EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 30.7.2025
COM(2025) 435 final
2025/0246(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende de Europese visserij- en aquacultuurstatistieken en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1921/2006, (EG) nr. 762/2008, (EG) nr. 216/2009, (EG) nr. 217/2009 en (EG) nr. 218/2009
(Voor de EER relevante tekst)
{SEC(2025) 224 final} - {SWD(2025) 232 final} - {SWD(2025) 233 final}
TOELICHTING
1.
ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•
Motivering en doel van het voorstel
Sinds de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap in de jaren 1950 heeft Eurostat Europese visserijstatistieken verstrekt over visvangsten, aangelande vangsten, de vissersvloot van de Unie en aquacultuur, welke nodig zijn voor de activiteiten van de EU. Deze statistieken worden momenteel geregeld door vijf rechtshandelingen die dateren uit de jaren 1990 en die in de jaren 2000 zijn herschikt. In die verordeningen zijn onder meer de statistische variabelen, de bestreken visserijgebieden, de referentieperioden, de indieningstermijnen en de statistische kwaliteitscriteria vastgesteld.
Relevante, betrouwbare, volledige en tijdige officiële Europese statistieken zijn nodig om het visserijbeleid van de Europese Unie op te zetten, uit te voeren, te monitoren en te evalueren. Die statistieken zijn met name nodig voor: i) het beleid inzake de instandhouding van biologische rijkdommen van de zee, ii) het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB), met inbegrip van aquacultuur, en iii) EU-beleid en -wetgeving op het gebied van bijvoorbeeld milieu, aanpassing aan en beperking van klimaatverandering, regio’s, volksgezondheid, voedselveiligheid en de Agenda 2030 van de Verenigde Naties voor duurzame ontwikkeling. De statistieken worden ook gebruikt voor het monitoren van de impact van de visserij op kwetsbare soorten en habitats en de impact van de aquacultuur op de waterkwaliteit.
De Europese visserijstatistieken dienen als basis voor andere gegevensverzamelingen, zoals het gegevensverzamelingskader (Data Collection Framework – DCF) voor de visserijsector, en zijn relevant voor duurzame voedselproductie, met name in de context van de Europese Green Deal.
De afgelopen jaren hebben de hervormingen van het GVB en nieuwe EU-initiatieven nieuwe behoeften aan gegevens gegenereerd. Daarnaast is het aantal administratieve en andere gegevensbronnen voor het opstellen van visserijstatistieken toegenomen. Ook zijn er overlappingen tussen de gegevensstromen over visserij van EU-lidstaten naar de verschillende afdelingen van de Europese Commissie en die naar verschillende internationale organisaties. Gelet op deze uitdagingen is een nieuwe rechtshandeling nodig.
Het voorstel van de Commissie voor een verordening betreffende de Europese visserij- en aquacultuurstatistieken (EVAS-verordening) heeft tot doel om de relevantie van deze statistieken te vergroten door beter tegemoet te komen aan de behoeften van de gebruikers. De EVAS-verordening: i) breidt de statistische dekking uit, bijvoorbeeld tot biologische aquacultuur en aquacultuurinrichtingen in de EU, ii) vermindert de hoeveelheid vertrouwelijke gegevens, en iii) verhelpt problemen met de kwaliteit van de gerapporteerde gegevens. Voorts vervangt de EVAS-verordening, in overeenstemming met de EU-prioriteit inzake vereenvoudiging, vijf bestaande verordeningen door één enkele nieuwe en vermindert zij de administratieve lasten voor de lidstaten.
Een belangrijk innovatief aspect van de EVAS-verordening is het gebruik van bestaande databanken, die bij EU-recht zijn opgezet en ter beschikking staan van de Commissie, voor het produceren van officiële Europese statistieken over vangsten en de vissersvloot van de Unie, waardoor de administratieve lasten voor de lidstaten worden verminderd. Deze aanpak maakt het ook mogelijk om nieuwe statistieken op te stellen over teruggooi, recreatievisserij en de impact van vangsten op kwetsbare soorten, zonder de respondenten een extra last op te leggen.
Daarnaast is de EVAS-verordening ontworpen om te voldoen aan de gegevensvereisten van belangrijke internationale organisaties, zoals de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties (FAO), de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) en regionale organisaties voor visserijbeheer. Het voorstel stelt Eurostat in staat om de gegevens namens de lidstaten toe te zenden aan deze organisaties, waardoor dubbel werk wordt teruggedrongen en de uit meervoudige rapportageverplichtingen voortvloeiende administratieve lasten worden verlicht.
Het initiatief maakt deel uit van het Refit-programma en heeft tot doel om de resultaten van de onderliggende wetgeving te verbeteren en tegelijkertijd de lasten en kosten ervan te verminderen. De totale kosten van het produceren van de Europese visserijstatistieken worden geraamd op ongeveer 5,6 miljoen EUR per jaar voor de 27 EU-lidstaten en de Europese Commissie, waarvan circa 5 % voor rekening van de Europese Commissie komt. Het wetgevingsvoorstel zal de kosten van het verzamelen van gegevens over vangsten doen dalen met naar schatting 1,2 miljoen EUR per jaar.
•
Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Als bureau voor de statistiek van de Europese Unie is Eurostat de producent van officiële Europese visserij- en aquacultuurstatistieken over vangsten, aangelande vangsten, de vissersvloot en de aquacultuurproductie.
De EVAS-verordening is verbonden met andere rechtshandelingen, zoals de GVB-verordening, de controleverordening, die recentelijk is gewijzigd, het DCF, het vlootregister van de EU en de verordening biologische productie. De in het voorstel gebruikte begrippen en definities zijn consistent met die van voornoemde rechtshandelingen, waardoor wordt gezorgd voor een samenhangend en alomvattend rechtskader voor visserij- en aquacultuurstatistieken en het EU-beleid op dit gebied. Om de consistentie en precisie te behouden, is het van cruciaal belang dat dit nieuwe wetgevingsvoorstel nauw aansluit bij de definities en methoden die zijn vastgesteld in de controleverordening.
Het GVB reguleert de visserijsector in de EU door een kader te creëren dat: i) richting geeft aan de sector, ii) de regels voor het beheer van de vissersvloot van de Unie vaststelt; en iii) beoogt de economische, ecologische en sociale duurzaamheid van de Europese visserij op lange termijn te waarborgen. Om deze taken te vervullen, zijn de visserijautoriteiten van de EU-lidstaten verplicht om gegevens met betrekking tot visserijcontrole te verzamelen die de hele productie- en distributieketen bestrijken (bv. gegevens over vangsten, aangelande vangsten, vervoer en eerste verkoop, visserij-inspanningen, kenmerken van vaartuigen, visvergunningen enz.). De belangrijkste gegevensbronnen zijn logboeken, aanlandingsaangiften, transportdocumenten, verkoopdocumenten, inspectierapporten en gegevens van het scheepsmonitoringsysteem. De gegevens over de vangsten en de vissersvloot van de Unie worden ingediend bij het directoraat-generaal Maritieme Zaken en Visserij (DG MARE). Aanvullende gegevens, bijvoorbeeld voor wetenschappelijke en milieumonitoring en ter ondersteuning van het GVB, vallen onder het DCF en worden ingediend bij het Gemeenschappelijk Centrum voor Onderzoek (JRC) van de Europese Commissie. Al deze gegevens, die in het kader van de EU-wetgeving worden verzameld en ter beschikking van de Commissie worden gesteld, kunnen worden hergebruikt voor het opstellen van officiële Europese statistieken, waarbij het beginsel “één keer verzamelen, meerdere keren gebruiken” wordt toegepast.
Eurostat verstrekt ook Europese visserijstatistieken aan de Waarnemingspost voor de Europese markt voor visserij- en aquacultuurproducten (Eumofa), een dienst die door DG MARE in het leven is geroepen om wekelijkse, maandelijkse en jaarlijkse marktinformatie te verstrekken aan de visserijsector met als doel om de productieplanning te verbeteren en de productie te verhogen. Bovendien verstrekt Eurostat Europese visserijstatistieken aan het Europees marien observatie- en datanetwerk (EMODnet), een langetermijninitiatief voor mariene gegevens dat wordt gefinancierd door het Europees Fonds voor maritieme zaken en visserij (EFMZV). EMODnet maakt gebruik van gegevens over vangsten, aangelande vangsten en aquacultuur en presenteert deze op coherente en vergelijkbare wijze op zijn online-visualisatieportaal.
•
Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
Visserijstatistieken ondersteunen het handelsbeleid, de economische analyse en het milieubeleid van de EU. De Europese visserijstatistieken zijn een relevante gegevensbron voor de behoeften van: i) professionele gebruikers, zoals onderzoeksinstellingen, nationale, regionale en internationale visserijorganisaties, en ii) herdistributeurs van gegevens, die Europese visserijstatistieken gebruiken als referentie of validatiebron voor hun eigen statistieken en voor doeleinden zoals marktmonitoring en -analyse in de context van Eumofa.
Om het concurrentievermogen te vergroten en economische, sociale en milieudoelstellingen beter te verwezenlijken, streeft de Europese Commissie ernaar om regeldruk te verminderen en EU-wetgeving te vereenvoudigen. Statistieken spelen een cruciale rol in de beleidsvorming en -monitoring, en sluiten aan bij de overkoepelende doelstelling van de Commissie om lasten te verminderen. Statistieken van hoge kwaliteit vormen input voor beleidsbeslissingen doordat ze de Europese Commissie helpen bij het identificeren van gebieden waar lastenvermindering de meeste impact kan hebben. Ook kunnen op basis van de statistieken mogelijkheden om processen te stroomlijnen worden geïdentificeerd, ondersteunen ze vereenvoudigingsinspanningen en helpen ze om de economische en sociale effecten van regelgeving te schatten. Bovendien helpen statistieken bij het beoordelen van de doeltreffendheid van regelgeving, waardoor de Commissie onnodige of buitensporig belastende regelgeving kan verfijnen of intrekken, in overeenstemming met de doelstellingen van dit initiatief.
2.
RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•
Rechtsgrondslag
Artikel 338 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (het Verdrag) verleent de EU de bevoegdheid om maatregelen voor het produceren van statistieken vast te stellen wanneer zulks voor de vervulling van de taken van de Unie nodig is.
Officiële Europese statistieken zijn van essentieel belang voor een nauwkeurige en onafhankelijke monitoring van het GVB, een beleidsterrein waarop de EU exclusief bevoegd is voor de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee (artikel 3, punt d), van het Verdrag) en bevoegd is om maatregelen voor de vaststelling en verdeling van de vangstmogelijkheden (artikel 43, lid 3, van het Verdrag) te nemen. Deze statistieken zijn van cruciaal belang voor een eerlijk, efficiënt en doeltreffend beheer en een eerlijke, efficiënte en doeltreffende toewijzing van visbestanden, en ondersteunen een geïnformeerde besluitvorming in de lidstaten.
•
Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Visserij is een natuurlijke, hernieuwbare en verplaatsbare voedselbron. In de EU valt de visserij onder een gemeenschappelijk beleid, het GVB, met gemeenschappelijke regels die op EU-niveau zijn vastgesteld en in alle lidstaten worden toegepast. De belangrijkste doelstellingen van het GVB zijn om de duurzaamheid van de visserij en de aquacultuur op lange termijn te waarborgen vanuit ecologisch, economisch en sociaal oogpunt en tegelijkertijd te zorgen voor een stabiele bron van gezond en voedzaam voedsel voor de Europeanen.
Een gemeenschappelijk visserijbeleid moet inherent zijn gebaseerd op vergelijkbare en tijdige officiële Europese statistieken van hoge kwaliteit, wat alleen kan worden gewaarborgd door maatregelen op EU-niveau. Dit kan niet worden bereikt door afzonderlijk optreden van de lidstaten, maar alleen door middel van een gemeenschappelijke en gecoördineerde aanpak. De Europese wetgeving inzake visserij- en aquacultuurstatistieken voorziet in een EU-breed kader voor het verzamelen van gegevens en het verstrekken van visserij- en aquacultuurstatistieken op basis van begrippen en definities die zijn geharmoniseerd tussen alle lidstaten. De Europese wetgeving legt gemeenschappelijke normen en methoden op die niet alleen de vergelijkbare resultaten opleveren die nodig zijn voor de beheers- en analysedoeleinden van het GVB en ander EU-beleid, maar ook de efficiëntie, de tijdigheid en de betrouwbaarheid van de statistieken verbeteren.
Bovendien waarborgt het bestaan van een EU-rechtskader de toepassing van kwaliteitscontrolemechanismen en de beschikbaarheid van metadata. Om deze redenen hebben nationale aanbieders van Europese visserijstatistieken en institutionele belanghebbenden het belang van een EU-brede rechtsgrondslag benadrukt.
In deel 8 van de effectbeoordeling bij dit voorstel wordt ingegaan op de evenredigheid. Het gekozen instrument – een nieuw, gestroomlijnd rechtskader voor de Europese visserijstatistieken – is een evenredige respons om de doelstellingen te bereiken en de hierboven uiteengezette problemen op te lossen. Het instrument is noodzakelijk omdat het op een betere en flexibelere manier tegemoetkomt aan de behoeften van de gebruikers dan een minder omvattende organisatorische en wettelijke hervorming van de Europese visserijstatistieken zou doen. Bovendien zal het nieuwe gestroomlijnde rechtskader voor de Europese visserijstatistieken niet verder gaan dan wat nodig is om de gegevensverzamelingen over vangsten, aangelande vangsten, de vissersvloot van de Unie en aquacultuur te moderniseren.
