Brussel, 25.11.2025

COM(2025) 951 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD EN DE EUROPESE CENTRALE BANK

Weerspiegeling van het kader voor economische governance in het nationale begrotingsbeleid

{SWD(2025) 951 final}


Inleiding

Het najaarspakket van vandaag komt in een tijd van ernstige uitdagingen, zowel in de EU als wereldwijd, maar de economie van de EU zal naar verwachting veerkrachtig blijven, met een aanhoudende bescheiden groei. Als een van de meest open economieën ter wereld is de EU blootgesteld aan toenemende mondiale handelsbeperkingen, spanningen en vaak oneerlijke concurrentie van andere handelspartners, wat de onzekerheid in verband met de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne vergroot. Uit recente gegevens blijkt dat de economische bedrijvigheid in de eerste helft van 2025 sneller is gegroeid dan verwacht, deels als gevolg van het vervroegen van de productie en de uitvoer van goederen in het vooruitzicht van hogere invoertarieven van de VS. Hoewel de dynamiek in de tweede helft van het jaar zou zijn afgenomen, wordt verwacht dat het reële bbp van de eurozone in 2025 met 1,3 % zal groeien, iets meer dan geraamd in de voorjaarsprognoses 2025 van de Commissie. Hoewel het groeitempo in 2026 naar verwachting vertraagt, wordt verwacht dat veerkrachtige consumentenuitgaven en investeringen ondersteuning zullen bieden aan een reële bbp-groei van 1,2 % 1 .

Het handhaven van de begrotingsstabiliteit is van cruciaal belang om duurzame groei en veerkracht te ondersteunen. Het hervormde begrotingskader van de EU, dat in 2024 in werking is getreden, is nu volledig operationeel. Het najaarspakket van vandaag is een belangrijke mijlpaal in de uitvoering van dit kader. Alle lidstaten hebben hun budgettair-structurele plannen voor de middellange termijn ingediend en de Raad heeft aanbevelingen vastgesteld waarin netto-uitgavenpaden 2 worden vastgesteld voor elk van hen 3 .

In deze mededeling wordt de balans opgemaakt van de begrotingsontwikkelingen in 2025 en de begrotingsvooruitzichten voor 2026 en wordt beoordeeld of de lidstaten het begrotingskader van de EU naleven. Deze mededeling beslaat alle lidstaten, met bijzondere aandacht voor de eurozone. De lidstaten van de eurozone hebben hun ontwerpbegrotingsplannen voor 2026 ingediend bij de Eurogroep en de Commissie, en de Commissie heeft over elk van die ontwerpbegrotingsplannen adviezen aangenomen. Voorts wordt in deze mededeling beoordeeld of lidstaten die aan een buitensporigtekortprocedure (BTP) onderworpen zijn, effectief gevolg geven aan de respectieve aanbevelingen van de Raad 4 .

Het begrotingskader van de EU laat ruimte voor de noodzakelijke stijging van de defensie-uitgaven. In reactie op de huidige geopolitieke context en de toegenomen veiligheidsuitdagingen als gevolg van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne heeft de Commissie de lidstaten uitgenodigd te verzoeken om de activering van nationale ontsnappingsclausules voor defensie in het kader van de Readiness 2030-initiatieven 5 . De nationale ontsnappingsclausules bieden de lidstaten flexibiliteit om de defensie-uitgaven te verhogen, zonder dat een dergelijke verhoging onmiddellijk hoeft te worden gefinancierd met uitgavenverlagingen of inkomstenverhogende maatregelen. De flexibiliteit geeft de lidstaten dus de nodige tijd om hogere defensie-uitgaven in te passen in de nationale begrotingen. Ze biedt de lidstaten de mogelijkheid tijdelijk af te wijken van het door de Raad aanbevolen netto-uitgavenpad, mits die afwijkingen verband houden met stijgingen van de defensie-uitgaven, met maximaal 1,5 % van het bbp in de komende vier jaar. Tot dusver heeft de Raad de nationale ontsnappingsclausule geactiveerd voor 16 lidstaten (België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Griekenland, Hongarije, Kroatië, Letland, Litouwen, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije en Tsjechië).

Deze mededeling bestaat uit twee delen. Deel I biedt een overzicht van de begrotingssituatie in de eurozone, met inbegrip van de vooruitzichten voor de komende jaren, op basis van de ontwerpbegrotingsplannen van de lidstaten en de najaarsprognoses 2025 van de Commissie. Dit deel kijkt naar de begrotingskoers en de achterliggende componenten ervan en beoordeelt de geschiktheid van de begrotingskoers in de eurozone als geheel. Deel II spitst zich toe op de beoordeling door de Commissie van de naleving door de lidstaten van de door de Raad aanbevolen maxima voor de groei van de netto-uitgaven. Voor de lidstaten van de eurozone houdt de beoordeling rekening met de informatie in hun ontwerpbegrotingsplannen. Voor lidstaten die aan een BTP onderworpen zijn, houdt de beoordeling rekening met de verslaglegging van de lidstaten over de naar aanleiding van de respectieve aanbevelingen van de Raad genomen maatregelen. Tot slot bevat deel II een samenvatting van het verslag op grond van artikel 126, lid 3, VWEU, op basis waarvan de Commissie de inleiding van een nieuwe BTP overweegt. De bijlagen bevatten de achterliggende analyse en de achterliggende gegevens.

I.Begrotingsontwikkelingen en begrotingskoers in de eurozone

Verwacht wordt dat het totale overheidstekort van de eurozone zowel in 2025 als in 2026 licht zal stijgen. Volgens de najaarsprognoses 2025 van de Commissie zal het geaggregeerde tekort van de eurozone stijgen van 3,1 % van het bbp in 2024 tot 3,2 % van het bbp in 2025. Op basis van het huidige beleid wordt verwacht dat het tekort tot 3,3 % van het bbp stijgt in 2026.

Na in voorgaande jaren aanzienlijk te zijn gedaald, is de geaggregeerde schuldquote van de eurozone in 2025 beginnen te stijgen en naar verwachting zal ze toenemen tot 89,8 % van het bbp eind 2026, tegen 88 % van het bbp eind 2024. Deze toename is het gevolg van aanhoudende primaire tekorten en enkele schuldverhogende stock-flowadjustments. Bovendien zal het rente-groeiverschil (“sneeuwbaleffect”) naar verwachting minder gunstig worden naarmate de impliciete rente die op de schuld wordt betaald, toeneemt, terwijl de inflatie (bbp-deflator) verder afvlakt. Vier lidstaten zullen volgend jaar naar verwachting een schuldquote van meer dan 100 % hebben.

Grafiek 1. Begrotingskoers en componenten van de eurozone 2024-2026 (% van het bbp)

Bron: Najaarsprognoses 2025 van de Commissie

De begrotingskoers van de eurozone zal in 2025 en 2026 naar verwachting grotendeels neutraal zijn 6 . Als gevolg van de uitvoering van de plannen voor de middellange termijn hebben de lidstaten in 2025 de nationaal gefinancierde groei van de lopende uitgaven beperkt en/of de inkomsten verhoogd. Deze beperking is grotendeels tenietgedaan door een toename van de nationaal gefinancierde investeringen (voornamelijk voor defensie) en uitgaven die worden gefinancierd met subsidies 7 in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen. Als gevolg daarvan zal de algemene begrotingskoers in 2025 naar verwachting grotendeels neutraal zijn. De geaggregeerde begrotingskoers van de eurozone zal naar verwachting ook in 2026 grotendeels neutraal blijven, aangezien een lichte beperking van de netto lopende en andere kapitaaluitgaven wordt gecompenseerd door de toenemende absorptie van subsidies uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit, in het laatste jaar van de uitvoering ervan, en andere EU-fondsen. Belangrijk is dat de defensie-uitgaven naar verwachting ook gestaag zullen stijgen, van 1,4 % van het bbp in 2024 tot 1,7 % in 2026.

De overheidsinvesteringen in de eurozone zullen in 2026 naar verwachting verder toenemen als gevolg van een mix van nationale en EU-financiering. Verwacht wordt dat de investeringen in 2026 enige verdere expansieve bijdrage aan de begrotingskoers van de eurozone zullen leveren. De overheidsinvesteringen in de eurozone zullen naar verwachting in 2026 uitkomen op 3,7 % van het bbp, tegen 3,0 % in 2019. De stijging tussen 2019 en 2026 wordt ondersteund door zowel de nationale begrotingen als de EU-begroting, met name de herstel- en veerkrachtfaciliteit. Ook de defensie-investeringen nemen toe: hogere defensie-investeringen zijn goed voor circa 1/3 van de verwachte toename van de investeringen in 2025-2026.

