Brussel, 13.12.2023

COM(2023) 788 final

VERSLAG VAN DE COMMISSIE AAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD

betreffende de gegevens met betrekking tot de budgettaire gevolgen van de jaarlijkse actualisering 2023 van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie en de daarop toegepaste aanpassingscoëfficiënten


1.Doelstelling van het verslag

Dit verslag heeft tot doel aan de verplichting van de Commissie te voldoen in het kader van artikel 65, lid 1, van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie, om de gegevens te verstrekken met betrekking tot de budgettaire gevolgen van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren van de Unie in het licht van de actualiseringen 2023 van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU en de toegepaste aanpassingscoëfficiënten.

De actualiseringen 2023 van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU worden uitgevoerd overeenkomstig bijlage XI bij het Statuut en vinden plaats vóór het einde van het jaar. Deze actualiseringen zijn gebaseerd op statistische gegevens die zijn opgesteld door het Bureau voor de Statistiek van de EU (Eurostat) in overleg met de nationale bureaus voor de statistiek van de lidstaten en die de situatie van de lidstaten per 1 juli 2023 weerspiegelen.

2.Achtergrondinformatie

Verordening (EU, Euratom) nr. 1023/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2013 wijzigde het mechanisme voor de actualisering van de bezoldigingen, dat bekend staat als “de methode”, door middel van een automatische actualisering van alle salarissen, pensioenen en vergoedingen. In die zin moet de informatie in het Statuut betreffende bedragen en aanpassingscoëfficiënten worden opgevat als referentiebedragen en -aanpassingscoëfficiënten die onderworpen zijn aan een regelmatige en automatische actualisering.

Bovendien hebben de Raad en het Europees Parlement er ook mee ingestemd dat er, zoals aangekondigd in artikel 65, lid 4, van het Statuut, in de jaren 2013 en 2014 geen actualisering wordt uitgevoerd van de bezoldigingen en pensioenen van de personeelsleden van de EU die in België en Luxemburg werken. Als gevolg van de globale aanpak om de geschillen tussen EU-instellingen betreffende de aanpassing van de bezoldigingen en pensioenen in 2011 en 2012 te beslechten, is bovendien een beperkte aanpassing van salarissen en pensioenen voor 2011 en 2012 van respectievelijk 0 % en 0,8 % overeengekomen.

In de periode 2004-2023 1 leden de EU-personeelsleden een aanzienlijk reëel koopkrachtverlies. Tijdens deze periode moesten de EU-personeelsleden namelijk ongeveer 13,9 % van hun koopkracht inleveren, ten gevolge van het gecombineerde effect van de hervormingen van het Statuut in 2004 en in 2013 en van de bezuinigingen in de salarisaanpassing. Tijdens dezelfde periode daalde de koopkracht van de ambtenaren van de centrale overheden in de lidstaten met 4,8%.

De beperkte aanpassing van salarissen en pensioenen in 2011 en 2012 en de bevriezing van de bezoldigingen en pensioenen in 2013 en 2014, zoals overeengekomen door het Europees Parlement en de Raad, resulteerde in een besparing van ongeveer 3 miljard EUR binnen het meerjarig financieel kader (MFK) 2014-2020 en circa 500 miljoen EUR per jaar op de lange termijn. Bovendien leveren specifieke maatregelen zonder direct budgettair effect, zoals langere werktijden en verminderd jaarlijks verlof zonder salariscompensatie, ongeveer 1,5 miljard EUR op voor de instellingen.

3.Wettelijke bepalingen betreffende de actualisering van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU en de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen

3.1.Actualisering van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU (artikel 65, lid 1, tweede alinea, van het Statuut)

Volgens artikel 65, lid 1, tweede alinea, van het Statuut worden bepaalde daarin genoemde bedragen van bezoldigingen en toelagen, en de verschillende coëfficiënten voor de bedragen, jaarlijks geactualiseerd overeenkomstig bijlage XI. De Commissie maakt de geactualiseerde bedragen binnen twee weken na de actualisering ter informatie in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie bekend.

Bovendien is in artikel 65, lid 3, van het Statuut bepaald dat onder deze bedragen (genoemd in artikel 65, lid 1, tweede alinea) worden verstaan bedragen waarvan de actuele waarde op enig moment kan worden geactualiseerd zonder tussenkomst van een andere rechtshandeling.

Artikel 65 bis van het Statuut bepaalt dat de toepassingsbepalingen van de artikelen 64 en 65 van het Statuut in bijlage XI zijn opgenomen.

Overeenkomstig artikel 3 van bijlage XI bij het Statuut vloeit de actualisering van de bezoldigingen en pensioenen krachtens artikel 65 van het Statuut rechtstreeks voort uit de ontwikkeling van de koopkracht van de nationale ambtenaren (specifieke indicator) en de ontwikkeling van de kosten van levensonderhoud in België en Luxemburg (gemeenschappelijke index).

De specifieke indicator meet de ontwikkeling van de nettobezoldigingen, na rekening te hebben gehouden met nationale inflatie, van de nationale ambtenaren in dienst van de centrale overheid van de lidstaten. Eurostat stelt deze indicator vast aan de hand van de gegevens die zijn verstrekt door de in artikel 1, lid 4, van bijlage XI genoemde tien lidstaten.

Het Verenigd Koninkrijk verliet de EU per 1 februari 2020 en is nu een “derde land”. De overgangsperiode die door het Terugtrekkingsakkoord was ingesteld, is op 31 december 2020 afgelopen. Het Verenigd Koninkrijk is bijgevolg niet langer opgenomen in de steekproef van lidstaten als bedoeld in artikel 1, lid 4, van bijlage XI met het oog op de berekening van de specifieke indicator (de overblijvende steekproef van tien lidstaten blijft ten minste 75% van het resterende bbp EU27 vertegenwoordigen).

De gemeenschappelijke index meet de ontwikkeling van de kosten van levensonderhoud in België en Luxemburg voor de EU-ambtenaren volgens de verdeling van de personeelsleden die in deze twee lidstaten werkzaam zijn. Eurostat berekent dit indexcijfer aan de hand van de door de Belgische en Luxemburgse autoriteiten verstrekte prijsgegevens en het aantal personeelsleden volgens de interne gegevensbanken van de EU-instellingen.

Voorts wordt in artikel 10 van bijlage XI bij het Statuut een matigingsclausule ingesteld: voor de bepaling van de specifieke indicator geldt een bovengrens van + 2 % en een ondergrens van – 2 %. Indien de waarde van de specifieke indicator deze grens overschrijdt, wordt in plaats van de indicator de grenswaarde gebruikt om de jaarlijkse aanpassing vast te stellen. De grenswaarde zal worden toegepast met ingang van 1 juli en de rest van de jaarlijkse aanpassing wordt toegepast met ingang van 1 april van het volgende jaar.

In artikel 11 van bijlage XI bij het Statuut wordt een uitzonderingsclausule ingesteld die van toepassing is in het geval van een daling van het reële bruto binnenlands product (bbp) van de Unie. Krachtens artikel 11 van bijlage XI bij het Statuut wordt deze uitzonderingsclausule toegepast als de waarde van de specifieke indicator positief is, maar er voor het lopende jaar een daling is van het bbp van de Unie. In dat geval wordt, afhankelijk van de mate van de daling van het bbp van de EU, een deel of het geheel van de specifieke indicator gebruikt voor de berekening van de jaarlijkse actualisering en wordt de rest toegepast vanaf een latere datum in het volgende jaar, of wanneer de cumulatieve stijging van het bbp van de Unie, gemeten vanaf het jaar waarin de uitzonderingsclausule wordt toegepast, positief wordt.

Krachtens artikel 8 van bijlage XI bij het Statuut wordt tot slot, wanneer de kosten van levensonderhoud op een specifieke standplaats zoals gemeten door de impliciete indexen 2 met meer dan 6 % of 10 % toenemen, de tussentijdse of de jaarlijkse actualisering van kracht op een datum die vroeger valt dan de standaarduitvoeringsdatum (d.w.z. vóór 1 juli voor de jaarlijkse actualisering en vóór 1 januari voor de tussentijdse actualisering). In die gevallen, afhankelijk van de omvang van de toename van de kosten van levensonderhoud, wordt de tussentijdse actualisering van kracht op 1 of 16 november en wordt de jaarlijkse actualisering van kracht op 1 of 16 mei.

3.2.Actualisering van de aanpassingscoëfficiënten die zijn toegepast op de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU (artikel 64, tweede alinea, van het Statuut)

Krachtens artikel 64 van het Statuut wordt op de bezoldiging van een ambtenaar, uitgedrukt in euro, een aanpassingscoëfficiënt van meer dan, minder dan of gelijk aan 100% toegepast, naar gelang van de levensomstandigheden in de verschillende standplaatsen. Geen aanpassingscoëfficiënt wordt toegepast in België en in Luxemburg, gezien hun speciale referentiepositie als hoofdvestigingsplaats en oorspronkelijke vestigingsplaats van de meeste instellingen.

Bovendien worden de aanpassingscoëfficiënten vastgesteld of ingetrokken, alsook jaarlijks geactualiseerd overeenkomstig bijlage XI. Wat de actualisering betreft, worden onder alle waarden referentiewaarden verstaan. De Commissie maakt de geactualiseerde waarden binnen twee weken na de actualisering ter informatie in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie bekend.

Krachtens artikel 8 van bijlage XI bij het Statuut wordt voor de plaatsen met een sterke stijging van de kosten van levensonderhoud (gemeten aan de hand van de ontwikkeling van de impliciete indexcijfers) de aanpassingscoëfficiënt van kracht vóór 1 januari wat de tussentijdse actualisering en vóór 1 juli wat de jaarlijkse actualisering betreft. Voor de jaarlijkse actualisering geldt dat wanneer de kosten van levensonderhoud gemeten aan de hand van de impliciete indexcijfers met meer dan 6 % zijn toegenomen, de jaarlijkse actualisering van kracht wordt op 16 mei in plaats van 1 juli en op 1 mei wanneer de kosten van levensonderhoud gemeten aan de hand van de impliciete indexcijfers met meer dan 10 % zijn toegenomen.

Voor de tussentijdse actualisering geldt dat wanneer de kosten van levensonderhoud gemeten aan de hand van de impliciete indexcijfers met meer dan 6 % zijn toegenomen, de tussentijdse actualisering van kracht wordt op 16 november in plaats van 1 januari en op 1 november wanneer de kosten van levensonderhoud gemeten aan de hand van de impliciete indexcijfers met meer dan 10 % zijn toegenomen.

Overeenkomstig artikel 3 van bijlage XI bij het Statuut wordt de actualisering van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen en pensioenen, vastgesteld op basis van de verhoudingen tussen de overeenkomstige economische pariteiten als bedoeld in artikel 1 van bijlage XI en de wisselkoersen genoemd in artikel 63 van het Statuut voor de betreffende landen.

De economische pariteiten voor de bezoldigingen zorgen voor de gelijkwaardigheid in koopkracht van de bezoldigingen tussen de referentiestad Brussel en de andere standplaatsen, behalve Luxemburg, waarvoor geen aanpassingscoëfficiënt van toepassing is. Eurostat berekent deze pariteiten in overleg met de nationale diensten voor de statistiek van de lidstaten.

De economische pariteiten voor de pensioenen zorgen voor de gelijkwaardigheid in koopkracht van de pensioenen tussen het referentieland België en de andere landen van verblijf. Eurostat berekent deze pariteiten in overleg met de nationale diensten voor de statistiek. Overeenkomstig artikel 20 van bijlage XIII bij het Statuut zijn de aanpassingscoëfficiënten voor de pensioenen uitsluitend van toepassing op het deel van het pensioen dat overeenkomt met de vóór 1 mei 2004 verworven rechten. De minimumaanpassingscoëfficiënt die van toepassing is op pensioenen bedraagt 100.

Overeenkomstig artikel 17, lid 3, van bijlage VII bij het Statuut zijn specifieke aanpassingscoëfficiënten van toepassing op bepaalde overmakingen door de ambtenaren en de andere personeelsleden.

3.3.Actualisering van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen van ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten van de EU die in derde landen werkzaam zijn (artikel 13, lid 1, van bijlage X bij het Statuut)

De artikelen 11, 12 en 13 van bijlage X bij het Statuut bevatten bepalingen over de bezoldigingen van ambtenaren en andere personeelsleden die in derde landen werkzaam zijn. De bezoldiging wordt uitbetaald in euro in de EU en is onderworpen aan de aanpassingscoëfficiënt die van toepassing is op de bezoldigingen van de ambtenaren die werkzaam zijn in België, maar op verzoek van een ambtenaar kan deze geheel of gedeeltelijk worden uitbetaald in de valuta van het land waar de ambtenaar werkzaam is. In dat geval wordt op de bezoldiging de aanpassingscoëfficiënt van de standplaats toegepast en wordt zij omgezet tegen de desbetreffende wisselkoers.

Om ervoor te zorgen dat ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten van de Unie zoveel mogelijk een gelijkwaardige koopkracht genieten, ongeacht hun standplaats, wordt de aanpassingscoëfficiënt één keer per jaar geactualiseerd volgens de in bijlage XI bij het Statuut vastgestelde regels. Wat de actualisering betreft, worden onder alle waarden referentiewaarden verstaan. De Commissie maakt de geactualiseerde waarden binnen twee weken na de actualisering ter informatie in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie bekend.