•
Keuze van het instrument
Het gekozen instrument is een nieuwe verordening die een gestroomlijnd rechtskader voor de Europese visserij- en aquacultuurstatistieken opzet. Deze optie verdient de voorkeur boven een richtlijn of niet-bindende instrumenten, omdat officiële Europese statistieken van hoge kwaliteit die vergelijkbaar zijn tussen de lidstaten, inherent vereisen dat bijvoorbeeld technische aspecten en kwaliteitsbepalingen op elkaar worden afgestemd. Een verordening in combinatie met uitvoerings- en gedelegeerde bepalingen die rechtstreeks van toepassing zijn in de lidstaten, is van essentieel belang om ervoor te zorgen dat aan deze vereisten wordt voldaan. Deze aanpak waarborgt de vergelijkbaarheid tussen de lidstaten en biedt de lidstaten tegelijkertijd de flexibiliteit om zelf hun gegevensbronnen te kiezen zolang die bronnen voldoen aan de in de voorgestelde verordening uiteengezette kwaliteitscriteria.
3.
EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•
Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
Het huidige systeem van Europese visserijstatistieken is in 2019 geëvalueerd. De belangrijkste conclusie van die evaluatie was dat de Europese visserijstatistieken een belangrijke onafhankelijke en hoogwaardige bron van informatie zijn die beantwoordt aan verschillende soorten gebruikersbehoeften in verband met visserijbeheer, marktmonitoring en onderzoek. De interne consistentie van de Europese visserijstatistieken is goed en de productiekosten ervan zijn laag, aangezien de statistieken over vangsten, aangelande vangsten en aquacultuur in de meeste lidstaten worden opgesteld op basis van voor beleidsdoeleinden verzamelde administratieve gegevens. De Europese visserijstatistieken zijn doeltreffend in zoverre dat zij intensief worden gebruikt voor marktmonitoringdoeleinden en een nuttig instrument zijn voor internationale organisaties zoals de FAO.
Tegelijkertijd werd in de evaluatie erkend dat de vraag naar informatie is veranderd, met name als gevolg van de hervorming van het GVB in 2013. Daarnaast kwam uit de evaluatie naar voren dat in de aquacultuursector bepaalde gegevens wel worden verzameld, maar om redenen van vertrouwelijkheid niet worden verspreid omdat de sector een beperkt aantal zeer gespecialiseerde bedrijven telt. Bovendien bevestigde de evaluatie dat EU- en wereldwijde systemen inzake visserijgegevens inefficiënties vertoonden doordat elk land overlappende, maar enigszins verschillende gegevensreeksen moest rapporteren aan verschillende organisaties.
Bij een analyse van de vraag of de Europese visserijstatistieken consistent zijn met de gegevens van de controleverordening zijn enkele hardnekkige discrepanties aan het licht gekomen. Hoewel deze over het algemeen klein blijven, zijn ze van betekenis in mediterrane landen waar de vissersvloot uit een groot aantal kleine vaartuigen bestaat.
Concluderend kwam uit de evaluatie naar voren dat het GVB visserijstatistieken van goede kwaliteit vereist die onafhankelijk zijn, geschikt zijn voor het beoogde doel, tegemoetkomen aan een breed scala van gebruikersbehoeften en goed passen in het algemene internationale ecosysteem van visserijgegevens.
•
Raadplegingen van belanghebbenden
De belangrijkste categorieën belanghebbenden bij de Europese visserijstatistieken zijn:
·gegevensverstrekkers, d.w.z. vissers, aquacultuurproducenten enz., die visserijgegevens verstrekken in de vorm van administratieve gegevens (bv. uit logboeken en aanlandingsaangiften) of in het kader van enquêtes en tellingen;
·gegevensproducenten, d.w.z. nationale bureaus voor de statistiek en andere nationale diensten die visserijgegevens verzamelen en verwerken, officiële statistieken opstellen en deze doorgeven aan Eurostat en andere organisaties;
·gegevensgebruikers:
·institutionele gebruikers: gebruikers die rechtstreeks betrokken zijn bij de beleidsvorming van de EU op EU-, internationaal en nationaal niveau, evenals nationale onderzoeksinstellingen die verbonden zijn met het DCF;
·herdistributeurs van officiële Europese visserij- en aquacultuurstatistieken, die informatie en kennisproducten op basis van Europese visserijstatistieken openbaar delen. EMODnet en Eumofa worden geïdentificeerd als herdistributeurs. Op internationaal niveau zijn de FAO, de OESO en de Wereldhandelsorganisatie (WTO) institutionele gebruikers en tegelijkertijd herdistributeurs;
·andere professionele gebruikers die direct of indirect bijdragen aan het beleidsvormingsproces op EU-niveau en waarde toevoegen aan de Europese visserijstatistieken, bijvoorbeeld door middel van wetenschappelijke of sociaal-economische analyses. Daarbij gaat het onder meer om beroepsorganisaties in de visserij, adviesraden, ngo’s met mariene programma’s, zeeverdragen, gespecialiseerde visserijmedia, universiteiten, onderzoeksinstellingen, nationale visserijorganisaties, aquacultuurorganisaties in de particuliere sector en individuele particuliere ondernemingen;
·het algemene publiek en de media hebben relatief weinig belangstelling voor visserijstatistieken en hebben een zeer beperkte invloed.
De raadplegingsstrategie in verband met de Europese visserijstatistieken was dan ook gericht op het bereiken van deze groepen belanghebbenden, en in de periode 2018-2020 is een groot aantal raadplegingsactiviteiten uitgevoerd. Deze activiteiten bestonden onder meer uit:
·een workshop met de lidstaten over de sterke en zwakke punten, kansen en bedreigingen van de Europese visserijstatistieken vanuit het oogpunt van de nationale bureaus voor de statistiek;
·16 diepte-interviews met belangrijke belanghebbenden, zoals beleidsmakers en partijen die bijdragen aan het GVB leveren, over het gebruik van, de behoeften aan en de verwachtingen over de Europese visserijstatistieken. De belangrijkste belanghebbenden waren herdistributeurs (d.w.z. organisaties die Europese visserijstatistieken herverspreiden via hun eigen databanken en informatie uit andere landen of gebieden toevoegen) en reguliere professionele gebruikers (organisaties die de Europese visserijstatistieken nodig hebben voor het uitvoeren van hun voornaamste beroepsactiviteiten);
·zes nationale casestudy’s en één horizontale casestudy over aquacultuur om te voorzien in overzichten en gedetailleerde analyses van verschillende benaderingen voor gegevensverzameling en samenwerking. Het doel van de casestudy’s was om een overzicht van de nationale structuren voor het verzamelen van Europese visserijstatistieken te produceren en die structuren meer gedetailleerd te analyseren. Ook dienden de casestudy’s om te begrijpen hoe verschillende samenwerkingsverbanden op het gebied van visserijgerelateerde gegevens zijn georganiseerd in de lidstaten en hoe organisaties samenwerken. Daarnaast waren de casestudy’s bedoeld om te analyseren hoe nationale gegevensgebruikers Europese visserijstatistieken gebruiken en te beoordelen of de Europese visserijstatistieken vanuit nationaal perspectief voldoen aan hun behoeften. De nationale casestudy’s werden uitgevoerd in Denemarken, Ierland, Griekenland, Frankrijk, Italië en Polen. De ondersteunende horizontale casestudy over aquacultuur, waarin de focus op de kwestie van de vertrouwelijkheid van gegevens lag, bestreek bovengenoemde landen plus Duitsland;
·een online-enquête in de vorm van een gerichte, op deskundigen gerichte raadpleging met algemene en specifieke vragen over de Europese visserijstatistieken: en met name over het nut, het gebruiksgemak, de kosten van het verzamelen, de statistische kwaliteit, de efficiëntie, de doeltreffendheid en de consistentie ervan. Van de 353 benaderde organisaties en personen hebben er 135 gereageerd. Uit 33 van de 36 benaderde landen (waaronder lidstaten, EER-landen, kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten) werden reacties ontvangen.
·een openbare raadpleging om informatie van professionele gebruikers, particulieren en andere belanghebbenden over hun ervaringen met Europese visserijstatistieken te verzamelen. 24 respondenten hebben de vragenlijst beantwoord.
Aangezien de effectbeoordeling van de Europese visserijstatistieken onmiddellijk na de evaluatie werd uitgevoerd, is daarin veel van het voor de evaluatie verzamelde bewijsmateriaal hergebruikt. Daarnaast werden in 2019-2020 specifieke raadplegingen van het algemene publiek, deskundigen (gegevensgebruikers) en gegevensproducenten georganiseerd.
·De raadpleging van het grote publiek: i) had tot doel om erachter te komen of de Europese visserijstatistieken voldoen aan de behoeften van de respondenten, en ii) bood respondenten de mogelijkheid om commentaar te leveren op de doelstellingen en mogelijke opties van de effectbeoordeling en deze te rangschikken, en om feedback te geven over mogelijke effecten van de opties. Er werden 15 reacties ontvangen, waaruit een nieuw gestroomlijnd rechtskader naar voren kwam als de voorkeursoptie.
·De raadpleging van deskundigen was gericht op gegevensbehoeften en leverde 35 reacties op. De respondenten gaven gedetailleerde antwoorden over: i) hun behoeften aan gegevens over vangsten, aangelande vangsten en aquacultuur, ii) hun voorkeuren met betrekking tot de frequentie en tijdigheid van de gegevensverstrekking, en iii) de doeleinden waarvoor zij Europese visserijstatistieken gebruiken (zoals markt- en traceerbaarheidsanalyses).
·De raadpleging van de gegevensproducenten vond plaats tijdens de jaarlijkse vergadering van de groep van directeuren inzake landbouw- en visserijstatistieken (Directors’ Group on Agricultural and Fisheries Statistics – DGAS). Alle lidstaten en EER-landen namen deel aan de raadpleging, evenals enkele kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaat-lidstaten. Het doel was om te brainstormen over de mogelijke effecten van de ontwerpopties, andere opties voor te stellen, de opties te rangschikken en bij te dragen aan de effectbeoordeling.
Na de evaluatie en de effectbeoordeling werd een vervolg aan de raadpleging gegeven met de volgende activiteiten:
·meerdere gestructureerde bijeenkomsten in 2022 en 2023 met institutioneel personeel, sectorale organisaties, vertegenwoordigers van de lidstaten, particuliere producenten, sectorale organisaties en wetenschappers;
·verschillende vergaderingen van de werkgroep visserijstatistieken van Eurostat en één specifieke DGAS-vergadering, die plaatsvonden in 2022 en 2023, waren essentieel voor het selecteren van de meest geschikte optie uit de verschillende technische benaderingen en voor het finetunen van methodologische procedures. Aan deze bijeenkomsten werd onder andere deelgenomen door vertegenwoordigers van het Global Compact van de Verenigde Naties en de European Algae Biomass Association.
•
Bijeenbrengen en gebruik van expertise
De Commissie heeft de verschillende vormen van externe deskundigheid – zoals vermeld in het deel “Raadplegingen van belanghebbenden” – verzameld en gebruikt om de wetgeving inzake de Europese visserijstatistieken vorm te geven en te ontwikkelen. Een cruciale rol was weggelegd voor de nationale bureaus voor de statistiek, die met hun expertise een bijdrage leverden door actief deel te nemen aan reguliere domeinspecifieke werkgroepen, taskforces en de DGAS. Tijdens deze bijeenkomsten hebben uitgebreide discussies en gedachtewisselingen plaatsgevonden.
In 2021 is een effectbeoordeling voor de Europese visserijstatistieken verricht, waarover de Raad voor regelgevingstoetsing op 4 juni 2021 een positief advies heeft uitgebracht. Deze documenten zullen samen met het wetgevingsvoorstel worden gepubliceerd en zijn tot die tijd op aanvraag beschikbaar.
Voor het verwezenlijken van de doelstellingen van de voorgestelde verordening zijn vier opties overwogen;
1.het basisscenario, d.w.z. voortzetting van de Europese visserijstatistieken;
2.stopzetting van de Europese visserijstatistieken;
3.een nieuw, gestroomlijnd rechtskader voor de Europese visserijstatistieken;
4.een nieuwe rechtsgrondslag voor de aquacultuur en het opstellen van beschikbare visserijstatistieken uit administratieve bronnen op EU-niveau, d.w.z. een hybride optie tussen de opties 2 en 3, waarbij zou worden gestopt met het opstellen van de aanlandingsstatistieken.
In het licht van de effectbeoordeling, de resultaten van de raadplegingsactiviteiten en de discussies met belanghebbenden ging de voorkeur uit naar optie 3: een nieuw gestroomlijnd rechtskader voor de Europese visserijstatistieken. De voorkeursoptie werd gesteund door de belangrijkste gegevensgebruikers: de diensten van de Europese Commissie, de OESO, de FAO, de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee, verschillende regionale organisaties voor visserijbeheer, een grote meerderheid van de nationale statistische diensten die verantwoordelijk zijn voor de visserijstatistieken in het Europees statistisch systeem (ESS), en een meerderheid van de respondenten op de raadplegingen.
