EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 19.12.2025
COM(2025) 792 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
ACHTSTE VERSLAG IN HET KADER VAN HET OPSCHORTINGSMECHANISME VOOR DE VRIJSTELLING VAN DE VISUMPLICHT
{SWD(2025) 429 final}
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 19.12.2025
COM(2025) 792 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
ACHTSTE VERSLAG IN HET KADER VAN HET OPSCHORTINGSMECHANISME VOOR DE VRIJSTELLING VAN DE VISUMPLICHT
{SWD(2025) 429 final}
Achtste verslag in het kader van het opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht
Het achtste verslag in het kader van het opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht is gebaseerd op artikel 8 van Verordening (EU) 2018/1806 (de “visumverordening”). Op grond van artikel 8, lid 4, van de verordening moet de Commissie zorgen voor het toezicht op de voortdurende naleving van de vereisten voor visumvrijstelling door de landen waarvan de onderdanen visumvrije toegang tot de EU hebben gekregen naar aanleiding van de succesvolle afronding van een dialoog over visumliberalisering. Het verslag heeft betrekking op het jaar 2024 en op belangrijke ontwikkelingen in 2025. Het gaat vergezeld van een werkdocument van de diensten van de Commissie, waarin wordt ingegaan op alle relevante aspecten voor de landen en regio’s waarop dit verslag betrekking heeft.
Visumliberalisering is een belangrijk onderdeel van het instrumentarium van de EU voor samenwerking op het gebied van migratie, veiligheid en justitie met derde landen. De mobiliteit en de contacten tussen mensen worden erdoor bevorderd. Het reizen en toerisme worden erdoor gestimuleerd en de zakelijke, sociale en culturele banden tussen de EU-burgers en de burgers van de begunstigde derde landen worden erdoor versterkt. Ook de diplomatieke betrekkingen en internationale samenwerking kunnen erdoor worden bevorderd. Het toezicht van de Commissie op de visumvrije regelingen van de EU wijst echter uit dat visumvrij reizen ook kan leiden tot aanzienlijke uitdagingen op het gebied van de migratie en veiligheid, die moeten worden aangepakt.
Het verslag heeft betrekking op de partners van de Westelijke Balkan en de landen van het Oostelijk Partnerschap, evenals op andere regio’s buiten het onmiddellijke nabuurschap van de EU (het oostelijk Caribisch gebied en Latijns-Amerika), waarbij de nadruk ligt op visumvrije landen waar specifieke migratie- en/of veiligheidsgerelateerde kwesties zijn vastgesteld, die in het kader van het opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht kunnen worden beoordeeld.
Dit verslag is toegespitst op afstemming van visumbeleid, migratie, grensbeheer en overname, veiligheidsproblemen en burgerschapsvraagstukken. De belangrijkste bevindingen worden, georganiseerd op kernthema, in dit verslag gepresenteerd, terwijl de landspecifieke aanbevelingen in de bijlage zijn opgenomen.
Afstemming van het visumbeleid
Door de geografische nabijheid van de partners van de Westelijke Balkan en de landen van het Oostelijk Partnerschap tot het grondgebied van de EU-lidstaten is de afstemming van hun visumbeleid op het visumbeleid van de EU van groot belang. Onvoldoende afstemming, zowel wat betreft de lijst van visumplichtige landen als de procedures voor afgifte van visa, kan leiden tot meer illegale migratie en grotere veiligheidsrisico’s voor de EU.
Ontoereikende afstemming van het visumbeleid maakt het voor onderdanen van derde landen die onder de EU-visumplicht vallen en waarvan sommigen een hoog migratierisico opleveren, gemakkelijker om zonder visum (sommige met frauduleuze reisdocumenten) de Westelijke Balkan te bereiken en vervolgens over land illegaal het Schengengebied binnen te komen, waar zij asielaanvragen kunnen indienen. Evenzo hebben onderdanen van derde landen die met geldige visa de Westelijke Balkan zijn binnengekomen in bepaalde gevallen de buitengrenzen van de Unie illegaal overschreden en asiel aangevraagd, wat aanleiding geeft tot ernstige bezorgdheid over de toereikendheid van de visumprocedures in bepaalde partners van de Westelijke Balkan.
Noord-Macedonië is de enige partner van de Westelijke Balkan die een bijna volledige afstemming op de EU-lijst van visumplichtige landen heeft bereikt, met slechts één resterend verschil ten opzichte van de EU-lijst van visumplichtige landen. In 2024 en 2025 hebben Servië, Albanië, Kosovo 1* en Montenegro vooruitgang geboekt bij de verdere afstemming op de EU-lijst van visumplichtige landen.
Wat Servië en Albanië betreft, is dit gedaan in overeenstemming met hun toezeggingen in het kader van de hervormingsagenda 2 . In 2024 heeft Servië het aantal visumvrijstellingsovereenkomsten met landen waarvoor EU-visumplicht geldt, van 16 tot 12 teruggebracht. Albanië heeft het aantal permanente visumvrijstellingsovereenkomsten van acht tot zes teruggebracht, en het aantal seizoensgebonden visumvrijstellingen van zes tot vijf in 2024 en 2025.
Het toezicht op het visumbeleid van Kosovo begon pas in 2024, toen zijn burgers visumvrije toegang tot de EU kregen. Op dat moment had Kosovo nog steeds visumvrijstellingsovereenkomsten met 19 landen waarvoor de EU-visumplicht geldt; dit aantal is sindsdien teruggebracht tot 17.
Na de achteruitgang aan het begin van het jaar 2025 heeft Montenegro de visumvrijstellingsovereenkomsten met 5 landen opgezegd en het aantal seizoensgebonden visumvrijstellingen van 4 tot 1 teruggebracht; als gevolg daarvan is het totale aantal discrepanties tussen het visumbeleid van Montenegro en dat van de EU van 15 tot 9 gegaan.
In 2025 heeft Bosnië en Herzegovina een stap terug gedaan ten opzichte van eerdere vooruitgang op dit gebied. Bosnië en Herzegovina hield het aantal permanente visumvrijstellingsovereenkomsten op zeven 3 , maar verhoogde het aantal seizoensgebonden visumvrijstellingen van één tot drie. Als gevolg daarvan is het aantal discrepanties tussen zijn visumbeleid en dat van de EU toegenomen van acht in 2024 tot momenteel tien.
Er kon geen echte vooruitgang worden vastgesteld voor de landen van het Oostelijk Partnerschap. Moldavië en Oekraïne hebben hetzelfde aantal visumvrijstellingsovereenkomsten met landen die onder de EU-visumplicht vallen als eind 2024 4 , respectievelijk 11 en 15.
