Brussel, 8.10.2025

COM(2025) 851 final

2025/0210(BUD)

NOTA VAN WIJZIGINGEN Nr. 1 BIJ HET ONTWERP VAN ALGEMENE BEGROTING 2026

Aanpassingen van de betalingskredieten







Geactualiseerde geraamde behoeften voor landbouwuitgaven







Andere aanpassingen en technische actualiseringen






Gezien:

het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name op artikel 314, in samenhang met het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name op artikel 106bis,

Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad van 14 december 2020 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie 1 , dat op 1 juni 2021 in werking is getreden,

Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking) 2 , en met name artikel 42,

het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2026, zoals goedgekeurd door de Commissie op 9 juli 2025 3 ,

dient de Europese Commissie, om de in de toelichting vermelde redenen, bij het Europees Parlement en de Raad nota van wijzigingen nr. 1 bij het ontwerp van algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2026 in.

WIJZIGINGEN IN DE STAAT VAN ONTVANGSTEN EN UITGAVEN PER AFDELING

De wijzigingen in de algemene staat van uitgaven en ontvangsten en in de staten van ontvangsten en uitgaven per afdeling zijn beschikbaar via EUR-Lex ( https://eur-lex.europa.eu/budget/www/index-nl.htm ). Ter informatie is een Engelse versie van de wijzigingen in deze staat als budgettaire bijlage bijgevoegd.

1.Inleiding

Nota van wijzigingen nr. 1 (NvW 1/2026) bij de ontwerpbegroting voor 2026 (OB 2026) heeft betrekking op de volgende elementen, als gevolg van nieuwe beschikbare informatie in de zin van artikel 42 van Verordening (EU, Euratom) 2024/2509:

¾Aanpassing van de betalingskredieten om rekening te houden met de geraamde netto budgettaire impact in 2026 van de vastgestelde wetgeving in verband met de tussentijdse evaluatie van het cohesiebeleid;

¾Actualisering van de behoeften voor de rentelpost NextGenerationEU;

¾Actualisering van de geraamde behoeften, bestemmingsontvangsten en kredieten voor landbouwuitgaven. In NvW 1/2026 wordt niet alleen rekening gehouden met veranderende marktfactoren, maar ook met de impact van de besluiten die in de landbouwsector zijn genomen sinds de vaststelling van de OB 2026 in juli 2025, alsmede met andere voorstellen die naar verwachting in 2026 een aanzienlijk effect zullen sorteren;

¾Actualisering van de verdeling tussen de reserve en de operationele begrotingsonderdelen voor de partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij (PODV’s), rekening houdend met de nieuwe protocollen met Ivoorkust, Sao Tomé en Principe en de Cookeilanden;

¾Aanpassing van het aantal posten in de personeelsformatie van het Europees Uitvoerend Agentschap voor gezondheid en digitaal beleid (HaDEA) naar aanleiding van een delegatie van aanvullende taken in het kader van de verordening kritieke grondstoffen 4 ;

¾Verhoging van de betalingskredieten voor het begrotingsonderdeel van de Economische en Monetaire Unie (EMU) ter ondersteuning van de invoering van de euro in Bulgarije;

¾Aanpassing van de begrotingsnomenclatuur met betrekking tot de mogelijkheid van overdracht van middelen van het Sociaal Klimaatfonds (SCF) naar het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+), het Cohesiefonds (CF), het Fonds voor een rechtvaardige transitie (JTF) en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur (EFMZVA)

¾Aanpassingen van de EU-bijdrage van verschillende gedecentraliseerde agentschappen, als volgt:

·Een verhoging van de middelen van het Europees Milieuagentschap (EEA) om rekening te houden met het voorlopige akkoord in de onderhandelingen over de richtlijn bodemmonitoring. Voorgesteld wordt de extra bedragen te compenseren door een gelijkwaardige verlaging van middelen van het programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE);

·Een vermindering van de reserve voor de verordening betreffende de hertoewijzing van taken aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen — milieurichtlijnen en internationale verdragen (ECHA-ENV), als gevolg van de herziene financiële gevolgen wegens een vertraging in de wetgevingsonderhandelingen. De overeenkomstige kredieten worden teruggeboekt naar het LIFE-programma;

·Een verhoging van de EU-bijdrage aan het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) om de volledige functionaliteit van de nieuwe IT-oplossing te waarborgen en de cyberbeveiliging in het Agentschap te verbeteren. Voorgesteld wordt de verhoging te compenseren door middel van een equivalente verlaging van de kredieten van het Fonds voor interne veiligheid.

In totaal is het netto-effect van NvW 1/2026 op de uitgaven van de OB 2026 een daling met 386,1 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en met 1 888,8 miljoen EUR aan betalingskredieten.



(In miljoen EUR)

Programma

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

Europees Fonds voor Regionale Ontwikkeling (EFRO)

0,0

-1 300,0

Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+)

0,0

-100,0

Rentepost van het EURI

-51,0

-51,0

Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF)

-335,1

-440,1

Partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij (PODV’s)

0,0

0,0

Economische en monetaire unie (EMU)

0,0

2,3

Aanpassingen aan sommige gedecentraliseerde agentschappen

0,0

0,0

Technische correcties

0,0

0,0

Totaal

-386,1

-1 888,8

Meer informatie over elk onderdeel is te vinden in de volgende paragrafen.

De desbetreffende begrotingsonderdelen zijn in de budgettaire bijlage opgenomen, samen met de actualisering van de ontvangsten die voortvloeien uit de in deze nota van wijzigingen opgenomen wijzigingen in de uitgaven.

2.Aanpassing van de betalingskredieten in verband met de tussentijdse evaluatie van het cohesiebeleid

Op 18 september 2025 zijn Verordening (EU) 2025/1914 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1058 en Verordening (EU) 2021/1056 wat betreft specifieke maatregelen voor het aanpakken van strategische uitdagingen in het kader van de tussentijdse evaluatie en Verordening (EU) 2025/1913 van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1057 tot oprichting van het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) wat betreft specifieke maatregelen voor het aanpakken van strategische uitdagingen vastgesteld 5 .

Deze verordeningen wijzigen het niveau van de financiële stimulansen die de lidstaten worden geboden om hun programma’s tijdens de tussentijdse evaluatie van het cohesiebeleid aan te passen ten opzichte van de oorspronkelijke voorstellen van de Commissie. Dit betreft met name de voorfinancierings- en medefinancieringspercentages en de wijzigingen van de drempels die aanleiding geven tot deze financiële stimulansen. Als gevolg daarvan worden de netto budgettaire gevolgen voor de betalingskredieten in de begroting 2026 geraamd op 2,7 miljard EUR. Dit is een vermindering met 1,4 miljard EUR ten opzichte van de geraamde budgettaire impact van het Commissievoorstel van 4,1 miljard EUR, dat oorspronkelijk was opgenomen in de OB 2026.

Tegelijkertijd heeft de Commissie eind juli de geactualiseerde cohesieprognoses van de lidstaten voor 2026 ontvangen. Deze bevestigden de algemene aannames die de Commissie heeft gebruikt voor de geraamde betalingsbehoeften voor rubriek 2a (Economische, sociale en territoriale cohesie) in de OB 2026, hetgeen resulteerde in een stijging van het totale niveau van de betalingskredieten met 79,5 % ten opzichte van de begroting 2025.

Daarom wordt voorgesteld het niveau van de betalingskredieten voor het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) en het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) aan te passen aan de resultaten van de wetgeving met betrekking tot de tussentijdse evaluatie van het cohesiebeleid, zoals weergegeven in de onderstaande tabel.

EUR

Begrotingsonderdeel

Benaming

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

Afdeling III – Commissie

05 02 01

EFRO — Beleidsuitgaven

0

-1 300 000 000

07 02 01

ESF+ onderdeel gedeeld beheer — Beleidsuitgaven

0

-100 000 000

Totaal    

0

-1 400 000 000

3.Financieringskosten NextGenerationEU

In het kader van de OB 2026 heeft de Commissie, op basis van prognoses van NGEU-uitbetalingen en rentetarieven tot het einde van het derde kwartaal van 2025, een totaalbedrag van 8 021,0 miljoen EUR voorgesteld voor de kosten van NGEU-leningen (EURI-rentepost). Dit financieringsniveau kwam neer op een verhoging met 4 276,4 miljoen EUR ten opzichte van de financiële programmering voor 2026.

Per 30 september 2025 bedroegen alle uitbetalingen van niet-terugbetaalbare NGEU-steun in het derde kwartaal van 2025 in totaal 55,6 miljard EUR aan NGEU-uitbetalingen, ofwel 5,5 miljard EUR lager dan ten tijde van de opstelling van de ontwerpbegroting 2026. Dit heeft geleid tot lagere financieringskosten, die gedeeltelijk zijn gecompenseerd door een stijging van ongeveer 100 miljoen EUR aan liquiditeitsbeheerskosten (die nu worden geraamd op in totaal 350 miljoen EUR).

De uiteindelijke geraamde financieringskosten voor de begroting 2026 bedragen derhalve 7 970 miljoen EUR, d.w.z. 4 225,4 miljoen EUR extra behoeften bovenop de financiële programmering voor 2026. Dit bedrag is definitief, in overeenstemming met de herziene aanpak, op grond waarvan de Commissie de begroting van de EURI-rentepost zal baseren op de omvang van de uitbetalingen aan het einde van het derde kwartaal van het voorgaande jaar. Deze aanpak biedt een stabiele basis voor de toepassing van het EURI- cascademechanisme tegen de datum van de nota van wijzigingen bij de ontwerpbegroting.

De uiteindelijke kosten voor de rentepost worden dus met 51 miljoen EUR verlaagd ten opzichte van de OB 2026. De Commissie stelt voor het niveau van de vastleggings- en betalingskredieten van de EURI-rentepost dienovereenkomstig te verlagen, zoals blijkt uit de onderstaande tabel.

EUR

Begrotingsonderdeel

Benaming

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

Afdeling III – Commissie

06 04 01

Herstelinstrument voor de Europese Unie (EURI) — Periodieke couponbetaling en aflossing op de vervaldatum

-51 000 000

-51 000 000

Totaal    

-51 000 000

-51 000 000

Voorgesteld wordt de definitieve totale behoeften van 4 225,4 miljoen EUR boven de financiële programmering voor 2026 in gelijke delen te financieren, d.w.z. 2 122,7 miljoen EUR elk, uit de bestaande beschikbare middelen en uit het EURI-instrument dat wordt gedekt door eerdere vrijmakingen. Om de 50 % van de bestaande beschikbare middelen te dekken, wordt eerst voorgesteld de resterende marge onder subrubriek 2b ten belope van 72,8 miljoen EUR te gebruiken, aangevuld met de beschikbaarstelling van 2 039,9 miljoen EUR in het kader van het flexibiliteitsinstrument. In vergelijking met de OB 2026 wordt het gebruik van zowel het flexibiliteitsinstrument als het EURI-instrument dus elk met 25,5 miljoen EUR verminderd.

4.Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF)

NvW 1/2026 actualiseert de ramingen voor landbouwuitgaven op basis van de recentste gegevens en het recentste wetgevingskader. In september 2025 beschikte de Commissie over geactualiseerde informatie over de vooruitzichten voor de landbouwmarkten en over de feitelijke cijfers voor het grootste deel van de begrotingsuitvoering voor 2025 voor het onderdeel van het ELGF onder gedeeld beheer. Deze gegevens vormen de basis voor de geactualiseerde ramingen van de begrotingsbehoeften voor 2026.

Behalve met deze factoren houdt NvW 1/2026 ook rekening met de impact van wetgevingsbesluiten in de landbouwsector die zijn genomen sinds de vaststelling van de OB 2026 in juli 2025.

De totale ELGF-behoeften voor 2026, met inbegrip van de landbouwreserve, worden nu geraamd op 41 331,2 miljoen EUR 6 . Dit is een stijging met 426 miljoen EUR ten opzichte van de OB 2026, die het gevolg is van respectievelijk:

1)extra behoeften ten belope van 78,9 miljoen EUR voor de landbouwreserve voor de in 2025 vastgestelde buitengewone maatregelen waarvoor de uitgaven in het landbouwjaar 2026 zullen worden gedeclareerd;

2)extra behoeften ten belope van 91 miljoen EUR voor marktmaatregelen en interventies van de lidstaten in het kader van de begrotingsartikelen 08 02 02 en 08 02 03. Dit bedrag omvat een verhoging voor afzetbevorderingsmaatregelen met 105 miljoen EUR en verlagingen voor de sectoren groenten en fruit en bijenteelt met respectievelijk 13 miljoen EUR en 1 miljoen EUR;

3)extra behoeften ten belope van 157 miljoen EUR voor rechtstreekse betalingen, aangezien de uitvoeringsniveaus in 2026 naar verwachting hoog zullen blijven, in navolging van de trend van 2025;

4)extra behoeften ten belope van 98,6 miljoen EUR onder begrotingsartikel 08 02 06 “Beleidsstrategie, coördinatie en controle”, de mogelijke financiële gevolgen van uitspraken van het Hof van Justitie die oorspronkelijk werden verwacht en begroot voor 2025, maar die werden uitgesteld; 

5)een verhoging van de ELGF-subsidie voor het Europees Uitvoerend Agentschap onderzoek (REA) met 0,5 miljoen EUR voor de uitvoering van de in punt 2 bedoelde afzetbevorderingsmaatregelen.

In 2025 werden buitengewone maatregelen in het kader van de landbouwreserve vastgesteld voor een bedrag van 177,5 miljoen EUR. Daarvan zal 98,6 miljoen EUR in 2025 worden betaald, terwijl 78,9 miljoen EUR zal worden overgedragen naar 2026 overeenkomstig artikel 16, lid 2, van de horizontale GLB-verordening 7 . Dit verhoogt de landbouwreserve in 2026 tot 528,9 miljoen EUR, waardoor 450 miljoen EUR beschikbaar blijft voor nieuwe maatregelen. De reserve zal worden gefinancierd door een combinatie van het niet-bestede bedrag van de naar 2026 overgedragen landbouwreserve 2025 (356,3 miljoen EUR) en aanvullende goedgekeurde ELGF-kredieten voor 2026 (172,6 miljoen EUR).

Anderzijds zal het totale bedrag aan bestemmingsontvangsten en overgedragen kredieten (met inbegrip van de landbouwreserve) dat naar verwachting in 2026 beschikbaar zal zijn, stijgen van 440 miljoen EUR in de OB 2026 tot 1 201,1 miljoen EUR. Naast de in de vorige paragraaf genoemde overdracht van 356,3 miljoen EUR uit de landbouwreserve, is dit overschot van 761,1 miljoen EUR grotendeels het gevolg van hoger dan verwachte bestemmingsontvangsten uit de goedkeuring van de ELGF-rekeningen in 2025. Hiermee worden de verwachte extra behoeften in 2026, die 426 miljoen EUR bedragen, dus volledig gedekt.

Als gevolg van deze actualiseringen bedraagt het totale bedrag aan vastleggingskredieten voor het ELGF 40 130,1 miljoen EUR (inclusief 172,6 miljoen EUR aan nieuwe kredieten voor de landbouwreserve). Dit laat een marge van 411,1 miljoen EUR onder het submaximum voor het ELGF, ongerekend overdrachten, van 40 541,2 miljoen EUR. Zoals gebruikelijk zal de Commissie in de loop van het jaar nauwlettend toezien op de behoeften voor het ELGF, ook voor de landbouwreserve, en zal zij, indien en voor zover nodig, passende begrotingsoplossingen voorstellen.

EUR

Begrotingsonderdeel

Benaming

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

Afdeling III – Commissie

08 01 01

Ondersteunende uitgaven voor het Europees Landbouwgarantiefonds

500 000

500 000

08 02 01

Landbouwreserve

-277 368 619

-277 368 619

08 02 02

Interventietypen in bepaalde sectoren in het kader van de strategische GLB-plannen

-11 000 000

-11 000 000

08 02 03

Marktgerelateerde uitgaven buiten de strategische GLB-plannen

102 000 000

-3 000 000

08 02 04

Interventietypes in de vorm van rechtstreekse betalingen in het kader van de strategische GLB-plannen

-247 821 370

-247 821 370

08 02 06

Beleidsstrategie, coördinatie en audits

98 550 000

98 550 000

Totaal    

-335 139 989

-440 139 989

5.Actualisering van de partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij

De Commissie heeft de recentste beschikbare informatie over partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij (PODV) onderzocht en de verwachte behoeften voor 2026 geëvalueerd op basis van de ontwikkelingen in de onderhandelingsprocessen met de betrokken derde landen, zoals bepaald in deel II, punt C, van het Interinstitutioneel Akkoord (IIA) 8 . Op basis van deze evaluatie stelt de Commissie een overschrijving voor van 2,0 miljoen EUR aan vastleggings- en betalingskredieten uit de reserve naar het belangrijkste PODV-begrotingsonderdeel voor beleidsuitgaven. Deze begrotingsneutrale overschrijving heeft betrekking op nieuwe protocollen met Ivoorkust, Sao Tomé en Principe en de Cookeilanden.

Met de voorgestelde aanpassing bedragen de totale beschikbare vastleggingskredieten voor de partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij 114,2 miljoen EUR in de reserve en 39,7 miljoen EUR op het belangrijkste begrotingsonderdeel voor beleidsuitgaven. Wat de betalingskredieten betreft, zal het totale bedrag van 130,4 miljoen EUR een bedrag van 85,9 miljoen EUR in de vorm van een reserve omvatten.

EUR

Begrotingsonderdeel

Benaming

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

Afdeling III – Commissie

08 05 01

Vaststelling van een governancekader voor visserijactiviteiten die vissersvaartuigen van de Unie in de wateren van derde landen verrichten

2 025 000

2 025 000

30 02 02

Gesplitste kredieten (Reserve voor begrotingsartikel 08 05 01)

-2 025 000

-2 025 000

Totaal    

0

0

6.Europees Uitvoerend Agentschap voor gezondheid en digitaal beleid (Hadea)

Voorgesteld wordt de personeelsformatie van HaDEA in 2026 met één post te versterken. Dit zal ervoor zorgen dat het agentschap de aanvullende taken kan uitvoeren die in het kader van de verordening kritieke grondstoffen aan het agentschap zijn gedelegeerd. Het agentschap zal de desbetreffende kosten voor 2026 kunnen financieren binnen zijn begroting, zoals voorgesteld in de OB 2026, en daarom zijn hiervoor geen extra kredieten nodig.

De desbetreffende wijzigingen van de personeelsformatie zijn opgenomen in de begrotingsbijlage.

7.Verhoging van de middelen van begrotingsonderdeel Economische en Monetaire Unie (EMU) voor de invoering van de euro door Bulgarije

Bulgarije zal op 1 januari 2026 toetreden tot de eurozone. Dit volgt op het positieve convergentieverslag van de Europese Commissie van 4 juni, bevestigd door het advies van het Europees Parlement en het definitieve besluit van de Raad Ecofin van 8 juli.

Net als bij eerdere overstappen op de euro en in overeenstemming met de partnerschapsovereenkomst voor de organisatie van communicatieactiviteiten die op 12 april 2024 tussen de Europese Commissie en de Republiek Bulgarije is ondertekend, zal de Commissie de communicatieactiviteiten van Bulgarije medefinancieren tot maximaal 50 % van de kosten. De totale kosten komen overeen met 1 EUR per inwoner.

Met het oog op de medefinanciering door de EU werd in de gewijzigde begroting nr. 2/2025 verzocht om een verhoging met 3,3 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 1 miljoen EUR aan betalingskredieten ter dekking van de voorfinanciering voor 2025, gefinancierd door een gelijkwaardige beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument. Voor de uitvoering van de saldobetaling (70 % van het bedrag van de subsidieovereenkomst met Bulgarije) wordt voor 2026 een extra bedrag van 2,3 miljoen EUR aan betalingskredieten gevraagd. In overeenstemming met de beschikbaarstelling in gewijzigde begroting 2/2025 wordt dit bedrag gefinancierd door middel van een equivalente beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument.

EUR

Begrotingsonderdeel

Benaming

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

Afdeling III – Commissie

06 20 04 01

Coördinatie van en toezicht op en communicatie over de economische en monetaire unie inclusief de euro

0

2 334 500

Totaal    

0

2 334 500

8.Invoering van de begrotingsnomenclatuur met betrekking tot de mogelijkheid van overdrachten van het Sociaal Klimaatfonds (SCF) naar het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+), het Cohesiefonds (CF), het Fonds voor een rechtvaardige transitie (JTF) en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur (EFMZVA)

Er wordt een aanpassing van de begrotingsnomenclatuur voorgesteld om te voorzien in de mogelijkheid van overdrachten van het Sociaal Klimaatfonds (SCF) naar het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+), het Cohesiefonds (CF), het Fonds voor een rechtvaardige transitie (JTF) en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur (EFMZVA) Bijgevolg moeten de volgende nieuwe begrotingsonderdelen worden gecreëerd:

EUR

Begrotingsonderdeel

Benaming

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

Afdeling III – Commissie

09 05 02

Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) – Bijdrage van het Sociaal Klimaatfonds (SCF)

p.m.

p.m.

09 05 03

Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) – Bijdrage van het Sociaal Klimaatfonds (SCF)

p.m.

p.m.

09 05 04

Cohesiefonds (CF) - Bijdrage van het Sociaal Klimaatfonds (SCF)

p.m.

p.m.

09 05 05

Fonds voor een rechtvaardige transitie (JTF) - Bijdrage van het Sociaal Klimaatfonds (SCF)

p.m.

p.m.

09 05 06

Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur (EFMZVA) – Bijdrage van het Sociaal Klimaatfonds (SCF)

p.m.

p.m.

Totaal    

0

0

De desbetreffende toelichtingen zijn in de begrotingsbijlage te vinden.

9.Aanpassingen aan gedecentraliseerde agentschappen

9.1Verhoging van de middelen van het Europees Milieuagentschap (EEA)

De voorlopige overeenkomst van de medewetgevers over richtlijn bodemmonitoring vereist een verhoging van de middelen van het EEA met het equivalent van 1 extra arbeidscontractant vanaf 2026. De overeenkomst voorziet ook in een aanvullend aanbestedingsbudget voor de ontwikkeling van een nieuw Copernicus-product voor bodemverwijdering, voor het monitoren van bodemafdekking en het integreren van de gegevens in het digitale portaal voor bodemgezondheidsgegevens. De overeenkomst vereiste een herziening van het financieel memorandum en het digitale memorandum, dat pas in mei kon worden uitgebracht, en vanwege het tijdschema was het te laat om in het voorstel van de Commissie voor de ontwerpbegroting 2026 te worden opgenomen. Daarom wordt nu voorgesteld de verhoging van de vastleggings- en betalingskredieten voor het EEA met 0,3 miljoen EUR in 2026 op te nemen. Voorgesteld wordt dit bedrag volledig te compenseren met het LIFE-programma.

EUR

Begrotingsonderdeel

Benaming

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

Afdeling III – Commissie

09 10 02

Europees Milieuagentschap

296 135

296 135

09 02 01

Natuur en biodiversiteit

-296 135

-296 135

Totaal    

0

0

9.2Terugboeking uit een reserve voor het Europees Agentschap voor chemische stoffen — milieurichtlijnen en internationale verdragen (ECHA — ENV)

Voorgesteld wordt de reserve voor de verordening betreffende de herverdeling van taken voor het ECHA-ENV in 2026 met 1 miljoen EUR te verminderen als gevolg van een vertraging in de wetgevingsonderhandelingen. Voorgesteld wordt de overeenkomstige kredieten terug te boeken naar het LIFE-programma.

EUR

Begrotingsonderdeel

Benaming

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

Afdeling III – Commissie

30 02 02

Gesplitste kredieten (Reserve voor begrotingsartikel 09 10 01)

-1 000 000

-1 000 000

09 02 02

Circulaire economie en levenskwaliteit

1 000 000

1 000 000

Totaal    

0

0

9.3Verhoging voor het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol)

De Commissie stelt voor de EU-bijdrage aan het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) te verhogen met 0,5 miljoen EUR aan vastleggings- en betalingskredieten, om ervoor te zorgen dat de nieuwe IT-oplossing die door de Commissie na de cyberaanval in 2024 is verstrekt, volledig operationeel is, en om de cyberbeveiliging in het Agentschap te verbeteren.

Voorgesteld wordt de verhoging te financieren door middel van een overeenkomstige verlaging van de kredieten van het Fonds voor interne veiligheid.

EUR

Begrotingsonderdeel

Benaming

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

Afdeling III – Commissie

12 02 01

Fonds voor interne veiligheid (ISF)

-500 000

-500 000

12 10 02

Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol)

500 000

500 000

Totaal    

0

0

10.Technische correcties in verband met de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

In verband met de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming in rubriek 7 moeten de volgende technische aanpassingen worden doorgevoerd:

¾In de OB 2026 heeft de Commissie de personeelsbezetting voor alle instellingen stabiel gehouden, wat heeft geleid tot een vermindering van de verzoeken van de instellingen om bezoldiging en vergoedingen. Voor de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) werd de verlaging van de begroting voor salarissen en vergoedingen uitsluitend toegepast op het begrotingsonderdeel van de EDPS. Deze aanpassing had echter moeten worden toegepast op zowel de begrotingsonderdelen van de EDPS als die van het Europees Comité voor gegevensbescherming (EDPB), zoals de EDPS oorspronkelijk had bedoeld in het verzoek om extra personeel in de OB 2026. Als gevolg daarvan worden de EDPB-begrotingsonderdelen verlaagd met 593 104 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten, met een overeenkomstige verhoging van de EDPS-begrotingsonderdelen.

¾Daarnaast heeft de EDPS verzocht om een technische correctie tussen de begrotingsonderdelen 3 0 4 1 (Vertaling en vertolking) en 3 0 4 7 (Overige huishoudelijke uitgaven), die hierbij wordt uitgevoerd.

Beide aanpassingen hebben een neutraal effect op de begroting en worden weergegeven in de onderstaande tabel:

EUR

Begrotingsonderdeel

Benaming

Vastleggingskredieten

Betalingskredieten

Afdeling IX — Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming

1 1 0 0

Salarissen en vergoedingen

519 000

519 000

1 1 1 0

Arbeidscontractanten

74 104

74 104

3 0 1 0

Salarissen en vergoedingen

-519 000

-519 000

3 0 2 0

Arbeidscontractanten

-74 104

-74 104

3 0 4 1

Vertaling en vertolking

-59 126

-59 126

3 0 4 7

Overige operationele uitgaven

59 126

59 126

Totaal    

0

0

11.Financiering

In totaal is het netto-effect van NvW 1/2026 op de uitgaven van de OB 2026 een daling met 386,1 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en met 1 888,8 miljoen EUR aan betalingskredieten.

De verlaging met 51 miljoen EUR voor de extra behoeften boven de financiële programmering voor het EURI-begrotingsonderdeel in 2026 leidt tot een daling van de beschikbaarstelling van zowel het flexibiliteitsinstrument als het EURI-instrument aan vastleggings- en betalingskredieten met elk 25,5 miljoen EUR.

Wijzigingen van het EMU-begrotingsonderdeel en de vorige beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument in gewijzigde begroting nr. 2/2025 leiden tot een toename van de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument met 2,3 miljoen EUR aan betalingskredieten. Het netto-effect in NvW 1/2026 is dus een daling van de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument met 23,2 miljoen EUR aan betalingskredieten.

De betalingskredieten voor 2026 in verband met de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument in 2023 tot en met 2026 worden dus nu geraamd op 2 443,6 miljoen EUR in lopende prijzen. Het geraamde betalingsschema van de desbetreffende uitstaande bedragen voor deze jaren wordt in de volgende tabel gespecificeerd:

Flexibiliteitsinstrument — betalingsprofiel (in miljoen EUR)

Jaar van beschikbaarstelling

2026

2027

Buiten het MFK

Totaal

2023

83,2

0,0

0,0

83,2

2024

83,7

46,3

0,0

129,9

2025

15,8

9,4

5,7

30,9

2026

2 260,9

0,0

0,0

2 260,9

Totaal

2 443,6

55,7

5,7

2 540,9



12.Samenvatting per MFK-rubriek

 

Ontwerpbegroting 2026

Nota van wijzigingen nr. 1 (NvW 1) bij de ontwerpbegroting 2026

Ontwerpbegroting 2026 met NvW nr 1

VK

BK

VK

BK

VK

BK

1

Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid

22 054 411 197

23 309 360 126

 

 

22 054 411 197

23 309 360 126

 

Plafond

22 210 000 000

 

 

 

22 210 000 000

 

 

Marge

155 588 803

 

 

 

155 588 803

 

2

Cohesie, veerkracht en waarden

71 726 138 425

74 617 397 666

-51 000 000

-1 448 665 500

71 675 138 425

73 168 732 166

 

Plafond

67 523 000 000

 

 

 

67 523 000 000

 

 

waarvan onder flexibiliteitsinstrument

2 065 413 428

 

-25 500 000

 

2 039 913 428

 

 

waarvan onder EURI

2 138 223 000

 

-25 500 000

 

2 112 723 000

 

 

Marge

498 003

 

 

 

498 003

 

2a.

Economische, sociale en territoriale cohesie

56 592 501 997

59 697 735 625

 

-1 400 000 000

56 592 501 997

58 297 735 625

 

Plafond

56 593 000 000

 

 

 

56 593 000 000

 

 

waarvan onder flexibiliteitsinstrument

 

 

 

 

 

 

 

Marge

498 003

 

 

 

498 003

 

2b.

Veerkracht en waarden

15 133 636 428

14 919 662 041

-51 000 000

-48 665 500

15 082 636 428

14 870 996 541

 

Plafond

10 930 000 000

 

 

 

10 930 000 000

 

 

waarvan onder flexibiliteitsinstrument

2 065 413 428

 

-25 500 000

 

2 039 913 428

 

 

waarvan onder EURI

2 138 223 000

 

-25 500 000

 

2 112 723 000

 

 

Marge

 

 

 

 

 

 

3

Natuurlijke hulpbronnen en milieu

56 971 882 355

53 133 437 506

-335 139 989

-440 139 989

56 636 742 366

52 693 297 517

 

Plafond

57 100 000 000

 

 

 

57 100 000 000

 

 

Marge

128 117 645

 

335 139 989

 

463 257 634

 

 

waarvan: Marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen

40 465 226 756

40 517 034 090

-335 139 989

-440 139 989

40 130 086 767

40 076 894 101

 

ELGF-submaximum

41 764 000 000

 

 

 

41 764 000 000

 

 

Afrondingsverschil uitgesloten voor de berekening van de submarge

773 000

 

 

 

773 000

 

 

Netto-overdrachten tussen ELGF en Elfpo

-1 222 773 000

 

 

 

-1 222 773 000

 

 

Nettosaldo dat voor uitgaven uit het ELGF beschikbaar is 

40 541 227 000

 

 

 

40 541 227 000

 

 

Aangepast ELGF-submaximum gecorrigeerd door overdrachten tussen ELGF en Elfpo

40 542 000 000

 

 

 

40 542 000 000

 

 

ELGF-submarge

76 773 244

 

335 139 989

 

411 913 233

 

 

ELGF-submarge (exclusief afrondingsverschil)

