29.9.2023   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

L 242/403


RESOLUTIE (EU) 2023/1920 VAN HET EUROPEES PARLEMENT

van 10 mei 2023

met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) voor het begrotingsjaar 2021

HET EUROPEES PARLEMENT,

gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) voor het begrotingsjaar 2021,

gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement,

gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken,

gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0105/2023),

A.

overwegende dat de definitieve begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA) (hierna “het Agentschap”) voor het begrotingsjaar 2021 volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven (1) in totaal 216 513 780 EUR bedroeg, een daling van 9,83 % ten opzichte van 2020, in lijn met de neerwaartse trend die werd ingezet in 2019, toen de begroting van het Agentschap met 40,23 % werd verhoogd ten opzichte van het voorgaande jaar; overwegende dat de begroting van het Agentschap bijna uitsluitend afkomstig is uit de begroting van de Unie;

B.

overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2021 (hierna “het verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en dat de onderliggende verrichtingen wat betreft de ontvangsten op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn; overwegende dat de Rekenkamer een totaalbedrag aan betalingen van 18,11 miljoen EUR vaststelde, waarvan zij 15,67 miljoen EUR niet in overeenstemming achtte met sommige bepalingen van het financieel reglement van het Agentschap en 2,44 miljoen EUR niet in overeenstemming achtte met de bepalingen van de desbetreffende kadercontracten, hetgeen in totaal 6,20 % van de in 2021 beschikbare betalingskredieten vertegenwoordigt, waardoor de voor de controle vastgestelde materialiteitsdrempel werd overschreden en een oordeel met beperking over de wettigheid en regelmatigheid van de onderliggende betalingen bij de rekeningen van het Agentschap werd afgegeven; overwegende dat de Rekenkamer tot de conclusie kwam dat de onderliggende verrichtingen wat betreft de betalingen voor het per 31 december 2021 afgesloten begrotingsjaar, met uitzondering van de niet-conforme betalingen, op alle materiële punten wettig en regelmatig zijn;

Financieel en begrotingsbeheer

1.

merkt met tevredenheid op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende 2021 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 100 %, een stijging met 24,39 % ten opzichte van 2020; stelt verder vast dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 94,65 % bedroeg, hetgeen neerkomt op een stijging van 0,24 % ten opzichte van 2020;

2.

is verheugd dat er in 2021 geen niet-automatische overdrachten hebben plaatsgevonden; constateert echter een hoog bedrag aan automatische overdrachten (11,1 miljoen EUR) van niet-gesplitste betalingskredieten voor titel II (infrastructuur en huishoudelijke uitgaven), die 56 % vertegenwoordigen van het totaal van 19,8 miljoen EUR voor die titel en 93,55 % van het totale bedrag (11,8 miljoen EUR) voor automatische overdrachten van 2021 naar 2022; sluit zich aan bij het standpunt van de Rekenkamer dat hoge percentages overdrachten in strijd zijn met het begrotingsbeginsel van jaarperiodiciteit en wijzen op structurele problemen bij de uitvoering van de begroting; neemt kennis van het antwoord van het Agentschap dat de overdrachten van uitgaven van titel II voornamelijk betrekking hadden op externe aanbieders van ondersteunende diensten, die door het Agentschap zijn gecontracteerd om het structurele gebrek aan personeel op te vangen na de toewijzing van nieuwe taken aan het Agentschap die niet gepaard ging met een adequate toewijzing van personele middelen; stelt verder vast dat de timing van contracten met dergelijke externe aanbieders van ondersteunende diensten niet was afgestemd op het kalenderjaar, maar op de duur van de noodzakelijke verleende diensten; verzoekt het Agentschap niettemin die problemen aan te pakken en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de in dat verband genomen maatregelen; verzoekt de Commissie de toewijzing van nieuwe taken en de benodigde middelen beter te coördineren, zodat het Agentschap minder vaak een beroep hoeft te doen op externe dienstverleners;

3.

is van mening dat het Agentschap zijn dialoog met de Commissie moet voortzetten om wijzigingen in zijn meerjarige begrotingsplanning voor te stellen, zodat het pas middelen ontvangt voor de ontwikkeling van systemen zodra de rechtszekerheid is gewaarborgd;

Prestaties

4.

is ingenomen met het feit dat het Agentschap bepaalde instrumenten, zoals kernprestatie-indicatoren, gebruikt om de toegevoegde waarde van zijn activiteiten te beoordelen en zijn begrotingsbeheer te verbeteren; merkt op dat het Agentschap naar eigen verklaring zijn doelstellingen voor 2021, zoals uiteengezet in zijn oprichtingsverordening (Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en de Raad (2)), heeft verwezenlijkt en de in zijn jaarlijkse werkprogramma voor 2021 omschreven resultaten heeft behaald, zowel wat de uitkomsten als de prestaties betreft; is ingenomen met de voortdurende inspanningen die het Agentschap in 2021 heeft geleverd om zich aan te passen aan zijn geactualiseerde mandaat als vastgesteld bij die verordening, die op 11 december 2018 in werking trad, en neemt nota van de vaststelling van een langetermijnstrategie voor de periode 2021-2027, die als leidraad dient voor de ontwikkeling en activiteiten voor de lange termijn van het Agentschap en zijn toekomstige meerjarige en jaarlijkse programmering;

5.

constateert dat de prestaties en de beschikbaarheid van de door het Agentschap geëxploiteerde IT-systemen in overeenstemming waren met de desbetreffende overeenkomsten inzake dienstverleningsniveau; neemt kennis van de verdere ontwikkeling van nieuwe IT-systemen voor het inreis-uitreissysteem (EES), het Europees systeem voor reisinformatie en -autorisatie (Etias) en het systeem om vast te stellen welke lidstaten over informatie over eerdere veroordelingen van onderdanen van derde landen beschikken (Ecris-TCN) en van interoperabiliteit tussen de nieuwe en de bestaande systemen; stelt verder vast dat de inbedrijfstelling van deze nieuwe systemen met enkele maanden is uitgesteld, terwijl het algemene tijdschema voor de voltooiing van de interoperabiliteitsarchitectuur vóór eind 2023 is gehandhaafd; prijst het Agentschap voor de voltooiing van diverse projecten, zoals de installatie van de nationale uniforme interfaces, de upgrade van de communicatie-infrastructuur voor het visuminformatiesysteem (VIS) en de nieuwe gezamenlijke dienst voor biometrische matching; is verheugd dat het Agentschap zijn inspanningen op het gebied van onderzoek en innovatie heeft opgevoerd door middel van projecten op het gebied van artificiële intelligentie, technologieën voor soepele en contactloze grensoverschrijding en interne veiligheid; stelt vast dat het Agentschap op schema ligt met het project voor de tweede uitbreiding van zijn operationele locatie in Straatsburg; merkt voorts op dat het Agentschap dat project heeft herzien om al vóór de verwachte oplevering in 2028 extra capaciteit beschikbaar te maken door middel van een modulair datacentrum, vermindering van de kantoorruimte en een gefaseerde bouwaanpak voor de uitbreiding van de locatie;

6.

is verheugd dat het Agentschap, samen met het Asielagentschap van de Europese Unie (de opvolger van het Europees Ondersteuningsbureau voor asielzaken) en de Europese grens- en kustwacht, actieve steun biedt aan de lidstaten die de belangrijkste landen van binnenkomst van migranten en asielzoekers in de EU vormen; merkt op dat het Agentschap de centrale component beheert van een reeks grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht, die gekoppeld zijn aan nationale systemen;

7.

is ingenomen met de continue steun van het Agentschap bij de uitvoering van Uniebeleid op het gebied van vrij verkeer van personen en goederen, gemeenschappelijke reisvisa, grenscontrole, immigratie en asiel, evenals bij de samenwerking tussen nationale rechtshandhavingsinstanties en justitiële autoriteiten, onder meer met het oog op de bestrijding van georganiseerde misdaad, mensensmokkel en mensenhandel en terrorisme;

Personeelsbeleid

8.

stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2021 voor 90,61 % was ingevuld, aangezien er 193 tijdelijke functionarissen waren aangesteld van de 213 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (ten opzichte van 202 toegestane posten in 2020); stelt vast dat in 2021 bovendien 107 contractanten en 10 gedetacheerde nationale deskundigen voor het Agentschap werkten, voor wie respectievelijk 132 en 11 posten waren toegestaan;

9.

wijst erop dat in 2021 zeven personeelsleden het Agentschap verlieten, wat neerkomt op een verloop van 5,5 %, meer dan het streefcijfer van 5 % en meer dan de uitgangswaarde van 3,7 % van 2020; is ingenomen met het toezicht op en de evaluatie van de redenen voor de ontwikkeling van die indicator door de leiding van het Agentschap; maakt uit de antwoorden van het Agentschap op dat tijdens de door het Agentschap georganiseerde exitgesprekken onder meer werd gewezen op contracten van beperkte duur, laagingeschaalde contracten en de hoge werkdruk; benadrukt dat er meer flexibiliteit nodig is wat betreft de beschikbaarheid van personele middelen, zodat het Agentschap zich kan aanpassen aan schommelingen in de werklast en aan mogelijke vertragingen bij de vaststelling van relevante wetgevingshandelingen; verzoekt de Commissie een constructieve dialoog met het Agentschap aan te gaan en die kwesties aan de orde te stellen bij het bepalen van de beschikbare middelen voor toekomstige personeelsformaties;

10.

wijst met bezorgdheid op de gendersamenstelling van het hoger management van het Agentschap met 2 mannen (100 %) en geen vrouwen, zijn raad van bestuur met 49 mannen (81,7 %) en 11 vrouwen (18,3 %) en zijn totale personeelsbestand met 215 mannen (69,4 %) en 95 vrouwen (30,6 %); merkt op dat de verantwoordelijkheid voor de benoeming van personen in de raad van bestuur bij de bevoegde nationale autoriteiten van elke lidstaat ligt; verzoekt de lidstaten om bij de benoeming van leden van de raad van bestuur van het Agentschap zorgvuldig rekening te houden met het genderevenwicht; neemt nota van de inspanningen van het Agentschap om het genderevenwicht te verbeteren en is verheugd over de lichte verbetering die in 2021 is opgetreden; verzoekt het Agentschap niettemin actief te streven naar de totstandbrenging van genderevenwicht en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over een actieplan in dat opzicht; merkt tevens op hoe belangrijk het is om te zorgen voor een evenwichtige geografische vertegenwoordiging binnen het management en het personeel van het Agentschap;

11.

merkt op dat het Agentschap in 2021 15 selectieprocedures heeft gestart en 1 944 sollicitaties heeft ontvangen voor in totaal 18 wervingsprocedures; prijst het Agentschap voor de gemelde efficiëntieslag en de verbetering van zijn aanwervingsproces alsmede voor zijn imago als aantrekkelijke werkgever; wijst in dat verband op de diverse acties van het Agentschap, zoals het proefproject “Agile recruitment”, de deelname aan de wereldwijde online carrièrebeurs “Women in Tech”, de publicatie van vacatures buiten de website van het Agentschap en het groeperen van profielen of het gebruik van bestaande reservelijsten voor gelijkwaardige rangen en functiegroepen; neemt verder nota van een analyse van het competentiekader van het Agentschap en moedigt het Agentschap aan zijn strategie voor competentiegericht personeelsbeheer verder te ontwikkelen;

12.

prijst het Agentschap voor zijn nultolerantiebeleid ten aanzien van intimidatie; merkt op dat het Agentschap in 2021 14 zaken heeft behandeld die verband hielden met psychisch geweld of seksuele intimidatie; merkt in dit verband bovendien op dat het Agentschap twee voorlopige beoordelingen heeft verricht die hebben geleid tot het instellen van drie administratieve onderzoeken en het ontslag van een personeelslid; stelt tevreden vast dat het Agentschap webinars en voorlichtingsbijeenkomsten heeft georganiseerd over het voorkómen van intimidatie en de rol van zijn vertrouwenspersonen, en is ingenomen met de maatregelen van het Agentschap ter verbetering van het welzijn op het werk en het evenwicht tussen werk en privéleven voor zijn personeel door middel van webinars over geestelijke gezondheid en individuele adviessessies;

13.

is verheugd dat het Agentschap alle basismodules van Sysper voor het personeelsbeheer en verscheidene optionele modules gebruikt; moedigt het Agentschap aan door te gaan met de digitalisering van zijn systeem voor personeelsbeheer;

Aanbestedingen

14.

stelt vast dat het Transversal Engineering Framework, de grootste aanbesteding die het Agentschap ooit heeft gedaan, volgens het Agentschap uitvoerbaar is gebleken voor verscheidene van de belangrijkste operationele activiteiten van het Agentschap, hoewel gestreefd blijft worden naar maximalisering van de voordelen van transversale aanbesteding door coördinatie van de bijdragen van verschillende contractanten aan verschillende projecten; constateert dat er in 2021 verscheidene belangrijke aanbestedingen werden voorbereid en diverse contracten werden ondertekend, namelijk betreffende het centrale systeem van het Ecris-TCN, de bijgewerkte versie van de nieuwe testomgeving voor het VIS/BMS en de beoordeling van de technologie voor de toekomstige oplossing voor het documentbeheersysteem;

15.

wijst op het oordeel met beperking van de Rekenkamer over de wettigheid en regelmatigheid van de betalingen wegens de onregelmatigheid van zes in 2021 verrichte betalingen voor een totaalbedrag van 18,11 miljoen EUR in verband met verschillende kadercontracten, die goed waren voor 6,20 % van de in 2021 beschikbare betalingskredieten; merkt met bezorgdheid op dat 2021 het tweede jaar op rij is waarvoor de Rekenkamer een dergelijk oordeel met beperking heeft afgegeven met betrekking tot de aanbestedingen en het contractbeheer van het Agentschap; merkt op dat de naleving op dit gebied volgens het Agentschap wordt beïnvloed door verscheidene factoren die verband houden met de operationele en budgettaire planning, het inkoopmodel, het beheer van contractuele ontwikkelingen en het gebrek aan personeel, waardoor het Agentschap minder mogelijkheden heeft om het bereik, de duur en de waarde van contracten te beperken; wijst erop dat het Agentschap, gezien de toevoegingen aan en de updates van de grootschalige IT-systemen die het beheert, is overgestapt van verticale naar transversale inkoop, waardoor het oorspronkelijke verticale inkoopmodel dat het van de Commissie had geërfd, niet langer uitvoerbaar is; merkt op dat de belangrijkste redenen voor deze overstap verband houden met het verminderen van de afhankelijkheid van bepaalde leveranciers (vendor lock-in) en het behalen van schaalvoordelen of het verlagen van de kosten;

16.

wijst op de opmerkingen van de Rekenkamer over een specifieke overeenkomst van 40 miljoen EUR ter uitvoering van een kadercontract in verband met grootschalige IT-systemen, dat het Agentschap heeft ondertekend, zonder de details van de afgenomen diensten te specificeren; maakt uit de toelichting van het Agentschap op dat het snelle tempo van de technologische ontwikkelingen meer flexibiliteit op het gebied van IT-aankopen vereist; wijst erop dat de door het Agentschap opgestelde kadercontracten een grote mate van flexibiliteit vereisen, niet alleen om deze aan technologische ontwikkelingen aan te passen, maar ook aan wetswijzigingen waarmee bijvoorbeeld nieuwe grootschalige IT-systemen worden ingevoerd of bestaande grootschalige IT-systemen die door het Agentschap worden beheerd, worden aangepast; onderstreept dat herhaaldelijke vertragingen bij de vaststelling en uitvoering van relevante wetgevingshandelingen, aspecten waarop het Agentschap geen enkele invloed heeft, bepalend zijn voor de mate van detail en precisie die het Agentschap kan bieden bij de initiële vaststelling van kaderovereenkomsten; merkt verder op dat uit informatie van het Agentschap blijkt dat zijn aanbestedingsbeleid en -praktijken de laatste jaren zijn verbeterd, maar dat dit weinig effect heeft op oudere, al lopende contracten; verzoekt het Agentschap de opgedane ervaring en de door de Rekenkamer verschafte inzichten te inventariseren om duurzame verbeteringen op dit gebied te waarborgen; steunt het Agentschap in zijn streven om een uitgebreide reeks richtsnoeren voor aanbestedingen en zijn eerste beleid inzake contractbeheer vast te stellen, en verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit deze documenten te doen toekomen zodra zij zijn goedgekeurd; verzoekt het Agentschap, de Rekenkamer en de Commissie te zoeken naar mogelijke oplossingen om de flexibiliteit en aanpassingsmogelijkheden bij aanbestedingen te vergroten met het oog op een efficiënte uitvoering van het mandaat van het Agentschap;

17.

neemt kennis van het standpunt van het Agentschap dat de door de Rekenkamer vastgestelde formele onregelmatigheden niet hebben geleid tot financieel nadeel voor de begroting van de Unie;

18.

wijst erop dat het Agentschap in 2021 759 juridische verbintenissen heeft ondertekend; merkt op dat het Agentschap 14 inkoopmedewerkers in dienst heeft (11 functionarissen en 3 assistenten); wijst erop dat het Agentschap niet beschikt over een functie van het juiste niveau om een volledig operationele inkoopafdeling op te zetten; verzoekt de Commissie met deze behoeften rekening te houden bij het bepalen van de beschikbaarheid van middelen voor de toekomstige personeelsformatie;

Preventie van en omgang met belangenconflicten, en transparantie

19.

neemt kennis van de bestaande maatregelen en de lopende inspanningen van het Agentschap om te zorgen voor transparantie, preventie en aanpak van belangenconflicten, en bescherming van klokkenluiders; is verheugd dat het Agentschap zijn richtsnoeren inzake klokkenluiden in 2021 heeft herzien en aangenomen om de interneauditfunctie van het Agentschap de taak te geven vertrouwelijk en onpartijdig advies te verstrekken over de regels inzake klokkenluiden;

20.

stelt met voldoening vast dat het Agentschap jaarlijks de belangenverklaringen en de cv’s van de leden van de raad van bestuur en het hoger management op zijn website publiceert; is verheugd dat het Agentschap een transparantieregister heeft opgezet op grond waarvan bijeenkomsten tussen zijn hoger management en economische actoren op zijn website worden gepubliceerd;

Interne controle

21.

merkt op dat de Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming (EDPS) controles en inspecties van door het Agentschap geëxploiteerde en beheerde systemen heeft uitgevoerd, te weten een gegevensbeschermingscontrole met betrekking tot het Schengeninformatiesysteem van de tweede generatie (SIS II) en het VIS-systeem in 2018 en een inspectie met betrekking tot Eurodac in 2019, naar aanleiding waarvan in totaal 72 aanbevelingen zijn gedaan; stelt vast dat het Agentschap deze aanbevelingen heeft uitgevoerd en dat het elk kwartaal controles verricht om de voortgang van de uitvoering ervan te monitoren; moedigt het Agentschap aan de activiteiten op het gebied van gegevensbescherming hoog op de agenda te houden; verzoekt het Agentschap om de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van de vorderingen bij de uitvoering van die aanbevelingen;

22.

is ingenomen met de jaarlijkse beoordeling door het Agentschap van zijn internecontrolesysteem, waaruit blijkt dat dit internecontrolesysteem daadwerkelijk bestaat, werkt en doeltreffend is, hoewel een aantal verbeteringen nodig is; is verder ingenomen met de voortgang die is geboekt met betrekking tot de opmerkingen van de Rekenkamer en de kwijtingsresoluties van het Parlement van voorgaande jaren en met het feit dat het Agentschap de aanbevelingen van de Rekenkamer uit 2018 en 2019 betreffende de niet-naleving van de aanbestedingsregels heeft uitgevoerd; wijst erop dat de werkzaamheden met betrekking tot twee resterende opmerkingen nog lopen; verzoekt het Agentschap meer inspanningen te leveren om corrigerende maatregelen ten uitvoer te leggen met betrekking tot nog openstaande opmerkingen van de Rekenkamer;

23.

constateert dat het uitvoeringspercentage voor de aanbevelingen eind 2021 77 % bedroeg (24 aanbevelingen uitgevoerd en 37 openstaande aanbevelingen); merkt op dat eind 2021 in totaal 32 aanbevelingen openstonden, waarvan er geen enkele “kritiek” was; stelt met bezorgdheid vast dat de uitvoeringstermijn van zeven aanbevelingen was verstreken, dat wil zeggen dat de uitvoering van de aanbevelingen nog gaande was, terwijl de uitvoeringstermijn al was verstreken; verzoekt het Agentschap de nog niet uitgevoerde aanbevelingen onverwijld uit te voeren en aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de geboekte vooruitgang; is van oordeel dat de bevindingen uit verslag OC-2020-0441-A2 van het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) ter beschikking moeten worden gesteld van de kwijtingsautoriteit; verzoekt het Agentschap voorts de kwijtingsautoriteit een verslag te doen toekomen over de uitvoering van de aanbevelingen van OLAF;

Digitalisering en de groene transitie

24.

prijst het Agentschap voor de diverse maatregelen die het heeft genomen ter verbetering van de energie-efficiëntie, variërend van het exclusieve gebruik van groene stroom en gerecycled papier tot verwarming van het gebouw in Tallinn door hergebruik van de warmte van de serverruimte; verzoekt het Agentschap de certificeringsprocedures in het kader van het milieubeheer- en milieuauditsysteem (EMAS) van de Unie te versnellen; verzoekt het Agentschap voorts de kwijtingsautoriteit de meest recente verslagen over de milieuverklaring van het Agentschap te verstrekken;

25.

neemt nota van de aanvullende maatregelen die het Agentschap in 2021 heeft genomen op het gebied van cyberbeveiliging, zoals de vaststelling van zes normen ter zake en de aanzet tot oprichting van een Computer Security Incident Response Team, alsook van zijn voortdurende samenwerking met het computercrisisresponsteam voor de instellingen, organen en instanties van de EU (CERT-EU) en de invoering van een gestructureerd kader voor risicobeheer en -controle van de IT-beveiliging; merkt op dat het Agentschap in 2021 met Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging) heeft samengewerkt bij de praktische uitvoering van de cyberbeveiligingswetgeving van de Unie en bij de jaarlijkse cyberbeveiligingsoefening van het Agentschap; verzoekt het Agentschap gebruik te maken van nieuwe hulpmiddelen met het oog op de digitalisering van de begrotings- en aanbestedingsprocessen, zoals elektronische handtekeningen, elektronische contracten en elektronische facturering;

Bedrijfscontinuïteit tijdens de COVID-19-crisis

26.

prijst het Agentschap voor zijn vermogen om de doorlopende beschikbaarheid en bestendigheid van de systemen onder zijn beheer te waarborgen, evenals de normale werking van het Schengengebied, ondanks de uitdagingen als gevolg van de COVID-19-pandemie, die in 2021 aanhield; merkt in dit verband niettemin op dat de uitvoeringsschema’s voor de ontwikkeling van de nieuwe systemen zijn herzien wegens de onbeschikbaarheid van hardware, vertragingen bij de levering en installatie van apparatuur en de minder frequente aanwezigheid van personeel en contractanten ter plaatse;

27.

prijst het Agentschap voor zijn samenwerking met andere instellingen, organen of instanties van de Unie met het oog op de uitwisseling van kennis en beste praktijken met betrekking tot aspecten van de bedrijfscontinuïteit; prijst het Agentschap ook voor zijn deelname aan de initiatieven van de interinstitutionele groep voor opleiding en bewustmaking op het gebied van veiligheid en het JBZ-netwerk van veiligheidsfunctionarissen om gemeenschappelijke veiligheidskwesties aan te pakken;

Overige

28.

is ingenomen met de actieve onlineaanwezigheid van het Agentschap in 2021 en constateert dat de sociale-mediastatistieken zijn verbeterd; prijst het Agentschap voor zijn bijdrage aan externe onlinecampagnes zoals “Digital EU” en “Women in Tech” en voor het organiseren van evenementen met een breed bereik, zoals zijn jaarlijkse conferentie en de sectorale rondetafelconferenties van eu-LISA;

29.

verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 10 mei 2023 (3) over het functioneren en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen.

(1)   PB C 162 van 13.4.2022, blz. 22.

(2)  Verordening (EU) 2018/1726 van het Europees Parlement en de Raad van 14 november 2018 betreffende het Agentschap van de Europese Unie voor het operationeel beheer van grootschalige IT-systemen op het gebied van vrijheid, veiligheid en recht (eu-LISA), tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1987/2006 en Besluit 2007/533/JBZ van de Raad en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1077/2011 (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 99).

(3)  Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0190.