Grafiek 2. Overheidsinvesteringen in de eurozone 2019-2026 (% bbp)

Bron: Najaarsprognoses 2025 van de Commissie

De begrotingskoers van de eurozone lijkt zowel in 2025 als in 2026 over het algemeen passend. De grotendeels neutrale koers is in overeenstemming met de daling van de inflatie en de verwachte stabilisatie ervan rond 2 %, en met de noodzaak om vast te houden aan nog steeds gematigde groeiperspectieven in een onzeker klimaat. Ze is in overeenstemming met de inspanningen van de lidstaten van de eurozone om de door de Raad aanbevolen maximale groeipercentages van de netto-uitgaven in acht te nemen en met het gebruik van flexibiliteit in het kader van de nationale ontsnappingsclausule voor defensie.

De samenstelling van de begrotingskoers is passend. De consolidatie van de nationale overheidsfinanciën, gedragen door de vertraging van de netto lopende uitgaven, komt grotendeels overeen met de aanpassingsbehoeften die worden weerspiegeld in de aanbevolen netto-uitgavenpaden, met name in landen met een hoog tekort en hoge schulden. Tegelijkertijd dragen de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-financiering bij tot het neutraliseren van het contractieve effect van deze consolidatie. Bovendien ondersteunt de toename van de investeringen — zowel via nationale financiering als via financiering uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit — de prioriteiten en het groeipotentieel van de EU. In 2026 blijft het noodzakelijk om de opbouw van de defensievermogens van de lidstaten te ondersteunen en er tegelijk voor te zorgen dat lidstaten met aanpassingsbehoeften hun begrotingsinspanningen voortzetten, met name wat betreft niet-defensie-uitgaven.

II.Beoordeling van de ontwerpbegrotingsplannen, van doeltreffende maatregelen door de lidstaten met een buitensporig tekort en van de begrotingssituatie in andere lidstaten

(I)Aanpak ter beoordeling van de naleving van het begrotingskader van de EU

In het hervormde kader voor economische governance is de groei van de netto-uitgaven de enige operationele indicator voor het monitoren van de opvolging door de lidstaten van de respectieve aanbevelingen van de Raad. Als onderdeel van hun plannen voor de middellange termijn verbinden de lidstaten zich tot maximale jaarlijkse en cumulatieve groeipercentages van de netto-uitgaven en, in geval van verzoeken tot een verlenging van de aanpassingsperiode, tot een reeks hervormingen en investeringen 8 . Zodra deze maximale groeipercentages of -maxima door de Raad zijn goedgekeurd, worden zij de benchmarks voor de nalevingsbeoordelingen gedurende de looptijd van de plannen. Voor lidstaten die aan een BTP onderworpen zijn, vormen de door de Raad vastgestelde corrigerende netto-uitgavenpaden de benchmark voor naleving. Negen lidstaten zijn momenteel onderworpen aan een BTP: België, Frankrijk, Hongarije, Italië, Malta, Oostenrijk, Polen, Roemenië en Slowakije. Lidstaten waarvoor de Raad de nationale ontsnappingsclausule voor defensie-uitgaven heeft geactiveerd, kunnen tijdelijk afwijken van hun aanbevolen maximale groeipercentages voor de netto-uitgaven, mits die afwijkingen verband houden met verhogingen van de defensie-uitgaven met maximaal 1,5 % van het bbp in de periode 2025-2028. Het gaat om 16 lidstaten: België, Bulgarije, Denemarken, Duitsland, Estland, Finland, Griekenland, Hongarije, Kroatië, Letland, Litouwen, Polen, Portugal, Slovenië, Slowakije en Tsjechië.

De nalevingsbeoordeling door de Commissie gaat uit van de najaarsprognoses 2025 van de Commissie en wijst risico’s voor de naleving aan om ervoor te zorgen dat de beleidsrichtsnoeren van de Unie op passende wijze in de voorbereiding van de nationale begrotingen kunnen worden geïntegreerd. In de prognose van de Commissie wordt rekening gehouden met de informatie die de lidstaten hebben verstrekt in hun ontwerpbegrotingsplannen voor 2026 (voor de lidstaten van de eurozone) en in hun verslagen over doeltreffende maatregelen (voor landen die aan een BTP onderworpen zijn) 9 en, meer in het algemeen, met de begrotingssituatie in alle lidstaten 10 . De beoordeling van de naleving is gebaseerd op een vergelijking van de groei van de netto-uitgaven zoals geraamd in de najaarsprognoses 2025 van de Commissie met de door de Raad aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven, rekening houdend met de flexibiliteit die de nationale ontsnappingsclausule voor defensie biedt voor de bovengenoemde 16 lidstaten 11 . Kader 1 biedt een uitgebreid overzicht van de wijze waarop de Commissie te werk is gegaan bij haar nalevingsbeoordeling, die de in deze mededeling gepresenteerde bevindingen onderbouwt.

Kader 1. Beoordeling door de Commissie van de opvolging van de aanbevelingen van de Raad door de lidstaten

In de najaarsronde 2025 van het begrotingstoezicht wordt de kern van de beoordeling door de Commissie van de begrotingsontwikkelingen en -vooruitzichten in de lidstaten gevormd door een vergelijking van de prognoses van de groei van de netto-uitgaven door de Commissie met de maximale groeipercentages van de netto-uitgaven zoals aanbevolen door de Raad. Deze laatste worden vastgesteld in de aanbevelingen van de Raad tot goedkeuring van de plannen van de lidstaten voor de middellange termijn of in de aanbevelingen van de Raad om een einde te maken aan de buitensporigtekortsituaties. Voor de lidstaten van de eurozone geeft de Commissie deze beoordeling in haar advies over de ontwerpbegrotingsplannen.

Voor alle lidstaten worden afwijkingen van de aanbevolen maximale groeipercentages van de netto-uitgaven op jaarbasis en cumulatief geregistreerd sinds het basisjaar van de desbetreffende aanbeveling, wat gewoonlijk overeenkomt met het jaar vóór de goedkeuring van een plan voor de middellange termijn 12 .

Een lidstaat wordt conform geacht als de groei van de netto-uitgaven binnen de door de Raad aanbevolen maxima blijft.

Wanneer de uitgavengroei hoger is dan aanbevolen (d.w.z. positieve afwijkingen), houdt de Commissie rekening met de omvang van de afwijking ten opzichte van de drempels van 0,3 % van het bbp op jaarbasis en 0,6 % van het bbp op cumulatieve basis 13 . Een afwijking die onder deze drempels blijft, brengt een risico van niet-naleving met zich mee, terwijl een afwijking boven deze drempels een risico van materiële niet-naleving met zich meebrengt.

Voor lidstaten die aan een BTP onderworpen zijn, zouden positieve afwijkingen boven een van deze drempels bovendien aanleiding geven tot een sterk vermoeden van niet-doeltreffende maatregelen en tot een intensivering van de procedure kunnen leiden 14 . In dit stadium zijn er geen begrotingsresultaten voor 2025 beschikbaar en zou een intensivering van de procedure alleen worden overwogen als de vergelijking tussen de in de prognoses van de Commissie geraamde groei van de netto-uitgaven en het aanbevolen corrigerende netto-uitgavenpad (waarbij in voorkomend geval rekening wordt gehouden met de flexibiliteit voor defensie-uitgaven in het kader van de nationale ontsnappingsclausule) op een bijzonder ernstig geval van niet-naleving wijst. Anders wordt de BTP opgeschort. Voor lidstaten die niet aan een BTP onderworpen zijn, maar die een schuldquote van meer dan 60 % van het bbp laten optekenen, zouden positieve afwijkingen boven een van deze drempels aanleiding geven tot de opstelling van een verslag op grond van artikel 126, lid 3, VWEU, wanneer ze door de begrotingsresultaten worden bevestigd. In dit geval zou het verslag de inachtneming van het schuldcriterium beoordelen en kunnen leiden tot een op schulden gebaseerde BTP.

Voor de 16 lidstaten waarvoor de Raad de nationale ontsnappingsclausule voor defensie-uitgaven heeft geactiveerd, omvat de beoordeling van de naleving een controle of een opwaartse afwijking van de aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven op cumulatieve basis wordt verklaard door een overeenkomstige stijging van de defensie-uitgaven ten opzichte van een referentiejaar, van maximaal 1,5 % van het bbp in de periode 2025-2028. Indien een afwijking volledig kan worden verklaard door een verwachte stijging van de defensie-uitgaven ten opzichte van het referentiejaar, wordt geoordeeld dat de lidstaat zijn aanbeveling in acht neemt.

Bij haar beoordeling van de naleving op basis van de groei van de netto-uitgaven houdt de Commissie ook rekening met de algemene begrotingssituatie van een lidstaat, d.w.z. of deze vrijwel in evenwicht is of een overschot vertoont.

 

(II)Lidstaten die een ontwerpbegrotingsplan hebben ingediend

Voor de lidstaten van de eurozone bevatten de ontwerpbegrotingsplannen een overzicht van de maatregelen aan de uitgaven- en ontvangstenzijde die zij voornemens zijn in 2026 uit te voeren. De meeste lidstaten van de eurozone hebben hun ontwerpbegrotingsplannen voor 2026 ingediend in overeenstemming met de wettelijke termijn van medio oktober. België en Spanje hebben nog geen ontwerpbegrotingsplan ingediend, aangezien in hun parlement nog geen begroting voor 2026 is behandeld 15 . Oostenrijk heeft op 13 mei 2025 een ontwerpbegrotingsplan ingediend dat zowel 2025 als 2026 bestrijkt en de Commissie heeft op 23 juni 2025 een advies uitgebracht 16 . De lidstaten die aan een BTP onderworpen zijn, zouden het ontwerpbegrotingsplan ook kunnen gebruiken om verslag uit te brengen over doeltreffende maatregelen die in het kader van de BTP zijn genomen.

A)Lidstaten die aan een BTP onderworpen zijn

Drie lidstaten van de eurozone die aan een BTP onderworpen zijn, zullen naar verwachting voldoen aan de aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven.

·Voor Italië wordt verwacht dat de netto-uitgaven in 2025 en 2026 zullen stijgen binnen de door de Raad aanbevolen maxima. Bijgevolg wordt de BTP opgeschort.

·Voor Slowakije zullen de netto-uitgaven in 2025 naar verwachting toenemen binnen de door de Raad aanbevolen maxima, terwijl de groei van de netto-uitgaven in 2026 naar verwachting boven het door de Raad aanbevolen maximum zal uitkomen. De verwachte afwijking zal naar verwachting echter binnen de flexibiliteit vallen die door de nationale ontsnappingsclausule voor defensie wordt geboden. Bijgevolg wordt de BTP opgeschort.

·Voor Frankrijk zal de groei van de netto-uitgaven in 2025 naar verwachting iets boven het door de Raad aanbevolen maximum liggen, maar de afwijking bedraagt niet meer dan 0,3 % van het bbp, bij overschrijding waarvan er een sterk vermoeden zou bestaan dat er geen sprake is van doeltreffende maatregelen. De netto-uitgaven in 2026 zullen daarentegen naar verwachting stijgen binnen de door de Raad aanbevolen maxima. Bijgevolg wordt de BTP opgeschort. De Commissie merkt op dat deze beoordeling gezien de lopende parlementaire besprekingen met aanzienlijke onzekerheid omgeven is.

Een aan een BTP onderworpen lidstaat van de eurozone loopt naar verwachting een risico van materiële niet naleving van de aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven.

·Voor Malta wordt verwacht dat de netto-uitgaven in 2025 en 2026 (op jaarbasis) zullen stijgen binnen de door de Raad aanbevolen maxima. Gezien een grote afwijking in 2024 ligt de cumulatieve afwijking in zowel 2025 als 2026 echter ruim boven 0,6 % van het bbp in beide jaren, wat aanleiding geeft tot een sterk vermoeden dat er geen sprake is van doeltreffende maatregelen. Hoewel de BTP in dit stadium wordt opgeschort bij gebrek aan begrotingsresultaten voor 2025, loopt Malta een risico van materiële niet-naleving en slaagt het er bijgevolg mogelijk niet in doeltreffende maatregelen te nemen, hetgeen een intensivering van de procedure bij buitensporige tekorten zou kunnen vereisen. Er moet echter worden opgemerkt dat een correctie van het buitensporige tekort in 2026 binnen bereik ligt gezien de grote meevallers aan de ontvangstenzijde die zich in 2024 hebben voorgedaan.

B)Lidstaten die niet aan een BTP onderworpen zijn

Zes niet aan een BTP onderworpen lidstaten van de eurozone zullen naar verwachting voldoen aan de aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven.

·Voor Finland 17 en Luxemburg wordt verwacht dat de groei van de netto-uitgaven in 2026 de door de Raad aanbevolen maxima niet zal overschrijden.

·Voor Duitsland, Estland, Griekenland en Letland zal de groei van de netto-uitgaven naar verwachting boven het door de Raad aanbevolen maximum liggen. De voor deze lidstaten geprognosticeerde afwijkingen zullen naar verwachting echter binnen de door de nationale ontsnappingsclausule geboden flexibiliteit vallen.

Drie niet aan een BTP onderworpen lidstaten van de eurozone voldoen aan de verplichtingen inzake begrotingsbeleid van het stabiliteits- en groeipact dankzij een begrotingssituatie die vrijwel in evenwicht is of een overschot vertoont hoewel de groei van de netto-uitgaven naar verwachting boven de aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven ligt.

·De begrotingssituatie van Cyprus, Ierland en Portugal zal naar verwachting een overschot vertonen (Cyprus en Ierland) of vrijwel in evenwicht zijn (Portugal), wat zal bijdragen tot een vermindering van de overheidsschuldquote. Tegelijkertijd merkt de Commissie op dat Ierland het risico loopt de aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven te overschrijden, terwijl Cyprus en Portugal het risico lopen de aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven materieel te overschrijden.

Drie niet aan een BTP onderworpen lidstaten van de eurozone lopen naar verwachting een risico van materiële niet‑naleving van de aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven.

·Voor Kroatië, Litouwen en Slovenië wordt verwacht dat de groei van de netto-uitgaven in 2026 het door de Raad aanbevolen maximum overschrijdt. Rekening houdend met de door de nationale ontsnappingsclausule geboden flexibiliteit voor defensie bedraagt de verwachte cumulatieve afwijking in 2026 echter minder dan 0,6 % van het bbp.

Een lidstaat van de eurozone die niet aan BTP onderworpen is, loopt naar verwachting een risico van materiële niet‑naleving van de aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven.

·Voor Nederland zal de groei van de netto-uitgaven in 2026 naar verwachting ruim boven het door de Raad aanbevolen maximum liggen, aangezien zowel de jaarlijkse als de cumulatieve afwijking hoger ligt dan respectievelijk 0,3 % en 0,6 % van het bbp.

(III)Aan een buitensporigtekortprocedure onderworpen lidstaten die geen ontwerpbegrotingsplan hebben ingediend

Voor lidstaten van de eurozone die aan een BTP onderworpen zijn en die in het najaar geen ontwerpbegrotingsplan hebben ingediend en voor niet tot de eurozone behorende lidstaten die aan een BTP onderworpen zijn, heeft de Commissie op basis van haar prognoses ook beoordeeld of er sprake is van doeltreffende maatregelen. Als gevolg daarvan wordt de BTP voor alle betrokken lidstaten opgeschort.

·Voor Oostenrijk wordt verwacht dat de netto-uitgaven in 2025 en 2026 (zowel op jaarbasis als op cumulatieve basis) zullen stijgen binnen de door de Raad aanbevolen maxima. In de najaarsprognoses 2025 van de Commissie voor Oostenrijk zijn de beleidsmaatregelen opgenomen die reeds in het op 13 mei 2025 ingediende ontwerpbegrotingsplan waren vastgesteld, alsook recentere informatie. Oostenrijk zal daarom naar verwachting voldoen aan de aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven.

·Voor België en Polen wordt verwacht dat de groei van de netto-uitgaven in 2025 en 2026 (cumulatief) de in het correctieve pad vastgestelde maxima zal overschrijden. De afwijkingen zullen naar verwachting echter binnen de flexibiliteit blijven waarin door de nationale ontsnappingsclausule voor defensie wordt voorzien. Daarom wordt verwacht dat België en Polen aan de aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven zullen voldoen.

·Voor Hongarije wordt verwacht dat de groei van de netto-uitgaven in 2025 en 2026 (cumulatief) de in het correctieve pad vastgestelde maxima zal overschrijden. In 2025 zal de cumulatieve afwijking naar verwachting binnen de door de nationale ontsnappingsclausule voor defensie geboden flexibiliteit liggen en in 2026 blijft ze onder 0,6 % van het bbp, bij overschrijding waarvan er een sterk vermoeden zou bestaan dat er geen sprake is van doeltreffende maatregelen. Hoewel de BTP in dit stadium wordt opgeschort, loopt Hongarije een risico van materiële niet-naleving in 2026 en slaagt het er bijgevolg mogelijk niet in doeltreffende maatregelen te nemen, hetgeen een intensivering van de procedure bij buitensporige tekorten zou kunnen vereisen.

