Brussel, 6.3.2024

COM(2024) 114 final

2024/0063(NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot wijziging en rectificatie van Verordening (EU) 2024/257 van de Raad tot vaststelling, voor 2024, 2025 en 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Bij Verordening (EU) 2024/257 van de Raad 1 worden voor 2024, 2025 en 2026 voor bepaalde visbestanden de vangstmogelijkheden vastgesteld die in de wateren van de EU en, voor vissersvaartuigen van de EU, in bepaalde wateren buiten de EU van toepassing zijn. Het voorstel wijzigt die vangstmogelijkheden om rekening te houden met de meest recente wetenschappelijke adviezen en andere ontwikkelingen. Daarnaast worden in het voorstel bepaalde fouten in Verordening (EU) 2024/257 gerectificeerd.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

De voorgestelde maatregelen stroken met de doelstellingen en regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB).

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De voorgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met de andere beleidsterreinen van de Unie, en met name met het milieubeleid.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 43, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Subsidiariteit

Het voorstel valt onder de exclusieve EU-bevoegdheid zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, punt d), VWEU. Het subsidiariteitsbeginsel is dus niet van toepassing.

Evenredigheid

Het voorstel betreft de toewijzing van vangstmogelijkheden aan de lidstaten conform de doelstellingen van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid 2 . Op grond van de artikelen 16 en 17 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten de lidstaten beslissen hoe de hun ter beschikking staande vangstmogelijkheden op basis van bepaalde criteria voor de toewijzing van vangstmogelijkheden kunnen worden toegewezen aan vaartuigen die hun vlag voeren. De lidstaten beschikken derhalve over de nodige speelruimte om in het kader van de benutting van de hun ter beschikking staande vangstmogelijkheden, de toegewezen totale toegestane vangsten (TAC’s) te verdelen volgens het sociale/economische model van hun keuze.

Keuze van het instrument

Aangezien het voorstel een bestaande verordening wijzigt, is een verordening het meest geschikte rechtsinstrument.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Niet van toepassing.

Raadpleging van belanghebbenden

De Commissie heeft de belanghebbenden geraadpleegd, met name via de adviesraden, op basis van haar jaarlijkse mededeling “Duurzame visserij in de EU: stand van zaken en oriëntaties voor 2024” (COM(2023) 303).

In hun reactie op die jaarlijkse mededeling hebben de belanghebbenden hun mening gegeven over de door de Commissie verrichte evaluatie van de situatie van de bestanden en over de vraag welke beheersmatige reactie passend is. De Commissie heeft met die reacties rekening gehouden bij de uitwerking van het voorstel.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

Het wetenschappelijk advies van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) is gebaseerd op een kader dat door zijn deskundigengroepen en besluitvormingsorganen is ontwikkeld, en wordt uitgebracht in lijn met zijn kader-partnerschapsovereenkomst met de Commissie.

Effectbeoordeling

De werkingssfeer van het voorstel is omschreven in artikel 43, lid 3, VWEU.

Het is de bedoeling om met het voorstel een kortetermijnaanpak te vermijden en te streven naar duurzaamheid op de lange termijn. Er is rekening gehouden met initiatieven van belanghebbenden en adviesraden indien deze door de ICES positief werden beoordeeld. Het GVB-hervormingsvoorstel van de Commissie was gebaseerd op een effectbeoordeling (SEC(2011) 891), waarin werd geoordeeld dat de verwezenlijking van de MDO-doelstelling een noodzakelijke voorwaarde was om tot ecologische, economische en sociale duurzaamheid te komen en dat deze drie doelstellingen niet los van elkaar kunnen worden verwezenlijkt.

Wat de ROVB-vangstmogelijkheden en de met niet-EU-landen gezamenlijk beheerde bestanden betreft, worden met het voorstel internationaal overeengekomen maatregelen geïmplementeerd. Bij het voorbereiden en voeren van de internationale onderhandelingen waarin vangstmogelijkheden van de EU worden overeengekomen met niet-EU-landen, worden alle aspecten die van belang zijn voor de beoordeling van de mogelijke gevolgen van de vangstmogelijkheden in aanmerking genomen.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Niet van toepassing.

Grondrechten

Het voorstel eerbiedigt de grondrechten, en met name die welke in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De voorgestelde maatregelen hebben geen gevolgen voor de begroting.

5.OVERIGE ELEMENTEN

   Artikelsgewijze toelichting

Voorgesteld wordt Verordening (EU) 2024/257 van de Raad te wijzigen zoals hieronder uiteengezet.

Kleinoogrog in het westelijke Kanaal

Bij Verordening (EU) 2024/257 is een TAC voor roggen (Rajiformes) vastgesteld in de wateren van de EU en het VK van de ICES-sectoren 6a, 6b, 7a tot en met 7c en 7e tot en met 7k (gebied ten westen van Schotland, zuidelijk deel van de Keltische Zee en Kanaal). Bij die verordening is ook een bijzondere voorwaarde in het kader van die TAC vastgesteld. Die bijzondere voorwaarde staat toe dat de EU en het VK in 2024 kleinoogrog (Raja microocellata) in ICES-sector 7e (westelijk Kanaal) vangen om onderzoeksvisserij mogelijk te maken waarbij op de visserij gebaseerde gegevens worden verzameld voor dit bestand, dat door de ICES wordt beoordeeld. Om rechtszekerheid te bieden en de uitvoering van “monitoringprogramma’s” voor onderzoeksvisserij mogelijk te maken, moeten de onder die bijzondere voorwaarde vallende hoeveelheden aan de lidstaten worden toegewezen overeenkomstig het beginsel van relatieve stabiliteit en de verdeelsleutel voor roggen in de wateren van de EU en het VK van de ICES-sectoren 6a, 6b, 7a tot en met 7c en 7e tot en met 7k.

Witje en tongschar in het Skagerrak-Kattegat

Op 6 december 2023 beëindigden de EU en het Verenigd Koninkrijk bilateraal overleg over de vaststelling van de vangstmogelijkheden vermeld in bijlage 35 bij de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds 3 (de “handels- en samenwerkingsovereenkomst”). De uitkomst van dat overleg is vastgelegd in een schriftelijk verslag dat op 6 december 2023 is ondertekend en op 8 december 2023 werd aangevuld met een addendum, en dat bij Verordening (EU)°2024/257 in het EU-recht is geïmplementeerd.

Tijdens dat bilaterale overleg hebben de EU en het VK onder meer, voor het eerst, TAC’s vastgesteld voor: i) witje (Glyptocephalus cynoglossus) in de EU-wateren van ICES-sector 3a (Skagerrak-Kattegat); en ii) tongschar (Microstomus kitt) in hetzelfde gebied. In afwachting van een akkoord tussen de lidstaten over de wijze waarop die vangstmogelijkheden moeten worden toegewezen, zijn de TAC’s voor die bestanden in Verordening (EU) 2024/257 als “Nog vast te stellen” aangegeven. Om de lidstaten in staat te stellen van deze vangstmogelijkheden gebruik te maken, moeten de TAC’s en de EU-quota voor die bestanden worden vastgesteld op de in het schriftelijk verslag vermelde niveaus. Aangezien de besprekingen tussen de lidstaten over de toewijzing nog gaande zijn, zijn de quota van de lidstaten niet opgenomen. Zodra de uitkomst bekend is, werken de diensten van de Commissie het voorstel bij door middel van een non-paper waarin het volgende wordt voorgesteld: i) de quota van de lidstaten; of ii) om de EU-quota niet aan de lidstaten toe te wijzen en alle lidstaten toe te staan de EU-quota te bevissen totdat deze volledig zijn opgebruikt.

Zandspieringen in de Noordzee

Verordening (EU) 2024/257 stelt de TAC voor zandspieringen en geassocieerde bijvangsten (Ammodytes spp.) in de wateren van het VK en de EU van ICES-deelgebied 4 (Noordzee), de wateren van het VK van ICES-sector 2a en de EU-wateren van sector 3a (Skagerrak en Kattegat) voor 2024 voorlopig vast op nul, in afwachting van de bekendmaking van het wetenschappelijk advies van de ICES voor dat bestand voor 2024.

De ICES verwacht zijn wetenschappelijk advies voor zandspieringen in ICES-deelgebied 4 en ICES-sector 3a voor 2024 op 29 februari 2024 bekend te maken. Na de bekendmaking van dat advies zal de EU bilateraal overleg plegen met het VK over het niveau van de TAC voor 2024 voor dat bestand overeenkomstig de artikelen 498, leden 2, 4 en 6, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst. In afwachting van de formele uitkomst van dat bilaterale overleg is de tekst van de desbetreffende overweging van Verordening (EU) 2023/194 van de Raad 4 tussen vierkante haken opgenomen en wordt de TAC voor zandspiering in ICES-deelgebied 4 en de ICES-sectoren 2a en 3a voor 2024 als “p.m.” (pro memorie) aangegeven. Zodra de formele uitkomst van dat bilaterale overleg bekend is, werken de diensten van de Commissie het voorstel bij door middel van een non-paper waarin de TAC voor 2024 wordt voorgesteld op het met het VK overeengekomen niveau.

SPRFMO

In afwachting van de uitkomst van de jaarvergadering van 2024 van de SPRFMO (Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan), die van 29 januari tot en 2 februari 2024 heeft plaatsgevonden, vermeldt Verordening (EU) 2024/257 bij de TAC’s van het SPRFMO-verdragsgebied “Nog vast te stellen” en handhaaft zij voorlopig de maatregelen die functioneel met de TAC’s verbonden zijn.

Tijdens haar 12e jaarvergadering in 2024 heeft de SPRFMO nieuwe vangstbeperkingen vastgesteld voor Chileense horsmakreel (Trachurus murphyi) en de experimentele visserij op ijsheken (Dissostichus spp.) gehandhaafd. Daarnaast heeft de SPRFMO functioneel daarmee verbonden maatregelen gehandhaafd of gewijzigd. Deze maatregelen moeten derhalve in het EU-recht worden geïmplementeerd.

WCPFC

In Verordening (EU) 2024/257 zijn de vangstmogelijkheden in het verdragsgebied van de Commissie voor de instandhouding en het beheer van de over grote afstanden trekkende visbestanden in de westelijke en centrale Stille Oceaan (WCPFC) als “Nog vast te stellen” aangegeven en worden de functioneel daarmee verbonden maatregelen voorlopig gehandhaafd, in afwachting van de formele uitkomst van de jaarvergadering van 2023 van de WCPFC die van 4 tot en met 8 december 2023 is gehouden.

Tijdens haar jaarvergadering van 2023 heeft de WCPFC besloten de inspanningsbeperkingen voor de ringzegenvisserij en de maximale aantallen van de betrokken vaartuigen die op tropische tonijn vissen, te handhaven. Voorts heeft de WCPFC maatregelen gewijzigd met betrekking tot het beheer van visaantrekkende voorzieningen (FAD’s) in de visserij op tropische tonijn, met name met betrekking tot de FAD-sluiting. Deze maatregelen moeten in het EU-recht worden geïmplementeerd.

Iccat

De beperkingen van de visserijinspanning voor EU-vaartuigen die in het verdragsgebied van de Iccat (Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen) op blauwvintonijn (Thunnus thynnus) vissen, en de maximale hoeveelheid en capaciteit voor EU-kwekerijen van blauwvintonijn in dit gebied berusten op informatie die wordt verstrekt in de jaarlijkse visplannen, de jaarlijkse beheersplannen voor de vangstcapaciteit en de jaarlijkse beheersplannen voor de kweek van blauwvintonijn zoals opgesteld door de lidstaten. Op grond van artikel 16, lid 1, van Verordening (EU) 2023/2053 van het Europees Parlement en de Raad 5 moeten de lidstaten die plannen jaarlijks uiterlijk op 31 januari aan de Commissie toezenden. Die plannen worden vervolgens door de Commissie gecompileerd en vormen de basis voor de opstelling van een jaarplan van de EU, dat overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2023/2053 aan het Iccat-secretariaat wordt toegezonden voor bespreking en goedkeuring door de Iccat. In afwachting van de indiening en goedkeuring van het jaarplan van de EU door de Iccat is de tekst van de desbetreffende overweging van Verordening (EU) 2023/194 van de Raad tussen vierkante haken opgenomen en worden de EU-beperkingen van de visserijinspanning en de maximale kweekhoeveelheid en -capaciteit van de EU voor 2024 als “p.m.” (pro memorie) aangegeven. Zodra de Iccat het EU-jaarplan heeft goedgekeurd, werken de diensten van de Commissie het voorstel bij met een non-paper waarin de beperkingen van de visserijinspanning en de maximale kweekhoeveelheid en -capaciteit voor 2024 worden voorgesteld.

Zandtijgerhaai

Tijdens haar 14e vergadering, die van 12 tot en met 17 februari 2024 in Samarkand (Oezbekistan) is gehouden, heeft de Conferentie van de partijen (COP) bij het Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten (CMS) zandtijgerhaai (Carcharias taurus) toegevoegd aan de lijsten van beschermde soorten in de bijlagen I en II bij dat verdrag. Deze maatregelen moeten derhalve in het EU-recht worden geïmplementeerd door een verbod in te stellen op het bevissen, aan boord houden, overladen of aanlanden van deze soort door: i) EU-vissersvaartuigen in alle wateren; en ii) vaartuigen van derde landen in EU-wateren.

In artikel 98, lid 2, van Verordening (EU) 2023/2124 van het Europees Parlement en de Raad 6 is echter al een dergelijk verbod voor zandtijgerhaai in de Middellandse Zee vastgesteld. Om overlappende bepalingen over hetzelfde onderwerp in de Middellandse Zee te voorkomen, moet een dergelijk verbod daarom alleen worden ingesteld voor EU-vaartuigen in alle wateren andere dan de Middellandse Zee, en voor vaartuigen van derde landen in EU-wateren.

Dat verbod voor zandtijgerhaai moet van toepassing zijn met ingang van 1 april 2024, dat wil zeggen: i) na de 14e vergadering van de COP bij het CMS, die plaatsvond van 12 tot en met 17 februari 2024; en ii) vóór de inwerkingtreding van de wijziging van de aanhangsels I en II van het CMS op 17 mei 2024.

Rectificatie van fouten

Artikel 41, lid 4, en artikel 43 van Verordening (EU) 2024/257 hebben betrekking op hetzelfde maximumaantal EU-vissersvaartuigen dat in gebieden van het WCPFC-verdragsgebied op zwaardvis (Xiphias gladius) mag vissen. De eerstgenoemde bepaling moet derhalve om redenen van juridische duidelijkheid worden geschrapt.

Artikel 59 van Verordening (EU) 2024/257 betreffende de inwerkingtreding en toepassing moet wat betreft de maatregelen voor Europese aal (Anguilla anguilla) in de mariene en brakke wateren van de EU van de ICES-deelgebieden 3, 4, 6, 7, 8 en 9 en de aangrenzende brakke wateren van de EU als volgt worden gerectificeerd:

Artikel 13, lid 4, van Verordening (EU) 2023/194, op grond waarvan de lidstaten de sluitingsperioden voor commerciële visserijactiviteiten op Europese aal in alle levensfasen in dat gebied moeten vaststellen, is van toepassing van 1 maart 2023 tot en met 31 maart 2024. Artikel 13, lid 6, van Verordening (EU) 2024/257 tot vaststelling van een dergelijke maatregel moet derhalve van toepassing zijn met ingang van 1 april 2024; en

De in Verordening (EU) 2024/257 vastgestelde maatregelen betreffende de commerciële visserij op Europese aal in alle levensfasen in dat gebied zijn van toepassing tot en met 31 maart 2025. Het verbod op recreatievisserij op Europese aal in alle levensfasen in dat gebied op grond van artikel 13, lid 7, van die verordening moet derhalve ook van toepassing zijn tot en met 31 maart 2025.

In bijlage IA, deel B, bij Verordening (EU) 2024/257 moeten de volgende fouten worden gerectificeerd:

Tabel 60: de quota van de lidstaten voor tongschar en witje in de Britse en EU-wateren van ICES-deelgebied 4 en de wateren van het VK van sector 2a voor 2024 moeten worden gerectificeerd om een fout in de berekening van die quota te verbeteren. Daarnaast moeten in respectievelijk voetnoten 3 en 4 de rapportagecodes worden gerectificeerd voor: i) tongschar in de EU-wateren van sector 3a; en ii) witje in de EU-wateren van sector 3a;

Tabel 93: de TAC voor tarbot en griet (Scophthalmus maximus en Scophthalmus rhombus) in de wateren van het VK en de EU van ICES-deelgebied 4 en de wateren van het VK van sector 2a voor 2024 moet als “analytische TAC” worden aangemerkt overeenkomstig het desbetreffende ICES-advies 7 . Daarnaast moet in voetnoot 4 de rapportagecode voor griet in de EU-wateren van sector 3a worden gerectificeerd;

Tabel 101: in de TAC-tabellen voor golfrog (Raja undulata) in respectievelijk de EU-wateren van ICES-deelgebied 8 en ICES-deelgebied 9 moet worden verduidelijkt dat vangsten uit de extra toewijzing aan vaartuigen die aan de onderzoeksvisserij deelnemen, afzonderlijk moeten worden gerapporteerd;

Tabel 103: in de TAC-tabel voor makreel (Scomber scombrus) in de Noordzee en de Oostzee: i) de beschrijving van het gebied en de rapportagecode moeten worden gerectificeerd om rekening te houden met het geografische toepassingsgebied van de twee in Verordening (EU) 2023/194 opgenomen TAC’s voor makreel in de Noordzee en de Oostzee 8 ; ii) de tweede zin van voetnoot 1, die in tegenspraak is met de rest van die voetnoot, moet worden geschrapt; iii) in voetnoot 2, eerste kolom van de tabel, moeten de gebiedsbeschrijving en de rapportagecode worden gerectificeerd om de gebiedsbeschrijving van de TAC te weerspiegelen; en iv) in voetnoot 4 moet de titel “Na overdracht” om redenen van juridische duidelijkheid worden geschrapt; en

Tabel 106: in voetnoot 1 bij de TAC-tabel voor tong (Solea solea) in de wateren van het VK en de EU van ICES-deelgebied 4 en de wateren van het VK van sector 2a moet de rapportagecode worden gerectificeerd.

In bijlage XI bij Verordening (EU) 2024/257 moeten de volgende fouten worden gerectificeerd:

punt 2: in de TAC-tabel voor makreel (Scomber scombrus) in de Noordzee en de Oostzee: i) de tweede zin van voetnoot 1, die in tegenspraak is met de rest van de voetnoot, moet worden geschrapt; ii) in voetnoot 2, eerste kolom van de tabel, moeten de gebiedsbeschrijving en de rapportagecode worden gerectificeerd om de gebiedsbeschrijving van de TAC te weerspiegelen; en iv) in voetnoot 4 moet de titel “Na overdracht” om redenen van juridische duidelijkheid worden geschrapt.



2024/0063 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot wijziging en rectificatie van Verordening (EU) 2024/257 van de Raad tot vaststelling, voor 2024, 2025 en 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Bij Verordening (EU) 2024/257 van de Raad 9 worden voor 2024, 2025 en 2026 voor bepaalde visbestanden de vangstmogelijkheden vastgesteld die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn. De totale toegestane vangsten (TAC’s) en inspanningsbeperkingen en de maatregelen die functioneel met de TAC’s en inspanningsbeperkingen verbonden zijn, zoals vastgesteld bij Verordening (EU) 2024/257, moeten worden gewijzigd op grond van de bekendmaking van wetenschappelijk advies en op grond van de uitkomst van het overleg met derde landen en van vergaderingen van regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s).

(2)Bij Verordening (EU) 2024/257 is een TAC voor roggen (Rajiformes) vastgesteld in de wateren van de Unie en het Verenigd Koninkrijk van de sectoren 6a, 6b, 7a tot en met 7c en 7e tot en met 7k van de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES). Bij die verordening is ook een bijzondere voorwaarde in het kader van die TAC vastgesteld. Die bijzondere voorwaarde staat toe dat de Unie en het Verenigd Koninkrijk in 2024 kleinoogrog (Raja microocellata) in ICES-sector 7e (westelijk Kanaal) vangen om onderzoeksvisserij mogelijk te maken waarbij op de visserij gebaseerde gegevens worden verzameld voor dit bestand, dat door de ICES wordt beoordeeld. Om rechtszekerheid te bieden en de uitvoering van “monitoringprogramma’s” voor onderzoeksvisserij mogelijk te maken, moeten de onder die bijzondere voorwaarde vallende hoeveelheden aan de lidstaten worden toegewezen overeenkomstig het beginsel van relatieve stabiliteit en de verdeelsleutel voor roggen in de wateren van de Unie en het Verenigd Koninkrijk van de ICES-sectoren 6a, 6b, 7a tot en met 7c en 7e tot en met 7k.

(3)In het bilateraal overleg over de vaststelling van de vangstmogelijkheden vermeld in bijlage 35 bij de handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds 10 (de “handels- en samenwerkingsovereenkomst”), stelden de Unie en het Verenigd Koninkrijk voor het eerst TAC’s vast voor: i) witje (Glyptocephalus cynoglossus) in de Uniewateren van ICES-sector 3a (Skagerrak-Kattegat); en ii) tongschar (Microstomus kitt) in hetzelfde gebied. In afwachting van een akkoord tussen de lidstaten over de wijze waarop die vangstmogelijkheden moeten worden toegewezen, zijn de TAC’s voor die bestanden in Verordening (EU) 2024/257 als “Nog vast te stellen” aangegeven. Om de lidstaten in staat te stellen die vangstmogelijkheden te benutten, moeten de TAC’s en quota van de Unie voor die bestanden worden vastgesteld op de met het Verenigd Koninkrijk overeengekomen niveaus en, in voorkomend geval, aan de lidstaten worden toegewezen in overeenstemming met de uitkomst van de besprekingen tussen de lidstaten over die toewijzing.

(4)[Tussen 9 en 13 maart 2023 hebben de Unie en het Verenigd Koninkrijk bilateraal overleg gepleegd over het niveau van de TAC voor zandspieringen en geassocieerde bijvangsten (Ammodytes spp.) in de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van ICES-deelgebied 4, de wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a en de wateren van de Unie van sector 3a. Dat overleg vond plaats overeenkomstig artikel 498, leden 2, 4 en 6, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst en op basis van het door de Raad op 2 maart 2023 bekrachtigde standpunt van de Unie. De uitkomst van dat overleg is vastgelegd in een schriftelijk verslag. De relevante TAC zou derhalve moeten worden vastgesteld op het met het Verenigd Koninkrijk overeengekomen niveau.] [De overweging en de desbetreffende bepalingen zullen worden bijgewerkt na afloop van het overleg tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk.]

(5)Tijdens haar 12e jaarvergadering in 2024 heeft de Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan (South Pacific Regional Fisheries Management Organisation — SPRFMO) nieuwe vangstbeperkingen voor Chileense horsmakreel (Trachurus murphyi) vastgesteld en de experimentele visserij op ijsheken (Dissostichus spp.) gehandhaafd. Daarnaast heeft de SPRFMO functioneel daarmee verbonden maatregelen gehandhaafd of gewijzigd. Die maatregelen moeten in het Unierecht worden geïmplementeerd.

(6)Tijdens haar jaarvergadering van 2023 heeft de Commissie voor de visserij in de westelijke en centrale Stille Oceaan (WCPFC) besloten de inspanningsbeperkingen voor de ringzegenvisserij en de maximale aantallen van de betrokken vaartuigen die op tropische tonijn vissen, te handhaven. Bepalingen met betrekking tot het beheer van visaantrekkende voorzieningen (FAD’s) in de visserij op tropische tonijn, en met name met betrekking tot de FAD-sluiting, werden gewijzigd. Die maatregelen moeten in het Unierecht worden geïmplementeerd.

(7)[De beperkingen van de visserijinspanning voor Unievaartuigen die in het verdragsgebied van de Iccat (Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen) op blauwvintonijn (Thunnus thynnus) vissen, en de maximale hoeveelheid en capaciteit voor Uniekwekerijen van blauwvintonijn in dit gebied berusten op informatie die wordt verstrekt in de jaarlijkse visplannen, de jaarlijkse beheersplannen voor de vangstcapaciteit en de jaarlijkse beheersplannen voor de kweek van blauwvintonijn zoals opgesteld door de lidstaten. Op grond van artikel 16, lid 1, van Verordening (EU) 2023/2053 van het Europees Parlement en de Raad 11 moeten de lidstaten die plannen jaarlijks uiterlijk op 31 januari aan de Commissie toezenden. Die plannen worden vervolgens door de Commissie gecompileerd en vormen de basis voor de opstelling van een jaarplan van de Unie, dat overeenkomstig artikel 16, lid 2, van Verordening (EU) 2023/2053 aan het Iccat-secretariaat wordt toegezonden voor bespreking en goedkeuring door de Iccat. Het meest recente jaarplan van de Unie is op 8 maart 2023 door de Iccat goedgekeurd. De beperkingen van de visserijinspanning van de Unie en de maximale kweekhoeveelheid en -capaciteit van de Unie voor 2023 moeten derhalve worden gewijzigd overeenkomstig dat jaarplan.] [De overweging en de desbetreffende bepalingen zullen worden bijgewerkt na de goedkeuring van het jaarplan van de Unie door de Iccat.]

(8)Tijdens haar 14e vergadering, die van 12 tot en met 17 februari 2024 in Samarkand (Oezbekistan) is gehouden, heeft de Conferentie van de partijen (COP) bij het Verdrag inzake de bescherming van trekkende wilde diersoorten (CMS) zandtijgerhaai (Carcharias taurus) toegevoegd aan de lijsten van beschermde soorten in de bijlagen I en II bij dat verdrag. Deze maatregelen moeten derhalve in het Unierecht worden geïmplementeerd door een verbod in te stellen op het bevissen, aan boord houden, overladen of aanlanden van deze soort door: i) Unievissersvaartuigen in alle wateren; en ii) vaartuigen van derde landen in Uniewateren. In artikel 98, lid 2, van Verordening (EU) 2023/2124 van het Europees Parlement en de Raad is echter al een dergelijk verbod voor zandtijgerhaai in de Middellandse Zee vastgesteld. Om overlappende bepalingen over hetzelfde onderwerp in de Middellandse Zee te voorkomen, moet een dergelijk verbod daarom alleen worden ingesteld voor Unievaartuigen in alle wateren andere dan de Middellandse Zee en voor vaartuigen van derde landen in Uniewateren.

(9)Artikel 41, lid 4, en artikel 43 van Verordening (EU) 2024/257 hebben betrekking op hetzelfde maximumaantal Unievissersvaartuigen dat in gebieden van het WCPFC-verdragsgebied op zwaardvis (Xiphias gladius) mag vissen. De eerstgenoemde bepaling moet derhalve om redenen van juridische duidelijkheid worden geschrapt.

(10)Artikel 59 van Verordening (EU) 2024/257 betreffende de inwerkingtreding en toepassing moet worden gerectificeerd wat betreft de maatregelen voor Europese aal (Anguilla anguilla) in de mariene en brakke wateren van de Unie van de ICES-deelgebieden 3, 4, 6, 7, 8 en 9 en de aangrenzende brakke wateren van de Unie.

(11)Bepaalde fouten in de TAC-tabellen in de bijlagen bij Verordening (EU) 2024/257 moeten worden gerectificeerd. Het gaat onder meer om fouten met betrekking tot: i) de quota van de lidstaten; ii) het type TAC (d.w.z. “analytische TAC” of “voorzorgs-TAC”); iii) gebiedsbeschrijvingen; en iv) rapportagecodes. Daarnaast moeten in die bijlagen sommige bepalingen worden verduidelijkt in: i) de TAC-tabellen voor golfrog (Raja undulata) in respectievelijk de wateren van de Unie van ICES-deelgebied 8 en van ICES-deelgebied 9; en ii) in de TAC-tabellen voor makreel (Scomber scombrus) in de Noordzee en de Oostzee.

(12)Verordening (EU) 2024/257 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd en gerectificeerd.

(13)De vangstmogelijkheden van Verordening (EU) 2024/257 moeten met ingang van 1 januari 2024 van toepassing zijn. De vangstmogelijkheden van de onderhavige verordening moeten derhalve eveneens met ingang van die datum van toepassing zijn. Een dergelijke toepassing met terugwerkende kracht doet geen afbreuk aan de beginselen van rechtszekerheid en bescherming van het gewettigd vertrouwen aangezien de betrokken vangstmogelijkheden worden verhoogd of nog niet zijn opgebruikt.

(14)De bepalingen van deze verordening betreffende zandtijgerhaai moeten van toepassing zijn met ingang van 1 april 2024, dat wil zeggen: i) na de 14e vergadering van de COP bij het CMS, die plaatsvond van 12 tot en met 17 februari 2024; en ii) vóór de inwerkingtreding van de wijziging van de aanhangsels I en II van het CMS op 17 mei 2024.

(15)Gezien de urgentie om onderbrekingen in de visserijactiviteiten te voorkomen, moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1
Wijziging en rectificatie van Verordening (EU) 2024/257

Verordening (EU) 2024/257 wordt als volgt gewijzigd:

(1)In artikel 20, lid 1, wordt het volgende punt ingevoegd:

“b bis)zandtijgerhaai (Carcharias taurus) in alle andere wateren andere dan de Middellandse Zee;”.

(2)In artikel 41 wordt lid 3 geschrapt.

(3)Artikel 42 wordt vervangen door:

Artikel 42

Beheer van de visserij met FAD’s

1.In het gedeelte van het WCPFC-verdragsgebied tussen 20° NB en 20° ZB mogen ringzegenvaartuigen, tendervaartuigen en andere vaartuigen die ondersteuning bieden aan ringzegenvaartuigen tussen 1 juli 2024 00.00 uur en 15 augustus 2024 24.00 uur geen FAD’s uitzetten, er werkzaamheden aan verrichten of bij de FAD’s netten uitzetten.

2.Naast het verbod van lid 1 is het in het WCPFC-verdragsgebied op volle zee tussen 20° NB en 20° ZB verboden netten bij FAD’s uit te zetten tijdens een extra maand, van 1 april 2024 00.00 uur tot en met 30 april 2024 24.00 uur, hetzij van 1 mei 2024 00.00 uur tot en met 31 mei 2024 24.00 uur, hetzij van 1 november 2024 00.00 uur tot en met 30 november 2024 24.00 uur, hetzij van 1 december 2024 00.00 uur tot en met 31 december 2024 24.00 uur.

3.De betrokken lidstaten bepalen gezamenlijk welke van de in lid 2 genoemde sluitingsperioden geldt voor ringzegenvaartuigen die hun vlag voeren. De lidstaten stellen de Commissie uiterlijk op 15 februari 2024 gezamenlijk in kennis van de gekozen sluitingsperiode. De Commissie stelt het secretariaat van de WCPFC vóór 1 maart 2024 in kennis van de door de betrokken lidstaten gekozen gezamenlijke sluitingsperiode.

4.    Elke lidstaat zorgt ervoor dat geen enkel van zijn ringzegenvaartuigen op enig moment meer dan 350 FAD’s met geactiveerde instrumentboeien uitzet op zee. Boeien mogen uitsluitend aan boord van een ringzegenvaartuig worden geactiveerd.”.

(4)In artikel 55, lid 1, wordt het volgende ingevoegd:

“a bis)zandtijgerhaai (Carcharias taurus) in alle wateren van de Unie;”.

(5) Artikel 59, punten a) en b), worden vervangen door:

“a)artikel 13, leden 1 en 7, is van toepassing van 1 januari 2024 tot en met 31 maart 2025;

b)artikel 13, leden 2 tot en met 6, is van toepassing van 1 april 2024 tot en met 31 maart 2025;”.

(6) In artikel 59 worden de volgende punten c bis) en g bis) ingevoegd:

“c bis)artikel 20, lid 1, punt b bis), is van toepassing met ingang van 1 april 2024;

g bis) artikel 55, lid 1, punt a bis), is van toepassing met ingang van 1 april 2024;”.

(7)De bijlagen IA, IG, IH, VI en XI worden gewijzigd en gerectificeerd overeenkomstig de bijlage bij deze verordening.

Artikel 2
Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing met ingang van 1 januari 2024.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Verordening (EU) 2024/257 van de Raad van 10 januari 2024 tot vaststelling, voor 2024, 2025 en 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/194 (PB L, 2024/257 van 11.1.2024).
(2)    Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).
(3)    PB L 149 van 30.4.2021, blz. 10.
(4)    Verordening (EU) 2023/194 van de Raad van 30 januari 2023 tot vaststelling, voor 2023, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot vaststelling, voor 2023 en 2024, van dergelijke vangstmogelijkheden voor bepaalde diepzeevisbestanden (PB L 28 van 31.1.2023, blz. 1).
(5)    Verordening (EU) 2023/2053 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 tot vaststelling van een meerjarig beheersplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1936/2001, (EU) 2017/2107 en (EU) 2019/833, en tot intrekking van Verordening (EU) 2016/1627 (PB L 238 van 27.9.2023, blz. 1).
(6)    Verordening (EU) 2023/2124 van het Europees Parlement en de Raad van 4 oktober 2023 tot vaststelling van een aantal bepalingen voor de visserij in het overeenkomstgebied van de Algemene Visserijcommissie voor de Middellandse Zee (General Fisheries Commission for the Mediterranean, GFCM) (PB L 2023/2124 van 12.10.2023).
(7)     https://doi.org/10.17895/ices.advice.21864321.v1     https://doi.org/10.17895/ices.advice.21840735.v1  
(8)    Verordening (EU) 2023/194 van de Raad van 30 januari 2023 tot vaststelling, voor 2023, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot vaststelling, voor 2023 en 2024, van dergelijke vangstmogelijkheden voor bepaalde diepzeevisbestanden (PB L 28 van 31.1.2023, blz. 1).
(9)    Verordening (EU) 2024/257 van de Raad van 10 januari 2024 tot vaststelling, voor 2024, 2025 en 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot wijziging van Verordening (EU) 2023/194 (PB L, 2024/257 van 11.1.2024).
(10)    PB L 149 van 30.4.2021, blz. 10.
(11)    Verordening (EU) 2023/2053 van het Europees Parlement en de Raad van 13 september 2023 tot vaststelling van een meerjarig beheersplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1936/2001, (EU) 2017/2107 en (EU) 2019/833, en tot intrekking van Verordening (EU) 2016/1627 (PB L 238 van 27.9.2023, blz. 1).

Brussel, 6.3.2024

COM(2024) 114 final

BIJLAGE

bij

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot wijziging en rectificatie van Verordening (EU) 2024/257 van de Raad tot vaststelling, voor 2024, 2025 en 2026, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn


BIJLAGE

Wijzigingen en rectificaties van Verordening (EU) 2024/257

Verordening (EU) 2024/257 wordt als volgt gewijzigd en gerectificeerd:

(1)In deel B van bijlage IA wordt tabel 1 vervangen door:

 

 

 

Tabel

1

 

 

 

Soort:

Zandspieringen en geassocieerde bijvangsten

Gebied:

Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a; wateren van de Unie van 3a

 

Ammodytes spp.

 

 

 

 

Denemarken

 

p.m.

(1)

Analytische TAC

 

 

Duitsland

p.m.

(1)

Artikel 3, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Zweden

p.m.

(1)

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Unie

p.m.

Verenigd Koninkrijk

p.m.

TAC

 

p.m.

 

 

 

 

 

(1)

Maximaal 2 % van het quotum mag bestaan uit bijvangsten van wijting en makreel (OT1/*2A3A4X). De bijvangsten van wijting en makreel die krachtens deze bepaling op het quotum in mindering worden gebracht, en de bijvangsten van soorten die krachtens artikel 15, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 op het quotum in mindering worden gebracht, mogen samen niet hoger zijn dan 9 % van het quotum.

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van deze quota mag in de onderstaande beheersgebieden voor zandspieringen, als omschreven in bijlage III, niet meer worden gevangen dan de hieronder vermelde hoeveelheden:

 

Gebied: wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie in de beheersgebieden voor zandspieringen

 

 

1r

2r

3r

4

5r

6

7r

 

(SAN/234_1R)(1)

(SAN/234_2R)(1)

(SAN/234_3R)(1)

(SAN/234_4)(1)

(SAN/234_5R)(1) 

(SAN/234_6)(1) 

(SAN/234_
7R)
(1)

Denemarken

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Duitsland

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Zweden

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Unie

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Verenigd Koninkrijk

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Totaal

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

(1)

Tot 10 % van dit quotum mag worden opgespaard en in het volgende jaar alleen binnen dit beheersgebied worden gebruikt.

(2) In deel B van bijlage IA wordt tabel 29 vervangen door:

Tabel

29

Soort:

Witje

Gebied:

Wateren van de Unie van 3a

Glyptocephalus cynoglossus

(WIT/03A-C.)

Unie

657

(1)

TAC

657

(1)

Hiervan mag tot 100 % worden gevangen in de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4; de wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a (WIT/*2AC4-C1).

(3) In deel B van bijlage IA wordt tabel 60 vervangen door:

 

 

Tabel

60

 

 

 

Soort:

Tongschar en witje

Gebied:

Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a

Microstomus kitt en Glyptocephalus cynoglossus

(L/W/2AC4-C)

België

 

121

Voorzorgs-TAC

Denemarken

335

Duitsland

43

Frankrijk

92

Nederland

278

 

Zweden

4

Unie

873

(3)(4)

Verenigd Koninkrijk

1 666

(1)(2)

TAC

 

2 539

 

 

 

 

 

(1)

Hiervan mag tot 1 125 ton tongschar worden gevangen in de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4; de wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a (LEM/*2AC4-C); en de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 7d (LEM/*07D.).

(2)

Hiervan mag tot 541 ton witje worden gevangen in de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4; de wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a (WIT/*2AC4-C); en de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 7d (WIT/*07D.).

(3)

Hiervan mag tot 590 ton tongschar worden gevangen in de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4; de wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a (LEM/*2AC4-C); de wateren van de Unie van 3a (LEM/*03A-C); en de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 7d (LEM/*07D.).

België

82

Denemarken

226

Duitsland

29

Frankrijk

62

Nederland

188

Zweden

3

(4)

Hiervan mag tot 283 ton witje worden gevangen in de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4 en de wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a (WIT/*2AC4-C), de wateren van de Unie van 3a (WIT/*03A-C); en de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 7d (WIT/*07D.).

België

39

Denemarken

109

Duitsland

14

Frankrijk

30

Nederland

90

Zweden

1

(4) In deel B van bijlage IA wordt tabel 61 vervangen door:

 

 

 

Tabel

61

 

 

Soort:

Tongschar

Gebied:

Wateren van de Unie van 3a

Microstomus kitt

(LEM/03A-C.)

Unie

187

(1)

Analytische TAC

TAC

187

(1)

Hiervan mag tot 100 % worden gevangen in de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4; de wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a (LEM/*2AC4-C1).

(5) In deel B van bijlage IA wordt tabel 93 vervangen door:

 

 

 

Tabel

93

 

 

 

Soort:

Tarbot en griet

 

Gebied:

Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a

Scophthalmus maximus en Scophthalmus rhombus

(T/B/2AC4-C)

België

251

Analytische TAC

Denemarken

537

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

137

Frankrijk

65

Nederland

1 904

Zweden

4

Unie

2 898

(3)(4)

Verenigd Koninkrijk

708

(1)(2)

TAC

 

3 606

 

 

 

 

 

(1)

Hiervan mag tot 400 ton tarbot worden gevangen in de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4 en de wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a (TUR/*2AC4-C).

(2)

Hiervan mag tot 308 ton griet worden gevangen in de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4 en de wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a (BLL/*2AC4-C); en de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 7d en 7e (BLL/*7DE.).



(3)

Hiervan mag tot 1 638 ton tarbot worden gevangen in de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4 en de wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a (TUR/*2AC4-C).

België

142

Denemarken

303

Duitsland

77

Frankrijk

37

Nederland

1 077

Zweden

2

(4)

Hiervan mag tot 1 260 ton griet worden gevangen in de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4 en de wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a (BLL/*2AC4-C); de wateren van de Unie van 3a (BLL/*03A-C); en de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 7d en 7e (BLL/*7DE.).

België

109

Denemarken

233

Duitsland

60

Frankrijk

28

Nederland

828

Zweden

2

(6) In deel B van bijlage IA wordt tabel 98 vervangen door:

 

 

 

Tabel

98

 

 

 

Soort:

Roggen

 

Gebied:

Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 6a, 6b, 7a-c en 7e-k

 

Rajiformes

 

 

(SRX/67AKXD)

 

België

 

824

(1)(2)(3)(4)(5)

Voorzorgs-TAC

 

 

Estland

5

(1)(2)(3)(4)(5)

Frankrijk

3 702

(1)(2)(3)(4)(5)

Duitsland

11

(1)(2)(3)(4)(5)

Ierland

1 191

(1)(2)(3)(4)(5)

Litouwen

19

(1)(2)(3)(4)(5)

Nederland

3

(1)(2)(3)(4)(5)

Portugal

20

(1)(2)(3)(4)(5)

Spanje

996

(1)(2)(3)(4)(5)

Unie

6 771

(1)(2)(3)(4)(5)

Verenigd Koninkrijk

2 985

(1)(2)(3)(4)(5)

TAC

 

9 756

(3)(4)(5)

 

 

 

 

(1)

Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/67AKXD), stekelrog (Raja clavata) (RJC/67AKXD), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/67AKXD), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/67AKXD), zandrog (Leucoraja circularis) (RJI/67AKXD) en kaardrog (Leucoraja fullonica) (RJF/67AKXD) moeten afzonderlijk worden gerapporteerd.

(2)

Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevangen in de wateren van 7d (SRX/*07D.), onverminderd de verbodsbepalingen die in het recht van de Unie en het Verenigd Koninkrijk voor de daarin vermelde gebieden zijn vastgelegd. Vangsten van grootoogrog (Leucoraja naevus) (RJN/*07D.), stekelrog (Raja clavata) (RJC/*07D.), blonde rog (Raja brachyura) (RJH/*07D.), gevlekte rog (Raja montagui) (RJM/*07D.), zandrog (Leucoraja circularis) (RJI/*07D.) en kaardrog (Leucoraja fullonica) (RJF/*07D.) moeten afzonderlijk worden gerapporteerd. Deze bijzondere voorwaarde geldt niet voor kleinoogrog (Raja microocellata) en golfrog (Raja undulata).

(3)

Geldt niet voor golfrog (Raja undulata). Vangsten van deze soort in 7e moeten in mindering worden gebracht op de in de afzonderlijke TAC (RJU/7DE.) vastgestelde hoeveelheden. Vissen van deze soort die accidenteel in 6a, 6b, 7a-c of 7f-k worden gevangen, moeten ongedeerd worden gelaten. Zij moeten onmiddellijk worden teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren.

(4)

Is niet van toepassing op kleinoogrog (Raja microocellata), behalve in 7e, 7f en 7g. Vissen van deze soort die accidenteel worden gevangen, moeten ongedeerd worden gelaten. Zij moeten onmiddellijk worden teruggezet. De vissers worden aangemoedigd technieken en apparatuur te ontwikkelen en te gebruiken voor een snelle en behouden terugzetting van deze dieren. Binnen de limieten van de bovenstaande quota mag in 7f en 7g niet meer kleinoogrog worden gevangen dan de hieronder vermelde hoeveelheden.

Soort:

Kleinoogrog

Gebied:

7f en 7g

 

 

 

Raja microocellata

 

(RJE/7FG.)

 

 

België

5

 (1)

Voorzorgs-TAC

Estland

0

 (1)

Frankrijk

22

 (1)

Duitsland

0

 (1)

Ierland

7

 (1)

Litouwen

0

 (1)

Nederland

0

 (1)

Portugal

0

 (1)

Spanje

6

 (1)

Unie

40

 (1)

Verenigd Koninkrijk

46

 (1)

TAC

 

86

 

 

 

 

 

(1)

Bijzondere voorwaarde: hiervan mag tot 5 % worden gevangen in 7d; deze hoeveelheid moet worden gerapporteerd onder de volgende code: (RJE/*07D.). Deze bijzondere voorwaarde geldt onverminderd de verbodsbepalingen die in het recht van de Unie en het Verenigd Koninkrijk voor de daarin vermelde gebieden zijn vastgelegd.

(5)

Binnen de limieten van het bovenvermelde quotum mag in sector 7e niet meer dan de hieronder vermelde hoeveelheden kleinoogrog worden gevangen om onderzoeksvisserij mogelijk te maken met het oog op de verzameling van op de visserij gebaseerde gegevens voor het bestand, dat door de ICES wordt beoordeeld.

Soort:

Kleinoogrog

Gebied:

7e

 

 

 

Raja microocellata

 

(RJE/07E.)

 

 

België

1

(1)

Voorzorgs-TAC

Estland

0

(1)

Frankrijk

6

(1)

Duitsland

0

(1)

Ierland

2

(1)

Litouwen

0

(1)

Nederland

0

(1)

Portugal

0

(1)

Spanje

2

(1)

Unie

11

(1)

Verenigd Koninkrijk

5

(1)

TAC

 

16

 

 

 

 

 

(1)

Alleen vaartuigen die deelnemen aan “monitoringprogramma’s” in het kader van de onderzoeksvisserij op kleinoogrog in 7e, mogen vangsten van dit bestand aanlanden. Door andere vaartuigen gevangen exemplaren moeten ongedeerd worden gelaten en onmiddellijk worden vrijgelaten. Elke Partij bepaalt zelf hoe haar quotum wordt toegewezen aan de vaartuigen die aan haar monitoringprogramma’s deelnemen. Deelnemende vaartuigen moeten gegevens vergaren en delen over: aanlanding en teruggooi, bij voorkeur met gegevens over de biologische kenmerken van de vangst (lengte, gewicht en geslacht).

(7) In deel B van bijlage IA, worden de tabellen in voetnoot 2 bij tabel 101 vervangen door:

Soort:

Golfrog

Gebied:

Wateren van de Unie van 8

 

Raja undulata

 

 (RJU/8-C.)

 

België

0

Voorzorgs-TAC

Frankrijk

13

(1)

Portugal

10

Spanje

10

(2)

Unie

33

Verenigd Koninkrijk

0

TAC

33

 

 

 

 

(1)

Er mag nog eens 28,5 ton worden toegewezen aan vaartuigen die deelnemen aan onderzoeksvisserij waarbij op de visserij gebaseerde gegevens worden verzameld voor dit bestand op een door een nationaal wetenschappelijk instituut ontwikkelde wijze. Vangsten uit deze extra toewijzing moeten afzonderlijk worden gerapporteerd (RJU/8-C.SEN). Alvorens vangsten toe te staan, stelt Frankrijk de Commissie in kennis van de naam (namen) van het vaartuig (de vaartuigen). Dit mag geen afbreuk doen aan de relatieve stabiliteit.

(2)

Er mag nog eens 21,5 ton worden toegewezen aan vaartuigen die deelnemen aan onderzoeksvisserij waarbij op de visserij gebaseerde gegevens worden verzameld voor dit bestand op een door een nationaal wetenschappelijk instituut ontwikkelde wijze. Vangsten uit deze extra toewijzing moeten afzonderlijk worden gerapporteerd (RJU/8-C.SEN). Alvorens vangsten toe te staan, stelt Spanje de Commissie in kennis van de naam (namen) van het vaartuig (de vaartuigen). Dit mag geen afbreuk doen aan de relatieve stabiliteit.

Soort:

Golfrog

Gebied:

Wateren van de Unie van 9

 

Raja undulata

 

(RJU/9-C.)

 

België

0

Voorzorgs-TAC

Frankrijk

20

Portugal

15

(1)

Spanje

15

Unie

50

Verenigd Koninkrijk

0

 

TAC

50

 

 

 

 

(1)

Er mag nog eens 50 ton worden toegewezen aan vaartuigen die deelnemen aan onderzoeksvisserij waarbij op de visserij gebaseerde gegevens worden verzameld voor dit bestand op een door een nationaal wetenschappelijk instituut ontwikkelde wijze. Vangsten uit deze extra toewijzing moeten afzonderlijk worden gerapporteerd (RJU/9-C.SEN). Alvorens vangsten toe te staan, stelt Portugal de Commissie in kennis van de naam (namen) van het vaartuig (de vaartuigen). Dit mag geen afbreuk doen aan de relatieve stabiliteit.

(8) In deel B van bijlage IA wordt tabel 103 vervangen door:

 

 

 

Tabel

103

 

 

 

Soort:

Makreel

 

 

Gebied:

Wateren van de Unie van 3a, 3b, 3c en 3d; wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a; wateren van de Unie en het Verenigd Koninkrijk van 4; Noorse wateren van 2a en 4a

 

Scomber scombrus

 

 

(MAC/2A34-N)

 

België

476

(1)(2)

Analytische TAC

 

 

Denemarken

27 882

(1)(2)(4)

Artikel 7, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

496

(1)(2)

Frankrijk

1 498

(1)(2)

Nederland

1 508

(1)(2)

Zweden

4 569

(1)(2)(3)

Unie

36 429

(1)(2)

TAC

 

739 386

 

 

 

 

 

(1)

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van deze quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder vermelde hoeveelheden:

 

3a
(MAC/*03A.)

Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 3a, 4b en 4c
(MAC/*3A4BC)

4b
(MAC/*04B.)

4c
(MAC/*04C.)

Wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van 2a, 5b, 6, 7, 8d, 8e, 12 en 14 (MAC/*2AX14)

België

0

0

0

0

286

Denemarken

0

4 130

0

0

9 775

Duitsland

0

0

0

0

298

Frankrijk

0

490

0

0

899

Nederland

0

490

0

0

905

Zweden

0

0

390

10

2 741

Unie

0

5 110

390

10

14 903

(2)

Binnen de limieten van deze quota en in overleg met de betrokken kuststaat mogen de hieronder vermelde maximumhoeveelheden ook in de twee onderstaande gebieden worden gevangen:

 

 

Noorse wateren van 2a en 4a (MAC/*02A4AN-)

Wateren van de Faeröer (MAC/*FRO1)

 

 

 

 

 

België

0

Nog vast te stellen

 

 

 

 

 

Denemarken

0

Nog vast te stellen

 

 

 

 

 

Duitsland

0

Nog vast te stellen

 

 

 

 

 

Frankrijk

0

Nog vast te stellen

 

 

 

 

 

Nederland

0

Nog vast te stellen

 

 

 

 

 

Zweden

0

Nog vast te stellen

 

 

 

 

 

Unie

0

Nog vast te stellen

 

 

 

 

(3)

Bijzondere voorwaarde: inclusief de volgende hoeveelheid in ton in de Noorse wateren van 2a en 4a (MAC/*2A4AN):

 

322

 

 

 

 

Indien overeenkomstig deze bijzondere voorwaarde wordt gevist, moeten bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en zwarte koolvis in mindering worden gebracht op de quota voor die soorten.

(4)

Binnen de limieten van dit quotum verricht Denemarken de volgende overdrachten, die worden gevangen in de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 6, 7, 8d; de wateren van de Unie van 8a, 8b en 8e; de internationale wateren van 12 en 14; en de wateren van het Verenigd Koninkrijk en de internationale wateren van 2a en 5b (MAC/*2A14):

 

Duitsland

531

 

 

 

 

 

 

Spanje

1

 

 

 

 

 

 

Estland

4

 

 

 

 

 

 

Frankrijk

354

 

 

 

 

 

 

Ierland

1 769

 

 

 

 

 

 

Letland

3

 

 

 

 

 

 

Litouwen

3

 

 

 

 

 

 

Nederland

774

 

 

 

 

 

 

Polen

37

 

 

 

 

 

(9) In deel B van bijlage IA wordt voetnoot 1 bij tabel 106 vervangen door:

“Mag uitsluitend worden gevangen in de wateren van de Unie van 4 (SOL/*04-EU).”

(10)Bijlage IG wordt vervangen door:

BIJLAGE IG

WCPFC-VERDRAGSGEBIED

 

 

Tabel

1

 

Soort:

Grootoogtonijn

Thunnus obesus

Gebied:

WCPFC-verdragsgebied

(BET/WCPFC)

Unie

2 000

(1)

Voorzorgs-TAC

TAC

Niet van toepassing

(1)

(1)

Dit quotum mag alleen worden gevangen door vaartuigen die beuglijnen gebruiken.

 

 

Tabel

2

 

Soort:

Zwaardvis

Xiphias gladius

Gebied:

WCFPC-verdragsgebied ten zuiden van 20° ZB

(SWO/F7120S)

Unie

3 170,36

Voorzorgs-TAC

TAC

Niet van toepassing

(11)Bijlage IH wordt vervangen door:

BIJLAGE IH

SPRFMO-VERDRAGSGEBIED

 

 

Tabel

1

 

Soort:

IJsheken

Dissostichus spp.

Gebied:

SPRFMO-verdragsgebied, onderzoeksvakken A en B(1)

(TOT/SPR-AB)

TAC

162

(2)(3)(4)

Voorzorgs-TAC

(1)

Onderzoeksvak A:

-NW

50°30' ZB, 136° OL

-NO

50°30' ZB, 140°30' OL

-ZO

54°50' ZB, 140°30' OL

-ZW

54°50' ZB, 136° OL

Onderzoeksvak B:

-NW

52°45' ZB, 140°30' OL

-NO

52°45' ZB, 145°30' OL

-ZO

54°50' ZB, 145°30' OL

-ZW

54°50' ZB, 140°30' OL

(2)

Deze jaarlijkse TAC geldt alleen voor verkennende visserij. De visserij is beperkt tot een diepte tussen 600 m en 2 500 m. De visserij is beperkt tot één visreis van ten hoogste zestig opeenvolgende dagen tussen 1 mei en 15 november 2024. Van 1 tot en met 15 november 2024 mogen de beuglijnen uitsluitend ’s nachts worden uitgezet en moet elke visserij onmiddellijk worden stopgezet bij de dood van:

a)één van de volgende soorten: reuzenalbatros (Diomedea exulans), grijskopalbatros (Thalassarche chrysostoma), wenkbrauwalbatros (Thalassarche melanophris), bruine stormvogel (Procellaria cinerea), donsstormvogel (Pterodroma mollis), of

b)drie exemplaren van een van de volgende soorten: roetkopalbatros (Phoebetria palpebrata), zuidelijke reuzenstormvogel (Macronectes giganteus) en noordelijke reuzenstormvogel (Macronectes halli).

De visserij wordt verder beperkt tot een maximumaantal van 5 000 haken per beuglijn, met een maximum van 100 beuglijnen. De beuglijnen moeten worden uitgezet op een afstand van ten minste drie zeemijl van elkaar en mogen niet binnen één kalenderjaar op eerdere beuglijnlocaties worden uitgezet. De visserijactiviteiten moeten worden stopgezet wanneer tijdens de visreis de TAC is bereikt of er 100 beuglijnen zijn uitgezet en opgehaald, naargelang wat zich het eerst voordoet.

(3)

Waarvan tot 129 ton mag worden gevangen in onderzoeksvak A. Vangsten van ijsheken in onderzoeksvak A moeten afzonderlijk worden gerapporteerd (TOT/SPR-A).

(4)

Waarvan tot 33 ton mag worden gevangen in onderzoeksvak B. Vangsten van ijsheken in onderzoeksvak B moeten afzonderlijk worden gerapporteerd (TOT/SPR-B).

 

 

Tabel

2

 

Soort:

Chileense horsmakreel

Trachurus murphyi

Gebied:

SPRFMO-verdragsgebied

(CJM/SPRFMO)

Duitsland

18 622,82

Analytische TAC

Nederland

20 185,21

Artikel 3, leden 2 en 3, van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Litouwen

12 958,23

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Polen

22 280,74

Unie

74 047,00

TAC

Niet van toepassing

(12)In bijlage VI wordt punt 4 vervangen door:

“4.Maximaal aantal vissersvaartuigen van elke lidstaat dat blauwvintonijn mag bevissen, aan boord houden, overladen, vervoeren of aanlanden in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee

Tabel A

Aantal vissersvaartuigen(1)(2)

Griekenland(3)

Spanje

Frankrijk

Kroatië

Italië

Cyprus(4)

Malta(5)

Portugal

Ringzegenvaartuigen(6)

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Beugvisserijvaartuigen

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Met de hengel vissende vaartuigen

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Met de handlijn vissende vaartuigen

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Trawlers

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Kleine vaartuigen

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

Vaartuigen voor andere ambachtelijke visserij(7)

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

p.m.

(1)    De aantallen in deze tabel zullen overeenkomstig de toepasselijke Iccat-aanbevelingen en Unievoorschriften worden vastgesteld na de goedkeuring van het vangst-, kweek- en capaciteitsbeheersplan van de Unie door de Iccat.

(2)    De in deze tabel vermelde aantallen kunnen naar boven worden bijgesteld mits aan de internationale verplichtingen van de Unie wordt voldaan.

(3)    Eén middelgroot ringzegenvaartuig is vervangen door maximaal tien beugvisserijvaartuigen, of door één klein ringzegenvaartuig en drie andere vaartuigen voor ambachtelijke visserij.

(4)    Eén middelgroot ringzegenvaartuig mag worden vervangen door maximaal tien beugvisserijvaartuigen, of door één klein ringzegenvaartuig en maximaal drie beugvisserijvaartuigen.

(5)    Eén middelgroot ringzegenvaartuig mag worden vervangen door maximaal tien beugvisserijvaartuigen.

(6)    De individuele aantallen ringzegenvaartuigen in deze tabel zijn het resultaat van overdrachten tussen lidstaten en kunnen niet worden beschouwd als historische rechten voor de toekomst.

(7)    Polyvalente vaartuigen, die gebruikmaken van verschillende soorten vistuig (beug, handlijn, sleeplijn).

(13) In bijlage VI wordt punt 5 vervangen door:

“5.Maximaal aantal tonnara’s dat elke lidstaat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee mag toestaan voor de visserij op blauwvintonijn

Maximaal aantal tonnara’s(1)

Lidstaat

Aantal tonnara’s

Spanje

p.m.

Italië

p.m.

Portugal

p.m.

(1)    De aantallen in deze tabel zullen overeenkomstig de toepasselijke Iccat-aanbevelingen en Unievoorschriften worden aangepast na de goedkeuring van het vangst-, kweek- en capaciteitsbeheersplan van de Unie door de Iccat.

(14) In bijlage VI wordt punt 6 vervangen door:

“6.Maximale capaciteit voor het kweken en mesten van blauwvintonijn voor elke lidstaat, en maximale hoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn die elke lidstaat over zijn kweek- en mestbedrijven in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee mag verdelen

Tabel A

Maximale capaciteit voor het kweken en mesten van tonijn(1)

Aantal bedrijven

Capaciteit (in ton)

Griekenland

p.m.

p.m.

Spanje

p.m.

p.m.

Kroatië

p.m.

p.m.

Italië

p.m.

p.m.

Cyprus

p.m.

p.m.

Malta

p.m.

p.m.

Portugal

p.m.

p.m.

(1)    De aantallen in deze tabel zullen overeenkomstig de toepasselijke Iccat-aanbevelingen en Unievoorschriften worden aangepast na de goedkeuring van het vangst-, kweek- en capaciteitsbeheersplan van de Unie door de Iccat.

Tabel B

Maximale hoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn (in ton)(1)

Griekenland

p.m.

Spanje

p.m.

Kroatië

p.m.

Italië

p.m.

Cyprus

p.m.

Malta

p.m.

Portugal

p.m.

(1)    De aantallen in deze tabel zullen overeenkomstig de toepasselijke Iccat-aanbevelingen en Unievoorschriften worden aangepast na de goedkeuring van het vangst-, kweek- en capaciteitsbeheersplan van de Unie door de Iccat.

(15)Bijlage IX wordt vervangen door:

BIJLAGE IX

WCPFC-VERDRAGSGEBIED

1.    Maximaal aantal vissersvaartuigen van de Unie die beugen gebruiken dat in het WCPFC-verdragsgebied ten zuiden van 20° ZB op zwaardvis (Xiphias gladius) mag vissen

Spanje

14

Unie

14

2    Maximaal aantal ringzegenvaartuigen van de Unie dat in de gebieden tussen 20° NB en 20° ZB van het WCPFC-verdragsgebied op tropische tonijn mag vissen

Spanje

4

Unie

4

(13)In bijlage XI wordt punt 2 vervangen door:

“2.    In deel B van bijlage IA bij Verordening (EU) 2023/194 worden de tabellen voor makreel (Scomber scombrus) in de wateren van de Unie van ICES-sectoren 3a, 3b, 3c en 3d; de wateren van het Verenigd Koninkrijk van sector 2a, de wateren van de Unie en het Verenigd Koninkrijk van ICES-deelgebied 4; en de Noorse wateren van de sectoren 2a en 4a vervangen door:

Soort:

Makreel

Scomber scombrus

Gebied:

Wateren van de Unie van 3a, 3b, 3c en 3d; wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a; wateren van de Unie en het Verenigd Koninkrijk van 4; Noorse wateren van 2a en 4a

(MAC/2A34-N)

België

 

501

(1)(2)

Analytische TAC

Denemarken

 

29 446

(1)(2)(4)

Artikel 8, lid 2, van deze verordening is van toepassing.

Duitsland

 

523

(1)(2)

 

 

 

Frankrijk

 

1 579

(1)(2)

 

 

 

Nederland

 

1 589

(1)(2)

 

 

 

Zweden

 

4 743

(1)(2)(3)

 

 

 

Unie

 

38 381

(1)(2)

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

TAC

 

782 066

 

 

 

 

(1)

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van deze quota mag in de onderstaande gebieden niet meer worden gevangen dan de hieronder vermelde hoeveelheden:

 

3a

Wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 3a, 4b en 4c

4b

4c

Wateren van het Verenigd Koninkrijk en internationale wateren van 2a, 5b, 6, 7, 8d, 8e, 12 en 14

 

 

(MAC/*03 A.)

(MAC/*3A4BC)

(MAC/*04 B.)

(MAC/*04C.)

(MAC/*2AX14)

België

0

0

0

0

301

Denemarken

0

4 130

0

0

10 312

Duitsland

0

0

0

0

314

Frankrijk

0

490

0

0

947

Nederland

0

490

0

0

953

Zweden

0

0

390

10

2 846

Unie

0

5 110

390

10

15 673

(2)

Binnen de limieten van deze quota en in overleg met de betrokken kuststaat mogen de hieronder vermelde maximumhoeveelheden ook in de twee onderstaande gebieden worden gevangen:

 

 

 Noorse wateren van 2a en 4a (MAC/*02A4AN-)

Wateren van de Faeröer (MAC/*FRO1)

 

 

 

 

België

0

0

 

 

 

 

Denemarken

0

0

 

 

 

 

Duitsland

0

0

 

 

 

 

Frankrijk

0

0

 

 

 

 

Nederland

0

0

 

 

 

 

Zweden

0

0

 

 

 

 

Unie

0

0

 

 

 

(3)

Bijzondere voorwaarde: inclusief de volgende hoeveelheid in ton in de Noorse wateren van 2a en 4a (MAC/*2A4AN): 

 

266

 

 

 

 

Indien overeenkomstig deze bijzondere voorwaarde wordt gevist, moeten bijvangsten van kabeljauw, schelvis, witte koolvis, wijting en zwarte koolvis in mindering worden gebracht op de quota voor die soorten.

(4)

Binnen de limieten van dit quotum verricht Denemarken de volgende overdrachten, die worden gevangen in de wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 6, 7, 8d; de wateren van de Unie van 8a, 8b en 8e; de internationale wateren van 12 en 14; en de wateren van het Verenigd Koninkrijk en de internationale wateren van 2a en 5b (MAC/*2A14):

 

Duitsland

749

 

 

 

 

 

Spanje

1

 

 

 

 

 

Estland

6

 

 

 

 

 

Frankrijk

499

 

 

 

 

 

Ierland

2 495

 

 

 

 

 

Letland

5

 

 

 

 

 

Litouwen

5

 

 

 

 

 

Nederland

1 092

 

 

 

 

 

Polen

53