Brussel, 2.4.2025

COM(2025) 143 final

2025/0074(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1727, wat betreft de verlenging van de termijn voor het opzetten van het casemanagementsysteem van Eurojust


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

•Motivering en doel van het voorstel

Eurojust, het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken, ondersteunt de samenwerking en de coördinatie tussen de nationale bevoegde autoriteiten bij het onderzoek naar en de vervolging van ernstige grensoverschrijdende criminaliteit. 

Het nationale lid van de lidstaat die om ondersteuning door Eurojust verzoekt, opent een zaak in het casemanagementsysteem van Eurojust (CMS) en gebruikt dit IT-systeem om zaakgerelateerde informatie uit te wisselen met het nationale lid (of de verbindingsmagistraat) van de andere bij de zaak betrokken lidstaten (of derde landen). Het CMS moet het gemakkelijker maken gevoelige operationele persoonsgegevens op een beveiligde manier, met volledige inachtneming van de waarborgen voor gegevensbescherming, en overeenkomstig strikte bewaartermijnen op te slaan en uit te wisselen. Dit maakt het CMS tot de spil van de ondersteuning die Eurojust de nationale autoriteiten biedt.

Het huidige CMS is echter technisch achterhaald en onder meer daarom heeft de Commissie in 2021 voorgesteld de Eurojust-verordening te wijzigen wat de uitwisseling van digitale informatie in terrorismezaken betreft. Deze wijziging is vastgesteld bij Verordening (EU) 2023/2131. De daarin opgenomen bepalingen over het CMS voorzien in een nieuw, flexibeler technisch ontwerp en in een overgangsperiode voor gebruik van het “oude” CMS tot 1 december 2025. In het financieel memorandum bij het voorstel van de Commissie werd uiteengezet welke financiële en personele middelen Eurojust tot die uiterste datum nodig zou hebben om het nieuwe CMS, met alle vereiste functies, op te zetten.

In december 2024 gaf Eurojust in een brief aan de Commissie te kennen dat het betwijfelde de wettelijke termijn voor het opzetten van het nieuwe CMS te kunnen nakomen. Die twijfels zijn in latere besprekingen bevestigd. De vertraging is voornamelijk terug te voeren op problemen met de externe contractant die ondersteuning biedt voor de ontwikkeling van het “nieuwe” CMS. Bovendien neemt zowel de migratie van gegevens uit het “oude” naar het “nieuwe” CMS als de verificatie van de gegevens veel meer tijd in beslag dan verwacht, met name omdat hiervoor handmatige verrichtingen nodig zijn vanwege de complexe structuur van het “oude” CMS en de betrokkenheid van de nationale bureaus.

Op grond van de Eurojust-verordening moet Eurojust alle operationele persoonsgegevens opslaan in het CMS en mag het deze nergens anders opslaan. De desbetreffende overgangsbepaling in de Eurojust-verordening werd voorgesteld met het uitdrukkelijke doel Eurojust het oude CMS te laten gebruiken tot de wettelijke termijn van 1 december 2025, maar tegelijkertijd een definitieve termijn voor dat gebruik vast te stellen.

Als Eurojust het “oude” CMS na afloop van de in de Eurojust-verordening bepaalde overgangsperiode blijft gebruiken, kan het aansprakelijk worden gesteld voor onrechtmatige verwerking van operationele persoonsgegevens. Onrechtmatige gegevensverwerking kan in nationale gerechtelijke procedures worden aangevochten en dergelijke zaken kunnen uiteindelijk aanhangig worden gemaakt bij het Europees Hof van Justitie. Als het met steun van Eurojust uitgewisselde informatie- en bewijsmateriaal dan door nationale rechtbanken als niet-ontvankelijk wordt beschouwd, kan dat nadelig zijn voor de vervolging van het betrokken misdrijf, en zeer nadelig voor de bestrijding van ernstige grensoverschrijdende criminaliteit en voor de veiligheid in de Unie.

Hetzelfde geldt voor bewijsmateriaal dat is opgeslagen in de op grond van Verordening (EU) 2022/838 opgerichte “gegevensbank voor bewijsmateriaal van internationale kernmisdrijven” van Eurojust, waarin bewijsmateriaal over internationale misdrijven, waaronder het misdrijf agressie tegen Oekraïne, wordt opgeslagen. De overgangsregels voor die gegevensbank zijn immers ook gekoppeld aan de wettelijke termijn van 1 december 2025. Als die gegevensbank niet in het “nieuwe” CMS wordt geïntegreerd en de gegevensverwerking na 1 december 2025 doorgaat buiten het “nieuwe” CMS, kan dat negatieve gevolgen hebben voor de ontvankelijkheid van het bewijsmateriaal dat is verzameld in het Internationaal Centrum voor de vervolging van het misdrijf agressie tegen Oekraïne (dat deel uitmaakt van Eurojust), wat zelfs een schadelijke uitwerking kan hebben op vervolgingen voor een toekomstig speciaal tribunaal voor het misdrijf agressie tegen Oekraïne.

Daarom stelt de Commissie een technische wijziging van de desbetreffende bepaling van de Eurojust-verordening voor om ervoor te zorgen dat het gebruik van het “oude” CMS rechtmatig blijft totdat het “nieuwe” CMS volledig operationeel is en de nodige gegevens zijn overgezet naar het “nieuwe” CMS. 

•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Het opzetten van een nieuw, geavanceerd CMS voor Eurojust en van een beter geïntegreerd, geactualiseerd Europees gerechtelijk register voor terrorismebestrijding is in overeenstemming met de strategie voor de digitalisering van justitie 1 , de EU-strategie voor de veiligheidsunie 2 en de terrorismebestrijdingsagenda voor de EU 3 .  

•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het voorstel is in overeenstemming met het Europese acquis inzake gegevensbescherming. Het bevat duidelijke overgangsregels voor het voortzetten van het gebruik van het “oude” CMS en het opstarten van het “nieuwe” CMS, alsook duidelijke waarborgen met betrekking tot de overgangsperiode. 

Het voorstel is ook in overeenstemming met de algemene digitalisering van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, met name het interoperabiliteitskader 4 . Het “nieuwe” CMS zal de interoperabiliteit met andere IT-systemen die in het kader van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht zijn opgezet, verbeteren en zal uitwisselingen en zoekopdrachten op het Europees zoekportaal vergemakkelijken.  

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

•Rechtsgrondslag

Deze wijziging van de rechtsgrondslag voor Eurojust is gebaseerd op artikel 85 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Krachtens artikel 85 VWEU moeten de structuur, de werking, het werkterrein en de taken van Eurojust worden bepaald bij verordening. Dit geldt ook voor het opzetten en de werking van het CMS van het agentschap. 

•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid) 

Overeenkomstig het in artikel 5, lid 3, van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) neergelegde subsidiariteitsbeginsel mag slechts op het niveau van de Unie worden opgetreden wanneer de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten alleen kunnen worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de Unie kunnen worden bereikt. Ook moeten de aard en de intensiteit van een maatregel worden afgestemd op het vastgestelde probleem.

Het is specifiek noodzakelijk om op EU-niveau op te treden omdat de voorgenomen maatregelen een intrinsieke EU-dimensie hebben. De maatregelen zijn gericht op de beveiligde uitwisseling van operationele persoonsgegevens in het CMS en moeten de handelingscapaciteit van Eurojust verbeteren. De taak van Eurojust is het ondersteunen en versterken van de coördinatie en de samenwerking tussen de nationale gerechtelijke autoriteiten met betrekking tot ernstige criminaliteit, waaronder terrorisme, die twee of meer lidstaten treft of vervolging op gemeenschappelijke basis vereist. Deze doelstelling kan overeenkomstig het subsidiariteitsbeginsel slechts op EU-niveau worden bereikt. De lidstaten kunnen geen passender rechtskader creëren om eventuele vertragingen bij het opzetten van het “nieuwe” CMS op te vangen. Daarom moet de EU de juridisch bindende instrumenten vaststellen om de gewenste resultaten te verwezenlijken overeenkomstig de door de Verdragen aan de EU verleende bevoegdheden. 

•Evenredigheid

Overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel dat is vervat in artikel 5, lid 4, VEU, moeten de aard en de intensiteit van een bepaalde maatregel worden afgestemd op het geconstateerde probleem. De lidstaten kunnen de problemen waarop dit voorstel betrekking heeft, slechts doeltreffend aanpakken als op EU-niveau ondersteuning wordt verleend.

Dit voorstel heeft tot doel de vertraging bij het opzetten van het “nieuwe” CMS en de aanzienlijke gevolgen daarvan te beperken door middel van een technische wijziging van de desbetreffende bepaling van de Eurojust-verordening. Die wijziging moet ervoor zorgen dat “oude” CMS rechtmatig verder kan worden gebruikt totdat het “nieuwe” CMS volledig operationeel is. Zonder deze wijziging kan Eurojust na het verstrijken van de huidige wettelijke termijn operationele persoonsgegevens niet langer opslaan in het “oude” CMS en mag het deze evenmin elders opslaan. Daardoor zal het agentschap zijn cruciale rol niet meer kunnen vervullen ter ondersteuning en versterking van de samenwerking tussen de nationale autoriteiten van de lidstaten bij het onderzoek en de vervolging van ernstige vormen van criminaliteit, in het bijzonder terrorisme. Om Eurojust zijn cruciale taak ten volle te laten vervullen, moet worden voorzien in een overgangsperiode voor de migratie van het “oude” naar het “nieuwe” CMS.

Het voorstel gaat dan ook, overeenkomstig het evenredigheidsbeginsel, niet verder dan wat nodig is om de doelstelling ervan te verwezenlijken.

•Keuze van het instrument

Krachtens artikel 85, lid 1, VWEU moet het rechtskader van Eurojust worden bepaald bij verordening. Wijzigingen van dit rechtskader moeten eveneens bij verordening worden vastgesteld. 

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Niet van toepassing

•Raadpleging van belanghebbenden

Niet van toepassing

•Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Niet van toepassing

•Effectbeoordeling

Niet van toepassing

•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Niet van toepassing

•Grondrechten

Het CMS van Eurojust is opgezet om de beveiligde verwerking van operationele persoonsgegevens en de naleving van de in de Eurojust-verordening vastgestelde bewaartermijnen te waarborgen. Om te voorkomen dat deze regels worden omzeild, verbiedt de Eurojust-verordening de opslag van operationele persoonsgegevens buiten het CMS.

Om gegevens uit het “oude” naar het “nieuwe” CMS te migreren en de juistheid van de gemigreerde gegevens te verifiëren, moeten de twee systemen gedurende een bepaalde periode parallel draaien. Dit zal leiden tot het dupliceren van gegevens en tot consequenties ten aanzien van het beginsel van minimale gegevensverwerking. De tijdelijke duplicatie is echter nodig om een veilige overgang mogelijk te maken naar de nieuwe technische infrastructuur, die in overeenstemming zal zijn met het beginsel “gegevensbescherming door ontwerp” en met de hoogste ICT-beveiligingsnormen en bijgevolg standaard betere waarborgen voor gegevensbescherming zal bieden. Bovendien is er geen andere, snellere manier om de gegevens uit het “oude” naar het “nieuwe” CMS te migreren. Veel van de opgeslagen gegevens, bijvoorbeeld bijlagen, zijn verbonden met geïndividualiseerde toegangsrechten, die handmatig moeten worden gemigreerd. Bovendien heeft elk nationaal bureau de gegevens op een andere manier opgeslagen en is voor de migratie van die gegevens ondersteuning en hulp van de medewerkers van het betrokken bureau nodig. De migratie is dus ook afhankelijk van hun werklast en beschikbaarheid. De duplicatie blijft beperkt tot wat nodig is. Eurojust mag het “oude” CMS gebruiken uiterlijk totdat de gegevens volledig zijn gemigreerd en geverifieerd, maar in geen geval na 1 december 2027. Deze impact op het gebied van minimale gegevensverwerking is dus gerechtvaardigd.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de EU.

5.OVERIGE ELEMENTEN

•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Niet van toepassing

•Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

Niet van toepassing

•Artikelsgewijze toelichting

Voorgesteld wordt om de in artikel 80, lid 9, van Verordening (EU) 2018/1727 vastgestelde wettelijke termijn voor het behouden van het “oude” CMS en de invoering van het “nieuwe” CMS te verlengen van 1 december 2025 tot 1 december 2027. Deze wijziging geeft Eurojust twee jaar extra tijd om de overgang naar het “nieuwe” casemanagementsysteem tot een goed einde te brengen.

Een tweede wijziging bestaat erin het tweede gedeelte van de huidige zin in artikel 80, lid 9, van Verordening (EU) 2018/1727 (krachtens welk het “oude” CMS moet worden stopgezet wanneer het “nieuwe” CMS in bedrijf wordt gesteld) aan te vullen, zodat Eurojust de gegevens kan migreren uit het “oude” naar het “nieuwe” CMS. De migratie van het “oude” naar het “nieuwe” CMS vereist een groot aantal handmatige verrichtingen, aangezien elk nationaal bureau van Eurojust informatie en bijlagen op een andere manier opslaat. Dit proces zal meerdere maanden in beslag nemen. Nadat de gegevens zijn gemigreerd, moet de juistheid ervan worden geverifieerd voordat het “oude” CMS uit bedrijf kan worden genomen. De duur van deze overgangsfase moet echter beperkt worden. Het “oude” CMS mag nog worden gebruikt totdat het “nieuwe” CMS is ingevoerd en de gegevens zijn gemigreerd en geverifieerd, of tot de wettelijke uiterste termijn van 1 december 2027, waarna het “oude” CMS niet meer mag worden gebruikt. Met de verlenging van de wettelijke termijn krijgt Eurojust voldoende tijd om het “nieuwe” CMS op te zetten en wordt bovendien een uiterste termijn in de rechtsgrondslag vastgesteld.

2025/0074 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1727, wat betreft de verlenging van de termijn voor het opzetten van het casemanagementsysteem van Eurojust

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 85,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) is opgericht bij Verordening (EU) 2018/1727 van het Europees Parlement en de Raad 5  en de taken, bevoegdheden en functies van dit agentschap zijn tevens bij die verordening vastgesteld. 

(2)Om alle operationele persoonsgegevens op een beveiligde manier op te slaan, heeft Eurojust een casemanagementsysteem opgezet dat bestaat uit tijdelijke werkbestanden en een register. Via het casemanagementsysteem wisselen de nationale leden van Eurojust alle zaakgerelateerde informatie uit op een beveiligde manier en met volledige inachtneming van de gegevensbeschermingsregels. Eurojust mag geen ander geautomatiseerd gegevensbestand aanmaken om operationele persoonsgegevens te verwerken. 

(3)Teneinde te voorzien in het rechtskader voor een gemoderniseerd casemanagementsysteem, is Verordening (EU) 2018/1727 gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/2131 van het Europees Parlement en de Raad 6 . Het nieuwe casemanagementsysteem heeft tot doel de functies van het Europees gerechtelijk register voor terrorismebestrijding te integreren en te activeren en Eurojust beter in staat te stellen verbanden te leggen tussen grensoverschrijdende gerechtelijke procedures tegen verdachten van strafbare feiten van terroristische aard en bij Eurojust verwerkte informatie over andere ernstige strafbare feiten. Daarbij moet als regel ten volle gebruik worden gemaakt van bestaande nationale en Uniemechanismen voor het vergelijken van biometrische gegevens.

(4)De uiterste datum voor het opzetten van het nieuwe casemanagementsysteem is 1 december 2025. Vanwege externe factoren en het complexe karakter van de migratie zal Eurojust het nieuwe casemanagementsysteem echter niet binnen die termijn kunnen opzetten. Daarom moet worden bepaald dat Eurojust het uit tijdelijke werkbestanden en een register bestaande casemanagementsysteem kan blijven gebruiken totdat het nieuwe casemanagementsysteem is opgezet.

(5)De termijn moet worden verlengd zodat Eurojust de werking en de interoperabiliteit van het nieuwe casemanagementsysteem overeenkomstig Verordening (EU) 2024/903 van het Europees Parlement en de Raad 7 kan testen en waarborgen, en de gegevens kunnen worden gemigreerd uit het uit tijdelijke werkbestanden en een index bestaande casemanagementsysteem naar het nieuwe casemanagementsysteem.

(6)Eurojust moet het uit tijdelijke werkbestanden en een register bestaande casemanagementsysteem na de inbedrijfstelling van het nieuwe casemanagementsysteem uiterlijk tot 1 december 2027 kunnen behouden, zodat de gegevens uit het uit tijdelijke werkbestanden en een register bestaande casemanagementsysteem kunnen worden gemigreerd naar het nieuwe casemanagementsysteem en de juistheid van de gemigreerde gegevens kan worden geverifieerd. Door de huidige termijn voor het opzetten van het nieuwe casemanagementsysteem met twee jaar te verlengen krijgt Eurojust voldoende tijd om het nieuwe casemanagementsysteem volledig op te zetten, en wordt de termijn waarbinnen het dupliceren van operationele persoonsgegevens bij wijze van uitzondering is toegestaan, beperkt.

(7)[Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 en artikel 4 bis, lid 1, van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en onverminderd artikel 4 van dat protocol, neemt Ierland niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing op Ierland.] OF [Overeenkomstig artikel 3 en artikel 4 bis, lid 1, van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, heeft Ierland [bij brief van ...] te kennen gegeven dat het aan de vaststelling en toepassing van deze verordening wenst deel te nemen.]

(8)Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening en is deze niet bindend voor, noch van toepassing op Denemarken.

(9)De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) 2018/1725 en heeft op […] een advies uitgebracht,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1

Wijzigingen van Verordening (EU) 2018/1727

In artikel 80 van Verordening (EU) 2018/1727 wordt lid 9 vervangen door:  

“9. Eurojust kan het uit tijdelijke werkbestanden en een register bestaande casemanagementsysteem blijven gebruiken tot 1 december 2027, tenzij het nieuwe casemanagementsysteem reeds is ingevoerd en zowel de migratie van de gegevens uit het uit tijdelijke werkbestanden en een register bestaande casemanagementsysteem, als de verificatie van de juistheid van deze gegevens al eerder is afgerond.”

Artikel 2

Inwerkingtreding 

Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat overeenkomstig de Verdragen.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

1.2.Betrokken beleidsterrein(en)

1.3.Doelstelling(en)

1.3.1.Algemene doelstelling(en)

1.3.2.Specifieke doelstelling(en)

1.3.3.Verwacht(e) resulta(a)t(en) en gevolg(en)

1.3.4.Prestatie-indicatoren

1.4.Het voorstel/initiatief betreft:

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting

2.BEHEERSMAATREGELEN

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

4.Digitale dimensies

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende de verlenging van de termijn voor het opzetten van het casemanagementsysteem van Eurojust en tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1727

1.2.Betrokken beleidsterrein(en) 

Beleidsterrein: Justitie en grondrechten

Activiteit: Investeren in mensen, sociale cohesie en waarden

071007: Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust)

1.3.Doelstelling(en)

1.3.1.Algemene doelstelling(en)

Eurojust werkt op basis van wijzigingsverordening 2023/2131 aan het opzetten van een nieuw casemanagementsysteem (CMS). Omdat de contractant vertraging oploopt bij de ontwikkeling, en de migratie van gegevens veel tijd in beslag zal nemen, zal Eurojust zich voor het opzetten van het “nieuwe” CMS en de migratie van alle operationele gegevens uit het “oude” naar het “nieuwe” CMS niet aan de wettelijke termijn kunnen houden. De algemene doelstelling bestaat erin de continuïteit van de rechtmatige gegevensverwerking bij Eurojust te waarborgen door de wettelijke termijn voor het opzetten van het “nieuwe” CMS te verlengen.

1.3.2.Specifieke doelstelling(en)

De specifieke doelstelling is een afgeleide van de hierboven geschetste algemene doelstelling:

Specifieke doelstelling 1:

Ervoor zorgen dat door Eurojust ondersteunde vervolgingszaken die op nationaal niveau lopen, niet kunnen worden aangevochten op basis van het argument dat Eurojust gegevens onrechtmatig in bezit had.

Specifieke doelstelling 2:

Ervoor zorgen dat Eurojust het nieuwe systeem kan testen en de operationele gegevens kan migreren uit het “oude” naar het “nieuwe” CMS.

1.3.3.Verwacht(e) resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben voor de begunstigden/doelgroepen.

De overgang van het “oude” naar het “nieuwe” CMS vlot laten verlopen en de wettigheid van de gegevens gedurende het hele proces waarborgen.

1.3.4.Prestatie-indicatoren

Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten.

- Opzetten van het nieuwe CMS en migratie van gegevens uit het “oude” naar het “nieuwe” CMS tegen 1 december 2027.

1.4.Het voorstel/initiatief betreft: 

 een nieuwe actie 

 een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 8  

 de verlenging van een bestaande actie 

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief 

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

Eurojust moet uiterlijk op 1 december 2027 de ontwikkeling afronden, de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming raadplegen, het “nieuwe” CMS opzetten en testen, de operationele gegevens uit het “oude” naar het “nieuwe” CMS migreren en de juistheid van de gegevens verifiëren.

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.

Dankzij procesdigitalisering zal het “nieuwe” CMS de ondersteuning die Eurojust aan de nationale bevoegde autoriteiten biedt, efficiënter maken en het werk van de nationale bureaus van Eurojust aanzienlijk vergemakkelijken. Het “nieuwe” CMS zal grensoverschrijdende verbanden tussen in verschillende lidstaten geopende zaken beter aan het licht brengen en daardoor een versterkend effect hebben op de bestrijding van ernstige grensoverschrijdende criminaliteit.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

De ontwikkeling van grote IT-projecten is moeilijk te voorspellen en gaat daardoor vaak gepaard met aanzienlijke vertragingen. Ook in dit geval loopt de ontwikkeling vertraging op vanwege problemen met de externe contractant en omdat de migratie van operationele gegevens uit het “oude” naar het “nieuwe” CMS onverwacht en onvoorspelbaar veel tijd in beslag zal nemen. Daarom wordt de termijn met nog eens twee jaar verlengd.

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de EU. De gevolgen die het opzetten van het “nieuwe” CMS heeft voor de begroting, zijn reeds behandeld in het financieel memorandum bij Verordening (EU) 2023/2131.

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

Dit initiatief is reeds behandeld in het financieel memorandum bij Verordening (EU) 2023/2131.

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

Niet van toepassing

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting 9   

Niet van toepassing

2.BEHEERSMAATREGELEN 

Niet van toepassing

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

Niet van toepassing

4.Digitale dimensies

Dit voorstel voorziet in de verlenging van de termijn voor het opzetten van het nieuwe casemanagementsysteem van Eurojust. Dankzij de verlenging kan Eurojust de werking en de interoperabiliteit van dit nieuwe systeem testen en waarborgen, en kunnen de nodige gegevens worden gemigreerd. Het voorstel behelst weliswaar een wijziging van Verordening (EU) 2018/1727, die deel uitmaakt van het pakket voor de digitalisering van justitie, maar bevat geen nieuwe voorschriften met digitale relevantie. Bijgevolg is het beginsel “standaard digitaal” niet van toepassing. Het opzetten van het “nieuwe” CMS heeft duidelijk een grote digitale relevantie, maar valt buiten het toepassingsgebied van dit digitaal memorandum.

(1)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Digitalisering van justitie in de Europese Unie – Een instrumentarium met mogelijkheden” (COM(2020) 710 final).
(2)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over de EU-strategie voor de veiligheidsunie (COM(2020) 605 final).
(3)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, de Europese Centrale Bank, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s over een terrorismebestrijdingsagenda voor de EU (COM(2020) 795 final).
(4)    Verordening (EU) 2019/817 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2019 tot vaststelling van een kader voor interoperabiliteit tussen de Unie-informatiesystemen op het gebied van grenzen en visa en tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 767/2008, (EU) 2016/399, (EU) 2017/2226, (EU) 2018/1240, (EU) 2018/1726 en (EU) 2018/1861 van het Europees Parlement en de Raad, Beschikking 2004/512/EG van de Raad en Besluit 2008/633/JBZ van de Raad.
(5)    Verordening (EU) 2018/1727 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust), en tot vervanging en intrekking van Besluit 2002/187/JBZ van de Raad (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 138, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2018/1727/oj ).
(6)    Verordening (EU) 2023/2131 van het Europees Parlement en de Raad van 4 oktober 2023 tot wijziging van Verordening (EU) 2018/1727 van het Europees Parlement en de Raad en van Besluit 2005/671/JBZ van de Raad, wat de uitwisseling van digitale informatie in terrorismezaken betreft (PB L, 2023/2131, 11.10.2023, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2023/2131/oj ).
(7)    Verordening (EU) 2024/903 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot vaststelling van maatregelen voor een hoog niveau van interoperabiliteit van de overheidssector in de Unie (verordening Interoperabel Europa) (PB L, 2024/903, 22.3.2024, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2024/903/oj ).
(8)    In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of b), van het Financieel Reglement.
(9)    Nadere gegevens over de wijze(n) van uitvoering van de begroting en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BUDGpedia: https://myintracomm.ec.europa.eu/corp/budget/financial-rules/budget-implementation/Pages/implementation-methods.aspx .