EUROPESE COMMISSIE
Straatsburg, 1.4.2025
COM(2025) 136 final
2025/0070(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2019/631 om extra flexibiliteit erin op te nemen met betrekking tot de berekening van de naleving door fabrikanten van CO2-emissienormen voor nieuwe personenauto’s en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen voor de kalenderjaren 2025 tot en met 2027
(Voor de EER relevante tekst)
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Bij
Verordening (EU) 2019/631
zijn CO2-emissienormen voor nieuwe personenauto’s en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen vastgesteld. De verordening vormt een belangrijke bijdrage tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de EU-klimaatwet, waaronder klimaatneutraliteit in 2050 en de doelstelling om tegen 2030 de CO2-emissies in de hele economie met 55 % te verminderen ten opzichte van 1990.
De automobielindustrie is van essentieel belang voor de economie van de EU en is goed voor meer dan 7 % van het bbp. Zij biedt direct of indirect werkgelegenheid aan ongeveer 13 miljoen Europeanen: in de productie, de verkoop, het onderhoud, de bouw en het vervoer en vervoersdiensten. De automobielsector ondergaat een structurele transformatie met onder meer veranderingen op het gebied van schone en digitale technologieën, met name de verschuiving richting emissievrije voertuigen. De CO2-normen bieden investeerders in de hele waardeketen zekerheid en voorspelbaarheid voor de lange termijn en helpen een dergelijke transformatie voor de sector mogelijk maken, en daarbij wordt voorzien in een voldoende lange overgangsperiode om een rechtvaardige transitie mogelijk te maken.
In de verordening is de verplichting opgenomen de jaarlijkse gemiddelde CO2-emissies van nieuwe auto’s en bestelwagens voor het gehele EU-wagenpark elke vijf jaar te verlagen. In 2025 wordt een doelstelling van toepassing die ervoor moet zorgen dat voor elk jaar van de periode 2025-2029, 15 % CO2-reductie ten opzichte van de waarden van 2021 wordt gerealiseerd.
Om te kunnen beoordelen in hoeverre fabrikanten hun doelstellingen behalen, worden elk jaar op basis van het streefcijfer voor het gehele EU-wagenpark de gemiddelde CO2-emissies en de specifieke CO2-emissies voor elke fabrikant vastgesteld. Fabrikanten die hun specifieke emissiestreefcijfer overschrijden, betalen voor elk nieuwe geregistreerde voertuig een bijdrage voor overtollige emissies van 95 EUR per g/km.
Het voorstel, dat valt in het kader van de strategische dialoog over de toekomst van de automobielindustrie die plaatsvond in het eerste kwartaal van 2025 en is aangekondigd in het actieplan voor de automobielindustrie van de Commissie van 5 maart 2025, betreft een gerichte wijziging van
Verordening (EU) 2019/631
om fabrikanten extra flexibiliteiit met betrekking tot hun nalevingsverplichtingen te bieden door een nalevingsperiode van drie jaar in plaats van één toe te staan voor de jaren 2025, 2026 en 2027.
Bij de gerichte wijziging wordt een dergelijke extra flexibiliteit voor fabrikanten ingevoerd, met behoud van het ambitieniveau van de emissiereductiedoelstelling.
Om de rechtszekerheid en voorspelbaarheid in stand te houden, is het essentieel dat het Europees Parlement en de Raad snel en onverwijld overeenstemming bereiken over deze eenmalige flexibiliteit om naleving in een nalevingsperiode van drie jaar mogelijk te maken.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Dit voorstel wijzigt geen materiële regels van Verordening (EU) 2019/631, noch de doelstellingen ervan. Het voorstel komt tegemoet aan de bezorgdheid die de automobielsector in de EU heeft geuit door fabrikanten extra flexibiliteit te bieden om aan de doelstellingen van de verordening te voldoen.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
In de verordening betreffende de Europese klimaatwet is het kader vastgesteld voor het bereiken van klimaatneutraliteit als EU tegen 2050. De verordening schrijft voor dat de netto-uitstoot van broeikasgassen in de EU tegen 2030 met ten minste 55 % moet zijn verminderd (ten opzichte van het niveau van 1990). De Commissie wordt ook verplicht een doelstelling voor 2040 voor te stellen. In overeenstemming met de reductiedoelstellingen van de klimaatwet zijn in Verordening (EU) 2019/631 emissiereductiedoelstellingen voor auto’s en bestelwagens vastgesteld.
