Brussel, 4.6.2025

COM(2025) 201 final

Aanbeveling voor een

AANBEVELING VAN DE RAAD

inzake het economisch, sociaal, werkgelegenheids-, structuur- en begrotingsbeleid van België

{SWD(2025) 201 final}


Aanbeveling voor een

AANBEVELING VAN DE RAAD

inzake het economisch, sociaal, werkgelegenheids-, structuur- en begrotingsbeleid van België

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 121, lid 2, en artikel 148, lid 4,

Gezien Verordening (EU) 2024/1263 van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2024 betreffende de doeltreffende coördinatie van het economisch beleid en betreffende het multilaterale begrotingstoezicht en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1466/97 van de Raad 1 , en met name artikel 3, lid 3,

Gezien de aanbeveling van de Europese Commissie,

Gezien de resoluties van het Europees Parlement,

Gezien de conclusies van de Europese Raad,

Gezien het advies van het Comité voor de werkgelegenheid,

Gezien het advies van het Economisch en Financieel Comité,

Gezien het advies van het Comité voor sociale bescherming,

Gezien het advies van het Comité voor de economische politiek,

Overwegende hetgeen volgt:

Algemene overwegingen

(1)In Verordening (EU) 2024/1263, die op 30 april 2024 in werking is getreden, zijn de doelstellingen vastgelegd van het kader voor economische governance, dat erop gericht is gezonde en houdbare overheidsfinanciën, duurzame en inclusieve groei en veerkracht te bevorderen door middel van hervormingen en investeringen, en buitensporige overheidstekorten te voorkomen. De verordening bepaalt dat de Raad en de Commissie in de context van het Europees semester multilateraal toezicht uitoefenen overeenkomstig de doelstellingen en vereisten van het VWEU. Het Europees semester omvat met name de opstelling van en het toezicht op de uitvoering van landspecifieke aanbevelingen. De verordening bevordert ook de nationale verantwoordelijkheid voor het begrotingsbeleid en benadrukt de focus op de middellange termijn, in combinatie met een doeltreffendere en coherentere handhaving. Elke lidstaat moet bij de Raad en de Commissie een nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn indienen met zijn budgettaire, hervormings- en investeringsverbintenissen, over een periode van vier of vijf jaar, afhankelijk van de duur van de nationale legislatuurperiode. Het netto-uitgavenpad 2 in die plannen voor de middellange termijn moet voldoen aan de voorwaarden van de verordening, met inbegrip van de vereisten om de overheidsschuld aan het einde van de aanpassingsperiode op een plausibel neerwaarts pad te brengen of te houden of op een prudent niveau onder 60 % van het bruto binnenlands product (bbp) te houden en om het overheidstekort op middellange termijn onder de in het Verdrag vastgelegde referentiewaarde van 3 % van het bbp te brengen en/of te houden. Indien een lidstaat zich overeenkomstig de criteria van die verordening verbindt tot relevante hervormingen en investeringen, kan de aanpassingsperiode met maximaal drie jaar worden verlengd.

(2)Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad 3 , waarbij de herstel- en veerkrachtfaciliteit (“de RRF”) is ingesteld, is op 19 februari 2021 in werking getreden. De RRF biedt de lidstaten financiële ondersteuning voor de uitvoering van hervormingen en investeringen, en biedt door de Unie gefinancierde budgettaire stimulansen. Conform de prioriteiten van het Europees Semester voor de coördinatie van het economisch beleid, stimuleert de RRF het economisch en sociaal herstel alsmede duurzame hervormingen en investeringen, met name om de groene en de digitale transitie te bevorderen en de economieën van de lidstaten veerkrachtiger te maken. Zij helpt ook de overheidsfinanciën te versterken en de groei en werkgelegenheid op middellange en lange termijn te stimuleren, de territoriale cohesie binnen de Unie te verbeteren en de verdere uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten te ondersteunen.

(3)Verordening (EU) 2023/435 van het Europees Parlement en de Raad 4 (“de REPowerEU-verordening”), die op 27 februari 2023 is vastgesteld, heeft tot doel de Unie geleidelijk onafhankelijker te maken van de invoer van Russische fossiele brandstoffen. Dit draagt bij tot de energiezekerheid en de diversificatie van de energievoorziening van de Unie en vergroot het gebruik van hernieuwbare energiebronnen, de opslagcapaciteit voor energie en de energie-efficiëntie. België heeft een nieuw REPowerEU-hoofdstuk toegevoegd aan zijn nationale herstel- en veerkrachtplan om belangrijke hervormingen en investeringen te financieren die de REPowerEU-doelstellingen helpen verwezenlijken.

(4)Op 30 april 2021 heeft België in overeenstemming met artikel 18, lid 1, van Verordening (EU) 2021/241 zijn herstel- en veerkrachtplan ingediend bij de Commissie. Krachtens artikel 19 van die verordening heeft de Commissie de relevantie, doeltreffendheid, efficiëntie en samenhang van het herstel- en veerkrachtplan beoordeeld overeenkomstig de beoordelingsrichtsnoeren zoals opgenomen in bijlage V. Op 13 juli 2021 heeft de Raad zijn uitvoeringsbesluit betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor België vastgesteld 5 , dat werd gewijzigd op 8 december 2023 op grond van artikel 18, lid 2, om de maximale financiële bijdrage voor niet terug te betalen financiële steun bij te werken en het REPowerEU-hoofdstuk erin op te nemen 6 . De tranches worden vrijgegeven als de Commissie overeenkomstig artikel 24, lid 5, verklaart dat België de desbetreffende in het uitvoeringsbesluit van de Raad vastgelegde mijlpalen en streefdoelen op bevredigende wijze heeft verwezenlijkt. Voor een bevredigende verwezenlijking is vereist dat de verwezenlijking van eerdere mijlpalen en streefdoelen voor dezelfde hervorming of investering niet is teruggedraaid.

(5)Op [datum] heeft de Raad op aanbeveling van de Commissie een aanbeveling aangenomen tot goedkeuring van het nationaal budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van België 7 . Het plan is ingediend overeenkomstig artikel 11 en artikel 36, lid 1, punt a), van Verordening (EU) 2024/1263, bestrijkt de periode 2025 - 2029 en bevat een begrotingsaanpassing die over zeven jaar is gespreid.

(6)Op 26 november 2024 heeft de Commissie op grond van Verordening (EU) nr. 1176/2011 ook het waarschuwingsmechanismeverslag 2025 aangenomen, waarin zij België niet heeft genoemd als een van de lidstaten waarvoor een diepgaande evaluatie nodig zou zijn. De Commissie heeft ook een aanbeveling vastgesteld voor een aanbeveling van de Raad over het economisch beleid van de eurozone, en een voorstel gedaan voor het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid voor 2025, waarin de uitvoering van de werkgelegenheidsrichtsnoeren en de beginselen van de Europese pijler van sociale rechten wordt geanalyseerd. De Raad heeft de aanbeveling over het economisch beleid van de eurozone aangenomen 8 op 13 mei 2025 en het gezamenlijk verslag over de werkgelegenheid op 10 maart 2025.

(7)Op 29 januari 2025 heeft de Commissie het kompas voor concurrentievermogen gepubliceerd, een strategisch kader dat de komende vijf jaar het mondiale concurrentievermogen van de EU moet stimuleren. Daarin worden de drie transformatieve voorwaarden voor duurzame economische groei vastgesteld: i) innovatie; ii) decarbonisatie en concurrentievermogen; en iii) veiligheid. Om de innovatiekloof te dichten, streeft de EU ernaar industriële innovatie te stimuleren, de groei van start-ups te ondersteunen door middel van initiatieven zoals de EU-strategie voor start-ups en scale-ups, en de invoering van geavanceerde technologieën zoals artificiële intelligentie en kwantumcomputing te bevorderen. Met het oog op een groenere economie heeft de Commissie een alomvattend actieplan voor betaalbare energie en een Clean Industrial Deal uiteengezet, opdat de overgang naar schone energie kosteneffectief en concurrentievriendelijk blijft, met name voor energie-intensieve sectoren, en een motor is voor groei. Om buitensporige afhankelijkheden te verminderen en de veiligheid te vergroten, zet de Unie zich in voor sterkere mondiale handelspartnerschappen, gediversifieerde toeleveringsketens en een veilige toegang tot kritieke grondstoffen en schone energiebronnen. Die prioriteiten worden geschraagd door horizontale enablers, namelijk een vereenvoudiging van de regelgeving, een verdieping van de eengemaakte markt, de financiering van het concurrentievermogen en een spaar- en investeringsunie, het bevorderen van vaardigheden en hoogwaardige banen, en een betere coördinatie van het EU-beleid. Het kompas voor concurrentievermogen is afgestemd op het Europees Semester en zorgt ervoor dat het economisch beleid van de lidstaten in overeenstemming is met de strategische doelstellingen van de Commissie, waarbij een uniforme aanpak van economische governance wordt opgezet ter bevordering van duurzame groei, innovatie en veerkracht in de Unie.

(8)In 2025 blijft het Europees Semester voor coördinatie van het economisch beleid zich ontwikkelen naast de uitvoering van de RFF. De volledige uitvoering van de herstel- en veerkrachtplannen blijft essentieel voor de verwezenlijking van de beleidsprioriteiten in het kader van het Europees Semester, aangezien de plannen helpen bij het doeltreffend aanpakken van alle of een aanzienlijk deel van de problemen die zijn aangehaald in de relevante landspecifieke aanbevelingen die in de afgelopen jaren zijn gedaan. Deze landspecifieke aanbevelingen blijven evenzeer van belang voor de beoordeling van gewijzigde herstel- en veerkrachtplannen overeenkomstig artikel 21 van Verordening (EU) 2021/241.

(9)De landspecifieke aanbevelingen 2025 hebben betrekking op de belangrijke uitdagingen van het economisch beleid die niet voldoende worden aangepakt met maatregelen in de herstel- en veerkrachtplannen, met inachtneming van de relevante uitdagingen in de landspecifieke aanbevelingen van 2019-2024.

(10)Op 4 juni 2025 heeft de Commissie het landverslag 2025 voor België gepubliceerd. Daarin is de vooruitgang beoordeeld die België heeft geboekt bij de uitvoering van de relevante landspecifieke aanbevelingen en is de balans opgemaakt van de uitvoering door België van het herstel- en veerkrachtplan. Op basis van die analyse zijn in het landverslag de dringendste uitdagingen voor België in kaart gebracht. Ook werd de vooruitgang beoordeeld die België heeft geboekt bij de uitvoering van de Europese pijler van sociale rechten en bij de verwezenlijking van de kerndoelen van de Unie inzake werkgelegenheid, vaardigheden en armoedebestrijding, alsook bij de verwezenlijking van de duurzameontwikkelingsdoelstellingen van de Verenigde Naties.

Beoordeling van het jaarlijkse voortgangsverslag

(11)Op [datum] heeft de Raad de volgende maximale groeipercentages van de netto-uitgaven voor België aanbevolen: 3,6 % in 2025, 2,5 % in 2026, 2,5 % in 2027, 2,1 % in 2028 en 2,1 % in 2029, wat overeenkomt met de ten opzichte van 2024 berekende maximale cumulatieve groeipercentages van 3,6 % in 2025, 6,1 % in 2026, 8,8 % in 2027, 11,1 % in 2028 en 13,4 % in 2029. In 2025-2029 vallen deze maximale groeipercentages van de netto-uitgaven samen met het correctieve pad overeenkomstig artikel 3, lid 4, van Verordening (EG) nr. 1467/97, zoals aanbevolen door de Raad op [datum] om een einde te maken aan de buitensporigtekortsituatie 9 ; die aanbeveling komt in de plaats de aanbeveling van de Raad van 21 januari 2025 om een einde te maken aan de buitensporigtekortsituatie 10 . Op 30 april 2025 heeft België zijn jaarlijkse voortgangsverslag 11 ingediend over de maatregelen die zijn genomen naar aanleiding van de aanbeveling van de Raad van 21 januari 2025 om een einde te maken aan de buitensporigtekortsituatie, de uitvoering van de reeks hervormingen en investeringen die ten grondslag liggen aan de verlenging van de aanpassingsperiode en de uitvoering van hervormingen en investeringen die tegemoetkomen aan de belangrijkste uitdagingen die zijn vastgesteld in het kader van de landspecifieke aanbevelingen van het Europees Semester. Het jaarlijkse voortgangsverslag weerspiegelt ook de halfjaarlijkse verslaglegging van België over de vooruitgang bij de verwezenlijking van zijn herstel- en veerkrachtplan overeenkomstig artikel 27 van Verordening (EU) 2021/241.

(12)De Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne en de gevolgen daarvan zijn een existentiële uitdaging voor de Europese Unie. De Commissie heeft aanbevolen de nationale ontsnappingsclausule van het stabiliteits- en groeipact op gecoördineerde wijze te activeren ter ondersteuning van de inspanningen van de EU om tot een snelle en aanzienlijke verhoging van de defensie-uitgaven te komen, en dit voorstel werd gunstig onthaald door de Europese Raad van 6 maart 2025. Naar aanleiding van het verzoek van België van 30 april 2025 heeft de Raad op [datum] op aanbeveling van de Commissie een aanbeveling aangenomen op grond waarvan België mag afwijken van de aanbevolen maximale groeipercentages van de netto-uitgaven en deze mag overschrijden 12 .

(13)Volgens door Eurostat gevalideerde gegevens 13 is het overheidstekort van België gestegen van 4,1 % van het bbp in 2023 tot 4,5 % in 2024, terwijl de overheidsschuld is gestegen van 103,2 % van het bbp eind 2023 tot 104,7 % eind 2024. Volgens de berekeningen van de Commissie komen deze ontwikkelingen overeen met een groei van de netto-uitgaven van 4,2 % in 2024. In het jaarlijkse voortgangsverslag raamt België de groei van de netto-uitgaven in 2024 op 3,9 %. Op basis van de ramingen van de Commissie was de begrotingskoers 14 , die zowel nationaal als door de EU gefinancierde uitgaven omvat, in 2024 expansief (0,4 % van het bbp).

(14)Volgens het jaarlijkse voortgangsverslag wordt in het macro-economische scenario dat aan de begrotingsprognoses van België ten grondslag ligt, een reële bbp-groei van 1,2 % in 2025 verwacht, terwijl de GICP -inflatie in 2025 op 2,8 % wordt geraamd. Volgens de voorjaarsprognoses 2025 van de Commissie zal het reële bbp in 2025 groeien met 0,8 % en in 2026 met 0,9 %, met een GICP-inflatie van 2,8 % in 2025 en 1,8 % in 2026.

(15)Volgens het jaarlijkse voortgangsverslag zal het overheidstekort naar verwachting toenemen tot 5,5 % van het bbp in 2025, terwijl de overheidsschuldquote naar verwachting zal toenemen tot 107,2 % eind 2025. Deze ontwikkelingen komen overeen met een groei van de netto-uitgaven van 6,0 % in 2025. In de voorjaarsprognoses 2025 van de Commissie wordt voor 2025 een overheidstekort van 5,4 % van het bbp voorspeld. De stijging van het tekort in 2025 is voornamelijk het gevolg van hogere uitgaven voor leeftijdsgerelateerde kosten, defensie en rentebetalingen. Volgens de berekeningen van de Commissie komen deze ontwikkelingen overeen met een groei van de netto-uitgaven van 5,0 % in 2025. Dat deze prognoses voor de groei van de netto-uitgaven lager zijn dan in het jaarlijkse voortgangsverslag, is het gevolg van een lagere verwachte groei van de uitgaven voor bruto-investeringen in vaste activa en intermediair verbruik, en een geringer effect van discretionaire inkomstenverlagende maatregelen in de prognoses van de Commissie. Op basis van de ramingen van de Commissie zal de begrotingskoers, die zowel nationaal als door de EU gefinancierde uitgaven omvat, in 2025 naar verwachting expansief zijn (0,4 % van het bbp). De overheidsschuldquote zou tegen eind 2025 stijgen tot 107,1 %. De stijging van de schuldquote in 2025 is voornamelijk het gevolg van het aanhoudend hoge overheidstekort.

(16)Volgens de voorjaarsprognoses 2025 van de Commissie zullen in 2025 overheidsuitgaven ten belope van 0,1 % van het bbp worden gefinancierd met niet-terugbetaalbare steun (subsidies) uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit, tegenover 0,1 % van het bbp in 2024. De met niet-terugbetaalbare steun uit de herstel- en veerkrachtfaciliteit gefinancierde uitgaven zullen hoogwaardige investeringen en productiviteitsverhogende hervormingen mogelijk maken zonder dat dit rechtstreekse gevolgen heeft voor het overheidssaldo en de overheidsschuld van België.

(17)De defensie-uitgaven van de overheid in België bedroegen 0,9 % van het bbp in 2021, 1,0 % van het bbp in 2022 en 0,9 % van het bbp in 2023 15 . Volgens de voorjaarsprognoses 2025 van de Commissie zullen de defensie-uitgaven naar verwachting toenemen van 1,3 % van het bbp in 2024 tot 1,7 % van het bbp in 2025. Dit komt overeen met een stijging van 0,8 procentpunt van het bbp ten opzichte van 2021. De periode waarin de nationale ontsnappingsclausule wordt geactiveerd (2025-2028) stelt België in staat de overheidsuitgaven opnieuw te prioriteren of de overheidsinkomsten te verhogen, zodat blijvend hogere defensie-uitgaven de houdbaarheid van de begroting op middellange termijn niet in gevaar zouden brengen.

(18)Volgens de voorjaarsprognoses 2025 van de Commissie zullen de netto-uitgaven in België in 2025 naar verwachting met 5,0 % stijgen. Volgens de voorjaarsprognoses 2025 van de Commissie zal de groei van de netto-uitgaven van België in 2025 naar verwachting boven het maximale groeipercentage liggen dat volgens het door de Commissie aanbevolen correctieve pad moet worden vastgesteld, wat overeenkomt met een afwijking 16 van 0,7 % van het bbp. De verwachte afwijking valt echter binnen de flexibiliteit van de nationale ontsnappingsclausule op basis van de huidige prognoses voor defensie-uitgaven.

(19)Het jaarlijkse voortgangsverslag omvat geen begrotingsprognoses voor de periode na 2025. Op basis van de op de afsluitdatum van de prognoses bekende beleidsmaatregelen wordt in de voorjaarsprognoses 2025 van de Commissie uitgegaan van een overheidstekort van 5,5 % van het bbp in 2026. De stijging van het tekort in 2026 is voornamelijk het gevolg van hogere rente-uitgaven. Deze ontwikkelingen komen overeen met een groei van de netto-uitgaven van 3,0 % in 2026. Op basis van de ramingen van de Commissie zal de begrotingskoers, die zowel nationaal als door de EU gefinancierde uitgaven omvat, in 2026 naar verwachting contractief zijn (0,3 % van het bbp). De overheidsschuldquote zal volgens de Commissie tegen eind 2026 naar verwachting stijgen tot 109,8 %. De stijging van de schuldquote in 2026 is voornamelijk het gevolg van het aanhoudend hoge overheidstekort.

(20)De aanbeveling tot goedkeuring van het plan voor de middellange termijn van België specificeert de reeks hervormingen en investeringen die ten grondslag liggen aan de verlenging van de aanpassingsperiode, samen met een tijdschema voor de uitvoering ervan. Deze omvatten bestaande en aangescherpte maatregelen uit het herstel- en veerkrachtplan, zoals de pensioenhervorming en evaluaties van de overheidsuitgaven, alsook aanvullende hervormingen en investeringen, onder meer op gebieden als de arbeidsmarkt, belastinghervormingen, begrotingscoördinatie en ondernemingsklimaat en -regelgeving. Alle hervormingen en investeringen die aan een verlenging ten grondslag liggen, worden na 30 april 2025 verwacht.

(21)De risico’s voor de houdbaarheid van de begroting op lange termijn zijn hoog in België 17 . Er is niet alleen de ongunstige initiële begrotingssituatie, maar de pensioenuitgaven zullen volgens het vergrijzingsverslag 2024 van de Commissie in de periode 2022-2070 naar verwachting met 3,5 procentpunt van het bbp stijgen, tegen over het EU-gemiddelde van 0,4 procentpunt van het bbp 18 . Het Belgische herstel- en veerkrachtplan omvat een pensioenhervorming die tot doel heeft deze uitdaging mede aan te pakken, naast andere doelstellingen zoals het verbeteren van de sociale houdbaarheid van het stelsel, het stimuleren van mensen om actief te blijven op de arbeidsmarkt wanneer zij voldoen aan de voorwaarden voor vervroegd pensioen, en het zorgen voor een grotere mate van convergentie tussen en binnen de pensioenstelsels. Als onderdeel van zijn budgettair-structureel plan voor de middellange termijn en ter ondersteuning van een verlenging van de begrotingsaanpassingsperiode heeft België zich ertoe verbonden een hervorming door te voeren om deze uitdaging aan te pakken.

(22)De belastingen op arbeid (personenbelasting en sociale bijdragen) behoren voor alle inkomensniveaus tot de hoogste in de EU, waardoor werken financieel wordt ontmoedigd. Voor tweede verdieners leiden specifieke fiscale kenmerken zoals het “huwelijksquotiënt” 19 tot kortere werktijden of werkloosheid. De hoge belastingdruk op arbeid wordt gecompenseerd door veel loonsubsidies, waardoor economische inefficiënties ontstaan en het belastingstelsel complex wordt. Bovendien liggen de inkomsten uit verbruiksbelastingen onder het EU-gemiddelde als gevolg van het uitgebreide gebruik van btw-vrijstellingen en verlaagde tarieven. Het instellen van vermogensbelastingen verstoort het beleggingsgedrag doordat die belastingen leiden tot overbelegging in bepaalde soorten activa. Het verschuiven van de belastingdruk van arbeid naar andere belastinggrondslagen en het verminderen van het gebruik van belastinguitgaven zou de efficiëntie van het belastingstelsel kunnen helpen vergroten en de prikkels om niet te werken kunnen verminderen. Als onderdeel van zijn budgettair-structureel plan voor de middellange termijn en ter ondersteuning van een verlenging van de begrotingsaanpassingsperiode heeft België zich ertoe verbonden een aantal maatregelen te nemen die tot enige voortuitgang zullen leiden in de aanpak van de uitdaging op het gebied van belastingen.

(23)Het stelsel van sociale uitkeringen ontmoedigt de ontvangers ervan om aan het werk te gaan of meer uren te werken. Veel sociale uitkeringen zijn status-afhankelijk en hebben geen middelentoets, wat de efficiëntie van het uitkeringsstelsel belemmert. Werkloosheidsuitkeringen zijn onbeperkt in de tijd en hebben geen middelentoets voor langdurig werklozen, hetgeen de werkloosheidsval verergert. Door het socialeuitkeringsstelsel te hervormen en de transparantie ervan te vergroten, zouden de prikkels om te werken kunnen toenemen. Als onderdeel van zijn budgettair-structureel plan voor de middellange termijn en ter ondersteuning van een verlenging van de begrotingsaanpassingsperiode heeft België zich ertoe verbonden een hervorming door te voeren om de uitdaging van de sociale uitkeringen aan te pakken.

(24)De samenstelling en efficiëntie van de overheidsuitgaven kunnen worden verbeterd om ruimte te creëren voor meer overheidsinvesteringen, wat ook baat zou hebben bij een betere projectvoorbereiding. Ondanks enkele maatregelen die alle overheidsniveaus in het kader van het herstel- en veerkrachtplan hebben genomen, behoren de totale overheidsuitgaven als percentage van het bbp in België nog steeds tot de hoogste in de eurozone. Dit wijst erop dat er ruimte is voor meer op uitgaven gebaseerde begrotingsaanpassingen, bijvoorbeeld door verplichte besparingsdoelstellingen vast te stellen. Uitgaventoetsingen en beleidsevaluaties kunnen België helpen om prioriteiten te stellen en de efficiëntie van de overheidsuitgaven te verbeteren. Als onderdeel van zijn budgettair-structureel plan voor de middellange termijn en ter ondersteuning van een verlenging van de begrotingsaanpassingsperiode heeft België zich ertoe verbonden een aantal maatregelen te nemen die tot enige voortuitgang zullen leiden in de aanpak van de uitdaging van de overheidsuitgaven.

(25)Een doeltreffende begrotingscoördinatie is essentieel in een federale lidstaat als België, waar een groot deel van de uitgavenbevoegdheid aan subnationale overheden is overgedragen. Er is nog steeds geen formeel akkoord over meerjarige begrotingsdoelstellingen op alle overheidsniveaus, ondanks de in 2013 ondertekende samenwerkingsovereenkomst, wat de begrotingscoördinatie bemoeilijkt. Als onderdeel van zijn budgettair-structureel plan voor de middellange termijn en ter ondersteuning van een verlenging van de begrotingsaanpassingsperiode heeft België zich ertoe verbonden een hervorming door te voeren om de uitdaging van de begrotingscoördinatie aan te pakken.

Belangrijke beleidsuitdagingen

(26)In 2022 bedroegen de overheidsuitgaven voor langdurige zorg 2,3 % van het bbp (EU-gemiddelde 1,7 %), waardoor België volgens het vergrijzingsverslag van 2024 van de Commissie 20 een van de landen is met de hoogste uitgaven voor langdurige zorg in de EU. Tegen 2070 zullen de uitgaven voor langdurige zorg naar verwachting met 1,7 procentpunt van het bbp stijgen, tegenover een gemiddelde stijging met 0,8 procentpunt in de EU, wat de risico’s voor de houdbaarheid van de begroting op lange termijn in België vergroot. Uit de beschikbare gegevens blijkt dat het percentage personen die zelfstandig zijn of licht afhankelijk zijn van zorg en in residentiële zorginstellingen wonen, hoog was in het Brussels Gewest en Wallonië. Voorts blijft het aandeel ouderen dat onnodig of ten minste voortijdig in een zorginstelling wordt geplaatst, hoog, hoewel het in het afgelopen decennium is afgenomen. De gefedereerde overheidsinstanties zijn begonnen met hervormingen om het gebruik van de verschillende zorgomgevingen kosteneffectiever te maken, met name om onnodige of voortijdige opname in een zorginstelling te voorkomen en uit te stellen. Deze maatregelen moeten worden uitgevoerd door middel van impactvolle acties, met name om de kosteneffectiviteit van bepaalde opties voor langdurige zorg, zoals institutionele zorg, te verwezenlijken en tegelijkertijd de toegang tot zorg en diensten betaalbaar te houden.

(27)Overeenkomstig artikel 19, lid 3, punt b), van Verordening (EU) 2021/241 en criterium 2.2 van bijlage V bij die verordening bevat het herstel- en veerkrachtplan een uitgebreide reeks elkaar versterkende hervormingen en investeringen die uiterlijk in 2026 moeten zijn uitgevoerd. Daarvan wordt verwacht dat zij helpen bij het doeltreffend aanpakken van alle of een aanzienlijk deel van de uitdagingen die in de desbetreffende landspecifieke aanbevelingen zijn vastgesteld. Om het concurrentievermogen van België op lange termijn te stimuleren door middel van de groene en de digitale transitie, en tegelijk sociale rechtvaardigheid te waarborgen, is het van essentieel belang om binnen deze krappe termijn de doeltreffende uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan af te ronden, met inbegrip van het REPowerEU-hoofdstuk. De systematische betrokkenheid van lokale en regionale autoriteiten, sociale partners, het maatschappelijk middenveld en andere relevante belanghebbenden blijft belangrijk om te zorgen voor een breed gevoelde verantwoordelijkheid voor de succesvolle uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan.

(28)De uitvoering van cohesiebeleidsprogramma’s, die steun uit het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling (EFRO), het Fonds voor een rechtvaardige transitie (JTF) en het Europees Sociaal Fonds Plus (ESF+) omvatten, is in België versneld. Het is belangrijk de inspanningen voort te zetten om ervoor te zorgen dat deze programma’s snel worden uitgevoerd en dat de impact ervan in de praktijk wordt gemaximaliseerd. België onderneemt al actie in het kader van zijn cohesiebeleidsprogramma’s om het concurrentievermogen en de groei te stimuleren. Tegelijkertijd wordt België nog steeds geconfronteerd met uitdagingen, onder meer op het gebied van concurrentievermogen, regionale verschillen, onder meer met betrekking tot het risico op armoede en sociale uitsluiting, die in sommige regio’s worden verergerd door de situatie op de woningmarkt, de toegang tot werkgelegenheid en activeringsmaatregelen, de ontwikkeling van vaardigheden en hoogwaardig onderwijs. Overeenkomstig artikel 18 van Verordening (EU) 2021/1060 moet België — in het kader van de tussentijdse evaluatie van de fondsen voor het cohesiebeleid — elk programma evalueren, waarbij onder meer rekening wordt gehouden met de uitdagingen die in de landspecifieke aanbevelingen 2024 in kaart zijn gebracht. In het voorstel van de Commissie van 1 april 2025 21 wordt de termijn voor de indiening van een beoordeling — voor elk programma — van de resultaten van de tussentijdse evaluatie verlengd tot na 31 maart 2025. Het biedt ook flexibiliteit om de uitvoering van programma’s te helpen versnellen en de lidstaten te stimuleren middelen van het cohesiebeleid toe te wijzen aan vijf strategische prioritaire gebieden van de Unie, namelijk concurrentievermogen op het gebied van strategische technologieën, defensie, huisvesting, waterweerbaarheid en energietransitie.

(29)Het platform voor strategische technologieën voor Europa (STEP) biedt de mogelijkheid om te investeren in een belangrijke strategische prioriteit van de EU door het concurrentievermogen van de EU te versterken. Het STEP wordt gefinancierd via 11 bestaande EU-fondsen. De lidstaten kunnen ook bijdragen aan het InvestEU-programma ter ondersteuning van investeringen op prioritaire gebieden. België zou deze initiatieven kunnen gebruiken om de ontwikkeling of productie van kritieke technologieën, waaronder schone en hulpbronnenefficiënte technologieën, te ondersteunen.

(30)Naast de economische en sociale uitdagingen die in het herstel- en veerkrachtplan en andere EU-fondsen aan bod komen, wordt België geconfronteerd met verschillende extra uitdagingen in verband met innovatie, het ondernemingsklimaat, de regelgevings- en administratieve lasten en complexiteit, beperkingen in de dienstensector, het koolstofvrij maken van de industrie en het vervoer, de uitrol van hernieuwbare energiebronnen, subsidies voor fossiele brandstoffen, buitensporige stikstofdepositie, tekorten aan arbeidskrachten en discrepanties tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden, de integratie van kansarme groepen op de arbeidsmarkt, het onderwijsstelsel en het beroep van leraar.

(31)Hoewel België een van de innovatieleiders van de EU is en een hoge O&O-intensiteit heeft, is de Belgische O&O-activiteit geconcentreerd in enkele bedrijfstakken en grote ondernemingen. De hoge niveaus van belastingkredieten bereiken niet de ondernemingen met het hoogste groeipotentieel. Betere prestaties op het gebied van innovatie en een duurzame productiviteitsgroei vereisen een grotere verspreiding van kennis over sectoren van de economie. Er lijkt ruimte te zijn om de doelmatigheid en doeltreffendheid van overheidssteun voor onderzoek en innovatie te verbeteren, met name door verdringingseffecten te voorkomen en middelen beter toe te wijzen aan snelgroeiende ondernemingen. Bovendien wordt de verspreiding van innovatie naar de rest van de economie beperkt door de lage beroepsmobiliteit in België, die het gevolg kan zijn van factoren als hoge anciënniteitspremies en lage loontransparantie.

(32)Zoals bepaald in het kompas voor concurrentievermogen moeten alle EU-, nationale en lokale instellingen een grote inspanning leveren om eenvoudiger regels tot stand te brengen en de administratieve procedures sneller te laten verlopen. De Commissie heeft ambitieuze doelstellingen vastgesteld om de administratieve lasten te verminderen: met ten minste 25 % en ten minste 35 % voor kmo’s; en heeft nieuwe instrumenten gecreëerd om deze doelstellingen te bereiken, waaronder een systematische stresstest van het corpus van EU-wetgeving en een intensievere dialoog met belanghebbenden. Om aan deze ambitie tegemoet te komen, moet België ook actie ondernemen. 71 % van de bedrijven beschouwt de complexiteit van administratieve procedures als een probleem wanneer zij zaken doen in België 22 . Het ondernemingsklimaat in België wordt belemmerd door een hoge regeldruk en een hoge mate van complexiteit. De administratieve lasten voor bedrijven zijn zwaar, met name in verband met het belasting- en arbeidsrecht. De kosten voor kmo’s om de arbeids- en belastingstelsels na te leven, zijn relatief hoog in België, met name voor bedrijven die meerdere regionale systemen moeten beheren. Bovendien heeft België een van de laagste niveaus van bedrijfsdynamiek in de EU 23 . Ondanks een recente stijging blijft het aantal startende nieuwe bedrijven laag, met name bedrijven met werknemers. Het aandeel snelgroeiende bedrijven in België ligt aanzienlijk onder het EU-gemiddelde. Hoge handelsbeperkingen in de dienstensector kunnen een rol spelen bij het verzwakken van de dynamiek van het bedrijfsleven. Ook zouden maatregelen moeten worden genomen om de beperkingen op gereglementeerde beroepen op te heffen. Volgens de productmarktregulering 2023-2024 kent België meer beperkingen voor de meeste beroepen, namelijk architecten, accountants en vastgoedmakelaars. De toegangsvereisten blijven bijzonder hoog voor deze beroepen en voor advocaten.

(33)Bovendien is elektriciteit voor industrieel gebruik in België aanzienlijk hoger geprijsd dan gas. Aangezien de be- en verwerkende industrie verantwoordelijk is voor 30 % van de Belgische broeikasgasemissies, zijn verdere stimulansen nodig om industriële processen koolstofvrij te maken en over te schakelen op schonere energie. Het bevorderen van praktijken op het gebied van de circulaire economie en duurzame toeleveringsketens kan ook de industriële vraag naar energie helpen verminderen. De broeikasgasemissies van de lucht- en zeevaart, met inbegrip van het brandstofverbruik in verband met internationale vervoersactiviteiten, liggen ruim boven het EU-gemiddelde 24 . Het spoorvervoer is een onvoldoende aantrekkelijke optie, zowel voor het passagiers- als voor het goederenvervoer, en het aantal personenauto’s is gestaag toegenomen, wat tot hoge congestiekosten heeft geleid. Gedifferentieerde wegenheffingen voor alle soorten voertuigen, verdere investeringen in openbaar vervoer en bevordering van autodelen en actieve mobiliteit zouden het vervoer duurzamer maken.

(34)Met een aandeel hernieuwbare energie in het eindenergieverbruik van slechts 14,7 % in 2023 behoort de uitrol van hernieuwbare energie tot de laagste in de EU. België zal aanzienlijke inspanningen moeten leveren om zijn streefcijfer van 21,7 % hernieuwbare energie tegen 2030 te halen, wat onder de verwachte bijdrage van België aan het EU-streefcijfer voor 2030 blijft. Hoewel netcongestie in verband met de opwekking van zonne-energie een ernstig probleem is geworden, werden geen nieuwe investeringen in het onshore-net aangekondigd. Bovendien belemmert het Belgische regelgevingskader nog steeds de ontwikkeling van flexibele hulpbronnen zoals vraagsturing en opslag. Investeringen in netwerkinfrastructuur en snellere vergunningsprocedures zouden de uitrol van hernieuwbare energiebronnen bevorderen. Daarnaast kunnen het delen van energie, zelfverbruik en flexibiliteit aan de vraagzijde worden bevorderd. Ondanks een relatief groot aandeel kernenergie in de energiemix zijn de elektriciteitsprijzen voor huishoudens hoog in vergelijking met gas en stookolie in België, wat de overgang naar elektriciteit en de overschakeling op groenere verwarmingssystemen belemmert. De verschuiving van accijnzen van elektriciteit naar stookolie en gas zou elektriciteit betaalbaarder maken dan fossiele brandstoffen.

(35)België laat aanzienlijke subsidies voor fossiele brandstoffen noteren en is niet van plan die vóór 2030 af te bouwen. In een recent verslag van de Belgische autoriteiten 25 werden de federale directe subsidies voor fossiele brandstoffen geraamd op 12 miljard EUR (2,4 % van het bbp) in 2021. Met name subsidies voor fossiele brandstoffen die energiearmoede niet gericht aanpakken, noch echte problemen op het gebied van energiezekerheid aanpakken, elektrificatie belemmeren en niet van cruciaal belang zijn voor het concurrentievermogen van de industrie, kunnen worden beschouwd als een prioriteit voor uitfasering. In België zijn subsidies voor fossiele brandstoffen, zoals verlaagde accijnzen op stookolie en professionele diesel, bedrijfstankkaarten en verlaagde btw op gas, economisch inefficiënt, houden zij de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen in stand en dragen zij niet bij tot de klimaatverbintenissen van België. Subsidies voor fossiele brandstoffen belemmeren ook de energierenovatie van gebouwen en België dreigt zijn renovatie- en energie-efficiëntiedoelstellingen voor 2030 niet te halen. Het opvoeren van het huidige niveau van investeringen in energierenovaties en het aanvullen van investeringen met beleidshervormingen om de stimulansen te verschuiven naar energierenovatie en koolstofarme verwarmingsoplossingen zouden de energietransitie helpen versnellen.

(36)De waterkwaliteit en de aantasting van de natuur zijn belangrijke oorzaken van bezorgdheid, aangezien de meeste waterlichamen in België worden getroffen door diffuse bronnen van verontreiniging. De achteruitgang van de biodiversiteit brengt economische sectoren in gevaar die sterk afhankelijk zijn van ecosysteemdiensten. Op de natuur gebaseerde oplossingen zijn van cruciaal belang om klimaatbestendigheid op te bouwen en de economie te beschermen tegen de gevolgen van extreme weersomstandigheden. Intensieve landbouw, met name veeteelt, brengt grote hoeveelheden verontreinigende stoffen in de lucht, de bodem en het water. Ook de elektriciteitsproductie, de metaalsector en de chemische productie veroorzaken verontreiniging. De Vlaamse Regering heeft weliswaar een herzien zevende nitraatactieprogramma goedgekeurd, maar verdere maatregelen zijn nodig om nutriënten en chemische stoffen in oppervlaktewateren te verminderen en de landbouw duurzamer te maken.

(37)Het vacaturepercentage in België is momenteel een van de hoogste in de EU (4,1 % tegenover het EU-gemiddelde van 2,3 % in 2024) en werkgevers vinden het moeilijk om werknemers met de juiste vaardigheden in dienst te nemen. Tekorten aan arbeidskrachten en het gebrek aan geschoold personeel belemmeren bedrijfs- en investeringsactiviteiten, onder meer voor de groene transitie. De regionale verschillen in het aandeel van de werkende bevolking zijn echter aanzienlijk en er is ruimte om de interregionale arbeidsmobiliteit te verbeteren. Een blijvend punt van zorg is de integratie van kansarme groepen, waaronder mensen met een lager opleidingsniveau, oudere werknemers, mensen met een migratieachtergrond en personen met een handicap. Dit wijst erop dat er ruimte is om de doeltreffendheid van het arbeidsactiveringsbeleid te vergroten, met name door de efficiëntie van de openbare diensten voor arbeidsvoorziening te verbeteren en door maatregelen beter af te stemmen op de integratie van kansarme groepen op de arbeidsmarkt. Discrepanties tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden worden ook verklaard door het lage bij- en omscholingspercentage van volwassenen.

(38)Ondanks de hoge overheidsuitgaven voor onderwijs zijn de leerresultaten verslechterd en is het percentage toppresteerders sterk gedaald 26 . De sociaal-economische achtergrond en migratieachtergrond zijn nog steeds belangrijke voorspellers van de prestaties van studenten. Hoewel alle Gemeenschappen grootschalige hervormingen doorvoeren om deze uitdagingen aan te pakken, zouden een verdere herziening van het beleid inzake zittenblijven, het bieden van meer flexibiliteit aan studenten bij de overgang tussen algemene en beroepsopleidingen en het versterken van gepersonaliseerd leren kunnen bijdragen tot het aanpakken van ongelijkheden en dalende studentenprestaties. Het verbeteren van de basisvaardigheden van alle studenten is van cruciaal belang om hun vooruitzichten op de arbeidsmarkt te verbeteren, met inbegrip van die van kansarme groepen. Tekorten aan arbeidskrachten kunnen worden aangepakt door de relevantie voor de arbeidsmarkt van beroepsonderwijs en -opleiding in technische beroepen te versterken en door het aantal studenten ICT (informatie- en communicatietechnologie) en STEM (wetenschap, technologie, engineering en wiskunde) te verhogen, evenals het aantal afstuderenden in beroepsonderwijs en -opleiding en tertiair onderwijs. Het tekort aan leerkrachten blijft ook in het hele land kritiek en treft onevenredig veel scholen met een groter aandeel kansarme leerlingen 27 . Er moet meer worden gedaan om het beroep van leraar te stimuleren, met name door te zorgen voor baanstabiliteit en aantrekkelijke en gedifferentieerde loopbaantrajecten aan te bieden.

(39)Aangezien de economieën van de lidstaten van de eurozone in hoge mate met elkaar zijn verweven en zij collectief bijdragen tot de werking van de economische en monetaire unie, heeft de Raad in 2025 de lidstaten van de eurozone aanbevolen actie te ondernemen, onder meer door middel van hun herstel- en veerkrachtplannen, teneinde uitvoering te geven aan de Aanbeveling van 2025 over het economisch beleid van de eurozone. Voor België dragen de aanbevelingen 2, 3, 4 en 5 bij tot de uitvoering van de eerste aanbeveling voor de eurozone over concurrentievermogen die in de aanbeveling van 2025 is uiteengezet, terwijl de aanbevelingen 4 en 5 de tweede aanbeveling voor de eurozone inzake veerkracht helpen uitvoeren, en aanbeveling 1 helpt bij de uitvoering van de derde aanbeveling voor de eurozone over macro-economische en financiële stabiliteit.

BEVEELT AAN dat België in 2025 en 2026 de volgende acties onderneemt:

1.De algemene defensie-uitgaven en -gereedheid versterken in overeenstemming met de conclusies van de Europese Raad van 6 maart 2025. Zich houden aan de maximale groeipercentages van de netto-uitgaven die de Raad op [datum] heeft aanbevolen, om een einde te maken aan de situatie van buitensporig tekort, en daarbij gebruik te maken van de toelating uit hoofde van de nationale ontsnappingsclausule voor hogere defensie-uitgaven. De reeks hervormingen en investeringen uitvoeren die ten grondslag liggen aan de verlengde aanpassingsperiode, zoals aanbevolen door de Raad op [datum] 2025. Het stelsel voor langdurige zorg kosteneffectiever te maken.

2.Met het oog op de toepasselijke termijnen voor de tijdige voltooiing van de hervormingen en investeringen overeenkomstig Verordening (EU) 2021/241, zorgen voor de uitvoering van het herstel- en veerkrachtplan, met inbegrip van het REPowerEU-hoofdstuk. De uitvoering van cohesiebeleidsprogramma’s (EFRO, JTF, ESF+) versnellen, in voorkomend geval voortbouwend op de kansen die de tussentijdse evaluatie biedt. Optimaal gebruikmaken van EU-instrumenten, met inbegrip van de mogelijkheden van InvestEU en het platform voor strategische technologieën voor Europa, om het concurrentievermogen te verbeteren.

3.De regelgeving vereenvoudigen, de regelgevingsinstrumenten verbeteren, de administratieve lasten verminderen en belemmeringen voor handel en mededinging wegnemen, met name in de dienstensector en gereglementeerde beroepen, om het ondernemingsklimaat en de bedrijfsdynamiek te verbeteren. Innovatie verder verspreiden door overheidssteun voor onderzoek en ontwikkeling te richten op bedrijven met het grootste groeipotentieel en door de arbeidsmobiliteit van werknemers te bevorderen.

4.De algemene afhankelijkheid van fossiele brandstoffen verminderen, onder meer door de energie-efficiëntie te verbeteren en het gebruik van fossiele brandstoffen in gebouwen te verminderen, en door de industrie verder te stimuleren om koolstofvrij te worden. Stimulansen bieden en belemmeringen wegnemen om het gebruik en het aanbod van openbaar vervoer, emissievrij vervoer en actieve mobiliteit te vergroten. De uitrol van hernieuwbare energie versnellen en de netwerkinfrastructuur verbeteren door de vergunningsprocedures verder te stroomlijnen en wettelijke kaders vast te stellen om investeringen in installaties voor hernieuwbare energie te stimuleren en het delen van energie te vergemakkelijken. Specifieke maatregelen nemen om subsidies voor fossiele brandstoffen geleidelijk af te schaffen, met name in de vervoers- en verwarmingssector, onder meer door accijnzen te verschuiven van elektriciteit naar fossiele brandstoffen. Verdere actie ondernemen op het gebied van duurzame landbouw door de waterkwaliteit te verbeteren en nutriëntenverlies te verminderen.

5.Tekorten aan arbeidskrachten en discrepanties tussen gevraagde en aangeboden vaardigheden aanpakken, onder meer ten behoeve van de groene transitie. De doeltreffendheid en doelgerichtheid van actief arbeidsmarktbeleid versterken om kansarme groepen verder te integreren op de arbeidsmarkt, met name mensen met een laag opleidingsniveau, oudere werknemers, mensen met een migratieachtergrond en personen met een handicap. De prestaties en kansengelijkheid van de onderwijs- en opleidingsstelsels verbeteren en de relevantie ervan voor de arbeidsmarkt vergroten, met name op het gebied van ICT en STEM. Verdere hervormingen doorvoeren om het beroep van leraar te versterken door flexibelere en aantrekkelijkere loopbaantrajecten en opleidingen voor leerkrachten te ontwikkelen.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    PB L, 2024/1263, 30.4.2024, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2024/1263/oj.
(2)    Netto-uitgaven zoals gedefinieerd in artikel 2, punt 2, van Verordening (EU) 2024/1263: “netto-uitgaven”: de overheidsuitgaven ongerekend i) rente-uitgaven: ii) discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde; iii) uitgaven voor programma’s van de Unie die volledig met inkomsten uit Uniefondsen worden gefinancierd; iv) nationale uitgaven voor medefinanciering van door de Unie gefinancierde programma’s; v) cyclische elementen van de uitgaven voor werkloosheidsuitkeringen; en vi) eenmalige en andere tijdelijke maatregelen.
(3)    Verordening (EU) 2021/241 van het Europees Parlement en de Raad van 12 februari 2021 tot instelling van de herstel- en veerkrachtfaciliteit (PB L 57 van 18.2.2021, blz. 17, ELI: http://data.europa.eu/eli/reg/2021/241/oj).
(4)    Verordening (EU) 2023/435 van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2023 tot wijziging van Verordening (EU) 2021/241 wat betreft REPowerEU-hoofdstukken in herstel- en veerkrachtplannen en tot wijziging van Verordeningen (EU) nr. 1303/2013, (EU) 2021/1060 en (EU) 2021/1755 en Richtlijn 2003/87/EG (PB L 63 van 28.2.2023, blz. 1, ELI: http://data.europa. eu/eli/reg/2023/435/oj).
(5)    Uitvoeringsbesluit van de Raad van 13 juli 2021 betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor België (10161/2021).
(6)    Uitvoeringsbesluit van de Raad van 8 december 2023 tot wijziging van het uitvoeringsbesluit van 13 juli 2021 betreffende de goedkeuring van de beoordeling van het herstel- en veerkrachtplan voor België (ST 15570/2023).
(7)    Aanbeveling van de Raad van [datum] 2025 tot goedkeuring van het budgettair-structureel plan voor de middellange termijn van België, PB C/2025/[xxx/xxx], [dd.mm].2025.
(8)    Aanbeveling van de Raad van 13 mei 2025 over het economisch beleid van de eurozone (PB C, C/2025/2782, 22.5.2025, ELI:  http://data.europa.eu/eli/C/2025/2782/oj ).
(9)    Aanbeveling van de Raad van [datum] om een einde te maken aan de buitensporigtekortsituatie in België, C/2025/[6xx/xxx].
(10)    Aanbeveling van de Raad van 21 januari 2025 om een einde te maken aan de buitensporigtekortsituatie in België, C/2025/5032.
(11)    De jaarlijkse voortgangsverslagen 2025 zijn beschikbaar op: https://economy-finance.ec.europa.eu/economic-and-fiscal-governance/stability-and-growth-pact/preventive-arm/annual-progress-reports_en
(12)    Council Recommendation allowing Belgium to deviate from, and exceed, the recommended net expenditure path (Activation of the national escape clause), 4.6.2025, COM(2025)600 final.
(13)    Eurostat-Euro Indicators, 22.4.2025.
(14)    De begrotingskoers wordt afgemeten aan de jaarlijkse verandering in de onderliggende begrotingssituatie van de overheid. Die koers heeft tot doel de economische impuls te beoordelen die voortvloeit uit het begrotingsbeleid, zowel dat wat nationaal wordt gefinancierd als dat wat uit de EU-begroting wordt gefinancierd. De begrotingskoers wordt gemeten als het verschil tussen i) het groeipotentieel op middellange termijn en ii) de verandering in de primaire uitgaven, ongerekend discretionaire maatregelen aan de ontvangstenzijde, maar inclusief de uitgaven gefinancierd door niet terug te betalen steun (subsidies) in het kader van de herstel- en veerkrachtfaciliteit en andere Uniefondsen.
(15)    Eurostat, overheidsuitgaven via classificatie van overheidsfuncties (COFOG).
(16)    Vanaf 2026 zullen deze cijfers worden opgenomen in de controlerekening die is vastgesteld in artikel 22 van Verordening (EU) 2024/1263.
(17)    Europese Commissie, 2024, Debt Sustainability Monitor.
(18)    Europese Commissie en Comité voor de economische politiek, Ageing Report 2024 (vergrijzingsverslag 2024), beschikbaar op: https://economy-finance.ec.europa.eu/publications/2024-ageing-report-economic-andbudgetary-projections-eu-member-states-2022-2070_en .
(19)    Het Belgische systeem staat toe inkomsten zo te verdelen dat een deel van het beroepsinkomen van de verdienende partner wordt toegerekend aan de niet-verdienende partner (“huwelijksquotiënt”).
(20)    Europese Commissie en Comité voor de economische politiek, Ageing Report 2024 (vergrijzingsverslag 2024), beschikbaar op: https://economy-finance.ec.europa.eu/publications/2024-ageing-report-economic-andbudgetary-projections-eu-member-states-2022-2070_en .
(21)     Voorstel voor een VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD tot wijziging van Verordening (EU) 2021/1058 en Verordening (EU) 2021/1056 wat betreft specifieke maatregelen voor het aanpakken van strategische uitdagingen in het kader van de tussentijdse evaluatie - COM(2025) 123 final .
(22)    Flash Report Eurobarometer over de houding van bedrijven ten opzichte van corruptie in de EU (april 2024).
(23)    Nationale Bank van België, “Dashboard van de indicatoren voor concurrentievermogen”, Jaarverslag 2024.
(24)    EU transport in figures: Statistical pocketbook 2024.
(25)    FOD Financiën, 2024, Federale inventaris voor subsidies voor fossiele brandstoffen.
(26)    "Programme for International Student Assessment" (programma voor internationale studentenevaluatie) van de OESO van 2022.
(27)    Gambi, L., & De Witte, K. (2023), The uphill battle: The amplifying effects of negative trends in test scores, COVID-19 school closures and teacher shortages. FEB Research Report Department of Economics.