Brussel, 26.2.2025

COM(2025) 84 final

2025/0040(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2015/1017, (EU) 2021/523, (EU) 2021/695 en (EU) 2021/1153 wat betreft het verhogen van de efficiëntie van de EU-garantie uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 en het vereenvoudigen van de verslagleggingsvereisten

{SWD(2025) 84 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

De Commissie benadrukt het belang van investeringen in belangrijke technologieën en sectoren om groei en het concurrentievermogen in de Unie te stimuleren. In haar politieke beleidslijnen voor de Commissie 2024-2029 koppelt Commissievoorzitter Von der Leyen investeringen aan de ambitie om zakendoen gemakkelijker te maken door de administratieve lasten en rapportageverplichtingen te verminderen. Naar aanleiding van deze strategische mijlpalen heeft de Commissie in januari 2025 “Het EU-kompas voor concurrentievermogen” 1 gepubliceerd, waarin een Clean Industrial Deal wordt aangekondigd die ervoor moet zorgen dat de EU een aantrekkelijke productielocatie blijft en die schone technologie en nieuwe circulaire bedrijfsmodellen moet bevorderen, met als doel de overeengekomen decarbonisatiedoelstellingen te halen.

Tegen deze achtergrond is het InvestEU-programma, het grootste risicodelingsinstrument van de Unie voor de ondersteuning van prioritaire investeringen binnen de Unie, zoals ook vermeld in het Draghi-verslag, erin geslaagd investeringen te mobiliseren die anders door tekortkomingen van de markt zouden zijn belemmerd. Dankzij de gedeeltelijke voorziening en het multiplicatoreffect biedt InvestEU een begrotingsvriendelijk en efficiënt instrument om te beantwoorden aan de grote investeringsbehoeften op prioritaire gebieden door publieke en particuliere investeringen aan te trekken. Dit is met name relevant in de context van beperkte overheidsfinanciën. De investeringen uit InvestEU zijn gericht op een breed scala aan belangrijke beleidsterreinen, maar de nadruk ligt met name op de ondersteuning van de doelstellingen van het EU-kompas voor concurrentievermogen, de Clean Industrial Deal en de digitale innovatie en transitie, met inbegrip van steun voor start-ups en scale-ups. InvestEU is een veelzijdig instrument en kan investeringsactiviteiten op verschillende beleidsterreinen ondersteunen, afhankelijk van de ontwikkelende en nieuwe prioriteiten van de Unie.

In de tussentijdse evaluatie van het InvestEU-programma, die in september 2024 werd gepubliceerd 2 , werd benadrukt dat moet worden nagedacht over manieren om de financiële capaciteit van InvestEU voor het restant van de programmeringsperiode te vergroten en de administratieve lasten voor de belangrijkste belanghebbenden te verminderen. Bovendien werd in de tussentijdse evaluatie aanbevolen de continuïteit van het aanbod van financiële producten op de markt te waarborgen en een knipperlichtsituatie te vermijden, aangezien een dergelijke situatie niet alleen een onderbreking van de broodnodige steun van de Unie voor beleidsprioriteiten zou veroorzaken, maar het ook ingewikkelder zou maken voor de financiële intermediairs en de eindontvangers.

In juni 2024 had InvestEU naar schatting 280 miljard EUR aan investeringen gemobiliseerd, waarvan 201 miljard EUR (bijna 70 %) afkomstig waren van de particuliere sector. InvestEU speelt een sleutelrol bij het aanpakken van financiële belemmeringen en het stimuleren van de nodige investeringen in concurrentievermogen, onderzoek en innovatie, decarbonisatie en ecologische en sociale duurzaamheid. In bijna 45 % van de in het kader van InvestEU ondertekende verrichtingen wordt de klimaatdoelstelling ondersteund.

In het licht van deze ontwikkelingen wordt een wijziging van de InvestEU-verordening 3 voorgesteld om een efficiënter gebruik van bestaande middelen mogelijk te maken door de omvang van de EU-garantie en de verstrekking ervan te vergroten door gebruik te maken van terugvloeiende middelen uit het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) en uit oude instrumenten 4 , en door de InvestEU-portefeuille te combineren met steun uit de Uniebegroting in het kader van het EFSI en andere oude financieringsinstrumenten (het schuldinstrument van CEF en de InnovFin-schuldfaciliteit), waardoor bedrijven en projecten de laatste twee jaar van deze programmeringsperiode verder worden ondersteund. Deze combinaties kunnen leiden tot een daling van de begrotingsontvangsten (in verband met terugvloeiende middelen of overschotten van oude instrumenten). Zij zouden echter ook leiden tot aanzienlijke winst op het gebied van financiële efficiëntie door een hoger volume van de garantiedekking mogelijk te maken voor strategische investeringen in belangrijke prioritaire gebieden van de Unie, waardoor naar verwachting een extra investering van ongeveer 25 miljard EUR zou worden gemobiliseerd, en door bij te dragen aan een grotere risicodiversificatie, ook ondersteund door de garantie. Ook zouden zij leiden tot stroomlijning van de verslaglegging voor de EIB en het EIF, zij het met bepaalde specifieke gegevens die voor de boekhouding aan de Commissie moeten worden verstrekt.

De voorgestelde wijzigingen zullen naar verwachting ongeveer 50 miljard EUR aan extra publieke en particuliere investeringen mobiliseren. De toegenomen capaciteit van InvestEU zal voornamelijk worden gebruikt voor de financiering van activiteiten met een hoger risico ter ondersteuning van prioritaire beleidsmaatregelen van de Unie, zoals die welke zijn uiteengezet in het kompas voor concurrentievermogen — waaronder technologiesectoren die van belang zullen zijn in de economie van morgen, zoals digitale grensverleggende technologieën — en de Clean Industrial Deal, alsook mogelijke nieuwe initiatieven op prioritaire gebieden zoals het industriebeleid op het gebied van defensie, ruimtevaartactiva, activiteiten voor tweeërlei gebruik of militaire mobiliteit. Een dergelijke verhoogde investeringscapaciteit in de vier compartimenten zal bijdragen tot de Unie van vaardigheden en hoogwaardige werkgelegenheid. Meer in het bijzonder kan de verhoogde capaciteit worden gebruikt ter ondersteuning van eigen vermogen en quasi-eigen vermogen in zeer innovatieve en risicovolle projecten, schulden met een hoger risico zoals bepaalde vormen van achtergestelde schulden, garantie-instrumenten en andere instrumenten om de opschaling van innovatieve ondernemingen te ondersteunen in synergie met de Europese Innovatieraad, alsook van garantieproducten die gericht zijn op innovatie, digitalisering, digitale technologieën en infrastructuur, de groene transitie van kleinere bedrijven, sociale investeringen en vaardigheden, en investeringen in fondsen die start-ups en scale-ups op het gebied van schone technologie en deep tech en het koolstofvrij maken van bedrijven ondersteunen. De precieze productmix, beleidsmix en risicodelingsregelingen zullen worden ontwikkeld door en overeengekomen tussen de Commissie en de uitvoerende partners van InvestEU en dienovereenkomstig worden weerspiegeld in de InvestEU-garantieovereenkomsten, met als doel de huidige uitdagingen en beleidsprioriteiten aan te pakken.

Voorgesteld wordt de mogelijkheden voor de lidstaten te versterken om in het kader van het lidstaatcompartiment fondsen in gedeeld beheer of fondsen uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit of uit andere nationale begrotingsfondsen in te zetten, zodat de lidstaten naast de bestaande mogelijkheid om bij te dragen aan de EU-garantie, ook via een financieel instrument kunnen bijdragen.

Voor InvestEU, het EFSI en oude financieringsinstrumenten in het kader van investeringssteunprogramma’s moet de verslaglegging worden vereenvoudigd om de rapportagelast voor uitvoerende partners, financiële intermediairs en eindontvangers te verminderen. Het voorstel draagt bij tot het nakomen van de verbintenissen van de Commissie om de administratieve lasten en rapportageverplichtingen met ten minste 25 % te verminderen voor alle bedrijven en met 35 % voor kleine en middelgrote ondernemingen. Het zal aanzienlijke voordelen opleveren, met overloopeffecten op de verschillende actoren (uitvoerende partners, financiële intermediairs, eindontvangers) dankzij de meerlagige opzet van InvestEU.

Samenvattend hebben de voorgestelde wijzigingen van de InvestEU-verordening tot doel het kompas voor concurrentievermogen en de Clean Industrial Deal te ondersteunen en bij te dragen tot de economische groei en het concurrentievermogen van de Unie, door: i) de omvang en efficiëntie van de EU-garantie te vergroten; ii) de aantrekkingskracht van het lidstaatcompartiment van InvestEU te vergroten, en iii) de administratieve lasten, met name die welke worden veroorzaakt door de verslagleggingsvereisten, te verlichten.

Meer in het bijzonder voorziet het voorstel in:

Een verhoging van de EU-garantie met 2,5 miljard EUR in de huidige financieringsperiode, waarbij de overeenkomstige begrotingsmiddelen die nodig zijn voor voorzieningen afkomstig uit EFSI-overschotten en terugvloeiende middelen uit andere oude instrumenten in 2025, 2026 en 2027 beschikbaar komen. Deze verhoging van de EU-garantie zal de mobilisatie van ongeveer 25 miljard EUR aan extra particuliere en publieke investeringen ondersteunen.

Verbeterde mogelijkheden voor combinaties van beschikbare steun uit de Uniebegroting in het kader van drie oude programma’s (het EFSI, het schuldinstrument van CEF en de InnovFin-schuldfaciliteit) met het InvestEU-fonds om de efficiëntie van het InvestEU-fonds te verbeteren en de mobilisatie van ongeveer 25 miljard EUR aan extra investeringen te ondersteunen.

De mogelijkheid voor de lidstaten om op volledig gefinancierde wijze bij te dragen aan een financieringsinstrument. Dit is met name een waardevolle toevoeging voor gefinancierde eigenvermogensproducten en voor schuldproducten die in andere valuta’s dan de euro kunnen worden gebruikt zonder de Uniebegroting bloot te stellen aan valutarisico. Hoewel het voorstel in dit stadium wordt gedaan in het kader van InvestEU en bruikbaar is voor nationale fondsen in overeenstemming met de plannen voor herstel en veerkracht, mits alle nodige stappen vóór augustus 2026 kunnen worden afgerond, en voor andere nationale begrotingsfondsen, zou de toepassing van deze mogelijkheid op fondsen in gedeeld beheer beperkte latere wijzigingen van sectorspecifieke regels vereisen, waardoor de mogelijkheid niet onmiddellijk voor die fondsen beschikbaar zou zijn.

Vereenvoudiging van de verslaglegging, met name voor kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en sociale ondernemingen. Die vereenvoudigingen zullen naar verwachting besparingen van ongeveer 350 miljoen EUR opleveren.

Efficiëntiewinsten en vereenvoudigingen zullen eveneens worden bereikt door middel van niet-wetgevende maatregelen. Dergelijke maatregelen omvatten de mogelijkheid voor uitvoerende partners om gebruik te maken van beheersverklaringen die betrekking hebben op meer dan één programma van de Unie dat zij uitvoeren, met inbegrip van InvestEU, terwijl de Commissie in dit verband ook kan vertrouwen op een gelijkwaardig niveau van zekerheid via andere onafhankelijke middelen dan een auditoordeel, of de mogelijkheid voor uitvoerende partners om zich te baseren op hun eigen, door middel van een pijlerbeoordeling positief beoordeelde regels en procedures voor de selectie van financiële intermediairs. Tegelijkertijd werkt de Commissie samen met de uitvoerende partners van oude investeringssteunprogramma’s om de rapportagelast te verminderen door middel van contractuele vereenvoudigingen wanneer er geen wetswijziging nodig is. Daarnaast onderzoekt de Commissie verdere vereenvoudigingsmogelijkheden met betrekking tot de wetgeving inzake oude financiële steunprogramma’s, voor zover daarin verslagleggingsvereisten zijn vastgesteld, en is zij voornemens in voorkomend geval verdere maatregelen voor de vereenvoudiging van de wetgeving voor te stellen. In dit verband zouden extra kostenbesparingen kunnen worden gerealiseerd.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Dit voorstel is in overeenstemming met de bestaande beleidsdoelstellingen op de beleidsterreinen investeringen, industrie en economische groei, met inbegrip van de meest recente doelstellingen. Het InvestEU-programma is in overeenstemming met de strategieën van de Unie voor een duurzame economie en industriebeleid. Het heeft tot doel het concurrentievermogen van de Europese economie en de ontwikkeling van belangrijke industrieën en technologieën te bevorderen en is een essentieel onderdeel van het investeringsbeleid van de Unie, zoals gepresenteerd in het kompas voor concurrentievermogen en de Clean Industrial Deal. Het voorstel moet ook de ontwikkeling van ecosystemen voor investering en de opkomst van marktgebaseerde financieringsoplossingen ter ondersteuning van het Europese concurrentievermogen blijven bevorderen.

In aansluiting op voorstel COM/2023/593 van de Commissie 5 en in overeenstemming met de politieke beleidslijnen van de voorzitter van de Commissie 6 , zijn de voorgestelde vereenvoudigingswijzigingen erop gericht de doeltreffendheid en efficiëntie van de betrokken programma’s verder te vergroten en zo bij te dragen tot het nakomen van de verbintenis van de Commissie om de administratieve lasten met ten minste 25 % te verminderen voor alle bedrijven en met 35 % voor kleine en middelgrote ondernemingen.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

Het voorstel is afgestemd op de algemene doelstelling van de Unie om economische groei, concurrentievermogen en werkgelegenheid te bevorderen, zoals uiteengezet in de Verdragen. Ter ondersteuning van de doelstellingen van de Clean Industrial Deal om een gunstig klimaat te scheppen voor concurrerende fabrikanten die decarbonisatie aandrijven door middel van innovatie, is het voorstel ook in overeenstemming met het ambitieuze kader van Europa om tegen 2050 een koolstofvrije economie te worden alsook met de tussentijdse doelstelling van 90 % voor 2040.

Het voorstel helpt de risico’s van particuliere investeringen te verminderen en steun te verlenen via het (publieke en particuliere) financiële stelsel van de Unie, en is daarmee in overeenstemming met de doelstellingen van de Europese spaar- en investeringsunie om spaargeld te koppelen aan de meest productieve investeringen, met de nadruk op de strategische doelstellingen van de Unie, waaronder innovatie, decarbonisatie, digitale technologieën en defensie.

De voorgestelde wijzigingen zullen het effect op deze gebieden verder vergroten.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Voor dit voorstel tot wijziging van de InvestEU-verordening wordt dezelfde rechtsgrondslag (artikel 173 (Industrie) en artikel 175, derde alinea (Economische, sociale en territoriale samenhang) van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU)) gebruikt als voor de momenteel geldende versie.

Ook de wijzigingen van de andere verordeningen zijn gebaseerd op de desbetreffende oorspronkelijke rechtsgrondslagen, te weten: i) de artikelen 172 en 173, artikel 175, derde alinea, en artikel 182, lid 1, voor de EFSI-verordening; ii) de artikelen 172 en 194 voor de CEF-verordening; en iii) artikel 173, lid 3, artikel 182, lid 1, artikel 183 en artikel 188, tweede alinea, voor de verordening betreffende Horizon Europa.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid) 

De doelstellingen van het voorstel kunnen onvoldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt en kunnen daarom beter door de Unie worden verwezenlijkt.

Het multiplicatoreffect en de impact in de praktijk zullen veel groter zijn dan wat zou kunnen worden bereikt met investeringsprogramma’s in individuele lidstaten. De wijzigingen houden een ondersteuning van het industriebeleid van de Unie in, in overeenstemming met de mededeling over het kompas voor concurrentievermogen. De eengemaakte markt van de Unie zal veel aantrekkelijker worden voor investeerders en er zal een grotere risicodiversificatie naar sectoren en geografische locatie komen.

Met het versterken van het lidstaatcompartiment zouden landspecifieke situaties van tekortkomingen van de markt en investeringskloven kunnen worden aangepakt, gebruikmakend van op centraal niveau ontworpen financiële producten, en zou worden voorzien in een beproefd en goed functionerend distributiekanaal voor het gebruik van begrotingsfondsen en zou tegelijkertijd particuliere financiering worden aangetrokken. Het zou de lidstaten met name helpen de financiële steun te richten op investeringen in het kader van de plannen voor herstel en veerkracht, op voorwaarde dat alle nodige stappen vóór augustus 2026 kunnen worden afgerond, waardoor ook de uitvoering ervan wordt versneld.

Evenredigheid

In het Draghi-verslag wordt opgeroepen tot meer investeringssteun om de investeringskloof te dichten en wordt InvestEU aangewezen als het belangrijkste in te zetten risicodelingsinstrument.

Optreden op EU-niveau zorgt ervoor dat een kritische massa aan middelen kan worden vrijgemaakt om het effect van de investeringen in de praktijk te maximaliseren. Het voorstel versterkt de bestaande EU-garantie die het mogelijk heeft gemaakt innovatieve financieringsoplossingen te ondersteunen die ook particuliere financiering aantrekken ter ondersteuning van belangrijke beleidsmaatregelen van de Unie. Het komt niet in de plaats van investeringen door de lidstaten, maar vormt juist een aanvulling op dergelijke investeringen. Het EU-niveau levert schaalvoordelen op bij het gebruik van innovatieve financiële producten doordat particuliere investeringen in de hele Unie worden aangezwengeld en doordat optimaal gebruik wordt gemaakt van de Europese instellingen en hun deskundigheid op dat gebied.

Optreden op EU-niveau is het enige instrument dat een doeltreffend antwoord kan bieden op de investeringsbehoeften in verband met EU-brede beleidsdoelstellingen.

Het voorstel gaat niet verder dan nodig is om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken.

Keuze van het instrument

De nagestreefde doelstellingen vereisen een wijziging van de huidige InvestEU-verordening, de EFSI-verordening, de CEF-verordening en de Horizon Europa-verordening door middel van een wetgevingsvoorstel.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

In de tussentijdse evaluatie van InvestEU 7 werd gewezen op de belangrijkste resultaten die InvestEU reeds heeft behaald en het potentieel om in de toekomst nog meer succes te boeken, waarbij werd verwezen naar het feit dat de begroting ontoereikend is in verhouding tot de grote vraag en de aanzienlijke investeringsbehoeften.

Geconcludeerd werd dat de InvestEU-garantie hoge additionaliteit biedt, waardoor de uitvoerende partners kunnen samenwerken met hun tegenhangers met een hoger risico, risicovollere financiële producten of voorwaarden kunnen inzetten en activiteiten met een inherent hoger risico kunnen financieren. In de tussentijdse evaluatie werd ook het significante crowding-in-effect van InvestEU erkend. Op basis van de verrichtingen die eind juni 2024 waren goedgekeurd, zal het InvestEU-fonds naar schatting ongeveer 280 miljard EUR aan extra investeringen mobiliseren, waarvan 201 miljard EUR (71 %) afkomstig is uit particuliere bronnen. Bovendien werd InvestEU — als begrotingsgarantie — beschouwd als een inherent efficiënte manier om de begroting van de Unie in te zetten en als hefboom te gebruiken.

Tegelijkertijd werd in de evaluatie geconcludeerd dat de huidige begroting ontoereikend was in verhouding tot de grote vraag en de aanzienlijke investeringsbehoeften, en werd voorgesteld manieren te overwegen om de financiële capaciteit van InvestEU in de resterende programmeringsperiode te vergroten.

Raadpleging van belanghebbenden

In het kader van de tussentijdse evaluatie van InvestEU zijn uitgebreide raadplegingen gehouden door middel van interviews met ongeveer 150 voorname belanghebbenden, feedback van projectontwikkelaars via enquêtes, diepgaande analyse, thematische casestudy’s en deelname aan relevante evenementen. Hoewel belanghebbenden bijvoorbeeld de additionaliteit van het programma prezen, wezen verschillende belanghebbenden erop dat de InvestEU-begroting veel te beperkt was om duurzame steun te verlenen aan de beoogde begunstigden en dat de begroting in de meeste gevallen al bijna was uitgeput. Daarnaast wezen de meeste uitvoerende partners op de veeleisende aard van de verslagleggingsvereisten, die zij als belastend ervaren vanwege de frequentie en complexiteit ervan, en pleitten zij voor een verdere stroomlijning van de verslagleggingsprocedures. Voorts onderhoudt de Commissie regelmatig contact met de EIB-groep en andere uitvoerende partners van InvestEU en financiële intermediairs die zich bilateraal en ook via brieven van de Europese Vereniging van Langetermijninvesteerders (ELTI), die 13 van de 17 uitvoerende partners vertegenwoordigt, tegen de Commissie hebben uitgesproken over soortgelijke kwesties.

Het wetgevingsvoorstel voorziet zowel in de behoefte aan extra garantiecapaciteit als in vereenvoudigingen op het gebied van de verslaglegging.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Overeenkomstig artikel 29, lid 2, van de InvestEU-verordening is in 2024 een externe onafhankelijke tussentijdse evaluatie uitgevoerd 8 . Zie de belangrijkste boodschappen van de tussentijdse evaluatie die relevant zijn voor dit voorstel onder de subrubriek “Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan” hierboven.

Effectbeoordeling

Bij dit voorstel wordt geen nieuw instrument opgericht. Het voorstel is gebaseerd op de effectbeoordelingen die werden uitgevoerd in het kader van het oorspronkelijke voorstel voor de InvestEU-verordening betreffende de voordelen van een begrotingsgarantie-instrument en op de tussentijdse evaluatie die in 2024 is uitgevoerd, waaruit het nut en de begrotingsefficiëntie van InvestEU is gebleken. De investeringsbehoeften die InvestEU moest aanpakken, overtreffen ruimschoots de beschikbare financiering in het kader van het huidige programma.

Er is geen aanvullende effectbeoordeling uitgevoerd voor het wijzigingsvoorstel, dat voortbouwt op dezelfde risicodelingsstructuur die reeds met succes wordt uitgevoerd en waarmee investeringen in meerdere sectoren kunnen worden gesteund in overeenstemming met de beleidsprioriteiten van de Unie, met inbegrip van de veranderende en opkomende prioriteiten.

   Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Het voorstel weerspiegelt de algemene vereenvoudiging die de Commissie nastreeft. Het voorstel beoogt de administratieve lasten voor de eindontvangers van de investeringssteun, de financiële intermediairs en de uitvoerende partners te verminderen door: i) de frequentie van de verslaglegging te verlagen; ii) de eis voor uitvoerende partners om een jaarlijks verslag over investeringsbelemmeringen in te dienen, te schrappen; iii) het aantal rapportageposten in verband met kleine transacties te verlagen; en iv) de toepassing van de definitie van kmo’s aan te passen. Met name de punten iii) en iv) zullen kleine ondernemingen vrijstellen en zo hun kosten verlagen. De daaruit voortvloeiende kostenverlagingen moeten een positief effect hebben op het concurrentievermogen.

Er worden geen extra rapportageposten voorgesteld. De Commissie heeft reeds een digitaal instrument (het beheersinformatieysteem van InvestEU) opgezet dat de uitvoerende partners gebruiken bij het indienen van operationele, financiële en risicogerelateerde rapportagegegevens bij de Commissie.

Grondrechten

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de grondrechten.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Voorgesteld wordt de EU-garantie in het kader van InvestEU te verhogen met 2,5 miljard EUR, wat naar verwachting ongeveer 25 miljard EUR aan extra investeringen zal mobiliseren. Hiervoor zou een extra voorziening van 1 miljard EUR nodig zijn. De middelen voor de voorziening zouden afkomstig zijn van terugvloeiende middelen uit de in bijlage IV bij de InvestEU-verordening vermelde oude financieringsinstrumenten, van het EFSI, van InvestEU zelf en van overschotten in het gemeenschappelijk voorzieningsfonds met betrekking tot het EFSI-compartiment. Het bedrag aan terugvloeiende middelen uit EFSI-overschotten en oude financiële instrumenten voor de periode 2025-2027 zal naar verwachting meer dan 2 miljard EUR bedragen.

De verbeterde combinaties zullen naar verwachting nog eens ongeveer 25 miljard EUR aan investeringen mobiliseren. De financiële gevolgen van deze combinaties leiden tot vertraagde en mogelijk lagere begrotingsinkomsten (in verband met terugvloeiende middelen uit oude financieringsinstrumenten) en overschotten uit de voorziening van het EFSI.

Er wordt geen extra budget gevraagd voor personeels- of administratieve kosten.

Een financieel en digitaal memorandum met verdere begrotingsinformatie is opgenomen.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

Het InvestEU-fonds (de EU-garantie) wordt via indirect beheer uitgevoerd. De Commissie beschikt reeds over een netwerk van 17 uitvoerende partners, dat naar verwachting zal toenemen tot 24 uitvoerende partners na de meest recente oproep tot het indienen van blijken van belangstelling, die de uitvoering van het voorstel in de hele Unie waarborgen.

De reeds bestaande regelingen voor monitoring, evaluatie en rapportage blijven bestaan, met uitzondering van de verslagleggingsvereisten die zullen worden beperkt of geschrapt als gevolg van de vereenvoudiging die onder de subrubriek “Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging” wordt toegelicht.

De prestaties zullen worden gemeten aan de hand van de indicatoren die zijn vastgelegd in de InvestEU-verordening en in de garantieovereenkomsten met de uitvoerende partners om geharmoniseerde verslaglegging van hen te verkrijgen.

Artikelsgewijze toelichting

De specifieke bepalingen worden toegelicht onder verwijzing naar elke verordening waarvan wijziging wordt voorgesteld.

InvestEU-verordening (artikel 1)

Voorgesteld wordt de EU-garantie te verhogen tot 28 652 310 073 EUR in lopende prijzen (verhoging met 2 500 000 000 EUR). Bijgevolg zal de aan de EIB-groep toegekende 75 % van de EU-garantie 21 489 232 555 EUR bedragen en wordt voorgesteld de financiële bijdrage van de EIB-groep evenredig te verhogen tot 5 372 308 139 EUR.

De indicatieve verdeling van de EU-garantie over de vier beleidsvensters in bijlage I wordt evenredig verhoogd met de verhoging van de EU-garantie. Dit doet geen afbreuk aan initiatieven die de komende maanden kunnen worden genomen om te voorzien in dwingende en dringende financieringsbehoeften op prioritaire gebieden zoals het defensie-industriebeleid waaronder ruimteactiva, activiteiten voor tweeërlei gebruik of militaire mobiliteit.

Het voorzieningspercentage van 40 % blijft gehandhaafd.

Daarnaast worden de bepalingen met betrekking tot combinaties van het EFSI en twee oude instrumenten met InvestEU om de efficiëntie van het programma te vergroten, aangepast om de meest doeltreffende combinaties mogelijk te maken.

Voorgesteld wordt een financieel instrument van InvestEU op te nemen in het lidstaatcompartiment om de uitrol van bepaalde financiële producten (met name voor investeringen in eigen vermogen) in dat compartiment efficiënter te maken en zo de veelzijdigheid ervan te vergroten. Voorts kan het InvestEU-financieringsinstrument door de uitvoerende partner worden ingezet in andere valuta’s dan de euro, waardoor de efficiëntie en veelzijdigheid verder worden vergroot, voornamelijk ten behoeve van bijdragende lidstaten die de euro niet als munt hebben.

De invoering van het InvestEU-financieringsinstrument in de verordening heeft geleid tot talrijke wijzigingen in de definities van bepaalde termen en in artikelen, waarin voorheen alleen naar de EU-garantie werd verwezen. Voorgesteld wordt dat voor het InvestEU-financieringsinstrument in het algemeen dezelfde regels gelden als voor de EU-garantie, voor zover van toepassing en passend. Duidelijkheidshalve wordt de vermelding van het InvestEU-financieringsinstrument gewoonlijk expliciet toegevoegd aan de desbetreffende artikelen, terwijl kruisverwijzingen alleen worden gebruikt in beperkte bepalingen, indien dit gerechtvaardigd is. In dit verband zijn andere, zeer kleine aanpassingen aangebracht in de bepalingen betreffende de EU-garantie in het lidstaatcompartiment met betrekking tot de inhoud van de garantieovereenkomst ter uitvoering van een bijdrageovereenkomst.

Wat vereenvoudiging betreft, wordt een herziening van de definitie van kmo’s voorgesteld en worden de verslagleggingsvereisten van bijlage III voor kleinschalige verrichtingen van maximaal 100 000 EUR versoepeld door het aantal indicatoren waarover de uitvoerende partners verslag moeten uitbrengen, te verminderen, hetgeen ook een positief effect zal hebben op financiële intermediairs en eindontvangers. Het doel is de vereisten evenrediger te maken zonder de doelstellingen van het InvestEU-programma in het gedrang te brengen. Als meer algemene vereenvoudigingsmaatregel wordt de frequentie waarmee de EIB in het kader van het EFSI verslag uitbrengt aan de Commissie teruggebracht van halfjaarlijks tot jaarlijks 9 en is rapportage over investeringsbelemmeringen niet langer verplicht voor de uitvoerende partners. 

Daarnaast wordt een aantal bepalingen technisch bijgewerkt om precies te verwijzen naar de huidige wetgeving in gevallen waarin die wetgevingshandelingen ten tijde van de vaststelling van de InvestEU-verordening nog niet waren vastgesteld.

EFSI-verordening (artikel 2)

Om de aanpassingen die in de InvestEU-verordening zijn aangebracht met betrekking tot combinaties, te weerspiegelen, werden ook aanpassingen aangebracht in de EFSI-verordening.

Wat vereenvoudiging betreft, wordt de frequentie van de verslaglegging door de uitvoerende partners aan de Commissie teruggebracht van halfjaarlijks tot jaarlijks en wordt de rapportage over investeringsbelemmeringen weggenomen, aangezien de investeringsperiode in het kader van het EFSI is afgelopen. Om dezelfde reden worden twee soorten rapportage stopgezet.

CEF-verordening (artikel 3), verordening Horizon Europa (artikel 4)

De wijzigingen van deze twee verordeningen hebben tot doel de combinaties van de steun van deze instrumenten met de EU-garantie in het kader van het InvestEU-fonds mogelijk te maken, zoals bepaald in artikel 7 van de InvestEU-verordening.

Inwerkingtreding (artikel 5)

Voorgesteld wordt dat de wijzigingsverordening in werking treedt op de dag na de bekendmaking ervan om een snelle uitvoering mogelijk te maken.

2025/0040 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2015/1017, (EU) 2021/523, (EU) 2021/695 en (EU) 2021/1153 wat betreft het verhogen van de efficiëntie van de EU-garantie uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 en het vereenvoudigen van de verslagleggingsvereisten

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 172, artikel 173, artikel 175, derde alinea, artikel 182, lid 1, artikel 183, artikel 188, tweede alinea, en artikel 194,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 10 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s 11 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Unie wordt geconfronteerd met enorme financieringsbehoeften om haar doelstellingen op het gebied van innovatie, de schone en digitale transitie en sociale investeringen en vaardigheden te verwezenlijken, waarbij tegelijkertijd een oplossing moet worden gevonden voor de invloed van de huidige complexe situatie op het concurrentievermogen en de industriële basis van de Unie, die wordt gekenmerkt door een veranderende mondiale dynamiek, trage economische groei, versnelde klimaatverandering en aantasting van het milieu, technologische concurrentie en toenemende geopolitieke spanningen.

(2)In het Draghi-verslag worden de gecombineerde extra investeringsbehoeften in Europa tegen 2030 geraamd op 750-800 miljard EUR per jaar. Een aanzienlijk deel daarvan is bestemd voor de groene en de digitale transitie. Het waarborgen van voldoende publieke en particuliere investeringen is van cruciaal belang om de productiviteitsgroei te stimuleren en de doelstellingen van de Unie te verwezenlijken, particuliere investeringen aan te trekken die zijn gericht op de decarbonisatie van de industrie, de productie, opslag en uitrol van schone energie en elektrificatie te versnellen, interconnecties en netwerken te versterken, duurzame en circulaire bedrijfsmodellen te bevorderen, de renovatie van gebouwen te stimuleren, en de productie van schone technologie en digitale technologieën te ontwikkelen en de verspreiding ervan over economische sectoren aan te moedigen.

(3)Het InvestEU-fonds is het belangrijkste instrument op EU-niveau om publieke en particuliere financiering aan te trekken voor de ondersteuning van een breed scala aan beleidsprioriteiten van de Unie. Via het uitgebreide netwerk van uitvoerende partners, waaronder de Europese Investeringsbank (EIB), het Europees Investeringsfonds (EIF), andere internationale financiële instellingen en nationale stimuleringsbanken en -instellingen, levert het InvestEU-fonds door middel van zijn risicodelingscapaciteit de broodnodige financiering. In de tussentijdse evaluatie van InvestEU werd benadrukt dat begrotingsgaranties inherent efficiënt zijn voor de EU-begroting en werd bevestigd dat het programma goed op schema ligt wat het mobiliseren van investeringen betreft, met een aanzienlijk verwacht effect op de reële economie. De goedkeuringen van financierings- en investeringsverrichtingen in het kader van InvestEU werden echter in een zeer vroege fase verleend, hetgeen ertoe kan leiden dat na 2025 voor sommige financiële producten geen goedkeuringen meer zullen worden verleend, als deze kwestie niet wordt aangepakt.

(4)De financiële capaciteit van het InvestEU-fonds moet worden vergroot en nog efficiënter worden gebruikt in combinatie met middelen die beschikbaar zullen worden gemaakt in het kader van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI) en andere oude instrumenten (het schuldinstrument van CEF en de InnovFin-schuldfaciliteit) die door de EIB-groep worden uitgevoerd. Deze combinaties kunnen leiden tot een daling van de begrotingsontvangsten uit oude instrumenten. Zij zouden echter ook een hoger volume van de garantiedekking mogelijk maken voor strategische investeringen in belangrijke prioritaire gebieden van de Unie, waardoor naar verwachting een extra investering van ongeveer 25 miljard EUR zou worden gemobiliseerd, en leiden tot een grotere risicodiversificatie, en zodoende niet leiden tot aanzienlijk hogere risico’s voor de begroting van de Unie.

(5)De verhoging van de EU-garantie met 2,5 miljard EUR, ondersteund door de extra terugvloeiende middelen van 1 miljard EUR, en de efficiëntiemaatregelen die worden uitgevoerd door de capaciteiten van de oude instrumenten met het InvestEU-fonds te combineren, zullen naar verwachting leiden tot het aantrekken van ongeveer 50 miljard EUR aan extra investeringen. De financiële bijdrage van de EIB-groep moet evenredig worden aangepast aan het aandeel van de verhoogde EU-garantie dat aan de groep is toegekend.

(6)Om het lidstaatcompartiment in het kader van het InvestEU-fonds aantrekkelijker te maken, moet het voor de lidstaten mogelijk worden gemaakt om, naast de bestaande optie om bij te dragen aan de EU-garantie, ook op volledig gefinancierde wijze bij te dragen via een InvestEU-financieringsinstrument. De steun uit het InvestEU-financieringsinstrument moet, voor zover mogelijk, worden uitgevoerd volgens dezelfde beginselen als de steun van de EU-garantie. Via het InvestEU-financieringsinstrument zouden de lidstaten die niet tot de eurozone behoren, op financieel efficiëntere wijze in hun eigen valuta van het InvestEU-programma kunnen profiteren.

(7)In overeenstemming met een algemene doelstelling van vereenvoudiging om de administratieve lasten voor eindontvangers, financiële intermediairs en uitvoerende partners te verlichten, moeten de verslagleggingsvereisten, met inbegrip van die met betrekking tot essentiële prestatie- en monitoringindicatoren, naargelang van het geval worden verlaagd, met name die welke gevolgen hebben voor kleine ondernemingen en kleinschalige verrichtingen. De toepassing van de definitie van kmo’s moet worden aangepast om complexiteit zoveel mogelijk weg te nemen. Er moet bijzondere aandacht worden besteed aan sociale ondernemingen en instellingen voor microfinanciering.

(8)De frequentie en reikwijdte van de verslagen moeten ook worden verlaagd voor het InvestEU-programma en de voorganger ervan, het EFSI-programma.

(9)Voor de boekhouding van de Commissie moeten de uitvoerende partners voorzien in combinaties van gecontroleerde financiële overzichten overeenkomstig artikel 212, lid 4, van het Financieel Reglement, waarbij de bedragen in verband met de verschillende rechtsgrondslagen duidelijk afzonderlijk van elkaar worden vermeld.

(10)De Verordeningen (EU) 2015/1017, (EU) 2021/695 en (EU) 2021/1153 moeten worden gewijzigd om combinaties van steun uit hoofde van die verordeningen en de EU-garantie uit hoofde van deze verordening mogelijk te maken.

(11)Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk tekortkomingen van de markt in de hele Unie en in specifieke lidstaten en de investeringskloof in de Unie aanpakken, de groene en digitale transitie van de Unie versnellen en het concurrentievermogen en de industriële basis versterken, niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie maatregelen nemen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1
Wijziging van Verordening (EU) 2021/523 [InvestEU-verordening]

Verordening (EU) 2021/523 wordt als volgt gewijzigd:

1)In artikel 1 wordt de eerste alinea vervangen door:

“Bij deze verordening wordt het InvestEU-fonds ingesteld, dat voorziet in een EU-garantie en een InvestEU-financieringsinstrument ter ondersteuning van door de uitvoerende partners uitgevoerde financierings- en investeringsverrichtingen waarmee aan doelstellingen van het interne beleid van de Unie wordt bijgedragen.”.

2)Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:

a)de punten 3, 4 en 5 worden vervangen door:

3)    “beleidsterrein”: een aangewezen gebied voor ondersteuning door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument als bepaald in artikel 8, lid 1;”;

4)    “compartiment”: een deel van de in het kader van het InvestEU-fonds verstrekte ondersteuning gedefinieerd op basis van de oorsprong van de middelen waardoor het wordt gedekt;”;

5)    “blendingverrichting”: in het kader van het EU-compartiment, een door de begroting van de Unie ondersteunde verrichting, waarbij niet-terugbetaalbare vormen van steun, terugbetaalbare vormen van steun, of beide, uit de begroting van de Unie worden gecombineerd met terugbetaalbare vormen van steun van instellingen voor ontwikkelingsfinanciering of andere openbare financiële instellingen, of van commerciële financiële instellingen en investeerders; voor de toepassing van deze definitie mogen programma’s van de Unie die worden gefinancierd uit andere bronnen dan de begroting van de Unie, zoals het EU-ETS-innovatiefonds, worden gelijkgesteld met uit de begroting van de Unie gefinancierde programma’s van de Unie;”;

b)punt 8 wordt vervangen door:

8)    “bijdrageovereenkomst”: een rechtsinstrument waarin de Commissie en een of meer lidstaten de voorwaarden van de uitvoering van de bijdrage in het lidstaatcompartiment specificeren, als bepaald in de artikelen 10 en 10 bis;”;

c)de punten 10 en 11 worden vervangen door:

10)    financierings- en investeringsverrichtingen” of “financierings- of investeringsverrichtingen”: verrichtingen waarbij financiering aan eindontvangers op directe of indirecte wijze door middel van financiële producten wordt verstrekt:

a) en die, in het kader van de EU-garantie, door een uitvoerende partner in eigen naam worden uitgevoerd, door de uitvoerende partner in overeenstemming met zijn interne regels, beleid en procedures worden verstrekt en in de financiële staten van de uitvoerende partner worden verwerkt of, in voorkomend geval, in de opmerkingen bij die financiële staten worden vermeld;

b) en die, in het kader van het InvestEU-financieringsinstrument, door de uitvoerende partner worden uitgevoerd in eigen naam of in eigen naam maar namens de Commissie, naargelang van het geval;

11)    “fondsen in gedeeld beheer”: fondsen die voorzien in de mogelijkheid om een deel van die fondsen toe te wijzen aan de voorziening voor een onder het lidstaatcompartiment van het InvestEU-fonds vallende begrotingsgarantie of financieringsinstrument, namelijk het bij Verordening (EU) 2021/1058 van het Europees Parlement en de Raad 12 ingestelde Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en Cohesiefonds, het bij Verordening (EU) 2021/1057 van het Europees Parlement en de Raad 13 (de “ESF+-verordening voor 2021-2027”) ingestelde Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+), het bij Verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad 14 ingestelde Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur (EFMZVA), en het bij Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad 15 (de “verordening inzake strategische GLB-plannen”) ingestelde Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo);”;

d)punt 12 wordt vervangen door:

12)    garantieovereenkomst”: een rechtsinstrument waarin de Commissie en een uitvoerende partner de voorwaarden bepalen waaronder financierings- en investeringsverrichtingen met het oog op dekking door de EU-garantie en/of het InvestEU-financieringsinstrument worden voorgesteld, de EU-garantie of steun via het InvestEU-financieringsinstrument voor die verrichtingen wordt verleend, en die verrichtingen in overeenstemming met deze verordening worden uitgevoerd;”;

e)punt 21 wordt vervangen door:

21)    “kleine en middelgrote onderneming” of “kmo”: a) in het geval van financiële producten die geen voordeel opleveren in termen van staatssteun, een onderneming die volgens haar laatste jaarrekening of geconsolideerde jaarrekening gedurende het boekjaar een gemiddeld aantal werknemers van minder dan 250 heeft, of b) in het geval van andere soorten financiële producten, een kleine, middelgrote of micro-onderneming in de zin van de bijlage bij Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie 16 of zoals anderszins gedefinieerd in de garantieovereenkomst;”;

f)het volgende punt 24 wordt toegevoegd:

24)    “InvestEU-financieringsinstrument”: een maatregel zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 30, van het Financieel Reglement die moet worden uitgevoerd in het lidstaatcompartiment van het InvestEU-fonds.”.

3)Artikel 4 wordt als volgt gewijzigd:

a) lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i) in de eerste alinea wordt de eerste zin vervangen door:

“De EU-garantie ten behoeve van het EU-compartiment bedoeld in artikel 9, lid 1, punt a), bedraagt 28 652 310 073 EUR in lopende prijzen.”;

ii) de tweede alinea wordt vervangen door:

“Een bijkomend bedrag van de EU-garantie kan worden verstrekt ten behoeve van het lidstaatcompartiment bedoeld in artikel 9, lid 1, punt b), van deze verordening, op voorwaarde dat de overeenstemmende bedragen door de lidstaten worden toegewezen op grond van artikel 14 van Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad 17 (“de verordening inzake de gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027”) en artikel 81 van de verordening inzake strategische GLB-plannen.”;

b) in lid 2 wordt de tweede alinea vervangen door:

“Een bedrag van 13 827 310 073 EUR in lopende prijzen van het in lid 1, eerste alinea, van dit artikel vermelde bedrag wordt toegewezen voor de in artikel 3, lid 2, genoemde doelstellingen.”.

4)In artikel 6, lid 1, wordt de eerste zin vervangen door:

“De EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument worden ten uitvoer gelegd in indirect beheer met de organen bedoeld in artikel 62, lid 1, punt c), ii), punt c), iii), punt c), v) en punt c), vi), van het Financieel Reglement.”.

5)Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

a)de titel wordt vervangen door:

“Combinaties”;

b)lid 1 wordt vervangen door:

“Steun uit hoofde van de EU-garantie op grond van deze verordening, steun van de Unie die wordt verleend via de financieringsinstrumenten die zijn ingesteld bij de programma’s in de programmeringsperiode 2014-2020 en steun van de Unie uit hoofde van de EU-garantie die bij Verordening (EU) 2015/1017 is ingesteld, kunnen worden gecombineerd ter ondersteuning van financiële producten of portefeuilles die door de EIB of het EIF op grond van deze verordening zijn uitgevoerd of moeten worden uitgevoerd.”;

c)lid 4 wordt vervangen door:

“Steun uit hoofde van de EU-garantie op grond van deze verordening, steun van de Unie die wordt verleend via de garantie uit hoofde van de financieringsinstrumenten die zijn ingesteld bij de programma’s in de programmeringsperiode 2014-2020 en wordt vrijgegeven uit de uit hoofde van die instrumenten goedgekeurde verrichtingen, en steun van de Unie via de EU-garantie die bij Verordening (EU) 2015/1017 is ingesteld en wordt vrijgegeven uit de uit hoofde van die EU-garantie goedgekeurde verrichtingen, kunnen worden gecombineerd ter ondersteuning van financiële producten of portefeuilles die uitsluitend uit hoofde van deze verordening in aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen bevatten die door de EIB of het EIF op grond van deze verordening zijn uitgevoerd of moeten worden uitgevoerd.”;

d)de volgende leden 5, 6 en 7 worden toegevoegd:

“5. In afwijking van artikel 212, lid 3, tweede alinea, van het Financieel Reglement kan de vrijgegeven garantie in het kader van de financieringsinstrumenten die zijn ingesteld bij de programma’s in de programmeringsperiode 2014-2020, worden gebruikt voor de dekking van financierings- en investeringsverrichtingen die uit hoofde van deze verordening in aanmerking komen voor de in lid 4 bedoelde combinatie.

6. In afwijking van artikel 216, lid 4, punt a), van het Financieel Reglement hoeft de voorziening die overeenkomt met de vrijgegeven garantie in het kader van steun van de Unie uit hoofde van de bij Verordening (EU) 2015/1017 ingestelde EU-garantie niet in aanmerking te worden genomen met het oog op verrichtingen bedoeld in artikel 216, lid 4, van het Financieel Reglement en mag zij worden gebruikt voor de dekking van financierings- en investeringsverrichtingen die uit hoofde van deze verordening in aanmerking komen voor de in lid 4 bedoelde combinatie.

7. De vrijgave van de garantie in het kader van de financieringsinstrumenten die zijn ingesteld bij de programma’s in de programmeringsperiode 2014-2020, de overdracht van overeenkomstige activa van trustrekeningen naar het gemeenschappelijk voorzieningsfonds en de vrijgave van de garantie in het kader van de steun van de Unie uit hoofde van de bij Verordening (EU) 2015/1017 ingestelde EU-garantie bedoeld in lid 4, vinden plaats door een wijziging van de desbetreffende overeenkomsten tussen de Commissie en de EIB of het EIF.

De voorwaarden voor het gebruik van de in de eerste alinea bedoelde vrijgegeven garanties voor de dekking van de uit hoofde van deze verordening in aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen, en, in voorkomend geval, de overdracht van overeenkomstige activa van trustrekeningen naar het gemeenschappelijk voorzieningsfonds, worden in de in artikel 17 bedoelde garantieovereenkomst vastgesteld.

De voorwaarden van de in de leden 1 en 4 van dit artikel bedoelde financiële producten en van de desbetreffende portefeuilles, met inbegrip van de respectieve evenredige aandelen in verliezen, inkomsten, terugbetalingen en terugvorderingen of de respectieve evenredige aandelen overeenkomstig lid 3, tweede alinea, worden in de in artikel 17 bedoelde garantieovereenkomst vastgesteld.”.

6)In artikel 8, lid 8, wordt de tweede alinea vervangen door:

“De Commissie tracht er samen met de uitvoerende partners voor te zorgen dat het deel van de EU-garantie in het kader van het EU-compartiment dat wordt gebruikt voor het beleidsterrein duurzame infrastructuur, zodanig wordt verdeeld dat een evenwicht tussen de verschillende in lid 1, punt a), vermelde gebieden wordt bereikt.”.

7)In artikel 9, lid 1, wordt punt b) vervangen door:

“b)    het lidstaatcompartiment dient voor de aanpak van specifieke tekortkomingen van de markt of suboptimale investeringssituaties in een of meer regio’s of lidstaten om de beleidsdoelstellingen van de bijdragende fondsen in gedeeld beheer of van het door een lidstaat op grond van artikel 4, lid 1, derde alinea, of artikel 10 bis, lid 1, tweede alinea, verstrekte aanvullende bedrag te verwezenlijken, met name versterking van de economische, sociale en territoriale samenhang in de Unie door het verhelpen van onevenwichtigheden tussen de regio’s.”.

8)Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:

a)de titel wordt vervangen door:

“Specifieke bepalingen die van toepassing zijn op de in het kader van het lidstaatcompartiment uitgevoerde EU-garantie”;

b)in lid 2 wordt de vierde alinea vervangen door:

“De lidstaat en de Commissie sluiten een bijdrageovereenkomst of een wijziging daarvan na het besluit van de Commissie tot goedkeuring van de partnerschapsovereenkomst op grond van de verordening inzake de gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027 of het strategische GLB-plan uit hoofde van de verordening inzake strategische GLB-plannen, of gelijktijdig met het besluit van de Commissie tot wijziging van een programma overeenkomstig de verordening inzake de gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027 of een strategisch GLB-plan overeenkomstig de bepalingen die zijn vastgelegd in de verordening inzake strategische GLB-plannen over de wijziging van het strategische GLB-plan.”;

c)in lid 3 wordt punt b) vervangen door:

“b)    de strategie van de lidstaat met betrekking tot het soort financiering, het beoogde hefboomeffect, de geografische dekking, zo nodig met inbegrip van regionale dekking, de soorten projecten, de investeringsperiode en indien van toepassing, de categorieën eindontvangers en in aanmerking komende intermediairs;”.

9)Het volgende artikel 10 bis wordt ingevoegd:

“Artikel 10 bis

Specifieke bepalingen die van toepassing zijn op het in het kader van het lidstaatcompartiment uitgevoerde InvestEU-financieringsinstrument

1.    Een lidstaat kan bedragen uit de fondsen in gedeeld beheer bijdragen aan het lidstaatcompartiment van het InvestEU-fonds met het oog op de inzet ervan via het InvestEU-financieringsinstrument.

De lidstaten kunnen ook aanvullende bedragen verstrekken ten behoeve van het InvestEU-financieringsinstrument. Dergelijke bedragen vormen een externe bestemmingsontvangst overeenkomstig artikel 21, lid 5, tweede zin, van het Financieel Reglement.

De door een lidstaat uit hoofde van de eerste en tweede alinea op vrijwillige basis toegewezen bedragen worden gebruikt ter ondersteuning van financierings- en investeringsverrichtingen in de betrokken lidstaat. Die bedragen worden gebruikt om bij te dragen tot het bereiken van de beleidsdoelstellingen die nader zijn bepaald in de partnerschapsovereenkomst bedoeld in artikel 11, lid 1, punt a), van de verordening inzake de gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027, in de programma’s of in het strategische GLB-plan dat aan het InvestEU-programma bijdraagt, om relevante maatregelen uit te voeren die zijn vastgesteld in de plannen voor herstel en veerkracht overeenkomstig Verordening (EU) 2021/241 of, in andere gevallen, voor in de bijdrageovereenkomst vastgestelde doeleinden, afhankelijk van de oorsprong van het bijgedragen bedrag.

2.    Om de bijdrage aan het InvestEU-financieringsinstrument te bepalen wordt een bijdrageovereenkomst gesloten tussen een lidstaat en de Commissie, hetgeen voor de bijdragen uit fondsen in gedeeld beheer gebeurt overeenkomstig artikel 10, lid 2, vierde alinea.

Twee of meer lidstaten kunnen een gezamenlijke bijdrageovereenkomst met de Commissie sluiten.

3.    De bijdrageovereenkomst bevat ten minste het bedrag van de bijdrage van de lidstaat en de valuta van de financierings- en investeringsverrichtingen, bepalingen inzake de vergoeding van de Unie voor het InvestEU-financieringsinstrument, de in artikel 10, lid 3, punten b) tot en met e), en punt g), bedoelde elementen en de behandeling van middelen die worden gegenereerd door of toe te rekenen zijn aan de bedragen die aan het InvestEU-financieringsinstrument zijn bijgedragen.

4.    De bijdrageovereenkomsten worden uitgevoerd door middel van overeenkomstig artikel 10, lid 4, eerste alinea, gesloten garantieovereenkomsten.

Indien binnen twaalf maanden na de sluiting van de bijdrageovereenkomst geen garantieovereenkomst is gesloten, wordt de bijdrageovereenkomst in onderlinge overeenstemming beëindigd of verlengd. Indien het bedrag van een bijdrageovereenkomst niet binnen twaalf maanden na de sluiting van de bijdrageovereenkomst volledig is vastgelegd door middel van een of meer garantieovereenkomsten, wordt dat bedrag dienovereenkomstig gewijzigd. Het ongebruikte bedrag van een bijdrage uit fondsen in gedeeld beheer die via het InvestEU-programma wordt geleverd, wordt hergebruikt overeenkomstig de respectieve verordeningen. Het ongebruikte bedrag van een bijdrage van een lidstaat uit hoofde van lid 1, tweede alinea, van dit artikel, wordt aan de lidstaat terugbetaald.

Indien een garantieovereenkomst niet naar behoren is uitgevoerd binnen de termijn die is vastgesteld in artikel 14, lid 6, van de verordening inzake de gemeenschappelijke bepalingen voor 2021-2027 of artikel 81, lid 6, van de verordening inzake strategische GLB-plannen, of, in het geval van een garantieovereenkomst die betrekking heeft op overeenkomstig lid 1, tweede alinea, van dit artikel verstrekte bedragen, in de desbetreffende bijdrageovereenkomst, wordt de bijdrageovereenkomst gewijzigd. De ongebruikte bedragen die door de lidstaten zijn toegewezen op grond van de bepalingen over de aanwending van de fondsen in gedeeld beheer die door middel van het InvestEU-programma worden verleend, worden hergebruikt overeenkomstig de respectieve verordeningen. Het ongebruikte bedrag van een InvestEU-financieringsinstrument dat kan worden toegeschreven aan de bijdrage van een lidstaat uit hoofde van lid 1, tweede alinea, van dit artikel, wordt aan de lidstaat terugbetaald.

Middelen die worden gegenereerd door of toe te rekenen zijn aan de bedragen die aan het InvestEU-financieringsinstrument zijn bijgedragen op grond van de bepalingen over de aanwending van de fondsen in gedeeld beheer die door middel van het InvestEU-programma worden verleend, worden hergebruikt overeenkomstig de respectieve verordeningen. De middelen die worden gegenereerd door of toe te rekenen zijn aan de bedragen die aan het InvestEU-financieringsinstrument zijn bijgedragen uit hoofde van lid 1, tweede alinea, van dit artikel, worden aan de lidstaat terugbetaald.

5. Contracten waarin het InvestEU-financieringsinstrument wordt uitgevoerd tussen de uitvoerende partner en de eindontvanger of de financiële intermediair of een andere entiteit als bedoeld in artikel 16, lid 1, punt a), worden uiterlijk op 31 december 2028 ondertekend.”.

10)De titel van hoofdstuk IV wordt vervangen door:

“EU-garantie en InvestEU-financieringsinstrument”.

11)In artikel 13, lid 4, worden de eerste twee zinnen vervangen door:

“Van de EU-garantie in het kader van het EU-compartiment als bedoeld in artikel 4, lid 1, eerste alinea, wordt 75 %, ten bedrage van 21 489 232 555 EUR, toegekend aan de EIB-groep. De EIB-groep levert een totale financiële bijdrage van 5 372 308 139 EUR.”.

12)Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a)in lid 1 wordt de tweede alinea vervangen door:

“Het InvestEU-financieringsinstrument kan worden gebruikt om financiering te verstrekken aan de uitvoerende partners voor de in de eerste alinea, punt a), bedoelde soorten financiering die door de uitvoerende partners worden verstrekt.

Om door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument te worden gedekt, wordt de in de eerste en tweede alinea bedoelde financiering verleend, verkregen of uitgegeven ten behoeve van de in artikel 14, lid 1, bedoelde financierings- en investeringsverrichtingen, indien de financiering door de uitvoerende partner was verleend conform een financieringsovereenkomst of -transactie die de uitvoerende partner heeft ondertekend of is aangegaan na de ondertekening van de garantieovereenkomst en die niet is verstreken of niet is geannuleerd.”;

b)lid 2 wordt vervangen door:

“Financierings- en investeringsverrichtingen via fondsen of andere intermediaire structuren worden door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument ondersteund overeenkomstig de in de investeringsrichtsnoeren vastgelegde bepalingen, naargelang van het geval, zelfs indien deze structuren een minderheid van hun geïnvesteerde bedragen investeren buiten de Unie en in de in artikel 14, lid 2, bedoelde derde landen, of een minderheid van hun geïnvesteerde bedragen investeren in activa die niet in aanmerking komen uit hoofde van deze verordening.”.

13)Artikel 17 wordt als volgt gewijzigd:

a)in lid 1 wordt de eerste alinea vervangen door:

“De Commissie sluit met iedere uitvoerende partner een garantieovereenkomst met betrekking tot de verlening van de EU-garantie ten belope van een door de Commissie vast te stellen bedrag of met betrekking tot de verstrekking van steun uit hoofde van het InvestEU-financieringsinstrument.”;

b)lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i) punt c) wordt vervangen door:

“c)    nadere regels betreffende de verlening van de EU-garantie of de verstrekking van steun uit hoofde van het InvestEU-financieringsinstrument overeenkomstig artikel 19, waaronder de dekking van financierings- en investeringsverrichtingen of portefeuilles van specifieke soorten instrumenten en de verschillende gebeurtenissen die aanleiding geven tot een mogelijk beroep op de EU-garantie of het gebruik van het InvestEU-financieringsinstrument;”;

ii) punt f) wordt vervangen door:

“f)    de verbintenis van de uitvoerende partner om de besluiten van de Commissie en het investeringscomité te aanvaarden met betrekking tot het gebruik van de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument ten behoeve van de voorgestelde financierings- of investeringsverrichting, onverminderd de beslissingen van de uitvoerende partner met betrekking tot de voorgestelde financierings- of investeringsverrichting zonder de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument;”;

iii) de punten h) en i) worden vervangen door:

“h)    financiële en operationele verslaglegging en monitoring van de financierings- en investeringsverrichtingen onder de EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument;

i)    essentiële prestatie-indicatoren, met name met betrekking tot het gebruik van de EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument, de verwezenlijking van de in de artikelen 3, 8 en 14 vastgestelde doelstellingen en criteria, en het aantrekken van particulier kapitaal;”.

14)Artikel 18 wordt als volgt gewijzigd:

a)de titel wordt vervangen door:

“Vereisten voor het gebruik van de EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument”;

b)lid 1 wordt vervangen door:

1.    De verlening van de EU-garantie en de verstrekking van steun uit het InvestEU-financieringsinstrument zijn afhankelijk van de inwerkingtreding van de garantieovereenkomst met de desbetreffende uitvoerende partner.”;

c)lid 2 wordt vervangen door:

“Financierings- en investeringsverrichtingen worden alleen door de EU-garantie gedekt of door het InvestEU-financieringsinstrument ondersteund indien zij aan de in deze verordening en, in voorkomend geval, in de desbetreffende investeringsrichtsnoeren vastgelegde criteria voldoen en indien het investeringscomité heeft geconcludeerd dat die verrichtingen voldoen aan de vereisten om door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument te worden gedekt. Het blijft de verantwoordelijkheid van de uitvoerende partners om ervoor te zorgen dat de financierings- en investeringsverrichtingen voldoen aan deze verordening en de desbetreffende investeringsrichtsnoeren.”;

d) lid 3 wordt als volgt gewijzigd:

i) de eerste zin wordt vervangen door:

“Voor de uitvoering van financierings- en investeringsverrichtingen met de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument is de Commissie geen administratieve kosten of vergoedingen aan de uitvoerende partner verschuldigd, tenzij de uitvoerende partner op grond van de aard van de beleidsdoelstellingen die door het uit te voeren financiële product worden beoogd en de betaalbaarheid voor de beoogde eindontvangers of de soort financiering die wordt verleend, ten aanzien van de Commissie naar behoren kan motiveren dat er een uitzondering moet worden gemaakt.”;

ii) de volgende tweede alinea wordt toegevoegd:

“Niettegenstaande de eerste alinea hebben uitvoerende partners recht op passende vergoedingen voor het beheer van trustrekeningen met betrekking tot het InvestEU-financieringsinstrument.”;

e) lid 4 wordt vervangen door:

“Bovendien mag de uitvoerende partner de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument gebruiken voor de dekking van het betreffende aandeel in de mogelijke invorderingskosten overeenkomstig artikel 17, lid 4, tenzij die kosten in mindering worden gebracht op de opbrengst van de invordering.”.

15)Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

a)de titel wordt vervangen door:

“Dekking en voorwaarden van de EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument”;

b) lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i) in de eerste alinea wordt de tweede zin vervangen door:

“De vergoeding voor de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument kan worden verminderd in de in artikel 13, lid 2, genoemde naar behoren gemotiveerde gevallen.”;

ii) de tweede alinea wordt vervangen door:

“De uitvoerende partner heeft op eigen risico passende blootstelling aan financierings- en investeringsverrichtingen die door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument worden ondersteund, tenzij de beleidsdoelstellingen die door het uit te voeren financiële product worden beoogd uitzonderlijk van dien aard zijn dat de uitvoerende partner redelijkerwijs niet zijn eigen risicodragende capaciteit daaraan kan bijdragen.”;

c) in lid 2, eerste alinea, punt a), wordt de inleidende zin vervangen door:

“voor de in artikel 16, lid 1,eerste alinea, punt a), bedoelde schuldproducten:”;

d) het volgende lid 2 bis wordt ingevoegd:

2 bis.    Het InvestEU-financieringsinstrument dekt:

a)    voor de in artikel 16, lid 1, eerste alinea, punt a), bedoelde schuldproducten die bestaan uit garanties en tegengaranties:

i) de hoofdsom en alle overeenkomstig de voorwaarden van de financieringsverrichtingen aan de uitvoerende partner verschuldigde maar niet door hem ontvangen rente en bedragen vóórafgaand aan de wanbetaling;

ii) herstructureringsverliezen;

iii) verliezen die voortvloeien uit schommelingen van andere valuta’s dan de euro op markten waarop de mogelijkheden tot langetermijnhedging beperkt zijn;

b)    voor andere in aanmerking komende soorten financiering bedoeld in artikel 16, lid 1, eerste alinea, punt a): de door de uitvoerende partner geïnvesteerde of uitgeleende bedragen;

Voor de toepassing van punt a), i), van de eerste alinea worden met betrekking tot achtergestelde schuld een uitstel, een verlaging of een vereiste exit als wanbetaling beschouwd.

Het InvestEU-financieringsinstrument dekt de volledige blootstelling van de Unie met betrekking tot de desbetreffende financierings- en investeringsverrichtingen.”.

16)In artikel 22 wordt lid 1 vervangen door:

“Er wordt een scorebord van indicatoren (“het scorebord”) tot stand gebracht opdat het investeringscomité verzoeken om het gebruik van de EU-garantie of, naargelang van het geval, het InvestEU-financieringsinstrument voor door uitvoerende partners voorgestelde financierings- en investeringsverrichtingen op onafhankelijke, transparante en geharmoniseerde wijze kan beoordelen.”.

17)In artikel 23 wordt lid 2 vervangen door:

“De financierings- en investeringsverrichtingen van de EIB die binnen het toepassingsgebied van deze verordening vallen, worden niet gedekt door de EU-garantie of ondersteund door het InvestEU-financieringsinstrument indien de Commissie in het kader van de procedure van artikel 19 van de statuten van de EIB een ongunstig advies uitbrengt.”.

18)Artikel 24 wordt als volgt gewijzigd:

a)in lid 1 wordt de eerste alinea als volgt gewijzigd:

i) punt a) wordt vervangen door:

“a)    onderzoekt de voorstellen voor financierings- en investeringsverrichtingen die door uitvoerende partners met het oog op dekking door de EU-garantie of steun uit hoofde van het InvestEU-financieringsinstrument worden ingediend en die bij de in artikel 23, lid 1, van deze verordening, bedoelde beleidscontrole goed zijn bevonden of die een gunstig advies hebben gekregen in het kader van de procedure van artikel 19 van de statuten van de EIB;”;

ii) punt c) wordt vervangen door:

“c)    controleert of de financierings- en investeringsverrichtingen die door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument zouden worden ondersteund, aan alle relevante vereisten voldoen.”;

b)in lid 4, tweede alinea, wordt de tweede zin vervangen door:

“Voor het toekennen van dekking door de EU-garantie of steun uit hoofde van het InvestEU-financieringsinstrument aan een financierings- of investeringsverrichting zijn projectbeoordelingen door een uitvoerende partner niet bindend voor het investeringscomité.”;

c)lid 5 wordt als volgt gewijzigd:

i)    in de tweede alinea wordt de eerste zin vervangen door:

“De conclusies van het investeringscomité waarbij de dekking van de EU-garantie of steun uit hoofde van het InvestEU-financieringsinstrument voor een financierings- of investeringsverrichting wordt goedgekeurd, worden openbaar toegankelijk gemaakt en bevatten de redenen voor de goedkeuring en informatie over de verrichting, met name een beschrijving ervan, de identiteit van de ontwikkelaars of financiële intermediairs, en de doelstellingen van de verrichting.”;

ii)    in de vijfde alinea wordt de tweede zin vervangen door:

“Ook alle besluiten waarbij het gebruik van de EU-garantie of steun uit hoofde van het InvestEU-financieringsinstrument wordt afgewezen, maken deel uit van deze lijst.”;

d)in lid 6 wordt de eerste zin vervangen door:

“Indien het investeringscomité wordt gevraagd zijn goedkeuring te hechten aan het gebruik van de EU-garantie of steun uit hoofde van het InvestEU-financieringsinstrument voor een financierings- of investeringsverrichting die een faciliteit, programma of structuur met onderliggende subprojecten is, omvat die goedkeuring ook de onderliggende subprojecten, tenzij het investeringscomité besluit zich het recht voor te behouden die onderliggende subprojecten afzonderlijk goed te keuren.”.

19)In artikel 25, lid 2, wordt punt c) vervangen door:

“c)    het bijstaan van projectontwikkelaars, waar nodig, bij de ontwikkeling van hun projecten zodat die voldoen aan de in de artikelen 3 en 8 vastgelegde doelstellingen en aan de in artikel 14 vastgestelde criteria om in aanmerking te komen, en het vergemakkelijken van de ontwikkeling van onder meer belangrijke projecten van gemeenschappelijk Europees belang en aggregatoren voor kleine projecten, onder meer via investeringsplatformen als bedoeld in punt f) van dit lid, mits met die bijstand niet wordt vooruitgelopen op de conclusies van het investeringscomité over de dekking van die projecten door de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument;”.

