MEDEDELING VAN DE COMMISSIE
(Eerste) werkplan voor de bouwproductenverordening 2026-2029
1Inleiding
1.1Een eengemaakte markt voor bouwproducten
De bouwproductenverordening bevat geharmoniseerde regels voor het in de handel brengen van bouwproducten in de EU. Met deze verordening worden de soepele werking van de eengemaakte markt en het vrije verkeer van bouwproducten in de EU gewaarborgd. Dit gebeurt voornamelijk door middel van geharmoniseerde technische specificaties, waarmee wordt gezorgd voor een gemeenschappelijke technische taal voor de beoordeling van en communicatie over de prestaties van bouwproducten (bv. brandgedrag, thermische geleidbaarheid of geluidsisolatie). Het gebruik van normen is verplicht nadat deze normen door middel van een uitvoeringshandeling verplicht zijn gesteld. Met de bouwproductenverordening wordt ervoor gezorgd dat er betrouwbare informatie beschikbaar is voor professionals, overheidsinstanties en consumenten, zodat zij de prestaties van bouwproducten van verschillende fabrikanten in verschillende EU-lidstaten kunnen vergelijken.
Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van de bouwproductenverordening “stelt de Commissie een werkplan op voor de ontwikkeling van geharmoniseerde technische specificaties voor de in bijlage VII vermelde productfamilies, met inbegrip van productvereisten alsook algemene productinformatie, gebruiksaanwijzingen en veiligheidsinformatie, voor ten minste de volgende periode van drie jaar”. Hiertoe heeft de Commissie in de eerste helft van 2025 de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening geraadpleegd.
De Commissie moet dit eerste werkplan uiterlijk op 8 januari 2026 bekendmaken. Dit werkplan heeft betrekking op de periode van 2026 tot en met 2029. Aangezien de Commissie het werkplan ten minste om de drie jaar moet vernieuwen en actualiseren, zal het volgende werkplan uiterlijk eind 2028 worden gepubliceerd.
De Commissie zal het Europees Parlement en de lidstaten jaarlijks, aan het eind van het jaar, informeren over de vooruitgang die is geboekt bij de uitvoering van het werkplan. Zij zal dit voor het eerst doen eind 2026.
Dit werkplan zal ook bijdragen tot de doelstellingen van het onlangs vastgestelde kompas voor concurrentievermogen door de innovatiekloof te helpen dichten en het concurrentievermogen, de decarbonisatie en de economische veiligheid van de EU te stimuleren. Bovendien kan het bijdragen tot de ontwikkeling van leidende markten voor duurzame en circulaire producten, in overeenstemming met de recente Clean Industrial Deal, het actieplan voor staal en metaal
, de richtlijn energieprestatie van gebouwen en de EU-strategie voor de bio-economie van 2025. De Commissie is van plan de wetgeving op het gebied van circulaire economie vast te stellen om het aanbod van hoogwaardige secundaire grondstoffen en de vraag ernaar te stimuleren, en als aanvulling op deze initiatieven zal zij de wetgeving voor een industrieaccelerator aannemen.
De bouwproductenverordening levert een belangrijke bijdrage aan de ambitie van de Clean Industrial Deal om de EU tegen 2030 wereldleider te maken op het gebied van de circulaire economie. De vaststelling van geharmoniseerde technische specificaties in het kader van de bouwproductenverordening — aangevuld met maatregelen ter ondersteuning van de circulariteit van de bouwsector in de komende wetgeving op het gebied van circulaire economie — zal van cruciaal belang zijn om onze economieën concurrerender en meer circulair te maken, aangezien hierdoor een volledig en betrouwbaar regelgevingskader tot stand komt en leidende markten voor duurzame en circulaire producten worden bevorderd. Kortom, de bouwproductenverordening zal onze doelstelling van een schone, koolstofvrije en hulpbronnenefficiënte EU-economie aanzienlijk bevorderen.
De bouwproductenverordening zal ook een essentieel onderdeel zijn van de Europese strategie voor woningbouw door innovatie te bevorderen en het concurrentievermogen van de industrie te vergroten. Aan de hand van de ontwikkeling van nieuwe geharmoniseerde normen, de bijwerking van bestaande normen volgens de stand van de techniek en de ontwikkeling van Europese beoordelingsdocumenten voor innovatieve producten kan de bouwproductenverordening de versnelde uitrol van offsiteproductie ondersteunen, wat de productiviteit van het algehele bouwecosysteem zal verhogen en het woningtekort zal helpen aanpakken door de bouwtijd te verkorten. De invoering van het digitale productpaspoort zal de digitalisering van het bouwecosysteem ondersteunen.
1.2Het acquis inzake de bouwproductenverordening
In 2020 is de Commissie in het kader van de bouwproductenverordening van 2011 begonnen met het zogeheten proces van het acquis inzake de bouwproductenverordening, dat tot doel heeft de technische en regelgevingsbehoeften van belanghebbenden en lidstaten te verzamelen met het oog op het opstellen van gedetailleerde normalisatieverzoeken, gedelegeerde handelingen, productvereisten en productinformatie. Op deze manier kunnen alle bestaande geharmoniseerde normen in het kader van de bouwproductenverordening worden geactualiseerd en kan het toepassingsgebied ervan worden uitgebreid tot nieuwe producten.
In 2021 heeft de Commissie de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening en verschillende subgroepen opgericht om de werkzaamheden van het proces van het acquis inzake de bouwproductenverordening te structureren. Elke subgroep werkt aan een of meer productfamilies die nu zijn opgenomen in bijlage VII bij de bouwproductenverordening. Daarnaast zijn er drie horizontale subgroepen (ecologische duurzaamheid, brandveiligheid en gevaarlijke stoffen) opgericht.
In artikel 4 van de bouwproductenverordening wordt het proces geformaliseerd en worden de taken van de Commissie en de verantwoordelijkheden van de lidstaten en andere belanghebbenden in het proces omschreven. De structuur van de deskundigengroep is in het voorjaar van 2025 aangepast aan de nieuwe verordening. Europese verenigingen en ngo’s worden aangemoedigd een aanvraag in te dienen om lid te worden van de deskundigengroep of van een of meer subgroepen om aan de werkzaamheden bij te dragen.
Figuur1: Structuur van de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening en de subgroepen
1.3Mijlpalen van het proces van het acquis inzake de bouwproductenverordening
De werkzaamheden in een specifieke productfamilie volgen vooraf vastgestelde mijlpalen en monden uit in de inwerkingtreding van geharmoniseerde technische specificaties (geharmoniseerde normen en bijbehorende gedelegeerde handelingen). De volgende werkcyclus in een specifieke productfamilie begint wanneer de lidstaten en andere relevante belanghebbenden het nodig achten om de respectieve geharmoniseerde technische specificaties te actualiseren. De deskundigen van de normalisatieorganisaties beginnen gewoonlijk vijf jaar nadat zij de normen bij de Commissie hebben ingediend, overleg te plegen over de behoefte aan herziening van de normen. Na dit overleg raadpleegt de Commissie ook de respectieve subgroepen van de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening.
Figuur2: Mijlpalen van het proces van het acquis inzake de bouwproductenverordening
1.3.1Mijlpaal 0
Deze mijlpaal is facultatief en heeft betrekking op de ontwikkeling van beoordelingsmethoden.
Als er geen (actuele) Europese beoordelingsmethode bestaat voor belangrijke essentiële kenmerken of productvereisten en de ontwikkeling of actualisering ervan enige tijd en meer middelen dan gewoonlijk zal vergen, kan het latere werk in het kader van het bouwproductenacquis worden versneld door een project te starten in het kader van een open oproep van Eismea of andere financieringsinstrumenten om de beoordelingsmethode(n) te ontwikkelen of te actualiseren.
Mijlpaal 0 kan beginnen vóór het besluit van de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening om officieel van start te gaan met de werkzaamheden in de desbetreffende subgroep.
1.3.2Begin van de werkzaamheden in een subgroep:
De Commissie komt met de lidstaten en andere leden van de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening overeen om op het in het werkplan vastgestelde tijdstip de werkcyclus met betrekking tot een productfamilie te starten in de respectieve subgroep van de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening.
De eerste stap bestaat in het opstellen van het werkprogramma van de subgroep: de leden van de subgroep zullen overeenstemming bereiken over de te leveren resultaten en een indicatief tijdschema voor de voorbereiding van de technische inhoud voor het normalisatieverzoek en de bijbehorende gedelegeerde handelingen.
1.3.3Mijlpaal I
In het kader van mijlpaal I wordt de reikwijdte van de productfamilie afgebakend. De subgroep bepaalt eerst welke producten van de productfamilie, met inbegrip van materialen en beoogde toepassingen, moeten worden opgenomen in het toepassingsgebied van de werkzaamheden in deze werkcyclus (bv. niet alle denkbare producten hoeven te worden geharmoniseerd, niet alle bestaande geharmoniseerde normen hoeven tegelijkertijd te worden bijgewerkt). Dit besluit moet worden goedgekeurd door de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening.
1.3.4Mijlpaal II
Mijlpaal II betreft de oprichting van technische raden van de subgroep (indien van toepassing). Als het in het kader van mijlpaal I afgebakende toepassingsgebied ruim is en heterogene producten omvat, kunnen de deelnemers van de subgroep de werkzaamheden verdelen over verschillende technische raden (werkgroepen binnen de subgroep).
1.3.5Mijlpaal III
Mijlpaal III betreft de voorbereiding van de technische inhoud (structuur op hoog niveau van de geharmoniseerde technische specificaties) voor het normalisatieverzoek en de bijbehorende gedelegeerde handelingen. Dit is de belangrijkste mijlpaal waar de belangrijkste werkzaamheden plaatsvinden. Op basis van de regelgevingsbehoeften van de lidstaten, de prioriteiten van de Commissie (bv. in verband met de Clean Industrial Deal of de wetgeving op het gebied van circulaire economie) en de input van de sector, consumenten en andere belanghebbenden, verzamelt de subgroep gegevens en tracht zij overeenstemming te bereiken over:
a)fundamentele eisen voor bouwwerken (bijlage I bij de bouwproductenverordening):
1)essentiële kenmerken, waaronder de vaststelling van drempelwaarden en prestatieklassen, beoordelingsmethoden;
2)productdocumentatie en/of berekening om de prestaties wat het structurele gedrag betreft weer te geven (indien van toepassing);
3)bepalingen inzake beoordeling en verificatie en productiecontrole in de fabriek (FPC);
4)inconsistenties van/met nationale bouwvoorschriften;
b)vooraf bepaalde essentiële milieukenmerken (bijlage II bij de bouwproductenverordening);
c)algemene productinformatie, gebruiksaanwijzingen en veiligheidsinformatie (bijlage IV van de bouwproductenverordening);
d)productvereisten (bijlage III bij de bouwproductenverordening):
1)productvereisten ter waarborging van een goede werking en goede prestaties;
2)veiligheidseisen van het product;
3)milieueisen van producten;
e)toepasselijke beoordelings- en verificatiesystemen (bijlage IX bij de bouwproductenverordening).
De subgroep zal nagaan of het resultaat voldoende overeenstemt met de nationale regelgevingsbehoeften. De resultaten van mijlpaal III zullen worden voorgelegd aan de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening.
1.3.6Mijlpaal IV
Mijlpaal IV heeft betrekking op het laatste proces voor de goedkeuring van het normalisatieverzoek voor geharmoniseerde normen die betrekking hebben op prestaties en de daarmee verband houdende aanvullende rechtshandelingen (bv. klassen, drempels, verplichte verklaringen of etiketten).
Na de goedkeuring van mijlpaal III door de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening stelt de Commissie het desbetreffende normalisatieverzoek (uitvoeringshandeling volgens de onderzoeksprocedure in het kader van de normalisatieverordening) op basis van het mijlpaal III-document. Na raadpleging van de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening dient de Commissie het normalisatieverzoek formeel in bij het Comité voor normen
en keurt zij dit na een positieve stemming door de lidstaten goed.
In het kader van mijlpaal III kan ook worden vastgesteld dat er productvereisten moeten worden opgesteld. In dat geval zal de Commissie een gedelegeerde handeling vaststellen met productvereisten nadat zij de respectieve geharmoniseerde prestatienormen verplicht heeft gesteld (zie
1
.
3
.
8
) en zo nodig een afzonderlijk normalisatieverzoek indienen voor de ontwikkeling van (vrijwillige) geharmoniseerde normen om te voorzien in een vermoeden van conformiteit met de productvereisten.
1.3.7Opstelling van de geharmoniseerde prestatienorm
De goedgekeurde normalisatieverzoeken worden ter aanvaarding voorgelegd aan de desbetreffende normalisatie-instelling (gewoonlijk het CEN, maar voor elektrische producten zoals kabels mogelijk ook het Cenelec). De normalisatie-instelling aanvaardt het verzoek, bereidt de normen voor, maakt deze bekend en legt ze ter controle voor aan de Commissie. Om een tijdige levering te waarborgen, gelden voor de werkzaamheden de termijnen die in het normalisatieverzoek zijn vastgesteld.
1.3.8De norm verplicht stellen
De Commissie gaat na of de normen in overeenstemming zijn met het normalisatieverzoek en zijn afgestemd op het Europese rechtskader en stelt vervolgens een uitvoeringshandeling vast volgens de raadplegingsprocedure om de norm verplicht te stellen. Tegelijkertijd stelt de Commissie een gedelegeerde handeling vast ter bekrachtiging van de toepasselijke klassen, drempels en verplichte verklaringen in de normen, die tegelijk met de uitvoeringshandeling in werking treedt.
1.4Werkzaamheden in het kader van het bouwproductenacquis met betrekking tot productfamilies in de periode 2020-2025
Tussen 2020 en het eerste kwartaal van 2025 zijn in 14 subgroepen die zich bezighouden met productfamilies de werkzaamheden opgestart. Er werd besloten de werkstromen voor houtproducten voor de bouw en toebehoren (productfamilie 13) samen te voegen met de werkstromen voor platen en elementen op houtbasis (productgroep 14). Tot dusver heeft de Commissie op basis van deze werkzaamheden drie normalisatieverzoeken goedgekeurd voor 21 geharmoniseerde normen, vier ondersteunende normen en één technisch verslag (de eerste twee nog in het kader van de bouwproductenverordening van 2011):
-Geprefabriceerde normale/lichte/autoclaafgeharde celbetonnen producten (productfamilie 1);
-metaalconstructieproducten en toebehoren (productfamilie 20);
-Cement, bouwkalk en andere hydraulische bindmiddelen (productfamilie 15).
Er zijn nog vier normalisatieverzoeken in voorbereiding:
-wapeningsstaal en voorspanstaal voor beton (en toebehoren); voorspansystemen (productfamilie 16);
-Deuren, ramen, luiken, poorten en bijbehorend hang- en sluitwerk (productfamilie 2);
-producten voor thermische isolatie, samengestelde isolatiekits/-systemen (productfamilie 4);
-vlakglas, geprofileerd glas en glasblokken (productfamilie 30).
2Methodologie en vaststelling van prioriteiten voor het werkplan voor de bouwproductenverordening
In artikel 4, lid 2, van de bouwproductenverordening is bepaald dat “[de Commissie] voor de bepaling van de prioriteiten van het werkplan [...] gebruik [maakt] van een transparante en evenwichtige methode, die samen met het werkplan wordt bekendgemaakt. Die methode weerspiegelt ten minste de regelgevingsbehoeften van de lidstaten, de veiligheidskwesties in verband met bouwwerken en -producten en de doelstellingen van de Unie op het gebied van klimaat en circulaire economie.”
Het werkplan voor de bouwproductenverordening volgt een soortgelijke aanpak als het werkplan voor de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten (ESPR). Er is echter een belangrijk verschil in inhoud: het werkplan voor de bouwproductenverordening bevat voornamelijk het tijdschema voor de ontwikkeling van nieuwe geharmoniseerde technische specificaties voor alle productfamilies van bijlage VII bij de bouwproductenverordening. Pas tijdens de werkzaamheden in de specifieke subgroepen van de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening voor de respectieve productfamilies zal worden vastgesteld welke producten, essentiële kenmerken, klassen, drempels, productvereisten, etiketten, productinformatie enz. moeten worden gereguleerd.
Daarom is de vereiste transparante en evenwichtige methodologie voornamelijk gericht op de juiste volgorde waarin voor de verschillende productfamilies geharmoniseerde technische specificaties moeten worden ontwikkeld of geactualiseerd.
Het centrale deel van deze methodologie bestaat erin de volgorde vast te stellen voor de start van de werkzaamheden van de volgende subgroepen. Uitgangspunt is de in 2020 vastgestelde volgorde. Deze was gebaseerd op een raadpleging van de lidstaten over hun prioriteiten voor het acquis inzake de bouwproductenverordening in het kader van de bouwproductenverordening van 2011. De lidstaten werd verzocht aan te geven in welke volgorde de werkzaamheden voor 34 productfamilies moeten beginnen. Deze raadpleging heeft geleid tot de onderstaande rangorde, die is gebaseerd op de volgende acht criteria:
1.de regelgevingsbehoeften van de lidstaten;
2.veiligheidskwesties in verband met de fundamentele eisen voor bouwwerken;
3.inherente veiligheidskwesties van de bouwproducten;
4.milieukwesties, waaronder energie en duurzaamheid;
5.omvang van de EU-markt in volume;
6.grensoverschrijdende handel;
7.potentiële grensoverschrijdende handel; en
8.onvolledigheid of ontbreken van geharmoniseerde normen.
Tabel1 – Initiële prioriteitenlijst, productfamilies en mandaten
|
Prioriteit 2020
|
Nr. productfamilie
|
Productfamilie
|
Oud normalisatiemandaat
|
Lettercode
|
|
01
|
01
|
Geprefabriceerde normale/lichte/autoclaafgeharde celbetonnen producten
|
M100 Geprefabriceerde betonnen producten
|
PCP
|
|
02
|
20
|
Metaalconstructieproducten en toebehoren
|
M120 Metaalconstructieproducten
|
SMP
|
|
03
|
16
|
Wapenings- en voorspanstaal voor beton (en toebehoren); voorspansystemen.
|
M115 Wapeningsstaal
|
RPS
|
|
04
|
02
|
Deuren, ramen, luiken, poorten en bijbehorend hang- en sluitwerk
|
M101 Deuren, ramen
|
DWS
|
|
05
|
15
|
Cement, bouwkalk en andere hydraulische bindmiddelen
|
M114 Cement
|
CEM
|
|
06
|
04
|
Producten voor thermische isolatie [– samengestelde isolatiekits/-systemen]
|
M103 Producten voor thermische isolatie
|
TIP
|
|
07
|
13
|
Houtproducten voor de bouw en toebehoren
|
M112 Houtproducten voor de bouw en toebehoren
|
STP
|
|
08
|
26
|
Producten voor beton, mortel en injectiespecie
|
M128 Beton, mortel en injectiespecie
|
CMG
|
|
09
|
17
|
Metselwerk en toebehoren; metselwerkelementen, mortel en toebehoren
|
M116 Metselwerk
|
MAS
|
|
10
|
24
|
Toeslagmaterialen
|
M125 Toeslagmaterialen
|
AGG
|
|
11
|
10
|
Vaste brandbestrijdingssystemen (brandalarm- en detectiesystemen, vaste brandbestrijdingssystemen, brandbeveiligings- en antirooksystemen en explosiebeveiligingsproducten)
|
M109 Vaste brandbestrijdingssystemen
|
FFF
|
|
12
|
23
|
Producten voor de wegenbouw
|
M124 Producten voor de wegenbouw
|
RCP
|
|
13
|
19
|
Vloerafwerkingen
|
M119 Vloerafwerkingen
|
FLO
|
|
14
|
04
|
[Producten voor thermische isolatie] — samengestelde isolatiekits/-systemen
|
M489 ETICS
|
|
|
15
|
09
|
Vliesgevels/bekleding/verlijmde beglazingssystemen
|
M108 Vliesgevels
|
CWP
|
|
16
|
14
|
Platen en elementen op houtbasis
|
M113 Platen op houtbasis
|
WBP
|
|
17
|
05
|
Dragende opleggingen; constructieve penverbindingen
|
M104 Dragende opleggingen
|
SBE
|
|
18
|
34
|
Bouwkits, bouweenheden, geprefabriceerde elementen
|
Kits en geassembleerde producten van bovengenoemde families
|
KAS
|
|
19
|
21
|
In- en uitwendige afwerkingen voor wanden en plafonds; kits voor scheidingswanden
|
M121 Afwerkingen voor wanden en plafonds
|
WCF
|
|
20
|
27
|
Voorzieningen voor ruimteverwarming
|
M129 Voorzieningen voor ruimteverwarming
|
SHA
|
|
21
|
22
|
Dakbedekkingen, daklichten, dakramen en toebehoren; kits voor daken
|
M122 Dakbedekkingen
|
ROC
|
|
22
|
12
|
Verkeersinrichtingen: wegenuitrusting
|
M111Verkeersinrichtingen
|
CIF
|
|
23
|
18
|
Rioleringsproducten
|
M118 Rioleringsproducten
|
WWD
|
|
24
|
25
|
Bouwlijm
|
M127 Lijm
|
ADH
|
|
25
|
07
|
Gipsproducten
|
M106 Gips
|
GYP
|
|
26
|
33
|
Bevestigingen
|
N.v.t.
|
FIX
|
|
27
|
03
|
Membranen, waaronder in vloeibare toepassingen en kits (water- en/of dampremmend)
|
M102 Membranen
|
MEM
|
|
28
|
30
|
Vlakglas, geprofileerd glas en glasblokken
|
M135 Glas
|
GLA
|
|
29
|
08
|
Geotextiel, geomembranen en aanverwante producten
|
M107 Geotextiel
|
GEO
|
|
30
|
11
|
Sanitair
|
M110 Sanitair
|
SAP
|
|
31
|
28
|
Buizen, reservoirs en toebehoren die niet in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water
|
M131 Buizen, reservoirs niet in contact met DW
|
PTA
|
|
32
|
31
|
Stroom-, besturings- en communicatiekabels
|
M443 Stroom-, besturings- en communicatiekabels
|
CAB
|
|
33
|
06
|
Schoorstenen, rookkanalen en specifieke producten
|
M105 Schoorsteen
|
CHI
|
|
34
|
32
|
Voegmiddelen
|
M474 Voegkitten in bouwconstructies en voor afdichtingen in vloeren (voetgangers)
|
SEA
|
|
N.v.t.
|
29
|
Bouwproducten die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water
|
N.v.t.
|
DWP
|
|
N.v.t.
|
35
|
Producten met brandvertragende, brandwerende en tegen brand afdichtende eigenschappen; brandvertragende producten
|
N.v.t.
|
FPP
|
|
N.v.t.
|
36
|
Verankerde ladders
|
N.v.t.
|
LAD
|
Aangezien de in het kader van de bouwproductenverordening van 2011 opgestarte werkzaamheden nog aan de gang zijn, heeft de Commissie begin 2025 aan de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening voorgesteld om grotendeels de in 2020 vastgestelde volgorde te handhaven, aangezien deze nog steeds de regelgevingsbehoeften van de lidstaten, de veiligheidskwesties in verband met bouwwerken en -producten en de doelstellingen van de Unie op het gebied van klimaat en circulaire economie weerspiegelde. De Commissie heeft voorgesteld de eerder vastgestelde volgorde enigszins te actualiseren om:
1)deze aan te passen aan de gewijzigde prioriteiten van de lidstaten met betrekking tot hun regelgevingsbehoeften;
2)na te denken over de huidige prioriteiten van de Commissie, met name met betrekking tot het Europees plan voor betaalbare huisvesting, de Europese strategie voor woningbouw, de Clean Industrial Deal, de wetgeving op het gebied van circulaire economie en de EU-strategie voor de bio-economie, en de manier waarop dergelijke initiatieven kunnen worden aangevuld met de bouwproductenverordening;
3)ervoor te zorgen dat het toepassingsgebied van de bouwproductenverordening volledig wordt weerspiegeld door alle in bijlage VII vermelde productfamilies op te nemen;
4)de uitvoeringsactiviteiten van de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten te synchroniseren met de werkzaamheden met betrekking tot het acquis bouwproductenverordening, om ervoor te zorgen dat de werkzaamheden voor (soortgelijke) producten die onder beide verordeningen vallen tegelijkertijd plaatsvinden;
5)de activiteiten te stroomlijnen als het werk aan twee productfamilies kan worden gecombineerd tot één subgroep.
De raadpleging van de deskundigengroep voor het acquis bouwproductenverordening heeft geleid tot de volgende volgorde voor het opstarten van de werkzaamheden in de specifieke subgroepen.
Tabel 2 — Nieuwe prioriteitenlijst van productfamilies
|
Nieuwe prioriteit/
status
|
Prioriteit 2020
|
Nr. productfamilie
|
Productfamilie
|
Lettercode
|
Werk BPV-acquis gestart
|
|
SReq goedg.
|
01
|
01
|
Geprefabriceerde normale/lichte/autoclaafgeharde celbetonnen producten
|
PCP
|
Ja
|
|
SReq goedg.
|
02
|
20
|
Metaalconstructieproducten en toebehoren
|
SMP
|
Ja
|
|
SReq goedg.
|
03
|
16
|
Wapenings- en voorspanstaal voor beton (en toebehoren); voorspansystemen.
|
RPS
|
Ja
|
|
SReq. in voorb.
|
04
|
02
|
Deuren, ramen, luiken, poorten en bijbehorend hang- en sluitwerk
|
DWS
|
Ja
|
|
SReq goedg.
|
05
|
15
|
Cement, bouwkalk en andere hydraulische bindmiddelen
|
CEM
|
Ja
|
|
SReq. in voorb.
|
06
|
04
|
Producten voor thermische isolatie; samengestelde isolatiekits/-systemen
|
TIP
|
Ja
|
|
SReq. in voorb.
|
28
|
30
|
Vlakglas, geprofileerd glas en glasblokken
|
GLA
|
Ja
|
|
01
|
07
|
13
|
Houtproducten voor de bouw en toebehoren
|
STP
|
Ja
|
|
|
16
|
14
|
Platen en elementen op houtbasis
|
WBP
|
Ja
|
|
02
|
08
|
26
|
Producten voor beton, mortel en injectiespecie
|
CMG
|
Ja
|
|
03
|
09
|
17
|
Metselwerk en toebehoren; metselwerkelementen, mortel en toebehoren
|
MAS
|
Ja
|
|
04
|
10
|
24
|
Toeslagmaterialen
|
AGG
|
Ja
|
|
05
|
15
|
09
|
Vliesgevels/bekleding/verlijmde beglazingssystemen
|
CWP
|
Ja
|
|
06
|
11
|
10
|
Vaste brandbestrijdingssystemen (brandalarm- en detectiesystemen, vaste brandbestrijdingssystemen, brandbeveiligings- en antirooksystemen en explosiebeveiligingsproducten)
|
FFF
|
Nee
|
|
07
|
12
|
23
|
Producten voor de wegenbouw
|
RCP
|
Nee
|
|
08
|
13
|
19
|
Vloerafwerkingen
|
FLO
|
Nee
|
|
09
|
18
|
34
|
Bouwkits, bouweenheden, geprefabriceerde elementen
|
KAS
|
Nee
|
|
|
N.v.t.
|
36
|
Verankerde ladders
|
LAD
|
Nee
|
|
10
|
19
|
21
|
In- en uitwendige afwerkingen voor wanden en plafonds; kits voor scheidingswanden
|
WCF
|
Nee
|
|
11
|
25
|
07
|
Gipsproducten
|
GYP
|
Nee
|
|
12
|
17
|
05
|
Dragende opleggingen; constructieve penverbindingen
|
SBE
|
Nee
|
|
13
|
20
|
27
|
Voorzieningen voor ruimteverwarming
|
SHA
|
Nee
|
|
14
|
21
|
22
|
Dakbedekkingen, daklichten, dakramen en toebehoren; kits voor daken
|
ROC
|
Nee
|
|
15
|
22
|
12
|
Verkeersinrichtingen: wegenuitrusting
|
CIF
|
Nee
|
|
16
|
23
|
18
|
Rioleringsproducten
|
WWD
|
Nee
|
|
17
|
24
|
25
|
Bouwlijm
|
ADH
|
Nee
|
|
|
34
|
32
|
Voegmiddelen
|
SEA
|
Nee
|
|
18
|
N.v.t.
|
35
|
Producten met brandvertragende, brandwerende en tegen brand afdichtende eigenschappen; brandvertragende producten
|
FPP
|
Nee
|
|
19
|
26
|
33
|
Bevestigingen
|
FIX
|
Nee
|
|
20
|
27
|
03
|
Membranen, waaronder in vloeibare toepassingen en kits (water- en/of dampremmend)
|
MEM
|
Nee
|
|
21
|
29
|
08
|
Geotextiel, geomembranen en aanverwante producten
|
GEO
|
Nee
|
|
22
|
30
|
11
|
Sanitair
|
SAP
|
Nee
|
|
23
|
31
|
28
|
Buizen, reservoirs en toebehoren die niet in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water
|
PTA
|
Nee
|
|
24
|
N.v.t.
|
29
|
Bouwproducten die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water
|
DWP
|
Nee
|
|
25
|
32
|
31
|
Stroom-, besturings- en communicatiekabels
|
CAB
|
Nee
|
|
26
|
N.v.t.
|
N.v.t.
|
Decoratieve verf en behangselpapier
|
DPW
|
Nee
|
|
27
|
33
|
06
|
Schoorstenen, rookkanalen en specifieke producten
|
CHI
|
Ja
|
3Horizontale maatregelen
In de hoofdstukken 3 en 4 worden de concrete acties beschreven die voor de jaren 2026 tot en met 2029 zijn gepland.
3.1Wijziging van bijlage VII (lijst van productfamilies)
De Commissie zal bijlage VII wijzigen om deze aan de technische vooruitgang aan te passen:
-Dit omvat het samenvoegen van productfamilies 34 “bouwkits, bouweenheden, geprefabriceerde elementen” en 36 “verankerde ladders”, aangezien deze laatste geen op zichzelf staande productfamilie vormt.
-Daarnaast zal een nieuwe productfamilie “decoratieve verf en behangselpapier” worden gecreëerd. Behangselpapier is momenteel opgenomen in productgroep 21, maar past beter in een afzonderlijke groep samen met decoratieve verf. Wanneer de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten verf zal reguleren, streeft de Commissie ernaar om bouwverf complementair te reguleren binnen het regelgevingskader van de bouwproductenverordening.
-De wijziging omvat ook een uitbreiding van de naam van productgroep 27, “voorzieningen voor ruimteverwarming”, tot “verwarmings- en koelingsapparaten” om alle verwarmings- en koelingsapparaten hierin op te nemen, en van productgroep 31, “stroom-, besturings- en communicatiekabels”, tot “stroom-, besturings- en communicatiekabels, elektrische en elektronische producten en toebehoren”.
-Tot slot wordt productgroep 22 “dakbedekkingen, daklichten, dakramen en toebehoren; kits voor daken” omgedoopt tot “dakbedekkingen en toebehoren; kits voor daken en fotovoltaïsche panelen”, aangezien daklichten en dakramen reeds zijn opgenomen in productgroep 2 “deuren, ramen, luiken, poorten en bijbehorend hang- en sluitwerk” en fotovoltaïsche panelen tot nog toe niet zijn vermeld.
3.2Werkzaamheden in de horizontale subgroepen (brand, ecologische duurzaamheid en gevaarlijke stoffen)
3.2.1Brand
De Commissie zal gedelegeerde handelingen vaststellen met betrekking tot de brandwerendheid en het brandgedrag van bouwproducten. Daarnaast zal de gedelegeerde handeling voor blootstelling aan brand vanaf de buitenzijde — daken en dakbedekking — in 2026 worden herzien om na te gaan hoe potentiële behoeften van productgroep 2 “deuren, ramen, luiken, poorten en bijbehorend hang- en sluitwerk” van invloed kunnen zijn op de test- en classificatieregelingen (dakramen en daklichten). De Commissie zal van start gaan met de werkzaamheden met betrekking tot een normalisatieverzoek voor (een) in 2027 vast te stellen norm(en) voor brandtesten voor gevels. Deze werkzaamheden zullen worden gebaseerd op de afronding van het project inzake een Europese aanpak om de prestaties van gevels bij brand te beoordelen.
3.2.2Ecologische duurzaamheid
Overeenkomstig artikel 15 van de bouwproductenverordening moet de prestatie- en conformiteitsverklaring de prestaties van het product inzake ecologische duurzaamheid gedurende de levenscyclus bevatten met betrekking tot de vooraf bepaalde essentiële milieukenmerken die zijn opgenomen in bijlage II, zoals het aardopwarmingsvermogen (totaal, fossiel, biogeen en landgebruik en verandering in landgebruik). Deze aanpak zorgt voor een gelijk speelveld, aangezien de beoordelingsmethoden van toepassing zullen zijn op alle bouwproducten, met inbegrip van biogebaseerde materialen.
De Commissie ondersteunt de opstelling van aanvullende regels voor productcategorieën. Dit zal de ontwikkeling van de technische inhoud die nodig is om de bepalingen inzake ecologische duurzaamheid van de bouwproductenverordening uit te voeren, versnellen en zorgt voor samenhang en een tijdige aflevering van de normen. Het werk zal worden gebruikt in toekomstige normalisatieverzoeken en productcategorieregels. Het uiteindelijke doel is een samenhangend technisch kader tot stand te brengen voor de beoordeling van de ecologische duurzaamheid van bouwproducten.
De Commissie heeft een aanbesteding uitgeschreven voor achtergronddatasets voor de berekening van de ecologische prestaties. Het project heeft tot doel Europese achtergronddatasets voor fabrikanten vast te stellen. In de eerste plaats zullen gegevens worden verstrekt voor de eerste geharmoniseerde normen die ecologische duurzaamheid omvatten en de komende jaren zal dit worden uitgebreid tot andere productfamilies.
Het is de bedoeling het gebruik van achtergronddatasets verplicht te stellen in gevallen waarin bedrijfsspecifieke gegevens, met inbegrip van de hoogwaardige gegevens die worden gegenereerd bij de uitvoering van het EU-emissiehandelssysteem (ETS) voor grote installaties, niet onmiddellijk beschikbaar zijn of duur zijn. Om “data-shopping” (d.w.z. het uitkiezen van de gegevens die het meest gunstig zijn voor het product) te voorkomen, moeten achtergronddatasets van conservatieve aard zijn.
De subgroep ecologische duurzaamheid bespreekt ook de uitvoering van de beoordeling van de ecologische duurzaamheid, met name wat betreft de homogene uitvoering van AVS 3+ en de ontwikkeling van de regels voor toekomstige gedelegeerde handelingen voor de verklaring waarbij de essentiële kenmerken in verband met ecologische duurzaamheid niet worden getest.
De Commissie zal een gedelegeerde handeling vaststellen ter erkenning van het gebruik van ETS-gegevens als input voor de beoordeling van de ecologische duurzaamheid van de productgroepen waarvoor ETS-gegevens en -methoden een aanzienlijk deel van de emissies gedurende de levenscyclus zouden kunnen afdekken. Dit zal zorgen voor een geharmoniseerde aanpak van de relevante EU-wetgeving en zal de administratieve lasten voor fabrikanten verminderen.
3.2.3Gevaarlijke stoffen
De Commissie zal in 2026 een normalisatieverzoek goedkeuren om aanvullende beoordelingsmethoden op te nemen die een aanvulling vormen op de bestaande instrumenten om de inhoud van of de emissies uit bouwproducten te beoordelen. Deze werkzaamheden zullen gericht zijn op de toevoeging van extra stoffen en materialen (bv. microplastics) en beoordelingsmethoden (ter aanvulling/verfijning van bestaande methoden voor emissies/gehalte aan gevaarlijke stoffen) met het oog op de aanpassing aan nieuwe EU-wetgeving en nationale voorschriften.
3.3Het digitale productpaspoort (DPP) — informatie over alle onderdelen van de waardeketen
Een belangrijke pijler van de bouwproductenverordening is het digitale productpaspoort. Elk product dat wordt gereguleerd door geharmoniseerde technische specificaties of Europese beoordelingsdocumenten in het kader van de bouwproductenverordening (niet die van 2011) krijgt een digitaal productpaspoort zodra het DPP operationeel is en bij gedelegeerde handeling verplicht is gesteld. Het DPP zal bedrijven, consumenten en overheden toegang bieden tot gegevens op basis van open en niet aan eigendomsrechten gebonden internationale normen. De Commissie heeft het normalisatieproces opgestart om regels vast te stellen voor gegevensdragers, infrastructuur en interoperabiliteit van gegevens, die nodig zijn om het systeem van productpaspoorten te ontwikkelen. Het digitale productpaspoort zorgt voor traceerbaarheid in de hele waardeketen nadat het product in de handel is gebracht. Dit zal een belangrijke bijdrage leveren aan de samenhangende digitalisering van het bouwecosysteem. Het zal de uitvoering van de richtlijn energieprestatie van gebouwen, het gebruik van digitale bouwlogboeken en van bouwinformatiemodellen (BIM) ondersteunen. Er zal informatie over de essentiële kenmerken en materialen worden opgenomen, samen met informatie over hoe het product veilig kan worden gebruikt, hersteld, hergebruikt, gerecycled en verwijderd. Dit zal het beheer van de volledige levenscyclus van producten vergemakkelijken.
3.4Versterking van de positie van consumenten en professionals: algemene productinformatie, gebruiksaanwijzingen, veiligheidsinformatie en informatieve etikettering
De bouwproductenverordening is sterk gericht op productinformatie. In bijlage IV is de inhoud van de productinformatie vastgesteld. De Commissie zal de normalisatieorganisaties in de normalisatieverzoeken verzoeken richtsnoeren op te stellen voor fabrikanten over de wijze waarop zij aan de wettelijke verplichtingen moeten voldoen.
Voor producten die door consumenten worden gekozen, is in de bouwproductenverordening bepaald dat verplichte milieuduurzaamheidsetiketten kunnen worden ingevoerd om consumenten te helpen geïnformeerde keuzes te maken en om gedragsverandering te stimuleren. Dit kan bijdragen tot het ontsluiten van de milieuduurzaamheidsvoordelen van de bouwproductenverordening die verder gaan dan het niveau dat haalbaar is door minimale prestaties te reguleren.
In de toekomst zal deze informatie over het algemeen worden verstrekt in het digitale productpaspoort. Sommige producten kunnen ook voorzien zijn van een etiket in het kader van de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten en/of andere etiketten die onder specifieke EU-wetgeving vallen. Deze etiketten bieden duidelijke en betrouwbare informatie over relevante productkenmerken of -prestaties zoals koolstofvoetafdruk, biogebaseerde inhoud, waterverbruik, duurzaamheid, repareerbaarheid of recycleerbaarheid.
Het zal de taak zijn van de subgroepen voor het acquis bouwproductenverordening (in het kader van hun werkzaamheden met betrekking tot de productfamilies) en van de horizontale subgroep inzake ecologische duurzaamheid om vast te stellen voor welke bouwproducten dergelijke etiketten moeten worden ingevoerd. Bij deze beoordeling zullen de subgroepen rekening houden met bestaande etiketten op basis van EU-wetgeving om overlappingen en verwarrende boodschappen aan consumenten te voorkomen.
In de Clean Industrial Deal werd aangekondigd dat een verplicht etiket voor cement (weergave van het aardopwarmingsvermogen) zal worden ingevoerd wanneer de nieuwe cementnormen verplicht zullen worden gesteld.
3.5Groene overheidsopdrachten
De bouwproductenverordening voorziet in de mogelijkheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen met verplichte minimumeisen inzake ecologische duurzaamheid voor bouwproducten in openbare aanbestedingsprocedures wanneer de producten die onder geharmoniseerde normen vallen relevant zijn voor overheidsafnemers en het voor hen economisch haalbaar is om de beste ecologisch duurzame producten te kopen. Deze maatregelen zijn bedoeld om de totstandbrenging van leidende markten te stimuleren en de EU-industrie te helpen haar concurrentievermogen te verbeteren in overeenstemming met de doelstellingen van de Clean Industrial Deal. De Commissie zal eind 2026 van start gaan met de eerste effectbeoordeling.
Bij mogelijke maatregelen zal rekening moeten worden gehouden met de herziening van het rechtskader voor overheidsopdrachten en de komende wetgeving voor een industrieaccelerator.
4Maatregelen met betrekking tot productfamilies
De kern van het werk houdt verband met productfamilies. Onderstaande tabel 3 bevat een overzicht van alle geplande en lopende acties tijdens de looptijd van het werkplan (2026-2029) voor alle productfamilies, gerangschikt volgens de in tabel 2 vastgestelde volgorde. De productfamilies worden geordend overeenkomstig de (geplande) start van de acquiswerkzaamheden. Alle datums zijn indicatief.
Toelichting bij de tabel:
¾Code productfamilie: drielettercode toegekend in het bouwproductenacquis.
¾Mijlpaal I: aflevering van het mijlpaal I-document: af te dekken producten.
¾Mijlpaal III: aflevering van het mijlpaal III-document: essentiële kenmerken, klassen, drempelwaarden, algemene productinformatie, gebruiksaanwijzing en veiligheidsinformatie en voorlopige inhoud voor productvereisten (indien van toepassing).
¾Normalisatieverzoek: ontwerpnormalisatieverzoek ter stemming voorgelegd aan het Comité voor normen.
¾Leveringstermijn normen: verwachte aflevering van de eerste normen in het normalisatieverzoek, specifieke data voor elk te leveren resultaat te bespreken.
¾Norm verplicht en vaststelling GH: datum van vaststelling van de uitvoeringshandeling waarbij de normen verplicht worden gesteld en de gedelegeerde handeling waarbij de bijbehorende klassen, drempels, verplichte verklaring enz. worden vastgesteld.
¾GH productvereisten: datum van vaststelling van de gedelegeerde handeling tot vaststelling van productvereisten. Hierop kan een afzonderlijk normalisatieverzoek volgen voor de ontwikkeling van vrijwillige geharmoniseerde normen om te voorzien in een vermoeden van conformiteit met de vereisten.
¾Aanvullende informatie: andere relevante informatie waarmee rekening moet worden gehouden, zoals de voorbereidende werkzaamheden in mijlpaal 0 die in sommige groepen van start zijn gegaan.
Tabel 3: Maatregelen met betrekking tot productfamilies
|
Nr. productfamilie in bijlage VII.
|
Productfamilie
|
Code
|
Mijlpaal I
|
Mijlpaal III
|
Normalisatieverzoek
|
Leveringstermijn
normen
|
Norm verplicht en goedkeuring GH
|
GH productvereisten
|
Aanvullende informatie
|
|
1
|
Geprefabriceerde normale/lichte/autoclaafgeharde celbetonnen producten
|
PCR
|
klaar
|
klaar
|
Q2 2025
|
Q4 2025
|
Q4 2025
|
nee
|
aanhaling in BPV van 2011
|
|
20
|
metaalconstructieproducten en toebehoren
|
SMP
|
klaar
|
klaar
|
Q3 2025
|
Q4 2025
|
Q2 2026
|
nee
|
aanhaling in BPV van 2011; Voor normen die niet zijn afgeleverd of niet conform zijn, zal er in het kader van de BPV in Q2 2026 een nieuw normalisatieverzoek komen met een deadline in
Q3 2027.
|
|
2
|
deuren, ramen, luiken, poorten en bijbehorend hang- en sluitwerk.
|
DWS
|
klaar
|
klaar
|
Q1 2026
|
2028
|
2029
|
2029
|
Productvereisten voor hang- en sluitwerk zijn in kaart gebracht en zullen bij gedelegeerde handelingen worden vastgesteld. Dit heeft betrekking op eisen voor ontsnappingswegen.
|
|
16
|
Wapenings- en voorspanstaal voor beton (en toebehoren); voorspansystemen.
|
RPS
|
klaar
|
Q4 2025
|
Q2 2026
|
2029
|
2029
|
in behandeling
|
|
|
15
|
cement, bouwkalk en andere hydraulische bindmiddelen
|
CEM
|
klaar
|
klaar
|
Q3 2025
|
Q3 2027
|
Q4 2027
|
nee
|
Commissie zal Eur. beoordelingsdocumenten aanvragen voor innovatief en alkalisch geactiveerd cement
Q1 2026.
Normalisatieverzoek alkalisch geactiveerd cement
Q4 2027.
|
|
4
|
producten voor thermische isolatie; samengestelde isolatiekits/-systemen
|
TIP
|
klaar
|
lopende
|
Q3 2026
|
2029
|
2029
|
in behandeling
|
|
|
30
|
vlakglas, geprofileerd glas en glasblokken.
|
GLA
|
klaar
|
lopende
|
Q1 2026
|
2028
|
2029
|
2028
|
Productvereisten zijn in kaart gebracht en zullen bij gedelegeerde handeling worden vastgesteld.
|
|
6
|
schoorstenen, rookkanalen en specifieke producten
|
CHI
|
klaar
|
lopende
|
Q3 2026
|
2028
|
2028
|
|
Behalve vrijstaande schoorstenen.
|
|
13
|
houtproducten voor de bouw en toebehoren
|
STP
|
lopende
|
Q1 2026
|
Q3 2026
|
2029
|
2029
|
|
|
|
14
|
platen en elementen op houtbasis
|
WBP
|
|
|
|
|
|
|
|
|
26
|
Producten voor beton, mortel en injectiespecie
|
CMG
|
lopende
|
Q1 2026
|
Q4 2026
|
2029
|
|
|
|
|
17
|
metselwerk en toebehoren; metselwerkelementen, mortel en toebehoren
|
MAS
|
lopende
|
Q2 2026
|
Q1 2027
|
|
|
|
|
|
24
|
toeslagmaterialen
|
AGG
|
lopende
|
Q2 2026
|
Q1 2027
|
2029
|
|
|
|
|
9
|
vliesgevels/bekleding/verlijmde beglazingssystemen
|
CWP
|
klaar
|
Q2 2026
|
Q4 2026
|
2029
|
|
|
|
|
10
|
vaste brandbestrijdingssystemen (brandalarm- en detectiesystemen, vaste brandbestrijdingssystemen, brandbeveiligings- en antirooksystemen en explosiebeveiligingsproducten)
|
FFF
|
Q2 2026
|
Q1 2027
|
Q3 2027
|
|
|
|
|
|
23
|
Producten voor de wegenbouw (asfalt enz.)
|
RCP
|
Q1 2026
|
Q3 2026
|
2027
|
|
|
|
|
|
19
|
vloerafwerkingen
|
FLO
|
Q2 2026
|
Q4 2026
|
2027
|
|
|
|
Bij mijlpaal 0 wordt reeds gewerkt aan testmethoden voor glijweerstand.
|
|
34
|
bouwkits, bouweenheden, geprefabriceerde elementen
|
KAS
|
Q2 2026
|
Q2 2027
|
2027
|
|
|
|
Omvat ook familie 36. In voorkomend geval wordt dit werk verdeeld in verschillende werkstromen met verschillende tijdschema’s. Daarnaast kan de Commissie Europese beoordelingsdocumenten voor innovatieve kits opvragen.
|
|
21
|
in- en uitwendige afwerkingen voor wanden en plafonds; kits voor scheidingswanden
|
WCF
|
Q3 2026
|
Q3 2027
|
2028
|
|
|
|
|
|
7
|
gipsproducten
|
GYP
|
Q3 2026
|
Q3 2027
|
2028
|
|
|
|
|
|
5
|
dragende opleggingen; constructieve penverbindingen
|
SBE
|
Q4 2026
|
Q4 2027
|
2028
|
|
|
|
|
|
27
|
voorzieningen voor ruimteverwarming en andere verwarmings- en koelingstoestellen
|
SHA
|
Q4 2026
|
Q4 2027
|
2028
|
|
|
|
Een deel van de producten wordt ook gereguleerd door de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten, het werk zal worden afgestemd op de maatregelen die in het kader van die verordening worden genomen.
|
|
22
|
dakbedekkingen, daklichten, dakramen en toebehoren; kits voor daken, fotovoltaïsche panelen
|
ROC
|
2027
|
2027
|
2028
|
|
|
|
Fotovoltaïsche panelen worden ook gereguleerd door de verordening inzake ecologisch ontwerp voor duurzame producten, het werk zal worden afgestemd op de maatregelen die in het kader van die verordening worden genomen.
|
|
12
|
verkeersinrichtingen: wegenuitrusting (verf, verkeersborden, afschermende constructies langs de weg)
|
CIF
|
2027
|
2027
|
2028
|
|
|
|
Bij mijlpaal 0 wordt reeds gewerkt aan een beoordelingsmethode voor afschermende constructies langs de weg.
|
|
18
|
rioleringsproducten
|
WWD
|
2027
|
2028
|
|
|
|
|
|
|
25
|
bouwlijm
|
ADH
|
2027
|
2028
|
2029
|
|
|
|
|
|
32
|
voegmiddelen
|
SEA
|
2027
|
2028
|
2029
|
|
|
|
|
|
35
|
producten met brandvertragende, brandwerende en tegen brand afdichtende eigenschappen; brandvertragende producten
|
FPP
|
2028
|
2028
|
2029
|
|
|
|
|
|
33
|
bevestigingen
|
FIX
|
2028
|
2028
|
|
|
|
|
|
|
3
|
membranen, waaronder in vloeibare toepassingen en kits (water- en/of dampremmend)
|
MEM
|
2028
|
2028
|
|
|
|
|
|
|
8
|
geotextiel, geomembranen en aanverwante producten
|
GEO
|
2028
|
2028
|
|
|
|
|
|
|
11
|
Sanitair
|
SAP
|
2028
|
2029
|
|
|
|
|
|
|
28
|
buizen, reservoirs en toebehoren die niet in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water
|
PTA
|
2028
|
2029
|
|
|
|
|
|
|
29
|
bouwproducten die in contact komen met voor menselijke consumptie bestemd water
|
DWP
|
|
|
|
|
|
|
|
|
31
|
stroom-, besturings- en communicatiekabels
|
CAB
|
2029
|
2029
|
|
|
|
|
|
|
nieuw
|
decoratieve verf en behangselpapier
|
|
2029
|
|
|
|
|
|
Werk zal worden afgestemd op tweede ESPR-werkplan
|
|
6
|
schoorstenen, rookkanalen en specifieke producten
|
CHI
|
2029
|
|
|
|
|
|
Omvat alleen vrijstaande schoorstenen.
|