·Voor Roemenië zal de groei van de netto-uitgaven in 2025 naar verwachting slechts iets boven het door de Raad aanbevolen maximum liggen (0,1 % van het bbp) en zal de stijging van de netto-uitgaven in 2026 naar verwachting ruim onder het door de Raad aanbevolen maximum blijven. Dit is te danken aan de begrotingsconsolidatiepakketten die Roemenië in de zomer heeft aangenomen. Bijgevolg wordt de BTP opgeschort. Daarom zal de Commissie op dit moment geen schorsing voorstellen van EU-middelen in het kader van de procedure inzake macro-economische conditionaliteit, overeenkomstig de verordening gemeenschappelijke bepalingen en de verordening betreffende de herstel- en veerkrachtfaciliteit. Tegelijkertijd zal het voor Roemenië op korte termijn van cruciaal belang zijn om de in de afgelopen maanden genomen begrotingsconsolidatiemaatregelen strikt uit te voeren en de overheidsinvesteringen te stroomlijnen. Bovendien moet Roemenië, zoals benadrukt in de aanbeveling van de Raad van 8 juli 2025 op grond van artikel 126, lid 7, VWEU, zijn belastingadministratie en begrotingsproces versterken om overbesteding ten opzichte van de plannen te voorkomen. De uitvoering van deze beleidstoezeggingen zal bijdragen tot het waarborgen van aanhoudende doeltreffende maatregelen. Op middellange termijn zullen verdere begrotingsconsolidatiemaatregelen nodig zijn om het buitensporige tekort uiterlijk in 2030 te corrigeren.

(IV)Andere lidstaten

De Commissie heeft ook de naleving van de aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven voor de andere lidstaten beoordeeld op basis van haar prognoses. 

·Voor Tsjechië en Denemarken wordt verwacht dat de groei van de netto-uitgaven in 2026 het door de Raad aanbevolen maximum overschrijdt. De voor deze lidstaten geraamde afwijkingen zullen naar verwachting echter binnen de door de nationale ontsnappingsclausule geboden flexibiliteit vallen. Tsjechië en Denemarken zullen daarom naar verwachting voldoen aan de aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven.

·Verwacht wordt dat de groei van de netto-uitgaven in Zweden in 2026 boven het door de Raad aanbevolen maximum uitkomt en meer dan 0,3 % van het bbp bedraagt. Gezien de resultaten voor 2024 en 2025 zullen de netto-uitgaven in 2026 cumulatief echter het door de Raad aanbevolen maximum niet overschrijden. Zweden zal daarom naar verwachting voldoen aan de aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven.

·Voor Spanje ligt de groei van de netto-uitgaven in 2026 naar verwachting boven het door de Raad aanbevolen maximum, maar de afwijking is lager dan 0,3 % van het bbp (op jaarbasis) en 0,6 % van het bbp (cumulatief). Spanje loopt daarom naar verwachting het risico niet te voldoen aan de aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven in 2026.

·Voor Bulgarije 18 zal de groei van de netto-uitgaven in 2026 naar verwachting boven het door de Raad aanbevolen maximum liggen, rekening houdend met de door de nationale ontsnappingsclausule voor defensie geboden flexibiliteit. Bulgarije loopt daarom naar verwachting het risico niet aan de aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven in 2026 te voldoen. 

(V)Verslag op grond van artikel 126, lid 3

In het kader van het najaarspakket 2025 heeft de Commissie een verslag op grond van artikel 126, lid 3, VWEU aangenomen met betrekking tot Duitsland en Finland 19 . Voor Finland wordt het verslag getriggerd door het tekort van 2024 dat de referentiewaarde van 3 % van het bbp overschrijdt en een gepland tekort van meer dan 3 % van het bbp voor 2025; voor Duitsland wordt het getriggerd door het geplande tekort voor 2025, dat hoger is dan 3 % van het bbp. In het verslag wordt geconcludeerd dat er in dit stadium geen reden is om een BTP ten aanzien van Duitsland in te leiden, omdat de overschrijding van het tekort met meer dan 3 % van het bbp volledig is te verklaren door de stijging van de defensie-uitgaven en is toegestaan volgens de nationale ontsnappingsclausule. In Finland kan het tekort van meer dan 3 % van het bbp in 2025 slechts gedeeltelijk worden verklaard door de stijging van de defensie-uitgaven en de in het kader van de nationale ontsnappingsclausule geboden flexibiliteit. Daarom zal de Commissie overwegen voor te stellen een procedure bij buitensporige tekorten ten aanzien van Finland in te leiden.

(VI)Conclusie en volgende stappen

De lidstaten worden verzocht om in het proces ter vaststelling van hun begrotingswet rekening te houden met het advies van de Commissie over hun ontwerpbegrotingsplan. De 19 lidstaten die als conform worden beoordeeld, worden verzocht hun begrotingsbeleid in 2026 volgens plan voort te zetten. De acht lidstaten die een risico van niet-naleving lopen worden op hun beurt verzocht in het kader van hun nationale begrotingsprocedure de nodige maatregelen te nemen om ervoor te zorgen dat het begrotingsbeleid in 2026 in overeenstemming is met de aanbeveling van de Raad. Met name voor lidstaten die aan een BTP onderworpen zijn, is dit belangrijk om te voorkomen dat de buitensporigtekortprocedure in het voorjaar wordt geïntensiveerd. De Commissie staat klaar om met alle lidstaten samen te werken en de inspanningen ter waarborging van de naleving van het herziene kader voor economische governance te ondersteunen.

De Commissie zal overwegen voor te stellen een procedure bij buitensporige tekorten voor Finland in te leiden. Voor Finland zal de Commissie, in het licht van het verslag op grond van artikel 126, lid 3, VWEU en na overweging van het advies van het Economisch en Financieel Comité op grond van artikel 126, lid 4, VWEU, overwegen de Raad voor te stellen een besluit op grond van artikel 126, lid 6, VWEU vast te stellen waarin het bestaan van een buitensporig tekort wordt vastgesteld. Indien de Raad besluit dat er een buitensporig tekort bestaat, zal hij tegelijkertijd een aanbeveling vaststellen, overeenkomstig artikel 126, lid 7, VWEU, waarin een correctief netto-uitgavenpad wordt uitgestippeld.

De Commissie zal in het voorjaar van 2026 met een geactualiseerde beoordeling komen. De geactualiseerde beoordeling zal berusten op de begrotingsresultaten voor 2025, de voorjaarsprognoses 2026 van de Commissie en de jaarlijkse voortgangsverslagen, die alle lidstaten uiterlijk op 30 april 2026 moeten indienen 20 . De begrotingsbeoordeling omvat de eerste berekening door de Commissie van de controlerekening voor elke lidstaat op basis van de begrotingsresultaten. Deze controlerekening zal voor alle lidstaten afwijkingen van het groeipad van de netto-uitgaven bijhouden en zal worden gebruikt als input voor handhavingsmaatregelen 21 . Bovendien zal de beoordeling in het voorjaar ook de uitvoering monitoren van de hervormingen en investeringen die aan de verlenging van de begrotingsaanpassingsperioden tot zeven jaar ten grondslag liggen, wat het geval is voor België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Roemenië en Spanje.



BIJLAGE I: jaarlijkse en cumulatieve afwijkingen van de groei van de netto-uitgaven in 2025 en 2026 ten opzichte van de aanbevelingen

BIJLAGE II: Belangrijkste macro-economische en begrotingsindicatoren

BIJLAGE III: Algemene begrotingssituatie en begrotingskoers van de eurozone

(I)Overheidstekort en de aanjagers ervan in 2025-2026

Verwacht wordt dat het overheidstekort in de eurozone als geheel in 2025 en 2026 zal toenemen, met aanzienlijke verschillen tussen de landen. In twaalf landen zal het tekort in 2026 naar verwachting toenemen ten opzichte van 2025. Acht lidstaten van de eurozone zullen een tekort van meer dan 3 % van het bbp vertonen en in zeven daarvan zal het tekort naar verwachting 4 % of meer bedragen. 

Grafiek 3. Overheidssaldo van de lidstaten van de eurozone in 2026

Bron: Najaarsprognoses 2025 van de Commissie

Opmerking: De toetreding van Bulgarije tot de eurozone is gepland voor 1 januari 2026. Bulgarije is niet opgenomen in het totaal van de EZ20.

