EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 4.12.2024
COM(2024) 567 final
2024/0315(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende een tijdelijke afwijking van een aantal bepalingen van Verordening (EU) 2017/2226 en Verordening (EU) 2016/399 met betrekking tot een geleidelijke ingebruikneming van het inreis-uitreissysteem
TOELICHTING
1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
·Motivering van het voorstel
Het inreis-uitreissysteem (EES) is ingesteld bij Verordening (EU) 2017/2226 (“de EES-verordening”) en vormt een cruciaal onderdeel van het grensbeheer van het Schengengebied. Het EES fungeert als gezamenlijke databank waarin de inreis, uitreis en weigeringen van toegang worden geregistreerd van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen van de 29 Schengenlidstaten overschrijden voor een kort verblijf. Het systeem is een belangrijke mijlpaal voor de inspanningen van de EU om de veiligheid en efficiëntie aan haar buitengrenzen te verbeteren. Dit is het eerste systeem waarin biometrische gegevens, zoals gezichtsopnamen en vingerafdrukken, worden verzameld van onderdanen van derde landen die de buitengrenzen overschrijden. Het EES zal de Schengenlidstaten in real time toegang verlenen tot de persoonsgegevens en de reisgeschiedenis van onderdanen van derde landen en aangeven of zij de duur van het toegestane kort verblijf in het Schengengebied hebben overschreden. Op die manier zal het EES de kans op identiteitsfraude en overschrijding van de toegestane verblijfsduur aanzienlijk verminderen, waardoor het Schengengebied uiteindelijk veiliger wordt.
Ondanks aanzienlijke inspanningen van de lidstaten, het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) en de Commissie is het niet mogelijk het EES in het vierde kwartaal van 2024 in gebruik te nemen, volgens het tijdschema dat in oktober 2023 door de Raad Justitie en Binnenlandse Zaken is goedgekeurd. De Commissie heeft niet alle in artikel 66, lid 1, punt c), van de EES-verordening voorgeschreven kennisgevingen van de lidstaten ontvangen, wat een wettelijke vereiste is voor de ingebruikneming van het EES. Hoewel een groot aantal lidstaten aan de Commissie heeft gemeld dat zij gereed zijn, hebben enkele lidstaten duidelijk gemaakt dat zij deze kennisgeving niet kunnen doen. Tegelijkertijd vormt een volledige ingebruikneming van de ene op de andere dag een risicofactor voor de veerkracht van een complex IT-systeem als het centrale systeem van het EES.
Gezien het bovenstaande hebben belanghebbenden die betrokken zijn bij de werking van het EES duidelijk gemaakt dat de invoering van nieuwe processen aan de buitengrenzen bij voorkeur moet worden voorafgegaan door een aanpassingsperiode voor nationale autoriteiten en reizigers, om meer zekerheid te kunnen bieden. De volledige invoering van een nieuw grootschalig IT-systeem aan alle grensdoorlaatposten, waarbij technische aanpassingen in real time nodig zijn, kan het veilige en vlotte verloop van reizen mogelijk hinderen, met name op plekken waar de bestaande infrastructuur, een gebrek aan ruimte of andere beperkingen reeds uitdagingen met zich meebrengen. Deze uitdagingen worden nog groter doordat de lidstaten het EES op verschillende wijzen gebruiken vanwege de verscheidenheid van de grensdoorlaatposten en de verschillende benaderingen van automatisering en toepassing van nieuwe technologieën.
De EES-verordening staat alleen een volledige ingebruikneming toe, waarbij alle lidstaten het EES volledig en gelijktijdig gaan gebruiken aan alle doorlaatposten aan de buitengrenzen voor alle reizigers die in het EES moeten worden geregistreerd. De verordening biedt geen mogelijkheden voor een aanpassingsperiode.
Uit het bovenstaande blijkt dat de doelstellingen van het EES doeltreffender en met meer zekerheid kunnen worden verwezenlijkt als bij de ingebruikneming van het systeem een zekere mate van flexibiliteit wordt toegestaan. Daarvoor is een verordening nodig die gedurende een beperkte periode een geleidelijke ingebruikneming mogelijk maakt. Met dit verordeningsvoorstel worden afwijkingen van de EES-verordening ingevoerd voor zover dat nodig is om een geleidelijke ingebruikneming mogelijk te maken. Dit zorgt ervoor dat de inspanningen van zowel eu-LISA als de lidstaten niet teniet worden gedaan en tegelijkertijd de doelstellingen van het EES worden behaald om het beheer van de buitengrenzen te moderniseren en bij te dragen tot de interne veiligheid van de Europese Unie.
Bovendien biedt de voorgestelde verordening een flexibele aanpak die voorziet in de uiteenlopende behoeften van de lidstaten. Lidstaten die dat willen, krijgen de mogelijkheid om het systeem geleidelijk in gebruik te nemen, terwijl andere lidstaten het EES van het begin af aan volledig in gebruik kunnen nemen. De voordelen van het EES zullen echter pas volledig kunnen worden benut wanneer alle lidstaten het systeem volledig toepassen.
Met dit voorstel worden ook maatregelen ingevoerd waarmee de lidstaten uitzonderlijke omstandigheden, zoals technische problemen of een piek in het aantal reizen, doeltreffend kunnen beheren. Om dergelijke risico’s te beperken, kunnen de lidstaten tijdens de periode van geleidelijke ingebruikneming het gebruik van het systeem tijdelijk geheel of gedeeltelijk opschorten. Dit mechanisme zal ook gedurende een beperkte periode na de volledige ingebruikneming kunnen worden ingezet.
Bij gedachtewisselingen met (technische) deskundigen en in de raad van bestuur van eu-LISA spraken de meeste lidstaten hun steun uit voor een geleidelijke ingebruikneming en erkenden zij dat dit een betere uitvoering van de nieuwe EES-regels aan de buitengrenzen mogelijk zal maken. Tijdens een specifieke vergadering met vervoerders en beheerders van infrastructuur waar grensdoorlaatposten zijn ondergebracht, bleken de meeste van deze belanghebbenden ook voorstander van de geleidelijke aanpak te zijn. De lidstaten moeten zorgen voor passende coördinatie met de beheerders van de infrastructuur van de grensdoorlaatposten waar het EES wordt ingevoerd. De lidstaten moeten zorgen voor transparantie over de invoering van het EES aan hun doorlaatposten aan de buitengrenzen en ervoor zorgen dat zowel vervoerders als reizigers doeltreffend over de maatregelen worden geïnformeerd.
·Doelstellingen van het voorstel
De algemene doelstellingen van dit voorstel komen voort uit de op het Verdrag gebaseerde doelen om het beheer van de buitengrenzen van het Schengengebied verder te verbeteren door zo spoedig mogelijk de geharmoniseerde EES-regels inzake grensoverschrijdend verkeer toe te passen en aldus bij te dragen tot de interne veiligheid van de Europese Unie.
Met dit initiatief wordt de basis gelegd voor een geleidelijke ingebruikneming van het EES, waarbij tijdelijk wordt afgeweken van enkele bepalingen van de EES-verordening en Verordening (EU) 2016/399 (“de Schengengrenscode”) die voorschrijven dat de lidstaten het systeem volledig in gebruik nemen.
De algemene doelstelling van het voorstel is de uitvoering van de EES-verordening te vergemakkelijken, zodat de lidstaten de in de EES-verordening vastgestelde doelstellingen van het systeem tijdig en efficiënt kunnen verwezenlijken.
De specifieke doelstellingen van het voorstel zijn:
1.de lidstaten de flexibiliteit bieden om het EES te beginnen te gebruiken op een manier die past bij hun mate van voorbereiding, en conform de hoge normen van het EES voor het gebruik van technologisch geavanceerde apparatuur voor het verzamelen van gegevens;
1.technische en operationele aanpassingen faciliteren tijdens de periode waarin het EES voor het eerst wordt gebruikt, door de geleidelijke invoering van het systeem mogelijk te maken;
2.eventuele lange wachttijden aan de buitengrenzen beter beheren en voorkomen;
3.de huidige situatie verbeteren door ervoor te zorgen dat eindgebruikers, zoals grenswachters, immigratiefunctionarissen, visumautoriteiten en rechtshandhavingsambtenaren, toegang hebben tot de meest actuele informatie over de identiteit van reizigers, ook als de in het systeem geregistreerde gegevens als gevolg van de geleidelijke invoering van het EES onvolledig zijn;
4.waarborgen dat er oplossingen beschikbaar zijn voor de lidstaten om onverwachte situaties aan te pakken die zich na de ingebruikneming van het EES kunnen voordoen, zodat hinder aan de buitengrenzen en lange wachttijden kunnen worden voorkomen;
5.nationale autoriteiten, reizigers en vervoerders in staat stellen zich aan te passen aan de nieuwe processen en technologieën voor grensbeheer;
6.grote investeringen die reeds gedaan zijn, met name in infrastructuur, uitrusting en personeel, in stand houden ter voorbereiding van de ingebruikneming van het EES.
•Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein
Het huidige rechtskader van de EU op dit gebied bestaat uit EU-wetgeving inzake controles aan de buitengrenzen. De voorgestelde wetgeving draagt ook bij tot de verwezenlijking van de doelstellingen van de Schengengrenscode en de Schengenuitvoeringsovereenkomst.
Het voorstel is in overeenstemming met de regels van de algemene verordening gegevensbescherming.
De verordening is volledig in overeenstemming met het bestaande rechtskader voor gegevensbescherming. De verordening voorziet in gerichte tijdelijke afwijkingen van de EES-verordening en de Schengengrenscode die nodig zijn om een geleidelijke ingebruikneming van het EES mogelijk te maken.
•Samenhang met andere beleidsgebieden van de EU
De geleidelijke ingebruikneming van het EES zal stroken met de toepassing van het Visuminformatiesysteem (VIS) en het toekomstig Europees reisinformatie- en autorisatiesysteem (Etias), alsook met de toekomstige interoperabiliteitscomponenten die door eu-LISA worden ontwikkeld, namelijk het Europees zoekportaal, de gemeenschappelijke dienst voor biometrische matching, het gemeenschappelijk identiteitsregister en de detector van meerdere identiteiten. De Commissie, de lidstaten en eu-LISA zullen een herziene en samenhangende planning van Etias en alle interoperabiliteitscomponenten bespreken en overeenkomen in het licht van de beoogde ingebruikneming van het EES.
2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•Rechtsgrondslag
Deze verordening voorziet in een tijdelijke afwijking van sommige bepalingen van de EES-verordening en de Schengengrenscode, die zijn vastgesteld op grond van respectievelijk artikel 77, lid 2, punten b) en d), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) en artikel 87, lid 2, punt a), en artikel 77, lid 2, punten b en e), VWEU. Het is passend dit verordeningsvoorstel vast te stellen op basis van de bepalingen van het VWEU waarop ook de EES-verordening is gebaseerd.
•Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)
Volgens het subsidiariteitsbeginsel mag slechts op het niveau van de EU worden opgetreden als de beoogde doelstellingen niet door de lidstaten alleen kunnen worden verwezenlijkt.
Het doel van de voorgestelde verordening is de toepassing van de regels van de EES-verordening mogelijk te maken. Een geleidelijke ingebruikneming van een gemeenschappelijk informatiesysteem met geharmoniseerde regels en tijdschema’s kan niet voldoende door de lidstaten alleen worden verwezenlijkt. Actie op EU-niveau is noodzakelijk om ervoor te zorgen dat het EES geleidelijk in gebruik wordt genomen.
•Evenredigheid
Het voorstel is in overeenstemming met het evenredigheidsbeginsel, zoals neergelegd in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie, omdat het niet verder gaat dan wat nodig is om de doelstellingen te verwezenlijken.
De voorgestelde verordening voorziet met name in een beperkte afwijking van de EES-verordening en de Schengengrenscode, met als doel de geleidelijke ingebruikneming van het EES mogelijk te maken.
•Keuze van het instrument
De doelstellingen van het voorstel kunnen het best door een verordening worden verwezenlijkt. Een verordening zal de rechtstreekse toepasselijkheid van de bepalingen waarborgen en zorgen voor een uniforme en consistente aanpak in het hele Schengengebied. Dit is van bijzonder belang omdat de voorgestelde verordening afwijkt van de Schengengrenscode en van de EES-verordening, waarbij een centraal samenwerkingssysteem voor de lidstaten tot stand wordt gebracht en regels over grenscontroles worden vastgesteld. Aangezien de voorgestelde verordening tot doel heeft uniforme verplichtingen voor de lidstaten en vervoerders in te voeren, is een verordening het geschikte instrument om deze doelstellingen te verwezenlijken.
3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan
•Raadpleging van belanghebbenden
•Bijeenbrengen en gebruik van expertise
In het voorstel is terdege rekening gehouden met de resultaten van een uitgebreid raadplegingsproces dat tijdens de ontwerp- en ontwikkelingsfase van het EES plaatsvond. Dit proces omvatte besprekingen met IT-deskundigen, beleidsdeskundigen, operationele en juridische deskundigen van de lidstaten en eu-LISA in het kader van de adviesgroep van eu-LISA, de programmabestuursraad van eu-LISA, de raad van bestuur van eu-LISA en het Comité slimme grenzen. Ook zijn er gedachtewisselingen geweest met belanghebbenden en zijn er besprekingen gehouden in de Raad.
•Effectbeoordeling
Het voorstel is bedoeld om een beperkte afwijking van de EES-verordening en de Schengengrenscode in te voeren zodat het EES geleidelijk in gebruik kan worden genomen. Gezien de beleidsdoelstelling zijn er geen andere beleidsopties beschikbaar. Een effectbeoordeling is daarom niet passend of nodig.
De effectbeoordelingen voor het EES werden vanaf 2008 uitgevoerd en vormden samen met de raadpleging van de belanghebbende partijen en de besprekingen in de Raad en het Europees Parlement de basis voor een gedetailleerde effectbeoordeling van de Commissie bij het voorstel voor de EES-verordening. De effectbeoordeling was gericht op de cruciale behoeften op het gebied van grensbeheer die met de totstandbrenging van het EES moeten worden vervuld. De belangrijkste toezeggingen zijn: i) het verbeteren van de kwaliteit van grenscontroles; ii) het waarborgen van een betrouwbare identificatie van personen; en iii) het versterken van de interne veiligheid en de bestrijding van terrorisme en zware criminaliteit. Deze doelen kunnen alleen worden gehaald door de ingebruikneming van het EES.
•Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
•Grondrechten
In het voorstel wordt ten volle rekening gehouden met de fundamentele rechten en beginselen die zijn neergelegd in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. De voorgestelde maatregelen houden met name rekening met artikel 6 van het Handvest, dat het grondrecht op vrijheid en veiligheid beschermt, artikel 7 van het Handvest, dat het grondrecht van eenieder op eerbiediging van het privéleven en het familie- en gezinsleven beschermt, en artikel 8 over het grondrecht op bescherming van persoonsgegevens. De voorgestelde maatregelen zijn ook in overeenstemming met artikel 16 VWEU, dat voor eenieder het recht op bescherming van persoonsgegevens waarborgt.
Het voorstel bevat geen wijzigingen van de strikte regels over toegang tot het EES en van de nodige waarborgen die in de EES-verordening zijn vastgelegd, waaronder de eerbiediging van de bescherming van persoonsgegevens als grondrecht en het recht op informatie.
4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting van de EU.
5.OVERIGE ELEMENTEN
•Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage
Het programma voor het monitoren van de outputs, resultaten en effecten van de voorgestelde verordening verloopt volgens het programma dat is vastgesteld in artikel 72 van de EES-verordening.
Daarnaast zorgt een consistent mechanisme op basis van invoeringsplannen en rapportageverplichtingen ervoor dat besluitvorming en algemene monitoring mogelijk zijn vóór en tijdens de geleidelijke ingebruikneming. De invoeringsplannen worden op centraal en nationaal niveau ontwikkeld en zijn het resultaat van nauwe samenwerking tussen de lidstaten, eu-LISA en de Commissie.
•Artikelsgewijze toelichting
Het voorstel bestaat uit de hieronder beschreven onderdelen.
–Gefaseerde invoering (artikelen 1, 2 en 4): de lidstaten nemen het EES geleidelijk in gebruik. Ze beginnen met de registratie van ten minste 10 % van de geschatte grensoverschrijdingen en registreren aan het einde van de periode van geleidelijke ingebruikneming alle personen. Weigeringen van toegang worden geregistreerd bij de grensdoorlaatposten waar het EES wordt gebruikt. De lidstaten krijgen de mogelijkheid om het gebruik van het EES op nationaal niveau te versnellen of het systeem meteen volledig in gebruik te nemen. Europol zal het EES ook gaan gebruiken vanaf de eerste dag van de geleidelijke ingebruikneming.
–Invoeringsplannen, monitoring en rapportage (artikel 3): de details van de geleidelijke ingebruikneming op centraal en nationaal niveau zullen worden uiteengezet in de invoeringsplannen van eu-LISA en de lidstaten, na overleg met de Commissie. De lidstaten dienen maandelijks voortgangsverslagen in bij de Commissie en eu-LISA. Indien een lidstaat besluit het EES volledig in gebruik te nemen, staat in het invoeringsplan alleen de toelichting van die keuze.
–Tijdelijke regels die afwijken van de EES-verordening en de Schengengrenscode (artikel 5): de afstempeling van reisdocumenten voor alle personen die binnen het toepassingsgebied van het EES vallen, blijft verplicht tot het einde van de periode van geleidelijke ingebruikneming. Op de plaatsen waar het EES wordt ingevoerd, registreren de lidstaten de gegevens van reizigers uit hun reisdocumenten. De lidstaten kunnen geleidelijk beginnen met de registratie van biometrische gegevens. De autoriteiten die tijdens de periode van geleidelijke ingebruikneming van het EES toegang hebben tot de in het EES geregistreerde gegevens, zullen stempels voorrang geven boven de in het EES geregistreerde gegevens. Het EES en het VIS zullen interoperabel zijn bij grensdoorlaatposten waar het EES wordt gebruikt. De mogelijke gevolgen van de informatie over de maximale resterende duur van het toegestane verblijf, berekend door de automatische calculator, zullen buiten beschouwing worden gelaten. De verificatie van de identiteit en eerdere registratie van onderdanen van derde landen vindt alleen plaats bij de grensdoorlaatposten waar het EES met biometrische functies wordt gebruikt. De website, de voorlichtingscampagne en de template die aan reizigers moet worden verstrekt, zullen worden aangepast aan de geleidelijke ingebruikneming. Om te zorgen voor consistentie tussen de rechtsinstrumenten van de EU en een duidelijke toepassing van de regels, zullen sommige bepalingen van de EES-verordening en de Schengengrenscode tijdens de geleidelijke ingebruikneming van het EES worden opgeschort.
–Toegang tot de EES-gegevens (artikel 6): de betrokken autoriteiten moeten er rekening mee houden dat de gegevens die tijdens de geleidelijke ingebruikneming van het EES in het EES zijn geregistreerd, mogelijk onvolledig zijn. Gegevens die in de periode van de geleidelijke ingebruikneming in het EES zijn geregistreerd, zullen niet door het Europees Grens- en kustwachtagentschap worden gebruikt voor risico- en kwetsbaarheidsbeoordelingen. Het gebruik van verschillende EES-functies waarvoor de uniforme toepassing van het EES in alle lidstaten is vereist, zal tijdens de geleidelijke ingebruikneming worden opgeschort. Vervoerders mogen pas 90 dagen na het begin van de periode van de geleidelijke ingebruikneming gebruik gaan maken van de webdienst.
–Opschorting van het EES-gebruik (artikel 7): in uitzonderlijke gevallen van storing van het centrale systeem, de nationale systemen of de communicatie-infrastructuur van het EES, of van buitensporige wachttijden aan de grenzen, kunnen de lidstaten besluiten geen gegevens te registreren (volledige opschorting) of geen biometrische gegevens te registreren (gedeeltelijke opschorting). Gedeeltelijke opschorting zal gedurende een beperkte periode na het einde van de geleidelijke ingebruikneming mogelijk blijven in uitzonderlijke omstandigheden die leiden tot een zodanige verkeersdrukte dat bij de grensdoorlaatposten onredelijk lange wachttijden ontstaan.
–Inwerkingtreding en toepassing (artikel 8): in het voorstel worden drie toepassingsfasen vastgesteld: i) de voorbereidende werkzaamheden in verband met de in artikel 3 bedoelde invoeringsplannen, die in gang worden gezet op de datum van inwerkingtreding van de voorgestelde verordening, ii) de periode van de geleidelijke ingebruikneming, die aanvangt op de datum die de Commissie overeenkomstig artikel 66, lid 1, van de EES-verordening heeft vastgesteld na ontvangst van alle kennisgevingen van de lidstaten als bedoeld in artikel 66, lid 1, punt c), van de EES-verordening, en iii) een langere toepassingsperiode die geldt voor bepaalde afwijkende regels inzake de toepassing van de overgangsperiode en overgangsmaatregelen, de toegang tot en het gebruik van onvolledige dossiers, de verplichting voor vervoerders om de stempels te verifiëren die zijn aangebracht in de in artikel 6 bedoelde reisdocumenten en het in artikel 7 bedoelde opschortingsmechanisme. De kennisgevingen van de lidstaten als bedoeld in artikel 66, lid 1, punt c), van de EES-verordening moeten worden gezien in het licht van de geleidelijke ingebruikneming. Door middel van deze kennisgevingen bevestigen de lidstaten dat zij het EES kunnen gebruiken. Dit betekent echter niet dat alle grensdoorlaatposten vanaf het begin van de geleidelijke aanpak volledig gereed en uitgerust moeten zijn.
2024/0315 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
betreffende een tijdelijke afwijking van een aantal bepalingen van Verordening (EU) 2017/2226 en Verordening (EU) 2016/399 met betrekking tot een geleidelijke ingebruikneming van het inreis-uitreissysteem
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 77, lid 2, punten b) en d), en artikel 87, lid 2, punt a),
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)In artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226 van het Europees Parlement en de Raad tot instelling van het inreis-uitreissysteem (EES) is bepaald dat de Commissie de datum vaststelt waarop het EES in gebruik wordt genomen, mits aan bepaalde voorwaarden is voldaan.
(2)De Commissie heeft echter nog niet alle in artikel 66, lid 1, punt c), van Verordening (EU) 2017/2226 bedoelde kennisgevingen ontvangen, wat een van de voorwaarden is voor het vaststellen van de datum van ingebruikneming van het EES.
(3)Verordening (EU) 2017/2226 staat enkel een volledige ingebruikneming toe, waarbij alle lidstaten het EES volledig moeten gaan gebruiken aan al hun grensdoorlaatposten tegelijk, voor alle onderdanen van derde landen die in het EES moeten worden geregistreerd.
(4)Teneinde de lidstaten de nodige flexibiliteit te bieden om het EES in gebruik te nemen op een manier die past bij hun mate van voorbereiding, en om technische en operationele aanpassingen te vergemakkelijken wanneer zij het EES in gebruik nemen, moeten regels worden vastgesteld voor een geleidelijke ingebruikneming van het EES. Om ervoor te zorgen dat bij deze aanpassingen rekening wordt gehouden met potentiële reizigersstromen en seizoenspieken, moet die geleidelijke ingebruikneming 180 kalenderdagen duren.
(5)Voor een geleidelijke ingebruikneming van het EES is het daarom noodzakelijk af te wijken van sommige bepalingen van Verordening (EU) 2017/2226 en Verordening (EU) 2016/399 van het Europees Parlement en de Raad (hierna “de Schengengrenscode” genoemd). Andere voorschriften van Verordening (EU) 2017/2226, waarop de onderhavige verordening geen betrekking heeft, zijn van toepassing zoals bepaald in die verordening. In het bijzonder worden de gegevens tijdens de geleidelijke ingebruikneming in het EES geregistreerd volgens de regels van Verordening (EU) 2017/2226 en als betrouwbaar en accuraat beschouwd.
(6)De lidstaten moeten aan een of meer grensdoorlaatposten geleidelijk beginnen met het gebruik van het EES voor het registreren van de gegevens, bij inreis en uitreis, van onderdanen van derde landen die in het EES moeten worden geregistreerd. Indien mogelijk en van toepassing, moeten de lidstaten hiervoor een combinatie van grensdoorlaatposten voor lucht-, land- en zeegrenzen selecteren. Om te zorgen voor een gecontroleerde invoering van het EES en om eventuele lange wachttijden aan de grenzen beter te beheren en te voorkomen, moeten de lidstaten waar nodig geleidelijk alle functies van het EES invoeren en de gegevens van alle onderdanen van derde landen die moeten worden geregistreerd, geleidelijk in het EES registreren. Voor een gecoördineerde aanpak moet de geleidelijke ingebruikneming in fasen worden uitgevoerd en moeten per fase de minimumeisen worden vastgesteld waaraan de lidstaten moeten voldoen. De lidstaten zullen vanaf het begin van de geleidelijke aanpak de uitvoering op nationaal niveau kunnen versnellen of het EES volledig in gebruik kunnen nemen.
(7)Voor een soepelere invoering van het EES moet het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) een invoeringsplan op hoog niveau opstellen om de lidstaten en de agentschappen van de Unie richtsnoeren te bieden voor de uitvoering en planning van de invoering van het EES tijdens de periode van geleidelijke ingebruikneming, en dit plan indienen bij de Commissie, de lidstaten en de agentschappen van de Unie. In dit plan moeten de capaciteitsbeperkingen van het centrale systeem worden opgenomen, zoals voor elke fase van de invoering gespecificeerd door eu-LISA. Als lidstaten besluiten om met de ingebruikneming te starten of deze te vervroegen, moeten zij rekening houden met de capaciteit van het centrale systeem zoals uiteengezet in het invoeringsplan op hoog niveau.
(8)Om de invoering van het EES soepeler te laten verlopen, moeten de lidstaten in overleg met de Commissie en eu-LISA nationale invoeringsplannen opstellen. Voor elk van de fasen van de geleidelijke ingebruikneming van het EES moeten de nationale invoeringsplannen informatie bevatten over de vastgestelde drempels en vereisten, en met name: i) voor elke grensdoorlaatpost de datum waarop het EES in gebruik wordt genomen, ii) het geraamde aantal grensoverschrijdingen dat in het EES moet worden geregistreerd uitgedrukt als percentage van het totale aantal onderdanen van derde landen dat in het EES moet worden geregistreerd, en iii) indien van toepassing, de biometrische functies die aan elke geselecteerde grensdoorlaatpost moeten worden gebruikt. De lidstaten worden aangemoedigd om bij het opstellen van hun respectieve nationale invoeringsplannen op passende wijze samen te werken met de beheerders van de infrastructuur waar zich grensdoorlaatposten bevinden. Voor het toezicht op de geleidelijke ingebruikneming moeten de lidstaten de Commissie en eu-LISA maandelijks verslag uitbrengen over de uitvoering van hun invoeringsplannen. Dergelijke maandelijkse verslagen moeten waar nodig corrigerende maatregelen bevatten om te waarborgen dat de geleidelijke ingebruikneming volgens plan verloopt.
(9)Gezien de geleidelijke ingebruikneming van het EES en de mogelijke onvolledigheid van de in het EES geregistreerde gegevens, moeten reisdocumenten van onderdanen van derde landen tijdens de periode van geleidelijke ingebruikneming van het EES bij inreis en uitreis systematisch worden afgestempeld. De nationale autoriteiten moeten rekening houden met de mogelijke onvolledigheid van inreis-uitreisnotities of notities van weigering van toegang en voorrang geven aan stempels boven de informatie die geregistreerd is in het EES. Bovendien moeten de nationale autoriteiten, wanneer zij informatie verstrekken aan onderdanen van derde landen over de maximale resterende duur van hun toegestane verblijf, hun beoordeling baseren op de stempels die in de reisdocumenten zijn aangebracht. Indien een stempel ontbreekt, moeten de in het EES geregistreerde gegevens voorrang krijgen.
(10)Aangezien de gegevens die tijdens de geleidelijke ingebruikneming van het EES in het EES worden geregistreerd mogelijk onvolledig zijn, mogen de nationale autoriteiten geen waarde hechten aan de resultaten van de automatische calculator van de maximale resterende duur van het toegestane verblijf van onderdanen van derde landen die in het EES zijn geregistreerd. De nationale autoriteiten moeten bij de uitvoering van hun taken evenmin rekening houden met het geautomatiseerde mechanisme dat na het verstrijken van het toegestane verblijf automatisch vaststelt of signaleert waar uitreisgegevens ontbreken en bij welke notities de maximale duur van het toegestane verblijf is overschreden, waarbij lijsten worden gegenereerd van personen die zijn aangemerkt als verblijfsduuroverschrijders.
(11)Om de lidstaten de nodige tijd te geven om zich aan te passen aan de ingebruikneming van het EES, mag het gebruik van biometrische functies aan grensdoorlaatposten gedurende de eerste zestig kalenderdagen na de start van de geleidelijke ingebruikneming niet verplicht zijn. Uiterlijk op de 90e kalenderdag na de start van de geleidelijke ingebruikneming moeten de lidstaten bij ten minste de helft van hun grensdoorlaatposten het EES met biometrische functies gebruiken. Het verstrekken van biometrische gegevens mag geen toegangsvoorwaarde zijn voor onderdanen van derde landen die in het EES moeten worden geregistreerd aan grensdoorlaatposten waar het EES zonder biometrische functies wordt gebruikt.
(12)Om mogelijk te maken dat het EES met biometrische functies geleidelijk wordt ingevoerd bij bepaalde grensdoorlaatposten, mag de biometrische verificatie van onderdanen van derde landen die in het EES moeten worden geregistreerd, alleen worden uitgevoerd bij de grensdoorlaatposten waar het EES met biometrische functies wordt gebruikt.
(13)Om te zorgen voor samenhang bij de werking van de interoperabiliteit tussen het bij Verordening (EG) nr. 767/2008 van het Europees Parlement en de Raad ingestelde Visuminformatiesysteem (VIS) en het EES, mag het VIS alleen rechtstreeks worden geraadpleegd bij de grensdoorlaatposten waar het EES niet wordt gebruikt. Bij de grensdoorlaatposten waar het EES wordt gebruikt, moeten de grensautoriteiten gebruikmaken van de interoperabiliteit tussen het EES en het VIS.
(14)Onderdanen van derde landen van wie gegevens in het EES moeten worden opgeslagen, moeten over hun rechten en plichten met betrekking tot de verwerking van hun gegevens worden geïnformeerd aan de hand van een template als bedoeld in artikel 50, lid 5, van Verordening (EU) 2017/2226. In de informatie die moet worden verstrekt aan onderdanen van derde landen voor wie EES-registratie vereist is, moet worden gewezen op de geleidelijke ingebruikneming van het EES. Onderdanen van derde landen moeten in de template worden geïnformeerd over hun verplichting om biometrische gegevens te verstrekken aan grensdoorlaatposten wanneer dit een toegangsvoorwaarde is. Zij moeten in de template worden gewezen op wat de gevolgen zijn als zij geen biometrische gegevens verstrekken. In de template moet ook staan dat de resterende duur van het toegestane verblijf niet automatisch door hen kan worden geverifieerd.
(15)Om rekening te houden met de geleidelijke ingebruikneming van het EES, moet de Commissie relevante updates op de EES-website verstrekken.
(16)Het doel om onderdanen van derde landen voor te lichten over hun specifieke rechten en plichten kan het best worden bereikt als de lidstaten de uitvoering van de campagne aanpassen aan de manier waarop het EES aan hun grenzen overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EU) 2017/2226 wordt gebruikt. Het voorlichtingsmateriaal dat de Commissie in het kader van artikel 51 van Verordening (EU) 2017/2226 met de steun van de lidstaten heeft ontwikkeld, moet daarom worden aangepast om de voorlichtingscampagne bij de geleidelijke ingebruikneming te kunnen uitvoeren.
(17)Tijdens de geleidelijke ingebruikneming van het EES is het voor onderdanen van derde landen niet mogelijk om via de webdienst de exacte duur van hun toegestane verblijf te controleren.
(18)Deze verordening doet geen afbreuk aan de verplichtingen van luchtvaartmaatschappijen, zeevervoerders en vervoerders die internationaal vervoer van groepen per autobus verrichten zoals bepaald in artikel 26, lid 1, van de Overeenkomst ter uitvoering van het te Schengen gesloten akkoord en Richtlijn 2001/51/EG van de Raad. In dit verband moeten vervoerders de in de reisdocumenten aangebrachte stempels controleren. Om te zorgen voor doeltreffende communicatie met vervoerders over de variabele toepassing van het EES bij de grensdoorlaatposten, wat uiteindelijk reizigers ten goede komt, is het van cruciaal belang dat de lidstaten transparant zijn over de invoering van het EES bij hun grensdoorlaatposten.
(19)Artikel 22 van Verordening (EU) 2017/2226 en artikel 12 bis van Verordening (EU) 2016/399 voorzien in een overgangsperiode en overgangsmaatregelen met betrekking tot de ingebruikneming van het EES. Van die artikelen moet worden afgeweken om ervoor te zorgen dat de overgangsperiode en de overgangsmaatregelen pas van toepassing zijn vanaf het einde van de periode van geleidelijke ingebruikneming. Die afwijking moet gelden tot 5 jaar en 180 kalenderdagen na de door de Commissie overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226 vastgestelde datum.
(20)Om te voorkomen dat nationale autoriteiten en EU-agentschappen bij de uitvoering van hun taken uitsluitend op basis van in het EES geregistreerde gegevens beslissingen nemen, moeten zij er rekening mee houden dat in het EES geregistreerde persoonlijke dossiers onvolledige gegevensreeksen kunnen bevatten. Die afwijking moet gelden tot vijf jaar na de door de Commissie overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226 vastgestelde datum om rekening te houden met de bewaringstermijn van vijf jaar voor gegevensreeksen waarbij de uitreisnotitie ontbreekt, die is vastgesteld in artikel 34, lid 3, van die verordening.
(21)Bij het waarborgen van de naleving van de bepalingen van Verordening (EU) 2017/2226 inzake de wijziging van gegevens en de vervroegde verwijdering van gegevens, moeten de lidstaten de onvolledige gegevens aanvullen voor zover dit mogelijk is door de beperkte beschikbaarheid van de gegevensreeksen die tijdens de geleidelijke ingebruikneming in het EES zijn geregistreerd.
(22)Het Europees Grens- en kustwachtagentschap mag tijdens de geleidelijke ingebruikneming geen gebruikmaken van in het EES geregistreerde gegevens voor het uitvoeren van risico- en kwetsbaarheidsbeoordelingen omdat de gegevens onvolledig zijn, wat tot misleidende risico- en kwetsbaarheidsbeoordelingen zou kunnen leiden.
(23)Ten behoeve van een doeltreffend beheer van de buitengrenzen tijdens de geleidelijke ingebruikneming van het EES, moeten bij de grensdoorlaatposten waar het EES niet wordt gebruikt, grenscontroles worden uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU) 2016/399, zoals van toepassing op [de dag vóór de datum waarop het EES in gebruik wordt genomen, zoals vastgesteld door de Commissie overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226]. Bij de grensdoorlaatposten waar het EES wordt gebruikt, moeten grenscontroles worden uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU) 2017/2226 en de Schengengrenscode. Om de geleidelijke ingebruikneming mogelijk te maken, moeten echter specifieke afwijkingen van deze verordeningen gelden met betrekking tot de verificatie bij de grensdoorlaatposten waar het EES zonder biometrische functies wordt gebruikt. Dit mag geen afbreuk doen aan de controle van visumhouders aan de hand van vingerafdrukken overeenkomstig Verordening (EG) nr. 787/2008.
(24)Om in elke lidstaat een doeltreffende aanpassing van de technische en organisatorische regelingen mogelijk te maken tijdens de geleidelijke ingebruikneming van het EES en om in te kunnen spelen op uitzonderlijke omstandigheden waarin het centrale systeem, de nationale systemen of de communicatie-infrastructuur van het EES defect is, of er sprake is van buitensporige wachttijden aan de grenzen, moeten de lidstaten het gebruik van het EES aan bepaalde grensdoorlaatposten geheel of gedeeltelijk kunnen opschorten. In geval van gedeeltelijke opschorting moet de registratie van biometrische gegevens in het EES worden opgeschort. In geval van volledige opschorting mogen er geen gegevens in het EES worden geregistreerd. Om de aanvullende risico’s in verband met de invoering van het EES met biometrische functies te beperken, moeten de lidstaten de mogelijkheid hebben om na het einde van de geleidelijke ingebruikneming, in uitzonderlijke omstandigheden die leiden tot een zodanige verkeersdrukte dat aan de grenzen onredelijk lange wachttijden ontstaan, de registratie van biometrische gegevens in het EES op te schorten. Een dergelijke opschorting moet mogelijk zijn voor een beperkte periode van 60 dagen na het einde van de geleidelijke ingebruikneming van het EES, en moet met 60 dagen worden verlengd indien minder dan 80 % van de tijdens de geleidelijke ingebruikneming van het EES in het EES geregistreerde persoonlijke dossiers biometrische gegevens bevat.
(25)eu-LISA moet verslagen over de statistieken over het gebruik van het systeem uitbrengen om de prestaties van het systeem te kunnen evalueren, de naleving van de invoeringsplannen door de lidstaten te kunnen beoordelen, verbeterpunten in kaart te kunnen brengen, toezicht te kunnen houden op de naleving van de geleidelijke ingebruikneming van het EES, en de besluitvorming over de verdere ontwikkeling en optimalisering van het systeem te kunnen ondersteunen.
(26)De voorbereidende werkzaamheden in verband met de invoeringsplannen moeten op de datum van inwerkingtreding van deze verordening in gang worden gezet. De geleidelijke ingebruikneming moet van toepassing zijn vanaf de door de Commissie overeenkomstig artikel 66, lid 1, van de EES-verordening vastgestelde datum. Aangezien deze verordening voorziet in tijdelijke afwijkingen, moet zij 180 kalenderdagen na de door de Commissie overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226 vastgestelde datum niet langer van toepassing zijn. De afwijkende regels inzake de toepassing van de overgangsperiode en overgangsmaatregelen, de toegang tot EES-gegevens, de verificatie door de vervoerders van in de reisdocumenten aangebrachte stempels en de opschorting van het EES moeten echter gedurende een beperkte periode na het einde van de geleidelijke ingebruikneming van toepassing blijven.
(27)De doelstelling van deze verordening, namelijk het toestaan van afwijkingen van Verordening (EU) 2017/2226 en Verordening (EU) 2016/299 om een geleidelijke ingebruikneming van het EES mogelijk te maken, kan niet voldoende door de lidstaten worden verwezenlijkt, maar kan vanwege de omvang en de gevolgen van het optreden beter door de Unie worden verwezenlijkt. De Unie kan derhalve maatregelen treffen overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (VEU) neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan wat nodig is om die doelstellingen te verwezenlijken.
(28)Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het VEU en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van deze verordening, die bijgevolg niet bindend is voor, noch van toepassing is op deze lidstaat. Aangezien deze verordening voortbouwt op het Schengenacquis, moet Denemarken overeenkomstig artikel 4 van bovengenoemd protocol binnen een termijn van zes maanden nadat de Raad heeft beslist over deze verordening, beslissen of het deze in zijn nationale wetgeving zal omzetten.
(29)Deze verordening vormt geen ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis waaraan Ierland deelneemt, overeenkomstig Besluit 2002/192/EG van de Raad. Ierland neemt derhalve niet deel aan de vaststelling van deze verordening en deze is niet bindend voor, noch van toepassing op Ierland.
(30)Wat IJsland en Noorwegen betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Raad van de Europese Unie en de Republiek IJsland en het Koninkrijk Noorwegen inzake de wijze waarop IJsland en Noorwegen worden betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG van de Raad.
(31)Wat Zwitserland betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2008/146/EG van de Raad.
(32)Wat Liechtenstein betreft, vormt deze verordening een ontwikkeling van de bepalingen van het Schengenacquis in de zin van het Protocol tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap, de Zwitserse Bondsstaat en het Vorstendom Liechtenstein betreffende de toetreding van het Vorstendom Liechtenstein tot de Overeenkomst tussen de Europese Unie, de Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat inzake de wijze waarop Zwitserland wordt betrokken bij de uitvoering, de toepassing en de ontwikkeling van het Schengenacquis, die vallen onder het gebied bedoeld in artikel 1, punt A, van Besluit 1999/437/EG, in samenhang met artikel 3 van Besluit 2011/350/EU van de Raad.
(33)Wat Cyprus betreft, zijn de bepalingen van deze verordening inzake het VIS bepalingen die op het Schengenacquis voortbouwen of anderszins daaraan zijn gerelateerd in de zin van artikel 3, lid 2, van de Toetredingsakte van 2003. Voor de werking van het EES is vereist dat passieve toegang tot het VIS wordt verleend. Aangezien het EES uitsluitend mag worden gebruikt door de lidstaten die bij de ingebruikneming van het EES voldoen aan de voorwaarden met betrekking tot het VIS, zal Cyprus het EES niet vanaf het begin van de ingebruikneming gaan gebruiken. Cyprus moet op het EES worden aangesloten zodra aan de voorwaarden van de in Verordening (EU) 2017/2226 bedoelde procedure wordt voldaan.
(34)Overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 is de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming geraadpleegd, en op [XX] heeft hij een advies uitgebracht.
(35)Deze verordening bevat strenge regels voor de toegang tot het EES en de nodige waarborgen voor deze toegang. Ook voorziet de verordening in het recht van toegang, rectificatie, aanvulling, uitwissing en verhaal van de betrokken personen, in het bijzonder het recht op een voorziening in rechte, en in toezicht op de verwerkingsactiviteiten door onafhankelijke openbare autoriteiten. Deze verordening strookt derhalve met de grondrechten en de in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie erkende beginselen, met name het recht op menselijke waardigheid, het verbod van slavernij en dwangarbeid, het recht op vrijheid en veiligheid, de eerbiediging van het privéleven en van het familie- en gezinsleven, de bescherming van persoonsgegevens, het recht op non-discriminatie, de rechten van het kind, de rechten van ouderen, de integratie van personen met een handicap en het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op een onpartijdig gerecht.
(36)Deze verordening laat de verplichtingen die voortvloeien uit het Verdrag van Genève betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951, als gewijzigd bij het protocol van New York van 31 januari 1967, onverlet,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Onderwerp
Deze verordening voorziet in regels voor een geleidelijke ingebruikneming van het inreis-uitreissysteem (EES) aan de grenzen van de lidstaten waar het EES wordt gebruikt overeenkomstig artikel 4 van Verordening (EU) 2017/2226 alsmede tijdelijke afwijkingen van Verordening (EU) 2017/2226 en Verordening (EU) 2016/399.
Artikel 2
Definities
Voor de toepassing van deze verordening gelden de definities van artikel 3, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226. Daarnaast wordt verstaan onder:
(a)“geleidelijke ingebruikneming van het EES”: de periode van 180 kalenderdagen vanaf de door de Commissie overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226 vastgestelde datum;
(b)“nationale autoriteiten”: de in artikel 9 van Verordening (EU) 2017/2226 bedoelde autoriteiten;
(c)“geraamd aantal grensoverschrijdingen”: de raming van een lidstaat van het aantal grensoverschrijdingen van onderdanen van derde landen als bedoeld in artikel 2, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2017/2226 in de desbetreffende lidstaat op basis van het jaarlijkse gemiddelde van het totale aantal grensoverschrijdingen van onderdanen van derde landen die voor een kort verblijf die lidstaat inreizen, berekend over de drie jaar voorafgaand aan de in artikel 8, lid 1, tweede alinea, van deze verordening bedoelde toepassingsdatum.
Artikel 3
Invoeringsplannen
1.Uiterlijk op [de dertigste kalenderdag na de inwerkingtreding van deze verordening] verstrekt het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) de Commissie, de lidstaten en Europol een invoeringsplan op hoog niveau voor de geleidelijke ingebruikneming van het EES, waarin rekening wordt gehouden met de in artikel 4 vastgestelde fasen. Dat invoeringsplan bevat richtsnoeren voor het gebruik van het EES voor de lidstaten en Europol, ook wat betreft de capaciteitsbeperkingen van het centrale systeem van het EES.
2.Uiterlijk op [de zestigste kalenderdag na de inwerkingtreding van deze verordening] stellen de lidstaten, in overleg met de Commissie en eu-LISA, een nationaal invoeringsplan op voor de geleidelijke ingebruikneming van het EES, waarbij rekening wordt gehouden met het in lid 1 van dit artikel bedoelde invoeringsplan op hoog niveau en de in artikel 4 vastgestelde fasen.
3.Voor elk van de in artikel 4 genoemde fasen bevatten de nationale invoeringsplannen informatie over de in dat artikel vastgestelde drempels en vereisten.
4.Vanaf de dertigste kalenderdag na het begin van de geleidelijke ingebruikneming van het EES brengen de lidstaten maandelijks verslag uit aan de Commissie en eu-LISA over de uitvoering van hun nationale invoeringsplannen, met inbegrip van corrigerende maatregelen indien die nodig zijn om te voldoen aan de verplichtingen van artikel 4.
5.Op verzoek van de Commissie verstrekt eu-LISA de Commissie de statistieken die nodig zijn voor het toezicht op de nationale invoeringsplannen, overeenkomstig artikel 63, lid 6, van Verordening (EU) 2017/2226.
Artikel
4
Geleidelijke ingebruikneming
1.In afwijking van artikel 66, lid 6, van Verordening (EU) 2017/2226 gebruiken de lidstaten het EES tijdens de geleidelijke ingebruikneming ervan overeenkomstig dit artikel.
2.Vanaf de eerste dag van de geleidelijke ingebruikneming van het EES gebruikt elke lidstaat het EES bij inreizen en uitreizen aan een of meer grensdoorlaatposten met, indien mogelijk en van toepassing, een combinatie van grensdoorlaatposten aan lucht-, land- en zeegrenzen, voor het registreren en opslaan van gegevens over onderdanen van derde landen als bedoeld in artikel 2, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2017/2226. De lidstaten registreren in het EES ten minste 10 % van het voor eigen land geraamde aantal grensoverschrijdingen.
Gedurende de eerste zestig kalenderdagen na het begin van de geleidelijke ingebruikneming van het EES kunnen de lidstaten het EES zonder biometrische functies gebruiken en kunnen de nationale autoriteiten persoonlijke dossiers zonder biometrische gegevens aanmaken of bijwerken.
3.Uiterlijk op de negentigste kalenderdag na het begin van de geleidelijke ingebruikneming van het EES gebruiken de lidstaten het EES met biometrische functies bij ten minste de helft van hun grensdoorlaatposten. De lidstaten registreren ten minste 50 % van het voor eigen land geraamde aantal grensoverschrijdingen. De in het EES geregistreerde persoonlijke dossiers van de in artikel 2, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2017/2226 bedoelde onderdanen van derde landen bevatten biometrische gegevens.
4.Uiterlijk op de 150e kalenderdag na het begin van de geleidelijke ingebruikneming van het EES gebruiken de lidstaten het EES met biometrische functies aan al hun grensdoorlaatposten waarna zij ten minste 50 % van het voor eigen land geraamde aantal grensoverschrijdingen blijven registreren in het EES.
5.Uiterlijk 170 kalenderdagen na het begin van de geleidelijke ingebruikneming van het EES gebruiken de lidstaten het EES met biometrische functies aan al hun grensdoorlaatposten en registreren zij alle in artikel 2, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2017/2226 bedoelde onderdanen van derde landen in het EES.
6.Weigeringen van toegang waartoe is besloten aan een grensdoorlaatpost waar het EES wordt gebruikt, worden geregistreerd in het EES, zoals bepaald in artikel 18 van Verordening (EU) 2017/2226. Indien het EES met biometrische functies wordt gebruikt, worden weigeringen van toegang geregistreerd met biometrische gegevens. Indien het EES zonder biometrische functies wordt gebruikt, worden weigeringen van toegang geregistreerd zonder biometrische gegevens.
7.Vanaf de eerste dag van de geleidelijke ingebruikneming van het EES maakt Europol gebruik van het EES zoals vastgesteld in Verordening (EU) 2017/2226.
Artikel 5
Andere afwijkingen van Verordening (EU) 2017/2226 en Verordening (EU) 2016/399
1.Naast de regels van artikel 4 zijn de regels van dit artikel van toepassing tijdens de geleidelijke ingebruikneming van het EES.
2.De grensautoriteiten stempelen systematisch de reisdocumenten van onderdanen van derde landen als bedoeld in artikel 2, leden 1 en 2, van Verordening (EU) 2017/2226 bij inreis en uitreis.
De in artikel 42 bis, lid 1, tweede alinea, en artikel 42 bis, leden 2, 5 en 6, van Verordening (EU) 2016/399 bedoelde verplichtingen tot afstempeling zijn van overeenkomstige toepassing in de lidstaten die het EES gebruiken.
3.Bij het invoeren, wijzigen, verwijderen en raadplegen van de gegevens in het EES geven de nationale autoriteiten die bevoegd zijn voor de doeleinden van artikelen 23 en 35 van Verordening (EU) 2017/2226 voorrang aan stempels boven de gegevens in het EES, ook in geval van tegenstrijdigheden of in gevallen als bedoeld in artikel 16, lid 4, van die verordening. Indien een stempel ontbreekt, hebben de in het EES geregistreerde gegevens voorrang.
4.Bij het ontbreken van een stempel in het reisdocument en van een persoonlijk dossier dat in het EES is aangemaakt voor een onderdaan van een derde land die zich op het grondgebied van de lidstaten bevindt, mogen de nationale autoriteiten ervan uitgaan dat de onderdaan van een derde land niet of niet langer voldoet aan de voorwaarden voor toegang tot of verblijf in de lidstaten.
Dit vermoeden geldt niet voor onderdanen van derde landen die op enigerlei wijze geloofwaardige bewijsmiddelen kunnen overleggen waaruit blijkt dat zij het recht van vrij verkeer op grond van het Unierecht genieten, een verblijfsrecht hebben in een gastlidstaat uit hoofde van het terugtrekkingsakkoord tussen de EU en het VK, of in het bezit zijn van een verblijfsvergunning of een visum voor verblijf van langere duur.
Dit vermoeden kan worden weerlegd wanneer de onderdanen van derde landen op enigerlei wijze geloofwaardige bewijsmiddelen kunnen overleggen waaruit blijkt dat zij aan de voorwaarden inzake de duur van een kort verblijf hebben voldaan.
Indien het vermoeden wordt weerlegd, voeren de nationale autoriteiten een of meer van de volgende taken uit bij de grensdoorlaatposten waar het EES wordt gebruikt, voor zover deze verordening dit toestaat:
(a)zij leggen zo nodig in het EES een persoonlijk dossier aan voor die onderdaan van een derde land;
(b)zij werken de meest recente inreis-uitreisnotitie bij door de ontbrekende gegevens in te vullen;
(c)zij verwijderen een bestaand dossier als artikel 35 van Verordening (EU) 2017/2226 van toepassing is.
5.De grensautoriteiten maken alleen gebruik van de interoperabiliteit tussen het EES en het VIS als bedoeld in artikel 8, lid 2, van Verordening (EU) 2017/2226 bij de grensdoorlaatposten waar het EES wordt gebruikt. De grensautoriteiten blijven rechtstreeks toegang hebben tot het VIS:
(a)bij de grensdoorlaatposten waar het EES niet wordt gebruikt;
(b)wanneer het EES is opgeschort overeenkomstig artikel 7 van deze verordening.
6.De nationale autoriteiten en Europol laten het volgende buiten beschouwing:
(a)de resultaten van de automatische calculator die informatie biedt over de maximale duur van het toegestane verblijf als bedoeld in artikel 11 van Verordening (EU) 2017/2226;
(b)de automatisch gegenereerde lijst van verblijfsduuroverschrijders en de gevolgen van een dergelijke overschrijding, met name als bedoeld in artikel 6, lid 1, punten c) en h), artikel 12, lid 3, artikel 16, lid 4, artikel 34, lid 3, artikel 50, lid 1, punten i) en k), en artikel 63, lid 1, punt e), van die verordening.
7.Verwerkingen door lidstaten die in overeenstemming zijn met deze verordening, worden niet beschouwd als onrechtmatig of niet in overeenstemming met Verordening (EU) 2017/2226 voor de toepassing van de artikelen 45 en 48 van die verordening.
8.De verificatie van de identiteit en van eerdere registratie van onderdanen van derde landen overeenkomstig artikel 23 van Verordening (EU) 2017/2226 wordt uitgevoerd bij de in artikel 2, leden 1 en 2, van die verordening bedoelde onderdanen van derde landen bij de grensdoorlaatposten waar het EES met biometrische functies wordt gebruikt, onder meer via zelfbedieningssystemen, indien beschikbaar.
9.Naast de in artikel 50, lid 5, van Verordening (EU) 2017/2226 bedoelde specifieke informatie die door de lidstaten moet worden toegevoegd aan de template voor het verstrekken van informatie aan onderdanen van derde landen over de verwerking van hun persoonsgegevens in het EES, overhandigen de lidstaten de onderdanen van derde landen op het moment dat hun persoonlijke dossier wordt aangemaakt bij de template ook de volgende informatie:
“Het inreis-uitreissysteem wordt geleidelijk ingevoerd. Tijdens deze invoeringsperiode, [vanaf...], worden uw persoonsgegevens, waaronder uw biometrische gegevens, mogelijk niet verzameld voor het inreis-uitreissysteem aan de buitengrenzen van alle lidstaten. Als wij deze informatie verplicht moeten verzamelen en u ervoor kiest deze niet te verstrekken, wordt u de toegang geweigerd. Tijdens deze periode van de geleidelijke invoering worden uw gegevens niet automatisch toegevoegd aan een lijst van personen die de toegestane verblijfsduur hebben overschreden. Bovendien kunt u niet via de website of de apparatuur bij de grensdoorlaatposten controleren hoelang u nog mag blijven.
Wanneer de geleidelijke invoering van het EES is voltooid, worden uw persoonsgegevens verwerkt volgens de informatie in het document dat u bij dit formulier hebt gekregen.”
10.De in artikel 50, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2226 bedoelde informatie op de EES-website wordt door de Commissie aangepast om rekening te houden met de geleidelijke ingebruikneming.
11.De specifieke omstandigheden bij de grensdoorlaatposten komen naar voren in de in artikel 51 van Verordening (EU) 2017/2226 bedoelde informatiecampagne bij de ingebruikneming van het EES, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de relevante informatie aan de betrokkenen wordt meegedeeld en rekening wordt gehouden met de in artikel 4 van deze verordening vastgestelde fasen. De Commissie ondersteunt de lidstaten bij de voorbereiding van het aangepaste materiaal van de informatiecampagne.
12.De toepassing van artikel 12, leden 1 en 2, artikel 13, leden 1 en 2, artikel 20 en artikel 21 van Verordening (EU) 2017/2226 wordt opgeschort.
13.In afwijking van artikel 22 van Verordening (EU) 2017/2226 en artikel 12 bis van Verordening (EU) 2016/399 zijn de in die artikelen vastgestelde overgangsperiode en overgangsmaatregelen van toepassing vanaf de eerste dag na de voltooiing van de geleidelijke ingebruikneming van het EES.
14.Bij de grensdoorlaatposten waar het EES niet wordt gebruikt, worden grenscontroles uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU) 2016/399, zoals van toepassing op de dag vóór de door de Commissie overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226 bepaalde datum waarop het EES in gebruik wordt genomen.
Bij de grensdoorlaatposten waar het EES wordt gebruikt, worden grenscontroles uitgevoerd overeenkomstig Verordening (EU) 2017/2226 en Verordening (EU) 2016/399.
In afwijking van de tweede alinea zijn bij de grensdoorlaatposten waar het EES zonder biometrische functies wordt gebruikt, artikel 6, lid 1, punt f), i), en de bepalingen inzake de controle van onderdanen van derde landen op basis van biometrische gegevens, uitsluitend voor de doeleinden van het EES, als bedoeld in artikel 6, punt f), ii), en artikel 8, lid 3, punten a) en g), van Verordening (EU) 2016/399, niet van toepassing.
Voor de toepassing van deze verordening worden artikel 9, lid 3, en artikel 12 van Verordening (EU) 2016/399 opgeschort.
Artikel 6
Toegang tot de EES-gegevens
1.Wanneer zij bij de uitvoering van hun taken inreis- en uitreisnotities raadplegen die in het EES zijn geregistreerd tijdens de geleidelijke ingebruikneming van het EES:
(a)houden de nationale autoriteiten en Europol er rekening mee dat de gegevens onvolledig kunnen zijn als gevolg van het variabele gebruik van het EES in elke lidstaat tijdens de geleidelijke ingebruikneming van het EES;
(b)houden de nationale autoriteiten er bij het doorgeven van gegevens overeenkomstig de artikelen 41 en 42 van Verordening (EU) 2017/2226 rekening mee dat gegevens onvolledig kunnen zijn;
(c)houdt de centrale Etias-eenheid er bij de verificatie overeenkomstig artikel 25 bis, lid 2, van Verordening (EU) 2017/2226 rekening mee dat de inreis- en uitreisnotities die bij de geleidelijke ingebruikneming van het EES in het EES zijn geregistreerd, onvolledige reeksen gegevens kunnen bevatten.
2.De bevoegde autoriteiten, de Commissie en de relevante agentschappen van de Unie houden er bij de toegang tot gegevens voor verslagen en statistieken als bedoeld in artikel 63 van Verordening (EU) 2017/2226 rekening mee dat de gegevens die tijdens de geleidelijke ingebruikneming van het EES in het EES zijn geregistreerd, mogelijk onvolledig zijn.
3.In afwijking van artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2226 kunnen vervoerders gebruikmaken van de in dat artikel bedoelde webdienst vanaf de negentigste kalenderdag van de geleidelijke ingebruikneming van het EES. Vervoerders controleren de in de reisdocumenten aangebrachte stempels om te voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van artikel 26, lid 1, van de Schengenuitvoeringsovereenkomst en Richtlijn 2001/51/EG van de Raad voor de duur van de geleidelijke ingebruikneming van het EES.
Gedurende een periode van 180 kalenderdagen na het einde van de geleidelijke ingebruikneming van het EES blijven vervoerders, naast het gebruik van de in artikel 13, lid 3, van Verordening (EU) 2017/2226 bedoelde webdienst, de in reisdocumenten aangebrachte stempels controleren om te voldoen aan hun verplichtingen uit hoofde van artikel 26, lid 1, van de Schengenuitvoeringsovereenkomst en Richtlijn 2001/51/EG van de Raad.
4.Bij het nakomen van de verplichtingen van de artikelen 35 en 52 van Verordening (EU) 2017/2226 met betrekking tot de aanvulling van in het EES opgeslagen persoonsgegevens vullen de lidstaten de relevante gegevens alleen voor zover mogelijk aan gezien de beperkte beschikbaarheid van de gegevensreeksen die tijdens de geleidelijke ingebruikneming van het EES zijn verzameld. In voorkomend geval wordt in het in artikel 52, lid 4, van Verordening (EU) 2017/2226 bedoelde administratieve besluit verwezen naar de voorwaarden van de in artikel 4 van deze verordening vastgestelde voorwaarden voor de registratie van onvolledige dossiers.
5.In afwijking van artikel 63, lid 1, tweede alinea, van Verordening (EU) 2017/2226 hebben de naar behoren gemachtigde personeelsleden van het Europees Grens- en kustwachtagentschap tijdens de geleidelijke ingebruikneming van het EES geen toegang tot de in het EES geregistreerde gegevens voor het uitvoeren van risico- en kwetsbaarheidsbeoordelingen.
Artikel 7
Opschorting van het EES
1.Tijdens de geleidelijke ingebruikneming van het EES kunnen de lidstaten het gebruik van het EES aan bepaalde grensdoorlaatposten geheel of gedeeltelijk opschorten in uitzonderlijke omstandigheden waarin het centrale systeem, de nationale systemen of de communicatie-infrastructuur van het EES defect zijn, of in geval van gebeurtenissen die tot een zodanige verkeersdrukte leiden dat de wachttijd bij een grensdoorlaatpost buitensporig lang wordt.
In geval van gedeeltelijke opschorting worden de in de artikelen 16 tot en met 20 van Verordening (EU) 2017/2226 bedoelde gegevens verzameld, met uitzondering van biometrische gegevens.
In geval van volledige opschorting schorten de lidstaten het gebruik van het EES volledig op en verzamelen zij de in de artikelen 16 tot en met 20 van die verordening bedoelde gegevens niet.
In beide gevallen stellen de lidstaten de Commissie en eu-LISA onverwijld en uiterlijk zes uur na het begin van de opschorting in kennis van de reden voor de gedeeltelijke of volledige opschorting en de verwachte duur ervan, en zorgen de lidstaten ervoor dat de infrastructuurbeheerders van de grensdoorlaatposten en de vervoerders naar behoren worden geïnformeerd over die opschorting. Zodra er een einde komt aan de uitzonderlijke omstandigheden die tot de opschorting hebben geleid, stellen de lidstaten de Commissie en eu-LISA daarvan onverwijld in kennis.
2.Gedurende een periode van zestig kalenderdagen na het einde van de geleidelijke ingebruikneming van het EES kunnen de lidstaten het gebruik van het EES als bedoeld in lid 1, tweede alinea, aan een bepaalde grensdoorlaatpost gedeeltelijk opschorten voor een beperkte periode van maximaal zes uur en alleen in uitzonderlijke omstandigheden die leiden tot een zodanige verkeersdrukte dat de wachttijd aan een grensdoorlaatpost buitensporig lang wordt. De lidstaten worden ontheven van hun verplichting uit hoofde van artikel 21, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226 met betrekking tot biometrische gegevens. In die gevallen stellen de lidstaten de Commissie en eu-LISA onverwijld en uiterlijk zes uur na het begin van de opschorting in kennis van de reden van de opschorting en de verwachte duur ervan.
3.Indien minder dan 80 % van de tijdens de geleidelijke ingebruikneming van het EES in het EES geregistreerde persoonlijke dossiers biometrische gegevens bevat, wordt de in lid 2 van dit artikel vastgestelde termijn automatisch met zestig kalenderdagen verlengd.
4.Uiterlijk op de tiende kalenderdag na het einde van de geleidelijke ingebruikneming van het EES verstrekt eu-LISA de Commissie statistieken aan de hand waarvan de Commissie kan nagaan of dit percentage is bereikt. Uiterlijk op de dertigste kalenderdag na het einde van de geleidelijke ingebruikneming van het EES stelt de Commissie de lidstaten in kennis van het resultaat van deze controle.
Artikel 8
Inwerkingtreding en toepassing
1.Deze verordening treedt in werking op de vierde dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Zij is van toepassing met ingang van de datum waarop het EES in gebruik wordt genomen zoals vastgesteld door de Commissie overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226.
Artikel 3 is echter van toepassing met ingang van de datum waarop deze verordening in werking treedt.
2.Deze verordening is geldig tot 180 kalenderdagen vanaf de datum waarop het EES in gebruik wordt genomen zoals vastgesteld door de Commissie overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226. Niettemin geldt het volgende:
(a)artikel 5, lid 13, is van toepassing tot 5 jaar en 180 kalenderdagen na de door de Commissie overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226 vastgestelde datum;
(b)artikel 6, leden 1, 2, 4 en 5, is van toepassing tot 5 jaar en 180 kalenderdagen na de door de Commissie overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226 vastgestelde datum;
(c)artikel 6, lid 3, tweede alinea, is van toepassing tot 360 kalenderdagen na de door de Commissie overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226 vastgestelde datum;
(d)artikel 7, leden 2 en 3, is van toepassing tot 300 kalenderdagen na de door de Commissie overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226 vastgestelde datum;
(e)artikel 7, lid 4, is van toepassing tot 210 kalenderdagen na de door de Commissie overeenkomstig artikel 66, lid 1, van Verordening (EU) 2017/2226 vastgestelde datum.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter