is verantwoordelijk voor het toezicht op de voorbereiding van de huishoudelijke begroting van de Organisatie die ter goedkeuring aan de Raad moet worden voorgelegd, en voert elke andere taak uit die haar door de Raad wordt toegewezen, met inbegrip van toezicht op de inkomsten en de uitgaven en administratieve kwesties van de Organisatie. De Commissie voor financiële en administratieve zaken brengt over haar werkzaamheden verslag uit aan de Raad.

Artikel 20

Financiering

1)    De uitgaven van de delegaties naar de Raad en van vertegenwoordigers in de commissies van de Raad worden betaald door hun onderscheiden regeringen.

2)    De andere uitgaven die nodig zijn voor de uitvoering van deze overeenkomst, worden betaald uit de overeenkomstig artikel 21 vastgestelde jaarlijkse bijdragen van de leden, alsook met de opbrengsten van de verkoop van bepaalde diensten aan leden en van de verkoop van de overeenkomstig artikelen 30 en 32 verkregen informatie en tot stand gekomen studies.

3)    Het boekjaar van de Organisatie valt samen met het koffiejaar.

Artikel 21

Vaststelling van de huishoudelijke begroting en

van de bijdragen

1)    Gedurende de tweede helft van ieder boekjaar keurt de Raad de administratieve begroting van de Organisatie voor het volgende boekjaar goed en stelt hij de bijdrage van ieder lid aan de begroting vast. Door de uitvoerend directeur wordt onder toezicht van de Commissie voor financiële en administratieve zaken een ontwerp van huishoudelijke begroting opgesteld overeenkomstig artikel 19.



2)    De bijdrage van elk lid aan de huishoudelijke begroting voor elk begrotingsjaar wordt als volgt berekend: i) 50 % op basis van de gemiddelde waarde van de totale handel en ii) 50 % op basis van de gemiddelde omvang van de totale handel in de voorgaande vier kalenderjaren. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder “totale handel” verstaan de som van de totale in- en uitvoer op het moment van goedkeuring van de huishoudelijke begroting voor dat begrotingsjaar. Bij het vaststellen van de bijdragen wordt de bijdrage van ieder lid berekend zonder eventuele opschorting van het stemrecht van leden of een daaruit voortvloeiende herverdeling van de stemmen in aanmerking te nemen. Deze berekening is echter niet van toepassing op leden wier lidmaatschap overeenkomstig artikel 22, lid 4, is geschorst; hun bijdragen worden uitsluitend voor dat begrotingsjaar over de overige leden verdeeld.

3)    Zoals vastgesteld in artikel 46 wordt de eerste bijdrage van een na de inwerkingtreding van deze overeenkomst tot de Organisatie toetredend lid overeenkomstig artikel 21, lid 2, door de Raad vastgesteld op basis van het nog overblijvende tijdvak van het lopende boekjaar; de voor andere leden voor het lopende boekjaar vastgestelde bijdragen worden evenwel niet gewijzigd.

4)    Elk lid levert voor elk begrotingsjaar een bijdrage van ten minste 0,25 % aan de totale huishoudelijke begroting.

5)    Voor leden wier gemiddelde totale handel in koffie minder dan 0,25 % van de som van de gemiddelde totale handel in omvang en waarde van alle leden uitmaakt, geldt alleen de in lid 4 bedoelde minimumbijdrage.

6)    De resterende bijdrage van de leden wordt als volgt verdeeld over alle leden, met uitzondering van de leden bedoeld in lid 5: 50 % naar verhouding van de gemiddelde omvang van hun totale handel in koffie; en 50 % naar verhouding van de gemiddelde waarde van hun totale handel in koffie.

7)    Voor de toepassing van dit artikel worden met de uitvoer en de invoer van koffie de zendingen bedoeld die in de voorafgaande vier kalenderjaren hebben plaatsgevonden, ongeacht hun oorsprong of bestemming.

8)    Voor de toepassing van dit artikel wordt in het geval van de Europese Unie of een intergouvernementele organisatie als omschreven in artikel 4, lid 3, onder uitvoer verstaan de som van de uitvoer naar alle bestemmingen, met inbegrip van de uitvoer binnen de Unie of de organisatie, en onder invoer de som van de invoer uit alle landen van oorsprong, met inbegrip van de invoer binnen de Unie of de organisatie.



Artikel 22

Betaling van de bijdragen

1)    De bijdragen aan de huishoudelijke begroting voor ieder boekjaar worden betaald in vrij converteerbare valuta en zijn verschuldigd op de eerste dag van het boekjaar waarop zij betrekking hebben.

2)    Indien een lid zijn volledige bijdrage aan de huishoudelijke begroting niet betaalt binnen zes maanden na de datum waarop zij verschuldigd is, worden zijn stemrecht en zijn recht om deel te nemen aan de zittingen van de gespecialiseerde commissies opgeschort tot de bijdrage is betaald. Bedoeld lid wordt evenwel niet uit zijn andere rechten ontzet of van enige van zijn verplichtingen op grond van deze overeenkomst ontheven, tenzij de Raad daartoe besluit.

3)    Ieder lid wiens stemrecht is opgeschort op grond van lid 2 van dit artikel, blijft niettemin verantwoordelijk voor de betaling van zijn bijdrage.

4)    De Raad schorst bij besluit tijdelijk het lidmaatschap van een lid met een aanhoudende betalingsachterstand van meer dan 21 maanden. Een lid dat tijdelijk is geschorst, wordt vrijgesteld van de verplichting om bij te dragen aan de huishoudelijke begroting van de Organisatie, maar blijft gehouden om zijn andere financiële verplichtingen uit hoofde van deze overeenkomst na te komen. Na volledige betaling van de verschuldigde bijdragen of na goedkeuring van een afbetalingsregeling door de Raad, krijgt dat lid het recht op lidmaatschap terug. Betalingen door leden met achterstallige betalingen worden eerst gebruikt om de langst verschuldigde bijdragen te voldoen.

