Brussel, 7.3.2023

COM(2023) 114 final

2023/0061(NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) 2023/194 van de Raad van 30 januari 2023 tot vaststelling, voor 2023, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot vaststelling, voor 2023 en 2024, van dergelijke vangstmogelijkheden voor bepaalde diepzeevisbestanden


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Verordening (EU) 2023/194 van de Raad 1 bevat voor 2023 voor bepaalde visbestanden de vangstmogelijkheden die in de wateren in de EU en, voor vissersvaartuigen van de EU, in bepaalde wateren buiten de EU van toepassing zijn, en bevat voor 2023 en 2024 dergelijke vangstmogelijkheden voor bepaalde diepzeevisbestanden. Deze vangstmogelijkheden worden in de periode waarin ze van toepassing zijn, doorgaans meerdere keren gewijzigd op grond van de meest recente wetenschappelijke adviezen en ontwikkelingen.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

De voorgestelde maatregelen stroken met de doelstellingen van het gemeenschappelijk visserijbeleid (GVB).

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De voorgestelde maatregelen zijn in overeenstemming met de andere beleidsgebieden van de Unie, en met name met het milieubeleid.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

De rechtsgrondslag van dit voorstel is artikel 43, lid 3, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Subsidiariteit

Het voorstel valt onder de exclusieve EU-bevoegdheid zoals bedoeld in artikel 3, lid 1, punt d), VWEU. Het subsidiariteitsbeginsel is daarom niet van toepassing.

Evenredigheid

Het voorstel betreft de toewijzing van vangstmogelijkheden aan de lidstaten conform de doelstellingen van Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid 2 . Op grond van de artikelen 16 en 17 van Verordening (EU) nr. 1380/2013 moeten de lidstaten beslissen hoe de hun ter beschikking staande vangstmogelijkheden kunnen worden toegewezen aan vaartuigen die hun vlag voeren, op basis van bepaalde criteria voor de toewijzing van vangstmogelijkheden. De lidstaten beschikken derhalve over de nodige speelruimte om in het kader van de benutting van de hun ter beschikking staande vangstmogelijkheden, de toegewezen TAC’s te verdelen volgens het sociale/economische model van hun keuze.

Keuze van het instrument

Verordening.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

Niet van toepassing.

Raadpleging van belanghebbenden

De Commissie heeft de belanghebbenden, met name via de adviesraden, en de lidstaten geraadpleegd over haar aanpak voor de verschillende voorstellen voor vangstmogelijkheden, zulks op basis van haar jaarlijkse mededeling “Naar een duurzamere visserij in de EU: stand van zaken en oriëntaties voor 2023” (COM(2022) 253 final).

In hun reactie op die jaarlijkse mededeling hebben de belanghebbenden hun mening gegeven over de door de Commissie verrichte evaluatie van de situatie van de bestanden en over de vraag welke beheersmatige reactie passend is. De Commissie heeft bij de uitwerking van dit voorstel rekening gehouden met de reacties.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

De Commissie heeft de Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) geraadpleegd over de te volgen methodiek. Het wetenschappelijk advies van de ICES is gebaseerd op een kader dat door zijn deskundigengroepen en besluitvormingsorganen is ontwikkeld, en wordt uitgebracht in lijn met zijn kader-partnerschapsovereenkomst met de Commissie.

Effectbeoordeling

De werkingssfeer van dit voorstel is omschreven in artikel 43, lid 3, VWEU.

Het is de bedoeling om met dit voorstel een kortetermijnaanpak te vermijden en te streven naar duurzaamheid op de lange termijn. Daarom wordt in het voorstel rekening gehouden met initiatieven van belanghebbenden en adviesraden indien deze door de ICES en/of het Wetenschappelijk, Technisch en Economisch Comité voor de visserij (WTECV) positief zijn beoordeeld. Het GVB-hervormingsvoorstel van de Commissie was gebaseerd op een effectbeoordeling (SEC(2011) 891) volgens welke de verwezenlijking van de MDO-doelstelling een noodzakelijke voorwaarde was om tot ecologische, economische en sociale duurzaamheid te komen.

Wat betreft de vangstmogelijkheden voor de bestanden die gezamenlijk met niet-EU-landen worden beheerd, en wat betreft de ROVB-vangstmogelijkheden worden met dit voorstel hoofdzakelijk internationaal overeengekomen maatregelen geïmplementeerd. Bij het voorbereiden en voeren van internationale onderhandelingen met niet-EU-landen over de EU-vangstmogelijkheden wordt rekening gehouden met alle elementen die van belang zijn voor de beoordeling van de mogelijke gevolgen van de vangstmogelijkheden.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Niet van toepassing.

Grondrechten

Het voorstel eerbiedigt de grondrechten, en met name die welke in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie zijn erkend.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

De voorgestelde maatregelen hebben geen gevolgen voor de begroting.

5.OVERIGE ELEMENTEN

   Artikelsgewijze toelichting

Voorgesteld wordt Verordening (EU) 2023/194 te wijzigen zoals hieronder uiteengezet.

Ansjovis in de Golf van Biskaje

Verordening (EU) 2023/194 stelt een voorlopige TAC voor ansjovis (Engraulis encrasicolus) in ICES-deelgebied 8 (Golf van Biskaje) voor de periode 1 januari tot en met 30 juni 2023 vast, in afwachting van de bekendmaking van het wetenschappelijk advies van de ICES voor dat bestand voor 2023.

Nu dat advies op 16 december 2022 bekend is gemaakt 3 , moet de definitieve TAC voor dat bestand voor 2023 worden vastgesteld op 33 000 ton, conform het advies. De TAC moet worden vastgesteld op 33 000 ton, conform dat advies.

Zandspiering

Verordening (EU) 2023/194 stelt de TAC voor zandspiering en geassocieerde bijvangsten (Ammodytes spp.) in de wateren van het VK en de EU van ICES-deelgebied 4 (Noordzee), de wateren van het VK van ICES-sector 2a en de EU-wateren van sector 3a (Skagerrak en Kattegat) voor 2023 voorlopig vast op nul, in afwachting van de bekendmaking van het wetenschappelijk advies van de ICES voor dat bestand voor 2023.

De ICES verwacht dat advies op 28 februari 2023 bekend te maken. Daarna vindt op grond van artikel 498, leden 2, 4 en 6, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst (HSO) 4 bilateraal overleg tussen de EU en het VK plaats over het TAC-niveau voor 2023 voor dit in bijlage 35 bij de HSO vermelde bestand. In afwachting van de formele uitkomst van dat overleg wordt in dit voorstel bij de TAC voor zandspiering in ICES-deelgebied 4 en de ICES-sectoren 2a en 3a voor 2023 “pm” (pro memorie) vermeld. Zodra de uitkomst bekend is, werken de diensten van de Commissie het onderhavige voorstel bij met een non-paper waarin de desbetreffende TAC voor 2023 wordt voorgesteld.

Noordse garnaal en wijting in het Skagerrak en het Kattegat

Omdat het bilaterale overleg tussen de EU en Noorwegen over twee gedeelde en gezamenlijke beheerde bestanden in het Skagerrak in december 2022 nog niet was afgerond, bevat Verordening (EU) 2023/194 voorlopige TAC’s voor Noordse garnaal (Pandalus borealis) en wijting (Merlangius merlangus) in ICES-sector 3a (Skagerrak en Kattegat) voor de periode 1 januari tot en met 31 maart 2023.

De definitieve TAC’s moeten vóór afloop van die periode worden vastgesteld. In afwachting van de formele uitkomst van het overleg wordt in het onderhavige voorstel bij die TAC’s “pm” (pro memorie) vermeld. Zodra de uitkomst bekend is, werken de diensten van de Commissie het onderhavige voorstel bij met een non-paper waarin de definitieve TAC’s voor 2023 worden voorgesteld.

Groenlandse heilbot/zwarte heilbot en kabeljauw in het noordoostelijke deel van het noordpoolgebied

Omdat de besprekingen over de implementatie van het politieke akkoord tussen de EU en Noorwegen met betrekking tot de visserijen in de ICES-gebieden 1 en 2 in december 2022 nog gaande waren, bevat Verordening (EU) 2023/194 voorlopige EU-quota voor Groenlandse heilbot/zwarte heilbot (Reinhardtius hippoglossoides) in de internationale wateren van de ICES-deelgebieden 1 en 2 (noordoostelijk deel van het noordpoolgebied) en voor kabeljauw (Gadus morhua) in de wateren rond de Spitsbergen-archipel en de internationale wateren van ICES-deelgebied 1 en -sector 2b voor de periode 1 januari tot en met 31 maart 2023.

De EU-quota voor die bestanden moeten vóór het vervallen van de voorlopige EU-quota op 31 maart 2023 worden vastgesteld. In afwachting van de uitkomst van de besprekingen wordt in het onderhavige voorstel bij die EU-quota “pm” (pro memorie) vermeld. Zodra de uitkomst bekend is, werken de diensten van de Commissie het onderhavige voorstel bij met een non-paper waarin de desbetreffende EU-quota voor 2023 worden voorgesteld. Bij de vaststelling van het EU-quotum voor kabeljauw in de wateren rond de Spitsbergen-archipel en de internationale wateren van ICES-deelgebied 1 en -sector 2b moet rekening worden gehouden met het historische EU-aandeel in dat bestand.

SPRFMO

In afwachting van de uitkomst van de jaarvergadering van 2023 van de SPRFMO (Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan), die van 6 tot en 15 februari 2023 heeft plaatsgevonden, vermeldt Verordening (EU) 2023/194 bij de TAC’s van het SPRFMO-verdragsgebied “nog vast te stellen” en handhaaft zij voorlopig de huidige maatregelen die functioneel met de TAC’s verbonden zijn. Omdat de uitkomst van die jaarvergadering nog niet bekend is, wordt in het onderhavige voorstel bij die TAC’s “pm” (pro memorie) vermeld. Zodra de uitkomst bekend is, werken de diensten van de Commissie het onderhavige voorstel bij met een non-paper waarin de definitieve TAC’s voor 2023 worden voorgesteld, en indien van toepassing, ook wijzigingen worden voorgesteld in de maatregelen die functioneel met de TAC’s verbonden zijn.

ICCAT

De beperkingen van de visserijinspanning voor EU-vaartuigen die in het verdragsgebied van de Iccat (Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen) op blauwvintonijn (Thunnus thynnus) vissen, en de maximale hoeveelheid en capaciteit voor EU-kwekerijen van blauwvintonijn in dit gebied berusten op informatie die wordt verstrekt in de jaarlijkse visplannen, de jaarlijkse beheersplannen voor de vangstcapaciteit en de jaarlijkse beheersplannen voor de kweek van blauwvintonijn zoals opgesteld door de lidstaten. Op grond van artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1627 van het Europees Parlement en de Raad 5 zenden de lidstaten die plannen jaarlijks uiterlijk op 31 januari aan de Commissie toe. Op grond van artikel 6, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1627 rapporteert de Commissie de beperkingen van de visserijinspanning en de maximale kweekhoeveelheid en -capaciteit vervolgens aan het secretariaat van de Iccat in de vorm van het EU-vangst- en capaciteitsbeheersplan, dat door de Iccat moet worden besproken en goedgekeurd. Zolang het EU-plan nog niet is ingediend bij en goedgekeurd door de Iccat, wordt in het onderhavige voorstel pm (pro memorie) vermeld bij de EU-beperkingen van de visserijinspanning en bij de maximale kweekhoeveelheid en -capaciteit van de EU voor 2023. Zodra de Iccat het EU-plan heeft goedgekeurd, werken de diensten van de Commissie het onderhavige voorstel bij met een non-paper waarin de beperkingen van de visserijinspanning en de maximale kweekhoeveelheid en -capaciteit voor 2023 worden voorgesteld.



2023/0061 (NLE)

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) 2023/194 van de Raad van 30 januari 2023 tot vaststelling, voor 2023, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot vaststelling, voor 2023 en 2024, van dergelijke vangstmogelijkheden voor bepaalde diepzeevisbestanden

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 43, lid 3,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Verordening (EU) 2023/194 van de Raad 6 stelt voor 2023 voor bepaalde visbestanden de vangstmogelijkheden vast die in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn. De totale toegestane vangsten (TAC’s) en de maatregelen die functioneel met de TAC’s verbonden zijn, zoals vastgesteld bij Verordening (EU) 2023/194, moeten worden gewijzigd op grond van de bekendmaking van wetenschappelijk advies en op grond van de uitkomst van het overleg met derde landen en van ROVB-vergaderingen.

(2)Verordening (EU) 2023/194 stelt een voorlopige TAC voor ansjovis (Engraulis encrasicolus) in ICES-deelgebied 8 voor de periode 1 januari 2023 tot en met 30 juni 2023 vast, in afwachting van het wetenschappelijk advies voor dat bestand voor 2023. De Internationale Raad voor het onderzoek van de zee (ICES) heeft zijn wetenschappelijk advies 7 voor dat bestand voor 2023 op 16 december 2022 bekendgemaakt. De definitieve TAC voor dat bestand voor 2023 moet conform dat advies worden vastgesteld.

(3)Verordening (EU) 2023/194 stelt de TAC voor zandspiering en geassocieerde bijvangsten (Ammodytes spp.) in de wateren van het Verenigd Koninkrijk en de Unie van ICES-deelgebied 4, de wateren van het Verenigd Koninkrijk van ICES-sector 2a en de wateren van de Unie van sector 3a voorlopig vast op nul, in afwachting van de bekendmaking van het wetenschappelijk advies van de ICES voor dat bestand voor 2023. De definitieve TAC voor dat bestand voor 2023 moet na de bekendmaking van het wetenschappelijk advies en conform de formele uitkomst van het daaropvolgende bilaterale overleg tussen de Unie en het Verenigd Koninkrijk over het TAC-niveau voor dat bestand uit hoofde van artikel 498, leden 2, 4 en 6, van de handels- en samenwerkingsovereenkomst (HSO) 8 worden vastgesteld.

(4)Verordening (EU) 2023/194 stelt voorlopige TAC’s voor Noordse garnaal (Pandalus borealis) en wijting (Merlangius merlangus) in ICES-sector 3a voor de periode 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2023 vast, in afwachting van de formele uitkomst van bilateraal overleg tussen de Unie en Noorwegen. De definitieve TAC’s voor die bestanden moeten worden vastgesteld vóór het vervallen van de voorlopige TAC’s op 31 maart 2023. Die TAC’s moeten conform de formele uitkomst van het bilaterale overleg tussen de Unie en Noorwegen worden vastgesteld.

(5)Verordening (EU) 2023/194 bevat voorlopige Uniequota voor Groenlandse heilbot/zwarte heilbot (Reinhardtius hippoglossoides) in de internationale wateren van de ICES-deelgebieden 1 en 2 en voor kabeljauw (Gadus morhua) in de wateren rond de Spitsbergen-archipel en de internationale wateren van ICES-deelgebied 1 en -sector 2b voor de periode 1 januari 2023 tot en met 31 maart 2023. De Uniequota voor die bestanden voor 2023 moeten worden vastgesteld vóór het vervallen van de voorlopige Uniequota op 31 maart 2023. De Uniequota voor die bestanden voor 2023 moeten conform de uitkomst van bilaterale besprekingen over de implementatie van het politieke akkoord tussen de Unie en Noorwegen met betrekking tot de visserijen in de ICES-gebieden 1 en 2 worden vastgesteld. De EU-quota voor kabeljauw in de wateren rond de Spitsbergen-archipel en de internationale wateren van ICES-deelgebied 1 en -sector 2b moeten overeenkomstig Besluit 87/277/EEG van de Raad 9 aan de lidstaten worden toegewezen, met de nodige aanpassingen als gevolg van de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk uit de Unie 10 .

(6)In afwachting van de uitkomst van de jaarvergadering van 2023 van de SPRFMO (Regionale Organisatie voor het visserijbeheer in het zuidelijke deel van de Stille Oceaan), die van 6 tot en 15 februari 2023 heeft plaatsgevonden, vermeldt Verordening (EU) 2023/194 bij de TAC’s van het SPRFMO-verdragsgebied “nog vast te stellen” en handhaaft zij voorlopig de huidige maatregelen die functioneel met de TAC’s verbonden zijn. Die TAC’s moeten worden vastgesteld en de maatregelen die functioneel met de TAC’s verbonden zijn, moeten worden gewijzigd conform de uitkomst van de SPRFMO-jaarvergadering van 2023.

(7)De beperkingen van de visserijinspanning voor Unievaartuigen die in het verdragsgebied van de Iccat (Internationale Commissie voor de instandhouding van Atlantische tonijnen) op blauwvintonijn (Thunnus thynnus) vissen, en de maximale hoeveelheid en capaciteit voor Uniekwekerijen van blauwvintonijn in dit gebied berusten op informatie die wordt verstrekt in de jaarlijkse visplannen, de jaarlijkse beheersplannen voor de vangstcapaciteit en de jaarlijkse beheersplannen voor de kweek van blauwvintonijn zoals opgesteld door de lidstaten. Op grond van artikel 6, lid 1, van Verordening (EU) 2016/1627 van het Europees Parlement en de Raad 11 zenden de lidstaten die plannen jaarlijks uiterlijk op 31 januari aan de Commissie toe. Op grond van artikel 6, lid 2, van Verordening (EU) 2016/1627 rapporteert de Commissie de beperkingen van de visserijinspanning en de maximale kweekhoeveelheid en -capaciteit vervolgens aan het secretariaat van de Iccat in de vorm van het vangst- en capaciteitsbeheersplan van de Unie, dat door de Iccat moet worden besproken en goedgekeurd. De beperkingen van de visserijinspanning van de Unie en de maximale kweekhoeveelheid en -capaciteit van de Unie voor 2023 moeten worden vastgesteld conform het door de Iccat goedgekeurde Unieplan.

(8)Verordening (EU) 2023/194 moet daarom dienovereenkomstig worden gewijzigd.

(9)De vangstmogelijkheden van Verordening (EU) 2023/194 moeten met ingang van 1 januari 2023 van toepassing zijn. De bepalingen van de onderhavige verordening die betrekking hebben op de vangstmogelijkheden, moeten derhalve eveneens met ingang van 1 januari 2023 van toepassing zijn. Een dergelijke toepassing met terugwerkende kracht doet geen afbreuk aan de beginselen van rechtszekerheid en bescherming van het gewettigd vertrouwen aangezien de betrokken vangstmogelijkheden worden verhoogd. Gezien de urgentie om onderbrekingen in de visserijactiviteiten te voorkomen, moet deze verordening in werking treden op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,

HEEFT DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:

Artikel 1
Wijziging van Verordening (EU) 2023/194

Verordening (EU) 2023/194 wordt als volgt gewijzigd:

1)Artikel 7 wordt geschrapt.

2)De bijlagen IA, IB, IH en VI worden gewijzigd overeenkomstig de bijlage bij de onderhavige verordening.

Artikel 2
Inwerkingtreding en toepassing

Deze verordening treedt in werking op de dag van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Zij is van toepassing van 1 januari 2023 tot en met 31 december 2023.

Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    Verordening (EU) 2023/194 van de Raad van 30 januari 2023 tot vaststelling, voor 2023, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot vaststelling, voor 2023 en 2024, van dergelijke vangstmogelijkheden voor bepaalde diepzeevisbestanden (PB L 28 van 31.1.2023, blz. 1).
(2)    Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad (PB L 354 van 28.12.2013, blz. 22).
(3)     https://doi.org/10.17895/ices.advice.19772356  
(4)    Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (PB L 149 van 30.4.2021, blz. 10).
(5)    Verordening (EU) 2016/1627 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 302/2009 van de Raad (PB L 252 van 16.9.2016, blz. 1).
(6)    Verordening (EU) 2023/194 van de Raad van 30 januari 2023 tot vaststelling, voor 2023, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot vaststelling, voor 2023 en 2024, van dergelijke vangstmogelijkheden voor bepaalde diepzeevisbestanden (PB L 28 van 31.1.2023, blz. 1).
(7)     https://doi.org/10.17895/ices.advice.19772356
(8)    Handels- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Unie en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, enerzijds, en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, anderzijds (PB L 149 van 30.4.2021, blz. 10).
(9)    Besluit 87/277/EEG van de Raad van 18 mei 1987 betreffende de verdeling van de vangstmogelijkheden voor kabeljauw in het gebied van Spitsbergen en Bereneiland en in sector 3M zoals omschreven in het NAFO-Verdrag (PB L 135 van 23.5.1987, blz. 29).
(10)    Bijlage 36, punt E, bij de HSO.
(11)    Verordening (EU) 2016/1627 van het Europees Parlement en de Raad van 14 september 2016 betreffende een meerjarig herstelplan voor blauwvintonijn in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en de Middellandse Zee en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 302/2009 van de Raad (PB L 252 van 16.9.2016, blz. 1).

Brussel, 7.3.2023

COM(2023) 114 final

BIJLAGE

bij

Voorstel voor een

VERORDENING VAN DE RAAD

tot wijziging van Verordening (EU) 2023/194 van de Raad van 30 januari 2023 tot vaststelling, voor 2023, van de vangstmogelijkheden voor bepaalde visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vissersvaartuigen van de Unie, in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn, en tot vaststelling, voor 2023 en 2024, van dergelijke vangstmogelijkheden voor bepaalde diepzeevisbestanden


BIJLAGE

De bijlagen bij Verordening (EU) 2023/194 worden als volgt gewijzigd:

(1)In deel A van bijlage IA wordt de desbetreffende tabel vervangen door:

Soort:

Ansjovis

 

 

Gebied:

8

 

 

 

Engraulis encrasicolus

 

 

(ANE/08.)

 

 

Spanje

 

29 700

Analytische TAC

 

 

Frankrijk

3 300

Unie

33 000

TAC

 

33 000

 

 

 

 

 

(2)In deel B van bijlage IA worden de desbetreffende tabellen vervangen door:

Soort:

Zandspieringen en geassocieerde bijvangsten

Ammodytes spp.

Gebied:

wateren van het Verenigd Koninkrijk en van de Unie van 4; wateren van het Verenigd Koninkrijk van 2a; wateren van de Unie van 3a(1)

Denemarken

pm

(2)(3)

Analytische TAC

Artikel 3 van V.erordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Duitsland

pm

(2)(3)

Zweden

pm

(2)(3)

Unie

pm

(2)

Verenigd Koninkrijk

pm

(2)

TAC

pm

(2)

(1)

Exclusief wateren binnen zes zeemijl van de basislijnen van het Verenigd Koninkrijk bij Shetland, Fair Isle en Foula.

(2)

In de beheersgebieden 1r en 4 mag de TAC enkel worden gevangen als monitoring-TAC met een bijbehorend bemonsteringsprotocol voor de visserij.

(3)

Maximaal 2 % van het quotum mag bestaan uit bijvangsten van wijting en makreel (OT1/*2A3A4X). De bijvangsten van wijting en makreel die krachtens deze bepaling op het quotum in mindering worden gebracht, en de bijvangsten van soorten die krachtens artikel 15, lid 8, van Verordening (EU) nr. 1380/2013 op het quotum in mindering worden gebracht, mogen samen niet hoger zijn dan 9 % van het quotum.

Bijzondere voorwaarde: binnen de limieten van deze quota mag in de onderstaande beheersgebieden voor zandspieringen, als omschreven in bijlage III, niet meer worden gevangen dan de hieronder vermelde hoeveelheden:

1r

2r

3r

4

5r

6

7r

(SAN/234_1R)(1)

(SAN/234_2R)(1)

(SAN/234_3R)(1)

(SAN/234_4) 
(1)

(SAN/234_5R) 
(1)

(SAN/234_6) 
(1)

(SAN/234_7R)(1)

Denemarken

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

Duitsland

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

Zweden

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

Unie

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

Verenigd Koninkrijk

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

Totaal

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

(1)

Tot 10 % van dit quotum mag worden opgespaard en in het volgende jaar alleen binnen dit beheersgebied worden gebruikt.

Soort:

Wijting

Merlangius merlangus

Gebied:

3a

(WHG/03A.)

Denemarken

pm

Voorzorgs-TAC

Nederland

pm

Zweden

pm

Unie

pm

TAC

pm

Soort:

Noordse garnaal

Pandalus borealis

Gebied:

3a

(PRA/03A.)

Denemarken

pm

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Zweden

pm

Unie

pm

TAC

pm

(3)In bijlage IB worden de desbetreffende tabellen vervangen door:

Soort:

Kabeljauw

Gadus morhua

Gebied:

wateren rond Spitsbergen; internationale wateren van 1 en 2b

(COD/1/2B.)

Duitsland

pm

(1)(2)

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Spanje

pm

(1)(2)

Frankrijk

pm

(1)(2)

Polen

pm

(1)(2)

Portugal

pm

(1)(2)

Andere lidstaten

pm

(1)(2)(3)

Unie

pm

(1)(2)

TAC

Niet relevant

(1)

De toewijzing van het aandeel van het voor de Unie beschikbare kabeljauwbestand in de zone Spitsbergen en Bereneiland en de geassocieerde bijvangsten van schelvis laten de uit het Verdrag van Parijs van 1920 voortvloeiende rechten en verplichtingen onverlet.

(2)

Bijvangsten van schelvis mogen per trek hoogstens 14 % uitmaken. De bijvangsten van schelvis komen boven op het quotum voor kabeljauw.

(3)

Met uitzondering van Duitsland, Spanje, Frankrijk, Polen en Portugal. Vangsten die in mindering moeten worden gebracht op dit gedeelde quotum, worden afzonderlijk gerapporteerd (COD/1/2B_AMS).

Soort:

Groenlandse heilbot/zwarte heilbot

Reinhardtius hippoglossoides

Gebied:

Internationale wateren van 1 en 2

(GHL/1/2INT)

Unie

pm

(1)

Voorzorgs-TAC

TAC

Niet relevant

(1)

Uitsluitend voor bijvangsten. In het kader van dit quotum is gerichte visserij niet toegestaan.

(4)Bijlage IH wordt vervangen door:

BIJLAGE IH

SPRFMO-VERDRAGSGEBIED

Soort:

Antarctische ijsheek

Dissostichus spp.

Gebied:

SPRFMO-verdragsgebied

(TOT/SPR-RB)

TAC

pm

(1)

Voorzorgs-TAC

(1)

Deze jaarlijkse TAC geldt alleen voor experimentele visserij. De visserijactiviteiten vinden uitsluitend plaats binnen het volgende onderzoeksvak:

– NW

50° 30’ ZB, 136° OL

– NO

50° 30’ ZB, 140° 30’ OL

– oostelijke inkeping

52° 45’ ZB, 140° 30’ OL

– oostelijke hoek

52° 45’ ZB, 145° 30’ OL

– ZO

54° 50’ ZB, 145° 30’ OL

– ZW

54° 50’ ZB, 136° OL

Soort:

Blauwe horsmakreel

Trachurus murphyi

Gebied:

SPRFMO-verdragsgebied

(CJM/SPRFMO)

Duitsland

pm

Analytische TAC

Artikel 3 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Artikel 4 van Verordening (EG) nr. 847/96 is niet van toepassing.

Nederland

pm

Litouwen

pm

Polen

pm

Unie

pm

TAC

Niet relevant

(5)In bijlage VI:

(a)wordt punt 4 vervangen door:

4.Maximaal aantal vissersvaartuigen van elke lidstaat dat in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee op blauwvintonijn mag vissen, deze aan boord mag houden en mag overladen, vervoeren of aanlanden

Tabel A

Aantal vissersvaartuigen 1

Griekenland 2

Spanje

Frankrijk

Kroatië

Italië

Cyprus 3

Malta 4

Portugal

Ringzegenvaartuigen 5

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

Beugvisserijvaartuigen

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

Met de hengel vissende vaartuigen

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm 6

Met de handlijn vissende vaartuigen

pm

pm

pm 7

pm

pm

pm

pm

pm

Trawlers

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

Kleine vaartuigen

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

Vaartuigen voor andere ambachtelijke visserij 8

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

pm

(b)wordt punt 6 vervangen door:

6.Maximale capaciteit voor het kweken en mesten van blauwvintonijn voor elke lidstaat, en maximale hoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn die elke lidstaat over zijn kweek- en mestbedrijven in het oostelijke deel van de Atlantische Oceaan en in de Middellandse Zee mag verdelen

Tabel A

Maximale capaciteit voor het kweken en mesten van tonijn

Aantal bedrijven

Capaciteit (in ton)

Griekenland

pm

pm

Spanje

pm

pm

Kroatië

pm

pm

Italië

pm

pm

Cyprus

pm

pm

Malta

pm

pm

Portugal

pm

pm



Tabel B

Maximale hoeveelheid in het wild gevangen blauwvintonijn (in ton)

Griekenland

pm

Spanje

pm

Kroatië

pm

Italië

pm

Cyprus

pm

Malta

pm

Portugal

pm

(1)    De in deze tabel vermelde aantallen kunnen naar boven worden bijgesteld mits aan de internationale verplichtingen van de Unie wordt voldaan.
(2)    Eén middelgroot ringzegenvaartuig is vervangen door maximaal tien beugvisserijvaartuigen, of door één klein ringzegenvaartuig en drie andere vaartuigen voor ambachtelijke visserij.
(3)    Eén middelgroot ringzegenvaartuig mag worden vervangen door maximaal tien beugvisserijvaartuigen, of door één klein ringzegenvaartuig en maximaal drie beugvisserijvaartuigen.
(4)    Eén middelgroot ringzegenvaartuig mag worden vervangen door maximaal tien beugvisserijvaartuigen.
(5)    De individuele aantallen ringzegenvaartuigen in deze tabel zijn het resultaat van overdrachten tussen lidstaten en kunnen niet worden beschouwd als historische rechten voor de toekomst.
(6)    Met de hengel vissende vaartuigen van de ultraperifere gebieden van de Azoren en Madeira.
(7)    Met de handlijn vissende vaartuigen die actief zijn in de Atlantische Oceaan.
(8)    Polyvalente vaartuigen, die gebruikmaken van verschillende soorten vistuig (beug, handlijn, sleeplijn).