Brussel, 20.11.2025

COM(2025) 802 final

MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S

DigitalJustice@2030


DigitalJustice@2030

Het concurrentievermogen van de EU zal in toenemende mate afhangen van de digitalisering van alle sectoren, wat weer investeringen zal stimuleren 1 . Digitalisering en de uitrol van artificiële intelligentie (AI) zullen van essentieel belang zijn voor het vermogen van overheidsinstanties om hoogwaardige overheidsdiensten te verlenen, met name ook op het gebied van justitie. De ambitie van het digitale decennium van Europa is om ervoor te zorgen dat tegen 2030 alle belangrijke overheidsdiensten in de EU online beschikbaar zijn. Het uiteindelijke doel is de efficiëntie van overheidsdiensten te vergroten door ze standaard te digitaliseren, om zo de productiviteit te stimuleren 2 .

Bedrijven zijn meer geneigd te investeren in landen waar het rechtsstelsel doeltreffend is, waar de toegang tot de rechter is gegarandeerd, de kwaliteit van de rechtspraak hoog is en transparantie is gewaarborgd. Een efficiënte rechtsbedeling houdt ook in dat de kosten voor rechtsprocedure voor particulieren en bedrijven lager zijn. Zij kunnen deze middelen in plaats daarvan gebruiken voor investeringen en andere productievere doeleinden. Dit is nog duidelijker in grensoverschrijdende situaties, waarin digitale instrumenten de administratieve lasten aanzienlijk kunnen verminderen, vertragingen tot een minimum kunnen beperken en met op AI gebaseerde toepassingen, zoals spraak-naar-tekstconversie, transcriptie en machinevertaling, taalbarrières kunnen wegnemen, wat tot kostenbesparingen leidt.

Gedigitaliseerde rechtsstelsels zijn naar verwachting ook veerkrachtiger in tijden van crisis. Dit werd duidelijk tijdens de COVID-19-pandemie. De kwaliteit van de rechtspraak kan ook toenemen omdat beoefenaren van justitiële beroepen zich meer kunnen richten op hun kerntaak, de rechtsbedeling. De digitalisering van rechtsstelsels heeft het potentieel om de toegang tot de rechter sneller en eenvoudiger te maken en de rechtspraak zo dichter bij de burgers te brengen 3 . Digitale instrumenten kunnen bijvoorbeeld snelle toegang tot de rechtbank bieden door middel van videoconferenties, ongeacht de afstand tot de rechtszaal zelf. Onlinetoegang tot dossiers vergroot ook de transparantie, aangezien particulieren, bedrijven en wettelijke vertegenwoordigers gerechtelijke procedures gemakkelijker kunnen volgen 4 .

De vaststelling van de digitaliseringsverordening 5 in 2023 was in dit verband een mijlpaal. In 24 grensoverschrijdende burgerlijke, handels- en strafzaken verplicht de verordening het gebruik van digitale communicatie. De digitaliseringsverordening biedt ook een EU-rechtskader voor het gebruik van videoconferenties voor het houden van zittingen op afstand in burgerlijke zaken en bepaalde strafzaken.

De Commissie moet tussen 2026 en 2029 een reeks uitvoeringshandelingen vaststellen om de lidstaten te helpen hun nationale IT-systemen aan te passen en de interoperabiliteit te waarborgen, zoals vereist krachtens de digitaliseringsverordening. Vanaf 2028 zal een Europees elektronisch toegangspunt operationeel zijn, waar gebruikers bepaalde vorderingen kunnen indienen en verklaringen en attesten kunnen aanvragen 6 . Begin 2031 moet een gedecentraliseerd IT-systeem operationeel zijn voor alle procedures die binnen het toepassingsgebied van de verordening vallen. Voor de tijdige uitvoering van de digitaliseringsverordening en de andere gedecentraliseerde IT-systemen die onlangs zijn opgezet in het kader van vijf andere rechtshandelingen met betrekking tot justitie 7 is een gecoördineerde en aanhoudende inspanning van de Commissie en de lidstaten noodzakelijk.

Digitalisering kan ook bijdragen tot de bestrijding van criminaliteit in de EU. Openbare ministeries op EU- en nationaal niveau kunnen digitale instrumenten gebruiken om de communicatie aanzienlijk te versnellen en efficiënter samen te werken bij de bestrijding van grensoverschrijdende criminaliteit. Ook de agentschappen en organen van de EU op het gebied van justitie en binnenlandse zaken 8 die belast zijn met het onderzoeken en vervolgen van strafbare feiten of het ondersteunen van nationale openbare ministeries kunnen baat hebben bij digitalisering, door gebruik te maken van instrumenten om sneller informatie uit te wisselen en instrumenten om nationale bevoegde autoriteiten te ondersteunen.

Naast het benutten van de efficiëntieverbeteringen van digitalisering moet er ook aandacht zijn voor het beperken van de potentiële risico’s ervan. Het gebruik van digitale instrumenten in justitiële aangelegenheden moet volledig in overeenstemming zijn met de rechtsstaat en de grondrechten, zoals verankerd in het Handvest van de grondrechten van de EU en de relevante secundaire wetgeving van de EU 9 . Daarnaast is in de AI-verordening 10 bepaald dat alleen die AI-systemen mogen worden gebruikt die de grondrechten niet schaden. Tegelijkertijd moeten niet-digitale kanalen voor toegang tot de rechter beschikbaar blijven, aangezien het belangrijk is ervoor te zorgen dat alle personen 11 die in de EU verblijven daadwerkelijk en op voet van gelijkheid toegang hebben tot de rechter.

Meer gedigitaliseerde rechtsstelsels kunnen ook kwetsbaar zijn voor inbreuken in verband met persoonsgegevens en cyberaanvallen. Hoewel papieren systemen andere kwetsbaarheden hebben, zoals beperkte uitwisseling, moeilijkheden om informatie te actualiseren, moet bijzondere aandacht worden besteed aan gegevensprivacy en -beveiliging. De algemene verordening gegevensbescherming (AVG) 12 en de richtlijn rechtshandhaving 13 zijn hoekstenen van de EU-wetgeving en hebben tot doel mensen tegen deze risico’s te beschermen door middel van risicobeheersmaatregelen en het melden van incidenten. De EU-cyberbeveiligingsverordening 14 verhoogt ook het cyberbeveiligingsniveau van informatie- en communicatietechnologieproducten in de EU, ook voor producten die binnen justitie worden gebruikt.

Financiering van de digitale transitie van nationale rechtsstelsels kan een aanzienlijke investering vooraf inhouden, maar de daarmee samenhangende kosten worden in de loop van de tijd afgeschreven, aangezien efficiëntieverbeteringen tot besparingen leiden. Hoewel EU-middelen niet alle aanloopkosten kunnen dekken, kunnen zij gerichte steun bieden voor investeringen op maat in het kader van het huidige meerjarig financieel kader (MFK) en voor investeringen en hervormingen volgens nationale en regionale partnerschapsplannen wanneer het volgende MFK van start gaat 15 . Daarnaast kunnen zij ook een hefboomeffect hebben op de nationale begrotingen 16 .

Het versterken van de digitale vaardigheden van beoefenaren van justitiële beroepen is van essentieel belang om te profiteren van de digitalisering en om geavanceerde technologieën te benutten die het concurrentievermogen van de EU kunnen stimuleren 17 . Daarom is DigitalJustice@2030 vastgesteld, samen met de nieuwe Europese strategie voor justitiële opleiding (2025-2030) 18 , wat gericht is op digitalisering en de nodige gunstige omgeving creëert om deze in de praktijk te brengen.

Concurrentievermogen staat centraal in dit mandaat van de Commissie 19 . De EU moet sneller handelen en meer doen om het concurrentievermogen, de welvaart en de billijkheid te waarborgen 20 . Dit standpunt wordt gesteund door de Raad, die aandringt op doortastende maatregelen om het concurrentievermogen te stimuleren 21 . DigitalJustice@2030 bouwt voort op deze beleidsdoelstellingen en is een vertaling in concrete maatregelen van de prioriteiten die de Raad heeft vastgesteld in zijn strategie inzake e-justitie 2024-2028 22 en de conclusies van de Raad over het gebruik van artificiële intelligentie op het gebied van justitie 23 .

DigitalJustice@2030 bouwt voort op de besprekingen met de lidstaten en de belangrijkste belanghebbenden in de fora over justitie op hoog niveau voor groei en over de toekomst van het strafrecht in de EU, waarbij de nadruk ligt op initiatieven op het gebied van digitalisering die breed werden gesteund 24 en die bedoeld zijn om tegen 2030 het gebruik van digitale technologieën, waaronder AI, in rechtsstelsels te vergroten.

1.De voortgang van de nationale digitalisering van justitie in kaart brengen en beste praktijken uitwisselen

Uit het EU-scorebord voor justitie 2025 25 blijkt dat de lidstaten ongelijke vooruitgang boeken bij de digitalisering van hun nationale rechtsstelsels. De redenen voor deze verschillen zijn voor elke lidstaat anders, maar omvatten de beschikbaarheid van personele en financiële middelen en uiteenlopende politieke prioriteiten.

Hoewel het EU-scorebord voor justitie enkele gegevens bevat over de mate van digitalisering van de nationale rechtsstelsels in de lidstaten, is er geen overzicht van nationale initiatieven of instrumenten. De lidstaten hebben dezelfde of soortgelijke IT-instrumenten en gegevensnormen nodig om praktijken te digitaliseren die alle nationale rechtsstelsels gemeen hebben. Lidstaten die geïnteresseerd zijn in het gebruik van oplossingen die in andere lidstaten doeltreffend zijn, kunnen moeilijkheden ondervinden bij de toegang tot de informatie.

Om dit probleem aan te pakken, is de Commissie begonnen met het in kaart brengen van relevante nationale initiatieven en instrumenten. De gegevens bieden een eerste overzicht van de digitalisering van rechtsstelsels in de EU. Op basis daarvan zal een meer permanent mechanisme, een “levend register”, worden ontwikkeld voor het verzamelen van informatie en voor de uitwisseling van beste praktijken. Het register zal worden gehost op het e-justitieportaal 26 . Dankzij de structuur en lay-out van het portaal zouden de lidstaten gemakkelijk updates kunnen doorvoeren wanneer dat nodig is, terwijl de bekendheid met het portaal bedoeld is om de administratieve lasten tot een minimum te beperken.

Het is de bedoeling dat de lidstaten goede oplossingen vinden die al worden gebruikt, wat tot een bredere toepassing ervan kan leiden en grensoverschrijdende interoperabiliteit kan bevorderen. De Commissie zal in samenwerking met de Raad de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten organiseren. Er zijn veel voorbeelden van goede digitale praktijken in de EU die de kwaliteit van justitie verbeteren en zorgen voor betere toegang en voor meer transparantie voor personen die onderworpen zijn aan en werken binnen de rechtsstelsels. In Estland zijn bijvoorbeeld alle openbare diensten online beschikbaar. Het rechtsstelsel in Estland gebruikt tal van digitale hulpmiddelen, waarbij het systeem draait om het e-bestand. Middels dit e-bestand worden gegevens aan de informatiesystemen van rechtbanken verstrekt en ook is koppeling met de informatiesystemen voor rechtshandhaving mogelijk. Alle communicatie tussen partijen in burgerlijke zaken kan elektronisch plaatsvinden, inclusief het opstellen en verzenden van dagvaardingen, proces-verbalen van zittingen en beslissingen, en alle partijen kunnen de procedure elektronisch volgen. Estland schat dat het gebruik van deze digitale instrumenten de gemiddelde duur van civielrechtelijke procedures heeft teruggebracht van 156 dagen tot 99 dagen 27 .

De verzamelde gegevens zullen ook de basis vormen voor de voorgestelde IT-toolbox (zie actie 3) en helpen bij het vaststellen van mijlpalen en streefcijfers met betrekking tot investeringen en hervormingen voor mogelijke financieringsmaatregelen in het kader van het voorgestelde volgende MFK 28 .

Actie 1: de Commissie zet een levend register op met digitale instrumenten, met name AI, die in de hele EU op het gebied van justitie kunnen worden gebruikt en die tegen eind 2026 beschikbaar zijn op het Europees e-justitieportaal.

Actie 2: de Commissie ondersteunt de uitwisseling van beste praktijken tussen de lidstaten op het gebied van digitale instrumenten, met name AI, die in rechtsstelsels worden gebruikt.

2.IT-toolbox voor justitie

Uit de werkzaamheden om in kaart te brengen welke digitale instrumenten er momenteel in de lidstaten beschikbaar zijn, is gebleken dat de lidstaten identieke of soortgelijke behoeften hebben en soortgelijke oplossingen willen ontwikkelen. Verscheidene lidstaten hebben al met succes AI-instrumenten ingezet en deze oplossingen zouden ook andere lidstaten ten goede kunnen komen. Zo worden in verschillende lidstaten geavanceerde AI-instrumenten voor spraakherkenning gebruikt om spraak om te zetten in tekst en zittingen te transcriberen, wat duidelijke tijdsbesparingen oplevert. Andere lidstaten maken gebruik van geautomatiseerde annotatie en inhoudelijke beschrijvingen van uitspraken en andere rechterlijke beslissingen, terwijl sommige lidstaten grote taalmodellen (LLM’s) zijn gaan gebruiken om uitspraken en ontwerpen van juridische documenten te analyseren. In de meeste lidstaten zijn er vooralsnog alleen nog plannen voor het gebruik van AI-instrumenten. De Raad heeft de Commissie derhalve verzocht de lidstaten te ondersteunen bij het verzamelen en delen van informatie over het gebruik van AI-instrumenten in nationale rechtsstelsels, teneinde een gedeelde “AI-toolbox voor justitie” op te zetten en te gebruiken 29 .

Hoewel volledige EU-brede harmonisatie van digitale justitiële oplossingen in nationale systemen gezonde innovatie in de weg kan staan, is het huidige niveau van versnippering en gebrek aan standaardisering een zwak punt in termen van kosten en efficiëntie. Het is bijvoorbeeld niet nodig of efficiënt voor de lidstaten om 27 verschillende softwaresystemen in te voeren om juridisch onderzoek in rechtbanken uit te voeren.

Het doel van de toolbox is kostenbesparingen te realiseren en de belemmeringen voor de uitvoering te verminderen door de lidstaten te voorzien van een reeks IT-instrumenten. De toolbox is een natuurlijke volgende stap na het in kaart brengen van de instrumenten, en is niet alleen bedoeld om IT-oplossingen te delen, maar ook om de lidstaten te helpen hun rechtsstelsels in de praktijk te digitaliseren. Door gebruik te maken van instrumenten die door andere landen zijn ontwikkeld en al zijn getest, kunnen de lidstaten voorkomen dat zij helemaal opnieuw moeten beginnen met het creëren van een nieuw instrument, wat zowel tijd als geld bespaart. Door succesvolle instrumenten in verschillende lidstaten toe te passen, kunnen gemeenschappelijke normen worden overgenomen en kan de interoperabiliteit worden bevorderd.

De Commissie zal deze toolbox opzetten om de lidstaten te helpen sneller te digitaliseren en kostenbesparingen te realiseren. De toolbox zal AI-instrumenten en alle andere relevante IT-instrumenten voor gebruik in rechtsstelsels omvatten. De toolbox zal worden gehost op het Interoperabel Europa-portaal 30 dat bij de verordening Interoperabel Europa 31 is opgericht om het delen van instrumenten, gegevensnormen en richtsnoeren te vergemakkelijken. Het is aan elke lidstaat om te beslissen welke instrumenten men wil delen en in welke mate.

Actie 3: de Commissie zal tegen eind 2026 de IT-toolbox opzetten en het gebruik ervan bevorderen.

3.AI in rechtsstelsels

Doeltreffend gebruik van AI in rechtsstelsels maakt deel uit van de doelstelling om de EU een voortrekkersrol te laten spelen in de AI-revolutie, zoals uiteengezet in het actieplan voor het AI-continent 32 . De AI-toepassingsstrategie 33 is gericht op het benutten van het transformatieve potentieel van AI, het versnellen van de invoering van AI in alle sectoren om het concurrentievermogen en de economische groei te verbeteren en de administratieve lasten te verminderen. Om het gebruik van AI op het gebied van justitie te bevorderen en te versnellen, is de AI-toepassingsstrategie gebaseerd op concrete acties in deze DigitalJustice@2030-strategie.

AI heeft een enorm potentieel op het gebied van justitie en kan tot aanzienlijke efficiëntieverbeteringen leiden. In Duitsland bijvoorbeeld helpt AI-assistent OLGA rechters bij de behandeling van beroepen in massaprocedures 34 na de Dieselgate-zaak 35 . OLGA onderzoekt uitspraken in eerste aanleg en extraheert parameters zoals voertuig- en motortype, uitlaatnorm en redenen voor terugroeping. Op basis van deze parameters groepeert het instrument automatisch vergelijkbare zaken en vult het individuele modellen in die door de rechters zijn ontworpen. Dankzij het gebruik van OLGA is het mogelijk zaken slimmer te plannen, met bijvoorbeeld dezelfde vertegenwoordigers van eisers, zodat de rechtbank zeer effectief zittingen kan houden 36 . Het instrument neemt ook zeer herhalende taken over van rechters, zodat zij zich in plaats daarvan kunnen richten op hun kernactiviteiten. Het belangrijkste punt hier is echter dat het systeem zich niet met de rechtspleging bemoeit; nog altijd nemen de rechters de beslissingen over elke zaak nadat zij de feiten hebben gecontroleerd. Het ministerie van Justitie en Migratie van de deelstaat Baden-Württemberg 37 meldt dat het gebruik van OLGA de behandeling van zaken heeft vergemakkelijkt en de tijd voor de behandeling ervan aanzienlijk heeft verkort. Zonder OLGA zou het, met de huidige personeelsbezetting, jaren duren om de zaken af te handelen. De rechter die verantwoordelijk is voor het OLGA-project bij de hogere regionale rechtbank van Stuttgart concludeerde als volgt: “De handmatige verwerking van massaprocedures behoort nu tot het verleden.” 38

Het gebruik van AI in rechtsstelsels brengt echter ook risico’s voor de grondrechten met zich mee en deze risico’s moeten worden gereduceerd. AI-instrumenten moeten rechters alleen ondersteunen en niet vervangen bij het geven van beslissingen 39 . Bepaalde toepassingen van AI worden in de AI-verordening 40 aangemerkt als toepassingen met een hoog risico. In beginsel worden AI-systemen die bedoeld zijn om door een gerechtelijke autoriteit te worden gebruikt om hen te ondersteunen bij het onderzoeken en interpreteren van feiten en de wet en bij het toepassen van de wet op een concrete reeks feiten, beschouwd als systemen met een hoog risico. Daarom gelden er strenge eisen. AI-systemen die bedoeld zijn voor administratieve werkzaamheden die geen invloed hebben op de feitelijke besluitvorming in individuele gevallen, zoals pseudonimisering van rechterlijke beslissingen, documenten of gegevens, worden niet als systemen met een hoog risico beschouwd. Er gelden echter wel vereisten ten aanzien van de transparantie.

Om de veilige toepassing van AI in rechtsstelsels te ondersteunen, heeft de Raad de Commissie verzocht het potentieel van AI op het gebied van justitie te onderzoeken en de lidstaten bij te staan bij de uitvoering van de AI-verordening 41 . De Commissie is vastbesloten de lidstaten te begeleiden bij de uitvoering van AI. De eerste stap was het vaststellen van richtsnoeren inzake verboden AI-praktijken in februari 2025 42 . De volgende stap is de afronding van de algemene richtsnoeren voor AI-systemen met een hoog risico in het kader van de AI-verordening, die naar verwachting in februari 2026 zullen worden gepubliceerd. Het gebruik van AI-instrumenten met een hoog risico in rechtsstelsels is van cruciaal belang en zal helpen deze richtsnoeren vorm te geven. In de DigitalJustice@2030-strategie wordt ook voorgesteld om na te gaan of de lidstaten aanvullende steun nodig hebben om AI-instrumenten doeltreffend in rechtsstelsels te gebruiken en of een gecoördineerde aanpak op EU-niveau gerechtvaardigd is.

De lidstaten willen AI-systemen graag gebruiken op het gebied van justitie om de efficiëntie te verbeteren en achterstanden weg te werken 43 . Verschillende maatregelen ter ondersteuning van het gebruik van AI in rechtsstelsels zijn uiteengezet in DigitalJustice@2030. De IT-toolbox is ontworpen om de invoering van AI-instrumenten te vergemakkelijken en te versnellen (actie 3). Er is EU-financiering beschikbaar voor projecten in verband met het gebruik van AI in rechtsstelsels (acties 11 en 12) en het gebruik van AI zal worden gemonitord door IT-instrumenten in kaart te brengen (actie 1). De Commissie is van plan de nationale autoriteiten verder te ondersteunen door met hen te overleggen en te helpen bij beslissingen over de vraag of en met welk doel zij AI-instrumenten moeten gebruiken, en hoe dit kan worden gedaan op een manier die de efficiëntie verhoogt zoals gepland — mogelijk middels specifieke richtsnoeren 44 .

Op EU-niveau overwegen de agentschappen en organen op het gebied van justitie en binnenlandse zaken om AI in hun operationele werkzaamheden te gebruiken en testen zij mogelijk nieuwe AI-instrumenten. De Commissie zal deze ontwikkelingen volgen.

Actie 4: de Commissie zal het gebruik van AI-systemen met een hoog risico op het gebied van justitie nader toelichten, met name door uiterlijk in februari 2026 relevante richtsnoeren in het kader van de AI-verordening vast te stellen, met inbreng van de justitiële gemeenschap.

Actie 5: de Commissie zal samen met de lidstaten en andere relevante belanghebbenden nagaan op welke gebieden de EU hen kan ondersteunen bij het gebruik van AI op het gebied van justitie, eventueel met specifieke richtsnoeren over de vraag of, voor welk doel en hoe zij AI-instrumenten zouden kunnen gebruiken.

4.Europese ruimte voor juridische gegevens

In veel domeinen hebben particulieren en de beroepsbeoefenaren een schat aan informatie binnen handbereik. Dit is niet het geval voor juridische documenten en gegevens, die vaak niet online beschikbaar zijn, wat betekent dat er op dit gebied minder toegankelijkheid en transparantie is. Momenteel zijn juridische gegevens online op verschillende manieren toegankelijk, gefaciliteerd en ondersteund door de EU. De Europese ruimte voor juridische gegevens heeft tot doel al deze gegevens samen te brengen op één plaats:

·EUR-Lex voor toegang tot de authentieke EU-wetgeving in 24 talen, EU-jurisprudentie, nationale omzettingsmaatregelen en ook tot enkele bronnen van nationale jurisprudentie, met zoek- en analysefunctionaliteit;

·N-Lex voor toegang tot de nationale wetgevingsdatabanken van de lidstaten;

·het e-justitieportaal voor informatie over rechtsstelsels en toegang tot de rechter in de EU, alsook voor toegang tot jurisprudentie op EU- en nationaal niveau;

·verschillende lidstaten hebben hun eigen platforms.

Het heeft veel voordelen om gemakkelijk toegang te hebben tot actuele toepasselijke wetgeving en jurisprudentie, niet alleen op EU-niveau, maar ook in alle lidstaten. Het kan bijvoorbeeld voorkomen dat een Poolse rechter het Italiaanse recht moet toepassen bij het nemen van een beslissing over een geschil tussen een Pools bedrijf en een Italiaans bedrijf. De overeenkomst tussen de twee ondernemingen bevat een rechtskeuzebeding (toepasselijk recht) waarin is bepaald dat het Italiaanse recht van toepassing is 45 . Aangezien de Poolse onderneming de zaak voor een Poolse rechtbank heeft gebracht 46 , zal de Poolse rechter het geschil beslechten op basis van het Italiaanse recht en zal hij toegang moeten hebben tot alle gerelateerde Italiaanse wetgeving en jurisprudentie. Als deze informatie niet online beschikbaar is, is het voor beoefenaren van juridische beroepen in grensoverschrijdende zaken nog moeilijker om buitenlands recht te vinden, te begrijpen, te interpreteren en toe te passen in een aanhangige zaak 47 . Dit kan leiden tot aanzienlijke vertragingen, met negatieve gevolgen voor de rechtspleging en ondermijning van de economische groei en het concurrentievermogen. Het is voor beoefenaren van justitiële beroepen al moeilijk genoeg om buitenlandse wetgeving toe te passen waarin ze niet zijn opgeleid, zelfs als ze geen moeite hebben om de nodige documenten te vinden.

Naast dat het beoefenaren van justitiële beroepen helpt in grensoverschrijdende zaken, draagt meer transparantie ook bij tot het vergroten van het vertrouwen van het publiek in het rechtsstelsel. Toegang tot informatie over de wet, jurisprudentie en rechterlijke uitlegging van wettelijke bepalingen is belangrijk voor de uitoefening van het recht op toegang tot de rechter 48 .

Daarom is op basis van de Europese datastrategie van 2020 49 een Europese ruimte voor juridische gegevens opgezet om de waarde van gegevens optimaal te benutten zodat de economie en de samenleving van de EU er breder van kunnen profiteren. Het doel is te voorzien in gemakkelijk toegankelijke, herbruikbare en doorzoekbare gegevens voor wetgeving en jurisprudentie in de hele EU. De Europese ruimte voor juridische gegevens verstrekt niet alleen gegevens om beoefenaren van justitiële beroepen te helpen bij hun werkzaamheden. Deze ruimte zal ook steeds meer justitiële gegevens ontsluiten die geschikt zijn voor het trainen van AI-systemen, wat bedrijven gespecialiseerd in juridische technologie ondersteunt bij de ontwikkeling van innovatieve AI-instrumenten specifiek geschikt voor het justitiële domein. Een van de kernvoorwaarden voor een goed functionerende AI-instrument is de kwaliteit van de trainingsgegevens. Hier kan de Europese ruimte voor juridische gegevens innovatie helpen, d.w.z. door toegang te bieden tot downloadbare, hoogwaardige, omvangrijke en relevante juridische inhoud. De zorgvuldig samengestelde gegevens voor de juridische documenten van de EU die in EUR-Lex beschikbaar zijn, vormen de kern van deze werkzaamheden.

Gemeenschappelijke normen zijn van cruciaal belang om de Europese ruimte voor juridische gegevens goed te laten functioneren en de interoperabiliteit van juridische en gerechtelijke gegevens te waarborgen, met name de Europese identificatiecode voor wetgeving (ELI) 50 en de Europese identificatiecode voor jurisprudentie (ECLI) 51 . Toegang tot wetgeving en jurisprudentie vereist dat alle relevante documenten correct worden geïdentificeerd, machinaal leesbaar zijn en online doorzoekbaar zijn. Daarom is het van cruciaal belang ervoor te zorgen dat de ELI en de ECLI zo snel mogelijk door alle lidstaten worden vastgesteld 52 . De ELI-norm wordt nu door 19 lidstaten gebruikt, en 7 daarvan hebben sinds 2024 ELI ook daadwerkelijk vastgesteld. De ECLI wordt in 21 lidstaten gedeeltelijk gebruikt, in de meeste gevallen door slechts een beperkt aantal rechtbanken. 17 lidstaten die de ECLI-norm hebben vastgesteld, hebben een koppeling met de ECLI-zoekmachine op het Europees e-justitieportaal.

Terwijl de werkzaamheden met betrekking tot N-Lex en het e-justitieportaal en de bijbehorende zoekmachines voor wetgeving en jurisprudentie worden voortgezet, moeten de acties als onderdeel van de DigitalJustice@2030-strategie uiteindelijk leiden tot gemakkelijk toegankelijke, herbruikbare en doorzoekbare justitiële gegevens voor alle beoefenaren van justitiële beroepen, particulieren en bedrijven gespecialiseerd in juridische technologie. De Commissie zet zich in voor de volledige uitvoering van de ELI en de ECLI en ondersteunt de lidstaten op verschillende manieren. EU-financiering in het kader van het instrument voor technische ondersteuning en verdere technische bijstand in het kader van het toekomstige MFK kunnen worden gebruikt voor de uitvoering van de ELI en de ECLI.

In de strategie voor de Europese data-unie 53 heeft de Commissie aangekondigd dat zij zal voorstellen om de lijst van hoogwaardige datasets in 2026 54 uit te breiden tot juridische gegevens, met verbeterde kwaliteit en toegankelijkheid. Hoogwaardige datasets moeten vrij beschikbaar worden gesteld in machinaal leesbare formaten en via een gestandaardiseerde applicatieprogramma-interface. Waar relevant moeten hoogwaardige datasets beschikbaar zijn om bulksgewijs te worden gedownload. Door de lijst van hoogwaardige datasets uit te breiden, zullen meer gegevens beschikbaar komen voor kmo’s, start-ups en AI-ontwikkelaars, door de belemmeringen voor de toegang tot gegevens te verminderen.

Actie 6: de Commissie en het Bureau voor publicaties van de Europese Unie zullen de volledige invoering van de ELI en de ECLI ondersteunen. Wat de ECLI betreft, moet ervoor worden gezorgd dat tegen 2030 alle jurisprudentie in alle lidstaten een ECLI krijgt toegewezen en gemakkelijk kan worden gevonden in de ECLI-zoekmachine op het Europees e-justitieportaal. De eerste stap is het toekennen van een ECLI aan alle nieuwe uitspraken in alle rechtbanken. De tweede stap is de integratie van alle bestaande jurisprudentie. Wat de ELI betreft, moet ervoor worden gezorgd dat tegen 2030 elk stuk wetgeving in alle lidstaten een ELI krijgt toegewezen en gemakkelijk kan worden gevonden in de ELI-zoekmachine.

Actie 7: de Commissie en het Bureau voor publicaties van de Europese Unie zullen de ontwikkeling van toepassingen van juridische technologie, met inbegrip van AI-instrumenten op het gebied van justitie, ondersteunen door de beschikbaarheid en herbruikbaarheid van juridische en gerechtelijke gegevens (met inbegrip van jurisprudentie en wetgeving) te verbeteren.

5.Videoconferenties

De COVID-19-pandemie heeft grote delen van de beroepsbevolking (met inbegrip van de rechterlijke macht) gedwongen zich aan de nieuwe situatie aan te passen: het gebruik van videoconferenties werd in veel gevallen een werkbare oplossing om de continuïteit van de rechtspleging te waarborgen. Hoewel videoconferenties in 2020 al waren gereglementeerd en in sommige gevallen waarbij sprake was van grensoverschrijdende samenwerking binnen de EU in burgerlijke en strafzaken werden gebruikt 55 , ontbrak de rechtsgrondslag voor veel andere grensoverschrijdende procedures. De digitaliseringsverordening heeft deze leemte gedeeltelijk gedicht en biedt nu een rechtsgrondslag voor het houden van hoorzittingen via videoconferentie voor grensoverschrijdende gerechtelijke procedures in burgerlijke en handelszaken en voor procedures voor justitiële samenwerking in strafzaken.

Op grond van het EU-recht kunnen getuigen, deskundigen, verdachten en beklaagden, alsook slachtoffers van misdrijven, via videoconferentie worden gehoord om bewijsmateriaal te verzamelen indien zij zich in een andere lidstaat bevinden 56 . Voor slachtoffers van strafbare feiten stelt de Commissie ook voor om in de richtlijn slachtofferrechten een bepaling op te nemen over het gebruik van videoconferenties om de deelname op afstand aan strafrechtelijke procedures van slachtoffers die in het buitenland wonen, te vergemakkelijken. Over dit voorstel wordt nog onderhandeld. Er zijn momenteel geen EU-brede regels voor de deelname op afstand van een verdachte aan rechtszittingen in strafrechtelijke procedures uit een andere lidstaat voor andere doeleinden dan bewijsgaring. Deze situatie leidt vaak tot aanzienlijke reiskosten voor een verdachte en kan praktische uitdagingen met zich meebrengen, met name voor kwetsbare personen. Het kan ook leiden tot verstekprocedures of het gebruik van zeer ingrijpende dwangmaatregelen, zoals een Europees aanhoudingsbevel, om ervoor te zorgen dat de verdachte het proces bijwoont.

Deze overwegingen werden erkend in de meest recente evaluatie van de uitvoering van het Europees onderzoeksbevel 57  , waarin de Commissie wordt verzocht een oplossing op EU-niveau te vinden om de deelname aan processen via videoconferentie van verdachten uit een andere lidstaat mogelijk te maken. De Commissie is voornemens deze lacune aan te pakken door deelname op afstand aan strafzittingen van een verdachte uit een andere lidstaat per videoconferentie mogelijk te maken. Wat slachtoffers van strafbare feiten betreft, zal de Commissie beoordelen hoe ook deelname op afstand kan worden gefaciliteerd, rekening houdend met het resultaat van de onderhandelingen over de herziening van de richtlijn slachtofferrechten.

Er zijn een aantal praktische uitdagingen die moeten worden aangepakt om ervoor te zorgen dat hoorzittingen op afstand via videoconferentie soepel verlopen. De lidstaten maken bijvoorbeeld vaak gebruik van verschillende videoconferentieplatforms, wat op zich geen probleem is, maar wat wel een obstakel kan worden bij grensoverschrijdende hoorzittingen op afstand, aangezien verschillende software- en hardwareoplossingen niet altijd interoperabel zijn. Dit is belangrijk wanneer een videoconferentie wordt georganiseerd tussen twee justitiële autoriteiten in verschillende lidstaten, bijvoorbeeld voor de bewijsverkrijging in burgerlijke zaken 58 en tijdens strafzittingen.

Hoewel er al oplossingen beschikbaar zijn voor dit interoperabiliteitsprobleem, zoals add-ons, plug-ins en toepassingen van derden, wordt de verbinding door deze oplossingen vaak onstabiel en geven ze aanleiding tot bezorgdheid over gegevensbescherming en privacy. Er is momenteel geen pan-Europese videoconferentieoplossing voor grensoverschrijdende gerechtelijke procedures. Elke lidstaat maakt gebruik van kant-en-klare producten of zelf ontwikkelde instrumenten. Dit kan een passende oplossing zijn voor hoorzittingen in eigen land, maar voor grensoverschrijdende zaken maakt een gebrek aan interoperabiliteit het houden van zittingen op afstand moeilijk, zo niet onmogelijk. Daarom zou het goed zijn om te zoeken naar een oplossing om deze interoperabiliteitsuitdagingen aan te pakken. Om die reden zal de Commissie verschillende opties analyseren om belemmeringen voor interoperabiliteit weg te nemen 59 .

Daarnaast zal de Commissie de lidstaten ondersteunen door te voorzien in een reeks vrijwillige gemeenschappelijke technische voorschriften voor videoconferenties. Deze voorschriften hebben bijvoorbeeld betrekking op het opzetten en voeren van videoconferenties en de verdere ontwikkeling van reeds gebruikte videoconferentiesoftware. Deze voorschriften zouden kunnen worden aangepast voor gebruik in het justitiële domein en zo een solide basis bieden voor het waarborgen van een goede audio- en visuele kwaliteit in realtime, voor veilige en vertrouwelijke videoconferenties tijdens gerechtelijke procedures. De lidstaten kunnen deze voorschriften bijvoorbeeld toepassen bij aanbestedings- of verdere ontwikkelingsprocedures en zo besparen op de kosten van het zelf opstellen van dergelijke voorschriften. Deze vrijwillige technische voorschriften zijn bedoeld om de interoperabiliteit te vergemakkelijken. Zij zullen toegankelijk zijn via het Interoperabel Europa-portaal.

Actie 8: de Commissie zal uiterlijk eind 2027 een aanbeveling doen voor vrijwillige, gemeenschappelijke EU-brede technische voorschriften voor videoconferenties.

Actie 9: in het kader van de herziening van de richtlijn betreffende het Europees onderzoeksbevel zal de Commissie ernaar streven deelname op afstand aan terechtzittingen van verdachten uit een andere lidstaat via videoconferentie mogelijk te maken, met inbegrip van de nodige procedurele waarborgen. De Commissie zal ook beoordelen of het nodig is regels op te nemen om de deelname op afstand van slachtoffers van misdrijven te vergemakkelijken, alsook de nodige waarborgen te bieden, rekening houdend met het resultaat van de onderhandelingen over de herziening van de richtlijn slachtofferrechten.

Actie 10: de Commissie zal de haalbaarheid onderzoeken en de kosten en baten beoordelen van verschillende opties om interoperabiliteitskwesties voor grensoverschrijdende videoconferenties in gerechtelijke procedures tegen eind 2027 op te lossen.

6.Financiering

De digitalisering van de nationale rechtsstelsels is een investering die tot doel heeft efficiëntere rechtsbedeling tot stand te brengen. Deze investering zal geleidelijk worden terugverdiend en uiteindelijk middelen besparen. Zo is de uitrol van videoconferenties in rechtszalen in Tsjechië een succes. In 2024 werden er zo’n 12 300 hoorzittingen gehouden via videoconferentie. De uitrol van apparatuur en bijbehorende software in rechtszalen heeft ongeveer 8 miljoen EUR gekost, deels gefinancierd vanuit de EU in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit 60 . Videoconferenties besparen de Tsjechische gerechtelijke autoriteiten nu meer dan 2,2 miljoen EUR per jaar aan kosten voor vervoer en beveiliging, en (reiskosten)vergoedingen voor getuigen — dit zijn blijvende besparingen 61 .

Investeringen in digitalisering dragen ook bij tot een hogere productiviteit. Uiteindelijk zijn dergelijke investeringen bedoeld om de efficiëntie van de nationale rechtsstelsels te vergroten, wat een positief effect heeft op de economische groei. Sommige onderdelen van deze DigitalJustice@2030-strategie, zoals het aanmoedigen van het hergebruik van IT-instrumenten, zullen besparingen opleveren voor de nationale begrotingen en tegelijkertijd de interoperabiliteit tussen de nationale rechtsstelsels verbeteren.

In het licht van deze overwegingen heeft de Raad de Commissie verzocht passende financiering voor de ontwikkeling en het gebruik van AI op het gebied van justitie te bevorderen 62 . In de Europese strategie inzake e-justitie 2024-2028 van de Raad 63 wordt benadrukt dat de lidstaten financiering moeten kunnen aanvragen via de verschillende financieringsinstrumenten die in het MFK zijn opgenomen. Daarom moet de toegang tot financiering op EU-niveau worden vergemakkelijkt.

De EU steunt de lidstaten reeds bij hun inspanningen om hun rechtsstelsels efficiënter te maken door middel van verschillende financieringsinstrumenten, die verschillende doelstellingen nastreven:

·het programma Justitie ondersteunt de ontwikkeling van grensoverschrijdende digitaliseringsprojecten, maar heeft een beperkt budget. Er wordt momenteel bijzondere aandacht besteed aan het helpen van de lidstaten bij de uitvoering van de digitaliseringsverordening 64 ;

·de herstel- en veerkrachtfaciliteit ondersteunt hervormingen en investeringen van de lidstaten om hun economieën en samenlevingen duurzamer, veerkrachtiger en beter voorbereid te maken op de uitdagingen en kansen van de groene en de digitale transitie. Verschillende maatregelen in de herstel- en veerkrachtplannen hadden tot doel de digitalisering van de rechtsstelsels van de lidstaten te bevorderen. Ongeveer de helft van de lidstaten 65 nam dergelijke hervormingen en investeringen op in hun herstel- en veerkrachtplannen. De projecten omvatten bijvoorbeeld videoconferenties, de invoering van digitale audio-opnamen van procedures, verbetering van het dossierbeheer, digitalisering van civiel- en strafrechtelijke procedures;

·het programma Digitaal Europa ondersteunt de werkzaamheden van de Commissie op het gebied van de digitalisering van de grensoverschrijdende justitiële samenwerking in de EU, met name in het kader van de digitaliseringsverordening. Het ondersteunt ook het gebruik van de ELI in de lidstaten. Het wordt gebruikt om deskundig advies en workshops aan te bieden en om ervoor te zorgen dat de lidstaten op de ELI gebaseerde zoekopdrachten op N-Lex toepassen;

·het instrument voor technische ondersteuning kan de lidstaten ondersteunen met op maat gesneden technische expertise. Het kan worden gebruikt ter ondersteuning van projecten voor de digitalisering van nationale rechtsstelsels, zoals de publicatie van jurisprudentie, de verdere toepassing van de ECLI, geautomatiseerde verwerking met behulp van AI en videoconferenties. Een belangrijke beperking is echter dat het niet kan worden gebruikt om daadwerkelijk IT-ontwikkelingsactiviteiten te financieren, noch de aankoop van software en hardware 66 . Projecten in het kader van het instrument voor technische ondersteuning moeten een duidelijke EU-meerwaarde bieden, waardoor in andere lidstaten behaalde resultaten kunnen worden hergebruikt.

In het volgende MFK 67 is het de bedoeling de EU-begroting eenvoudiger en flexibeler te maken. Dit zou het mogelijk maken de financiering aan te passen aan veranderende prioriteiten en nieuwe technologische ontwikkelingen. De Commissie heeft een ambitieuze, op beleid gebaseerde begroting voor de periode 2028-2034 voorgesteld. Aangezien er onvoldoende en ongelijke vooruitgang wordt geboekt op het gebied van de digitale transformatie van de EU 68 , zou de begroting de digitalisering van rechtsstelsels op nationaal en EU-niveau kunnen ondersteunen op basis van twee pijlers:

I. Gedigitaliseerde rechtsstelsels zijn efficiënter en veerkrachtiger, zodat de lidstaten hun nationale en regionale partnerschapsplannen 69 kunnen gebruiken om de digitalisering van nationale rechtsstelsels te financieren. De middelen kunnen ook worden gebruikt om de doelstellingen van het beleidsprogramma voor het digitale decennium te verwezenlijken, dat tot doel heeft alle belangrijke overheidsdiensten tegen 2030 online beschikbaar te stellen 70 . In vergelijking met de huidige financieringsinstrumenten zouden de nationale en regionale partnerschapsplannen de administratieve lasten voor de nationale en regionale justitiële autoriteiten verminderen 71 . De nationale streefcijfers voor de digitalisering van nationale rechtsstelsels zouden kunnen worden gebaseerd op de gegevensverzameling van actie 1.

II.Het voorstel voor een nieuw programma Justitie heeft tot doel bij te dragen tot de ontwikkeling van een efficiënte, inclusieve en veerkrachtige Europese rechtsruimte en zou de digitalisering van justitie op EU-niveau ondersteunen 72 . De toegenomen aandacht voor digitalisering in het kader van de algemene en specifieke doelstellingen 73 ervan heeft tot doel te zorgen voor een meer strategische en consistente aanpak van alle kwesties en uitdagingen in verband met de digitalisering van rechtsstelsels. Er wordt een aanzienlijke verhoging van de begroting voorgesteld. Het voorgestelde programma zal het onderhoud van bestaande IT-instrumenten of -platforms en het opzetten van nieuwe instrumenten voor justitiële samenwerking 74 blijven ondersteunen, onder meer door de lidstaten te helpen uitvoeringshandelingen in het kader van de digitaliseringsverordening uit te voeren.

Actie 11: de Commissie zal projecten en acties op het niveau van de EU en de lidstaten in het kader van het volgende MFK blijven financieren via het voorgestelde programma Justitie.

Actie 12: de Commissie wil de digitalisering van de nationale rechtsstelsels in het kader van het volgende MFK ondersteunen via de nationale en regionale partnerschapsplannen.

7.Verdere digitalisering van grensoverschrijdende procedures in burgerlijke en handelszaken

Zelfs na de volledige uitvoering van de digitaliseringsverordening zal het nog steeds niet mogelijk zijn om grensoverschrijdende gerechtelijke procedures volledig digitaal te voeren, bijvoorbeeld een rechtszaak van begin tot eind. De digitaliseringsverordening voorziet niet in de digitalisering van communicatie voor alle procedurele stappen in alle grensoverschrijdende gerechtelijke procedures of voor het inleiden van alle soorten gerechtelijke procedures. Wanneer bijvoorbeeld de internationale bevoegdheid van het gerecht is vastgesteld 75 , kunnen de partijen bij de procedure in bepaalde gevallen elektronisch met dat gerecht communiceren 76 , maar zij zullen niet kunnen verzoeken om een zitting op afstand of om schriftelijk bewijs via het Europees elektronisch toegangspunt. Het zal ook niet mogelijk zijn voor een bedrijf om via het gerecht een betwiste schuld digitaal te innen bij een ander bedrijf als de waarde van de vordering meer dan 5 000 EUR bedraagt, aangezien het Europees elektronisch toegangspunt niet voor dat doel kan worden gebruikt en bestaande nationale IT-systemen mogelijk geen toegang geven aan niet-ingezetenen.

Het ter beschikking stellen van digitale instrumenten aan particulieren en bedrijven om vorderingen in te dienen of om gerechtelijke procedures te volgen en voeren totdat het vonnis is gewezen, zou de rechtspleging efficiënter maken. Het zou ook tijd en geld besparen voor bedrijven en particulieren in grensoverschrijdende burgerlijke en handelszaken.

Het instrument voor de volledige digitalisering van grensoverschrijdende gerechtelijke procedures zou een uitbreiding van het Europees elektronisch toegangspunt kunnen zijn tot alle burgerlijke en handelszaken met grensoverschrijdende gevolgen. Het Europees elektronisch toegangspunt zal vanaf 2028 operationeel zijn en zou kunnen worden omgevormd tot één toegangspunt waar particulieren en bedrijven grensoverschrijdende civielrechtelijke procedures kunnen starten en eraan kunnen deelnemen. De werkzaamheden ter voorbereiding van de uitgebreide evaluatie door de Commissie van de digitaliseringsverordening 77 zullen een gelegenheid zijn om de werking van het Europees elektronisch toegangspunt en de vooruitgang die is geboekt met de digitalisering van de rechtsstelsels in de lidstaten te beoordelen en mogelijke lacunes en zwakke punten in kaart te brengen.

Ter voorbereiding van de evaluatie is de Commissie voornemens de komende jaren een studie uit te voeren waarin de effecten van de verdere digitalisering van grensoverschrijdende procedures in burgerlijke en handelszaken worden geanalyseerd. Deze analyse zou kunnen worden meegenomen in de evaluatie en in een gezamenlijke reflectie over de toekomst van burgerlijke en handelszaken, samen met de lidstaten, het Europees Parlement en belanghebbenden uit de justitiële gemeenschap.

De Europese portemonnees voor digitale identiteit die in het kader van het Europees kader voor digitale identiteit 78 zijn gecreëerd, moeten de onlinetoegang tot gerechtelijke procedures vergemakkelijken. Zij zullen elke EU-burger of -ingezetene voorzien van een elektronische identiteit, zodat hij zich veilig kan identificeren en elektronische documenten kan ondertekenen met behulp van een gekwalificeerde elektronische handtekening. Daarnaast moeten de Europese portemonnees voor digitale identiteit worden gebruikt voor de uitwisseling van elektronische documenten. Voortbouwend op het Europees kader voor digitale identiteit zullen deze Europese portemonnees voor bedrijven een digitale identiteit creëren voor marktdeelnemers en overheidsinstanties, zodat zij kunnen worden geïdentificeerd en geverifieerd, officiële kennisgevingen kunnen ontvangen en opslaan en geverifieerde geloofsbrieven kunnen delen.

Actie 13: de Commissie zal tegen eind 2028 de gevolgen analyseren van de mogelijke verdere digitalisering van grensoverschrijdende procedures in burgerlijke en handelszaken die buiten het toepassingsgebied van de digitaliseringsverordening vallen.

Actie 14: de Commissie zal het Europees elektronisch toegangspunt ontwikkelen, zodat het later kan worden uitgebreid tot alle burgerlijke en handelszaken met grensoverschrijdende gevolgen.

8.Conclusie

De acties in DigitalJustice@2030 zijn erop gericht de voorwaarden te scheppen om de digitale rechtspleging in de EU tegen 2030 te versterken. Het is ook belangrijk om na te denken over de periode na 2030, omdat het volgende MFK tot doel heeft het traject vast te stellen voor de financieringsmogelijkheden die nodig zijn om de nationale rechtsstelsels te digitaliseren. Op middellange tot lange termijn moeten de acties en fondsen de lidstaten ondersteunen door hen de instrumenten en infrastructuur te bieden om hun nationale rechtsstelsels te digitaliseren, zodat zij de vruchten kunnen plukken van efficiëntere rechtsstelsels, waaronder het stimuleren van economische groei.

Deze acties zullen worden uitgevoerd in voortdurende dialoog en essentiële samenwerking met de lidstaten en, waar nodig, met andere belanghebbenden in relevante fora. Deze samenwerking zal van cruciaal belang zijn. DigitalJustice@2030 richt zich bijna uitsluitend op niet-wetgevende acties, die alleen succesvol kunnen zijn als er sprake is van duurzame samenwerking tussen de lidstaten en de Commissie. Het succes van deze strategie is afhankelijk van vrijwillige, actieve en voortdurende participatie van de lidstaten.

Met een grootschalige digitalisering zal het niet langer uitmaken waar gebruikers wonen, aangezien alle lidstaten over een digitaal rechtsstelsel zullen beschikken en de toegang tot de rechter via digitale instrumenten universeel zal zijn. Elke lidstaat moet streven naar één enkel toegangspunt dat alle rechtbanken met elkaar verbindt. Dit moet iedereen in staat stellen om overal en op elk moment contact op te nemen met de rechtbanken, deel te nemen aan zittingen en gerechtelijke procedures in te leiden en door te zetten, waardoor de kosten van rechtsbedeling worden verlaagd.

Dankzij DigitalJustice@2030 kunnen de lidstaten leren en profiteren van de ervaringen die zijn opgedaan door andere landen die digitale instrumenten en infrastructuur ontwikkelen en gebruiken. In plaats van dat elke lidstaat afzonderlijk IT-instrumenten ontwikkelt voor gebruik in het eigen rechtsstelsel, zal deze instrumenten kunnen selecteren die al waardevol zijn gebleken bij de uitvoering van taken die alle rechtsstelsels gemeen hebben.

Het gebruik van AI-instrumenten in rechtsstelsels moet worden bevorderd om efficiëntieverbeteringen te realiseren, de achterstand bij rechtszaken weg te werken en de gespannen begrotingen van de nationale rechtsstelsels te verlichten.

Tegen 2030 moeten alle beoefenaren van justitiële beroepen gemakkelijk online toegang hebben tot alle wetgeving en jurisprudentie. Bedrijven gespecialiseerd in juridische technologie moeten ook gemakkelijk toegang hebben tot voldoende justitiële gegevens, wat van cruciaal belang is voor de ontwikkeling en training van AI-instrumenten die zijn aangepast voor gebruik in rechtsstelsels.

Het succes van DigitalJustice@2030 zal met name worden gemonitord via het jaarlijkse EU-scorebord voor justitie, dat een specifiek hoofdstuk bevat over de digitalisering van de nationale rechtsstelsels.

(1)

    Verslag-Draghi , “The future of European competitiveness — Part B: In-depth analysis and recommendations”, blz. 67.

(2)

    COM(2021) 118 final , Digitaal kompas 2030: de Europese aanpak voor het digitale decennium, blz. 10.

(3)

   Strategie inzake e-justitie 2024-2028 van de Raad ( C/2025/437 ), punt 4.

(4)

   Ondersteund door de bevindingen in het verslag “ Digitalising justice: a fundamental rights-based approach” van het Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten.

(5)

    Verordening (EU) 2023/2844 betreffende de digitalisering van de justitiële samenwerking en de toegang tot de rechter in grensoverschrijdende burgerlijke, handels- en strafzaken, en tot wijziging van bepaalde handelingen op het gebied van justitiële samenwerking.

(6)

   Zoals attesten die nodig zijn voor een huwelijk of geregistreerd partnerschap, of verklaringen voor beschermingsmaatregelen in burgerlijke zaken.

(7)

    Verordening (EU) 2020/1784 inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (de betekening en de kennisgeving van stukken) (herschikking), Verordening (EU) 2020/1783 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken (bewijsverkrijging) (herschikking), Verordening (EU) 2023/1543 betreffende het Europees verstrekkingsbevel en het Europees bewaringsbevel voor elektronisch bewijsmateriaal in strafzaken en de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen als gevolg van een strafprocedure, Verordening (EU) 2024/3011 betreffende de overdracht van strafvervolging en Verordening (EU) 2023/2131 wat de uitwisseling van digitale informatie in terrorismezaken betreft.

(8)

   Europol, het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust) en het Europees Openbaar Ministerie (EOM).

(9)

   Bijvoorbeeld Richtlijn 2012/13/EU betreffende het recht op informatie in strafprocedures.

(10)

    Verordening (EU) 2024/1689 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie (“de AI-verordening”).

(11)

   Dit omvat personen met beperkte digitale geletterdheid, personen met een handicap waardoor het moeilijk is om zonder hulp de weg te vinden in digitale instrumenten en omgevingen, en personen die, bijvoorbeeld vanwege hun slechte economische positie, geen toegang hebben tot passende digitale infrastructuur.

(12)

    Verordening (EU) 2016/679 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens (algemene verordening gegevensbescherming).

(13)

    Richtlijn (EU) 2016/680 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door bevoegde autoriteiten met het oog op de voorkoming, het onderzoek, de opsporing en de vervolging van strafbare feiten of de tenuitvoerlegging van straffen, en betreffende het vrije verkeer van die gegevens.

(14)

    Verordening (EU) 2019/881 inzake Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging) en inzake de certificering van de cyberbeveiliging van informatie- en communicatietechnologie (de cyberbeveiligingsverordening).

(15)

    COM(2025) 570 , Mededeling van de Commissie, “Een dynamische EU-begroting voor de prioriteiten van de toekomst – het meerjarig financieel kader 2028-2034”, blz. 3, en COM(2025) 565 , Voorstel voor een verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en plattelandsontwikkeling, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid voor de periode 2028-2034, overweging 20 en artikel 3, lid 1, punt e), ii).

(16)

    COM(2025) 570 final – SWD(2025) 570 final/2 , Werkdocument van de diensten van de Commissie bij de mededeling over een dynamische EU-begroting voor de prioriteiten van de toekomst — Het meerjarig financieel kader 2028-2034, blz. 39.

(17)

   Verslag-Draghi, “The future of European competitiveness — In-depth analysis and recommendations”, blz. 67.

(18)

   COM(2025) XXX – Strategie voor de Europese justitiële opleiding 2025-2030 — het creëren van een ondersteunende omgeving voor DigitalJustice@2030.

(19)

    COM(2025) 30 final , Het EU-kompas voor concurrentievermogen.

(20)

    De keuze van Europa ”, Politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie 2024-2029, blz. 6.

(21)

    Europese Raad (838/24) ,Verklaring van Boedapest over de nieuwe deal voor het Europees concurrentie­vermogen, blz. 1.

(22)

   Strategie inzake e-justitie 2024-2028 van de Raad ( C/2025/437 ).

(23)

   Conclusies van de Raad van december 2024 over het gebruik van artificiële intelligentie op het gebied van justitie ( 16593/24 ), punt 25.

(24)

   Deze twee fora op hoog niveau brachten de lidstaten, het Europees Parlement, vertegenwoordigers van de academische wereld, beroepsbeoefenaren en het maatschappelijk middenveld samen in vier plenaire vergaderingen, die tussen maart 2025 en november 2025 plaatsvonden.

(25)

    COM(2025) 375 final , EU-scorebord voor justitie 2025, afdeling 2.2.3. Digitalisering

(26)

    e-Justice: Estonian digital court-making .

(27)

Factsheet e-Estonia: e-Justice.  

(28)

    COM(2025) 565 final , Voorstel voor een verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid voor de periode 2028-2034.

(29)

   Conclusies van de Raad van december 2024 over het gebruik van artificiële intelligentie op het gebied van justitie ( 16593/24 ), punt 25.

(30)

    Interoperabel Europa-portaal .

(31)

   Verordening (EU) 2024/903 tot vaststelling van maatregelen voor een hoog niveau van interoperabiliteit van de overheidssector in de Unie (verordening Interoperabel Europa).

(32)

    COM(2025) 165 final , Actieplan voor het AI-continent, blz. 1.

(33)

   COM(2025) 723 final – AI-toepassingsstrategie, blz. 1 en 12.

(34)

   Onder “massaprocedures” wordt verstaan: meerdere rechtsvorderingen die door individuele eisers worden ingesteld met betrekking tot dezelfde of een soortgelijke praktijk. IT-instrumenten kunnen ook relevant zijn bij de afhandeling van andere gerechtelijke procedures met betrekking tot collectieve schade, zoals representatieve vorderingen in het kader van Richtlijn (EU) 2020/1828 betreffende representatieve vorderingen ter bescherming van de collectieve belangen .

(35)

   “Dieselgate” is de naam van een schandaal dat in 2015 aan het licht kwam met betrekking tot auto’s die waren verkocht met specifieke software in de dieselmotoren die kon detecteren wanneer de auto werd getest, waardoor de prestaties dienovereenkomstig werden gewijzigd om betere resultaten te geven. Dit leidde tot duizenden rechtszaken en beroepsprocedures.

(36)

   Spoenle, J., OLGA — der KI-Assistent für Dieselverfahren .

(37)

Landtag von Baden-Württemberg, Drucksache 17/5658 , blz. 4.

(38)

Landtag von Baden-Württemberg, Drucksache 17/5658 , blz. 4.

(39)

   Overweging 61 van de AI-verordening .

(40)

    Verordening (EU) 2024/1689 tot vaststelling van geharmoniseerde regels betreffende artificiële intelligentie (“de AI-verordening”).

(41)

   Conclusies van de Raad van december 2024 over het gebruik van artificiële intelligentie op het gebied van justitie ( 16593/24 ), punt 21.

(42)

  C(2025)5052 final - Richtsnoeren van de Commissie betreffende verboden artificiële-intelligentiepraktijken zoals vastgesteld bij Verordening (EU) 2024/1689 (AI-verordening).

(43)

   Op basis van de besprekingen tijdens de deskundigenvergadering onder het Poolse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie in Warschau, “Nieuwe uitdagingen voor de ontwikkeling van AI en e-communicatie op het gebied van justitie” (19-20 mei 2025).

(44)

   Conclusies van de Europese Commissie en het Poolse voorzitterschap in de Officiële kroniek van de deskundigenvergadering onder het Poolse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie in Warschau, “Nieuwe uitdagingen voor de ontwikkeling van AI en e-communicatie op het gebied van justitie” (19-20 mei 2025), blz. 39.

(45)

   Overeenkomstig artikel 3 van Verordening (EG) nr. 593/2008 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst (Rome I).

(46)

   De bevoegdheid van de Poolse rechter zou worden bepaald overeenkomstig artikel 7, lid 1, punt a), van Verordening (EU) nr. 1215/2012 (Brussel I bis-verordening).

(47)

   Als de informatie niet kan worden gevonden, zal de rechter gedwongen zijn om een officieel verzoek om informatie in te dienen op grond van artikel 4 van het Europese Overeenkomst nopens het verstrekken van inlichtingen over buitenlands recht (1968, CETS 062), wat aanzienlijk meer tijd kost dan wanneer de wetgeving en jurisprudentie online beschikbaar zouden zijn.

(48)

   CEPEJ, Guidelines for the online publication of judicial decisions (Richtsnoeren voor de publicatie online van gerechtelijke beslissingen) ( CEPEJ (2024)9 ) 18 november 2024, blz. 4.

(49)

   Een Europese datastrategie ( COM/2020/66 ), afdeling 5.D.

(50)

   Wat is de ELI ?

(51)

   Wat is de ECLI ?

(52)

   In Mededeling van de Commissie van 2020 ( COM/2020/710 final ), “Digitalisering van justitie in de Europese Unie: Een instrumentarium met mogelijkheden”, werd reeds gewezen op het belang van de beschikbaarheid van justitiële gegevens (afdeling 3.4).

(53)

   COM(2025)XXX – Mededeling van de Commissie over de strategie voor de Europese data-unie om gegevens voor AI te ontsluiten, blz. 10.

(54)

   Artikelen 13 en 14 van de richtlijn open data ( Richtlijn (EU) 2019/1024 inzake open data en het hergebruik van overheidsinformatie (herschikking)).

(55)

   Met name Richtlijn 2014/41/EU betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken, artikel 10 van het Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken tussen de lidstaten van de Europese Unie ( 42000A0712(01) ), Richtlijn 2012/29/EU betreffende de rechten van slachtoffers van strafbare feiten, en Verordening (EG) nr. 1206/2001 van de Raad betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken.

(56)

   Overeenkomstig Richtlijn 2014/41/EU van 3 april 2014 betreffende het Europees onderzoeksbevel in strafzaken, het EU-Verdrag betreffende de wederzijdse rechtshulp in strafzaken ( 42000A0712(01) ) en Richtlijn 2012/29/EU betreffende de rechten van slachtoffers van strafbare feiten.

(57)

Eindverslag over de tiende ronde van wederzijdse evaluaties over de tenuitvoerlegging van het Europees onderzoeksbevel (EOB), 15834/1/24 , Brussel, 10 december 2024.

(58)

   Krachtens Verordening (EU) 2020/1783 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken (herschikking).

(59)

   Strategische keuzes inzake IT-ontwikkeling en -overheidsopdrachten moeten vooraf worden goedgekeurd door de raad voor informatietechnologie en cyberbeveiliging van de Europese Commissie.

(60)

   Verordening (EU) 2021/241 tot oprichting van de herstel- en veerkrachtfaciliteit.

(61)

   Bijdrage van de heer Přemysl Sezemský, directeur van de afdeling e-justitie bij het ministerie van Justitie van de Tsjechische Republiek, Officiële kroniek van de deskundigenvergadering onder het Poolse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie in Warschau, “Nieuwe uitdagingen voor de ontwikkeling van AI en e-communicatie op het gebied van justitie” (19-20 mei 2025), blz. 15-16.

(62)

   Conclusies van de Raad van december 2024 over het gebruik van artificiële intelligentie op het gebied van justitie ( 16593/24 ), punt 22.

(63)

   Europese strategie inzake e-justitie 2024-2028 van de Raad ( C/2025/437 ), punt 24.

(64)

   Het werkprogramma 2023-2025 van het programma Justitie, blz. 23, en het toekomstige werkprogramma 2026-2027 van het programma Justitie.

(65)

BE, BG, CY, CZ, EL, ES, HR, HU, IT, MT, NL, PT, RO, SI, SK.

(66)

   Zoals wordt benadrukt in de Conclusies van de Europese Commissie en het Poolse voorzitterschap in de Officiële kroniek van de deskundigenvergadering onder het Poolse voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie in Warschau, “Nieuwe uitdagingen voor de ontwikkeling van AI en e-communicatie op het gebied van justitie” (19-20 mei 2025), blz. 39.

(67)

    COM(2025) 570 final , Mededeling van de Commissie over een dynamische EU-begroting voor de prioriteiten van de toekomst — Het meerjarig financieel kader 2028-2034, blz. 2.

(68)

    COM(2025) 565 final , Voorstel voor een verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid voor de periode 2028-2034, overweging 7.

(69)

    COM(2025) 565 final , Voorstel voor een verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid voor de periode 2028-2034, overweging 20 en artikel 3, lid 1, punt e), ii) en iii).

(70)

    COM(2025) 565 final , Voorstel voor een verordening tot oprichting van het Europees Fonds voor economische, sociale en territoriale cohesie, landbouw en platteland, visserij en maritieme zaken, welvaart en veiligheid voor de periode 2028-2034, artikel 3, lid 1, punt a), iv).

(71)

    COM(2025) 570 final , Mededeling van de Commissie over een dynamische EU-begroting voor de prioriteiten van de toekomst — Het meerjarig financieel kader 2028-2034, blz. 24.

(72)

    COM(2025) 570 final , Mededeling van de Commissie over een dynamische EU-begroting voor de prioriteiten van de toekomst — Het meerjarig financieel kader 2028-2034, blz. 18.

(73)

    COM(2025) 463 final , Voorstel voor een verordening tot vaststelling van het programma Justitie voor de periode 2028-2034, toelichting, blz. 10, overwegingen 2 en 18, artikel 3.

(74)

    COM(2025) 463 final , Voorstel voor een verordening tot vaststelling van het programma Justitie voor de periode 2028-2034, toelichting, overweging 10.

(75)

    Verordening (EU) nr. 1215/2012 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken (herschikking).

(76)

   Bijvoorbeeld in een erkenningsprocedure, een uitvoerbaarverklaring of weigering van erkenning of een elektronisch verzoek om certificaten overeenkomstig Verordening (EU) nr. 1215/2012 .

(77)

   Bekend te maken in 2033.

(78)

    Verordening (EU) 2024/1183 wat betreft de vaststelling van het Europees kader voor digitale identiteit.