Deze optie beantwoordt het best aan de doelstellingen van het Refit-programma, door de vijf rechtshandelingen die momenteel van toepassing zijn op de Europese visserijstatistieken te vereenvoudigen en te stroomlijnen tot één samenhangend rechtskader. Met de voorkeursoptie kunnen de statistische vereisten op flexibele wijze worden afgestemd op de veranderende behoeften van de gebruikers ten aanzien van het ontwerp, de uitvoering, de monitoring en de evaluatie van het GVB en daarmee samenhangend EU-beleid. In deze optie worden de huidige, deels ongecoördineerde en elkaar overlappende werkzaamheden vervangen door een samenhangende, Commissie-brede strategie en een vernieuwde architectuur voor de Europese visserij- en aquacultuurstatistieken. Dit is belangrijk voor een doelmatige uitvoering van beleid en een efficiënt gebruik van middelen.
Bovendien zal de optie op verschillende manieren leiden tot een vermindering van kosten en lasten. In de eerste plaats zal het dubbel verzamelen van gegevens voor vangststatistieken afnemen, aangezien de gegevens rechtstreeks uit administratieve bronnen op EU-niveau kunnen worden betrokken. Dit zal de administratieve kosten en de kosten voor het verzamelen van gegevens verminderen en zal ook tijd besparen voor de respondenten, d.w.z. vissers. In de tweede plaats is de EVAS-verordening afgestemd op de wensen van de FAO, de OESO en de regionale organisaties voor visserijbeheer. Dit zal de lidstaten de mogelijkheid bieden om Eurostat toe te staan om namens hen en met hun instemming gegevens door te geven aan die organisaties en zal aldus de lasten van meervoudige rapportageverplichtingen verminderen. In de derde plaats zullen er meer gegevens beschikbaar komen voor gegevensgebruikers wanneer de gegevensstructuur voor aquacultuur is vereenvoudigd en minder gegevens vertrouwelijk zullen zijn. In de vierde plaats zal de vereenvoudiging van de mechanismen voor het rapporteren van gegevens de lasten voor gegevensverstrekkers en -producenten verlichten.
De voorkeursoptie zal de Europese visserijstatistieken naar verwachting relevanter maken, aangezien het nieuwe rechtskader zou worden geactualiseerd om rekening te houden met nieuwe gebruikersbehoeften zoals:
·totale vangsten, met inbegrip van teruggooi en recreatievisserij, met informatie over kwetsbare soorten;
·aangelande vangsten van de vissersvloot van de Unie wereldwijd en die van vaartuigen van derde landen in EU-havens;
·de biologische en de regionale dimensie van aquacultuur.
Er is een groeiende behoefte aan meer gedetailleerde en tijdige Europese statistieken ter ondersteuning van de uitvoering van verschillende initiatieven van de Commissie, waaronder de actieplannen voor biologische productie, duurzame aquacultuur, een duurzame blauwe economie, de ontwikkeling van de algensector, de energietransitie in de visserij en de aquacultuur en de bescherming van mariene ecosystemen.
De Europese visserijstatistieken zouden doeltreffender worden, aangezien zij nog steeds de bestaande baten zouden bieden (zoals één centraal contactpunt voor vergelijkbare visserij- en aquacultuurstatistieken van hoge kwaliteit met lange tijdreeksen die voor iedereen toegankelijk zijn), maar nu ook een eenvoudiger en meer gestroomlijnd rechtskader dat beter kan inspelen en worden afgestemd op nieuwe gebruikersbehoeften. Het terugdringen van dubbele rapportage door het onderling afstemmen van definities en het reorganiseren van gegevensstromen, zal ook de discrepanties tussen de verschillende gegevensbronnen verminderen en daarmee de betrouwbaarheid, nauwkeurigheid en internationale vergelijkbaarheid van de Europese visserijstatistieken vergroten.
De belangrijkste directe kosten voor belanghebbenden houden verband met de aanpassing van de statistische en technische systemen in het ESS, welke kosten naar verwachting marginaal zullen zijn. Dankzij een efficiënter gegevensgebruik en vereenvoudigde gegevensstromen zal de nieuwe rechtsgrondslag voor de Europese visserijstatistieken naar verwachting leiden tot kostenbesparingen van ongeveer 1,2 miljoen EUR per jaar op middellange tot lange termijn (op basis van een geraamde totale kosten van de productie van de Europese visserijstatistieken van ongeveer 5,6 miljoen EUR per jaar voor de 27 lidstaten en de Europese Commissie). De nationale statistische diensten zouden van deze kostenbesparingen moeten profiteren, aangezien een deel van de Europese visserijstatistieken rechtstreeks zou worden opgesteld op basis van administratieve gegevens op EU-niveau voor het GVB en meervoudige gegevensstromen zouden worden vereenvoudigd tot één enkele gegevensstroom die zowel behoeften op EU-niveau als op internationaal niveau vervult.
De impact van dit initiatief op kleine of middelgrote bedrijven (kmo’s) en het concurrentievermogen is marginaal, aangezien de visserij- en aquacultuursector voor een groot deel bestaat uit kmo’s die de gegevens al voor administratieve doeleinden moeten doorgeven. Bovendien worden de meeste statistieken geproduceerd op basis van deze bestaande gegevensreeksen. Micro-ondernemingen met minder dan tien werknemers kunnen niet worden uitgesloten van het verzamelen van Europese visserijstatistieken, omdat de bemanning van de meeste EU-vissersschepen uit minder dan tien leden bestaat. De gevolgen voor deze micro-ondernemingen zijn echter marginaal.
Statistische regelgeving heeft een rechtstreeks effect op de middelen die nodig zijn om aan de wettelijke vereisten inzake de Europese visserijstatistieken te voldoen, zoals de tijd en inputs die gegevensverstrekkers, gegevensproducenten en Eurostat moeten uittrekken voor het beheer ervan. Deze effecten zijn relatief beperkt, aangezien de regelgeving vooral van invloed is op een kleine groep gegevensverstrekkers die de administratieve gegevens toch al moeten verstrekken en op een klein aantal organisaties die verantwoordelijk zijn voor het produceren van statistieken, zoals nationale statistische diensten. Aangezien de regelgeving rechtstreeks van toepassing is in de lidstaten, vormen de activiteiten die door de uitvoering ervan worden getriggerd, zoals het verzamelen, verwerken en valideren van statistieken door de landen en Eurostat, effecten die kosten in de vorm van middelen met zich meebrengen. Die kosten zijn echter beperkt, aangezien het ESS reeds visserijstatistieken produceert en er alleen aanpassingen nodig zijn.
De Europese visserijstatistieken hebben verstrekkende indirecte effecten op gebieden als beleidsbeheer en de instandhouding van mariene hulpbronnen, aangezien zij een empirisch onderbouwde beleidsvorming, -uitvoering en -monitoring vergemakkelijken door te voorzien in gegevens van hoge kwaliteit die vergelijkbaar zijn tussen de landen. Deze effecten zijn echter moeilijk te voorspellen en te kwantificeren, omdat niet goed kan worden voorzien hoe beleidsmakers en andere gebruikers de statistieken zullen gebruiken en welk gewicht zij eraan zullen toekennen in hun besluitvormingsprocessen.
•
Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Refit-kostenbesparingen van de voorkeursoptie:
|
Omschrijving
|
Bedrag
|
Opmerkingen
|
|
Vangstgegevens: vermindering van lasten en kosten door een einde te maken aan dubbele rapportage van vangstgegevens.
|
Jaarlijkse besparingen op de directe kosten in verband met vangstgegevens, geraamd op circa 1,2 miljoen EUR ten opzichte van het basisscenario.
|
Het voornemen is om vangststatistieken te produceren op basis van administratieve gegevensbronnen op EU-niveau. De lidstaten zouden niet langer vangststatistieken hoeven te rapporteren.
Directe en indirecte kostenbesparingen voor gegevensproducenten (nationale bureaus voor de statistiek en andere nationale instanties). De kostenbesparingen zijn gebaseerd op de door de lidstaten verstrekte cijfers en hebben voornamelijk betrekking op directe en indirecte personeelskosten en enquêtekosten.
Geraamd wordt dat de verandering op lange termijn kostenneutraal zal zijn voor de Commissie.
|
|
Hergebruik van de Europese visserijstatistieken door internationale organisaties.
|
Vermindering van de lasten op het niveau van de lidstaten en internationale organisaties als gevolg van het schrappen van verschillende indienings- en validatieactiviteiten.
|
Gegevensproducenten (nationale bureaus voor de statistiek en andere nationale instanties) en gegevensgebruikers (internationale organisaties) profiteren van vereenvoudigde gegevensstromen: “één keer verzamelen, meerdere keren gebruiken”.
|
|
Verbeteren van de doeltreffendheid: vermindering van het aantal vertrouwelijke gegevens.
|
Voor gegevensgebruikers zouden meer gegevens toegankelijk zijn tegen dezelfde kosten als voorheen.
|
Door de gegevensstructuur te vereenvoudigen, zouden meer gegevens beschikbaar komen voor gebruikers, tegen dezelfde kosten en lasten voor gegevensverstrekkers en gegevensproducenten.
|
De totale kosten van het produceren van de Europese visserijstatistieken worden geraamd op ongeveer 5,6 miljoen EUR per jaar voor de 27 EU-lidstaten en de Europese Commissie, waarvan circa 5 % voor rekening van de Europese Commissie komt. De geschatte jaarlijkse kostenbesparingen in verband met vangstgegevens bedragen 1,2 miljoen EUR, oftewel 21 % van de totale kosten.
Deze kosten vertegenwoordigen 0,05 % van de jaarlijkse waarde van de visserij- en aquacultuurproductie in de EU, wat een zeer laag percentage is. Deze lage kosten zijn te danken aan het wijdverbreide gebruik van beschikbare administratieve gegevens als bron voor vangst-, aanlandings- en vlootstatistieken.
De lidstaten financieren de productiekosten voor de Europese visserijstatistieken uit hun nationale begroting, daar de nationale bureaus voor de statistiek wettelijke EU-verplichtingen inzake deze statistieken moeten nakomen en hun systemen ook regelmatig moeten aanpassen aan nieuwe of bijgewerkte regelgeving.
5.
OVERIGE ELEMENTEN
•
Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
Aangezien de verordeningen betreffende de Europese visserijstatistieken rechtstreeks van toepassing zijn in de EU-lidstaten, is er geen speciaal ondersteunings- of uitvoeringsplan nodig.
•
Toelichtende stukken (bij richtlijnen)
Er zijn geen toelichtende documenten nodig.
•
Artikelsgewijze toelichting
Dit wetgevingsvoorstel voorziet in een geïntegreerd kader voor geaggregeerde Europese visserij- en aquacultuurstatistieken met betrekking tot: i) de winning van biologische rijkdommen van de zee door visserijactiviteiten en het op de markt brengen daarvan, ii) de structuur van de vangstvaartuigen, en iii) de productie en structuur van aquacultuurinrichtingen. De nadruk ligt op het hergebruik van administratieve gegevens op EU-niveau voor het opstellen van deze statistieken en het verminderen van dubbel werk en overlappingen van gegevensstromen om de lasten en kosten voor nationale gegevensverstrekkers en -producenten te verminderen.
Na de afbakening van het onderwerp en het toepassingsgebied worden in artikel 1 de te verzamelen gegevens ingedeeld in twee hoofddomeinen: visserij en aquacultuur; Binnen deze domeinen worden onderwerpen en gedetailleerde onderwerpen uiteengezet, die nader worden gespecificeerd in de bijlage. In de artikelen 2 en 3 worden relevante termen (definities) en waarnemingseenheden gepresenteerd. Artikel 4 bevat de gegevensvereisten en criteria voor het vrijstellen van de lidstaten van de verplichting om gegevens over bepaalde variabelen in te dienen bij de Commissie (Eurostat). Ook wordt bij artikel 4 de Commissie de bevoegdheid verleend om gedelegeerde handelingen vast te stellen met het oog op het toevoegen, schrappen of wijzigen van onderwerpen en gedetailleerde onderwerpen, en om uitvoeringshandelingen vast te stellen om de vereiste gegevensreeksen en de technische bestanddelen ervan te specificeren. Deze structuur heeft het voordeel van een geharmoniseerde basis met dezelfde gemeenschappelijke aspecten voor alle onderwerpen, terwijl de verschillen tussen de onderwerpen zullen worden uitgewerkt in secundaire wetgeving.
Artikel 5 bepaalt dat de Commissie gedelegeerde handelingen kan vaststellen om gegevens op ad-hocbasis te verzamelen indien dit nodig wordt geacht om te voorzien in aanvullende statistische behoeften. Artikel 6 verduidelijkt de dekking van de statistieken in het kader van de verordening.
Om de administratieve lasten te beperken, verleent artikel 7 de Commissie de bevoegdheid om – tenzij een lidstaat daartegen bezwaar maakt – nationale en Europese statistieken over vangsten en de vloot op te stellen door hergebruik van de relevante gegevens in de databanken of registers die bij EU-recht zijn opgezet en die door de Commissie worden bijgehouden of die op nationaal niveau zijn opgezet en waartoe de Commissie toegang heeft. Artikel 7 voorziet ook in de mogelijkheid om in de toekomst Europese statistieken over aangelande vangsten en aquacultuur op te stellen volgens dezelfde aanpak.
