Brussel, 11.7.2023

COM(2023) 428 final

2023/0254(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn en de Vergadering van de partijen bij de overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen en tot intrekking van Besluit (EU) 2019/812


TOELICHTING

1.Onderwerp van het voorstel

Dit voorstel betreft een besluit tot vaststelling van het standpunt dat namens de Europese Unie voor de periode 2024-2028 in de vergaderingen van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn (IATTC) en de vergadering van de partijen bij de overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen moet worden ingenomen in verband met de voorgenomen vaststelling van maatregelen.

2.Achtergrond van het voorstel

2.1.Verdrag van Antigua en Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen

Het Verdrag ter versterking van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn opgericht bij het Verdrag van 1949 tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Costa Rica (het Verdrag van Antigua) heeft tot doel, door de oprichting van de IATTC, de instandhouding op lange termijn en het duurzame gebruik van de onder het Verdrag van Antigua vallende visbestanden te waarborgen. Het Verdrag van Antigua is op 10 oktober 2008 in werking getreden.

De Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen (Agreement on the International Dolphin Conservation Programme – AIDCP) heeft tot doel, door de oprichting van de Vergadering van de partijen bij de AIDCP, de incidentele dolfijnsterfte in het onder het Verdrag van Antigua vallende gebied geleidelijk te reduceren tot een niveau dat nagenoeg gelijk is aan nul. Krachtens artikel XIV van het Verdrag van Antigua speelt de IATTC een wezenlijke rol bij de coördinatie van de uitvoering van de overeenkomst en bij de uitvoering van de in het kader van de AIDCP vastgestelde maatregelen. De overeenkomst is op 15 februari 1999 in werking getreden.

De EU is partij bij de IATTC en de AIDCP, aangezien zij het Verdrag van Antigua en de AIDCP heeft goedgekeurd uit hoofde van respectievelijk de Besluiten 2006/539/EG 1 en 2005/938/EG 2 van de Raad.

2.2.Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn en Vergadering van de partijen bij het programma voor het behoud van dolfijnen

De IATTC is het lichaam dat is opgericht bij het Verdrag van Antigua en dat belast is met het beheer en de instandhouding van de visbestanden in het onder het Verdrag van Antigua vallende gebied. Zij stelt instandhoudings- en beheersmaatregelen vast om de instandhouding op lange termijn en het duurzame gebruik van de onder het verdrag vallende visbestanden te waarborgen.

De vergadering van de partijen bij de AIDCP is het lichaam dat bij de AIDCP is opgericht ter waarborging van de langetermijnduurzaamheid van mariene biologische rijkdommen die gevolgen ondervinden van de tonijnvisserij met de ringzegen in het onder het Verdrag van Antigua vallende gebied. De IATTC heeft aanzienlijke bevoegdheden voor de uitvoering van maatregelen die zijn goedgekeurd door de vergadering van de partijen bij de AIDCP, en verzorgt het secretariaat van de AIDCP.

Door de IATTC en de vergadering van de partijen bij de AIDCP vastgestelde maatregelen kunnen bindend worden voor de EU.

Als lid van de IATTC en van de vergadering van de partijen bij de AIDCP is de EU gerechtigd te participeren in, en te stemmen over, hun besluiten. De IATTC en de Vergadering van de partijen bij de AIDCP nemen hun besluiten bij consensus.

2.3.Door de IATTC en de Vergadering van de partijen bij de AIDCP vastgestelde besluiten

De IATTC heeft de bevoegdheid om instandhoudings- en beheersmaatregelen (“resoluties”) voor de onder haar verantwoordelijkheid vallende visserijen vast te stellen, en die zijn bindend voor de verdragsluitende partijen.

Overeenkomstig artikel IX.7 van het Verdrag van Antigua treden de resoluties in werking 45 dagen na de datum waarop de IATTC de verdragsluitende partijen ervan in kennis heeft gesteld.

De Vergadering van de partijen bij de AIDCP heeft de bevoegdheid om besluiten vast te stellen met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van de AIDCP. Dergelijke besluiten zijn na goedkeuring bindend voor de overeenkomstsluitende partijen.

3.Namens de EU in te nemen standpunt

Het standpunt dat namens de EU moet worden ingenomen in de jaarvergaderingen van regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s), wordt momenteel bepaald volgens een tweeledige aanpak. In een besluit van de Raad worden de beginselen voor het standpunt van de EU voor meerdere jaren vastgelegd, waarna het standpunt vóór elke jaarlijkse vergadering wordt aangepast via non-papers van de diensten van de Commissie, die door de Raad moeten worden bekrachtigd.

Voor de IATTC is deze aanpak ten uitvoer gelegd bij Besluit (EU) 2019/812 van de Raad van 14 mei 2019, waarin het standpunt is vastgesteld dat namens de EU in de IATTC en de Vergadering van de partijen bij de AIDCP moet worden ingenomen voor de periode 2019-2023. Het besluit bevat algemene beginselen, maar houdt ook zo veel mogelijk rekening met de specifieke kenmerken van de IATTC en de AIDCP. Voorts is op verzoek van de lidstaten de standaardprocedure voor de jaarlijkse nadere bepaling van het standpunt van de EU in het besluit opgenomen.

In Besluit (EU) 2019/812 van de Raad zijn de beginselen van het nieuwe gemeenschappelijk visserijbeleid, zoals vastgelegd in Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad 3 , opgenomen, met inachtneming van de doelstellingen die zijn bepaald in de mededeling van de Commissie inzake de externe dimensie van het gemeenschappelijk visserijbeleid 4 . Voorts heeft het besluit het standpunt van de EU aangepast aan het Verdrag van Lissabon.

Besluit (EU) 2019/812 van de Raad voorziet in een toetsing, en waar passend, een herziening van het standpunt van de EU vóór de jaarlijkse vergadering van 2024. Dit voorstel strekt er dan ook toe het standpunt van de EU in de IATTC voor de periode 2024-2028 vast te stellen, en vervangt Besluit (EU) 2019/812 van de Raad.

De huidige herziening houdt, met betrekking tot visserij, rekening met de Europese Green Deal, met name de biodiversiteits 5 -, de klimaatadaptatie 6 - en de “van boer tot bord” 7 -strategie. Het voorstel houdt ook rekening met de strategie voor kunststoffen 8 en het actieplan om de vervuiling tot nul terug te dringen 9 . Voorts wordt in het voorstel ook de gezamenlijke mededeling over internationale oceaangovernance in aanmerking genomen 10 .

4.Rechtsgrondslag

4.1.Procedurele rechtsgrondslag

4.1.1.Beginselen

Artikel 218, lid 9, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) voorziet in de vaststelling van besluiten tot bepaling van “de standpunten die namens de Unie worden ingenomen in een krachtens een overeenkomst opgericht lichaam, wanneer dit lichaam handelingen met rechtsgevolgen vaststelt, met uitzondering van handelingen tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van de overeenkomst”.

Het begrip “handelingen met rechtsgevolgen” omvat handelingen die rechtsgevolgen hebben uit hoofde van de op het betrokken lichaam toepasselijke volkenrechtelijke bepalingen. Onder dit begrip vallen ook instrumenten die volkenrechtelijk niet bindend zijn, maar wel een “beslissende invloed [kunnen hebben] op de inhoud van de regelgeving die de wetgever van de EU vaststelt” 11 .

4.1.2.Toepassing op het onderhavige geval

De IATTC en de Vergadering van de partijen bij de AIDCP zijn lichamen die zijn opgericht bij een overeenkomst, namelijk het Verdrag van Antigua en de AIDCP.

De door de IATTC en de Vergadering van de partijen bij de AIDCP vast te stellen handelingen zijn handelingen met rechtsgevolgen. De beoogde handelingen zijn bindend uit hoofde van het internationaal recht overeenkomstig artikel IX van het Verdrag van Antigua en artikel VII van de AIDCP en kunnen een beslissende invloed hebben op de inhoud van de EU-wetgeving, waaronder:

·Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen 12 ;

·Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad tot vaststelling van een controleregeling van de Unie die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen 13 ;

·Verordening (EU) 2017/2403 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 inzake het duurzame beheer van externe vissersvloten 14 . en

·Verordening (EU) 2021/56 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2021 tot vaststelling van de beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen die gelden in het verdragsgebied van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad 15 .

De beoogde handelingen strekken niet tot aanvulling of wijziging van het institutionele kader van het Verdrag van Antigua of de AIDCP.

De procedurele rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 218, lid 9, VWEU.

4.2.Materiële rechtsgrondslag

4.2.1.Beginselen

De materiële rechtsgrondslag voor een krachtens artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit wordt in de eerste plaats bepaald door de doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling ten aanzien waarvan namens de EU een standpunt wordt ingenomen. Wanneer die handeling een tweeledige doelstelling heeft of bestaat uit twee componenten, waarvan er een kan worden gezien als hoofddoelstelling of overwegende component (terwijl de andere doelstelling of de andere component slechts ondergeschikt is) moet het krachtens artikel 218, lid 9, VWEU te nemen besluit op één materiële rechtsgrondslag worden gebaseerd, namelijk die welke vereist is gelet op de hoofddoelstelling of de overwegende component.

4.2.2.Toepassing op het onderhavige geval

De doelstelling en de inhoud van de beoogde handeling hebben in de eerste plaats betrekking op de visserij. Verordening (EU) nr. 1380/2013 vormt de rechtsgrondslag voor de beginselen die in dit standpunt moeten worden weerspiegeld.

De materiële rechtsgrondslag voor het voorgestelde besluit is derhalve artikel 43, lid 2, VWEU. Het besluit zal in de plaats komen van Besluit (EU) 2019/812 van de Raad, dat betrekking heeft op de periode 2019-2023.

4.3.Conclusie

De rechtsgrondslag van het voorgestelde besluit is artikel 43, lid 2, VWEU, in samenhang met artikel 218, lid 9, VWEU.

2023/0254 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn en de Vergadering van de partijen bij de overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen en tot intrekking van Besluit (EU) 2019/812

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 2, in samenhang met artikel 218, lid 9,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Bij Besluit 2006/539/EG van de Raad 16 heeft de Europese Unie het “Verdrag ter versterking van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn opgericht bij het Verdrag van 1949 tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Costa Rica” (het Verdrag van Antigua) 17 gesloten, waarbij de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn (IATTC) is opgericht.

(2)De IATTC is het lichaam dat verantwoordelijk voor het beheer en de instandhouding van de visbestanden in het onder het Verdrag van Antigua vallende gebied. De IATTC stelt instandhoudings- en beheersmaatregelen vast om de instandhouding op lange termijn en het duurzame gebruik van de onder dit verdrag vallende visbestanden te waarborgen. Dergelijke maatregelen worden bindend voor de Unie.

(3)Bij Besluit 2005/938/EG van de Raad 18 heeft de Unie haar goedkeuring gehecht aan de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen (AIDCP) 19 , waarbij de Vergadering van de partijen bij de AIDCP is opgericht. In artikel XIV van het Verdrag van Antigua is bepaald dat de IATTC een wezenlijke rol heeft bij de coördinatie van de uitvoering van de AIDCP en bij de uitvoering van de in het kader van de AIDCP vastgestelde maatregelen. Het secretariaat van de AIDCP wordt verzorgd door de IATTC.

(4)De Vergadering van de partijen bij de AIDCP is het lichaam dat bij de AIDCP is opgericht om ervoor te zorgen dat de incidentele dolfijnsterfte in de tonijnvisserij met de ringzegen in het onder het Verdrag van Antigua vallende gebied geleidelijk wordt gereduceerd tot een niveau dat nul benadert. De vergadering van de partijen bij de AIDCP neemt besluiten aan ter waarborging van de langetermijnduurzaamheid van mariene biologische rijkdommen die gevolgen ondervinden van de tonijnvisserij met de ringzegen in het onder het Verdrag van Antigua vallende gebied. Dergelijke maatregelen worden bindend voor de Unie.