Om te zorgen voor de gelijkwaardigheid in koopkracht van de in Brussel betaalde bezoldiging en de in andere standplaatsen in derde landen betaalde bezoldiging, berekent Eurostat de economische pariteiten. De aanpassingscoëfficiënt wordt vastgesteld door de economische pariteit te delen door de wisselkoers. De wisselkoersen worden vastgesteld in overeenstemming met de uitvoeringsvoorschriften van de algemene begroting van de EU en komen overeen met de datum van toepassing van de aanpassingscoëfficiënten.

3.4.Tussentijdse actualisering van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU, binnen de EU (artikel 65, lid 2, van het Statuut)

Artikel 65, lid 2, van het Statuut bepaalt dat in het geval van een aanzienlijke wijziging van de kosten van levensonderhoud, de in artikel 65, lid 1, bedoelde bedragen en de in artikel 64 bedoelde aanpassingscoëfficiënten overeenkomstig bijlage XI worden geactualiseerd. De Commissie maakt de geactualiseerde bedragen en aanpassingscoëfficiënten binnen twee weken na de actualisering ter informatie bekend in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie.

Overeenkomstig artikel 4, lid 1, van bijlage XI bij het Statuut, wordt een tussentijdse actualisering van de bezoldigingen en pensioenen, die ingaat op 1 januari, uitgevoerd in het geval van aanzienlijke wijzigingen van de kosten van levensonderhoud tussen juni en december (ten opzichte van de in artikel 6 van bijlage XI bij het Statuut vastgestelde drempelwaarde), waarbij tevens rekening wordt gehouden met de prognose inzake de ontwikkeling van de koopkracht tijdens de lopende referentieperiode van één jaar. De tussentijdse actualiseringen worden in aanmerking genomen bij de jaarlijkse actualisering van de salarissen.

Bovendien moet op grond van artikel 6 van bijlage XI bij het Statuut een tussentijdse actualisering worden uitgevoerd voor alle standplaatsen (met inbegrip van Brussel en Luxemburg) als de drempelwaarde in Brussel en Luxemburg is bereikt of overschreden (gemeten naar de gezamenlijke index tussen juni en december). Indien deze drempelwaarde voor Brussel en Luxemburg niet is bereikt, hoeft een tussentijdse actualisering alleen uitgevoerd te worden voor die plaatsen waar de drempelwaarde is bereikt of overschreden.

Overeenkomstig artikel 7 van bijlage XI bij het Statuut is de waarde van de tussentijdse actualisering de gemeenschappelijke index, in voorkomend geval vermenigvuldigd met de helft van de prognose van de specifieke indicator, als deze waarde negatief is.

De aanpassingscoëfficiënten zijn gelijk aan de verhouding tussen de betrokken economische pariteit en de betrokken wisselkoers als bedoeld in artikel 63 van het Statuut, die, als de actualiseringsdrempel niet is bereikt voor België en Luxemburg, wordt vermenigvuldigd met de waarde van de actualisering.

3.5.Tussentijdse actualiseringen van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen van ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten van de EU die in derde landen werkzaam zijn (artikel 13, lid 2, van bijlage X bij het Statuut)

Indien uit de jaarlijkse actualisering - overeenkomstig artikel 13, lid 1, van bijlage X bij het Statuut (zie punt 3.3. hierboven) - van de bezoldigingen van de ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten van de EU die in derde landen werkzaam zijn, blijkt dat de aan de hand van de aanpassingscoëfficiënt en de desbetreffende wisselkoers gemeten wijziging van de kosten van levensonderhoud sinds de laatste actualisering voor een bepaald land meer dan 5% bedraagt, vindt er een tussentijdse actualisering plaats voor de aanpassing van die coëfficiënt volgens de in artikel 13, lid 1, van bijlage X bij het Statuut genoemde procedure.

Om te zorgen voor de gelijkwaardigheid in koopkracht van de in Brussel betaalde bezoldiging en de in andere standplaatsen in derde landen betaalde bezoldiging, berekent Eurostat de economische pariteiten. De aanpassingscoëfficiënt wordt vastgesteld door de economische pariteit te delen door de wisselkoers. De wisselkoersen worden vastgesteld in overeenstemming met de uitvoeringsvoorschriften van de algemene begroting van de EU en komen overeen met de datum van toepassing van de aanpassingscoëfficiënten.

4.Actualisering 2023 van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU, alsmede van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen

De Commissie neemt nota van de verschillende actualiseringen van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU, die in overeenstemming met bijlage XI bij het Statuut worden uitgevoerd tijdens de referentieperiode van twaalf maanden tot 1 juli 2023 en die plaatsvinden vóór het einde van 2023. Deze actualiseringen, zoals in detail beschreven in de punten 4.1 tot en met 4.5 van dit hoofdstuk van het verslag, zijn gebaseerd op statistische gegevens opgesteld door het bureau voor de statistiek van de EU (Eurostat) in overleg met de nationale bureaus voor de statistiek van de lidstaten die de situatie per 1 juli 2023 van de lidstaten weerspiegelen 3 .

4.1.Tussentijdse actualisering 2023 van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU binnen de EU (artikel 65, lid 2, van het Statuut)

Overeenkomstig artikel 65, lid 2, van het Statuut en de artikelen 4 en 6 van bijlage XI bij het Statuut moesten de bezoldigingen en pensioenen op die plaatsen waar er sprake was van een aanzienlijke wijziging van de kosten van levensonderhoud, worden geactualiseerd.

Eurostat heeft in overleg met de nationale diensten voor de statistiek 4 berekend dat de ontwikkeling van de kosten van levensonderhoud voor België en Luxemburg, gemeten op basis van de gemeenschappelijke index, over de periode van juni 2022 tot en met december 2022 3,7% bedroeg.

De ontwikkeling van de kosten van levensonderhoud buiten België en Luxemburg gedurende de referentieperiode werd gemeten met behulp van de impliciete indexcijfers die door Eurostat worden berekend 5 . Deze indexcijfers komen overeen met het product van de gemeenschappelijke index en de schommeling van de economische pariteit.

De drempelwaarde voor een aanzienlijke wijziging van de kosten van levensonderhoud komt overeen met een percentage van 6% voor een periode van twaalf maanden (3% voor een periode van zes maanden).

Aangezien de gemeenschappelijke index over de referentieperiode (juni 2022 tot december 2022) 103,7 bedroeg (d.w.z. 3,7 %), overschreed de schommeling de gespecificeerde drempel (± 3,0 %). Als gevolg hiervan moeten de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU voor alle standplaatsen worden geactualiseerd volgens de jaarlijkse actualiseringsprocedure.

Eurostat heeft ook berekend dat de voorspelde globale specifieke indicator (hierna “GSI” genoemd) voor de referentieperiode juli 2022 tot juli 2023 – 3,8 % bedroeg. Wanneer de prognose een negatief percentage voorspelt, moet krachtens artikel 5 van bijlage XI bij het Statuut bij de berekening van de tussentijdse actualisering rekening worden gehouden met de helft daarvan (– 1,9 %).

Overeenkomstig artikel lid 7 van bijlage XI bij het Statuut is de waarde van de actualisering gelijk aan het product van de gezamenlijke index en de helft van de specifieke indicator, als die negatief is. De berekende algemene tussentijdse actualisering van de bezoldigingen en pensioenen in België en Luxemburg bedroeg derhalve 1,7 %.

De aanpassingscoëfficiënten zijn gelijk aan de verhouding tussen de betrokken economische pariteit en de betrokken wisselkoers die, als de drempelwaarde niet is bereikt voor België en Luxemburg, wordt vermenigvuldigd met de waarde van de tussentijdse actualisering.

Aangezien de in Litouwen en Polen gemeten impliciete indexen boven de drempelwaarde van 6 % lagen, vond de tussentijdse actualisering plaats met terugwerkende kracht tot 16 november 2022, overeenkomstig artikel 8 van bijlage XI. Aangezien de in Hongarije gemeten impliciete index boven de drempelwaarde van 10 % lag, vond de tussentijdse actualisering plaats met terugwerkende kracht tot 1 november 2022, overeenkomstig dezelfde bepaling.

Aangezien een algemene tussentijdse actualisering van de nominale bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren van Europese ambtenaren in België en Luxemburg plaatsvond, werden alle aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op alle intra-EU-standplaatsen, pensioenen en overdrachten geactualiseerd, samen met de referentiebedragen die zijn vastgesteld in artikel 65, lid 1, van het Statuut.

Derhalve maakte de Commissie op 15 juni 2023 in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie de geactualiseerde bedragen bekend waarnaar wordt verwezen in artikel 65, lid 1, tweede alinea, van het Statuut, alsook de aanpassingscoëfficiënten die binnen de EU vanaf 1 januari 2023 van toepassing zijn op de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU 6 , zoals aangegeven in bijlage IV bij dit verslag.

4.2.Actualisering 2023 van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU (artikel 65, lid 1, tweede alinea, van het Statuut)

Overeenkomstig artikel 1 van bijlage XI bij het Statuut heeft Eurostat een verslag opgesteld over de ontwikkeling van de kosten van levensonderhoud in België en Luxemburg, de ontwikkeling van de koopkracht van de bezoldigingen van de nationale ambtenaren en de economische pariteiten waaruit de aanpassingscoëfficiënten voortvloeien 7 .

De gemiddelde ontwikkeling van de koopkracht van de bezoldigingen van de nationale ambtenaren voor de referentieperiode, gemeten met de specifieke indicator, is gelijk aan -1,8%.

De wijziging van de kosten van levensonderhoud in België en Luxemburg voor de referentieperiode, gemeten met het gemeenschappelijke indexcijfer dat door Eurostat werd berekend, bedraagt 4,6%.

Overeenkomstig artikel 3, lid 2, van bijlage XI bij het Statuut is de waarde van de actualisering gelijk aan het product van de specifieke indicator en het door Eurostat berekende gemeenschappelijke indexcijfer. De berekende actualisering van de bezoldigingen en pensioenen in België en Luxemburg bedraagt derhalve 2,7%. Op grond van artikel 3, lid 5, van bijlage XI bij het Statuut is in België en Luxemburg geen aanpassingscoëfficiënt van toepassing.

Overeenkomstig artikel 4, lid 2, van bijlage XI bij het Statuut moet bij de jaarlijkse actualisering van het salaris rekening worden gehouden met de tussentijdse actualisering (1,7 %), d.w.z. dat een resterende 1 % moet worden uitgevoerd in de jaarlijkse actualisering.

De resterende GSI (0,1 %) ligt onder de drempel als bedoeld in artikel 10 van bijlage XI bij het Statuut (bovengrens + 2 %, ondergrens – 2 %). De matigingsclausule wordt derhalve niet in werking gezet.

Aangezien de laatste geraamde ontwikkeling van het bbp in reële termen positief is (+1,4%) 8 , is de uitzonderingsclausule volgens artikel 11 van bijlage XI bij het Statuut niet van toepassing.

Bijgevolg zal de Commissie tegen het einde van 2023 in de C-reeks van het Publicatieblad de in artikel 65, lid 1, tweede alinea, van het Statuut bedoelde geactualiseerde bedragen bekendmaken die vanaf 1 juli 2023 van toepassing zijn op de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie, zoals aangegeven in bijlage I bij dit verslag.

4.3.Jaarlijkse actualisering van de aanpassingscoëfficiënten die zijn toegepast op de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU (artikel 64, tweede alinea)

Overeenkomstig artikel 1 van bijlage XI bij het Statuut heeft Eurostat een verslag opgesteld over de ontwikkeling van de kosten van levensonderhoud in België en Luxemburg, de ontwikkeling van de koopkracht van de bezoldigingen van de nationale ambtenaren en de economische pariteiten waaruit de aanpassingscoëfficiënten voortvloeien 9 .

Buiten België en Luxemburg wordt de actualisering van de bezoldigingen en pensioenen verkregen door vermenigvuldiging van de aanpassing in België en Luxemburg met de ontwikkeling van de aanpassingscoëfficiënten en de wisselkoers.

De aanpassingscoëfficiënten voor de bezoldigingen, de pensioenen en de overmakingen van een deel van de bezoldiging zijn als volgt berekend door Eurostat.

4.3.1.Aanpassingscoëfficiënten voor personeelsleden buiten België en Luxemburg

In overleg met de nationale diensten voor de statistiek heeft Eurostat de economische pariteiten berekend die zorgen voor de gelijkwaardigheid in koopkracht van de bezoldigingen tussen Brussel en de andere standplaatsen per 1 juli 2023.

De aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren en de andere personeelsleden die in de lidstaten buiten België en Luxemburg werkzaam zijn, worden verkregen door de economische pariteiten en de wisselkoersen op 1 juli 2023 aan elkaar te relateren.

Wanneer de impliciete index met meer dan 6 % (en minder dan 10 %) verandert, moet de actualisering volgens artikel 8 van bijlage XI bij het Statuut van kracht worden op 16 mei. Dit is het geval in Zagreb, Boedapest en Ljubljana.

Derhalve zal de Commissie tegen het einde van 2023 in de C-reeks van het Publicatieblad de aanpassingscoëfficiënten publiceren die vanaf 16 mei en 1 juli 2023 van toepassing zijn op de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie, zoals aangegeven in bijlage I bij dit verslag.

4.3.2.Aanpassingscoëfficiënten voor de pensioenen buiten België en Luxemburg en aanpassingscoëfficiënten voor de overmakingen

In overleg met de nationale diensten voor de statistiek heeft Eurostat de economische pariteiten berekend die zorgen voor gelijkwaardigheid in koopkracht van de pensioenen tussen België en de andere landen van verblijf per 1 juli 2023.

De aanpassingscoëfficiënten die zijn berekend voor de pensioenen van de personen die buiten België en Luxemburg verblijven, worden verkregen door de economische pariteiten en de wisselkoersen op 1 juli 2023 aan elkaar te relateren. Overeenkomstig artikel 20 van bijlage XIII bij het Statuut zijn de aanpassingscoëfficiënten voor de pensioenen uitsluitend van toepassing op het deel van het pensioen dat overeenkomt met de vóór 1 mei 2004 verworven rechten.

Overeenkomstig artikel 17 van bijlage VII bij het Statuut zijn deze aanpassingscoëfficiënten rechtstreeks van toepassing op de overmakingen door de ambtenaren en de andere personeelsleden.

Wanneer de impliciete index met meer dan 6 % verandert, moet de actualisering volgens artikel 8 van bijlage XI bij het Statuut van kracht worden op 16 mei. Dit is het geval in Bulgarije, Duitsland, Estland, Ierland, Kroatië, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Tsjechië en Zweden. Wanneer de impliciete index met meer dan 10 % verandert, moet de actualisering volgens dezelfde bepaling van kracht worden op 1 mei. Dit is het geval in Hongarije.

Bijgevolg zal de Commissie tegen het einde van 2023 in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie de aanpassingscoëfficiënten bekendmaken die vanaf 1 mei, 16 mei en 1 juli 2023 van toepassing zijn op de pensioenen betaald buiten België en Luxemburg en de aanpassingscoëfficiënten voor overmaking van bezoldigingen door de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie, zoals aangegeven in bijlage I bij dit verslag.

4.4.Jaarlijkse actualisering 2023 van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen van ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten van de EU die in derde landen werkzaam zijn (artikel 13, lid 1, van bijlage X bij het Statuut)

De statistieken waarover de Commissie beschikt, omvatten een lijst van 143 standplaatsen. Economische pariteiten werden echter niet gepresenteerd waar gegevens niet beschikbaar of onbetrouwbaar waren vanwege lokale instabiliteit of andere redenen.

De aanpassingscoëfficiënten voor alle standplaatsen buiten de EU werden berekend op 1 juli 2023. De jaarlijkse actualisering omvat de aanpassingscoëfficiënten die zijn afgeleid van de door Eurostat voor 1 juli 2023 meegedeelde pariteiten.

Bijgevolg zal de Commissie tegen het einde van 2023 in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie de aanpassingscoëfficiënten bekendmaken die vanaf 1 juli 2023 van toepassing zijn op de bezoldigingen van ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten van de Europese Unie, zoals aangegeven in bijlage II bij dit verslag.

4.5.Tussentijdse actualiseringen 2023 van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen van ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten van de EU die in derde landen werkzaam zijn (artikel 13, lid 2, van bijlage X bij het Statuut)

4.5.1.Voor de periode augustus 2022 – januari 2023

Uit de statistieken waarover de Commissie beschikt 10 , bleek dat voor een aantal derde landen de aan de hand van de aanpassingscoëfficiënt en de desbetreffende wisselkoers gemeten wijziging van de kosten van levensonderhoud meer dan 5% bedroeg sinds de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de in de valuta van het land van de standplaats uitbetaalde bezoldiging van de ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten van de EU die in derde landen werkzaam zijn, de laatste keer werden vastgesteld, d.w.z. sinds 1 juli 2022.

Overeenkomstig de tweede alinea van artikel 13 van bijlage X bij het Statuut moest in een dergelijk geval een tussentijdse actualisering van de aanpassingscoëfficiënt plaatsvinden volgens de procedure van bijlage XI bij het Statuut.

Zoals beschreven in hoofdstuk 4.1 hiervoor vond een tussentijdse actualisering plaats met terugwerkende kracht tot 1 januari 2023. Als gevolg van de actualisering van de in artikel 65 van het Statuut bedoelde bedragen, zijn alle aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de in de valuta van het land van de standplaats uitbetaalde bezoldiging van de ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten van de EU die in derde landen werkzaam zijn, geactualiseerd, ongeacht de drempel van 5 % die is vastgesteld in artikel 13 van bijlage X bij het Statuut.

De tussentijdse actualisering definieert de aanpassingscoëfficiënten die zijn afgeleid van de door Eurostat meegedeelde pariteiten voor respectievelijk 1 augustus, 1 september, 1 oktober, 1 november, 1 december 2022 en 1 januari 2023.

Derhalve heeft de Commissie op 15 juni 2023 in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie zes maandelijkse tabellen gepubliceerd waarin de betrokken landen, de respectieve aanpassingscoëfficiënten en de toepasselijke datums voor elk ervan zijn opgenomen 11 , zoals aangegeven in bijlage V bij dit verslag.

4.5.2.Voor de periode februari 2023 – juni 2023

Uit de statistieken waarover de Commissie 12 beschikt, blijkt dat voor een aantal derde landen de aan de hand van de aanpassingscoëfficiënt en de desbetreffende wisselkoers gemeten wijziging van de kosten van levensonderhoud meer dan 5 % bedraagt sinds de laatste vaststelling van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de in de valuta van het land van de standplaats uitbetaalde bezoldiging van de ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten van de Europese Unie die in derde landen werkzaam zijn.

Overeenkomstig de tweede alinea van artikel 13 van bijlage X bij het Statuut moest in een dergelijk geval een tussentijdse actualisering van de aanpassingscoëfficiënt plaatsvinden volgens de procedure van bijlage XI bij het Statuut.

De tussentijdse actualisering geeft de aanpassingscoëfficiënten weer die zijn afgeleid van de door Eurostat meegedeelde pariteiten voor respectievelijk 1 februari, 1 maart, 1 april, 1 mei en 1 juni 2023.

Bijgevolg zal de Commissie tegen eind 2023 in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie vijf maandelijkse tabellen bekendmaken waarin de betrokken landen, de respectieve aanpassingscoëfficiënten en de toepasselijke datums voor elk ervan zijn opgenomen, zoals aangegeven in bijlage III bij dit verslag.

5.Budgettaire gevolgen van de actualiseringen 2023 van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU en de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen

Hieronder volgt een gedetailleerde raming van de budgettaire gevolgen van de actualiseringen voor de bezoldigingen en pensioenen van het EU-personeel in 2023.

5.1.Tussentijdse actualisering 2023 van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU (artikel 65, lid 2, van het Statuut)

De actualisering van de in artikel 65, lid 1, tweede alinea, van het Statuut bedoelde bedragen heeft financiële gevolgen voor alle begrotingsonderdelen met betrekking tot personeelsuitgaven in alle instellingen en agentschappen waarop het Statuut van toepassing is.

                               In miljoen EUR

Rubriek VII

Overige rubrieken (I tot en met VI)

Jaar
2023

Jaar
2024

Verdere jaren

Jaar
2023

Jaar
2024

Verdere jaren

Geraamde gevolgen voor de uitgaven

+ 136,5

+ 136,5

+ 136,5

+ 41,0

+ 41,0

+ 41,0

Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

+ 22,0

+ 22,0

+ 22,0

+ 6,2

+ 6,2

+ 6,2

5.2.Tussentijdse actualisering 2023 van de aanpassingscoëfficiënten die binnen de EU van toepassing zijn op de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU (artikel 64, tweede alinea, en artikel 20, lid 1, van bijlage XIII)

De actualisering met ingang van 1 januari 2023 van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen en pensioenen van EU-personeel in de lidstaten, buiten Brussel en Luxemburg, heeft financiële gevolgen voor verschillende begrotingsonderdelen met betrekking tot personeelsuitgaven.

                               In miljoen EUR

Rubriek VII

Overige rubrieken (I tot en met VI)

Jaar
2023

Jaar
2024

Verdere jaren

Jaar
2023

Jaar
2024

Verdere jaren

Geraamde gevolgen voor de uitgaven

-1,5

-1,5

-1,5

+ 2,4

+ 2,4

+ 2,4

5.3.Jaarlijkse actualisering 2023 van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU (artikel 65, lid 1, tweede alinea, van het Statuut)

De jaarlijkse actualisering van de in artikel 65, lid 1, tweede alinea, van het Statuut bedoelde bedragen heeft financiële gevolgen voor alle begrotingsonderdelen met betrekking tot personeelsuitgaven in alle instellingen en agentschappen waarop het Statuut van toepassing is.                            

                               In miljoen EUR

Rubriek VII

Overige rubrieken (I tot en met VI)

Jaar
2023

Jaar
2024

Verdere jaren

Jaar
2023

Jaar
2024

Verdere jaren

Geraamde gevolgen voor de uitgaven

+ 40,9

+ 81,9

+ 81,9

+ 12,4

+ 24,7

+ 24,7

Geraamde gevolgen voor de ontvangsten

+ 6,7

+ 13,1

+ 13,1

+ 1,9

+ 3,8

+3,8

5.4.Actualisering 2023 van de aanpassingscoëfficiënten die binnen de EU van toepassing zijn op de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU (artikel 64, tweede alinea, en artikel 20, lid 1, van bijlage XIII)

De jaarlijkse actualisering met ingang van 1 juli 2023 van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen en pensioenen van EU-personeel in de lidstaten, buiten Brussel en Luxemburg, heeft financiële gevolgen voor verschillende begrotingsonderdelen met betrekking tot personeelsuitgaven.

                               In miljoen EUR

Rubriek VII

Overige rubrieken (I tot en met VI)

Jaar
2023

Jaar
2024

Verdere jaren

Jaar
2023

Jaar
2024

Verdere jaren

Geraamde gevolgen voor de uitgaven

+8,7

+17,4

+17,4

+ 15,6

+31,3

+ 31,3

5.5.Jaarlijkse actualisering 2023 van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen van ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten van de EU die in derde landen werkzaam zijn (artikel 13, lid 1, van bijlage X bij het Statuut)

De jaarlijkse actualisering met ingang van 1 juli 2023 van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldiging van het EU-personeel in derde landen, heeft financiële gevolgen voor verschillende begrotingsonderdelen met betrekking tot personeelsuitgaven in rubriek VII.

In miljoen EUR

Rubriek VII

Jaar
2023

Jaar
2024

Verdere jaren

Geraamde gevolgen voor de uitgaven

- 0,05

- 0,1

- 0,1

5.6.Tussentijdse actualiseringen 2023 van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen van ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten van de EU die in derde landen werkzaam zijn (artikel 13, lid 2, van bijlage X bij het Statuut)

5.6.1.Voor de periode augustus 2022 – januari 2023

De tussentijdse actualisering met ingang van 1 augustus 2022, 1 september 2022, 1 oktober 2022, 1 november 2022, 1 december 2022 en 1 januari 2023 van bepaalde aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldiging van het EU-personeel in derde landen, heeft financiële gevolgen voor verschillende begrotingsonderdelen met betrekking tot personeelsuitgaven in rubriek VII.

In miljoen EUR

Rubriek VII

Jaar
2022

Jaar
2023

Verdere jaren

Geraamde gevolgen voor de uitgaven

+0,01

+0,02

+0,02

5.6.2.Voor de periode februari 2023 – juni 2023

De tussentijdse actualisering met ingang van 1 februari 2023, 1 maart 2023, 1 april 2023, 1 mei 2023 en 1 juni 2023 van bepaalde aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldiging van het EU-personeel in derde landen, heeft financiële gevolgen voor verschillende begrotingsonderdelen met betrekking tot personeelsuitgaven in rubriek VII.

