EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 22.12.2025
COM(2025) 799 final
MEDEDELING VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
betreffende de intrekking van
het voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordeningen (EU) 2021/522, (EU) 2021/1057, (EU) 2021/1060, (EU) 2021/1139, (EU) 2021/1229, en (EU) 2021/1755 wat betreft de bedragen voor bepaalde programma’s en fondsen
TOELICHTING
De Commissie stelt het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s hierbij in kennis van de intrekking van haar voorstel van 8 maart 2024, getiteld:
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van Verordeningen (EU) 2021/522, (EU) 2021/1057, (EU) 2021/1060, (EU) 2021/1139, (EU) 2021/1229, en (EU) 2021/1755 wat betreft de bedragen voor bepaalde programma’s en fondsen.
COM(2024) 100 final, 2024/0060 (COD)
Dat voorstel is opgenomen in bijlage IV (In te trekken voorstellen) bij het werkprogramma van de Commissie voor 2025 (COM(2025) 45 final), waarin de Commissie haar voornemen kenbaar heeft gemaakt om het voorstel in te trekken omdat er geen zicht was op een akkoord tussen de medewetgevers.
De medewetgevers hebben geen akkoord bereikt over het omnibuspakket vanwege de uiteenlopende interpretatie van het Interinstitutioneel Akkoord van 16 december 2020 tussen het Europees Parlement, de Raad van de Europese Unie en de Europese Commissie betreffende begrotingsdiscipline, samenwerking in begrotingszaken en goed financieel beheer, alsmede betreffende nieuwe eigen middelen, met inbegrip van een routekaart voor de invoering van nieuwe eigen middelen (PB L 433I van 22.12.2020, blz. 28). Dientengevolge blijft het voorstel formeel in behandeling, alhoewel het politiek niet langer haalbaar is.
Het oorspronkelijke omnibusvoorstel omvatte ook een wijziging in verband met de reserve voor aanpassing aan de Brexit, bedoeld om de rechtsgrondslag in te voeren voor de herverdeling van de uitstaande bedragen van de reserve onder de lidstaten. De wijziging in verband met de reserve voor aanpassing aan de Brexit werd als zodanig niet als problematisch beschouwd in het kader van het Interinstitutioneel Akkoord. Aangezien de omnibus niet is voortgezet en nu wordt ingetrokken, kan de erin vervatte wijziging in verband met de reserve voor aanpassing aan de Brexit niet langer via dat pakket worden aangenomen.
Parallel daaraan heeft de Commissie daarom een nieuwe, gerichte wijziging van Verordening (EU) 2021/1755 van het Europees Parlement en de Raad voorgesteld, die voorziet in de rechtsgrondslag voor de herverdeling. De inhoud van de wijziging is in wezen identiek aan de bepalingen betreffende de reserve voor aanpassing aan de Brexit in het omnibusvoorstel. De verschillen zijn beperkt tot de structuur, de bewoording en de nummering, de overwegingen en een herziene toelichting. Het nieuwe wijzigingsvoorstel is bijgevolg een vervanging van en krijgt voorrang op het eerdere voorstel.
Om de juridische duidelijkheid en samenhang van het wetgevingskader te waarborgen, trekt de Commissie het voorstel daarom formeel in.