Artikel 23

Passiva

1)    De overeenkomstig artikel 7, lid 3, functionerende Organisatie kan buiten het kader van deze overeenkomst geen verplichtingen oplopen en kan niet als daartoe door haar leden gemachtigd worden beschouwd; in het bijzonder kan zij geen geldleningen aangaan. De Organisatie ziet er, bij de uitoefening van haar bevoegdheid contracten te sluiten, op toe dat de voorwaarden van dit artikel op zodanige wijze in haar contracten worden opgenomen dat zij onder de aandacht worden gebracht van de andere partijen die contracten met de Organisatie aangaan; het verzuim om die voorwaarden op te nemen maakt het contract evenwel niet ongeldig of onbevoegdelijk gesloten.

2)    De aansprakelijkheid van een lid blijft beperkt tot de omvang van zijn verplichtingen inzake bijdragen welke in deze overeenkomst duidelijk worden omschreven. Derden worden ten aanzien van hun relaties met de Organisatie geacht kennis te hebben genomen van het in deze overeenkomst bepaalde betreffende de aansprakelijkheid van de leden.

Artikel 24

Accountantscontrole en openbaarmaking van de rekeningen

   Zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk zes maanden na het einde van ieder boekjaar, wordt een onafhankelijke accountantsverklaring opgesteld inzake de activa, passiva, ontvangsten en uitgaven van de Organisatie gedurende het boekjaar. Deze verklaring wordt aan de Raad ter goedkeuring voorgelegd op de eerstvolgende zitting.



HOOFDSTUK IX — ECONOMISCHE ZAKEN

Artikel 25

Commissie voor economische zaken

Er wordt een Commissie voor economische zaken opgericht, die verantwoordelijk is voor aangelegenheden die verband houden met: stimulering en ontwikkeling van de markt; markttransparantie, statistische informatie, studies en onderzoeken; projecten; duurzame ontwikkeling; en de financiering van de koffiesector. De Raad bepaalt de samenstelling en het mandaat van de Commissie voor economische zaken, naast de taken omschreven in de artikelen 33 en 38. 

Artikel 26

Verwijdering van belemmeringen voor handel en verbruik

1)    De leden erkennen de noodzaak om de toeleveringsketen efficiënter te maken, de huidige belemmeringen weg te nemen en nieuwe belemmeringen te vermijden die remmend kunnen werken op de productie, de handel en het verbruik van koffie.

2)    De leden moeten hun koffiesector reguleren om te voldoen aan de nationale beleidsdoelstellingen op het gebied van gezondheid, milieu en inkomen, in overeenstemming met hun verbintenissen en verplichtingen uit hoofde van internationale overeenkomsten en met de SDG’s van de Verenigde Naties, waaronder die welke betrekking hebben op de internationale en regionale handel.

3)    De leden erkennen dat er thans maatregelen bestaan die in meerdere of mindere mate de toename van het koffieverbruik belemmeren, in het bijzonder:

a)    invoerregelingen voor koffie, waaronder preferentiële en andere rechten, contingenten, activiteiten van staatsmonopolies en officiële aankoopbureaus, en andere administratieve regelingen en handelsgebruiken;

b)    uitvoerregelingen betreffende directe en indirecte subsidies en andere administratieve regelingen en handelsgebruiken; en

c)    binnenlandse handelsvoorwaarden, alsmede binnenlandse en regionale wettelijke en administratieve bepalingen die het verbruik kunnen beïnvloeden of de efficiëntie van de toeleveringsketen kunnen aantasten.

4)    Met inachtneming van bovengenoemde doelstellingen en van lid 5 van dit artikel proberen de leden te bereiken dat de tarieven voor koffie worden verlaagd en ondernemen zij andere acties om belemmeringen voor een toename van het verbruik weg te werken.

5)    Rekening houdend met hun gezamenlijke belangen verbinden de leden zich ertoe methoden en middelen te zoeken waarmee de belemmeringen voor een toename van de handel en het verbruik zoals bedoeld in lid 3 van dit artikel, geleidelijk kunnen worden afgebouwd en uiteindelijk, waar dat mogelijk is, kunnen worden weggewerkt, of waarmee de gevolgen van die belemmeringen in aanzienlijke mate kunnen worden verminderd.

6)    Rekening houdend met hun gezamenlijke belangen verbinden de leden zich ertoe te zoeken naar manieren om de prijsvolatiliteit te beperken door middel van passende regelgeving.

7)    Rekening houdend met de op grond van lid 5 van dit artikel aangegane verbintenissen doen de leden aan de Raad jaarlijks kennisgeving van alle maatregelen welke zij ter uitvoering van dit artikel hebben getroffen.

8)    De uitvoerend directeur stelt ieder jaar een door de Raad te evalueren onderzoeksverslag op over de belemmeringen voor de handel en het verbruik van koffie, alsook over de marktverstoringen die prijsvolatiliteit veroorzaken en gevolgen hebben voor een waardig en toereikend inkomen of de waardeverdeling, met name voor koffieboeren en andere producenten, en zendt deze aan alle leden toe.

9)    De Raad kan met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van dit artikel aanbevelingen doen aan de leden, die zo spoedig mogelijk aan de Raad verslag uitbrengen over de maatregelen die zij ter uitvoering van die aanbevelingen hebben genomen.

Artikel 27

Stimulering en ontwikkeling van de markt

1)    De leden zijn zich bewust van de voordelen voor zowel exporterende als importerende leden van de inspanningen om de consumptie te stimuleren, de kwaliteit van het product te verbeteren en markten voor koffie, inclusief in de exporterende leden, te ontwikkelen.

2)    Activiteiten voor promotie- en marktontwikkeling kunnen informatie- en promotiecampagnes, zoals de Internationale Koffiedag, onderzoek, capaciteitsopbouw en studies in verband met koffieproductie en -consumptie omvatten.

3)    Dergelijke activiteiten kunnen worden opgenomen in het activiteitenprogramma of de projectactiviteiten van de Organisatie als bedoeld in artikel 33 en zij kunnen gefinancierd worden door vrijwillige bijdragen van leden, niet-leden, andere organisaties en de particuliere sector.

Artikel 28

Maatregelen betreffende koffie in bewerkte vorm

   De leden erkennen dat het voor de ontwikkelingslanden noodzakelijk is hun economische basis te verbreden door onder meer industrialisatie en uitvoer van industrieproducten, zoals de bewerking van koffie en de uitvoer van bewerkte koffie als bedoeld in artikel 2, lid 1, punten d), e), f), g) en h). In dit verband vermijden de leden overheidsmaatregelen in te stellen die de koffiesector van andere leden zouden kunnen ontwrichten.

Artikel 29

Mengsels en vervangingsmiddelen

1)    De leden houden geen voorschriften in stand krachtens welke koffie met andere producten moet worden vermengd, verwerkt of gebruikt om als koffie in de handel te worden gebracht. De leden streven ernaar de verkoop van en de reclame voor producten onder de naam koffie te verbieden indien deze producten minder dan het equivalent van 95 % ongebrande koffie als grondstof bevatten. Dit lid is echter niet van toepassing op voorgemengde koffie als bedoeld in artikel 2, lid 1, punt h).

2)    De uitvoerend directeur legt de Raad periodiek een verslag voor over de naleving van dit artikel.

Artikel 30

Statistische informatie

1)    De Organisatie treedt op als centrum voor de verzameling, uitwisseling en publicatie van:

a)    statistische informatie over de mondiale productie, prijzen, uitvoer, invoer en wederuitvoer, distributie en consumptie van koffie, met inbegrip van informatie over de productie, consumptie, handel en prijzen voor koffie in diverse marktcategorieën, waar mogelijk per type koffie, en producten die koffie bevatten; en

b)    technische informatie over de teelt, de productiekosten, de verwerking en het gebruik van koffie, voor zover dat passend wordt geacht.

2)    De Raad kan de leden verzoeken de gegevens beschikbaar te stellen die hij voor zijn werkzaamheden nodig acht, zoals geregelde statistische rapporten over koffieproductie, productietrends, invoer, uitvoer en wederuitvoer, distributie, verbruik, voorraden, prijzen en belasting, maar maakt geen informatie openbaar die zou kunnen worden gebruikt om gegevens te verzamelen over de activiteiten van personen of ondernemingen die zich bezighouden met de productie, de be- en verwerking of de afzet van koffie. Indien de leden daartoe in staat zijn, verstrekken zij de gevraagde gegevens zo spoedig mogelijk en in zo gedetailleerd en accuraat mogelijke vorm.

3)    De Raad stelt een systeem van richtprijzen vast en verzorgt de publicatie van een dagelijkse samengestelde richtprijs, die de werkelijke marktomstandigheden weerspiegelt.

4)    Indien een lid in gebreke blijft de Raad binnen een redelijke termijn de statistische en andere inlichtingen te verschaffen welke hij voor het behoorlijke functioneren van de Organisatie nodig heeft, of daarbij moeilijkheden ondervindt, kan de Raad het betrokken lid verzoeken de redenen voor het niet vervullen van zijn verplichtingen mee te delen. Het lid kan de Raad ook in kennis stellen van zijn moeilijkheid en om technische bijstand verzoeken.

5)    Indien blijkt dat ter zake technische bijstand nodig is, of indien een lid gedurende twee opeenvolgende jaren de krachtens lid 2 van dit artikel vereiste statistische informatie niet heeft verstrekt, en niet heeft verzocht om bijstand van de Raad, of geen verklaring heeft gegeven voor de niet-naleving, kan de Raad initiatieven nemen die een lid ertoe kunnen brengen de vereiste informatie te verstrekken.

Artikel 31

Certificaten van oorsprong

1)    Om de verzameling van statistische gegevens over de internationale koffiehandel te vereenvoudigen en de hoeveelheden koffie die door ieder exporterend lid zijn uitgevoerd vast te stellen, stelt de organisatie een systeem van certificaten van oorsprong in, waarvoor de Raad de regels vaststelt.

2)    Alle uitvoer van koffie door een exporterend lid moet vergezeld gaan van een geldig certificaat van oorsprong. Certificaten van oorsprong worden overeenkomstig de door de Raad vastgestelde regels afgegeven door de bevoegde instanties die door het lid zijn aangewezen en door de Organisatie zijn goedgekeurd. De Organisatie evalueert ook periodiek de informatie in het certificaat van oorsprong in het licht van de veranderende omstandigheden van het verbruik en de internationale handel.

3)    Ieder exporterend lid deelt de Organisatie de namen mee van de gouvernementele of niet-gouvernementele instellingen die verantwoordelijk zijn voor het vervullen van de in lid 2 van dit artikel omschreven functies. Niet-gouvernementele instellingen moeten door de Organisatie specifiek worden goedgekeurd, overeenkomstig de door de Raad vastgestelde regels.

4)    Bij wijze van uitzondering en met redenen omkleed kan een exporterend lid de Raad verzoeken om toestemming om de gegevens van het certificaat van oorsprong over zijn koffie-uitvoer op andere wijze aan de Raad te doen toekomen.

Artikel 32

Studies, onderzoeken en verslagen

(1)Om de leden bij te staan, bevordert de Raad de voorbereiding van studies, onderzoeken, technische verslagen en andere documenten in verband met relevante aspecten van de koffiesector.

(2)Dit kan omvatten: werkzaamheden over economische aspecten van de koffieproductie en -distributie, de analyse van de koffiewaardeketen, de gevolgen van klimaatverandering, het beheer van financiële en andere soorten risico’s, de impact van overheidsbeleid op de productie en de consumptie van koffie, duurzaamheidsaspecten van de koffiesector, het verband tussen koffie en gezondheid, de mogelijkheden om de koffiemarkten voor traditioneel en niet-traditioneel gebruik uit te breiden, alsook andere onderwerpen die de Raad relevant acht.