Het huidige voorstel verandert niets aan de reductiedoelstellingen en verlaagt de algemene ambities op het gebied van CO2-emissienormen niet. Door de invoering van een eenmalige nalevingsperiode van drie jaar voor 2025, 2026 en 2027 in plaats van een jaarlijks beoordelingsmoment, biedt het voertuigfabrikanten extra flexibiliteit, terwijl de zekerheid en voorspelbaarheid voor investeerders in de hele waardeketen behouden blijft.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 192 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU). Overeenkomstig artikel 191 en artikel 192, lid 1, VWEU moet de Europese Unie bijdragen aan het nastreven van onder meer de volgende doelstellingen: behoud, bescherming en verbetering van de kwaliteit van het milieu; bevordering op internationaal vlak van maatregelen om het hoofd te bieden aan regionale of mondiale milieuproblemen, en in het bijzonder de bestrijding van klimaatverandering. De Unie heeft al eerder beleid op basis van artikel 192 VWEU vastgesteld om de CO2-emissies van auto’s en lichte bedrijfsvoertuigen terug te dringen, te beginnen met Verordening (EG) nr. 443/2009 en Verordening (EU) nr. 510/2011.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Dit initiatief is in overeenstemming met het subsidiariteitsbeginsel. Een wijziging van Verordening (EU) 2019/631 om deze extra flexibiliteit te bieden, kan niet door de lidstaten zelf worden gerealiseerd.
•Evenredigheid
Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, aangezien het niet verder gaat dan wat nodig is voor de verwezenlijking van de EU-doelstellingen om de broeikasgasemissies op kosteneffectieve wijze terug te dringen en om voertuigfabrikanten tegelijkertijd eenmalig extra flexibiliteit te bieden om aan hun doelstellingen te voldoen, met behoud van het ambitieniveau van de doelstellingen.
•Keuze van het instrument
Het voorstel wijzigt Verordening (EU) 2019/631 alleen wat betreft het bieden van extra flexibiliteit met betrekking tot de nalevingsperioden. Het moet dus dezelfde handelingsvorm aannemen, namelijk een verordening.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
Het voorstel hoeft niet te worden geëvalueerd, aangezien het alleen voorziet in tijdelijke extra flexibiliteit voor voertuigfabrikanten bij de naleving van de streefcijfers.
•Raadpleging van belanghebbenden
De Commissie heeft intensieve en uitgebreide besprekingen gevoerd met fabrikanten en belanghebbenden uit de waardeketen van de automobielsector in het kader van de strategische dialoog over de toekomst van de automobielindustrie die plaatsvond in het eerste kwartaal van 2025.
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
Het voorstel is uitgewerkt na een interne doorlichting van bestaande verplichtingen en gebaseerd op de ervaring die is opgedaan met de uitvoering van de desbetreffende wetgeving, met inbegrip van de jaarlijkse monitoring van de naleving van de CO2-doelstellingen door de fabrikanten.
•Effectbeoordeling
Het voorstel betreft gerichte wijzigingen van
Verordening (EU) 2019/631
om fabrikanten extra flexibiliteit te bieden met betrekking tot hun nalevingsverplichtingen. Het verandert niets aan het ambitieniveau van de doelstellingen.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Het voorstel naar verwachting niet leiden tot hogere administratieve kosten in vergelijking met de huidige verordening. Het maakt het rechtskader ook niet complexer.
•Grondrechten
Het voorstel eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend. Het draagt met name bij tot de verwezenlijking van de doelstelling van een hoog niveau van milieubescherming in overeenstemming met het beginsel van duurzame ontwikkeling, zoals neergelegd in artikel 37 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Het financieel memorandum met de gevolgen voor de budgettaire, personele en administratieve middelen is gehecht aan het voorstel dat heeft geleid tot de vaststelling van Verordening (EU) 2019/631, en de laatste herziening ervan bij Verordening (EU) 2023/851.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
Als gevolg van dit voorstel wordt de inhoud van de voorschriften niet gewijzigd en de uitvoeringsbeoordeling blijft dezelfde als die van het voorstel dat heeft geleid tot de vaststelling van Verordening (EU) 2019/631, zoals gewijzigd bij Verordening (EU) 2023/851.
•Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1, lid 1, wijzigt artikel 4 om de nalevingsperiode van drie jaar te specificeren.
Artikel 1, lid 2, wijzigt artikel 6 om te specificeren dat de groepsvormingsovereenkomsten voor 2025-2027 uiterlijk eind 2027 aan de Commissie moeten worden meegedeeld.
Artikel 1, lid 3, wijzigt artikel 8 om de regels voor het opleggen van de bijdragen voor overtollige emissies voor de driejarige nalevingsperiode 2025-2027 te specificeren.
2025/0070 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU) 2019/631 om extra flexibiliteit erin op te nemen met betrekking tot de berekening van de naleving door fabrikanten van CO2-emissienormen voor nieuwe personenauto’s en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen voor de kalenderjaren 2025 tot en met 2027
(Voor de EER relevante tekst)
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 192, lid 1,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité,
Gezien het advies van het Comité van de Regio’s,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Bij Verordening (EU) 2019/631 van het Europees Parlement en de Raad worden de CO2-streefcijfers voor nieuwe personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen vastgesteld, een essentieel onderdeel van het Uniekader om de netto-uitstoot van broeikasgassen tegen 2030 met ten minste 55 % ten opzichte van het niveau van 1990 te verminderen en tegen 2050 als economie klimaatneutraal te zijn.
(2)In reactie op het verzoek van belanghebbenden om extra flexibiliteit voor de naleving van de CO2-doelstellingen voor de periode 2025-2027, is het aangewezen om dringend een wijziging vast te stellen om voor die drie jaar eenmalig flexibiliteit bij de berekening van de naleving van de CO2-emissienormen toe te staan, met behoud van de doelstellingen voor de vermindering van de CO2-emissies.
(3)In de periode 2025-2027 moeten fabrikanten ervoor zorgen dat de gemiddelde specifieke CO2-emissies van hun voertuigen niet hoger liggen dan een emissiestreefcijfer dat wordt berekend als het gemiddelde van hun specifieke emissiestreefcijfers voor elk jaar van die periode. De naleving van de streefcijfers moet aan het einde van de periode van drie jaar voor elke afzonderlijke fabrikant worden beoordeeld. De bijdragen voor overtollige emissies moeten dienovereenkomstig worden berekend.
(4)Om de bepalingen inzake groepsvorming in overeenstemming te brengen met de extra nalevingsflexibiliteit voor de jaren 2025 tot en met 2027, moet het mogelijk zijn voor elk van die drie jaar groepsvormingsovereenkomsten te sluiten tot eind 2027.
(5)Omdat de doelstelling van deze verordening, namelijk extra flexibiliteit bieden voor de naleving betreffende CO2-emissies in de periode van 2025 tot en met 2027 en tegelijkertijd de verplichtingen om de CO2-emissies van nieuwe personenauto’ en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen terug te dringen, in stand te houden, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar vanwege de omvang of de gevolgen van het optreden beter door de Unie kan worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.
(6)Verordening (EU) 2019/631 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU) 2019/631 wordt als volgt gewijzigd:
1)Aan artikel 4 wordt het volgende lid toegevoegd:
“1 bis. In afwijking van lid 1 zorgt een fabrikant ervoor dat, ook wanneer hij lid is van een groep fabrikanten, voor de periode van drie jaar die de kalenderjaren 2025 tot en met 2027 omvat, zijn gemiddelde specifieke CO2-emissies voor die periode niet hoger liggen dan zijn specifieke emissiestreefcijfer voor die periode.
Die gemiddelde specifieke CO2-emissies worden berekend als het gemiddelde over de periode van drie jaar van de gemiddelde specifieke CO2-emissies voor elk jaar gewogen naar het aantal voor het eerst geregistreerde voertuigen van de fabrikant in dat kalenderjaar.
Het specifieke emissiestreefcijfer wordt berekend als het gemiddelde over de periode van drie jaar van de specifieke emissiestreefcijfers voor elk jaar die zijn vastgesteld overeenkomstig punt 6.3 van deel A of deel B van bijlage I of, indien aan een fabrikant een afwijking krachtens artikel 10 is toegekend, overeenkomstig die afwijking, gewogen naar het aantal voor het eerst geregistreerde voertuigen van de fabrikant in dat kalenderjaar.
Voor elk kalenderjaar waarin een fabrikant deel uitmaakte van een groep, geldt dat de gemiddelde specifieke CO2-emissies en het specifieke emissiestreefcijfer voor dat jaar die voor die berekeningen worden gebruikt, de waarden voor die groep moeten zijn.”.
2)Aan artikel 6, lid 2, wordt de volgende alinea toegevoegd:
“In afwijking van de eerste alinea mag een groepsvormingsovereenkomst voor de kalenderjaren 2025 of 2026 worden gesloten tot en met 31 december 2027.”.
3)Aan artikel 8, lid 1, wordt de volgende alinea toegevoegd:
“In afwijking van de eerste alinea legt de Commissie met betrekking tot de kalenderjaren 2025 tot en met 2027 een bijdrage voor overtollige emissies op aan fabrikanten wier gemiddelde specifieke CO2-emissies over die drie jaar hoger liggen dan hun specifieke emissiestreefcijfer voor de periode 2025-2027.”.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Straatsburg,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter
FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF3
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief3
1.2.Betrokken beleidsterreinen3
1.3.Doelstellingen3
1.3.1.Algemene doelstellingen3
1.3.2.Specifieke doelstellingen3
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen3
1.3.4.Prestatie-indicatoren3
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:4
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief4
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief4
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.4
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan4
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten5
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking5
1.6.Duur van het voorstel/initiatief en van de financiële gevolgen ervan6
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting6
2.BEHEERSMAATREGELEN8
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen8
2.2.Beheers- en controlesystemen8
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie8
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken8
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).8
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden9
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF10
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven10
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten12
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten12
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting12
3.2.1.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten17
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten22
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten24
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting24
3.2.3.2.Kredieten uit externe bestemmingsontvangsten24
3.2.3.3.Totaal kredieten24
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften25
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting25
3.2.4.2.Gefinancierd uit externe bestemmingsontvangsten26
3.2.4.3.Totale personeelsbehoeften26
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen28
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader28
3.2.7.Bijdragen van derden28
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten29
4.Digitale dimensies29
4.1.Voorschriften met digitale relevantie30
4.2.Gegevens30
4.3.Digitale oplossingen31
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling31
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering32
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2019/631 om extra flexibiliteit erin op te nemen met betrekking tot de berekening van de naleving door fabrikanten van CO2-emissienormen voor nieuwe personenauto’s en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen voor de kalenderjaren 2025 tot en met 2027.
1.2.Betrokken beleidsterreinen
1.3.Doelstellingen
1.3.1.Algemene doelstellingen
De CO2-normen bieden investeerders in de hele waardeketen van de automobielsector zekerheid en voorspelbaarheid voor de lange termijn en voorzien in een voldoende lange overgangsperiode om een rechtvaardige transitie mogelijk te maken. Het wijzigingsvoorstel heeft tot doel fabrikanten extra flexibiliteit te bieden om aan de CO2-doelstellingen voor 2025 te voldoen, terwijl het ambitieniveau ongewijzigd blijft.
