Brussel, 27.4.2023

COM(2023) 232 final

2023/0133(COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende standaardessentiële octrooien en tot wijziging van Verordening (EU)2017/1001

(Voor de EER relevante tekst)

{SEC(2023) 174 final} - {SWD(2023) 123 final} - {SWD(2023) 124 final} - {SWD(2023) 125 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Normalisatie is zeer belangrijk voor industriële innovatie en industrieel concurrentievermogen. Succesvolle normen berusten op geavanceerde technologieën, waarvoor aanzienlijke investeringen in onderzoek en ontwikkeling vereist zijn. De regels van veel organisaties voor de ontwikkeling van normen (standards development organisations, SDO’s), zoals het ETSI 1 en het IEEE 2 , staan ondernemingen en particulieren toe om een octrooi te nemen op hun technische bijdragen aan een norm. Octrooien die een technologie beschermen die essentieel is voor een norm, worden standaardessentiële octrooien (SEP’s) genoemd. Doorgaans eisen SDO’s dat personen of ondernemingen die hun geoctrooieerde technologie in een norm willen laten opnemen, zich ertoe verbinden de desbetreffende octrooien in licentie te geven aan anderen die de norm willen gebruiken (ondernemingen die een norm gebruiken of toepassen, worden ook “toepassers” genoemd 3 ). Deze licenties moeten onder billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden (“Frand-voorwaarden”) aan toepassers worden verleend. Indien octrooihouders weigeren een dergelijke verbintenis aan te gaan, kan hun geoctrooieerde technologie niet in de norm worden opgenomen.

De algemene doelstellingen van dit voorgestelde initiatief zijn: i) ervoor zorgen dat eindgebruikers, met inbegrip van kleine ondernemingen en EU-consumenten, profiteren van producten die gebaseerd zijn op de meest recente genormaliseerde technologieën; ii) de EU aantrekkelijk maken voor innovatie op het gebied van normen; en iii) zowel SEP-houders als toepassers aanmoedigen om in de EU te innoveren, producten in de EU te vervaardigen en te verkopen en concurrerend te zijn op markten buiten de EU. Het initiatief wil de deelname van Europese bedrijven aan de ontwikkeling van normen en de brede toepassing van dergelijke genormaliseerde technologieën stimuleren, met name in bedrijfstakken van het internet der dingen (IoT). 

In dit verband heeft het initiatief tot doel: i) gedetailleerde informatie beschikbaar te stellen over SEP’s en bestaande Frand-voorwaarden om de onderhandelingen over licentieverleningen te vergemakkelijken; ii) voor voorlichting te zorgen over de verlening van SEP-licenties in de waardeketen en iii) te voorzien in een mechanisme voor alternatieve geschillenbeslechting bij het vaststellen van Frand-voorwaarden.

In de mededeling van de Commissie uit 2017 inzake de EU benadering van essentiële octrooien 4 wordt gepleit voor een alomvattende en evenwichtige benadering van de verlening van SEP-licenties om de bijdrage van de beste technologie aan wereldwijde normalisatie-inspanningen te stimuleren en de efficiënte toegang tot genormaliseerde technologieën te bevorderen. De Commissie heeft de noodzaak van meer transparantie erkend en bepaalde aspecten van de licentieverlening onder Frand-voorwaarden en SEP-handhaving aan de orde gesteld. De Raad heeft de standpunten van de Commissie gesteund in de conclusies 6681/18 5 , waarin het belang van meer transparantie wordt benadrukt.

Op 10 november 2020 heeft de Raad in haar conclusies 12339/20 6 de Commissie verzocht voorstellen in te dienen voor het toekomstige EU-beleid inzake intellectuele eigendom. De Raad heeft de Commissie aangemoedigd het aangekondigde actieplan inzake intellectuele eigendom snel in te dienen, met initiatieven om intellectuele eigendom doeltreffender en betaalbaarder te beschermen – met name voor kleine en middelgrote ondernemingen in de EU (“kmo’s”) 7 – en intellectuele eigendomen – met name kritieke activa zoals SEP’s – doeltreffender te delen, waarbij de ontwikkelaars van technologie tegelijkertijd passend en billijk worden gecompenseerd.

Op 25 november 2020 heeft de Commissie het actieplan inzake intellectuele eigendom 8 gepubliceerd, waarin zij heeft aangekondigd de transparantie en de voorspelbaarheid bij de verlening van SEP-licenties te willen bevorderen – onder meer door het systeem voor de verlening van SEP-licenties te verbeteren – ten behoeve van het bedrijfsleven en de consumenten in de EU, en vooral ten behoeve van kleine en middelgrote ondernemingen. In het actieplan wordt melding gemaakt van een toename van het aantal geschillen over SEP-licenties in de automobielsector en van de mogelijkheid dat andere IoT-sectoren het slachtoffer van dergelijke geschillen zullen worden wanneer ze van connectiviteit en andere normen gaan gebruikmaken. Het plan heeft steun gekregen in de conclusies van de Raad van 18 juni 2021 9 en in een resolutie van het Europees Parlement (EP) 10 . Het EP heeft de noodzaak van een sterk, evenwichtig en robuust IER-systeem erkend en was het eens met het standpunt van de Commissie dat de vereiste transparantie voor billijke onderhandelingen over de verlening van licenties grotendeels afhangt van de beschikbaarheid van informatie over het bestaan, het bereik en de essentialiteit van SEP’s. Het EP heeft de Commissie ook verzocht meer duidelijkheid te verschaffen over verschillende aspecten van Frand en mogelijke stimulansen te overwegen om de onderhandelingen over de verlening van SEP-licenties efficiënter te laten verlopen en het aantal geschillen te verminderen.

Parallel aan dit initiatief heeft de Commissie de strategie voor normalisatie 11 geüpdatet en evalueert zij de horizontale richtsnoeren 12 . De nieuwe strategie voor normalisatie, die in februari 2022 is gepubliceerd, heeft tot doel de rol van de EU als wereldwijde normsteller te versterken, het internationale concurrentievermogen te stimuleren en een veerkrachtige, groene en digitale economie mogelijk te maken. Het huidige initiatief inzake SEP’s vormt een aanvulling op de strategie voor normalisatie en de horizontale richtsnoeren 13 , die momenteel worden geëvalueerd.

Dit initiatief is ook belangrijk in de context van wereldwijde ontwikkelingen. Sommige opkomende economieën gaan bijvoorbeeld veel agressiever te werk door in eigen land ontwikkelde normen te promoten en hun industrie een concurrentievoordeel op het gebied van markttoegang en technologische uitrol te bieden. Rechtbanken in het VK, de VS en China hebben – met hun eigen specifieke kenmerken – ook beslist dat ze bevoegd zijn om in specifieke gevallen wereldwijde Frand-voorwaarden vast te stellen, wat gevolgen kan hebben voor de industrie in de EU 14 . Sommige landen hebben ook richtsnoeren voor onderhandelingen over SEP-licenties gepubliceerd 15 of overwegen dat te doen 16 .

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Normalisatieovereenkomsten hebben doorgaans aanzienlijke positieve economische effecten. De “potentiële SEP”-houders moeten aan de SDO verklaren of zij bereid zijn hun octrooien onder Frand-voorwaarden in licentie te geven wanneer de norm in producten of onderdelen daarvan wordt toegepast. Indien een octrooihouder geen Frand-verbintenis aangaat in overeenstemming met het IER-beleid van de SDO, kunnen zijn SEP-bijdragen niet in de norm worden opgenomen. Door een geoctrooieerde technologie in een norm op te nemen, heeft de SEP-houder echter een sterke economische positie ten aanzien van een potentiële normtoepasser, omdat toepassers die normen willen opnemen, deze octrooien niet kunnen omzeilen: ze moeten voor een licentie betalen of van de vervaardiging van producten die de norm gebruiken, afzien. Des te breder de norm wordt toegepast, des te sterker de positie van de houder kan worden, wat tot concurrentieverstorende gedragingen van de SEP-houder kan leiden.

De horizontale richtsnoeren bieden de SDO’s richtsnoeren over de wijze waarop ze zelf kunnen beoordelen of artikel 101, lid 1, en artikel 101, lid 3, VWEU bij normalisatieovereenkomsten worden nageleefd. Ze verduidelijken de volgende vier beginselen die door de SDO’s in hun zelfbeoordeling in aanmerking moeten worden genomen: i) de deelname aan de vaststelling van normen is onbeperkt; ii) de procedure voor de vaststelling van de norm is transparant; iii) er is geen verplichting om aan de norm te voldoen; iv) er is geen doeltreffende toegang tot de norm onder Frand-voorwaarden. In het licht hiervan vereist het IER-beleid van de SDO doorgaans dat de deelnemers aan de ontwikkeling van een norm het bestaan bekendmaken van octrooien (met inbegrip van nog lopende octrooiaanvragen) die essentieel kunnen zijn/worden voor de desbetreffende norm. In beginsel hebben toepassers een licentie van de octrooihouders nodig om de norm toe te passen. Doorgaans verzoeken de SEP-houders de toepassers om een dergelijke licentie onder Frand-voorwaarden af te nemen. In het historische arrest in de zaak Huawei/ZTE 17 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie het recht van de SEP-houder erkend om zijn octrooien voor de nationale rechter te laten handhaven, en de voorwaarden (stappen) vastgesteld waaraan moet worden voldaan om misbruik van machtspositie door de SEP-houder te voorkomen wanneer hij een gerechtelijk bevel vordert. Aangezien een octrooi de houder alleen in het rechtsgebied waarvoor het is afgegeven (Duitsland, Frankrijk, de VS, China enzovoort), het exclusieve recht verleent om derden te verbieden de uitvinding zonder toestemming van de eigenaar te gebruiken, vallen octrooigeschillen onder de nationale octrooiwetgeving en het nationale burgerlijk procesrecht of handhavingsrecht 18 .

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De Commissie heeft onlangs haar strategie voor normalisatie geüpdatet 19 . De nieuwe EU-strategie voor normalisatie, die in februari 2022 is gepubliceerd, heeft tot doel het wereldwijde concurrentievermogen van de EU te versterken, een veerkrachtige, groene en digitale economie mogelijk te maken en democratische waarden in technologische toepassingen te verankeren zonder de kwalitatief hoogwaardige output van Europese normen in het gedrang te brengen. Dit initiatief vormt een aanvulling op de strategie voor normalisatie, aangezien het tot doel heeft de blijvende bijdrage van geavanceerde technologieën aan normen aan te moedigen en te belonen door de verlening van licenties voor de geoctrooieerde technologieën die in de normen zijn opgenomen, te vergemakkelijken.

Het initiatief vormt ook een aanvulling op de horizontale richtsnoeren, die momenteel worden geëvalueerd. De horizontale richtsnoeren stellen kwesties met betrekking tot het normalisatieproces aan de orde en zorgen voor toegang tot de norm onder Frand-voorwaarden. Het initiatief biedt instrumenten om de verlening van SEP-licenties na de publicatie van de norm te vergemakkelijken, maar neemt geen standpunt in over kwesties met betrekking tot mededinging.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Het initiatief heeft betrekking op normen waaraan een octrooihouder een geoctrooieerde technologie heeft bijgedragen en die hij/zij aan een SDO heeft toevertrouwd onder Frand-voorwaarden in licentie te geven. Normen waarvoor octrooihouders Frand-verbintenissen aangaan, worden tussen de lidstaten en wereldwijd grensoverschrijdend toegepast. SEP-licenties worden ook zelden op nationaal niveau verleend. Doorgaans gelden licentieverleningsovereenkomsten wereldwijd, waarbij met bepaalde regionale aspecten rekening kan worden gehouden. De internationale normen in kwestie hebben betrekking op technologieën (bijvoorbeeld 4G, 5G, wifi, HEVC, AVC, DVB enzovoorts) die wereldwijd voor de interoperabiliteit van producten zorgen.

Artikel 114 VWEU vormt een passende rechtsgrondslag, aangezien het de bedoeling is de voorwaarden voor de instelling en de werking van de interne markt te verbeteren. Het initiatief wil voor een efficiënte verlening van SEP-licenties zorgen, waardoor de rechtmatige toegang tot de normen wordt vergemakkelijkt en een bredere toepassing van normen wordt bevorderd. Er zijn geen specifieke nationale of EU-regels inzake SEP’s, afgezien van bepaalde specifieke richtsnoeren en rechterlijke uitspraken met betrekking tot het mededingingsrecht 20 . Bovendien blijft – zoals het HvJ-EU in het arrest Huawei/ZTE heeft erkend – een Europees octrooi, naast de gemeenschappelijke regels betreffende de verlening van een Europees octrooi, onderworpen aan het nationale recht van elk van de verdragsluitende staten waarvoor het is verleend, zoals ook het geval is voor nationale octrooien.

Het HvJ-EU heeft bevestigd 21 dat een beroep op artikel 114 VWEU kan worden gedaan om het ontstaan van belemmeringen voor het handelsverkeer tussen de lidstaten als gevolg van de uiteenlopende ontwikkeling van de nationale wetgevingen te voorkomen. Het ontstaan van dergelijke belemmeringen moet echter als waarschijnlijk worden beschouwd en de betrokken maatregel moet erop gericht zijn belemmeringen te voorkomen. Een aantal rechters in de lidstaten – met name in Nederland 22 , Frankrijk 23 en Duitsland 24 – hebben in nationale rechtszaken kwesties met betrekking tot Frand onderzocht op basis van de omstandigheden van de bij hen aanhangig gemaakte geschillen. Die zaken vertonen verschillende benaderingen (niet noodzakelijk verschillende resultaten) ten aanzien van de vaststelling van Frand voor SEP’s met betrekking tot regionale of wereldwijde normen. Het is voor de bevoegde rechters in de lidstaten moeilijk om SEP-gerelateerde zaken te behandelen en gedetailleerde en consistente vaststellingen van Frand te doen. Dit is grotendeels te wijten aan het gebrek aan transparantie en de complexiteit van de kwesties die cruciaal voor dergelijke vaststellingen zijn, zoals de essentialiteit van octrooien, vergelijkbare licenties en de naleving van Frand-vereisten. Hoewel het initiatief de jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Unie niet uitlegt en geen methoden voor de vaststelling van Frand per se vaststelt, voorziet het in mechanismen die de nodige transparantie bevorderen, de zekerheid vergroten en het potentieel voor inconsistente uitspraken verminderen. De rechters zullen SEP-geschillen zo veel beter kunnen behandelen. 

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Maatregelen die op nationaal, regionaal of lokaal niveau worden genomen om de transparantie te vergroten en de verlening van SEP-licenties te vergemakkelijken, kunnen om de volgende redenen niet efficiënt zijn. Ten eerste kunnen er – in plaats van één EU-brede oplossing voor SEP’s – verschillende nationale oplossingen zijn voor de SEP’s met betrekking tot een specifieke norm. Ten tweede is het bij een EU-brede aanpak niet nodig meer dan één essentialiteitscontrole per octrooifamilie uit te voeren om na te gaan of octrooien werkelijk essentieel zijn voor een norm. De controle zou worden uitgevoerd op basis van één voor de hele EU geldende methode. Ten derde kunnen niet-gecentraliseerde procedures voor alternatieve geschillenbeslechting verschillende resultaten opleveren voor dezelfde SEP-portefeuille, waardoor de deur wordt geopend voor ”forumshopping” binnen de EU. Een EU-brede aanpak kan deze problemen helpen voorkomen.

Evenredigheid

Het initiatief is beperkt tot wat nodig is om voor transparantie met betrekking tot SEP’s en de prijsstelling te zorgen en het biedt belanghebbenden instrumenten om te onderhandelen over SEP-licentieverleningsovereenkomsten. Maatregelen op EU-niveau zullen efficiënt zijn en tot minder kosten voor de belanghebbenden – met name de SEP-houders – en de lidstaten leiden. Er kan bijvoorbeeld voorzien worden in één register (in plaats van talrijke registers), één essentialiteitscontrole voor de hele EU, één methode voor het uitvoeren van dergelijke controles en één gestroomlijnde en transparante procedure voor de vaststelling van Frand. SEP-houders en -toepassers worden niet steeds opnieuw met dezelfde kosten geconfronteerd in elke EU-lidstaat die ervoor heeft gekozen specifieke SEP-regels in te voeren.

Keuze van het instrument

EU-brede regels voor meer transparantie met betrekking tot SEP’s en Frand-voorwaarden hebben binnen de EU een harmoniserend effect, wat het werk van de nationale rechters en het toekomstig eengemaakt octrooigerecht vergemakkelijkt. Het instrument voor de uitvoering van dit initiatief moet een verordening zijn. Een verordening is rechtstreeks toepasselijk, waarbij onder meer een EU-agentschap de opdracht krijgt een register van SEP’s te beheren en voor een gemeenschappelijke procedure voor de vaststelling van Frand te zorgen die uniformiteit in de hele EU waarborgt en meer rechtszekerheid biedt. Deze resultaten kunnen niet worden bereikt met een richtlijn.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Niet van toepassing

Raadpleging van belanghebbenden

De Commissie heeft een reeks webinars gehouden 25 . De statistieken met betrekking tot de webinars kunnen als volgt worden samengevat: 16 uur inhoud; meer dan 60 sprekers; meer dan 450 interacties in de vorm van vraag en antwoord; meer dan 1 700 impressies over de evenementen; meer dan 800 personen in de groep SEP-Teams van de Commissie; en in totaal meer dan 1 000 respondenten in het kader van de enquêtes van de Commissie.

Het verzoek om input is op 14 februari 2022 gepubliceerd en er kon tot 9 mei 2022 op worden gereageerd. Er werden in die periode 97 antwoorden en 49 standpuntnota’s ingediend.

De openbare raadpleging vond plaats van 14 februari 2022 tot 9 mei 2022. Er werden in die periode 74 antwoorden ingediend.

Op 28 oktober 2022 is een gerichte enquête voor start-ups en kmo’s gepubliceerd, waaraan tot 20 november 2022 kon worden deelgenomen. Op verzoek van een aantal belanghebbenden is de enquête op 25 november 2022 zonder sluitingsdatum heropend om belanghebbenden in staat te stellen te reageren in het licht van de ontwikkelingen op het gebied van het internet der dingen (IoT). Eind 2022 had de Commissie 39 antwoorden ontvangen.

De besprekingen met vertegenwoordigers van de lidstaten vonden plaats binnen de groep deskundigen van de Commissie inzake IE-beleid en de betrokken werkgroepen van de Raad.

De standpunten van de belangrijkste belanghebbenden (bijvoorbeeld SEP-houders, toepassers, hun consultants en deskundigen en hun representatieve verenigingen) zijn grotendeels bekend. Daarom heeft de openbare raadpleging zeer specifieke SEP-gerelateerde kwesties aan de orde gesteld en zijn de standpunten over mogelijke concrete maatregelen ingewonnen.

Ongeveer de helft van alle respondenten vond dat het huidige kader voor de verlening van SEP-licenties een negatief effect op kmo’s en start-ups had, een derde vond dat het kader geen gevolgen had en ongeveer 5 % vond het effect van het kader positief.

Bijna driekwart van de respondenten zou een licentie aanvragen om geen inbreuk op een SEP te maken; 60 % zou dat doen om de productie en de kosten te kunnen plannen. De belangrijkste redenen om een SEP te hebben/in licentie geven zijn het waarborgen van een rendement op investeringen in O&O (70 % van de antwoorden), gevolgd door het gebruik van een SEP voor defensieve/onderhandelingsdoeleinden (60 %) en deelname aan het normalisatieproces in de toekomst (40 %).

Een gebrek aan transparantie over het Frand-royaltytarief en over het SEP-landschap (wie SEP’s bezit) en divergerende rechterlijke uitspraken werden door driekwart van alle respondenten – onder wie alle respondenten die tot de groep toepassers behoren – genoemd als de belangrijkste problemen. Voor de respondenten die tot de groep SEP-houders behoren, waren de belangrijkste problemen “hold-out” en “anti-suit injunctions”.

De respondenten vroegen om meer openbare informatie over SEP’s wat betreft “octrooi- en aanvraagnummer” (88 % van alle antwoorden), “relevante norm, versie, deel van de norm” (80 %), “contactgegevens van de SEP-houder” (80 %), “overdracht van eigendom” (77 %), “licentieverleningsprogramma’s” (76 %) en “Frand-standaardvoorwaarden” (72 %). Ongeveer 60 % van alle respondenten en 90 % van de toepassers steunde essentialiteitscontroles door onafhankelijke deskundigen. Slechts 24 % van de SEP-houders steunde een dergelijke oplossing. Een derde van alle respondenten was van mening dat essentialiteitscontroles geen rechtsgevolgen mogen hebben.

Ongeveer twee derde van alle respondenten en ongeveer 80 % van de toepassers was van mening dat een essentialiteitsbeoordeling zou kunnen helpen de blootstelling van een product aan een SEP te beoordelen en de onderhandelingspartners te bepalen, de onderhandelingen over de verlening van licenties vlotter zou kunnen doen verlopen en een te hoge prijsstelling zou kunnen voorkomen. Meer dan de helft van de SEP-houders was het niet eens met deze effecten, maar was het ermee eens dat controles een betrouwbaar overzicht kunnen bieden van het percentage essentiële octrooien van elke SEP-houder.

Ongeveer driekwart van de respondenten was het ermee eens dat billijke en redelijke voorwaarden afhankelijk kunnen zijn van de functionaliteiten van de norm die in een product wordt toegepast. Ongeveer 70 % was van mening dat deze voorwaarden onafhankelijk moeten zijn van het niveau van de licentieverlening.

70 % van alle respondenten en 100 % van de toepassers vond dat het belangrijk is het redelijke geaggregeerde royaltytarief voor een product te kennen. Slechts 20 % van de SEP-houders deelde dit standpunt.

Arbitrage (53 % van alle antwoorden) werd nuttiger geacht dan bemiddeling (35 %) voor de beoordeling van Frand, met name door SEP-houders en academici/overheden/niet-gouvernementele organisaties.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

De effectbeoordeling was hoofdzakelijk – maar niet uitsluitend – gebaseerd op twee externe studies en de bijdrage van de SEP-deskundigengroep:

“Baron, J., Arque-Castells, P., Leonard, A., Pohlmann, T., Sergheraert, E., Empirical Assessment of Potential Challenges in SEP Licensing, European Commission, DG GROW, 2023”;

“Charles River Associates, Transparency, Predictability, and Efficiency of SSO-based Standardization and SEP Licensing, European Commission, DG GROW, 2016, https://ec.europa.eu/docsroom/documents/48794”; 

“Group of Experts on Licensing and Valuation of Standard Essential Patents – Contribution to the Debate on SEPs” (2021).

De Commissie heeft veel studies uitgevoerd, waarvan de meest relevante de volgende zijn:

“European Commission, Joint Research Centre, Bekkers, R., Henkel, J., Tur, E. M., et al., Pilot study for essentiality assessment of standard essential patents, Publications Office of the European Union, 2020”;

“Landscape study of potentially essential patents disclosed to ETSI”, JRC study (2020);

“Licensing Terms of Standard Essential Patents: A Comprehensive Analysis of Cases”, JRC study (2017);

“Patents and Standards: A modern framework for IPR-based standardisation” (2014).

Daarnaast heeft de Commissie tal van documenten en standpuntnota’s van belanghebbenden, artikelen van deskundigen en studies in opdracht van andere instanties bestudeerd. De Commissie heeft initiatieven met betrekking tot SEP’s in landen buiten de EU geanalyseerd. Bij de voorbereiding van de effectbeoordeling en de ontwerpverordening heeft de Commissie overleg gepleegd met vooraanstaande deskundigen, rechters en academici. Ten slotte heeft de Commissie talrijke webinars en conferenties bijgewoond.

Effectbeoordeling

De Commissie heeft een effectbeoordeling uitgevoerd en deze in februari 2023 aan de Raad voor regelgevingstoetsing voorgelegd. Op 17 maart 2023 heeft ze een positief advies ontvangen (REF volgt nog). In de definitieve effectbeoordeling is rekening gehouden met de opmerkingen in dat advies.

In de effectbeoordeling heeft de Commissie de volgende problemen in overweging genomen: de hoge transactiekosten bij de verlening van licenties en de onzekerheid over de SEP-royalty’s. Enerzijds kunnen toepassers bij gebrek aan voldoende informatie hun blootstelling aan SEP’s niet lang genoeg op voorhand inschatten om rekening te houden met de kosten van de licentieverlening bij de planning van hun productactiviteiten. Anderzijds klagen SEP-houders over lange en dure onderhandelingen, met name met grote toepassers.

Meer specifiek hebben deze problemen de volgende oorzaken: Ten eerste is er slechts beperkte informatie over wie SEP’s bezit en het is niet zeker dat alle octrooien waarvoor licenties worden aangevraagd, werkelijk noodzakelijk (essentieel) zijn om een norm toe te passen. Ten tweede is er zeer weinig informatie over de vergoedingen voor SEP-licenties (Frand-royalty), zodat het voor toepassers met weinig of geen expertise of middelen onmogelijk is de redelijkheid van de door een SEP-houder gevraagde royalty te beoordelen. Ten slotte kunnen licentiegeschillen veel tijd en kosten vergen.

Het initiatief wil dan ook de onderhandelingen over de verlening van SEP-licenties vergemakkelijken en de transactiekosten voor SEP-houders en -toepassers verminderen door i) meer duidelijkheid te verschaffen over wie SEP’s bezit en welke SEP’s echt essentieel zijn; ii) meer duidelijkheid te verschaffen over Frand-royalty en andere voorwaarden, met inbegrip van voorlichting over de verlening van licenties in de waardeketen; en iii) de beslechting van SEP-geschillen te vergemakkelijken. 

De volgende opties werden in overweging genomen om deze doelstellingen te verwezenlijken (de beleidsopties zijn incrementeel gerangschikt: elke optie voegt nieuwe elementen aan de vorige optie toe): 

Optie 1: Vrijwillige richtsnoeren. Deze optie houdt in dat niet-bindende richtsnoeren met betrekking tot de verlening van SEP-licenties worden opgesteld. Een kenniscentrum voor SEP’s in de schoot van het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) zou kmo’s gratis advies over onderhandelingen over de verlening van licenties verstrekken (met inbegrip van opleidingen), toezicht houden op de SEP-markt, studies over de verlening van SEP-licenties uitvoeren en alternatieve methoden voor de beslechting van geschillen promoten. 

Optie 2: Een SEP-register met essentialiteitscontroles. SEP-houders die hun SEP’s in ruil voor royalty in licentie willen geven en hun SEP’s in de EU willen handhaven, moeten de octrooien in het SEP-register registreren. Om de kwaliteit van het register te waarborgen, voert een onafhankelijke beoordelaar essentialiteitscontroles uit op basis van een door de Commissie op EU-niveau vast te stellen methode en een door het EUIPO beheerd systeem. Subopties zijn: i) alle geregistreerde octrooien worden gecontroleerd; of ii) een klein aantal door de SEP-houders voorgeselecteerde octrooien en een aselecte steekproef van door elke SEP-houder geregistreerde octrooien worden gecontroleerd.

Optie 3: Een SEP-register met essentialiteitscontroles en een bemiddelingsprocedure (vaststelling van Frand). Alvorens een rechtszaak te beginnen, moeten de partijen bij een geschil over de verlening van SEP-licenties een verplichte bemiddelingsprocedure doorlopen. Een onafhankelijke bemiddelaar helpt de partijen tot wederzijds aanvaardbare licentieverleningsvoorwaarden te komen. Als de partijen aan het eind van de procedure geen overeenstemming hebben bereikt, stelt de bemiddelaar een niet-bindend verslag op met aanbevelingen over het Frand-tarief (met een vertrouwelijk en een niet-vertrouwelijk deel). 