20)Artikel 28 wordt als volgt gewijzigd:

a)aan lid 2 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

“Uitvoerende partners zijn vrijgesteld van de verplichting om verslag uit te brengen over de in bijlage III opgenomen kernprestatie- en monitoringindicatoren, met uitzondering van die in de punten 1, 2, 5.2, 6.3 en 7.2, voor zover het financierings- of investeringsverrichtingen betreft die ten goede komen aan eindontvangers die door de EU-garantie of door het InvestEU-financieringsinstrument ondersteunde financiering of investeringen van ten hoogste 100 000 EUR ontvangen van een uitvoerende partner of een financiële intermediair.”;

b)de leden 3 en 4 worden vervangen door:

“3. De Commissie brengt verslag uit over de uitvoering van het InvestEU-programma overeenkomstig de artikelen 241 en 250 van het Financieel Reglement. Overeenkomstig artikel 41, lid 5, van het Financieel Reglement wordt in het jaarverslag informatie verstrekt over de uitvoeringsgraad van het programma met betrekking tot de doelstellingen en prestatie-indicatoren ervan. Iedere uitvoerende partner verstrekt daartoe op jaarbasis de informatie, onder meer over de werking van de EU-garantie of het InvestEU-financieringsinstrument, die de Commissie nodig heeft om haar verslagleggingsverplichting te kunnen nakomen.

4. Eenmaal per jaar dient iedere uitvoerende partner bij de Commissie een verslag in over de financierings- en investeringsverrichtingen die onder deze verordening vallen, uitgesplitst tussen EU-compartiment en lidstaatcompartiment, naargelang het geval. Iedere uitvoerende partner dient eveneens informatie over het lidstaatcompartiment in bij de lidstaat waarvan hij het compartiment ten uitvoer legt. Het verslag bevat een beoordeling van de naleving van de vereisten voor het gebruik van de EU-garantie en het InvestEU-financieringsinstrument en van de in bijlage III bij deze verordening vastgestelde essentiële prestatie-indicatoren. Het verslag bevat ook operationele, statistische, financiële en boekhoudkundige gegevens voor elke financierings- of investeringsverrichting en een raming van de verwachte kasstromen, op het niveau van de compartimenten, de beleidsterreinen en het InvestEU-fonds. Het verslag kan tevens informatie bevatten over investeringsbelemmeringen die worden ondervonden bij de uitvoering van onder deze verordening vallende financierings- en investeringsverrichtingen. De verslagen bevatten de informatie die de uitvoerende partners moeten verstrekken op grond van artikel 158, lid 1, punt a), van het Financieel Reglement.”.

21)Artikel 35 wordt als volgt gewijzigd:

a)de titel wordt vervangen door:

“Overgangs- en andere bepalingen”;

b)aan lid 2 wordt de volgende tweede alinea toegevoegd:

“In afwijking van artikel 214, lid 4, punt d), van het Financieel Reglement kunnen in 2027 ontvangen inkomsten uit de bij Verordening (EU) 2015/1017 ingestelde EU-garantie worden gebruikt voor de voorziening van de EU-garantie uit hoofde van deze verordening.”.

22)Bijlage I wordt vervangen door:

“BIJLAGE I

BEDRAGEN VAN DE EU-GARANTIE PER SPECIFIEKE DOELSTELLING

Voor financierings- en investeringsverrichtingen geldt overeenkomstig artikel 4, lid 2, vierde alinea, de volgende indicatieve verdeling:

a)    tot 10 832 884 564 EUR voor de in artikel 3, lid 2, punt a), bedoelde doelstellingen;

b)    tot 7 204 245 489 EUR voor de in artikel 3, lid 2, punt b), genoemde doelstellingen;

c)    tot 7 566 973 583 EUR voor de in artikel 3, lid 2, punt c), genoemde doelstellingen;

d)    tot 3 048 206 437 EUR voor de in artikel 3, lid 2, punt d), genoemde doelstellingen.”.

23)In punt 1 van bijlage III worden onder punt 1.4 de volgende twee alinea’s toegevoegd:

“In afwijking van artikel 2, punt 40, van het Financieel Reglement wordt bij het bepalen van het hefboom- en multiplicatoreffect voor financierings- en investeringsverrichtingen die uitvoeringsgaranties verstrekken, het bedrag van de risicodekking gelijkgesteld met het vergoedbare bedrag aan financiering.

In afwijking van artikel 222, lid 3, van het Financieel Reglement hoeven financierings- en investeringsverrichtingen die uitvoeringsgaranties verstrekken, geen multiplicatoreffect te bewerkstelligen.”.

24)In bijlage V wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Deze bijlage is ook van toepassing op het InvestEU-financieringsinstrument.”

Artikel 2
Wijzigingen van Verordening
2015/1017 [EFSI-verordening]

Verordening (EU) 2015/1017 wordt als volgt gewijzigd:

1)Artikel 11 bis wordt als volgt gewijzigd:

a)de titel wordt vervangen door:

“Combinaties”;

b)de volgende tweede alinea wordt ingevoegd:

“De EU-garantie kan worden verleend ter dekking van uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad in aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen met het oog op de in artikel 7, lid 4, van die verordening bedoelde combinaties, en kan verliezen dekken met betrekking tot financierings- en investeringsverrichtingen die door de gecombineerde steun worden gedekt.”.

2)Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

a)lid 1 wordt vervangen door:

“1. De EIB, in voorkomend geval in samenwerking met het EIF, brengt eenmaal per jaar verslag uit aan de Commissie over de financierings- en investeringsverrichtingen van de EIB die onder deze verordening vallen. Het verslag bevat een beoordeling van de naleving van de voorschriften voor het gebruik van de EU-garantie en van de in artikel 4, lid 2, punt f), iv), bedoelde essentiële prestatie-indicatoren. Het verslag bevat ook statistische, financiële en boekhoudkundige gegevens over elke financierings- en investeringsverrichting van de EIB en op geaggregeerde basis.”;

b)lid 2 wordt geschrapt;

c)aan lid 3 wordt de volgende alinea toegevoegd:

“Met betrekking tot de in artikel 11 bis bedoelde combinaties verstrekken de EIB respectievelijk het EIF de Commissie jaarlijks de financiële staten overeenkomstig artikel 212, lid 4, van het Financieel Reglement. Die financiële staten bevatten boekhoudkundige gegevens over de steun die uit hoofde van deze verordening door de EU-garantie wordt verleend, die duidelijk afzonderlijk worden vermeld van de steun die door de EU-garantie wordt verleend uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad.”.

3)In artikel 22, lid 1, wordt de vijfde alinea geschrapt.

Artikel 3
Wijzigingen van Verordening (EU) 2021/1153 [CEF]

Aan artikel 29 van Verordening (EU) 2021/1153 wordt het volgende lid toegevoegd:

“5. De garantie die wordt ondersteund door de Uniebegroting en verleend door de EIB via het uit hoofde van Verordening (EU) 1316/2013 opgerichte schuldinstrument van CEF, kan worden verleend ter dekking van uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad(*) in aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen met het oog op de in artikel 7 van die verordening bedoelde combinatie, en kan verliezen dekken met betrekking tot de financierings- en investeringsverrichtingen die door de gecombineerde steun worden gedekt.”.

(*) Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 tot vaststelling van het InvestEU-programma en tot wijziging van Verordening (EU) 2015/1017 (PB L 107 van 26.3.2021, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/523/oj )”.

Artikel 4
Wijzigingen van Verordening (EU) 2021/695 [Horizon Europa] 

Aan artikel 57 van Verordening (EU) 2021/695 wordt het volgende lid toegevoegd:

“3. De garantie die wordt ondersteund door de Uniebegroting en verleend door de EIB via de uit hoofde van de Verordeningen (EU) 1290/2013 en 1291/2013 opgerichte InnovFin-schuldfaciliteit kan worden verleend ter dekking van uit hoofde van Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad(*) in aanmerking komende financierings- en investeringsverrichtingen met het oog op de in artikel 7 van die verordening bedoelde combinatie, en kan verliezen dekken met betrekking tot het financiële product dat de financierings- en investeringsverrichtingen bevat en door de gecombineerde steun wordt gedekt.”.

(*) Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 tot vaststelling van het InvestEU-programma en tot wijziging van Verordening (EU) 2015/1017 (PB L 107 van 26.3.2021, blz. 30, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/523/oj )”.

Artikel 5 
Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL

1.1.Benaming van het voorstel

1.2.Betrokken beleidsterreinen

1.3.Doelstellingen

1.3.1.Algemene doelstellingen

1.3.2.Specifieke doelstellingen

1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen

1.3.4.Prestatie-indicatoren

1.4.Het voorstel/initiatief betreft:

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

2.2.Beheers- en controlesystemen

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

3.2.1.1.Kredieten uit bestemmingsontvangsten (zie hoofdstuk 3.3)

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting

3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften

3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting

3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen

3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

3.2.7.Bijdragen van derden

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

4.Digitale dimensies

4.1.Voorschriften met digitale relevantie

4.2.Gegevens

4.3.Digitale oplossingen

4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling

4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering

1.    KADER VAN HET VOORSTEL 

1.1.    Benaming van het voorstel

Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2021/523 [InvestEU-verordening] om de efficiëntie van de EU-garantie te verhogen en de verslagleggingsvereisten te vereenvoudigen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) 2015/1017, (EU) 2021/1060 en (EU) 2021/2115

1.2.    Betrokken beleidsterreinen 

Investeringen voor de beleidsprioriteiten van de EU

Kompas voor concurrentievermogen

Clean Industrial Deal

1.3.    Doelstellingen

1.3.1.    Algemene doelstellingen

“Een nieuw plan voor duurzame welvaart en concurrentievermogen in Europa”

1.3.2.    Specifieke doelstellingen

1. “Bouwen aan een nieuwe Clean Industrial Deal” & “Een grote impuls voor investeringen”:

Door de garantie in het kader van het InvestEU-fonds te verhogen en het voor de lidstaten gemakkelijker te maken de garantie te benutten en eraan bij te dragen, voorziet het voorstel in extra risicodelingscapaciteit:

- om de marktkloof op het gebied van investeringen in de Unie te verkleinen en particuliere investeringen aan te trekken ter ondersteuning van de beleidsprioriteiten van de Unie;

- om te investeren in infrastructuur en technologieën voor schone energie en in strategische technologiesectoren;

- voor risicoabsorberende maatregelen voorstellen om het voor commerciële banken, investeerders en durfkapitaal gemakkelijker te maken duurzame, innovatieve en snelgroeiende ondernemingen te financieren.

2. “Ondernemen gemakkelijker maken”:

Het voorstel bevat verscheidene elementen die zijn gericht op de vereenvoudiging van de uitvoering van het InvestEU-programma, en draagt daarmee bij tot het nakomen van de verbintenissen van de Commissie om de administratieve lasten en verslagleggingsverplichtingen met ten minste 25 % te verminderen voor alle bedrijven en met 35 % voor kleine en middelgrote ondernemingen.

1.3.3.    Verwachte resultaten en gevolgen

De extra financieringscapaciteit die via dit voorstel wordt verstrekt, zal in de huidige financieringsperiode naar verwachting ten minste 50 miljard EUR aan particuliere en publieke investeringen mobiliseren. Ongeveer 25 miljard EUR zal worden aangetrokken als gevolg van het verhoogde bedrag van de EU-garantie van 2,5 miljard EUR en nog eens ongeveer 25 miljard EUR zal worden gemobiliseerd via de versterkte garantiecapaciteit die beschikbaar wordt gesteld via combinaties van steun in het kader van InvestEU met oude instrumenten die worden beheerd door de Europese Investeringsbank (EIB) en het Europees Investeringsfonds (EIF). De aanvullende financieringscapaciteit zal de voortzetting van de uitvoering van succesvolle financiële producten van InvestEU mogelijk maken en nieuwe garanties bieden voor nieuwe of geactualiseerde financiële producten die gericht zijn op de meest recente beleidsinitiatieven, zoals op het gebied van de Clean Industrial Deal of steun aan start-ups en scale-ups in digitale en innovatieve sectoren.

Een aanzienlijk deel van dergelijke investeringen zou kunnen worden gericht op producten en begunstigden met een hoger risico (bv. thematische risicokredietproducten van de EIB of eigen vermogen en kmo-garanties van het EIF), waardoor de risicodragende capaciteit van InvestEU aanzienlijk zou toenemen. In het kader van het lidstaatcompartiment zullen naar verwachting verdere investeringen worden gemobiliseerd indien de in het wetgevingsvoorstel voorgestelde wijzigingen worden uitgevoerd. Het aandeel van 25 % van de verhoging van de EU-garantie van 2,5 miljard EUR komt ook ten goede aan de nationale stimuleringsbanken en internationale financiële instellingen die er als uitvoerende partners toegang toe hebben.

Bovendien werd in de tussentijdse evaluatie van het InvestEU-programma aanbevolen de continuïteit van het aanbod van financiële producten op de markt te waarborgen en een knipperlichtsituatie te vermijden, aangezien een dergelijke situatie niet alleen een onderbreking van de broodnodige steun van de Unie voor beleidsprioriteiten zou veroorzaken, maar ook de financiële intermediairs en de eindontvangers ingewikkelder zou maken. Een aantal financiële producten die door de EIB-groep worden uitgevoerd, hebben de toegekende EU-garantie al bijna uitgeput, terwijl de meest recente oproep tot het indienen van blijken van belangstelling voor andere uitvoerende partners sterk was overtekend.

De vermindering van de administratieve lasten (voornamelijk door vereenvoudigde rapportagevereisten) zal naar verwachting aanzienlijk zijn, met overloopeffecten van de voorstellen op de verschillende actoren (uitvoerende partners, financiële intermediairs, eindontvangers) gezien de meerlagige uitvoeringsstructuur van InvestEU.

