30.6.2022   

NL

Publicatieblad van de Europese Unie

C 248/97


Conclusies van de Raad over de aanpak van de externe dimensie van een voortdurend evoluerende terroristische en gewelddadige extremistische dreiging

(2022/C 248/04)

Inleiding

1.

In overeenstemming met het strategisch kompas inzake veiligheid en defensie dat op 25 maart door de Europese Raad is goedgekeurd, erkent de Raad dat terrorisme en gewelddadig extremisme, in alle vormen en ongeacht de oorsprong ervan, een enorme uitdaging blijven in een strategische omgeving die reeds wordt getroffen door meervoudige geopolitieke verschuivingen en toenemende instabiliteit. De Raad bevestigt daarmee zijn onwrikbare vastberadenheid om de EU-burgers tegen deze dreigingen te beschermen en om van de EU een sterkere en bekwamere veiligheidsleverancier te maken, en bekrachtigt tegelijkertijd haar fundamentele waarden en beginselen in overeenstemming met het internationaal recht, met name op het gebied van mensenrechten en het humanitair recht. De Raad erkent dat er behoefte is aan meer multilaterale betrokkenheid en nauwere samenwerking met strategische internationale partners wanneer dit de belangen van de EU dient.

2.

In dit verband herhaalt de Raad dat hij in de krachtigste bewoordingen de militaire agressie veroordeelt die de Russische Federatie zonder aanleiding en ongegrond tegen Oekraïne heeft gepleegd, waarmee het internationaal recht en de beginselen van het VN-Handvest op flagrante wijze worden geschonden en de Europese en mondiale veiligheid en stabiliteit worden ondermijnd. De Raad spreekt zijn ernstige bezorgdheid uit over de mogelijke langetermijngevolgen die deze agressie kan hebben voor de terroristische dreiging, zowel binnen de EU als wereldwijd.

3.

De Raad benadrukt het blijvende belang van de toezeggingen die voortvloeien uit zijn conclusies van 15 juni 2020 over het externe optreden van de EU ter voorkoming en bestrijding van terrorisme en gewelddadig extremisme. Samen met eerdere conclusies van 9 februari 2015 en 19 juni 2017, en in overeenstemming met de terrorismebestrijdingsstrategie van de EU van 2005, de Europese Veiligheidsagenda en de integrale EU-strategie van 2016, alsmede de EU-strategie voor de veiligheidsunie van 24 juli 2020 en de terrorismebestrijdingsagenda voor de EU van 9 december 2020, vormen zij een solide en samenhangend politiek kader voor een ambitieuze Europese inzet op het wereldtoneel.

4.

De nieuwe conclusies die de Raad vandaag heeft aangenomen, moeten er daarom voor zorgen dat de politieke richtsnoeren die ons gemeenschappelijk optreden sturen, blijven stroken met de realiteit van de veiligheidsrisico’s waaraan de EU wordt blootgesteld. Daarom richten de conclusies zich op recente belangrijke ontwikkelingen in de aard van de dreiging zelf, maar ook in de mondiale context waarin de EU opereert om terrorisme en gewelddadig extremisme te voorkomen en te bestrijden.

Een voortdurend evoluerende internationale terroristische dreiging

5.

De Raad onderstreept dat Da’esh, Al Qaida en de daaraan gelieerde groepen wereldwijd nog steeds de meest prominente terroristische dreiging vormen. Ondanks het verlies van de territoriale controle over delen van Irak en Syrië en de voortdurende en zware klappen voor de leiders van Da’esh, heeft de beweging doelbewust teruggegrepen op een ondergrondse opstand, en heeft zij getracht beide landen verder te destabiliseren, de eigen gedetineerde strijders te bevrijden, haar greep en invloed op lokale aanhangers vast te houden, financieringsbronnen in stand te houden en uiteindelijk elders weer een dreigingscapaciteit te vormen. Tegen deze achtergrond roept de Raad de EU en haar lidstaten op zich te concentreren op het versterken van hun brede aanpak, en zich samen met de wereldwijde coalitie tegen Da’esh en andere belangrijke partners onverminderd te blijven inzetten voor de bestrijding van het terrorisme in Irak en Syrië, en tevens resoluut de dreiging die uitgaat van de uitbreiding van de mondiale netwerken van beide terroristische organisaties aan te pakken. De Raad herhaalt ook dat er behoefte is aan een politieke oplossing voor het conflict in Syrië in overeenstemming met Resolutie 2254 van de VN-Veiligheidsraad.

6.

De Raad neemt er nota van dat verscheidene regio’s in Afrika te maken hebben met een bijzonder zorgwekkende toename van de terroristische en gewelddadige extremistische dreiging, onder meer in de Sahel, met een risico op overloopeffecten naar West-Afrika en de Golf van Guinee. Tegen deze achtergrond betuigt de Raad opnieuw zijn steun aan Afrikaanse initiatieven die preventie en bescherming van de burgerbevolking centraal stellen in hun inspanningen op het gebied van terrorismebestrijding, zoals werd aangegeven tijdens de 6e EU-AU-top op 17 en 18 februari 2022 in Brussel. Zowel Da’esh als Al Qaida zijn erin geslaagd gebruik te maken van veiligheidsvacuüms en economische, sociale en bestuurlijke lacunes om de territoriale uitbreiding van hun lokale gelieerde groepen te bevorderen. De Raad neemt met grote bezorgdheid nota van de wijzigingen in de democratische beginselen en de rechtsstatelijkheid in een toenemend aantal landen, en van de toenemende militarisering en verspreiding van gewelddadige actoren in kwetsbare regio’s. Vanuit dit oogpunt is de Raad ervan overtuigd dat de inzet van zogenoemde particuliere militaire ondernemingen, zoals de door Rusland gesponsorde Wagner Group, die onder het voorwendsel van terrorismebestrijding lokale natuurlijke hulpbronnen buitmaken, de mensenrechten ernstig schenden en de etnische spanningen doen oplopen, gedoemd zijn de belangen van Da’esh, Al Qaida en de daaraan gelieerde groepen en organisaties op de lange termijn te dienen.

7.

De machtsovername van de taliban in Afghanistan leidt bij de EU tot grote zorgen op het gebied van terrorismebestrijding, gezien het potentiële regionale overloopeffect en de heropleving van Da’esh Khorasan, die nu de meest directe terroristische dreiging in het land vormt. De Raad herhaalt tevens zijn diepe bezorgdheid over de banden van de taliban met de kern van Al Qaida en zijn regionale tak (Al Qaida op het Indiase subcontinent – AQIS), en gaat ervan uit dat deze groepen op de lange termijn waarschijnlijk van de huidige situatie zullen profiteren om financiering te verkrijgen en veilig te stellen, onder meer door zich bezig te houden met verschillende vormen van illegale handel, en om nieuwe rekruten aan te trekken waardoor zij opnieuw een direct gevaar voor de Europese belangen zouden kunnen gaan vormen. Hij herinnert aan de ondubbelzinnige eis dat de taliban alle directe en indirecte banden met het internationale terrorisme moeten staken, en zal de situatie nauwlettend blijven volgen overeenkomstig zijn conclusies van 15 september 2021 en in overeenstemming met Resolutie 2593 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. De Raad neemt nota van de maatregelen die worden aanbevolen in het EU-actieplan inzake terrorismebestrijding en is bereid alle hem ter beschikking staande instrumenten in te zetten om ervoor te zorgen dat Afghanistan niet opnieuw een toevluchtsoord voor terroristische organisaties wordt.

8.

De Raad benadrukt dat Da’esh en Al Qaida in staat zijn wereldwijd enorme aantallen aanhangers aan te trekken, en dat dit feit een belangrijke uitdaging is die moet worden aangepakt. Ondanks de militaire tegenslagen van beide organisaties in het recente verleden vormt de aanhoudende aanwezigheid van talloze voornamelijk lokale maar ook buitenlandse terroristische strijders in veel regio’s, met name in Irak en Syrië, nog steeds een groot veiligheidsrisico. De Raad merkt op dat er geen sprake kan zijn van een blijvende overwinning op deze groepen zolang dit probleem niet adequaat is opgelost, en benadrukt dat de EU en haar lidstaten moeten blijven werken aan een brede aanpak ter voorkoming van de rekrutering van terroristische strijders onder kwetsbare bevolkingsgroepen, waaronder jongeren, door in te spelen op humanitaire, sociale en ontwikkelingsbehoeften. Ook moet worden voorkomen dat er ongemerkt herplaatsing van terroristische strijders en hun families plaatsvindt door het afleggen van verantwoording te bevorderen, op maat gesneden deradicaliserings-, rehabilitatie- en re-integratiestrategieën vast te stellen, te zorgen voor passend toezicht tijdens en na de detentie van personen die veroordeeld zijn voor terrorisme, en meer bijstand te verlenen aan de landen die het meest te lijden hebben onder het verschijnsel “terugkeerders”.

9.

De Raad erkent de toenemende dreiging die uitgaat van gewelddadig rechts-extremisme en terrorisme, zaken die voor de EU en haar lidstaten een zware mondiale uitdaging vormen. Grensoverschrijdende banden tussen gewelddadige rechts-extremistische groeperingen en individuen gaan verder dan louter communicatie op het internet en omvatten nu ook coördinatie, financiering, aanwerving en gemeenschappelijke operationele tactieken. Daarnaast neemt de Raad nota van een toenemend aantal gewelddadige acties die in verband worden gebracht met gewelddadig links-extremisme en terrorisme, die ook nauwlettend in de gaten moeten worden gehouden. De Raad wil dan ook een gemeenschappelijk inzicht in de dreiging creëren en de internationale betrokkenheid bij de bestrijding van politiek gemotiveerd gewelddadig extremisme en terrorisme versterken, onder meer door middel van tegengeluiden, uitwisseling van informatie, capaciteitsopbouw en verspreiding van beste praktijken, onder andere door kritisch denken, digitale geletterdheid en online openbare veiligheid te cultiveren en een interculturele dialoog en verdraagzaamheid via onderwijs op alle niveaus te promoten.

10.

De Raad spreekt zijn bezorgdheid uit over de toenemende dreiging die uitgaat van terrorisme van eigen bodem en aanslagen die worden gepleegd door alleen handelende daders. Hij neemt er nota van dat mondiale terroristische organisaties zich bewust hebben ingelaten met een strategie die gericht is op het inspireren van personen die in de meeste gevallen geen banden hebben met het internationale terrorisme, en zich voornamelijk richten op rudimentaire modi operandi, waardoor hun acties moeilijker te voorkomen zijn. Deze strategie is versterkt tijdens de COVID-19-pandemie waardoor kwetsbare personen eerder in een isolement raakten en makkelijker werden blootgesteld aan vaak snelle radicalisering, vooral online. De Raad benadrukt derhalve de noodzaak om te blijven investeren in het delen van analyses en het opsporen en voorkomen van radicalisering, zowel online als offline.

11.

De Raad neemt met bezorgdheid kennis van de verspreiding van gewelddadige extremistische ideologieën die een voedingsbodem voor terrorisme kunnen vormen. Hij benadrukt dat de verspreiding en financiering van alle soorten gewelddadige extremistische propaganda moet worden voorkomen, met inbegrip van gewelddadige extremistische islamistische ideologie, die onverenigbaar is met de grondrechten en fundamentele vrijheden die de kern van de waarden en beginselen van de EU vormen. Daartoe vraagt de Raad in het bijzonder om het probleem aan te pakken van niet-transparante financiering door buitenlandse actoren die een ongewenste invloed op civiele en religieuze organisaties, zowel binnen de EU als mondiaal, in de hand werken. Hij roept tevens op doeltreffende manieren te vinden om het hoofd te bieden aan de dreiging die uitgaat van organisaties, personen en entiteiten die zich rechtstreeks richten op radicalisering, indoctrinatie en het inspireren van mensen om gewelddadige en terroristische daden te plegen.

Misbruik van nieuwe technologieën voor terroristische doeleinden

12.

De Raad erkent dat nieuwe technologieën de economie en de samenleving van de EU in de eerste plaats fantastische kansen bieden en ook de inspanningen van de EU op het gebied van terrorismebestrijding en voorkoming en bestrijding van gewelddadig extremisme kunnen vergemakkelijken. Tegelijkertijd benadrukt hij dat rekening moet worden gehouden met legitieme veiligheidsproblemen die voortvloeien uit het mogelijke misbruik van sommige van deze instrumenten door terroristische actoren, zoals 3D-printen, onbemande luchtvaartuigsystemen (UAS) enz. In dit verband moedigt de Raad de EU aan een brede multistakeholderaanpak te hanteren bestaande uit een nauwe samenwerking met partnerlanden, multilaterale fora, de private sector, de academische wereld en de zinvolle deelname van het maatschappelijk middenveld, waaronder vrouwenrechtenorganisaties en door vrouwen en jongeren geleide organisaties.

13.

De Raad benadrukt het cruciale belang van het behoud van de vrijheid van meningsuiting en andere grondrechten, die in democratische samenlevingen een centrale rol spelen. Hij erkent dat een groot deel van de strijd tegen radicalisering die tot terrorisme leidt, online moet worden gevoerd, nu internationale terroristische organisaties in aanzienlijke mate digitale instrumenten gebruiken om hun propaganda te verspreiden, te rekruteren en hun invloed op het internet te vergroten. Hoewel de EU door de vaststelling van de verordening inzake het tegengaan van de verspreiding van terroristische online-inhoud en de vaststelling van de wet inzake digitale diensten een voortrekkersrol in deze strijd toebedeeld heeft gekregen, blijven de technische ontwikkelingen kwetsbaarheden vertonen die terroristische groeperingen hebben aangegrepen om hun aanwezigheid online te handhaven. Dit deden zij door kwaadwillige cyberactiviteiten waarvoor zij kleinere, vaak op blockchaintechnologie gebaseerde platforms en het gedecentraliseerde web misbruikten, waardoor het opsporen en, in voorkomend geval, bestrijden van illegale inhoud nog moeilijker wordt. Tegen deze achtergrond roept de Raad de technologiesector en met name onlineplatforms, ongeacht hun omvang, op om meer verantwoordelijkheid op zich te nemen bij het voorkomen en bestrijden van de verspreiding van terroristische en gewelddadige extremistische online-inhoud, onder meer door algoritmische amplificatie aan te pakken.

14.

De Raad herhaalt dat het van cruciaal belang is de bronnen van terrorismefinanciering, onder meer via de illegale handel in kunstvoorwerpen, af te sluiten in overeenstemming met de normen van de EU en de Financiële-actiegroep (FATF). Hij neemt ook met bezorgdheid kennis van het risico dat gepaard gaat met het toegenomen gebruik van nieuwe en anonieme betalingsvormen met elektronisch geld, cryptoactiva en blockchaintechnologieën, mobiel geld en prepaidkaarten door terroristen. Hij roept de EU en haar lidstaten derhalve op partnerlanden te ondersteunen om de EU- en FATF-vereisten beter na te leven en hun inspanningen op te voeren om de anonimiteit van transacties aan te pakken door illegale geldtransactiekantoren op te sporen, te detecteren, te bestraffen en doeltreffend te ontmantelen. De Raad moedigt daartoe aan tot een actievere samenwerking van de fintech-sector met financiële-inlichtingeneenheden en rechtshandhavings- en justitiële opsporingsdiensten. De Raad erkent de essentiële rol van non-profitorganisaties en benadrukt dat zij als centrale partners moeten worden betrokken bij de bestrijding van gewelddadig extremisme. Hij herhaalt ook dat het belangrijk is de activiteiten van het maatschappelijk middenveld niet te verstoren of te ontmoedigen, en ervoor te zorgen dat maatregelen ter bestrijding van terrorismefinanciering niet worden misbruikt om legitieme humanitaire actoren of mensenrechtenverdedigers aan te pakken of te vervolgen. Intussen roept de Raad de lidstaten op om aan de hand van een risicogebaseerde aanpak en gerichte en evenredige maatregelen volledig samen te werken met non-profitorganisaties om misbruik door en in het voordeel van terroristen te voorkomen.

De EU moet haar fundamentele waarden en beginselen opnieuw bevestigen

15.

De Raad betreurt een trend van toenemende politisering in de strijd tegen het terrorisme. Enerzijds proberen terroristische organisaties in toenemende mate gebruik te maken van zwakke governancesystemen, met name in de meest kwetsbare landen, om hun dominantie op te leggen, steun van de lokale bevolking aan te trekken en zichzelf als legitiemere en efficiëntere alternatieven voor regeringen te presenteren. Ook het vermogen van de internationale gemeenschap om een verenigd front tegen terrorisme te vormen, wordt nog steeds ondermijnd door onverbloemde pogingen van voornamelijk autoritaire regimes om terrorismebestrijding te gebruiken als voorwendsel om hun eigen politieke doelstellingen te verwezenlijken, en aldus bij te dragen tot een grotere polarisatie in multilaterale fora over deze kwestie. Tegen deze achtergrond benadrukt de Raad dat elke poging tot politisering in de strijd tegen het terrorisme, ook in internationale fora, krachtig moet worden tegengegaan. De EU en haar lidstaten zullen vasthouden aan een aanpak die gebaseerd is op objectieve feiten en op de ontwikkeling van de dreiging, en die aanpak ook uitdragen, er rekening mee houdend dat de algehele preventie en bestrijding van terrorisme de bevordering van deugdelijke, inclusieve en democratische bestuursmodellen op basis van de eerbiediging van de rechten van de mens vereist.

16.

Tegen deze achtergrond van een toenemende systemische rivaliteit op het wereldtoneel bevestigt de Raad opnieuw resoluut zijn overtuiging dat democratie, transparantie, verantwoordingsplicht, genderbewustzijn, naleving van het internationaal recht, met inbegrip van de eerbiediging van de rechten van de mens en de rechtsstaat, en het internationaal humanitair recht de enige duurzame reactie op terrorisme en gewelddadig extremisme zijn. De Raad neemt er met grote bezorgdheid nota van dat dictaturen, militaire en autoritaire regimes in verscheidene landen die het zwaarst door terrorisme worden getroffen, in opkomst zijn en dat dergelijke governancemodellen deze dreiging duidelijk verergeren. De EU en haar lidstaten moeten er daarom voor zorgen dat de bevordering en eerbiediging van deze fundamentele beginselen de hoeksteen blijven van hun engagement in zowel bilaterale als multilaterale kaders, en moeten tegelijkertijd het verband versterken tussen de naleving van deze waarden en beginselen en de bijstand die zij verlenen of bereid zijn te verlenen om terrorisme en gewelddadig extremisme in de hele wereld te voorkomen en te bestrijden.

17.

Het bestrijden van straffeloosheid voor daden van terrorisme en het waarborgen van erkenning en passende bijstand, ondersteuning en schadeloosstelling van de slachtoffers zijn absoluut noodzakelijk om ervoor te zorgen dat terroristische dreigingen voor lange termijn met succes kunnen worden aangepakt. De Raad roept derhalve op tot het voortzetten van de activiteiten van de EU op het gebied van capaciteitsopbouw ter versterking van het vermogen van de partners om gevallen van terrorisme adequaat te onderzoeken en te vervolgen, met inachtneming van de rechten van de mens en de rechtsstaat. De Raad erkent de belangrijke rol die slachtoffers en hun families kunnen spelen, onder meer bij de bestrijding van terroristische propaganda, en benadrukt tevens de noodzaak om internationale solidariteit te bevorderen en ervoor te zorgen dat zij met waardigheid en respect worden behandeld.

18.

De Raad herhaalt dat hij ervan overtuigd is dat terrorisme en gewelddadig extremisme niet onvermijdelijk zijn. Om deze te verslaan, is een voortdurende, alomvattende mondiale inspanning nodig die niet alleen op militair optreden kan berusten, maar ook een door burgers geleide, de hele samenleving omvattende, respons behelst die is gericht op het aanpakken van de onderliggende oorzaken van de dreiging, waaronder sociaal-economische ongelijkheden, gebrek aan goed bestuur, evenals de gevolgen van georganiseerde criminaliteit en klimaatverandering. Ook de bescherming van cultureel erfgoed kan een sleutelrol spelen bij de bevordering van vrede, democratie, duurzame ontwikkeling en preventie van terrorisme, door tolerantie, dialoog en wederzijds begrip te bevorderen. De Raad erkent dat deze mondiale inspanning een sterke genderbewuste dimensie moet hebben, teneinde het effect van genderstereotypen en gendergerelateerd geweld op terrorisme en gewelddadig extremisme aan te pakken, en tegelijkertijd de actieve en zinvolle deelname van vrouwen aan de inspanningen op het gebied van preventie en terrorismebestrijding moet bevorderen. Deze alomvattende aanpak moet onder meer humanitaire bijstand in de meest kritieke contexten omvatten, stabiliteitssteun in landen die herstellen van een crisis, ontwikkelingssamenwerking en meer investeringen in het voorkomen en bestrijden van gewelddadig extremisme door middel van versterkte partnerschappen met lokale actoren. De Raad blijft zich hiervoor inzetten, maar herinnert ook aan het belang van lokaal zeggenschap en aan het feit dat de primaire verantwoordelijkheid voor deze strijd in de eerste plaats bij de regeringen van de landen ligt die met deze dreigingen worden geconfronteerd.

19.

De Raad erkent het cruciale werk dat internationale en niet-gouvernementele humanitaire actoren hebben verricht om essentiële hulp te verlenen aan noodlijdende bevolkingsgroepen die getroffen zijn door conflicten en instabiliteit, en merkt op dat deze humanitaire hulp er uiteindelijk toe bijdraagt te voorkomen dat de dreiging opnieuw toeneemt in gebieden die zijn bevrijd van terroristische organisaties. Vanuit dit oogpunt bevestigt de Raad zijn overtuiging dat het beleid inzake terrorismebestrijding en het humanitaire optreden op basis van de beginselen van menselijkheid, onpartijdigheid, neutraliteit en onafhankelijkheid elkaar kunnen versterken. Overeenkomstig de toezeggingen die zijn gedaan in het kader van het Europees humanitair forum (21-23 maart 2022), herhaalt de Raad dat hij vastbesloten is de humanitaire ruimte te vrijwaren en concrete maatregelen te nemen om mogelijke negatieve gevolgen van terrorismebestrijdingsacties voor beginselvaste humanitaire activiteiten te voorkomen zonder de integriteit van de EU-architectuur voor terrorismebestrijding te ondermijnen. Deze maatregelen moeten onder meer bestaan in concrete oplossingen om de financiële toegang van non-profitorganisaties te vergemakkelijken, problemen aan te pakken die het gevolg zijn van een inzake nalevingsvoorschriften overijverige particuliere banksector, en om humanitaire organisaties verdere begeleiding te bieden met betrekking tot hun rechten en verantwoordelijkheden in het kader van de verschillende EU-sanctieregelingen voor terrorismebestrijding.

20.

De Raad neemt er nota van dat de internationale betrokkenheid van de EU tegen terrorisme en gewelddadig extremisme wordt ondermijnd door steeds agressievere, manipulatieve informatiecampagnes, waaronder desinformatie, nepnieuws en de verspreiding van samenzweringstheorieën, en erkent dat succesvolle acties op dit gebied moeten worden ondersteund door strategische communicatie en door de weerbaarheid van gemeenschappen te versterken. Daarom is een gecoördineerde inspanning nodig om de belangrijkste strategische doelstellingen van de EU beter in kaart te brengen en uit te leggen, een positief verhaal uit te dragen en samen te werken met het publiek van derde landen en desinformatie tegen te gaan.

Uitbreiding van de rol van de EU in de wereldwijde terrorismebestrijding

21.

Voortbouwend op het strategisch kompas inzake veiligheid en defensie benadrukt de Raad dat de EU en haar lidstaten hun internationale inzet tegen terrorisme en gewelddadig extremisme moeten versterken en ten volle gebruik moeten maken van de instrumenten waarover zij beschikken, om bij te dragen tot een adequate collectieve respons op terrorisme en gewelddadig extremisme en ervoor te zorgen dat die strookt met hun prioriteiten en waarden, op basis van volledige eerbiediging van de rechten van de mens en het internationaal recht. Hoewel de aard van de dreigingen noodzakelijkerwijs een mondiale dimensie van deze inzet vereist, moeten de prioriteiten van de EU en haar lidstaten in de eerste plaats gebaseerd zijn op de realiteit van hun veiligheidsrisico. Zij moeten daarom bijzondere aandacht besteden aan hun onmiddellijke nabuurschap, waaronder de Sahel, Noord-Afrika, de Levant en het oostelijke Middellandse Zeegebied. De samenwerking met de Westelijke Balkan moet verder worden versterkt, onder meer door de verdere uitvoering van het gezamenlijk actieplan van de EU en de Westelijke Balkan inzake terrorismebestrijding. De EU moet zich ook blijven richten op specifieke theaters waar de aanwezigheid van internationale terroristische en gewelddadige extremistische organisaties uiteindelijk een directe bedreiging kan vormen voor de Europese veiligheid, met inbegrip van Centraal-Azië en de Indo-Pacifische regio.

22.

Een sterk en beginselvast bilateraal en multilateraal engagement is een centraal kenmerk van het mondiale terrorismebestrijdingsbeleid van de EU. In dit verband benadrukt de Raad dat intensieve samenwerking met strategische bilaterale partners moet worden nagestreefd en gehandhaafd, en erkent hij het cruciale belang van de politieke dialogen van de EU over terrorismebestrijding en veiligheid. De Raad erkent de leidende rol van de Verenigde Naties op dit gebied en is ingenomen met de inspanningen van de EU om haar strategisch partnerschap met de bevoegde VN-organen te versterken. In overeenstemming met de overeengekomen leidende beginselen die ook in het strategisch kompas zijn herhaald, benadrukt de Raad voorts dat het wederzijds versterkende en voordelige strategische partnerschap met de NAVO moet worden verdiept in het kader van de uitvoering van de Gezamenlijke verklaringen van Warschau (2016) en Brussel (2018), onder meer op het gebied van weerbaarheid tegen terrorisme en gewelddadig extremisme, en capaciteitsopbouw van partnerlanden. Voorts steunt de Raad een langdurige betrokkenheid van de EU bij internationale organisaties die betrokken zijn bij de bestrijding van terrorisme en gewelddadig extremisme, waaronder de OVSE, de Raad van Europa, Interpol en fora waaraan diverse belanghebbenden deelnemen, zoals het EU-Internetforum en de Christchurch Call.

23.

De Raad erkent dat de EU en haar lidstaten hun coördinatie moeten versterken en een strategische aanpak moeten ontwikkelen ter verbetering van hun collectieve vermogen om invloed uit te oefenen op de strategische oriëntatie van deze organisaties. De Raad is ingenomen met de succesvolle kandidatuur van de EU voor het medevoorzitterschap van het Mondiaal Forum Terrorismebestrijding (GCTF), waar de EU kan helpen de agenda inzake internationaal beleid en praktijken op het gebied van terrorismebestrijding vorm te geven en de EU-waarden op het gebied van terrorismebestrijding kan bevorderen. De Raad merkt op dat dit moet leiden tot meer steun en strategische betrokkenheid ten aanzien van deze organisatie en de door haar “geïnspireerde” instellingen (het Mondiaal Fonds voor de mobilisatie en de veerkracht van gemeenschappen, het Hedayah Center en het Internationaal Instituut voor het Recht en de Rechtsstaat). De EU moet ook nauw betrokken blijven bij de wereldwijde coalitie tegen Da’esh, haar werkgroepen en de onlangs opgerichte focusgroep voor Afrika, alsook bij de coalitie voor de Sahel, met het oog op de uitvoering van een gecoördineerde, alomvattende bestrijding van terrorisme en gewelddadig extremisme. Deze internationale betrokkenheid moet ook worden gestuurd door de noodzaak om synergieën tussen verschillende internationale, regionale en nationale initiatieven ter bestrijding van terrorisme en gewelddadig extremisme te bevorderen en dubbel werk te voorkomen.

24.

De Raad is ingenomen met de waardevolle bijdrage van het netwerk van terrorismebestrijdings-/beveiligingsdeskundigen die in geselecteerde EU-delegaties worden ingezet, en merkt op dat dit netwerk de EU in staat heeft gesteld haar mondiale bereik uit te breiden, haar vermogen om nauwkeurigere beoordelingen van lokale situaties te ontwikkelen en de bilaterale en multilaterale betrokkenheid te blijven volhouden. Hoewel dit netwerk in het recente verleden is blijven uitbreiden, onderstreept de Raad dat het belangrijk is de capaciteit ervan te versterken en de omvang te vergroten om te kunnen inspelen op geopolitieke ontwikkelingen en strategische behoeften. De Raad is ingenomen met de recente inspanningen en beschouwingen van de EDEO in dit verband, ook wat betreft de geografische reikwijdte, het mandaat en de coördinatie van het netwerk met het optreden van de lidstaten.

25.

De Raad herinnert tevens aan de waardevolle bijdrage van de civiele GVDB-missies, in het kader van de geïntegreerde aanpak van de EU en zoals benadrukt in het pact inzake het civiele GVDB, binnen hun respectieve mandaten, aan de versterking van de sectoren veiligheid en justitie in de gastlanden en aan de opbouw van hun capaciteit om terrorisme en gewelddadig extremisme doeltreffend en met inachtneming van de rechtsstaat te voorkomen en te bestrijden.

Een meer strategisch gebruik van EU-sanctieregelingen voor terrorismebestrijding

26.

De Raad herinnert eraan dat sancties op het gebied van terrorismebestrijding een krachtig instrument zijn om het externe beleid van de EU inzake terrorismebestrijding te ondersteunen en uit te voeren. De Raad is dan ook verheugd dat meer gebruik wordt gemaakt van deze instrumenten om gezamenlijk een resoluut en ambitieus optreden van de EU te ondersteunen door middel van nieuwe plaatsingen, voor zover relevant en mogelijk, die de ontwikkeling van de dreiging weerspiegelen en inspelen op de opkomst van nieuwe terroristische actoren.

Ervoor zorgen dat de beperkende maatregelen van de EU stroken met het internationaal recht, met name het internationaal humanitair recht, de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, een eerlijke rechtsgang en de rechtsstaat vormen de hoeksteen van de geloofwaardigheid en doeltreffendheid van het sanctiebeleid van de EU. In dat verband herinnert de Raad eraan dat beperkende maatregelen doelgericht, zorgvuldig afgewogen en in verhouding staan tot de beoogde doelstellingen. De Raad erkent dat sancties preventief moeten zijn en verbindt zich ertoe, in het kader van regelmatige evaluaties, ten volle rekening te houden met de veranderende omstandigheden en de realiteit van de dreiging die uitgaat van de entiteiten en personen op de lijst en de lijsten dienovereenkomstig te actualiseren. In dit verband blijft de Raad ingenomen met alle maatregelen die hiertoe zijn genomen, met inbegrip van de aanzienlijke bijdrage van het Bureau van de ombudsman van de VN, dat sinds zijn oprichting heeft gezorgd voor meer eerlijkheid en transparantie in de VN-sanctieregeling voor Da’esh en Al Qaida.

De Raad wijst erop dat bij het opleggen van sancties, iedereen voordeel heeft bij coördinatie met andere internationale actoren, waaronder de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties en derde landen. Voorts moedigt de Raad verdere dialoog en meer inspanningen aan om te zorgen voor een goed begrip van de specifieke wettelijke en procedurele vereisten van de EU, en om te voorkomen dat sancties op het gebied van terrorismebestrijding voor politieke doeleinden worden gebruikt.

Uitvoering en follow-up van de conclusies

27.

De Raad drukt zijn krachtige steun uit voor meer synergie tussen de interne en externe dimensie van de EU-aanpak in de strijd tegen terrorisme en gewelddadig extremisme. De Raad roept ook alle EU-instellingen en de lidstaten op om gezamenlijk bij te dragen aan de uitvoering van de prioriteiten en de verwezenlijking van de hierboven uiteengezette doelstellingen. Deze beleidslijnen moeten met name in aanmerking worden genomen bij het bepalen van toekomstige financiële betrekkingen met partnerlanden en internationale organisaties. Daartoe, en in overeenstemming met de doelstelling van het strategisch kompas inzake veiligheid en defensie, is de Raad ingenomen met de start van een evaluatie, die begin 2023 moet worden afgerond, van EU-instrumenten en -programma’s die bij partners, met het oog op efficiëntiewinst, de capaciteitsopbouw op het gebied van terrorismebestrijding ondersteunen.

28.

De Raad acht het noodzakelijk deze conclusies regelmatig te herzien om ervoor te zorgen dat de politieke en strategische overwegingen die als leidraad dienen voor het externe optreden van de EU tegen terrorisme en gewelddadig extremisme, blijven stroken met de realiteit van de dreiging.