In miljoen EUR

Rubriek VII

Jaar
2023

Jaar
2024

Verdere jaren

Geraamde gevolgen voor de uitgaven

+ 0,04

+ 0,04

+0,04

Bijlagen:

(1)Ontwerp-bekendmaking in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie – Actualisering 2023 van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de EU en de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen

(2)Ontwerp-bekendmaking in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie – Actualisering 2023 van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen van ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten van de EU die in derde landen werkzaam zijn

(3)Ontwerp-bekendmaking in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie – Tussentijdse actualisering 2023 van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen van ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten van de EU die in derde landen werkzaam zijn

(4)Bekendmaking in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie – Tussentijdse actualisering 2023 van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie en de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op deze bezoldigingen en pensioenen 13

(5)Bekendmaking in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie – Tussentijdse actualisering 2023 van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen van ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten van de EU die in derde landen werkzaam zijn 14

(1)      Eurostat berekent elk jaar de afname/toename van de koopkracht van de nationale ambtenaren en de EU-ambtenaren. De database begint in 2004, toen het Statuut aanzienlijk werd gewijzigd. De onderliggende beginselen van de statistische berekening van de jaarlijkse aanpassingen/actualiseringen voor de periode 2004-2013 en 2014-2023 zijn wezenlijk dezelfde, hoewel dient te worden opgemerkt dat de onderliggende steekproef van EU-lidstaten die wordt gebruikt om de globale specifieke indicator vast te stellen, is toegenomen van acht (voor de periode vanaf 2004) tot elf (voor de periode 2014-2020) en vervolgens terug naar tien (na de terugtrekking van het Verenigd Koninkrijk). Vóór 2004 werden gegevens voor de hele EU15 gebruikt. Mocht sinds 2004 de hele EU zijn gebruikt in plaats van de in het Statuut gespecificeerde steekproef van lidstaten, dan zou een andere ontwikkeling in de tijdreeksen van de jaarlijkse salarisaanpassingen/actualiseringen zijn waargenomen.
(2)      De impliciete index stemt overeen met het product van de gezamenlijke index voor Brussel en Luxemburg, vermenigvuldigd met de pariteitswijziging in de desbetreffende standplaats.
(3)      In het bijzonder wordt verwezen naar de volgende rapporten van Eurostat:
(4)      Verslag van Eurostat van 16 mei 2023 over de tussentijdse actualisering van de bezoldigingen en pensioenen van EU-ambtenaren in overeenstemming met de artikelen 64 en 65 en bijlage XI van het Statuut van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie.
(5)      Idem.
(6)      PB C 208 van 15.6.2023, blz. 4.
(7)      Verslag van Eurostat van 27 oktober 2023 over de jaarlijkse actualisering 2023 van de bezoldigingen en pensioenen van de EU-ambtenaren in overeenstemming met de artikelen 64 en 65 en bijlage XI van het Statuut van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie tot aanpassing met ingang van 1 juli 2023 van de bezoldiging van actieve medewerkers en de pensioenen van gepensioneerde werknemers, en tot actualisering met ingang van 1 juli 2023 van de aanpassingscoëfficiënten van toepassing op de bezoldiging van actieve medewerkers die in intra-EU- en extra-EU-standplaatsen werkzaam zijn, op de pensioenen van gepensioneerde medewerkers volgens hun land van verblijf en voor pensioenoverdrachten.
(8)      De economische najaarsprognose van DG ECFIN van 15 november 2023 voorspelt een bescheiden herstel na een moeilijk jaar.. Daarin wordt nu een bbp-groei in 2023 van 0,6 % voorspeld in zowel de EU als de eurozone, die naar verwachting zal verbeteren tot 1,3 % in 2024. Deze cijfers bevestigen dat de niet-toepassing van de uitzonderingsclausule van artikel 11 van bijlage XI juist is.
(9)      Verslag van Eurostat van 27 oktober 2023 over de actualisering 2023 van de bezoldigingen en pensioenen van de EU-ambtenaren (zie voetnoot 2 hierboven).
(10)      Verslag van Eurostat van 15 mei 2023 over de tussentijdse aanpassing van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen van in delegaties buiten de EU werkzame ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 64, bijlage X en bijlage XI van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie.
(11)      PB C 208 van 15.6.2023, blz. 5.
(12)      Verslag van Eurostat van 23 oktober 2023 over de tussentijdse aanpassing van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen van in delegaties buiten de EU werkzame ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten van de Europese Unie, overeenkomstig artikel 64, bijlage X en bijlage XI van het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden van de Unie.
(13)      PB C 208 van 15 juni 2023, blz. 4.
(14)      PB C 208 van 15.6.2023, blz. 5.

Brussel, 13.12.2023

COM(2023) 788 final

BIJLAGEN

bij

Verslag van de Commissie aan het Europees Parlement en de Raad

betreffende de gegevens met betrekking tot de budgettaire gevolgen van de jaarlijkse actualisering 2023 van de bezoldigingen en pensioenen van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie en de daarop toegepaste aanpassingscoëfficiënten








BIJLAGE I

JAARLIJKSE ACTUALISERING 2023 VAN DE BEZOLDIGINGEN EN PENSIOENEN VAN DE AMBTENAREN EN DE ANDERE PERSONEELSLEDEN VAN DE EUROPESE UNIE, ALSMEDE VAN DE AANPASSINGSCOËFFICIËNTEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DEZE BEZOLDIGINGEN EN PENSIOENEN 1

1.1. Tabel van het maandelijkse basissalaris voor elke rang en salaristrap in de functiegroepen AD en AST als bedoeld in artikel 66 van het Statuut, van toepassing vanaf 1 juli 2023:

1.7.2023

TRAPPEN

RANGEN

1

2

3

4

5

16

21 423,29

22 323,53

23 261,59

15

18 934,61

19 730,28

20 559,35

21 131,35

21 423,29

14

16 735,00

17 438,26

18 171,03

18 676,57

18 934,61

13

14 790,98

15 412,50

16 060,14

16 506,99

16 735,00

12

13 072,74

13 622,07

14 194,50

14 589,40

14 790,98

11

11 554,11

12 039,62

12 545,54

12 894,59

13 072,74

10

10 211,93

10 641,03

11 088,19

11 396,67

11 554,11

9

9 025,62

9 404,89

9 800,12

10 072,75

10 211,93

8

7 977,14

8 312,35

8 661,64

8 902,63

9 025,62

7

7 050,47

7 346,74

7 655,45

7 868,45

7 977,14

6

6 231,42

6 493,29

6 766,13

6 954,39

7 050,47

5

5 507,55

5 738,98

5 980,14

6 146,53

6 231,42

4

4 867,76

5 072,29

5 285,44

5 432,50

5 507,55

3

4 302,25

4 483,07

4 671,45

4 801,40

4 867,76

2

3 802,49

3 962,27

4 128,77

4 243,65

4 302,25

1

3 360,76

3 501,98

3 649,13

3 750,70

3 802,49

2. Tabel van het maandelijkse basissalaris voor elke rang en salaristrap in de functiegroepen AST/SC als bedoeld in artikel 66 van het Statuut, van toepassing vanaf 1 juli 2023:

1.7.2023

TRAPPEN

 

RANGEN

1

2

3

4

5

6

5 463,84

5 693,45

5 932,69

6 097,72

6 181,98

5

4 829,11

5 032,04

5 244,24

5 389,38

5 463,84

4

4 268,14

4 447,48

4 634,39

4 763,31

4 829,11

3

3 772,31

3 930,83

4 096,03

4 209,96

4 268,14

2

3 334,09

3 474,21

3 620,21

3 720,91

3 772,31

1

2 946,79

3 070,62

3 199,66

3 288,65

3 334,09

3. Tabel van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen en pensioenen van ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie als bedoeld in artikel 64 van het Statuut, die het volgende omvat:

- de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 64 van het Statuut met ingang van 1 juli 2023 van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren en de andere personeelsleden (kolom 2 van de onderstaande tabel);

- de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 17, lid 3, van bijlage VII bij het Statuut met ingang van 1 januari 2024 van toepassing zijn op de overmakingen van de ambtenaren en de andere personeelsleden (kolom 3 van de onderstaande tabel);

- de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 20, lid 1, van bijlage XIII bij het Statuut met ingang van 1 juli 2023 van toepassing zijn op de pensioenen (kolom 4 van de onderstaande tabel).

 

Bezoldiging

Overmaking

Pensioen

Land/Plaats

1.7.2023

1.1.2024

1.7.2023

Bulgarije

68,6

65,3

 

Tsjechië

102,9

91,1

 

Denemarken

131,4

136,6

136,6

Duitsland

103,4

105,5

105,5

Karlsruhe

96,8

 

 

München

115,3

 

 

Estland

98,9

103,8

103,8 

Ierland

139,6

137,6

137,6

Griekenland

89,6

85,3

 

Spanje

94,7

91,4

 

Frankrijk

119,5

111,5

111,5

Kroatië

84,8

74,7

 

Italië

97,3

98,8

 

Varese

95,0

 

 

Cyprus

82,5

84,6

 

Letland

88,0

82,3

 

Litouwen

93,4

82,7

 

Hongarije

86,7

76,7

 

Malta

93,2

97,4

 

Nederland

114,6

114,5

114,5

Oostenrijk

112,0

115,4

115,4

Polen

80,5

70,9

 

Portugal

96,6

90,7

 

Roemenië

74,6

65,3

 

Slovenië

91,9

89,2

 

Slowakije

84,8

86,7

 

Finland

118,6

121,9

121,9

Zweden

115,8

109,9

109,9

Verenigd Koninkrijk

 

130,0

4.1. Met ingang van 1 juli 2023 bedraagt de toelage voor het in artikel 42bis, tweede alinea, van het Statuut bedoelde ouderschapsverlof 1 154,44 euro.

4.2. Met ingang van 1 juli 2023 bedraagt de toelage voor het in artikel 42bis, derde alinea, van het Statuut bedoelde ouderschapsverlof 1 539,27 euro.

5.1. Met ingang van 1 juli 2023 wordt het basisbedrag van de kostwinnerstoelage als bedoeld in artikel 1, lid 1, van bijlage VII bij het Statuut vastgesteld op 215,91 euro.

5.2. Met ingang van 1 juli 2023 wordt de kindertoelage als bedoeld in artikel 2, lid 1, van bijlage VII bij het Statuut vastgesteld op 471,80 euro.

5.3. Met ingang van 1 juli 2023 wordt de schooltoelage als bedoeld in artikel 3, lid 1, van bijlage VII bij het Statuut vastgesteld op 320,12 euro.

5.4. Met ingang van 1 juli 2023 wordt de schooltoelage als bedoeld in artikel 3, lid 2, van bijlage VII bij het Statuut vastgesteld op 115,26 euro.

5.5. Met ingang van 1 juli 2023 wordt het minimumbedrag van de ontheemdingstoelage als bedoeld in artikel 69 van het Statuut en in artikel 4, lid 1, tweede alinea, van bijlage VII bij het Statuut vastgesteld op 639,94 euro.

5.6. Met ingang van 1 juli 2023 bedraagt de in artikel 134 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden bedoelde ontheemdingstoelage 460,03 euro.

6.1. Met ingang van 1 juli 2023 bedraagt de in artikel 7, lid 2, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde kilometervergoeding:

0 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van

0 tot 200 km

0,2380 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van

201 tot 1 000 km

0,3968 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van

1 001 tot 2 000 km

0,2380 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van

2 001 tot 3 000 km

0,0792 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van

3 001 tot 4 000 km

0,0382 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van

4 001 tot 10 000 km

0 EUR per km voor het gedeelte van de afstand dat hoger ligt dan

10 000 km.

6.2. Met ingang van 1 juli 2023 bedraagt het in artikel 7, lid 2, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde forfaitaire supplement bij de kilometervergoeding:

– 119,01 EUR als de geografische afstand tussen de in lid 1 bedoelde plaatsen tussen 600 en 1 200 km bedraagt;

– 238,01 EUR als de geografische afstand tussen de in lid 1 bedoelde plaatsen meer dan 1 200 km bedraagt.

7.1. Met ingang van 1 januari 2023 bedraagt de in artikel 8, lid 2, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde kilometervergoeding:

0 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van

0 tot 200 km

0,4799 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van

201 tot 1 000 km

0,7998 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van

1 001 tot 2 000 km

0,4799 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van

2 001 tot 3 000 km

0,1598 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van

3 001 tot 4 000 km

0,0772 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van

4 001 tot 10 000 km

0 EUR per km voor het gedeelte van de afstand dat hoger ligt dan

10 000 km. 

7.2. Met ingang van 1 januari 2023 bedraagt het in artikel 8, lid 2, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde forfaitaire supplement bij de kilometervergoeding:

– 239,93 EUR als de geografische afstand tussen de standplaats en de plaats van herkomst tussen 600 en 1 200 km bedraagt;

– 479,81 EUR als de geografische afstand tussen de standplaats en de plaats van herkomst meer dan 1 200 km bedraagt.

8. Met ingang van 1 juli 2023 bedraagt de in artikel 10, lid 1, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde dagvergoeding:

   49,59 euro voor ambtenaren die recht hebben op de kostwinnerstoelage;

   40,00 euro voor ambtenaren die geen recht hebben op de kostwinnerstoelage.

9. Met ingang van 1 juli 2023 bedraagt het minimumbedrag van de inrichtingsvergoeding als bedoeld in artikel 24, lid 3, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden:

   1 411,82 euro voor personeelsleden die recht hebben op de kostwinnerstoelage;

   839,45 EUR voor personeelsleden die geen recht hebben op de kostwinnerstoelage.

10.1. Met ingang van 1 juli 2023 bedragen de minimum- en maximumbedragen voor de werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 28 bis, lid 3, tweede alinea, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden:

– 1 693,18 EUR (minimumbedrag);

– 3 386,39 EUR (maximumbedrag).

10.2. Met ingang van 1 juli 2023 bedraagt het vaste bedrag als bedoeld in artikel 28 bis, lid 7, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden:

– 1 539,27 EUR.

11. Tabel met de bedragen van de basissalarissen als bedoeld in artikel 93 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, van toepassing vanaf 1 juli 2023:

FUNCTIEGROEPEN

1.7.2023

TRAPPEN

 

 

FUNCTIES

RANGEN

1

2

3

4

5

6

7

IV

18

7 385,15

7 538,73

7 695,48

7 855,53

8 018,91

8 185,66

8 355,86

 

17

6 527,20

6 662,91

6 801,48

6 942,93

7 087,31

7 234,69

7 385,15

 

16

5 768,89

5 888,85

6 011,32

6 136,33

6 263,95

6 394,23

6 527,20

 

15

5 098,67

5 204,71

5 312,96

5 423,45

5 536,24

5 651,35

5 768,89

 

14

4 506,36

4 600,07

4 695,74

4 793,38

4 893,10

4 994,81

5 098,67

 

13

3 982,82

4 065,66

4 150,20

4 236,53

4 324,61

4 414,55

4 506,36

III

12

5 098,61

5 204,63

5 312,88

5 423,35

5 536,11

5 651,24

5 768,76

 

11

4 506,33

4 600,01

4 695,67

4 793,31

4 893,00

4 994,74

5 098,61

 

10

3 982,81

4 065,63

4 150,18

4 236,50

4 324,58

4 414,52

4 506,33

 

9

3 520,14

3 593,34

3 668,07

3 744,36

3 822,22

3 901,68

3 982,81

 

8

3 111,21

3 175,91

3 241,97

3 309,37

3 378,20

3 448,44

3 520,14

II

7

3 520,06

3 593,29

3 668,01

3 744,29

3 822,20

3 901,68

3 982,82

 

6

3 111,08

3 175,76

3 241,83

3 309,25

3 378,08

3 448,34

3 520,06

 

5

2 749,58

2 806,76

2 865,15

2 924,75

2 985,56

3 047,68

3 111,08

 

4

2 430,10

2 480,65

2 532,25

2 584,92

2 638,68

2 693,56

2 749,58

I

3

2 993,70

3 055,82

3 119,25

3 183,98

3 250,05

3 317,52

3 386,39

 

2

2 646,55

2 701,48

2 757,55

2 814,78

2 873,20

2 932,84

2 993,70

 

1

2 339,68

2 388,25

2 437,80

2 488,38

2 540,04

2 592,75

2 646,55

12. Met ingang van 1 juli 2023 wordt het minimumbedrag van de inrichtingsvergoeding als bedoeld in artikel 94 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, vastgesteld op:

   1 061,93 EUR voor personeelsleden die recht hebben op de kostwinnerstoelage;

   629,61 EUR voor personeelsleden die geen recht hebben op de kostwinnerstoelage.

13.1. Met ingang van 1 juli 2023 worden de minimum- en maximumbedragen voor de werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 96, lid 3, tweede alinea, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, vastgesteld op:

– 1 269,89 EUR (minimumbedrag);

– 2 539,75 EUR (maximumbedrag).

13.2. Met ingang van 1 juli 2023 wordt het vaste bedrag als bedoeld in artikel 96, lid 7, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden vastgesteld op 1 154,45 EUR.

13.3. Met ingang van 1 juli 2023 worden de minimum- en maximumbedragen voor de werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 136 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, vastgesteld op:

- 1 117,21 euro (minimumbedrag);

- 2 628,78 euro (maximumbedrag).

14. Het bedrag van de in artikel 1, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 300/76 van de Raad 2 bedoelde toeslagen voor continu- of ploegendienst is vastgesteld op:

– 483,92 euro;

– 730,40 euro;

– 798,61 euro;

– 1 088,75 euro.

15. Met ingang van 1 juli 2023 wordt op de in artikel 4 van Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad 3 genoemde bedragen een coëfficiënt toegepast van - 6,9855.



16. Tabel van de bedragen als bedoeld in artikel 8, lid 2, van bijlage XIII bij het Statuut van toepassing met ingang van 1 juli 2023:

1.7.2023

TRAPPEN

RANGEN

1

2

3

4

5

6

7

8

16

21 423,29

22 323,53

23 261,59

15

18 934,61

19 730,28

20 559,35

21 131,35

21 423,29

22 323,53

 

 

14

16 735,00

17 438,26

18 171,03

18 676,57

18 934,61

19 730,28

20 559,35

21 423,29

13

14 790,98

15 412,50

16 060,14

16 506,99

16 735,00

 

 

 

12

13 072,74

13 622,07

14 194,50

14 589,40

14 790,98

15 412,50

16 060,14

16 735,00

11

11 554,11

12 039,62

12 545,54

12 894,59

13 072,74

13 622,07

14 194,50

14 790,98

10

10 211,93

10 641,03

11 088,19

11 396,67

11 554,11

12 039,62

12 545,54

13 072,74

9

9 025,62

9 404,89

9 800,12

10 072,75

10 211,93

 

 

 

8

7 977,14

8 312,35

8 661,64

8 902,63

9 025,62

9 404,89

9 800,12

10 211,93

7

7 050,47

7 346,74

7 655,45

7 868,45

7 977,14

8 312,35

8 661,64

9 025,62

6

6 231,42

6 493,29

6 766,13

6 954,39

7 050,47

7 346,74

7 655,45

7 977,14

5

5 507,55

5 738,98

5 980,14

6 146,53

6 231,42

6 493,29

6 766,13

7 050,47

4

4 867,76

5 072,29

5 285,44

5 432,50

5 507,55

5 738,98

5 980,14

6 231,42

3

4 302,25

4 483,07

4 671,45

4 801,40

4 867,76

5 072,29

5 285,44

5 507,55

2

3 802,49

3 962,27

4 128,77

4 243,65

4 302,25

4 483,07

4 671,45

4 867,76

1

3 360,76

3 501,98

3 649,13

3 750,70

3 802,49

 

 

 

17. Met ingang van 1 juli 2023 wordt, voor de toepassing van artikel 18, lid 1, van bijlage XIII bij het Statuut, de vaste vergoeding genoemd in het vroegere artikel 4 bis van bijlage VII bij het Statuut dat vóór 1 mei 2004 van kracht was, vastgesteld op:

– 166,94 euro per maand voor ambtenaren in de rangen C4 of C5;

– 255,96 euro per maand voor ambtenaren in de rangen C1, C2 of C3.

18. Tabel met de bedragen van de basissalarissen als bedoeld in artikel 133 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, van toepassing vanaf 1 juli 2023:

Rang

1

2

3

4

5

6

7

Basissalaris voltijds medewerker

2 128,21

2 479,37

2 688,15

2 914,53

3 159,94

3 426,06

3 714,58

Rang

8

9

10

11

12

13

14

Basissalaris voltijds medewerker

4 027,41

4 366,54

4 734,23

5 132,91

5 565,18

6 033,81

6 541,92

Rang

15

16

17

18

19

 

 

Basissalaris voltijds medewerker

7 092,82

7 690,11

8 337,71

9 039,81

9 801,09

 

 

19. Voor personeelsleden die hun functie tijdens de referentieperiode in Hongarije, Kroatië of Slovenië uitoefenden, moeten alle verwijzingen naar 1 juli 2023 in de punten 1 tot en met 18 hierboven worden gelezen als verwijzingen naar 16 mei 2023 overeenkomstig artikel 8, lid 2, punt a), van bijlage XI bij het Statuut.

20. Voor gepensioneerden die tijdens de referentieperiode in Bulgarije, Duitsland, Estland, Ierland, Kroatië, Roemenië, Slovenië, Slowakije, Tsjechië of Zweden woonden, moeten alle verwijzingen naar 1 juli 2023 in de punten 1 tot en met 18 hierboven worden gelezen als verwijzingen naar 16 mei 2023 overeenkomstig artikel 8, lid 2, punt a), van bijlage XI bij het Statuut.

21. Voor gepensioneerden die tijdens de referentieperiode in Hongarije woonden, moeten alle verwijzingen naar 1 juli 2023 in de punten 1 tot en met 18 hierboven worden gelezen als verwijzingen naar 1 mei 2023, overeenkomstig artikel 8, lid 2, punt b), van bijlage XI bij het Statuut.


BIJLAGE II

JAARLIJKSE ACTUALISERING VAN DE AANPASSINGSCOËFFICIËNTEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DE BEZOLDIGINGEN VAN AMBTENAREN, TIJDELIJKE FUNCTIONARISSEN EN ARBEIDSCONTRACTANTEN VAN DE EUROPESE UNIE DIE IN DERDE LANDEN WERKZAAM ZIJN 4

Land

Economische pariteit

juli 2023

Wisselkoers

juli 2023 (*)

Aanpassingscoëfficiënt

juli 2023 (**)

Afghanistan (***)

Angola

933,4

904,735

103,2

Albanië

70,56

106,905

66,0

Verenigde Arabische Emiraten

4,269

4,01542

106,3

Argentinië

241,3

279,876

86,2

Armenië

526,0

422,200

124,6

Australië

1,686

1,64800

102,3

Azerbeidzjan

2,014

1,85946

108,3

Burundi

2 415

3 084,80

78,3

Benin

648,7

655,957

98,9

Burkina Faso

605,4

655,957

92,3

Bangladesh

96,64

118,327

81,7

Bosnië en Herzegovina

1,196

1,95580

61,2

Belarus

2,309

2,75455

83,8

Bolivia

5,853

7,57457

77,3

Brazilië

5,940

5,30060

112,1

Barbados

2,747

2,20849

124,4

Botswana

10,20

14,6778

69,5

Centraal-Afrikaanse Republiek

684,6

655,957

104,4

Canada

1,441

1,45030

99,4

Zwitserland (Bern)

1,392

0,97830

142,3

Zwitserland (Genève)

1,392

0,97830

142,3

Chili

694,1

875,751

79,3

China

6,508

7,91400

82,2

Ivoorkust

573,7

655,957

87,5

Kameroen

608,7

655,957

92,8

Democratische Republiek Congo

3 642

2 578,20

141,3

Congo

889,9

655,957

135,7

Colombia

3 706

4 538,18

81,7

Kaapverdië

75,99

110,265

68,9

Costa Rica

570,5

593,906

96,1

Cuba (*)

1,708

1,09380

156,2

Djibouti

202,6

194,751

104,0

Dominicaanse Republiek

46,51

60,3217

77,1

Algerije

103,0

148,064

69,6

Ecuador (*)

0,9242

1,09380

84,5

Egypte

19,59

33,7212

58,1

Eritrea

17,98

16,4890

109,0

Ethiopië

57,69

60,0110

96,1

Fiji

1,840

2,46844

74,5

Gabon

738,5

655,957

112,6

Verenigd Koninkrijk

0,9924

0,864000

114,9

Georgië

2,513

2,86155

87,8

Ghana

9,211

12,5501

73,4

Guinee

12 109

9 383,02

129,1

Gambia

64,97

68,3700

95,0

Guinee-Bissau

549,7

655,957

83,8

Groenland

8,817

7,44760

118,4

Guatemala

8,499

8,58086

99,0

Guyana

224,8

230,810

97,4

Hongkong

10,05

8,57130

117,3

Honduras

23,75

26,9272

88,2

Haïti

184,0

151,491

121,5

Indonesië

11 696

16 408,1

71,3

India

83,86

89,7065

93,5

Iran

97 846

45 942,3

213,0

Irak (***)

IJsland

204,7

149,100

137,3

Israël

4,250

4,04390

105,1

Jamaica

200,8

169,152

118,7

Jordanië

0,7337

0,775500

94,6

Japan

137,0

157,740

86,9

Kazachstan

442,6

491,610

90,0

Kenia

129,7

153,275

84,6

Kirgizië

81,19

95,5294

85,0

Cambodja

3 926

4 534,5

86,6

Zuid-Korea

1 240

1 438,77

86,2

Koeweit

0,2997

0,336290

89,1

Laos

11900

20380,0

58,4

Libanon (***)

Liberia

253,1

200,712

126,1

Libië (***)

Sri Lanka

309,4

335,848

92,1

Lesotho

11,92

20,4645

58,2

Marokko

8,636

10,7980

80,0

Moldavië

19,41

19,9035

97,5

Madagaskar

4 082

4 966,50

82,2

Mexico

14,86

18,6836

79,5

Noord-Macedonië

32,92

61,5400

53,5

Mali

634,9

655,957

96,8

Myanmar/Birma

1400

2296,98

60,9

Montenegro

0,5848

1,00000

58,5

Mongolië

2 728

3 768,14

72,4

Mozambique

77,57

70,0350

110,8

Mauritanië

39,19

37,7155

103,9

Mauritius

37,39

50,2550

74,4

Malawi

879,4

1 150,23

76,5

Maleisië

3,864

5,10970

75,6

Namibië

13,59

20,4645

66,4

Nieuw-Caledonië

114,2

119,300

95,7

Niger

619,0

655,957

94,4

Nigeria

505,3

844,315

59,8

Nicaragua

35,63

40,0057

89,1

Noorwegen

14,15

11,7645

120,3

Nepal

102,0

143,282

71,2

Nieuw-Zeeland

1,746

1,79370

97,3

Pakistan

205,8

312,603

65,8

Panama (*)

1,127

1,09380

103,0

Peru

3,754

3,96902

94,6

Filippijnen

52,25

60,4600

86,4

Papoea-Nieuw-Guinea

3,844

3,89253

98,8

Paraguay

5 451

7 964,54

68,4

Westelijke Jordaanoever en Gazastrook

4,250

4,04390

105,1

Qatar

4,665

3,98143

117,2

Rusland

81,80

93,8644

87,1

Rwanda

1 155

1 264,92

91,3

Saudi-Arabië

4,065

4,10230

99,1

Sudan

584,2

656,385

89,0

Senegal

569,3

655,957

86,8

Singapore

1,905

1,47900

128,8

Sierra Leone

18,30

20,4400

89,5

El Salvador (*)

0,9833

1,09380

89,9

Somalië (***)

Servië

79,52

117,270

67,8

Zuid-Sudan

263,0

1 080,89

24,3

Sao Tomé en Principe

26,35

24,5000

107,6

Eswatini

13,94

20,4645

68,1

Syrië (***)

Tsjaad

684,4

655,957

104,3

Togo

645,6

655,957

98,4

Thailand

28,96

38,9280

74,4

Tadzjikistan

8,569

12,0318

71,2

Turkmenistan

5,942

3,82830

155,2

Oost-Timor (*)

0,9765

1,09380

89,3

Trinidad en Tobago

7,526

7,41420

101,5

Tunesië

2,572

3,37295

76,3

Turkije

10,23

28,4788

35,9

Taiwan

26,35

33,8271

77,9

Tanzania

2 489

2 635,49

94,4

Uganda

3 577

4 010,50

89,2

Oekraïne

32,52

40,1917

80,9

Uruguay

40,96

41,0503

99,8

Verenigde Staten (New York)

1,183

1,09380

108,2

Verenigde Staten (San Francisco)

1,108

1,09380

101,3

Verenigde Staten (Washington DC)

1,108

1,09380

101,3

Oezbekistan

9 002

12 602,9

71,4

Venezuela (***)

Vietnam

18 094

25 772,7

70,2

Kosovo

0,5667

1,0000

56,7

Jemen (***)

Zuid-Afrika

11,61

20,4645

56,7

Zambia

19,56

18,9941

103,0

Zimbabwe (***)

(*) 1 euro = x eenheden in nationale valuta (USD voor Cuba, Ecuador, El Salvador, Panama en Oost-Timor).

(**) Brussel en Luxemburg = 100.

(***) Niet beschikbaar wegens instabiliteit ter plaatse of onbetrouwbaarheid van de gegevens.



BIJLAGE III

TUSSENTIJDSE ACTUALISERING VAN DE AANPASSINGSCOËFFICIËNTEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DE BEZOLDIGINGEN VAN AMBTENAREN, TIJDELIJKE FUNCTIONARISSEN EN ARBEIDSCONTRACTANTEN VAN DE EUROPESE UNIE DIE IN DERDE LANDEN WERKZAAM ZIJN 5

FEBRUARI 2023

Land

Economische pariteit
februari 2023

Wisselkoers
februari 2023 (*)

Aanpassingscoëfficiënt
februari 2023 (**)

Argentinië

171,9

202,054

85,1

Egypte

17,14

32,5532

52,7

Haïti

160,3

161,910

99,0

Sierra Leone

15,47

21,1698

73,1

Zuid-Sudan

256,0

752,994

34,0

Sudan

511,0

617,270

82,8

Sri Lanka

309,3

396,433

78,0

Turkije

9,280

20,5063

45,3

(*) 1 euro = x eenheden in nationale valuta (behalve USD voor: geen in bovenstaande tabel).

(**) Brussel en Luxemburg = 100.

MAART 2023

Land

Economische pariteit
maart 2023

Wisselkoers
maart 2023 (*)

Aanpassingscoëfficiënt
maart 2023 (**)

Algerije

98,57

144,729

68,1

Argentinië

182,0

206,552

88,1

Congo

790,4

655,957

120,5

Cuba

1,516

1,05540

143,6

Ethiopië

51,65

56,7315

91,0

Gambia

60,46

66,7700

90,5

Iran

105 855

44 329,4

238,8

Pakistan

186,3

274,460

67,9

Sierra Leone

16,47

21,1792

77,8

Oost-Timor

0,8954

1,05540

84,8

Turkmenistan

5,737

3,69390

155,3

Verenigde Arabische Emiraten

3,917

3,87435

101,1

(*) 1 euro = x eenheden in nationale valuta (behalve USD voor: Cuba, Oost-Timor

(**) Brussel en Luxemburg = 100.

APRIL 2023

Land

Economische pariteit
april 2023

Wisselkoers
april 2023 (*)

Aanpassingscoëfficiënt
april 2023 (**)

Argentinië

194,6

226,750

85,8

Colombia

3 630

5 022,48

72,3

Democratische Republiek Congo

3 398

2 261,19

150,3

Egypte

18,48

33,4026

55,3

Fiji

1,748

2,39987

72,8

Guinee-Bissau

501,4

655,957

76,4

Haïti

168,5

168,733

99,9

Kazachstan

429,1

485,645

88,4

Myanmar/Birma

1 386

2286,06

60,6

Nieuw-Zeeland

1,683

1,74620

96,4

Niger

572,8

655,957

87,3

Nigeria

478,2

499,365

95,8

Thailand

27,46

37,2520

73,7

Zambia

19,00

23,1278

82,2

(*) 1 euro = x eenheden in nationale valuta (behalve USD voor: geen in bovenstaande tabel).

(**) Brussel en Luxemburg = 100.

MEI 2023

Land

Economische pariteit
mei 2023

Wisselkoers
mei 2023 (*)

Aanpassingscoëfficiënt
mei 2023 (**)

Argentinië

211,0

243,896

86,5

Bangladesh

93,00

118,757

78,3

Burundi

2 377

2 285,02

104,0

Tsjaad

675,4

655,957

103,0

China

6,345

7,64540

83,0

Congo

851,1

655,957

129,7

Cuba

1,616

1,10420

146,4

Eswatini

13,18

20,1452

65,4

Ethiopië

55,22

59,8150

92,3

Gambia

63,91

68,5750

93,2

IJsland

202,7

149,700

135,4

Laos

11 400

18 900,1

60,3

Lesotho

11,54

20,1452

57,3

Malawi

864,4

1 126,26

76,7

Mauritanië

37,77

37,6358

100,4

Mongolië

2 623

3 864,70

67,9

Pakistan

201,3

311,049

64,7

Rwanda

1 166

1 219,22

95,6

Sierra Leone

17,47

24,4697

71,4

Sudan

550,0

640,000

85,9

Turkije

9,853

21,4528

45,9

Turkmenistan

6,104

3,86470

157,9

Uganda

3 491

4 109,50

84,9

(*) 1 euro = x eenheden in nationale valuta (behalve USD voor: Cuba

(**) Brussel en Luxemburg = 100.

JUNI 2023

Land

Economische pariteit
juni 2023

Wisselkoers
juni 2023 (*)

Aanpassingscoëfficiënt
juni 2023 (**)

Argentinië

227,1

255,976

88,7

Guinee-Bissau

532,0

655,957

81,1

Iran

99 278

45 127,5

220,0

Kirgizië

80,19

94,1251

85,2

Zuid-Sudan

276,1

1 032,87

26,7

Verenigde Arabische Emiraten

4,167

3,93270

106,0

Oezbekistan

8 927

12 269,9

72,8

(*) 1 euro = x eenheden in nationale valuta (behalve USD voor: geen in bovenstaande tabel).

(**) Brussel en Luxemburg = 100.

   



BIJLAGE IV

PUBLICATIE IN DE C-REEKS VAN HET PUBLICATIEBLAD 6

TUSSENTIJDSE ACTUALISERING 2023 VAN DE BEZOLDIGINGEN EN PENSIOENEN VAN DE AMBTENAREN EN DE ANDERE PERSONEELSLEDEN VAN DE EUROPESE UNIE, ALSMEDE VAN DE AANPASSINGSCOËFFICIËNTEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DEZE BEZOLDIGINGEN EN PENSIOENEN 7

1. Tabel van het maandelijkse basissalaris voor elke rang en salaristrap in de functiegroepen AD en AST als bedoeld in artikel 66 van het Statuut, van toepassing vanaf 1 januari 2023:

1.1.2023

TRAPPEN

RANGEN

1

2

3

4

5

16

21 211,18

22 102,50

23 031,28

 

 

15

18 747,14

19 534,93

20 355,79

20 922,13

21 211,18

14

16 569,31

17 265,60

17 991,12

18 491,65

18 747,14

13

14 644,53

15 259,90

15 901,13

16 343,55

16 569,31

12

12 943,31

13 487,20

14 053,96

14 444,95

14 644,53

11

11 439,71

11 920,42

12 421,33

12 766,92

12 943,31

10

10 110,82

10 535,67

10 978,41

11 283,83

11 439,71

9

8 936,26

9 311,77

9 703,09

9 973,02

10 110,82

8

7 898,16

8 230,05

8 575,88

8 814,49

8 936,26

7

6 980,66

7 274,00

7 579,65

7 790,54

7 898,16

6

6 169,72

6 429,00

6 699,14

6 885,53

6 980,66

5

5 453,02

5 682,16

5 920,93

6 085,67

6 169,72

4

4 819,56

5 022,07

5 233,11

5 378,71

5 453,02

3

4 259,65

4 438,68

4 625,20

4 753,86

4 819,56

2

3 764,84

3 923,04

4 087,89

4 201,63

4 259,65

1

3 327,49

3 467,31

3 613,00

3 713,56

3 764,84

2. Tabel van het maandelijkse basissalaris voor elke rang en salaristrap in de functiegroepen AST/SC als bedoeld in artikel 66 van het Statuut, van toepassing vanaf 1 januari 2023:

1.1.2023

TRAPPEN

 

RANGEN

1

2

3

4

5

6

5 409,74

5 637,08

5 873,95

6 037,35

6 120,77

5

4 781,30

4 982,22

5 192,32

5 336,02

5 409,74

4

4 225,88

4 403,45

4 588,50

4 716,15

4 781,30

3

3 734,96

3 891,91

4 055,48

4 168,28

4 225,88

2

3 301,08

3 439,81

3 584,37

3 684,07

3 734,96

1

2 917,61

3 040,22

3 167,98

3 256,09

3 301,08

3. Tabel van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldigingen en pensioenen van ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie als bedoeld in artikel 64 van het Statuut, die het volgende omvat:

- de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 64 van het Statuut met ingang van 1 januari 2023 van toepassing zijn op de bezoldigingen van de ambtenaren en de andere personeelsleden (kolom 2 van de onderstaande tabel);

- de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 17, lid 3, van bijlage VII bij het Statuut met ingang van 1 juli 2023 van toepassing zijn op de overmakingen van de ambtenaren en de andere personeelsleden (kolom 3 van de onderstaande tabel);

- de aanpassingscoëfficiënten die op grond van artikel 20, lid 1, van bijlage XIII bij het Statuut met ingang van 1 januari 2023 van toepassing zijn op de pensioenen (kolom 4 van de onderstaande tabel).

 

Bezoldiging

Overmaking

Pensioen

Land/Plaats

1.1.2023

1.7.2023

1.1.2023

Bulgarije

65,6

62,0

Tsjechië

95,9

82,9

Denemarken

132,1

134,8

134,8

Duitsland

100,3

100,3

100,3

Karlsruhe

95,3

München

111,9

Estland

94,1

97,9

Ierland

135,4

128,6

128,6

Griekenland

86,2

82,7

Spanje

94,2

90,5

Frankrijk

115,6

106,6

106,6

Kroatië

80,3

69,9

Italië

95,2

95,7

Varese

92,7

Cyprus

80,9

81,4

Letland

85,0

80,0

Litouwen

90,7

79,6

Hongarije

75,6

64,2

Malta

90,5

93,4

Nederland

111,8

111,6

111,6

Oostenrijk

109,7

112,4

112,4

Polen

75,6

64,6

Portugal

94,2

88,8

Roemenië

71,5

60,5

Slovenië

87,4

83,3

Slowakije

80,9

81,1

Finland

117,9

119,0

119,0

Zweden

124,5

114,3

114,3

Verenigd Koninkrijk

127,5

4.1. Met ingang van 1 januari 2023 bedraagt de toelage voor het in artikel 42 bis, tweede alinea, van het Statuut bedoelde ouderschapsverlof 1 143,01 EUR.

4.2. Met ingang van 1 januari 2023 wordt de toelage voor het ouderschapsverlof als bedoeld in artikel 42 bis, tweede en derde alinea, van het Statuut vastgesteld op 1 524,03 EUR.

5.1. Met ingang van 1 januari 2023 wordt het basisbedrag van de kostwinnerstoelage als bedoeld in artikel 1, lid 1, van bijlage VII bij het Statuut vastgesteld op 213,77 euro.

5.2. Met ingang van 1 januari 2023 wordt de kindertoelage als bedoeld in artikel 2, lid 1, van bijlage VII bij het Statuut vastgesteld op 467,13 euro.

5.3. Met ingang van 1 januari 2023 wordt de schooltoelage als bedoeld in artikel 3, lid 1, van bijlage VII bij het Statuut vastgesteld op 316,95 euro.

5.4. Met ingang van 1 januari 2023 wordt de schooltoelage als bedoeld in artikel 3, lid 2, van bijlage VII bij het Statuut vastgesteld op 114,12 euro.

5.5. Met ingang van 1 januari 2023 wordt het minimumbedrag van de ontheemdingstoelage als bedoeld in artikel 69 van het Statuut en in artikel 4, lid 1, tweede alinea, van bijlage VII bij het Statuut vastgesteld op 633,60 EUR.

5.6. Met ingang van 1 januari 2023 bedraagt de in artikel 134 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden bedoelde ontheemdingstoelage 455,48 euro.

6.1. Met ingang van 1 januari 2023 bedraagt de in artikel 7, lid 2, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde kilometervergoeding:

0-200 km

0,0000

201-1000 km

0,2356

1001-2000 km

0,3929

2001-3000 km

0,2356

3001-4000 km

0,0784

4001-10000 km

0,0378

Over 10000 km

0,0000

6.2. Met ingang van 1 januari 2023 bedraagt het in artikel 7, lid 2, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde forfaitaire supplement bij de kilometervergoeding:

– 117,83 EUR als de geografische afstand tussen de in lid 1 bedoelde plaatsen tussen 600 en 1 200 km bedraagt;

– 235,65 EUR als de geografische afstand tussen de in lid 1 bedoelde plaatsen meer dan 1 200 km bedraagt.

7.1. Met ingang van 1 januari 2023 bedraagt de in artikel 8, lid 2, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde kilometervergoeding:

0 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van

0 tot 200 km

0,4751 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van

201 tot 1 000 km

0,7919 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van

1 001 tot 2 000 km

0,4751 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van

2 001 tot 3 000 km

0,1582 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van

3 001 tot 4 000 km

0,0764 EUR per km voor het gedeelte van de afstand van

4 001 tot 10 000 km

0 EUR per km voor het gedeelte van de afstand dat hoger ligt dan

10 000 km. 

7.2. Met ingang van 1 januari 2023 bedraagt het in artikel 8, lid 2, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde forfaitaire supplement bij de kilometervergoeding:

– 237,55 euro als de geografische afstand tussen de standplaats en de plaats van herkomst tussen 600 en 1 200 km bedraagt,

– 475,06 euro als de geografische afstand tussen de standplaats en de plaats van herkomst meer dan 1 200 km bedraagt.

8. Met ingang van 1 januari 2023 bedraagt de in artikel 10, lid 1, van bijlage VII bij het Statuut bedoelde dagvergoeding:

   49,10 EUR voor ambtenaren die recht hebben op de kostwinnerstoelage;

   39,60 EUR voor ambtenaren die geen recht hebben op de kostwinnerstoelage.

9. Met ingang van 1 januari 2023 bedraagt het minimumbedrag van de inrichtingsvergoeding als bedoeld in artikel 24, lid 3, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden:

   1 397,84 euro voor personeelsleden die recht hebben op de kostwinnerstoelage;

   831,14 EUR voor personeelsleden die geen recht hebben op de kostwinnerstoelage.

10.1. Met ingang van 1 januari 2023 bedragen de minimum- en maximumbedragen voor de werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 28 bis, lid 3, tweede alinea, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden:

– 1 676,42 EUR (minimumbedrag);

– 3 352,86 EUR (maximumbedrag).

10.2. Met ingang van 1 januari 2023 bedraagt het vaste bedrag als bedoeld in artikel 28 bis, lid 7, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden:

– 1 524,03 EUR.

11. Tabel met de bedragen van de basissalarissen als bedoeld in artikel 93 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, van toepassing vanaf 1 januari 2023:

FUNCTIE

1.1.2023

 

 

 

TRAPPEN

 

 

GROEPEN

RANGEN

1

2

3

4

5

6

7

IV

18

7 312,03

7 464,09

7 619,29

7 777,75

7 939,51

8 104,61

8 273,13

 

17

6 462,57

6 596,94

6 734,14

6 874,19

7 017,14

7 163,06

7 312,03

 

16

5 711,77

5 830,54

5 951,80

6 075,57

6 201,93

6 330,92

6 462,57

 

15

5 048,19

5 153,18

5 260,36

5 369,75

5 481,43

5 595,40

5 711,77

 

14

4 461,74

4 554,52

4 649,25

4 745,92

4 844,65

4 945,36

5 048,19

 

13

3 943,39

4 025,41

4 109,11

4 194,58

4 281,79

4 370,84

4 461,74

III

12

5 048,13

5 153,10

5 260,28

5 369,65

5 481,30

5 595,29

5 711,64

 

11

4 461,71

4 554,47

4 649,18

4 745,85

4 844,55

4 945,29

5 048,13

 

10

3 943,38

4 025,38

4 109,09

4 194,55

4 281,76

4 370,81

4 461,71

 

9

3 485,29

3 557,76

3 631,75

3 707,29

3 784,38

3 863,05

3 943,38

 

8

3 080,41

3 144,47

3 209,87

3 276,60

3 344,75

3 414,30

3 485,29

II

7

3 485,21

3 557,71

3 631,69

3 707,22

3 784,36

3 863,05

3 943,39

 

6

3 080,28

3 144,32

3 209,73

3 276,49

3 344,63

3 414,20

3 485,21

 

5

2 722,36

2 778,97

2 836,78

2 895,79

2 956,00

3 017,50

3 080,28

 

4

2 406,04

2 456,09

2 507,18

2 559,33

2 612,55

2 666,89

2 722,36

I

3

2 964,06

3 025,56

3 088,37

3 152,46

3 217,87

3 284,67

3 352,86

 

2

2 620,35

2 674,73

2 730,25

2 786,91

2 844,75

2 903,80

2 964,06

 

1

2 316,51

2 364,60

2 413,66

2 463,74

2 514,89

2 567,08

2 620,35

12. Met ingang van 1 januari 2023 wordt het minimumbedrag van de inrichtingsvergoeding als bedoeld in artikel 94 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, vastgesteld op:

   1051,42 euro voor personeelsleden die recht hebben op de kostwinnerstoelage;

   623,38 EUR voor personeelsleden die geen recht hebben op de kostwinnerstoelage.

13.1. Met ingang van 1 januari 2023 worden de minimum- en maximumbedragen voor de werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 96, lid 3, tweede alinea, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, vastgesteld op:

– 1 257,32 EUR (minimumbedrag);

– 2 514,60 EUR (maximumbedrag).

13.2. Met ingang van 1 januari 2023 wordt het vaste bedrag als bedoeld in artikel 96, lid 7, van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, vastgesteld op 1.143,02 euro.

13.3. Met ingang van 1 januari 2023 worden de minimum- en maximumbedragen voor de werkloosheidsuitkering als bedoeld in artikel 136 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, vastgesteld op:

- 1 106,15 euro (minimumbedrag);

- 2 602,75 euro (maximumbedrag).

14. Het bedrag van de in artikel 1, lid 1, eerste alinea, van Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 300/76 van de Raad 8 bedoelde toeslagen voor continu- of ploegendienst is vastgesteld op:

– 479,13 euro;

– 723,17 euro;

– 790,70 euro;

– 1 077,97 euro.

15. Met ingang van 1 januari 2023 wordt op de in artikel 4 van Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad genoemde bedragen een coëfficiënt toegepast van 9  

– 6,9163

16. Tabel van de bedragen als bedoeld in artikel 8, lid 2, van bijlage XIII bij het Statuut van toepassing met ingang van 1 januari 2023:

1.1.2023

TRAPPEN

RANGEN

1

2

3

4

5

6

7

8

16

21 211,18

22 102,50

23 031,28

 

 

 

 

 

15

18 747,14

19 534,93

20 355,79

20 922,13

21 211,18

22 102,50

0,00

0,00

14

16 569,31

17 265,60

17 991,12

18 491,65

18 747,14

19 534,93

20 355,79

21 211,18

13

14 644,53

15 259,90

15 901,13

16 343,55

16 569,31

 

 

 

12

12 943,31

13 487,20

14 053,96

14 444,95

14 644,53

15 259,90

15 901,13

16 569,31

11

11 439,71

11 920,42

12 421,33

12 766,92

12 943,31

13 487,20

14 053,96

14 644,53

10

10 110,82

10 535,67

10 978,41

11 283,83

11 439,71

11 920,42

12 421,33

12 943,31

9

8 936,26

9 311,77

9 703,09

9 973,02

10 110,82

 

 

 

8

7 898,16

8 230,05

8 575,88

8 814,49

8 936,26

9 311,77

9 703,09

10 110,82

7

6 980,66

7 274,00

7 579,65

7 790,54

7 898,16

8 230,05

8 575,88

8 936,26

6

6 169,72

6 429,00

6 699,14

6 885,53

6 980,66

7 274,00

7 579,65

7 898,16

5

5 453,02

5 682,16

5 920,93

6 085,67

6 169,72

6 429,00

6 699,14

6 980,66

4

4 819,56

5 022,07

5 233,11

5 378,71

5 453,02

5 682,16

5 920,93

6 169,72

3

4 259,65

4 438,68

4 625,20

4 753,86

4 819,56

5 022,07

5 233,11

5 453,02

2

3 764,84

3 923,04

4 087,89

4 201,63

4 259,65

4 438,68

4 625,20

4 819,56

1

3 327,49

3 467,31

3 613,00

3 713,56

3 764,84

 

 

 

17. Met ingang van 1 januari 2023 wordt, voor de toepassing van artikel 18, lid 1, van bijlage XIII bij het Statuut, de vaste vergoeding genoemd in het vroegere artikel 4 bis van bijlage VII bij het Statuut dat vóór 1 mei 2004 van kracht was, vastgesteld op:

– 165,29 euro per maand voor ambtenaren in de rangen C4 of C5;

– 253,43 euro per maand voor ambtenaren in de rangen C1, C2 of C3.

18. Tabel met de bedragen van de basissalarissen als bedoeld in artikel 133 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden, van toepassing vanaf 1 januari 2023:

Rang

1

2

3

4

5

6

7

Basissalaris voltijds medewerker

2 107,14

2 454,82

2 661,53

2 885,67

3 128,65

3 392,14

3 677,80

Rang

8

9

10

11

12

13

14

Basissalaris voltijds medewerker

3 987,53

4 323,31

4 687,36

5 082,09

5 510,08

5 974,07

6 477,15

Rang

15

16

17

18

19

Basissalaris voltijds medewerker

7 022,59

7 613,97

8 255,16

8 950,31

9 704,05

19. Voor personeelsleden die hun functie tijdens de referentieperiode in Litouwen of Polen uitoefenden, moeten alle verwijzingen naar 1 januari 2023 in de punten 1 tot en met 18 hierboven worden gelezen als verwijzingen naar 16 november 2022, overeenkomstig artikel 8, lid 3, punt a), van bijlage XI bij het Statuut.

20. Voor personeelsleden die hun functie tijdens de referentieperiode in Hongarije uitoefenden, moeten alle verwijzingen naar 1 januari 2023 in de punten 1 tot en met 18 hierboven worden gelezen als verwijzingen naar 1 november 2022, overeenkomstig artikel 8, lid 3, punt a), van bijlage XI bij het Statuut.

21. Voor gepensioneerden die tijdens de referentieperiode in Litouwen, Polen en Roemenië woonden, moeten alle verwijzingen naar 1 januari 2023 in de punten 1 tot en met 18 hierboven worden gelezen als verwijzingen naar 16 november 2022, overeenkomstig artikel 8, lid 3, punt a), van bijlage XI bij het Statuut.

22. Voor gepensioneerden die tijdens de referentieperiode in Hongarije woonden, moeten alle verwijzingen naar 1 januari 2023 in de punten 1 tot en met 18 hierboven worden gelezen als verwijzingen naar 1 november 2022, overeenkomstig artikel 8, lid 3, punt a), van bijlage XI bij het Statuut.

BIJLAGE V

PUBLICATIE IN DE C-REEKS VAN HET PUBLICATIEBLAD 10

TUSSENTIJDSE ACTUALISERING VAN DE AANPASSINGSCOËFFICIËNTEN DIE VAN TOEPASSING ZIJN OP DE BEZOLDIGINGEN VAN AMBTENAREN, TIJDELIJKE FUNCTIONARISSEN EN ARBEIDSCONTRACTANTEN VAN DE EUROPESE UNIE DIE IN DELEGATIES BUITEN DE EU WERKZAAM ZIJN 11


AUGUSTUS 2022

STANDPLAATS

Economische pariteit
augustus 2022

Wisselkoers
augustus 2022 (*)

Aanpassingscoëfficiënt
augustus 2022 (**)

Argentinië

122,8

132,467

92,7

Belarus

2,301

3,42510

67,2

Ghana

7,791

7,65905

101,7

Liberia

242,2

155,185

156,1

Moldavië

17,43

19,7701

88,2

Nigeria

425,1

431,432

98,5

Pakistan

160,1

234,580

68,2

Rusland

79,66

61,6088

129,3

Singapore

1,820

1,40090

129,9

Sri Lanka

263,3

369,556

71,2

Oekraïne

29,33

37,0147

79,2

Verenigde Arabische Emiraten

3,859

3,72210

103,7

(*) 1 EUR = x eenheden in nationale valuta (behalve USD voor: geen in bovenstaande tabel.)

(**) Brussel en Luxemburg = 100.

SEPTEMBER 2022

STANDPLAATS

Economische pariteit
september 2022

Wisselkoers
september 2022 (*)

Aanpassingscoëfficiënt
september 2022 (**)

Argentinië

131,2

137,867

95,2

Egypte

15,62

19,1225

81,7

Malawi

788,8

1 053,00

74,9

Mali

639,1

655,957

97,4

Turkije

7,801

18,2390

42,8

(*) 1 EUR = x eenheden in nationale valuta (behalve USD voor: geen in bovenstaande tabel.)

(**) Brussel en Luxemburg = 100.

OKTOBER 2022

STANDPLAATS

Economische pariteit
oktober 2022

Wisselkoers
oktober 2022 (*)

Aanpassingscoëfficiënt
oktober 2022 (**)

Argentinië

139,5

141,960

98,3

Botswana

9,819

12,9032

76,1

Colombia

3 256

4 296,33

75,8

Cuba (*)

1,334

0,97060

137,4

Eswatini

11,70

17,4466

67,1

Haïti

123,9

114,212

108,5

Jamaica

190,0

144,918

131,1

Laos

10 395

15 882,0

65,5

Mauritanië

33,30

36,5800

91,0

Rwanda

1 025

1 003,37

102,2

Sri Lanka

287,5

350,924

81,9

Turkije

8,199

18,0000

45,6

Uganda

3 148

3 744,98

84,1

(*) 1 EUR = x eenheden in nationale valuta (behalve USD voor: geen in bovenstaande tabel.)

(**) Brussel en Luxemburg = 100.

NOVEMBER 2022

STANDPLAATS

Economische pariteit
november 2022

Wisselkoers
november 2022 (*)

Aanpassingscoëfficiënt
november 2022 (**)

Cambodja

38 490

4 145,50

92,8

El Salvador (*)

0,9195

0,99510

92,4

Nieuw-Zeeland

1,525

1,71510

88,9

Sierra Leone

14 419

17 096,9

84,3

(*) 1 EUR = x eenheden in nationale valuta (behalve USD voor: geen in bovenstaande tabel.)

(**) Brussel en Luxemburg = 100.

DECEMBER 2022

STANDPLAATS

Economische pariteit
december 2022

Wisselkoers
december 2022 (*)

Aanpassingscoëfficiënt
december 2022 (**)

Argentinië

154,5

171,651

90,0

Brazilië

5,599

5,51260

101,6

Burundi

2 271

2 130,32

106,6

Democratische Republiek Congo

3 106

2 133,33

145,6

Ethiopië

45,67

55,7711

81,9

Ghana

8,441

13,6309

61,9

Guyana

223,4

217,565

102,7

Iran

109 412

43 692,7

250,4

Kazachstan

404,9

483,58

83,7

Madagaskar

3 889

4 480,84

86,8

Moldavië

18,52

20,1360

92,0

Myanmar/Birma

1 508

2 176,86

69,3

Niger

530,0

655,957

80,8

Noord-Macedonië

32,68

61,6950

53,0

Pakistan

172,0

233,412

73,7

Paraguay

5 305

7 503,36

70,7

Sri Lanka

309,9

378,769

81,8

Oekraïne

30,81

37,9070

81,3

Zambia

17,79

17,5297

101,5

(*) 1 EUR = x eenheden in nationale valuta (behalve USD voor: geen in bovenstaande tabel.)

(**) Brussel en Luxemburg = 100.

JANUARI 2023

STANDPLAATS

Economische pariteit januari 2023

Wisselkoers januari 2023 (*)

Aanpassingscoëfficiënt januari 2023 (**)

Afghanistan (***)

Albanië

70,78

113,860

62,2

Algerije

93,65

145,826

64,2

Angola

886,0

535,302

165,5

Argentinië

161,0

187,476

85,9

Armenië

509,5

419,070

121,6

Australië

1,631

1,5859

102,8

Azerbeidzjan

1,898

1,81033

104,8

Bangladesh

87,21

109,200

79,9

Barbados

2,597

2,13436

121,7

Belarus

2,375

2,67840

88,7

Benin

642,4

655,957

97,9

Bolivia

5,778

7,35846

78,5

Bosnië en Herzegovina

1,216

1,95583

62,2

Botswana

10,20

13,6240

74,9

Brazilië

5,755

5,53510

104,0

Burkina Faso

575,9

655,957

87,8

Burundi

2 206

2 199,07

100,3

Cambodja

3 877

4 389,00

88,3

Kameroen

583,8

655,957

89,0

Canada

1,476

1,44750

102,0

Kaapverdië

76,26

110,265

69,2

Centraal-Afrikaanse Republiek

676,1

655,957

103,1

Tsjaad

636,4

655,957

97,0

Chili

682,1

936,249

72,9

China

5,979

7,41510

80,6

Colombia

3 439

5 052,99

68,1

Congo

748,7

655,957

114,1

Costa Rica

581,0

621,076

93,5

Cuba (*)

1,416

1,06490

133,0

Democratische Republiek Congo

3 126

2 140,25

146,1

Djibouti

205,3

188,894

108,7

Dominicaanse Republiek

46,11

59,1370

78,0

Ecuador (*)

0,9212

1,06490

86,5

Egypte

16,32

26,2607

62,1

El Salvador (*)

0,9519

1,06490

89,4

Eritrea

17,48

15,9735

109,4

Eswatini

12,31

18,1967

67,6

Ethiopië

47,11

57,2722

82,3

Fiji

1,661

2,36967

70,1

Gabon

722,3

655,957

110,1

Gambia

57,54

64,1900

89,6

Georgië

2,594

2,87120

90,3

Ghana

8,641

8,82245

97,9

Groenland

8,507

7,43650

114,4

Guatemala

8,578

8,35669

102,6

Guinee

11 588

9 097,3

127,4

Guinee-Bissau

469,1

655,957

71,5

Guyana

225,7

222,020

101,7

Haïti

129,4

153,730

84,2

Honduras

23,41

26,1986

89,4

Hongkong

9,698

8,29940

116,9

IJsland

192,2

152,500

126,0

India

82,59

88,2295

93,6

Indonesië

11 476

16 680,4

68,8

Iran

111 738

44 045,4

253,7

Irak (***)

Israël

4,135

3,75750

110,0

Ivoorkust

564,1

655,957

86,0

Jamaica

200,8

159,631

125,8

Japan

134,8

142,240

94,8

Jordanië

0,7153

0,75501

94,7

Kazachstan

408,5

489,730

83,4

Kenia

126,0

130,927

96,2

Kosovo

0,5602

1,00000

56,0

Koeweit

0,2929

0,32602

89,8

Kirgizië

76,09

91,2406

83,4

Laos

10 682

18 339,5

58,2

Libanon (***)

Lesotho

10,98

18,1967

60,3

Liberia

253,1

164,434

153,9

Libië (***)

Madagaskar

3 908

4 716,39

82,9

Malawi

823,2

1 121,08

73,4

Maleisië

3,824

4,71060

81,2

Mali

647,7

655,957

98,7

Mauritanië

35,06

39,3050

89,2

Mauritius

36,48

46,5306

78,4

Mexico

14,78

20,6510

71,6

Moldavië

18,84

20,4199

92,3

Mongolië

2 447

3 665,15

66,8

Montenegro

0,5838

1,00000

58,4

Marokko

8,292

11,1380

74,4

Mozambique

74,79

68,0750

109,9

Myanmar/Birma

1523

2 236,29

68,1

Namibië

13,25

18,1967

72,8

Nepal

98,28

140,490

70,0

Nieuw-Caledonië

113,5

119,332

95,1

Nieuw-Zeeland

1,589

1,68870

94,1

Nicaragua

34,28

38,8582

88,2

Niger

538,9

655,957

82,2

Nigeria

448,7

485,352

92,4

Noord-Macedonië

32,64

61,5020

53,1

Noorwegen

13,50

10,5500

128,0

Pakistan

174,4

241,133

72,3

Panama (*)

1,109

1,06490

104,1

Papoea-Nieuw-Guinea

3,789

3,74965

101,0

Paraguay

5349

7 824,85

68,4

Peru

3,703

4,06685

91,1

Filippijnen

51,37

59,3670

86,5

Qatar

4,440

3,87624

114,5

Rusland

79,70

72,6226

109,7

Rwanda

1 104

1 133,61

97,4

Sao Tomé en Principe

24,87

24,5000

101,5

Saudi-Arabië

4,052

3,99338

101,5

Senegal

559,4

655,957

85,3

Servië

75,87

117,295

64,7

Sierra Leone

15257

19 883,5

76,7

Singapore

1,827

1,43600

127,2

Somalië (***)

Zuid-Afrika

11,34

18,1967

62,3

Zuid-Korea

1245

1 350,18

92,2

Zuid-Sudan

216,3

714,594

30,3

Sri Lanka

333,3

389,597

85,5

Sudan (***)

Zwitserland (Bern)

1,359

0,984000

138,1

Zwitserland (Genève)

1,359

0,984000

138,1

Syrië (***)

Taiwan

25,49

32,6935

78,0

Tadzjikistan

8,331

10,8718

76,6

Tanzania

2436

2 450,14

99,4

Thailand

25,99

36,8770

70,5

Oost-Timor (*)

0,8471

1,06490

79,5

Togo

628,3

655,957

95,8

Trinidad en Tobago

7,332

7,41090

98,9

Tunesië

2,451

3,31210

74,0

Turkije

8,550

19,9340

42,9

Turkmenistan

5,336

3,72715

143,2

Uganda

3316

3 934,91

84,3

Oekraïne

31,29

38,9419

80,4

Verenigde Arabische Emiraten

3,724

3,91120

95,2

Verenigd Koninkrijk

0,9638

0,88549

108,8

Verenigde Staten (New York)

1,157

1,06490

108,6

Verenigde Staten (San Francisco)

1,094

1,06490

102,7

Verenigde Staten (Washington)

1,094

1,06490

102,7

Uruguay

40,17

42,0817

95,5

Oezbekistan

8493

11 894,9

71,4

Venezuela (***)

Vietnam

17802

25 121,0

70,9

Westelijke Jordaanoever en Gazastrook

4,135

3,75750

110,0

Jemen (***)

Zambia

18,08

19,0749

94,8

Zimbabwe (***)

(*) 1 EUR = x eenheden in nationale valuta (behalve USD voor: Ecuador, El Salvador, Panama, Oost-Timor).

(**) Brussel en Luxemburg = 100.

(***) Niet beschikbaar wegens instabiliteit ter plaatse of onbetrouwbaarheid van de gegevens.

(1)

 Verslag van Eurostat van 27 oktober 2023 over de jaarlijkse actualisering 2023 van de bezoldigingen en pensioenen van de EU-ambtenaren in overeenstemming met de artikelen 64 en 65 en bijlage XI bij het Statuut van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie tot aanpassing met ingang van 1 juli 2023 van de bezoldiging van actieve medewerkers en de pensioenen van gepensioneerde werknemers, en tot actualisering met ingang van 1 juli 2023 van de aanpassingscoëfficiënten van toepassing op de bezoldiging van actieve medewerkers die in intra-EU- en extra-EU-standplaatsen werkzaam zijn, op de pensioenen van gepensioneerde medewerkers volgens hun land van verblijf en voor pensioenoverdrachten (Ares (2023)7336768).

(2)

  Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 300/76 van de Raad van 9 februari 1976 tot vaststelling van de categorieën van begunstigden, de voorwaarden voor toekenning en de hoogte van de toeslagen die kunnen worden toegekend aan ambtenaren die hun werkzaamheden verrichten in het kader van een continu- of ploegendienst (PB L 38 van 13.2.1976, blz. 1). Verordening aangevuld bij Verordening (Euratom, EGKS, EEG) nr. 1307/87 (PB L 124 van 13.5.1987, blz. 6).

(3)

  Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van heffing van de belasting ten bate van de Europese Gemeenschappen (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 8).

(4)

 Verslag van Eurostat van 27 oktober 2023 over de jaarlijkse actualisering 2023 van de bezoldigingen en pensioenen van de EU-ambtenaren in overeenstemming met de artikelen 64 en 65 en bijlage XI bij het Statuut van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie tot aanpassing met ingang van 1 juli 2023 van de bezoldiging van actieve medewerkers en de pensioenen van gepensioneerde werknemers, en tot actualisering met ingang van 1 juli 2023 van de aanpassingscoëfficiënten van toepassing op de bezoldiging van actieve medewerkers die in intra-EU- en extra-EU-standplaatsen werkzaam zijn, op de pensioenen van gepensioneerde medewerkers volgens hun land van verblijf en voor pensioenoverdrachten (Ares (2023)7336768).

Meer informatie over de gehanteerde methode is te vinden op de Eurostat-website ("Statistics Database" > "Economy and finance" > "Prices" > "Correction coefficients")

(5)

Verslag van Eurostat van 23 oktober 2023 over de tussentijdse actualisering van de aanpassingscoëfficiënten van toepassing op de bezoldigingen van in delegaties buiten de EU werkzame ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontractanten van de EU, overeenkomstig artikel 64, bijlage X en bijlage XI bij het Statuut van de ambtenaren en andere personeelsleden van de Europese Unie (Ares(2023)7190249).

Meer informatie over de gehanteerde methode is te vinden op de Eurostat-website ("Statistics Database" > "Economy and finance" > "Prices" > "Correction coefficients")

(6)

 PB C 208/04 van 15 juni 2023.

(7)

 Overeenkomstig het verslag van Eurostat van 16 mei 2023 over de tussentijdse actualisering (referentie Ares(2023)3417031).

(8)

  Verordening (EGKS, EEG, Euratom) nr. 300/76 van de Raad van 9 februari 1976 tot vaststelling van de categorieën van begunstigden, de voorwaarden voor toekenning en de hoogte van de toeslagen die kunnen worden toegekend aan ambtenaren die hun werkzaamheden verrichten in het kader van een continu- of ploegendienst (PB L 38 van 13.2.1976, blz. 1). Verordening aangevuld bij Verordening (Euratom, EGKS, EEG) nr. 1307/87 (PB L 124 van 13.5.1987, blz. 6).

(9)

  Verordening (EEG, Euratom, EGKS) nr. 260/68 van de Raad van 29 februari 1968 tot vaststelling van de voorwaarden en de wijze van heffing van de belasting ten bate van de Europese Gemeenschappen (PB L 56 van 4.3.1968, blz. 8).

(10)

PB C 208 van 15.6.2023, blz. 5.

(11)

Overeenkomstig het verslag van Eurostat van 15 mei 2023 (Ares(2023)3382993) over de tussentijdse actualisering van de aanpassingscoëfficiënten die van toepassing zijn op de bezoldiging van ambtenaren, tijdelijke functionarissen en arbeidscontracten van de Europese Unie die werken in delegaties buiten de EU, overeenkomstig artikel 64 van en de bijlagen X en XI bij het Statuut van de ambtenaren van de Europese Unie en de Regeling die van toepassing is op de andere personeelsleden van de Europese Unie.

Meer informatie is te vinden op de Eurostat-website
  http://ec.europa.eu/eurostat  > “Data” > “Database” > “Economy and finance” > “Prices” > “Correction coefficients”).