EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 30.7.2024
COM(2024) 342 final
2024/0201(NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
over het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in het Gemengd Comité dat is ingesteld bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Regering van Denemarken en de Landsregering van de Faeröer, anderzijds, inzake de wijziging van Protocol nr. 3 bij die overeenkomst betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking wat betreft de permeabiliteit tussen de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels en de overgangsregels van oorsprong
TOELICHTING
1.Onderwerp van het voorstel
Dit voorstel betreft het besluit over het namens de Unie in te nemen standpunt in het Gemengd Comité van de Overeenkomst tussen de EU en Denemarken-Faeröer in verband met de voorgenomen vaststelling van een besluit tot wijziging van Protocol nr. 3 bij de Overeenkomst tussen de EU en Denemarken-Faeröer.
2.Achtergrond van het voorstel
2.1.De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Regering van Denemarken en de Landsregering van de Faeröer, anderzijds
De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Regering van Denemarken en de Landsregering van de Faeröer, anderzijds (de overeenkomst) heeft ten doel de harmonische ontwikkeling van de economische betrekkingen tussen de partijen te bevorderen door het handelsverkeer tussen de partijen uit te breiden. De overeenkomst is op 1 januari 1997 in werking getreden.
2.2.Gemengd Comité
Het Gemengd Comité dat is ingesteld overeenkomstig de bepalingen van artikel 31 van de overeenkomst, kan besluiten de bepalingen van Protocol nr. 3 betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking te wijzigen (artikel 4 van Protocol nr. 3). Het Gemengd Comité spreekt zich uit in onderlinge overeenstemming.
2.3.De beoogde handeling van het Gemengd Comité
Op de volgende vergadering of via briefwisseling zal het Gemengd Comité een besluit vaststellen over de wijziging van de bepalingen van Protocol nr. 3 betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking (“de beoogde handeling”).
3.Namens de Unie in te nemen standpunt
Tijdens de eerste technische vergadering over de overgangsregels van oorsprong die op 5 februari 2020 in Brussel plaatsvond, zijn de meeste partijen bij de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels (de conventie) overeengekomen de herziene regels van de conventie (de overgangsregels van oorsprong) parallel aan de regels van de conventie uit te voeren, op een bilaterale overgangsbasis, in afwachting van de vaststelling van de herziene regels van de conventie.
Sinds 1 september 2021 is tussen de partijen bij de conventie een netwerk van bilaterale protocollen inzake oorsprongsregels in werking getreden waardoor de overgangsregels van toepassing zijn geworden voor de EU en het Koninkrijk Denemarken wat betreft de Faeröer.
Het doel van de overgangsregels van oorsprong is soepelere oorsprongsregels in te voeren om de kwalificatie van preferentiële oorsprong voor goederen te vergemakkelijken. Aangezien de overgangsregels van oorsprong over het algemeen soepeler zijn dan die van de conventie, kunnen goederen die aan de regels van de conventie voldoen, ook worden aangemerkt als van oorsprong krachtens de overgangsregels van oorsprong, met uitzondering van sommige landbouwproducten die zijn ingedeeld onder de hoofdstukken 2, 4 tot en met 15, en 16 (behalve verwerkte visserijproducten) en de hoofdstukken 17 tot en met 24 van het geharmoniseerde systeem, omdat de overgangsregels van oorsprong voor deze producten anders of strikter zijn dan de regels van de conventie.
De overgangsregels van oorsprong zijn van toepassing naast de oorsprongsregels van de conventie, waardoor twee afzonderlijke zones van cumulatie ontstaan.
Dankzij de overgangsregels is er sprake van permeabiliteit tussen de twee reeksen oorsprongsregels: er kan een bewijs van oorsprong achteraf worden afgegeven op basis van een bewijs dat overeenkomstig de regels van de conventie is afgegeven, met inachtneming van de voorwaarde dat de producten in kwestie voldoen aan de vereisten van beide reeksen regels.
De huidige bepaling in de overgangsregels betreffende de permeabiliteit tussen de twee reeksen oorsprongsregels (artikel 21, lid 1, punt d), van aanhangsel A van het protocol betreffende de oorsprongsregels) heeft geleid tot een omslachtige douaneprocedure waardoor de marktdeelnemers niet ten volle gebruik kunnen maken van de voordelen van de toepassing van de overgangsregels, parallel aan die van de conventie.
De partijen zijn overeengekomen de overgangsregels vooraf toe te passen om de handelsstromen en douanepraktijken aan te passen aan de aanstaande inwerkingtreding van de wijziging van de conventie (waarop de overgangsregels zijn gebaseerd). Het is daarom passend de toepassing van permeabiliteit gedurende de resterende toepassingsperiode van de overgangsregels te vergemakkelijken, in afwachting van de inwerkingtreding van de wijziging van de conventie.
Daarom moet artikel 8 van aanhangsel A van Protocol nr. 3 worden gewijzigd om de toepassing van de bestaande permeabiliteit tussen de conventie en de overgangsregels van oorsprong te vergemakkelijken.
Het door de EU in het Gemengd Comité in te nemen standpunt moet door de Raad worden vastgesteld.
De voorgestelde wijziging is technisch van aard en heeft betrekking op de thans geldende overgangsregels van oorsprong tussen de partijen en heeft geen gevolgen voor de inhoud van het protocol inzake oorsprongsregels. Er is dus geen effectbeoordeling vereist.
4.Rechtsgrondslag
4.1.Procedurele rechtsgrondslag
4.1.1.Beginselen
Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van “de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van het akkoord”.
Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat tevens handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van het op het betrokken lichaam toepasselijke internationale recht. Onder dit begrip vallen tevens instrumenten die niet bindend zijn uit hoofde van het internationale recht, maar die “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de Unie vaststelt”.
4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval
Het Gemengd Comité is een orgaan dat is ingesteld bij een overeenkomst, zijnde de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Regering van Denemarken en de Landsregering van de Faeröer, anderzijds.
De door het Gemengd Comité vast te stellen handeling is een handeling met rechtsgevolgen.
De beoogde handeling strekt niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst.
De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.
4.2.Materiële rechtsgrondslag
4.2.1.Beginselen
De materiële rechtsgrondslag voor een overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de Unie een standpunt moet worden ingenomen. Wanneer de beoogde handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of hoofdcomponent, terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is, moet het overeenkomstig artikel 218, lid 9, VWEU vast te stellen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is voor de hoofddoelstelling of de hoofdcomponent dan wel de belangrijkste doelstelling of component.
4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval
De doelstelling en inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats betrekking op het gemeenschappelijk handelsbeleid.
De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 207, lid 4, eerste alinea, VWEU.
4.3.Conclusie
De rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.
5.Gevolgen voor de begroting
Deze vereenvoudiging met betrekking tot de permeabiliteit tussen de conventie en de overgangsregels van oorsprong heeft geen meetbare impact op de EU-begroting omdat zij hoofdzakelijk beperkt blijft tot het faciliteren van het handelsverkeer en het consolideren van moderne praktijken van de douaneautoriteiten. De vereenvoudiging is gericht op de gebieden die onder de bevoegdheid van de autoriteiten blijven, zonder dat dit gevolgen heeft voor de inhoud van de regels op basis waarvan goederen de preferentiële oorsprong verkrijgen, en vergemakkelijkt de toepassing van het bestaande permeabiliteitsbeginsel.
6.Bekendmaking van de beoogde handeling
Aangezien de handeling van het Gemengd Comité Protocol nr. 3 bij de overeenkomst zal wijzigen, is het passend de handeling na de vaststelling ervan bekend te maken in het Publicatieblad van de Europese Unie.
2024/0201 (NLE)
Voorstel voor een
BESLUIT VAN DE RAAD
over het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in het Gemengd Comité dat is ingesteld bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Regering van Denemarken en de Landsregering van de Faeröer, anderzijds, inzake de wijziging van Protocol nr. 3 bij die overeenkomst betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking wat betreft de permeabiliteit tussen de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels en de overgangsregels van oorsprong
DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 207, lid 4, eerste alinea, in samenhang met artikel 218, lid 9,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)De Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Regering van Denemarken en de Landsregering van de Faeröer, anderzijds (de overeenkomst), is door de Unie gesloten bij Besluit 97/126/EG van de Raad en is op 1 januari 1997 in werking getreden.
(2)Krachtens artikel 34 van de overeenkomst en artikel 4 van Protocol nr. 3 bij de overeenkomst kan het bij artikel 31 van de overeenkomst ingestelde Gemengd Comité de bepalingen van dat protocol wijzigen.
(3)Tijdens de volgende vergadering zal het Gemengd Comité een besluit vaststellen over een wijziging van Protocol nr. 3 bij de overeenkomst.
(4)Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie in het Gemengd Comité moet worden ingenomen, aangezien het besluit van het Gemengd Comité voor de Unie bindend zal zijn.
(5)Tijdens de eerste technische vergadering over de overgangsregels van oorsprong die op 5 februari 2020 in Brussel plaatsvond, zijn de meeste partijen bij de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels (de conventie) overeengekomen de herziene regels van de conventie (de overgangsregels van oorsprong) parallel aan de regels van de conventie uit te voeren, op een bilaterale overgangsbasis, in afwachting van de vaststelling van de herziene regels van de conventie.
(6)De toepassing van de overgangsregels van oorsprong zorgt ervoor dat de handelsstromen en douanepraktijken worden aangepast in afwachting van de inwerkingtreding van de herziene regels van de conventie, waarop de overgangsregels van oorsprong zijn gebaseerd, op 1 januari 2025.
(7)Sinds 1 september 2021 is tussen de partijen bij de conventie een netwerk van bilaterale protocollen inzake oorsprongsregels in werking getreden, waardoor de overgangsregels van toepassing zijn geworden.
(8)Het doel van de overgangsregels van oorsprong is soepelere oorsprongsregels in te voeren om de kwalificatie van preferentiële oorsprong voor goederen te vergemakkelijken. Aangezien de overgangsregels van oorsprong over het algemeen soepeler zijn dan die van de conventie, kunnen goederen die aan de oorsprongsregels van de conventie voldoen, ook worden aangemerkt als van oorsprong krachtens de overgangsregels van oorsprong, met uitzondering van bepaalde landbouwproducten die zijn ingedeeld onder de hoofdstukken 2, 4 tot en met 15, en16 (behalve verwerkte visserijproducten) en de hoofdstukken 17 tot en met 24 van het geharmoniseerde systeem. De overgangsregels van oorsprong zijn van toepassing naast de oorsprongsregels van de conventie, waardoor twee afzonderlijke zones van cumulatie ontstaan. Om de toepassing van de permeabiliteit tussen de conventie en de overgangsregels van oorsprong als bedoeld in artikel 21, lid 1, punt d), van aanhangsel A van Protocol nr. 3 bij de overeenkomst te vergemakkelijken, moet artikel 8 van aanhangsel A van Protocol nr. 3 bij de overeenkomst derhalve worden gewijzigd,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in het Gemengd Comité dat is opgericht bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Regering van Denemarken en de Landsregering van de Faeröer, anderzijds, inzake de wijziging van Protocol nr. 3 van die overeenkomst, is gebaseerd op het aan dit besluit gehechte ontwerpbesluit van het Gemengd Comité.
Artikel 2
Dit besluit is gericht tot de Commissie.
Gedaan te Brussel,
Voor de Raad
De voorzitter
EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 30.7.2024
COM(2024) 342 final
BIJLAGE
bij
Voorstel voor een besluit van de Raad
over het namens de Europese Unie in te nemen standpunt in het Gemengd Comité dat is ingesteld bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Regering van Denemarken en de Landsregering van de Faeröer, anderzijds, inzake de wijziging van Protocol nr. 3 bij die overeenkomst betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking wat betreft de permeabiliteit tussen de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels en de overgangsregels van oorsprong
BIJLAGE
[Ontwerp] BESLUIT Nr. … VAN HET GEMENGD COMITÉ EU-DENEMARKEN-FAEROER
van XX XX 2024
tot
wijziging van Protocol nr. 3 bij de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Regering van Denemarken en de Landsregering van de Faeröer, anderzijds, betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking
HET GEMENGD COMITÉ EU-DENEMARKEN-FAERÖER,
Gezien de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap, enerzijds, en de Regering van Denemarken en de Landsregering van de Faeröer, anderzijds (de overeenkomst), en met name artikel 4 van Protocol nr. 3 ervan betreffende de definitie van het begrip “producten van oorsprong” en regelingen voor administratieve samenwerking (Protocol nr. 3),
Overwegende hetgeen volgt:
(1)Tijdens de eerste technische vergadering over de overgangsregels van oorsprong die op 5 februari 2020 in Brussel plaatsvond, zijn de meeste partijen bij de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels (de conventie) overeengekomen de herziene regels van de conventie (de overgangsregels van oorsprong) parallel aan de regels van de conventie uit te voeren, op een bilaterale overgangsbasis, in afwachting van de vaststelling van de herziene regels van de conventie.
(2)Sinds 1 september 2021 is tussen de partijen bij de conventie een netwerk van bilaterale protocollen inzake oorsprongsregels in werking getreden, waardoor de overgangsregels van toepassing zijn geworden.
(3)Het doel van de overgangsregels van oorsprong is soepelere oorsprongsregels in te voeren om de kwalificatie van preferentiële oorsprong voor goederen te vergemakkelijken. Aangezien de overgangsregels van oorsprong over het algemeen soepeler zijn dan die van de conventie, kunnen goederen die aan de regels van de conventie voldoen, ook worden aangemerkt als van oorsprong krachtens de overgangsregels van oorsprong, met uitzondering van bepaalde landbouwproducten die zijn ingedeeld onder de hoofdstukken 2, 4 tot en met 15, en 16 (behalve verwerkte visserijproducten) en de hoofdstukken 17 tot en met 24 van het geharmoniseerde systeem.
(4)De overgangsregels van oorsprong zijn van toepassing naast de oorsprongsregels van de conventie, waardoor twee afzonderlijke zones van cumulatie ontstaan. Ter vergemakkelijking van de toepassing van de permeabiliteit als bedoeld in artikel 21, lid 1, punt d), van aanhangsel A van Protocol nr. 3 tussen de conventie en de overgangsregels van oorsprong moet artikel 8 van aanhangsel A van Protocol nr. 3 derhalve worden gewijzigd,
HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:
Artikel 1
In artikel 8 van aanhangsel A van Protocol nr. 3 bij de overeenkomst wordt het volgende lid 1 bis ingevoegd:
“1 bis.
Niettegenstaande lid 1, punt b), kan de cumulatie overeenkomstig artikel 7 worden toegepast op onder de hoofdstukken 1, 3, 16 (voor verwerkte visserijproducten) en de hoofdstukken 25 tot en met 97 van het geharmoniseerde systeem ingedeelde goederen die de oorsprong hebben verkregen door toepassing van oorsprongsregels overeenkomstig aanhangsel I en de toepasselijke bepalingen van aanhangsel II van de Regionale Conventie betreffende de pan-Euro-mediterrane preferentiële oorsprongsregels, mits die materialen en producten van oorsprong zijn uit de toepassende overeenkomstsluitende partijen waarvoor cumulatie mogelijk is.”.
Artikel 2
Dit besluit treedt in werking de eerste dag van de eerste maand volgende op de maand waarin het wordt aangenomen.
Gedaan te…
Voor het Gemengd Comité
De voorzitter