EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 4.2.2025
COM(2025) 42 final
Aanbeveling voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
houdende machtiging van de Europese Commissie om namens de Europese Unie deel te nemen aan de onderhandelingen over het internationale instrument tot oprichting van de internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne
TOELICHTING
Met deze aanbeveling verzoekt de Commissie de Raad om machtiging tot het openen van onderhandelingen over het internationale instrument tot oprichting van de internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne (hierna “het instrument tot oprichting van de schadevergoedingscommissie” genoemd), die de ontvankelijke vorderingen die zijn geregistreerd in het register van schade als gevolg van de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne, zal onderzoeken, beoordelen en daarover een besluit zal nemen, en die per geval de verschuldigde schadevergoeding zal bepalen.
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•Motivering en doel van het voorstel
Op 14 november 2022 heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties Resolutie ES‑11/5 (hierna “de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN” genoemd) aangenomen, getiteld “Furtherance of remedy and reparation for aggression against Ukraine” (Bevordering van rechtsmiddelen en herstel voor de agressie tegen Oekraïne), waarin de Algemene Vergadering heeft erkend dat de Russische Federatie ter verantwoording moet worden geroepen voor alle schendingen van het internationaal recht in of tegen Oekraïne, met inbegrip van haar agressie in strijd met het Handvest van de Verenigde Naties, alsook voor alle schendingen van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake de mensenrechten, en dat zij de juridische gevolgen moet dragen van al haar internationale onrechtmatige daden, waaronder het vergoeden van de schade die door dergelijke daden is veroorzaakt.
In die resolutie werd voorts de noodzaak erkend van de invoering, in samenwerking met Oekraïne, van een internationaal mechanisme voor de vergoeding van schade, verlies of letsel als gevolg van internationale onrechtmatige daden van de Russische Federatie in of tegen Oekraïne; tevens werd aanbevolen dat de lidstaten, in samenwerking met Oekraïne, een internationaal schaderegister zouden instellen dat dient als register, in documentaire vorm, van bewijsmateriaal en informatie over vorderingen in verband met schade, verlies of letsel van alle betrokken natuurlijke en rechtspersonen en van de staat Oekraïne, als gevolg van internationale onrechtmatige daden van de Russische Federatie in of tegen Oekraïne, en dat voorts het verzamelen van bewijsmateriaal bevordert en coördineert.
In overeenstemming met de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN hebben de staten gekozen voor een stapsgewijze aanpak, waarbij eerst het schaderegister wordt opgezet, gevolgd door de andere onderdelen van het compensatiemechanisme, namelijk een schadevergoedingscommissie en een compensatiefonds. Deze aanpak kwam tot uiting in het statuut van het schaderegister, waarin wordt erkend dat het register, met inbegrip van zijn digitale platform met alle gegevens over vorderingen en bewijsmateriaal, bedoeld is als eerste onderdeel van het compensatiemechanisme dat, in samenwerking met Oekraïne, bij een afzonderlijk internationaal instrument moet worden ingesteld.
Op 12 mei 2023 heeft het Comité van Ministers van de Raad van Europa een resolutie aangenomen tot instelling van het uitgebreid gedeeltelijk akkoord over het register van schade als gevolg van de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne (hierna “schaderegister” of “register” genoemd).
Het schaderegister, dat werd aangekondigd op de 4e top van staatshoofden en regeringsleiders van de Raad van Europa in Reykjavik (16-17 mei 2023), dient als een register, in documentaire vorm, van bewijsmateriaal en informatie over vorderingen in verband met schadegevallen, verliezen of letsels van alle betrokken natuurlijke en rechtspersonen en de staat Oekraïne die op of na 24 februari 2022 op het grondgebied van Oekraïne zijn veroorzaakt door internationale onrechtmatige daden van de Russische Federatie in of tegen Oekraïne.
De Unie is, als stichtend geassocieerd lid, toegetreden tot het uitgebreid gedeeltelijk akkoord over het schaderegister door middel van een besluit van de Commissie, dat op 11 mei 2023 is vastgesteld overeenkomstig artikel 212 VWEU. Op 22 juli 2024 heeft de Raad het besluit vastgesteld inzake de wijziging van de status van de Unie — van geassocieerd lid naar deelnemer — en aldus opnieuw duidelijk gemaakt dat de Unie vastberaden is bij te dragen aan de activiteiten van het schaderegister, onder meer via de betaling van de jaarlijkse verplichte bijdrage.
Door het schaderegister op te zetten, hebben de Raad van Europa en de oprichters van het schaderegister gevolg gegeven aan de resolutie van de Algemene Vergadering van de VN.
Tijdens de ministeriële conferentie “Restoring Justice for Ukraine” van 2 april 2024, waarop het schaderegister officieel van start is gegaan, zijn geïnteresseerde staten overeengekomen te zijner tijd een vergadering te organiseren om een ontwerpinstrument tot oprichting van een schadevergoedingscommissie te bespreken als een volgende stap in de richting van een compensatiemechanisme voor Oekraïne.
Vervolgens heeft het secretariaat van het schaderegister een “nulontwerp” opgesteld van het instrument tot oprichting van de schadevergoedingscommissie (hierna “ontwerpinstrument” genoemd) en samen met Oekraïne en Nederland voorbereidende vergaderingen georganiseerd om voorlopige standpunten uit te wisselen over dit ontwerp en de verder herziene versies ervan (9-10 juli 2024, 12-13 september 2024, 13-15 november 2024 en 28-30 januari 2025). De 94 staten die voor de bovengenoemde resolutie van de Algemene Vergadering van de VN hebben gestemd, werden uitgenodigd voor de vergaderingen. Tijdens deze vergaderingen werden de delegaties aangemoedigd te streven naar een mandaat voor deelname aan een toekomstige diplomatieke conferentie om het instrument tot oprichting van de schadevergoedingscommissie aan te nemen en te ondertekenen, rekening houdend met het feit dat dit instrument de vorm kan aannemen van een juridisch bindend internationaal instrument.
Conform de desbetreffende bepalingen van het ontwerpinstrument moet de schadevergoedingscommissie een administratief orgaan zijn dat ontvankelijke vorderingen onderzoekt, beoordeelt en daarover een besluit neemt en dat per geval de verschuldigde schadevergoeding bepaalt. Daartoe wordt in het ontwerpinstrument bepaald dat de werkzaamheden van het schaderegister moeten worden overgedragen aan de schadevergoedingscommissie, met inbegrip van de faciliteiten en middelen voor de administratieve opbouw ervan.
Het ontwerpinstrument is opgesteld ervan uitgaande dat er nog geen consensus bestaat over het institutionele kader van de toekomstige schadevergoedingscommissie, noch over de werking en het bestuur ervan. In de tot dusver gehouden voorbereidende vergaderingen hebben de deelnemende staten de volgende opties voor de oprichting van de schadevergoedingscommissie besproken: i) onder auspiciën van de Raad van Europa, een verdrag van de Raad van Europa; ii) een op zichzelf staand internationaal instrument tot oprichting van de schadevergoedingscommissie; iii) een op zichzelf staand internationaal instrument tot oprichting van de schadevergoedingscommissie, die niettemin een beroep zou doen op secretariaatsondersteuning van de Raad van Europa (het zogenaamde “hybride model”). De formele onderhandelingen over het instrument tot oprichting van de schadevergoedingscommissie zullen naar verwachting echter wel van start gaan in maart 2025.
