Brussel, 4.6.2025

COM(2025) 223 final

Aanbeveling voor een

AANBEVELING VAN DE RAAD

inzake het economisch, sociaal, werkgelegenheids-, structuur- en begrotingsbeleid van Roemenië

{SWD(2025) 223 final}


Aanbeveling voor een

AANBEVELING VAN DE RAAD

inzake het economisch, sociaal, werkgelegenheids-, structuur- en begrotingsbeleid van Roemenië

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad 1 , en met name artikel 3, lid 3,

Gezien Verordening (EU) nr. 1176/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2011 betreffende de preventie en correctie van macro-economische onevenwichtigheden 2 , en met name artikel 6, lid 1,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

Algemene overwegingen

(1)In Verordening (EU) 2024/1263, die op 30 april 2024 in werking is getreden, worden de doelstellingen vermeld van het kader voor economische governance, waarmee wordt beoogd gezonde en houdbare overheidsfinanciën, duurzame en inclusieve groei en veerkracht te bevorderen door middel van hervormingen en investeringen, en buitensporige overheidstekorten te voorkomen. In de verordening is bepaald dat de Raad en de Commissie multilateraal toezicht uitoefenen in de context van het Europees Semester overeenkomstig de doelstellingen en vereisten van het VWEU. Het Europees Semester betreft met name de opstelling van en het toezicht op de uitvoering van landspecifieke aanbevelingen. De verordening bevordert ook de nationale verantwoordelijkheid voor het begrotingsbeleid en benadrukt de focus op de middellange termijn, in combinatie met een doeltreffendere en coherentere handhaving. Elke lidstaat moet bij de Raad en de Commissie een nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn indienen met zijn budgettaire, hervormings- en investeringsverbintenissen, over een periode van vier of vijf jaar, afhankelijk van de duur van de nationale legislatuurperiode. Het netto-uitgavenpad 3 in die plannen voor de middellange termijn moet voldoen aan de voorwaarden van de verordening, met inbegrip van de vereisten om de overheidsschuld aan het einde van de aanpassingsperiode op een plausibel neerwaarts pad te brengen of te houden of op een prudent niveau onder 60 % van het bruto binnenlands product (bbp) te houden en om het overheidstekort op middellange termijn onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3 % van het bbp te brengen en/of te houden. Indien een lidstaat zich overeenkomstig de criteria van de verordening verbindt tot relevante hervormingen en investeringen, kan de aanpassingsperiode met maximaal drie jaar worden verlengd.

(2)Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad 4 , waarbij de herstel- en veerkrachtfaciliteit (“de RRF”) is ingesteld, is op 19 februari 2021 in werking getreden. De RRF biedt de lidstaten financiële ondersteuning voor de uitvoering van hervormingen en investeringen, en biedt door de Unie gefinancierde budgettaire stimulansen. Conform de prioriteiten van het Europees Semester voor de coördinatie van het economisch beleid, stimuleert de RRF het economisch en sociaal herstel alsmede duurzame hervormingen en investeringen, met name om de groene en de digitale transitie te bevorderen en de economieën van de lidstaten veerkrachtiger te maken. Zij helpt ook de overheidsfinanciën te versterken en de groei en werkgelegenheid op middellange en lange termijn te stimuleren, de territoriale cohesie binnen de Unie te verbeteren en de verdere uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten te ondersteunen.

(3)Verordening (EU) 2023/435 van het Europees Parlement en de Raad 5 (“de REPowerEU-verordening”), die op 27 februari 2023 is vastgesteld, heeft tot doel de Unie geleidelijk onafhankelijker te maken van de invoer van Russische fossiele brandstoffen. Dat draagt bij tot de energiezekerheid en de diversificatie van de energievoorziening van de Unie en vergroot het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, de opslagcapaciteit voor energie en de energie-efficiëntie. Roemenië heeft een nieuw REPowerEU-hoofdstuk toegevoegd aan zijn nationale herstel- en veerkrachtplan om belangrijke hervormingen en investeringen te financieren die de REPowerEU-doelstellingen helpen verwezenlijken.

(4)Op 31 mei 2021 heeft Roemenië overeenkomstig artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2021/241 zijn herstel- en veerkrachtplan ingediend bij de Commissie. Op grond van artikel 19 van die verordening heeft de Commissie de relevantie, doeltreffendheid, efficiëntie en samenhang van het herstel- en veerkrachtplan beoordeeld overeenkomstig de in bijlage V opgenomen beoordelingsrichtsnoeren. Op 29 oktober 2021 heeft de Raad zijn uitvoeringsbesluit tot goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Roemenië 6 vastgesteld, dat op 8 december 2023 werd gewijzigd op grond van artikel 18, lid 2, om de maximale financiële bijdrage voor niet terug te betalen financiële steun bij te werken en het REPowerEU-hoofdstuk erin op te nemen 7 . De tranches worden vrijgegeven als de Commissie overeenkomstig artikel 24, lid 5, verklaart dat Roemenië de desbetreffende in het uitvoeringsbesluit van de Raad vastgelegde mijlpalen en streefdoelen op bevredigende wijze heeft verwezenlijkt. Voor een bevredigende verwezenlijking is vereist dat de verwezenlijking van eerdere mijlpalen en streefdoelen voor dezelfde hervorming of investering niet is teruggedraaid.

(5)Op 21 januari 2025 heeft de Raad, op aanbeveling van de Commissie, een aanbeveling vastgesteld tot goedkeuring van het nationale budgettair-structurele plan voor de middellange termijn van Roemenië 8 . Het plan is ingediend in overeenstemming met artikel 11 en artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2024/1263, heeft betrekking op de periode van 2025 tot 2028 en omvat een over zeven jaar gespreide begrotingsaanpassing.

(6)Op 26 november 2024 heeft de Commissie op basis van Verordening (EU) nr. 1176/2011 ook het waarschuwingsmechanismeverslag 2025 aangenomen, waarin zij Roemenië heeft genoemd als een van de lidstaten waarvoor een diepgaande evaluatie nodig zou zijn. De Commissie heeft ook een aanbeveling vastgesteld voor een aanbeveling van de Raad over het economisch beleid van de eurozone, en een voorstel gedaan voor het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid voor 2025, waarin de uitvoering van de werkgelegenheidsrichtsnoeren en de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten wordt geanalyseerd. De Raad heeft de aanbeveling over het economisch beleid van de eurozone 9 vastgesteld op 13 mei 2025 en het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid goedgekeurd op 10 maart 2025.

(7)Op 29 januari 2025 heeft de Commissie het kompas voor concurrentievermogen gepubliceerd, een strategisch kader dat de komende vijf jaar het mondiale concurrentievermogen van de EU moet stimuleren. Daarin worden de drie transformatieve voorwaarden voor duurzame economische groei vastgesteld: i) innovatie; ii) decarbonisatie en concurrentievermogen; en iii) veiligheid. Om de innovatiekloof te dichten, streeft de EU ernaar industriële innovatie te stimuleren, de groei van start-ups te ondersteunen door middel van initiatieven zoals de EU-strategie voor start-ups en scale-ups, en de invoering van geavanceerde technologieën zoals artificiële intelligentie en kwantumcomputing te bevorderen. Met het oog op een groenere economie heeft de Commissie een alomvattend actieplan voor betaalbare energie en een Clean Industrial Deal uiteengezet, opdat de overgang naar schone energie kosteneffectief en concurrentievriendelijk blijft, met name voor energie-intensieve sectoren, en een motor is voor groei. Om buitensporige afhankelijkheden te verminderen en de veiligheid te vergroten, zet de Unie zich in voor sterkere mondiale handelspartnerschappen, gediversifieerde toeleveringsketens en een veilige toegang tot kritieke grondstoffen en schone energiebronnen. Die prioriteiten worden geschraagd door horizontale enablers, namelijk een vereenvoudiging van de regelgeving, een verdieping van de eengemaakte markt, de financiering van het concurrentievermogen en een spaar- en investeringsunie, het bevorderen van vaardigheden en hoogwaardige banen, en een betere coördinatie van het EU-beleid. Het kompas voor concurrentievermogen is afgestemd op het Europees Semester en zorgt ervoor dat het economisch beleid van de lidstaten in overeenstemming is met de strategische doelstellingen van de Commissie, waarbij een uniforme aanpak van economische governance wordt opgezet ter bevordering van duurzame groei, innovatie en veerkracht in de Unie.

(8)In 2025 blijft het Europees Semester voor coördinatie van het economisch beleid zich ontwikkelen naast de uitvoering van de RRF. De volledige uitvoering van de herstel- en veerkrachtplannen blijft essentieel voor de verwezenlijking van de beleidsprioriteiten in het kader van het Europees Semester, aangezien de plannen helpen bij het doeltreffend aanpakken van alle of een aanzienlijk deel van de problemen die zijn aangehaald in de relevante landspecifieke aanbevelingen die in de afgelopen jaren zijn gedaan. Deze landspecifieke aanbevelingen blijven evenzeer van belang voor de beoordeling van de gewijzigde herstel- en veerkrachtplannen overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) 2021/241.

(9)De landspecifieke aanbevelingen 2025 hebben betrekking op alle belangrijke uitdagingen op het gebied van economisch beleid die niet voldoende worden aangepakt met maatregelen in de herstel- en veerkrachtplannen, met inachtneming van de relevante uitdagingen in de landspecifieke aanbevelingen van 2019-2024.

(10)Op 4 juni 2025 heeft de Commissie het landverslag 2025 voor Roemenië gepubliceerd. Daarin werd de vooruitgang beoordeeld die Roemenië heeft geboekt bij de uitvoering van de desbetreffende landspecifieke aanbevelingen en werd de balans opgemaakt van de uitvoering door Roemenië van het herstel- en veerkrachtplan. Op basis van die analyse zijn in het landverslag de dringendste uitdagingen voor Roemenië in kaart gebracht. Ook werd de vooruitgang beoordeeld die Roemenië heeft geboekt bij de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten en bij de verwezenlijking van de kerndoelen van de Unie inzake werkgelegenheid, vaardigheden en armoedebestrijding, alsook bij de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties.

(11)De Commissie heeft uit hoofde van artikel 5 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 een diepgaande evaluatie uitgevoerd voor Roemenië. De belangrijkste bevindingen van de beoordeling door de Commissie van macro-economische kwetsbaarheden voor Roemenië voor de toepassing van die verordening zijn gepubliceerd op 13 mei 2025 10 . De Commissie heeft op 4 juni 2025 geconcludeerd dat Roemenië wordt geconfronteerd met buitensporige macro-economische onevenwichtigheden. De kwetsbare positie van het land is in 2024 met name verergerd doordat de tekorten in de begroting en op de lopende rekening groter werden en het kostenconcurrentievermogen verslechterde. Het hoge overheidstekort is in 2024 gestegen. De aanhoudende stijging van het overheidstekort, met name de stijging van de lonen en pensioenen van ambtenaren, heeft geleid tot een toename van de particuliere consumptie en van het toch al grote tekort op de lopende rekening. Na de al zeer hoge groeicijfers in voorgaande jaren, zette de stijging van de arbeidskosten per eenheid product zich in 2024 voort, met een uitholling van het kostenconcurrentievermogen tot gevolg. De soliditeit van de externe financieringsmix, gebaseerd op aanzienlijke netto buitenlandse directe investeringen en EU-middelen die de stijging van de externe schuld inperken, is in 2024 verminderd. Naar verwachting zullen de overheidsschuld en het tekort op de lopende rekening in 2025 en 2026 slechts marginaal dalen. De loonkosten per eenheid product en de inflatie zullen naar verwachting minder hard stijgen, maar hoog blijven. Op het gebied van beleid werd in 2024 minimale vooruitgang geboekt en de risico’s voor de macro-economische stabiliteit namen toe. Eind vorig jaar nam de politieke onzekerheid toe, waardoor het land kwetsbaar werd voor veranderingen in het beleggerssentiment en hogere financieringskosten. De verwevenheid tussen banken en de staat behoort tot de sterkste in de EU en is in 2024 verder toegenomen. Het omvangrijke begrotingsconsolidatiepakket dat eind 2024 werd aangenomen en in het kader waarvan onder meer de pensioenen en lonen van ambtenaren worden bevroren, moet nog worden aangevuld met verdere maatregelen om te waarborgen dat de doelstellingen uit het budgettair-structurele plan voor de middellange termijn volledig worden gerealiseerd. Begin 2025 is een hervorming van het mechanisme voor de vaststelling van minimumlonen goedgekeurd. Als in 2025 het budgettair-structurele plan voor de middellange termijn en een belastinghervorming worden uitgevoerd, zou de begroting aanzienlijk minder kwetsbaar worden. Daarnaast moeten structurele hervormingen, met name degene die zijn opgenomen in het herstel- en veerkrachtplan, worden doorgevoerd om het concurrentievermogen en de uitvoerprestaties te versterken en verdere EU-financiering aan te trekken. Waarschijnlijk moeten echter nog aanvullende maatregelen worden getroffen. Al met al zullen het begrotingstekort en het externe tekort waarschijnlijk te hoog blijven als niet doortastend werk wordt gemaakt van zowel budgettaire als structurele hervormingen, met als gevolg dat Roemenië zeer gevoelig is voor veranderingen in het beleggerssentiment en exogene schokken.

Beoordeling van het jaarlijks voortgangsverslag

(12)Op 21 januari 2025 heeft de Raad de volgende maximale groeipercentages van de netto-uitgaven voor Roemenië aanbevolen: 5,1 % in 2025, 4,9 % in 2026, 4,7 % in 2027 en 4,3 % in 2028. Deze komen overeen met de maximale cumulatieve groeipercentages die zijn berekend ten opzichte van 2023: 20,2 % in 2025, 26,0 % in 2026, 31,9 % in 2027 en 37,6 % in 2028. In de periode 2025-2030 komen deze maximale groeipercentages van de netto-uitgaven overeen met het correctief pad als bedoeld in artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97, zoals op 21 januari 2025 door de Raad aanbevolen om het buitensporige tekort te verhelpen 11 . Roemenië heeft nog geen jaarlijks voortgangsverslag ingediend over de maatregelen die zijn getroffen naar aanleiding van de aanbeveling van de Raad van 21 januari 2025 om het buitensporige overheidstekort in Roemenië te verhelpen, over de uitvoering van de reeks hervormingen en investeringen die ten grondslag liggen aan de verlenging van de aanpassingsperiode en over de uitvoering van hervormingen en investeringen in antwoord op de belangrijkste uitdagingen die in de landspecifieke aanbevelingen van het Europees Semester zijn vastgesteld.

(13)De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de gevolgen daarvan vormen een existentiële uitdaging voor de Europese Unie. De Commissie heeft aanbevolen de nationale ontsnappingsclausule van het stabiliteits- en groeipact op gecoördineerde wijze te activeren ter ondersteuning van de inspanningen van de EU om tot een snelle en aanzienlijke verhoging van de defensie-uitgaven te komen. Dit voorstel werd door de Europese Raad van 6 maart 2025 toegejuicht.

(14)Volgens door Eurostat gevalideerde gegevens 12 is het overheidstekort van Roemenië gestegen van 6,6 % van het bbp in 2023 tot 9,3 % in 2024, terwijl de overheidsschuld is gestegen van 48,9 % van het bbp eind 2023 tot 54,8 % eind 2024. Volgens de berekeningen van de Commissie komen deze ontwikkelingen overeen met een groei van de netto-uitgaven van 19,9 % in 2024.  Volgens de ramingen van de Commissie was de begrotingskoers 13 , die nationaal gefinancierde en door de EU gefinancierde uitgaven omvat, in 2024 expansief, met 0,8 % van het bbp.

(15)Volgens de voorjaarsprognoses 2025 van de Commissie zal het reële bbp in 2025 groeien met 1,4 % en in 2026 met 2,2 %, met een GICP-inflatie van 5,1 % in 2025 en 3,9 % in 2026.

(16)In de voorjaarsprognoses 2025 van de Commissie wordt uitgegaan van een overheidstekort van 8,6 % van het bbp voor 2025. De verwachte daling van het tekort in 2025 is voornamelijk het gevolg van de uitvoering eind 2024 van een pakket voor begrotingsconsolidatie. Dit pakket omvatte een nominale bevriezing van lonen en pensioenen en een aantal aanvullende inkomstenverhogende maatregelen. Volgens de berekeningen van de Commissie komen deze ontwikkelingen overeen met een groei van de netto-uitgaven van 5,4 % in 2025. Volgens de prognoses van de Commissie zal de begrotingskoers, die nationaal gefinancierde en door de EU gefinancierde uitgaven omvat, in 2025 contractief zijn, met 1,4 % van het bbp, en zal de overheidsschuldquote eind 2025 zijn gestegen tot 59,4 %. De stijging van de schuldquote in 2025 is voornamelijk het gevolg van het zeer hoge primaire tekort en, in mindere mate, van een stijging van de rentebetalingen.

(17)Volgens de voorjaarsprognoses 2025 van de Commissie zullen in 2025 overheidsuitgaven ten belope van 0,9 % van het bbp worden gefinancierd met niet-terugbetaalbare steun (subsidies) uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit, tegenover 0,6 % van het bbp in 2024. Met subsidies van de herstel- en veerkrachtfaciliteit gefinancierde uitgaven worden hoogwaardige investeringen en productiviteitsverhogende hervormingen mogelijk gemaakt zonder rechtstreekse gevolgen voor het overheidssaldo en de overheidsschuld van Roemenië.

(18)De defensie-uitgaven van de overheid bedroegen 1,9  % van het bbp in 2021, 1,8 % van het bbp in 2022 en 1,7 % van het bbp in 2023 14 . Volgens de voorjaarsprognoses 2025 van de Commissie zullen de defensie-uitgaven in zowel 2024 als 2025 1,7 % van het bbp bedragen. Dit komt overeen met een daling van 0,2 procentpunten van het bbp ten opzichte van 2021.

(19)Op 21 oktober 2024 heeft de Raad Roemenië aanbevolen 15 een strakker begrotingsbeleid te voeren met het oog op een begrotingsaanpassing voor 2024 als geheel. In 2024 steeg het structurele tekort in Roemenië met 2,4 procentpunten tot 8,8 % van het bbp. Volgens de voorjaarsprognoses 2025 van de Commissie zullen de netto-uitgaven in Roemenië in 2025 met 5,4 % en in 2024 en 2025 cumulatief met 26,4 % toenemen. Volgens de voorjaarsprognoses 2025 van de Commissie zal de groei van de netto-uitgaven van Roemenië in 2025, zowel op jaarbasis als in cumulatieve termen, hoger zijn dan het aanbevolen maximale groeipercentage dat is vastgesteld in het kader van het correctief pad, met een afwijking 16 van 0,1 % van het bbp ten opzichte van de maximale aanbevolen jaarlijkse groei van de netto-uitgaven in 2025 en een afwijking van 1,7 % van het bbp ten opzichte van de aanbevolen maximale cumulatieve groei van de netto-uitgaven in 2024 en 2025. Deze sterke toename van de netto-uitgaven is toe te schrijven aan een sterke stijging van de lopende uitgaven in 2024 (+ 18,7 % ten opzichte van 2023), in het bijzonder degene die verband houden met loonkosten van ambtenaren (+ 21,5 % ten opzichte van 2023) en sociale overdrachten, met inbegrip van pensioenen (+ 19,5 % ten opzichte van 2023). De verwachte afwijkingen komen niet boven de drempel van 0,3 % van het bbp voor jaarlijkse afwijkingen, maar overschrijden de drempel van 0,6 % van het bbp voor cumulatieve afwijkingen wel ruim. Dit wil zeggen dat de kans groot is dat sprake zal zijn van een aanzienlijke afwijking van de aanbevolen maximale groei van de netto-uitgaven en dat een sterk vermoeden bestaat dat geen doeltreffende maatregelen worden getroffen.

(20)Op basis van de op de afsluitdatum van de prognoses bekende beleidsmaatregelen wordt in de voorjaarsprognoses 2025 van de Commissie uitgegaan van een overheidstekort van 8,4 % van het bbp in 2026. Deze ontwikkelingen komen overeen met een groei van de netto-uitgaven met 8,1 % in 2026. De daling van het tekort in 2026 is voornamelijk het gevolg van een sterkere groei van de overheidsontvangsten als gevolg van het verwachte herstel van de economische activiteit. Volgens de ramingen van de Commissie zal de begrotingskoers, die nationaal gefinancierde en door de EU gefinancierde uitgaven omvat, in 2026 grotendeels neutraal zijn. Begrotingsconsolidatie kan ook bijdragen tot een verbetering van de externe positie. De Commissie verwacht dat de overheidsschuldquote eind 2026 zal zijn gestegen tot 63,3 %. De toename van de schuldquote in 2026 is voornamelijk het gevolg van een nog steeds zeer hoog primair tekort.

(21)In de aanbeveling tot goedkeuring van het plan voor de middellange termijn van Roemenië, wordt de reeks hervormingen en investeringen die ten grondslag liggen aan de verlenging van de aanpassingsperiode gespecificeerd, samen met een tijdschema voor de uitvoering ervan. Het gaat hierbij onder meer om bestaande en opgeschroefde maatregelen uit het herstel- en veerkrachtplan, zoals een alomvattende herziening van het belastingkader op alle gebieden van belastingheffing, de modernisering van het belastingstelsel, jaarlijkse uitgaventoetsingen, een hervorming van zowel algemene als speciale pensioenen en een nieuw mechanisme voor de vaststelling van minimumlonen, alsook aanvullende hervormingen en investeringen als maatregelen om de toegang van bedrijven tot financiering te verbeteren en een hervorming van het uitgavenstelsel van staatsbedrijven. Sommige van de hervormingen en investeringen die ten grondslag liggen aan een verlenging en die uiterlijk op 30 april 2025 voltooid hadden moeten zijn, zijn niet uitgevoerd, zoals de belangrijke hervorming voor de herziening van het belastingstelsel.

Belangrijkste beleidsuitdagingen

(22)Overeenkomstig artikel 19, lid 3, punt b), van Verordening (EU) 2021/241 en criterium 2.2 van bijlage V bij die verordening bevat het herstel- en veerkrachtplan een uitgebreide reeks elkaar versterkende hervormingen en investeringen die uiterlijk in 2026 moeten zijn uitgevoerd. Daarvan wordt verwacht dat zij helpen bij het doeltreffend aanpakken van alle of een aanzienlijk deel van de uitdagingen die in de desbetreffende landspecifieke aanbevelingen zijn vastgesteld. Om het concurrentievermogen van Roemenië op lange termijn te stimuleren door middel van de groene en de digitale transitie, en tegelijk sociale rechtvaardigheid te waarborgen, is het van essentieel belang om binnen deze krappe termijn te komen tot de afronding van de doeltreffende uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip van het REPowerEU-hoofdstuk. Om de toezeggingen van het herstel- en veerkrachtplan uiterlijk in augustus 2026 na te komen, is het voor Roemenië van essentieel belang de hervormingen en de investeringen dringend te versnellen door vertragingen bij aanbestedingen aan te pakken, doeltreffende governance te waarborgen en de bestuurlijke capaciteit te versterken. Om dit proces te vergemakkelijken, moet Roemenië het plan wijzigen en investeringen schrappen die vanwege objectieve omstandigheden niet langer haalbaar zijn. De subsidiecomponent moet hierbij in stand worden gehouden. De systematische betrokkenheid van lokale en regionale autoriteiten, sociale partners, het maatschappelijk middenveld en andere relevante belanghebbenden blijft belangrijk om te zorgen voor een breed gevoelde verantwoordelijkheid voor de succesvolle uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan.

(23)De uitvoering van cohesiebeleidsprogramma’s, die steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Fonds voor een rechtvaardige transitie (JTF), het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF +) en het Cohesiefonds (CF) omvatten, is in Roemenië versneld. Het is van belang aanhoudend inspanningen te leveren voor de snelle uitvoering van deze programma’s, waarbij de effecten in de praktijk worden gemaximaliseerd. Roemenië neemt in het kader van zijn cohesiebeleidsprogramma’s reeds maatregelen ter versterking van het concurrentievermogen en de groei. Tegelijkertijd staat Roemenië nog steeds voor uitdagingen, onder meer op terreinen als onderwijs, werkgelegenheid en sociale inclusie, alsmede de bevordering van het regionale concurrentievermogen door middel van onderzoek en innovatie, onder andere door de ontwikkeling of vervaardiging van kritieke technologieën, het vergroten van de waterweerbaarheid, vooral in het oosten en zuiden van het land, en de betaalbaarheid van huisvesting. In het kader van de tussentijdse evaluatie van de cohesiebeleidsfondsen moet Roemenië overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EU) 2021/1060 elk programma toetsen met inachtneming van, onder meer, de uitdagingen zoals benoemd in de landspecifieke aanbevelingen 2024. In de op 1 april 2025 vastgestelde voorstellen van de Commissie 17 is de termijn voor het indienen van een beoordeling van de resultaten van de tussentijdse evaluatie voor elk programma verlengd tot na 31 maart 2025. Daarnaast voorzien de voorstellen in de nodige flexibiliteit voor het versnellen van de uitvoering van het programma en van stimulansen waarmee lidstaten middelen vanuit het cohesiebeleid kunnen toewijzen aan vijf strategische prioritaire gebieden van de Unie, te weten concurrentievermogen op het gebied van strategische technologieën, defensie, huisvesting, waterweerbaarheid en de energietransitie.

(24)Het platform voor strategische technologieën voor Europa (STEP) biedt ruimte voor het investeren in een belangrijke strategische prioriteit van de EU door het concurrentievermogen van de EU te versterken. STEP wordt gefinancierd vanuit elf bestaande EU-fondsen. Daarnaast kunnen de lidstaten ook aan het InvestEU-programma bijdragen door investeringen in prioritaire gebieden te ondersteunen. Roemenië kan deze initiatieven inzetten ter ondersteuning van de ontwikkeling of vervaardiging van kritieke technologieën, onder meer van schone en hulpbronnenefficiënte technologieën.

(25)Naast de economische en sociale uitdagingen die via het herstel- en veerkrachtplan en andere EU-fondsen worden aangepakt, wordt Roemenië geconfronteerd met diverse andere uitdagingen die verband houden met het koolstofvrij maken van de economie en de energieproductie, de voorbereiding en prioritering van grote projecten, de kwaliteit en effectiviteit van openbaar bestuur, sociale bescherming en toegang tot essentiële diensten, arbeidsmarktparticipatie en vaardighedentekorten, armoede en sociale uitsluiting.

(26)In overeenstemming met het kompas voor concurrentievermogen moeten alle EU-, nationale en lokale instellingen zich meer inspannen om hun regels te vereenvoudigen en hun administratieve procedures te versnellen. De Commissie heeft ambitieuze doelstellingen geformuleerd voor de vermindering van de administratieve lasten: met ten minste 25 %, en met ten minste 35 % voor kmo’s. Ook heeft zij nieuwe tools in het leven geroepen om deze doelstellingen te verwezenlijken, met inbegrip van stelselmatige stresstests van het corpus van EU-wetgeving en een betere dialoog met belanghebbenden. Om aan deze ambitie tegemoet te komen, moet ook Roemenië actie ondernemen. 82 % van de bedrijven ziet complexiteit van administratieve procedures als een probleem bij het zakendoen in Roemenië 18 . De voorspelbaarheid van besluitvorming blijft een uitdaging, en dit heeft negatieve gevolgen voor het ondernemingsklimaat. Het aantal uitgevaardigde noodverordeningen 19 blijft hoog, waardoor onzekerheid ontstaat en investeringen naar alle waarschijnlijkheid worden belemmerd. Ondanks het gevestigde institutionele kader voor overleg is de betrokkenheid van relevante belanghebbenden bij de vormgeving en uitvoering van hervormingen zeer beperkt en vindt er zelden een oprechte dialoog plaats. Er zijn onlangs echter wel enkele stappen genomen om raadplegingen doeltreffender te maken. Effectbeoordelingen op regelgevingsgebied blijven een formaliteit. De kwaliteit van deze beoordelingen is twijfelachtig is het is onduidelijk in welke mate er ook daadwerkelijk gebruik van wordt gemaakt. Een snelle uitvoering van de hervormingen uit het herstel- en veerkrachtplan om de capaciteit voor beleidscoördinatie en effectbeoordeling op alle overheidsniveaus te versterken en de kwaliteit van de openbare raadplegingen te verhogen, zou bijdragen tot betere economische en sociale resultaten.

(27)Hoewel Roemenië met steun uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit enige vooruitgang heeft boekt met het vergroten van het aandeel hernieuwbare energie in zijn energiemix, is het energiestelsel van het land nog steeds sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen, die ongeveer 70 % van de energiemix uitmaken. Roemenië kan zijn luchtkwaliteit verbeteren, zijn CO2-uitstoot verminderen en zijn economie beschermen tegen grote schommelingen in de prijzen van fossiele brandstoffen, en daarnaast zijn afhankelijkheid verminderen en de energiezekerheid vergroten door steenkool geleidelijk af te schaffen en het gebruik van aardgas te beperken en vervangen door schonere, in het bijzonder hernieuwbare alternatieven. Roemenië heeft een aanzienlijk maar onderbenut potentieel voor hernieuwbare energie (wind- en zonne-energie). Een versnelde uitrol van hernieuwbare energie zou de ambitie van het land ondersteunen om het aandeel hernieuwbare energie in het totale energieverbruik tegen 2030 te verhogen tot 38 %, iets dat niet mogelijk is met het huidige beleid. Roemenië wordt nog steeds geconfronteerd met meerdere belemmeringen voor de uitrol van hernieuwbare energie: van prijsonzekerheid tot omslachtige vergunningsprocedures en onduidelijke regels inzake landgebruik. Als de wet inzake offshore-windenergie van 2024 wordt uitgevoerd, kan tegen 2030 3 tot 7 gigawatt extra elektriciteit worden opgewekt, en met aanvullende hervormingen van de regelgeving om de vergunningsprocedures te vereenvoudigen en te versnellen, onder meer in het kader van het herstel- en veerkrachtplan, kunnen belemmeringen voor de uitrol van hernieuwbare energie worden weggenomen. Deze inspanningen zouden Roemenië in staat stellen zijn klimaatverbintenissen voor 2030 na te komen, banen te scheppen en energie betaalbaarder te maken voor huishoudens en bedrijven.

(28)Om het aandeel hernieuwbare energie te kunnen vergroten, zijn aanzienlijke verbeteringen nodig in de Roemeense elektriciteitsnetten, die een grote uitbreiding van de hoeveelheid opgewekte wind- en zonne-energie momenteel niet aankunnen 20 . De ontoereikende transmissiecapaciteit en verouderde infrastructuur leiden tot congestie, inperking van de output van hernieuwbare energie tijdens piekproductie en complicaties bij het aansluiten van nieuwe projecten. Met de Roemeense energiestrategie, die is gebaseerd op de modernisering en digitalisering van het elektriciteitsnet (zowel transmissie als distributie) met behulp van slimme technologieën en energieopslag, wordt beoogd deze problemen aan te pakken. Dit zou ook de energiezekerheid ten goede komen, aangezien vraagpieken en schokken aan de aanbodzijde met een robuust netwerk beter kunnen worden opgevangen. De versterking van het nationale elektriciteitsnet kan worden gecombineerd met een nauwere samenwerking met buurlanden (bijvoorbeeld Hongarije, Bulgarije, Moldavië en Oekraïne). Projecten als de nieuwe HVDC-interconnector voor de Zwarte Zee (die de Roemeense Zwarte-Zeekust verbindt met Centraal-Europa) kunnen grensoverschrijdende stromen vergroten en in de toekomst uitvoer van offshore-windenergie mogelijk maken. Met verbeterde grensoverschrijdende elektriciteitsinterconnecties kan Roemenië beter integreren in de Europese energiemarkt en de stabiliteit van zijn elektriciteitssysteem vergroten. Dit zou ook positief bijdragen aan de energiezekerheid.

(29)Tijdens de recente energiecrisis heeft Roemenië noodmaatregelen afgekondigd, waaronder prijsplafonds en uitgebreide subsidies voor elektriciteit en gas om particulieren en bedrijven te beschermen tegen de sterke stijging van energieprijzen. Deze interventies zorgden op korte termijn voor verlichting en beschermden kwetsbare consumenten, maar leidden ook tot hoge kosten voor de begroting en marktverstoringen. Algemene prijsplafonds geven verkeerde signalen af aan de markt en ontmoedigen energiebesparing en investeringen in efficiëntie of nieuwe capaciteit. Aangezien de energieprijzen inmiddels zijn gestabiliseerd, is het van cruciaal belang dat deze noodsteunregelingen geleidelijk worden afgeschaft. Roemenië verstrekt aanzienlijke subsidies voor fossiele brandstoffen en er is geen plan voor een geleidelijke afschaffing vóór 2030. Subsidies voor fossiele brandstoffen die geen doelgerichte oplossing bieden voor energiearmoede of reële problemen op het gebied van energiezekerheid en die elektrificatie in de weg staan en niet cruciaal zijn voor het concurrentievermogen van het bedrijfsleven, moeten als eerste geleidelijk worden afgeschaft.  De Roemeense subsidies voor fossiele brandstoffen, die onder meer de vorm aannemen van steun voor verwarmingskosten voor particulieren en compensatie voor de verliezen van bedrijven die fossiele brandstoffen gebruiken, zijn vanuit economisch oogpunt inefficiënt en hebben tot gevolg dat particulieren en bedrijven langer afhankelijk blijven van fossiele brandstoffen. Roemenië zou deze middelen beter kunnen gebruiken om iets aan het onhoudbaar hoge overheidstekort te doen. Als de energieprijzen weer aan de markt worden overgelaten, zou dat investeringen in hernieuwbare energie en energie-efficiëntie aanmoedigen en zou de transitie naar schone energie in Roemenië kunnen worden versneld.

(30)Investeringen in energie-efficiëntie (renovatie van gebouwen voor betere isolatie en modernisering van verwarmingssystemen), milieu-infrastructuur (modernisering van stadsverwarmingsnetwerken, verbetering van afval- en watersystemen en sanering van verontreinigde industriegebieden) en nettonultechnologieën (ontwikkeling van nieuwe industrieën, bijvoorbeeld voor zonnepanelen, assemblage van accu’s en zelfs projecten op het gebied van waterstof) vormen een aanvulling op de Roemeense hervormingen aan de aanbodzijde. Deze investeringen moeten ervoor zorgen dat de energietransitie kosteneffectief en inclusief is in alle regio’s, met name degene die afhankelijk zijn van steenkool, zodat een eerlijke transitie mogelijk wordt.

(31)Ondanks de omvangrijke steun die wordt verleend via het cohesiebeleid, de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen, zijn er nog steeds aanzienlijke investeringen nodig in infrastructuur in Roemenië, met name op gebieden als duurzaam vervoer, schone energie en milieu- en digitale diensten. Vaak lopen zelfs volgroeide projecten vertraging op, en aan grote projecten wordt niet altijd de vereiste prioriteit toegekend om de geplande vooruitgang te boeken. Door deze tekortkomingen aan te pakken kan de planningszekerheid worden verbeterd en kunnen projecten tijdig worden uitgevoerd, wat in veel gevallen ook particuliere investeringen aanmoedigt. De kwaliteit en doeltreffendheid van openbaar bestuur moeten verder worden verbeterd. De toepassing en eventuele verfijning van het kader voor strategische en begrotingsplanning dat in het kader van het plan voor herstel en veerkracht is ingevoerd, kan op lange termijn een positieve bijdrage leveren aan de ontwikkeling van het land en aan de prioritering van acties en beleidscoördinatie op centraal en lokaal niveau. Met name het sectorale strategische kader lijkt nog steeds sterk gefragmenteerd. Er is sprake van overlappingen tussen sectoren en een duidelijke formulering van prioriteiten ontbreekt.

(32)De participatie van vrouwen op de Roemeense arbeidsmarkt is nog steeds lager dan het EU-gemiddelde (60,3 % ten opzichte van 70,8 % in de EU). Daarnaast is de werkloosheid onder jongeren hoog: Roemenië heeft het op twee na hoogste percentage werkloze jongeren in de EU (23,9 % tegenover 14,9 % in de EU) en het hoogste percentage jongeren dat geen onderwijs of opleiding volgt en geen baan heeft (19,4 % tegenover 11 % in de EU). Door de positie van vrouwen en jongeren te verbeteren en hun arbeidsmarktparticipatie te verhogen, kunnen negatieve demografische ontwikkelingen gedeeltelijk worden gecompenseerd en meer kansen voor hen worden gecreëerd. Met dat doel voor ogen is het belangrijk om uitdagingen in verband met activeringsmaatregelen en toegang tot voor- en vroegschoolse educatie en opvang aan te pakken, met name in plattelandsgebieden. In 2024 ging slechts 11,4 % van de kinderen tussen 0 en 3 jaar naar een formele kinderopvang, ruim onder het EU-gemiddelde van 39,2 %, en in 2022 stond slechts 75,7 % (in de EU was dit 94,6 %) van de kinderen in de leeftijd van 3 jaar tot de verplichte basisschoolleeftijd ingeschreven voor voor- en vroegschoolse educatie en opvang. Roemenië kan zijn arbeidsmarktactiveringsmaatregelen doelgerichter te maken en het accent verleggen van minder doeltreffende werkgelegenheidssubsidies naar opleiding en voorlichting.

(33)Hoewel het aantal vacatures laag blijft, behoort Roemenië tot de lidstaten met het grootste aantal beroepen met personeelstekorten. Werkgevers beschouwen het gebrek aan passende vaardigheden onder de beroepsbevolking als een van de belangrijkste beperkingen bij het zakendoen. Het aantal personen met een tertiaire opleiding en het percentage volwassenen met ten minste elementaire digitale basisvaardigheden blijven laag, met negatieve gevolgen voor het concurrentievermogen. Aangezien de Roemeense bevolking in de werkende leeftijd naar verwachting in omvang zal afnemen, zullen de vaardighedentekorten waarschijnlijk groter worden als het beleid om mensen te helpen om werk te vinden en voor bijscholing en talentbehoud niet wordt aangescherpt. De doeltreffendheid van bij- en omscholingsinitiatieven wordt belemmerd door een gebrek aan basisvaardigheden, zoals ook bleek uit de slechte resultaten die in 2022 werden behaald in het Programme for International Student Assessment (PISA). Roemenië heeft een van de hoogste percentages in de EU van 15-jarigen die niet beschikken over de minimale basisvaardigheden op het gebied van wiskunde (48,6 % ten opzichte van 29,5 % in de EU), leesvaardigheid (41,7 % ten opzichte van 26,2 % in de EU) en wetenschap (44 % ten opzichte van 24,2 % in de EU). Roemenië is bezig het stelsel van beroepsonderwijs en -opleiding te moderniseren om beter tegemoet te komen aan de behoeften van de arbeidsmarkt. Slechts een minderheid van de leerlingen profiteert echter van het stelsel van werkplekleren en de arbeidsparticipatie onder pas afgestudeerden is laag. Om te waarborgen dat onderwijs, beroepsopleiding en bij- en omscholing beter worden afgestemd op de arbeidsmarkt, is het belangrijk om lokale bedrijven nauwer te betrekken bij de vormgeving van het opleidingsaanbod en informatie over vaardigheden efficiënter aan te wenden als input voor empirisch onderbouwde beleidsvorming en de aanpassing van leerplannen en het opleidingsaanbod.

(34)Ondanks de recente vorderingen behoren de percentages volwassenen en kinderen die met armoede of sociale uitsluiting worden bedreigd in Roemenië nog steeds tot de hoogste in de EU (27,9 % ten opzichte van een EU-gemiddelde van 21,0 %) en is het niveau van toereikendheid en dekking van het Roemeense stelsel van sociale bescherming nog altijd laag. Roemenië moet gerichte inspanningen leveren om het aantal mensen dat met armoede of sociale uitsluiting wordt bedreigd tegen 2030 te verminderen. Deze doelstelling kan worden gerealiseerd door de efficiëntie van het socialebeschermingsstelsel te vergroten en te zorgen voor stabiele financiering, een doeltreffende monitoring en effectbeoordeling en een betere toegang tot essentiële en ondersteunende diensten, ook voor Roma-gemeenschappen. Betere toegang tot hoogwaardige gezondheidszorg blijft een uitdaging, met name in plattelandsgebieden en voor kwetsbare groepen. Wegens tekorten aan gekwalificeerd personeel is de beschikbaarheid van gezondheidszorg en langdurige zorg beperkt. Door de EU gefinancierde programma’s bieden aanzienlijk ondersteuning, onder meer via de 2 000 geïntegreerde gemeenschapsdiensten die zullen worden opgezet in plattelandsgebieden en door middel van de versterking van sociale, gezondheids-, onderwijs- en arbeidsvoorzieningsdiensten. Het aanpakken van deze uitdagingen zou ook de opwaartse sociale convergentie ten goede komen, zoals ook wordt gesteld in de tweede landenanalyse van de Commissie in overeenstemming met het kader voor sociale convergentie 21 .

(35)In het licht van de diepgaande evaluatie van de Commissie en haar conclusies betreffende het bestaan van buitensporige onevenwichtigheden zijn de aanbevelingen op grond van artikel 6 van Verordening (EU) nr. 1176/2011 in de aanbevelingen 1 en 2 weergegeven. Het in de aanbevelingen 1 en 2 bedoelde beleid draagt bij tot het aanpakken van kwetsbaarheden die verband houden met grote externe en begrotingstekorten.

BEVEELT AAN dat Roemenië in 2025 en 2026 actie onderneemt om:

1.de algehele defensie-uitgaven te verhogen en de defensieparaatheid te verbeteren in overeenstemming met de conclusies van de Europese Raad van 6 maart 2025; een aanzienlijk strakker begrotingsbeleid te voeren om ervoor te zorgen dat de netto-uitgaven binnen het correctief pad uit hoofde van de procedure bij buitensporige tekorten blijven en om de externe positie te versterken; de reeks hervormingen en investeringen uit te voeren die ten grondslag liggen aan de verlengde aanpassingsperiode, zoals aanbevolen door de Raad op 21 januari 2025;

2.met het oog op de toepasselijke termijnen voor de tijdige voltooiing van de hervormingen en investeringen overeenkomstig Verordening (EU) 2021/241, de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip van het REPowerEU-hoofdstuk, dringend te versnellen; de uitvoering van de cohesiebeleidsprogramma’s (EFRO, JTF, ESF +, CF) te versnellen, en hierbij in voorkomend geval de kansen benutten die de tussentijdse evaluatie biedt; EU-instrumenten, waaronder de kansen die InvestEU en het platform voor strategische technologieën voor Europa bieden, optimaal te benutten om het concurrentievermogen te verbeteren;

3.de kwaliteit en doeltreffendheid van het openbaar bestuur en de voorspelbaarheid van besluitvorming te verbeteren en tegelijkertijd met behulp van passende raadplegingen van belanghebbenden, doeltreffende effectbeoordelingen en gestroomlijnde administratieve procedures te waarborgen dat wetgevingsinitiatieven geen afbreuk doen aan de rechtszekerheid; grote infrastructuurprojecten beter voor te bereiden en te prioriteren, en de uitvoering ervan te versnellen, ervoor te zorgen dat volgroeide investeringsprojecten van de overheid tijdig worden uitgevoerd en particuliere investeringen aan te moedigen die duurzame economische ontwikkeling bevorderen;

4.de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen door de uitrol van hernieuwbare energie te versnellen, de netcapaciteit te vergroten, grensoverschrijdende elektriciteitsverbindingen te versterken, vorderingen te maken met hervormingen van de regelgeving die projecten op het gebied van schone energie minder risicovol maken en de transparantie en efficiëntie van vergunningsprocedures te verbeteren; de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen te verminderen, met name door de subsidies voor fossiele brandstoffen in de verwarmingssector geleidelijk af te schaffen, en te investeren in energie-efficiëntie, milieu-infrastructuur en innovatie, met inachtneming van regionale verschillen, zoals de gevolgen voor steenkoolregio’s; de geldende noodsteunmaatregelen voor energie af te bouwen en de daaruit voortvloeiende besparingen te gebruiken om het overheidstekort te verminderen;

5.de arbeidsmarktparticipatie van vrouwen en jongeren te verhogen door het actieve arbeidsmarktbeleid doeltreffender te maken en de deelname aan vroegschoolse educatie en opvang te verbeteren; vaardighedentekorten aan te pakken door de verwerving van basisvaardigheden en voor de arbeidsmarkt relevante vaardigheden door de beroepsbevolking te stimuleren, de betrokkenheid van belanghebbenden te verbeteren en informatie over vaardigheden optimaal te benutten als input bij de vormgeving van beleid op het gebied van onderwijs en vaardigheden;

6.het risico op armoede en sociale uitsluiting te verminderen door de sociale bescherming uit te breiden en de doeltreffendheid ervan te verbeteren, onder meer door betere toegang tot hoogwaardige essentiële en ondersteunende diensten, met bijzondere aandacht voor geïntegreerde sociale, gezondheids-, onderwijs- en arbeidsvoorzieningsdiensten, met name voor Roma en andere kansarme groepen, zonder de houdbaarheid van de begroting in gevaar te brengen.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    PB L, 2024/1263, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1263/oj.
(2)    PB L 306 van 23.11.2011, blz. 25, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2011/1176/oj.
(3)    Netto-uitgaven in de zin van artikel 2, punt 2, van Verordening (EU) 2024/1263: “netto-uitgaven”: de overheidsuitgaven ongerekend: i) rente-uitgaven; ii) discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde; iii) uitgaven voor programma’s van de Unie die volledig met inkomsten uit Uniefondsen worden gefinancierd; iv) nationale uitgaven voor medefinanciering van door de Unie gefinancierde programma’s; v) cyclische elementen van de uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen; en vi) eenmalige en andere tijdelijke maatregelen.
(4)    Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/241/oj).
(5)    Verordening (EU) 2023/435 van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2023 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/241 wat betreft REPowerEU-hoofdstukken in herstel- en veerkrachtplannen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1303/2013, (EU) 2021/1060 en (EU) 2021/1755 en Richtlijn 2003/87/EG (PB L 63 van 28.2.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa. eu/eli/reg/2023/435/oj).
(6)    Uitvoeringsbesluit van de Raad van 29 oktober 2021 betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Roemenië (12319/21 + ADD1).
(7)    Uitvoeringsbesluit van de Raad van 8 december 2023 tot wijziging van het uitvoeringsbesluit van 29 oktober 2021 betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor Roemenië (ST 15833/23 + ADD1).
(8)    Aanbeveling van de Raad van 21 januari 2025 tot goedkeuring van het budgettair-structurele plan voor de middellange termijn van Roemenië, PB    C/2025/647 van 10.2.2025.
(9)    Aanbeveling van de Raad van 13 mei 2025 over het economisch beleid van de eurozone (PB C, C/2025/2782 van 22.5.2025, ELI: http:// data.europa.eu/eli/C/2025/2782/oj ).)     
(10)    SWD(2025) 126 final.
(11)    Aanbeveling van de Raad om het buitensporige overheidstekort in Roemenië te verhelpen, C/2025/5038.
(12)

   Eurostat Euro-indicatoren van 22 april 2025.

(13)    De begrotingskoers wordt afgemeten aan de jaarlijkse verandering in de onderliggende begrotingssituatie van de overheid. Die koers heeft tot doel de economische impuls te beoordelen die voortvloeit uit het begrotingsbeleid, zowel dat wat nationaal wordt gefinancierd als dat wat uit de EU-begroting wordt gefinancierd. De begrotingskoers wordt gemeten als het verschil tussen i) het groeipotentieel op middellange termijn en ii) de verandering in de primaire uitgaven ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde, maar inclusief de uitgaven gefinancierd door niet-terugbetaalbare steun (subsidies) van de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere EU-fondsen.
(14)

   Eurostat, overheidsuitgaven uitgesplitst naar classificatie van overheidsfuncties (COFOG).

(15)    Aanbeveling van de Raad van 21 oktober 2024 inzake het economisch, sociaal, werkgelegenheids-, structuur- en begrotingsbeleid van Roemenië, PB C/2024/6830x van 29.11.2024.
(16)    Vanaf 2026 zullen deze cijfers worden opgenomen in de controlerekening die is opgezet op grond van artikel 22 van Verordening (EU) 2024/1263.
(17)    Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1058 en Verordening (EU) 2021/1056 wat betreft specifieke maatregelen voor het aanpakken van strategische uitdagingen in het kader van de tussentijdse evaluatie, COM(2025) 123 final.
(18)    Flash-rapport “Businesses’ attitudes towards corruption in the EU”, Eurobarometer-rapport (april 2024).
(19)    Noodverordeningen van de regering zijn wetgevingshandelingen die de rechtskracht van een wet hebben. Volgens artikel 115 van de Roemeense grondwet kan de regering alleen noodverordeningen vaststellen in uitzonderlijke situaties waarin deze onverwijld moeten worden vastgesteld. Deze urgentie moet worden onderbouwd. De noodverordeningen treden in werking nadat zij ter discussie zijn voorgelegd aan de bevoegde kamer van het Parlement en zijn bekendgemaakt in het Publicatieblad. Vervolgens moeten zij bij wet worden goedgekeurd in het parlement. Noodverordeningen sorteren echter al vanaf de datum van inwerkingtreding rechtsgevolgen.
(20)    Zie bijvoorbeeld “OECD Economic Surveys: Romania, 2024.
(21)     SWD (2025) 95 — Tweede landenanalyse inzake sociale convergentie in overeenstemming met het kader voor sociale convergentie , 2025.