1.3.2.Specifieke doelstellingen
Het voorstel betreft gerichte wijzigingen van de verordening inzake CO2-emissienormen voor auto’s en bestelwagens om fabrikanten extra flexibiliteit te bieden: het voorziet in een nalevingsperiode van drie jaar in plaats van één, voor 2025, 2026 en 2027 samen.
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen
Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.
Als de wijziging wordt goedgekeurd, wordt de naleving beoordeeld over de jaren 2025, 2026 en 2027 samen, zodat autofabrikanten een overschrijding van de streefwaarden in één of twee van deze jaren, in het andere jaar of de andere jaren mogen compenseren.
1.3.4.Prestatie-indicatoren
Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten
Monitoren van de naleving door fabrikanten van de CO2-doelstellingen voor de periode van drie jaar.
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:
een nieuwe actie
een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie
de verlenging van een bestaande actie
de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
Het wijzigingsvoorstel heeft tot doel fabrikanten extra flexibiliteit te bieden om aan de CO2-doelstellingen te voldoen, terwijl het ambitieniveau van de CO2-reductiedoelstellingen voor de periode 2025-2029 ongewijzigd blijft.
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
Klimaatverandering is een grensoverschrijdend probleem dat niet enkel met acties op nationaal of lokaal niveau kan worden opgelost. Daarom moet klimaatactie op Europees niveau worden gecoördineerd en is EU-actie op basis van subsidiariteit gerechtvaardigd. Aangezien Verordening (EU) 2019/631 moet worden gewijzigd door extra flexibiliteit wat betreft de nalevingsperioden te bieden, kunnen de doelstellingen van dit initiatief niet door de lidstaten zelf worden verwezenlijkt.
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
Het voorstel bouwt voort op bestaande wetgeving die ervoor heeft gezorgd dat de CO2-emissies van het EU-wagenpark van nieuwe auto’s en lichte bedrijfsvoertuigen de afgelopen tien jaar steeds verder zijn teruggedrongen.
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
Geen extra middelen nodig.
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
Geen extra middelen nodig.
1.6.Duur van het voorstel/initiatief en van de financiële gevolgen ervan
beperkte geldigheidsduur
–
van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ
–
financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.
onbeperkte geldigheidsduur
–uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,
–gevolgd door een volledige uitvoering.
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting
Direct beheer door de Commissie
– door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie
–
door de uitvoerende agentschappen
Gedeeld beheer met de lidstaten
Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:
– derde landen of de door hen aangewezen organen
– internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)
– de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds
– de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen
– publiekrechtelijke organen
– privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling
–in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.
Opmerkingen
Geen extra middelen nodig.
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
De regels inzake het toezicht en de verslagen worden niet gewijzigd, aangezien het mogelijk is de toepassing van de voorgestelde extra flexibiliteit te monitoren met het huidige systeem.
2.2.Beheers- en controlesystemen
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
Het voorstel gaat niet over de uitvoering van een financieel programma, maar om extra flexibiliteit voor de periode 2025-2027 wat betreft de naleving van de CO2-emissiedoelstellingen door fabrikanten van lichte voertuigen. De beheersvorm, de uitvoeringsmechanismen voor financiering, de betalingsvoorwaarden en de controlestrategie met betrekking tot foutenpercentages zijn niet van toepassing.
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken
Dit voorstel betreft geen uitgavenprogramma. Efficiënte monitoring van de voertuigregistratiegegevens is van essentieel belang voor het waarborgen van rechtszekerheid bij de handhaving van de wetgeving en voor het waarborgen van een gelijk speelveld tussen de verschillende fabrikanten.
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).
Dit initiatief brengt geen significante nieuwe controles/risico’s mee die niet onder een bestaand internecontrolekader vallen. Naast de toepassing van het Financieel Reglement zijn er geen specifieke maatregelen voorzien.
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
Naast de toepassing van het Financieel Reglement om fraude en onregelmatigheden te voorkomen, zal de extra flexibiliteit voor de naleving van de CO2-reductievereisten waarin dit voorstel voorziet, gepaard gaan met monitoring en rapportage van verschillende datasets, zoals bepaald in Verordening (EU) 2019/631.
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven
Geen extra middelen nodig. Het huidige team zal het initiatief verder beheren.
·Bestaande begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmings-ontvangsten
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarige financiële kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmings-ontvangsten
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
|
|
[XX.YY.YY.YY]
|
GK/NGK
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
JA/NEE
|
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Rubriek van het meerjarig
financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
|
|
|
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
|
Vastleggingen
|
=1a+1b +3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
voor DG <…….>
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
|
|
|
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
|
Vastleggingen
|
=1a+1b +3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
voor DG <…….>
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
(referentiebedrag)
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
7
|
“Administratieve uitgaven”
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
|
Vastleggingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Nummer
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Vastleggingen
|
(1b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(2b)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG <…….>
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….>
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader (referentiebedrag)
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
7
|
“Administratieve uitgaven”
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
DG: <…….>
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL DG <…….>
|
Kredieten
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader
|
(totaal vastleggingen = totaal betalingen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7
|
Vastleggingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)
Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Vermeld doelstellingen en outputs
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
|
OUTPUTS
|
|
|
Soort
|
Gem. kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Totaal aantal
|
Totale kosten
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
Raming in voltijdequivalenten (vte’s)
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (zetel en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in vte’s)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- centrale diensten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):
|
|
Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie
|
Uitzonderlijk aanvullend personeel*
|
|
|
|
Te financieren uit rubriek 7 of onderzoek
|
Te financieren uit BA-onderdeel
|
Te financieren uit vergoedingen
|
|
Personeelsformatieposten
|
|
|
n.v.t.
|
|
|
Extern personeel (AC, END, INT)
|
|
|
|
|
Beschrijving van de uit te voeren taken door:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel
|
|
|
Extern personeel
|
|
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen
Verplicht: in onderstaande tabel moet de beste schatting worden gegeven van de met digitale technologie samenhangende investeringen die uit het voorstel/initiatief voortvloeien.
De kredieten onder rubriek 7 moeten in uitzonderlijke gevallen in het desbetreffende onderdeel worden opgenomen, indien vereist voor de uitvoering van het voorstel/initiatief.
De kredieten onder de rubrieken 1 t/m 6 moeten worden weergegeven als “IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s”. Deze uitgaven betreffen het operationele budget dat gebruikt moet worden voor hergebruik, koop of ontwikkeling van IT-platforms of tools die rechtstreeks verband houden met de uitvoering van het initiatief, alsook daarmee verband houdende investeringen (bv. licenties, studies, gegevensopslag enz.). De in deze tabel vermelde informatie moet in overeenstemming zijn met de gegevens in deel 4, “Digitale dimensies”.
|
TOTAAL Digitale en IT-kredieten
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
IT-uitgaven (algemeen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
Het voorstel/initiatief:
–
kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)
Geen extra middelen nodig. Het huidige team zal het initiatief verder beheren.
–
vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening
–
vereist een herziening van het MFK
3.2.7.Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
–
voorziet niet in medefinanciering door derden
–
voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:
Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Totaal
|
|
Medefinancieringsbron
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL medegefinancierde kredieten
|
|
|
|
|
|
3.3.
Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
–
voor de eigen middelen
–
voor overige ontvangsten
–
geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:
|
Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten
|
Gevolgen van het voorstel/initiatief
|
|
|
|
Jaar 2024
|
Jaar 2025
|
Jaar 2026
|
Jaar 2027
|
|
Artikel ….
|
|
|
|
|
|
Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.
Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).
4.Digitale dimensies
.
4.1.Voorschriften met digitale relevantie
|
Met dit voorstel wordt meer flexibiliteit geboden door fabrikanten toe te staan om aan de CO2-emissiestreefcijfers voor 2025, 2026 en 2027 samen te voldoen. Dit betekent dat er geen digitale gevolgen zijn en er ook geen sprake is van verbetering van de uitvoering via digitale instrumenten.
|
4.2.Gegevens
4.3.Digitale oplossingen
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering