|
29.9.2023 |
NL |
Publicatieblad van de Europese Unie |
L 242/226 |
RESOLUTIE (EU) 2023/1857 VAN HET EUROPEES PARLEMENT
van 10 mei 2023
met de opmerkingen die een integrerend deel uitmaken van het besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) voor het begrotingsjaar 2021
HET EUROPEES PARLEMENT,
|
— |
gezien zijn besluit over het verlenen van kwijting voor de uitvoering van de begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) voor het begrotingsjaar 2021, |
|
— |
gezien artikel 100 van en bijlage V bij zijn Reglement, |
|
— |
gezien het advies van de Commissie burgerlijke vrijheden, justitie en binnenlandse zaken, |
|
— |
gezien het verslag van de Commissie begrotingscontrole (A9-0102/2023), |
|
A. |
overwegende dat de definitieve begroting van het Agentschap van de Europese Unie voor opleiding op het gebied van rechtshandhaving (Cepol) (het “Agentschap”) volgens zijn staat van ontvangsten en uitgaven (1) voor het begrotingsjaar 2021 30 044 194 EUR bedroeg, een daling van 1,82 % ten opzichte van 2020; overwegende dat het Agentschap wordt gefinancierd door een bijdrage van de Unie en door externe bestemmingsontvangsten voor specifieke projecten; |
|
B. |
overwegende dat de Rekenkamer in haar verslag over de jaarrekening van het Agentschap voor het begrotingsjaar 2021 (het “verslag van de Rekenkamer”) verklaart redelijke zekerheid te hebben gekregen dat de jaarrekening van het Agentschap betrouwbaar is en de onderliggende verrichtingen wettig en regelmatig zijn; |
Financieel en begrotingsbeheer
|
1. |
merkt op dat de inspanningen op het gebied van begrotingstoezicht gedurende het begrotingsjaar 2021 hebben geresulteerd in een uitvoeringspercentage van de begroting van 96,78 %, wat een stijging inhoudt van 5,09 % ten opzichte van 2020; merkt op dat het uitvoeringspercentage van de betalingskredieten 72,26 % bedroeg, wat een daling inhoudt van 1,93 % ten opzichte van 2020; merkt verder op dat het gecumuleerde uitvoeringspercentage van de betalingskredieten in de eerste twee jaar (2020 en 2021) van de uitvoering van de vier lopende meerjarenprojecten voor internationale samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (speciale externe bijstandsfondsen van de Unie) 22,25 % bedroeg; |
|
2. |
merkt op dat er een begrotingswijziging werd aangenomen waarbij de begroting van het Agentschap voor 2021 werd verlaagd met 800 000 EUR, dat aan de Commissie is teruggegeven; erkent dat de pandemie volgens de verklaring van het Agentschap ernstige gevolgen heeft gehad voor de mogelijkheid om in de eerste kwartalen van 2021 ter plaatse rechtshandhavingsopleidingen te organiseren, hetgeen tot aanzienlijke onderbesteding heeft geleid; onderstreept evenwel dat het Agentschap zijn activiteiten doeltreffend heeft aangepast en is overgeschakeld naar online leren, waardoor de uitvoering van zijn opleidingsprogramma’s doorgang kon vinden; |
|
3. |
constateert met voldoening dat het uitvoeringspercentage van de C8-middelen (overgedragen van 2020 naar 2021) in 2021 100 % bedroeg; constateert verder dat er een hoog bedrag aan middelen is overgedragen van 2021 naar 2022, te weten 2 411 091 EUR, wat neerkomt op 24 % van de reguliere begroting van het Agentschap voor 2021; |
Prestatie
|
4. |
merkt op dat het uitvoeringspercentage van het werkprogramma van het Agentschap is beïnvloed door de COVID-19-crisis, vooral wat betreft de activiteiten op locatie; is van oordeel dat de meeste doelstellingen zijn gehaald of overtroffen; neemt met waardering kennis van het klanttevredenheidsoordeel in 2021: 97 % van de deelnemers aan de opleidingsactiviteiten van het Agentschap stelde tevreden of zeer tevreden te zijn; |
|
5. |
stelt vast dat de Commissie in 2021 een vijfjaarlijkse evaluatie van het Agentschap heeft uitgevoerd; is ingenomen met de over het algemeen positieve conclusies van het evaluatieverslag en verzoekt het Agentschap de in het evaluatieverslag geformuleerde aanbevelingen uit te voeren; |
|
6. |
stelt met waardering vast dat het Agentschap, ondanks de gevolgen van de COVID-19-uitbraak, zijn bereik is blijven vergroten: het aantal deelnemers aan de opleidingen is ten opzichte van 2020 met 17 % gestegen; prijst bovendien de uitzonderlijke resultaten van het Agentschap op het gebied van e-learning en de organisatie van de online CEPOL Research & Science Conference, die in het voorjaar van 2021 meer dan 500 deelnemers trok; neemt er nota van dat het Cepol-uitwisselingsprogramma werd uitgesteld tot half augustus, en dat in 2021 57 % van de geplande uitwisselingen daadwerkelijk plaatsvond; |
|
7. |
neemt er nota van dat het Agentschap de tweede EU-evaluatie van de behoefte aan strategische opleidingen (EU-STNA) heeft afgerond, in het kader waarvan geïnventariseerd is wat de opleidingsprioriteiten voor wetshandhavers zijn in de periode 2022-2025; is ingenomen met de start van het nieuwe Cepol-kenniscentrum voor samenwerking, informatie-uitwisseling en interoperabiliteit op het gebied van rechtshandhaving (CKC INT); |
|
8. |
benadrukt dat rechtshandhavingsopleidingen op het niveau van de Unie een afspiegeling moeten zijn van de bedreigingen voor de veiligheid die van toepassing zijn op de Unie, in overeenstemming met het mandaat van het Agentschap; wijst nogmaals op het belang van rechtshandhavingsopleidingen die gericht zijn op strategieën ter bestrijding van racisme en discriminatie en ter voorkoming van raciale en etnische profilering en geweld; onderstreept dat er dringend behoefte is aan gespecialiseerde opleidingen die gericht zijn op de gevaren en het juiste gebruik van AI-technologieën door politieautoriteiten om de veiligheid van burgers te waarborgen; |
|
9. |
is ingenomen met de oprichting van de deskundigengroep grondrechten, die tot doel heeft de opleidingsstrategie van het Agentschap op dat gebied te verbeteren, en van de deskundigengroep versterking van de samenwerking tussen het Agentschap en de lidstaten, die tot doel heeft de kwaliteit en effectiviteit van samenwerking te verbeteren; neemt kennis van het voorstel van de deskundigengroep grondrechten om, indien van toepassing, zowel in de lidstaten als in derde landen grondrechten als horizontaal thema toe te voegen aan de aangeboden opleidingsactiviteiten, met bijzondere nadruk op grondrechten en misdaadpreventie; |
|
10. |
stelt vast dat het Agentschap in 2021 is begonnen met de uitvoering van de vier meerjarige internationale projecten om derde landen te ondersteunen bij de opbouw van hun capaciteit op relevante beleidsterreinen van rechtshandhaving; |
|
11. |
is ingenomen met de samenwerking met gespecialiseerde kennisnetwerken en kenniscentra op het gebied van cybercriminaliteit, zoals het Europees Centrum voor de bestrijding van cybercriminaliteit, de Europese groep voor opleiding in verband met cybercriminaliteit, het Europees netwerk voor justitiële opleiding en Interpol, welke verloopt via de CEPOL Cybercrime Academy, om te voorzien in de toenemende opleidingsbehoeften op het gebied van cybercriminaliteit; |
|
12. |
wijst op de werkafspraken van het Agentschap met het Agentschap van de Europese Unie voor samenwerking op het gebied van rechtshandhaving (Europol), het Agentschap van de Europese Unie voor justitiële samenwerking in strafzaken (Eurojust), het Europees Grens- en kustwachtagentschap, het Europees netwerk voor justitiële opleiding, de Commissie, en de lopende onderhandelingen met het Europees Waarnemingscentrum voor drugs en drugsverslaving en het Asielagentschap van de Europese Unie; |
|
13. |
stelt met bezorgdheid vast dat het Agentschap geen werkafspraken heeft met het directoraat-generaal Belastingen en Douane-unie (DG TAXUD) van de Commissie, waardoor het Agentschap zijn activiteiten niet kan uitbreiden tot douane- en grensbeambten; moedigt het Agentschap aan ervoor te zorgen dat er werkafspraken zijn met alle belangrijke organen; |
|
14. |
moedigt het Agentschap aan zijn opleidingsmethoden beter af te stemmen op zijn doelgroep; dringt er bij het Agentschap op aan om in aansluiting op de resultaten van de evaluatie van de Commissie de opleiding van rechtshandhavingsambtenaren die de voorkeur geven aan praktische opleidingen (gezamenlijke oefeningen, simulaties, “tabletop”-oefeningen) in plaats van (virtuele) theoretische klassikale opleidingen, aan te passen; |
Personeelsbeleid
|
15. |
stelt vast dat de personeelsformatie op 31 december 2021 voor 91 % was ingevuld, met 30 van de 33 tijdelijke functionarissen die in het kader van de begroting van de Unie waren toegestaan (hetzelfde aantal toegestane posten als in 2020), ook daadwerkelijk aangesteld; stelt vast dat daarnaast 58 contractanten (waarvan 20 voor reguliere activiteiten en 38 voor extern gefinancierde projecten voor capaciteitsopbouw) en zeven gedetacheerde nationale deskundigen (zes gefinancierd met middelen van de begroting van het Agentschap en één gefinancierd met middelen van het Counter Terrorism Training Project 2) in 2021 voor het Agentschap werkzaam zijn geweest; stelt verder vast dat er op 31 december 2021 19 uitzendkrachten in dienst waren voor taken gerelateerd aan de kernactiviteiten van het Agentschap, zoals e-learning, ICT, juridische en managementondersteuning; |
|
16. |
onderstreept dat de aanzienlijke uitbreiding van de werkzaamheden van het Agentschap met de inwerkingtreding van zijn huidige mandaat, nog niet heeft geresulteerd in een vergelijkbare uitbreiding van het personeelsbestand; neemt met bezorgdheid nota van de suggestie van de Commissie aan het Agentschap om voor de komende jaren geen nieuwe posten aan te vragen, ondanks de behoefte aan meer personeel; benadrukt bovendien dat het Agentschap bij gebrek aan extra personele middelen contractanten inzet voor een aantal taken die normaliter door tijdelijke functionarissen zouden worden uitgevoerd; dringt er bij de Commissie op aan haar standpunt over de functie-inschaling van posten te herzien, zodat deze een afspiegeling is van de werklast en verantwoordelijkheden van het betreffende personeel; |
|
17. |
constateert met bezorgdheid dat het personeelsverloop in 2021 met 11,8 % hoog bleef; waardeert de inspanningen van het Agentschap om dit probleem aan te pakken, onder meer door de invoering van een nieuw gestructureerd exitgesprek; benadrukt dat uit de resultaten van dergelijke gesprekken is gebleken dat het hoge verloop vooral wordt veroorzaakt door de hoge werkdruk en de lage inschaling van functies; onderstreept bovendien dat het Agentschap moeilijkheden ondervindt aangaande de aanwervingsprocedure, die zowel worden veroorzaakt door het kleine aantal sollicitaties als door een groot aantal succesvolle kandidaten die de aangeboden banen afwijzen; wijst erop dat de toepassing van de aanpassingscoëfficiënt op salarissen die worden geboden voor functies binnen het Agentschap een uiterst negatief effect heeft op het vermogen van het Agentschap om het personeelsverloop te beperken, het personeel aan te werven dat het nodig heeft voor de optimale uitvoering van zijn mandaat, en aantrekkelijk te worden voor hooggekwalificeerde kandidaten; verzoekt de Commissie de aanpassingscoëfficiënt te herzien om hierin de werkelijke kosten van de verhuizing naar en het wonen in de stad waar het Agentschap gevestigd is, beter tot uitdrukking te laten komen; verzoekt de Commissie en het Agentschap bovendien aanvullende voorzieningen beschikbaar te stellen, zoals toegang tot internationale scholen, kinderopvang en gezondheidszorg, om werken bij het Agentschap aantrekkelijker te maken; |
|
18. |
stelt met voldoening vast dat het Agentschap verschillende Sysper-modules heeft geïmplementeerd en voornemens is daarmee door te gaan en het gebruik van basis- en optionele modules op te voeren; |
|
19. |
is ingenomen met de genderverdeling zoals gemeld door het Agentschap voor 2021, met 3 mannen en 3 vrouwen in managementfuncties (waarvan 1 senior manager en 5 middenmanagers), 16 mannen (59 %) en 11 vrouwen (41 %) in de raad van bestuur, en 39 mannen (45 %) en 48 vrouwen (55 %) in het totale personeelsbestand; prijst het Agentschap voor het in 2021 bereikte genderevenwicht; is echter bezorgd over het gebrek aan geografisch evenwicht en over het feit dat het Agentschap geen personeel uit Cyprus, Denemarken, Frankrijk, Ierland, Luxemburg, Malta, Slovenië en Tsjechië in dienst heeft; dringt er bij het Agentschap op aan in zijn aanwervingsprocedures absolute prioriteit te geven aan het geografische evenwicht en de kwijtingsautoriteit in te lichten over ontwikkelingen in dit verband; |
|
20. |
is verheugd over het feit dat het Agentschap in 2021 opleidingsactiviteiten heeft georganiseerd over onderwerpen als ethiek en integriteit, respect en waardigheid, preventie van intimidatie, en welzijn; is verheugd dat het Agentschap in 2021 beleid heeft ingevoerd inzake de bescherming van de waardigheid van de persoon en preventie van psychologische en seksuele intimidatie; is verder ingenomen met de invoering van de informele procedure met vertrouwenspersonen; constateert dat het Agentschap heeft aangegeven dat er in 2021 geen enkel geval van intimidatie is gemeld; |
Aanbestedingen
|
21. |
stelt met bezorgdheid vast dat de Rekenkamer sinds het begrotingsjaar 2019 elk jaar nieuwe opmerkingen over aanbestedingen door het Agentschap heeft gemaakt; neemt nota van de opmerkingen van de Rekenkamer over het contractbeheer en de aanbestedingsprocedures van het Agentschap voor 2021; merkt met name op dat het Agentschap in 2021 betalingen heeft verricht in verband met activiteiten die plaatsvonden in bepaalde landen buiten de Unie; merkt op dat deze activiteiten niet binnen het toepassingsgebied van de kaderovereenkomst vielen terwijl de desbetreffende betalingen wel op die basis zijn verricht; neemt met bezorgdheid kennis van de conclusie van de Rekenkamer dat het Agentschap in deze zaak in strijd met artikel 172 van het Financieel Reglement heeft gehandeld; betreurt dat de desbetreffende betalingen ten bedrage van 76 590 EUR onregelmatig waren, zoals door de Rekenkamer geconcludeerd; merkt op dat het Agentschap had besloten een uitzondering te maken die uitsluitend gold voor dringende zakelijke behoeften in landen buiten de Unie, en dat dit besluit werd opgenomen in zijn register van uitzonderingen; stelt verder vast dat het Agentschap herhaaldelijk gebruik heeft gemaakt van de uitzonderingsprocedure om de bedrijfscontinuïteit en een gezond financieel beheer te waarborgen totdat de open procedure was afgerond die in januari 2022 leidde tot de ondertekening van een nieuwe kaderovereenkomst zonder beperkingen; |
|
22. |
merkt op dat het Agentschap in 2021 slechts over één tijdelijke functionaris en één contractant beschikte voor de afhandeling van aanbestedingsgerelateerde procedures, en twee extra contractanten die op extern gefinancierde projecten werkzaam waren; stelt vast dat het Agentschap een beroep doet op uitzendkrachten om de werkdruk te verlichten; toont zich uiterst bezorgd over het feit dat, ten minste tot november 2022, de hoogst ingeschaalde aanbestedingsfunctionaris een AST-5 was met een aanwervingsrang van AST-3, een rang die door het Agentschap als te laag wordt beschouwd, gezien de verantwoordelijkheden die bij deze functie horen; onderstreept dat de ontoereikende inschaling van deze functies van invloed kan zijn op de kwaliteit van de door het Agentschap gevolgde procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten; verzoekt de Commissie om deze problemen met spoed aan te pakken; |
Preventie van en omgang met belangenconflicten, en transparantie
|
23. |
neemt met voldoening kennis van de bestaande maatregelen en de lopende inspanningen van het Agentschap om te zorgen voor transparantie en de preventie van en omgang met belangenconflicten; stelt met tevredenheid vast dat de belangenverklaringen en de cv’s van de meeste leden van de raad van bestuur en van het hoger management op de website van het Agentschap worden gepubliceerd; stelt met tevredenheid vast dat het format van de verklaringen het mogelijk maakt om daarin professionele, financiële, persoonlijke en andere belangen te vermelden die verband kunnen houden met de activiteiten van het Agentschap; merkt op dat de verklaringen inzake belangenconflicten en vertrouwelijkheid van de bezoldigde deskundigen niet op de website van het Agentschap worden gepubliceerd; verzoekt het Agentschap deze resterende documenten zo spoedig mogelijk op zijn website beschikbaar te stellen; is verheugd over het feit dat de jaarlijkse lijst van deskundigencontracten die op de website van het Agentschap wordt gepubliceerd, wordt aangevuld met informatie over de verklaringen inzake belangenconflicten en vertrouwelijkheid van de deskundigen; |
Interne controle
|
24. |
stelt vast dat het Agentschap zijn systeem voor interne controle tegen het licht heeft gehouden en tot de slotsom is gekomen dat het doeltreffend is en goed functioneert, en dat er slechts kleine verbeteringen hoeven te worden aangebracht; verzoekt het Agentschap in dit kader expliciet rekening te houden met de opmerkingen van de Rekenkamer en de daaraan gerelateerde aanbevelingen; |
|
25. |
maakt uit het verslag van de Rekenkamer op dat er sprake is van meerdere tekortkomingen in het internecontrolesysteem van het Agentschap, namelijk met betrekking tot aanbestedingsprocedures en het beheer van begrotingsvastleggingen; wijst in verband met aanbestedingen op de opmerking van de Rekenkamer betreffende een geval waarin het ontbreken van een scheiding tussen selectiecriteria en gunningscriteria het transparantiebeginsel in gevaar bracht en het Agentschap blootstelde aan reputatieschade en juridische risico’s; merkt op dat de Rekenkamer in een ander geval vaststelde dat het Agentschap geen toezicht houdt op uitstaande betalingen en daardoor het risico loopt zijn financiële verplichtingen jegens derden niet na te komen in geval van budgettaire beperkingen; verzoekt het Agentschap aan de kwijtingsautoriteit verslag uit te brengen over de voorgenomen maatregelen om deze problemen aan te pakken en over de vorderingen die het in dit verband heeft gemaakt; |
|
26. |
herinner eraan dat de Rekenkamer zwakke punten heeft geconstateerd in de internecontroleomgeving van het Agentschap, naast die met betrekking tot het beheer van begrotingsvastleggingen, en is ingenomen met de concrete stappen die het Agentschap heeft genomen om die fouten te corrigeren, waaronder het aanbieden van regelmatige opleidingen op het gebied van contractbeheer aan projectmanagers en ander relevant personeel om de bewustwording te vergroten en het aantal dergelijke gevallen te verminderen; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit in te lichten over zijn vorderingen op dit gebied; |
|
27. |
merkt op dat de dienst Interne Audit (IAS) in oktober 2021 een controle is gestart betreffende “personeelsbeheer en ethiek bij Cepol”; neemt nota van de positieve conclusie van het definitieve auditverslag van de IAS en van de vastgestelde verbeterpunten met betrekking tot de aanwervings-, beoordelings- en herindelingsprocedures; verzoekt het Agentschap om uitvoering te geven aan de aanbevelingen van de IAS; |
|
28. |
neemt met bezorgdheid kennis van de tekortkomingen van het Agentschap op het gebied van de interne controle bestaande uit het ontbreken van geformaliseerde controles op technologie (bijvoorbeeld ICT-back-upbeleid) en het procedurele kader voor documentbeheer; verzoekt het Agentschap om, zo nodig met de hulp van een ander agentschap, het ARES-systeem van de Commissie als documentbeheersysteem in te voeren; |
Digitalisering en de groene transitie
|
29. |
merkt op dat het Agentschap geen geformaliseerd beleid inzake cyberbeveiliging heeft; merkt verder op dat het Agentschap samenwerkt met CERT-EU en andere partners om de cyberbeveiliging en de bescherming van digitale bestanden te verbeteren; erkent de beperkingen van het Agentschap op dit gebied, gelet op het geringe aantal medewerkers dat voorzien is in de personeelsformatie; |
|
30. |
prijst het Agentschap voor de verdere verbetering van het LEEd-platform met diverse technische aanpassingen, vooral gezien de cyberaanval en de daaropvolgende uitschakeling van het platform eind 2020; is ingenomen met het snelle herstel van het LEEd-platform en de uitvoering van de resterende onlineactiviteiten in het eerste kwartaal van 2021; merkt verder op dat het Agentschap heeft gemeld dat het een relatief hoog niveau van digitalisering heeft bereikt nu de processen papierloos zijn geworden; |
|
31. |
moedigt het Agentschap aan nauw samen te werken met Enisa (het Agentschap van de Europese Unie voor cyberbeveiliging); stelt voor dat het Agentschap al zijn personeel regelmatig geactualiseerde opleidingsprogramma’s op het gebied van cyberbeveiliging aanbiedt; verzoekt het Agentschap zijn cyberbeveiligingsbeleid sneller op poten te zetten, en wel vóór 31 december 2023, en over de behaalde voortgang verslag uit te brengen aan de kwijtingsautoriteit; |
|
32. |
is ingenomen met de lancering in januari 2021 van de nieuwe leerportefeuille ter ondersteuning van de ontwikkeling van persoonlijke en zakelijke vaardigheden, met 500 nieuwe e-learningmodules en plaats voor 1 000 LEEd-gebruikers, met het vooruitzicht dat de licentie vanaf oktober 2022 verder zal worden uitgebreid tot 2 000 plaatsen; |
|
33. |
neemt nota van de inspanningen van het Agentschap om zijn ecologische voetafdruk te verminderen; is met name ingenomen met de interne regels van het Agentschap op grond waarvan personeelsleden en deelnemers aan opleidingsactiviteiten voor korte afstanden gebruik moeten maken van alternatieve vervoersmiddelen in plaats van het vliegtuig; prijst het Agentschap voor de reiskostenvergoeding die het personeel krijgt aangeboden bij gebruik van het openbaar vervoer; |
Bedrijfscontinuïteit tijdens de COVID-19-crisis
|
34. |
merkt op dat het Agentschap gemeld heeft dat de COVID-19-pandemie in 2021 ernstige gevolgen had voor zijn activiteiten op locatie; merkt met name op dat de uitvoering van enkele voor 2021 geplande activiteiten werd uitgesteld naar 2022, dat enkele andere activiteiten werden geannuleerd zonder te worden vervangen, dat verscheidene activiteiten werden ingetrokken en bepaalde activiteiten in plaats van op locatie online plaatsvonden; prijst het Agentschap voor zijn veerkracht en zijn respons, waarbij middelen werden herschikt om ervoor te zorgen dat de doelstellingen werden gehaald; |
|
35. |
prijst dat, ondanks een relatief groot personeelsverloop, de bedrijfscontinuïteit van het Agentschap en de veiligheid van het personeel werden gewaarborgd door verschillende maatregelen, zoals uitbreiding van de regelingen voor telewerken en flexibele werktijden, e-workflows, aanwerving van tijdelijk personeel en gedetacheerde nationale deskundigen en handhaving van de sociale regelingen; |
Overige opmerkingen
|
36. |
stelt met bezorgdheid vast dat het Agentschap niet over voldoende kantoorruimte en ruimte voor operationele activiteiten beschikt en zijn activiteiten op drie verschillende locaties verricht; betreurt dat het oorspronkelijke plan van de Hongaarse regering voor een gemeenschappelijk complex voor internationale organisaties op de lange baan is geschoven; neemt er nota van dat de besprekingen van de uitvoerend directeur van het Agentschap met de Hongaarse autoriteiten in 2022 zijn voortgezet; verzoekt het Agentschap de kwijtingsautoriteit op de hoogte te houden van ontwikkelingen aangaande zijn huisvestingssituatie en van ontwikkelingen in de gesprekken met de lidstaat van ontvangst; verwelkomt de oprichting van een interne taskforce om na te gaan hoe de bestaande ruimte het best kan worden benut; |
|
37. |
wijst erop dat het Agentschap moet zorgen voor volledige transparantie en volledige eerbiediging van de grondrechten bij al zijn activiteiten, ook die samen met derde landen; |
|
38. |
roept het Agentschap ertoe op meer inspanningen te leveren om burgers van de Unie en het publiek in duidelijke en toegankelijke taal relevante informatie over zijn prestaties te verstrekken; dringt er bij het Agentschap op aan transparanter te zijn en meer openbare verantwoording af te leggen door beter gebruik te maken van media- en socialemediakanalen; |
|
39. |
verwijst voor andere opmerkingen van horizontale aard bij het kwijtingsbesluit naar zijn resolutie van 10 mei 2023 (2) over de prestatie en het financiële beheer van en de controle op de agentschappen. |
(1) PB C 216 van 31.5.2022, blz. 1.
(2) Aangenomen teksten, P9_TA(2023)0190.