EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 3.10.2025
COM(2025) 850 final
2025/0319(BUD)
ONTWERP VAN GEWIJZIGDE BEGROTING Nr. 3
BIJ DE ALGEMENE BEGROTING 2025
Aanpassingen van betalingskredieten, actualisering van ontvangsten en andere technische actualiseringen
Gezien
‒het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 314, in samenhang met het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis,
‒Besluit (EU, Euratom) 2020/2053 van de Raad van 14 december 2020 betreffende het stelsel van eigen middelen van de Europese Unie
, dat op 1 juni 2021 in werking is getreden,
‒Verordening (EU, Euratom) 2024/2509 van het Europees Parlement en de Raad van 23 september 2024 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie (herschikking)
, en met name artikel 44,
‒de algemene begroting van de Europese Unie voor het begrotingsjaar 2025, zoals vastgesteld op 27 november 2024,
‒gewijzigde begroting nr. 1/2025, vastgesteld op 9 juli 2025,
‒ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2/2025
, vastgesteld op 4 juli 2025,
dient de Europese Commissie bij het Europees Parlement en de Raad het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 3 bij de begroting 2025 in.
WIJZIGINGEN IN DE STAAT VAN ONTVANGSTEN EN UITGAVEN PER AFDELING
De wijzigingen in de algemene staat van ontvangsten en afdeling III zijn beschikbaar via EUR-Lex (
https://eur-lex.europa.eu/budget/www/index-nl.htm
).
Inhoud
1.
Inleiding
2.
Actualisering van de uitgaven
2.1
Toegenomen behoeften aan betalingskredieten
2.2
Partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij (PODV’s)
2.3
Verlaging van de vastleggingen voor het instrument voor douanecontroleapparatuur
2.4
Verlaging van de vastleggingen voor het instrument voor technische ondersteuning
2.5
Daling van de betalingen voor de faciliteit voor Oekraïne
2.6
Extra aanpassingen met betrekking tot gedecentraliseerde agentschappen
2.6.1 Verlaging voor de antiwitwasautoriteit (AMLA)
2.6.2 Teruggave van een reserve — Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) en Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA)
2.6.3 Stijding voor het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC);
2.6.4 Overdracht van het Asielagentschap van de EU (EUAA) naar het programma van het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF)
2.6.5 Teruggave van een reserve aan het LIFE-programma – Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) en Europees Milieuagentschap (EEA)
2.6.6 Teruggave van een reserve aan het CEF-vervoersprogramma – Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA)
2.6.7 Teruggave van een reserve aan het programma voor de interne markt – Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)
3.
Actualisering van de ontvangsten
3.1
Geldboeten en dwangsommen
3.2
Traditionele eigen middelen (TEM) - overschot
3.3
Gevolgen voor de bijdrage aan de eigen middelen op basis van het bni van 2025
4.
Financiering
5.
Samenvatting per MFK-rubriek
TOELICHTING
1.Inleiding
Het ontwerp van gewijzigde begroting (OGB) nr. 3 voor het jaar 2025 heeft tot doel zowel de uitgaven- als de ontvangstenzijde van de begroting bij te werken.
De voorgestelde wijzigingen aan de uitgavenzijde van de begroting hebben betrekking op de volgende punten:
1.Een verhoging van het niveau van de betalingskredieten voor het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO) voor een bedrag van 2 miljard EUR, voor het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) voor een bedrag van 0,7 miljard EUR en voor het Instrument voor grensbeheer en visa (BMVI) voor een bedrag van 357 miljoen EUR. Deze bedragen konden niet worden opgenomen in de herschikkingen die zijn voorgesteld in de “algemene overschrijving” (DEC 15/2025) die op 3 oktober 2025 aan het Parlement en de Raad is voorgelegd;
2.Een actualisering van de behoeften voor de partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij (PODV’s), rekening houdend met de meest recente ontwikkelingen;
3.Een verlaging van de vastleggings- en betalingskredieten voor het instrument voor douanecontroleapparatuur (CCEI) als gevolg van vertragingen bij de uitvoering in de lidstaten;
4.Een daling van de vastleggingen voor het instrument voor technische ondersteuning dankzij efficiëntiewinsten als gevolg van concurrerende aanbestedingsprocedures;
5.Een verlaging van de betalingskredieten voor de faciliteit voor Oekraïne, aangezien het betalingsprofiel voor 2025 is beïnvloed door wijzigingen in aannames, zoals het tempo van de uitvoering van hervormingen en investeringen, de datum van ondertekening van garantie- en blendingovereenkomsten en het tijdstip van betaling van de subsidies voor financieringskosten;
6.Een aanpassing van de EU-bijdrage aan verschillende gedecentraliseerde agentschappen in verband met de uitvoering of andere specifieke redenen, als volgt:
-Een verlaging van de vastleggings- en betalingskredieten die zijn toegewezen aan de antiwitwasautoriteit (AMLA), aangezien een aanzienlijk aantal personeelsleden die de AMLA heeft aangeworven, pas eind 2025 in functie zullen treden;
-Een teruggave van vastleggings- en betalingskredieten door de Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) en de Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA) vanwege vertragingen bij de vaststelling van de strategie voor retailbeleggingen;
-Een verhoging van de vastleggings- en betalingskredieten voor het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC) om de financiële gevolgen van wisselkoersschommelingen te dekken;
-Een verlaging van de vastleggings- en betalingskredieten voor het Asielagentschap van de EU (EUAA), als gevolg van het feit dat de activiteiten van het EUAA ter ondersteuning van de uitvoering van het migratie- en asielpact pas in 2026 van start zullen gaan. De terugbetaalde vastleggings- en betalingskredieten zullen worden overgeschreven naar de thematische faciliteit van het Fonds voor asiel en migratie (AMIF) ter ondersteuning van de eigen activiteiten van het AMIF bij de uitvoering van het pact en ter dekking van een grotere behoefte aan betalingskredieten als gevolg van hoger dan verwachte tussentijdse betalingen aan de lidstaten;
-Een terugstorting van vastleggings- en betalingskredieten naar het programma voor het milieu en klimaatactie (LIFE) door het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) en het Europees Milieuagentschap (EEA). Dit is te wijten aan vertragingen bij de goedkeuring van de voorstellen inzake geïntegreerd waterbeheer/het pakket om de verontreiniging tot nul terug te dringen, groene claims en bosmonitoring, en ook aan verminderde behoeften in 2025 voor de eerste fasen van de uitvoering van de verordening betreffende de herverdeling van taken op het gebied van chemische stoffen;
-Terugboeking van vastleggings- en betalingskredieten naar het vervoersprogramma van de Connecting Europe Facility (CEF) door het Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA) als gevolg van vertragingen bij de goedkeuring van het pakket maritieme veiligheid.
-Terugboeking van vastleggings- en betalingskredieten naar het programma voor de interne markt (SMP) door de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA) als gevolg van vertragingen bij de goedkeuring van het voorstel inzake nieuwe genomische technieken.
In totaal komt het netto-effect van dit OGB op de uitgaven neer op een daling van de vastleggingskredieten met 123,7 miljoen EUR en een stijging van de betalingskredieten met 2 517,0 miljoen EUR.
Aan de ontvangstenzijde omvat dit OGB nog eens 1 185,1 miljoen EUR aan definitieve boeten en dwangsommen die tot en met 30 september 2025 zijn betaald en 1 300 miljoen EUR van het geraamde TEM-overschot. Het totale effect aan de ontvangstenzijde is dus een stijging van de bni-bijdragen met 31,9 miljoen EUR.
2.Actualisering van de uitgaven
2.1Toegenomen behoeften aan betalingskredieten
De “algemene overschrijving” is een jaarlijkse procedure die op Commissieniveau wordt georganiseerd: alle directoraten-generaal en diensten worden verzocht begin september hun respectieve uitvoering van de lopende begroting tot het einde van het betrokken jaar te evalueren. Doel ervan is ervoor te zorgen dat de exacte behoeften worden bepaald en de begroting wat betreft betalingskredieten aan het eind van het jaar zo veel mogelijk wordt uitgevoerd door extra behoeften af te stemmen op verwachte onderbestedingen. Daartoe wordt jaarlijks een verzoek om overschrijving overeenkomstig artikel 31 van het Financieel Reglement ingediend bij het Europees Parlement en de Raad.
Uit de “algemene overschrijving” is gebleken dat de resterende goedgekeurde begrotingsmiddelen en de beschikbare bestemmingsontvangsten tot het einde van het jaar niet zullen volstaan om de geraamde betalingsbehoeften te dekken voor het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Europees Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) en het instrument voor grensbeheer en visumbeleid (BMVI). Daarom stelt de Commissie voor de programma’s EFRO, ESF+ en BMVI als volgt te versterken:
·Cohesieprogramma’s 2021-2027
Na een tragere start van de cohesiebeleidsprogramma’s in de periode 2021-2027 als gevolg van de late goedkeuring van het regelgevingskader en de focus van de beheersautoriteiten op de uitvoering van financieringsinstrumenten met een kortere termijn, wordt de uitvoering nu duidelijk opgevoerd. De begroting 2024 werd volledig uitgevoerd, met inbegrip van de verhoging met 2,9 miljard EUR in gewijzigde begroting nr. 5 en alle beschikbare bestemmingsontvangsten, met een normale achterstand (bijna 5 miljard EUR) van betalingsaanvragen die aan het einde van het jaar onbetaald bleef. Deze vorderingen werden begin 2025 betaald, waardoor de goedgekeurde begrotingskredieten voor 2025 werden gebruikt. Bovendien is de benutting van het platform voor strategische technologieën voor Europa (STEP) hoger dan aanvankelijk verwacht, met 11,7 miljard EUR aan cohesiemiddelen toegewezen aan STEP-prioriteiten vanaf september 2025. De prognoses die de lidstaten in juli 2025 hebben ingediend en de ontwikkeling van het projectselectiepercentage (bijna 50 % in juni 2025, tegenover 23 % een jaar geleden) bevestigen de versnelling van de uitvoering op het terrein en de noodzaak van een verhoging om alle geraamde behoeften tot het einde van het jaar te dekken.
·Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (BMVI)
Een verhoging van de betalingskredieten voor het BMVI met 357 miljoen EUR om tegemoet te komen aan de hoger dan verwachte tussentijdse betalingen (als gevolg van hogere betalingsramingen van de lidstaten) en om de normale achterstand ten opzichte van 2024, die begin 2025 is betaald, te dekken.
De in dit OGB nr. 3/2025 gevraagde verhoging van de betalingskredieten wordt hieronder uiteengezet:
|
EUR
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Benaming
|
Vastleggingskredieten
|
Betalingskredieten
|
|
Afdeling III – Commissie
|
|
05 02 01
|
EFRO – Beleidsuitgaven
|
0
|
2 000 000 000
|
|
07 02 01
|
ESF+ onderdeel gedeeld beheer — Beleidsuitgaven
|
0
|
700 000 000
|
|
11 02 01
|
Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid
|
0
|
357 000 000
|
|
Totaal
|
0
|
3 057 000 000
|
2.2Partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij (PODV’s)
De EU onderhandelt over bilaterale partnerschapsovereenkomsten inzake duurzame visserij (PODV’s) tussen de Europese Unie en derde partnerlanden, sluit deze overeenkomsten af en voert ze uit. Ten tijde van de opstelling van de begroting 2025 werd over verschillende overeenkomsten en protocollen tot uitvoering van deze overeenkomsten (“uitvoeringsprotocollen”) nog onderhandeld. Daarom, en overeenkomstig artikel 49 van het Financieel Reglement en punt 20 van het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020
, blijft een bedrag van 39,9 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 22,4 miljoen EUR aan betalingskredieten beschikbaar in de vorm van reserves.
De status van de desbetreffende uitvoeringsprotocollen en onderhandelingen:
·Het huidige uitvoeringsprotocol met Ivoorkust is op 6 juni 2025 ondertekend en is vanaf die datum voorlopig van toepassing, voor de periode van 6 juni 2025 tot en met 5 juni 2029.
·De onderhandelingen met Sao Tomé en Principe zijn afgerond en een nieuw uitvoeringsprotocol zal naar verwachting in oktober 2025 worden ondertekend en voorlopig van toepassing worden.
·De onderhandelingen met de Cookeilanden zijn afgerond en een nieuw uitvoeringsprotocol zal naar verwachting in december 2025 worden ondertekend en voorlopig van toepassing worden.
·Met betrekking tot een nieuw uitvoeringsprotocol met Gabon is op 8 september een aanbeveling goedgekeurd voor een besluit van de Raad houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen (COM (2025) 465). De ondertekening en voorlopige toepassing van het protocol wordt niet verwacht in 2025.
·Met betrekking tot een nieuw uitvoeringsprotocol met Seychellen lopen er onderhandelingen na de goedkeuring van een aanbeveling voor een besluit van de Raad houdende machtiging tot het openen van onderhandelingen (COM (2025) 269). De ondertekening van het nieuwe protocol wordt pas in het eerste kwartaal van 2026 verwacht.
Met betrekking tot de resterende kredieten in de reserve:
·Wat Marokko betreft, heeft het arrest van het Hof van Justitie van 4 oktober 2024 in de gevoegde zaken C-778/21 P Commissie/Front Polisario en C-798/21 P Raad/Front Polisario geleid tot de noodzaak van een nieuwe overeenkomst en een nieuw uitvoeringsprotocol, die naar verwachting in 2025 niet zullen worden ondertekend en evenmin voorlopig van toepassing zullen zijn.
·Voor Angola, Guinee, Liberia en Senegal zijn de besluiten van de Raad tot opening van onderhandelingen over een nieuw protocol nog niet aangenomen.
De Commissie stelt daarom voor de bedragen in de reserve die in 2025 niet nodig zullen zijn, te annuleren, wat overeenkomt met 39,9 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 22,4 miljoen EUR aan betalingskredieten. Dit weerspiegelt ook het feit dat in de ontwerpbegroting 2026 reeds kredieten zijn opgenomen in de reserve voor PODV ter dekking van protocollen die naar verwachting in 2026 zullen worden ondertekend. Het algehele effect op de uitgaven is als volgt:
|
EUR
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Benaming
|
Vastleggingskredieten
|
Betalingskredieten
|
|
Afdeling III – Commissie
|
|
30 02 02
|
Gesplitste kredieten (Reserve voor begrotingsartikel 08 05 01)
|
- 39 947 143
|
- 22 392 143
|
|
Totaal
|
-39 947 143
|
-22 392 143
|
2.3Verlaging van de vastleggingen voor het instrument voor douanecontroleapparatuur
De vastleggingskredieten voor het instrument voor douanecontroleapparatuur (CCEI) zijn in het ontwerp van gewijzigde begroting nr. 2 met 68,4 miljoen EUR verlaagd als gevolg van vertragingen bij de uitvoering in de lidstaten, waarbij de middelen vervolgens werden overgeheveld naar andere prioriteiten zoals de douanehervorming en het koolstofgrenscorrectiemechanisme (CBAM). Daarnaast is een derde CCEI-oproep inzake e-handel die voor 2025 was gepland, uitgesteld tot 2026 om te zorgen voor maximale efficiëntie bij de besteding van EU-middelen en afstemming op de werkzaamheden van de komende EU-douaneautoriteit. Deze veranderingen in de prioriteiten hebben geleid tot lagere behoeften voor het CCEI in 2025, namelijk 78,03 miljoen EUR aan vastleggingen en 47,86 miljoen EUR aan betalingen. Het algehele effect op de uitgaven is als volgt:
|
EUR
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Benaming
|
Vastleggingskredieten
|
Betalingskredieten
|
|
Afdeling III – Commissie
|
|
11 03 01
|
Instrument voor financiële steun voor douanecontroleapparatuur
|
-78 032 393
|
-47 859 845
|
|
Totaal
|
-78 032 393
|
-47 859 845
|
2.4Verlaging van de vastleggingen voor het instrument voor technische ondersteuning
Met het instrument voor technische ondersteuning (TSI) biedt de Commissie de lidstaten expertise op maat om de institutionele en administratieve capaciteit te vergroten die nodig is om groeibevorderende hervormingen te ontwikkelen en uit te voeren. Voor 2025 wordt een verlaging met 5 miljoen EUR aan vastleggingskredieten voor het TSI voorgesteld, met een overeenkomstige verlaging van de betalingskredieten in de algemene overschrijving. De voorgestelde verlaging is toe te schrijven aan efficiëntiewinsten als gevolg van concurrerende aanbestedingsprocedures. Het algehele effect op de uitgaven is als volgt:
|
EUR
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Benaming
|
Vastleggingskredieten
|
Betalingskredieten
|
|
Afdeling III – Commissie
|
|
06 02 02
|
Instrument voor technische ondersteuning
|
-5 000 000
|
0
|
|
Totaal
|
-5 000 000
|
0
|
2.5Daling van de betalingen voor de faciliteit voor Oekraïne
Het oorspronkelijke betalingsprofiel voor 2025 in het kader van de faciliteit voor Oekraïne was gebaseerd op een reeks aannames, met name met betrekking tot het tempo van de uitvoering van hervormingen en investeringen in het kader van het Oekraïneplan, de datum van ondertekening van garantie- en blendingovereenkomsten en het tijdschema voor de betaling van de subsidies voor financieringskosten. Op basis van de meest recente ramingen wordt tegen eind 2025 een overschot aan betalingskredieten van bijna 1,2 miljard EUR verwacht.
Hoewel bijna 0,7 miljard EUR van dit overschot moet worden overgedragen naar 2026 (bv. voor ingehouden middelen voor hervormingen en investeringen die tot 12 maanden na een eerste negatieve beoordeling nog kunnen worden uitbetaald), kan de rest (469 miljoen EUR) worden uitgesteld tot 2027 op basis van herziene uitbetalingshypothesen. Dit is met name het geval voor een deel van de betalingsstromen in verband met de blendingovereenkomsten (op basis van het werkelijke tempo van de ondertekenings- en betalingspatronen) en voor een deel van de betalingsstromen voor subsidies voor financieringskosten (waarbij driemaandelijkse financieringskosten pas aan het begin van het volgende kwartaal worden uitbetaald). Het algehele effect op de uitgaven is als volgt:
|
EUR
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Benaming
|
Vastleggingskredieten
|
Betalingskredieten
|
|
Afdeling III – Commissie
|
|
16 06 02 02
|
Andere acties binnen het investeringskader voor Oekraïne
|
0
|
-400 000 000
|
|
16 06 03 02
|
Subsidie voor financieringskosten
|
0
|
-69 000 000
|
|
Totaal
|
0
|
-469 000 000
|
2.6Extra aanpassingen met betrekking tot gedecentraliseerde agentschappen
2.6.1 Verlaging voor de antiwitwasautoriteit (AMLA)
De antiwitwasautoriteit (AMLA) heeft in haar begroting voor 2025 de kosten voor een deel van haar personeelsposten voor het gehele jaar en de halfjaarlijkse kosten voor de overige posten opgenomen. Aangezien de meeste aanwervingen echter pas in de laatste maanden van 2025 hebben plaatsgevonden, zal het toegewezen budget voor personeelskosten niet volledig worden opgebruikt. Daarom wordt voorgesteld de begroting van de AMLA te verlagen met 600 000 EUR aan vastleggings- en betalingskredieten voor 2025. Het algehele effect op de uitgaven is als volgt:
|
EUR
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Benaming
|
Vastleggingskredieten
|
Betalingskredieten
|
|
Afdeling III – Commissie
|
|
03 10 05
|
Autoriteit voor de bestrijding van witwassen (AMLA)
|
-600 000
|
-600 000
|
|
Totaal
|
-600 000
|
-600 000
|
2.6.2 Teruggave van een reserve — Europese Autoriteit voor verzekeringen en bedrijfspensioenen (Eiopa) en Europese Autoriteit voor effecten en markten (ESMA)
In de begroting 2025 werd 0,9 miljoen EUR aan vastleggings- en betalingskredieten in een reserve geplaatst ten behoeve van Eiopa en ESMA voor de uitvoering van de strategie voor retailbeleggingen. Gezien de trage vooruitgang bij de onderhandelingen over de voorgestelde wetgeving wordt verwacht dat deze agentschappen deze bedragen niet zullen kunnen gebruiken. Daarom wordt het bedrag van de reserve voor Eiopa en ESMA van respectievelijk 379 000 EUR en 484 000 EUR als volgt terugbetaald:
|
EUR
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Benaming
|
Vastleggingskredieten
|
Betalingskredieten
|
|
Afdeling III – Commissie
|
|
30 02 02
|
Gesplitste kredieten (Reserve voor begrotingsartikel 03 10 03)
|
-379 000
|
-379 000
|
|
30 02 02
|
Gesplitste kredieten (Reserve voor begrotingsartikel 03 10 04)
|
-484 000
|
-484 000
|
|
Totaal
|
-863 000
|
-863 000
|
2.6.3 Stijding voor het Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding (ECDC);
Er wordt verzocht om een kleine verhoging met 700 000 EUR van de vastleggings- en betalingskredieten voor het begrotingsonderdeel voor subsidies van het ECDC. Dit zal de financiële gevolgen dekken van wisselkoersschommelingen, die van invloed zijn geweest op zowel de bezoldiging van het personeel als de administratieve kosten. Het algehele effect op de uitgaven is als volgt:
|
EUR
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Benaming
|
Vastleggingskredieten
|
Betalingskredieten
|
|
Afdeling III – Commissie
|
|
06 10 01
|
Europees Centrum voor ziektepreventie en -bestrijding
|
700 000
|
700 000
|
|
Totaal
|
700 000
|
700 000
|
2.6.4 Overdracht van het Asielagentschap van de EU (EUAA) naar het programma van het Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF)
De tussentijdse herziening van het MFK voorzag in een extra bedrag van 2 miljard EUR voor de uitvoering van het migratie- en asielpact en om de lidstaten in de voorste linie te ondersteunen bij het aanpakken van dringende uitdagingen en behoeften in verband met migratie en grensbeheer. Als onderdeel hiervan kreeg het Asielagentschap van de EU (EUAA) in 2025 een extra bedrag van 53 miljoen EUR en 75 arbeidscontractanten toegewezen, in overeenstemming met zijn nieuwe verantwoordelijkheden in het kader van het pact. Aangezien nu ervan wordt uitgegaan dat de specifieke activiteiten van het EUAA grotendeels in 2026 van start zullen gaan, wordt voorgesteld deze toewijzing met 48 miljoen EUR aan vastleggingskredieten en 45 miljoen EUR aan betalingskredieten te verlagen.
De vastleggingskredieten zullen worden overgeschreven naar het AMIF-programma ter ondersteuning van de eigen activiteiten van het AMIF ter uitvoering van het migratie- en asielpact. De betalingskredieten zullen door de thematische faciliteit van het AMIF worden gebruikt om de hoger dan verwachte tussentijdse betalingen aan de lidstaten te honoreren, die verband houden met de overdracht van het tekort aan betalingskredieten van 2024 naar 2025.
|
EUR
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Benaming
|
Vastleggingskredieten
|
Betalingskredieten
|
|
Afdeling III – Commissie
|
|
10 10 01
|
Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA)
|
-48 000 000
|
-45 000 000
|
|
10 02 01
|
Fonds voor asiel, migratie en integratie (AMIF)
|
48 000 000
|
45 000 000
|
|
Totaal
|
0
|
0
|
2.6.5 Teruggave van een reserve aan het LIFE-programma – Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) en Europees Milieuagentschap (EEA)
In de begroting 2025 zijn vastleggings- en betalingskredieten ter waarde van 6,4 miljoen EUR uit het LIFE-programma in een reserve geplaatst ten behoeve van het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) en het Europees Milieuagentschap (EEA), in afwachting van de wetgevingsonderhandelingen over de voorstellen inzake geïntegreerd waterbeheer/nulverontreiniging, groene claims, bosmonitoring en de hertoewijzing van taken op het gebied van chemische stoffen. Vanwege vertragingen in de wetgevingsprocedure voor deze voorstellen en de verminderde behoeften in 2025 als gevolg van de vertraagde start van de uitvoering van de verordening betreffende de herverdeling van taken, stelt de Commissie voor de overeenkomstige kredieten terug te geven aan het LIFE-programma, als volgt:
|
EUR
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Benaming
|
Vastleggingskredieten
|
Betalingskredieten
|
|
Afdeling III – Commissie
|
|
30 02 02
|
Gesplitste kredieten (Reserve voor begrotingsartikel 09 10 01)
|
-3 483 742
|
-3 483 742
|
|
30 02 02
|
Gesplitste kredieten (Reserve voor begrotingsartikel 09 10 02)
|
-2 899 553
|
-2 899 553
|
|
09 02 01
|
Natuur en biodiversiteit
|
290 858
|
290 858
|
|
09 02 02
|
Circulaire economie en levenskwaliteit
|
5 801 579
|
5 801 579
|
|
09 02 03
|
Matiging van en aanpassing aan de klimaatverandering
|
290 858
|
290 858
|
|
Totaal
|
0
|
0
|
2.6.6 Teruggave van een reserve aan het CEF-vervoersprogramma – Europees Agentschap voor maritieme veiligheid (EMSA)
De begroting 2025 voor het EMSA omvat 1 791 miljoen EUR aan reserves aan vastleggings- en betalingskredieten die in een reserve zijn geplaatst in afwachting van het resultaat van de wetgevingsonderhandelingen over de herziene oprichtingsverordening van het agentschap. Dit bedrag werd verrekend met een compenserende verlaging in het kader van CEF Vervoer. Aangezien de goedkeuring naar verwachting laat in het vierde kwartaal van 2025 zal plaatsvinden, zal het agentschap de kredieten niet tijdig kunnen absorberen en uitvoeren. De Commissie stelt daarom voor de overeenkomstige kredieten als volgt terug te brengen naar het CEF-programma:
|
EUR
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Benaming
|
Vastleggingskredieten
|
Betalingskredieten
|
|
Afdeling III – Commissie
|
|
30 02 02
|
Gesplitste kredieten (Reserve voor begrotingsartikel 02 10 02)
|
-1 791 000
|
-1 791 000
|
|
02 03 01
|
Connecting Europe Facility (CEF) – Vervoer
|
1 791 000
|
1 791 000
|
|
Totaal
|
0
|
0
|
2.6.7 Teruggave van een reserve aan het programma voor de interne markt – Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA)
In de begroting 2025 zijn vastleggings- en betalingskredieten van respectievelijk 0,4 miljoen EUR en 0,08 miljoen EUR, afkomstig van het SMP voedselprogramma, in een reserve geplaatst ten behoeve van de Europese Autoriteit voor voedselveiligheid (EFSA), in afwachting van de wetgevingsonderhandelingen over het voorstel betreffende met bepaalde nieuwe genomische technieken verkregen planten en de daarvan afgeleide levensmiddelen en diervoeders. Als gevolg van vertragingen in de wetgevingsprocedure van dit voorstel stelt de Commissie voor de overeenkomstige kredieten terug te geven aan het SMP voedselprogramma, zoals bepaald in het financieel memorandum bij het voorstel.
|
EUR
|
|
Begrotingsonderdeel
|
Benaming
|
Vastleggingskredieten
|
Betalingskredieten
|
|
Afdeling III – Commissie
|
|
30 02 02
|
Gesplitste kredieten (Reserve voor begrotingsartikel 06 10 02)
|
-405 000
|
-81 000
|
|
03 02 06
|
Bijdragen aan een hoog niveau van gezondheid en welzijn voor mensen, dieren en planten
|
405 000
|
81 000
|
|
Totaal
|
0
|
0
|
3.Actualisering van de ontvangsten
In OGB 3/2025 wordt voorgesteld om in de begroting 2025 een bedrag van 1 576,7 miljoen EUR aan definitieve boeten en dwangsommen op te nemen dat tot oktober 2025 is betaald (een stijging met 1 185,1 miljoen EUR ten opzichte van OGB 2/2025) en een bedrag van 1 300 miljoen EUR aan extra TEM als gevolg van hogere ontvangsten dan geraamd in de begroting.
3.1Geldboeten en dwangsommen
Rekening houdende met de definitieve boeten en dwangsommen die tot oktober 2025 zijn betaald, wordt voorgesteld de volgende bedragen in de begroting 2025 op te nemen:
a)654,3 miljoen EUR aan mededingingsboeten;
b)528 miljoen EUR aan de lidstaten opgelegde dwangsommen en forfaitaire bedragen geboekt wegens niet-nakoming van arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie waarin wordt vastgesteld dat zij een krachtens de Verdragen op hen rustende verplichting niet zijn nagekomen;
c)2,7 miljoen EUR aan rente op boeten en dwangsommen;
Daarom wordt voorgesteld de in OGB 2/2025 gerapporteerde bedragen ten belope van 392 miljoen EUR te verhogen met 1 185,1 miljoen EUR, wat neerkomt op een totaalbedrag van 1 576,7 miljoen EUR. In de onderstaande tabel zijn de cijfers voor de betreffende ontvangsten vermeld:
|
Begrotingsonderdeel voor ontvangsten
|
Benaming
|
OGB 2/2025
|
OGB 3/2025
|
Nieuw bedrag
|
|
4 2 0
|
Geldboeten in verband met de toepassing van de mededingingsregels
|
409 213 301
|
654 334 000
|
1 063 547 301
|
|
4 2 1
|
Aan de lidstaten opgelegde dwangsommen en forfaitaire sommen
|
35 915 569
|
528 021 069
|
563 936 638
|
|
4 2 4
|
Rente op boeten en dwangsommen
|
p.m.
|
2 764 975
|
2 764 975
|
|
4 2 5
|
Rente, andere verschuldigde heffingen en negatieve rendementen op nietig verklaarde of verlaagde boeten
|
-53 553 502
|
—
|
-53 553 502
|
|
4 2 9
|
Overige boeten en dwangsommen zonder specifieke bestemming
|
p.m.
|
—
|
p.m.
|
|
Totaal
|
391 575 368
|
1 185 120 044
|
1 576 695 412
|
3.2Traditionele eigen middelen (TEM) - overschot
In OGB 2/2025 zijn de herziene ramingen voor 2025 voor de ontvangstenzijde van de begroting opgenomen, zoals is overeenkomen tijdens de 185e RCEM-vergadering op 26 mei 2025. Op basis van een hoger dan geraamd bedrag aan douanerechten dat ter beschikking is gesteld in de periode januari-augustus, is het echter passend de ramingen voor de traditionele eigen middelen (TEM) te verhogen met een totaalbedrag van 1 300 miljoen EUR.
3.3Gevolgen voor de bijdrage aan de eigen middelen op basis van het bni van 2025
De herziene bijdragen aan de eigen middelen op grondslag van het bni, vergeleken met het OGB nr. 2/2025, zijn in de onderstaande tabel te vinden:
|
Lidstaat
|
OGB 2/2025
|
OGB 3/2025
|
Nieuw bedrag
|
|
|
(1)
|
(2)
|
(3) = (1) +(2)
|
|
|
|
|
|
|
België
|
3 525 708 596
|
1 106 566
|
3 526 815 162
|
|
Bulgarije
|
582 591 160
|
182 850
|
582 774 010
|
|
Tsjechische Republiek
|
1 746 074 657
|
548 017
|
1 746 622 674
|
|
Denemarken
|
2 358 418 487
|
740 205
|
2 359 158 692
|
|
Duitsland
|
24 988 593 541
|
7 842 837
|
24 996 436 378
|
|
Estland
|
222 970 651
|
69 980
|
223 040 631
|
|
Ierland
|
2 186 539 540
|
686 260
|
2 187 225 800
|
|
Griekenland
|
1 332 104 952
|
418 090
|
1 332 523 042
|
|
Spanje
|
9 103 233 993
|
2 857 110
|
9 106 091 103
|
|
Frankrijk
|
16 642 263 742
|
5 223 284
|
16 647 487 026
|
|
Kroatië
|
500 673 183
|
157 140
|
500 830 323
|
|
Italië
|
12 274 837 916
|
3 852 538
|
12 278 690 454
|
|
Cyprus
|
174 671 083
|
54 821
|
174 725 904
|
|
Letland
|
225 258 559
|
70 699
|
225 329 258
|
|
Litouwen
|
443 710 330
|
139 261
|
443 849 591
|
|
Luxemburg
|
318 627 577
|
100 004
|
318 727 581
|
|
Hongarije
|
1 127 226 794
|
353 787
|
1 127 580 581
|
|
Malta
|
113 664 560
|
35 674
|
113 700 234
|
|
Nederland
|
6 466 765 873
|
2 029 637
|
6 468 795 510
|
|
Oostenrijk
|
2 701 839 134
|
847 990
|
2 702 687 124
|
|
Polen
|
4 853 620 964
|
1 523 341
|
4 855 144 305
|
|
Portugal
|
1 610 427 230
|
505 443
|
1 610 932 673
|
|
Roemenië
|
2 044 376 034
|
641 641
|
2 045 017 675
|
|
Slovenië
|
380 591 091
|
119 451
|
380 710 542
|
|
Slowaakse Republiek
|
731 538 461
|
229 598
|
731 768 059
|
|
Finland
|
1 569 141 397
|
492 485
|
1 569 633 882
|
|
Zweden
|
3 301 696 643
|
1 036 259
|
3 302 732 902
|
|
|
|
|
|
|
Totaal
|
101 527 166 148
|
31 864 968
|
101 559 031 116
|
4.Financiering
In totaal komt het netto-effect van OGB nr. 3/2025 neer op een daling van de vastleggingskredieten met 123,7 miljoen EUR en een stijging van de betalingskredieten met 2 517,0 miljoen EUR in de begroting 2025. De stijging van de betalingskredieten wordt bijna volledig gecompenseerd door extra ontvangsten ter waarde van 2 485,1 miljoen EUR. Hierdoor blijft 31,9 miljoen EUR over om te worden gedekt door hogere bni-bijdragen.
Als gevolg van specifieke wijzigingen in de vastleggingskredieten in rubriek 2b wordt voorgesteld de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument in deze rubriek met 4,7 miljoen EUR te verminderen, met een overeenkomstige verlaging van de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument voor betalingskredieten.
De betalingskredieten voor 2025 in verband met de beschikbaarstelling van middelen uit het flexibiliteitsinstrument in 2022 tot en met 2025 worden geraamd op 1 395,1 miljoen EUR in lopende prijzen. Het geraamde betalingsschema van de desbetreffende uitstaande bedragen voor deze jaren wordt in de volgende tabel gespecificeerd:
|
Flexibiliteitsinstrument — betalingsprofiel (in miljoen EUR)
|
|
Jaar van beschikbaarstelling
|
2025
|
2026
|
2027
|
Buiten het MFK
|
Totaal
|
|
2022
|
36,7
|
|
|
|
36,7
|
|
2023
|
120,6
|
83,2
|
|
|
203,8
|
|
2024
|
107,6
|
83,7
|
46,3
|
|
237,5
|
|
2025
|
1 130,1
|
15,8
|
9,4
|
5,7
|
1 161,1
|
|
Totaal
|
1 395,1
|
182,7
|
55,7
|
5,7
|
1 639,1
|
Door afronding is het mogelijk dat de totaalresultaten niet exact overeenkomen met de som van de afzonderlijke cijfers
5.Samenvatting per MFK-rubriek
|
|
Begroting 2025 (incl. OGB 1-2/2025)
|
Ontwerp van gewijzigde begroting 3/2025
|
Begroting 2025 (incl. OGB 1-3/2025)
|
|
|
|
|
|
|
|
VK
|
BK
|
VK
|
BK
|
VK
|
BK
|
|
1
|
Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid
|
21 540 062 907
|
20 460 646 037
|
-1 058 000
|
-1 382 000
|
21 539 004 907
|
20 459 264 037
|
|
|
Plafond
|
21 596 000 000
|
|
|
|
21 596 000 000
|
|
|
|
Marge
|
55 937 093
|
|
1 058 000
|
|
56 995 093
|
|
|
2
|
Cohesie, veerkracht en waarden
|
77 983 510 680
|
44 446 179 437
|
-4 705 000
|
2 700 619 000
|
77 978 805 680
|
47 146 798 437
|
|
|
Plafond
|
75 697 000 000
|
|
|
|
75 697 000 000
|
|
|
|
waarvan onder flexibiliteitsinstrument
|
1 144 928 584
|
|
-4 705 000
|
-4 705 000
|
1 140 223 584
|
|
|
|
waarvan onder EURI
|
1 141 582 096
|
|
|
|
1 141 582 096
|
|
|
|
Marge
|
|
|
|
|
|
|
|
2a.
|
Economische sociale en territoriale cohesie
|
66 365 744 035
|
33 260 377 346
|
|
2 700 000 000
|
66 365 744 035
|
35 960 377 346
|
|
|
Plafond
|
66 361 000 000
|
|
|
|
66 361 000 000
|
|
|
|
waarvan onder flexibiliteitsinstrument
|
4 744 035
|
|
|
|
4 744 035
|
|
|
|
Marge
|
|
|
|
|
|
|
|
2b.
|
Veerkracht en waarden
|
11 617 766 645
|
11 185 802 091
|
-4 705 000
|
619 000
|
11 613 061 645
|
11 186 421 091
|
|
|
Plafond
|
9 336 000 000
|
|
|
|
9 336 000 000
|
|
|
|
waarvan onder flexibiliteitsinstrument
|
1 140 184 549
|
|
-4 705 000
|
-4 705 000
|
1 135 479 549
|
|
|
|
waarvan onder EURI
|
1 141 582 096
|
|
|
|
1 141 582 096
|
|
|
|
Marge
|
|
|
|
|
|
|
|
3
|
Natuurlijke hulpbronnen en milieu
|
56 739 667 594
|
55 605 510 102
|
-39 947 143
|
-22 392 143
|
56 699 720 451
|
55 583 117 959
|
|
|
Plafond
|
57 336 000 000
|
|
|
|
57 336 000 000
|
|
|
|
Marge
|
596 332 406
|
|
39 947 143
|
|
636 279 549
|
|
|
|
waarvan: marktgerelateerde uitgaven en rechtstreekse betalingen
|
39 975 892 542
|
40 030 717 961
|
|
|
39 975 892 542
|
40 030 717 961
|
|
|
ELGF-submaximum
|
41 646 000 000
|
|
|
|
41 646 000 000
|
|
|
|
Afrondingsverschil uitgesloten voor de berekening van de submarge
|
72 000
|
|
|
|
72 000
|
|
|
|
Netto-overdrachten tussen ELGF en Elfpo
|
-1 117 072 000
|
|
|
|
-1 117 072 000
|
|
|
|
Nettosaldo dat voor uitgaven uit het ELGF beschikbaar is (submaximum gecorrigeerd door overdrachten tussen het ELGF en het Elfpo)
|
40 529 000 000
|
|
|
|
40 529 000 000
|
|
|
|
ELGF-submarge
|
553 107 458
|
|
|
|
553 107 458
|
|
|
4
|
Migratie en grensbeheer
|
4 722 798 024
|
3 203 947 754
|
-78 032 393
|
309 140 155
|
4 644 765 631
|
3 513 087 909
|
|
|
Plafond
|
4 871 000 000
|
|
|
|
4 871 000 000
|
|
|
|
Marge
|
148 201 976
|
|
78 032 393
|
|
226 234 369
|
|
|
5
|
Veiligheid en defensie
|
2 632 589 260
|
2 143 154 694
|
|
|
2 632 589 260
|
2 143 154 694
|
|
|
Plafond
|
2 617 000 000
|
|
|
|
2 617 000 000
|
|
|
|
waarvan onder flexibiliteitsinstrument
|
15 589 260
|
|
|
|
15 589 260
|
|
|
|
Marge
|
|
|
|
|
|
|
|
6
|
Nabuurschap en internationaal beleid
|
16 308 245 797
|
14 426 257 975
|
|
|
16 308 245 797
|
14 426 257 975
|
|
|
Plafond
|
16 303 000 000
|
|
|
|
16 303 000 000
|
|
|
|
waarvan onder flexibiliteitsinstrument
|
5 245 797
|
|
|
|
5 245 797
|
|
|
|
Marge
|
|
|
|
|
|
|
|
7
|
Europees openbaar bestuur
|
12 845 030 641
|
12 845 030 641
|
|
|
12 845 030 641
|
12 845 030 641
|
|
|
Plafond
|
12 124 000 000
|
|
|
|
12 124 000 000
|
|
|
|
waarvan in het kader van het enkelvoudig marge-instrument artikel 11, lid 1, punt a)
|
721 030 641
|
|
|
|
721 030 641
|
|
|
|
Marge
|
|
|
|
|
|
|
|
|
waarvan: administratieve uitgaven van de instellingen
|
9 720 485 985
|
9 720 485 985
|
|
|
9 720 485 985
|
9 720 485 985
|
|
|
Submaximum
|
9 219 000 000
|
|
|
|
9 219 000 000
|
|
|
|
waarvan in het kader van het enkelvoudig marge-instrument artikel 11, lid 1, punt a)
|
501 485 985
|
|
|
|
501 485 985
|
|
|
|
Submarge
|
|
|
|
|
|
|
|
Kredieten voor rubrieken
|
192 771 904 903
|
153 130 726 640
|
-123 742 536
|
2 985 985 012
|
192 648 162 367
|
156 116 711 652
|
|
|
Plafond
|
190 544 000 000
|
175 378 000 000
|
|
|
190 544 000 000
|
175 378 000 000
|
|
|
waarvan onder flexibiliteitsinstrument
|
1 165 763 641
|
1 399 812 457
|
-4 705 000
|
-4 705 000
|
1 161 058 641
|
1 395 107 457
|
|
|
Waarvan in het kader van het enkelvoudig marge-instrument artikel 11, lid 1, punt a)
|
721 030 641
|
|
|
|
721 030 641
|
|
|
|
waarvan onder EURI
|
1 141 582 096
|
1 141 582 096
|
|
|
1 141 582 096
|
1 141 582 096
|
|
|
Marge
|
800 471 475
|
24 788 667 913
|
119 037 536
|
-2 990 690 012
|
919 509 011
|
21 797 977 901
|
|
|
Thematische speciale instrumenten
|
6 669 866 079
|
5 593 595 842
|
|
-469 000 000
|
6 669 866 079
|
5 124 595 842
|
|
Totaal kredieten
|
199 441 770 982
|
158 724 322 482
|
-123 742 536
|
2 516 985 012
|
199 318 028 446
|
161 241 307 494
|