1.3.4.    Prestatie-indicatoren

Bijlage III bij de InvestEU-verordening bevat de lijst van kernprestatie- en monitoringindicatoren, die verder zullen worden gerapporteerd en gemonitord om zowel het totale volume van de gemobiliseerde investeringen te meten als de mate waarin dergelijke investeringen de vastgestelde belangrijkste beleidsterreinen bestrijken.

Wat het totaal aan aangetrokken investeringen betreft, is de verwachting dat het InvestEU-fonds in zijn huidige vorm 372 miljard EUR zal mobiliseren, wat in het kader van dit voorstel zou worden verhoogd tot ten minste 420 miljard EUR. Het streefcijfer voor investeringen van uitvoerende partners voor het verwezenlijken van de klimaat- en milieudoelstellingen van de Unie moet worden gehandhaafd op 60 % voor het beleidsterrein duurzame infrastructuur en 30 % voor het InvestEU-fonds in het algemeen, volgens de methode die is beschreven in Mededeling C(2021) 3316 final van de Commissie van 6/5/2021.

Wat de vereenvoudiging betreft, zullen de voorgestelde vereenvoudigingsmaatregelen naar verwachting gedurende de looptijd van de desbetreffende EU-programma’s een totaalbedrag van ongeveer 350 miljoen EUR aan kostenbesparingen opleveren voor uitvoerende partners, financiële intermediairs en eindontvangers.

1.4.    Het voorstel/initiatief betreft: 

 een nieuwe actie 

 een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 18  

 de verlenging van een bestaande actie 

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

1.5.    Motivering van het voorstel/initiatief 

1.5.1.    Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

De uitvoering van het InvestEU-programma is loopt en is gericht op de investeringsbehoeften in diverse belangrijke sectoren, zoals in nieuwe mobiliteitsmodellen, hernieuwbare energie, energie-efficiëntie, onderzoek en innovatie, digitalisering, onderwijs en vaardigheden, sociale economie en infrastructuur, kringloopeconomie, natuurlijk kapitaal, klimaatactie of de oprichting en groei van kleine en middelgrote ondernemingen (start-ups en scale-ups), die verband houden met de langetermijndoelstellingen van de Unie op het gebied van concurrentievermogen, duurzaamheid en inclusieve groei.

Het voorstel maakt de uitvoering van het InvestEU-programma efficiënter ten voordele van de eindontvangers en de (intermediaire) financiers en versterkt tegelijkertijd de ambitie en capaciteit ervan, onder meer door bijdragen van de lidstaten aan te trekken. Het voorstel omvat geen wijziging van het oorspronkelijke tijdschema voor de uitvoering van het programma, dat voorziet in de goedkeuring van nieuwe financierings- en investeringsverrichtingen tot eind 2027 en de ondertekening ervan tot eind 2028.

1.5.2.    Toegevoegde waarde van de deelname van de EU 

Redenen voor optreden op EU-niveau (ex ante)

Het voorstel heeft tot doel de efficiëntie en doeltreffendheid van het InvestEU-programma te versterken. Aangezien het gaat om een programma van de Unie dat in 2021 door het Europees Parlement en de Raad in het kader van de InvestEU-verordening is opgezet, kunnen eventuele wijzigingen ervan alleen door de Unie worden uitgevoerd.

Verwachte toegevoegde waarde EU (ex-post)

Het InvestEU-programma moet de uitvoerende partners in staat stellen financierings- en investeringsverrichtingen uit te voeren op specifieke gebieden van de strategische beleidsdoelstellingen van de Unie. Een multiplicatoreffect wordt gegenereerd door het aantrekken van particuliere en publieke investeringen, waarbij in voorkomend geval gebruik wordt gemaakt van bemiddeling via financiële instellingen en fondsen. Op die manier wordt bijgedragen tot het aanpakken van marktfalen en wordt toegang tot financiering verleend aan bedrijven en projecten die anders geen financiering op gunstige voorwaarden hadden kunnen verkrijgen, waardoor de totale investeringen in de Unie en daarmee de groei en de werkgelegenheid toenemen. Het voorstel, waarin rekening wordt gehouden met de lessen die zijn getrokken uit de tussentijdse evaluatie van InvestEU (zie punt 1.5.3 hieronder), zal het programma versterken en zo het effect ervan vergroten.

1.5.3.    Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Het InvestEU-programma werd in 2024 onderworpen aan een tussentijdse evaluatie op basis van een studie van een onafhankelijke beoordelaar. Bij de evaluatie werd vastgesteld dat de uitvoerende partners in het kader van het InvestEU-programma een breed scala aan financieringsproducten aanbieden om tegemoet te komen aan de uiteenlopende behoeften van de markt en dat het programma daarom van cruciaal belang was om tegemoet te komen aan de dringende, escalerende en opkomende investeringsbehoeften van de Unie. De uitvoerende partners stelden voor de rapportageverplichtingen te verminderen, rekening houdend met het feit dat zij allemaal onder pijlerbeoordeling vallende financiële instellingen zijn (en de garantie in indirect beheer inzetten). Voorts werd vastgesteld dat de begroting van het programma ontoereikend was in verhouding tot de grote vraag en de aanzienlijke investeringsbehoeften. Zonder versterking van de begroting zouden voor bepaalde prioritaire beleidsproducten na 2025 geen nieuwe goedkeuringen meer worden verleend.

1.5.4.    Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Het voorstel is volledig verenigbaar met het meerjarige financiële kader voor 2021-2027. Het voorstel omvat een aanvullende voorziening van 1 miljard EUR, die nodig is om de EU-garantie in het kader van het InvestEU-fonds met 2,5 miljard EUR te kunnen verhogen. Het gebruik van marges of een wijziging van het meerjarig financieel kader (MFK) zijn niet vereist. De verhoging van de EU-garantie is ook volledig in overeenstemming met de ambitie om het streefdoel van de InvestEU-voorziening te bereiken met een lagere bijdrage van nieuwe kredieten in 2026 en 2027.

De verhoging van de voorziening met 1 miljard EUR komt voort uit terugvloeiende middelen uit oude instrumenten en uit overschotten in het gemeenschappelijk voorzieningsfonds met betrekking tot het compartiment van het Europees Fonds voor strategische investeringen (EFSI). Sinds het begin van dit MFK zijn terugvloeiende middelen uit financieringsinstrumenten en de EFSI-overschotten toegewezen aan InvestEU en de leenfaciliteit voor de overheidssector (PSLF). Op basis van prognoses van terugvloeiende middelen is tot het einde van dit MFK 250 miljoen EUR gereserveerd voor de voorziening van de leenfaciliteit voor de publieke sector.

Tegelijkertijd biedt het voorstel, via combinaties, ook de rechtsgrondslag om het gebruik van drie oude garanties (en de onderliggende voorzieningen daarvan) gedeeltelijk uit te breiden ten behoeve van de InvestEU-verrichtingen die door de EIB-groep worden uitgevoerd. De oude instrumenten zijn het EFSI, het schuldinstrument van CEF en de InnovFin-schuldfaciliteit. Deze component zal mogelijk gevolgen hebben voor het bedrag en het tijdstip van beschikbaarheid van toekomstige verwachte terugvloeiende middelen uit oude financieringsinstrumenten en terugbetalingen van overschotten uit de voorziening van het EFSI.

1.5.5.    Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

Er wordt voorgesteld:

- het bedrag van de goedgekeurde begrotingsgarantie te verhogen door de inzet van verwachte terugvloeiende middelen uit oude instrumenten en door EFSI-overschotten om de overeenkomstige aanvullende voorziening van de InvestEU-garantie te financieren, zodat de EIB-groep en andere uitvoerende partners nieuwe InvestEU-verrichtingen met aanvullende EU-garantie kunnen dekken.

- toe te staan dat het gebruik van twee oude financieringsinstrumenten en de EFSI-garantie (en de overeenkomstig voorziening) wordt uitgebreid om verdere InvestEU-verrichtingen via de EIB-groep te dekken en tegelijkertijd terugvloeiende middelen te genereren.


1.6.    Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

beperkte geldigheidsduur

   van kracht vanaf de datum van goedkeuring van de wijziging tot 12/2027 

   financiële gevolgen vanaf 2025 tot en met 2027 voor vastleggingskredieten en vanaf 2025 tot en met 2028 voor betalingskredieten voor de voorziening van de EU-garantie. De financiële gevolgen van de combinaties leiden tot vertraagde en mogelijk lagere begrotingsinkomsten (in verband met terugvloeiende middelen uit oude financieringsinstrumenten) en overschotten uit de voorziening van het EFSI.

onbeperkte geldigheidsduur

Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.    Wijzen van uitvoering van de begroting 19  

 Direct beheer door de Commissie

 door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie

 door de uitvoerende agentschappen

 Gedeeld beheer met de lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:

 derde landen of de door hen aangewezen organen

 internationale organisaties en hun agentschappen (bv. Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, Noordse Investeringsbank, Ontwikkelingsbank van de Raad van Europa)

 de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds

 de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen

 publiekrechtelijke organen

 privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties

 privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties

 organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling

in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.

Opmerkingen

n.v.t.

2.    BEHEERSMAATREGELEN 

2.1.    Regels inzake het toezicht en de verslagen 

De uitvoerende partners moeten regelmatig verslag uitbrengen aan de Commissie overeenkomstig de InvestEU-verordening en het Financieel Reglement. De uitvoerende partners brengen ook verslag uit over bepaalde voor staatssteun relevante gegevens. Voor de monitoring moeten zij hun eigen regels en procedures toepassen die in overeenstemming met artikel 157 van het Financieel Reglement zijn beoordeeld (“pijlerbeoordeling”) met het oog op het voldoen aan de daarin neergelegde vereisten.

Wat de verslaglegging over het InvestEU-programma en het EFSI betreft, voorziet het voorstel in een vermindering van de frequentie daarvan van halfjaarlijks tot jaarlijks.

Voor de opstelling van de jaarlijkse financiële staten van de Unie verstrekken de uitvoerende partners van InvestEU — overeenkomstig artikel 212, lid 4, van het Financieel Reglement — de Commissie de gecontroleerde financiële staten voor het deel van de begrotingsgarantie dat hun is verleend. In het geval van combinaties van de InvestEU-garantie met andere begrotingsgaranties of met oude financieringsinstrumenten die zijn ingesteld op basis van verschillende rechtsgrondslagen, worden de gecontroleerde financiële staten verstrekt door de uitvoerende partner en bevatten zij informatie over het deel van de garantie dat door de oude financieringsinstrumenten of de andere begrotingsgarantie wordt ondersteund, waarbij ervoor wordt gezorgd dat deze in de boekhouding van de Commissie te onderscheiden zijn van het deel van de garantie dat door de InvestEU-verordening wordt ondersteund, overeenkomstig de toepasselijke structuren voor risicodeling.

2.2.    Beheers- en controlesystemen 

2.2.1.    Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

De EU-garantie in het kader van het InvestEU-fonds wordt uitsluitend uitgevoerd onder indirect beheer via uitvoerende partners, die in de regel ook bijdragen aan de steun die aan de eindbegunstigden moet worden verleend. De uitvoerende partners bestaan uit de EIB en het EIF, internationale financiële instellingen, nationale stimuleringsbanken en -instellingen en andere financiële intermediairs die organen van de Unie zijn en gereguleerd zijn en/of onder toezicht staan als onderdeel van de banksector.

De financierings- en investeringsverrichtingen die door de EU-garantie worden ondersteund, blijven verrichtingen die zijn goedgekeurd door de bestuursorganen van de uitvoerende partners, die op deze verrichtingen hun zorgvuldigheids- en controlekader moeten toepassen. De uitvoerende partners verstrekken de Commissie jaarlijks gecontroleerde financiële staten.

2.2.2.    Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken

Het extra bedrag van de goedgekeurde EU-garantie zal worden gefinancierd uit voorzieningen van verwachte terugvloeiende middelen uit oude instrumenten en garanties, die gedeeltelijk reeds door de Commissie zijn teruggevorderd of naar verwachting voor eind 2027 zullen worden teruggevorderd.

Het risico voor de begroting van de Unie houdt verband met de begrotingsgarantie die de Unie aan de uitvoerende partners verleent voor hun financierings- en investeringsverrichtingen. De EU-garantie verschaft een onherroepelijke, onvoorwaardelijke en afroepbare garantie, gewoonlijk op portefeuillebasis voor eronder vallende verrichtingen. De begroting van de Unie en de uitvoerende partner delen de risicogerelateerde beloning voor de verrichtingen op basis van de in de garantieovereenkomsten vastgelegde risicodelingsstructuren.

De EU-garantie is beperkt tot 28 652 310 073 EUR.

De begrotingspost (“p.m.”) die de begrotingsgarantie voor de uitvoerende partner weergeeft, zou alleen worden geactiveerd als daadwerkelijk een beroep op de garantie wordt gedaan dat niet volledig door de voorziening kan worden gedekt tot eind 2030 (geleidelijk gefinancierd met 11 460 924 029 EUR). Het voorzieningspercentage van 40 % is gebaseerd op de ervaring die in het verleden met het EFSI en de financiële instrumenten is opgedaan, en is afgestemd op de in het kader van InvestEU uitgevoerde financiële producten. Het voorzieningspercentage is gebruikt als referentie in de ex-anterisicobeoordelingen bij de toewijzing van bijna 90 % van de bestaande InvestEU-garantie.