(5)In Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad 20 is bepaald dat de Unie er borg voor moet staan dat de activiteiten in het kader van de visserij en de aquacultuur uit ecologisch oogpunt duurzaam op lange termijn zijn en worden beheerd op een manier die strookt met de doelstellingen voordelen te realiseren op economisch en sociaal gebied en op het gebied van werkgelegenheid, alsmede bij te dragen tot de beschikbaarheid van voedselvoorraden. Die verordening bepaalt eveneens dat de Unie de voorzorgsbenadering moet toepassen bij het visserijbeheer en ernaar moet streven dat de levende biologische rijkdommen van de zee zo worden geëxploiteerd dat de populaties van de gevangen soorten boven een niveau worden gebracht en gehouden dat de maximale duurzame opbrengst kan opleveren. Voorts is in die verordening bepaald dat de Unie maatregelen inzake beheer en instandhouding moet nemen op basis van het beste beschikbare wetenschappelijke advies, de ontwikkeling van wetenschappelijke kennis en wetenschappelijk advies moet ondersteunen, teruggooi geleidelijk moet uitbannen en vangstmethoden moet bevorderen die bijdragen tot selectievere visserij, tot het zo veel mogelijk voorkomen en beperken van ongewenste vangsten en tot visserij met een lage impact op het mariene ecosysteem en de visbestanden. Daarnaast is in Verordening (EU) nr. 1380/2013 specifiek bepaald dat de Unie deze doelstellingen en beginselen moet toepassen bij haar externe betrekkingen op visserijgebied.

(6)Overeenkomstig de biodiversiteits 21 -, de klimaatadaptatie 22 - en de “van boer tot bord” 23 -strategie is het essentieel om de natuur te beschermen en de achteruitgang van ecosystemen te keren. De risico’s die voortvloeien uit de klimaatverandering en het biodiversiteitsverlies mogen de beschikbaarheid van goederen en diensten die gezonde mariene ecosystemen leveren aan vissers, kustgemeenschappen en de mensheid in het algemeen niet in gevaar brengen.

(7)In de kunststoffenstrategie 24 wordt verwezen naar specifieke maatregelen ter vermindering van kunststoffen en mariene verontreiniging, alsook van het verlies of achterlaten van vistuig op zee. Voorts is het actieplan om de vervuiling tot nul terug te dringen 25 erop gericht het kunststofafval op zee met 50 % en het vrijkomen van microplastics in het milieu met 30 % te verminderen.

(8)Overeenkomstig de gezamenlijke mededeling over internationale oceaangovernance 26 zijn de bescherming en instandhouding van de mariene biodiversiteit belangrijke prioriteiten in het kader van het externe optreden van de EU. De EU is wereldwijd de belangrijkste speler in regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s) en visserijorganen. In dit kader bevordert de EU de duurzaamheid van de visbestanden, ijvert zij voor transparante besluitvorming op basis van gedegen wetenschappelijk advies, en stimuleert zij wetenschappelijk onderzoek en de naleving van de regels.

(9)Het is passend het standpunt te bepalen dat namens de Unie moet worden ingenomen in de vergaderingen van de IATTC en de vergadering van de partijen bij de AIDCP voor de periode 2024-2028, aangezien de instandhoudings- en handhavingsmaatregelen van de IATTC en de besluiten van de vergadering van de partijen bij de AIDCP bindend zullen zijn voor de Unie en een beslissende invloed kunnen uitoefenen op de inhoud van het recht van de Unie, met name Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad 27 , Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad 28 , Verordening (EU) 2017/2403 van het Europees Parlement en de Raad 29 , en Verordening (EU) 2021/56 van het Europees Parlement en de Raad 30 .

(10)Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de vergaderingen van de IATTC is momenteel vastgesteld in Besluit (EU) 2019/812 van de Raad 31 . Het is passend dat besluit in te trekken en een nieuw besluit voor de periode 2024-2028 vast te stellen.

(11)In het licht van steeds veranderende aard van de visbestanden in het onder het Verdrag van Antigua vallende gebied en de daaruit volgende noodzaak voor de Unie om in haar standpunt rekening te houden met nieuwe ontwikkelingen, waaronder nieuwe wetenschappelijke en andere relevante informatie die vóór of tijdens de vergaderingen van de IATTC en de vergadering van de partijen bij de AIDCP wordt gepresenteerd, moeten voor de jaarlijkse nadere bepaling van het standpunt van de Unie voor de periode 2024-2028 procedures worden vastgesteld die in overeenstemming zijn met het beginsel van loyale samenwerking tussen de instellingen van de Unie, zoals dat in artikel 13, lid 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie is neergelegd,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

Het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de vergaderingen van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn (IATTC) en de vergadering van de partijen bij de overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen (AIDCP) is opgenomen in bijlage I van dit besluit.

Artikel 2

De jaarlijkse nadere bepaling van het standpunt dat de Unie in de vergaderingen van de IATTC en de vergadering van de partijen bij de AIDCP moet innemen, verloopt overeenkomstig bijlage II.

Artikel 3

Het in bijlage I uiteengezette standpunt van de Unie wordt uiterlijk vóór de jaarvergadering van de IATTC in 2029 door de Raad getoetst en, waar passend, op voorstel van de Commissie door hem herzien.

Artikel 4

Besluit (EU) 2019/812 wordt ingetrokken.

Artikel 5

Dit besluit is gericht tot de Commissie.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Besluit 2006/539/EG van de Raad van 22 mei 2006 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag ter versterking van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn opgericht bij het Verdrag van 1949 tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Costa Rica (PB L 224 van 16.8.2006, blz. 22).
(2)    Besluit 2005/938/EG van de Raad van 8 december 2005 betreffende de goedkeuring namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen (PB L 348 van 30.12.2005, blz. 26).
(3)    Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).
(4)    COM(2011) 424 van 13.7.2011.
(5)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 — de natuur terug in ons leven brengen”, COM(2020) 380.
(6)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een klimaatveerkrachtig Europa tot stand brengen — de nieuwe EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering”, COM(2021) 82 final.
(7)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een “van boer tot bord”-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem”, COM(2020) 381.
(8)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie”, COM(2018) 28 final.
(9)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Route naar een gezonde planeet voor iedereen — EU-actieplan: “Verontreiniging van lucht, water en bodem naar nul””, COM(2021) 400 final.
(10)    Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “De koers bepalen voor een duurzame blauwe planeet”, JOIN(2022) 28 final.
(11)    Arrest van het Hof van Justitie van 7 oktober 2014, Duitsland/Raad, C-399/12, ECLI:EU:C:2014:2258, punten 61 tot en met 64.
(12)    PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1.
(13)    PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1.
(14)    PB L 347 van 28.12.2017, blz. 81.
(15)    PB L 24 van 26.1.2021, blz. 1.
(16)    Besluit van de Raad van 22 mei 2006 betreffende de sluiting, namens de Europese Gemeenschap, van het Verdrag ter versterking van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn opgericht bij het Verdrag van 1949 tussen de Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Costa Rica (PB L 224 van 16.8.2006, blz. 22).
(17)    PB L 224 van 16.8.2006, blz. 24.
(18)    Besluit 2005/938/EG van de Raad van 8 december 2005 betreffende de goedkeuring namens de Europese Gemeenschap van de Overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen (PB L 348 van 30.12.2005, blz. 26).
(19)    PB L 348 van 30.12.2005, blz. 28.
(20)    Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).
(21)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “EU-biodiversiteitsstrategie voor 2030 — de natuur terug in ons leven brengen”, COM(2020) 380.
(22)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een klimaatveerkrachtig Europa tot stand brengen — de nieuwe EU-strategie voor aanpassing aan de klimaatverandering”, COM(2021) 82 final.
(23)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een “van boer tot bord”-strategie voor een eerlijk, gezond en milieuvriendelijk voedselsysteem”, COM(2020) 381.
(24)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Een Europese strategie voor kunststoffen in een circulaire economie”, COM(2018) 28 final.
(25)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “Route naar een gezonde planeet voor iedereen — EU-actieplan: “Verontreiniging van lucht, water en bodem naar nul””, COM(2021) 400 final.
(26)    Gezamenlijke mededeling aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s “De koers bepalen voor een duurzame blauwe planeet”, JOIN(2022) 28 final.
(27)    Verordening (EG) nr. 1005/2008 van de Raad van 29 september 2008 houdende de totstandbrenging van een communautair systeem om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserij te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, tot wijziging van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1936/2001 en (EG) nr. 601/2004 en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 1093/94 en (EG) nr. 1447/1999 (PB L 286 van 29.10.2008, blz. 1).
(28)    Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van Verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006 (PB L 343 van 22.12.2009, blz. 1).
(29)    Verordening (EU) 2017/2403 van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2017 inzake het duurzame beheer van externe vissersvloten, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1006/2008 van de Raad (PB L 347 van 28.12.2017, blz. 81).
(30)    Verordening (EU) 2021/56 van het Europees Parlement en de Raad van 20 januari 2021 tot vaststelling van de beheers-, instandhoudings- en controlemaatregelen die gelden in het verdragsgebied van de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn, en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 520/2007 van de Raad (PB L 24 van 26.1.2021, blz. 1).
(31)    Besluit (EU) 2019/812 van de Raad van 14 mei 2019 betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn (IATTC) en de Vergadering van de partijen bij de overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen en tot intrekking van het besluit van 12 juni 2014 betreffende het standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de IATTC.

Brussel, 11.7.2023

COM(2023) 428 final

BIJLAGEN

bij

Voorstel voor een besluit van de Raad

betreffende het standpunt dat namens de Europese Unie moet worden ingenomen in de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn en de Vergadering van de partijen bij de overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen en tot intrekking van Besluit (EU) 2019/812


BIJLAGE I

Standpunt dat namens de Unie moet worden ingenomen in de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn (IATTC) en de Vergadering van de partijen bij de overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen (AIDCP)

1.BEGINSELEN

In het kader van de IATTC en de Vergadering van de partijen bij de AIDCP moet de Unie:

(a)erop toezien dat de in de IATTC en de AIDCP vastgestelde maatregelen in overeenstemming zijn met het internationaal recht, en met name met de bepalingen van het VN-Verdrag van 1982 inzake het recht van de zee, de VN-Overeenkomst van 1995 betreffende de instandhouding en het beheer van de grensoverschrijdende en de over grote afstanden trekkende visbestanden, de Overeenkomst van 1993 om de naleving van de internationale instandhoudings- en beheersmaatregelen door vissersvaartuigen op de volle zee te bevorderen, en de Overeenkomst inzake havenstaatmaatregelen van de Voedsel- en Landbouworganisatie van 2009;

(b)de doelstellingen van de overeenkomst bevorderen in het kader van het Verdrag van de Verenigde Naties inzake het recht van de zee, inzake de instandhouding en het duurzaam gebruik van de mariene biologische diversiteit van gebieden voorbij de grenzen van de nationale rechtsmacht (BBNJ) en op de 15e Conferentie van de Partijen bij het Verdrag inzake biologische diversiteit (COP 15), met name wat betreft het opvoeren van de bescherming van de mariene biodiversiteit en de bescherming van 30 % van de wereldwijde oceaan via beschermde mariene gebieden;

(c)bijdragen aan de uitvoering van de Europese Green Deal, met inbegrip van de biodiversiteits- en de klimaatadaptatiestrategie, met name wat betreft de bescherming van de natuur, en de “van boer tot bord”-strategie, en een sterker Europa in de wereld;

(d)de doelstellingen van de kunststoffenstrategie en het actieplan om de vervuiling tot nul terug te dringen, na te streven, met name de vermindering van kunststoffen en mariene verontreiniging;

(e)handelen in overeenstemming met de doelstellingen en beginselen die zij in het kader van het gemeenschappelijk visserijbeleid nastreeft, met name door middel van de voorzorgsbenadering en de doelstellingen in verband met de maximale duurzame opbrengst, zoals neergelegd in artikel 2, lid 2, van Verordening (EU) nr. 1380/2013, om de uitvoering van een ecosysteemgerichte benadering van het visserijbeheer te bevorderen, om ongewenste vangsten zo veel mogelijk te voorkomen en te beperken en de teruggooi geleidelijk uit te bannen, om het effect van visserijactiviteiten op mariene ecosystemen en de habitats ervan zoveel mogelijk te beperken en om door het bevorderen van een economisch levensvatbare en concurrerende visserijsector in de Unie te zorgen voor een redelijke levensstandaard voor degenen die van visserijactiviteiten afhankelijk zijn en rekening te houden met de belangen van de consumenten;