Het doel van deze aanbeveling is derhalve te zorgen voor een tijdige deelname van de Unie aan de komende onderhandelingen over het instrument tot oprichting van de schadevergoedingscommissie, waarbij overeenstemming moet worden bereikt over de aard van een dergelijk instrument, de kenmerken van de schadevergoedingscommissie en alle relevante regels betreffende het kader, het bestuur en de werking ervan.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
De deelname van de Unie aan de onderhandelingen over het instrument tot oprichting van de schadevergoedingscommissie strookt met haar toezegging ervoor te zorgen dat schade als gevolg van de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne en andere schendingen van het internationaal recht door de Russische Federatie naar behoren wordt vergoed. Deze toezegging bleek reeds uit de deelname van de Unie, eerst als stichtend geassocieerd lid en vervolgens als deelnemer, aan het uitgebreid gedeeltelijk akkoord tot oprichting van het schaderegister.
Bovendien vormt de deelname aan de oprichting van de schadevergoedingscommissie een aanvulling op verschillende initiatieven die sinds februari 2022 op het niveau van de Unie zijn genomen om ervoor te zorgen dat de Russische Federatie ter verantwoording wordt geroepen voor haar aanvalsoorlog tegen Oekraïne en dat personen die verantwoordelijk zijn voor internationale misdrijven die in en tegen Oekraïne zijn gepleegd, voor de rechter worden gebracht. De Unie heeft met name de oprichting mogelijk gemaakt van het Internationaal Centrum voor de vervolging van het misdrijf agressie tegen Oekraïne (ICPA) binnen Eurojust. Eurojust heeft de nationale autoriteiten die deelnemen aan het GOT en het ICPA bijgestaan door middel van zijn operationele, technische, logistieke en financiële steun op maat, onder meer via zijn gegevensbank voor bewijsmateriaal van internationale kernmisdrijven. Dit voorstel strookt ook met de deelname van de Unie aan internationale fora en structuren die gericht zijn op het versterken van de samenwerking tussen de nationale bevoegde autoriteiten die de in en tegen Oekraïne gepleegde internationale misdrijven onderzoeken en ervoor zorgen dat dergelijke misdrijven niet ongestraft blijven. Tot deze fora behoren de VS-VK-EU Atrocity Crimes Advisory Group, die bijstand van deskundigen aan het bureau van de procureur-generaal van Oekraïne faciliteert, alsook de dialooggroep, die fungeert als internationaal coördinatieplatform voor initiatieven ter ondersteuning van de onderzoeks- en vervolgingscapaciteiten van Oekraïne en acties van internationale organisaties en maatschappelijke organisaties.
•Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie
De onverminderde steun van de Unie aan Oekraïne weerspiegelt een gezamenlijke inzet voor democratische beginselen en voor de waarborging van de op regels gebaseerde internationale orde en vrede in Europa. Dit voorstel is derhalve in overeenstemming met ander beleid van de Unie dat tot doel heeft de internationale orde en vrede in Europa te waarborgen, in het bijzonder in de context van de huidige aanvalsoorlog tegen Oekraïne. De Unie is als volwaardige deelnemer toegetreden tot het schaderegister, wat in het verlengde ligt van de reeds lang bestaande samenwerking met de Raad van Europa op het gebied van mensenrechten en fundamentele vrijheden, democratie en de rechtsstaat.
Om deze doelstellingen te verwezenlijken, heeft de op basis van artikel 212 VWEU vastgestelde verordening inzake de faciliteit voor Oekraïne tot doel “initiatieven en instanties en organisaties [te ondersteunen] die betrokken zijn bij de ondersteuning en handhaving van democratie, internationale gerechtigheid en de bestrijding van corruptie in Oekraïne” (artikel 3, punt i)) en “de naleving van het internationaal recht [te versterken]” (artikel 3, punt h)).
Tot slot heeft de Unie, met name om de vrede te waarborgen, conflicten te voorkomen en de internationale veiligheid te versterken, in overeenstemming met het VN‑Handvest, een ongekend aantal beperkende maatregelen tegen de Russische Federatie genomen om de Russische Federatie te laten opdraaien voor de kosten van haar illegale acties en haar te beletten haar agressie voort te zetten. Om de handhaving van deze beperkende maatregelen te verbeteren, heeft de Unie onder meer de taskforce “Freeze and Seize” opgericht en een richtlijn aangenomen die de definitie van en de strafrechtelijke sancties voor de schending van beperkende maatregelen van de Unie harmoniseert. De Commissie heeft een EU-gezant voor sancties benoemd ten behoeve van voortdurende besprekingen op hoog niveau met derde landen om te voorkomen dat de beperkende maatregelen van de Unie, met name die tegen Rusland, worden ontdoken of omzeild en heeft voor nationale autoriteiten en particuliere marktdeelnemers richtsnoeren gepubliceerd voor de interpretatie van de relevante Unieregels in kwestie.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
In artikel 218, lid 3, VWEU is bepaald dat de Commissie “aanbevelingen [doet] aan de Raad, die een besluit vaststelt houdende machtiging tot het openen van de onderhandelingen en waarbij, naar gelang van de inhoud van de voorgenomen overeenkomst, de onderhandelaar of het hoofd van het onderhandelingsteam van de Unie wordt aangewezen.”
Overeenkomstig artikel 218, lid 4, VWEU kan de “Raad [...] de onderhandelaar richtsnoeren geven en een bijzonder comité aanwijzen; de onderhandelingen moeten in overleg met dat comité worden gevoerd.”
Volgens vaste rechtspraak van het Europees Hof van Justitie wordt de materiële rechtsgrondslag in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet de handeling op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component. Deze aanbeveling heeft tot doel ervoor te zorgen dat de Unie wordt gemachtigd deel te nemen aan de onderhandelingen over het instrument tot oprichting van de schadevergoedingscommissie.
De oprichting van de schadevergoedingscommissie heeft tot doel om de nodige technische en financiële bijstand te verlenen aan een derde land, met name Oekraïne, teneinde ervoor te zorgen dat de Russische Federatie volledig ter verantwoording wordt geroepen voor haar aanvalsoorlog tegen Oekraïne en dat alle schade, verliezen en letsels die alle betrokken natuurlijke en rechtspersonen en de staat Oekraïne, met inbegrip van zijn regionale en lokale autoriteiten en entiteiten die eigendom zijn of onder controle staan van de overheid, hebben geleden als gevolg van internationale onrechtmatige daden van de Russische Federatie in of tegen Oekraïne, naar behoren worden vergoed. Het uiteindelijke doel van het instrument tot oprichting van de schadevergoedingscommissie is daarom het aanpakken van administratieve, financiële, procedurele, juridische en beleidskwesties met betrekking tot de schadevergoedingscommissie om ervoor te zorgen dat de Russische Federatie alle schade zal vergoeden zoals bepaald in het mandaat en de taakomschrijving van de schadevergoedingscommissie en conform het nulontwerp van het internationale instrument. Dit strookt met de doelstelling van artikel 212 VWEU. Dit zou ook in overeenstemming zijn met de materiële rechtsgrondslag van het besluit van de Raad tot wijziging van de status van de Unie van geassocieerd lid naar deelnemer aan het schaderegister, dat is vastgesteld op grond van artikel 212 VWEU, en met de beoogde jaarlijkse bijdrage van de Unie aan de schadevergoedingscommissie uit hoofde van de verordening tot instelling van de faciliteit voor Oekraïne, die eveneens voorziet in financiële bijstand op grond van artikel 212 VWEU.
