EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 17.6.2025
COM(2025) 299 final
VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT, DE RAAD, HET EUROPEES ECONOMISCH EN SOCIAAL COMITÉ EN HET COMITÉ VAN DE REGIO'S
Het Europees Defensiefonds: ondersteunen van de ontwikkeling van de defensievermogens van de toekomst
Tussentijdse evaluatie van het Europees Defensiefonds
{SEC(2025) 169 final} - {SWD(2025) 151 final}
INLEIDING
Een sterke, concurrerende en innovatieve Europese technologische en industriële defensiebasis (EDTIB) is een essentiële voorwaarde voor het bereiken van defensiegereedheid. Op het moment van de oprichting van het Europees Defensiefonds (EDF), dat het EU-financieringsprogramma voor O&O op defensiegebied voor 2021-2027 is, was er als gevolg van tientallen jaren van bezuinigingen op defensie-uitgaven, stijgende kosten van O&O op defensiegebied en uitrusting, fragmentatie van de markt en gebrek aan samenwerking sprake van kritieke vermogenstekorten bij de strijdkrachten van de lidstaten, waarvoor veelal nieuwe technologieën en innovatieve oplossingen nodig zijn.
Door de toenemende bedreigingen voor de veiligheid sinds de oprichting van het fonds, de terugkeer van intensieve oorlogsvoering in Europa en de groeiende geopolitieke spanningen, in combinatie met snelle technologische veranderingen, zijn de problemen die het fonds wil aanpakken alleen maar verergerd en duidelijker naar voren gekomen. Samenwerking bij onderzoek en ontwikkeling (O&O) op defensiegebied is daarom een belangrijke motor geworden om het volledige potentieel van de EDTIB te benutten. Bovendien wordt algemeen erkend dat slechts zeer weinig EU-lidstaten het zich kunnen veroorloven om zelf de meest complexe defensiesystemen te ontwikkelen en dat geen enkel land dit op alle gebieden kan, waardoor gecoördineerde actie op Europees niveau noodzakelijk is.
Met het EDF geeft de EU gehoor aan deze oproep en wordt een belangrijke stap gezet in de wijze waarop de EU de EDTIB ondersteunt. Met een begroting van 7,3 miljard EUR heeft het programma tot doel het concurrentievermogen, de efficiëntie en het innovatievermogen van de Europese defensiesector te versterken door grensoverschrijdende O&O-samenwerking in de hele EU te ondersteunen.
Dankzij een reeds toegezegde financiering van 5,4 miljard EUR voor O&O op defensiegebied en 162 lopende projecten is het EDF uitgegroeid tot een van de grootste O&O-programma’s op defensiegebied in Europa. Het fonds heeft de beste O&O-spelers op defensiegebied aangetrokken, evenals tal van niet-traditionele ondernemingen, en zal naar verwachting een grote impact hebben. Het EDF is “gebruikersgericht” en wordt aangestuurd door de behoeften van de strijdkrachten van de lidstaten en Noorwegen. Er wordt verwacht dat met steun van het EDF technologieën en vermogens van de volgende generatie zullen worden ontwikkeld op alle militaire gebieden – lucht, land, zee, ruimte en cyber – waarvan een groot deel zonder deze steun niet tot stand zou zijn gekomen. Het EDF levert ook een duidelijke meerwaarde voor de EU-economie, onder meer door spillover naar civiele toepassingen.
Het toenemende belang van het EDF wordt bevestigd door de groeiende aantrekkingskracht ervan voor de industrie. Het aantal voorstellen dat in het kader van oproepen tot het indienen van voorstellen in het kader van het EDF wordt ingediend, is gestaag toegenomen. Bij de eerste oproep in 2021 werden 140 voorstellen ingediend, met een stabiele jaarlijkse begroting; bij de laatste oproepen tot het indienen van voorstellen (2024) werden bijna 300 voorstellen ingediend – een stijging van 25 % bovenop de aanzienlijke stijging van 78 % in 2023.Het belang van het fonds wordt ook onderstreept door de verscheidenheid aan bijdragen van belanghebbenden die tijdens de tussentijdse evaluatie van het EDF bij de Commissie zijn ingediend. 330 entiteiten hebben input geleverd in de vorm van ongeveer 100 antwoorden op vragenlijsten, meer dan 30 standpuntnota’s en tijdens speciale bijeenkomsten en workshops. De geraadpleegde belanghebbenden bestonden uit een representatief deel van de EDTIB en andere belangrijke belanghebbenden.