Artikel 8 bepaalt welke gegevensbronnen de lidstaten moeten gebruiken, op voorwaarde dat deze de productie van Europese statistieken die voldoen aan de kwaliteitseisen van artikel 11 van deze verordening mogelijk maken. Artikel 9 voorziet in de mogelijkheid en de voorwaarden voor de Commissie (Eurostat) om, in overleg met de betrokken lidstaat, de onder deze verordening vallende geaggregeerde gegevens door te geven aan internationale organisaties, intergouvernementele organisaties en regionale organisaties voor visserijbeheer.
De artikelen 10 en 11 hebben betrekking op respectievelijk de referentieperioden en de kwaliteitsrapportage, waarvoor de Commissie uitvoeringshandelingen kan vaststellen. Artikel 12 voorziet in een overgangsregeling voor de indiening van gegevens over vangsten van de recreatievisserij en gegevens over vangsten van kwetsbare soorten, zoals vereist door Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad, totdat die gegevens beschikbaar komen.
In artikel 13 wordt gespecificeerd welke activiteiten in aanmerking voor een financiële bijdrage van de EU zouden kunnen komen. De artikelen 14 tot en met 18 regelen mechanismen voor het verlenen van afwijkingen, het uitoefenen van de delegatiebevoegdheid, de comitéprocedure, intrekkingen en de inwerkingtreding.
2025/0246 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende de Europese visserij- en aquacultuurstatistieken en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1921/2006, (EG) nr. 762/2008, (EG) nr. 216/2009, (EG) nr. 217/2009 en (EG) nr. 218/2009
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 338, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Betrouwbare, volledige en tijdige Europese statistieken zijn van essentieel belang voor het ontwerpen, uitvoeren, monitoren en evalueren van Uniebeleid en -wetgeving op het gebied van visserij en aquacultuur, met name binnen het toepassingsgebied van het gemeenschappelijk visserijbeleid (“GVB”). Die statistieken helpen ook om de impact van de visserij en aquacultuur op de ontwikkeling van bedrijven in de sector, de voedselzekerheid, de waterkwaliteit, kwetsbare soorten, habitats, klimaatverandering en de volksgezondheid te beoordelen en de marktwerking en de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Agenda 2030 van de VN te monitoren.
(2)De Europese visserij- en aquacultuurstatistieken moeten zodanig zijn ontworpen dat zij empirisch onderbouwde besluitvorming ondersteunen en de vooruitgang bij het bereiken van de strategische doelstellingen van de Unie, zoals de Europese Green Deal, monitoren.
(3)De Europese visserij- en aquacultuurstatistieken worden momenteel verzameld op basis van vijf rechtshandelingen die niet zorgen voor volledige consistentie tussen de statistische domeinen. Om die consistentie te waarborgen, statistische processen te stroomlijnen en een meer holistische aanpak mogelijk te maken, is een gemeenschappelijk rechtskader nodig.
(4)Er is een toenemende behoefte aan meer gedetailleerde en actuele Europese statistieken, ter ondersteuning van EU-beleid en -wetgeving en van verschillende initiatieven van de Commissie, waaronder de actieplannen voor biologische productie, duurzame aquacultuur,, een duurzame blauwe economie, de ontwikkeling van de algensector, de energietransitie in de visserij en de aquacultuur, en de bescherming van mariene ecosystemen.
(5)Ook in resoluties van het Parlement is het belang van de Europese visserij- en aquacultuurstatistieken onderstreept,.
(6)Als ondertekenaar van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee heeft de Unie zich ertoe verbonden om duurzame visserij te bevorderen en oefent zij haar bevoegdheden op het gebied van de instandhouding van de biologische rijkdommen van de zee en de visserij uit, die zijn vastgesteld in artikel 3, lid 1, punt d), en artikel 4, lid 2, punt d), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
(7)De Coördinerende Werkgroep Visserijstatistiek (CWP) van de FAO stelt internationale normen voor visserijstatistieken vast, met inbegrip van begrippen en indelingen, zoals de visserijgebieden voor statistische doeleinden en de lijst van soorten van het Aquatic Sciences and Fisheries Information System (ASFIS). Waar van toepassing moeten de Europese visserij- en aquacultuurstatistieken aan deze normen voldoen.
(8)Bij Verordening (EG) nr. 223/2009 van het Europees Parlement en de Raad is een gemeenschappelijk kader voor Europese statistieken opgezet, waarin de nadruk ligt op kwaliteitscriteria en dat de administratieve lasten voor respondenten tot een minimum probeert te beperken.
(9)De coherentie, vergelijkbaarheid en interoperabiliteit van gegevens, evenals uniforme rapportageformaten, zijn van essentieel belang voor de efficiëntie van de gegevensverzameling en voor de kwaliteit van de Europese visserij- en aquacultuurstatistieken.
(10)De gegevensvereisten, definities, methoden en rapportageformaten van de verordening moeten in overeenstemming worden gebracht met die van de FAO en de OESO om de coherentie, vergelijkbaarheid en interoperabiliteit van gegevens te verbeteren en administratieve lasten te verminderen.
(11)De Europese aquacultuurstatistieken moeten zijn gebaseerd op een duidelijke definitie van “aquacultuurinrichtingen” die i) deze statistieken verder onderscheidt van de statistieken uit hoofde van de diergezondheidswetgeving van de Unie, en ii) de unieke kenmerken van de aquacultuur (met inbegrip van de productie van planten, algen en cyanobacteriën) en het naast elkaar bestaan van verschillende productielijnen in aanmerking neemt.
(12)Statistieken over de biologische aquacultuurproductie zijn van essentieel belang om de voortgang van het EU-actieplan voor de biologische productie te monitoren. Om de coherentie en de vergelijkbaarheid te waarborgen, moeten zo veel mogelijk uit hoofde van Verordening (EU) 2018/848 van het Europees Parlement en de Raad verzamelde administratieve gegevens worden gebruikt.
(13)Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad moet worden toegepast op gegevens over terrestrische territoriale eenheden.
(14)Om aan de toenemende vraag naar informatie te voldoen, kunnen ad-hocgegevens over visserij en aquacultuur worden verzameld. Een verzoek daartoe moet naar behoren worden onderbouwd en mag geen onevenredige last aan respondenten en nationale autoriteiten opleggen.
(15)De in deze verordening gebruikte gegevensstructuur moet vergelijkbaar zijn met het gegevensverzamelingskader (DCF) voor de visserijsector van Verordening (EU) 2017/1004 van het Europees Parlement en de Raad.
(16)De methoden voor het verzamelen van gegevens moeten de kosten en de administratieve lasten voor de respondenten, waaronder kleine en middelgrote ondernemingen en de lidstaten, tot een minimum beperken.
(17)Om meervoudige rapportage door de lidstaten te voorkomen, moeten de statistieken over vangsten en over de vissersvloot van de Unie door de Commissie (Eurostat) voor zover mogelijk worden opgesteld op basis van administratieve gegevens op EU-niveau die zijn verzameld uit hoofde van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en Uitvoeringsverordening (EU) 2017/218 van de Commissie.
(18)Om de productie van statistieken efficiënter te maken, moet het de lidstaten worden toegestaan om gebruik te maken van verschillende gegevensbronnen en -methoden, waaronder administratieve bronnen, enquêtes, imputatie, raming en modellering. Digitale oplossingen, monitoringinstrumenten en sensoren op afstand moeten ook worden bevorderd, waarbij de kwaliteit, de nauwkeurigheid, de tijdigheid en de vergelijkbaarheid van de statistieken moeten worden gewaarborgd.
(19)In het kader van deze verordening moeten maatregelen worden vastgesteld om te waarborgen dat vertrouwelijke gegevens worden gebruikt in overeenstemming met de artikelen 21 en 22 van Verordening (EG) nr. 223/2009.
(20)Om de rapportagelast te verminderen, kan de Commissie (Eurostat), strikt voor statistische of wetenschappelijke doeleinden, geaggregeerde gegevens doorgeven aan internationale organisaties.
(21)De op grond van deze verordening opgestelde statistieken en kwaliteitsverslagen moeten door de Commissie (Eurostat) worden verspreid overeenkomstig Verordening (EG) nr. 223/2009.
(22)Het Comité voor het Europees statistisch systeem (ESSC) heeft de uniforme geïntegreerde metagegevensstructuur (SIMS) goedgekeurd als de standaard voor kwaliteitsrapportage van het Europees statistisch systeem (ESS), die bijdraagt tot de toepassing van uniforme normen en geharmoniseerde methoden.
(23)In Aanbeveling (EU) 2023/397 van de Commissie worden de lidstaten verzocht de statistische begrippen van het SIMS toe te passen bij het opstellen van referentiemetagegevens en kwaliteitsverslagen, en de aanbeveling uit te voeren voor zover deze relevant is voor visserij- en aquacultuurstatistieken.
(24)In de evaluatie van de Europese visserijstatistieken door de Commissie (van 2019) is de aanbeveling gedaan om het bestaande rechtskader te herzien met het oog op huidige en toekomstige statistische behoeften.
(25)In de effectbeoordeling van de Europese visserijstatistieken door de Commissie (vanaf 2021) heeft de Commissie aanbevolen om in het nieuwe rechtskader prioriteit te geven aan de doeltreffendheid en relevantie van de visserij- en aquacultuurstatistieken.
(26)Aangezien de doelstelling van deze verordening, te weten de vaststelling van een gemeenschappelijk kader voor de Europese visserij- en aquacultuurstatistieken, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, is een gecoördineerde en geharmoniseerde aanpak nodig. Omwille van de coherentie en vergelijkbaarheid kan de doelstelling derhalve beter worden verwezenlijkt op het niveau van de Unie, waar de Unie maatregelen moet kunnen nemen overeenkomstig het in artikel 5 VWEU verankerde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel vervatte evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.
(27)Om tegemoet te komen aan nieuwe gegevensbehoeften in de visserij en de aquacultuur en aan veranderende beleidsprioriteiten, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden toegekend om overeenkomstig artikel 290 VWEU handelingen vast te stellen om de in deze verordening vermelde gedetailleerde onderwerpen te wijzigen en de gegevensvereisten voor het verzamelen van ad-hocgegevens nader te specificeren. Bij het vaststellen van gedelegeerde handelingen moet de Commissie rekening houden met de kosten en administratieve lasten ervan. Het is van bijzonder belang dat de Commissie in haar voorbereidende werkzaamheden passende raadplegingen houdt, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen plaatsvinden in overeenstemming met de in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven neergelegde beginselen. Om gelijkwaardige deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen te waarborgen, moeten het Europees Parlement en de Raad met name alle documenten op hetzelfde tijdstip ontvangen als de deskundigen van de lidstaten, en moeten hun deskundigen systematisch toegang hebben tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die de gedelegeerde handelingen mede voorbereiden.
(28)Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend tot nadere specificering, voor zowel reguliere als ad-hocgegevens, van: i) de technische elementen van de toe te zenden gegevensreeksen en de technische formaten daarvan, ii) de lijst van variabelen, iii) de beschrijvingen van de variabelen, iv) de meeteenheden, v) de variabelen voor kwetsbare soorten, vi) de variabelen voor de biologische productie, vii) de variabelen op regionaal niveau, viii) de drempels voor het vaststellen van vrijgestelde variabelen, ix) de waarnemingseenheden, x) de nauwkeurigheidseisen, xi) de methodologische regels, en xii) de termijnen voor het indienen van de gegevens. Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze verordening te waarborgen, moeten aan de Commissie bovendien uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om praktische regelingen voor de kwaliteitsverslagen en de inhoud ervan vast te stellen en de lidstaten afwijkingen toe te staan. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad. Bij de uitoefening van die bevoegdheden moet de Commissie rekening houden met aspecten als de kosten en de administratieve lasten voor de respondenten en de lidstaten.
(29)In naar behoren gemotiveerde gevallen moet de Commissie de lidstaten voor een beperkte tijdsperiode afwijkingen kunnen verlenen indien hun nationale statistische systemen significant moeten worden aangepast om deze verordening te kunnen uitvoeren, en met name om de gegevensverzamelingssystemen aan te passen aan nieuwe vereisten, met inbegrip van het gebruik van administratieve bronnen.
(30)Ter ondersteuning van de uitvoering van deze verordening moeten zowel de lidstaten als de Unie worden verplicht om financiering te verstrekken. Daarom moet worden voorzien in een financiële bijdrage van de Unie in de vorm van subsidies.
(31)Om de coherentie en vergelijkbaarheid van de visserij- en aquacultuurstatistieken te waarborgen, moet de coördinatie binnen het ESS worden versterkt.
(32)De bij deze verordening vastgestelde maatregelen moeten de maatregelen die zijn vastgesteld bij de Verordeningen (EG) nr. 1921/2006, (EG) nr. 762/2008, (EG) nr. 216/2009, (EG) nr. 217/2009 en (EG) nr. 218/2009 van het Europees Parlement en de Raad vervangen. Deze verordeningen dienen derhalve te worden ingetrokken.
(33)Het ESS-comité is geraadpleegd,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Onderwerp en toepassingsgebied
1.De verordening voorziet in een geïntegreerd kader voor de productie van Europese statistieken over de winning van biologische rijkdommen van de zee door visserijactiviteiten en het op de markt brengen daarvan, en over de vangstvloot, de aquacultuurproductie en de aquacultuurinrichtingen in de Unie.
2.De visserij- en aquacultuurstatistieken bestrijken de volgende domeinen en onderwerpen:
1)visserijstatistieken;
a)vangsten;
b)aangelande vangsten;
c)de vangstvloot;
2)aquacultuurstatistieken:
a)aquacultuurproductie met uitzondering van kweek-, uitbroed- en opkweekkamers;
b)acquacultuurstromen;
c)aquacultuurinrichtingen.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening zullen de volgende definities van toepassing zijn:
1)“Uniewateren”, “biologische rijkdommen van de zee”, “vissersvaartuig”, “Unievissersvaartuig”, “teruggooi”, “aquacultuur”, “visserijactiviteit”, “visserijproducten” en “aquacultuurproducten” hebben de betekenis die zij hebben in de overeenkomstige definities van artikel 4, punten 1, 2, 4, 5, 10, 25, 28, 29 en 34, respectievelijk, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad;
2)“vissersvloot van de Unie” heeft de betekenis die deze term heeft volgens de overeenkomstige definitie in artikel 2, punt c), van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/218 van de Commissie;
3)“kwetsbare soort” heeft de betekenis die deze term heeft volgens de overeenkomstige definitie in artikel 6, punt 8, van Verordening (EU) 2019/1241;
4)“vangsten” en “aangelande vangsten” hebben de betekenis die zij hebben volgens de overeenkomstige definities in artikel 2, punten 15 en 16, respectievelijk, van Verordening (EG) nr. 1639/2001 van de Commissie;
5)“visvergunning” en “recreatievisserij” en “vangstvaartuig” hebben de betekenis die zij hebben volgens de overeenkomstige definities in artikel 4, punten 9, 28 en 33, van Verordening (EG) nr. 1224/2009;
6)“biologische productie” heeft de betekenis die deze term heeft volgens de overeenkomstige definitie in artikel 3, punt 1, van Verordening (EU) 2018/848;
7)“op de markt brengen” heeft de betekenis die deze term heeft volgens de overeenkomstige definitie in artikel 5, punt f, van Verordening (EU) 1379/2013;
8)“soorten” betekent de taxa van organismen die zijn geïdentificeerd met de internationale drielettercode van de Voedsel- en Landbouworganisatie van de VN (“FAO”) (Aquatic Sciences and Fisheries Information System list of species for fishery statistics purposes – ASFIS), of – indien een taxon ontbreekt – door de drielettercode voor aggregaten van taxa;
9)“FAO-visserijgebieden”: gebieden die worden geïdentificeerd door middel van de internationale tweecijferige code van de FAO voor statistische doeleinden.
10)“commerciële visserij”: commerciële exploitatie van de biologische rijkdommen van de zee door een vangstvaartuig met een geldige visvergunning, of door een natuurlijke of rechtspersoon die houder is van een vergunning of die is geregistreerd in een alternatief systeem om zonder vaartuig te vissen;
11)“commerciële vangsten”: door commerciële visserij verkregen vangsten, met uitzondering van teruggooi;
12)“recreatievangsten”: vangsten van soorten onder de voorwaarden van artikel 55 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 die plaatsvinden op het grondgebied van de Unie en in Uniewateren;
13)“eerste verkoop van aangelande biologische rijkdommen van de zee”: de initiële financiële transactie waarbij aangelande visserijproducten voor het eerst op de markt worden gebracht;
14)“aquacultuurinrichting”: een administratief afgebakende of geïdentificeerde bedrijfsruimte waar aquacultuur plaatsvindt, met uitzondering van aquariums en bedrijfsruimten waar siergewassen worden geproduceerd. Eenzelfde aquacultuurinrichting kan verschillende productielijnen herbergen;
15)“op vangst gebaseerde aquacultuur”: de praktijk waarbij zaadmateriaal – van dieren in een vroege levensfase tot volwassen dieren – uit de natuur wordt verzameld en vervolgens in gevangenschap wordt opgekweekt tot een verhandelbaar formaat met behulp van aquacultuurtechnieken;
16)“eerste verkoop” in acquacultuur: de initiële financiële transactie waarbij aangelande visserijproducten voor het eerst op de markt worden gebracht;
17)“kweek-, uitbroed- en opkweekkamers”: ruimten voor het kunstmatig kweken, uitbroeden en opkweken in de vroege levensfasen van aquatische organismen. Voor gebruik in statistieken wordt onder “kweekkamer” enkel verstaan een ruimte waar bevruchte eieren worden geproduceerd. De eerste ontwikkelingsstadia van aquatische organismen worden geacht plaats te vinden in uitbroed- en opkweekkamers.
18)“acquacultuurproductie”: de voortbrengselen van de aquacultuur bij de eerste verkoop, met inbegrip van de te koop aangeboden productie van kweek-, uitbroed- en opkweekkamers;
19)“uitzetten in het wild”: opzettelijk uitzetten van acquatische organismen om rivieren, meren en andere wateren te herbevolken voor andere doelen dan aquacultuur;
20)“waarnemingseenheid”: een identificeerbare entiteit waarover gegevens kunnen worden verkregen;
21)“domein”: een of meer gegevensreeksen die specifieke onderwerpen bestrijken;
22)“onderwerp”: de inhoud van de te verzamelen informatie over de waarnemingseenheden, waarbij elk onderwerp betrekking heeft op meerdere gedetailleerde onderwerpen;
23)“gedetailleerd onderwerp”: de gedetailleerde inhoud van de te verzamelen informatie over de waarnemingseenheden met betrekking tot een onderwerp; elk gedetailleerd onderwerp bestrijkt een of meer variabelen;
24)“gegevensreeks”: een of meer geaggregeerde variabelen die in een gestructureerde vorm zijn weergegeven;
25)“variabele”: een kenmerk van een waarnemingseenheid dat voor meer dan één waarde uit een reeks waarden kan staan;
26)“ad-hocgegevens”: gegevens die van bijzonder belang zijn voor gebruikers op een bepaald punt in de tijd, maar die niet zijn opgenomen in de reguliere gegevensreeksen;
27)“administratieve gegevens”: gegevens die zijn gegenereerd door een niet-statistische bron die de levering van statistieken niet als hoofdfunctie heeft, en die gewoonlijk in het bezit zijn van een publiek- of privaatrechtelijke instantie;
28)“metagegevens”: informatie die nodig is om statistieken te gebruiken en te interpreteren en waarmee gegevens op een gestructureerde manier worden beschreven;
Artikel 3
Waarnemingseenheden
Voor de toepassing van deze verordening worden gegevens verkregen voor de volgende waarnemingseenheden:
a)de vissersvloot van de Unie;
b)andere vissersvloten van buiten de Unie die visserijproducten aanlanden in de Unie;
c)natuurlijke personen of rechtspersonen die houder zijn van een vergunning of die zijn geregistreerd in een alternatief systeem om zonder vaartuig te vissen;
d)reders, groothandelaren, geregistreerde kopers, geregistreerde veilingen en door de lidstaten erkende producentenorganisaties;
e)natuurlijke personen die actief zijn in de recreatievisserij in de Unie;
f)Erkende aquacultuurinrichtingen in de Unie.
Artikel 4
Gegevensvereisten
1.De gedetailleerde onderwerpen, de indieningsfrequenties, de referentieperioden en de dimensies in verband met kwetsbare soorten, biologische productie en de regionale uitsplitsing van de visserij- en aquacultuurstatistieken als bedoeld in artikel 1 zijn die welke zijn vastgesteld in de bijlage.
2.De gegevens over mariene regio’s worden ingediend op het niveau van de meest gedetailleerde statistische visserijregio’s zoals gebruikt in de FAO-visserijgebieden. De gegevens over regio’s op het vasteland worden ingediend op het niveau van NUTS 2, zoals gedefinieerd in Verordening (EG) nr. 1059/2003.
3.Om de administratieve en financiële lasten te beperken, kan een lidstaat worden vrijgesteld van de verplichting om gegevens over een bepaalde variabele in te dienen bij de Commissie (Eurostat) indien:
a)de variabele in die lidstaat een nul- of een lage prevalentie heeft, of
b)de variabele een klein deel van de aquacultuurproductie op nationaal of regionaal niveau (het FAO-gebied of NUTS 2-niveau) vertegenwoordigt.
4.De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot wijziging van de bijlage, door gedetailleerde onderwerpen, met inbegrip van de beschrijvingen ervan, toe te voegen, te schrappen of te veranderen, en door de in de bijlage vermelde indieningsfrequenties, referentieperioden en toepasselijke dimensies van gedetailleerde onderwerpen te veranderen.
5.De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast tot nadere bepaling van de volgende technische elementen, en indien van toepassing van de individuele gegevensreeksen die bij de Commissie (Eurostat) moeten worden ingediend:
a)de lijst van variabelen;
b)de beschrijvingen van de variabelen;
c)de meeteenheden;
d)de variabelen voor kwetsbare soorten;
e)de variabelen voor de biologische productie;
f)de variabelen op regionaal niveau;
g)de drempels voor de vaststelling van vrijgestelde variabelen;
h)de nauwkeurigheidseisen;
i)de methodologische regels;
j)de termijnen voor de indiening van de gegevens.
Die uitvoeringshandelingen worden ten minste negen maanden vóór het begin van het relevante referentiejaar vastgesteld overeenkomstig de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
6.De lidstaten dienen de gegevens en de daarmee samenhangende metagegevens in in een door de Commissie (Eurostat) voorgeschreven technisch formaat voor elke gegevensreeks. Voor het indienen van de gegevens bij de Commissie (Eurostat) worden de diensten van het centrale toegangspunt gebruikt.
Artikel 5
Verzamelen van ad-hocgegevens
1.De Commissie is bevoegd overeenkomstig artikel 15 gedelegeerde handelingen vast te stellen tot aanvulling van deze verordening door het nader bepalen van de informatie die op ad-hocbasis door de lidstaten moet worden verstrekt indien binnen het toepassingsgebied van deze verordening het verzamelen van aanvullende informatie noodzakelijk wordt geacht om te voorzien in aanvullende statistische behoeften. In die gedelegeerde handelingen wordt het volgende gespecificeerd:
a)de onderwerpen en gedetailleerde onderwerpen van de in artikel 1 vermelde domeinen die in de ad-hocgegevensverzameling moeten worden opgenomen en de redenen voor die aanvullende statistische behoeften;
b)de referentieperioden.
2.De Commissie is bevoegd de in lid 1 bedoelde gedelegeerde handelingen vast te stellen met ingang van het referentiejaar [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening]. Tussen de uiterste datums voor de indiening van opeenvolgende ad-hocgegevensverzamelingen ligt ten minste twee jaar.
3.Met het oog op de in lid 1 bedoelde ad-hocgegevensverzamelingen stelt de Commissie uitvoeringshandelingen vast waarin de volgende technische elementen van de in te dienen gegevens worden gespecificeerd, indien van toepassing:
a)de lijst van variabelen;
b)de beschrijvingen van de variabelen;
c)de meeteenheden;
d)de variabelen voor kwetsbare soorten;
e)de variabelen voor de biologische productie;
f)de variabelen op regionaal niveau;
g)de drempels voor de vaststelling van vrijgestelde variabelen;
h)de nauwkeurigheidseisen;
i)de methodologische regels;
j)de termijnen voor de indiening van de gegevens;
k)de waarnemingseenheden.
Die uitvoeringshandelingen worden ten minste negen maanden vóór het begin van het relevante referentiejaar vastgesteld overeenkomstig de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 6
Dekking
1.De statistieken moeten representatief zijn voor de statistische populatie die zij beschrijven.
2.Om de administratieve lasten en de lasten voor de statistische respondenten te verminderen, bestrijken de in artikel 1, lid 2, bedoelde visserij- en aquacultuurgegevens in elke lidstaat ten minste:
95 % van het gewicht van de commerciële vangsten;
90 % van de vangstvloot van de Unie, wat het gewicht van de teruggooi betreft;
90 % van de natuurlijke personen die betrokken zijn bij recreatievisserij;
95 % van het gewicht van de aangelande vangsten;
95 % van de vangstvloot van de Unie;
95 % van de aquacultuurproductie.
Artikel 7
Productie van Europese visserij- en aquacultuurstatistieken
1.Voor de productie van Europese statistieken over vangsten en de vangstvloot van de Unie hergebruikt de Commissie de relevante gegevens in bij Unierecht ingestelde databanken of registers, als bedoeld in artikel 8, lid 2, die door de Commissie worden bijgehouden of die op nationaal niveau zijn opgezet en waartoe de Commissie toegang heeft. Alvorens deze statistieken te verspreiden, raadpleegt de Commissie (Eurostat) de relevante nationale statistische diensten om zich ervan te vergewissen dat aan de vereisten inzake statistische vertrouwelijkheid wordt voldaan. Indien een lidstaat bezwaar maakt tegen hergebruik van zijn nationale gegevens door de Commissie (Eurostat), dient hij de gegevens over de vangsten en de vangstvloot in de vorm van geaggregeerde gegevensreeksen in bij de Commissie (Eurostat). Een dergelijk bezwaar wordt naar behoren gemotiveerd en uiterlijk twaalf maanden voor het begin van het referentiejaar door de betrokken lidstaat meegedeeld aan de Commissie (Eurostat).
