EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 13.5.2024
COM(2024) 199 final
BIJLAGE
bij
Aanbeveling
voor een besluit van de Raad tot machtiging om namens de Europese Unie onderhandelingen te openen met het oog op het sluiten van een uitvoeringsprotocol bij de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie, enerzijds, en de regering van Groenland en de regering van het Koninkrijk Denemarken, anderzijds
{SWD(2024) 128 final} - {SWD(2024) 129 final}
BIJLAGE
Onderhandelingsrichtsnoeren
–Het doel van de onderhandelingen is de sluiting van een uitvoeringsprotocol bij de partnerschapsovereenkomst inzake duurzame visserij tussen de Europese Unie, enerzijds, en de regering van Groenland en de regering van Denemarken, anderzijds, in overeenstemming met de artikelen 28, 31 en 32 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid en met de conclusies van de Raad van 19 maart 2012 over de mededeling van de Commissie van 13 juli 2011 inzake de externe dimensie van het gemeenschappelijk visserijbeleid.
–In het uitvoeringsprotocol moet het algemene kader voor de visserijactiviteiten van de vaartuigen van de Unie in de wateren van Groenland en voor de samenwerking tussen de Unie en Groenland op het gebied van sectorale steun worden omschreven.
–Om een duurzame en verantwoorde visserij te bevorderen waarbij de negatieve gevolgen van visserijactiviteiten voor het mariene milieu tot een minimum worden beperkt, en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de Unie en Groenland wederzijdse voordelen halen uit dit nieuwe uitvoeringsprotocol, streeft de Commissie er tijdens de onderhandelingen naar:
·de toegang tot de visserijzone van Groenland te garanderen en ervoor te zorgen dat de vaartuigen van de Unie de nodige machtigingen krijgen om er te vissen;
·rekening te houden met het beste beschikbare wetenschappelijke advies en de desbetreffende, door regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s) vastgestelde beheersplannen om een uit ecologisch oogpunt duurzame visserij te verzekeren en oceaangovernance op internationale schaal te bevorderen. De visserijactiviteiten moeten uitsluitend op beschikbare bestanden gericht zijn, rekening houden met de vangstcapaciteit van de lokale vloot en speciale aandacht hebben voor het feit dat het gaat over bestanden die over grote afstanden trekken;
·een adequaat aandeel in de overschotbestanden te verkrijgen dat geheel in verhouding staat tot de belangen van de vloot van de Unie, wanneer ook andere vloten belang hebben bij die bestanden;
·voor alle buitenlandse vloten dezelfde technische voorwaarden toe te passen, rekening houdend met de mogelijke overdracht van een deel van de overeengekomen Uniequota naar andere noordse staten;
·ervoor te zorgen dat de financiële bijdrage van de Unie voor de toegang tot de visserij gebaseerd is op de historische en verwachte toekomstige activiteiten van de vloot van de Unie in de regio, in het licht van de meest actuele en beste beschikbare wetenschappelijke evaluaties;
·een dialoog aan te gaan met het oog op de versterking van het sectorale beleid om de uitvoering door Groenland van een verantwoord visserijbeleid aan te moedigen, in overeenstemming met zijn vooruitgangsdoelstellingen, met name wat betreft governance op visserijgebied, de bestrijding van illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij, de controle, monitoring en bewaking van visserijactiviteiten, en wetenschappelijk advies;
·groei en werkgelegenheid in verband met maritieme activiteiten te bevorderen, rekening houdend met de desbetreffende verdragen van de Internationale Arbeidsorganisatie;
·een clausule op te nemen over de gevolgen van schendingen van de mensenrechten en van de democratische beginselen.
–Om een onderbreking van de visserijactiviteiten te voorkomen, moet het nieuwe protocol een clausule bevatten over de voorlopige toepassing ervan.
–In het protocol moet met name het volgende worden omschreven:
·de aan vaartuigen van de Unie toe te kennen vangstmogelijkheden, per categorie;
·de financiële compensatie en de voorwaarden voor de betaling daarvan; en
·de mechanismen voor een doeltreffende uitvoering en monitoring van de sectorale steun.