Optie 4: Geaggregeerde royalty voor SEP. Er wordt voor procedures gezorgd om een geaggregeerde royalty (d.w.z. een totale maximumprijs) vast te stellen voor het gebruik van een norm vóór of kort na de publicatie ervan. Van SEP-houders wordt verwacht dat ze met een dergelijke royalty instemmen (eventueel met de hulp van een onafhankelijke facilitator van het kenniscentrum). Bovendien kunnen zowel de toepassers als de SEP-houders om een deskundig advies over de geaggregeerde royalty verzoeken, waarbij alle belanghebbenden hun standpunt kenbaar kunnen maken. Ten slotte kan tijdens de bemiddeling een geaggregeerde royalty worden vastgesteld, als de partijen daarom verzoeken. Deze geaggregeerde royalty is niet bindend en wordt in het SEP-register gepubliceerd. 

Optie 5: SEP-clearinghouse. Er wordt voor een one-stop-shop voor toepassers gezorgd om SEP-licenties te verwerven door een geaggregeerde royalty bij het kenniscentrum te storten. SEP-houders moeten het centrum informeren hoe ze de geaggregeerde royalty onderling verdelen, anders kunnen ze geen royalty’s innen. Ze moeten ook licentieovereenkomsten sluiten met elke toepasser die een royalty stort. Royalty’s die binnen een jaar na de storting niet door de SEP-houders worden geïnd, worden aan de toepassers terugbetaald. 

Optie 4 (vrijwillige richtsnoeren, SEP-register met essentialiteitscontroles, vaststelling van Frand en vaststelling van de geaggregeerde royalty voor SEP’s) is de voorkeursoptie. De optie vermindert de informatie-asymmetrie tussen een SEP-houder en een toepasser door de toepasser informatie te verstrekken over wie de betrokken SEP-houders zijn, hoeveel SEP’s zij in het register hebben geregistreerd, wat hun essentialiteitspercentage is (afgeleid uit een representatieve willekeurige steekproef van alle geregistreerde SEP’s) en wat de potentiële [of maximale] totale kosten van het gebruik van een genormaliseerde technologie (geaggregeerde royalty) zijn. Een verplichte bemiddeling die aan de inleiding van een rechtszaak voorafgaat, zal de kosten om SEP-geschillen te beslechten wellicht met 7/8 verminderen, aangezien de bemiddelaar beide partijen zal helpen een overeenkomst te bereiken. Een kenniscentrum zal kmo’s objectieve informatie, advies en ondersteuning verlenen met betrekking tot SEP’s en de verlening van SEP-licenties. De kosten en baten worden in de onderstaande tabel weergegeven.

Tabel 1: Geschatte gemiddelde totale jaarlijkse kosten en baten van de voorkeursoptie per partij en locatie (in miljoen EUR).

EU

niet-EU

Totaal

SEP-toepassers

Kosten

-0,77

-0,77

-1,5

Baten

12,89

13,03

25,9

Netto

12,11

12,26*

24,4

SEP-houders

Kosten

-8,13

-46,04

-54,2

Baten

3,79

21,50

25,3

Netto

-4,33

-24,54

-28,9

Subtotaal (netto-effect voor toepassers en SEP-houders)

7,8

-12,3

-4,5

Baten voor het Europees of nationaal octrooibureau

29,0

29,0

Totaal nettobaten

36,8

-12,3

24,5

* heeft betrekking op toepassers buiten de EU met dochterondernemingen in de EU

Noot: De cijfers zijn afgerond, wat van invloed kan zijn op de totalen

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Dit initiatief maakt geen deel uit van REFIT (vereenvoudiging van de regelgeving), aangezien er momenteel geen EU-regels inzake SEP’s zijn die kunnen worden vereenvoudigd of efficiënter kunnen worden gemaakt.

Grondrechten

Het voorstel moet het ondernemerschap van SEP-houders en -toepassers – en uiteindelijk ook van andere ondernemingen downstream – stimuleren (artikel 16 van het Handvest).

Het voorstel eerbiedigt de intellectuele-eigendomsrechten van octrooihouders (artikel 17, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de EU), hoewel het de mogelijkheid om een SEP te handhaven dat niet binnen de voorgeschreven termijnen is geregistreerd, beperkt en een bemiddelingsprocedure (vaststelling van Frand) verplicht maakt alvorens individuele SEP’s kunnen worden gehandhaafd. De uitoefening van intellectuele-eigendomsrechten kan op grond van het Handvest van de EU worden beperkt, mits het evenredigheidsbeginsel in acht wordt genomen. Volgens vaste rechtspraak kunnen de grondrechten worden beperkt, mits die beperkingen beantwoorden aan door de EU nagestreefde doelstellingen van algemeen belang en – uit het oogpunt van het nagestreefde doel – geen onevenredige en onduldbare ingreep vormen waardoor de gewaarborgde rechten in hun kern worden aangetast 26 . In dat opzicht is het voorstel in het algemeen belang, aangezien het op het niveau van de Unie voorziet in uniforme, openbare en voorspelbare informatie en resultaten over SEP’s ten behoeve van SEP-houders, toepassers en eindgebruikers. Doel is technologie te verspreiden tot wederzijds voordeel van de SEP-houders en -toepassers. De regels met betrekking tot de vaststelling van Frand zijn bovendien in de tijd beperkt en bedoeld om de procedure te verbeteren en te stroomlijnen, maar ze zijn uiteindelijk niet bindend 27 .

De vaststelling van Frand is ook consistent met het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op toegang tot de rechter (artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie), aangezien de toepasser en de SEP-houder dat recht volledig behouden. Als het SEP niet is geregistreerd, is de uitsluiting van het recht op doeltreffende handhaving tijdelijk – dus beperkt –, noodzakelijk en in overeenstemming met de doelstellingen van algemeen belang. Het Hof van Justitie van de EU heeft bevestigd 28 dat een verplichte geschillenbeslechting als voorwaarde voor toegang tot een rechter verenigbaar wordt geacht met het beginsel van daadwerkelijke rechterlijke bescherming. Bij de vaststelling van Frand gelden de in de arresten van het Hof van Justitie van de EU uiteengezette voorwaarden voor verplichte geschillenbeslechting, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van de verlening van SEP-licenties.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de Europese Unie. Het SEP-stelsel dat met het initiatief wordt ingevoerd, zal volledig zelffinancierend zijn dankzij de vergoedingen die de gebruikers van de diensten van het EUIPO-kenniscentrum betalen. Het EUIPO zal de opstartkosten (met inbegrip van IT-kosten) voor het kenniscentrum, het SEP-register en andere diensten financieren. Verwacht wordt dat het EUIPO deze opstartkosten met vergoedingen zal recupereren wanneer het stelsel volledig operationeel is. 

Het EUIPO schat dat de opstartkosten voor het kenniscentrum en het register – met inbegrip van de IT-infrastructuur – ongeveer 2,4 miljoen EUR zullen bedragen en dat de werkzaamheden tot 12 vte’s zullen vergen. De exploitatiekosten van het EUIPO voor het nieuwe stelsel zullen ongeveer 2 miljoen EUR per jaar bedragen (de kosten voor de diensten van externe deskundigen – bijvoorbeeld essentialiteitsdeskundigen of bemiddelaars – niet meegerekend). De kosten zullen in het eerste jaar/de eerste jaren hoger zijn aangezien dan naar verwachting 72 000 octrooifamilies zullen worden geregistreerd en essentialiteitscontroles voor naar schatting 14 500 SEP’s zullen worden uitgevoerd (wellicht het piekaantal registraties en essentialiteitscontroles). In de daaropvolgende jaren zal het aantal registraties en essentialiteitscontroles naar verwachting dalen tot 10 % van het piekaantal. Tijdens de operationele periode zal het kenniscentrum gemiddeld ongeveer 30 vte’s nodig hebben in het piekjaar/de piekjaren en ongeveer 10 vte’s in de daaropvolgende jaren. De financiële en budgettaire gevolgen van dit voorstel worden nader toegelicht in het bij dit voorstel gevoegd financieel memorandum. Een gedetailleerde kostenberekening is te vinden in bijlage 7.1 bij de effectbeoordeling.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

De Commissie zal de door het kenniscentrum (het EUIPO) verzamelde gegevens gebruiken om toe te zien op de uitvoering van dit voorstel en de verwezenlijking van de doelstellingen ervan. Bij de controleactiviteiten wordt rekening gehouden met de benodigde uitvoeringsperiode (onder meer de benodigde tijd om de noodzakelijke nieuwe uitvoeringswetgeving vast te stellen op basis van de uitvoeringsbevoegdheden die aan de Commissie moeten worden verleend) en met de benodigde tijd om de marktdeelnemers is staat te stellen zich aan de nieuwe situatie aan te passen. De in punt 9 van de effectbeoordeling bedoelde reeks relevante indicatoren zal in aanmerking worden genomen om de veranderingen te evalueren. 

Een eerste evaluatie is gepland acht jaar na de inwerkingtreding van de verordening (waarbij rekening wordt gehouden met het feit dat de verordening 24 maanden na de inwerkingtreding van toepassing wordt). De uitvoeringshandelingen moeten worden vastgesteld en de organisatie van het kenniscentrum moet tijdens die periode op punt worden gesteld. De volgende evaluaties zullen om de vijf jaar worden uitgevoerd.

Artikelsgewijze toelichting

In titel I worden het onderwerp en het toepassingsgebied van het voorstel beschreven.

Het voorstel voorziet in meer transparantie met betrekking tot de informatie die voor de verlening van SEP-licenties nodig is; de registratie van SEP’s; een procedure om de essentialiteit van geregistreerde SEP’s te evalueren; en een procedure om Frand-voorwaarden voor een SEP-licentie vast te stellen.

Dit voorstel is van toepassing op SEP’s die in een of meer lidstaten van kracht zijn. Het betreft normen die zijn gepubliceerd door een organisatie voor de ontwikkeling van normen (standard development organisation, SDO), die SEP-houders oproept zich ertoe te verbinden licenties onder billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden (Frand) te verlenen. Het is niet van toepassing op SEP’s waarop het beleid inzake royaltyvrije intellectuele eigendom van de SDO die de norm heeft gepubliceerd, van toepassing is. Het voorstel is niet van toepassing op vorderingen wegens ongeldigheid van en inbreuk op SEP’s die geen verband houden met het toepassingsgebied van deze verordening.

Titel II van het voorstel voorziet in de oprichting van een kenniscentrum binnen het EUIPO om databanken, een register en de procedures voor essentialiteitscontroles van SEP’s en de vaststelling van Frand te beheren. Het kenniscentrum zal ook zorgen voor opleiding, ondersteuning en algemeen advies over SEP’s ten behoeve van kmo’s en voorlichting over de verlening van SEP-licenties geven.

Titel III bevat bepalingen over de procedure voor de kennisgeving van normen en geaggregeerde royalty, de registratie van SEP’s en deskundig advies over geaggregeerde royalty. Titel III bevat ook bepalingen over de informatie en de gegevens die het kenniscentrum in het register en de databanken opneemt. Voor de registratie moet een vergoeding worden betaald.

De SEP-registratieprocedure wordt geactiveerd wanneer bijdragers of toepassers het kenniscentrum in kennis stellen van een norm en/of geaggregeerde tarieven voor een norm en specifieke toepassingen van de norm. Het kenniscentrum publiceert een bericht waarin SEP-houders worden verzocht zich te registreren. SEP-houders hebben zes maanden de tijd om zich te registreren. Om ervoor te zorgen dat SEP-houders zich tijdig registreren, kunnen ze hun SEP’s niet handhaven als ze zich niet geregistreerd hebben. Een SEP-houder die zich binnen zes maanden niet heeft geregistreerd, kan ook geen royalty’s en schadevergoedingen eisen. Doel is niet alleen registratie aan te moedigen, maar ook voor rechtszekerheid voor de toepassers te zorgen.

De regels houden rekening met het feit dat bepaalde SEP’s na de periode van zes maanden door een octrooibureau kunnen worden verleend en dat bepaalde toepassingen van een norm mogelijk niet bekend zijn op het moment van publicatie van de norm. Een SEP kan alleen uit het register worden geschrapt wanneer het SEP is verstreken, ongeldig is verklaard of niet essentieel is bevonden. De registratie kan worden gewijzigd en moet door de SEP-houder worden geüpdatet. Elke belanghebbende kan melden dat een registratie onjuist of onvolledig is en gewijzigd moet worden.

Bijdragers of toepassers kunnen om een deskundig advies over de geaggregeerde royalty verzoeken, mits ze daarvoor een vergoeding betalen. Het kenniscentrum stelt dan een panel van drie bemiddelaars aan om een deskundig advies uit te brengen. Elke belanghebbende kan aan de procedure deelnemen en zijn/haar standpunt kenbaar maken, mits hij/zij de reden van zijn belangstelling heeft toegelicht. In het deskundig advies moet ook rekening worden gehouden met de mogelijke gevolgen voor de waardeketen in kwestie. Het deskundig advies is niet bindend, maar biedt de sector enig houvast bij onderhandelingen over de verlening van SEP-licenties.

Naast de gegevens die door de SEP-houders in het register en/of de databanken over individuele SEP’s, openbare regelingen voor de verlening van licenties en contactgegevens worden verstrekt, moet het kenniscentrum gegevens verzamelen over jurisprudentie wereldwijd, regels van derde landen en openbare informatie over Frand-voorwaarden. Het moet ook statistieken opstellen en studies laten uitvoeren. Doel is te beschikken over één centraal contactpunt voor alles wat een belanghebbende moet weten over SEP’s en de verlening van SEP-licenties. De meeste informatie is gratis beschikbaar voor het publiek. Bepaalde specifieke gedetailleerde informatie, bijvoorbeeld over specifieke SEP’s of verslagen over de vaststelling van Frand, is alleen beschikbaar na registratie en tegen betaling van een vergoeding. Kleine en middelgrote ondernemingen betalen lagere vergoedingen.

Tite IV van het voorstel bevat regels voor de selectie van beoordelaars en bemiddelaars voor de uitvoering van de taken die hun in het kader van de in het voorstel beschreven procedures zijn toevertrouwd. De beoordelaars of bemiddelaars moeten niet alleen over de vereiste technische bekwaamheid beschikken, maar ook aantonen dat ze onafhankelijk en onpartijdig zijn. Het kenniscentrum moet een lijst opstellen van geschikte kandidaten. Het kenniscentrum moet de lijsten regelmatig controleren om ervoor te zorgen dat de lijsten voldoende gekwalificeerde kandidaten bevatten.

Titel V van het voorstel heeft betrekking op essentialiteitscontroles van SEP’s. Het is een zeer moeilijke technische taak om te bepalen of een octrooi essentieel is voor een norm. Ondanks de inspanningen van de SEP-houders kunnen er geregistreerde SEP’s zijn die niet essentieel zijn voor de norm waarvoor ze zijn geregistreerd. Essentialiteitscontroles zijn dus van groot belang om de kwaliteit van het register te waarborgen en mogelijk misbruik als gevolg van te weinig controles van de geregistreerde gegevens te voorkomen. Essentialiteitscontroles zijn ook belangrijk voor SEP-houders of -toepassers die sommige van hun SEP’s aan een dergelijke controle willen onderwerpen om de essentialiteit of niet-essentialiteit tijdens onderhandelingen aan te tonen. Voor de essentialiteitscontroles wordt een vergoeding betaald door de SEP-houders van wie de SEP’s worden gecontroleerd, en door de toepassers die om dergelijke controles verzoeken. Het ontbreken van een essentialiteitscontrole mag geen beletsel vormen voor onderhandelingen over de verlening van licenties of gerechtelijke of administratieve procedures met betrekking tot dergelijke SEP’s.

Geclaimde SEP’s die in het SEP-register zijn opgenomen, worden aan essentialiteitscontroles onderworpen door beoordelaars die deskundig zijn op het betreffende technische gebied en van wie de onafhankelijkheid buiten kijf staat. Deze controles worden jaarlijks verricht op basis van steekproeven en er wordt slechts één essentialiteitscontrole per octrooifamilie uitgevoerd. De controles worden uitgevoerd op basis van een methode die een eerlijke en statistisch geldige selectie garandeert die voldoende nauwkeurige resultaten kan opleveren over welk percentage van de geregistreerde SEP’s van elke SEP-houder werkelijk essentieel is. 

Indien de beoordelaar tijdens de controle redenen heeft om aan te nemen dat het geclaimde SEP mogelijk niet essentieel is voor de norm, moet hij of zij de SEP-houder via het kenniscentrum van die redenen in kennis stellen en de SEP-houder de tijd geven om zijn/heer opmerkingen in te dienen. Pas nadat de beoordelaar de opmerkingen heeft geanalyseerd, brengt hij/zij een definitief met redenen omkleed advies uit. De SEP-houder kan om een collegiale toetsing verzoeken voordat de beoordelaar een negatief advies uitbrengt. De resultaten van de collegiale toetsing moeten dienen om de essentialiteitscontroles te verbeteren en voor consistentie te zorgen.

Titel VI van het voorstel bevat bepalingen voor de vaststelling van Frand-voorwaarden. De vaststelling van Frand moet door de SEP-houder of -toepasser worden geïnitieerd voordat een gerechtelijke procedure in de EU wordt ingeleid. Een vaststelling van Frand kan ook door een van de partijen worden geïnitieerd om geschillen met betrekking tot Frand-voorwaarden vrijwillig te beslechten.

Als de reagerende partij niet op het verzoek ingaat, beëindigt het kenniscentrum de procedure of zet het – op vraag van de verzoekende partij – de vaststelling van Frand voort. Dit kan noodzakelijk zijn om vast te stellen of een aanbod Frand is of om het bedrag van de zekerheid te bepalen.

Als beide partijen aan de procedure deelnemen of als de procedure met slechts één partij wordt voortgezet, wordt een bemiddelaar aangewezen. De partijen/de partij wordt verzocht opmerkingen en voorstellen in te dienen. Ze kunnen zich er ook toe verbinden het resultaat van de vaststelling van Frand na te leven. De bemiddelaar staat de partijen op onafhankelijke en onpartijdige wijze bij in hun streven een Frand-tarief vast te stellen. De bemiddelaar krijgt de bevoegdheid om proactief informatie te verzamelen, alle beschikbare informatie in het register en de databanken te raadplegen (met inbegrip van de vertrouwelijke verslagen van andere vaststellingen van Frand) en zo nodig deskundigen te horen. De bemiddelaar doet een voorstel/voorstellen aan de partijen. De procedure mag niet langer dan negen maanden duren. Als de partijen aan het einde van de procedure nog geen schikking hebben getroffen, doet de bemiddelaar een definitief voorstel, dat de partijen al dan niet kunnen aanvaarden.

Als de partijen een schikking treffen, beëindigt de bemiddelaar de procedure zonder een verslag uit te brengen. Als de partijen aan het einde van de procedure niet tot een schikking komen, beëindigt de bemiddelaar de procedure en brengt hij/zij een verslag uit over de vaststelling van Frand-voorwaarden. Het niet-vertrouwelijke deel van dat verslag bevat hun laatste voorstel en de methode die de bemiddelaar voor de vaststelling heeft toegepast. Het kan in het register/de databank(en) worden geraadpleegd.

Als een partij de vaststelling van Frand belemmert of in andere jurisdicties naar een oplossing zoekt, kan de bemiddelaar de andere partij voorstellen de procedure te beëindigen of voort te zetten. De nalevende partij beslist op basis van haar behoeften welke verdere stappen ze wil nemen.

Titel VII van het voorstel bevat bepalingen over de behandeling van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen, waarbij rekening wordt gehouden met hun specifieke behoeften. Het kenniscentrum biedt micro-, kleine en middelgrote ondernemingen gratis opleiding en ondersteuning met betrekking tot zaken die met SEP’s verband houden. De kosten zijn voor rekening van het EUIPO. Bij onderhandelingen met micro-, kleine en middelgrote ondernemingen over een SEP-licentie moeten SEP-houders overwegen hun gunstigere Frand-voorwaarden te bieden.

Titel VIII van het voorstel bevat regels met betrekking tot de vergoedingen en kosten voor de diensten van het kenniscentrum. Die vergoedingen moeten redelijk zijn en overeenkomen met de kosten voor de verleende diensten. De Commissie zal uitvoeringshandelingen vaststellen om de administratieve vergoedingen, de vergoedingen voor deskundige adviezen over geaggregeerde royalty, de vergoedingen voor beoordelaars en bemiddelaars, de in rekening te brengen bedragen en de betalingsmethode te bepalen. Bij de vergoedingen moet rekening worden gehouden met de behoeften van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen.

Titel IX van het voorstel bevat de slotbepalingen. De voorgestelde verordening is van toepassing op normen die na de datum van toepassing van de verordening zijn gepubliceerd. Het kan ook nodig zijn het toepassingsgebied te verruimen tot bepaalde belangrijke normen (bijvoorbeeld 4G voor veel IoT-toepassingen) waarvoor de verlening van SEP-licenties inefficiënt is. Dergelijke normen worden in een gedelegeerde handeling vastgesteld en kunnen bijgevolg binnen een beperkte termijn na de datum van toepassing aan het kenniscentrum worden meegedeeld om de registratieprocedure op te starten. Deze titel gaat ook over de bevoegdheid van de Commissie om gedelegeerde en uitvoeringshandelingen vast te stellen en over de evaluatieprocedure. Ten slotte bevat de titel bepalingen tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1001.

2023/0133 (COD)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende standaardessentiële octrooien en tot wijziging van Verordening (EU)2017/1001

(Voor de EER relevante tekst)

HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 114,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 29 ,

Gezien het advies van het Comité van de Regio’s 30 ,

Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Op 25 november 2020 heeft de Commissie haar actieplan inzake intellectuele eigendom 31 gepubliceerd, waarin zij aankondigde de transparantie en de voorspelbaarheid bij de verlening van licenties voor standaardessentiële octrooien te willen bevorderen – onder meer door het systeem voor de verlening van SEP-licenties te verbeteren – ten behoeve van het bedrijfsleven en de consumenten in de Unie, en vooral ten behoeve van kleine en middelgrote ondernemingen (kmo’s) 32 . Het actieplan heeft steun gekregen in de conclusies van de Raad van 18 juni 2021 33 en in een resolutie van het Europees Parlement 34 .

(2)Deze verordening heeft tot doel de licentieverlening voor SEP’s te verbeteren door de oorzaken van een inefficiënte licentieverlening aan te pakken, zoals het gebrek aan transparantie met betrekking tot SEP’s, billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden (Frand) en de licentieverlening in de waardeketen, evenals het beperkte gebruik van procedures voor de beslechting van geschillen bij de beslechting van Frand-geschillen. Al deze oorzaken samen verminderen de algehele billijkheid en efficiëntie van het systeem en leiden tot buitensporige administratieve en transactiekosten. Door de licentieverlening voor SEP’s te verbeteren, wil de verordening de deelname van Europese bedrijven aan de ontwikkeling van normen en de brede toepassing van dergelijke genormaliseerde technologieën stimuleren, met name in bedrijfstakken van het internet der dingen (IoT). Daarom streeft deze verordening doelstellingen na die complementair zijn met, maar verschillen van de door de artikelen 101 en 102 VWEU gewaarborgde bescherming van onvervalste mededinging. Deze verordening mag evenmin afbreuk doen aan de nationale mededingingsregels.

(3)SEP’s zijn octrooien die technologie beschermen die in een norm is opgenomen. SEP’s zijn “essentieel” in de zin dat voor de toepassing van de norm moet worden gebruikgemaakt van de uitvindingen die onder SEP’s vallen. Het succes van een norm hangt af van de brede toepassing ervan en als zodanig moet elke belanghebbende worden toegestaan een norm te gebruiken. Om een brede toepassing en toegankelijkheid van normen te waarborgen, verlangen organisaties voor de ontwikkeling van normen dat de SEP-houders die aan de ontwikkeling van normen deelnemen, zich ertoe verbinden die octrooien onder Frand-voorwaarden in licentie te geven aan toepassers die ervoor hebben gekozen de norm te gebruiken. De Frand-verbintenis is een vrijwillige contractuele verbintenis van de SEP-houder ten behoeve van derden en moet als zodanig ook door latere SEP-houders worden nagekomen. Deze verordening moet van toepassing zijn op octrooien die essentieel zijn voor een norm die is gepubliceerd door een organisatie voor de ontwikkeling van normen, waaraan de SEP-houder heeft toegezegd zijn SEP’s in licentie te geven onder billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden (Frand), en die na de inwerkingtreding van deze verordening niet onderworpen is aan beleid inzake royaltyvrije intellectuele eigendom.

(4)Er zijn gevestigde commerciële relaties en licentieverleningspraktijken voor bepaalde gebruiksgevallen van normen, zoals de normen voor draadloze communicatie, waarbij iteraties over meerdere generaties leiden tot een aanzienlijke wederzijdse afhankelijkheid en een significante waarde die zichtbaar toekomt aan zowel SEP-houders als -toepassers. Er zijn andere, doorgaans nieuwere gebruiksgevallen – soms van dezelfde normen of subgroepen ervan – met minder mature markten en meer diffuse en minder geconsolideerde gemeenschappen van toepassers, waarvoor de onvoorspelbaarheid van royalty en andere licentieverleningsvoorwaarden en het vooruitzicht van complexe octrooibeoordelingen en -taxaties en daarmee verband houdende geschillen zwaarder wegen op de stimulansen om genormaliseerde technologieën in innovatieve producten te installeren. Om een evenredige en doelgerichte respons te waarborgen, mogen bepaalde procedures in het kader van deze verordening, namelijk de vaststelling van de geaggregeerde royalty en de verplichte vaststelling van Frand voorafgaand aan een geschil, daarom niet worden toegepast op specifieke gebruiksgevallen van bepaalde normen of delen daarvan waarvoor voldoende bewijs bestaat dat de onderhandelingen over de verlening van SEP-licenties onder Frand-voorwaarden geen aanleiding geven tot aanzienlijke moeilijkheden of inefficiëntie.

(5)Aangezien transparantie bij de verlening van SEP-licenties een evenwichtig investeringsklimaat in volledige waardeketens van de eengemaakte markt moet bevorderen, met name voor het gebruik van nieuwe technologie die de doelstellingen van de Unie – groene, digitale en veerkrachtige groei – onderbouwt, moet de verordening ook van toepassing zijn op normen of delen daarvan die vóór de inwerkingtreding van de verordening zijn gepubliceerd, wanneer inefficiëntie bij de verlening van de betreffende SEP-licenties het functioneren van de interne markt ernstig verstoort. Dit is met name relevant wanneer de markt tekortschiet en investeringen in de eengemaakte markt, de uitrol van innovatieve technologieën of de ontwikkeling van nieuwe technologieën en gebruiksgevallen worden belemmerd. Daarom moet de Commissie – rekening houdend met die criteria – door middel van een gedelegeerde handeling bepalen voor welke normen of delen daarvan die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn gepubliceerd, en voor welke relevante gebruiksgevallen, SEP’s kunnen worden geregistreerd.

(6)Aangezien een Frand-verbintenis moet worden aangegaan voor elk SEP dat aan een voor herhaalde en voortdurende toepassing bedoelde norm is gedeclareerd, moet de betekenis van normen ruimer zijn dan in Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad 35 .