Tegelijkertijd blijkt uit de context van dit initiatief en uit de preambule van het nulontwerp dat de beoogde schadevergoedingscommissie tot doel heeft de eerbiediging van het internationaal recht te waarborgen en de Russische Federatie ter verantwoording te roepen voor haar onwettige handelingen. Zoals blijkt uit de resoluties van de Algemene Vergadering van de VN waarnaar in de preambule van het ontwerpinstrument wordt verwezen, zal dit mechanisme worden opgezet om te reageren op het misdrijf agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne, waarbij artikel 2, lid 4, van het VN‑Handvest duidelijk is geschonden. De invoering van dit mechanisme zal dus ook deel uitmaken van de inspanningen van de internationale gemeenschap om internationale vrede en veiligheid te waarborgen. Vanuit het oogpunt van de EU strookt de deelname aan dit mechanisme met de doelstellingen van het externe optreden van de EU, zoals uiteengezet in artikel 21, lid 2, VEU.
Deze aanbeveling is gebaseerd op artikel 212 VWEU in samenhang met artikel 218, leden 3 en 4, VWEU en voorziet in de aanwijzing van de Commissie als onderhandelaar van de Unie.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Ingevolge artikel 216, lid 1, VWEU valt de deelname van de Unie aan de onderhandelingen over het instrument tot oprichting van de schadevergoedingscommissie onder de externe bevoegdheid van de Unie.
Overeenkomstig artikel 212, lid 3, tweede alinea, VWEU doen onderhandelingen over een internationale overeenkomst door de Unie geen afbreuk aan de bevoegdheid van de lidstaten om in internationale fora te onderhandelen en dergelijke overeenkomsten te sluiten. Gezien de gezamenlijke doelstellingen van de EU en haar lidstaten om te waarborgen dat de Russische Federatie oorlogsschade betaalt, is het passend dat zowel de Unie als de lidstaten die daartoe besluiten, aan deze onderhandelingen deelnemen.
•Evenredigheid
De bovengenoemde doelstellingen van de Unie met betrekking tot dit voorstel kunnen alleen worden verwezenlijkt door de deelname van de Unie aan de onderhandelingen over het instrument tot oprichting van de schadevergoedingscommissie.
•Keuze van het instrument
De deelname van de Unie aan de onderhandelingen over het instrument tot oprichting van de schadevergoedingscommissie moet worden vastgesteld bij een besluit van de Raad waarbij machtiging wordt verleend tot het openen van onderhandelingen, de onderhandelaar van de Unie wordt aangewezen en er richtsnoeren aan de onderhandelaar worden verstrekt overeenkomstig artikel 218, leden 3 en 4, VWEU.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
•Raadpleging van belanghebbenden
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
•Effectbeoordeling
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
•Grondrechten
De agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne is een ernstige schending van het internationaal recht, die Oekraïne en de Oekraïense bevolking aanzienlijke schade berokkent en reeds heeft berokkend. Dit voorstel is bedoeld ter versterking van de verbintenis van de Unie ervoor te zorgen dat dergelijke schade via de schadevergoedingscommissie naar behoren kan worden vergoed, met inbegrip van schade als gevolg van de schending door de Russische Federatie van grondrechten zoals het recht op leven, de menselijke integriteit en het recht op eigendom en van het verbod op foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Zoals in het ontwerpinstrument is bepaald, moet de Russische Federatie in overeenstemming met het internationaal recht de kosten van de werkzaamheden van de schadevergoedingscommissie dragen. In het ontwerpinstrument wordt echter verder bepaald dat, totdat de Russische Federatie haar verplichting nakomt, de schadevergoedingscommissie moet worden gefinancierd uit de jaarlijkse bijdragen van haar leden en uit vrijwillige bijdragen. Deze bijdragen worden beschouwd als voorschotten op betalingen die de Russische Federatie krachtens het internationaal recht verschuldigd is en die van de Russische Federatie kunnen worden teruggevorderd. Meer in het bijzonder moeten de jaarlijkse bijdragen van de leden worden vastgesteld door het financiële comité van de Vergadering, op basis van de verdeelsleutel die de Verenigde Naties voor hun reguliere begroting hebben aangenomen. In het kader van het ontwerpinstrument wordt van de leden niet verwacht dat zij bijdragen aan het compensatiefonds dat zal worden opgericht om de beslissingen van de schadevergoedingscommissie uit te voeren.
Daarom zal de Unie, indien zij voornemens is als lid deel te nemen aan het instrument tot oprichting van de schadevergoedingscommissie, een jaarlijkse bijdrage moeten betalen. Nadere bijzonderheden over de financiële gevolgen voor de Unie zijn te vinden in het bij dit voorstel gevoegde financieel memorandum.
Verordening (EU) 2024/792 tot instelling van de faciliteit voor Oekraïne biedt tot 2027 de rechtsgrondslag voor de bijdrage van de Unie aan de schadevergoedingscommissie. Op basis van de doelstellingen van Verordening (EU) 2024/792, en met name hoofdstuk V, is in artikel 34, lid 3, van die verordening het volgende bepaald: “[b]ijstand op grond van dit hoofdstuk moet ook het vermogen inzake conflictpreventie en vredesopbouw versterken en pre‑ en postcrisissituaties aanpakken, onder meer door middel van vertrouwenwekkende maatregelen en processen ter bevordering van gerechtigheid, waarheidsvinding, alomvattende rehabilitatie na een conflict met het oog op een inclusieve, vreedzame samenleving en het verzamelen van bewijsmateriaal van tijdens de oorlog gepleegde misdaden. Op grond van dit hoofdstuk kan financiering worden verstrekt voor initiatieven en organen die betrokken zijn bij de ondersteuning en handhaving van internationale gerechtigheid in Oekraïne.” Aangezien het instrument tot oprichting van de schadevergoedingscommissie tot doel heeft de internationale gerechtigheid in Oekraïne te handhaven door bij te dragen aan een mechanisme ter compensatie van de schade die Oekraïne en zijn bevolking hebben geleden als gevolg van de schendingen van het internationaal recht door de Russische Federatie, biedt artikel 34, lid 3, van Verordening (EU) 2024/792 de passende rechtsgrondslag voor de Unie om tot 2027 haar financiële bijdrage aan de schadevergoedingscommissie te verstrekken.
