MEDEDELING VAN DE COMMISSIE

(Eerste) werkplan voor de bouwproductenverordening 2026-2029

1Inleiding

1.1Een eengemaakte markt voor bouwproducten

De bouwproductenverordening 1 bevat geharmoniseerde regels voor het in de handel brengen van bouwproducten in de EU. Met deze verordening worden de soepele werking van de eengemaakte markt en het vrije verkeer van bouwproducten in de EU gewaarborgd. Dit gebeurt voornamelijk door middel van geharmoniseerde technische specificaties, waarmee wordt gezorgd voor een gemeenschappelijke technische taal voor de beoordeling van en communicatie over de prestaties van bouwproducten (bv. brandgedrag, thermische geleidbaarheid of geluidsisolatie). Het gebruik van normen is verplicht nadat deze normen door middel van een uitvoeringshandeling verplicht zijn gesteld. Met de bouwproductenverordening wordt ervoor gezorgd dat er betrouwbare informatie beschikbaar is voor professionals, overheidsinstanties en consumenten, zodat zij de prestaties van bouwproducten van verschillende fabrikanten in verschillende EU-lidstaten 2 kunnen vergelijken.

Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van de bouwproductenverordening “stelt de Commissie een werkplan op voor de ontwikkeling van geharmoniseerde technische specificaties voor de in bijlage VII vermelde productfamilies, met inbegrip van productvereisten alsook algemene productinformatie, gebruiksaanwijzingen en veiligheidsinformatie, voor ten minste de volgende periode van drie jaar”. Hiertoe heeft de Commissie in de eerste helft van 2025 de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening 3 geraadpleegd.

De Commissie moet dit eerste werkplan uiterlijk op 8 januari 2026 bekendmaken. Dit werkplan heeft betrekking op de periode van 2026 tot en met 2029. Aangezien de Commissie het werkplan ten minste om de drie jaar moet vernieuwen en actualiseren, zal het volgende werkplan uiterlijk eind 2028 worden gepubliceerd.

De Commissie zal het Europees Parlement en de lidstaten jaarlijks, aan het eind van het jaar, informeren over de vooruitgang die is geboekt bij de uitvoering van het werkplan. Zij zal dit voor het eerst doen eind 2026.

Dit werkplan zal ook bijdragen tot de doelstellingen van het onlangs vastgestelde kompas voor concurrentievermogen 4 door de innovatiekloof te helpen dichten en het concurrentievermogen, de decarbonisatie en de economische veiligheid van de EU te stimuleren. Bovendien kan het bijdragen tot de ontwikkeling van leidende markten voor duurzame en circulaire producten, in overeenstemming met de recente Clean Industrial Deal 5 ,, het actieplan voor staal en metaal 6 , de richtlijn energieprestatie van gebouwen 7 en de EU-strategie voor de bio-economie van 2025 8 . De Commissie is van plan de wetgeving op het gebied van circulaire economie vast te stellen om het aanbod van hoogwaardige secundaire grondstoffen en de vraag ernaar te stimuleren, en als aanvulling op deze initiatieven zal zij de wetgeving voor een industrieaccelerator 9 aannemen.

De bouwproductenverordening levert een belangrijke bijdrage aan de ambitie van de Clean Industrial Deal om de EU tegen 2030 wereldleider te maken op het gebied van de circulaire economie. De vaststelling van geharmoniseerde technische specificaties in het kader van de bouwproductenverordening — aangevuld met maatregelen ter ondersteuning van de circulariteit van de bouwsector in de komende wetgeving op het gebied van circulaire economie — zal van cruciaal belang zijn om onze economieën concurrerender en meer circulair te maken, aangezien hierdoor een volledig en betrouwbaar regelgevingskader tot stand komt en leidende markten voor duurzame en circulaire producten worden bevorderd. Kortom, de bouwproductenverordening zal onze doelstelling van een schone, koolstofvrije en hulpbronnenefficiënte EU-economie aanzienlijk bevorderen.

De bouwproductenverordening zal ook een essentieel onderdeel zijn van de Europese strategie voor woningbouw 10 door innovatie te bevorderen en het concurrentievermogen van de industrie te vergroten. Aan de hand van de ontwikkeling van nieuwe geharmoniseerde normen, de bijwerking van bestaande normen volgens de stand van de techniek en de ontwikkeling van Europese beoordelingsdocumenten voor innovatieve producten kan de bouwproductenverordening de versnelde uitrol van offsiteproductie ondersteunen, wat de productiviteit van het algehele bouwecosysteem zal verhogen en het woningtekort zal helpen aanpakken door de bouwtijd te verkorten. De invoering van het digitale productpaspoort zal de digitalisering van het bouwecosysteem ondersteunen.

1.2Het acquis inzake de bouwproductenverordening

In 2020 is de Commissie in het kader van de bouwproductenverordening van 2011 11 begonnen met het zogeheten proces van het acquis inzake de bouwproductenverordening, dat tot doel heeft de technische en regelgevingsbehoeften van belanghebbenden en lidstaten te verzamelen met het oog op het opstellen van gedetailleerde normalisatieverzoeken, gedelegeerde handelingen, productvereisten en productinformatie. Op deze manier kunnen alle bestaande geharmoniseerde normen in het kader van de bouwproductenverordening worden geactualiseerd en kan het toepassingsgebied ervan worden uitgebreid tot nieuwe producten.

In 2021 heeft de Commissie de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening en verschillende subgroepen opgericht om de werkzaamheden van het proces van het acquis inzake de bouwproductenverordening te structureren. Elke subgroep werkt aan een of meer productfamilies die nu zijn opgenomen in bijlage VII bij de bouwproductenverordening. Daarnaast zijn er drie horizontale subgroepen (ecologische duurzaamheid, brandveiligheid en gevaarlijke stoffen) opgericht.

In artikel 4 van de bouwproductenverordening wordt het proces geformaliseerd en worden de taken van de Commissie en de verantwoordelijkheden van de lidstaten en andere belanghebbenden in het proces omschreven. De structuur van de deskundigengroep is in het voorjaar van 2025 aangepast aan de nieuwe verordening. Europese verenigingen en ngo’s worden aangemoedigd een aanvraag in te dienen om lid te worden van de deskundigengroep of van een of meer subgroepen 12 om aan de werkzaamheden bij te dragen.

Figuur1: Structuur van de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening en de subgroepen

1.3Mijlpalen van het proces van het acquis inzake de bouwproductenverordening

De werkzaamheden in een specifieke productfamilie volgen vooraf vastgestelde mijlpalen en monden uit in de inwerkingtreding van geharmoniseerde technische specificaties (geharmoniseerde normen en bijbehorende gedelegeerde handelingen). De volgende werkcyclus in een specifieke productfamilie begint wanneer de lidstaten en andere relevante belanghebbenden het nodig achten om de respectieve geharmoniseerde technische specificaties te actualiseren. De deskundigen van de normalisatieorganisaties beginnen gewoonlijk vijf jaar nadat zij de normen bij de Commissie hebben ingediend, overleg te plegen over de behoefte aan herziening van de normen 13 . Na dit overleg raadpleegt de Commissie ook de respectieve subgroepen van de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening.

Figuur2: Mijlpalen van het proces van het acquis inzake de bouwproductenverordening

1.3.1Mijlpaal 0

Deze mijlpaal is facultatief en heeft betrekking op de ontwikkeling van beoordelingsmethoden.

Als er geen (actuele) Europese beoordelingsmethode bestaat voor belangrijke essentiële kenmerken of productvereisten en de ontwikkeling of actualisering ervan enige tijd en meer middelen dan gewoonlijk zal vergen, kan het latere werk in het kader van het bouwproductenacquis worden versneld door een project te starten in het kader van een open oproep van Eismea of andere financieringsinstrumenten om de beoordelingsmethode(n) te ontwikkelen of te actualiseren.

Mijlpaal 0 kan beginnen vóór het besluit van de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening om officieel van start te gaan met de werkzaamheden in de desbetreffende subgroep.

1.3.2Begin van de werkzaamheden in een subgroep:

De Commissie komt met de lidstaten en andere leden van de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening overeen om op het in het werkplan vastgestelde tijdstip de werkcyclus met betrekking tot een productfamilie te starten in de respectieve subgroep van de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening.

De eerste stap bestaat in het opstellen van het werkprogramma van de subgroep: de leden van de subgroep zullen overeenstemming bereiken over de te leveren resultaten en een indicatief tijdschema voor de voorbereiding van de technische inhoud voor het normalisatieverzoek en de bijbehorende gedelegeerde handelingen.

1.3.3Mijlpaal I

In het kader van mijlpaal I wordt de reikwijdte van de productfamilie afgebakend. De subgroep bepaalt eerst welke producten van de productfamilie, met inbegrip van materialen en beoogde toepassingen, moeten worden opgenomen in het toepassingsgebied van de werkzaamheden in deze werkcyclus (bv. niet alle denkbare producten hoeven te worden geharmoniseerd, niet alle bestaande geharmoniseerde normen hoeven tegelijkertijd te worden bijgewerkt). Dit besluit moet worden goedgekeurd door de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening.

1.3.4Mijlpaal II

Mijlpaal II betreft de oprichting van technische raden van de subgroep (indien van toepassing). Als het in het kader van mijlpaal I afgebakende toepassingsgebied ruim is en heterogene producten omvat, kunnen de deelnemers van de subgroep de werkzaamheden verdelen over verschillende technische raden (werkgroepen binnen de subgroep).

1.3.5Mijlpaal III

Mijlpaal III betreft de voorbereiding van de technische inhoud (structuur op hoog niveau van de geharmoniseerde technische specificaties) voor het normalisatieverzoek en de bijbehorende gedelegeerde handelingen. Dit is de belangrijkste mijlpaal waar de belangrijkste werkzaamheden plaatsvinden. Op basis van de regelgevingsbehoeften van de lidstaten, de prioriteiten van de Commissie (bv. in verband met de Clean Industrial Deal of de wetgeving op het gebied van circulaire economie) en de input van de sector, consumenten en andere belanghebbenden, verzamelt de subgroep gegevens en tracht zij overeenstemming te bereiken over:

a)fundamentele eisen voor bouwwerken (bijlage I bij de bouwproductenverordening):

1)essentiële kenmerken, waaronder de vaststelling van drempelwaarden en prestatieklassen, beoordelingsmethoden;

2)productdocumentatie en/of berekening om de prestaties wat het structurele gedrag betreft weer te geven (indien van toepassing);

3)bepalingen inzake beoordeling en verificatie en productiecontrole in de fabriek (FPC);

4)inconsistenties van/met nationale bouwvoorschriften;

b)vooraf bepaalde essentiële milieukenmerken (bijlage II bij de bouwproductenverordening);

c)algemene productinformatie, gebruiksaanwijzingen en veiligheidsinformatie (bijlage IV van de bouwproductenverordening);

d)productvereisten (bijlage III bij de bouwproductenverordening):

1)productvereisten ter waarborging van een goede werking en goede prestaties;

2)veiligheidseisen van het product;

3)milieueisen van producten;

e)toepasselijke beoordelings- en verificatiesystemen (bijlage IX bij de bouwproductenverordening).

De subgroep zal nagaan of het resultaat voldoende overeenstemt met de nationale regelgevingsbehoeften. De resultaten van mijlpaal III zullen worden voorgelegd aan de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening.

1.3.6Mijlpaal IV

Mijlpaal IV heeft betrekking op het laatste proces voor de goedkeuring van het normalisatieverzoek voor geharmoniseerde normen die betrekking hebben op prestaties en de daarmee verband houdende aanvullende rechtshandelingen (bv. klassen, drempels, verplichte verklaringen of etiketten).

Na de goedkeuring van mijlpaal III door de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening stelt de Commissie het desbetreffende normalisatieverzoek (uitvoeringshandeling volgens de onderzoeksprocedure in het kader van de normalisatieverordening) 14 op basis van het mijlpaal III-document. Na raadpleging van de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening dient de Commissie het normalisatieverzoek formeel in bij het Comité voor normen 15 en keurt zij dit na een positieve stemming door de lidstaten goed.

In het kader van mijlpaal III kan ook worden vastgesteld dat er productvereisten moeten worden opgesteld. In dat geval zal de Commissie een gedelegeerde handeling vaststellen met productvereisten nadat zij de respectieve geharmoniseerde prestatienormen verplicht heeft gesteld (zie 1 . 3 . 8 ) en zo nodig een afzonderlijk normalisatieverzoek indienen voor de ontwikkeling van (vrijwillige) geharmoniseerde normen om te voorzien in een vermoeden van conformiteit met de productvereisten.

1.3.7Opstelling van de geharmoniseerde prestatienorm

De goedgekeurde normalisatieverzoeken worden ter aanvaarding voorgelegd aan de desbetreffende normalisatie-instelling (gewoonlijk het CEN, maar voor elektrische producten zoals kabels mogelijk ook het Cenelec). De normalisatie-instelling aanvaardt het verzoek, bereidt de normen voor, maakt deze bekend en legt ze ter controle voor aan de Commissie. Om een tijdige levering te waarborgen, gelden voor de werkzaamheden de termijnen die in het normalisatieverzoek zijn vastgesteld.

1.3.8De norm verplicht stellen

De Commissie gaat na of de normen in overeenstemming zijn met het normalisatieverzoek en zijn afgestemd op het Europese rechtskader en stelt vervolgens een uitvoeringshandeling vast volgens de raadplegingsprocedure om de norm verplicht te stellen. Tegelijkertijd stelt de Commissie een gedelegeerde handeling vast ter bekrachtiging van de toepasselijke klassen, drempels en verplichte verklaringen in de normen, die tegelijk met de uitvoeringshandeling in werking treedt.

1.4Werkzaamheden in het kader van het bouwproductenacquis met betrekking tot productfamilies in de periode 2020-2025

Tussen 2020 en het eerste kwartaal van 2025 zijn in 14 subgroepen die zich bezighouden met productfamilies de werkzaamheden opgestart. Er werd besloten de werkstromen voor houtproducten voor de bouw en toebehoren (productfamilie 13) samen te voegen met de werkstromen voor platen en elementen op houtbasis (productgroep 14). Tot dusver heeft de Commissie op basis van deze werkzaamheden drie normalisatieverzoeken goedgekeurd voor 21 geharmoniseerde normen, vier ondersteunende normen en één technisch verslag (de eerste twee nog in het kader van de bouwproductenverordening van 2011):

-Geprefabriceerde normale/lichte/autoclaafgeharde celbetonnen producten (productfamilie 1) 16 ;

-metaalconstructieproducten en toebehoren (productfamilie 20) 17 ;

-Cement, bouwkalk en andere hydraulische bindmiddelen (productfamilie 15) 18 .

Er zijn nog vier normalisatieverzoeken in voorbereiding:

-wapeningsstaal en voorspanstaal voor beton (en toebehoren); voorspansystemen (productfamilie 16);

-Deuren, ramen, luiken, poorten en bijbehorend hang- en sluitwerk (productfamilie 2);

-producten voor thermische isolatie, samengestelde isolatiekits/-systemen (productfamilie 4);

-vlakglas, geprofileerd glas en glasblokken (productfamilie 30).

2Methodologie en vaststelling van prioriteiten voor het werkplan voor de bouwproductenverordening

In artikel 4, lid 2, van de bouwproductenverordening is bepaald dat “[de Commissie] voor de bepaling van de prioriteiten van het werkplan [...] gebruik [maakt] van een transparante en evenwichtige methode, die samen met het werkplan wordt bekendgemaakt. Die methode weerspiegelt ten minste de regelgevingsbehoeften van de lidstaten, de veiligheidskwesties in verband met bouwwerken en -producten en de doelstellingen van de Unie op het gebied van klimaat en circulaire economie.”

Het werkplan voor de bouwproductenverordening volgt een soortgelijke aanpak als het werkplan 19 voor de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten (ESPR) 20 . Er is echter een belangrijk verschil in inhoud: het werkplan voor de bouwproductenverordening bevat voornamelijk het tijdschema voor de ontwikkeling van nieuwe geharmoniseerde technische specificaties voor alle productfamilies van bijlage VII bij de bouwproductenverordening. Pas tijdens de werkzaamheden in de specifieke subgroepen van de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening voor de respectieve productfamilies zal worden vastgesteld welke producten, essentiële kenmerken, klassen, drempels, productvereisten, etiketten, productinformatie enz. moeten worden gereguleerd.

Daarom is de vereiste transparante en evenwichtige methodologie voornamelijk gericht op de juiste volgorde waarin voor de verschillende productfamilies geharmoniseerde technische specificaties moeten worden ontwikkeld of geactualiseerd.

Het centrale deel van deze methodologie bestaat erin de volgorde vast te stellen voor de start van de werkzaamheden van de volgende subgroepen. Uitgangspunt is de in 2020 vastgestelde volgorde. 21 Deze was gebaseerd op een raadpleging van de lidstaten over hun prioriteiten voor het acquis inzake de bouwproductenverordening in het kader van de bouwproductenverordening van 2011. De lidstaten werd verzocht aan te geven in welke volgorde de werkzaamheden voor 34 productfamilies moeten beginnen. Deze raadpleging heeft geleid tot de onderstaande rangorde, die is gebaseerd op de volgende acht criteria 22 :

1.de regelgevingsbehoeften van de lidstaten;

2.veiligheidskwesties in verband met de fundamentele eisen voor bouwwerken;

3.inherente veiligheidskwesties van de bouwproducten;

4.milieukwesties, waaronder energie en duurzaamheid;

5.omvang van de EU-markt in volume;

6.grensoverschrijdende handel;

7.potentiële grensoverschrijdende handel; en

8.onvolledigheid of ontbreken van geharmoniseerde normen.

Tabel1 – Initiële prioriteitenlijst, productfamilies en mandaten 23

Prioriteit 2020

Nr. productfamilie

Productfamilie

Oud normalisatiemandaat

Lettercode

01

01

Geprefabriceerde normale/lichte/autoclaafgeharde celbetonnen producten

M100 Geprefabriceerde betonnen producten

PCP

02

20

Metaalconstructieproducten en toebehoren

M120 Metaalconstructieproducten

SMP

03

16

Wapenings- en voorspanstaal voor beton (en toebehoren); voorspansystemen.

M115 Wapeningsstaal

RPS

04

02

Deuren, ramen, luiken, poorten en bijbehorend hang- en sluitwerk

M101 Deuren, ramen

DWS

05

15

Cement, bouwkalk en andere hydraulische bindmiddelen

M114 Cement

CEM

06

04

Producten voor thermische isolatie [– samengestelde isolatiekits/-systemen]

M103 Producten voor thermische isolatie

TIP

07

13

Houtproducten voor de bouw en toebehoren

M112 Houtproducten voor de bouw en toebehoren

STP

08

26

Producten voor beton, mortel en injectiespecie

M128 Beton, mortel en injectiespecie

CMG

09

17

Metselwerk en toebehoren; metselwerkelementen, mortel en toebehoren

M116 Metselwerk

MAS

10

24

Toeslagmaterialen

M125 Toeslagmaterialen

AGG

11

10

Vaste brandbestrijdingssystemen (brandalarm- en detectiesystemen, vaste brandbestrijdingssystemen, brandbeveiligings- en antirooksystemen en explosiebeveiligingsproducten)

M109 Vaste brandbestrijdingssystemen

FFF

12

23

Producten voor de wegenbouw

M124 Producten voor de wegenbouw

RCP

13

19

Vloerafwerkingen

M119 Vloerafwerkingen

FLO

14

04

[Producten voor thermische isolatie] — samengestelde isolatiekits/-systemen

M489 ETICS

15

09

Vliesgevels/bekleding/verlijmde beglazingssystemen

M108 Vliesgevels

CWP

16

14

Platen en elementen op houtbasis

M113 Platen op houtbasis

WBP

17

05

Dragende opleggingen; constructieve penverbindingen

M104 Dragende opleggingen

SBE

18

34

Bouwkits, bouweenheden, geprefabriceerde elementen

Kits en geassembleerde producten van bovengenoemde families

KAS

19

21

In- en uitwendige afwerkingen voor wanden en plafonds; kits voor scheidingswanden

M121 Afwerkingen voor wanden en plafonds

WCF

20

27

Voorzieningen voor ruimteverwarming

M129 Voorzieningen voor ruimteverwarming

SHA

21

22

Dakbedekkingen, daklichten, dakramen en toebehoren; kits voor daken

M122 Dakbedekkingen

ROC

22

12

Verkeersinrichtingen: wegenuitrusting

M111Verkeersinrichtingen

CIF

23

18

Rioleringsproducten

M118 Rioleringsproducten

WWD

24

25

Bouwlijm

M127 Lijm

ADH

25

07

Gipsproducten

M106 Gips

GYP

26

33

Bevestigingen

N.v.t.

FIX

27

03

Membranen, waaronder in vloeibare toepassingen en kits (water- en/of dampremmend)

M102 Membranen

MEM

28

30

Vlakglas, geprofileerd glas en glasblokken

M135 Glas

GLA

29

08

Geotextiel, geomembranen en aanverwante producten

M107 Geotextiel

GEO

30

11

Sanitair

M110 Sanitair

SAP

31

28

Buizen, reservoirs en toebehoren die niet in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water

M131 Buizen, reservoirs niet in contact met DW

PTA

32

31

Stroom-, besturings- en communicatiekabels

M443 Stroom-, besturings- en communicatiekabels

CAB

33

06

Schoorstenen, rookkanalen en specifieke producten

M105 Schoorsteen

CHI

34

32

Voegmiddelen

M474 Voegkitten in bouwconstructies en voor afdichtingen in vloeren (voetgangers)

SEA

N.v.t.

29

Bouwproducten die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water

N.v.t.

DWP

N.v.t.

35

Producten met brandvertragende, brandwerende en tegen brand afdichtende eigenschappen; brandvertragende producten

N.v.t.

FPP

N.v.t.

36

Verankerde ladders

N.v.t.

LAD

Aangezien de in het kader van de bouwproductenverordening van 2011 opgestarte werkzaamheden nog aan de gang zijn, heeft de Commissie begin 2025 aan de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening voorgesteld om grotendeels de in 2020 vastgestelde volgorde te handhaven, aangezien deze nog steeds de regelgevingsbehoeften van de lidstaten, de veiligheidskwesties in verband met bouwwerken en -producten en de doelstellingen van de Unie op het gebied van klimaat en circulaire economie weerspiegelde. 24 De Commissie heeft voorgesteld de eerder vastgestelde volgorde enigszins te actualiseren om:

1)deze aan te passen aan de gewijzigde prioriteiten van de lidstaten met betrekking tot hun regelgevingsbehoeften;

2)na te denken over de huidige prioriteiten van de Commissie, met name met betrekking tot het Europees plan voor betaalbare huisvesting, de Europese strategie voor woningbouw, de Clean Industrial Deal, de wetgeving op het gebied van circulaire economie en de EU-strategie voor de bio-economie, en de manier waarop dergelijke initiatieven kunnen worden aangevuld met de bouwproductenverordening;

3)ervoor te zorgen dat het toepassingsgebied van de bouwproductenverordening volledig wordt weerspiegeld door alle in bijlage VII vermelde productfamilies op te nemen;

4)de uitvoeringsactiviteiten van de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten te synchroniseren met de werkzaamheden met betrekking tot het acquis bouwproductenverordening, om ervoor te zorgen dat de werkzaamheden voor (soortgelijke) producten die onder beide verordeningen vallen tegelijkertijd plaatsvinden;

5)de activiteiten te stroomlijnen als het werk aan twee productfamilies kan worden gecombineerd tot één subgroep.

De raadpleging van de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening heeft geleid tot de volgende volgorde voor het opstarten van de werkzaamheden in de specifieke subgroepen.

Tabel 2 — Nieuwe prioriteitenlijst van productfamilies

Nieuwe prioriteit/ 
status

Prioriteit 2020

Nr. productfamilie

Productfamilie

Lettercode

Werk BPV-acquis gestart

SReq goedg. 25

01

01

Geprefabriceerde normale/lichte/autoclaafgeharde celbetonnen producten

PCP

Ja

SReq goedg.

02

20

Metaalconstructieproducten en toebehoren

SMP

Ja

SReq goedg.

03

16

Wapenings- en voorspanstaal voor beton (en toebehoren); voorspansystemen.

RPS

Ja

SReq. in voorb.

04

02

Deuren, ramen, luiken, poorten en bijbehorend hang- en sluitwerk

DWS

Ja

SReq goedg.

05

15

Cement, bouwkalk en andere hydraulische bindmiddelen

CEM

Ja

SReq. in voorb.

06

04

Producten voor thermische isolatie; samengestelde isolatiekits/-systemen

TIP

Ja

SReq. in voorb.

28

30

Vlakglas, geprofileerd glas en glasblokken

GLA

Ja

01

07

13

Houtproducten voor de bouw en toebehoren

STP

Ja

16

14

Platen en elementen op houtbasis

WBP

Ja

02

08

26

Producten voor beton, mortel en injectiespecie

CMG

Ja

03

09

17

Metselwerk en toebehoren; metselwerkelementen, mortel en toebehoren

MAS

Ja

04

10

24

Toeslagmaterialen

AGG

Ja

05

15

09

Vliesgevels/bekleding/verlijmde beglazingssystemen

CWP

Ja

06

11

10

Vaste brandbestrijdingssystemen (brandalarm- en detectiesystemen, vaste brandbestrijdingssystemen, brandbeveiligings- en antirooksystemen en explosiebeveiligingsproducten)

FFF

Nee

07

12

23

Producten voor de wegenbouw

RCP

Nee

08

13

19

Vloerafwerkingen

FLO

Nee

09

18

34

Bouwkits, bouweenheden, geprefabriceerde elementen

KAS

Nee

N.v.t.

36

Verankerde ladders

LAD

Nee

10

19

21

In- en uitwendige afwerkingen voor wanden en plafonds; kits voor scheidingswanden

WCF

Nee

11

25

07

Gipsproducten

GYP

Nee

12

17

05

Dragende opleggingen; constructieve penverbindingen

SBE

Nee

13

20

27

Voorzieningen voor ruimteverwarming

SHA

Nee

14

21

22

Dakbedekkingen, daklichten, dakramen en toebehoren; kits voor daken

ROC

Nee

15

22

12

Verkeersinrichtingen: wegenuitrusting

CIF

Nee

16

23

18

Rioleringsproducten

WWD

Nee

17

24

25

Bouwlijm

ADH

Nee

34

32

Voegmiddelen

SEA

Nee

18

N.v.t.

35

Producten met brandvertragende, brandwerende en tegen brand afdichtende eigenschappen; brandvertragende producten

FPP

Nee

19

26

33

Bevestigingen

FIX

Nee

20

27

03

Membranen, waaronder in vloeibare toepassingen en kits (water- en/of dampremmend)

MEM

Nee

21

29

08

Geotextiel, geomembranen en aanverwante producten

GEO

Nee

22

30

11

Sanitair

SAP

Nee

23

31

28

Buizen, reservoirs en toebehoren die niet in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water

PTA

Nee

24

N.v.t.

29

Bouwproducten die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water

DWP

Nee

25

32

31

Stroom-, besturings- en communicatiekabels

CAB

Nee

26

N.v.t.

N.v.t.

Decoratieve verf en behangselpapier

DPW

Nee

27

33

06

Schoorstenen, rookkanalen en specifieke producten

CHI

Ja 26

3Horizontale maatregelen

In de hoofdstukken 3 en 4 worden de concrete acties beschreven die voor de jaren 2026 tot en met 2029 zijn gepland.

3.1Wijziging van bijlage VII (lijst van productfamilies)

De Commissie zal bijlage VII wijzigen om deze aan de technische vooruitgang aan te passen:

-Dit omvat het samenvoegen van productfamilies 34 “bouwkits, bouweenheden, geprefabriceerde elementen” en 36 “verankerde ladders”, aangezien deze laatste geen op zichzelf staande productfamilie vormt.

-Daarnaast zal een nieuwe productfamilie “decoratieve verf en behangselpapier” worden gecreëerd. Behangselpapier is momenteel opgenomen in productgroep 21, maar past beter in een afzonderlijke groep samen met decoratieve verf. Wanneer de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten verf zal reguleren, streeft de Commissie ernaar om bouwverf complementair te reguleren binnen het regelgevingskader van de bouwproductenverordening.

-De wijziging omvat ook een uitbreiding van de naam van productgroep 27, “voorzieningen voor ruimteverwarming”, tot “verwarmings- en koelingsapparaten” om alle verwarmings- en koelingsapparaten hierin op te nemen, en van productgroep 31, “stroom-, besturings- en communicatiekabels”, tot “stroom-, besturings- en communicatiekabels, elektrische en elektronische producten en toebehoren”.

-Tot slot wordt productgroep 22 “dakbedekkingen, daklichten, dakramen en toebehoren; kits voor daken” omgedoopt tot “dakbedekkingen en toebehoren; kits voor daken en fotovoltaïsche panelen”, aangezien daklichten en dakramen reeds zijn opgenomen in productgroep 2 “deuren, ramen, luiken, poorten en bijbehorend hang- en sluitwerk” en fotovoltaïsche panelen tot nog toe niet zijn vermeld.

3.2Werkzaamheden in de horizontale subgroepen (brand, ecologische duurzaamheid en gevaarlijke stoffen)

3.2.1Brand

De Commissie zal gedelegeerde handelingen vaststellen met betrekking tot de brandwerendheid en het brandgedrag van bouwproducten. Daarnaast zal de gedelegeerde handeling voor blootstelling aan brand vanaf de buitenzijde — daken en dakbedekking — in 2026 worden herzien om na te gaan hoe potentiële behoeften van productgroep 2 “deuren, ramen, luiken, poorten en bijbehorend hang- en sluitwerk” van invloed kunnen zijn op de test- en classificatieregelingen (dakramen en daklichten). De Commissie zal van start gaan met de werkzaamheden met betrekking tot een normalisatieverzoek voor (een) in 2027 vast te stellen norm(en) voor brandtesten voor gevels. Deze werkzaamheden zullen worden gebaseerd op de afronding van het project inzake een Europese aanpak om de prestaties van gevels bij brand te beoordelen 27 .

3.2.2Ecologische duurzaamheid

Overeenkomstig artikel 15 van de bouwproductenverordening moet de prestatie- en conformiteitsverklaring de prestaties van het product inzake ecologische duurzaamheid gedurende de levenscyclus bevatten met betrekking tot de vooraf bepaalde essentiële milieukenmerken die zijn opgenomen in bijlage II, zoals het aardopwarmingsvermogen (totaal, fossiel, biogeen en landgebruik en verandering in landgebruik). Deze aanpak zorgt voor een gelijk speelveld, aangezien de beoordelingsmethoden van toepassing zullen zijn op alle bouwproducten, met inbegrip van biogebaseerde materialen.

De Commissie ondersteunt de opstelling van aanvullende regels voor productcategorieën. 28 Dit zal de ontwikkeling van de technische inhoud die nodig is om de bepalingen inzake ecologische duurzaamheid van de bouwproductenverordening uit te voeren, versnellen en zorgt voor samenhang en een tijdige aflevering van de normen. Het werk zal worden gebruikt in toekomstige normalisatieverzoeken en productcategorieregels. Het uiteindelijke doel is een samenhangend technisch kader tot stand te brengen voor de beoordeling van de ecologische duurzaamheid van bouwproducten.

De Commissie heeft een aanbesteding uitgeschreven voor achtergronddatasets voor de berekening van de ecologische prestaties. Het project heeft tot doel Europese achtergronddatasets voor fabrikanten vast te stellen. In de eerste plaats zullen gegevens worden verstrekt voor de eerste geharmoniseerde normen die ecologische duurzaamheid omvatten en de komende jaren zal dit worden uitgebreid tot andere productfamilies.

Het is de bedoeling het gebruik van achtergronddatasets verplicht te stellen in gevallen waarin bedrijfsspecifieke gegevens, met inbegrip van de hoogwaardige gegevens die worden gegenereerd bij de uitvoering van het EU-emissiehandelssysteem (ETS) voor grote installaties, niet onmiddellijk beschikbaar zijn of duur zijn. Om “data-shopping” (d.w.z. het uitkiezen van de gegevens die het meest gunstig zijn voor het product) te voorkomen, moeten achtergronddatasets van conservatieve aard zijn.

De subgroep ecologische duurzaamheid bespreekt ook de uitvoering van de beoordeling van de ecologische duurzaamheid, met name wat betreft de homogene uitvoering van AVS 3+ en de ontwikkeling van de regels voor toekomstige gedelegeerde handelingen voor de verklaring waarbij de essentiële kenmerken in verband met ecologische duurzaamheid niet worden getest.

De Commissie zal een gedelegeerde handeling vaststellen ter erkenning van het gebruik van ETS-gegevens als input voor de beoordeling van de ecologische duurzaamheid van de productgroepen waarvoor ETS-gegevens en -methoden een aanzienlijk deel van de emissies gedurende de levenscyclus zouden kunnen afdekken. Dit zal zorgen voor een geharmoniseerde aanpak van de relevante EU-wetgeving en zal de administratieve lasten voor fabrikanten verminderen.

3.2.3Gevaarlijke stoffen

De Commissie zal in 2026 een normalisatieverzoek goedkeuren om aanvullende beoordelingsmethoden op te nemen die een aanvulling vormen op de bestaande instrumenten om de inhoud van of de emissies uit bouwproducten te beoordelen. Deze werkzaamheden zullen gericht zijn op de toevoeging van extra stoffen en materialen (bv. microplastics) en beoordelingsmethoden (ter aanvulling/verfijning van bestaande methoden voor emissies/gehalte aan gevaarlijke stoffen) met het oog op de aanpassing aan nieuwe EU-wetgeving en nationale voorschriften.

3.3Het digitale productpaspoort (DPP) — informatie over alle onderdelen van de waardeketen

Een belangrijke pijler van de bouwproductenverordening is het digitale productpaspoort. Elk product dat wordt gereguleerd door geharmoniseerde technische specificaties of Europese beoordelingsdocumenten in het kader van de bouwproductenverordening (niet die van 2011) krijgt een digitaal productpaspoort zodra het DPP operationeel is en bij gedelegeerde handeling verplicht is gesteld. Het DPP zal bedrijven, consumenten en overheden toegang bieden tot gegevens op basis van open en niet aan eigendomsrechten gebonden internationale normen. De Commissie heeft het normalisatieproces opgestart om regels vast te stellen voor gegevensdragers, infrastructuur en interoperabiliteit van gegevens, die nodig zijn om het systeem van productpaspoorten te ontwikkelen. Het digitale productpaspoort zorgt voor traceerbaarheid in de hele waardeketen nadat het product in de handel is gebracht. Dit zal een belangrijke bijdrage leveren aan de samenhangende digitalisering van het bouwecosysteem. Het zal de uitvoering van de richtlijn energieprestatie van gebouwen 29 , het gebruik van digitale bouwlogboeken en van bouwinformatiemodellen (BIM) ondersteunen. Er zal informatie over de essentiële kenmerken en materialen worden opgenomen, samen met informatie over hoe het product veilig kan worden gebruikt, hersteld, hergebruikt, gerecycled en verwijderd. Dit zal het beheer van de volledige levenscyclus van producten vergemakkelijken.

3.4Versterking van de positie van consumenten en professionals: algemene productinformatie, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsinformatie en informatieve etikettering

De bouwproductenverordening is sterk gericht op productinformatie. In bijlage IV is de inhoud van de productinformatie vastgesteld. De Commissie zal de normalisatieorganisaties in de normalisatieverzoeken verzoeken richtsnoeren op te stellen voor fabrikanten over de wijze waarop zij aan de wettelijke verplichtingen moeten voldoen.

Voor producten die door consumenten worden gekozen, is in de bouwproductenverordening bepaald dat verplichte milieuduurzaamheidsetiketten kunnen worden ingevoerd om consumenten te helpen geïnformeerde keuzes te maken en om gedragsverandering te stimuleren. Dit kan bijdragen tot het ontsluiten van de milieuduurzaamheidsvoordelen van de bouwproductenverordening die verder gaan dan het niveau dat haalbaar is door minimale prestaties te reguleren.

In de toekomst zal deze informatie over het algemeen worden verstrekt in het digitale productpaspoort. Sommige producten kunnen ook voorzien zijn van een etiket in het kader van de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten en/of andere etiketten die onder specifieke EU-wetgeving vallen. Deze etiketten bieden duidelijke en betrouwbare informatie over relevante productkenmerken of -prestaties zoals koolstofvoetafdruk, biogebaseerde inhoud, waterverbruik, duurzaamheid, repareerbaarheid of recycleerbaarheid.

Het zal de taak zijn van de subgroepen voor het acquis bouwproductenverordening (in het kader van hun werkzaamheden met betrekking tot de productfamilies) en van de horizontale subgroep inzake ecologische duurzaamheid om vast te stellen voor welke bouwproducten dergelijke etiketten moeten worden ingevoerd. Bij deze beoordeling zullen de subgroepen rekening houden met bestaande etiketten op basis van EU-wetgeving om overlappingen en verwarrende boodschappen aan consumenten te voorkomen.

In de Clean Industrial Deal werd aangekondigd dat een verplicht etiket voor cement (weergave van het aardopwarmingsvermogen) zal worden ingevoerd wanneer de nieuwe cementnormen verplicht zullen worden gesteld. 30  

3.5Groene overheidsopdrachten

De bouwproductenverordening voorziet in de mogelijkheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen met verplichte minimumeisen inzake ecologische duurzaamheid voor bouwproducten in openbare aanbestedingsprocedures wanneer de producten die onder geharmoniseerde normen vallen relevant zijn voor overheidsafnemers en het voor hen economisch haalbaar is om de beste ecologisch duurzame producten te kopen. Deze maatregelen zijn bedoeld om de totstandbrenging van leidende markten te stimuleren en de EU-industrie te helpen haar concurrentievermogen te verbeteren in overeenstemming met de doelstellingen van de Clean Industrial Deal. De Commissie zal eind 2026 van start gaan met de eerste effectbeoordeling.

Bij mogelijke maatregelen zal rekening moeten worden gehouden met de herziening van het rechtskader voor overheidsopdrachten en de komende wetgeving voor een industrieaccelerator.

4Maatregelen met betrekking tot productfamilies

De kern van het werk houdt verband met productfamilies. Onderstaande tabel 3 bevat een overzicht van alle geplande en lopende acties tijdens de looptijd van het werkplan (2026-2029) voor alle productfamilies, gerangschikt volgens de in tabel 2 vastgestelde volgorde. De productfamilies worden geordend overeenkomstig de (geplande) start van de acquiswerkzaamheden. Alle datums zijn indicatief.

Toelichting bij de tabel:

¾Code productfamilie: drielettercode toegekend in het bouwproductenacquis.

¾Mijlpaal I: aflevering van het mijlpaal I-document: af te dekken producten.

¾Mijlpaal III: aflevering van het mijlpaal III-document: essentiële kenmerken, klassen, drempelwaarden, algemene productinformatie, gebruiksaanwijzing en veiligheidsinformatie en voorlopige inhoud voor productvereisten (indien van toepassing).

¾Normalisatieverzoek: ontwerpnormalisatieverzoek ter stemming voorgelegd aan het Comité voor normen.

¾Leveringstermijn normen: verwachte aflevering van de eerste normen in het normalisatieverzoek, specifieke data voor elk te leveren resultaat te bespreken.

¾Norm verplicht en vaststelling GH: datum van vaststelling van de uitvoeringshandeling waarbij de normen verplicht worden gesteld en de gedelegeerde handeling waarbij de bijbehorende klassen, drempels, verplichte verklaring enz. worden vastgesteld.

¾GH productvereisten: datum van vaststelling van de gedelegeerde handeling tot vaststelling van productvereisten. Hierop kan een afzonderlijk normalisatieverzoek volgen voor de ontwikkeling van vrijwillige geharmoniseerde normen om te voorzien in een vermoeden van conformiteit met de vereisten.

¾Aanvullende informatie: andere relevante informatie waarmee rekening moet worden gehouden, zoals de voorbereidende werkzaamheden in mijlpaal 0 die in sommige groepen van start zijn gegaan.

Tabel 3: Maatregelen met betrekking tot productfamilies

Nr. productfamilie in bijlage VII.

Productfamilie

Code

Mijlpaal I

Mijlpaal III

Normalisatieverzoek

Leveringstermijn

normen

Norm verplicht en goedkeuring GH

GH productvereisten

Aanvullende informatie

1

Geprefabriceerde normale/lichte/autoclaafgeharde celbetonnen producten

PCR

klaar

klaar

Q2 2025

Q4 2025

Q4 2025

nee

aanhaling in BPV van 2011

20

metaalconstructieproducten en toebehoren

SMP

klaar

klaar

Q3 2025

Q4 2025

Q2 2026

nee

aanhaling in BPV van 2011; Voor normen die niet zijn afgeleverd of niet conform zijn, zal er in het kader van de BPV in Q2 2026 een nieuw normalisatieverzoek komen met een deadline in 
Q3 2027.

2

deuren, ramen, luiken, poorten en bijbehorend hang- en sluitwerk.

DWS

klaar

klaar

Q1 2026

2028

2029

2029

Productvereisten voor hang- en sluitwerk zijn in kaart gebracht en zullen bij gedelegeerde handelingen worden vastgesteld. Dit heeft betrekking op eisen voor ontsnappingswegen.

16

Wapenings- en voorspanstaal voor beton (en toebehoren); voorspansystemen.

RPS

klaar

Q4 2025

Q2 2026

2029

2029

in behandeling

15

cement, bouwkalk en andere hydraulische bindmiddelen

CEM

klaar

klaar

Q3 2025

Q3 2027

Q4 2027

nee

Commissie zal Eur. beoordelingsdocumenten aanvragen voor innovatief en alkalisch geactiveerd cement
Q1 2026.

Normalisatieverzoek alkalisch geactiveerd cement
Q4 2027.

4

producten voor thermische isolatie; samengestelde isolatiekits/-systemen

TIP

klaar

lopende

Q3 2026

2029

2029

in behandeling

30

vlakglas, geprofileerd glas en glasblokken.

GLA

klaar

lopende

Q1 2026

2028

2029

2028

Productvereisten zijn in kaart gebracht en zullen bij gedelegeerde handeling worden vastgesteld.

6

schoorstenen, rookkanalen en specifieke producten

CHI

klaar

lopende

Q3 2026

2028

2028

Behalve vrijstaande schoorstenen.

13

houtproducten voor de bouw en toebehoren

STP

lopende

Q1 2026

Q3 2026

2029

2029

14

platen en elementen op houtbasis

WBP

26

Producten voor beton, mortel en injectiespecie

CMG

lopende

Q1 2026

Q4 2026

2029

17

metselwerk en toebehoren; metselwerkelementen, mortel en toebehoren

MAS

lopende

Q2 2026

Q1 2027

24

toeslagmaterialen

AGG

lopende

Q2 2026

Q1 2027

2029

9

vliesgevels/bekleding/verlijmde beglazingssystemen

CWP

klaar

Q2 2026

Q4 2026

2029

10

vaste brandbestrijdingssystemen (brandalarm- en detectiesystemen, vaste brandbestrijdingssystemen, brandbeveiligings- en antirooksystemen en explosiebeveiligingsproducten)

FFF

Q2 2026

Q1 2027

Q3 2027

23

Producten voor de wegenbouw (asfalt enz.)

RCP

Q1 2026

Q3 2026

2027

19

vloerafwerkingen

FLO

Q2 2026

Q4 2026

2027

Bij mijlpaal 0 wordt reeds gewerkt aan testmethoden voor glijweerstand. 31

34

bouwkits, bouweenheden, geprefabriceerde elementen

KAS

Q2 2026

Q2 2027

2027

Omvat ook familie 36. In voorkomend geval wordt dit werk verdeeld in verschillende werkstromen met verschillende tijdschema’s. Daarnaast kan de Commissie Europese beoordelingsdocumenten voor innovatieve kits opvragen.

21

in- en uitwendige afwerkingen voor wanden en plafonds; kits voor scheidingswanden

WCF

Q3 2026

Q3 2027

2028

7

gipsproducten

GYP

Q3 2026

Q3 2027

2028

5

dragende opleggingen; constructieve penverbindingen

SBE

Q4 2026

Q4 2027

2028

27

voorzieningen voor ruimteverwarming en andere verwarmings- en koelingstoestellen

SHA

Q4 2026

Q4 2027

2028

Een deel van de producten wordt ook gereguleerd door de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten, het werk zal worden afgestemd op de maatregelen die in het kader van die verordening worden genomen.

22

dakbedekkingen, daklichten, dakramen en toebehoren; kits voor daken, fotovoltaïsche panelen

ROC

2027

2027

2028

Fotovoltaïsche panelen worden ook gereguleerd door de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten, het werk zal worden afgestemd op de maatregelen die in het kader van die verordening worden genomen.

12

verkeersinrichtingen: wegenuitrusting (verf, verkeersborden, afschermende constructies langs de weg)

CIF

2027

2027

2028

Bij mijlpaal 0 wordt reeds gewerkt aan een beoordelingsmethode voor afschermende constructies langs de weg 32 .

18

rioleringsproducten

WWD

2027

2028

25

bouwlijm

ADH

2027

2028

2029

32

voegmiddelen

SEA

2027

2028

2029

35

producten met brandvertragende, brandwerende en tegen brand afdichtende eigenschappen; brandvertragende producten

FPP

2028

2028

2029

33

bevestigingen

FIX

2028

2028

3

membranen, waaronder in vloeibare toepassingen en kits (water- en/of dampremmend)

MEM

2028

2028

8

geotextiel, geomembranen en aanverwante producten

GEO

2028

2028

11

Sanitair

SAP

2028

2029

28

buizen, reservoirs en toebehoren die niet in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water

PTA

2028

2029

29

bouwproducten die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water

DWP

31

stroom-, besturings- en communicatiekabels

CAB

2029

2029

nieuw

decoratieve verf en behangselpapier

2029

Werk zal worden afgestemd op tweede ESPR-werkplan

6

schoorstenen, rookkanalen en specifieke producten

CHI

2029

Omvat alleen vrijstaande schoorstenen.

(1)

Verordening (EU) 2024/3110 van het Europees Parlement en de Raad van 27 november 2024 tot vaststelling van geharmoniseerde regels voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 305/2011 (PB L, 2024/3110, 18.12.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/3110/oj .

(2)

Alsook de EER-landen, Zwitserland en Turkije.

(3)

Deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening ( E03776 ); Register van deskundigengroepen van de Commissie en andere adviesorganen .

(4)

  Het EU-kompas voor concurrentievermogen , COM(2025) 30 final.

(5)

  De Clean Industrial Deal: een gezamenlijke routekaart voor concurrentievermogen en decarbonisatie COM(2025) 85 final.

(6)

  Europees actieplan voor staal en metaal COM(2025) 125 final.

(7)

Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking), PB L, 2024/1275, ELI: http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1275/oj.

(8)

  Naar een circulaire, regeneratieve en concurrerende bio-economie .

(9)

  Wetgeving inzake een versnelling van industriële decarbonisatie — de decarbonisatie versnellen .

(10)

  Europese strategie voor woningbouw .

(11)

Verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van Richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB L 88, 4.4.2011, blz. 5-43, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/305/oj .

(12)

  Permanent open oproepen tot kandidaatstelling voor de deskundigengroepen van de Commissie.

(13)

Zie bv. herziening van Europese normen .

(14)

Verordening (EU) nr. 1025/2012 betreffende Europese normalisatie, PB L 316, 14.11.2012, blz. 12-33, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/1025/oj .

(15)

Comité opgericht overeenkomstig artikel 22 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 betreffende Europese normalisatie, PB L 316, 14.11.2012, blz. 12-33, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2012/1025/oj .

(16)

  eNorm-platform .

(17)

  eNorm-platform .

(18)

  eNorm-platform .

(19)

  Werkplan inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten en energie-etikettering 2025-2030 .

(20)

Verordening (EU) 2024/1781 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende de totstandbrenging van een kader voor het vaststellen van vereisten inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2020/1828 en Verordening (EU) 2023/1542, en tot intrekking van Richtlijn 2009/125/EG (Voor de EER relevante tekst), PB L, 2024/1781, 28.6.2024, ELI:  http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1781/oj .

(21)

  Acquis - Europese Commissie .

(22)

  https://ec.europa.eu/docsroom/documents/42128/attachments/1/translations/en/renditions/native

(23)

  https://ec.europa.eu/docsroom/documents/42129/attachments/1/translations/en/renditions/native .

(24)

Zie het  register van deskundigengroepen van de Commissie en andere adviesorganen .

(25)

SReq staat voor normalisatieverzoek (“standardisation request”).

(26)

CEN werkt aan de ontwikkeling van de technische inhoudt om een normalisatieverzoek goed te keuren dat in 2026 moet worden goedgekeurd en dat gedeeltelijk de werkingssfeer van deze subgroep zal afdekken. De overblijvende producten (op zichzelf staande schoorstenen) zullen in de in de tabel vastgestelde volgorde worden besproken.

(27)

https://www.ri.se/en/expertise-areas/projects/european-approach-to-assess-the-fire-performance-of-facades.

(28)

Via Eismea-oproep SMP-STAND-2025-ESOS-01-IBA, onderwerp 24  Ondersteuning van normalisatieactiviteiten uitgevoerd door CEN, Cenelec en ETSI - Europese Commissie .

(29)

Richtlijn (EU) 2024/1275 van het Europees Parlement en de Raad van 24 april 2024 betreffende de energieprestatie van gebouwen (herschikking), PB L, 2024/1275, 8.5.2024, ELI:  http://data.europa.eu/eli/dir/2024/1275/oj .

(30)

De Clean Industrial Deal: een gezamenlijke routekaart voor concurrentievermogen en decarbonisatie, COM(2025) 85 final: https://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=CELEX:52025DC0085

(31)

  SMP-STAND-2024-ESOS-01-IBA, onderwerp 19 .

(32)

  SMP-STAND-2024-ESOS-01-IBA, onderwerp 17 .