De voorwaardelijke verplichting met betrekking tot het lidstaatcompartiment wordt gedekt door een back-to-backgarantie van elke betrokken lidstaat.

Het voorgestelde financieringsinstrument InvestEU creëert geen voorwaardelijke verplichting.

De financierings- en investeringsverrichtingen in het kader van InvestEU worden uitgevoerd volgens het standaardreglement van orde van de uitvoerende partners en volgens goede bankpraktijken. De uitvoerende partners en de Commissie sluiten een garantieovereenkomst waarin de gedetailleerde voorschriften en procedures voor de uitvoering van het InvestEU-fonds worden vastgelegd.

Aangezien de uitvoerende partner in de regel een deel van het risico draagt en een financiële bijdrage levert, zijn de belangen van de Unie en de uitvoerende partner op elkaar afgestemd, waardoor het risico voor de Uniebegroting wordt beperkt. De uitvoerende partners zijn ook financiële instellingen met passende regels en procedures, die worden beoordeeld door middel van de pijlerbeoordeling overeenkomstig het Financieel Reglement.

De Commissie controleert of de verrichtingen in overeenstemming zijn met het beleid, en die controle wordt vervolgens voorgelegd aan een investeringscomité bestaande uit onafhankelijke deskundigen, dat het gebruik van de EU-garantie of het financieringsinstrument InvestEU toekent.

De Commissie ontvangt van de uitvoerende partners jaarlijkse gecontroleerde financiële overzichten van de verrichtingen.

2.2.3.    Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting) 

Dit voorstel legt geen (nieuwe) controles op. Met het oog op vereenvoudiging worden sommige rapportagevereisten geschrapt, met name door de frequentie van de in te dienen verslagen te verminderen.

2.3.    Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 

Overeenkomstig de vereisten van de InvestEU-verordening en het Financieel Reglement moeten de geselecteerde uitvoerende partners een pijlerbeoordeling ondergaan als bedoeld in artikel 157 van het Financieel Reglement, die een solide kwaliteit van de interne controle en onafhankelijke externe auditsystemen waarborgt. Bovendien moeten zij voldoen aan de vereisten van titel X van het Financieel Reglement. Als financiële instellingen beschikken de uitvoerende partners over interne controlekaders. Aangezien het InvestEU-fonds terugbetaalbare steun verleent, wordt gesteund op de nodige zorgvuldigheid en monitoring en controle door de uitvoerende partners, tenzij daarin tijdens de pijlerbeoordeling zwakke punten worden vastgesteld. Artikel 30 van de InvestEU-verordening bepaalt dat audits naar het gebruik van de financiering van de Unie uitgevoerd door personen of entiteiten, daaronder begrepen door andere personen of entiteiten dan die welke door de instellingen of organen van de Unie zijn gemachtigd, de basis vormen van de algemene zekerheid in de zin van artikel 127 van het Financieel Reglement.

3.    GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

3.1.    Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven 

Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

02.02.01 InvestEU-garantie

GK/NGK 20

van EVA-landen 21

van kandidaat-lidstaten en aspirant-kandidaten 22

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

02.02.02 Voorziening van de InvestEU-garantie

NGK

NEE

NEE

NEE

JA

Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

n.v.t.

3.2.    Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten 

3.2.1.    Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.1.1.    Kredieten uit bestemmingsontvangsten (zie hoofdstuk 3.3)

miljoen EUR (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader

1

DG: GROW

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2025

2026

2027

Beleidskredieten

02.02.02 Voorziening van de InvestEU-garantie

Vastleggingen

(1a)

 

650 

200

150

1000

Betalingen

(2a)

 

650 

200

150

1000

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 23

Begrotingsonderdeel

 

(3)

 

 

 

 

0,000

TOTAAL kredieten

voor DG GROW

Vastleggingen

=1a+1b+3

650

200

150

1000

Betalingen

=2a+2b+3

650

200

150

1000

 

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2025

2026

2027

TOTAAL beleidskredieten

Vastleggingen

(4)

650 

200

150

1000

Betalingen

(5)

650 

200

150

1000

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 1

Vastleggingen

=4+6

650

200

150

1000

van het meerjarig financieel kader

Betalingen

=5+6

650

200

150

1000

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2025

2026

2027

• TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

(4)

650 

200

150

1000

Betalingen

(5)

650 

200

150

1000

• TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

(6)

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder de rubrieken 1 tot en met 6

Vastleggingen

=4+6

650

200

150

1000

van het meerjarig financieel kader
(referentiebedrag)

Betalingen

=5+6

650

200

150

1000



Rubriek van het meerjarig financieel kader

7

“Administratieve uitgaven” 24

DG: GROW

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2025

2026

2027

 Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

 Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL DG GROW

Kredieten

0,000

0,000

0,000

0,000

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 7 van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,000

0,000

0,000

0,000

miljoen EUR (tot op drie decimalen)

 

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2025

2026

2027

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7

Vastleggingen

650

200

150

1000

van het meerjarig financieel kader 

Betalingen

650

200

150

1000

3.2.2.    Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten (niet invullen voor gedecentraliseerde agentschappen)

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 25

Gem. kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 26

 “Bouwen aan een nieuwe Clean Industrial Deal” & “Een grote impuls voor investeringen”:

- Output

Aanvullende
investering van 25 miljard EUR

650

200

150

25000

1000

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

650

200

150

25000

1000

SPECIFIEKE DOELSTELLING Nr. 2 
“Ondernemen gemakkelijker maken”

- Output

Kostenbesparingen als gevolg van de vermindering van door uitvoerende partners, financiële intermediairs en eindontvangers op te stellen verslagen

0

0

0

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

0

0

0

350

TOTAAL

650

200

150

1000

3.2.3.    Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

Personele middelen

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Andere administratieve uitgaven

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.4.    Geraamde personeelsbehoeften 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven

3.2.4.1.    Gefinancierd uit goedgekeurde begroting

Raming in voltijdequivalenten (vte’s) 27

GOEDGEKEURDE KREDIETEN

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

2024

2025

2026

2027

 Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0

0

0

0

20 01 02 03 (EU-delegaties)

0

0

0

0

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)

0

0

0

0

• Extern personeel (in vte’s)

20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)

0

0

0

0

20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)

0

0

0

0

Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]

- centrale diensten

0

0

0

0

- EU-delegaties

0

0

0

0

01 01 01 02 (AC, END — onderzoek onder contract)

0

0

0

0

01 01 01 12 (AC, END – eigen onderzoek)

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – rubriek 7

0

0

0

0

Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) – buiten rubriek 7

0

0

0

0

TOTAAL

0

0

0

0

Gezien de algemene gespannen situatie in rubriek 7, zowel wat het personeelsbestand als het niveau van de kredieten betreft, zullen de benodigde personele middelen worden gedekt door personeel van het DG dat reeds voor het beheer van de actie is toegewezen en/of binnen het DG of andere diensten van de Commissie is herverdeeld.

3.2.5.    Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen

TOTAAL Digitale en IT-kredieten

Jaar

Jaar

Jaar

Jaar

TOTAAL MFK 2021-2027

2024

2025

2026

2027

RUBRIEK 7

IT-uitgaven (algemeen) 

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Buiten RUBRIEK 7

IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

Subtotaal buiten RUBRIEK 7

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

 

TOTAAL

0,000

0,000

0,000

0,000

0,000

3.2.6.    Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader 

Het voorstel/initiatief:

   kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)

Dit voorstel zal worden gefinancierd uit bestemmingsontvangsten uit terugvloeiende middelen die worden gegenereerd door oude financiële instrumenten en uit EFSI-overschotten.

Extra begrotingsmiddelen van de Unie of een herprogrammering zijn voor dit voorstel niet nodig.

   vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening

   vereist een herziening van het MFK

3.2.7.    Bijdragen van derden 

Het voorstel/initiatief:

   voorziet niet in medefinanciering door derden

   voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar
2024

Jaar
2025

Jaar
2026

Jaar
2027

Totaal

Medefinancieringsbron 

TOTAAL medegefinancierde kredieten

 
3.3.    Geraamde gevolgen voor de ontvangsten 

   Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor overige ontvangsten

   geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven

miljoen EUR (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar (2025) beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 28

Jaar 2026

Jaar 2027

6 4 1 (Bijdragen van financiële instrumenten — Bestemmingsontvangsten)

650

200

150

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten de betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven.

02.02.02 Voorziening van de InvestEU-garantie

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

Het voorstel voorziet in de toewijzing door de Commissie van 1 miljard EUR aan terugvloeiende middelen uit de in bijlage IV bij de InvestEU-verordening vermelde programma’s en uit EFSI-overschotten aan de voorziening van de EU-garantie, om deze met 2,5 miljard EUR te verhogen.

De aanvullende financiële verplichting van de Unie van 2,5 miljard EUR wordt daarom ondersteund door de overeenkomstige voorziening van 1 miljard EUR die afkomstig is van terugvloeiende middelen die zijn teruggevorderd of de garantie die is vrijgegeven door de EIB-groep, zoals hieronder nader wordt beschreven:

- tot 700 miljoen EUR uit de EFSI-overschotten van de periode 2025-2027;

- ten minste 300 miljoen EUR van terugvloeiende middelen uit oude financieringsinstrumenten, zoals vermeld in bijlage IV bij de InvestEU-verordening.

4.    Digitale dimensies

Verordening (EU) 2024/903 van het Europees Parlement en de Raad van 13 maart 2024 tot vaststelling van maatregelen voor een hoog niveau van interoperabiliteit van de overheidssector in de Unie is niet van toepassing op dit voorstel.

4.1.    Voorschriften met digitale relevantie

Voor het voorsteel is geen digitale relevantie vereist, aangezien het ten opzichte van de InvestEU-verordening geen nieuwe gegevensreeksen produceert of vereist. Voor zover nieuwe investerings- en financieringsverrichtingen door het InvestEU-fonds kunnen worden ondersteund, moeten bestaande indicatoren en rapportage- en monitoringsystemen worden gebruikt om effecten en prestaties te volgen.

4.2.    Gegevens

n.v.t. (zie 4.1)

4.3.    Digitale oplossingen

n.v.t. (zie 4.1)

4.4.    Interoperabiliteitsbeoordeling

n.v.t. (zie 4.1)

4.5.    Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering

n.v.t. (zie 4.1)

(1)    COM(202530 final.
(2)     https://commission.europa.eu/about/departments-and-executive-agencies/economic-and-financial-affairs/evaluation-reports-economic-and-financial-affairs-policies-and-spending-activities/interim-evaluation-investeu-programme_en?prefLang=nl .
(3)    Verordening (EU) 2021/523 van het Europees Parlement en de Raad van 24 maart 2021 tot vaststelling van het InvestEU-programma en tot wijziging van Verordening (EU) 2015/1017 (PB L 107 van 26.3.2021, blz. 30).
(4)    Die instrumenten zijn opgesomd in bijlage IV bij de InvestEU-verordening.
(5)    Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1092/2010, (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010, (EU) nr. 1095/2010 en (EU) 2021/523 wat betreft bepaalde verslaggevingsverplichtingen op het gebied van financiële diensten en investeringsondersteuning.
(6)     https://commission.europa.eu/document/download/e6cd4328-673c-4e7a-8683-f63ffb2cf648_en?filename=Political%20Guidelines%202024-2029_EN.pdf .
(7)    Werkdocument van de diensten van de Commissie — Samenvatting van de evaluatie — tussentijdse evaluatie van InvestEU (SWD(2024) 229 van 30.9.2024).
(8)    Tussentijdse evaluatie van het InvestEU-programma — eindverslag van 1.10.2024.
(9)    Zie ook voetnoot 5. Wat InvestEU betreft, had de Commissie de verlaagde frequentie al eerder voorgesteld, maar de definitieve goedkeuring door het Europees Parlement en de Raad is ten tijde van dit voorstel nog niet afgerond.
(10)    PB C […] van […], blz. […].
(11)    PB C […] van […], blz. […].
(12)    Verordening (EU) 2021/1058 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling en het Cohesiefonds (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 60).
(13)    Verordening (EU) 2021/1057 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1296/2013 (PB L 231 van 30.6.2021, blz. 21).
(14)    Verordening (EU) 2021/1139 van het Europees Parlement en de Raad van 7 juli 2021 tot oprichting van het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1004 (PB L 247 van 13.7.2021, blz. 1).
(15)    Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PB L 435 van 6.12.2021, blz. 1).
(16)    Aanbeveling 2003/361/EG van de Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PB L 124 van 20.5.2003, blz. 36).
(17)    Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (PB 231 van 30.6.2021, blz. 159).
(18)    In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of b), van het Financieel Reglement.
(19)    Nadere gegevens over de wijzen van uitvoering van de begroting en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BUDGpedia: https://myintracomm.ec.europa.eu/corp/budget/financial-rules/budget-implementation/Pages/implementation-methods.aspx .
(20)    GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(21)    EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(22)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, aspirant-kandidaten van de Westelijke Balkan.
(23)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma’s en/of acties van de EU (vroegere “BA”-onderdelen), onderzoek door derden, eigen onderzoek.
(24)    The necessary appropriations should be determined using the annual average cost figures available on the appropriate BUDGpedia webpage.
(25)    Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(26)

   Zoals beschreven in punt 1.3.2. “Specifieke doelstellingen”

(27)    Geef onder de tabel aan hoeveel vte’s binnen het aangegeven aantal reeds zijn toegewezen aan het beheer van de actie en/of binnen uw DG kunnen worden heringezet en wat uw nettobehoeften zijn.
(28)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten.