EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 28.6.2023
SWD(2023) 230 final
WERKDOCUMENT VAN DE DIENSTEN VAN DE COMMISSIE
SAMENVATTING VAN HET EFFECTBEOORDELINGSVERSLAG
[…]
bij
Voorstel voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad
betreffende een kader voor toegang tot financiële gegevens en tot wijziging van de Verordeningen (EU) nr. 1093/2010, (EU) nr. 1094/2010, (EU) nr. 1095/2010 en (EU) 2022/2554
{COM(2023) 360 final} - {SEC(2023) 255 final} - {SWD(2023) 224 final}
Behoefte aan actie
In de financiële sector en daarbuiten is er een technologiegedreven tendens naar een groter gebruik van gegevens en het delen van gegevens. Overeenkomstig de in 2020 gepubliceerde strategie voor het digitale geldwezen staat de bevordering van een datagedreven geldwezen ook hoog op de agenda van de Commissie. De data-economie, die wordt aangestuurd door de productie en het gebruik van gegevens, heeft een aanzienlijk groeipotentieel. Van de verschillende sectoren zijn financiële diensten de grootste gebruiker van gegevens in de EU, met uitgebreide banden met andere sectoren. Het aanboren van extra innovatief potentieel in deze sector is daarom van cruciaal belang voor het welslagen van de bredere datastrategie van de Commissie.
Ondanks het aanzienlijke potentieel worden veel innovaties belemmerd door het feit dat, afgezien van betaalrekeningen die onder de herziene richtlijn betalingsdiensten vallen, cliënten van financiële diensten geen effectieve controle over hun gegevens hebben. Dit maakt het voor hen moeilijk om de gegevens te delen met andere aanbieders die deze hadden kunnen gebruiken om datagedreven financiële en informatiediensten aan cliënten te verlenen. Daarvoor zijn een aantal redenen aan te wijzen: ten eerste ontbreekt het cliënten aan vertrouwen en daarom aarzelen zij om hun gegevens te delen. Ten tweede is dit, zelfs als cliënten hun gegevens zouden willen delen, in de praktijk moeilijk, met name vanwege de onduidelijke juridische situatie met betrekking tot de toegang van gegevensgebruikers tot deze gegevens. Ten derde zijn cliëntgegevens en gegevensinterfaces in de financiële sector die verder gaan dan betaalrekeningen zelden toegankelijk en, als dat wel het geval is, zijn zij grotendeels niet gestandaardiseerd, waardoor de gegevensverwerking duurder wordt. Tot slot ontbreekt het gegevenseigenaren aan stimulansen om hoogwaardige interfaces te ontwikkelen die aan de operationele bedrijfsbehoeften van gegevensgebruikers tegemoetkomen.
Als gevolg daarvan is het voor nieuwkomers op de markt en kleinere innovatieve dienstverleners moeilijker om op maat gesneden producten en diensten aan te bieden die beter aansluiten bij de specifieke behoeften van de cliënt, terwijl consumenten geen toegang hebben tot deze innovatieve diensten en hogere vergoedingen voor de diensten zullen betalen als gevolg van de beperkte concurrentie. Bovendien beletten de bestaande belemmeringen ondernemingen, met name kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s), om te profiteren van betere, gemakkelijkere en geautomatiseerde financiële diensten. Deze belemmeringen bestendigen ook de suboptimale cliëntervaring bij financiële instellingen door hun digitale transformatie te vertragen en leiden ertoe dat externe gegevensgebruikers zakelijke kansen missen. Voor de economie als geheel zet dit een rem op de invoering van datagedreven bedrijfsmodellen, wat leidt tot lagere particuliere investeringen, een geringere acceptatie van innovatieve diensten en een algemeen gebrek aan vertrouwen in het delen van gegevens.
De problemen doen zich voor in alle EU-lidstaten, en aangezien de houders en potentiële gebruikers van financiële gegevens op de interne markt voor financiële diensten vaak in verschillende lidstaten actief zijn, is het onwaarschijnlijk dat de problemen door de lidstaten alleen kunnen worden opgelost. Bovendien schiet het huidige rechtskader van de EU tekort waar het gaat om de aanpak van de hierboven geschetste uitdagingen. Hoewel de EU in het kader van de Europese datastrategie verschillende wetgevingsteksten heeft aangenomen die in alle sectoren van de economie van toepassing zijn, moeten deze op sectoraal niveau nog worden aangevuld om hun volle effect te sorteren. Er is behoefte aan nieuwe sectorale regels voor financiële diensten in de EU om schaalbare en efficiëntere bedrijfsmodellen mogelijk te maken waarbij ten volle kan worden geprofiteerd van de interne markt van de EU, met als doel om cliënten – zowel consumenten als bedrijven – meer controle te geven over de wijze waarop hun financiële gegevens worden geraadpleegd en gebruikt.
Beleidsopties
Tijdens de voorbereiding van deze effectbeoordeling zijn verschillende beleidsopties naar voren gekomen. Bij de beleidsopties is ook rekening gehouden met de werkzaamheden van de deskundigengroep van de Commissie inzake de Europese ruimte voor financiële gegevens en met de feedback van belanghebbenden die tijdens de openbare en gerichte raadplegingen over het open geldwezen is ontvangen. De geanalyseerde beleidsopties zijn gegroepeerd volgens de specifieke doelstellingen, die zijn geformuleerd als reactie op de geïdentificeerde probleemfactoren, en wel als volgt: A) het vertrouwen van cliënten in het delen van gegevens in de financiële sector vergroten; B) gegevenshouders verplichten cliëntgegevens te delen met gegevensgebruikers; C) de standaardisering van cliëntgegevens en -interfaces bevorderen; en D) de invoering van hoogwaardige interfaces voor het delen van cliëntgegevens bevorderen.
De opties zijn geanalyseerd in het licht van hun doeltreffendheid bij de verwezenlijking van de specifieke doelstellingen, hun efficiëntie wat betreft de daaraan verbonden kosten en hun samenhang met het bestaande EU-regelgevingskader op het gebied van het delen van gegevens.
Effecten van de voorkeursoptie
Op basis van een grondige analyse werd de voorkeur gegeven aan de volgende reeks beleidsopties:
·marktdeelnemers verplichten om cliënten toestemmingsdashboards voor een open geldwezen ter beschikking te stellen, criteria vaststellen voor toegang tot cliëntgegevens en de Europese toezichthoudende autoriteiten machtigen om richtsnoeren uit te vaardigen voor de reikwijdten van het gebruik van persoonsgegevens (optie A.3);
·toegang voor gegevensgebruikers tot geselecteerde cliëntgegevens in de hele financiële sector verplicht stellen (optie B.2);
·marktdeelnemers verplichten om in het kader van regelingen voor het delen van financiële gegevens gemeenschappelijke normen voor cliëntgegevens en -interfaces te ontwikkelen met betrekking tot gegevens waartoe de toegang afdwingbaar is overeenkomstig de specifieke doelstelling B (optie C.1);
·gegevenshouders verplichten om tegen vergoeding applicatieprogramma-interfaces (API’s) op te zetten ter uitvoering van de gemeenschappelijke normen voor cliëntgegevens en -interfaces die zijn ontwikkeld in het kader van regelingen voor het delen van financiële gegevens overeenkomstig doelstelling C en deelnemers aan een regeling verplichten om contractuele aansprakelijkheid overeen te komen (optie D.3).
Het beleid inzake een open geldwezen zou een positief effect hebben op de samenleving en het milieu, alsook op de grondrechten en kmo’s. Cliënten die hun gegevens willen delen, zouden profiteren van nieuwe producten en diensten die hun economische resultaten zouden verbeteren. Tegelijkertijd zouden datasets met het grootste risico op financiële uitsluiting van kwetsbare consumenten buiten het zorgvuldig afgebakende toepassingsgebied van dit initiatief vallen. Bovendien zouden toestemmingsdashboards voor een open geldwezen, in combinatie met criteria en reikwijdten van het gebruik van persoonsgegevens, cliënten beschermen tegen andere mogelijke negatieve gevolgen voor de rechten inzake gegevensbescherming en privacy.
Cliëntgegevens zouden alleen worden gedeeld op verzoek van de cliënt en in overeenstemming met de algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van de EU in het geval van persoonsgegevens, waardoor het algemene vertrouwen van de cliënt in het delen van gegevens toeneemt. Gegevenshouders zouden verplicht zijn toegang te verlenen tot cliëntgegevens uit de hele financiële sector die een hoge toegevoegde waarde hebben voor gegevensgebruikers en een laag risico vormen voor cliënten wat betreft financiële uitsluiting. Dit zou leiden tot meer concurrentie, een betere toegang tot financiële diensten en een betere cliëntervaring door automatisering. De verplichting voor marktdeelnemers om deel te nemen aan een systeem voor de ontwikkeling van gemeenschappelijke gegevens- en interfacenormen zal gevolgen hebben voor gegevenshouders, gegevensgebruikers en cliënten, en zal de directe connectiviteit tussen gegevenshouders en gegevensgebruikers vergemakkelijken, waardoor de kosten van de toegang tot en verwerking van gegevens zullen dalen.
Het recht van de gegevenshouders om een redelijke vergoeding te vragen voor het ter beschikking stellen van gestandaardiseerde technische interfaces zou hun duidelijke stimulansen bieden om de nodige investering in interfaces van goede kwaliteit te doen en de invoering door de sector versnellen. Hoewel gegevenshouders in technische interfaces moeten investeren, zullen de kosten voor het opzetten van deze interfaces mettertijd worden doorberekend aan de gegevensgebruikers. Door de hoogte van deze vergoeding te beperken overeenkomstig de bepalingen van het voorstel voor de dataverordening, waarin de vergoeding wordt vastgesteld op maximaal de kosten in het geval van gegevensgebruikers die kmo’s zijn, wordt het risico op ongewenste concurrentieverstorende effecten onder controle gehouden.
Kmo’s, die gegevensgebruikers of cliënten kunnen zijn, zouden in beide hoedanigheden baat hebben bij het kader voor een open geldwezen. Als cliënten zouden hun veiligheid bij en hun vertrouwen in de gegevensuitwisseling worden versterkt en zouden zij toegang kunnen krijgen tot meer innovatieve diensten, wat hun kosten kan verlagen en hun concurrentievermogen kan bevorderen. Als gegevensgebruikers zouden kmo’s de kosten dragen van het ter beschikking stellen van toestemmingsdashboards voor een open geldwezen en het verlenen van de vergunning voor toegang tot cliëntgegevens, terwijl innovatieve diensten de efficiëntie ervan kunnen verhogen en standaardisering van gegevens nieuwe zakelijke kansen zou bieden. Het initiatief zal naar verwachting de markttoegang vergemakkelijken voor innovatieve startende bedrijven die nieuwe soorten diensten met nieuwe bedrijfsmodellen aanbieden.
Hoewel het effect van het initiatief vanaf de inwerkingtreding ervan zal worden gemonitord, moet ten vroegste drie jaar na de uitvoering ervan een evaluatie worden uitgevoerd. Op die manier zullen de resultaten gebaseerd zijn op een voldoende lange waarnemingsperiode.