3)    De verzamelde, gecompileerde, geanalyseerde en verspreide informatie kan ook omvatten, indien technisch haalbaar:

a)    hoeveelheden en prijzen van koffiesoorten gemeten aan de hand van factoren als verschillende geografische gebieden, gezinnen, lokale gemeenschappen en kwaliteitsgerelateerde productievoorwaarden;

b)    informatie over marktstructuren, nichemarkten en opkomende trends in de productie en consumptie; en

c)    studies met betrekking tot de vooruitgang bij het bereiken van een waardig en toereikend inkomen.

4)    Met het oog op de uitvoering van lid 1 van dit artikel overweegt de Raad deze studies, onderzoeken en verslagen op te nemen in het jaarlijkse activiteitenprogramma, met een raming van de benodigde middelen, met bijzondere aandacht voor kleine en middelgrote landbouwers en andere producenten. Deze activiteiten worden gefinancierd uit de huishoudelijke begroting of via buiten de begroting gehouden middelen.

5)    De Organisatie heeft bijzondere aandacht voor de vergemakkelijking van de toegang tot informatie voor kleine en middelgrote koffieboeren en andere producenten, zodat zij hun duurzaamheid, productiviteit en financiële prestaties kunnen verbeteren, met inbegrip van krediet- en risicobeheer.



HOOFDSTUK X — PROJECTACTIVITEITEN VAN DE ORGANISATIE

Artikel 33

Ontwikkeling en financiering van projecten

1)    De leden en de uitvoerend directeur kunnen via de Commissie voor economische zaken projectvoorstellen indienen bij de Raad. Deze voorstellen moeten bijdragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst en tot één of meer prioritaire gebieden van werkzaamheden die in het door de Raad overeenkomstig artikel 10 goedgekeurde actieplan en het activiteitenprogramma zijn omschreven.

2)    De Raad stelt procedures en mechanismen vast voor het indienen, evalueren, goedkeuren, prioritair rangschikken en financieren van projecten, alsook voor hun uitvoering, toezicht en evaluatie, en voor de ruime verspreiding van de resultaten ervan. Waar nodig worden deze door de Raad geactualiseerd. De Commissie voor economische zaken is verantwoordelijk voor de toepassing van deze procedures en mechanismen en doet aanbevelingen aan de Raad.

(3)Bij elke zitting van de Raad brengt de uitvoerend directeur verslag uit over de stand van zaken van alle projecten die door de Raad werden goedgekeurd, met inbegrip van de projecten die nog wachten op financiering, die nog worden uitgevoerd, of die sinds de vorige zitting van de Raad zijn voltooid.

4)    De Organisatie streeft naar samenwerking met andere internationale organisaties, financiële instellingen, multilaterale en bilaterale ontwikkelingsorganisaties en publieke en particuliere donoren om waar nodig financiële bijstand en steun te verkrijgen voor de uitvoering van programma’s, projecten en activiteiten die van belang zijn voor de koffie-economie.



HOOFDSTUK XI — PARTICULIERE KOFFIESECTOR

Artikel 34

Raad van geaffilieerde leden

1)    De raad van geaffilieerde leden (Board of Affiliate Members, BAM) is een adviesorgaan dat op verzoek van de Raad aanbevelingen kan doen en de Raad en zijn hulporganen kan verzoeken in hun agenda onderwerpen op te nemen en besluiten te nemen over aangelegenheden die verband houden met deze overeenkomst en de staat van de mondiale koffiesector.

2)    De BAM wordt gevormd door alle geaffilieerde leden.

3)    De BAM heeft een voorzitter en een vicevoorzitter, die voor één jaar uit zijn leden worden verkozen. Deze functionarissen zijn herkiesbaar. De voorzitter en de vicevoorzitter worden niet door de Organisatie bezoldigd.

4)    De voorzitter en de vicevoorzitter van de BAM worden door de Raad uitgenodigd om deel te nemen aan de vergaderingen van de Raad en hebben het recht het woord te voeren.

5)    De voorzitter en vicevoorzitter van de BAM vertegenwoordigen de raad in de publiek-private werkgroep koffie (CPPWP).

6)    De BAM komt gewoonlijk bijeen op de zetel van de Organisatie, voorafgaand aan de gewone zittingen van de Raad; bij de planning wordt rekening gehouden met die zittingen. Indien de Raad een uitnodiging van een lid aanvaard om op het grondgebied van dat lid een bijeenkomst te houden, kan de BAM ook op dat grondgebied worden gehouden; de meerkosten voor de Organisatie ten opzichte van op de zetel gehouden bijeenkomsten komen in dat geval ten laste van het land dat of de particuliere organisatie die als gastheer optreedt.

7)    De BAM kan met toestemming van de Raad bijzondere bijeenkomsten houden.

8)    De BAM stelt zijn eigen reglement van orde op, dat in overeenstemming moet zijn met het bepaalde in deze overeenkomst.



Artikel 35

Publiek-private werkgroep koffie — CPPWP

1)    De publiek-private werkgroep koffie (Coffee Public-Private Working Party, CPPWP) is een publiek-privaat samenwerkingsmechanisme van meerdere belanghebbenden dat tot doel heeft praktische en tijdgebonden maatregelen vast te stellen en uit te voeren om problemen met betrekking tot de prijsniveaus, prijsvolatiliteit en de duurzaamheid van de koffiesector op lange termijn aan te pakken.

2)    De CPPWP:

a)    beijvert zich voor het bewerkstelligen van consensus over prioritaire kwesties en maatregelen die ter beoordeling moeten worden voorgelegd aan de Raad en moeten worden gedeeld met het “CEO and Global Leaders Forum” (CGLF);

b)    draagt zorg voor de publiek-private dialoog en volgt de vorderingen die worden geboekt op grond van de afspraken over prijsniveaus, prijsvolatiliteit en de duurzaamheid van de koffiesector op lange termijn;

c)    stimuleert de verdere uitwerking en praktische uitvoering van door de Raad goedgekeurde verbintenissen en initiatieven met betrekking tot de prijsniveaus en de duurzaamheid van de koffiesector op lange termijn; en

d)    werkt voortdurend aan de ontwikkeling van een gezamenlijke visie en aan de agenda voor de publiek-private dialoog, zodat dringende kwesties voor de koffiesector worden aangepakt, verwachtingen worden verduidelijkt en de mogelijkheden en middelen voor gezamenlijke maatregelen in kaart worden gebracht.

3)    De CPPWP bestaat uit door de Raad benoemde afgevaardigden en een even groot aantal vertegenwoordigers van de particuliere sector. Vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en internationale organisaties kunnen lid worden van de CPPWP onder door de Raad vastgestelde voorwaarden.

4)    De uitvoerend directeur treedt ambtshalve op als secretaris van de CPPWP. Een lid van het personeel wordt aangewezen als plaatsvervanger en treedt waar nodig namens hem of haar op.

5)    De CPPWP stelt zijn eigen reglement van orde op, dat in overeenstemming moet zijn met het bepaalde in deze overeenkomst en het door de Raad goedgekeurde mandaat.

6)    De CPPWP stelt zijn eigen mechanismen vast om geïnteresseerde belanghebbenden uit de publieke en particuliere koffiesector, ontwikkelingspartners en het maatschappelijk middenveld te betrekken bij de beoordeling van prioritaire kwesties en de vaststelling van beste praktijken en oplossingen.

7)    De CPPWP legt regelmatig verslagen, alsook zijn beraadslagingen en aanbevelingen ter overweging voor aan de Raad.

Artikel 36

Betrokkenheid, integratie en inclusiviteit

1)    De Raad en zijn hulporganen, waaronder de CPPWP, bieden geaffilieerde leden en, in voorkomend geval, internationale organisaties de mogelijkheid:

a)    deskundige analyses van onderwerpen te verstrekken die rechtstreeks gebaseerd zijn op hun praktijkervaring;

b)    op te treden als actoren voor vroegtijdige waarschuwing;

c)    te helpen bij de voorlichting aan het publiek over relevante kwesties;

d)    bij te dragen tot de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst; en

e)    met relevante informatie bij te dragen aan evenementen van de Organisatie.

2)    In het besef dat de Organisatie geaffilieerde leden bovendien de mogelijkheid biedt om door een breed publiek te worden gehoord en een bijdrage te leveren aan haar agenda, kunnen geaffilieerde leden:

a)    met goedkeuring van de Raad deelnemen aan de activiteiten van de Organisatie of aan activiteiten die zijn opgenomen in het activiteitenprogramma;

b)    informatie, kennis en goede praktijken uitwisselen met leden en andere geaffilieerde leden via de samenwerkingsinstrumenten die hun door de Organisatie of anderszins ter beschikking worden gesteld;

c)    ICO-gerelateerde internationale conferenties en evenementen bijwonen;

d)    tijdens deze evenementen schriftelijke en mondelinge verklaringen afleggen;

e)    nevenevenementen organiseren;

f)    toegang krijgen tot informatie en gegevens; en

g)    mogelijkheden worden geboden om te netwerken en te lobbyen om hun contacten en kennisbasis uit te breiden en mogelijke partnerschappen met verschillende belanghebbenden te onderzoeken.



Artikel 37

Wereldkoffieconferentie

1)    De Raad ziet erop toe dat met passende tussenpozen een Wereldkoffieconferentie wordt gehouden (hierna de “Conferentie” genoemd), waaraan wordt deelgenomen door exporterende en importerende leden, vertegenwoordigers van de particuliere sector en andere belanghebbenden, waaronder deelnemers uit landen die geen lid zijn. De Raad ziet er in coördinatie met de voorzitter van de Conferentie op toe dat de Conferentie bijdraagt tot de doelstellingen van de overeenkomst.

2)    De Conferentie heeft een voorzitter, die niet door de Organisatie wordt bezoldigd. De voorzitter wordt door de Raad voor een passende termijn benoemd en wordt uitgenodigd om als waarnemer de bijeenkomsten van de Raad bij te wonen.

3)    De Raad stelt de vorm, de titel, het onderwerp en het tijdstip van de Conferentie vast, en houdt de raad van geaffilieerde leden en de publiek-private werkgroep koffie daarvan op de hoogte. De plaats waar de Conferentie wordt gehouden, is gewoonlijk de zetel van de Organisatie, tegelijkertijd met een zitting van de Raad. Indien de Raad een uitnodiging van een lid aanvaard om op het grondgebied van dat lid een zitting te organiseren, kan de Conferentie ook op dat grondgebied worden gehouden; de meerkosten voor de Organisatie ten opzichte van op de zetel gehouden zittingen komen in dat geval ten laste van het land dat als gastheer optreedt.

4)    Tenzij de Raad anders besluit, financiert de Conferentie zichzelf.

5)    De voorzitter rapporteert bij de Raad over de conclusies van de Conferentie.

Artikel 38

Financiering van de koffiesector

   De Commissie voor economische zaken bevordert raadplegingen over onderwerpen die verband houden met de financierings- en risicobeheersmechanismen in de koffiesector, waarbij met name aandacht wordt besteed aan de behoeften van kleine en middelgrote producenten, landbouwers en lokale gemeenschappen in koffieproducerende gebieden.



HOOFDSTUK XII — ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 39

Voorbereidingen voor een nieuwe overeenkomst

1)    De Raad kan de mogelijkheid onderzoeken van onderhandelingen over een nieuwe internationale koffieovereenkomst.

2)    Met het oog op de uitvoering van deze bepaling onderzoekt de Raad de vorderingen die de Organisatie maakt met de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst, zoals deze in artikel 1 zijn vastgesteld.



HOOFDSTUK XIII — DUURZAME ONTWIKKELING

Artikel 40

Duurzame koffiesector

1)    De leden geven gepaste prioriteit aan het duurzaam beheer van de middelen voor de productie en verwerking van koffie, met inachtneming van de beginselen en doelstellingen inzake duurzame ontwikkeling zoals voorzien in de SDG’s van de Verenigde Naties en door andere aanverwante mondiale initiatieven die door de leden zijn onderschreven. Zij doen dit op een evenwichtige en geïntegreerde manier, rekening houdend met de drie dimensies daarvan: de economische, de sociale en de ecologische dimensie.

2)    De Organisatie kan leden desgewenst helpen bij de duurzame ontwikkeling van hun koffiesector met als doel de welvaart van koffieboeren en alle andere belanghebbenden op het gebied van koffie te bevorderen en tegelijkertijd de productiviteit, kwaliteit, veerkracht en winstgevendheid in de koffiewaardeketen te verbeteren, met name voor kleine boeren en andere kleinschalige koffieproducenten.

Artikel 41

Levensstandaard en arbeidsvoorwaarden

De leden schenken aandacht aan de verbetering van de levensstandaard en de arbeidsomstandigheden van in de koffiesector werkzame personen, op een wijze die in overeenstemming is met hun ontwikkelingsniveau en met inachtneming van internationaal erkende beginselen en toepasselijke normen op dit gebied. De leden komen voorts overeen dat arbeidsnormen niet mogen worden gebruikt voor handelsprotectionistische doeleinden.



HOOFDSTUK XIV — OVERLEG, GESCHILLEN EN KLACHTEN

Artikel 42

Overleg

   Elk lid besteedt welwillende aandacht aan en geeft voldoende gelegenheid tot overleg over uitspraken van andere leden ten aanzien van met deze overeenkomst verband houdende aangelegenheden. Bij dat overleg stelt de uitvoerend directeur op verzoek van een der partijen en met instemming van de andere partij een onafhankelijk panel samen, dat zijn goede diensten aanwendt om de partijen te verzoenen. De kosten van het panel kunnen niet ten laste van de Organisatie worden gebracht. Indien een partij niet instemt met de instelling van een panel door de uitvoerend directeur of indien het overleg niet tot een oplossing leidt, kan de aangelegenheid overeenkomstig artikel 43 naar de Raad worden verwezen. Indien het overleg wel tot een oplossing leidt, wordt hierover verslag uitgebracht aan de uitvoerend directeur, die het verslag aan alle leden doet toekomen.

Artikel 43

Geschillen en klachten

1)    Geschillen betreffende de interpretatie of de toepassing van deze overeenkomst die niet via onderhandelingen zijn beslecht, worden op verzoek van een bij het geschil betrokken lid voor een beslissing aan de Raad voorgelegd.

2)    De Raad stelt een procedure vast voor geschillenbeslechting en klachten.



HOOFDSTUK XV — SLOTBEPALINGEN

Artikel 44

Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding en goedkeuring

1)    Behalve indien anders is bepaald, staat deze overeenkomst van 6 oktober 2022 tot en met 30 april 2023 bij de depositaris open voor ondertekening door de partijen bij de Internationale Koffieovereenkomst van 2007, en door de regeringen die waren uitgenodigd op de zitting van de Raad waarop deze overeenkomst werd aangenomen.

2)    Deze overeenkomst wordt door de ondertekenende regeringen bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd overeenkomstig hun respectieve wettelijke procedures.

3)    Behalve in de gevallen waarin artikel 46 voorziet, worden de akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring uiterlijk op 31 juli 2023 bij de depositaris neergelegd. De Raad kan echter besluiten uitstel te verlenen aan ondertekenende regeringen die niet in staat zijn hun akten uiterlijk op die datum neer te leggen. De Raad brengt deze besluiten ter kennis van de depositaris.

4)    Na de ondertekening en bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, of kennisgeving van voorlopige toepassing, legt de Europese Unie bij de depositaris een verklaring neer waarin haar exclusieve bevoegdheid met betrekking tot de onder deze overeenkomst vallende aangelegenheden wordt gespecificeerd. De lidstaten van de Europese Unie komen niet in aanmerking om partij bij de overeenkomst te worden.

Artikel 45

Voorlopige toepassing

   Een ondertekenende regering die van plan is deze overeenkomst te bekrachtigen, te aanvaarden of goed te keuren, kan op elk ogenblik de depositaris in kennis stellen van een voorlopige toepassing van deze overeenkomst overeenkomstig de wettelijke procedures van het land.

Artikel 46

Inwerkingtreding

1)    De overeenkomst treedt definitief in werking indien de ondertekenende regeringen met ten minste twee derde van de stemmen van de exporterende leden en de ondertekenende regeringen met ten minste twee derde van de stemmen van de importerende leden, als berekend op 6 juni 2022, zonder rekening te houden met een eventuele opschorting overeenkomstig artikel 22, hun akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring hebben neergelegd. Zij treedt anders definitief in werking op om het even welk tijdstip, indien zij voorlopig in werking is getreden overeenkomstig lid 2 van dit artikel en aan genoemde procentuele voorwaarden is voldaan door de neerlegging van akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

2)    Indien deze overeenkomst op 31 juli 2023 niet definitief in werking is getreden, treedt zij op die datum voorlopig in werking, of op een andere datum binnen de twaalf maanden na die datum, indien de ondertekenende regeringen met stemrecht als beschreven in lid 1 van dit artikel hun akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring hebben neergelegd, of zij overeenkomstig de bepalingen van artikel 45 de kennisgeving aan de depositaris hebben gedaan.

3)    Indien deze overeenkomst voorlopig in werking is getreden, maar op 31 juli 2024 nog niet definitief in werking is getreden, houdt zij op voorlopig in werking te zijn, tenzij die ondertekenende regeringen welke hun akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring hebben neergelegd, of overeenkomstig de bepalingen van artikel 45 de kennisgeving aan de depositaris hebben gedaan, in onderlinge overeenstemming besluiten dat de overeenkomst voor een specifieke periode verder voorlopig in werking blijft. Deze ondertekenende regeringen kunnen ook in onderlinge overeenstemming besluiten dat deze overeenkomst tussen hen onderling definitief in werking treedt.

4)    Indien deze overeenkomst op 31 juli 2024 niet overeenkomstig de leden 1 of 2 van dit artikel definitief of voorlopig in werking is getreden, kunnen de regeringen die akten van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding hebben neergelegd in overeenstemming met hun wetten en voorschriften, gezamenlijk besluiten dat de overeenkomst tussen hen onderling in werking treedt.

Artikel 47

Toetreding

1)    Tenzij hierin in deze overeenkomst anders is voorzien, kan de regering van elke lidstaat van de Verenigde Naties of van een van de gespecialiseerde agentschappen ervan of enige andere intergouvernementele organisatie als bedoeld in artikel 4, lid 3, toetreden tot deze overeenkomst overeenkomstig de procedures die door de Raad worden vastgesteld.

2)    De akten van toetreding worden neergelegd bij de depositaris. De toetreding wordt van kracht op het tijdstip waarop de akte wordt neergelegd.

3)    Na neerlegging van een akte van toetreding legt een intergouvernementele organisatie als bedoeld in artikel 4, lid 3, een verklaring neer waarin zij verklaart over de exclusieve bevoegdheid met betrekking tot alle onder deze overeenkomst vallende aangelegenheden te beschikken. De lidstaten van een dergelijke organisatie komen niet in aanmerking om partij bij de overeenkomst te worden.

Artikel 48

Punten van voorbehoud

   Ten aanzien van de bepalingen van deze overeenkomst mogen geen voorbehouden worden gemaakt.

Artikel 49

Vrijwillige uittreding

   Een overeenkomstsluitende partij kan te allen tijde uit deze overeenkomst treden door hiervan schriftelijk kennisgeving te doen aan de depositaris. Deze uittreding wordt negentig dagen na ontvangst van bedoelde kennisgeving van kracht.

Artikel 50

Uitsluiting

   Indien de Raad vaststelt dat een lid zijn uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen niet nakomt, en tevens tot de conclusie komt dat zulks de werking van de overeenkomst ernstig schaadt, kan hij het betrokken lid uitsluiten van de Organisatie. De Raad brengt onmiddellijk de depositaris op de hoogte van die beslissing. Negentig dagen na de datum van de beslissing van de Raad houdt het lid op lid van de Organisatie en partij bij deze overeenkomst te zijn.

Artikel 51

Vereffening met uittredende of uitgesloten leden

1)    De Raad stelt de vereffening van de rekeningen met een uittredend of uitgesloten lid vast. De Organisatie behoudt alle reeds door een uitgetreden of uitgesloten lid betaalde bedragen, en een dergelijk lid blijft verplicht alle bedragen te betalen die het aan de Organisatie verschuldigd is op het ogenblik waarop de uittreding of de uitsluiting van kracht wordt, met dien verstande echter dat, indien een overeenkomstsluitende partij een wijziging niet kan aanvaarden en daarom zijn deelneming in het kader van deze overeenkomst overeenkomstig artikel 53, lid 2, stopzet, de Raad voor het vereffenen van de rekeningen een billijke regeling kan vaststellen.

2)    Een lid dat zijn deelneming aan de overeenkomst stopzet, heeft geen recht op een deel van de opbrengst van een liquidatie of op andere activa van de organisatie; het is ook niet aansprakelijk voor betaling van een deel van het eventuele tekort van de Organisatie bij de beëindiging van deze overeenkomst.

Artikel 52

Looptijd en beëindiging

1)    Deze overeenkomst blijft van kracht totdat zij door de Raad wordt beëindigd overeenkomstig lid 3 van dit artikel.

2)    De Raad evalueert deze overeenkomst na de datum van inwerkingtreding om de vijf jaar, indien nodig of telkens wanneer dat nodig is, met name om rekening te houden met nieuwe uitdagingen en kansen en daarop te reageren, en neemt daartoe passende besluiten.

3)    De Raad kan te allen tijde besluiten de overeenkomst te beëindigen. Deze beëindiging wordt van kracht op de datum die de Raad vaststelt.

4)    Indien de overeenkomst is beëindigd, blijft de Raad zolang als nodig is bestaan teneinde de noodzakelijke besluiten te nemen gedurende de tijd die vereist is voor de liquidatie van de Organisatie en de vereffening van haar rekeningen, alsmede voor de overdracht van haar activa.

5)    De Raad doet besluiten inzake de beëindiging van deze overeenkomst en kennisgevingen die door de Raad overeenkomstig dit artikel zijn ontvangen, toekomen aan de depositaris.

Artikel 53

Wijziging

1)    De Raad kan wijzigingen aan de overeenkomst voorstellen en dit voorstel ter kennis brengen van de overeenkomstsluitende partijen. De wijziging wordt voor alle leden van de Organisatie van kracht honderd dagen nadat de depositaris bericht van aanvaarding heeft ontvangen van overeenkomstsluitende partijen die ten minste twee derde vertegenwoordigen van de stemmen van de exporterende landen en van overeenkomstsluitende partijen die ten minste twee derde van de stemmen van de importerende landen bezitten. Het hier genoemde percentage van twee derde wordt berekend op basis van het aantal overeenkomstsluitende partijen bij de overeenkomst op het ogenblik dat het voorstel voor een wijziging aan de betrokken overeenkomstsluitende partijen ter aanvaarding werd voorgelegd. De Raad stelt een termijn vast waarbinnen de overeenkomstsluitende partijen de depositaris van hun aanvaarding van de wijziging in kennis moeten stellen, hetgeen dan door de Raad ter kennis wordt gebracht van alle overeenkomstsluitende partijen en de depositaris. Indien bij het verstrijken van de vastgestelde termijn niet aan de procentuele voorwaarden voor het in werking treden van de wijziging is voldaan, wordt de wijziging als ingetrokken beschouwd.