Tijdens de eerste jaren was de uitvoering van het EDF een evenwichtsoefening om twee verwante maar soms uiteenlopende doelstellingen met elkaar te verzoenen. Enerzijds, het aanpakken van kritieke vermogenstekorten door de ontwikkeling van defensietechnologieën en -vermogens van de volgende generatie te ondersteunen, waarbij de lidstaten het voortouw nemen bij het vaststellen van prioriteiten. Anderzijds, het versnellen van de transformatie van defensie door middel van innovatie, inclusiviteit en het aantrekken van nieuwe en niet-traditionele spelers op defensiegebied. Beide worden ondersteund door de algemene doelstelling om de EDTIB te defragmenteren, samenwerking te stimuleren en een sociaal-economisch rendement te waarborgen.
1.AANPAKKEN VAN FRAGMENTATIE EN VERSTERKEN VAN SAMENWERKING
Het EDF speelt nu al een belangrijke rol bij het sstimuleren van gezamenlijke uitgaven voor O&O op defensiegebied in de EU. Sinds maart 2025 heeft de Commissie vijf jaarlijkse werkprogramma’s van het EDF goedgekeurd, waarmee in totaal 5,4 miljard EUR wordt uitgetrokken voor O&O op defensiegebied. Hiermee behoort het EDF tot de drie grootste investeerders in O&O op defensiegebied in de EU
. Deze investering omvat ongeveer de helft van het totale gezamenlijke defensieonderzoek in de EU. Op nationaal niveau zijn juridische entiteiten uit de lidstaten met een grote, gevestigde defensiesector weliswaar de grootste begunstigden van EDF-financiering, maar uit een vergelijking met de meest recente gegevens van het Europees Defensieagentschap (EDA) over nationale O&O
-financiering blijkt een zeer positief effect voor alle landen, ook voor middelgrote en kleine lidstaten met een beperkte traditionele defensiesector. In het eerste jaar van zijn bestaan heeft het EDF al een bedrag toegekend dat gelijk was aan of hoger lag dan, en in sommige gevallen zelfs aanzienlijk hoger lag dan, de totale nationale uitgaven voor O&O op defensiegebied van 15 lidstaten.
Dankzij zijn stimuleringsmaatregelen heeft het EDF een ongekende grensoverschrijdende O&O-samenwerking op defensiegebied in de hele EU bevorderd. Het bevordert wederzijds begrip en een gedeelde cultuur tussen de betrokken entiteiten, wat bijdraagt aan de defragmentatie van de EDTIB. Bij de 162 EDF-projecten zijn 1 366 unieke deelnemers
uit 26 lidstaten en Noorwegen betrokken. Dit omvat een brede geografische spreiding van de betrokken entiteiten, ook uit regio’s waar de defensiesector traditioneel niet prominent aanwezig is. Hoewel het EDF samenwerking vereist van ten minste drie verschillende rechtspersonen uit ten minste drie lidstaten/Noorwegen, bestaat een gemiddeld EDF-project uit 19 deelnemers uit acht landen. Over het algemeen is het EDF een waardevol kader gebleken voor het vinden van nieuwe partners, waaronder kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) en midcaps, en voor het uitbreiden van bestaande samenwerkingsverbanden.
Naast de traditionele defensiesector is het EDF ook een aantrekkelijk instrument gebleken voor Europese kmo’s, midcaps en onderzoeksorganisaties. Met name kmo’s spelen een steeds grotere rol als behendige aanbieders van disruptieve technologie en innovatie in de defensiesector. Dankzij de gerichte inspanningen om kmo’s en innovatoren in het EDF te integreren (onder meer door middel van steun die verder gaat dan subsidies om hun bedrijfsgroei en de technologische maturiteit van innovatieve ideeën te begeleiden), zijn kmo’s sterk betrokken bij EDF-projecten: zij vertegenwoordigen 43 % van de unieke deelnemers aan het EDF en ontvangen ongeveer 20 % van de EU-financiering
. In zes EU-lidstaten vertegenwoordigen zij meer dan 50 % van de deelnemingen. Midcaps zijn goed voor 4 % van de unieke deelnemers en ontvangen ongeveer 6 % van de financiering. Hoewel kmo’s baat hebben bij specifieke steunmaatregelen, valt het overgrote deel van de deelnemingen van kmo’s onder de thematische onderwerpen, waardoor een sterke betrokkenheid bij het hele programma wordt gewaarborgd. Het aantal kmo-aanvragers neemt elk jaar gestaag toe. Uit de meest recente oproepen tot het indienen van voorstellen (2024) bleek dat het aantal ingediende voorstellen van kmo’s en onderzoeksorganisaties met 28 % was gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar.
Door nauwere samenwerking tussen grote ondernemingen, kmo’s en onderzoeks- en technologieorganisaties, tussen defensieondernemingen en civiele ondernemingen die technologieën met potentieel voor defensie of tweeërlei gebruik ontwikkelen, en door de samenwerking binnen defensietoeleveringsketens te verbreden, speelt het EDF een belangrijke rol bij het verminderen van de fragmentatie van de Europese defensiesector.
2.AANPAKKEN VAN KRITIEKE VERMOGENSTEKORTEN: ONTWIKKELEN VAN DEFENSIETECHNOLOGIEËN EN -VERMOGENS VAN DE VOLGENDE GENERATIE
Hoewel het EDF nog een relatief jong programma is (geen van de EDF-projecten is nog voltooid), blijkt het belang ervan voor de strijdkrachten van de lidstaten al uit de rol die het speelt bij de ontwikkeling van nieuwe defensietechnologieën en -producten die kritieke vermogenstekorten in alle domeinen aanpakken. De toepassing van de resultaten van de EDF-voorloperprojecten door de strijdkrachten van de lidstaten vormt een sterke aanwijzing voor het potentieel ervan.
Ontwikkelen van belangrijke defensievermogens van de volgende generatie
De planning en programmering van het EDF is “gebruikersgericht” en is volledig gebaseerd op de behoeften en input van de lidstaten en Noorwegen. Dit zorgt voor een hoge mate van samenhang tussen de prioriteiten voor de ontwikkeling van defensievermogens zoals vastgesteld in het kader van het vermogensontwikkelingsplan (CDP), de gebieden voor mogelijke samenwerking in het kader van de gecoördineerde jaarlijkse evaluatie inzake defensie (CARD), andere vormen van samenwerking (PESCO, EDA-projecten van categorie B en indien relevant in een NAVO-context) en de gebieden waar de EDF steun verleent.
Het EDF stimuleert de EU-lidstaten en Noorwegen om samen te werken bij de ontwikkeling van defensietechnologieën, -producten en -vermogens van de volgende generatie die voor een enkel land moeilijk of zelfs onmogelijk te realiseren zijn. Gezien de omvang van de EDF-steun voor grote O&O-projecten op defensiegebied (bv. de Europese patrouillekorvet, Eurodrone), die groter is dan de totale jaarlijkse O&O-uitgaven van de meeste EU-landen, is het vrijwel onmogelijk voor één land om tegelijkertijd meerdere EDF-projecten van een dergelijke omvang te ontwikkelen. Ook de EU-projecten HYDEF en HYDIS2 voor endo-atmosferische onderschepping brengen hoge kosten en complexe technische uitdagingen met zich mee die voor geen enkele lidstaat afzonderlijk beheersbaar zijn. Het EDF biedt ook unieke kansen voor kleinere lidstaten en landen met een beperkte defensiesector om hun nationale industrie te betrekken bij de ontwikkeling van belangrijke defensievermogens van de EU. Over het algemeen heeft het fonds een positieve structurele impact die verder reikt dan de EDF-begroting zelf.
De acties van het EDF zullen naar verwachting leiden tot de ontwikkeling van meer dan 50 prototypen, die de technologische en operationele bouwstenen van de volgende generatie defensievermogens vormen. Het EDF ondersteunt bijvoorbeeld de ontwikkeling van prototypen voor de volgende vermogens en technologieën:
§luchtdomein: helikopters, drones (middelgrote hoogte en lange vliegduur, tactisch, gevechtsdrones), elektronische oorlogsvoering, voortstuwingssystemen.
§lucht- en raketafweer: endo-atmosferische onderscheppers, counter-drones, ruimtegebaseerde vroegtijdige waarschuwing voor raketten.
§gronddomein: gevechtsplatforms, indirect vuur over lange afstand, onbemande grondsystemen, troepensystemen, energie voor militaire kampen, commando- en besturingssystemen.
§maritiem domein: platforms (Europese patrouillekorvet, middelgrote semi-autonome vaartuigen), mijnenbestrijding, onderwatercommunicatie, bescherming van de zeebodem en kritieke infrastructuur.
§ruimtevaartdomein: ontvangers voor de publiek gereguleerde dienst (PRS), omgevingsbewustzijn in de ruimte, in de ruimte gestationeerde ISR of op grote hoogte vliegende pseudo-satellieten.
§cyberdomein: cybersituationeel bewustzijn, cybertestvoorzieningen, interoperabele systemen voor cyberdefensie en informatieoorlogvoering.
Bovendien draagt het EDF bij aan de strategische autonomie van de EU door talrijke projecten te ondersteunen voor de ontwikkeling van defensietechnologieën en -producten waarvoor Europa momenteel volledig afhankelijk is van derde landen en waarvoor geen EU-alternatieven bestaan.
Projectvak: EDF-projecten die belangrijke vermogenstekorten aanpakken en bijdragen aan de strategische autonomie van de EU
a)Hypersonische raketafweer: HYDEF en HYDIS2 zijn EU-projecten die door het EDF worden gefinancierd om vermogens op het gebied van de onderschepping van hypersonische raketten te ontwikkelen. Tot nu toe bestond er geen programma voor de ontwikkeling van dergelijke kritieke vermogens die nodig zijn voor de Europese defensie.
b)EUROMALE: de ontwikkeling van een volledig soeverein Europees op afstand bestuurd luchtvaartuigsysteem voor middelgrote hoogte en lange vliegduur (MALE) komt tegemoet aan een kritiek vermogenstekort van de Europese strijdkrachten.
c)Ruimtegebaseerde vroegtijdige waarschuwing voor raketten: via ODIN’s EYE II-project ondersteunt het EDF de ontwikkeling van volledig soevereine en onafhankelijke vermogens voor vroegtijdige waarschuwing vanuit de ruimte voor het opsporen en volgen van ballistische raketten en nieuwe hypersonische dreigingen. Met een dergelijk kritiek vermogen zal de huidige afhankelijkheid van derde landen worden weggenomen en zal de autonomie van de EU in de ruimte worden vergroot.
d)Toekomstig middelgroot tactisch transportvliegtuig (Future Medium-size Tactical Cargo, FMTC): het EDF draagt bij aan de financiering van een Europees toekomstig middelgroot tactisch transportvliegtuig van de volgende generatie. Met dit militaire transportvermogen kan de EU haar missies en operaties autonoom uitvoeren. Bovendien zijn de huidige tactische vliegtuigen verouderd, aangezien het ontwerp van sommige toestellen al bijna zestig jaar oud is.
Wat de interoperabiliteit en uitwisselbaarheid van defensiesystemen betreft, kan het EDF beide aspecten verbeteren, aangezien EDF-projecten betrekking hebben op componenten of subsystemen die voor verschillende toekomstige vermogens van nut kunnen zijn. Hoewel eindsystemen die van deze technologie gebruikmaken in principe op nationaal niveau kunnen worden ontwikkeld, waarbij lidstaten met elkaar concurreren, is het toch wenselijk dat veel basistechnologieën gezamenlijk worden ontwikkeld, omdat dit de kostenefficiëntie en het concurrentievermogen op de markt ten goede komt.
Inspelen op nieuwe en veranderende prioriteiten
Door recente militaire conflicten zijn “nieuwe manieren van oorlogsvoering” op de voorgrond getreden en wordt de aandacht gericht op specifieke vectoren voor vermogensontwikkeling, terwijl reeds bestaande trends in een stroomversnelling zijn geraakt. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de ontwikkeling en het gebruik van onbemande platforms, lucht- en raketafweer, in de ruimtevaart- en cyberdomeinen. In de werkprogramma’s van het EDF is adequaat ingespeeld op deze nieuwe en veranderende prioriteiten, bijvoorbeeld door de actiegebieden in de categorie “lucht- en raketafweer” uit te breiden naar aanleiding van het toenemende belang van dit gebied, en door in de categorie “bescherming en mobiliteit van strijdkrachten” aandacht te besteden aan het strategisch luchtvervoer van bovenmaatse vracht, teneinde een belangrijk vermogenstekort aan te pakken dat nog wordt versterkt door het ontbreken van de Antonov-transportvloot.
Bovendien zijn bepaalde onderwerpen die aanvankelijk minder financiering kregen, in de loop van de tijd steeds belangrijker geworden. Zo is er bijvoorbeeld steeds meer aandacht voor de categorie “onderzeese oorlogsvoering”, gezien de toenemende afhankelijkheid van onderzeese infrastructuur zoals gasleidingen en internetkabels. Deze herprioritering sluit aan bij de bredere doelstelling van het EDF om een evenwicht te vinden tussen innovatie op lange termijn en de eisen van de huidige veiligheidssituatie.
Het EDF is ook begonnen met het ondersteunen van de geleidelijke integratie van de Oekraïense defensiesector in de EDTIB. Hoewel Oekraïense entiteiten op grond van de EDF-verordening alleen aan onderzoeksprojecten kunnen deelnemen als geassocieerd partner (en zonder EDF-financiering) of als aanbieder van goederen, werken of diensten die nodig zijn voor de uitvoering van EDF-projecten, kunnen Oekraïense entiteiten op grond van de EDF-steunmaatregelen al wel deelnemen aan specifieke EDF-activiteiten op het gebied van defensie-innovatie.
Zorgen voor continuïteit van de inspanningen
De defensiesector heeft benadrukt dat het waarborgen van continuïteit van de inspanningen tijdens de hele O&O-cyclus tot aan de invoering op de markt een van de belangrijkste voordelen van het EDF is. Dit heeft ertoe bijgedragen dat verschillende defensieprojecten uit de “vallei des doods” zijn gered, aangezien zij anders op nationaal niveau geen verdere financiering zouden hebben ontvangen om de cruciale financieringsfase tussen productontwikkeling en afname door de klant te doorlopen en concrete resultaten voor de strijdkrachten van de lidstaten te boeken. Meer dan de helft van de EDIDP-projecten werd voortgezet in het kader van het EDF, waardoor de continuïteit van de projecten werd gewaarborgd, terwijl steeds meer EDF-projecten ook financiering krijgen voor de volgende fasen, naarmate er vooruitgang wordt geboekt op het gebied van technologie of vermogensontwikkeling. Het feit dat onderzoeksprojecten werden voortgezet als ontwikkelingsprojecten mag niet worden beschouwd als de enige of belangrijkste indicator voor succes. Veel projecten, met name projecten die betrekking hebben op grote en complexe vermogens, zijn gebaseerd op langetermijnplannen voor technologie of vermogens en vereisen soms verschillende vervolgonderwerpen voordat ze de definitieve O&O-fase kunnen ingaan. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de ontwikkeling van toekomstige middelgrote tactische vrachtvliegtuigen of geavanceerde radartechnologieën, die beide tweemaal aan bod zijn gekomen in het onderzoeksprogramma van het EDF.
Een bijzondere uitdaging in dit verband was het vinden van het juiste evenwicht tussen concurrerende oproepen en het waarborgen van continuïteit van de inspanningen door middel van rechtstreekse gunningen zodra consortia, die via een mededingingsprocedure zijn geselecteerd, hebben aangetoond dat zij in staat zijn om tijdens lopende projecten tijdig resultaten te boeken. Een ander belangrijk element is dat ervoor wordt gezorgd dat de lidstaten zich sterk inzetten voor de continuïteit van O&O. Naast de bijdrage van het EDF is voor de ontwikkelingsprojecten van het EDF aanvullende financiering (“medefinanciering”) nodig van ondersteunende lidstaten of andere bronnen (bv. eigen middelen van het consortium) om de kosten van de projecten volledig te dekken. Het aantonen van een dergelijke medefinanciering is een subsidiabiliteitsvoorwaarde voor ontwikkelingsprojecten en is ingesteld om het aantrekken van aanvullende nationale bijdragen te stimuleren en zo te waarborgen dat de lidstaten zich ertoe verbinden de O&O-resultaten toe te passen. Naarmate de uitvoering van het programma vordert en vervolgprojecten een verder stadium van ontwikkeling bereiken, is de benodigde medefinanciering toegenomen, zowel wat het bedrag als het aandeel betreft, met bijzonder hoge waarden in de afgelopen jaren. Ontwikkelingsprojecten staan voor grote uitdagingen bij het opzetten van een volledig medefinancieringskader. Voor sommige projecten is de medefinanciering enkele jaren na de start nog steeds niet geregeld, wat tot aanzienlijke vertragingen leidt. Wat betreft de factoren die het langdurige proces van het opzetten van medefinancieringskaders kunnen verklaren, hebben de lidstaten gemeld dat zij moeite hebben om overeenstemming te bereiken over de noodzakelijke memoranda van overeenstemming en gebruikersrechten, die in veel gevallen een voorwaarde zijn voor het ondertekenen van nationale medefinancieringsovereenkomsten. Medefinanciering is daarom een belangrijk aandachtspunt voor de uitvoering van het EDF.
Naar de aanschaf van projectresultaten
Het EDF zal succesvol blijken als de lidstaten de vermogens aanschaffen die het fonds helpt ontwikkelen. Ondanks dat de uitvoeringsfase van het EDF nog in een pril stadium verkeert, zijn er positieve signalen over het aanbestedingspotentieel voor de resultaten van projecten, waarbij sommige aanbestedingen al concrete vorm hebben gekregen. De helft van de lidstaten die tijdens de evaluatie werden geraadpleegd, merkte op dat de resultaten van EDF-, EDIDP- of PADR-projecten al op nationaal niveau werden aangekocht of waarschijnlijk binnenkort zullen worden aangekocht, terwijl de overige respondenten verklaarden dat het nog te vroeg was om een definitief antwoord te geven.
Projectvak: Europees patrouillekorvet
Het EDF-project Europese patrouillekorvet (EPC) ondersteunt de ontwikkeling van een vaartuig van korvetklasse dat in staat is in toekomstige maritieme operationele contexten uiteenlopende missies uit te voeren. Vier EU-lidstaten (vanaf november 2024: FR, IT, ES, EL) hebben formeel belangstelling getoond voor de aanschaf en sommige hebben in hun nationale vermogensplannen reeds middelen voor de aanschaf gereserveerd. De totale bijdrage van het EDF is aanzienlijk en heeft gezorgd voor een sterke continuïteit van het project. Er worden aanbestedingscontracten verwacht voor tientallen vaartuigen en er is toenemende belangstelling van andere lidstaten.
Bovendien worden de eerste resultaten van het project nu door de strijdkrachten van de EU-lidstaten in gebruik genomen en maken zij een verschil op het slagveld. Dit omvat kritieke gebieden zoals oplossingen voor zeemijnenoorlogvoering, onbemande systemen en cyberdefensie. Sommige van de met EU-steun ontwikkelde technologieën worden al in Oekraïne toegepast.
Projectvak: Integratie van projectresultaten in de zeemachten van lidstaten
Innovatieve oplossingen voor zeemijnenoorlogvoering voor betere, snellere, veiligere en veerkrachtigere mijnenbestrijdingsoperaties: Het ontwerp, het prototype en de demonstratie van een systeem van systemen bestaande uit onbemande, autonome systemen, intelligente platforms, sensoren en hun besluitvormingsondersteuning werden ontwikkeld met de steun van de projecten MIRICLE en E=MCM en geïntegreerd aan boord van een nieuwe klasse mijnenbestrijdingsvaartuigen die gezamenlijk door de Nederlandse en Belgische marine zijn aangeschaft (12 vaartuigen besteld, met mogelijkheden voor andere exploitanten). Naar verwachting wordt het eerste vaartuig van deze klasse in 2025 door de Belgische marine in gebruik genomen.
Projectvak: Projectresultaten gebruikt in Oekraïne
Het EDIDP-project iMUGS ondersteunt de ontwikkeling van autonome vermogens van bestaande platforms om een breed scala aan missies uit te voeren. Het platform wordt in Oekraïne operationeel ingezet voor het opruimen van mijnenvelden, het evacueren van slachtoffers en logistieke doeleinden. Autonome bewakings- en dreigingsherkenningsoplossingen die in het kader van het AI4DEF-project zijn ontwikkeld, worden door de Oekraïense strijdkrachten ingezet.
3.TRANSFORMEREN VAN DEFENSIE DOOR INNOVATIE: BEHOUDEN VAN EEN CONCURRENTIEPOSITIE
Om concurrerend te blijven, moet de EU een defensie-innovatie-ecosysteem ontwikkelen. Het versnellen van de transformatie van defensie door innovatie, onder meer op het gebied van disruptieve technologie, wordt daarom actief ondersteund door het EDF in het kader van de “EU-innovatieregeling voor defensie” (EUDIS). Er is een totale begroting van 1,5 miljard EUR tot 2027, d.w.z. ongeveer 20 % van de EDF-begroting, die naar verwachting zal worden aangevuld met 400-500 miljoen EUR uit andere publieke en particuliere bronnen.
De EUDIS-maatregelen omvatten specifieke niet-thematische O&O-oproepen en de invoering van nieuwe mechanismen zoals “financiële steun aan derden” met versnellingssteun in specifieke technologiedomeinen, versterkte synergieën tussen door de EU gefinancierd civiel en defensieonderzoek, “technologische uitdagingen” en steun voor onderzoek naar disruptieve technologie met een hoog risico en een hoog rendement. Daarnaast is geleidelijk een reeks innovatieve ondersteunende diensten voor kmo’s en startende ondernemingen ontwikkeld. Hieronder vallen hackathons op defensiegebied, bedrijfscoaching, ondersteuning bij versnelling, matchmakingdiensten en de oprichting van een eigenvermogensfaciliteit voor defensie via het Europees Investeringsfonds om kapitaal vrij te maken voor de financiering van O&O-intensieve ondernemingen.
De EUDIS-maatregelen omvatten ook spin-in-oproepen tot het indienen van voorstellen. Zij maken gebruik van technologieën met potentieel voor tweeërlei gebruik uit door de EU gefinancierde civiele O&O (bv. Horizon Europa), zodat ze voor defensietoepassingen kunnen worden aangepast. Tot nu toe hebben de EDF-spin-in-oproepen betrekking gehad op de gebieden cyber, energie- en energiesystemen, hoogwaardige materialen, elektronische componenten, ruimtevaart en autonome systemen. Tegelijkertijd zorgt het EDF voor synergieën met het EU-ruimtevaartprogramma door de ontwikkeling te financieren van technologieën, producten en vermogens die gebruikmaken van, een aanvulling vormen op of aansluiten bij diensten die door onderdelen van het EU-ruimtevaartprogramma worden verleend. Evenzo is vastgesteld dat meer dan 20 Horizon Europa-projecten sterke synergieën met defensie vertonen. De Europese Innovatieraad (EIC) heeft sinds 2024 via zijn financieringsregeling voor transities – die onderzoeksresultaten helpt omzetten in proof of concept en meer – spin-in-voorstellen aanvaard die rechtstreeks voortbouwen op resultaten van het EDF/PADR.
In het licht van de lessen die zijn getrokken uit de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de snelle technologische vooruitgang, en naast de aanpassingen waartoe deze hebben bijgedragen op het gebied van de vermogensontwikkeling van het EDF, is de verwachting gewekt dat het EDF ook moet zorgen voor snellere, gestroomlijndere processen om innovatieve defensieoplossingen te integreren. Er moeten toegankelijke mogelijkheden worden gecreëerd om projecten te ondersteunen die snelle oplossingen bieden die het succes van de in Oekraïne ontwikkelde snelle innovatiecyclus repliceren, waarbij voortdurend feedback wordt gevraagd aan de eindgebruiker op het slagveld (praktijktests). Gezien het langetermijnkarakter van de O&O-projecten op defensiegebied in het kader van het EDF, loopt het defensie-innovatie-ecosysteem van de EU een kans mis om te profiteren van de kennis van de Oekraïense industrie en strijdkrachten.
Tegelijkertijd is het voor het welslagen van het programma van cruciaal belang dat het juiste evenwicht wordt bewaard en dat het EDF voorziet in toekomstige langetermijnbehoeften van O&O op defensiegebied. Andere EU-defensie-instrumenten, zoals ASAP, Edirpa en het voorstel van de Commissie voor het EDIP, vullen de focus van het EDF aan door in te spelen op onmiddellijke prioriteiten en noodbehoeften. Zoals benadrukt door een denktank: “het EDF is een langetermijnprogramma en het is een goede zaak dat het zijn relevantie behoudt.”
4.HET SOCIAAL-ECONOMISCH RENDEMENT VAN O&O OP DEFENSIEGEBIED
Het EDF moet een duidelijke meerwaarde opleveren door aanzienlijke positieve productiviteitseffecten voor de economie en de samenleving te genereren. Dit blijkt uit macro-economisch onderzoek door het Gemeenschappelijk Centrum voor onderzoek
. Hoewel het onderzoek belangrijke beperkingen kent vanwege de vroege fase van de uitvoering van het programma, biedt het waardevolle inzichten in het verwachte sociaal-economisch rendement van het fonds. Naar verwachting zal het EDF dankzij de combinatie van meer particuliere investeringen en een hogere totale factorproductiviteit in 2030 een maximaal effect hebben van + 0,025 % op het bbp van de EU ten opzichte van het basisscenario zonder het EDF. Dit komt overeen met een maximale stijging van het bbp met 2 954 miljoen EUR in 2030 en de creatie van 32 413 extra banen in de hele EU. Aangezien de EDTIB naar schatting rechtstreeks werkgelegenheid biedt aan ongeveer 500 000 mensen, illustreren deze gegevens de aanzienlijke impact van het EDF op de economie. Daarnaast zijn er nog andere potentiële voordelen voor de economie en de veiligheidssituatie van de EU die uit de EDF-investeringen voortvloeien. De steun van het EDF versterkt het innovatie- en concurrentievermogen van de EU-industrie en opent nieuwe marktkansen, ook buiten de defensiesector. Dit leidt tot efficiëntere uitgaven voor O&O (minder lacunes en overlappingen, grotere schaal, meer risicobereidheid), ook op het gebied van interoperabiliteit, in vergelijking met nationale en mogelijk dubbele benaderingen. Het versterkt de veiligheid van de EU en haar invloed in de wereld, onder meer op het gebied van normstelling. Bij de tussentijdse evaluatie en raadpleging werden nog andere positieve sociaal-economische effecten van het EDF benadrukt. Belanghebbenden benadrukten dat het EDF heeft geleid tot ambitieuzere doelstellingen dan op nationaal niveau mogelijk zou zijn geweest, met projecten met een groter onderzoekspotentieel of die de ontwikkeling van grote vermogens vereisen die de defensiesector anders niet zou hebben kunnen realiseren. De meeste geraadpleegde ondernemingen in de defensiesector gaven aan dat hun organisatie dankzij het EDF was gegroeid. Vertegenwoordigers uit de defensiesector merkten op dat ingenieurs, wetenschappers en andere deskundigen interessante werkgelegenheidskansen vinden via EDF-initiatieven die gericht zijn op vaardigheden.
5.VEREENVOUDIGING
Naarmate het EDF zich verder ontwikkelt, heeft de Commissie voortdurend lessen uit het verleden geïntegreerd. Dit heeft geleid tot een verdere vereenvoudiging van de uitvoering van het programma. Geraadpleegde belanghebbenden hebben gewezen op de vlotte werking van het EDF: de opmerking die tijdens de raadplegingen met begunstigden steeds terugkwam, was dat het EDF een eenvoudiger programma is geworden om aanvragen in te dienen en mee te werken, omdat het in de loop der jaren beter bekend is geraakt. Dit geldt ook wanneer het EDF wordt vergeleken met voorloperprogramma’s, aangezien de Commissie, lidstaten en begunstigden gezamenlijk lessen hebben getrokken en werkwijzen hebben vastgesteld die goed functioneren en routine zijn geworden.
Opmerkelijke verbeteringen zijn onder meer de invoering van volledig elektronische indiening en projectbeheer, ondersteund door geformatteerde, op maat gemaakte modellen om alle aspecten van de EDF-verordening op een meer gestandaardiseerde manier te behandelen. Elk jaar worden de werkprogramma’s en oproepen in het kader van het EDF steeds vroeger gepubliceerd, zodat aanvragers meer tijd hebben om voorstellen voor te bereiden, de nodige steun van de lidstaten te verkrijgen en financiering aan te vragen. De tijd die nodig is om de evaluaties uit te voeren, is verkort en over het algemeen heeft het overgrote deel van de geraadpleegde begunstigden aangegeven dat de uitvoering van het project met het EDF efficiënter verloopt dan bij voorloperprogramma’s, met verbeterde procedures en vereenvoudigingsmaatregelen.
Hoewel er al veel is gedaan om de uitvoering van het EDF te vereenvoudigen, is er nog ruimte voor verbetering. De raadplegingen hebben geleid tot verdere ideeën voor vereenvoudiging op korte (onder meer via de defensie-omnibus) en langere termijn.
6.CONCLUSIE
Uit de snel verslechterende strategische context is gebleken dat het EDF geen “nice to have”- maar een “must have”-programma is, aangezien het noodzakelijk is om nu meer te investeren in O&O op defensiegebied en er zo voor te zorgen dat toekomstige geavanceerde vermogens tijdig beschikbaar zijn. Het EDF is erin geslaagd O&O op defensiegebied onder te brengen in één enkel, algemeen erkend programma voor de middellange tot lange termijn, wat bijdraagt tot een samenhangend en beter geïntegreerd O&O-landschap op defensiegebied in de EU.
Hoewel de EDF-projecten nog onvoldoende tijd hebben gehad om de volledige verwachte resultaten en impact te realiseren, is het nu al duidelijk dat het fonds gedurende de gehele O&O-cyclus voor effectieve ondersteuning heeft gezorgd en krachtige grensoverschrijdende samenwerking heeft gestimuleerd, wat tot efficiëntieverbeteringen heeft geleid.
Gezien de aanzienlijke financiële en technologische uitdagingen waarmee O&O op defensiegebied te maken heeft, is de behoefte aan een meer strategische, meerjarige planning die de sector voorspelbaarheid biedt een belangrijk punt voor de toekomst van het programma geworden. Voorts zal de Commissie, in nauwe samenwerking met de lidstaten, werken aan een sterkere koppeling (waar relevant gezamenlijk) van de resultaten en output van EDF-projecten aan aankopen door de strijdkrachten van de lidstaten.
Het EDF heeft de lessen uit voorgaande jaren stelselmatig geïntegreerd. Dit heeft geleid tot een voortdurende vereenvoudiging van de uitvoering van het programma, en de Commissie zal blijven streven naar een eenvoudiger, gebruiksvriendelijker en doeltreffender EDF.
De inzichten en belangrijkste conclusies van de tussentijdse evaluatie van het EDF zullen een cruciale rol spelen bij het vormgeven van de resterende jaren van de uitvoering van het fonds en als input dienen voor beleidsbesluiten over toekomstige EU-initiatieven voor O&O op defensiegebied.