76 000 244

 

335 139 989

 

411 140 233

 

4

Migratie en grensbeheer

5 010 000 515

3 886 530 129

 

 

5 010 000 515

3 886 530 129

 

Plafond

5 103 000 000

 

 

 

5 103 000 000

 

 

Marge

92 999 485

 

 

 

92 999 485

 

5

Veiligheid en defensie

2 803 506 939

2 250 800 408

 

 

2 803 506 939

2 250 800 408

 

Plafond

2 810 000 000

 

 

 

2 810 000 000

 

 

waarvan onder flexibiliteitsinstrument

 

 

 

 

 

 

 

Marge

6 493 061

 

6 493 061

 

6

Nabuurschap en internationaal beleid

15 505 020 092

16 511 670 072

15 505 020 092

16 511 670 072

 

Plafond

15 614 000 000

 

15 614 000 000

 

 

waarvan onder flexibiliteitsinstrument

 

 

 

 

 

Marge

108 979 908

 

108 979 908

 

7

Europees openbaar bestuur

13 475 160 508

13 475 160 508

 

 

13 475 160 508

13 475 160 508

 

Plafond

12 506 000 000

 

 

 

12 506 000 000

 

 

waarvan onder flexibiliteitsinstrument

220 957 069

 

 

 

 

 

 

Waarvan in het kader van het enkelvoudig marge-instrument artikel 11, lid 1, punt a)

748 203 439

 

 

 

748 203 439

 

 

Marge

 

 

 

 

 

 

 

waarvan: administratieve uitgaven van de instellingen

10 127 840 831

10 127 840 831

 

 

10 127 840 831

10 127 840 831

 

Submaximum

9 464 000 000

 

 

 

9 464 000 000

 

 

waarvan onder flexibiliteitsinstrument

 

 

 

 

 

 

 

Waarvan in het kader van het enkelvoudig marge-instrument artikel 11, lid 1, punt a)

663 840 831

 

 

 

663 840 831

 

 

Submarge

 

 

 

 

 

 

Kredieten voor rubrieken

187 546 120 031

187 184 356 415

-386 139 989

- 1 888 805 489

187 159 980 042

185 295 550 926

 

Plafond

182 866 000 000

201 170 000 000

 

 

182 866 000 000

201 170 000 000

 

waarvan onder flexibiliteitsinstrument

2 286 370 497

2 466 761 755

-25 500 000

-23 165 000

2 260 870 497

2 443 596 755

 

Waarvan in het kader van het enkelvoudig marge-instrument artikel 11, lid 1, punt a)

748 203 439

 

 

 

748 203 439

 

 

waarvan onder EURI

2 138 223 000

2 138 223 000

-25 500 000

-25 500 000

2 112 723 000

2 112 723 000

 

Marge

492 676 905

18 590 628 340

335 139 989

1 840 140 489

827 816 894

20 430 768 829

 

Thematische speciale instrumenten

5 715 921 020

5 022 549 248

5 715 921 020

5 022 549 248

Totaal kredieten

193 262 041 051

192 206 905 663

-386 139 989

-1 888 805 489

192 875 901 062

190 318 100 174

(1)     Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad van 14 december 2020 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie en tot intrekking van Besluit 2014/335/EU, Euratom (PB L 424 van 15.12.2020, blz. 1, ELI: http://data.europa.eu/eli/dec/2020/2053/oj.
(2)     PB L, 2024/2509, 26.9.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/2509/oj.
(3)     COM(2025) 300 final van 9.7.2025.
(4)      Verordening (EU) 2024/1252 van het Europees Parlement en de Raad van 11 april 2024 tot vaststelling van een kader om een veilige en duurzame voorziening van kritieke grondstoffen te waarborgen, en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 168/2013, (EU) 2018/858, (EU) 2018/1724 en (EU) 2019/1020 (PB L, 2024/1252, 3.5.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1252/oj)
(5)     COM(2025) 123 en 164 van 1.4.2025.
(6)     De totale behoeften omvatten 40 130,1 miljoen EUR aan nieuwe kredieten plus 735 miljoen EUR aan bestemmingsontvangsten die naar verwachting in 2026 zullen worden geïnd, 109,8 miljoen EUR van het overschot van 2025 en 356,3 miljoen EUR aan overdrachten van de landbouwreserve.
(7)    Verordening (EU) 2021/2116 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013, PB L 435 van 6.12.2021, blz. 187, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/2116/oj.
(8)    Interinstitutioneel Akkoord tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen, PB L 433I van 22.12.2020, blz. 28, ELI: http://data.europa.eu/eli/agree_interinstit/2020/1222/oj.