2)    Tenzij de Raad anders besluit, houdt elke overeenkomstsluitende partij die niet overeenkomstig lid 1 van dit artikel binnen de door de Raad vastgestelde termijn aan de depositaris kennis heeft gegeven van aanvaarding van een wijziging, op overeenkomstsluitende partij bij deze overeenkomst te zijn vanaf de datum waarop deze wijziging in werking treedt.

3)    De Raad stelt de depositaris in kennis van de wijzigingen die overeenkomstig dit artikel aan de overeenkomstsluitende partijen zijn toegezonden.

Artikel 54

Aanvullende bepalingen en overgangsbepalingen

   Alle krachtens de Internationale Koffieovereenkomst van 2007 door of namens de Organisatie of een van haar organen getroffen regelingen, blijven van kracht tot op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

Artikel 55

Authentieke teksten van de overeenkomst

   De teksten van deze overeenkomst in de Engelse, de Franse, de Portugese en de Spaanse taal zijn gelijkelijk authentiek. De originelen worden neergelegd bij de depositaris.

   TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe gemachtigd door hun regering, deze overeenkomst hebben ondertekend op de naast hun handtekening vermelde datum.



BIJLAGE I

CONVERSIECOËFFICIËNTEN VOOR GEBRANDE, CAFEÏNEVRIJE,

VLOEIBARE EN OPLOSBARE KOFFIE VOLGENS

DE INTERNATIONALE KOFFIEOVEREENKOMST VAN 2007

Gebrande koffie

Voor de berekening van het equivalent van gebrande koffie ten opzichte van ongebrande koffie wordt het nettogewicht van de gebrande koffie vermenigvuldigd met 1,19.

Cafeïnevrije koffie

Voor de berekening van het equivalent van ongebrande cafeïnevrije koffie ten opzichte van ongebrande koffie wordt het nettogewicht van de ongebrande cafeïnevrije koffie vermenigvuldigd met 1,05. Voor de berekening van het equivalent van gebrande cafeïnevrije koffie en oplosbare cafeïnevrije koffie ten opzichte van ongebrande koffie wordt het nettogewicht daarvan vermenigvuldigd met respectievelijk 1,25 of 2,73.

Vloeibare koffie

Voor de berekening van het equivalent van vloeibare koffie ten opzichte van ongebrande koffie wordt het nettogewicht van de gedroogde vaste koffiebestanddelen in de vloeibare koffie vermenigvuldigd met 2,6.

Oplosbare koffie

Voor de berekening van het equivalent van oplosbare koffie ten opzichte van ongebrande koffie wordt het nettogewicht van oplosbare koffie vermenigvuldigd met 2,6.

Voorgemengde koffie

Nader vast te stellen, zoals voorzien bij Resolutie 476, goedgekeurd door de Internationale Koffieraad op 9 juni 2022.

ICC    Resolutie 477

9 juni 2022

Origineel: Engels

E

Internationale Koffieraad

133e zitting (buitengewoon)

Virtuele zitting

8 en 9 juni 2022

Londen, Verenigd Koninkrijk

Resolutie nr. 477

Goedgekeurd tijdens de tweede plenaire vergadering, 9 juni 2022

Depositaris van de

Internationale Koffieovereenkomst 2022

OVERWEGENDE HETGEEN VOLGT:

In artikel 2, lid 10, van de Internationale Koffieovereenkomst van 2022 is bepaald dat de Raad vóór 6 oktober 2022 bij consensus de depositaris aanwijst en dat dit besluit een integrerend deel uitmaakt van de Overeenkomst van 2022.

DE INTERNATIONALE KOFFIERAAD

BESLUIT:

1.De Internationale Koffieorganisatie aan te wijzen als depositaris van de Internationale Koffieovereenkomst van 2022.

2.De uitvoerend directeur als voornaamste administratieve functionaris van de Internationale Koffieorganisatie te verzoeken de nodige maatregelen te treffen om ervoor te zorgen dat de organisatie de functies van depositaris voor de overeenkomst van 2022 kan vervullen op een wijze die strookt met het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 1969, waaronder:

a)    het onder zijn berusting houden van de originele tekst van de overeenkomst en de volmachten die aan de depositaris zijn overgelegd;

b)    voor gelijkluidend gewaarmerkte afschriften doen vervaardigen van de originele tekst en deze verspreiden;

c)    alle ondertekeningen van de overeenkomst in ontvangst nemen en alle akten, kennisgevingen en mededelingen met betrekking tot de overeenkomst in ontvangst nemen en bewaren;

d)    onderzoeken of een ondertekening, een akte, een kennisgeving of een mededeling betrekking hebbend op de overeenkomst in goede en behoorlijke vorm is;

e)    het verspreiden van handelingen, kennisgevingen en mededelingen die betrekking hebben op de overeenkomst;

f)    de overeenkomstsluitende partijen inlichten over de datum waarop het voor de inwerkingtreding of voorlopige inwerkingtreding van de overeenkomst vereiste aantal akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring is neergelegd, zoals bepaald in artikel 46 van de overeenkomst;

g)    de registratie van de overeenkomst bij de secretaris-generaal van de Verenigde Naties;

h)    in geval van vragen over de vervulling van de functies van de depositaris, de kwestie onder de aandacht brengen van de ondertekenende en de overeenkomstsluitende partijen of, indien nodig, van de Internationale Koffieraad.

Hierbij verklaar ik dat het voorgaande een eensluidend afschrift is van de Internationale Koffieovereenkomst van 2022, die op 9 juni 2022 bij Resolutie 476 van de Internationale Koffieraad is aangenomen tijdens zijn 133e zitting, waarvan het origineel is neergelegd bij de Internationale Koffieorganisatie.

Vanúsia NOGUEIRA

Uitvoerend directeur

Internationale Koffieorganisatie

Londen, Verenigd Koninkrijk, 29 juli 2022