2.Voor de productie van Europese statistieken over aangelande vangsten en aquacultuur dienen de lidstaten bij de Commissie (Eurostat) de statistieken over aanlandingen en aquacultuur in in de vorm van geaggregeerde gegevensreeksen.
3.Indien relevante gegevens over aangelande vangsten of over aquacultuur beschikbaar komen uit andere bij Unierecht opgezette databanken of registers, hergebruikt de Commissie (Eurostat) die gegevens om statistieken op te stellen volgens dezelfde procedures als die welke zijn vastgesteld in lid 1, op voorwaarde dat die gegevens voldoen aan de kwaliteitseisen van artikel 11.
Artikel 8
Gegevensbronnen en methoden
1.De lidstaten maken gebruik van een of meer van de volgende gegevensbronnen en methoden, op voorwaarde dat deze het mogelijk maken om statistieken op te stellen die voldoen aan de in artikel 11 bedoelde kwaliteitseisen;
a)de in lid 2 genoemde administratieve gegevensbronnen;
b)op nationaal recht gebaseerde administratieve gegevensbronnen;
c)statistische enquêtes;
d)innovatieve methoden en bronnen, zoals digitale tools en sensoren op afstand.
2.Voor de toepassing van lid 1, punt a), van dit artikel kunnen de lidstaten gebruikmaken van gegevens uit de volgende bronnen:
a)elektronische databanken die zijn opgezet krachtens Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad;
b)geautomatiseerde databanken die zijn opgezet krachtens Verordening (EU) 2017/1004;
c)het vissersvlootregister van de Unie dat is opgezet bij Uitvoeringsverordening (EU) 2017/218 van de Commissie;
d)bij Verordening (EU) 2018/848 opgezette registers;
e)alle andere relevante administratieve gegevensbronnen die bij Unierecht zijn opgezet.
Artikel 9
Gegevensuitwisseling met internationale organisaties
De Commissie (Eurostat) kan de onder deze verordening vallende geaggregeerde gegevens doorgeven aan internationale organisaties, intergouvernementele organisaties en regionale organisaties voor visserijbeheer, op voorwaarde dat er een regeling wordt gesloten tussen de Commissie (Eurostat) en de betrokken organisatie om ervoor te zorgen dat de gegevens strikt voor statistische of wetenschappelijke doeleinden worden gebruikt. In deze regeling worden ook passende maatregelen uitgevoerd: i) ter bescherming van de gegevens, met name om de fysieke en logische bescherming van vertrouwelijke gegevens te waarborgen, en ii) om het risico van onrechtmatige openbaarmaking of gebruik voor andere de doeleinden dan die waarvoor de gegevens zijn ingediend te controleren en te voorkomen. De indiening van vertrouwelijke gegevens in dit verband geschiedt met instemming van de betrokken lidstaat.
Artikel 10
Referentieperiode
De eerste referentieperiode begint in het kalenderjaar [vul het jaar in dat begint op 1 januari volgend op 18 maanden na de vaststelling].
Artikel 11
Kwaliteitsvereisten en kwaliteitsrapportage
1.Voor de toepassing van deze verordening gelden de kwaliteitscriteria van artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 223/2009.
2.De lidstaten nemen de nodige maatregelen om de kwaliteit van de bij de Commissie ingediende gegevens en metagegevens te waarborgen.
3.De Commissie (Eurostat) beoordeelt de kwaliteit van de door de lidstaten ingediende of uit administratieve bronnen op Unieniveau verkregen gegevens en metagegevens.
4.Voor de toepassing van lid 3 dient elke lidstaat bij de Commissie (Eurostat), voor het eerst uiterlijk op [vul de passende datum in] en vervolgens om de drie jaar, kwaliteitsverslagen in met een beschrijving van de statistische processen voor de tijdens de periode ingediende gegevens, met inbegrip van met name:
a)metagegevens die de gebruikte methodologie beschrijven en vermelden hoe is voldaan aan de in deze verordening vastgestelde technische specificaties;
b)informatie over de kwaliteit van de gegevens die uit de in artikel 8, lid 1, bedoelde bronnen zijn verkregen en die worden gebruikt om statistieken uit hoofde van deze verordening te produceren.
c)informatie over de naleving van de dekkingsvereisten van artikel 6.
5.De Commissie (Eurostat) publiceert om de drie jaar een verslag over de kwaliteit van de visserij- en aquacultuurstatistieken die zijn opgesteld volgens de in artikel 7 genoemde procedures.
6.De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin de praktische regelingen voor de kwaliteitsverslagen en de inhoud ervan worden bepaald. Die uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
7.De lidstaten stellen de Commissie (Eurostat), indien nodig, in kennis van alle informatie of elke wijziging in verband met de uitvoering van deze verordening die van invloed kan zijn op de kwaliteit van de ingediende gegevens.
8.Op een naar behoren gemotiveerd verzoek van de Commissie (Eurostat) verstrekken de lidstaten alle aanvullende informatie die nodig is om de kwaliteit van de ingediende gegevens en metagegevens te beoordelen.
Artikel 12
Overgangsregeling voor gegevens over vangsten van kwetsbare soorten en vangsten
van de recreatievisserij
In afwijking van artikel 7 zijn de lidstaten vrijgesteld van de indiening van gegevens over vangsten van kwetsbare soorten en vangsten van de recreatievisserij totdat de gegevens beschikbaar komen zoals vereist bij de artikelen 14 en 55 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad.
Artikel 13
Bijdrage van de Unie
1.Voor de uitvoering van deze verordening kan een financiële bijdrage uit de algemene begroting van de Unie worden verstrekt aan de nationale bureaus voor de statistiek en andere nationale autoriteiten die zijn opgenomen op de in artikel 5, lid 2, van Verordening (EG) nr. 223/2009 bedoelde lijst, ter dekking van de kosten van de volgende activiteiten:
a)het verzamelen van ad-hocgegevens als bedoeld in artikel 5 van deze verordening.
b)het gebruik van innovatieve methoden en benaderingen, zoals digitale tools en sensoren op afstand, zoals bedoeld in artikel 8, lid 1, punt d), van deze verordening.
2.Het bedrag van de financiële bijdrage van de Unie uit hoofde van dit artikel mag niet hoger zijn dan 90 % van de voor financiële steun in aanmerking komende kosten.
3.Het bedrag van de financiële bijdrage van de Unie uit hoofde van dit artikel wordt vastgesteld volgens de regels van het desbetreffende financieringsprogramma, afhankelijk van de beschikbaarheid van financiering.
Artikel 14
Afwijkingen
1.Wanneer voor de toepassing van deze verordening of van de op grond daarvan vastgestelde uitvoerings- en gedelegeerde handelingen ingrijpende aanpassingen in een nationaal statistisch systeem van een lidstaat noodzakelijk zijn, kan de Commissie uitvoeringshandelingen vaststellen waarbij aan de lidstaten afwijkingen worden toegestaan voor een maximale duur van twee jaar. De betrokken lidstaat dient binnen drie maanden na de datum van inwerkingtreding van de desbetreffende handeling bij de Commissie een naar behoren gemotiveerd verzoek om een dergelijke afwijking in.
Het effect van deze afwijkingen op de vergelijkbaarheid van de gegevens van de lidstaten of op de berekening van de vereiste tijdige en representatieve Europese aggregaten moet tot een minimum worden beperkt. Bij het verlenen van de afwijking wordt rekening gehouden met de lasten voor respondenten.
2.De in lid 1 bedoelde uitvoeringshandelingen worden vastgesteld volgens de in artikel 16, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure.
Artikel 15
Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie
1.De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.
2.De in artikel 4, lid 4, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.
3.De in artikel 5, lid 1, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van [twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening].
4.Het Europees Parlement of de Raad kan de in de artikel 4, lid 4, en artikel 5, lid 1, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking van een bevoegdheidsdelegatie beëindigt de delegatie van de in dat besluit gespecificeerde bevoegdheid. Het besluit wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin vermelde latere datum. Het besluit laat de geldigheid van reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.
5.Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven neergelegde beginselen.
6.Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.
7.Een overeenkomstig artikel 4, lid 4, of artikel 5, lid 1, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.
Artikel 16
Comitéprocedure
1.De Commissie wordt bijgestaan door het ESSC, dat is ingesteld bij Verordening (EG) nr. 223/2009. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011.
2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.
Artikel 17
Intrekkingen
1.De Verordeningen (EG) nr. 1921/2006, (EG) nr. 762/2008, (EG) nr. 216/2009, (EG) nr. 217/2009 en (EG) nr. 218/2009 van het Europees Parlement en de Raad worden ingetrokken met ingang van 1 januari [van het jaar volgend op 18 maanden na de vaststelling], onverminderd de in die rechtshandelingen vastgestelde verplichtingen inzake de indiening van gegevens en metagegevens, met inbegrip van kwaliteitsverslagen, voor referentieperioden die geheel of gedeeltelijk vóór die datum vallen.
2.Verwijzingen naar de ingetrokken handelingen gelden als verwijzingen naar deze verordening.
Artikel 18
Inwerkingtreding
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van 1 januari [van het jaar volgend op 18 maanden na de vaststelling].
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter
FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief3
1.2.Betrokken beleidsterreinen3
1.3.Doelstellingen3
1.3.1.Algemene doelstellingen3
1.3.2.Specifieke doelstellingen3
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen3
1.3.4.Prestatie-indicatoren3
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:4
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief4
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief4
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.5
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan5
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten6
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking6
1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief7
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting7
2.BEHEERSMAATREGELEN8
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen8
2.2.Beheers- en controlesystemen8
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie8
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken8
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)8
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden8
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF9
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven9
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten11
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten11
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting11
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten18
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten20
3.2.3.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting20
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften20
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting21
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen22
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader23
3.2.7.Bijdragen van derden23
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten24
4.Digitale dimensies25
4.1.Voorschriften met digitale relevantie25
4.2.Gegevens26
4.3.Digitale oplossingen30
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling31
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering34
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de Europese visserij- en aquacultuurstatistieken en tot intrekking van de Verordeningen (EG) nr. 1921/2006, (EG) nr. 762/2008, (EG) nr. 216/2009, (EG) nr. 217/2009 en (EG) nr. 218/2009
1.2.Betrokken beleidsterreinen
Productie van Europese statistieken en het gemeenschappelijk visserijbeleid
1.3.Doelstellingen
1.3.1.Algemene doelstellingen
De EVAS-wetgeving heeft tot doel om vergelijkbare en actuele Europese statistieken van hoge kwaliteit over visserij (vangsten, aangelande vangsten en de vloot) en aquacultuur te verstrekken ter ondersteuning van het ontwerp, de uitvoering, de monitoring en de evaluatie van het GVB en daarmee samenhangend EU-beleid, en om tegelijkertijd de administratieve lasten en kosten voor de lidstaten te verminderen.
De EVAS-wetgeving zal bestaan uit een kaderverordening en uitvoeringshandelingen. Als verordening is de kader-EVAS-verordening rechtstreeks van toepassing in de EU-lidstaten, terwijl de twee uitvoeringshandelingen voornamelijk lijsten van variabelen en beschrijvingen en methodologische vereisten zullen bevatten.
1.3.2.Specifieke doelstellingen
Specifieke doelstelling nr. 1
De lidstaten een wettelijke verplichting opleggen om visserij- en aquacultuurstatistieken op te stellen waardoor de hele EU wordt bestreken;
Specifieke doelstelling nr. 2
Vaststellen van een kader voor vergelijkbare statistieken van hoge kwaliteit op dit gebied.
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen
Voor gegevensgebruikers, zoals de Europese Commissie en andere EU-instellingen, moet de EVAS-verordening voorzien in actuele en vergelijkbare Europese statistieken van hoge kwaliteit over visserij en aquacultuur ten behoeve van de uitvoering, monitoring en evaluatie van het GVB en daarmee samenhangend EU-beleid.
Voor nationale gegevensproducenten moet de EVAS-verordening de administratieve lasten en kosten verminderen.
Voor de visserij- en aquacultuursector moet de EVAS-verordening voorzien in de verstrekking van marktmonitoringgegevens zonder extra lasten.
1.3.4.Prestatie-indicatoren
De volledigheid van de visserij- en aquacultuurstatistieken.
Verspreiding van visserij- en aquacultuurstatistieken via de openbaar toegankelijke databanken van Eurostat.
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:
een nieuwe actie
een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie
de verlenging van een bestaande actie
de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
Sinds de oprichting van de Europese Economische Gemeenschap in de jaren 1950 heeft Eurostat Europese visserijstatistieken verstrekt over visvangsten, aangelande vangsten, vissersvloot van de Unie en aquacultuur, die nodig zijn voor de activiteiten van de EU. Deze statistieken worden momenteel geregeld bij vijf rechtshandelingen die dateren uit de jaren 1990 met herschikkingen, die in de jaren 2000 zijn herschikt. In die verordeningen zijn onder meer de statistische variabelen, de bestreken visserijgebieden, de referentieperioden, de indieningstermijnen en de statistische kwaliteitscriteria vastgesteld.
Relevante, vergelijkbare en tijdige officiële Europese statistieken zijn nodig om het visserijbeleid van de Europese Unie te ontwerpen, uit te voeren, te monitoren en te evalueren. Die statistieken zijn met name nodig voor: i) het behoud van biologische rijkdommen van de zee; ii) het GVB, met inbegrip van aquacultuur; iii) EU-beleid en -wetgeving op het gebied van bijvoorbeeld milieu, aanpassing aan en beperking van klimaatverandering, regio’s, volksgezondheid, voedselveiligheid en de Agenda 2030 van de Verenigde Naties voor duurzame ontwikkeling. De statistieken zijn ook nuttig voor het monitoren van de impact van de visserij op kwetsbare soorten en habitats, en van de aquacultuur op de waterkwaliteit.
In de afgelopen jaren hebben wijzigingen en hervormingen van het GVB, nieuwe EU-initiatieven en een toenemende beschikbaarheid van administratieve en andere gegevensbronnen voor het opstellen van visserijstatistieken het huidige rechtskader echter minder relevant en doeltreffend voor het vervullen van de gegevensbehoeften gemaakt. Bovendien is de huidige rechtsgrondslag tamelijk inflexibel en leidt de complexiteit ervan ertoe dat een grote hoeveelheid aquacultuurgegevens wordt aangemerkt als vertrouwelijk en daardoor niet openbaar beschikbaar is. Ook zijn er overlappingen tussen de gegevensstromen over visserij van EU-lidstaten naar de verschillende afdelingen van de Europese Commissie en die naar verschillende internationale organisaties. Gelet op deze uitdagingen is een nieuwe rechtshandeling nodig.
Dit voorstel voor een nieuwe statistiekverordening heeft dan ook tot doel de relevantie van de Europese visserij- en aquacultuurstatistieken te verbeteren door beter tegemoet te komen aan de behoeften van de gebruikers en tegelijkertijd de flexibiliteit te vergroten. Bovendien breidt de verordening de werkingssfeer uit, wordt de hoeveelheid vertrouwelijke gegevens verminderd en worden problemen met de kwaliteit in de brongegevens aangepakt. Dit resulteert in minder lacunes, overlappingen en discrepanties binnen de EU en met wereldwijde systemen voor visserijstatistieken.
De Commissie zal naar verwachting in 2025 een voorstel voor het nieuwe rechtskader voor de Europese visserij- en aquacultuurstatistieken aannemen. Het Europees Parlement en de Raad zullen de verordening naar verwachting in 2027 vaststellen, en de uitvoeringsbepalingen zouden in 2028 moeten volgen.
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
Als exclusieve bevoegdheid van de EU is het GVB inherent vatbaar voor EU-maatregelen.
Een gemeenschappelijk visserijbeleid moet inherent zijn gebaseerd op vergelijkbare, tijdige officiële Europese statistieken van hoge kwaliteit, wat alleen kan worden gewaarborgd door maatregelen op EU-niveau. Dit kan niet worden bereikt door afzonderlijk optreden van de lidstaten, maar alleen door middel van een gemeenschappelijke en gecoördineerde aanpak. De Europese wetgeving inzake visserij- en aquacultuurstatistieken voorziet in een EU-breed kader voor het verzamelen van gegevens en het verstrekken van visserij- en aquacultuurstatistieken op basis van begrippen en definities die zijn geharmoniseerd tussen alle lidstaten. De Europese wetgeving legt gemeenschappelijke normen en methoden op die niet alleen de vergelijkbare resultaten opleveren die nodig zijn voor de beheers- en analysedoeleinden van het GVB en ander EU-beleid, maar ook de efficiëntie, de tijdigheid en de betrouwbaarheid verbeteren.
De Europese visserij- en aquacultuurstatistieken genereren aanzienlijke toegevoegde waarde door middel van een uitgebreide keten van activiteiten waarmee: i) de behoeften van gebruikers, definities en vereisten op elkaar worden afgestemd; ii) de compilatie en indiening van gegevens wordt gecoördineerd; iii) gemeenschappelijke kwaliteitscriteria worden toegepast en een valideringskader wordt opgezet, en iv) de naleving van het wettelijk kader wordt gemonitord. Dit geïntegreerde proces zorgt ervoor dat de Europese visserij- en aquacultuurstatistieken direct beschikbaar zijn voor een brede gebruikersgemeenschap.
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
In de evaluatie van de visserijstatistieken van 2019 kwamen de volgende punten naar voren:
1. De huidige wetgeving inzake visserijstatistieken komt niet adequaat tegemoet aan nieuwe en opkomende gegevensbehoeften.
2. De huidige rechtsgrondslag is niet flexibel genoeg en biedt niet de mogelijkheid om snel genoeg te reageren op opkomende behoeften;
3. De huidige wettelijke voorschriften voor aquacultuur zijn te gedetailleerd en leiden tot een hoog aantal vertrouwelijke waarden;
4. De statistieken kunnen efficiënter worden geproduceerd met behulp van Europese administratieve gegevensbronnen;
5. Verschillende gegevensstromen overlappen elkaar.
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
Niet van toepassing omdat de verordening zal worden uitgevoerd met reeds bestaande middelen.
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
Niet van toepassing, aangezien de eerste gegevensverzameling pas na het einde van het huidige MFK wordt verwacht.
1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief
beperkte geldigheidsduur
–
van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ
–
financiële gevolgen vanaf 2024 tot en met 2026 voor vastleggingskredieten en vanaf 2025 tot en met 2027 voor betalingskredieten.
onbeperkte geldigheidsduur
–uitvoering met een opstartperiode vanaf 2027 tot en met 2030,
–gevolgd door een volledige uitvoering.
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting
Direct beheer door de Commissie
– door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie
–
door de uitvoerende agentschappen
Gedeeld beheer met de lidstaten
Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:
– derde landen of de door hen aangewezen organen
– internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)
– de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds
– de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen
– publiekrechtelijke organen
– privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling
– in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
Standaardregels voor monitoring en rapportage van de Commissie.
2.2.Beheers- en controlesystemen
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
Standaard subsidiebeheersysteem van Eurostat.
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken
Standaard risicobeheersysteem van Eurostat.
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
De regelmatige productie van statistieken wordt niet door de Commissie gefinancierd. In het geval van het verzamelen van ad-hocgegevens zal de Commissie oproepen tot het indienen van subsidievoorstellen publiceren.
In aanvulling op alle regelgevende controlemechanismen zal Eurostat een fraudebestrijdingsstrategie toepassen in overeenstemming met de algemene fraudebestrijdingsmaatregelen van de Commissie. Dit zorgt ervoor dat de benadering van frauderisicobeheer erop gericht is risicogebieden voor fraude op te merken en daar passend op te reageren. Indien nodig zullen specifieke IT-instrumenten voor het analyseren van fraudegevallen worden opgezet.
Eurostat heeft een controlestrategie ontworpen ter flankering van de uitvoering van de uitgaven. De maatregelen en hulpmiddelen die in deze strategie zijn opgenomen, zijn volledig van toepassing op de voorgestelde verordening. Een vermindering van de complexiteit, de toepassing van kosteneffectieve monitoringprocedures en de uitvoering van op risico’s gebaseerde ex-ante- en ex-post-controles zullen de kans op fraude verkleinen en fraude helpen voorkomen. De controlestrategie omvat ook specifieke bewustmakingsmaatregelen en relevante opleidingen op het gebied van fraudepreventie.
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven
·Bestaande begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
De financiële gevolgen van het voorstel zullen ten tijde van de vaststelling van de verordening nog niet bekend zijn. De EU-bijdrage is niet van toepassing op de reguliere verzameling van statistische gegevens, maar alleen op het verzamelen van ad-hocgegevens, zoals gespecificeerd in artikel 5 van de ontwerpverordening. De eerste ad-hocgegevens kunnen ten vroegste twee jaar na het eerste referentiejaar worden verzameld als er een naar behoren onderbouwde, onverwachte gegevensbehoefte wordt vastgesteld. Daardoor is het niet mogelijk om de financiële gevolgen vast te stellen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmingsontvangsten
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting
in miljoenen EUR (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <……>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Rubriek van het meerjarig financieel
kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <……>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
|
|
|
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
voor DG <…….>
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: <……>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
|
|
|
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
voor DG <…….>
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
(referentiebedrag)
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
7
|
“Administratieve uitgaven”
|
|
DG: ESTAT
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,564
|
0,564
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,056
|
0,056
|
|
TOTAAL DG ESTAT
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,620
|
0,620
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
DG: <……>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <……>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,620
|
0,620
|
in miljoenen EUR (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
|
Vastleggingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,620
|
0,620
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,620
|
0,620
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <……>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader (referentiebedrag)
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
7
|
“Administratieve uitgaven”
|
in miljoenen EUR (tot op drie decimalen)
|
DG: <……>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <……>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
DG: <……>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <……>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
in miljoenen EUR (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
|
Vastleggingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)
Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Vermeld doelstellingen en outputs
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
|
OUTPUTS
|
|
|
Soort
|
Gem. kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Totaal aantal
|
Totale kosten
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 …
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2 …
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.3. Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,564
|
0,564
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,056
|
0,056
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,620
|
0,620
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,620
|
0,620
|
De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
Raming in voltijdequivalenten (vte’s)
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in vte’s)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- centrale diensten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):
|
|
Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie
|
Uitzonderlijk aanvullend personeel*
|
|
|
|
Te financieren uit rubriek 7
|
Te financieren uit BA-onderdeel
|
Te financieren uit vergoedingen
|
|
Personeelsformatieposten
|
3
|
|
n.v.t.
|
|
|
Extern personeel (AC, END, INT)
|
|
|
|
|
Beschrijving van de uit te voeren taken door:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel
|
|
|
Extern personeel
|
|
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen
Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.
De kredieten onder rubriek 7 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.
De kredieten onder de rubrieken 1 t/m 6 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat gebruikt moet worden voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag enz.). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in deel 4, “Digitale dimensies”.
|
TOTAAL Digitale en IT-kredieten
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
IT-uitgaven (algemeen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
Het voorstel/initiatief:
–
kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)
–
vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening
–
vereist een herziening van het MFK
3.2.7.Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
–
voorziet niet in medefinanciering door derden
–
voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Totaal
|
|
Medefinancieringsbron
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL medegefinancierde kredieten
|
|
|
|
|
|
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
–
voor de eigen middelen
–
voor overige ontvangsten
–
geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven
in miljoenen EUR (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:
|
Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten
|
Gevolgen van het voorstel/initiatief
|
|
|
|
Jaar 2024
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
|
Artikel ………….
|
|
|
|
|
|
Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.
Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).
4.DIGITALE DIMENSIES
4.1.Voorschriften met digitale relevantie
|
Verwijzing naar het voorschrift
|
Beschrijving van het voorschrift
|
Actor waarop het voorschrift betrekking heeft
|
Processen op hoog niveau
|
Categorie
|
|
Artikel 4
|
Gegevensvereisten
|
Lidstaten, Europese Commissie
|
Gegevensverzameling; indiening van gegevens
|
Gegevens; digitale overheidsdiensten
|
|
Artikel 5
|
Verzamelen van ad-hocgegevens
|
Lidstaten, Europese Commissie
|
Gegevensverzameling; indiening van gegevens
|
Gegevens; digitale overheidsdiensten
|
|
Artikel 6
|
Dekking
|
Lidstaten, Europese Commissie
|
Gegevensverzameling;
controle van gegevenskwaliteit
|
Gegevens; digitale overheidsdiensten
|
|
Artikel 7
|
Productie van Europese visserij- en aquacultuurstatistieken
|
Lidstaten, Europese Commissie
|
Hergebruik van gegevens; gegevensverwerking; indiening van gegevens
|
Gegevens; digitale oplossingen digitale overheidsdiensten
|
|
Artikel 8
|
Gegevensbronnen en methoden
|
Lidstaten
|
Hergebruik van gegevens; gegevensverwerking; indiening van gegevens
|
Gegevens; digitale oplossingen; digitale overheidsdiensten
|
|
Artikel 9
|
Gegevensuitwisseling met internationale organisaties
|
Lidstaten, Europese Commissie,
Internationale organisaties, intergouvernementele organisaties en regionale organisaties voor visserijbeheer
|
Hergebruik van gegevens; doorgifte van gegevens
|
Gegevens; digitale overheidsdiensten
|
|
Artikel 11
|
Kwaliteitsvereisten en kwaliteitsrapportage
|
Lidstaten, Europese Commissie
|
Controle van de gegevenskwaliteit
|
Gegevens; digitale overheidsdiensten
|
|
Artikel 12
|
Overgangsregeling voor gegevens over vangsten van de recreatievisserij en gegevens over vangsten van kwetsbare soorten
|
Lidstaten, Europese Commissie
|
Indiening van gegevens
|
Gegevens; digitale overheidsdiensten
|
4.2.Gegevens
|
Soort gegevens
|
Verwijzing(en) naar het voorschrift/de voorschriften
|
Norm en/of specificatie (indien van toepassing)
|
|
Visserijstatistieken (vangsten, aangelande vangsten en vissersvloot)
|
Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 11 Artikel 12
|
De gegevens moet voldoen aan de in de bijlage vermelde vereisten.
|
|
Aquacultuurstatistieken (aquacultuurproductie met uitzondering van kweek-, uitbroed- en opkweekkamers, aquacultuurstromen en aquacultuurinrichtingen)
|
Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 11 Artikel 12
|
De gegevens moet voldoen aan de in de bijlage vermelde vereisten.
|
|
Metagegevens
|
Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8 Artikel 9 Artikel 11 Artikel 12
|
De metagegevens moeten voldoen aan de vereisten van artikel 12, lid 1, van Verordening (EG) nr. 223/2009.
|
Afstemming op de Europese datastrategie
|
De afstemming op de Europese datastrategie en ander EU-beleid op het gebied van data wordt nauwkeurig beschreven in de overwegingen 1 tot en met 33.
|
Afstemming op het eenmaligheidsbeginsel
|
In de verordening wordt voorgesteld om bestaande gegevens uit verschillende bronnen, zoals administratieve databanken, registers en enquêtes, te hergebruiken.