Lidstaten met een asterisk* zijn momenteel aan een BTP onderworpen.

De uitgavenontwikkelingen zijn een belangrijke aanjager van het tekort in de eurozone. De uitgavenquote van de eurozone zal naar verwachting stijgen met 0,5 procentpunt en 0,3 procentpunt in respectievelijk 2025 en 2026. De defensie-uitgaven zullen naar verwachting gestaag stijgen (van 1,4 % van het bbp in 2024 tot 1,7 % in 2026), en ook de rente-uitgaven als percentage van het bbp zullen naar verwachting toenemen. De investeringen zullen in 2026 in de meeste lidstaten naar verwachting stijgen, ondersteund door zowel nationale als EU-financiering. Bijna de helft van de stijging van de overheidsinvesteringen tussen 2019 en 2026 houdt verband met investeringen die worden gefinancierd door de EU, met name door de herstel- en veerkrachtfaciliteit. De meeste landen van de eurozone zullen naar verwachting meer uitgeven aan nationaal gefinancierde overheidsinvesteringen dan vóór de pandemie. Uitschieters zijn Italië en Litouwen met een stijging van meer dan 1 % van het bbp. Vanuit functioneel oogpunt zullen de defensie-uitgaven in de meeste EU-landen in 2026 naar verwachting ook stijgen. Er worden aanzienlijke stijgingen verwacht in Estland (meer dan 1 procentpunt) en Letland (circa 1 procentpunt). Opgemerkt moet worden dat de timing van de levering van militair materieel kan zorgen voor enige volatiliteit in de cijfers van jaar tot jaar.

Grafiek 4. Componenten van de overheidsinvesteringen van de lidstaten van de eurozone (2026)

Bron: Najaarsprognoses 2025 van de Commissie

(II)Overheidsschuld in 2025-2026

De ontwikkelingen van de overheidsschuldquotes in 2025 en 2026 zullen naar raming verschillen tussen de landen van de eurozone, afhankelijk van de consolidatie-inspanningen en macro-economische ontwikkelingen. Na tussen 2000 en 2024 in de meeste lidstaten van de eurozone aanzienlijk te zijn gedaald, zal de schuldquote in de periode 2025-2026 naar verwachting stijgen in 14 lidstaten van de eurozone. Tegen 2026 zullen vier lidstaten (België, Frankrijk, Griekenland en Italië) naar verwachting nog steeds een schuldquote van meer dan 100 % van het bbp hebben. Tegelijkertijd worden in Cyprus en Griekenland verdere grote schulddalingen verwacht dankzij hun aanzienlijke primaire overschotten.

Grafiek 5. Aanjagers van de jaarlijkse verandering in de schuldquote in de eurozone (2022-2026) en haar lidstaten (2026)

 

Bron: Najaarsprognoses 2025 van de Commissie

In de meeste lidstaten van de eurozone wordt de verandering in de schuldquote tussen 2026 en 2025 veroorzaakt door het primaire saldo en enkele stock-flowadjustments. Stock-flowadjustments zullen naar verwachting bijzonder belangrijk zijn (meer dan 1 procentpunt van het bbp) in Griekenland, Ierland, Italië, Litouwen, Nederland en Portugal. Het “sneeuwbaleffect” zou een schuldverlagend effect blijven hebben, aangezien het rente-groeiverschil naar verwachting gunstig zal blijven in alle lidstaten behalve Italië, hoewel het aanzienlijk kleiner is dan in voorgaande jaren, voornamelijk als gevolg van een lagere inflatie en hogere impliciete rentetarieven voor overheidsschulden.

(III) De begrotingskoers in de landen van de eurozone: 2025 en 2026

De voor 2025 in de eurozone verwachte begrotingskoers is grotendeels neutraal, met aanzienlijke verschillen van land tot land 22 . De contractie van de netto lopende uitgaven zal naar verwachting grotendeels worden gecompenseerd door een expansieve impuls van overheidsinvesteringen en van door de EU gefinancierde uitgaven. De begrotingsontwikkelingen blijven echter van lidstaat tot lidstaat verschillen, variërend van een contractie van 1,4 % van het bbp in Estland tot een expansie van 1,5 % van het bbp in Letland (grafiek 6). Deze heterogeniteit kan deels worden toegeschreven aan de opzet van het nieuwe kader voor economische governance, waarin de vereisten voor begrotingsaanpassing worden gedifferentieerd op basis van de budgettaire uitdagingen van de lidstaten, en deels aan de verschillende begrotingsimpuls van uitgaven die worden gefinancierd met subsidies uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen.

Met name wordt verwacht dat vijf lidstaten van de eurozone in 2025 een contractief begrotingsbeleid zullen voeren, terwijl negen lidstaten een expansief beleid voeren en zes een grotendeels neutrale koers aanhouden. Van de lidstaten met een hoge schuldenlast zal een contractieve bijdrage van de netto lopende uitgaven naar verwachting de belangrijkste factor zijn die bepalend is voor de algemene begrotingskoers in Finland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk en Slowakije. Deze component zal naar verwachting expansief zijn in vijf van de tien landen van de eurozone die flexibiliteit in het kader van de nationale ontsnappingsclausule voor defensie genieten. In de meeste lidstaten zullen nationaal gefinancierde investeringen — met name uitgaven die worden gefinancierd met subsidies uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-instrumenten — naar verwachting hoogwaardige begrotingssteun aan de economie bieden. In drie lidstaten (Estland, Finland en Slowakije) wordt de bijdrage van nationaal gefinancierde investeringen geraamd op of boven 0,5 procentpunt van het bbp. De bijdrage van de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere door de EU gefinancierde uitgaven wordt geraamd op of boven 0,5 procentpunt van het bbp in zeven landen (Estland, Griekenland, Kroatië, Letland, Litouwen, Portugal en Slowakije). Naar verwachting zal deze component in geen enkele lidstaat van de eurozone een contractie te zien geven.

Grafiek 6. Begrotingskoers en -componenten van de lidstaten van de eurozone, 2025

Bron: Najaarsprognoses 2025 van de Commissie

De geaggregeerde begrotingskoers van de eurozone zal in 2026 naar verwachting neutraal zijn, onder invloed van zowel de nationale als de EU-begroting. De aanbevolen netto-uitgavenpaden zouden op zich een grotendeels neutrale begrotingskoers voor de eurozone in 2026 met zich meebrengen, waarbij de flexibiliteit die in het kader van de nationale ontsnappingsclausule voor defensie is toegestaan, een expansievere koers ondersteunt. Volgens de najaarsprognoses 2025 van de Commissie zal de begrotingskoers in de eurozone in 2026 grotendeels neutraal zijn. De expansieve begrotingen in sommige lidstaten en de toenemende absorptie van subsidies uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen (die niet in de netto-uitgaven zijn opgenomen) zullen naar verwachting worden gecompenseerd door budgettaire beperkingen in andere lidstaten. 

De begrotingskoersen zullen in 2026 naar verwachting blijven verschillen tussen de landen van de eurozone. Zes lidstaten van de eurozone zullen in 2026 naar verwachting een contractief begrotingsbeleid voeren, terwijl het begrotingsbeleid naar verwachting expansief zal zijn in nog eens tien lidstaten en grotendeels neutraal in vijf lidstaten. De begrotingskoersen van de lidstaten van de eurozone voor 2026 zullen variëren van een contractie van 1,3 % van het bbp in Slowakije tot een expansie van 3,0 % van het bbp in Estland. De netto lopende uitgaven zullen naar verwachting de belangrijkste drijvende kracht achter de algemene begrotingskoers zijn in de meeste lidstaten van de eurozone, met een verwachte aanzienlijke contractie (0,5 % van het bbp of meer) in Finland, Frankrijk, Malta, Oostenrijk en Slowakije. In de meeste lidstaten zullen nationaal gefinancierde investeringen en met name met subsidies uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen gefinancierde uitgaven naar verwachting hoogwaardige begrotingssteun aan de economie bieden. In het geval van Bulgarije, Griekenland en Portugal wordt de expansieve koers grotendeels gedragen door de verwachte versnelling van de absorptie in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit.

Grafiek 7. Begrotingskoers en -componenten van de lidstaten van de eurozone, 2026

Bron: Najaarsprognoses 2025 van de Commissie

(IV) Geschiktheid van de begrotingskoers en de beleidsmix

De geschiktheid van de begrotingskoers kan vanuit drie verschillende invalshoeken worden bekeken.

De begrotingskoers in 2025 en 2026 is passend vanuit macro-economisch oogpunt.  De grotendeels neutrale begrotingskoers in 2025 vult de versoepeling van het monetaire beleid van de ECB aan, terwijl de inflatie blijft dalen en de groeivooruitzichten nog steeds met grote onzekerheid omgeven zijn. In 2026 is de grotendeels neutrale begrotingskoers verenigbaar met de verwachte stabilisatie van de inflatie op ongeveer 2 %, zonder afbreuk te doen aan de nog steeds gematigde groeivooruitzichten in een uitdagende mondiale omgeving en in een context van een (kleine) negatieve outputgap 23 .

Ten tweede lijkt de begrotingskoers passend vanuit het oogpunt van de samenstelling. De investeringscomponent ervan in 2025 en 2026 zal de potentiële groei op de middellange termijn stimuleren.  Hoewel de netto lopende uitgaven zullen worden beperkt als gevolg van de noodzaak van consolidatie in verschillende lidstaten, blijven de nationaal gefinancierde investeringen behouden. De totale investeringen worden ook ondersteund door een stijging van de uitgaven die met subsidies uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit worden gefinancierd, aangezien de uitvoering van de herstel- en veerkrachtfaciliteit versnelt naarmate de uiterste datum voor de uitvoering ervan dichterbij komt. Voorts lijkt de begrotingskoers verenigbaar met de noodzaak om de defensie-uitgaven op te voeren en de nationale ontsnappingsclausule voor verschillende lidstaten van de eurozone te activeren, en tegelijk de niet-defensie-uitgaven te blijven consolideren.

Wat de geografische uitsplitsing betreft, lijkt de begrotingskoers van de eurozone voor 2025 en 2026 in grote lijnen in overeenstemming te zijn met de noodzaak van een prudent begrotingsbeleid in lidstaten met een hoge schuldenlast. De meeste lidstaten met een hoge schuldenlast en een hoog tekort zullen naar verwachting immers de uit de nationale begrotingen gefinancierde netto-uitgaven beperken. In sommige lidstaten met een hoge schuldenlast zal de begrotingskoers op basis van de nationale begrotingen naar verwachting echter niet contractief zijn vanwege de flexibiliteit voor hogere defensie-uitgaven in het kader van de nationale ontsnappingsclausule 24 . De expansieve koers in verschillende lidstaten wordt ook grotendeels gedragen door de verwachte versnelling van de absorptie in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit.

Grafiek 8. Monetaire-beleidskoers en begrotingsbeleidskoers in de eurozone

Bron: Najaarsprognoses 2025 van de Commissie en de ECB

Opmerking: De monetaire-beleidskoers wordt gemeten als de totale verandering van de rente op de depositofaciliteit van de ECB in het jaar.



bijlage iv: procedures bij buitensporige tekorten

Sinds de publicatie van het voorjaarspakket heeft de Raad herziene aanbevelingen op grond van artikel 126, lid 7, VWEU voor zowel België als Roemenië aangenomen en besloten de BTP in te leiden voor Oostenrijk, hetgeen heeft geleid tot de vaststelling van een aanbeveling op grond van artikel 126, lid 7, VWEU voor Oostenrijk. Voor alle drie de lidstaten werd 15 oktober 2025 vastgesteld als uiterste datum om doeltreffende maatregelen te nemen.

In de onderstaande punten wordt beoordeeld of aan de BTP-aanbeveling is voldaan (in voorkomend geval rekening houdend met de flexibiliteit die op grond van de nationale ontsnappingsclausule voor defensie is toegestaan). Voor de BTP-landen die in het najaar een OBP hebben ingediend, wordt in de OBP-adviezen een meer gedetailleerde beoordeling gegeven, met bijzondere aandacht voor 2026.

Oostenrijk: Samen met het besluit van de Raad tot vaststelling van het bestaan van een buitensporig tekort in Oostenrijk wegens niet-naleving van het tekortcriterium op 8 juli 2025 heeft de Raad ook een aanbeveling vastgesteld met een groeipad van de maximale netto-uitgaven om uiterlijk in 2028 een einde te maken aan de buitensporigtekortsituatie. Volgens de najaarsprognoses 2025 van de Commissie neemt de groei van de netto-uitgaven van Oostenrijk in 2025 toe met 2,2 %, wat binnen het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 2,6 % ligt. Op cumulatieve basis blijft de groei van de netto-uitgaven in 2025 ook binnen het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 2,6 %. Voor 2026 neemt de groei van de netto-uitgaven naar verwachting toe met 2,1 %, wat binnen het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 2,2 % ligt. Op cumulatieve basis blijft de groei van de netto-uitgaven in 2026 ook binnen het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 4,8 %. Bijgevolg voldoet Oostenrijk aan de in de aanbeveling van de Raad vastgestelde maximale groei van de netto-uitgaven.

België: Na de indiening, beoordeling en goedkeuring van het Belgische budgettair-structurele plan voor de middellange termijn heeft de Raad op 20 juni 2025 een herziene aanbeveling vastgesteld, die is aangepast aan het netto-uitgavenpad in het Belgische plan voor de middellange termijn, met als doel uiterlijk in 2029 een einde te maken aan de buitensporigtekortsituatie. Volgens de najaarsprognoses 2025 van de Commissie neemt de groei van de netto-uitgaven van België in 2025 toe met 4,2 %, wat hoger is dan het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 3,6 %. Dit komt overeen met een jaarlijkse afwijking van 0,3 % van het bbp en een cumulatieve afwijking van 0,3 % van het bbp in 2025. De verwachte cumulatieve afwijking blijft in 2025 echter binnen de door de nationale ontsnappingsclausule geboden flexibiliteit. De groei van de netto-uitgaven neemt in 2026 naar verwachting toe met 2,9 %, wat hoger is dan het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 2,5 %. Dit komt overeen met een jaarlijkse afwijking van 0,3 % van het bbp en een cumulatieve afwijking van 0,5 % van het bbp in 2026. De verwachte cumulatieve afwijking blijft in 2026 echter binnen de door de nationale ontsnappingsclausule geboden flexibiliteit. Bijgevolg voldoet België aan de in de aanbeveling van de Raad vastgestelde maximale groei van de netto-uitgaven.

Frankrijk: Op 21 januari 2025 heeft de Raad een aanbeveling vastgesteld met een maximaal groeipad van de netto-uitgaven om uiterlijk in 2029 een einde te maken aan de buitensporigtekortsituatie in Frankrijk. Volgens de najaarsprognoses 2025 van de Commissie neemt de groei van de netto-uitgaven van Frankrijk in 2025 toe met 1,0 %, wat hoger is dan het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 0,8 %. Dit komt overeen met een jaarlijkse afwijking van 0,1 % van het bbp in 2025. Op cumulatieve basis blijft de groei van de netto-uitgaven binnen het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 4,6 %. Voor 2026 nemen de netto-uitgaven naar verwachting toe met 0,7 %, wat binnen het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 1,2 % ligt. Ook op cumulatieve basis blijft de groei van de netto-uitgaven binnen het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 5,8 %. Bijgevolg voldoet Frankrijk aan de maximale groei van de netto-uitgaven in de aanbeveling van de Raad voor 2026, maar bestaat er een risico van niet-naleving in 2025.

Hongarije: Op 18 februari 2025 heeft de Raad een aanbeveling vastgesteld met een maximaal groeipad van de netto-uitgaven om uiterlijk in 2026 een einde te maken aan de buitensporigtekortsituatie in Hongarije. Volgens de najaarsprognoses 2025 van de Commissie neemt de groei van de netto-uitgaven van Hongarije in 2025 toe met 7,6 %, wat hoger is dan het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 4,3 %. Dit komt overeen met een jaarlijkse afwijking van 1,3 % van het bbp en een cumulatieve afwijking van 0,6 % van het bbp in 2025. De verwachte cumulatieve afwijking blijft in 2025 echter binnen de door de nationale ontsnappingsclausule geboden flexibiliteit. De groei van de netto-uitgaven neemt in 2026 naar verwachting toe met 7,4 %, wat hoger is dan het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 4,0 %. Dit komt overeen met een jaarlijkse afwijking van 1,3 % van het bbp en een cumulatieve afwijking van 1,9 % van het bbp in 2026. Zelfs nadat rekening is gehouden met de door de nationale ontsnappingsclausule geboden flexibiliteit bedraagt de verwachte cumulatieve afwijking in 2026 nog steeds 0,5 % van het bbp. Bijgevolg voldoet Hongarije aan de maximale groei van de netto-uitgaven in de aanbeveling van de Raad voor 2025, maar bestaat een risico van niet-naleving in 2026.

Italië: Op 21 januari 2025 heeft de Raad een aanbeveling vastgesteld met een maximaal groeipad van de netto-uitgaven om uiterlijk in 2026 een einde te maken aan de buitensporigtekortsituatie in Italië. Volgens de najaarsprognoses 2025 van de Commissie neemt de groei van de netto-uitgaven van Italië in 2025 toe met 1,2 %, wat binnen het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 1,3 % ligt. Ook op cumulatieve basis blijft de groei van de netto-uitgaven binnen het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van - 0,7 %. Voor 2026 neemt de groei van de netto-uitgaven naar verwachting toe met 1,5 %, wat binnen het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 1,6 % ligt. Ook op cumulatieve basis blijft de groei van de netto-uitgaven binnen het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 0,9 %. Bijgevolg voldoet Italië aan de in de aanbeveling van de Raad vastgestelde maximale netto-uitgaven.

   

Malta: Op 21 januari 2025 heeft de Raad een aanbeveling vastgesteld met een maximaal groeipad van de netto-uitgaven om uiterlijk in 2027 een einde te maken aan de buitensporigtekortsituatie in Malta. Volgens de najaarsprognoses 2025 van de Commissie neemt de groei van de netto-uitgaven van Malta in 2025 toe met 4,4 %, wat binnen het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 6,0 % ligt. Op cumulatieve basis zal de groei van de netto-uitgaven naar verwachting echter het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 13,8 % overschrijden. Dit komt overeen met een cumulatieve afwijking van 2,0 % van het bbp in 2025. Voor 2026 neemt de groei van de netto-uitgaven naar verwachting toe met 4,6 %, wat binnen het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 5,8 % ligt. Op cumulatieve basis zal de groei van de netto-uitgaven naar verwachting echter het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 20,4 % overschrijden met een cumulatieve afwijking van 1,5 % van het bbp in 2026. Bijgevolg loopt Malta het risico van materiële niet-naleving van de maximale netto-uitgaven in de aanbeveling van de Raad in 2025 en 2026.

Polen: Op 21 januari 2025 heeft de Raad een aanbeveling vastgesteld met een maximaal groeipad van de netto-uitgaven om uiterlijk in 2028 een einde te maken aan de buitensporigtekortsituatie in Polen. Volgens de najaarsprognoses 2025 van de Commissie neemt de groei van de netto-uitgaven van Polen in 2025 toe met 7,1 %, wat hoger is dan het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 6,3 %. Dit komt overeen met een jaarlijkse afwijking van 0,3 % van het bbp en een cumulatieve afwijking van 0,6 % van het bbp in 2025. De verwachte cumulatieve afwijking blijft in 2025 echter binnen de door de nationale ontsnappingsclausule geboden flexibiliteit. Voor 2026 neemt de groei van de netto-uitgaven naar verwachting toe met 4,2 %, wat binnen het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 4,4 % ligt. Op cumulatieve basis bedraagt de verwachte afwijking in 2026 0,5 % van het bbp. De verwachte cumulatieve afwijking blijft in 2026 echter binnen de door de nationale ontsnappingsclausule geboden flexibiliteit. Bijgevolg voldoet Polen aan de maximale groei van de netto-uitgaven in de aanbeveling van de Raad.

Roemenië: De Raad heeft op 20 juni 2025 overeenkomstig artikel 126, lid 8, VWEU een besluit vastgesteld waarin wordt vastgesteld dat Roemenië geen effectief gevolg heeft gegeven aan de aanbeveling van de Raad van 21 januari 2025. Op 8 juli 2025 heeft de Raad een herziene aanbeveling vastgesteld met een herzien maximaal groeipad van de netto-uitgaven om uiterlijk in 2030 een einde te maken aan de buitensporigtekortsituatie in Roemenië. Volgens de najaarsprognoses 2025 van de Commissie neemt de groei van de netto-uitgaven van Roemenië in 2025 toe met 3,0 %, wat hoger is dan het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 2,8 %. Dit komt overeen met een jaarlijkse afwijking van 0,1 % van het bbp en een cumulatieve afwijking van 0,1 % van het bbp in 2025. Voor 2026 neemt de groei van de netto-uitgaven naar verwachting af met - 0,3 %, wat binnen het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 2,6 % ligt. Ook op cumulatieve basis blijft de groei van de netto-uitgaven binnen het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 5,5 %. Bijgevolg voldoet Roemenië aan de maximale groei van de netto-uitgaven in de aanbeveling van de Raad voor 2026, maar bestaat er een risico van niet-naleving in 2025.

Slowakije: Op 21 januari 2025 heeft de Raad een aanbeveling vastgesteld met een maximaal groeipad van de netto-uitgaven om uiterlijk in 2027 een einde te maken aan de buitensporigtekortsituatie in Slowakije. Volgens de najaarsprognoses 2025 van de Commissie neemt de groei van de netto-uitgaven van Slowakije in 2025 toe met 2,5 %, wat binnen het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 3,8 % ligt. Ook op cumulatieve basis blijft de groei van de netto-uitgaven binnen het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 10,3 %. Voor 2026 neemt de groei van de netto-uitgaven van Slowakije naar verwachting toe met 1,7 %, wat boven het door de Raad aanbevolen maximale groeipercentage van 0,9 % ligt. Dit komt overeen met een jaarlijkse afwijking van 0,3 % van het bbp en een cumulatieve afwijking van - 1,0 % van het bbp in 2026. De verwachte cumulatieve afwijking blijft in 2026 echter binnen de door de nationale ontsnappingsclausule geboden flexibiliteit. Bijgevolg voldoet Slowakije aan de maximale groei van de netto-uitgaven in de aanbeveling van de Raad.

Bijlage V: Schuldhoudbaarheidsanalyse

Deze bijlage bevat een analyse van de gevoeligheid van de ontwikkeling van de overheidsschuld voor mogelijke macro-economische schokken, zoals vereist op grond van artikel 7 van Verordening (EU) nr. 473/2013. Stochastische schuldprognoses worden gebruikt om te beoordelen wat de mogelijke impact op de dynamiek van de overheidsschuld is van risico’s voor de nominale bbp-groei, ontwikkelingen op de financiële markten en begrotingsschokken die van invloed zijn op de begrotingssituatie van de overheid 25 .

De stochastische prognoses verklaren de macro-economische onzekerheid rond één “centraal” schuldprojectiescenario in 2026-2030. In dit scenario wordt de gebruikelijke aanname van “ongewijzigd begrotingsbeleid” toegepast vanaf het laatste jaar van de prognosehorizon 26 . Als zodanig wordt in dit scenario na 2026 geen rekening gehouden met de toezeggingen inzake begrotingsconsolidatie in de door de lidstaten ingediende structurele begrotingsplannen voor de middellange termijn.

Schokken worden toegepast op de macro-economische omstandigheden die in het centrale scenario worden aangenomen om de verdeling van mogelijke schuldtrajecten te verkrijgen (de conus in de waaiergrafieken in grafiek 9). De conus stemt overeen met een brede reeks mogelijke macro-economische omstandigheden, met maximaal 10 000 gesimuleerde schokken in de groei, de rente op de korte en de lange termijn en het primaire saldo. De omvang en de correlatie van deze schokken weerspiegelen de historische volatiliteit en de verhoudingen tussen deze variabelen. De waaiergrafieken bieden dus probabilistische informatie over de schulddynamiek van de eurozone, rekening houdend met de mogelijkheid dat zich schokken voordoen in de groei, de rente en het primaire saldo waarvan de omvang de ontwikkelingen in het verleden weerspiegelen.

In de waaiergrafiek wordt het verwachte schuldtraject in het centrale scenario weergegeven als een rode lijn. Het mediaanresultaat van de simulaties wordt weergegeven als een zwarte stippellijn. De conus bestrijkt 80 % van alle mogelijke schuldtrajecten. De trajecten die zijn afgeleid van de 20 % minst waarschijnlijke schokken worden niet getoond. De verschillende kleurschakeringen binnen de conus vertegenwoordigen verschillende segmenten binnen de totale distributie van de mogelijke schuldtrajecten.

De mediane schuld voor 2030 wordt geraamd op 92,7 % van het bbp, dat wil zeggen dat het even waarschijnlijk is dat de schuld hoger of lager zal zijn dan dat niveau. Bovendien wijst het basisscenario op een lichte stijging van de schuldquote in de komende vijf jaar en blijkt uit de stochastische prognoses met een waarschijnlijkheid van 75 % dat de schuld in 2030 mogelijk hoger uitvalt dan in 2025.

Grafiek 9. Waaiergrafieken van stochastische schuldprognoses rond het basisscenario van de Commissie; eurozone

Bron: Najaarsprognoses 2025 van de Commissie

Opmerking: de stippellijn staat voor de mediaan, de rode lijn staat voor het basisscenario.

(1)

     De Commissie heeft de  najaarsprognoses 2025 gepubliceerd op 17 november 2025 en het Europees macro-economisch verslag (SWD(2025) 957) op 25 november 2025.

(2)

     Onder “netto-uitgaven” wordt verstaan de overheidsuitgaven ongerekend rente-uitgaven, discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde, uitgaven voor programma’s van de Unie die volledig met inkomsten uit Uniefondsen worden gefinancierd, nationale uitgaven voor medefinanciering van door de Unie gefinancierde programma’s, cyclische elementen van de uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen en eenmalige en andere tijdelijke maatregelen (artikel 2 van Verordening (EU) 2024/1263).

(3)

     De aanbeveling van de Raad tot vaststelling van de netto-uitgavenpaden voor elke lidstaat is beschikbaar onder “fiscal surveillance”  https://economy-finance.ec.europa.eu/economic-surveillance-eu-member-states/country-pages_en .

(4)

     Het najaarspakket bevat een verslag op grond van artikel 126, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie

(5)

     De Commissie en de hoge vertegenwoordiger hebben op 19 maart 2025 het Witboek over Europese defensie — Readiness 2030 gepresenteerd.  

(6)

     De begrotingskoers meet de kortetermijnimpuls voor de economie vanuit het discretionaire begrotingsbeleid.

(7)

De term “subsidies” heeft betrekking op overheidsuitgaven die worden gefinancierd met niet-terugbetaalbare steun (“subsidies”) uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen.

(8)

     Acht lidstaten hebben zich verbonden tot hervormingen en investeringen ter ondersteuning van een verlenging van de aanpassingsperiode: België, Duitsland, Finland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Roemenië en Spanje.

(9)

     Een overzicht van lopende en afgesloten buitensporigtekortprocedures is hier te vinden. In de aanbevelingen van de Raad overeenkomstig artikel 126, lid 7, betreffende de correctie van het buitensporige tekort wordt van de lidstaten die aan een BTP onderworpen zijn, verlangd dat zij om de zes maanden verslag uitbrengen over de maatregelen die zij naar aanleiding van de aanbeveling hebben genomen. Voor landen van de eurozone die aan een BTP onderworpen zijn, kan het ontwerpbegrotingsplan dienen als verslag over doeltreffende maatregelen.

(10)

     Overeenkomstig de wettelijke vereisten moeten aan de nationale begrotingen ten grondslag liggende macro-economische prognoses onafhankelijk worden opgesteld of bekrachtigd. In sommige lidstaten (België, Luxemburg, Nederland, Oostenrijk en Slovenië) worden de prognoses opgesteld door een nationale onafhankelijke begrotingsinstelling. In andere lidstaten worden de macro-economische prognoses bekrachtigd door de nationale begrotingsinstelling (Cyprus, Estland, Griekenland, Ierland, Italië, Kroatië, Letland, Litouwen, Malta, en Portugal en Spanje) of door een onafhankelijk comité van deskundigen (Duitsland en Slowakije). In Frankrijk beoordeelt de onafhankelijke begrotingsinstelling de macro-economische prognoses. In Finland stelt een afdeling van het ministerie van Financiën de macro-economische prognoses op in overeenstemming met de wettelijke vereisten van de EU inzake functionele onafhankelijkheid, maar is er geen officiële bekrachtiging door een onafhankelijke begrotingsinstelling. Sommige onafhankelijke begrotingsinstellingen van niet tot de eurozone behorende lidstaten beoordelen of bekrachtigen ook de macro-economische prognoses die in de jaarlijkse begrotingen worden gebruikt.

(11)

     De voor de beoordeling van de naleving relevante defensie-uitgaven zijn de nationaal gefinancierde defensie-uitgaven zoals gedefinieerd in de classificatie van overheidsfuncties (COFOG) in het kader van het Europees systeem van nationale rekeningen (ESR2010).

(12)

     Voor gedetailleerde landspecifieke tabellen die aan de beoordeling ten grondslag liggen, zie de statistische begrotingstabellen met achtergrondgegevens die relevant zijn voor de beoordeling van het begrotingsbeleid van de lidstaten, SWD(2025) 951 final, Brussel 25.11.2025.

(13)

     Artikel 2, lid 2, van Verordening (EG) 1467/97, zoals gewijzigd.

(14)

     De intensivering van de procedure houdt in dat de Commissie de Raad aanbeveelt overeenkomstig artikel 126, lid 8, een besluit vast te stellen waarbij wordt vastgesteld dat er geen sprake is van doeltreffende maatregelen.

(15)

     De Commissie blijft de begrotingsontwikkelingen in België en Spanje monitoren en heeft bij het opstellen van haar najaarsprognoses rekening gehouden met alle relevante beleidsmaatregelen. Spanje heeft ook voor 2025 geen ontwerpbegrotingsplan ingediend.

(16)

     In het advies van de Commissie wordt geconcludeerd dat het ontwerpbegrotingsplan van Oostenrijk voor 2025 en 2026 in overeenstemming is met de bepalingen van het stabiliteits- en groeipact. Advies van de Commissie over het ontwerpbegrotingsplan van Oostenrijk, 23.6.2025, COM(2025) 4106 final.

(17)

     De Commissie is echter van mening dat Finland niet voldoet aan het tekortcriterium van artikel 126 VWEU en dat, hoewel de Raad de nationale ontsnappingsclausule voor Finland heeft geactiveerd, het tekort boven de referentiewaarde in 2025 niet volledig door de stijging van de defensie-uitgaven kan worden verklaard (zie hieronder).

(18)

     Na de toetreding tot de eurozone op 1 januari 2026 zal Bulgarije onderworpen zijn aan dezelfde rapportageverplichtingen als alle andere lidstaten van de eurozone, met inbegrip van de indiening van een ontwerpbegrotingsplan in het najaar.

(19)

     Verslag van de Commissie opgesteld overeenkomstig artikel 126, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, 25.11.2025, COM(2025) 950 final. In dat verslag worden de overheidstekorten getoetst aan de vereisten van het Verdrag om te kunnen concluderen of er een risico van een buitensporig tekort in een lidstaat bestaat. In de adviezen van de Commissie over de ontwerpbegrotingsplannen worden de voor 2026 verwachte netto-uitgaven daarentegen getoetst aan de desbetreffende aanbevelingen van de Raad.

(20)

     Voor landen die aan een BTP onderworpen zijn, kan het voorjaarsverslag 2026 over het gevolg dat is gegeven aan de aanbeveling van de Raad overeenkomstig artikel 126, lid 7, betreffende de correctie van het buitensporige tekort, in het jaarlijkse voortgangsverslag worden opgenomen.

(21)

     Zie ook kader 1 voor een beschrijving van mogelijke toezichtstappen in geval van een positieve afwijking van de aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven. Een gedetailleerde toelichting van de controlerekening is opgenomen in de statistische begrotingstabellen met achtergrondgegevens die relevant zijn voor de beoordeling van het begrotingsbeleid van de lidstaten, SWD(2025) 951 final, Brussel 25.11.2025.

(22)

     Het aggregaat van de netto-uitgaven dat wordt gebruikt om de begrotingskoers te beoordelen, omvat uitgaven gefinancierd met subsidies uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen. De begrotingskoers wordt als grotendeels neutraal beschouwd met een waarde binnen de marge van - 0,25 % / + 0,25 % van het bbp, terwijl hij buiten deze marge als expansief (–) of contractief (+) wordt beschouwd.

(23)

     De potentiële bbp-groei op middellange termijn voor 2026 in de eurozone wordt geraamd op 1,2 %.

(24)

     Wat van belang is voor de houdbaarheid van de begroting, is het nationaal gefinancierde deel van de begrotingskoers (d.w.z. zonder het effect van EU-financiering), dat licht contractief zou moeten zijn in lidstaten met grote uitdagingen op begrotingsgebied.

(25)

     De hier gebruikte methodologie voor stochastische overheidsschuldprognoses wordt gepresenteerd in Bec et al. (2025), The stochastic simulations of the Commission’s debt sustainability analysis: a refined approach, ECFIN Discussion Paper Series.

(26)

     In de najaarsprognoses 2025 van de Commissie is rekening gehouden met begrotingsbeleidsmaatregelen die werden vastgesteld of ten minste geloofwaardig werden aangekondigd en met informatie die beschikbaar was op 31 oktober 2025. Na 2026 wordt het structurele primaire saldo alleen gewijzigd door de verwachte (netto)kosten van de vergrijzing.