(7)Licentieverlening onder Frand-voorwaarden omvat ook royaltyvrije licentieverlening. Aangezien de meeste problemen zich voordoen bij de verlening van niet-royaltyvrije licenties, is deze verordening niet van toepassing op royaltyvrije licentieverlening.

(8)Aangezien wereldwijd SEP-licenties worden verleend, kunnen verwijzingen naar geaggregeerde royalty en de vaststelling van Frand verwijzen naar wereldwijde geaggregeerde royalty en wereldwijde vaststellingen van Frand, of zoals anderszins overeengekomen door de kennisgevende belanghebbenden of de partijen bij de procedure.

(9)In de Unie zijn de vaststelling van normen en de toepassing van de mededingingsregels in verband met de Frand-verplichting op standaardessentiële octrooien gebaseerd op de horizontale richtsnoeren 36 en het arrest van het Hof van Justitie van 16 juli 2015 in zaak C-170/13, Huawei Technologies Co. Ltd/ZTE Corp. En ZTE Deutschland GmbH 37 . Het Hof van Justitie heeft erkend dat een SEP-houder het recht heeft te trachten zijn octrooien voor de nationale rechter te handhaven onder bepaalde voorwaarden die moeten zijn vervuld om misbruik van de dominante positie door de SEP-houder te voorkomen wanneer om een gerechtelijk bevel wordt verzocht. Aangezien een octrooi de houder ervan alleen het exclusieve recht verleent om derden te verbieden de uitvinding zonder toestemming van de houder te gebruiken in het rechtsgebied waarvoor het is verleend, vallen de octrooigeschillen onder de nationale octrooiwetgeving en het nationale burgerlijk procesrecht en/of handhavingsrecht dat is geharmoniseerd bij Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad 38 .

(10)Er bestaan specifieke procedures om de geldigheid van en de inbreuk op octrooien te beoordelen en deze verordening mag daarom niet van invloed zijn op die procedures.

(11)Elke verwijzing in deze verordening naar een bevoegde rechter van een lidstaat omvat het eengemaakt octrooigerecht wanneer aan de voorwaarden is voldaan.

(12)Om de uitvoering van deze verordening te vergemakkelijken, moet het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) de desbetreffende taken uitvoeren via een kenniscentrum. Het EUIPO heeft uitgebreide ervaring met het beheer van databanken, elektronische registers en alternatieve mechanismen voor geschillenbeslechting: belangrijke aspecten van de in het kader van deze verordening toegewezen taken. Het kenniscentrum moet van de nodige personele en financiële middelen worden voorzien om zijn taken uit te voeren.

(13)Het kenniscentrum moet een elektronisch register en een elektronische databank opzetten en beheren met gedetailleerde informatie over SEP’s die in een of meer lidstaten van kracht zijn, met inbegrip van de resultaten van essentialiteitscontroles, adviezen, verslagen, beschikbare jurisprudentie van rechtsgebieden wereldwijd, regels met betrekking tot SEP’s in derde landen en resultaten van specifieke studies over SEP’s. Om voor meer voorlichting te zorgen en de verlening van SEP-licenties voor kmo’s te vergemakkelijken, moet het kenniscentrum bijstand verlenen aan kmo’s. Het opzetten en beheren van een systeem voor essentialiteitscontroles en van procedures voor de vaststelling van geaggregeerde royalty en de vaststelling van Frand door het kenniscentrum moet maatregelen omvatten om het systeem en de procedures continu te verbeteren, onder meer door het gebruik van nieuwe technologieën. Het kenniscentrum moet – in overeenstemming met deze doelstelling – opleidingsprocedures vaststellen voor beoordelaars van essentialiteit en bemiddelaars voor het verstrekken van adviezen over geaggregeerde royalty en over de vaststelling van Frand en het moet de consistentie van hun praktijken stimuleren.

(14)Voor het kenniscentrum moeten de regels van de Unie inzake toegang tot documenten en gegevensbescherming gelden. De taken van het kenniscentrum moeten tot meer transparantie leiden door voor SEP’s relevante informatie op gecentraliseerde en systematische wijze ter beschikking te stellen van alle belanghebbenden. Daarom moet een evenwicht worden gevonden tussen de vrije toegang van het publiek tot basisinformatie en de noodzaak het functioneren van het kenniscentrum te financieren. Om de onderhoudskosten te dekken, moet een registratievergoeding worden gevraagd om toegang te krijgen tot gedetailleerde informatie in de databank, zoals de resultaten van essentialiteitscontroles en niet-vertrouwelijke verslagen over de vaststelling van Frand.

(15)Kennis van de potentiële totale royalty voor alle SEP’s met betrekking tot een norm (geaggregeerde royalty) die voor de toepassing van die norm gelden, is belangrijk voor de beoordeling van het bedrag van de royalty voor een product, dat een belangrijke rol speelt bij de vaststelling van de kosten van de producent. Dergelijke kennis helpt de SEP-houder ook om het verwachte rendement van investeringen te plannen. De publicatie van de verwachte geaggregeerde royalty en de standaardlicentieverleningsvoorwaarden voor een bepaalde norm zou de verlening van SEP-licenties vergemakkelijken en de kosten voor de verlening van SEP-licenties verminderen. Het is dus noodzakelijk de informatie over de totale royalty (de geaggregeerde royalty) en de Frand-standaardlicentieverleningsvoorwaarden openbaar te maken.

(16)SEP-houders moeten de gelegenheid hebben om eerst het kenniscentrum te informeren over de publicatie van de norm of de geaggregeerde royalty die ze onderling zijn overeengekomen. Behalve bij gebruiksgevallen van normen waarvoor de Commissie vaststelt dat er gevestigde en in grote lijnen goed functionerende praktijken voor de verlening van SEP-licenties bestaan, kan het kenniscentrum de partijen bijstaan bij de vaststelling van de betreffende geaggregeerde royalty. In dit verband kunnen bepaalde SEP-houders – indien er tussen de SEP-houders geen overeenstemming is over de geaggregeerde royalty – het kenniscentrum verzoeken een bemiddelaar aan te wijzen om de SEP-houders bij te staan die bereid zijn deel te nemen aan de procedure voor de vaststelling van de geaggregeerde royalty voor de SEP’s met betrekking tot de betreffende norm. De rol van de bemiddelaar bestaat er dan in de besluitvorming door de deelnemende SEP-houders te vergemakkelijken zonder een aanbeveling voor een geaggregeerde royalty te doen. Tot slot is het belangrijk voor een derde onafhankelijke partij – een deskundige – te zorgen die een geaggregeerde royalty zou kunnen aanbevelen. Daarom moeten SEP-houders en/of -toepassers het kenniscentrum kunnen verzoeken om een deskundig advies over een geaggregeerde royalty. Wanneer een dergelijk verzoek wordt ingediend, moet het kenniscentrum een panel van bemiddelaars aanwijzen en in een procedure voorzien waaraan alle geïnteresseerde belanghebbenden worden verzocht deel te nemen. Nadat het panel van alle deelnemers informatie heeft ontvangen, moet het een niet-bindend deskundig advies uitbrengen over een geaggregeerde royalty. Het deskundig advies over de geaggregeerde royalty moet een niet-vertrouwelijke analyse bevatten van het verwachte effect van de geaggregeerde royalty op de SEP-houders en de belanghebbenden in de waardeketen. Het is in dit verband belangrijk rekening te houden met factoren als de efficiëntie van de verlening van SEP-licenties, met inbegrip van ervaringen met eventuele gebruikelijke regels of praktijken voor het in licentie geven van intellectuele eigendom in de waardeketen en met onderlinge licentieverlening, en het effect op de stimulansen voor SEP-houders en verschillende belanghebbenden in de waardeketen om te innoveren.

(17)In overeenstemming met de algemene beginselen en doelstellingen van transparantie, participatie en toegang tot Europese normalisatie moet het gecentraliseerde register informatie openbaar maken over het aantal SEP’s dat van toepassing is op een norm, het eigenaarschap van de betreffende SEP’s en de delen van de norm die onder de SEP’s vallen. Het register en de databank zullen informatie bevatten over relevante normen, producten, processen, diensten en systemen die de norm toepassen, SEP’s die in de EU van kracht zijn, Frand-standaardvoorwaarden voor de verlening van SEP-licenties of licentieverleningsprogramma’s, collectieve licentieverleningsprogramma’s en essentialiteit. Voor SEP-houders zal het register voor transparantie zorgen met betrekking tot de betreffende SEP’s, hun aandeel in alle aan de norm gedeclareerde SEP’s en de kenmerken van de norm waarop de octrooien betrekking hebben. SEP-houders zullen een beter inzicht hebben in de wijze waarop hun portefeuilles zich verhouden tot de portefeuilles van andere SEP-houders. Dit is niet alleen belangrijk voor de onderhandelingen met toepassers, maar ook voor de onderlinge licentieverlening met andere SEP-houders. Voor toepassers zal het register een betrouwbare bron van informatie over de SEP’s vormen, onder meer over de SEP-houders van wie de toepasser mogelijk een licentie moet verkrijgen. Het beschikbaar stellen van dergelijke informatie in het register zal ook de duur van de technische besprekingen helpen verkorten tijdens de eerste fase van de onderhandelingen over de verlening van SEP-licenties.

(18)Zodra een norm is aangemeld of een geaggregeerde royalty is gespecificeerd, naargelang wat het eerst gebeurt, opent het kenniscentrum de registratie van SEP’s – door houders van SEP’s – die in een of meer lidstaten van kracht zijn.

(19)Om de transparantie van SEP’s te waarborgen, is het passend van SEP-houders te verlangen dat ze hun octrooien registreren die essentieel zijn voor de norm waarvoor de registratie open is. SEP-houders moeten hun SEP’s registreren uiterlijk zes maanden na de opening van de registratie door het kenniscentrum of de verlening van de betreffende SEP’s, naargelang wat het eerst gebeurt. Bij tijdige registratie moeten SEP-houders royalty’s kunnen innen en schadevergoedingen kunnen eisen voor toepassingen en inbreuken die vóór de registratie hebben plaatsgevonden.

(20)SEP-houders kunnen zich na de vermelde termijn registreren. In dat geval zou het voor SEP-houders echter niet mogelijk mogen zijn royalty’s te innen en schadevergoedingen te eisen voor de periode van vertraging.

(21)Clausules in een licentieverleningsovereenkomst die een royalty voor een groot aantal (huidige of toekomstige) octrooien vaststellen, mogen niet worden beïnvloed door de ongeldigheid, non-essentialiteit of niet-afdwingbaarheid van een klein aantal van die octrooien wanneer ze geen invloed hebben op het totale bedrag en de afdwingbaarheid van de royalty of andere clausules in dergelijke overeenkomsten.

(22)SEP-houders moeten zorgen voor de update van hun SEP-registratie(s). Updates moeten binnen 6 maanden worden geregistreerd voor relevante statuswijzigingen, met inbegrip van eigenaarschap, invalidatiebevindingen of andere toepasselijke wijzigingen als gevolg van contractuele verbintenissen of besluiten van overheidsinstanties. Als de registratie niet wordt geüpdatet, kan de registratie van het SEP in het register worden gesuspendeerd.

(23)Een SEP-houder kan ook om wijziging van een SEP-registratie verzoeken. Een geïnteresseerde belanghebbende kan ook om wijziging van een SEP-registratie verzoeken, als hij/zij op basis van een definitief besluit van een overheidsinstantie kan aantonen dat de registratie onjuist is. Een SEP kan alleen op verzoek van de SEP-houder uit het register worden geschrapt, indien het octrooi is verstreken, door een definitieve beslissing of uitspraak van een bevoegde rechtbank in een lidstaat nietig is verklaard of niet-essentieel is bevonden, dan wel op grond van deze verordening niet essentieel is bevonden.

(24)Om de kwaliteit van het register verder te waarborgen en een teveel aan registraties te voorkomen, moeten ook willekeurig essentialiteitscontroles worden uitgevoerd door onafhankelijke beoordelaars die worden geselecteerd op basis van door de Commissie vast te stellen objectieve criteria. Er moet slechts één SEP van dezelfde octrooifamilie worden gecontroleerd op essentialiteit.

(25)Deze essentialiteitscontroles moeten worden uitgevoerd op een steekproef uit SEP-portefeuilles om ervoor te zorgen dat de steekproef statistisch geldige resultaten kan opleveren. De resultaten van de in de steekproef opgenomen essentialiteitscontroles moeten de verhouding bepalen tussen de positief gecontroleerde SEP’s en alle SEP’s die door elke SEP-houder zijn geregistreerd. Het essentialiteitspercentage moet jaarlijks worden geüpdatet.

(26)SEP-houders of -toepassers kunnen jaarlijks ook maximaal 100 geregistreerde SEP’s aanwijzen voor essentialiteitscontroles. Indien wordt bevestigd dat de vooraf geselecteerde SEP’s essentieel zijn, kunnen de SEP-houders deze informatie gebruiken bij onderhandelingen en als bewijs voor de rechter, zonder dat afbreuk wordt gedaan aan het recht van een toepasser om de essentialiteit van een geregistreerd SEP voor de rechter aan te vechten. De geselecteerde SEP’s hebben geen invloed op de steekproef, aangezien de steekproef moet worden geselecteerd uit alle geregistreerde SEP’s van elke SEP-houder. Als een vooraf geselecteerde SEP en een voor de steekproef geselecteerde SEP dezelfde zijn, hoeft slechts één essentialiteitscontrole te worden uitgevoerd. Essentialiteitscontroles hoeven niet te worden herhaald op SEP’s van dezelfde octrooifamilie.

(27)Beoordelingen van de essentialiteit van SEP’s die vóór de inwerkingtreding van de verordening door een onafhankelijke entiteit worden uitgevoerd – bijvoorbeeld via octrooigemeenschappen – en vaststellingen van de essentialiteit door gerechtelijke autoriteiten moeten in het register worden vermeld. Die SEP’s hoeven niet opnieuw op essentialiteit te worden gecontroleerd nadat het relevante bewijsmateriaal ter ondersteuning van de informatie in het register aan het kenniscentrum is verstrekt.

(28)De beoordelaars moeten onafhankelijk werken overeenkomstig het reglement van orde en de gedragscode die door de Commissie moeten worden vastgesteld. De SEP-houder kan om een collegiale toetsing verzoeken voordat een met redenen omkleed advies wordt uitgebracht. Tenzij een SEP aan een collegiale toetsing wordt onderworpen, vindt er geen verdere toetsing van de resultaten van de essentialiteitscontrole plaats. De resultaten van de collegiale toetsing moeten dienen om de essentialiteitscontroles te verbeteren, tekortkomingen op te sporen en te verhelpen en de consistentie te verbeteren.

(29)Het kenniscentrum maakt zowel de positieve als negatieve resultaten van de essentialiteitscontroles in het register en de databank openbaar. De resultaten van de essentialiteitscontroles zijn niet juridisch bindend. Eventuele latere geschillen met betrekking tot de essentialiteit moeten dus door de bevoegde rechter worden behandeld. De resultaten van de essentialiteitscontroles op verzoek van een SEP-houder of op basis van een steekproef kunnen echter worden gebruikt om de essentialiteit van die SEP’s aan te tonen bij onderhandelingen, in octrooigemeenschappen en voor de rechter.

(30)Er moet voor worden gezorgd dat de registratie en de daaruit voortvloeiende verplichtingen waarin deze verordening voorziet, niet worden omzeild door een SEP uit het register te verwijderen. Wanneer een beoordelaar vaststelt dat een geclaimd SEP niet-essentieel is, kan alleen de SEP-houder om verwijdering van het SEP uit het register verzoeken en pas nadat de jaarlijkse steekproef is afgerond en het aandeel echte SEP’s uit de steekproef is vastgesteld en bekendgemaakt.

(31)Het doel van de Frand-verbintenis bestaat erin de vaststelling en het gebruik van de norm te vergemakkelijken door SEP’s onder billijke en redelijke voorwaarden ter beschikking van de toepassers te stellen en de SEP-houder een billijk en redelijk rendement op zijn innovatie te bieden. Het uiteindelijke doel van handhavingsmaatregelen van SEP-houders of van maatregelen van toepassers op grond van de weigering van een SEP-houder om een licentie te verlenen, is dus het sluiten van een Frand-licentieovereenkomst. Het hoofddoel van de verordening bestaat er in dit verband in de onderhandelingen en buitengerechtelijke geschillenbeslechting te vergemakkelijken, waarvan beide partijen kunnen profiteren. Het waarborgen van toegang tot snelle, billijke en kostenefficiënte manieren om geschillen over Frand-voorwaarden op te lossen, moet dus zowel de SEP-houders als de toepassers ten goede komen. Als zodanig kan een naar behoren functionerend mechanisme voor buitengerechtelijke geschillenbeslechting om Frand-voorwaarden te vast te stellen (vaststelling van Frand) voor alle partijen aanzienlijke voordelen opleveren. Partijen kunnen om een vaststelling van Frand verzoeken om aan te tonen dat hun aanbod Frand is of om een zekerheid te stellen, wanneer ze te goeder trouw handelen.

(32)De vaststelling van Frand moet de onderhandelingen over Frand-voorwaarden vereenvoudigen en versnellen en de kosten verminderen. Het EUIPO moet de procedure beheren. Het kenniscentrum moet een lijst opstellen van bemiddelaars die aan vastgestelde competentie- en onafhankelijkheidscriteria voldoen, evenals een archief van niet-vertrouwelijke verslagen (de vertrouwelijke versie van de verslagen is alleen toegankelijk voor de partijen en de bemiddelaars). De bemiddelaars moeten neutrale personen zijn met ruime ervaring op het gebied van geschillenbeslechting en een grondig inzicht in de economische aspecten van het verlenen van licenties onder Frand-voorwaarden.

(33)De vaststelling van Frand is een verplichte stap voordat een SEP-houder een procedure wegens inbreuk op een octrooi kan inleiden of een toepasser om de vaststelling of beoordeling van Frand-voorwaarden met betrekking tot een SEP kan verzoeken voor een bevoegde rechter in een lidstaat. Het is echter niet verplicht de vaststelling van Frand vóór de betreffende gerechtelijke procedure in te leiden voor SEP’s met betrekking tot gebruiksgevallen van normen waarvoor de Commissie vaststelt dat er geen sprake is van significante moeilijkheden of inefficiëntie bij het verlenen van licenties onder Frand-voorwaarden.

(34)Elke partij kan kiezen of ze aan de procedure wenst deel te nemen en zich ertoe wenst te verbinden zich naar het resultaat ervan te schikken. Wanneer een partij niet op het verzoek tot vaststelling van Frand ingaat of zich er niet toe verbindt zich naar het resultaat van de vaststelling van Frand te schikken, moet de andere partij kunnen verzoeken om de beëindiging of de unilaterale voortzetting van de vaststelling van Frand. Een dergelijke partij mag tijdens de periode van vaststelling van Frand niet aan een geschil worden blootgesteld. Tegelijkertijd moet de vaststelling van Frand een doeltreffende procedure voor de partijen zijn om vóór een geschil tot overeenstemming te komen of om een vaststelling te verkrijgen om in verdere procedures te gebruiken. Daarom moet de partij/moeten de partijen die zich ertoe verbindt/verbinden zich naar het resultaat van de vaststelling van Frand te schikken en volgens de regels aan de procedure deelneemt/deelnemen, van de voltooiing ervan kunnen profiteren.

(35)De verplichting om vaststelling van Frand in te leiden mag geen afbreuk doen aan de doeltreffende bescherming van de rechten van de partijen. In dat verband moet de partij die zich ertoe verbindt het resultaat van de vaststelling van Frand na te leven terwijl de andere partij dit nalaat, het recht hebben een procedure bij de bevoegde nationale rechter in te leiden in afwachting van de vaststelling van Frand. Bovendien moet elk van beide partijen bij de bevoegde rechter een verzoek om een voorlopig gerechtelijk bevel van financiële aard kunnen indienen. Wanneer de betrokken SEP-houder een Frand-verbintenis is aangegaan, moeten voorlopige gerechtelijke bevelen van toereikende en evenredige financiële aard de nodige gerechtelijke bescherming bieden aan de SEP-houder die ermee heeft ingestemd zijn SEP onder Frand-voorwaarden in licentie te geven, terwijl de toepasser de mogelijkheid moet hebben om de hoogte van de Frand-royalty’s te betwisten of zich te verweren wegens het gebrek aan essentialiteit of de ongeldigheid van het SEP. In nationale stelsels die de inleiding van de procedure ten gronde vereisen als voorwaarde om een verzoek om de tussentijdse maatregelen van financiële aard in te dienen, moet het mogelijk zijn een dergelijke procedure in te leiden, maar moeten de partijen verzoeken om opschorting van de zaak tijdens de vaststelling van Frand. Bij het bepalen van de hoogte van het voorlopig gerechtelijk bevel van financiële aard die in een bepaald geval als toereikend moet worden beschouwd, moet onder meer rekening worden gehouden met de economische draagkracht van de verzoeker en de mogelijke gevolgen voor de doeltreffendheid van de gevraagde maatregelen, met name voor kmo’s, ook om misbruik van dergelijke maatregelen te voorkomen. Ook moet worden verduidelijkt dat zodra de vaststelling van Frand is beëindigd, de hele scala van maatregelen, met inbegrip van voorlopige, voorzorgs- en corrigerende maatregelen, ter beschikking van de partijen moet staan.

(36)Wanneer de partijen de vaststelling van Frand aangaan, moeten ze een bemiddelaar voor de vaststelling van Frand uit de lijst selecteren. Bij onenigheid selecteert het kenniscentrum de bemiddelaar. De vaststelling van Frand moet binnen negen maanden worden afgerond. Deze tijdsperiode is nodig voor een procedure die waarborgt dat de rechten van de partijen worden geëerbiedigd, maar ook snel genoeg is om vertragingen bij het sluiten van licenties te voorkomen. De partijen kunnen te allen tijde tijdens de procedure tot een schikking komen, wat resulteert in de beëindiging van de vaststelling van Frand.

(37)Na de aanwijzing van een bemiddelaar moet het bemiddelingscentrum de vaststelling van Frand in handen geven van de bemiddelaar, die moet onderzoeken of het verzoek de nodige informatie bevat, en die het tijdschema van de procedure moet meedelen aan de partijen of de partij die om voortzetting van de vaststelling van Frand verzoekt. 

(38)De bemiddelaar moet de opmerkingen en suggesties van de partijen voor de vaststelling van Frand-voorwaarden onderzoeken en de relevante fasen van de onderhandelingen, naast andere relevante omstandigheden, in overweging te nemen. De bemiddelaar moet – op eigen initiatief of op verzoek van een partij – van de partijen kunnen verlangen dat zij bewijsmateriaal overleggen dat hij/zij voor de uitvoering van zijn/haar taak noodzakelijk acht. De bemiddelaar moet ook openbaar toegankelijke informatie, het register van het kenniscentrum en verslagen over andere vaststellingen van Frand kunnen onderzoeken, evenals niet-vertrouwelijke documenten en informatie die door het kenniscentrum zijn opgesteld of bij het kenniscentrum zijn ingediend.

(39)Als een partij na de aanwijzing van de bemiddelaar nalaat aan de vaststelling van Frand deel te nemen, kan de andere partij om beëindiging verzoeken of de bemiddelaar verzoeken een aanbeveling voor een vaststelling van Frand te doen op basis van de informatie die hij/zij kon beoordelen.

(40)Als een partij in een rechtsgebied buiten de Unie een procedure inleidt die resulteert in juridisch bindende en afdwingbare beslissingen met betrekking tot dezelfde norm die aan vaststelling van Frand en de toepassing daarvan onderworpen is of SEP’s van dezelfde octrooifamilie als SEP’s die aan vaststelling van Frand onderworpen zijn, omvat en waarbij een of meer van de partijen bij de vaststelling van Frand als partij betrokken zijn, moet de bemiddelaar of – wanneer er geen bemiddelaar is aangewezen – het kenniscentrum vóór of tijdens de vaststelling van Frand de procedure op verzoek van de andere partij kunnen beëindigen.

(41)Aan het einde van de procedure moet de bemiddelaar een voorstel doen waarin Frand-voorwaarden worden aanbevolen. Elke partij moet de mogelijkheid hebben het voorstel te aanvaarden of te verwerpen. Als de partijen niet tot een schikking komen en/of het voorstel niet aanvaarden, moet de bemiddelaar een verslag over de vaststelling van Frand opstellen. Er is een vertrouwelijke en een niet-vertrouwelijke versie van het verslag. De niet-vertrouwelijke versie van het verslag moet het voorstel voor Frand-voorwaarden en de gebruikte methode bevatten en bij het kenniscentrum voor publicatie worden ingediend, zodat het gebruikt kan worden bij eventuele latere vaststellingen van Frand tussen de partijen en andere belanghebbenden die bij soortgelijke onderhandelingen betrokken zijn. Het verslag heeft dus een tweeledig doel: de partijen aanmoedigen tot een schikking te komen en voor transparantie te zorgen met betrekking tot de procedure en de aanbevolen Frand-voorwaarden bij onenigheid.

(42)De verordening eerbiedigt de intellectuele-eigendomsrechten van octrooihouders (artikel 17, lid 2, van het Handvest van de grondrechten van de EU), hoewel ze de mogelijkheid om een SEP te handhaven dat niet binnen een bepaalde termijn is geregistreerd, beperkt en een vaststelling van Frand verplicht maakt alvorens individuele SEP’s kunnen worden gehandhaafd. De uitoefening van intellectuele-eigendomsrechten kan op grond van het Handvest van de EU worden beperkt, mits het evenredigheidsbeginsel in acht wordt genomen. Volgens vaste rechtspraak kunnen de grondrechten worden beperkt, mits die beperkingen beantwoorden aan door de Unie nagestreefde doelstellingen van algemeen belang en – uit het oogpunt van het nagestreefde doel – geen onevenredige en onduldbare ingreep vormen waardoor de gewaarborgde rechten in hun kern worden aangetast 39 . In dat opzicht is deze verordening in het algemeen belang, aangezien ze op het niveau van de Unie voorziet in uniforme, openbare en voorspelbare informatie en resultaten over SEP’s ten behoeve van SEP-houders, toepassers en eindgebruikers. Doel is technologie te verspreiden tot wederzijds voordeel van de SEP-houders en -toepassers. De regels met betrekking tot de vaststelling van Frand zijn bovendien van tijdelijke aard – en dus beperkt – en bedoeld om de procedure te verbeteren en te stroomlijnen, maar ze zijn uiteindelijk niet bindend 40 .

(43)De vaststelling van Frand is ook consistent met het recht op een doeltreffende voorziening in rechte en op toegang tot de rechter (artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie), aangezien de toepasser en de SEP-houder dat recht volledig behouden. De uitsluiting van het recht op effectieve handhaving is beperkt en noodzakelijk en beantwoordt aan doelstellingen van algemeen belang, als de registratie niet binnen de vastgestelde termijn gebeurt. Het Hof van Justitie van de EU heeft bevestigd 41 dat een verplichte geschillenbeslechting als voorwaarde voor toegang tot een bevoegde rechter in de lidstaten verenigbaar wordt geacht met het beginsel van daadwerkelijke rechterlijke bescherming. Bij de vaststelling van Frand gelden de in de arresten van het Hof van Justitie van de EU uiteengezette voorwaarden voor verplichte geschillenbeslechting, waarbij rekening wordt gehouden met de specifieke kenmerken van de verlening van SEP-licenties.

(44)Bij de vaststelling van de geaggregeerde royalty’s en de vaststellingen van Frand moeten de bemiddelaars vooral rekening houden met het acquis van de Unie en de arresten van het Hof van Justitie met betrekking tot SEP’s, alsook met de richtsnoeren in het kader van deze verordening, de horizontale richtsnoeren 42 en de mededeling van de Commissie uit 2017 inzake de EU benadering van essentiële octrooien 43 . De bemiddelaars moeten voorts rekening houden met elk deskundig advies over de geaggregeerde royalty of – bij gebrek daaraan – de partijen om informatie verzoeken, voordat zij hun definitieve voorstellen doen en richtsnoeren in het kader van deze verordening uitvaardigen.

(45)De verlening van SEP-licenties kan tot wrijving leiden in de waardeketens die tot dusver niet aan SEP’s zijn blootgesteld. Het is daarom belangrijk dat het kenniscentrum voor voorlichting over de verlening van SEP-licenties in de waardeketens zorgt met behulp van alle instrumenten waarover het beschikt. Andere factoren zijn onder meer het vermogen van upstreamproducenten om de kosten voor de verlening van een SEP-licentie stroomafwaarts door te berekenen, en de eventuele gevolgen van bestaande clausules inzake schadeloosstelling binnen een waardeketen.

(46)Kmo’s kunnen als SEP-houders en -toepassers betrokken zijn bij de verlening van SEP-licenties. Er zijn momenteel een paar kmo’s SEP-houders en de toegenomen efficiëntie als gevolg van deze verordening zal de verlening van hun SEP-licenties wellicht vergemakkelijken. Er zijn aanvullende voorwaarden nodig om de kosten voor dergelijke kmo’s te verlichten, zoals lagere administratieve kosten en mogelijk lagere vergoedingen voor essentialiteitscontroles en bemiddeling, evenals gratis ondersteuning en opleidingen. Er hoeft geen steekproef van de SEP’s van micro- en kleine ondernemingen te worden genomen voor essentialiteitscontroles, maar micro- en kleine ondernemingen moeten hun SEP’s desgewenst aan essentialiteitscontroles kunnen onderwerpen. Ook kmo-toepassers moeten kunnen profiteren van lagere vergoedingen en gratis ondersteuning en opleidingen. Tot slot moeten SEP-houders worden aangemoedigd om de licentieverlening door kmo’s te stimuleren door middel van kortingen op kleine volumes of vrijstellingen van Frand-royalty’s.

(47)Teneinde bepaalde niet-essentiële onderdelen van deze verordening aan te vullen, moet aan de Commissie de bevoegdheid worden overgedragen om – overeenkomstig artikel 290 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie – handelingen vast te stellen met betrekking tot de in het register op te nemen gegevens of met betrekking tot het vaststellen van de desbetreffende bestaande normen of om gebruiksgevallen van normen of delen daarvan te identificeren waarvoor de Commissie vaststelt dat er geen significante moeilijkheden of gevallen van inefficiëntie zijn bij de verlening van licenties onder Frand-voorwaarden. Het is van bijzonder belang dat de Commissie bij haar voorbereidende werkzaamheden tot passende raadplegingen overgaat, onder meer op deskundigenniveau, en dat die raadplegingen gebeuren in overeenstemming met de beginselen die zijn vastgelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven 44 . Met name om te zorgen voor gelijke deelname aan de voorbereiding van gedelegeerde handelingen ontvangen het Europees Parlement en de Raad alle documenten op hetzelfde tijdstip als de deskundigen van de lidstaten, en hebben hun deskundigen systematisch toegang tot de vergaderingen van de deskundigengroepen van de Commissie die zich bezighouden met de voorbereiding van de gedelegeerde handelingen.

(48)Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van de desbetreffende bepalingen van deze verordening, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om de gedetailleerde voorschriften voor de selectie van beoordelaars en bemiddelaars, evenals het reglement van orde en de gedragscode voor beoordelaars en bemiddelaars vast te stellen. De Commissie moet ook de technische regels vaststellen voor de selectie van een steekproef van SEP’s voor essentialiteitscontroles, evenals de methode voor het uitvoeren van dergelijke essentialiteitscontroles door beoordelaars en collegiale toetsers. De Commissie moet ook administratieve vergoedingen voor haar diensten met betrekking tot de taken uit hoofde van deze verordening vaststellen, evenals vergoedingen voor de diensten van beoordelaars, deskundigen en bemiddelaars, afwijkingen daarvan en betaalmethoden, en ze moet deze waar nodig aanpassen. De Commissie moet ook de normen of delen daarvan vaststellen die vóór de inwerkingtreding van deze verordening zijn gepubliceerd en waarvoor SEP’s kunnen worden geregistreerd. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad 45 .

(49)Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad 46 moet worden gewijzigd om het EUIPO de bevoegdheid te geven de taken uit hoofde van deze verordening op zich te nemen. De taken van de uitvoerend directeur moeten ook worden uitgebreid tot de bevoegdheden die hem uit hoofde van deze verordening worden verleend. Voorts moet het arbitrage- en bemiddelingscentrum van het EUIPO de bevoegdheid krijgen om processen op te zetten zoals de vaststelling van de geaggregeerde royalty en de vaststelling van Frand.

(50)De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42, lid 1, van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad 47 .

(51)Aangezien het EUIPO, de Commissie en de belanghebbenden voldoende tijd moeten krijgen om de uitvoering en de toepassing van deze verordening voor te bereiden, moet de toepassing ervan worden uitgesteld.

(52)Daar de doelstellingen van deze verordening, namelijk de transparantie bij de verlening van SEP-licenties vergroten en voor een efficiënt mechanisme zorgen om geschillen over Frand-voorwaarden te beslechten, vanwege de toename van de kosten niet voldoende door de lidstaten kunnen worden verwezenlijkt, maar met het oog op efficiëntie en wegens de omvang beter door de Unie kunnen worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze verordening niet verder dan nodig is om deze doelstellingen te verwezenlijken,

HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Titel I
Algemene bepalingen

Artikel 1

Onderwerp en toepassingsgebied

1.Deze verordening stelt de volgende regels vast inzake octrooien die essentieel zijn voor een norm (“standard essential patents, SEP’s”):

a)regels voor meer transparantie met betrekking tot de informatie die voor de verlening van SEP-licenties nodig is;

b)regels inzake de registratie van SEP’s;

c)een procedure om de essentialiteit van geregistreerde SEP’s te evalueren;

d)een procedure voor de minnelijke schikking van geschillen die verband houden met het billijke, redelijke en niet-discriminerende (“fair, reasonable and non-discriminatory, Frand”) karakter van voorwaarden (“vaststelling van Frand”);

e)de bevoegdheden van het EUIPO om de in deze verordening vastgestelde taken uit te voeren.

2.Deze verordening is van toepassing op octrooien die essentieel zijn voor een norm die is gepubliceerd door een organisatie voor de ontwikkeling van normen, waaraan de SEP-houder heeft toegezegd zijn SEP’s in licentie te geven onder billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden (Frand-voorwaarden), en die niet onderworpen is aan beleid inzake royaltyvrije intellectuele eigendom,

a)na de inwerkingtreding van deze verordening, met de in lid 3 bedoelde uitzonderingen;

b)vóór de inwerkingtreding van deze verordening, overeenkomstig artikel 66.

3.De artikelen 17 en 18 en artikel 34, lid 1, zijn niet van toepassing op SEP’s voor zover ze worden toegepast voor door de Commissie overeenkomstig lid 4 vastgestelde gebruiksgevallen.

4.Als er voldoende bewijs is dat, met betrekking tot vastgestelde gebruiksgevallen van bepaalde normen of delen daarvan, onderhandelingen over de verlening van SEP-licenties onder Frand-voorwaarden geen aanleiding geven tot significante moeilijkheden of inefficiëntie die de werking van de interne markt negatief beïnvloeden, stelt de Commissie, na een passend raadplegingsproces, door middel van een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 67, een lijst op van dergelijke gebruiksgevallen, normen of delen daarvan voor de toepassing van lid 3.

5.Deze verordening is van toepassing op houders van SEP’s die in een of meer lidstaten van kracht zijn.

6.Deze verordening is niet van toepassing op vorderingen wegens ongeldigheid of vorderingen wegens inbreuk die geen verband houden met de toepassing van een norm waarvan in het kader van deze verordening kennis is gegeven.

7.Deze verordening doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 101 VWEU en artikel 102 VWEU of aan de toepassing van overeenkomstige nationale mededingingsregels.

Artikel 2

Definities

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

1)“standaardessentieel octrooi” of “SEP”: elk octrooi dat essentieel is voor een norm;

2)“essentieel voor een norm”: het octrooi bevat ten minste één conclusie waarvoor het om technische redenen niet mogelijk is een implementatie of methode toe te passen of te gebruiken die in overeenstemming is met een norm, met inbegrip van de daarin geboden opties, zonder inbreuk te maken op het octrooi bij de huidige stand van de techniek en de normale technische praktijk;

3)“norm”: een door een organisatie voor de ontwikkeling van normen vastgestelde technische specificatie voor herhaalde of voortdurende toepassing, waarvan de naleving niet verplicht is;

4)“technische specificatie”: een document in de zin van artikel 2 van Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad 48 waarin de technische voorschriften worden voorgeschreven waaraan een product, proces, dienst of systeem moet voldoen;

5)“organisatie voor de ontwikkeling van normen”: een normalisatie-instelling die geen particuliere industriële vereniging is die gepatenteerde technische specificaties ontwikkelt, die technische of kwaliteitsvoorschriften of aanbevelingen voor producten, productieprocessen, diensten of methoden ontwikkelt;

6)“SEP-houder”: een eigenaar van een SEP of een persoon met een exclusieve licentie voor een SEP in een van meer lidstaten;

7)“toepasser”: een natuurlijke of rechtspersoon die een norm toepast – of voornemens is toe te passen – bij een product, proces, dienst of systeem;

8)“Frand-voorwaarden”: billijke, redelijke en niet-discriminerende voorwaarden bij de licentieverlening voor SEP’s;

9)“vaststelling van Frand”: een gestructureerde procedure voor de vaststelling van de Frand-voorwaarden van een SEP-licentie;

10)“geaggregeerde royalty”: het maximale bedrag aan royalty voor alle octrooien die essentieel zijn voor een norm;

11)“octrooigemeenschap”: een bij een overeenkomst tussen twee of meer SEP-houders gecreëerde entiteit om een of meer van hun octrooien in licentie te geven aan elkaar of aan derden;

12)“collegiale toetsing”: een proces voor het heronderzoek van de voorlopige resultaten van essentialiteitscontroles door andere beoordelaars dan diegenen die de oorspronkelijke essentialiteitscontrole hebben uitgevoerd;

13)“conclusieschema”: een presentatie van de overeenstemming tussen de elementen (kenmerken) van één octrooiconclusie en ten minste één voorschrift van een norm of aanbeveling van een norm;

14)“voorschrift van een norm”: een uitdrukking – in de inhoud van een document – die objectief verifieerbare criteria weergeeft waaraan moet worden voldaan en waarvan niet mag worden afgeweken als conformiteit met het document wil worden geclaimd;

15)“aanbeveling van een norm”: een uitdrukking – in de inhoud van een document – die een voorgestelde mogelijke keuze of handelwijze weergeeft die als bijzonder geschikt wordt beschouwd, zonder dat andere keuzen of handelswijzen noodzakelijkerwijze worden vermeld of uitgesloten;

16)“octrooifamilie”: een verzameling octrooidocumenten die betrekking op dezelfde uitvinding hebben en waarvan de leden dezelfde prioriteiten hebben;

17)“belanghebbende”: elke persoon die een rechtmatig belang bij SEP’s kan aantonen, met inbegrip van een SEP-houder, een toepasser, een door een SEP-houder of toepasser gemachtigde, of een vereniging die de belangen van SEP-houders en toepassers vertegenwoordigt;

18)“kenniscentrum”: de administratieve eenheden van het EUIPO die de taken uitvoeren die krachtens deze verordening aan het EUIPO zijn toevertrouwd.

Titel II
Kenniscentrum

Artikel 3

Taken van het kenniscentrum

1.De taken uit hoofde van deze verordening worden uitgevoerd door een kenniscentrum dat binnen het EUIPO is opgericht en over de nodige personele en financiële middelen beschikt.

2.Het kenniscentrum bevordert de transparantie en de vaststelling van Frand met betrekking tot SEP’s en voert de volgende taken uit:

a)een elektronisch register en een elektronische databank voor SEP’s opzetten en onderhouden;

b)lijsten van beoordelaars en bemiddelaars opstellen en beheren;

c)een systeem voor de beoordeling van de essentialiteit van SEP’s opzetten en beheren;

d)de procedure voor de vaststelling van Frand opzetten en beheren;

e)voor opleidingen voor beoordelaars en bemiddelaars zorgen;

f)een procedure voor de vaststelling van geaggregeerde royalty beheren;

g)de transparantie en de uitwisseling van informatie verbeteren door:

i)de resultaten en de met redenen omklede adviezen van de essentialiteitscontroles en de niet-vertrouwelijke verslagen van de vaststellingen van Frand te publiceren;

ii)de toegang tot jurisprudentie (met inbegrip van alternatieve geschillenbeslechting) over SEP’s mogelijk te maken, ook uit rechtsgebieden van derde landen;

iii)niet-vertrouwelijke informatie over methoden ter vaststelling van Frand en Frand-royalty’s te verzamelen;

iv)de toegang tot SEP-gerelateerde regels van derde landen mogelijk te maken;

h)voor opleiding, steun en algemeen advies over SEP’s zorgen ten behoeve van kmo’s;

i)studies en alle andere noodzakelijke activiteiten uitvoeren om de doelstellingen van deze verordening te ondersteunen;

j)informatie verstrekken over de verlening van SEP-licenties, met inbegrip van de verlening van SEP-licenties in de waardeketen.

3.Met gebruikmaking van de bij artikel 157 van Verordening (EU) 2017/1001 verleende bevoegdheden stelt de uitvoerend directeur van het EUIPO de interne administratieve instructies vast en maakt hij/zij de mededelingen bekend die nodig zijn voor de uitvoering van alle taken die krachtens deze verordening aan het kenniscentrum zijn toevertrouwd.

Titel III
Via het kenniscentrum ter beschikking gestelde informatie over SEP’s

Hoofdstuk 1 
Algemene bepalingen

Artikel 4

Register van standaardessentiële octrooien

1.Er wordt een Unieregister voor SEP’s (“het register”) opgezet.

2.Het register wordt in elektronisch formaat onderhouden door het kenniscentrum.

3.Het register bevat de volgende vermeldingen:

a)informatie over relevante normen;

b)de identificatie van geregistreerde SEP’s, met inbegrip van het land van registratie en het octrooinummer;

c)de versie van de norm, de technische specificatie en de specifieke delen van de technische specificatie waarvoor het octrooi als essentieel wordt beschouwd;

d)de verwijzing naar de voorwaarden van de Frand-licentieverleningsverbintenis van de SEP-houder ten aanzien van de organisatie voor de ontwikkeling van normen;

e)de naam, het adres en de contactgegevens van de SEP-houder;

f)als de SEP-houder deel uitmaakt van een groep ondernemingen, de naam, het adres en de contactgegevens van de moederonderneming;

g)de naam, het adres en de contactgegevens van de wettelijke vertegenwoordigers van de SEP-houder in de Unie, indien van toepassing;

h)het bestaan van openbare standaardvoorwaarden, met inbegrip van het beleid inzake royalty’s en kortingen van de SEP-houder;

i)het bestaan van openbare standaardvoorwaarden voor de verlening van SEP-licenties aan kmo’s;

j)de beschikbaarheid voor licentieverlening via octrooigemeenschappen, indien van toepassing;

k)de contactgegevens voor licentieverlening, met inbegrip van de licentieverleningsentiteit;

l)de datum van registratie van het SEP in het register en het registratienummer.

4.Het register bevat ook de volgende vermeldingen, telkens voorzien van de datum van registratie:

a)wijzigingen van de contactgegevens in de in lid 3), punten e), f), g) en k), bedoelde vermeldingen;

b)het verlenen of overdragen van een licentie via octrooigemeenschappen, indien van toepassing overeenkomstig artikel 9

c)informatie over de vraag of er een essentialiteitscontrole of collegiale toetsing is uitgevoerd, met een verwijzing naar het resultaat;

d)informatie over de vraag of het SEP is verlopen of ongeldig is verklaard door een definitieve beslissing van een bevoegde rechter in een lidstaat;

e)bijzonderheden over procedures en besluiten inzake SEP’s overeenkomstig artikel 10;

f)de datum van bekendmaking van informatie overeenkomstig artikel 19, lid 1, in samenhang met artikel 14, lid 7, artikel 15, lid 4, en artikel 18, lid 11;

g)de datum van schorsing van het SEP uit het register overeenkomstig artikel 22;

h)correcties van het SEP overeenkomstig artikel 23;

i)de datum van verwijdering van het SEP uit het register overeenkomstig artikel 25 en de redenen voor de verwijdering;

j)de correctie in of de verwijdering uit het register van de in de punten b), e) en f) bedoelde gegevens.

5.De Commissie is bevoegd om overeenkomstig artikel 67 gedelegeerde handelingen tot wijziging van de leden 3 en 4 vast te stellen om te bepalen welke andere dan de in de leden 3 en 4 bedoelde gegevens voor de toepassing van deze verordening in het register moeten worden opgenomen.

6.De in de leden 3 en 4 bedoelde gegevens, met inbegrip van persoonsgegevens, worden door het kenniscentrum voor de toepassing van deze verordening verzameld, gestructureerd, openbaar gemaakt en opgeslagen.

7.Het kenniscentrum houdt het register gemakkelijk toegankelijk voor het publiek. De gegevens worden geacht van algemeen belang te zijn en kunnen kosteloos door derden worden geraadpleegd.

Artikel 5

Elektronische databank

1.Het kenniscentrum zorgt voor het opzetten en onderhouden van een elektronische databank voor SEP’s.

2.De volgende informatie in de databank is toegankelijk voor derden die bij het kenniscentrum geregistreerd zijn:

a)bibliografische gegevens over het geclaimde SEP of SEP, met inbegrip van de prioriteitsdatum, de familieleden, de datum van verlening en de vervaldatum;

b)openbare standaardvoorwaarden, met inbegrip van het beleid inzake royalty’s en kortingen van de SEP-houder overeenkomstig artikel 7, eerste alinea, punt b), indien beschikbaar;

c)openbare standaardvoorwaarden voor de verlening van SEP-licenties aan kmo’s overeenkomstig artikel 62, lid 1, indien beschikbaar;

d)informatie over bekende producten, processen, diensten of systemen en toepassingen overeenkomstig artikel 7, eerste alinea, punt b);

e)informatie met betrekking tot essentialiteit overeenkomstig artikel 8;

f)niet-vertrouwelijke informatie over vaststellingen van Frand overeenkomstig artikel 11;

g)informatie over geaggregeerde royalty’s overeenkomstig de artikelen 15, 16 en 17;

h)de in artikel 18 bedoelde deskundige adviezen;

i)niet-vertrouwelijke verslagen van de bemiddelaars overeenkomstig artikel 57;

j)de overeenkomstig artikel 29 voor essentialiteitscontroles geselecteerde SEP’s, de met redenen omklede adviezen of de definitieve met redenen omklede adviezen overeenkomstig artikel 33;

k)de datum van en de redenen voor de verwijdering van het SEP uit de databank overeenkomstig artikel 25;

l)informatie over regels met betrekking tot SEP’s in derde landen overeenkomstig artikel 12;

m)jurisprudentie en verslagen overeenkomstig artikel 13, leden 3 en 5;

n)voorlichtings- en opleidingsmateriaal.

3.Voor toegang tot de in lid 2, punten f), h), i), j) en k), bedoelde informatie kan een vergoeding worden gevraagd.

4.Overheidsinstanties, met inbegrip van rechters, hebben echter kosteloos volledige toegang tot de in lid 2 bedoelde informatie in de databank, mits ze bij het kenniscentrum geregistreerd zijn.

Artikel 6

Gemeenschappelijke bepalingen met betrekking tot het register en de databank

1.Wanneer een partij verzoekt om de gegevens en de documenten in de databank vertrouwelijk te houden, verstrekt die partij een niet-vertrouwelijke versie van de als vertrouwelijk verstrekte informatie die voldoende gedetailleerd is om een redelijk inzicht te krijgen in de inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte informatie. Het kenniscentrum kan die niet-vertrouwelijke versie openbaar maken.

2.Het kenniscentrum bewaart de dossiers van alle procedures met betrekking tot de registratie van het SEP. De uitvoerend directeur van het EUIPO bepaalt in welke vorm die dossiers worden bewaard en ter beschikking worden gesteld. Het kenniscentrum bewaart de dossiers tot 10 jaar na de verwijdering van de registratie van het SEP. Op verzoek kunnen persoonsgegevens uit het register of de databank worden verwijderd na 18 maanden vanaf het verlopen van het SEP of de verwijdering van het SEP uit het register.

3.Het kenniscentrum kan alle informatie in het register of de databank overeenkomstig artikel 23 corrigeren.

4.De SEP-houder en zijn wettelijke vertegenwoordiger in de Unie worden in kennis gesteld van elke wijziging in het register of de databank wanneer die wijziging betrekking heeft op een bepaald SEP.

5.Op verzoek geeft het kenniscentrum registratiebewijzen of voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van de gegevens en documenten in het register of de databank af. Voor de registratiebewijzen en de voor eensluidend gewaarmerkte afschriften kan een vergoeding worden gevraagd.

6.De Commissie stelt door middel van een uitvoeringshandeling de voorwaarden voor toegang tot de databank vast, met inbegrip van de vergoedingen voor die toegang of voor registratiebewijzen en voor eensluidend gewaarmerkte afschriften uit de databank of het register. De uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 68, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 7

Identificatie van de toepassingen van een norm en de bijbehorende voorwaarden voor de verlening van SEP-licenties

Een SEP-houder verstrekt het kenniscentrum de volgende informatie:

a)informatie over de producten, processen, diensten of systemen waarin het onderwerp van het SEP kan worden opgenomen of waarop het bestemd is te worden toegepast, voor alle bestaande of potentiële toepassingen van een norm, voor zover die informatie de SEP-houder bekend is.

b)indien beschikbaar, zijn standaardvoorwaarden voor de verlening van SEP-licenties, met inbegrip van zijn beleid inzake royalty’s en kortingen, uiterlijk zeven maanden na de opening van de registratie voor de betreffende norm en de toepassing door het kenniscentrum.

Artikel 8

Informatie met betrekking tot essentialiteit

Een SEP-houder verstrekt het kenniscentrum de volgende informatie die in de databank moet worden opgenomen en waarnaar in het register moet worden verwezen:

a)een definitieve beslissing van een bevoegde rechter in een lidstaat over de essentialiteit van een geregistreerd SEP uiterlijk zes maanden na de bekendmaking van die beslissing;

b)elke essentialiteitscontrole vóór [PB: gelieve de datum in te voegen = 24 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] door een onafhankelijke beoordelaar in het kader van een gemeenschap, waarbij het SEP-registratienummer, de identiteit en de beheerder van de octrooigemeenschap en de beoordelaar worden vermeld.

Artikel 9

Door octrooigemeenschappen te verstrekken informatie

Octrooigemeenschappen publiceren ten minste de volgende informatie op hun website en stellen het kenniscentrum daarvan in kennis:

a)de normen die onderworpen zijn aan collectieve licentieverlening;

b)de aandeelhouders of de eigendomsstructuur van de administratieve entiteit;

c)de procedure voor de evaluatie van SEP’s;

d)de lijst van beoordelaars die in de Unie gevestigd zijn;

e)de lijst van geëvalueerde SEP’s en de lijst van SEP’s die in licentie zijn gegeven;

f)illustratieve kruisverwijzingen naar de norm;

g)de lijst van producten, diensten en processen die via de octrooigemeenschap of de entiteit in licentie kunnen worden gegeven;

h)het beleid inzake royalty’s en kortingen per productcategorie;

i)de standaardlicentieovereenkomst per productcategorie;

j)de lijst van licentiegevers in elke productcategorie;

k)de lijst van licentienemers voor elke productcategorie.

Artikel 10

Informatie over besluiten over SEP’s

1.De bevoegde rechters in de lidstaten stellen het kenniscentrum uiterlijk zes maanden na de vaststelling van een uitspraak betreffende SEP’s in kennis van:

a)gerechtelijke bevelen;

b)inbreukprocedures;

c)essentialiteit en geldigheid;

d)misbruik van machtspositie;

e)de vaststelling van Frand-voorwaarden.

2.Iedereen kan het kenniscentrum informeren over gerechtelijke procedures of procedures voor alternatieve geschillenbeslechting met betrekking tot een SEP.

Artikel 11

Informatie over vaststellingen van Frand

1.Personen die betrokken zijn bij procedures voor alternatieve geschillenbeslechting met betrekking tot SEP’s die in een lidstaat van kracht zijn, stellen het kenniscentrum uiterlijk zes maanden na de beëindiging van de procedure in kennis van de betrokken normen en toepassingen, de voor de berekening van Frand-voorwaarden gebruikte methode, informatie over de naam van de partijen en over de vastgestelde specifieke licentietarieven.

2.Het kenniscentrum maakt geen vertrouwelijke informatie openbaar zonder voorafgaande toestemming van de betrokken partij.

Artikel 12

informatie over regels met betrekking tot SEP’s in derde landen

1.Het kenniscentrum verzamelt en publiceert in de databank informatie over alle regels met betrekking tot SEP’s in derde landen.

2.Iedereen kan het kenniscentrum dergelijke informatie en informatie over updates, correcties en openbare raadplegingen verstrekken. Het kenniscentrum publiceert die informatie in de databank.

Artikel 13

De transparantie en de uitwisseling van informatie verbeteren

1.Het kenniscentrum slaat in de databank alle door belanghebbenden verstrekte gegevens op, evenals de adviezen en verslagen van beoordelaars en bemiddelaars.

2.Deze gegevens worden verzameld, opgeslagen en verwerkt om:

a)de registraties van SEP’s, essentialiteitscontroles en bemiddelingsprocedures uit hoofde van deze verordening te beheren;

b)toegang te krijgen tot de informatie die nodig is om die procedures gemakkelijker en efficiënter uit te voeren;

c)met de bij de procedure betrokken partijen te communiceren;

d)verslagen en statistieken op te stellen die het kenniscentrum in staat stellen zijn activiteiten en het functioneren van de registratie van SEP’s en de procedures in het kader van deze verordening te verbeteren.

3.Het kenniscentrum neemt in de databank jurisprudentie op van bevoegde rechters in de lidstaten, rechtsgebieden van derde landen en organen voor alternatieve geschillenbeslechting.

4.Het kenniscentrum verzamelt alle informatie over Frand-voorwaarden, met inbegrip van eventuele kortingen, die door SEP-houders openbaar zijn gemaakt, waarvan het overeenkomstig artikel 11 in kennis is gesteld en die in de Frand-vaststellingsverslagen zijn opgenomen, en maakt deze op schriftelijk verzoek toegankelijk voor overheidsinstanties in de Unie, met inbegrip van bevoegde rechters in de lidstaten. Vertrouwelijke documenten gaan vergezeld van een niet-vertrouwelijke versie van de als vertrouwelijk verstrekte informatie die voldoende gedetailleerd is om een redelijk inzicht te krijgen in de inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte informatie.

5.Het kenniscentrum publiceert in de databank een jaarverslag over de methoden voor vaststellingen van Frand op basis van informatie uit rechterlijke en scheidsrechterlijke uitspraken en statistische informatie over licenties en in licentie gegeven producten uit de vaststellingen van Frand.

6.Op een met redenen omkleed verzoek van een belanghebbende wordt vertrouwelijke informatie in een niet-vertrouwelijk formaat geredigeerd voordat het kenniscentrum dergelijke informatie publiceert of doorstuurt.

Hoofdstuk 2 
Kennisgeving van een norm en een geaggregeerde royalty

Artikel 14

Kennisgeving van een norm aan het kenniscentrum

1.Houders van een in een of meer lidstaten van kracht zijnd octrooi dat essentieel is voor een norm waarvoor Frand-verbintenissen zijn aangegaan, stellen het kenniscentrum, waar mogelijk via de organisatie voor de ontwikkeling van normen of een gezamenlijke kennisgeving, in kennis van de volgende informatie:

a)de commerciële benaming van een norm;

b)de lijst van relevante technische specificaties die de norm definiëren;

c)de datum van publicatie van de meest recente technische specificatie;

d)de toepassingen van de norm waarmee de kennisgevende SEP-houders bekend zijn.

2.Deze kennisgeving geschiedt uiterlijk 30 dagen na de publicatie van de meest recente technische specificatie.

3.Indien de kennisgeving uit hoofde van lid 1 uitblijft, stelt elke houder van een SEP dat in een of meer lidstaten van kracht is, het kenniscentrum uiterlijk 90 dagen na de publicatie van de meest recente technische specificatie individueel in kennis van de in lid 1 bedoelde informatie.

4.Indien de kennisgeving uit hoofde van lid 1 of lid 3 uitblijft, kan elke toepasser het kenniscentrum in kennis stellen van de in lid 1 bedoelde informatie.

5.Het kenniscentrum stelt ook de betreffende organisatie voor de ontwikkeling van normen in kennis van de publicatie. Bij een kennisgeving uit hoofde van de leden 3 en 4 stelt het, indien mogelijk, ook bekende SEP-houders individueel in kennis of verzoekt het de organisatie voor de ontwikkeling van normen om bevestiging dat ze de SEP-houders op gepaste wijze in kennis heeft gesteld.

6.Het kenniscentrum publiceert de kennisgevingen uit hoofde van de leden 1, 3 en 4 op de website van het EUIPO voor opmerkingen van belanghebbenden. Belanghebbenden kunnen hun opmerkingen tot uiterlijk 30 dagen na de publicatie van de lijst bij het kenniscentrum indienen.

7.Na het verstrijken van de in lid 6 bedoelde termijn neemt het kenniscentrum alle ontvangen opmerkingen in overweging, met inbegrip van alle relevante technische specificaties en toepassingen, en publiceert het de informatie overeenkomstig lid 1.

Artikel 15

Kennisgeving van een geaggregeerde royalty aan het kenniscentrum

1.Houders van SEP’s die van kracht zijn in een of meer lidstaten en waarvoor Frand-verbintenissen zijn aangegaan, kunnen het kenniscentrum gezamenlijk in kennis stellen van de geaggregeerde royalty voor de SEP’s met betrekking tot een norm.

2.De overeenkomstig lid 1 gedane kennisgeving bevat de volgende informatie:

a)de commerciële benaming van de norm;

b)de lijst van technische specificaties die de norm definiëren;

c)de namen van de SEP-houders die de in lid 1 bedoelde kennisgeving doen; 

d)het geraamde percentage van alle SEP-houders dat de in lid 1 bedoelde SEP-houders vertegenwoordigen;

e)het geraamde percentage van alle SEP’s voor de norm dat zij collectief bezitten;

f)de toepassingen die bekend zijn bij de in punt c) bedoelde SEP-houders;

g)de wereldwijde geaggregeerde royalty, tenzij de kennisgevende partijen specificeren dat de geaggregeerde royalty niet wereldwijd is; 

h)alle perioden waarvoor de in lid 1 bedoelde geaggregeerde royalty geldig is. 

3.De in lid 1 bedoelde kennisgeving wordt gedaan uiterlijk 120 dagen:

a)na de publicatie van een norm door de organisatie voor de ontwikkeling van normen voor toepassingen die bekend zijn bij de SEP-houders als bedoeld in lid 2, punt c); of

b)nadat zij bekend worden met een nieuwe toepassing van de norm.

4.Het kenniscentrum publiceert in de databank de uit hoofde van lid 2 verstrekte informatie.

Artikel 16

Herziening van geaggregeerde royalty

1.Bij een herziening van de geaggregeerde royalty stellen de SEP-houders het kenniscentrum in kennis van de herziene geaggregeerde royalty en de redenen voor de herziening.

2.Het kenniscentrum publiceert in de databank de initiële geaggregeerde royalty, de herziene geaggregeerde royalty en de redenen voor de herziening in het register.

Artikel 17

Procedure om overeenkomsten over de vaststellingen van geaggregeerde royalty te vergemakkelijken

1.Houders van SEP’s die van kracht zijn in een of meer lidstaten en ten minste 20 % van alle SEP’s van een norm vertegenwoordigen, kunnen het kenniscentrum verzoeken om een bemiddelaar uit de lijst van bemiddelaars aan te wijzen om te bemiddelen bij de besprekingen over een gezamenlijke indiening van een geaggregeerde royalty.

2.Een dergelijk verzoek wordt ingediend uiterlijk 90 dagen na de publicatie van de norm of uiterlijk 120 dagen na de eerste verkoop van een nieuwe toepassing op de markt van de Unie voor toepassingen die niet bekend waren op het moment van de publicatie van de norm.

3.Het verzoek bevat de volgende informatie:

a)de commerciële benaming van de norm;

b)de datum van publicatie van de meest recente technische specificatie of de datum van de eerste verkoop van een nieuwe toepassing op de markt van de Unie;

c)de toepassingen die bekend zijn bij de in lid 1 bedoelde SEP-houders;

d)de namen en de contactgegevens van de SEP-houders die het verzoek ondersteunen;

e)het geraamde percentage van alle potentiële voor de norm geclaimde SEP’s dat zij individueel en collectief bezitten.

4.Het kenniscentrum stelt de in lid 3, punt d), bedoelde SEP-houders in kennis en verzoekt hen hun belangstelling voor deelname aan de procedure kenbaar te maken en hun geraamde percentage van alle SEP’s voor de norm mee te delen.

5.Het kenniscentrum wijst een bemiddelaar aan uit de lijst van bemiddelaars en brengt alle SEP-houders die hun belangstelling voor deelname aan de procedure kenbaar hebben gemaakt, op de hoogte.

6.SEP-houders die de bemiddelaar vertrouwelijke informatie verstrekken, verschaffen een niet-vertrouwelijke versie van de als vertrouwelijk verstrekte informatie die voldoende gedetailleerd is om een redelijk inzicht te krijgen in de inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte informatie.

7.Als de SEP-houders uiterlijk zes maanden na de aanwijzing van de bemiddelaar geen gezamenlijke kennisgeving doen, beëindigt de bemiddelaar de procedure.

8.Als de bijdragers overeenstemming bereiken over een gezamenlijke kennisgeving, is de procedure van artikel 15, leden 1, 2 en 4, van toepassing.

Artikel 18

Niet-bindend deskundig advies over geaggregeerde royalty

1.Een SEP-houder of een toepasser kan het kenniscentrum verzoeken om een niet-bindend deskundig advies over een wereldwijde geaggregeerde royalty.

2.Het in lid 1 bedoelde verzoek wordt ingediend uiterlijk 150 dagen:

a)na de publicatie van de relevante norm voor bekende toepassingen; of

b)nadat nieuwe toepassingen voor het eerst op de markt van de Unie zijn verkocht.

3.Het verzoek bevat:

a)de commerciële benaming van de norm;

b)de lijst van relevante technische specificaties die de norm definiëren;

c)de lijst van relevante producten, processen, diensten of systemen of toepassingen;

d)de lijst van bekende belanghebbenden en contactgegevens.

4.Het kenniscentrum stelt de betreffende organisatie voor de ontwikkeling van normen en alle bekende belanghebbenden in kennis van het verzoek. Het publiceert het verzoek op de website van het EUIPO en verzoekt de belanghebbenden om uiterlijk 30 dagen na de dag van publicatie van het verzoek hun belangstelling voor deelname aan de procedure kenbaar te maken.

5.Elke belanghebbende kan om deelname aan de procedure verzoeken nadat hij/zij de reden van zijn belangstelling heeft toegelicht. De SEP-houders delen mee welk percentage van alle SEP’s voor een norm hun SEP’s naar schatting vertegenwoordigen. De toepassers verstrekken informatie over alle relevante toepassingen van de norm, met inbegrip van het relevante marktaandeel in de Unie. 

6.Als SEP-houders die collectief ten minste een geraamde 20 % van alle SEP’s voor de norm vertegenwoordigen, en toepassers met collectief een relevant marktaandeel in de Unie van ten minste 10 % of ten minste tien kmo’s, om deelname verzoeken, wijst het kenniscentrum een panel van drie bemiddelaars uit de lijst van bemiddelaars aan met de passende achtergrond op het betreffende technologische gebied.

7.Belanghebbenden die het panel vertrouwelijke informatie verstrekken, verstrekken een niet-vertrouwelijke versie van de als vertrouwelijk verstrekte informatie die voldoende gedetailleerd is om een redelijk inzicht te krijgen in de inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte informatie.

8.Na de aanwijzing verzoekt het panel de deelnemende SEP-houders om binnen één maand:

a)een geaggregeerde royalty voor te stellen, met inbegrip van de in artikel 15, lid 2, bedoelde informatie, of

b)een rechtvaardiging voor te leggen voor de onmogelijkheid om een geaggregeerde royalty voor te stellen wegens technologische, economische of andere redenen.

9.Het panel neemt de in lid 8 bedoelde stukken op gepaste wijze in overweging en besluit:

a)de procedure voor het deskundig advies over geaggregeerde royalty op te schorten voor een initiële periode van niet meer dan zes maanden, die kan worden verlengd op basis van een naar behoren gemotiveerd verzoek van een van de deelnemende SEP-houders, of

b)het deskundig advies uit te brengen.

10.Het panel brengt het deskundig advies uit uiterlijk acht maanden na het einde van de in lid 8, punt a), bedoelde opschortingsperiode of na het in lid 8, punt b), bedoelde besluit. Het advies wordt gesteund door ten minste twee van de drie bemiddelaars.

11.Het deskundig advies bevat een samenvatting van de in het verzoek verstrekte informatie, de in artikel 15, lid 2, bedoelde informatie, de namen van de bemiddelaars, de procedure, de redenen voor het advies over de geaggregeerde royalty en de onderliggende methodologie. De redenen voor eventuele afwijkende standpunten worden gespecificeerd in een bijlage bij het deskundig advies.

12.Het deskundig advies bevat een analyse van de betrokken waardeketen en het potentiële effect van de geaggregeerde royalty op de innovatiestimulansen van zowel SEP-houders als belanghebbenden in de waardeketen waar licenties worden verleend.

13.Het kenniscentrum publiceert het deskundig advies en stelt de deelnemers van die publicatie in kennis.

Hoofdstuk 3 
Registratie van SEP’s

Artikel 19

Beheer van het register van standaardessentiële octrooien

1.Het kenniscentrum registreert een norm waarvoor Frand-verbintenissen zijn aangegaan, in het register uiterlijk 60 dagen na de vroegste van de volgende gebeurtenissen:

a)publicatie door het kenniscentrum van de norm en de daarmee verband houdende informatie overeenkomstig artikel 14, lid 7;

b)publicatie door het kenniscentrum van een geaggregeerde royalty en daarmee verband houdende informatie overeenkomstig artikel 15, lid 4, en artikel 18, lid 11.

2.Het kenniscentrum publiceert op de website van het EUIPO een bericht waarin de belanghebbenden over de registratie in het register worden geïnformeerd, en verwijst naar de in lid 1 bedoelde publicaties. Het kenniscentrum stelt de bekende SEP-houders individueel en elektronisch in kennis van het in dit lid bedoelde bericht, evenals de relevante organisatie voor de ontwikkeling van normen.

Artikel 20

Registratie van standaardessentiële octrooien

1.Op verzoek van een SEP-houder registreert het kenniscentrum elk voor een norm essentieel octrooi dat van kracht is in een of meer lidstaten en binnen het toepassingsgebied van deze verordening valt, waarvoor het kenniscentrum overeenkomstig artikel 19, lid 2, een bericht heeft gepubliceerd.

2.Om een SEP in het register te kunnen opnemen, komt ten minste één octrooiconclusie overeen met ten minste één voorschrift of aanbeveling van de norm, geïdentificeerd door de benaming van de norm, de versie (en/of release) en de subparagraaf.

3.Het registratieverzoek wordt ingediend uiterlijk zes maanden na de publicatie van het bericht overeenkomstig artikel 19, lid 2. Als het SEP pas door een nationaal of Europees octrooibureau wordt verleend na de publicatie van het bericht overeenkomstig artikel 19, lid 2, wordt het registratieverzoek ingediend uiterlijk zes maanden na de verlening van het SEP door het betrokken octrooibureau.

4.Het verzoek bevat de in artikel 4, lid 3, en artikel 5, lid 2, punten a), b), d) en e), bedoelde informatie.

5.Een SEP-houder updatet de informatie in het register en de databank bij relevante wijzigingen met betrekking tot zijn geregistreerde SEP door het kenniscentrum uiterlijk zes maanden na de wijziging hiervan in kennis te stellen.

6.Het registratieverzoek wordt pas aanvaard nadat de SEP-houder de registratievergoeding heeft betaald. De Commissie stelt de registratievergoeding vast in de op basis van artikel 63, lid 5, vastgestelde uitvoeringshandeling. De registratievergoeding omvat – voor middelgrote en grote ondernemingen – de verwachte kosten en vergoedingen van de essentialiteitscontrole voor overeenkomstig artikel 29, lid 1, geselecteerde SEP’s.

Artikel 21

Registratiedatum

1.De registratiedatum is de datum waarop het kenniscentrum overeenkomstig artikel 20, leden 2, 4 en 5, een registratieverzoek heeft ontvangen.

2.Het kenniscentrum publiceert de geregistreerde SEP’s in het register uiterlijk zeven werkdagen na de registratiedatum.

Artikel 22

Onderzoek van de registratievoorwaarden

1.Jaarlijks wordt een steekproef van SEP-registraties gecontroleerd op volledigheid en juistheid.

2.Het EUIPO stelt een methode vast om een steekproef van SEP-registraties voor controles te selecteren.

3.Als de registratie de in de artikelen 4 en 5 bedoelde informatie niet bevat of onvolledige of onjuiste informatie bevat, verzoekt het kenniscentrum de SEP-houder binnen de termijn van ten minste twee maanden de volledige en nauwkeurige informatie te verstrekken.

4.Als de SEP-houder nalaat de juiste en volledige informatie te verstrekken, wordt de registratie in het register opgeschort totdat de volledige en juiste informatie is verstrekt. 

5.Een SEP-houder van wie het SEP op grond van lid 4 in het register is opgeschort en die vindt dat de conclusie van het kenniscentrum onjuist is, kan de kamers van beroep van het EUIPO verzoeken om uitspraak over de kwestie te doen. Het verzoek wordt uiterlijk twee maanden na de opschorting ingediend. Uiterlijk twee maanden na het verzoek verwerpen de kamers van beroep van het EUIPO het verzoek of verzoeken ze het kenniscentrum zijn conclusie te corrigeren en de persoon die het verzoek heeft ingediend, daarvan in kennis te stellen.

6.Aanvullende of corrigerende informatie over een SEP uit hoofde van dit artikel is kosteloos.

Artikel 23

Correctie van een vermelding in het register of van informatie in de databank

1.Een SEP-houder kan om correctie van zijn SEP-registratie of van de informatie in de databank verzoeken door een passend verzoek bij het kenniscentrum in te dienen, behoudens het bepaalde in lid 2.

2.Elke derde partij kan het kenniscentrum verzoeken om een SEP-registratie of informatie in de databank te corrigeren. Het verzoek bevat de volgende informatie:

a)de naam en de contactgegevens van de persoon die het verzoek indient;

b)het registratienummer van het geregistreerde SEP;

c)de redenen voor het verzoek;

d)gegevens van een onafhankelijke bron ter ondersteuning van het verzoek.

3.Het kenniscentrum stelt de SEP-houder in kennis van het verzoek en verzoekt de SEP-houder de vermelding in het register of de informatie in de databank te corrigeren, in voorkomend geval binnen een termijn van ten minste twee maanden.

4.Het kenniscentrum stelt de SEP-houder in kennis en verzoekt de SEP-houder de vermelding in het register of de informatie in de databank te corrigeren, in voorkomend geval binnen een termijn van ten minste twee maanden, wanneer het kenniscentrum door een bevoegde rechter in een lidstaat overeenkomstig artikel 10, lid 1, of door een octrooibureau of door een derde partij wordt geïnformeerd over:

a)het verlopen van een geregistreerd SEP;

b)de ongeldigverklaring van een geregistreerd SEP door een bevoegde autoriteit; of

c)een definitieve uitspraak dat het geregistreerde SEP niet essentieel is voor de betreffende norm.

5.Als de SEP-houder de vermelding in het register of de informatie in de databank niet binnen de vastgestelde termijn corrigeert, wordt de registratie in het register opgeschort totdat de volledige en juiste informatie is verstrekt. 

6.Een SEP-houder van wie het SEP op grond van lid 5 in het register is opgeschort en die vindt dat de conclusie van het kenniscentrum onjuist is, kan de kamers van beroep van het EUIPO verzoeken om uitspraak over de kwestie te doen. Het verzoek wordt uiterlijk twee maanden na de opschorting ingediend. Uiterlijk twee maanden na het verzoek verwerpen de kamers van beroep van het EUIPO het verzoek of verzoeken ze het kenniscentrum zijn conclusie te corrigeren en de persoon die het verzoek heeft ingediend, daarvan in kennis te stellen.

7.De behandeling van verzoeken om correctie uit hoofde van dit artikel door het kenniscentrum wordt opgeschort vanaf de selectie van het SEP voor een essentialiteitscontrole overeenkomstig artikel 29 tot de publicatie van het resultaat van de essentialiteitscontrole in het register en de databank overeenkomstig artikel 33, lid 1.

8.Het kenniscentrum kan taal- of transcriptiefouten en manifeste vergissingen of technische fouten die aan het kenniscentrum toe te schrijven zijn, uit eigen beweging in het register en in de databank corrigeren.

9.Correcties uit hoofde van dit artikel zijn kosteloos.

Artikel 24

Gevolgen van niet-registratie of opschorting van de registratie van SEP’s

1.Een SEP dat niet binnen de in artikel 20, lid 3, vastgestelde termijn is geregistreerd, kan niet worden gehandhaafd met betrekking tot de toepassing van de norm waarvoor registratie vereist is bij een bevoegde rechter in een lidstaat, vanaf de in artikel 20, lid 3, vastgestelde termijn tot de registratie ervan in het register.

2.Een SEP-houder die zijn SEP’s niet binnen de in artikel 20, lid 3, vastgestelde termijn heeft geregistreerd, heeft geen recht op royalty’s of een schadevergoeding wegens inbreuk op die SEP’s met betrekking tot de toepassing van de norm waarvoor registratie vereist is, vanaf de in artikel 20, lid 3, vastgestelde termijn tot de registratie in het register.

3.De leden 1 en 2 doen geen afbreuk aan bepalingen in overeenkomsten waarbij een royalty voor een brede portefeuille van octrooien, huidige of toekomstige, wordt vastgesteld, en waarin wordt bepaald dat de ongeldigheid, de niet-essentialiteit of de onafdwingbaarheid van een beperkt aantal octrooien geen invloed heeft op het totale bedrag en de afdwingbaarheid van de royalty of andere voorwaarden van de overeenkomst.

4.Wanneer de registratie van een SEP wordt opgeschort, zijn de leden 1 en 2 ook van toepassing gedurende de opschortingsperiode overeenkomstig artikel 22, lid 4, of artikel 23, lid 5, behalve wanneer de kamers van beroep het kenniscentrum verzoeken zijn conclusies te corrigeren overeenkomstig artikel 22, lid 5, en artikel 23, lid 6.

5.Een bevoegde rechter in een lidstaat die wordt verzocht uitspraak te doen over een kwestie met betrekking tot een SEP dat in een of meer lidstaten van kracht is, verifieert of het SEP geregistreerd is als onderdeel van de uitspraak over de ontvankelijkheid van de vordering.

Artikel 25

Verwijdering van een SEP uit het register en de databank

1.Een SEP-houder kan verzoeken om verwijdering van zijn geregistreerde SEP uit het register en de databank om de volgende redenen:

a)het verlopen van het octrooi;

b)de ongeldigverklaring van het octrooi door een bevoegde autoriteit;

c)een definitieve uitspraak van een bevoegde rechter in een lidstaat dat het geregistreerde octrooi niet essentieel is voor de betreffende norm;

d)wegens een negatief resultaat van de essentialiteitscontrole overeenkomstig artikel 31, lid 5, en artikel 33, lid 1.

2.Een dergelijk verzoek kan op elk ogenblik worden ingediend, behalve vanaf de selectie van het SEP voor een essentialiteitscontrole overeenkomstig artikel 29 tot de publicatie van het resultaat van de essentialiteitscontrole in het register en de databank overeenkomstig artikel 33, lid 1.

3.Het kenniscentrum verwijdert het SEP uit het register en de databank.

Titel IV 
Beoordelaars en bemiddelaars

Artikel 26

Beoordelaars en bemiddelaars 

1.Een beoordelaar voert essentialiteitscontroles uit.

2.Een bemiddelaar voert de volgende taken uit:

(a)bemiddelen tussen partijen bij de vaststelling van een geaggregeerde royalty;

(b)een niet-bindend advies over een geaggregeerde royalty verlenen;

(c)deelnemen aan vaststellingen van Frand.

3.De beoordelaars en bemiddelaars houden zich aan een gedragscode.

4.Het kenniscentrum wijst [10] beoordelaars uit de lijst van beoordelaars aan als collegiale toetsers voor een periode van [drie] jaar.

5.Uiterlijk [PB: gelieve de datum in te voegen = 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] stelt de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling overeenkomstig de in bedoelde onderzoeksprocedure de praktische en operationele regelingen vast met betrekking tot:

a)de vereisten voor beoordelaars of bemiddelaars, met inbegrip van een gedragscode;

b)de procedures overeenkomstig de artikelen 17, 18, 31 en 32 en titel VI.

Artikel 27

De selectieprocedure 

1.Het kenniscentrum voert een procedure voor de selectie van kandidaten uit op basis van de vereisten die zijn vastgesteld in de in artikel 26, lid 5, bedoelde uitvoeringshandeling.

2.Het kenniscentrum stelt een lijst op van geschikte kandidaat-beoordelaars of -bemiddelaars. Er kunnen verschillende lijsten van beoordelaars en bemiddelaars zijn, afhankelijk van het technisch gebied van hun specialisatie of expertise. 

3.Wanneer het kenniscentrum nog geen lijst van kandidaat-beoordelaars of -bemiddelaars heeft opgesteld op het moment van de eerste registraties of vaststellingen van Frand, nodigt het kenniscentrum ad hoc gerenommeerde deskundigen uit die aan de vereisten van de in artikel 26, lid 5, bedoelde uitvoeringshandeling voldoen.

4.Het kenniscentrum controleert de lijsten regelmatig om ervoor te zorgen dat de lijsten voldoende gekwalificeerde kandidaten bevatten.

Titel V
Essentialiteitscontroles van standaardessentiële octrooien

Artikel 28

Algemeen vereiste voor essentialiteitscontroles

1.Het kenniscentrum beheert een systeem van essentialiteitscontroles, waarbij ervoor wordt gezorgd dat de controles objectief en onpartijdig worden uitgevoerd en de vertrouwelijkheid van de verkregen informatie gewaarborgd is.

2.De essentialiteitscontrole wordt uitgevoerd door een overeenkomstig artikel 27 geselecteerde beoordelaar. Beoordelaars voeren essentialiteitscontroles uit van geregistreerde SEP’s voor de norm waarvoor ze zijn geregistreerd.

3.Er worden geen essentialiteitscontroles uitgevoerd van meer dan één SEP van de betrokken octrooifamilie.

4.Het ontbreken van een essentialiteitscontrole of een lopende essentialiteitscontrole vormt geen beletsel voor onderhandelingen over de verlening van licenties of gerechtelijke of administratieve procedures met betrekking tot een geregistreerd SEP. 

5.De beoordelaar vat het resultaat van de essentialiteitscontrole en de redenen daarvoor samen in een met redenen omkleed advies of – bij een collegiale toetsing – in een definitief met redenen omkleed advies, dat juridisch niet bindend is.

6.Het resultaat van de essentialiteitscontrole en het met redenen omkleed advies van de beoordelaar of het definitieve met redenen omklede advies van de collegiale toetser kunnen als bewijsmateriaal worden gebruikt ten overstaan van belanghebbenden, octrooigemeenschappen, overheidsinstanties, rechters of arbiters.

Artikel 29

Beheer van essentialiteitscontroles 

1.Het kenniscentrum selecteert jaarlijks een steekproef van geregistreerde SEP’s van verschillende octrooifamilies van elke SEP-houder en met betrekking tot elke specifieke norm in het register voor essentialiteitscontroles. Geregistreerde SEP’s van micro- en kleine ondernemingen worden uitgesloten van de jaarlijkse steekproef. De controles worden uitgevoerd op basis van een methode die een billijke en statistisch geldige selectie waarborgt die voldoende nauwkeurige resultaten kan opleveren over de essentialiteitsgraad in alle geregistreerde SEP’s van een SEP-houder met betrekking tot elke specifieke norm in het register. Uiterlijk [PB: gelieve de datum in te voegen = 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] stelt de Commissie door middel van een uitvoeringshandeling de gedetailleerde methode vast. Die uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 68, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

2.Het kenniscentrum stelt de SEP-houders in kennis van de voor essentialiteitscontroles geselecteerde SEP’s. Binnen de door het kenniscentrum vastgestelde termijn kunnen de SEP-houders een conclusieschema indienen met maximaal vijf correspondenties tussen het SEP en de betreffende norm, eventuele aanvullende technische informatie die de essentialiteitscontrole kan vergemakkelijken, en door het kenniscentrum gevraagde vertalingen van het octrooi. 

3.Het kenniscentrum publiceert de lijst van de voor een essentialiteitscontrole geselecteerde SEP’s. 

4.Als een voor een essentialiteitscontrole geselecteerd SEP reeds het voorwerp was of is van een eerdere of lopende essentialiteitscontrole op grond van deze titel of van een in artikel 8 bedoelde essentialiteitsbeslissing of -controle, wordt geen aanvullende essentialiteitscontrole uitgevoerd. Het resultaat van de eerdere essentialiteitscontrole of -beslissing wordt gebruikt om het percentage voor de steekproef geselecteerde SEP’s per SEP-houder en per specifieke geregistreerde norm vast te stellen dat de essentialiteitscontrole met succes heeft doorstaan.

5.Elke SEP-houder kan jaarlijks vrijwillig maximaal 100 geregistreerde SEP’s van verschillende octrooifamilies voor een essentialiteitscontrole voorstellen met betrekking tot elke specifieke norm waarvoor een SEP-registratie heeft plaatsgehad. 

6.Elke toepasser kan jaarlijks vrijwillig maximaal 100 geregistreerde SEP’s van verschillende octrooifamilies voor een essentialiteitscontrole voorstellen met betrekking tot elke specifieke norm waarvoor SEP-registraties hebben plaatsgehad. 

7.Het kenniscentrum wijst de voor een essentialiteitscontrole geselecteerde SEP’s toe aan de beoordelaars op basis van de overeenkomstig artikel 27 opgestelde lijst van beoordelaars en verleent de beoordelaar toegang tot alle door de SEP-houder verstrekte documentatie.

8.Het kenniscentrum zorgt ervoor dat de identiteit van de beoordelaar niet aan de SEP-houders kenbaar wordt gemaakt tijdens het onderzoek naar de essentialiteit overeenkomstig artikel 31 of tijdens de collegiale toetsing overeenkomstig artikel 32. Alle communicatie tussen de SEP-houder en de beoordelaar verloopt via het kenniscentrum.

9.Als de formele vereisten uit hoofde van artikel 28, andere procedurele vereisten of de gedragscode niet worden nageleefd, kan het kenniscentrum, op verzoek van een belanghebbende dat uiterlijk één maand na de publicatie van het met redenen omkleed advies of het definitieve met redenen omkleed advies of op eigen initiatief is ingediend, het onderzoek evalueren en besluiten om:

a)de resultaten van het onderzoek naar de essentialiteit van een geregistreerd SEP of van de collegiale toetsing te handhaven of

b)te herroepen.

10.Als het kenniscentrum de resultaten overeenkomstig lid 9, punt b), herroept, wijst het een nieuwe beoordelaar of collegiale toetser aan om een nieuw onderzoek van de essentialiteitscontrole overeenkomstig artikel 31 of een nieuwe collegiale toetsing overeenkomstig artikel 32 uit te voeren.

11.De partij die om de evaluatie van het onderzoek van de essentialiteitscontrole of de collegiale toetsing en de herbenoeming van de beoordelaar verzoekt en die vindt dat de conclusie van het kenniscentrum onjuist is, kan de kamers van beroep van het EUIPO verzoeken om een uitspraak over de kwestie te doen. Het verzoek wordt uiterlijk twee maanden na de conclusie van het kenniscentrum ingediend. De kamers van beroep van het EUIPO wijzen het verzoek af of verzoeken het kenniscentrum een nieuwe beoordelaar aan te wijzen en de persoon die het verzoek heeft ingediend, en – in voorkomend geval – de SEP-houder daarvan in kennis te stellen.

Artikel 30

Opmerkingen van belanghebbenden 

1.Uiterlijk 90 dagen na de publicatie van de lijst van de voor de steekproef geselecteerde geregistreerde SEP’s kan elke belanghebbende bij het kenniscentrum schriftelijke opmerkingen indienen over de essentialiteit van de geselecteerde SEP’s. 

2.De in lid 1 bedoelde opmerkingen worden meegedeeld aan de SEP-houder, die ze binnen de door het kenniscentrum vastgestelde termijn kan becommentariëren.

3.Het kenniscentrum verstrekt de opmerkingen en de antwoorden van de SEP-houder aan de beoordelaar na het verstrijken van de vastgestelde termijnen.

Artikel 31

Onderzoek naar de essentialiteit van een geregistreerd SEP

1.De essentialiteit wordt onderzocht op basis van een procedure die voldoende tijd, uiterste nauwkeurigheid en hoge kwaliteit waarborgt.

2.De beoordelaar kan de betrokken SEP-houder verzoeken om binnen een door de beoordelaar vast te stellen termijn opmerkingen in te dienen. 

3.Wanneer een beoordelaar redenen heeft om aan te nemen dat het SEP mogelijk niet essentieel is voor de norm, stelt het kenniscentrum de SEP-houder in kennis van die redenen en stelt het een termijn vast waarbinnen de SEP-houder opmerkingen of een gewijzigd conclusieschema kan indienen.

4.De beoordelaar neemt alle door de SEP-houder verstrekte informatie naar behoren in overweging.

5.De beoordelaar dient uiterlijk zes maanden na zijn aanstelling een met redenen omkleed advies in bij het kenniscentrum. Het met redenen omklede advies bevat de namen van de SEP-houder en de beoordelaar, het SEP dat aan de essentialiteitscontrole is onderworpen, de betrokken norm, een samenvatting van de onderzoeksprocedure, het resultaat van de essentialiteitscontrole en de redenen waarop dat resultaat gebaseerd is.

6.Het kenniscentrum stelt de SEP-houder in kennis van het met redenen omklede advies.

Artikel 32

Collegiale toetsing 

1.Wanneer het kenniscentrum de SEP-houder overeenkomstig artikel 31, lid 3, in kennis heeft gesteld, kan de SEP-houder om een collegiale toetsing verzoeken vóór het verstrijken van de termijn voor het indienen van opmerkingen overeenkomstig artikel 31, lid 3.

2.Als de SEP-houder om een collegiale toetsing verzoekt, wijst het kenniscentrum een collegiale toetser aan.

3.De collegiale toetser neemt alle door de SEP-houder verstrekte informatie, de redenen van de oorspronkelijke beoordelaar om aan te nemen dat het SEP mogelijk niet essentieel is voor de norm en eventuele door de SEP-houder verstrekte gewijzigde conclusieschema’s of aanvullende opmerkingen naar behoren in overweging.

4.Als de collegiale toetsing de voorlopige conclusies van de beoordelaar bevestigt dat het beoordeelde SEP mogelijk niet essentieel is voor de norm waarvoor het is geregistreerd, stelt de collegiale toetser het kenniscentrum daarvan in kennis samen met de redenen voor dit advies. Het kenniscentrum stelt de SEP-houder in kennis en verzoekt de SEP-houder zijn opmerkingen in te dienen.

5.De collegiale toetser neemt de opmerkingen van de SEP-houder naar behoren in overweging en dient uiterlijk drie maanden na zijn aanstelling een definitief met redenen omkleed advies in bij het kenniscentrum. Het definitieve met redenen omklede advies bevat de namen van de SEP-houder, de beoordelaar en de collegiale toetser, het SEP dat aan de essentialiteitscontrole is onderworpen, de betrokken norm, een samenvatting van de onderzoeksprocedure en de procedure voor de collegiale toetsing, de voorlopige conclusie van de beoordelaar, het resultaat van de collegiale toetsing en de redenen waarop dat resultaat gebaseerd is.

6.Het kenniscentrum stelt de SEP-houder in kennis van het definitieve met redenen omklede advies.

7.De resultaten van de collegiale toetsing dienen om de essentialiteitscontroles te verbeteren en voor consistentie te zorgen.

Artikel 33

Publicatie van de resultaten van de essentialiteitscontroles

1.Het kenniscentrum neemt het resultaat van de essentialiteitscontrole of van de collegiale toetsing in het register op en het met redenen omklede advies en het definitieve met redenen omklede advies in de databank. Het resultaat van de essentialiteitscontrole uit hoofde van deze verordening is geldig voor alle SEP’s van dezelfde octrooifamilie. 

2.Het kenniscentrum publiceert in het register het percentage voor de steekproef geselecteerde SEP’s per SEP-houder en per specifieke geregistreerde norm dat met succes de essentialiteitstest heeft doorstaan. 

3.Als de publicatie van de resultaten een aan het kenniscentrum toe te schrijven fout bevat, corrigeert het kenniscentrum uit eigen beweging of op verzoek van de SEP-houder-registrant de fout en publiceert het de correctie.

Titel VI
Vaststelling van Frand

Artikel 34

Inleiding van de vaststelling van Frand

1.De vaststelling van Frand met betrekking tot een norm en een toepassing waarvoor een vermelding in het register is opgenomen, wordt geïnitieerd door een van de volgende personen: 

a)de SEP-houder, voorafgaand aan het inleiden van een vordering wegens inbreuk op een SEP bij een bevoegde rechter in een lidstaat;

b)een toepasser van een SEP, voorafgaand aan het indienen van een verzoek om vaststelling of beoordeling van de Frand-voorwaarden van een SEP-licentie bij een bevoegde rechter in een lidstaat.

2.De partij die om de vaststelling van Frand verzoekt, en de partij die op het verzoek reageert, worden respectievelijk de “verzoekende partij” en de “reagerende partij” genoemd en beiden worden de “partijen” voor de vaststelling van Frand genoemd.

3.De vaststelling van Frand kan door een partij worden geïnitieerd of door de partijen worden aangegaan om geschillen met betrekking tot Frand-voorwaarden vrijwillig te beslechten.

4.De verplichting om een vaststelling van Frand overeenkomstig lid 1 vóór de gerechtelijke procedure in te leiden, doet geen afbreuk aan de mogelijkheid voor elke partij om, in afwachting van de vaststelling van Frand, de bevoegde rechter in een lidstaat te verzoeken een voorlopig gerechtelijk bevel van financiële aard uit te vaardigen tegen de vermeende inbreukmaker. Het voorlopig gerechtelijk bevel sluit de inbeslagname van eigendom van de vermeende inbreukmaker en de inbeslagname of overhandiging van de producten waarvan wordt vermoed dat ze inbreuk maken op een SEP, uit. Als het nationale recht bepaalt dat alleen om een voorlopig gerechtelijk bevel van financiële aard kan worden verzocht wanneer een zaak ten gronde loopt, kan elke partij een zaak ten gronde aanhangig maken bij de bevoegde rechter in een lidstaat. De partijen verzoeken de bevoegde rechter in een lidstaat echter de procedure ten gronde voor de duur van de vaststelling van Frand op te schorten. Bij de beslissing om het voorlopig gerechtelijk bevel al dan niet toe te staan, neemt de bevoegde rechter in een lidstaat in overweging dat er een procedure voor de vaststelling van Frand loopt.

5.Zodra de vaststelling van Frand is beëindigd, staat de hele scala van maatregelen, met inbegrip van voorlopige, voorzorgs- en corrigerende maatregelen, ter beschikking van de partijen.

Artikel 35

Procedureregels

De vaststelling van Frand valt onder artikel 34 tot en met artikel 58, zoals verder uitgevoerd overeenkomstig artikel 26, lid 5.

Artikel 36

Inhoud van het verzoek om een vaststelling van Frand in te leiden

1.De vaststelling van Frand wordt geïnitieerd door middel van een schriftelijk verzoek aan het kenniscentrum dat de volgende informatie bevat: 

a)de naam en de contactgegevens van de verzoekende partij;

b)de naam en het adres van de reagerende partij;

c)de registratienummers van de betrokken SEP’s in het register;

d)de commerciële benaming van de norm en de naam van de organisatie voor de ontwikkeling van normen;

e)een samenvatting van de tot dusver gevoerde onderhandelingen over de verlening van licenties, indien van toepassing;

f)verwijzingen naar elke andere vaststelling van Frand, indien van toepassing.

2.Wanneer een SEP-houder verzoekt om een vaststelling van Frand in te leiden, bevat het verzoek – naast de in lid 1 vermelde informatie – de volgende informatie:

a)conclusieschema’s die octrooiconclusies in kaart brengen met betrekking tot de norm van geselecteerde geregistreerde SEP’s;

b)bewijsmateriaal van essentialiteitscontroles, indien beschikbaar.

3.In het verzoek om een vaststelling van Frand in te leiden kan een voorstel voor een vaststelling van Frand worden opgenomen.

Artikel 37

Duur van de vaststelling van Frand 

1.Tenzij de partijen anders overeenkomen, mag de periode vanaf de datum van indiening van het verzoek om de vaststelling van Frand voort te zetten overeenkomstig artikel 38, lid 5, punt b), artikel 38, lid 3, punt c), artikel 38, lid 4, punt a), tweede zin, of artikel 38, lid 4, punt c), naargelang het geval, tot de datum van beëindiging van de procedure niet langer dan negen maanden duren.

2.De periode voor de verjaring van vorderingen voor een bevoegde rechter in een lidstaat wordt opgeschort voor de duur van de vaststelling van Frand.

Artikel 38

Kennisgeving van het verzoek om vaststelling van FRAND en de reactie daarop

1.Het kenniscentrum stelt de reagerende partij binnen zeven dagen in kennis van het verzoek en brengt de verzoekende partij daarvan op de hoogte.

2.De reagerende partij stelt het kenniscentrum in kennis uiterlijk 15 dagen na de van het kenniscentrum ontvangen kennisgeving van het verzoek om vaststelling van Frand overeenkomstig lid 1. In de reactie vermeldt de reagerende partij of ze met de vaststelling van Frand instemt en of ze zich ertoe verbindt het resultaat ervan na te leven. 

3.Als de reagerende partij niet binnen de in lid 2 vastgestelde termijn antwoordt of het kenniscentrum meedeelt niet bereid te zijn aan de vaststelling van Frand deel te nemen of zich er toe te verbinden het resultaat na te leven, is het volgende van toepassing:

a)het kenniscentrum stelt de verzoekende partij daarvan in kennis en verzoekt haar om binnen zeven dagen mee te delen of ze verzoekt om voortzetting van de vaststelling van Frand en of ze zich ertoe verbindt het resultaat van de vaststelling van Frand na te leven;

b)als de verzoekende partij verzoekt om voortzetting van de vaststelling van Frand en zich ertoe verbindt het resultaat ervan na te leven, wordt de vaststelling van Frand voortgezet, maar artikel 34, lid 1, is niet van toepassing op de gerechtelijke procedure voor de verzoekende partij met betrekking tot hetzelfde onderwerp;

c)als de verzoekende partij nalaat om binnen de in punt a) bedoelde termijn om voortzetting van de vaststelling van Frand te verzoeken, beëindigt het kenniscentrum de vaststelling van Frand.

4.Als de reagerende partij met de vaststelling van Frand instemt en zich ertoe verbindt het resultaat ervan na te leven overeenkomstig lid 2, ook als een dergelijke verbintenis afhankelijk is van de verbintenis van de verzoekende partij om het resultaat van de vaststelling van Frand na te leven, is het volgende van toepassing:

a)het kenniscentrum stelt de verzoekende partij daarvan in kennis en verzoekt haar om het kenniscentrum binnen zeven dagen mee te delen of zij zich er eveneens toe verbindt het resultaat van de vaststelling van Frand na te leven. Als de verzoekende partij zich ertoe verbindt, wordt de vaststelling van Frand voortgezet en is het resultaat bindend voor beide partijen;

b)als de verzoekende partij niet binnen de in punt a) bedoelde termijn antwoordt of het kenniscentrum meedeelt niet bereid te zijn zich ertoe te verbinden het resultaat van de vaststelling van Frand na te leven, stelt het kenniscentrum de reagerende partij daarvan in kennis en vraagt het binnen zeven dagen mee te delen of zij om voortzetting van de vaststelling van Frand verzoekt.

c)als de reagerende partij verzoekt om voortzetting van de vaststelling van Frand, wordt de vaststelling van Frand voortgezet, maar artikel 34, lid 1, is niet van toepassing op de gerechtelijke procedure voor de reagerende partij met betrekking tot hetzelfde onderwerp;

d)als de reagerende partij nalaat om binnen de in punt b) bedoelde termijn om voortzetting van de vaststelling van Frand te verzoeken, beëindigt het kenniscentrum de vaststelling van Frand.

5.Als een van de partijen zich ertoe verbindt het resultaat van de vaststelling van Frand na te leven, terwijl de andere partij nalaat dit binnen de toepasselijke termijnen te doen, stelt het kenniscentrum een bericht van verbintenis ten aanzien van de vaststelling van Frand vast en stelt het de partijen daarvan uiterlijk vijf dagen na het verstrijken van de termijn voor het aangaan van de verbintenis in kennis. Het bericht van verbintenis bevat de namen van de partijen, het onderwerp van de vaststelling van Frand, een samenvatting van de procedure en informatie – voor elke partij – over de aangegane verbintenis of het afzien van een verbintenis.

6.De vaststelling van Frand heeft betrekking op een wereldwijde SEP-licentie, tenzij anders is bepaald door de partijen als beide partijen met de vaststelling van Frand instemmen, of door de partij die om de voortzetting van de vaststelling van Frand heeft verzocht. Kmo’s die partij zijn bij de vaststelling van Frand, kunnen verzoeken om het territoriale bereik van de vaststelling van Frand te beperken.

Artikel 39

Selectie van bemiddelaars 

1.Na het antwoord op de vaststelling van Frand door de reagerende partij overeenkomstig artikel 38, lid 2, of het verzoek om verder te gaan overeenkomstig artikel 38, lid 5, stelt het kenniscentrum ten minste drie kandidaten voor de vaststelling van Frand voor uit de in artikel 27, lid 2, bedoelde lijst van bemiddelaars. De partijen/de partij selecteren/selecteert een van de voorgestelde kandidaten als bemiddelaar voor de vaststelling van Frand.

2.Als de partijen het niet eens raken over een bemiddelaar, selecteert het kenniscentrum één kandidaat uit de in artikel 27, lid 2, bedoelde lijst van bemiddelaars.

Artikel 40

1.De geselecteerde kandidaat deelt het kenniscentrum mee de taak van bemiddelaar voor de vaststelling van Frand te aanvaarden en het kenniscentrum stelt de partijen daarvan in kennis.

2.De dag nadat de partijen in kennis zijn gesteld van het feit dat de bemiddelaar de taak aanvaardt, wordt de bemiddelaar aangesteld en draagt het kenniscentrum de zaak aan hem/haar over.

Artikel 41

Voorbereiding van de procedure 

Als een bemiddelaar tijdens de vaststelling van Frand niet in staat is deel te nemen, zich terugtrekt of vervangen moet worden omdat hij/zij niet voldoet aan de vereisten van artikel 26, is de procedure van artikel 39 van toepassing. De in artikel 37 bedoelde periode wordt verlengd met de tijd die nodig is voor de aanstelling van de nieuwe bemiddelaar voor de vaststelling van Frand.

Artikel 42

Voorbereiding van de procedure 

1.Nadat de zaak overeenkomstig artikel 40, lid 2, aan de bemiddelaar is overgedragen, onderzoekt hij/zij of het verzoek de informatie bevat die krachtens artikel 36 vereist is overeenkomstig de procedureregels. 

2.Hij/zij stelt de partijen/de partij die om voortzetting van de vaststelling van Frand verzoeken/verzoekt, in kennis van het verloop en het tijdschema van de procedure.

Artikel 43

Schriftelijke procedure 

De bemiddelaar verzoekt elke partij om schriftelijke opmerkingen in te dienen – met inbegrip van ondersteunende documentatie en bewijsstukken – waarin zij haar argumenten met betrekking tot de vaststelling van de toepasselijke Frand-voorwaarden uiteenzet, en hij/zij stelt passende termijnen vast.

Artikel 44

Bezwaar tegen de vaststelling van Frand 

1.Een partij kan uiterlijk tot het indienen van de eerste schriftelijke opmerkingen bezwaar aantekenen op basis van het feit dat de bemiddelaar niet in staat is Frand vast te stellen op juridische gronden, zoals een eerdere bindende vaststelling van Frand of een overeenkomst tussen de partijen. De andere partij wordt in de gelegenheid gesteld haar opmerkingen in te dienen.

2.De bemiddelaar neemt een beslissing over het bezwaar en wijst het als ongegrond af alvorens de zaak ten gronde te behandelen, of voegt het toe aan het onderzoek naar de gegrondheid van de vaststelling van Frand. Als de bemiddelaar het bezwaar afwijst of toevoegt aan het onderzoek naar de gegrondheid van de vaststelling van Frand-voorwaarden, hervat hij/zij de overweging van de vaststelling van Frand-voorwaarden.

3.Als de bemiddelaar beslist dat het bezwaar gegrond is, beëindigt hij/zij de vaststelling van Frand en stelt hij/zij een verslag op met de redenen voor de beslissing.

Artikel 45

Verloop van de vaststelling van Frand

1.De bemiddelaar staat de partijen op onafhankelijke en onpartijdige wijze bij in hun streven Frand-voorwaarden vast te stellen.

2.De bemiddelaar kan de partijen/de partij die om voortzetting van de vaststelling van Frand verzoeken/verzoekt, uitnodigen om hem/haar te ontmoeten of met hem/haar mondeling of schriftelijk te communiceren.

3.De partijen/de partij die om voortzetting van de vaststelling van Frand verzoeken/verzoekt, werken/werkt te goeder trouw met de bemiddelaar samen en met name wonen/woont zij de vergaderingen bij, voldoen/voldoet zij aan zijn/haar verzoeken om alle relevante documenten, informatie en toelichtingen te verstrekken en gebruiken/gebruikt zij de middelen waarover zij beschikken/beschikt om de bemiddelaar in staat te stellen getuigen en deskundigen te horen die de bemiddelaar zou kunnen oproepen.

4.De reagerende partij kan zich bij de vaststelling van Frand aansluiten op elk moment vóór de beëindiging ervan.

5.Op verzoek van beide partijen of van de partij die om voortzetting van de vaststelling van Frand verzoekt, naargelang het geval, beëindigt de bemiddelaar de vaststelling van Frand in om het even welke fase van de procedure.

Artikel 46

Verzuim van een partij om zich te engageren 

1.Als een partij:

a)geen gevolg aan een verzoek van de bemiddelaar geeft of de procedureregels of het in artikel 42, lid 2, bedoelde tijdschema van de procedure niet naleeft;

b)haar verbintenis intrekt om het resultaat van de vaststelling van Frand na te leven overeenkomstig artikel 38; of

c)op enige andere wijze een vereiste met betrekking tot de vaststelling van Frand niet naleeft;

stelt de bemiddelaar beide partijen daarvan in kennis.

2.Na ontvangst van de kennisgeving van de bemiddelaar kan de nalevende partij de bemiddelaar verzoeken om een van de volgende maatregelen te nemen:

a)een voorstel voor een vaststelling van Frand overeenkomstig artikel 55 indienen op basis van de informatie waarover hij/zij beschikt, waarbij hij/zij aan al het ingediende bewijsmateriaal het gewicht toekent dat hij/zij passend acht;

b)de procedure beëindigen.

3.Als de partij die om voortzetting van de vaststelling van Frand verzoekt, geen gevolg aan een verzoek van de bemiddelaar geeft of op enige andere wijze een vereiste met betrekking tot de vaststelling van Frand niet naleeft, beëindigt de bemiddelaar de procedure. 

Artikel 47

Parallelle procedures in een derde land

1.Voor de toepassing van dit artikel wordt onder een parallelle procedure een procedure verstaan die aan de volgende voorwaarden voldoet:

a)elke procedure voor een rechterlijke instantie, een administratieve autoriteit of een overheidsinstantie van een derde land waarbij juridisch bindende en afdwingbare beslissingen worden genomen over octrooihandhaving, gerechtelijke bevelen, inbreuken, misbruik van een dominante marktpositie of vaststellingen van Frand-voorwaarden;

b)betreffende een licentieverleningsgeschil met betrekking tot dezelfde norm en toepassing en een octrooi dat in wezen dezelfde conclusies heeft als de SEP’s die aan de vaststelling van Frand onderworpen zijn;

c)waarbij een of meer van de partijen bij de vaststelling van Frand als partij betrokken zijn.

2.Als vóór of tijdens de vaststelling van Frand een parallelle procedure door een partij is ingeleid, beëindigt de bemiddelaar of – als er geen bemiddelaar is aangewezen – het kenniscentrum de vaststelling van Frand op verzoek van een andere partij.

Artikel 48

Bewijsmateriaal

1.Onverminderd de bescherming van de vertrouwelijkheid overeenkomstig artikel 54, lid 3, kan de bemiddelaar te allen tijde tijdens de vaststelling van Frand vragen – op verzoek van een partij of uit eigen beweging – om documenten of ander bewijsmateriaal voor te leggen.

2.De bemiddelaar kan openbaar toegankelijke informatie, het register van het kenniscentrum en vertrouwelijke en niet-vertrouwelijke verslagen over andere vaststellingen van Frand onderzoeken, evenals niet-vertrouwelijke documenten en informatie die door het kenniscentrum zijn opgesteld of bij het kenniscentrum zijn ingediend. 

Artikel 49

Getuigen en deskundigen

De bemiddelaar kan getuigen en deskundigen op verzoek van een van de partijen horen, mits het bewijsmateriaal noodzakelijk voor de vaststelling van Frand is en er tijd is om dergelijk bewijsmateriaal in overweging te nemen.

Artikel 50

Voorstel voor een vaststelling van Frand-voorwaarden 

1.Te allen tijde tijdens de vaststelling van Frand kan de bemiddelaar of een partij – uit eigen beweging of op verzoek van de bemiddelaar – voorstellen indienen voor een vaststelling van Frand-voorwaarden.

2.Als de verzoekende partij in haar schriftelijke opmerkingen een schriftelijk voorstel voor Frand-voorwaarden heeft ingediend, krijgt de reagerende partij de gelegenheid om in haar antwoord dat voorstel te becommentariëren en/of een schriftelijk tegenvoorstel in te dienen.

3.Bij het indienen van suggesties voor Frand-voorwaarden houdt de bemiddelaar rekening met het effect van de vaststelling van Frand-voorwaarden op de waardeketen en op de innovatiestimulansen van zowel de SEP-houder als de belanghebbenden in de betreffende waardeketen. Daarbij kan de bemiddelaar zich verlaten op het in artikel 18 bedoelde deskundig advies of – bij gebrek aan een dergelijk advies – om aanvullende informatie verzoeken en deskundigen of belanghebbenden horen.

Artikel 51

Aanbeveling van een vaststelling van Frand-voorwaarden door de bemiddelaar

De bemiddelaar stelt de partijen uiterlijk vijf maanden vóór de in artikel 37 bedoelde termijn in kennis van een schriftelijke aanbeveling van een vaststelling van Frand-voorwaarden.

Artikel 52

Indiening van met redenen omklede voorstellen voor een vaststelling van Frand-voorwaarden door de partijen

Na de kennisgeving van de schriftelijke aanbeveling van Frand-voorwaarden door de bemiddelaar dient elke partij een gedetailleerd en met redenen omkleed voorstel in voor een vaststelling van Frand-voorwaarden. Als een partij reeds een voorstel voor de vaststelling van Frand-voorwaarden heeft ingediend, worden – zo nodig – herziene versies ingediend, rekening houdend met de aanbeveling van de bemiddelaar.

Artikel 53

Mondelinge procedure 

Als de bemiddelaar zulks noodzakelijk acht of als een partij daarom verzoekt, wordt uiterlijk 20 dagen na de indiening van met redenen omklede voorstellen voor de vaststelling van Frand-voorwaarden een mondelinge hoorzitting gehouden.

Artikel 54

Bekendmaking van informatie 

1.Wanneer de bemiddelaar van een partij informatie ontvangt met het oog op de vaststelling van Frand, maakt hij/zij deze informatie aan de andere partij bekend, zodat de andere partij de gelegenheid heeft eventuele toelichtingen te geven.

2.Een partij kan de bemiddelaar verzoeken om specifieke informatie in een ingediend document vertrouwelijk te behandelen.

3.Wanneer een partij verzoekt om de informatie in een door haar ingediend document vertrouwelijk te behandelen, maakt de bemiddelaar die informatie niet bekend aan de andere partij. De partij die zich op vertrouwelijkheid beroept, verstrekt ook een niet-vertrouwelijke versie van de als vertrouwelijk verstrekte informatie die voldoende gedetailleerd is om een redelijk inzicht te krijgen in de inhoud van de als vertrouwelijk verstrekte informatie. Deze niet-vertrouwelijke versie wordt aan de andere partij bekendgemaakt.

Artikel 55

Met redenen omkleed voorstel voor een vaststelling van Frand-voorwaarden door de bemiddelaar

1.Uiterlijk 45 dagen vóór het verstrijken van de in artikel 37 bedoelde termijn dient de bemiddelaar een met redenen omkleed voorstel voor de vaststelling van Frand-voorwaarden in bij de partijen of bij de partij die om voortzetting van de vaststelling van Frand verzoekt, al naargelang het geval.

2.Elke partij kan opmerkingen over het voorstel indienen en wijzigingen van het voorstel van de bemiddelaar voorstellen, die – rekening houdend met de opmerkingen van de partijen – zijn/haar voorstel kan herformuleren en de partijen of de partij die om voortzetting van de vaststelling van Frand verzoekt, al naargelang het geval, van een dergelijke herformulering in kennis stelt.

Artikel 56

Beëindiging van de vaststelling van Frand en bericht van beëindiging

1.Naast de beëindiging van de vaststelling van Frand om in artikel 38, lid 4, artikel 44, lid 3, artikel 45, lid 5, artikel 46, lid 2, punt b), artikel 46, lid 3, en artikel 47, lid 2, bedoelde redenen, wordt de vaststelling van Frand beëindigd op een van de volgende manieren:

a)de partijen ondertekenen een schikkingsovereenkomst;

b)de partijen ondertekenen een schriftelijke verklaring waarin het in artikel 55 bedoelde met redenen omklede voorstel voor een vaststelling van Frand-voorwaarden door de bemiddelaar wordt aanvaard;

c)een partij legt een schriftelijke verklaring af waarin het in artikel 55 bedoelde met redenen omklede voorstel voor een vaststelling van Frand-voorwaarden door de bemiddelaar niet wordt aanvaard;

d)een partij heeft niet gereageerd op het in artikel 55 bedoelde met redenen omklede voorstel voor een vaststelling van Frand-voorwaarden door de bemiddelaar.

2.Als de vaststelling van Frand wordt beëindigd, stelt het kenniscentrum een bericht van beëindiging van de vaststelling van Frand op en stelt het de partijen uiterlijk vijf dagen na de beëindiging in kennis. Het bericht van beëindiging bevat de namen van de partijen en de bemiddelaar, het onderwerp van de vaststelling van Frand, een samenvatting van de procedure en de redenen voor de beëindiging.

3.Het bericht van beëindiging waarvan de SEP-eigenaar in kennis wordt gesteld, vormt een document in de zin van artikel 6, lid 3, punt c), van Verordening (EU) nr. 608/2013 met betrekking tot elk verzoek om een optreden van de douaneautoriteiten ten aanzien van goederen waarvan wordt vermoed dat ze inbreuk maken op zijn/haar SEP.

4.Een bevoegd rechter in een lidstaat die wordt verzocht te beslissen over de vaststelling van Frand-voorwaarden, onder meer in gevallen van misbruik van machtspositie tussen particulieren, of een vordering wegens inbreuk op een SEP met betrekking tot een SEP dat van kracht is in een of meer lidstaten en waarop de vaststelling van Frand van toepassing is, gaat niet over tot het onderzoek van de gegrondheid van die vordering, tenzij hem/haar een kennisgeving van beëindiging van de vaststelling van Frand of, in de in artikel 38, lid 3, punt b), en artikel 38, lid 4, punt c), bedoelde gevallen, een bericht van verbintenis overeenkomstig artikel 38, lid 5, is betekend.

5.In de in artikel 38, lid 3, punt b), en artikel 38, lid 4, punt c), bedoelde gevallen is artikel 34, lid 5, mutatis mutandis van toepassing op de procedure voor een bevoegd rechter in een lidstaat.

Artikel 57

Verslag 

1.De bemiddelaar verstrekt de partijen een schriftelijk verslag na de beëindiging van de vaststelling van Frand in de in artikel 56, lid 1, punt c), en artikel 56, lid 1, punt d), genoemde gevallen.

2.Het verslag bevat het volgende:

a)de namen van de partijen;

b)een vertrouwelijke beoordeling van de vaststelling van Frand;

c)een vertrouwelijke samenvatting van de belangrijkste geschilpunten; 

d)een niet-vertrouwelijke methode en de beoordeling van de vaststelling van Frand-voorwaarden door de bemiddelaar.

3.Het vertrouwelijke verslag is alleen beschikbaar voor de partijen en het kenniscentrum. Het kenniscentrum publiceert het niet-vertrouwelijke verslag in de databank.

4.Elk van de partijen bij de vaststelling van Frand kan het verslag indienen bij elke procedure voor een bevoegd rechter in een lidstaat tegen de andere partij bij de vaststelling van Frand, ongeacht eventuele procedurele beletsels.

Artikel 58

Vertrouwelijkheid 

1.Met uitzondering van de in artikel 57, lid 2, punt d), bedoelde methode en beoordeling van de vaststelling van Frand door de bemiddelaar waarborgt het kenniscentrum de vertrouwelijkheid van de vaststelling van Frand-voorwaarden, van alle tijdens de procedure ingediende voorstellen voor de vaststelling van Frand-voorwaarden en van alle tijdens de vaststelling van Frand bekendgemaakte documenten of bewijsstukken die niet openbaar toegankelijk zijn, tenzij de partijen anders bepalen.

2.Onverminderd lid 1 kan het kenniscentrum informatie over de vaststelling van Frand opnemen in alle geaggregeerde statistische gegevens die het over zijn activiteiten publiceert, mits aan de hand van die informatie niet kan worden vastgesteld wie de partijen zijn of wat de bijzondere omstandigheden van het geschil zijn. 

Titel VII
Procedureregels

Artikel 59

Mededelingen aan en kennisgevingen van het kenniscentrum

1.De mededelingen aan en kennisgevingen van het kenniscentrum vinden in beginsel langs elektronische weg plaats.

2.De uitvoerend directeur van het EUIPO bepaalt in welke mate en onder welke technische voorwaarden de in lid 1 bedoelde mededelingen en kennisgevingen elektronisch moeten worden ingediend.

Artikel 60

Termijnen

1.De termijnen worden vastgesteld in volle jaren, maanden, weken of dagen. De berekening gaat in op de dag volgende op die waarop de betrokken gebeurtenis zich heeft voorgedaan.

2.De uitvoerend directeur van het EUIPO bepaalt – vóór het begin van elk kalenderjaar – op welke dagen het EUIPO niet open is voor de ontvangst van documenten of op welke dagen de gewone post niet wordt besteld op de plaats waar het EUIPO is gevestigd.

3.De uitvoerend directeur van het EUIPO bepaalt de duur van de onderbreking bij een algemene onderbreking van de postbestelling in de lidstaat waar het EUIPO is gevestigd, of bij een feitelijke onderbreking van de verbinding van het EUIPO met toegestane elektronische vormen van communicatie.

4.Bij uitzonderlijke gebeurtenissen waarbij de communicatie tussen de partijen bij de procedure en het kenniscentrum zeer omslachtig wordt, kan de uitvoerend directeur van het EUIPO alle termijnen verlengen die anders zouden verstrijken op of na de begindatum van een dergelijke gebeurtenis, zoals bepaald door de uitvoerend directeur met betrekking tot de volgende subjecten:

a)partijen bij de procedure die hun woonplaats of statutaire zetel in de betrokken regio hebben;

b)door de partijen aangewezen vertegenwoordigers of assistenten met een bedrijfszetel in de betrokken regio.

5.Bij het bepalen van de duur van de in de tweede alinea bedoelde verlenging houdt de uitvoerend directeur van het EUIPO rekening met de einddatum van de uitzonderlijke gebeurtenis. Als de in de tweede alinea bedoelde gebeurtenis van invloed is op de zetel van het EUIPO, wordt in de bepaling door de uitvoerend directeur van het EUIPO uitdrukkelijk vermeld dat zij voor alle partijen bij de procedure geldt.

Titel VIII
Micro-, kleine en middelgrote ondernemingen

Artikel 61

Opleiding, advies en ondersteuning 

1.Het kenniscentrum biedt micro-, kleine en middelgrote ondernemingen gratis opleiding en ondersteuning met betrekking tot zaken die met SEP’s verband houden.

2.Het kenniscentrum kan, indien het dit nodig acht, opdracht geven tot studies om micro-, kleine en middelgrote ondernemingen bij te staan bij zaken die met SEP’s verband houden.

3.De kosten van de in de leden 1 en 2 bedoelde diensten komen ten laste van het EUIPO.

Artikel 62

Frand-voorwaarden voor micro-, kleine en middelgrote ondernemingen 

1.Bij onderhandelingen over een SEP-licentie met micro-, kleine en middelgrote ondernemingen overwegen de SEP-houders hun Frand-voorwaarden te bieden die gunstiger zijn dan de Frand-voorwaarden die zij ondernemingen bieden die geen micro-, kleine en middelgrote ondernemingen zijn voor dezelfde norm en toepassingen.

2.Als een SEP-houder micro-, kleine en middelgrote ondernemingen gunstigere Frand-voorwaarden biedt of een SEP-licentie afsluit die gunstigere voorwaarden bevat overeenkomstig lid 1, worden dergelijke Frand-voorwaarden niet in aanmerking genomen bij een vaststelling van Frand, tenzij de vaststelling van Frand uitsluitend betrekking heeft op de Frand-voorwaarden voor een andere micro-, kleine of middelgrote onderneming.

3.De SEP-houders overwegen ook kortingen of royaltyvrije licentieverleningen voor geringe verkoopvolumes, ongeacht de omvang van de toepasser die de licentie neemt. Dergelijke kortingen of royaltyvrije licentieverleningen zijn billijk, redelijk en niet-discriminerend en beschikbaar in de elektronische databank overeenkomstig artikel 5, lid 2, punt b).

Titel IX
Vergoedingen en heffingen

Artikel 63

Vergoedingen en heffingen 

1.Het kenniscentrum kan administratieve vergoedingen aanrekenen voor de diensten die het uit hoofde van deze verordening verleent.

2.Er kunnen ten minste voor de volgende zaken vergoedingen worden aangerekend:

a)voor de bemiddelaars die overeenkomsten over vaststellingen van geaggregeerde royalty vergemakkelijken overeenkomstig artikel 17;

b)voor het deskundig advies over geaggregeerde royalty overeenkomstig artikel 18;

c)voor de essentialiteitscontrole die wordt uitgevoerd door de beoordelaar overeenkomstig artikel 31 en door de collegiale toetser overeenkomstig artikel 32;

d)voor de bemiddelaars voor de vaststelling van Frand overeenkomstig titel VI.

3.Wanneer het kenniscentrum vergoedingen aanrekent overeenkomstig lid 2, komen:

a)de in lid 2, punt a), bedoelde vergoedingen voor rekening van de SEP-houders die aan de procedure hebben deelgenomen op basis van hun geraamde percentage SEP’s van alle SEP’s voor de norm;

b)de in lid 2, punt b), bedoelde vergoedingen in gelijke mate voor rekening van de partijen die hebben deelgenomen aan de procedure met betrekking tot het deskundig advies over geaggregeerde royalty, tenzij zij anders overeenkomen of het panel een andere verdeling voorstelt op basis van de op grond van de omzet vastgestelde grootte van de partijen;

c)de in lid 2, punt c), bedoelde vergoedingen voor rekening van de SEP-houder die overeenkomstig artikel 29, lid 5, om een essentialiteitscontrole of overeenkomstig artikel 32, lid 1, om een collegiale toetsing heeft verzocht, en de toepasser die overeenkomstig artikel 29, lid 6, om een essentialiteitscontrole heeft verzocht;

d)de in lid 2, punt d), bedoelde vergoedingen in gelijke mate voor rekening van de partijen, tenzij zij anders overeenkomen of de bemiddelaar een andere verdeling voorstelt op basis van de mate waarin de partijen aan de vaststelling van Frand hebben deelgenomen.

4.Het bedrag van de vergoedingen is redelijk en komt overeen met de kosten van de diensten. Er wordt rekening gehouden met de situatie van micro-, kleine en middelgrote ondernemingen.

5.Uiterlijk [PB: gelieve de datum in te voegen = 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] stelt de Commissie een uitvoeringshandeling vast waarin de bedragen van de in artikel 63 bedoelde vergoedingen en de regeling betreffende de betaalmethoden met betrekking tot de in de leden 3 en 4 van dit artikel beschreven regels worden vastgesteld. De uitvoeringshandeling wordt volgens de in artikel 68, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

Artikel 64

Betaling van vergoedingen

1.De vergoedingen worden betaald aan het EUIPO. Alle betalingen worden verricht in euro. De uitvoerend directeur van het EUIPO kan vaststellen van welke specifieke betaalmethoden kan worden gebruikgemaakt.

2.Als de bedragen uiterlijk tien dagen na de datum van het verzoek om betaling niet volledig zijn betaald, kan het kenniscentrum de in gebreke blijvende partij daarvan in kennis stellen en de mogelijkheid bieden de vereiste betaling binnen [vijf] dagen te verrichten. Bij de vaststelling van een geaggregeerde royalty of van Frand dient het kenniscentrum een kopie van het verzoek in bij de andere partij.

3.De datum waarop de betaling aan het EUIPO wordt geacht te zijn verricht, is de datum waarop het bedrag van de betaling of van de overschrijving daadwerkelijk op een bankrekening van het EUIPO wordt bijgeschreven.

4.Als een deel van de vereiste betaling na de in lid 2 vermelde termijn nog uitstaat, kan het kenniscentrum de toegang van de in gebreke blijvende partij tot de databank opschorten totdat de betaling is verricht. 

Artikel 65

Financiële bepalingen

1.De kosten van het EUIPO of van de door het EUIPO overeenkomstig de artikelen 26 en 27 geselecteerde beoordelaars of bemiddelaars voor de uitvoering van de taken uit hoofde van deze verordening worden gedekt door de administratieve vergoedingen die de gebruikers van de diensten van het kenniscentrum aan het EUIPO moeten betalen.

2.De kosten van het EUIPO voor bij deze verordening aan het EUIPO toevertrouwde activiteiten die niet door de vergoedingen uit hoofde van deze verordening worden gedekt, financiert het EUIPO uit zijn eigen begrotingsmiddelen.

Titel X
Slotbepalingen

Artikel 66

Opening van de registratie voor een bestaande norm

1.Tot en met [PB: gelieve de datum in te voegen = 28 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] kunnen houders van SEP’s die essentieel zijn voor een norm die vóór de inwerkingtreding van deze verordening is gepubliceerd (“bestaande normen”) en waarvoor Frand-verbintenissen zijn aangegaan, het kenniscentrum overeenkomstig de artikelen 14, 15 en 17 in kennis stellen van alle bestaande normen of delen daarvan die in de gedelegeerde handeling overeenkomstig lid 4 zullen worden vastgesteld. De in deze verordening vastgestelde procedures en kennisgevings- en publicatievereisten zijn mutatis mutandis van toepassing.

2.Tot en met [PB: gelieve de datum in te voegen = 28 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] kunnen toepassers van een norm die vóór de inwerkingtreding van deze verordening is gepubliceerd en waarvoor Frand-verbintenissen zijn aangegaan, het kenniscentrum overeenkomstig artikel 14, lid 4, in kennis stellen van alle bestaande normen of delen daarvan die in de gedelegeerde handeling overeenkomstig lid 4 zullen worden vastgesteld. De in deze verordening vastgestelde procedures en kennisgevings- en publicatievereisten zijn mutatis mutandis van toepassing.

3.Tot en met [PB: gelieve de datum in te voegen = 30 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening] kan een SEP-houder of een toepasser overeenkomstig artikel 18 om deskundig advies verzoeken met betrekking tot SEP’s die essentieel zijn voor een bestaande norm of delen daarvan die in de gedelegeerde handeling overeenkomstig lid 4 zullen worden vastgesteld. De vereisten en procedures van artikel 18 zijn mutatis mutandis van toepassing.

4.Wanneer het functioneren van de interne markt ernstig wordt verstoord door inefficiëntie bij de licentieverlening voor SEP’s, stelt de Commissie – na een passend raadplegingsproces – door middel van een gedelegeerde handeling overeenkomstig artikel 67 vast welke bestaande normen, delen daarvan of relevante gebruiksgevallen overeenkomstig lid 1 of lid 2 in kennis kunnen worden gesteld of voor welke overeenkomstig lid 3 om een deskundig advies kan worden verzocht. In de gedelegeerde handeling wordt ook vastgesteld welke procedures en kennisgevings- en publicatievereisten van deze verordening op die bestaande normen van toepassing zijn. De gedelegeerde handeling wordt vastgesteld uiterlijk [PB: gelieve de datum in te voegen = 18 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening].

5.Deze richtlijn is van toepassing onverminderd handelingen die verricht zijn en rechten die verkregen zijn vóór [PB: gelieve de datum in te voegen = 28 maanden na de inwerkingtreding van deze verordening].

Artikel 67

Uitoefening van de bevoegdheidsdelegatie

1.De bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend onder de in dit artikel neergelegde voorwaarden.

2.De in artikel 1, lid 4, artikel 4, lid 5, en artikel 66, lid 4, bedoelde bevoegdheid om gedelegeerde handelingen vast te stellen, wordt aan de Commissie toegekend voor onbepaalde tijd met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze verordening.

3.Het Europees Parlement of de Raad kan de in artikel 1, lid 4, artikel 4, lid 5, en artikel 66, lid 4, bedoelde bevoegdheidsdelegatie te allen tijde intrekken. Het besluit tot intrekking beëindigt de delegatie van de in dat besluit genoemde bevoegdheid. Het wordt van kracht op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie of op een daarin genoemde latere datum. Het laat de geldigheid van de reeds van kracht zijnde gedelegeerde handelingen onverlet.

4.Vóór de vaststelling van een gedelegeerde handeling raadpleegt de Commissie de door elke lidstaat aangewezen deskundigen overeenkomstig de beginselen die zijn neergelegd in het Interinstitutioneel Akkoord van 13 april 2016 over beter wetgeven.

5.Zodra de Commissie een gedelegeerde handeling heeft vastgesteld, doet zij daarvan gelijktijdig kennisgeving aan het Europees Parlement en de Raad.

6.Een overeenkomstig artikel 1, lid 4, artikel 4, lid 5, en artikel 66, lid 4, vastgestelde gedelegeerde handeling treedt alleen in werking indien het Europees Parlement noch de Raad daartegen binnen een termijn van twee maanden na de kennisgeving van de handeling aan het Europees Parlement en de Raad bezwaar heeft gemaakt, of indien zowel het Europees Parlement als de Raad voor het verstrijken van die termijn de Commissie hebben meegedeeld dat zij daartegen geen bezwaar zullen maken. Die termijn wordt op initiatief van het Europees Parlement of de Raad met twee maanden verlengd.

Artikel 68

Comitéprocedure 

1.De Commissie wordt bijgestaan door een comité. Dat comité is een comité in de zin van Verordening (EU) nr. 182/2011

2.Wanneer naar dit lid wordt verwezen, is artikel 5 van Verordening (EU) nr. 182/2011 van toepassing.

Artikel 69

Richtsnoeren van de Commissie

De Commissie kan uit hoofde van deze verordening richtsnoeren verstrekken over aangelegenheden die tot het toepassingsgebied ervan behoren, met uitzondering van aangelegenheden die verband houden met de interpretatie van de artikelen 101 en 102 VWEU.

Artikel 70

Evaluatie

1.Uiterlijk [PB: gelieve de datum in te voegen = vijf jaar na de inwerkingtreding van deze verordening] evalueert de Commissie de doeltreffendheid en de efficiëntie van de SEP-registratie en het systeem van essentialiteitscontroles.

2.Uiterlijk [PB: gelieve de datum in te voegen = acht jaar na de inwerkingtreding van deze verordening], en daarna om de vijf jaar, evalueert de Commissie de uitvoering van deze verordening. Bij de evaluatie wordt het functioneren van deze verordening beoordeeld, met name het effect, de doeltreffendheid en de efficiëntie van het kenniscentrum en de werkmethoden ervan.

3.Bij het opstellen van de in de leden 1 en 2 bedoelde evaluatieverslagen raadpleegt de Commissie het EUIPO en de belanghebbenden.

4.De Commissie dient de in de leden 1 en 2 bedoelde evaluatieverslagen samen met haar conclusies op basis van die verslagen in bij het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en de raad van bestuur van het EUIPO.

Artikel 71

Wijzigingen van Verordening (EU) 2017/1001

Verordening (EU) 2017/1001 wordt als volgt gewijzigd:

1.Artikel 151, lid 1, wordt als volgt gewijzigd:

a)het volgende punt wordt ingevoegd:

“b bis) beheer, bevordering en ondersteuning van de taken die krachtens Verordening (EU) nr … van het Europees Parlement en de Raad+* aan het Bureau worden toevertrouwd en door een kenniscentrum worden uitgevoerd;

* Verordening (EU).../... van het Europees Parlement en de Raad van ... betreffende standaardessentiële octrooien (PB ...).”;

b)lid 3 wordt vervangen door:

“3. Het Bureau kan diensten voor alternatieve geschillenbeslechting aanbieden, waaronder bemiddeling, verzoening, arbitrage, vaststelling van royalty’s en vaststelling van Frand.”.

2.Aan artikel 157, lid 4, wordt het volgende punt toegevoegd: 

“p) hij oefent de bevoegdheden uit die hem krachtens Verordening (EU) …++ zijn verleend.”.

3.Artikel 170 wordt als volgt gewijzigd:

a)de titel wordt vervangen door:

“Centrum voor alternatieve geschillenbeslechting”;

b)de leden 1 en 2 worden vervangen door: 

“1. Het Bureau kan, voor de toepassing van artikel 151, lid 3, een centrum voor alternatieve geschillenbeslechting instellen (“het centrum”).

2. Alle natuurlijke of rechtspersonen kunnen een beroep op de diensten van het centrum doen om geschillen over intellectuele-eigendomsrechten te beslechten.”;

c)lid 15 wordt vervangen door:

“15. Het Bureau kan met andere erkende nationale en internationale instanties samenwerken die diensten voor alternatieve geschillenbeslechting verlenen.”;

d)het volgende lid wordt toegevoegd:

“16. De artikelen 18 en 19 en de artikelen 34 tot en met 58 van Verordening …++ zijn op het centrum van toepassing bij alle procedures betreffende standaardessentiële octrooien.”.

[+ PB: Gelieve in de tekst het nummer van deze verordening in te voegen, en het nummer, de datum en de verwijzing naar het PB van deze verordening in de voetnoot in te voegen.]

[++ PB: Gelieve het nummer van deze verordening in te voegen.]

Artikel 72

Inwerkingtreding en toepassing

1.Deze verordening treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

2.Zij is van toepassing met ingang van … [PB: gelieve de datum in te voegen = 24 maanden na de datum van inwerkingtreding van deze verordening].

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

Voor het Europees Parlement    Voor de Raad

De voorzitter    De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

1.2.Betrokken beleidsterrein(en)

1.3.Het voorstel/initiatief betreft:

1.4.Doelstelling(en)

1.4.1.Algemene doelstelling(en)

1.4.2.Specifieke doelstelling(en)

1.4.3.Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

1.4.4.Prestatie-indicatoren

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van de deelname van de Unie” verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaat zou zijn gecreëerd.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

1.7.Wijze(n) van uitvoering van de begroting

2.BEHEERSMAATREGELEN

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen

2.2.Beheers- en controlesyste(e)m(en)

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde beheersvorm(en), uitvoeringsmechanisme(n) voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

2.2.2.Informatie over de geïdentificeerde risico’s en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico’s te beperken

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding van de controlekosten tot de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting).

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF

3.1.Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd met beleidskredieten

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten

3.2.3.1.Geraamde personeelsbehoeften

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader

3.2.5.Bijdragen van derden

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Verordening van het Europees Parlement en de Raad betreffende standaardessentiële octrooien en tot wijziging van Verordening (EU) 2017/1001

1.2.Betrokken beleidsterrein(en) 

Interne markt

1.3.Het voorstel/initiatief betreft: 

 een nieuwe actie 

 een nieuwe actie na een proefproject/voorbereidende actie 49  

 de verlenging van een bestaande actie 

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie 

1.4.Doelstelling(en)

1.4.1.Algemene doelstelling(en)

Dit initiatief wil: i) ervoor zorgen dat eindgebruikers, met inbegrip van kleine ondernemingen en EU-consumenten, tegen redelijke prijzen profiteren van producten die gebaseerd zijn op de meest recente genormaliseerde technologieën; ii) van de EU een aantrekkelijke plaats maken voor innovatie en de ontwikkeling van normen (ook voor wereldwijde deelnemers); en iii) ervoor zorgen dat zowel SEP-houders als -toepassers in de EU innoveren, producten in de EU vervaardigen en verkopen en concurrerend zijn op markten wereldwijd.

1.4.2.Specifieke doelstelling(en)

Specifieke doelstelling nr.

• Meer duidelijkheid verschaffen over wie SEP’s bezit en welke SEP’s echt essentieel zijn.

• Duidelijkheid verschaffen over Frand-royalty en andere voorwaarden.

• De beslechting van SEP-geschillen vergemakkelijken.

1.4.3.Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben op de begunstigden/doelgroepen.

De transparantie bij de verlening van SEP-licenties vergroten, de transactiekosten verlagen en de beslechting van SEP-geschillen voor zowel SEP-houders als -toepassers vergemakkelijken.

1.4.4.Prestatie-indicatoren

Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten

Indicatoren om het succes te meten worden gedefinieerd in hoofdstuk 9 van de effectbeoordeling. Elke indicator moet vergezeld gaan van streefcijfers en uitgangswaarden.

Tabel 1: Indicatoren voor de monitoring

Onderzoeksvraag

Indicatoren

Specifieke doelstelling 1. Informatie verstrekken over de eigendom en de essentialiteit van SEP’s

Is de toegang tot informatie over SEP’s verbeterd?

-Aantal normen met in de databank geregistreerde SEP’s

-Aantal geregistreerde SEP-houders

-Aantal uitgevoerde essentialiteitscontroles (totaal, per SEP-houder, per norm)

-Is de databank up to date (als het SEP is geregistreerd, is de informatie geüpdatet)?

-Aantal keren dat de databank wordt gebruikt (toegangspercentage) en wijze waarop de databank wordt gebruikt (bijvoorbeeld nieuwe particuliere diensten die op deze gegevens zijn gebaseerd)

-Perceptie van de kwaliteit van het register en de essentialiteitscontroles

-Resultaten van collegiale toetsingen (aantal bevestigde essentialiteitscontroles)

-Kosten/kwaliteit van het centrale systeem in vergelijking met beschikbare particuliere oplossingen

Specifieke doelstelling 2. Duidelijkheid verschaffen over Frand-royalty

Is de informatie over de prijs van Frand en Frand-voorwaarden verbeterd?

-Aantal door het kenniscentrum uitgevoerde studies

-Aantal kmo’s dat bijstand ontvangt

-Perceptie van de kwaliteit van de studies en de bijstand

-Aantal normen en toepassingen ervan

-Aantal aangekondigde geaggregeerde royalty’s of verleende deskundige adviezen

-Perceptie van de procedure voor de vaststelling van het geaggregeerde royaltytarief en van het tarief zelf door toepassers en houders; gebruik in rechtszaken/rechterlijke uitspraken

-Frequentie van wijzigingen van de geaggregeerde royalty

-Kosten/kwaliteit van de diensten van het kenniscentrum in vergelijking met beschikbare particuliere oplossingen

Specifieke doelstelling 3. De beslechting van geschillen vergemakkelijken

Hoe de nieuwe systemen de beslechting van geschillen hebben veranderd

-Gebruik van bemiddeling (aantal zaken per jaar, duur, kwaliteitsbeoordeling door rechters, gebruik in gerechtelijke procedures en rechterlijke uitspraken; gebruik ter ondersteuning van verzoeken om optreden van de douane)

-Wijziging van de kosten/duur van SEP-rechtszaken als gevolg van bemiddeling

-Nut van richtsnoeren (perceptie door belanghebbenden, gebruik in rechtszaken)

Informatiebronnen: Databank van het kenniscentrum; Feedback/enquêtes over het nieuwe systeem (kenniscentrum/register/bemiddeling/richtsnoeren) onder gebruikers, zoals SEP-houders en -toepassers, rechters, uitvoerders van essentialiteitscontroles; Analyse van rechtszaken/rechterlijke uitspraken/gerechtelijke bevelen; specifieke evaluaties; openbare raadplegingen; deskresearch

Algemene doelstellingen

Gevolgen voor SEP-houders

-Aantal in de EU gevestigde SEP-houders

-Aantal door in de EU gevestigde SEP-houders geregistreerde SEP’s

-Duur van de licentieonderhandelingen, aantal licentiegevers

-Bijdrage van bedrijven in de EU tot de ontwikkeling van normen

-Lokalisatie van de productie/O&O van dergelijke producten/diensten (EU/derde landen)

Gevolgen voor SEP-toepassers

-Kosten van een SEP-licentie voor bedrijven in de EU, inspanningen om een licentie te verkrijgen

-Percentage SEP’s waarvoor een licentie is verleend.

-Concurrentievermogen van bedrijven in de EU die SEP-producten/diensten in de EU en derde landen produceren.

-Lokalisatie van de productie/O&O van dergelijke producten/diensten (EU/derde landen)

-Bijdrage van bedrijven in de EU tot de ontwikkeling van normen

Gevolgen voor klanten in de EU

-Tijdstip van invoering van nieuwe producten/diensten die van de meest recente normen gebruikmaken, in de EU in vergelijking met andere landen; prijs van dergelijke producten

Informatiebronnen: Enquêtes, officiële statistieken (bijvoorbeeld “Enterprises using IoT” van Eurostat, isoc_eb_iot), specifieke evaluaties; openbare raadplegingen; deskresearch.

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief 

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

De oprichting van het kenniscentrum binnen het Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie (EUIPO) – met inbegrip van het opzetten van een SEP-register, de ontwikkeling van de nodige IT-tools en de organisatie van voorbereidende activiteiten voor de resterende onderdelen van het initiatief (bijvoorbeeld het vaststellen en voorbereiden van alle procedures, het opzetten van kwaliteitscontroles, het opstellen van een lijst van SEP-beoordelaars en -bemiddelaars, het opleiden van SEP-beoordelaars en -bemiddelaars, het verzamelen van informatie over SEP-gerelateerde beleidsmaatregelen en jurisprudentie, het opzetten van een hub voor bijstand aan kmo’s, het ontwikkelen van opleidingsmateriaal enz.) – zal naar verwachting twee jaar in beslag nemen. Het systeem zal naar verwachting daarna volledig operationeel zijn.

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van de deelname van de Unie” verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaat zou zijn gecreëerd.

Maatregelen op EU-niveau zullen naar verwachting kosten besparen voor de belanghebbenden (zowel SEP-houders als -toepassers) en voor de lidstaten. Er zou bijvoorbeeld één SEP-register zijn, één essentialiteitscontrole per octrooifamilie, één gemeenschappelijke methode voor dergelijke controles en een gestroomlijnde en transparante bemiddelingsprocedure voor vaststellingen van Frand. SEP-houders en -toepassers zouden niet in elke EU-lidstaat opnieuw dezelfde kosten moeten betalen – wat het geval zou zijn bij nationale oplossingen – met name in een situatie waarin de meeste normen regionaal of mondiaal zijn.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Het EUIPO zal gebruikmaken van zijn ervaring met het beheer van registers voor andere intellectuele eigendomsrechten, bijstand aan kmo’s en diensten voor alternatieve geschillenbeslechting.

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

n.v.t.

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

Dit initiatief zal volledig door het EUIPO zelf worden gefinancierd (via vergoedingen).

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

 beperkte geldigheidsduur

   van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

   financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.

 onbeperkte geldigheidsduur

De opstartperiode zal naar verwachting twee jaar in beslag nemen. Daarna zal het systeem volledig operationeel zijn.

1.7.Wijze(n) van uitvoering van de begroting 50   

 Direct beheer door de Commissie

door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

   door de uitvoerende agentschappen;

 Gedeeld beheer met lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:

derde landen of de door hen aangewezen organen;

internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

de EIB en het Europees Investeringsfonds;

de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen;

publiekrechtelijke organen;

privaatrechtelijke organen met een openbaredienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties;

privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die over voldoende financiële garanties beschikken;

organen of personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder “Opmerkingen”.

Opmerkingen

Er wordt geen beroep op EU-begroting gedaan. Het initiatief wordt volledig door het EUIPO gefinancierd (via vergoedingen).

2.BEHEERSMAATREGELEN 

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen 

Vermeld frequentie en voorwaarden.

De regels van het EUIPO zijn van toepassing. De verordening zal om de vijf jaar worden geëvalueerd overeenkomstig artikel 71 van de ontwerpverordening.

2.2.Beheers- en controlesyste(e)m(en) 

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde beheersvorm(en), uitvoeringsmechanisme(n) voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

De regels van het EUIPO zijn van toepassing.

2.2.2.Informatie over de geïdentificeerde risico’s en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico’s te beperken

De regels van het EUIPO zijn van toepassing.

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding van de controlekosten tot de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting). 

De regels van het EUIPO zijn van toepassing.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld in het kader van de fraudebestrijdingsstrategie.

De regels van het EUIPO zijn van toepassing.

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

3.1.Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven 

·Bestaande begrotingsonderdelen – n.v.t.

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort uitgave

Bijdrage

Nummer  

GK/NGK 51 .

van EVA-landen 52

van kandidaat-lidstaten en aspirant-kandidaten 53

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

n.v.t.

GK/NGK

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

·Vereiste nieuwe begrotingsonderdelen – n.v.t.

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort 
uitgaven

Bijdrage

Nummer  

GK/NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten en aspirant-kandidaten

van andere derde landen

andere bestemmingsontvangsten

n.v.t.

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten 

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel kader 

Nummer

DG: <…….>

Jaar 
N 54

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

Beleidskredieten 

Begrotingsonderdeel 55

Vastleggingen

(1a)

Betalingen

(2a)

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

Betalingen

(2b)

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 56  

Begrotingsonderdeel

(3)

TOTAAL kredieten 
voor DG <…….>

Vastleggingen

=1a+1b +3

Betalingen

=2a+2b

+3



 TOTAAL beleidskredieten 

Vastleggingen

(4)

Betalingen

(5)

 TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten

(6)

TOTAAL kredieten onder RUBRIEK <….> van het meerjarig financieel kader

Vastleggingen

=4+ 6

Betalingen

=5+ 6

Wanneer het voorstel/initiatief gevolgen heeft voor meerdere beleidsrubrieken, herhaal bovenstaand deel:

TOTAAL beleidskredieten (alle beleidsrubrieken)

Vastleggingen

(4)

Betalingen

(5)

TOTAAL uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten (alle beleidsrubrieken)

(6)

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 6 
van het meerjarig financieel kader 
(Referentiebedrag)

Vastleggingen

=4+ 6

Betalingen

=5+ 6




Rubriek van het meerjarig financieel kader 

7

“Administratieve uitgaven”

Dit deel moet worden ingevuld aan de hand van de “administratieve begrotingsgegevens”, die eerst moeten worden opgenomen in de bijlage bij het financieel memorandum (bijlage 5 bij het besluit van de Commissie betreffende de interne uitvoeringsvoorschriften voor de afdeling “Commissie” van de algemene begroting van de Europese Unie), te uploaden in DECIDE met het oog op overleg tussen de diensten.

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar 
N

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

DG: <…….>

Personele middelen 

Andere administratieve uitgaven 

TOTAAL DG <…….>

Kredieten

TOTAAL kredieten 
onder RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader 

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar 
N 57

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

TOTAAL kredieten onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7 
van het meerjarig financieel kader
 

Vastleggingen

Betalingen

3.2.2.Geraamde output, gefinancierd met beleidskredieten 

Vastleggingskredieten, in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

Jaar 
N

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 58

Gem. kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Nee

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 59

- Output

- Output

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

TOTAAL

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar 
N 60

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

TOTAAL

RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader

Personele middelen

Andere administratieve uitgaven

Subtotaal RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader

Buiten RUBRIEK 7 61  
van het meerjarig financieel kader

Personele middelen

Andere administratieve uitgaven

Subtotaal buiten RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader

TOTAAL

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.3.1.Geraamde personeelsbehoeften

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Onderstaande tabel geeft het indicatief aantal vte’s weer dat het EUIPO mogelijk nodig heeft om het voorstel uit te voeren.

2024*

(opstartperiode)

2025

(opstartperiode)

2026 
(operationele periode)

2027 en volgende jaren 
(operationele periode)

Personeelsleden van het EUIPO AD/AST

6

6

6

6

Contractanten van het EUIPO

6

6

24

4

totaal

12

12

30

10

*de werkelijke datum hangt af van de goedkeuring van het voorstel door de medewetgevers

Het hoge aantal vte’s in het derde jaar (eerste operationele jaar van het systeem) is toe te schrijven aan de verwachte registratie van tot 72 000 octrooifamilies, terwijl het aantal registraties in de daaropvolgende jaren naar verwachting zal dalen tot ongeveer 10 % van de initiële registraties. De daadwerkelijke mate van toepassing van het nieuwe systeem is echter onzeker. Onze ramingen zijn alleen gebaseerd op de effectbeoordeling. De personele middelen in bovenstaande tabel omvatten ook vier vte’s per jaar voor operationele activiteiten, zoals de werking van het kenniscentrum, dat als back-office zal fungeren voor vaststellingen van Frand (bemiddelingen) en geaggregeerde royalty.

Daarnaast zal het EUIPO tijdens de operationele periode diensten (bijvoorbeeld essentialiteitscontroles en bemiddelingen) uitbesteden aan externe deskundigen. We schatten dat in het derde jaar ongeveer 82 vte’s aan deskundigen nodig zullen zijn voor de beoordeling van de essentialiteit en dat dit aantal vanaf het vierde jaar zal dalen tot ongeveer acht vte’s. We schatten ook dat jaarlijks ongeveer twee vte’s aan bemiddelaars nodig zullen zijn.

Onderstaande tabel geeft de indicatieve kosten van de vte’s weer die het EUIPO mogelijk nodig heeft om het voorstel uit te voeren.

in miljoen EUR (tot op drie decimalen) in constante prijzen

2024*

(opstartperiode)

2025

(opstartperiode)

2026 
(operationele periode)

2027 en volgende jaren 
(operationele periode)

Personeelsleden van het EUIPO AD/AST

0,790

0,790

0,790

Contractanten van het EUIPO

0,810

3,120

0,520

Totaal

1,590

3,900

1,310

*de werkelijke datum hangt af van de goedkeuring van het voorstel door de medewetgevers

Daarnaast worden de eenmalige IT-uitgaven geraamd op 0,815 miljoen EUR en de jaarlijkse uitgaven voor IT-onderhoud op 0,163 miljoen EUR.

Hieronder volgt een raming van de vergoedingen voor de externe deskundigen.

in miljoen EUR (tot op drie decimalen) in constante prijzen

2024*-2025

(opstartperiode)

2026 
(operationele periode)

2027 en volgende jaren 
(operationele periode)

Externe deskundigen

74,025

9,067

Gedetailleerde berekeningen en prognoses zijn opgenomen in de effectbeoordeling, bijlage A7.1.

Raming in voltijdequivalenten

Jaar 
N

Jaar 
N+1

Jaar N+2

Jaar N+3

Vul zoveel jaren in als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

• Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

20 01 02 03 (delegaties)

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

 Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE) 62

20 02 01 (AC, END, INT van de “totale financiële middelen”)

20 02 03 (AC, AL, END, INT en JPD in de delegaties)

XX 01 xx yy zz 63

- centrale diensten

- delegaties

01 01 01 02 (AC, END, INT – onderzoek onder contract)

01 01 01 12 (AC, END, INT – eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

TOTAAL

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Extern personeel

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader 

N.v.t., het voorstel wordt beheerd door het EUIPO en gefinancierd door vergoedingen.

Het voorstel/initiatief:

   kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK).

Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen. Verstrek een Excel-tabel in het geval van een omvangrijke herprogrammeringsexercitie.

   hiervoor moet een beroep worden gedaan op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening.

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen, de desbetreffende bedragen en de voorgestelde instrumenten.

   hiervoor is een herziening van het MFK nodig.

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

3.2.5.Bijdragen van derden 

Het voorstel/initiatief:

   voorziet niet in medefinanciering door derden

   voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Het EUIPO int vergoedingen om al zijn kosten en de vergoedingen voor de externe deskundigen te dekken. In de onderstaande tabel is het geraamde bedrag opgenomen van de door het EUIPO geïnde vergoedingen 64 .

in miljoen EUR (tot op drie decimalen) in constante prijzen

2024*-2025

(opstartperiode)

2026 
(operationele periode)

2027 en volgende jaren 
(operationele periode)

78,329

10,782

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten 

   Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten.

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

   voor de eigen middelen

   voor overige ontvangsten

Geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven

(1)    Europees instituut voor telecommunicatienormen.
(2)    Institute of Electrical and Electronics Engineers (Instituut van Elektrotechnische Ingenieurs).
(3)    In bepaalde gevallen kan een SEP-houder een toepasser zijn en omgekeerd. Veel bedrijven die bij de ontwikkeling van normen betrokken zijn, zijn immers verticaal geïntegreerd en vallen daarom onder beide categorieën. Het is dus niet helemaal correct om de wereld van SEP’s in twee volledig afzonderlijke groepen op te splitsen: SEP-houders en -toepassers. Voor het gemak worden die termen in deze effectbeoordeling echter gebruikt om te verwijzen naar ondernemingen die SEP’s bezitten (d.w.z. de SEP-eigenaars) en ondernemingen die SEP’s in hun producten toepassen (d.w.z. de toepassers).
(4)    Mededeling inzake de EU benadering van essentiële octrooien, COM(2017)712 final van 29.11.2017.
(5)    Conclusies van de Raad over de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten, zoals goedgekeurd door de Raad (Interne Markt, Industrie, Onderzoek en Ruimtevaart) tijdens de zitting van 12 maart 2018.
(6)    Conclusies van de Raad over het beleid inzake intellectuele eigendom en de herziening van het stelsel van tekeningen en modellen van nijverheid in de Unie, zoals aangenomen tijdens de zitting van 10 november 2020.
(7)    https://single-market-economy.ec.europa.eu/smes/sme-definition_en
(8)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Het innovatiepotentieel van de EU optimaal benutten — Een actieplan inzake intellectuele eigendom om het herstel en de veerkracht van de EU te ondersteunen (COM(2020) 760 final).
(9)    Conclusies van de Raad over het beleid inzake intellectuele eigendom, zoals goedgekeurd door de Raad (Economische en Financiële Zaken) tijdens de zitting van 18 juni 2021.
(10)    Resolutie van het Europees Parlement van 11 november 2021 over een actieplan inzake intellectuele eigendom om het herstel en de veerkracht van de EU te ondersteunen (2021/2007(INI)).
(11)    COM (2022)31 final van 2.2.2022, Een EU-strategie voor normalisatie. Mededeling over een EU-strategie voor normalisatie – Mondiale normalisatie ter ondersteuning van een veerkrachtige, groene en digitale eengemaakte markt in de EU. COM(202231 final. Brussel, 2.2.2022.
(12)    Mededeling van de Commissie – Richtsnoeren inzake de toepasselijkheid van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op horizontale samenwerkingsovereenkomsten (PB C 11 van 14.1.2011, blz. 1) (wordt momenteel geëvalueerd).
(13)    Hoofdstu7, punt 263.
(14)    Arrest van het Hooggerechtshof van het Verenigd Koninkrijk van 26 augustus 2020, Unwired Planet/Huawei, UKSC 2018/0214, [2020] UKSC 37, Beslissing van de United States District Court for the Central District of Californië, TCL/Ericsson, Case No 8:14-cv-00341-JVS-DFM, met instemming van beide partijen. Arrest van het Chinese Hooggerechtshof van 19 augustus 2021, OPPO/Sharp, Zui Gao Fa Zhi Min Xia Zhong No 517, Beschikking van het Intermediate Court van Wuhan van 23 september 2020, Xiaomi/Interdigital, (2020) E 01 Zhi Min Chu 169 No 1; Beschikking van het Intermediate Court van Wuhan, Samsung/Ericsson [2020], Case E 01 Zhi Min Chu No 743.
(15)    Japanese Patent Office Guide to Licensing Negotiations Involving Standard Essential Patents; South Korean Guidelines on unfair exercise of Intellectual Property Rights; Singapore’s Competition & Consumers Commission Guidelines on the treatment of Intellectual Property Rights
(16)    De Verenigde Staten van Amerika hebben hun Policy Statement on Licensing Negotiations and Remedies for Standards-Essential Patents Subject to F/RAND Commitments ingetrokken en een Memorandum of Understanding with the WIPO Arbitration and Mediation Centre gesloten. Het VK heeft in 2021 een – nog lopende – procedure inzake SEP’s en innovatie opgestart. Het Indiase Ministerie van Telecommunicatie bespreekt een voorstel voor de oprichting van een Digicom Intellectual Property Management Board om het verlenen van licenties voor intellectuele-eigendomsrechten en het beheer van intellectuele eigendom in de telecommunicatiesector te vergemakkelijken. China heeft overleg gepleegd over de ontwerpwijzigingen van de uitvoeringsverordeningen van Chinese antimonopoliewetgeving. Het Japanse Octrooibureau evalueert momenteel zijn richtsnoeren en METI heeft een Study Group on Licensing Environment of SEPs opgezet.
(17)    Arrest van het Hof van Justitie van 16 juli 2015, Huawei Technologies Co. Ltd/ZTE Corp. en ZTE Deutschland GmbH, C-170/13, ECLI:EU:C:2015:477.
(18)    Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PB L 157 van 30.4.2004, blz. 45).
(19)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio's over een EU-strategie voor normalisatie – Mondiale normalisatie ter ondersteuning van een veerkrachtige, groene en digitale eengemaakte markt in de EU, 2.2.2022, COM(2022)31 final.
(20)    Mededeling van de Commissie “Richtsnoeren inzake de toepasselijkheid van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op horizontale samenwerkingsovereenkomsten”, PB C 11 van 14.1.2011, blz. 1, CELEX: en jurisprudentie van het HvJEU, met name Huawei/ZTE, zaak C-170/13, EU:C:2015:477.
(21)    Arrest van het Hof van Justitie van 12 december 2006, Duitsland/Parlement en Raad, C-380/03, EU:C:2006:772, punt 38 en de aangehaalde rechtspraak, en arrest van het Hof van Justitie van 10 februari 2009, Ierland/Parlement en Raad, C-301/06, EU:C:2009:68, punt 64; zie ook het arrest van het Hof van Justitie van 2 mei 2006, Verenigd Koninkrijk/Parlement en Raad, C-217/04, EU:C:2006:279, punten 60 tot en met 64.
(22)    Hof van Beroep in Den Haag, arrest van 2 juli 2019, Philips/Wiko, zaaknummer: C/09/511922/HA ZA 16-623; Hoge Raad, arrest van 25 februari 2022, Wiko/Philips, nummer 19/04503, ECLI:NL:HR:2022:294; Arrondissementsrechtbank Den Haag, arrest van 15 december 2021, Vestel/Access Advance, ECLI:NL:RBDHA:2021:14372.
(23)    Rechtbank van Parijs, beschikking van de voorzieningenrechter van 6 februari 2020, TCT/Philips, RG 19/02085 – Portalis 352J-W-B7D-CPCIX; TJ Paris, 3.3, arrest van 7 december 2021, Xiaomi/Philips en ETSI, RG 20/12558.
(24)    Bundesgerichtshof – BGH, arrest van 5 mei 2020, Sisvel/Haier, KZR 36/17, en Bundesgerichtshof, arrest van 24 november 2020, FRAND-Einwand II, KZR 35/17; beschikking van 24 juni 2021, Nokia Technologies/Daimler, C-182/21, EU:C:2021:575 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Landgericht Düsseldorf, doorgehaald in het register).
(25)    See webpage https://ec.europa.eu/growth/content/webinar-series-standard-essential-patents_en
(26)    Arrest van het Hof van Justitie van 13 december 1979, Hauer/Land Rheinland-Pfalz, C-44/79, EU:C:1979:290, punt 32; arrest van het Hof van Justitie van 11 juli 1989, Hermann Schräder HS Kraftfutter GmbH & Co. KG/Hauptzollamt Gronau, C-256/87, EU:C:1999:332, punt 15, en arrest van het Hof van Justitie van 13 juli 1989, Hubert Wachauf/Bundesamt für Ernährung und Forstwirtschaft, C-5/88, ECLI:EU:C:1989:321, punten 17 en 18.
(27)    Bij de bemiddelingsprocedure moet van procedures voor alternatieve geschillenbeslechting worden gebruikgemaakt als voorwaarde voor de ontvankelijkheid van een vordering voor de rechter, zoals uiteengezet in het arrest van het Hof van 18 maart 2010, Rosalba Alassini/Telecom Italia SpA (C317/08), Filomena Califano/Wind SpA (C-318/08), Lucia Anna Giorgia Iacono/Telecom Italia SpA (C319/08) en Multiservice Srl/Telecom Italia SpA (C-320/08), gevoegde zaken C-317/08, C-318/08, C319/08 en C-320/08, ECLI:EU:C:2010:146, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de verlening van SEP-licenties.
(28)    Zie bovenstaande voetnoot.
(29)    PB C van , blz. .
(30)    PB C van , blz. .
(31)    Mededeling van de Commissie aan het Europees Parlement, de Raad, het Europees Economisch en Sociaal Comité en het Comité van de Regio’s: Het innovatiepotentieel van de EU optimaal benutten — Een actieplan inzake intellectuele eigendom om het herstel en de veerkracht van de EU te ondersteunen (COM(2020) 760 final).
(32)    PB 124 van 20.5.2003, blz. 36.
(33)    Conclusies van de Raad over het beleid inzake intellectuele eigendom, zoals goedgekeurd door de Raad (Economische en Financiële Zaken) tijdens de zitting van 18 juni 2021.
(34)    Resolutie van het Europees Parlement van 11 november 2021 over een actieplan inzake intellectuele eigendom om het herstel en de veerkracht van de EU te ondersteunen (2021/2007(INI)).
(35)    Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).
(36)    Mededeling van de Commissie – Richtsnoeren inzake de toepasselijkheid van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op horizontale samenwerkingsovereenkomsten (PB C 11 van 14.1.2011, blz. 1) (wordt momenteel geëvalueerd).
(37)    Arrest van het Hof van Justitie van 16 juli 2015, Huawei Technologies Co. Ltd/ZTE Corp. en ZTE Deutschland GmbH, C-170/13, ECLI:EU:C:2015:477.
(38)    Richtlijn 2004/48/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende de handhaving van intellectuele-eigendomsrechten (PB 157 van 30.4.2004, blz. 45).
(39)    Arrest van het Hof van Justitie van 13 december 1979, Hauer/Land Rheinland-Pfalz, C-44/79, EU:C:1979:290, punt 32; arrest van het Hof van Justitie van 11 juli 1989, Hermann Schräder HS Kraftfutter GmbH & Co. KG/Hauptzollamt Gronau, C-256/87, EU:C:1999:332, punt 15, en arrest van het Hof van Justitie van 13 juli 1989, Hubert Wachauf/Bundesamt für Ernährung und Forstwirtschaft, C-5/88, EU:C:1989:321, punten 17 en 18.
(40)    Bij de bemiddelingsprocedure moet van procedures voor alternatieve geschillenbeslechting worden gebruikgemaakt als voorwaarde voor de ontvankelijkheid van een vordering voor de rechter, zoals uiteengezet in de arresten van het Hof van Justitie van de EU; gevoegde zaken C-317/08 tot en met C320/08 Alassini e.a. van 18 maart 2010, en zaak C-75/16 Menini en Rampanelli/Banco Popolare Società Cooperativa van 14 juni 2017, rekening houdend met de specifieke kenmerken van de verlening van SEP-licenties.
(41)    Arrest van het Hof van Justitie van 18 maart 2010, Rosalba Alassini/Telecom Italia SpA (C-317/08), Filomena Califano/Wind SpA (C-318/08), Lucia Anna Giorgia Iacono/Telecom Italia SpA (C-319/08) en Multiservice Srl/Telecom Italia SpA (C-320/08), gevoegde zaken C-317/08, C-318/08, C-319/08 en C-320/08, EU:C:2010:146, en arrest van het Hof van Justitie van 14 juni 2017, Livio Menini en Maria Antonia Rampanelli/Banco Popolare – Società Cooperativa, C-75/16, EU:C:2017:457.
(42)    Mededeling van de Commissie – Richtsnoeren inzake de toepasselijkheid van artikel 101 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op horizontale samenwerkingsovereenkomsten (PB C 11 van 14.1.2011, blz. 1) (wordt momenteel geëvalueerd).
(43)    Mededeling inzake de EU benadering van essentiële octrooien, COM(2017)712 final van 29.11.2017.
(44)    PB L 123 van 12.5.2016, blz. 1.
(45)    Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(46)    Verordening (EU) 2017/1001 van het Europees Parlement en de Raad van 14 juni 2017 inzake het Uniemerk (PB L 154 van 16.6.2017, blz. 1).
(47)    Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
(48)    Verordening (EU) nr. 1025/2012 van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012 betreffende Europese normalisatie, tot wijziging van de Richtlijnen 89/686/EEG en 93/15/EEG van de Raad alsmede de Richtlijnen 94/9/EG, 94/25/EG, 95/16/EG, 97/23/EG, 98/34/EG, 2004/22/EG, 2007/23/EG, 2009/23/EG en 2009/105/EG van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Beschikking 87/95/EEG van de Raad en Besluit nr. 1673/2006/EG van het Europees Parlement en de Raad (PB L 316 van 14.11.2012, blz. 12).
(49)    In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of b), van het Financieel Reglement.
(50)    Nadere gegevens over de wijzen van uitvoering van de begroting en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BUDGpedia: https://myintracomm.ec.europa.eu/corp/budget/financial-rules/budget-implementation/Pages/implementation-methods.aspx
(51)    GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(52)    EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(53)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, aspirant-kandidaten van de Westelijke Balkan.
(54)    Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang “N” door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.
(55)    Volgens de officiële begrotingsnomenclatuur.
(56)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere “BA”-onderdelen), onderzoek onder contract, eigen onderzoek.
(57)    Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang “N” door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.
(58)    Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv.: aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(59)    Zoals beschreven in punt 1.4.2. “Specifieke doelstelling(en)…”
(60)    Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang “N” door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.
(61)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma's en/of acties van de EU (vroegere “BA”-onderdelen), onderzoek onder contract, eigen onderzoek.
(62)    AC = Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL = Agent Local (plaatselijk functionaris); END = Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT = Intérimaire (uitzendkracht); JPD = Junior Professionals in Delegations (jonge deskundige in delegaties).
(63)    Subplafond voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere “BA”-onderdelen).
(64)    De vergoedingen dekken ook de kosten voor het IT-onderhoud en een deel van de eenmalige kosten (die naar verwachting over tien jaar zullen worden terugverdiend).