(f)handelen in overeenstemming met de conclusies van de Raad van 19 maart 2012 over een mededeling van de Commissie inzake de externe dimensie van het gemeenschappelijk visserijbeleid 1 ;

(g)handelen in overeenstemming met de doelstellingen van de gezamenlijke mededeling over de EU-agenda voor internationale oceaangovernance 2 wat betreft de instandhouding van de mariene biodiversiteit, alsook met de conclusies van de Raad over die gezamenlijke mededeling 3 ;

(h)werken aan een passende betrokkenheid van de belanghebbenden bij de voorbereiding van IATTC- en AIDCP-maatregelen en erop toezien dat de in de IATTC en de AIDCP vastgestelde maatregelen in overeenstemming zijn met de doelstellingen van het IATTC- en het AIDCP-verdrag;

(i)standpunten uitdragen die in overeenstemming zijn met de beste praktijken van de regionale organisaties voor visserijbeheer (ROVB’s);

(j)streven naar consistentie en synergie met het beleid dat de Unie voert in het kader van haar bilaterale visserijrelaties met derde landen, en zorgen voor coherentie met haar ander beleid, met name inzake buitenlandse betrekkingen, milieu, handel, ontwikkeling, onderzoek en innovatie;

(k)ernaar streven dat voor de vloot van de Unie binnen het IATTC- en het AIDCP-verdragsgebied gelijke voorwaarden gelden, op basis van de beginselen en normen die ook uit hoofde van het recht van de Unie worden gehanteerd, en zich inzetten voor de eenvormige uitvoering van die beginselen en normen;

(l)ijveren voor coördinatie tussen de IATTC, AIDCP, bestaande ROVB’s en regionale zeeverdragen (RZV’s) en samenwerking met mondiale organisaties, naargelang van het geval, binnen hun mandaten, waar passend;

(m)samenwerkingsmechanismen tussen niet-tonijn-ROVB’s stimuleren, vergelijkbaar met het zogenaamde “proces van Kobe” voor tonijn-ROVB’s.

2.RICHTSNOEREN

De Unie zet zich waar passend in om ervoor te zorgen dat de IATTC en de AIDCP de volgende maatregelen vaststellen:

(a)maatregelen ter bevordering van de instandhouding en het herstel van mariene ecosystemen en de biodiversiteit en de duurzaamheid van mariene biologische rijkdommen, rekening houdend met overwegingen in verband met klimaatverandering;

(b)instandhoudings- en beheersmaatregelen voor visbestanden in het onder het Verdrag van Antigua vallende verdragsgebied die gebaseerd zijn op het beste beschikbare wetenschappelijke advies, zoals totale toegestane vangsten en quota of regulering van de visserijinspanning bij de vangst van mariene biologische rijkdommen die door de IATTC en de AIDCP worden gereguleerd, met als doel deze bestanden te herstellen tot of te handhaven op niveaus die minstens hoog genoeg zijn om de maximale duurzame opbrengst te kunnen opleveren. Zo nodig omvatten die instandhoudings- en beheersmaatregelen specifieke maatregelen voor bestanden die te lijden hebben onder overbevissing, om de visserijinspanning op niveaus te houden die in verhouding staan tot het herstel van deze bestanden;

(c)maatregelen ter bevordering van de verzameling van visserijgegevens om robuuste bestandsbeoordelingen mogelijk te maken, de wetenschappelijke werkzaamheden van het Wetenschappelijk Comité van de IATTC en de AIDCP te ondersteunen en beheersbesluiten wetenschappelijk te onderbouwen, maatregelen ter versterking van het nalevingscomité, ter bevordering van een cultuur van naleving en ter verrichting van periodieke onafhankelijke prestatiebeoordelingen;

(d)maatregelen om illegale, ongemelde en ongereglementeerde visserijactiviteiten (IOO) in het verdragsgebied te voorkomen, tegen te gaan en te beëindigen, met inbegrip van het op lijsten plaatsen van IOO-vaartuigen en “cross-listing” van IOO-vaartuigen met andere ROVB’s, en maatregelen ter bevordering van de traceerbaarheid van vis en visserijproducten op basis van de vrijwillige richtsnoeren voor vangstdocumentatieregelingen;

(e)monitoring-, controle- en bewakingsmaatregelen in het verdragsgebied met het oog op een efficiënte controle en naleving van de in het kader van de IATTC en de AIDCP vastgestelde maatregelen, met inbegrip van de versterking van de controle op overladingsverrichtingen op basis van de vrijwillige richtsnoeren inzake overlading van de FAO;

(f)maatregelen om het negatieve effect van visserijactiviteiten op de mariene biodiversiteit en de mariene ecosystemen en hun habitats zo veel mogelijk te verminderen, met inbegrip van beschermende maatregelen voor kwetsbare mariene ecosystemen in het verdragsgebied van de IATTC en de AIDCP in overeenstemming met het IATTC- en het AIDCP-verdrag en de internationale richtsnoeren van de FAO voor het beheer van de diepzeevisserij op volle zee, evenals maatregelen om ongewenste vangsten, met name van kwetsbare mariene soorten, zo veel mogelijk te voorkomen en te beperken, en om teruggooi geleidelijk uit te bannen;

(g)maatregelen ter vermindering van de verontreiniging van de zee en ter voorkoming van het lozen van kunststoffen op zee en ter vermindering van de impact van in zee aanwezige kunststoffen op de mariene biodiversiteit en de mariene ecosystemen, met inbegrip van maatregelen om de impact van op zee achtergelaten, verloren of anderszins weggegooid vistuig in de oceaan te verminderen en te helpen bij de identificatie en inzameling van dat vistuig op basis van de vrijwillige richtsnoeren van de FAO voor de markering van vistuig;

(h)maatregelen waarbij visserij die louter gericht is op het verkrijgen van haaienvinnen wordt verboden en op grond waarvan bij de aanlanding van haaien al hun vinnen nog op natuurlijke wijze aan het lichaam moeten vastzitten;

(i)aanbevelingen, waar passend en voor zover toegestaan krachtens de desbetreffende oprichtingsdocumenten, tot aanmoediging van de uitvoering van het Verdrag betreffende werk in de visserijsector van de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO);

(j)waar passend, gemeenschappelijke benaderingen met andere ROVB’s, in het bijzonder met ROVB’s die betrokken zijn bij het visserijbeheer in hetzelfde gebied;

(k)aanvullende technische maatregelen op basis van advies van de hulporganen en werkgroepen van de IATTC en de AIDCP.

BIJLAGE II

Jaarlijkse nadere bepaling van het standpunt dat de Unie moet innemen in de Inter-Amerikaanse Commissie voor tropische tonijn en de Vergadering van de partijen bij de overeenkomst inzake het internationale programma voor het behoud van dolfijnen

Vóór elke vergadering van de IATTC en de Vergadering van de partijen bij de AIDCP worden, wanneer die lichamen besluiten dienen te nemen met rechtsgevolgen voor de Unie, de nodige stappen ondernomen om ervoor te zorgen dat in het namens de Unie in te nemen standpunt rekening wordt gehouden met de meest recente wetenschappelijke en andere relevante, aan de Commissie toegezonden informatie, overeenkomstig de in bijlage I vastgestelde beginselen en richtsnoeren.

Daartoe zendt de Commissie, tijdig vóór elke vergadering van de IATTC en de Vergadering van de partijen bij de AIDCP, een op bovengenoemde gegevens gebaseerd schriftelijk document met de voorgestelde nadere bepaling van het namens de Unie in te nemen standpunt toe aan de Raad of zijn voorbereidende instanties, teneinde deze in staat te stellen de nadere bijzonderheden van dit standpunt te bespreken en goed te keuren.

Indien tijdens een IATTC-vergadering of een vergadering van de partijen bij de AIDCP, ook ter plaatse, geen overeenstemming kan worden bereikt, wordt de zaak voorgelegd aan de Raad of zijn voorbereidende instanties, opdat het standpunt van de Unie rekening houdt met nieuwe elementen.

(1)    7087/12 REV 1 ADD 1 COR 1.
(2)    JOIN(2022) 28 final van 24.6.2022.
(3)    15973/22 of 13.12.2022.