Georgië heeft nog steeds 26 visumvrijstellingsovereenkomsten met landen die onder de visumvereisten van de EU vallen en heeft sinds 2022 geen stappen in de richting van verdere afstemming genomen. Integendeel, Georgië heeft in 2024 een stap terug gedaan door burgers van China visumvrije toegang te verlenen. Georgië blijft ook een visumbeleid voeren dat aanzienlijk afwijkt van het EU-acquis, met name door toegang te verlenen aan onderdanen van 17 landen die zowel in de EU als in Georgië visumplichtig zijn, uitsluitend op basis van een visum of verblijfsvergunning die is afgegeven door een van de landen van de Raad voor Samenwerking van de Arabische Golfstaten (GCC).
Visumvrije naburige partners moeten dringend substantiële vooruitgang boeken bij het afstemmen van hun lijsten van visumvrije nationaliteiten op die van de EU, en bij het afstemmen van hun visumprocedures op de Schengennormen. Dit omvat invoering van het systematisch verzamelen van biometrische gegevens, zoals digitale foto’s en vingerafdrukken, als onderdeel van de visumaanvraagprocedure. Praktijken die onverenigbaar zijn met het EU-acquis, zoals het verlenen van seizoensgebonden visumvrijstellingen en het toestaan van visumvrije toegang op basis van een door een derde land afgegeven visum of verblijfsvergunning, moeten worden beëindigd.
In afwachting van een volledige afstemming zou een strengere screening van visumvrije aankomsten van onderdanen van derde landen, met name onderdanen van landen die risico’s op het gebied van veiligheid of illegale migratie opleveren, een minimale tijdelijke maatregel zijn die van visumvrije naburige partners wordt verlangd.
Migratie, grensbeheer en overname
De grootste uitdaging op dit gebied blijft het hoge niveau van de illegale migratiestromen naar de EU via de Westelijke Balkan, hoewel de aantallen daarvan sinds 2023 aanzienlijk zijn afgenomen. Dit is te danken aan de gezamenlijke inspanningen van de EU, haar lidstaten en de betrokken EU-agentschappen, en de partners van de Westelijke Balkan, met name in het kader van het EU-actieplan voor de Westelijke Balkan 5 dat de Commissie in december 2022 heeft gepresenteerd. Het belangrijkste traject op de “Westelijke Balkanroute” loopt door Servië en Bosnië en Herzegovina. Ook Albanië en Noord-Macedonië fungeren als doorreislanden, zij het in mindere mate. In 2024 en 2025 werd de lange en moeilijk te controleren grens tussen Bosnië en Herzegovina en Kroatië een belangrijk toegangspunt voor irreguliere migranten die via de Westelijke Balkan naar de EU reisden.
De partners van de Westelijke Balkan zullen meer inspanningen moeten leveren om mensenhandel te bestrijden en het aantal gesmokkelde irreguliere migranten verder terug te dringen. Ook het geweld dat met de migrantenhandel in verband wordt gebracht, is toegenomen in de Westelijke Balkan. In Servië opereren netwerken voor migrantensmokkel met toenemende intensiteit en geweld, waarbij sommige groepen nu gedeeltelijk bestaan uit onderdanen van dezelfde landen van herkomst als de irreguliere migranten. De inspanningen om het beleid en de operationele capaciteit ter bestrijding van mensenhandel op deze gebieden te versterken, moeten verder worden opgevoerd.
De aanzienlijke instroom in Georgië van onderdanen uit India en in mindere mate uit andere landen in Azië en het Midden-Oosten geeft aanleiding tot bezorgdheid over de mogelijke illegale migratie naar de EU, of dat nu over land of over zee gebeurt.
Alle geëvalueerde partners werken regelmatig samen met het Europees Grens- en kustwachtagentschap (Frontex), waaronder Bosnië en Herzegovina dat in 2025 een Frontex-statusovereenkomst 6 met de EU heeft ondertekend. De meesten van hen werken ook samen met het Asielagentschap van de Europese Unie (EUAA). De voortgezette ondersteuning door de EU en haar lidstaten, via de levering van uitrusting, opleiding, uitwisseling van beste praktijken, evenals gezamenlijke grenspatrouilles, heeft tastbare operationele resultaten opgeleverd.
De samenwerking op het gebied van de overname tussen EU-lidstaten en alle geëvalueerde partners werd over het algemeen als zeer goed beoordeeld, en er werden geen grote problemen gemeld. Wel werden enkele problemen op het gebied van overname geconstateerd. Vertragingen bij de behandeling van overnameverzoeken van Bosnië en Herzegovina en Kosovo waren voornamelijk te wijten aan een gebrek aan medewerking van of obstructie door terugkeerders, terwijl deze in het geval van Oekraïne het gevolg waren van de aanhoudende oorlogsomstandigheden.
Er werden kleine problemen gemeld met betrekking tot de samenwerking met Kosovo, waarover werd geregistreerd dat EU-reisdocumenten soms niet werden aanvaard, en met Moldavië, dat in bepaalde gevallen weigerde onderdanen van derde landen toe te laten die op doorreis waren via zijn grondgebied.
Wat Servië betreft, blijft ook bezorgdheid bestaan over de praktijk om de voorafgaande indiening van een vluchtplan als voorwaarde te stellen voor de afgifte van terugkeerdocumenten. Een ander ernstig punt van zorg, waarvan ondanks de overnameovereenkomst tussen de EU en Servië, al lang sprake is, houdt verband met de geringe medewerking van Servië bij de overname van onderdanen van derde landen die via zijn grondgebied zijn doorgereisd, ook wanneer er geloofwaardig bewijs van doorreis bestaat, zoals identiteitsdocumenten die door de Servische autoriteiten aan asielzoekers zijn afgegeven.
Van al deze partners wordt verwacht dat zij onverwijld de resterende knelpunten aanpakken die door de EU-lidstaten zijn vastgesteld met betrekking tot de uitvoering van de toezeggingen inzake overname.
Voor Moldavië en Oekraïne is de samenwerking met Frontex op het gebied van grensbeheer in 2024 en 2025 bevredigend gebleven.
Ongegronde asielaanvragen
Ongegronde asielaanvragen van onderdanen van niet-visumplichtige partners vormen voor sommige EU-lidstaten nog steeds een grote uitdaging. Deze aanvragen hebben doorgaans zeer lage erkenningspercentages 7 , waardoor deze de nationale asielstelsels onevenredig zwaar belasten. Tussen 2015 en het eerste kwartaal van 2025 werd 18 % van de asielaanvragen in de EU ingediend door onderdanen die visumvrije toegang tot de EU genieten.
Het aantal asielaanvragen dat door deze categorie in buurlanden van de EU werd ingediend, is over het algemeen afgenomen; het aantal aanvragen uit Kosovo en met name Oekraïne is in 2024 echter aanzienlijk toegenomen (respectievelijk 6 785 en 28 350). De cijfers voor Albanië (7 140), Georgië (14 530), Moldavië (5 945), Noord-Macedonië (3 435) en Servië (3 270) zijn in 2024 weliswaar aanzienlijk gedaald ten opzichte van 2023, maar bleven op aanzienlijke niveaus.
Door partners in het onmiddellijke nabuurschap van de EU zijn inspanningen geleverd om dit probleem te mitigeren. Verschillende regeringen, waaronder die van Albanië, Georgië en Kosovo, hebben voorlichtingscampagnes gesponsord om het publiek bewuster te maken van de rechten en plichten die verbonden zijn aan het visumvrij reizen naar de EU. Aanvullende maatregelen zijn onder meer de invoering van uitreiscontroles voor burgers die naar het Schengengebied reizen (Albanië en Georgië) om na te gaan of zij voldoen aan de toegangsvoorwaarden in het Schengengebied en de inzet van Frontex-functionarissen op internationale luchthavens (Georgië). Deze initiatieven zijn effectief gebleken en dienen te worden gehandhaafd en naar andere partners te worden uitgebreid.
Zoals in het zevende verslag in het kader van het opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht werd gemeld, worden de asielstelsels van de lidstaten nog steeds aanzienlijk belast door het aantal asielaanvragen dat in de EU wordt ingediend door onderdanen van Latijns-Amerikaanse landen die visumvrije toegang genieten. Tussen 2015 en het eerste kwartaal van 2025 waren onderdanen van Latijns-Amerikaanse visumvrije landen goed voor meer dan de helft van alle asielaanvragen die in deze periode door niet-visumplichtige onderdanen van derde landen werden ingediend. In 2024 bedroeg het aantal aanvragen uit Venezuela 74 015, waarmee een aanhoudende opwaartse trend werd voortgezet; ook het aantal aanvragen uit Peru steeg tot 27 260. De aanvragen van onderdanen uit Colombia namen weliswaar af, maar blijven zorgwekkend in absolute cijfers (51 615). De aanvragen van onderdanen uit Honduras (2 380), Nicaragua (2 475) en El Salvador (2 575) namen eveneens af, maar bleven niettemin op een aanzienlijk niveau.
Voor de houdbaarheid van de visumvrijstellingen moet het visumvrij reizen strikt beperkt blijven tot korte verblijven en mag dit niet worden misbruikt om asielaanvragen in de EU in te dienen. In dit verband zullen de Commissie en de Europese Dienst voor extern optreden (EDEO) blijven samenwerken met de relevantste landen om misbruik van de visumvrije regeling te voorkomen.
Openbare orde en veiligheid, met inbegrip van corruptiebestrijding en documentbeveiliging
Alle geëvalueerde landen zijn nauw blijven samenwerken met Europol en Eurojust. De partners van de Westelijke Balkan zijn doorgegaan met actieve uitvoering van het gezamenlijk actieplan voor terrorismebestrijding voor de Westelijke Balkan en hebben het nieuwe gezamenlijke actieplan ondertekend op 30 oktober 2025 8 .
In 2024 zijn alle partners van de Westelijke Balkan blijven samenwerken met Europol en de lidstaten, wat heeft geleid tot aanzienlijke operationele resultaten bij de bestrijding van ernstige landgrensoverschrijdende criminaliteit, waaronder cyberaanvallen, migrantensmokkel en de handel in verdovende middelen en vuurwapens door georganiseerde criminele groepen. Door alle partners van de Westelijke Balkan zijn concrete en belangrijke resultaten geboekt bij de ontmanteling van talrijke criminele groepen.
Ondanks de aanhoudende oorlog is Oekraïne intensief blijven samenwerken met Europol op het gebied van terrorismebestrijding, evenals bij de bestrijding van financiële criminaliteit, cybercriminaliteit, de handel in vuurwapens, explosieven, CBRN-materiaal 9 en mensenhandel.
Enkele lidstaten hebben gewezen op de opkomst van smokkelroutes voor vuurwapens vanuit het Nabije en Midden-Oosten via Moldavië naar de EU.
In Georgië blijft als gevolg van de Russische invloed bezorgdheid bestaan over de veiligheid, met name in het licht van de snelle groei van de diaspora van Russische inwoners. Sinds het begin van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne zijn ongeveer 160 000 Russische burgers naar Georgië geëmigreerd. De vrees groeit dat de Russische aanwezigheid in Georgië kan worden misbruikt voor buitenlandse beïnvloedingsoperaties.
Bestrijding van corruptie was een belangrijke benchmark die door alle visumvrije partners in het onmiddellijke nabuurschap van de EU tijdens de dialogen over de visumliberalisering werd aanvaard. Voortdurende naleving van deze benchmark blijft een vereiste voor het behoud van visumvrij reizen. De meeste geëvalueerde landen hebben aan dit vereiste voldaan, onder meer door maatregelen te nemen voor de aanpak van kwesties die in eerdere verslagen in het kader van het opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht aan de orde waren gesteld. Georgië heeft echter niet alleen geen adequaat gevolg gegeven aan de aanbevelingen inzake corruptiebestrijding in het zevende verslag in het kader van het opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht, maar ook een stap terug gedaan door een aantal eerdere hervormingen op dit gebied terug te draaien.
Wat de documentbeveiliging betreft, hebben alle geëvalueerde partners, met uitzondering van Oekraïne, hun niet-biometrische paspoorten volledig uitgefaseerd. De laatste niet-biometrische Oekraïense paspoorten werden in 2016 afgegeven en zullen in 2026 verlopen. Het aantal ervan dat nog in omloop is, is marginaal. Niettemin hebben lidstaten melding gemaakt van gevallen waarin burgers van Albanië, Kosovo en Oekraïne met behulp van frauduleuze of vervalste documenten probeerden om illegaal de EU binnen te komen of er te verblijven, welke documenten in sommige gevallen via corruptiepraktijken werden verkregen.
In Georgië, Kosovo, Servië en Oekraïne blijft de mogelijkheid voor personen om hun naam te wijzigen en nieuwe identiteitsdocumenten te verkrijgen, soms herhaaldelijk, problematisch, aangezien deze kan worden gebruikt om signaleringen van het Schengeninformatiesysteem (SIS) te omzeilen en terugkeer- of inreisverboden van de EU te omzeilen. Deze kwetsbaarheid dient door externe partners in samenwerking met de EU te worden aangepakt.
In Oekraïne geeft de praktijk van het bezit van meer dan een geldig biometrisch paspoort en handmatige wijzigingen van reisdocumenten (zoals verlenging van de vervaldatum) aanleiding tot ernstige bezorgdheid over de integriteit en betrouwbaarheid van de documenten.
In Bosnië en Herzegovina en in Servië zijn criminele organisaties naar verluidt betrokken bij de productie en verspreiding van vervalste identiteitsdocumenten, waaronder paspoorten en rijbewijzen van verschillende EU-lidstaten. Met name in Servië zijn de schaal en verfijndheid van deze vervalsingen alarmerend, en kunnen sommige hoogwaardige valse e-paspoorten de moderne systemen voor documentencontrole omzeilen.
Burgerschapsvraagstukken, met inbegrip van burgerschapsregelingen voor investeerders
Visumvrije landen waar burgerschapsregelingen voor investeerders van kracht zijn, brengen inherente veiligheidsrisico’s met zich mee, doordat zij onderdanen van derde landen die anders visumplichtig zouden zijn, door het verwerven van het burgerschap potentieel in staat stellen de standaardveiligheidscontroles te omzeilen en toegang tot het Schengengebied te verkrijgen.
Dergelijke programma’s leveren ernstige risico’s op het gebied van illegale migratie, bedreigingen van de veiligheid en belastingontduiking op. Deze risico’s zijn vooral acuut wanneer deze worden gecombineerd met: i) onvoldoende veiligheidsscreening en zorgvuldig onderzoek; ii) het ontbreken van een echte band tussen de aanvragers en het land dat het burgerschap toekent; en iii) de mogelijkheid om zijn naam tijdens of na het proces te wijzigen.
Bijgevolg vormt de werking van dergelijke programma’s in het kader van het herziene opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht op zich een grond voor opschorting van de visumvrije status van derde landen.
Een van de buurlanden waar dergelijke programma’s nog steeds bestaan, is Noord-Macedonië; hier staat de nationale wetgeving toe om het burgerschap zonder voorafgaande verblijfsvereisten toe te kennen aan personen die geacht worden een “bijzonder economisch belang” voor het land te vertegenwoordigen. Het aantal toekenningen van burgerschap op grond van deze bepaling blijft echter marginaal (één in 2023 en twee in 2024).
Montenegro heeft zijn programma op 31 december 2022 formeel beëindigd. Niettemin worden burgerschapsaanvragen die vóór de beëindiging van het programma zijn ingediend, nog steeds door de autoriteiten afgehandeld. In 2024 heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken 1 282 beschikkingen tot toekenning van het Montenegrijnse burgerschap aan aanvragers en hun gezinsleden genomen. In april 2025 waren nog 29 resterende aanvragen in behandeling.
Hoewel Servië strikt genomen geen vergelijkbaar programma heeft, bevat zijn wet op het burgerschap wel een bepaling die toestaat om het burgerschap toe te kennen “in het belang van de Republiek Servië”. Deze bepaling maakt het mogelijk het burgerschap toe te kennen zonder voorafgaande verblijfsvoorwaarde en zonder aanvragers te verplichten afstand te doen van hun bestaande nationaliteit. Sinds 2022 hebben meer dan 200 Russische onderdanen op grond van deze clausule het Servische burgerschap verkregen, en de profielen van verschillende van deze personen hebben aanleiding gegeven tot bezorgdheid aan EU-zijde.
Een soortgelijke bezorgdheid bestaat met betrekking tot Georgië. Hoewel de aantallen zeer beperkt zijn in vergelijking met die in het normale traject voor het verwerven van het burgerschap, zouden Russische onderdanen gebruik kunnen maken van vereenvoudigde naturalisatieprocedures om het burgerschap te verwerven. Zowel de Servische als de Georgische situatie moeten nader worden onderzocht om vast te stellen of bij deze praktijken sprake is van misbruik. Zoals is aangegeven in het uitbreidingspakket 2025 van de Commissie, is voor conformiteit met het EU-recht vereist dat kandidaat-lidstaten bestaande burgerschapsregelingen voor investeerders afschaffen en de rechtsgrondslag ervan intrekken 10 .
In het oostelijk Caribisch gebied worden al vele jaren burgerschapsregelingen voor investeerders toegepast in vijf landen: Antigua en Barbuda, Dominica, Grenada, Saint Kitts en Nevis en Saint Lucia. Deze programma’s vormen een aanzienlijke en voortdurende uitdaging van veel grotere omvang. Via de regelingen van deze landen zijn naar schatting ongeveer 107 000 paspoorten afgegeven. Met 13 113 aanvragen in 2023 en 10 573 in 2024 blijft het aantal aanvragen hoog. De behandelingstermijnen zijn kort en de afwijzingspercentages zijn zeer laag — in 2024 bijvoorbeeld bedroeg het afwijzingspercentage 1,7 % in Antigua en Barbuda, 5,3 % in Saint Lucia en 6,5 % in Dominica — wat aanleiding geeft tot bezorgdheid over de toereikendheid van de veiligheidsscreening en het zorgvuldige onderzoek.
Naar aanleiding van de bezorgdheid van de EU 11 hebben de vijf Oost-Caribische landen een aantal stappen genomen, waaronder harmonisatie van de minimuminvesteringsdrempel op 200 000 USD, versterking van de veiligheidsscreening en vaststelling van gemeenschappelijke normen voor informatie-uitwisseling en transparantie. De situatie blijft echter aanleiding geven tot grote bezorgdheid.
De toepassing van burgerschapsregelingen voor investeerders door visumvrije landen vormt een niet te verwaarlozen veiligheidsrisico voor het Schengengebied en zal verder worden onderzocht in het kader van het herziene rechtskader van het opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht.
Gebrek aan conformiteit met andere belangrijke benchmarks van Georgië
Eerbiediging van de grondrechten vormt een van de belangrijkste benchmarks waarover tijdens de dialoog over visumliberalisering overeenstemming met Georgië is bereikt. Voortdurende conformiteit met deze benchmark blijft een kernvoorwaarde voor het behoud van het recht op visumvrij reizen.
In het zevende verslag in het kader van het opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht van 6 december 2024 oordeelde de Commissie dat Georgië deze verplichting niet was nagekomen, met name door de vaststelling van de wet inzake transparantie van buitenlandse invloed in mei 2024 en het wetgevingspakket inzake gezinswaarden en de bescherming van minderjarigen in september 2024. Beide initiatieven werden in strijd geacht met de grondrechten en fundamentele vrijheden, met name de vrijheid van vereniging, vergadering en meningsuiting, en het recht op privacy, aangezien de eerste wet kon worden gebruikt tegen het maatschappelijk middenveld en om oppositiepartijen het zwijgen op te leggen, en het wetgevingspakket discriminerende beperkingen oplegde aan het onderwijs, alsmede openbare debatten en bijeenkomsten, in strijd met het beginsel van non-discriminatie. Daarom heeft de Commissie specifieke aanbevelingen gedaan waarin Georgië wordt opgeroepen om:
-de bescherming van de grondrechten van alle burgers te waarborgen en te handhaven, met inbegrip van de vrijheid van vereniging, vergadering en meningsuiting, het recht op privacy, het recht om deel te nemen aan openbare aangelegenheden en het verbod van discriminatie;
-wetgeving te vermijden en in te trekken die de grondrechten en fundamentele vrijheden beperkt, tegen het beginsel van non-discriminatie indruist en inbreuk maakt op de relevante Europese en internationale normen. Met name om de wet inzake transparantie van buitenlandse invloed en het wetgevingspakket inzake gezinswaarden en de bescherming van minderjarigen in te trekken en de nationale strategie en het nationale actieplan inzake mensenrechten te wijzigen om ervoor te zorgen dat de rechten van lhbtiq’ers volledig worden beschermd.
Georgië heeft deze aanbevelingen nog steeds niet uitgevoerd en is in plaats daarvan op belangrijke gebieden van bestuur en grondrechten verder achteruitgegaan. Wetswijzigingen, waaronder de wet inzake de registratie van buitenlandse agenten (FARA) en wijzigingen van de subsidiewet, de organieke wet inzake politieke verenigingen van burgers, het wetboek inzake administratieve overtredingen en de omroepwet, hebben de ruimte voor het maatschappelijk middenveld collectief ingeperkt en grenzen gesteld aan het uiten van afwijkende meningen, waaronder die van demonstranten, vertegenwoordigers van de oppositie, maatschappelijke organisaties en onafhankelijke media. Dit had met name gevolgen voor maatschappelijke organisaties en mensenrechtenverdedigers: verschillende nieuwe belemmeringen bemoeilijkten hun activiteiten en beperkten derhalve hun functioneren.
Op 14 juli 2025 heeft de Europese Commissie in een brief aan de Georgische autoriteiten herinnerd aan het vereiste van voortdurende naleving van de vereisten voor visumliberalisering, en verzocht om een update over de uitvoering van de aanbevelingen van het zevende verslag in het kader van het opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht. In zijn antwoord heeft Georgië geen informatie verstrekt over betekenisvolle vooruitgang bij de uitvoering van de aanbevelingen met betrekking tot de grondrechten van het zevende verslag in het kader van het opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht. Bijgevolg schendt Georgië nog steeds de benchmarks die ten grondslag liggen aan de door de EU toegekende visumvrije regeling. In het licht van deze ontwikkelingen dienen passende maatregelen te worden overwogen in het kader van het herziene opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht.
Conclusie
Hoewel de meeste partners in de buurlanden van de EU stappen hebben genomen om gevolg te geven aan de aanbevelingen in eerdere verslagen over het opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht, blijven er aanzienlijke uitdagingen bestaan.
Het ernstigste geval betreft Georgië, dat talrijke tijdens de dialoog over visumliberalisering gedane toezeggingen heeft geschonden, bijna geen van de aanbevelingen van het zevende verslag in het kader van het opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht heeft uitgevoerd, en ondanks herhaalde verzoeken in de afgelopen jaren om vooruitgang te boeken bij de afstemming van het visumbeleid en de preventie van corruptie, in 2024-2025 nog verdere stappen terug heeft gedaan, onder meer met betrekking tot de bescherming van de grondrechten en fundamentele vrijheden.
Voor de andere partners in de Westelijke Balkan en de regio van het Oostelijk Partnerschap blijft het absoluut noodzakelijk de afstemming van het visumbeleid voort te zetten, zowel door harmonisering van de lijsten van visumplichtige derde landen als door ervoor te zorgen dat de procedures voor het onderzoeken en afgeven van visa volledig in overeenstemming zijn met de Schengennormen. In afwachting van een volledige afstemming dienen de partners van de Westelijke Balkan dringend de screening te versterken van visumvrije aankomsten van onderdanen van derde landen die risico’s op het gebied van illegale migratie of veiligheid opleveren.
Het voorkomen van ongegronde asielaanvragen dient een prioriteit te blijven voor alle visumvrije partners, met name voor Albanië, Georgië, Kosovo en Moldavië. Bosnië en Herzegovina dient zijn inspanningen ter versterking van het grensbeheer op te voeren, terwijl met betrekking tot de burgerschapspraktijken van Georgië en Servië voortdurende waakzaamheid vereist is.
Buiten het onmiddellijke nabuurschap van de EU vormt de voortzetting van de burgerschapsregelingen voor investeerders in het Oostelijk Caribisch gebied een hardnekkig en ernstig veiligheidsprobleem dat een potentiële grond zal vormen voor opschorting van het visumvrij reizen in het kader van het herziene opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht.
In bijlage I zijn gedetailleerde, landspecifieke aanbevelingen opgenomen.
De Commissie zal nauwlettend blijven toezien op de uitvoering van de toezeggingen inzake visumliberalisering door middel van politieke dialogen op hoog niveau, vergaderingen van de subcommissies Justitie, vrijheid en veiligheid en haar regelmatige jaarlijkse verslaglegging in het kader van het opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht en het uitbreidingspakket.
Bijlage I: Aanbevelingen van het achtste verslag in het kader van het opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht
Albanië
Albanië heeft stappen genomen om gevolg te geven aan de meeste eerdere aanbevelingen van de Commissie. Op de volgende gebieden is echter verdere vooruitgang nodig:
a)Afstemming van het visumbeleid: bij voorrang dient Albanië zijn visumbeleid verder af te stemmen op de EU-lijst van visumplichtige landen, met name voor landen waarvan de onderdanen risico’s op het gebied van illegale migratie en/of veiligheid voor de EU opleveren. Verder dient Albanië zijn visumprocedures in overeenstemming te brengen met de Schengennormen, met name door invoering van het verzamelen van biometrische gegevens (waaronder een digitale foto en vingerafdrukken) als onderdeel van het onderzoek van visumaanvragen. In afwachting van een volledige afstemming moet Albanië de screening van niet-visumplichtige onderdanen van derde landen voortzetten en versterken, met name voor onderdanen van landen die risico’s voor de veiligheid of illegale migratie opleveren.
b)Ongegronde asielaanvragen: Albanië moet de maatregelen ter vermindering van het aantal ongegronde asielaanvragen dat door zijn onderdanen in de EU-lidstaten wordt ingediend, voortzetten en versterken, met bijzondere aandacht voor aanvragen door niet-begeleide minderjarigen.
c)Voorkoming van illegaal verblijf: Albanië moet maatregelen ter voorkoming van overschrijding van de toegestane verblijfsduur door Albanese onderdanen in het Schengengebied handhaven en aanscherpen.
d)Toezicht op visumafgifte en aanwerving: Albanië moet het screeningproces voor visumaanvragen die worden ingediend door onderdanen van derde landen die risico’s voor illegale migratie en/of de veiligheid voor de EU opleveren, verder versterken. Ook moet het de voorwaarden voor de afgifte van dergelijke visa aanscherpen, het toezicht op de aanwervingspraktijken verbeteren en de capaciteit van de arbeidsinspecties vergroten.
e)Bestrijding van frauduleuze identiteitsdocumenten: Albanië moet zijn inspanningen voor de opsporing en voorkoming van het gebruik en de verspreiding van valse Albanese identiteitsdocumenten verder opvoeren.
f)Follow-up met betrekking tot burgerschapsregelingen voor investeerders: afzien van het opstellen en uitvoeren van een burgerschapsregeling voor investeerders en de rechtsgrondslag voor een dergelijke regeling intrekken door de wet inzake het burgerschap te wijzigen.
Bosnië en Herzegovina
Bosnië en Herzegovina heeft enkele stappen genomen om de eerdere aanbevelingen van de Commissie op te volgen. Op de volgende prioritaire gebieden zijn echter verdere inspanningen nodig:
a)Afstemming van het visumbeleid: Bosnië en Herzegovina moet zijn visumbeleid dringend verder afstemmen op de EU-lijst van visumplichtige landen, met name voor landen waarvan de onderdanen voor de EU risico’s voor illegale migratie of de veiligheid opleveren.
b)Controles bij de visumafgifte: de autoriteiten moeten de screening van visumaanvragen van onderdanen van derde landen met een hoog risico verbeteren en de voorwaarden voor de afgifte van visa aan onderdanen van dergelijke landen aanscherpen.
c)Grensbeheer 1: Bosnië en Herzegovina moet zijn inspanningen ter verbetering van het grensbeheer opvoeren, en met name de capaciteit van de grenswachten dringend vergroten, het probleem van illegale grensoverschrijdingen aanpakken en de uitvoering van de statusovereenkomst van Frontex bevorderen door meer gezamenlijke operaties op risicovolle delen van de landgrens op te zetten.
d)Grensbeheer 2: in afwachting van de volledige afstemming van het visumbeleid is het van essentieel belang de screening aan de grens van aankomst van niet-visumplichtige onderdanen van derde landen voort te zetten en te versterken; het wordt aanbevolen bijzondere aandacht te besteden aan het verifiëren van de echtheid van paspoorten. De autoriteiten worden sterk aangemoedigd om op dit gebied proactief samen te werken met derde landen en luchtvaartmaatschappijen, en vooruitgang te boeken bij het opzetten van systemen voor uitwisseling van passagiersgegevens (API/PNR).
Georgië
Op 14 juli 2025 heeft de Europese Commissie de Georgische autoriteiten een formele brief gezonden en hen herinnerd aan de verplichting van voortdurende naleving van de benchmarks voor visumliberalisering, en verzocht om een gedetailleerde update over de uitvoering van de aanbevelingen van het zevende verslag in het kader van het opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht.
In zijn antwoord heeft Georgië geen informatie verstrekt over enige betekenisvolle vooruitgang bij het opvolgen van de aanbevelingen van de Commissie. Op de meeste gebieden werden geen corrigerende maatregelen gerapporteerd en op verschillende andere gebieden is de situatie verder verslechterd.
Bijzonder zorgwekkend is de voortgezette inzet van wetgevingshandelingen, waaronder i) de wet inzake transparantie van buitenlandse invloed; ii) de wet inzake gezinswaarden en de bescherming van minderjarigen; iii) de wet inzake de registratie van buitenlandse agenten (FARA); en iv) wijzigingen van de subsidiewet, de wet inzake politieke verenigingen van burgers, het wetboek inzake administratieve overtredingen, de omroepwet en het wetboek van strafrecht, die de grondrechten en fundamentele vrijheden beperken en in tegenspraak zijn met de Europese en andere internationale toezeggingen van Georgië. In plaats van corrigerende maatregelen te nemen, hebben de Georgische autoriteiten deze maatregelen openlijk verdedigd, waarbij zij zich hebben beroepen op de nationale soevereiniteit en de toezeggingen die zij tijdens de dialoog over visumliberalisering hebben gedaan niet naleven.
De Commissie concludeert derhalve dat Georgië een aanzienlijke stap terug heeft gedaan wat betreft belangrijke benchmarks op het gebied van bestuur en rechtsstaat die de basis vormden voor het verlenen van visumvrij reizen. Evenzo heeft Georgië een stap terug gedaan op het gebied van de afstemming van de visumwetgeving en de bestrijding van corruptie. Deze situatie vormt een duidelijke stap terug ten opzichte van toezeggingen die in het kader van het visumliberaliseringsproces zijn gedaan en ondermijnt het wederzijdse vertrouwen waarop de visumvrije regeling is gebaseerd.
Gezien de systemische en opzettelijke aard van deze achteruitgang zal de Commissie passende maatregelen overwegen in het kader van het herziene opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht. Volgens de nieuwe regels kan de visumopschorting in de eerste fase gericht zijn tegen houders van door de Georgische autoriteiten afgegeven diplomatieke, dienst- en officiële paspoorten, die hoofdverantwoordelijk zijn voor het niet nemen van maatregelen om gevolg te geven aan de aanbevelingen van de Commissie. De nieuwe regels zorgen voor een uniforme toepassing van de opschorting in alle lidstaten, aangezien bilaterale visumvrijstellingen voor houders van diplomatieke, dienst- en officiële paspoorten niet langer mogelijk zullen zijn wanneer de visumplicht voor deze groepen op EU-niveau opnieuw is opgelegd. In de tweede fase kan de opschorting worden uitgebreid tot de gehele bevolking, indien de Georgische autoriteiten de problemen niet aanpakken. Uiteindelijk kan Georgië zijn visumvrije status volledig verliezen en worden overgeheveld naar bijlage I bij de visumverordening (lijst van derde landen waarvoor een visumplicht geldt).
Georgië moet ook onmiddellijk een einde maken aan de praktijk van het verlenen van visumvrije toegang aan onderdanen van 17 landen die zowel in de EU als in Georgië visumplichtig zijn, op basis van een door een van de landen van de Raad voor Samenwerking van de Arabische Golfstaten (GCC) afgegeven visum of verblijfsvergunning.
Kosovo
Over het algemeen blijft Kosovo voldoen aan de vereisten voor visumliberalisering. Op het gebied van de volgende knelpunten zijn echter verdere inspanningen nodig:
a)Afstemming van het visumbeleid: Kosovo moet zijn lijst van visumplichtige derde landen afstemmen op de EU-lijst. In afwachting van een volledige afstemming moet Kosovo de screening van niet-visumplichtige reizigers die een potentieel migratie- en/of veiligheidsrisico vormen, voortzetten en versterken. Verder moet Kosovo zijn visumprocedures in overeenstemming brengen met de Schengennormen, met name door invoering van het verzamelen van biometrische gegevens (waaronder een digitale foto en vingerafdrukken) als onderdeel van het onderzoek van visumaanvragen.
b)Aanpak van ongegronde asielaanvragen: Kosovo moet in samenwerking met EU-lidstaten de initiatieven voor monitoring en terugdringing van het aantal ongegronde asielaanvragen dat door zijn burgers in de EU wordt ingediend, versterken. Ook moet het de lopende voorlichtingscampagne voor het informeren van zijn burgers over hun rechten en plichten in het kader van de visumvrije regeling met de EU voortzetten en aanpassen.
c)Versterking van de documentbeveiliging: Kosovo moet zijn maatregelen ter voorkoming van de afgifte van identiteits- en reisdocumenten op basis van valse identiteiten aanscherpen en de opsporing van vervalste documenten verbeteren. Het moet zorgen voor samenwerking met de lidstaten met betrekking tot personen die in het Schengeninformatiesysteem (SIS) worden gesignaleerd en die een reisdocument kunnen aanvragen met een gewijzigde naam. De samenwerking met Interpol op het gebied van verloren en gestolen documenten moet worden voortgezet, en de nieuwe wet en administratieve instructie inzake identiteitskaarten moet volledig worden uitgevoerd om de algemene documentbeveiliging te verbeteren.
d)Bescherming van minderheden: Kosovo dient tastbare verbeteringen te blijven aanbrengen in de bescherming van de rechten van minderheden.
Moldavië
Moldavië heeft stappen ondernomen om de eerdere aanbevelingen van de Commissie op te volgen. Er is echter verdere vooruitgang nodig, met name op de volgende gebieden:
a) Afstemming van het visumbeleid: Moldavië moet zijn visumbeleid afstemmen op de EU-lijst van visumplichtige landen, met name wat betreft de landen die risico’s op het gebied van illegale migratie of veiligheid voor de EU opleveren. In afwachting van een volledige afstemming moet Moldavië de strenge screening van niet-visumplichtige onderdanen van derde landen voortzetten en versterken, met name voor onderdanen uit landen met een hoog risico.
b) Ongegronde asielaanvragen: Moldavië moet zijn inspanningen voor aanpak van de voortdurende ongegronde asielaanvragen van Moldavische onderdanen in EU-lidstaten intensiveren. Deze kunnen de vorm hebben van gerichte informatiecampagnes die op relevante migrantenprofielen worden toegesneden, evenals de invoering van uitreiscontroles aan de grens om de tracering en afschrikking te verbeteren.
Montenegro
Montenegro heeft gevolg gegeven aan een aantal eerdere aanbevelingen van de Commissie, met name door inperking van de lijst van visumvrije landen die visumplichtig zijn voor de EU, en door voortzetting van het toezicht op de resterende aanvragen voor burgerschap. De navolgende kwesties moeten echter nog worden aangepakt:
a)Afstemming met de EU-visalijst: Montenegro moet zijn visumbeleid afstemmen op de EU-lijst van visumplichtige derde landen. Montenegro mag geen seizoensgebonden visumvrijstellingen meer verlenen, ook niet aan de landen die van de permanente lijst van visumvrije landen zijn geschrapt. Verder moet Montenegro zijn visumprocedures in overeenstemming brengen met de Schengennormen, met name door invoering van het verzamelen van biometrische gegevens (waaronder een digitale foto en vingerafdrukken) als onderdeel van het onderzoek van visumaanvragen.
In de tussentijd moet Montenegro gerichte veiligheidsmaatregelen nemen, zoals een betere screening van niet-visumplichtige aankomsten, en de doeltreffendheid ervan bij het verminderen van de risico’s op het gebied van de illegale migratie en veiligheid documenteren.
b)Infrastructuur voor visumaanvragen: ter voorbereiding van de overgang naar een herzien visumbeleid moet Montenegro zijn visumafgiftecapaciteit uitbreiden door elementen van de visumafgifteprocedure te digitaliseren, zodat onderdanen van landen die momenteel niet visumplichtig zijn een visum kunnen aanvragen zodra de vrijstelling is opgeheven. Dit zal de administratieve verwerking vergemakkelijken en de afstemming van het beleid ondersteunen.
c)Follow-up met betrekking tot burgerschapsregelingen voor investeerders: Montenegro moet ervoor zorgen dat de rechtsgrondslag van de regeling wordt ingetrokken en dat alle lopende aanvragen in het kader van de nu beëindigde regeling overeenkomstig de hoogste veiligheidsnormen worden behandeld. Daarnaast moet het mogelijke burgerschappen die eerder via deze regeling zijn toegekend aan personen die onderworpen zijn aan internationale beperkende maatregelen, worden geëvalueerd en zo nodig worden ingetrokken.
Noord-Macedonië
Noord-Macedonië blijft op bevredigende wijze samenwerken op het gebied van migratie, grensbeheer en veiligheid. Het heeft enkele stappen genomen om gevolg te geven aan de eerdere aanbevelingen van de Commissie met betrekking tot de verwerving van het burgerschap om redenen van bijzonder economisch belang. Op het gebied van de volgende knelpunten zijn verdere inspanningen nodig:
a)Afstemming van het visumbeleid: Noord-Macedonië moet de afstemming van zijn visumbeleid op de EU-lijst van visumplichtige derde landen voltooien. Verder moet Noord-Macedonië zijn visumprocedures in overeenstemming brengen met de Schengennormen, met name door invoering van het verzamelen van biometrische gegevens (waaronder een digitale foto en vingerafdrukken) als onderdeel van het onderzoek van visumaanvragen.
b)Noord-Macedonië moet verslag uitbrengen over de uitvoering en doeltreffendheid van aanvullende screeningmaatregelen die worden toegepast op Turkse onderdanen die in het land aankomen, met name met betrekking tot risico’s op het gebied van de illegale migratie en veiligheid.
c)Overschrijdingen van de toegestane verblijfsduur: om het aanhoudende fenomeen van de overschrijding van de toegestane verblijfsduur in het Schengengebied door onderdanen van Noord-Macedonië te beperken, moeten de autoriteiten gerichte initiatieven uitvoeren, waaronder voorlichtingscampagnes over de voorwaarden voor visumvrij reizen en nauwere samenwerking met de lidstaten.
d)Burgerschapsregeling voor investeerders: Noord-Macedonië moet de regeling afschaffen en de rechtsgrondslag ervan intrekken, informatie verstrekken over de aanvragen die reeds in het kader van de bepaling inzake “bijzonder economisch belang” zijn ingediend, en ervoor zorgen dat al deze aanvragen aan strenge achtergrondcontroles worden onderworpen.
Servië
Servië heeft stappen genomen om de eerdere aanbevelingen van de Commissie op te volgen. Op verschillende belangrijke gebieden moet echter verdere vooruitgang worden geboekt, met name op het gebied van migratie, visumbeleid en de verwerving van burgerschap. De navolgende kwesties moeten worden aangepakt:
a) Afstemming van het visumbeleid: Servië moet zijn visumbeleid verder afstemmen op de EU-lijst van visumplichtige landen, met name voor landen waarvan de onderdanen een verhoogd risico op het gebied van illegale migratie of de veiligheid voor de EU opleveren. Verder moet Servië zijn visumprocedures in overeenstemming brengen met de Schengennormen, met name door invoering van het verzamelen van biometrische gegevens (waaronder een digitale foto en vingerafdrukken) als onderdeel van het onderzoek van visumaanvragen. In afwachting van een volledige afstemming moet Servië zijn screeningmaatregelen voor niet-visumplichtige onderdanen van derde landen voortzetten en versterken, met name voor onderdanen uit landen met een hoog risico.
b) Visumafgifteprocedures: Servië moet de screening verbeteren bij visumaanvragen die worden ingediend door onderdanen van landen die worden geacht een risico uit het oogpunt van illegale migratie of veiligheid te vormen. Parallel hieraan moeten de regels voor de afgifte van visa aan dergelijke onderdanen worden aangescherpt om voor meer controle en consistentie met de EU-normen te zorgen.
c) Nakoming van overnameverplichtingen: Servië moet de clausule inzake onderdanen van derde landen uit de overnameovereenkomst tussen de EU en Servië volledig uitvoeren, met name in gevallen waarin onderdanen van derde landen via Servisch grondgebied zijn doorgereisd en die doorreis aantoonbaar is gedocumenteerd.
d) Burgerschapspraktijken: Servië mag geen burgerschap verlenen in het kader van versnelde of vereenvoudigde procedures aan onderdanen van landen die een risico vormen op het gebied van illegale migratie of veiligheid voor de EU. Bovendien moet worden gezorgd voor een adequate en grondige veiligheidsscreening van alle aanvragers, waaronder in het kader van de gewone naturalisatieprocedure.
Oekraïne
Over het geheel genomen blijft Oekraïne voldoen aan de vereisten van het visumliberaliseringskader en heeft het land stappen genomen om gevolg te geven aan verscheidene eerdere aanbevelingen van de Commissie. Voor zover mogelijk gezien de aanhoudende oorlogsgerelateerde uitdagingen, zijn er niettemin verdere inspanningen nodig, met name de volgende:
a)Afstemming van het visumbeleid: Oekraïne moet zijn visumbeleid afstemmen op de EU-lijst van visumplichtige derde landen, met name voor landen waarvan de onderdanen risico’s op het gebied van illegale migratie of veiligheid voor de EU opleveren;
b)Documentbeveiliging: Oekraïne wordt aangemoedigd meer inspanningen te leveren om het gebruik aan te pakken van frauduleuze documenten, waaronder paspoorten.
c)Inspanningen op het gebied van corruptiebestrijding: Oekraïne wordt aangemoedigd zijn kader voor corruptiebestrijding verder te versterken door een geloofwaardige en consistente staat van dienst op te bouwen op het gebied van onderzoeken, vervolgingen en veroordelingen in corruptiegerelateerde gevallen.
Latijns-Amerika
Aanpak van overschrijdingen van de toegestane verblijfsduur en ongegronde asielaanvragen: Hoewel door de betrokken Latijns-Amerikaanse landen meer inspanningen worden geleverd, moeten zij verdere maatregelen nemen om het aantal overschrijdingen van de toegestane verblijfsduur en het aantal ongegronde asielaanvragen van hun burgers in de EU terug te dringen. Dergelijke maatregelen, die door sommige landen reeds worden genomen, moeten, zo mogelijk, controles/verificaties bij vertrek omvatten, evenals een voorlichtingscampagne om burgers te informeren over hun rechten en plichten in het kader van de visumvrije regeling met de EU, evenals andere maatregelen die met de EU of bilateraal met EU-lidstaten kunnen worden overeengekomen.
Oost-Caribische landen met burgerschapsregelingen voor investeerders
Het gebruik van burgerschapsregelingen voor investeerders door landen die in de EU visumvrij zijn, vormt een ernstig veiligheidsprobleem. De toepassing van een regeling waarbij burgerschap wordt verleend in ruil voor vooraf bepaalde betalingen of investeringen, zonder dat de betrokkene een echte band met het betreffende derde land heeft, vormt een mogelijke grond voor opschorting van het visumvrij reizen in het kader van het herziene opschortingsmechanisme voor de vrijstelling van de visumplicht. In afwachting van de stopzetting van die regelingen moeten de betrokken Oost-Caribische landen alle maatregelen nemen die noodzakelijk zijn voor een adequate veiligheidsscreening van de aanvragers.
* Deze benaming laat de standpunten over de status van Kosovo onverlet, en is in overeenstemming met Resolutie 1244 (1999) van de VN-Veiligheidsraad en het advies van het Internationaal Gerechtshof over de onafhankelijkheidsverklaring van Kosovo.
SWD(2024) 243 final — Commission Implementing Decision approving the Reform Agenda and the multiannual work programme under the Reform and Growth Facility for the Western Balkans — Kosovo.
Nadat Bosnië en Herzegovina in maart 2024 de visumplicht voor Oman had ingevoerd, daalde dit aantal tot zes, maar toen Vanuatu in december 2024 van de EU-lijst van visumvrije landen werd geschrapt, steeg dit weer tot zeven.
3 Moldavië heeft in 2025 één visumvrijstellingsovereenkomst opgezegd, maar nu Vanuatu visumplichtig is geworden in de EU, is het aantal discrepanties voor dit land gelijk gebleven.
EU Action Plan on the Western Balkans — Migration and Home Affairs .
Status agreement with Bosnia and Herzegovina — Migration and Home Affairs .
Met uitzondering van Oekraïne.
Chemisch, biologisch, radiologisch en nucleair (CBRN).
Zie het arrest van 29 april 2025, Commissie/Malta (Citoyenneté par investissement), C-181/23, ECLI:EU:C:2025:283, waarin het Hof van Justitie van de Europese Unie heeft geoordeeld dat een lidstaat artikel 20 VWEU en het in artikel 4, lid 3, VEU neergelegde beginsel van loyale samenwerking niet nakomt wanneer hij een naturalisatieregeling invoert en uitvoert die is gebaseerd op een transactionele procedure tussen die lidstaat en personen die een aanvraag in het kader van dat programma indienen, waarbij de naturalisatie en, bij uitbreiding, de hoedanigheid van Unieburger wordt toegekend in ruil voor vooraf bepaalde betalingen of investeringen.
Soortgelijke bezwaren werden geuit door de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Canada. De genomen maatregelen zijn ook bedoeld om tegemoet te komen aan de eisen van de VS. Burgers van deze landen zijn momenteel visumplichtig als zij naar de VS willen reizen. Visa Waiver Program | Homeland Security .