Artikel 7 van de verordening verplicht de Commissie (Eurostat) tot hergebruik van de relevante gegevens uit bij Unierecht ingestelde databanken of registers, als bedoeld in artikel 8, lid 2, die door de Commissie worden bijgehouden of op nationaal niveau zijn opgezet en waartoe de Commissie toegang heeft. Dit betekent dat de Commissie slechts één keer gegevens uit deze bronnen zal verzamelen en deze voor verschillende doeleinden zal gebruiken, waaronder voor het produceren van Europese statistieken over vangsten en de vangstvloot.
In de verordening wordt ook voorgesteld om gegevens uit andere bronnen te hergebruiken, zoals elektronische databanken die zijn opgezet op grond van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad, geautomatiseerde databanken die zijn opgezet op grond van Verordening (EU) 2017/1004, vissersvlootregisters die zijn opgezet op grond van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/218 van de Commissie, en registers die zijn opgezet op grond van Verordening (EU) 2018/848. Artikel 8 van de verordening bepaalt dat de lidstaten gebruik moeten maken van een of meer van deze gegevensbronnen en methoden, op voorwaarde dat deze het mogelijk maken om statistieken op te stellen die voldoen aan de in artikel 11 bedoelde kwaliteitseisen.
|
|
In de verordening wordt voorgesteld om een geïntegreerd kader op te zetten voor de productie van Europese statistieken over de winning van biologische rijkdommen van de zee door visserijactiviteiten en het op de markt brengen daarvan, en over de vangstvloot, de aquacultuurproductie en de aquacultuurinrichtingen van de Unie. In dit kader wordt voorgesteld om de Europese Commissie de bevoegdheid toe te kennen om gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van de technische specificaties van nieuw gecreëerde gegevens en daaraan gerelateerde metagegevens.
De gepubliceerde gegevens zullen vrij toegankelijk zijn in de openbare databank van Eurostat (Eurobase).
|
Gegevensstromen
|
Soort gegevens
|
Verwijzing(en) naar het voorschrift/de voorschriften
|
Actor die de gegevens verstrekt
|
Actor die de gegevens ontvangt
|
Aanleiding voor de gegevensuitwisseling
|
Frequentie (indien van toepassing)
|
|
Commerciële vangsten
|
Bijlage
Artikel 1
|
Lidstaten
|
Commissie (Eurostat)
|
Kalenderjaar
|
Jaarlijks
|
|
Teruggooi
|
Bijlage
Artikel 1
|
Lidstaten
|
Commissie (Eurostat)
|
Kalenderjaar
|
Jaarlijks
|
|
Recreatievangsten
|
Bijlage
Artikel 1
|
Lidstaten
|
Commissie (Eurostat)
|
Kalenderjaar
|
Jaarlijks
|
|
Aangelande producten
|
Bijlage
Artikel 1
|
Lidstaten
|
Commissie (Eurostat)
|
Kalenderjaar
|
Jaarlijks
|
|
Structuur van de vangstvloot
|
Bijlage
Artikel 1
|
Lidstaten
|
Commissie (Eurostat)
|
Kalenderjaar
|
Jaarlijks
|
|
Acquacultuurproducten met uitzondering van eieren
|
Bijlage
Artikel 1
|
Lidstaten
|
Commissie (Eurostat)
|
Kalenderjaar
|
Jaarlijks
|
|
Acquacultuureieren
|
Bijlage
Artikel 1
|
Lidstaten
|
Commissie (Eurostat)
|
Kalenderjaar
|
Jaarlijks
|
|
Op vangst gebaseerde aquacultuur
|
Bijlage
Artikel 1
|
Lidstaten
|
Commissie (Eurostat)
|
Kalenderjaar
|
Jaarlijks
|
|
Producten van kweek-, uitbroed- en opkweekkamers
|
Bijlage
Artikel 1
|
Lidstaten
|
Commissie (Eurostat)
|
Kalenderjaar
|
Jaarlijks
|
|
Inrichtingen
|
Bijlage
Artikel 1
|
Lidstaten
|
Commissie (Eurostat)
|
Kalenderjaar
|
Om het jaar
|
|
Door deze verordening bestreken geaggregeerde gegevens
|
Artikel 9
|
Commissie (Eurostat)
|
Internationale organisaties
|
Voor zover nodig
|
//
|
|
|
|
|
|
|
|
4.3.Digitale oplossingen
|
Digitale oplossingen
|
Verwijzing(en) naar het voorschrift/de voorschriften
|
Belangrijkste functies waarvoor een mandaat vereist is
|
Bevoegde instantie
|
Hoe wordt rekening gehouden met toegankelijkheid?
|
Hoe wordt herbruikbaarheid overwogen?
|
Gebruik van AI-technologieën (indien van toepassing)
|
|
Europese statistische systemen voor visserij en acquacultuur
|
Artikel 7
|
Produceren van Europese visserijstatistieken
|
Europese Commissie
|
Gebruik van bestaande infrastructuur
|
Gebruik van bestaande infrastructuur
|
Niet gespecificeerd
|
|
Nationale statistische systemen voor visserij en acquacultuur
|
Artikel 8
|
Produceren van Europese visserijstatistieken
|
Lidstaat
|
Gebruik van bestaande infrastructuur
|
Gebruik van bestaande infrastructuur
|
Niet gespecificeerd
|
Europese statistische systemen voor visserij en acquacultuur
|
Digitaal en/of sectoraal beleid (indien van toepassing)
|
Toelichting over de manier waarop het op één lijn wordt gebracht
|
|
AI-verordening
|
Niet relevant.
|
|
EU-kader voor cyberbeveiliging
|
Op basis van de bestaande statistische infrastructuur.
|
|
eIDAS
|
Op basis van de bestaande statistische infrastructuur.
|
|
Eén digitale toegangspoort en IMI
|
Niet relevant.
|
|
Andere
|
Hergebruik van relevante gegevensbronnen die per sectoraal beleid zijn vastgesteld.
|
Nationale statistische systemen voor visserij en acquacultuur
|
Digitaal en/of sectoraal beleid (indien van toepassing)
|
Toelichting over de manier waarop het op één lijn wordt gebracht
|
|
AI-verordening
|
Niet relevant.
|
|
EU-kader voor cyberbeveiliging
|
Op basis van de bestaande statistische infrastructuur.
|
|
eIDAS
|
Op basis van de bestaande statistische infrastructuur.
|
|
Eén digitale toegangspoort en IMI
|
Niet relevant.
|
|
Andere
|
Hergebruik van relevante gegevensbronnen die per sectoraal beleid zijn vastgesteld.
|
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling
|
Digitale overheidsdienst of categorie van digitale overheidsdiensten
|
Omschrijving
|
Verwijzing(en) naar het voorschrift/de voorschriften
|
Interoperabel Europa-oplossingen
(NIET VAN TOEPASSING)
|
Andere interoperabiliteitsoplossing(en)
|
|
Statistische diensten
|
Verspreiding van statistieken
|
Alle
|
|
Openbare databank van Eurostat (Eurobase):
Databank – Eurostat
.
|
Statistische diensten
|
Beoordeling
|
Maatregelen
|
Mogelijke resterende belemmeringen
|
|
De afstemming op bestaand digitaal en sectoraal beleid beoordelen
Vermeld het toepasselijke digitale en sectorale beleid dat is vastgesteld
|
Deze verordening zorgt voor consistentie en stroomlijnt de statistische processen op het gebied van de Europese visserij- en aquacultuurstatistieken.
Uit hoofde van het rechtskader van Verordening (EG) nr. 223/2009.
Op basis van gegevens (Verordening (EG) nr. 1224/2009 van het Europees Parlement en de Raad en Uitvoeringsverordening (EU) 2017/218 van de Commissie van 6 februari 2017),
Uitvoeringsverordening (EU) 2017/218 van de Commissie.
Afgestemd op het DCF (Verordening (EU) 2017/1004).
|
-De Commissie en de lidstaten moeten overeenstemming bereiken over aanvullende kwaliteitscontroles, vertrouwelijkheidsvereisten en de verspreiding van de ECR-gegevens.
|
|
De organisatorische maatregelen voor een soepele grensoverschrijdende verlening van digitale overheidsdiensten beoordelen.
Vermeld de geplande governancemaatregelen
|
-Zoals het geval is voor alle Europese statistieken die door Eurostat worden verspreid, worden de visserij- en aquacultuurstatistieken gekoppeld aan een metagegevensbeschrijving; - De lidstaten wordt geadviseerd om de “meest recente versie van de SIMS” te gebruiken (zie Aanbeveling (EU) 2023/397 van de Commissie). Alle tabellen die door Eurostat worden verspreid, zijn voorzien van een metagegevensbeschrijving.
-Maakt gebruik van het bestaande netwerk van bureaus voor de statistiek
|
|
|
Beoordeel de maatregelen die zijn genomen om te zorgen voor een gedeeld begrip van de gegevens
Geef een lijst met dergelijke maatregelen
|
-Bevordert het gebruik van internationale normen voor visserijstatistieken, met inbegrip van begrippen en indelingen, zoals de visserijgebieden voor statistische doeleinden en de ASFIS-lijst van soorten.
-Bevordert de afstemming van de gegevensverzoeken, definities, methodologieën en rapportageformaten op die van de FAO en de OESO.
-Bevordert het gebruik van een duidelijke definitie van “aquacultuurinrichtingen”.
-Past Verordening (EG) nr. 1059/2003 van het Europees Parlement en de Raad toe op gegevens over terrestrische eenheden.
|
-In de specifieke gegevensbronnen waarvan de wetgeving het hergebruik beoogt, mogen geen geharmoniseerde begrippen worden gebruikt, en de granulariteit van de waarnemingen kan het hergebruik van gegevens voor statistische doeleinden belemmeren;
-uitvoeringsaspecten kunnen het creëren van aanvullende vocabulaires met zich meebrengen.
|
|
Beoordeel het gebruik van gezamenlijk overeengekomen open technische specificaties en normen
Geef een lijst met dergelijke maatregelen
|
-De in deze verordening gebruikte gegevensstructuur moet vergelijkbaar zijn met het gegevensverzamelingskader (DCF) voor de visserijsector van Verordening (EU) 2017/1004 van het Europees Parlement en de Raad.
-DG MARE verzamelt gegevens op basis van de internationale FLUX-norm (
DG-MARE-FLUX-Brochure.pdf
).
|
-Verdere ontwikkelingen zijn nodig om de gegevens die momenteel zijn opgeslagen in interne registers van de Commissie te extraheren en te ontwikkelen.
|
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering
|
Omschrijving van de maatregel
|
Verwijzing(en) naar het voorschrift/de voorschriften
|
De rol van de Commissie
(indien van toepassing)
|
Te betrekken actoren
(indien van toepassing)
|
Verwacht tijdschema
(indien van toepassing)
|
|
De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen om de bijlage te wijzigen.
|
Artikel 4, lid 4
|
Vaststellen van gedelegeerde handelingen
|
//
|
Indien nodig geacht.
|
|
De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen om technische items van de individuele gegevensreeksen te specificeren.
|
Artikel 4, lid 5
|
Vaststellen van uitvoeringshandelingen
|
//
|
Ten minste negen maanden voor het begin van het betreffende referentiejaar.
|
|
De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen inzake het verzamelen van ad-hocgegevens (indien en wanneer nodig geacht).
|
Artikel 5
|
Vaststellen van gedelegeerde handelingen
|
//
|
Niet eerder dan het referentiejaar X (waarbij “X” = twee jaar na de datum van inwerkingtreding van deze verordening).
|
|
De Commissie is bevoegd gedelegeerde handelingen vast te stellen ter bepaling van de praktische regelingen voor de kwaliteitsverslagen en de inhoud ervan.
|
Artikel 11
|
Vaststellen van uitvoeringshandelingen
|
//
|
Ten minste negen maanden voor het begin van het betreffende referentiejaar.
|
|
Overgangsmaatregelen voor recreatieve vangsten die de uitvoering van de verordening vergemakkelijken.
|
Artikel 12
|
//
|
Lidstaten
|
//
|
|
Financiële bijdrage
(voor het verzamelen van ad-hocgegevens en het gebruik van innovatieve methoden en benaderingen).
|
Artikel 13
|
Beheren van de uitvoering van het financieringsprogramma
|
Statistische diensten van de lidstaten
|
Indien nodig geacht.
|