Het begrotingsonderdeel voor deze uitgaven zou onderdeel 16 06 03 01 — Toetredingssteun van de Unie en andere maatregelen zijn, waarbij in de toelichting op de begroting wordt uitgelegd dat deze post ook dient “ter dekking van […] andere maatregelen die een aanvulling vormen op het optreden van de EU, zoals verantwoordingsmechanismen voor de Russische aanvalsoorlog”.
Wat de wijze van uitvoering betreft, is artikel 245 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking), op grond waarvan de Unie lidmaatschapsgelden kan betalen aan organen waarvan zij lid is, van toepassing op de bijdrage van de Unie aan de schadevergoedingscommissie.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
Wat de regelingen voor rapportage betreft, kan de Raad een bijzonder comité in de zin van artikel 218, lid 4, VWEU aanwijzen, dat moet worden geraadpleegd voor het voeren van de onderhandelingen. Indien dit comité wordt aangewezen, moet de Commissie regelmatig verslag uitbrengen aan het comité over de uit hoofde van het besluit van de Raad ondernomen stappen en het comité regelmatig raadplegen.
Telkens wanneer de Raad daarom verzoekt, moet de Commissie, onder meer schriftelijk, aan de Raad verslag uitbrengen over het verloop en het resultaat van de onderhandelingen.
•Toelichtende stukken (bij richtlijnen)
Niet van toepassing.
•Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1 voorziet in de machtiging van de Commissie om namens de Unie deel te nemen aan de onderhandelingen over een internationale overeenkomst tot oprichting van de internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne. In artikel 1 wordt voorts bepaald dat de onderhandelingen moeten worden gevoerd op basis van de in de bijlage bij het besluit opgenomen onderhandelingsrichtsnoeren van de Raad.
Artikel 2 voorziet in de aanwijzing van de Commissie als onderhandelaar van de Unie.
Artikel 3 voorziet in de aanwijzing van een bijzonder comité; de onderhandelingen moeten worden gevoerd in overleg met dat comité.
In artikel 4 wordt bepaald dat het besluit tot de Commissie is gericht.
In artikel 5 wordt de inwerkingtreding van het besluit geregeld.
Aanbeveling voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
houdende machtiging van de Europese Commissie om namens de Europese Unie deel te nemen aan de onderhandelingen over het internationale instrument tot oprichting van de internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 212, in samenhang met artikel 218, leden 3 en 4,
Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Naar aanleiding van de niet-uitgelokte en ongerechtvaardigde aanvalsoorlog van de Russische Federatie tegen Oekraïne heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties op 14 november 2022 Resolutie ES-11/5 aangenomen, getiteld “Furtherance of remedy and reparation for aggression against Ukraine”.
(2)De Algemene Vergadering heeft niet alleen herinnerd aan de verplichtingen van staten uit hoofde van artikel 2 van het Handvest van de Verenigde Naties, waaronder het zich in hun internationale betrekkingen onthouden van bedreiging met of het gebruik van geweld tegen de territoriale integriteit of de politieke onafhankelijkheid van een staat, maar ook haar ernstige bezorgdheid geuit uit over het verlies van mensenlevens, de ontheemding van burgers, de catastrofale vernietiging van infrastructuur en natuurlijke hulpbronnen, het verlies van openbare en particuliere eigendommen en de economische ramspoed als gevolg van de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne.
(3)De Algemene Vergadering van de Verenigde Naties heeft erkend dat de Russische Federatie ter verantwoording moet worden geroepen voor alle schendingen van het internationaal recht tegen Oekraïne. Voorts heeft zij benadrukt dat de Russische Federatie de juridische gevolgen moet dragen van al haar internationale onrechtmatige daden, waaronder het herstel van de schade die door deze daden is veroorzaakt.
(4)In dit kader heeft de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties benadrukt dat er, in samenwerking met Oekraïne, een internationaal mechanisme moet worden ingesteld voor de vergoeding van schade, verlies of letsel als gevolg van de internationale onrechtmatige daden van de Russische Federatie in of tegen Oekraïne. Daartoe werd aanbevolen een internationaal schaderegister in te stellen dat zou dienen als register, in documentaire vorm, van bewijsmateriaal en informatie over vorderingen in verband met schade, verlies of letsel van alle betrokken natuurlijke en rechtspersonen en van de staat Oekraïne, als gevolg van internationale onrechtmatige daden van de Russische Federatie in of tegen Oekraïne, en dat het verzamelen van bewijsmateriaal zou bevorderen en coördineren.
(5)Op 12 mei 2023 heeft het Comité van Ministers van de Raad van Europa Resolutie CM/Res(2023)3 aangenomen tot instelling van het uitgebreid gedeeltelijk akkoord over het register van schade als gevolg van de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne.
(6)Ter bevordering van de inspanningen op het gebied van verantwoordingsplicht met het oog op de instelling van een internationaal mechanisme voor de vergoeding van schade, verlies of letsel als gevolg van de internationale onrechtmatige daden van de Russische Federatie in of tegen Oekraïne, hebben de staten gekozen voor een stapsgewijze aanpak, waarbij eerst het schaderegister wordt opgezet, gevolgd door de andere onderdelen van het compensatiemechanisme, namelijk een schadevergoedingscommissie en een compensatiefonds. Deze aanpak kwam tot uiting in het statuut van het schaderegister, waarin wordt erkend dat het register, met inbegrip van zijn digitale platform met alle gegevens over vorderingen en bewijsmateriaal, bedoeld is als eerste onderdeel van het compensatiemechanisme dat, in samenwerking met Oekraïne en relevante internationale organisaties en organen, bij een afzonderlijk internationaal instrument moet worden ingesteld.
(7)Nadat de Unie op 11 mei 2023 als stichtend geassocieerd lid was toegetreden tot het schaderegister door middel van een kennisgeving aan de secretaris-generaal van de Raad van Europa, heeft zij op 22 juli 2024 haar status gewijzigd naar deelnemer.
(8)Op 29 februari 2024 hebben het Europees Parlement en de Raad Verordening (EU) 2024/792 tot instelling van de faciliteit voor Oekraïne vastgesteld, waarmee de medewetgevers onder meer de rechtsgrondslag hebben verschaft voor bijstand aan initiatieven en organen die betrokken zijn bij de ondersteuning en handhaving van de internationale gerechtigdheid in Oekraïne — onder meer de financiële bijdrage van de Unie aan het schaderegister kan hieronder vallen.
(9)In 2024 hebben het kabinet van de president van Oekraïne, het ministerie van Buitenlandse Zaken van Oekraïne, het Ministerie van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden en het schaderegister voor Oekraïne de staten die de aanneming van Resolutie A/RES/ES-11/5 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties hebben gesteund, uitgenodigd voor voorbereidende vergaderingen over een internationaal instrument tot oprichting van een schadevergoedingscommissie voor Oekraïne in Den Haag, Nederland. De eerste formele onderhandelingsronde zal naar verwachting in maart 2025 plaatsvinden.
(10)Het secretariaat van het schaderegister heeft een “nulontwerp” opgesteld voor een internationaal instrument tot oprichting van een schadevergoedingscommissie voor Oekraïne. Het “nulontwerp” bevat bepalingen over het mandaat, de functie, de juridische status, de zetel, het lidmaatschap en de deelname, de organisatiestructuur, de financiering en de begroting van de schadevergoedingscommissie, alsook over de procedure voor de beoordeling van vorderingen, het lidmaatschap van de Russische Federatie en de overdracht van de werkzaamheden van het schaderegister.
(11)Aangezien de Unie er belang bij heeft nogmaals te bevestigen dat zij vastbesloten is ervoor te zorgen dat de Russische Federatie de juridische gevolgen draagt van haar internationale onrechtmatige daden tegen Oekraïne, met inbegrip van de verplichting tot herstel van alle schade, verlies en letsel veroorzaakt door deze daden, is het passend dat de Unie deelneemt aan de onderhandelingen over het internationale instrument tot oprichting van de schadevergoedingscommissie,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
De Commissie wordt gemachtigd om namens de Unie te onderhandelen over een internationaal instrument tot oprichting van een internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne.
Artikel 2
De onderhandelingen worden gevoerd op basis van de in de bijlage opgenomen onderhandelingsrichtsnoeren.
Artikel 3
De Commissie wordt aangewezen als de onderhandelaar van de Unie.
Artikel 4
De deelname van de Unie aan de in artikel 1 bedoelde onderhandelingen vindt plaats in overleg met het overeenkomstig artikel 218, lid 4, VWEU aangewezen bijzonder comité.
De Commissie brengt regelmatig verslag uit aan het in de eerste alinea bedoelde bijzonder comité over de uit hoofde van dit besluit ondernomen stappen, en raadpleegt het comité regelmatig.
Artikel 5
Dit besluit is gericht tot de Commissie.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 4.2.2025
COM(2025) 42 final
BIJLAGEN
bij
Aanbeveling voor een besluit van de Raad
houdende machtiging van de Europese Commissie om namens de Europese Unie deel te nemen aan de onderhandelingen over het internationale instrument tot oprichting van de internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne
BIJLAGE 1
Richtsnoeren voor de onderhandelingen over het internationale instrument tot oprichting van de internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne
Tijdens de onderhandelingen moet de Commissie de hieronder in detail omschreven doelstellingen voor ogen houden.
1)Het doel van het internationale instrument tot oprichting van de internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne is te voorzien in de internationaalrechtelijke rechtsgrondslag voor een administratief orgaan dat ontvankelijke vorderingen onderzoekt, beoordeelt en daarover een besluit neemt en dat per geval het bedrag bepaalt van de vergoeding voor schade, verlies of letsel veroorzaakt op of na 24 februari 2022 op het grondgebied van Oekraïne (binnen de internationaal erkende grenzen), dat zich uitstrekt tot zijn territoriale wateren, en in zijn exclusieve economische zone en continentaal plat, aan alle betrokken natuurlijke en rechtspersonen alsook aan de staat Oekraïne, met inbegrip van zijn regionale en lokale autoriteiten en entiteiten die eigendom zijn of onder controle staan van de overheid, als gevolg van internationale onrechtmatige daden van de Russische Federatie in of tegen Oekraïne, met inbegrip van haar agressie in strijd met het Handvest van de Verenigde Naties, alsook alle schendingen van het internationaal humanitair recht en het internationaal recht inzake mensenrechten.
2)In het internationale instrument worden de juridische status en de rechtspersoonlijkheid van de schadevergoedingscommissie geregeld, voor zover nodig voor de uitoefening van haar taken en de vervulling van haar mandaat.
3)In het internationale instrument worden de titels van het lidmaatschap van staten en internationale organisaties en de regels voor hun deelname aan het instrument duidelijk en nauwkeurig omschreven.
4)In het internationale instrument wordt de organisatiestructuur van de schadevergoedingscommissie duidelijk omschreven, met name wat betreft de bestuursstructuur en de regels voor deelname van staten en internationale organisaties.
5)In het internationale instrument wordt bepaald dat de Russische Federatie, in overeenstemming met het internationaal recht, de kosten van de schadevergoedingscommissie draagt. Er wordt ook in bepaald dat, totdat de Russische Federatie aan deze verplichting voldoet, de schadevergoedingscommissie wordt gefinancierd uit de jaarlijks vastgestelde bijdragen van haar leden en vrijwillige bijdragen, en dat de bijdragen van de leden kunnen worden teruggevorderd van de Russische Federatie.
6)In het internationale instrument worden de regels voor de vaststelling van de jaarlijkse financiële bijdrage van de leden en de financiële regels en procedures voor de schadevergoedingscommissie duidelijk vastgesteld.
7)Het internationale instrument bevat de regels voor een vlotte en nauwkeurige overdracht van de werkzaamheden van het schaderegister, en specificeert de mogelijke voortzetting van het schaderegister in het kader van de schadevergoedingscommissie.
8)De onderhandelingsprocedure verloopt als volgt:
a)de onderhandelingen moeten ruim van tevoren worden voorbereid. Daartoe stelt de Commissie het overeenkomstig artikel 218, lid 4, VWEU aangewezen bijzonder comité in kennis van het verwachte tijdschema en van de onderwerpen waarover moet worden onderhandeld, en deelt zij de relevante informatie zo spoedig mogelijk mee;
b)indien nodig worden de onderhandelingssessies voorafgegaan door een vergadering van het overeenkomstig artikel 218, lid 4, VWEU aangewezen bijzonder comité om de belangrijkste kwesties vast te stellen, adviezen uit te brengen en, in voorkomend geval, richtsnoeren te verstrekken;
c)de Commissie brengt aan het overeenkomstig artikel 218, lid 4, VWEU aangewezen bijzonder comité verslag uit over het resultaat van de onderhandelingen na elke onderhandelingssessie of, wanneer er meerdere onderhandelingen gelijktijdig worden gevoerd, na een reeks onderhandelingssessies;
d)de Commissie stelt het overeenkomstig artikel 218, lid 4, VWEU aangewezen bijzonder comité in kennis van alle belangrijke kwesties die zich tijdens de onderhandelingen kunnen voordoen.
BIJLAGE 2
FINANCIEEL EN DIGITAAL MEMORANDUM
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
1.2.Betrokken beleidsterreinen
1.3.Doelstellingen
1.3.1.Algemene doelstellingen
1.3.2.Specifieke doelstellingen
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen
1.3.4.Prestatie-indicatoren
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
2.2.Beheers- en controlesystemen
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
3.2.7.Bijdragen van derden
3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
4.Digitale dimensies
4.1.Voorschriften met digitale relevantie
4.2.Gegevens
4.3.Digitale oplossingen
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering
1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
1.1.Benaming van het voorstel/initiatief
Aanbeveling voor een besluit van de Raad houdende machtiging van de Europese Commissie om namens de Europese Unie deel te nemen aan de onderhandelingen over de internationale overeenkomst tot oprichting van de internationale schadevergoedingscommissie voor Oekraïne.
1.2.Betrokken beleidsterreinen
Justitie
Financiële en technische bijstand aan derde landen
1.3.Doelstellingen
1.3.1.Algemene doelstellingen
Het belangrijkste doel van dit voorstel is de Commissie te machtigen om namens de Unie deel te nemen aan de onderhandelingen over het internationale instrument tot oprichting van de schadevergoedingscommissie. De oprichting van de schadevergoedingscommissie speelt een cruciale rol bij de ondersteuning en handhaving van internationale gerechtigheid voor Oekraïne, aangezien zij een integrerend deel uitmaakt van een internationaal compensatiemechanisme voor slachtoffers van de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne.
1.3.2.Specifieke doelstellingen
1. Uiteindelijk Oekraïne de nodige bijstand verlenen om ervoor te zorgen dat de Russische Federatie de juridische gevolgen draagt van haar internationale onrechtmatige daden tegen Oekraïne, met inbegrip van de verplichting om alle schade, verlies of letsel veroorzaakt door die daden te vergoeden.
2. Het statuut van het schaderegister — waaraan de EU deelneemt — naleven, waarin wordt bepaald dat het schaderegister, met inbegrip van zijn digitale platform met alle gegevens over vorderingen en bewijsmateriaal, bedoeld is als eerste onderdeel van het compensatiemechanisme dat, in samenwerking met Oekraïne en relevante internationale organisaties en organen, bij een afzonderlijk internationaal instrument moet worden ingesteld.
3. De internationale schadevergoedingscommissie oprichten en ervoor zorgen dat de Unie daaraan deelneemt.
4. De schadevergoedingscommissie de middelen geven om ontvankelijke vorderingen die in het schaderegister zijn opgenomen te onderzoeken, te beoordelen en daarover een besluit te nemen, en om per geval het bedrag van de verschuldigde schadevergoeding te bepalen.
1.3.3.Verwachte resultaten en gevolgen
Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.
De internationale schadevergoedingscommissie zou een onderzoeksorgaan zijn, dat ontvankelijke vorderingen die in het schaderegister zijn opgenomen, onderzoekt, beoordeelt en daarover een besluit neemt en dat per geval het bedrag van de verschuldigde schadevergoeding bepaalt.
1.3.4.Prestatie-indicatoren
Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten
De oprichting van de internationale schadevergoedingscommissie.
1.4.Het voorstel/initiatief betreft:
een nieuwe actie
een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie
de verlenging van een bestaande actie
de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie
1.5.Motivering van het voorstel/initiatief
1.5.1.Behoeften waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief
Bij de uitrol van dit initiatief mag worden verwacht dat er in twee belangrijke behoeften wordt voorzien. De eerste, op korte termijn, is dat de EU formeel een mandaat krijgt om deel te nemen aan het onderhandelingsproces over de oprichting van de internationale schadevergoedingscommissie. De tweede, op lange termijn, kan pas worden beoordeeld wanneer de internationale schadevergoedingscommissie volledig operationeel is. Zodra dit het geval is, kan de efficiëntie van dit instrument worden beoordeeld in termen van het vermogen om ontvankelijke vorderingen te onderzoeken, te beoordelen en daarover een besluit te nemen en om per geval het bedrag van de verschuldigde schadevergoeding te bepalen.
1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de EU (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van het optreden van de EU” verstaan de waarde die het optreden van de Unie oplevert boven op de waarde die door een optreden van alleen de lidstaten zou zijn gecreëerd.
Redenen voor optreden op EU-niveau (ex ante)
De Unie heeft bij verschillende gelegenheden herhaald dat zij vastbesloten is ervoor te zorgen dat de Russische Federatie de juridische gevolgen draagt van haar internationale onrechtmatige daden, met inbegrip van de verplichting om alle door die daden veroorzaakte schade te vergoeden. Deze toezegging sluit met name aan bij de oproep in de resolutie van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 2022, getiteld “Furtherance of remedy and reparation for aggression against Ukraine”, waarin de noodzaak werd erkend van de instelling van een internationaal mechanisme voor de vergoeding van schade, verlies of letsel als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne. In antwoord op deze oproep heeft het Comité van Ministers van de Raad van Europa op 12 mei 2023 een resolutie aangenomen tot instelling van het uitgebreid gedeeltelijk akkoord over het register van schade als gevolg van de agressie van de Russische Federatie tegen Oekraïne. De staten hebben gekozen voor een stapsgewijze aanpak, waarbij eerst het schaderegister wordt opgezet, gevolgd door de andere onderdelen van het compensatiemechanisme, namelijk een schadevergoedingscommissie en een compensatiefonds. Deze aanpak kwam tot uiting in het statuut van het schaderegister, waarin wordt erkend dat het register, met inbegrip van zijn digitale platform met alle gegevens over vorderingen en bewijsmateriaal, bedoeld is als eerste onderdeel van het compensatiemechanisme dat, in samenwerking met Oekraïne en relevante internationale organisaties en organen, bij een afzonderlijk internationaal instrument moet worden ingesteld. Na aanvankelijk op 11 mei 2023 bij besluit van de Commissie als stichtend geassocieerd lid tot het schaderegister te zijn toegetreden, heeft de Unie bij besluit van de Raad van 22 juli 2024 haar status gewijzigd naar een volwaardige deelnemer. De Unie neemt dus op eigen titel deel aan het schaderegister, samen met en in aanvulling op de lidstaten (met uitzondering van Hongarije). Door deze deelname kan de Unie zich houden aan haar toezegging om Oekraïne te steunen en bij te dragen tot het herstel van een op regels gebaseerde internationale rechtsorde. Tegelijkertijd stelt deze deelname de Commissie in staat haar acties in verband met herstelbetalingen beter te coördineren met de lidstaten, zodat de Unie met één stem kan spreken. De mogelijkheid voor de Commissie om deel te nemen aan de onderhandelingen over de schadevergoedingscommissie, en uiteindelijk aan de schadevergoedingscommissie zelf, is dus een logische voortzetting en ontwikkeling van de bestaande status quo.
Verwachte toegevoegde waarde EU (ex-post)
Door deel te nemen aan de oprichting van de internationale schadevergoedingscommissie zou de EU ertoe bijdragen dat de Russische Federatie de juridische gevolgen van haar onrechtmatige daden draagt en dat de EU daarbij met één stem kan spreken. Waar nodig kan de Commissie zorgen voor coördinatie met en tussen de lidstaten in de verschillende fasen van de oprichting en werking van de schadevergoedingscommissie, en aldus bijdragen tot een efficiënt beheer van dit nieuwe orgaan.
1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan
De belangrijkste lessen die uit het verleden zijn getrokken, hebben betrekking op eerdere soortgelijke instrumenten. De compensatiecommissie van de Verenigde Naties (UNCC) is het meest relevante precedent, dat enig inzicht kan verschaffen in de opzet en de kosten van de schadevergoedingscommissie voor Oekraïne. De compensatiecommissie bestond 31 jaar (1991-2022), maar haar claimafhandelingsactiviteiten duurden 12 jaar. Gezien de reeds door het schaderegister verrichte voorbereidende werkzaamheden en de technologische ontwikkelingen in de afgelopen decennia, zou de schadevergoedingscommissie een kortere looptijd kunnen hebben dan de UNCC: de huidige ramingen gaan uit van een looptijd van tien jaar. De Unie nam echter niet deel aan de UNCC.
1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten
De onverminderde steun van de Unie aan Oekraïne weerspiegelt een gezamenlijke inzet voor democratische beginselen en voor de waarborging van de op regels gebaseerde internationale orde en vrede in Europa. Dit voorstel is derhalve in overeenstemming met ander beleid van de Unie dat tot doel heeft Oekraïne te steunen en de internationale orde en vrede in Europa te waarborgen, in het bijzonder in de context van de huidige aanvalsoorlog van Rusland tegen Oekraïne. De doelstellingen van dit voorstel worden ondersteund door Verordening (EU) 2024/792 tot instelling van de faciliteit voor Oekraïne. Volgens artikel 34, lid 3, van die verordening moet bijstand op grond van pijler III van de faciliteit voor Oekraïne “ook het vermogen inzake conflictpreventie en vredesopbouw versterken en pre- en postcrisissituaties aanpakken, onder meer door middel van vertrouwenwekkende maatregelen en processen ter bevordering van gerechtigheid, waarheidsvinding, alomvattende rehabilitatie na een conflict met het oog op een inclusieve, vreedzame samenleving en het verzamelen van bewijsmateriaal van tijdens de oorlog gepleegde misdaden. Op grond van dit hoofdstuk kan financiering worden verstrekt voor initiatieven en organen die betrokken zijn bij de ondersteuning en handhaving van internationale gerechtigheid in Oekraïne.”
1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking
Verordening (EU) 2024/792 tot instelling van de faciliteit voor Oekraïne biedt tot 2027 de rechtsgrondslag voor de bijdrage van de Unie aan de internationale schadevergoedingscommissie. Op basis van de doelstellingen van Verordening (EU) 2024/792, en met name hoofdstuk V, is in artikel 34, lid 3, van die verordening het volgende bepaald: “[b]ijstand op grond van dit hoofdstuk moet ook het vermogen inzake conflictpreventie en vredesopbouw versterken en pre‑ en postcrisissituaties aanpakken, onder meer door middel van vertrouwenwekkende maatregelen en processen ter bevordering van gerechtigheid, waarheidsvinding, alomvattende rehabilitatie na een conflict met het oog op een inclusieve, vreedzame samenleving en het verzamelen van bewijsmateriaal van tijdens de oorlog gepleegde misdaden. Op grond van dit hoofdstuk kan financiering worden verstrekt voor initiatieven en organen die betrokken zijn bij de ondersteuning en handhaving van internationale gerechtigheid in Oekraïne.” Aangezien het instrument tot oprichting van de internationale schadevergoedingscommissie tot doel heeft de internationale gerechtigheid in Oekraïne te handhaven door bij te dragen aan een mechanisme ter compensatie van de schade die Oekraïne en zijn bevolking hebben geleden als gevolg van de schendingen van het internationaal recht door de Russische Federatie, biedt artikel 34, lid 3, van Verordening (EU) 2024/792 de passende rechtsgrondslag voor de Unie om tot 2027 haar financiële bijdrage aan de schadevergoedingscommissie te verstrekken. Het begrotingsonderdeel voor deze uitgaven zou onderdeel 16 06 03 01 — Toetredingssteun van de Unie en andere maatregelen zijn, waarbij in de toelichting op de begroting wordt uitgelegd dat deze post ook dient “ter dekking van […] andere maatregelen die een aanvulling vormen op het optreden van de EU, zoals verantwoordingsmechanismen voor de Russische aanvalsoorlog”. De bijdrage van de Unie aan het schaderegister valt ook onder de faciliteit voor Oekraïne.
1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief
beperkte geldigheidsduur
–
van kracht van 2025 tot en met 2035
–
financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.
onbeperkte geldigheidsduur
–uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,
–gevolgd door een volledige uitvoering.
1.7.Wijzen van uitvoering van de begroting
Direct beheer door de Commissie
– door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie
–
door de uitvoerende agentschappen
Gedeeld beheer met de lidstaten
Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken toe te vertrouwen aan:
– derde landen of de door hen aangewezen organen
– internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke)
– de Europese Investeringsbank en het Europees Investeringsfonds
– de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen
– publiekrechtelijke organen
– privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties
– organen waaraan of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het gemeenschappelijk buitenlands en veiligheidsbeleid in het kader van titel V van het Verdrag betreffende de Europese Unie is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling
– in een lidstaat gevestigde organen die onder het privaatrecht van een lidstaat of onder het Unierecht vallen en die in aanmerking komen om overeenkomstig sectorspecifieke regelgeving te worden belast met de uitvoering van middelen van de Unie of begrotingsgaranties, voor zover dergelijke organen onder zeggenschap staan van publiekrechtelijke organen of privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, en beschikken over voldoende financiële garanties in de vorm van hoofdelijke aansprakelijkheid van de controlerende organen of gelijkwaardige financiële garanties, die voor elke actie beperkt kunnen blijven tot het maximumbedrag van de steun van de Unie.
2.BEHEERSMAATREGELEN
2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen
Wat de verslagleggingsregelingen betreft, vindt de deelname van de Unie aan de onderhandelingen over de oprichting van de schadevergoedingscommissie plaats in overleg met een bijzonder comité in de zin van artikel 218, lid 4, VWEU. De Commissie brengt regelmatig verslag uit aan het bijzonder comité over de op grond van dit besluit ondernomen stappen, en raadpleegt het comité regelmatig. Telkens wanneer de Raad daarom verzoekt, brengt de Commissie aan de Raad, onder meer schriftelijk, verslag uit over het verloop en het resultaat van de onderhandelingen.
2.2.Beheers- en controlesystemen
2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde wijzen van uitvoering van de begroting, uitvoeringsmechanismen voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie
Wat de wijze van uitvoering betreft, is artikel 245 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie9, op grond waarvan de Unie lidmaatschapsgelden kan betalen aan organen waarvan zij lid is, van toepassing op de bijdrage van de Unie aan de schadevergoedingscommissie.
2.2.2.Informatie over de vastgestelde risico’s en het systeem of de systemen voor interne controle die zijn opgezet om die risico’s te beperken
In dit stadium zijn geen specifieke risico’s vastgesteld.
2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding tussen de controlekosten en de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting)
Volgens de richtsnoeren van de centrale diensten van de Commissie worden de kosten van de controles op het niveau van de Commissie beoordeeld aan de hand van de kosten van de verschillende controlefasen. De algehele beoordeling voor elke beheersvorm wordt verkregen uit de verhouding tussen al die kosten en het totale bedrag dat in het jaar is betaald voor de desbetreffende beheersvorm.
2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden
Voor dit soort uitgaven zijn de standaardregels van toepassing.
3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF
3.1.Rubrieken van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderdelen voor uitgaven
·Bestaande begrotingsonderdelen
In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
Begrotingsonderdeel
|
Soort uitgave
|
Bijdrage
|
|
|
Nummer
|
GK/NGK
|
van EVA-landen
|
van kandidaat-lidstaten en potentiële kandidaten
|
van andere derde landen
|
andere bestemmings-ontvangsten
|
|
0
|
16 06 03 01
|
GK
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
NEE
|
3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten
3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.1.1.Kredieten uit goedgekeurde begroting
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Rubriek van het meerjarig financieel kader
|
0
|
Uitgaven buiten de in het meerjarig financieel kader vastgestelde jaarlijkse maxima
|
|
DG: Europees Nabuurschapsbeleid en Uitbreidingsonderhandelingen
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
Beleidskredieten
|
|
16 06 03 01 — Toetredingssteun van de Unie en andere maatregelen
|
Vastleggingen
|
(1a)
|
0,000
|
0,000
|
3,000
|
3,000
|
6,000
|
|
|
Betalingen
|
(2a)
|
0,000
|
0,000
|
3,000
|
3,000
|
6,000
|
|
Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
|
Begrotingsonderdeel
|
|
(3)
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL kredieten
voor DG Europees Nabuurschapsbeleid en Uitbreidingsonderhandelingen
|
Vastleggingen
|
=1a+1b+3
|
0,000
|
0,000
|
3,000
|
3,000
|
6,000
|
|
|
Betalingen
|
=2a+2b+3
|
0,000
|
0,000
|
3,000
|
3,000
|
6,000
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
TOTAAL beleidskredieten
|
Vastleggingen
|
(4)
|
0,000
|
0,000
|
3,000
|
3,000
|
6,000
|
|
|
Betalingen
|
(5)
|
0,000
|
0,000
|
3,000
|
3,000
|
6,000
|
|
TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten
|
(6)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
TOTAAL kredieten onder RUBRIEK 0
|
Vastleggingen
|
=4+6
|
0,000
|
0,000
|
3,000
|
3,000
|
6,000
|
|
van het meerjarig financieel kader
|
Betalingen
|
=5+6
|
0,000
|
0,000
|
3,000
|
3,000
|
6,000
|
3.2.2.Geraamde output, gefinancierd uit beleidskredieten
Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
|
Vermeld doelstellingen en outputs
|
|
|
Jaar
2024
|
Jaar
2025
|
Jaar
2026
|
Jaar
2027
|
Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)
|
TOTAAL
|
|
|
OUTPUTS
|
|
|
Soort
|
Gem. kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Aantal
|
Kosten
|
Totaal aantal
|
Totale kosten
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
- Output
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
TOTAAL
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.3.1. Kredieten uit goedgekeurde begroting
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
Personele middelen
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Andere administratieve uitgaven
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.4.Geraamde personeelsbehoeften
–
Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig
–
Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven
3.2.4.1.Gefinancierd uit goedgekeurde begroting
Raming in voltijdequivalenten (vte’s)
|
GOEDGEKEURDE KREDIETEN
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)
|
|
20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 01 02 03 (EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 01 (onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 11 (eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
• Extern personeel (in vte’s)
|
|
20 02 01 (AC, END van de “totale financiële middelen”)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
20 02 03 (AC, AL, END en JPD in de EU-delegaties)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Admin. ondersteuning
[XX.01.YY.YY]
|
- centrale diensten
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
|
- EU-delegaties
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 02 (AC, END – onderzoek onder contract)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
01 01 01 12 (AC, END — eigen onderzoek)
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
Andere begrotingsonderdelen (te vermelden) — buiten rubriek 7
|
0
|
0
|
0
|
0
|
|
TOTAAL
|
0
|
0
|
0
|
0
|
Aantal personeelsleden dat nodig is voor de uitvoering van het voorstel (in vte’s):
|
|
Uit te voeren door bestaand personeel van de diensten van de Commissie
|
Uitzonderlijk aanvullend personeel*
|
|
|
|
Te financieren uit rubriek 7 of onderzoek
|
Te financieren uit BA-onderdeel
|
Te financieren uit vergoedingen
|
|
Personeelsformatieposten
|
|
|
n.v.t.
|
|
|
Extern personeel (AC, END, INT)
|
|
|
|
|
Beschrijving van de uit te voeren taken door:
|
Ambtenaren en tijdelijk personeel
|
|
|
Extern personeel
|
|
3.2.5.Overzicht van het geschatte effect op met digitale technologie samenhangende investeringen
|
TOTAAL Digitale en IT-kredieten
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
Jaar
|
TOTAAL MFK 2021-2027
|
|
|
2024
|
2025
|
2026
|
2027
|
|
|
RUBRIEK 7
|
|
IT-uitgaven (algemeen)
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Buiten RUBRIEK 7
|
|
IT-beleidsuitgaven inzake operationele programma’s
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
Subtotaal buiten RUBRIEK 7
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
|
|
|
TOTAAL
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
0,000
|
3.2.6.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader
Het voorstel/initiatief:
–
kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK)
Verordening (EU) 2024/792 tot instelling van de faciliteit voor Oekraïne biedt tot 2027 de rechtsgrondslag voor de bijdrage van de Unie aan de internationale schadevergoedingscommissie. Op basis van de doelstellingen van Verordening (EU) 2024/792, en met name hoofdstuk V, is in artikel 34, lid 3, van die verordening het volgende bepaald: “[b]ijstand op grond van dit hoofdstuk moet ook het vermogen inzake conflictpreventie en vredesopbouw versterken en pre‑ en postcrisissituaties aanpakken, onder meer door middel van vertrouwenwekkende maatregelen en processen ter bevordering van gerechtigheid, waarheidsvinding, alomvattende rehabilitatie na een conflict met het oog op een inclusieve, vreedzame samenleving en het verzamelen van bewijsmateriaal van tijdens de oorlog gepleegde misdaden. Op grond van dit hoofdstuk kan financiering worden verstrekt voor initiatieven en organen die betrokken zijn bij de ondersteuning en handhaving van internationale gerechtigheid in Oekraïne.” Aangezien het instrument tot oprichting van de schadevergoedingscommissie tot doel heeft de internationale gerechtigheid in Oekraïne te handhaven door bij te dragen aan een mechanisme ter compensatie van de schade die Oekraïne en zijn bevolking hebben geleden als gevolg van de schendingen van het internationaal recht door de Russische Federatie, biedt artikel 34, lid 3, van Verordening (EU) 2024/792 de passende rechtsgrondslag voor de Unie om tot 2027 haar financiële bijdrage aan de internationale schadevergoedingscommissie te verstrekken.
–
vereist een beroep op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening
–
vereist een herziening van het MFK
3.2.7.Bijdragen van derden
Het voorstel/initiatief:
–
voorziet niet in medefinanciering door derden
–
voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:
3.3.
Geraamde gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten
–
Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:
voor de eigen middelen
voor overige ontvangsten
geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven
in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)
4.Digitale dimensies
4.1.Voorschriften met digitale relevantie
4.2.Gegevens
4.3.Digitale oplossingen
4.4.Interoperabiliteitsbeoordeling
4.5.Maatregelen ter ondersteuning van de digitale uitvoering