Brussel, 8.12.2022

COM(2022) 707 final

2022/0413(CNS)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen

{SEC(2022) 438 final} - {SWD(2022) 400 final} - {SWD(2022) 401 final} - {SWD(2022) 402 final}


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

Billijke belastingheffing is een van de belangrijkste fundamenten van de Europese sociale markteconomie. Het is ook een van de belangrijkste pijlers van het engagement van de Commissie voor “een economie die werkt voor de mensen 1 ”. Een billijk belastingstelsel moet gebaseerd zijn op belastingvoorschriften die ervoor zorgen dat iedereen zijn billijke aandeel betaalt en die het belastingplichtigen, zowel bedrijven als burgers, gemakkelijk maken aan de regels te voldoen.

De COVID-19-pandemie en de gevolgen van de Russische aanvalsoorlog tegen Oekraïne maken het des te urgenter om overheidsfinanciën te beschermen. De lidstaten zullen voldoende belastinginkomsten nodig hebben om hun aanzienlijke inspanningen te financieren om de negatieve economische gevolgen van de crises in te dammen en er tegelijkertijd voor te zorgen dat de meest kwetsbare groepen worden beschermd. In dit verband is het belangrijker dan ooit om te zorgen voor fiscale billijkheid door belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking te voorkomen. En om belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking in de EU beter te voorkomen, is het van cruciaal belang de administratieve samenwerking en de uitwisseling van inlichtingen over belastingzaken te versterken.

Meer in het bijzonder dreigt de opkomst van alternatieve betaal- en beleggingsmiddelen, zoals cryptoactiva en elektronisch geld, de vooruitgang die de afgelopen jaren is geboekt op het gebied van fiscale transparantie, te ondermijnen en brengt zij aanzienlijke risico’s voor belastingontduiking met zich mee. Daarom heeft de Commissie in haar mededeling “Een actieplan voor billijke en eenvoudige belastingheffing ter ondersteuning van de herstelstrategie” 2 toegezegd de richtlijn betreffende de administratieve samenwerking te actualiseren om het toepassingsgebied ervan uit te breiden tot een zich ontwikkelende economie en het kader voor administratieve samenwerking te versterken.

Ter ondersteuning van de werkzaamheden van de Commissie heeft de Raad (Ecofin) op 27 november 2020 conclusies aangenomen over billijke en doeltreffende belastingheffing in tijden van herstel, over fiscale uitdagingen in verband met de digitalisering, en over goed fiscaal bestuur in de EU en daarbuiten 3 .

In het verslag van de Raad Ecofin aan de Europese Raad over belastingaangelegenheden 4 , dat op 1 december 2021 door de Europese Raad is goedgekeurd, staat dat “Verwacht wordt dat de Commissie in 2022 met een wetgevingsvoorstel zal komen over een verdere herziening van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen, met betrekking tot de uitwisseling van informatie over cryptoactiva en fiscale rulings voor rijken.

Het Europees Parlement heeft zijn resolutie van 10 maart 2022 aangenomen met aanbevelingen aan de Commissie betreffende billijke en eenvoudige belastingheffing ter ondersteuning van de herstelstrategie 5 , waarin het het actieplan verwelkomt en een grondige uitvoering ervan steunt, en de Commissie met name verzoekt om het toepassingsgebied van de automatische uitwisseling van inlichtingen uit te breiden naar andere inkomsten- en vermogenscategorieën, zoals cryptoactiva.

Dit voorstel moet ook worden gezien in de context van de parallelle werkzaamheden van de OESO om overeenstemming te bereiken over een norm voor de uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden met betrekking tot cryptoactiva en de uitbreiding van het toepassingsgebied van de gezamenlijke rapportagestandaard (CRS) tot elektronisch geld, hetgeen heeft geleid tot een overeenkomst in augustus 2022 6 en die is verwelkomd door de G20 in de verklaring van de G20-leiders op Bali 7 in november 2022.

De afgelopen jaren heeft de EU haar inspanningen vooral gericht op de aanpak van belastingfraude, -ontduiking en -ontwijking, en op het verbeteren van transparantie. Met name op het gebied van de uitwisseling van inlichtingen zijn belangrijke verbeteringen aangebracht via een aantal wijzigingen van de richtlijn betreffende de administratieve samenwerking (DAC) 8 . Niettemin werd in het verslag van de Europese Rekenkamer 9  en de resolutie van het Europees Parlement 10 gewezen op een aantal inefficiënties en op de noodzaak verbeteringen aan te brengen op verschillende gebieden van de richtlijn met betrekking tot alle vormen van inlichtingenuitwisseling en administratieve samenwerking. Met name het gebrek aan specifieke bepalingen inzake elektronisch geld en digitale centralebankmunten, grensoverschrijdende fiscale rulings voor vermogende particulieren en het gebrek aan duidelijkheid van de nalevingsmaatregelen werden gezien als de meest problematische elementen van het kader 11 .

In het verslag van de Europese Rekenkamer wordt opgemerkt dat “Cryptovaluta zijn uitgesloten van het toepassingsgebied van de uitwisseling van inlichtingen. Als een belastingplichtige geld aanhoudt in elektronische cryptovaluta is het platform dat of een andere elektronische aanbieder die portefeuillediensten voor dergelijke klanten verricht niet verplicht dergelijke bedragen of verkregen winsten bij de belastingautoriteiten aan te geven. Derhalve blijft geld dat in dergelijke elektronische instrumenten wordt aangehouden, grotendeels onbelast.”

Er is dus een duidelijke behoefte om het bestaande kader voor uitwisseling van inlichtingen en administratieve samenwerking in de EU te verbeteren.

Naast de aanscherping van bestaande regels moet de administratieve samenwerking in de EU worden uitgebreid naar nieuwe gebieden om de uitdagingen van het almaar groeiende gebruik van cryptoactiva voor beleggingsdoeleinden het hoofd te bieden. Dit zal de belastingdiensten in de EU helpen om belastingen beter en efficiënter te innen en gelijke tred te houden met nieuwe ontwikkelingen, met name gezien de verschillen in de belastingstelsels voor cryptoactiva tussen de lidstaten. De kenmerken van cryptoactiva maken de traceerbaarheid en detectie van belastbare feiten door de belastingdiensten erg moeilijk. Het probleem wordt met name nog groter wanneer de handel geschiedt met gebruikmaking van aanbieders van cryptoactivadiensten of exploitanten van cryptoactiva die zich in een ander land bevinden, of wanneer de handel rechtstreeks plaatsvindt tussen personen of entiteiten die in een ander rechtsgebied zijn gevestigd. Doordat inkomsten uit beleggingen in cryptoactiva niet worden gemeld, lopen de lidstaten belastinginkomsten mis. Dit bevoordeelt gebruikers van cryptoactiva ook ten opzichte van diegenen die niet in cryptoactiva beleggen. Indien deze lacune in de regelgeving niet wordt gedicht, kan geen sprake zijn van billijke belastingheffing. Om aan deze bezwaren tegemoet te komen, heeft de Commissie dit voorstel ingediend, dat gebaseerd is op het OESO-rapportagekader voor cryptoactiva. Dat kader specificeert due diligence-procedures, rapportageverplichtingen en andere regels voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten. Het belangrijkste verschil tussen het voorstel en het OESO-rapportagekader voor cryptoactiva is dat exploitanten van cryptoactivadiensten die actief zijn op de EU-markt, worden gereguleerd door Verordening XXX.

Goed functionerende en gecoördineerde inlichtingenrapportage en -uitwisseling is ook nodig om de omstandigheden te creëren waarin beter de nodige maatregelen kunnen worden genomen om sancties tegen Rusland af te dwingen. Dit vergroot de urgentie en benadrukt het belang van de invoering van bepalingen die ervoor moeten zorgen dat inlichtingen over het aanhouden van cryptoactiva en transacties van cryptoactiva tussen de lidstaten worden gerapporteerd en uitgewisseld.

Dit voorstel beoogt tevens de bestaande bepalingen van de richtlijn aan te scherpen om rekening te houden met de waargenomen ontwikkelingen op de interne markt en op internationaal niveau. Dit moet leiden tot een doeltreffende rapportage en uitwisseling van inlichtingen, onder meer door aan te sluiten bij de meest recente aanvullingen op de gezamenlijke rapportagestandaard, met inbegrip van de integratie van bepalingen inzake elektronisch geld en digitale centralebankmunten, door een duidelijk en geharmoniseerd kader voor nalevingsmaatregelen te bieden, of door het toepassingsgebied van grensoverschrijdende rulings uit te breiden tot vermogende particulieren.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

De voorgestelde wetgeving geeft invulling aan de breed gedragen politieke prioriteit om meer transparantie op belastinggebied te bewerkstelligen, wat een voorwaarde is om belastingfraude, -ontduiking en -ontwijking doeltreffend te kunnen bestrijden.

De richtlijn betreffende de administratieve samenwerking, die het kader vormt voor de administratieve samenwerking tussen de bevoegde autoriteiten van de lidstaten op het gebied van belastingen, is meerdere malen gewijzigd door de volgende handelingen:

Richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 12 (DAC2) wat betreft de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeninggegevens tussen de lidstaten op basis van de gezamenlijke rapportagestandaard van de OESO (CRS), die in de automatische uitwisseling van inlichtingen over financiële rekeningen van niet-inwoners voorziet;

Richtlijn (EU) 2015/2376 van de Raad van 8 december 2015 13 (DAC3) wat betreft de verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen over voorafgaande grensoverschrijdende fiscale rulings;

Richtlijn (EU) 2016/881 van de Raad van 25 mei 2016 14 (DAC4) wat betreft de verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen over landenrapporten tussen belastingautoriteiten;

Richtlijn (EU) 2016/2258 van de Raad van 6 december 2016 15 (DAC5) wat betreft toegang tot antiwitwasinlichtingen door belastingautoriteiten;

Richtlijn (EU) 2018/822 van de Raad van 25 mei 2018 16 (DAC6) wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies; en

Richtlijn (EU) 2021/514 van de Raad van 22 maart 2021 17 (DAC7) tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen wat betreft verkopers op digitale platforms.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

De bestaande bepalingen van de richtlijn betreffende de administratieve samenwerking zijn in verschillende gevallen waarin persoonsgegevens een rol spelen, in wisselwerking met de algemene verordening gegevensbescherming 18 (AVG). Tegelijkertijd bevat de richtlijn specifieke bepalingen en waarborgen inzake gegevensbescherming. Ook in de voorgestelde wijzigingen zullen deze waarborgen worden gevolgd en gerespecteerd. De relevante IT- en procedurele maatregelen zorgen ervoor dat persoonsgegevens overeenkomstig de AVG worden beschermd. De uitwisseling van gegevens zal via een beveiligd elektronisch systeem verlopen waarin de gegevens worden versleuteld en ontsleuteld, en in elke belastingdienst mogen slechts gemachtigde nationale ambtenaren toegang hebben tot deze inlichtingen. Als gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken zullen de lidstaten ervoor moeten zorgen dat de gegevens worden opgeslagen overeenkomstig de door de AVG vereiste beveiligingsmaatregelen en termijnen.

De Commissie is op verschillende beleidsterreinen actief die relevant zijn voor de markt voor cryptoactiva, met inbegrip van aanbieders van cryptoactivadiensten en exploitanten van cryptoactiva die onder het voorgestelde initiatief vallen. Het voorgestelde initiatief heeft geen gevolgen voor andere tegelijkertijd lopende projecten van de Commissie, aangezien het specifiek is bedoeld om bepaalde belastinggerelateerde kwesties aan te pakken. Het voorstel bouwt voort op de bepalingen van de verordening betreffende de markt voor cryptoactiva (Verordening XXX) en de verordening geldovermakingen, waarbij met name gebruik wordt gemaakt van de definities in die EU-handelingen en wordt uitgegaan van de vergunningsvereisten van eerstgenoemde verordening. De verordening geldovermakingen waarborgt een bepaalde mate van due diligence van meldingsplichtige entiteiten om witwaspraktijken en terrorismefinanciering tegen te gaan, maar voorziet niet in de rapportage en automatische uitwisseling van inlichtingen in de mate die vereist is voor directebelastingdoeleinden.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Artikel 115 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) vormt de rechtsgrondslag voor wetgevingsinitiatieven op het gebied van de directe belastingen. Hoewel er niet uitdrukkelijk naar directe belastingen wordt verwezen, is in artikel 115 sprake van richtlijnen voor de onderlinge aanpassing van de nationale wetgevingen die rechtstreeks van invloed zijn op de instelling of de werking van de interne markt. Om aan deze voorwaarde te voldoen, moet voorgestelde EU-wetgeving op het gebied van de directe belastingen tot doel hebben bestaande inconsistenties in de werking van de interne markt weg te nemen. Omdat de inlichtingen die in het kader van de richtlijn betreffende de administratieve samenwerking worden uitgewisseld, ook kunnen worden gebruikt op het gebied van de btw en andere indirecte belastingen, wordt voorts ook artikel 113 VWEU als rechtsgrondslag geciteerd.

Aangezien het voorgestelde initiatief strekt tot wijziging van de richtlijn, impliceert dit dat de rechtsgrondslag dezelfde blijft. Om die reden wijkt de voorgestelde regelgeving ter verbetering van het bestaande kader met betrekking tot de uitwisseling van inlichtingen en de administratieve samenwerking niet af van het onderwerp van de richtlijn. De beoogde wijzigingen zullen met name een duidelijk en geharmoniseerd kader voor nalevingsmaatregelen bieden, bepalingen inzake elektronisch geld in het bestaande kader integreren en het toepassingsgebied van grensoverschrijdende rulings uitbreiden tot vermogende particulieren. De consistente toepassing van deze bepalingen kan slechts worden verwezenlijkt door de onderlinge aanpassing van de nationale wetgevingen.

Naast het bestaande kader bevat het voorstel regelgeving over rapportage door rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten in reactie op problemen op belastinggebied die voortvloeien uit het gebruik van cryptoactiva voor beleggingen of als ruilmiddel. Rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten stellen gebruikers van cryptoactiva in staat gebruik te maken van hun diensten, terwijl zij mogelijk geen melding maken van inkomsten die in de woonlidstaat zijn verworven. Bijgevolg krijgen lidstaten te maken met niet aangegeven inkomsten en verlies van belastinginkomsten. Een dergelijke situatie leidt ook tot oneerlijke fiscale concurrentie ten nadele van personen of bedrijven die niet in cryptoactiva beleggen, waardoor de werking van de interne markt verstoord wordt. Hieruit volgt dat een dergelijke situatie alleen kan worden verholpen via een uniforme aanpak, zoals bepaald in artikel 115 VWEU.

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Het voorstel is volledig in overeenstemming met het in artikel 5 VWEU neergelegde subsidiariteitsbeginsel. Het heeft betrekking op administratieve samenwerking op belastinggebied. Het omvat een aantal wijzigingen in de regelgeving ter verbetering van bestaande bepalingen die betrekking hebben op grensoverschrijdende samenwerking tussen belastingdiensten in alle lidstaten. Het voorstel omvat tevens de uitbreiding van het toepassingsgebied van de automatische uitwisseling van inlichtingen tot aanbieders van cryptoactivadiensten en exploitanten van cryptoactiva door hen te verplichten de door gebruikers van cryptoactiva verdiende inkomsten te rapporteren.

De belastingautoriteiten beschikken niet over inlichtingen om de met cryptoactiva verkregen opbrengsten en de mogelijke fiscale gevolgen te monitoren. Met andere woorden: het ontbreekt de belastingdiensten aan inlichtingen over cryptoactiva, ook al is de markt in cryptoactiva de laatste jaren steeds belangrijker geworden.

De meeste lidstaten beschikken reeds over wetgeving of ten minste administratieve richtsnoeren voor het belasten van uit beleggingen in cryptoactiva verkregen inkomsten. Zij beschikken echter vaak niet over de nodige inlichtingen om die belasting te kunnen heffen.

Rechtszekerheid en duidelijkheid kunnen alleen worden verzekerd door nationale tekortkomingen aan te pakken via een uniforme reeks regels die op alle lidstaten van toepassing zijn. Om deze lacunes op uniforme wijze te dichten en bestaande verstoringen weg te nemen, heeft de interne markt behoefte aan een solide mechanisme dat ervoor zorgt dat de belastingautoriteiten tijdig passende inlichtingen ontvangen. Een geharmoniseerd rapportagekader in de hele EU lijkt onontbeerlijk in het licht van de overwegend grensoverschrijdende dimensie van de diensten die rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten verlenen. Aangezien de rapportageverplichting met betrekking tot uit beleggingen in cryptoactiva verdiende inkomsten in de eerste plaats bedoeld is om belastingautoriteiten in te lichten over grensoverschrijdende transacties in cryptoactiva, moet een dergelijk initiatief worden ontplooid door maatregelen op EU-niveau te nemen, om zo een uniforme aanpak van het geconstateerde probleem te waarborgen.

Daarom is de EU beter dan individuele lidstaten in staat om de geconstateerde problemen aan te pakken en de doeltreffendheid en volledigheid te garanderen van het systeem voor de uitwisseling van inlichtingen en de administratieve samenwerking. Ten eerste zal de voorgestelde richtlijn een consistente toepassing van de regels in de hele EU waarborgen. Ten tweede zullen voor alle betrokken rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten dezelfde rapportageverplichtingen gelden. Ten derde zal de rapportage gepaard gaan met een uitwisseling van inlichtingen en als zodanig de belastingdiensten in de gelegenheid stellen een volledig beeld te krijgen van de uit beleggingen in cryptoactiva verdiende inkomsten.

Evenredigheid

Het voorstel strekt tot de verbetering van bestaande bepalingen van de richtlijn betreffende de administratieve samenwerking en breidt het toepassingsgebied van de automatische uitwisseling van inlichtingen uit tot bepaalde specifieke inlichtingen die door de rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten worden gerapporteerd. De verbeteringen gaan niet verder dan wat noodzakelijk is om de doelstellingen van de inlichtingenuitwisseling en, meer algemeen, van de administratieve samenwerking te bereiken. Aangezien de geconstateerde verstoringen in de werking van de interne markt gewoonlijk doorwerken over de grenzen van een individuele lidstaat, is gemeenschappelijke regelgeving binnen de EU het minimum dat noodzakelijk is om de problemen doeltreffend aan te pakken.

De voorgestelde regelgeving draagt bij tot een duidelijkere, consistentere en doeltreffendere toepassing van de richtlijn en bijgevolg tot betere manieren om de doelstellingen ervan te bereiken. De geplande verplichting voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten om de door hun gebruikers verdiende inkomsten te rapporteren, biedt ook een bruikbare oplossing voor het probleem van belastingontduiking door gebruikmaking van de mechanismen voor de uitwisseling van inlichtingen die voorheen reeds werden uitgeprobeerd voor DAC3 en DAC6. In dit opzicht kan worden gesteld dat het voorgestelde initiatief een proportioneel antwoord biedt op de vastgestelde lacunes van de richtlijn en ook het probleem van de belastingontduiking beoogt aan te pakken.

Keuze van het instrument

De rechtsgrondslag voor dit voorstel is tweeledig. De rechtsgrondslag voor dit voorstel wordt gevormd door de artikelen 113 en 115 VWEU, waarin uitdrukkelijk is bepaald dat de wetgeving op dit gebied uitsluitend mag worden vastgesteld in de vorm van een richtlijn. Het is derhalve niet toegestaan om gebruik te maken van andere EU-rechtshandelingen om bindende voorschriften op het gebied van belastingen vast te stellen. De voorgestelde richtlijn vormt ook de zevende wijziging van de richtlijn administratieve samenwerking, na de Richtlijnen 2014/107/EU, (EU) 2015/2376, (EU) 2016/881, (EU) 2016/2258, (EU) 2018/822 en (EU) 2021/514 van de Raad.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

In 2021 heeft de Europese Rekenkamer onderzocht hoe de Europese Commissie de uitvoering en werking van het systeem voor de uitwisseling van fiscale inlichtingen als neergelegd in Richtlijn 2011/16/EU monitort en hoe de lidstaten de uitgewisselde inlichtingen gebruiken.

Daarnaast heeft het Europees Parlement 19  de uitvoering beoordeeld van de verplichtingen inzake inlichtingenuitwisseling op grond van Richtlijn 2011/16/EU en de latere wijzigingen daarvan, die tot doel hebben belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking te bestrijden door de uitwisseling van inlichtingen in verband met belastingen te vergemakkelijken.

In het verslag van de Europese Rekenkamer werd geconcludeerd dat het systeem over het algemeen goed is opgezet, maar dat er meer moet worden gedaan op het gebied van monitoring, het waarborgen van de kwaliteit van de gegevens en het gebruik van de ontvangen inlichtingen. In zijn resolutie stelt het Europees Parlement dat de uitgewisselde inlichtingen van beperkte kwaliteit zijn en dat de doeltreffendheid van het systeem te weinig wordt gemonitord. Er werd ook opgemerkt dat er momenteel geen gemeenschappelijk EU-kader bestaat om de prestaties van het systeem te monitoren en dat slechts enkele lidstaten stelselmatig kwaliteitscontroles verrichten op de gegevens die worden uitgewisseld. Tot slot pleitte het Europees Parlement voor nieuwe wetgeving ter versterking en verdere verbetering van de richtlijn 20 , en tegelijkertijd voor de gedegen uitvoering van de bestaande voorschriften en normen, ook op het gebied van de bestrijding van het witwassen van geld. Voortbouwend op deze twee verslagen, bevat dit wetgevingsvoorstel een reeks specifieke initiatieven om de werking van de administratieve samenwerking te verbeteren.

Raadpleging van belanghebbenden

Op 10 maart 2021 heeft de Commissie een openbare raadpleging opgezet om feedback te verzamelen over de maatregelen die de EU kan nemen om het kader voor de uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied te versterken. Daarbij werd een aantal vragen gepresenteerd en in totaal werd van 33 belanghebbenden feedback ontvangen.

Daarnaast heeft de Commissie op 23 maart 2021 een gerichte raadpleging van het bedrijfsleven gehouden door een bijeenkomst op te zetten met verschillende vertegenwoordigers van aanbieders van cryptoactiva- en e-moneydiensten en organisaties voor digitale activa. Er heerste een consensus onder de vertegenwoordigers over de voordelen van een gestandaardiseerd EU-rechtskader voor de verzameling van inlichtingen van rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten ten opzichte van uiteenlopende nationale rapportagevoorschriften. Daarnaast pleitten de vertegenwoordigers voor een soortgelijke oplossing als DAC2, die het mogelijk zou maken de inlichtingen alleen te rapporteren aan de belastingdienst in een lidstaat waar de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten een vergunning heeft of ingezetene/geregistreerd is.

De lidstaten zijn via een vragenlijst en specifieke vergaderingen geraadpleegd. Op 13 november 2020 en 24 maart 2021 hebben de diensten van de Commissie een vergadering belegd van Werkgroep IV, waar de lidstaten konden discussiëren over een mogelijk voorstel tot wijziging van de richtlijn. De vergadering spitste zich toe op de rapportage en uitwisseling van inlichtingen over inkomsten uit beleggingen in cryptoactiva.

Over het algemeen was er brede steun voor een mogelijk EU-initiatief voor de uitwisseling van inlichtingen over door gebruikers van cryptoactiva verdiende inkomsten via rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten. De meeste lidstaten waren voorstander van het afstemmen van het toepassingsgebied op de werkzaamheden die op OESO-niveau zijn verricht.

Over het algemeen leken de openbare en gerichte raadplegingen het eens over de uitdagingen die met de nieuwe regels voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten aangepakt zouden moeten worden: het gebrek aan rapportage over tegoeden aan en transacties met cryptoactiva en de noodzaak om de opname van e-moneyproducten in het toepassingsgebied van de rapportageverplichtingen en de uitwisseling van inlichtingen tussen de lidstaten te verduidelijken.

Effectbeoordeling

De Commissie heeft een effectbeoordeling van de relevante beleidsopties uitgevoerd. De Raad voor regelgevingstoetsing heeft hierover op 12 november 2021 een positief advies uitgebracht (SEC(2022) 438). De Raad voor regelgevingstoetsing heeft een positief advies met voorbehoud uitgebracht en een aantal aanbevelingen voor verbeteringen gedaan, die in het eindverslag van de effectbeoordeling zijn meegenomen (SWD(2022) 401). De Raad voor regelgevingstoetsing heeft opmerkingen gemaakt over de mogelijke verbeteringen in de beschrijving van het toepassingsgebied van het initiatief en alle beschikbare en haalbare beleidsopties, rekening houdend met de gevolgen voor kleine en middelgrote ondernemingen. De effectbeoordeling werd geherformuleerd om het toepassingsgebied van het initiatief beter af te bakenen en de verschillende beleidsopties verder te analyseren, rekening houdend met de mogelijke uitsluiting van aanbieders van cryptoactivadiensten op basis van hun omvang.

Diverse beleidsopties zijn getoetst aan de criteria doeltreffendheid, doelmatigheid en samenhang in vergelijking met het basisscenario. In de analyse werd geconcludeerd dat een keuze moet worden gemaakt tussen de status-quo of het basisscenario, en een scenario waarbij de Commissie hetzij op regelgevende of niet-regelgevende wijze zou optreden. Niet-regelgevend optreden zou bestaan in het publiceren van een aanbeveling. De regelgevende opties behelzen een wetgevingsinitiatief tot wijziging van specifieke elementen van het bestaande kader voor administratieve samenwerking.

De verschillende beleidsopties draaiden om de interactie van verschillende vormen van rapportage (d.w.z. per transactie, geaggregeerd of hybride) en de mogelijkheid om een drempel vast te stellen op basis van de omvang (omzet) van bedrijven. De voorkeursoptie is de optie waarbij er sprake is van een hybride rapportage, waarbij aanbieders van cryptoactivadiensten geaggregeerde inlichtingen per soort cryptoactief en per soort transactie rapporteren, en er zo voor zorgen dat belastingautoriteiten de hoeveelheid ontvangen inlichtingen kunnen beheren om de nodige risicoanalyses uit te voeren. De voorkeursoptie bevat geen drempel op basis van de omvang van de rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten, aangezien dit voor mazen in de wet kan zorgen.

Wat rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten betreft, wijst de effectbeoordeling uit dat de regelgevende optie op EU-niveau het meest geschikt is om het beoogde beleidsdoel te bereiken. De status-quo of het basisscenario bleek de minst doeltreffende, doelmatige of coherente optie te zijn. In tegenstelling tot het basisscenario zou een verplichte gemeenschappelijke EU-norm garanderen dat alle belastingdiensten van de EU toegang hebben tot hetzelfde soort gegevens. Met andere woorden: regelgevende actie op EU-niveau zou alle belastingautoriteiten op gelijke voet stellen als het gaat om de toegang tot inlichtingen die zijn verzameld voor een specifiek fiscaal doel. Zo wordt ook voorzien in de automatische uitwisseling van inlichtingen op EU-niveau op basis van gemeenschappelijke normen en specificaties. Zodra het is ingevoerd, is dit het enige scenario waarin belastingautoriteiten van de lidstaat van een gebruiker van cryptoactiva kunnen nagaan of de gebruiker zijn vermogenswinsten uit beleggingen in cryptoactiva correct heeft gerapporteerd, zonder dat het nodig is tijdrovende ad-hocverzoeken en -onderzoeken te doen. Daarnaast zou een verplichte gemeenschappelijke EU-rapportagenorm garanderen dat aanbieders van cryptoactivadiensten niet geconfronteerd worden met versnipperde nationale oplossingen in verband met hun fiscaalgerelateerde rapportageverplichtingen.

Economische gevolgen

Voordelen

Dankzij de rapportageverplichting voor inkomsten uit beleggingen in cryptoactiva en de uitwisseling van dergelijke inlichtingen zullen de lidstaten een volledig beeld krijgen van de inlichtingen die nodig zijn om de verschuldigde belastingen te innen. Op basis van ramingen zouden de extra belastinginkomsten kunnen oplopen tot 2,4 miljard EUR. Gemeenschappelijke rapportageregels zullen ook bijdragen tot het creëren van een gelijk speelveld voor aanbieders van cryptoactiva. Transparantie over de inkomsten van beleggers in cryptoactiva zou zorgen voor een gelijker speelveld met meer traditionele activa.

Een uniek EU-instrument kan ook positieve sociale gevolgen hebben en bijdragen tot een positieve perceptie van fiscale rechtvaardigheid en tot een billijke lastenverdeling tussen belastingplichtigen. Er wordt van uitgegaan dat hoe breder het toepassingsgebied van de regels is, des te sterker de perceptie van fiscale rechtvaardigheid is, aangezien in alle soorten activiteiten problemen met ontoereikende rapportage bestaan. Dezelfde redenering is van toepassing op de voordelen die een billijke lastenverdeling biedt: hoe breder het toepassingsgebied van het initiatief, des te beter kunnen lidstaten garanderen dat de verschuldigde belastingen ook effectief geïnd worden. De fiscale voordelen van EU-maatregelen zijn veel groter wanneer de rapportageverplichting een breed toepassingsgebied heeft.

Kosten

De eenmalige kosten voor de implementatie van automatische rapportage in de hele EU worden geraamd op ongeveer 300 miljoen EUR voor alle rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten en belastingdiensten, met jaarlijkse terugkerende kosten van ongeveer 25 miljoen EUR. De eenmalige en terugkerende kosten hangen voornamelijk samen met de ontwikkeling en de werking van IT-systemen. Belastingdiensten zullen ook te maken hebben met handhavingskosten. Met het oog op kostenefficiëntie worden de lidstaten aangemoedigd om digitale rapportage mogelijk te maken en zoveel mogelijk te zorgen voor interoperabiliteit van de systemen, ook op gegevensniveau, tussen rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten en belastingdiensten.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

Het voorstel is bedoeld om de regeldruk voor rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten, belastingplichtigen en belastingdiensten tot een minimum te beperken. In overeenstemming met de “one in one out”-regel zullen aanbieders van cryptoactivadiensten in de hele EU profiteren van homogene rapportageverplichtingen, in plaats van een andere standaard in elke lidstaat. De voorgestelde beleidsmaatregel vormt een evenredig antwoord op het geconstateerde probleem omdat hij niet verder gaat dan wat nodig is voor de verwezenlijking van het door de Verdragen beoogde doel, namelijk een betere werking van de interne markt zonder verstoringen. De gemeenschappelijke regels zijn immers beperkt tot het tot stand brengen van een gemeenschappelijk kader dat minimaal noodzakelijk is voor de rapportage van inkomsten uit beleggingen in cryptoactiva. Bijvoorbeeld: i) de regels garanderen dat er geen dubbele rapportage is (er is nl. één enkel punt van rapportage), ii) de automatische uitwisseling blijft beperkt tot de betrokken lidstaten en iii) het opleggen van sancties voor niet-naleving blijft onder de exclusieve controle van de lidstaten. Bovendien gaat de harmonisering niet verder dan te garanderen dat de bevoegde autoriteiten worden ingelicht over de verdiende inkomsten. Het is vervolgens de verantwoordelijkheid van de lidstaten de te innen belasting overeenkomstig de nationale wetgeving vast te stellen.

Grondrechten

Deze voorgestelde richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Meer bepaald wordt de reeks gegevenselementen die aan de belastingdiensten moeten worden doorgegeven, zo bepaald dat alleen de gegevens worden opgenomen die minimaal noodzakelijk zijn voor de opsporing van ontoereikende rapportage of het ontbreken van rapportage, overeenkomstig de verplichtingen van de algemene verordening gegevensbescherming en met name het beginsel van minimale gegevensverwerking.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

Zie financieel memorandum.

5.ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Het voorstel strekt tot wijziging van de bestaande bepalingen inzake de uitwisseling van inlichtingen en administratieve samenwerking. Het breidt tevens het toepassingsgebied van de richtlijn uit tot de automatische uitwisseling van inlichtingen met betrekking tot inlichtingen die worden gerapporteerd door rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten. De regels inzake due diligence-procedures, rapportageverplichtingen en andere regels die van toepassing zijn op rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten, zijn gebaseerd op het OESO-rapportagekader voor cryptoactiva.

i) Automatische uitwisseling van inlichtingen

Inkomsten- en vermogenscategorieën

Artikel 8, lid 1, bevat de inkomstencategorieën waarop de verplichte automatische uitwisseling tussen de lidstaten van toepassing is. Inkomsten uit dividenden zonder bewaarneming worden toegevoegd aan de inkomsten- en vermogenscategorieën die reeds onder de uitwisseling van inlichtingen vallen. Een wijziging zal de lidstaten ook verplichten om met andere lidstaten alle inlichtingen uit te wisselen die beschikbaar zijn over alle inkomsten- en vermogenscategorieën 21 met betrekking tot belastingtijdvakken die aanvangen op of na januari 2026 overeenkomstig artikel 8, lid 3.

Voorafgaande grensoverschrijdende rulings voor vermogende particulieren

Artikel 8 bis bevat regels voor de automatische uitwisseling van voorafgaande grensoverschrijdende rulings en voorafgaande verrekenprijsafspraken voor andere personen dan natuurlijke personen. Deze bepaling wordt uitgebreid tot vermogende particulieren met een minimum van 1 000 000 EUR aan financieel of belegbaar vermogen of beheerde activa, met uitzondering van de voornaamste particuliere woning van die persoon. De wijziging zal lidstaten verplichten om met andere lidstaten inlichtingen uit te wisselen over voorafgaande grensoverschrijdende rulings voor vermogende particulieren die tussen 1 januari 2020 en 31 december 2025 zijn afgegeven, gewijzigd of hernieuwd, op voorwaarde dat zij op 1 januari 2026 nog geldig waren.

Door rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten gerapporteerde informatie

In artikel 8 bis quinquies worden het toepassingsgebied en de voorwaarden voor de verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen vastgelegd die door rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten aan de bevoegde autoriteiten zullen worden gerapporteerd. Bijlage VI, die bij bijlage III wordt ingevoerd, bevat gedetailleerde regels over de verplichtingen waaraan rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten moeten voldoen. In eerste instantie voorzien de regels in een verplichting voor de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten om de inlichtingen te verzamelen en te verifiëren in overeenstemming met de due diligence-procedures van het voorstel. Ten tweede moeten de rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten de relevante bevoegde autoriteit inlichtingen verstrekken over de gebruikers van cryptoactiva, d.w.z. degenen die van de dienstenaanbieder gebruikmaken om hun cryptoactiva te verhandelen en om te wisselen. De derde stap betreft de mededeling van de gerapporteerde inlichtingen door de bevoegde autoriteit van de lidstaat die de inlichtingen van de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten heeft ontvangen, aan de bevoegde autoriteit van de betrokken lidstaat waar de te rapporteren gebruiker van cryptoactiva woont.

Toepassingsgebied 

Bijlage V, deel IV, bevat de definities waarmee het toepassingsgebied van de rapportageregels wordt bepaald.

Op wie rust de rapportageverplichting?

De regels omvatten definities van een aanbieder van cryptoactivadiensten, exploitant van cryptoactiva en rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten.

Onder een aanbieder van cryptoactivadiensten wordt verstaan iedere rechtspersoon of onderneming wiens/wier gewone beroep of bedrijf bestaat in het beroepsmatig aanbieden van een of meer cryptoactivadiensten aan derden, en die in een lidstaat over een vergunning beschikt om cryptoactivadiensten aan te bieden overeenkomstig Verordening XXX. Deze term houdt verband met Verordening XXX om een consistente definitie te behouden. Daarnaast mogen aanbieders van cryptoactivadiensten activiteiten in de EU uitoefenen op basis van de paspoortregeling en zijn zij opgenomen in een register dat door de ESMA wordt bijgehouden.

Onder een exploitant van cryptoactiva wordt verstaan iedere natuurlijke persoon, rechtspersoon of onderneming wiens/wier gewone beroep of bedrijf bestaat in het beroepsmatig aanbieden van een of meer cryptoactivadiensten aan derden, maar die niet onder het toepassingsgebied van Verordening XXX valt.

Onder een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten wordt verstaan iedere aanbieder van cryptoactivadiensten en iedere exploitant van cryptoactiva die een of meer cryptoactivadiensten verricht die te rapporteren gebruikers in staat stellen een wisseltransactie te voltooien.

De definitie van rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten omvat aanbieders van cryptoactivadiensten als gedefinieerd in Verordening XXX en exploitanten van cryptoactiva die niet onder het toepassingsgebied van Verordening XXX vallen (bv. een exploitant van cryptoactiva die is benaderd door in de EU woonachtige gebruikers van cryptoactiva, exploitanten van cryptoactiva die niet-verwisselbare tokens verhandelen enz.) en dus niet voldoen aan de voorwaarden om een vergunning te krijgen uit hoofde van die verordening.

Aanbieders van cryptoactivadiensten ontvangen een vergunning op grond van Verordening XXX in de lidstaat van de juridische entiteit en zullen dus in die lidstaat rapporteren. Teneinde exploitanten van cryptoactiva te omvatten, stelt het voorstel in artikel 8 bis quinquies, lid 7, verplichtingen vast voor een unieke registratie in een lidstaat van hun keuze. De rapportage zal in die lidstaat plaatsvinden. De bijzonderheden van het registratieproces zijn neergelegd in bijlage VI, deel V, onderdeel F. Om uniforme voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van de voorgestelde regels en, meer in het bijzonder, de registratie en identificatie van rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten, verleent artikel 8 bis quinquies, lid 11, derde alinea, de Commissie uitvoeringsbevoegdheden om een standaardformulier vast te stellen. Deze bevoegdheden moeten worden uitgeoefend overeenkomstig Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad. 

Alleen exploitanten van cryptoactiva die niet onder het toepassingsgebied van Verordening XXX vallen, zouden verplicht zijn zich in een lidstaat te registreren overeenkomstig artikel 8 bis quinquies, lid 12. Een aanbieder van cryptoactivadiensten die op grond van Verordening XXX reeds over een vergunning in de EU beschikt, zou worden vrijgesteld van de unieke registratieverplichting.

Aangezien de exploitanten van cryptoactiva mogelijk ingezetenen zijn buiten de EU, voorziet het voorstel in een ontheffing van de unieke registratie- en rapportageverplichting als bepaald in deze richtlijn, die afhankelijk is van de vaststelling van overeenkomstige rapportage- en uitwisselingsmechanismen met betrekking tot niet-Unierechtsgebieden en lidstaten. Dit mechanisme is vergelijkbaar met het mechanisme in Richtlijn 2021/514 (DAC7) en heeft eveneens als doel om een gelijk speelveld te waarborgen en te voorkomen dat dienstenaanbieders zich bezighouden met forumshopping.

De richtlijn vereist rapportage door exploitanten van cryptoactiva van in en buiten de Europese Unie, voor zover dergelijke exploitanten van buiten de Europese Unie te rapporteren gebruikers hebben die ingezetenen zijn in de Unie. Dit is van essentieel belang om te zorgen voor een gelijk speelveld voor alle rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten en om oneerlijke concurrentie te voorkomen.

De verplichting tot een unieke registratie en rapportage voor exploitanten van buiten de Europese Unie kan in gevallen waarin adequate regelingen bestaan, worden opgeheven om ervoor te zorgen dat overeenkomstige inlichtingen worden uitgewisseld tussen een niet-Unierechtsgebied en de lidstaten.

Deze adequate regelingen worden door de Commissie vastgesteld overeenkomstig de criteria en processen van artikel 8 bis quinquies. Wanneer een regeling als overeenkomstig wordt aangemerkt, wordt de registratie- en rapportageverplichting opgeheven; is dat niet geval, dan blijven de registratie- en rapportageverplichtingen, zoals bepaald in de richtlijn, van toepassing.

Welke transacties komen voor rapportage in aanmerking?

Te rapporteren transacties zijn wisseltransacties en overmakingen van te rapporteren cryptoactiva. Zowel binnenlandse als grensoverschrijdende transacties vallen binnen het toepassingsgebied van het voorstel en worden geaggregeerd per soort te rapporteren cryptoactiva.

Wiens transacties komen voor rapportage in aanmerking?

Een gebruiker van cryptoactiva is een natuurlijk persoon of een entiteit die een klant is van een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten met het oog op het verrichten van te rapporteren transacties. Een natuurlijke persoon of entiteit, niet zijnde een financiële instelling of een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten, die als gebruiker van cryptoactiva ten behoeve of voor rekening van een andere natuurlijke persoon of entiteit optreedt als agent, bewaarnemer, gevolmachtigde, ondertekenaar, beleggingsadviseur of intermediair, wordt niet behandeld als een gebruiker van cryptoactiva, en die andere natuurlijke persoon of entiteit wordt als de gebruiker van cryptoactiva behandeld.

Wanneer een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten betalingen in cryptoactiva voor of namens een handelaar faciliteert, moet de klant die de tegenpartij van de handelaar is, als een gebruiker van cryptoactiva worden behandeld. In dergelijke gevallen is de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten verplicht de identiteit van de klant te verifiëren in overeenstemming met de binnenlandse antiwitwasregels.

Een te rapporteren gebruiker is een in een lidstaat woonachtige gebruiker van cryptoactiva die een te rapporteren persoon is. Uitgesloten personen zijn: a) een entiteit van wie de aandelen regelmatig worden verhandeld op één of meer erkende effectenbeurzen, b) een entiteit die een gelieerde entiteit is van een in a) beschreven entiteit, c) een overheidsinstantie, d) een internationale organisatie, e) een centrale bank, of f) een financiële instelling anders dan een beleggingsentiteit omschreven in deel IV, onderdeel E, punt 5, b).

Alleen de transacties van een te rapporteren gebruiker zijn te rapporteren transacties.

Due diligence-procedures

Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten voert due diligence-procedures uit als neergelegd in bijlage VI, deel III, met het oog op de identificatie van de te rapporteren gebruikers. De due diligence-procedures zijn van toepassing op gebruikers van cryptoactiva, zowel natuurlijke personen als entiteiten, die als te rapporteren gebruikers moeten worden geïdentificeerd. De identificatie van dergelijke te rapporteren gebruikers geschiedt door middel van een eigen verklaring die de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten in staat stelt om bijvoorbeeld de woonplaats(en) van gebruikers van cryptoactiva te bepalen. Via dit proces kan overeenkomstig de due diligence-procedures voor klanten aanvullende documentatie worden verzameld.

Deel III, onderdeel A, bevat de specifieke inlichtingen over een gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is, die een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten moet verzamelen.

Deel III, onderdeel B, bevat de specifieke inlichtingen over een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, die een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten moet verzamelen over een dergelijke gebruiker van cryptoactiva. Die procedures zijn van toepassing om te bepalen of de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, een te rapporteren gebruiker is of een entiteit, anders dan een uitgesloten persoon, met een of meer uiteindelijk belanghebbenden die een te rapporteren persoon zijn.

Deel III, onderdeel C, bevat de regels voor de vereisten inzake een eigen verklaring voor gebruikers van cryptoactiva, zowel natuurlijke personen als entiteiten.

Deel III, onderdeel D, bevat de algemene due diligence-vereisten.

Rapportage aan de bevoegde autoriteit door de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten

De inlichtingen, zoals verzameld en geverifieerd, moeten uiterlijk op 31 januari van het jaar volgend op het desbetreffende kalenderjaar of een andere relevante rapportageperiode van de te rapporteren transactie worden gerapporteerd. De rapportage mag slechts in één lidstaat plaatsvinden (d.w.z. een unieke registratie in de lidstaat van keuze of de lidstaat van vergunning). Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten moet rapporteren in de lidstaat waar hij een vergunning heeft verkregen op grond van Verordening XXX. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die niet over een vergunning op grond van Verordening XXX beschikt, moet rapporteren in de lidstaat waar hij zich overeenkomstig artikel 8 bis quinquies, lid 11, heeft geregistreerd.

Overeenkomstig het gewijzigde artikel 25, lid 3, moet de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten elke betrokken natuurlijke persoon ervan in kennis stellen dat inlichtingen over hem zullen worden verzameld en aan de bevoegde autoriteiten worden gerapporteerd, zoals vereist uit hoofde van deze voorgestelde richtlijn. De rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten moet ook alle inlichtingen verstrekken die de verwerkingsverantwoordelijken op grond van de AVG moeten verstrekken. De rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten moet elke natuurlijke persoon alle inlichtingen verstrekken en wel uiterlijk voordat de inlichtingen worden gerapporteerd. Dit laat de rechten van de betrokkene uit hoofde van de AVG onverlet.

Automatische uitwisseling van inlichtingen tussen bevoegde autoriteiten

De door een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten gerapporteerde inlichtingen moeten worden meegedeeld aan de bevoegde belastingautoriteiten van de lidstaten waar de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten fiscaal inwoner is of zijn vergunning heeft ontvangen, of waar hij is geregistreerd, binnen 2 maanden na het einde van het kalenderjaar waarop de rapportageverplichtingen voor aanbieders van cryptoactivadiensten betrekking hebben. In artikel 8 bis quinquies, lid 3, is vastgesteld welke inlichtingen aan deze bevoegde belastingautoriteiten van de lidstaten moeten worden gerapporteerd.

Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten wordt geacht de inlichtingen uiterlijk op 31 januari van het jaar volgend op het desbetreffende kalenderjaar of een andere adequate rapportageperiode van de te rapporteren transactie aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van zijn vergunning, fiscale woonplaats of registratie te rapporteren.

Dankzij dergelijke tijdige uitwisselingen zullen de belastingautoriteiten beschikken over een volledige reeks inlichtingen, zodat zij de op voorhand ingevulde jaarlijkse belastingaanslagen kunnen voorbereiden.

De automatische uitwisseling van inlichtingen geschiedt via het gemeenschappelijke communicatienetwerk (CCN-netwerk) van de EU, met gebruikmaking van een XML-schema dat door de Commissie is ontwikkeld. Dit is het gemeenschappelijke communicatienetwerk dat wordt gebruikt voor de uitwisseling van inlichtingen in het kader van deze richtlijn.

Voor de automatische uitwisseling van inlichtingen in het kader van dit voorstel zullen de inlichtingen worden doorgegeven aan het centrale gegevensbestand dat door de Commissie is ontwikkeld en reeds wordt gebruikt voor de automatische uitwisseling van inlichtingen over voorafgaande grensoverschrijdende fiscale rulings en grensoverschrijdende constructies.

Effectieve uitvoering en preventie van het verrichten van wisseltransacties

Indien een gebruiker van cryptoactiva de krachtens deel III vereiste inlichtingen niet verstrekt na twee aanmaningen volgend op het oorspronkelijke verzoek van de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten, maar niet voordat 60 dagen zijn verstreken, moeten de rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten verhinderen dat de gebruiker van cryptoactiva wisseltransacties verricht (zie deel V, onderdeel A).

ii) Administratieve samenwerking

Sancties en andere nalevingsmaatregelen

Artikel 25 bis Sancties en andere nalevingsmaatregelen

Effectieve sancties wegens niet-naleving op nationaal niveau

Artikel 25 bis betreffende sancties wordt gewijzigd door specifiek aan te geven dat de lidstaten regels moeten vaststellen inzake sancties die van toepassing zijn op inbreuken op overeenkomstig de richtlijn vastgestelde nationale bepalingen en op artikel 8, lid 3 bis, en de artikelen 8 bis bis, 8 bis ter, 8 bis quater en 8 bis quinquies. De sancties en andere nalevingsmaatregelen waarin de richtlijn voorziet, moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn. Er moet een minimale financiële sanctie worden opgelegd in geval van het ontbreken van rapportage na twee geldige administratieve aanmaningen of wanneer de verstrekte informatie onvolledige, onjuiste of valse gegevens bevat die meer dan 25 % uitmaken van de te rapporteren inlichtingen.

iii) Andere bepalingen

Gebruik van inlichtingen

Aan artikel 16 wordt een nieuw lid 7 toegevoegd dat lidstaten verplicht een doeltreffend mechanisme in te voeren om de beoordeling te waarborgen van inlichtingen die zijn verkregen door middel van de rapportage en de automatische uitwisseling van inlichtingen krachtens de artikelen 8 tot en met 8 bis quinquies. Artikel 16, lid 2, wordt gewijzigd om te waarborgen dat gerapporteerde en uitgewisselde inlichtingen krachtens de richtlijn betreffende de administratieve samenwerking kunnen worden gebruikt voor andere doeleinden dan directe belastingen, in situaties waarin er op EU-niveau een overeenkomst bestaat om dergelijke inlichtingen te gebruiken om sancties op te leggen in een internationale context. Dit zouden met name situaties zijn waar besluiten zijn genomen op grond van artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met betrekking tot beperkende maatregelen. De in het kader van Richtlijn 2011/16/EU uitgewisselde inlichtingen kunnen immers zeer relevant zijn voor de opsporing van schendingen of omzeiling van beperkende maatregelen. Mogelijke inbreuken op de sancties kunnen omgekeerd ook relevant zijn voor belastingdoeleinden, aangezien het vermijden van beperkende maatregelen in de meeste gevallen ook zal neerkomen op belastingontwijking met betrekking tot deze activa. Gezien de te verwachten synergieën en het nauwe verband tussen beide gebieden is het derhalve passend een verder gebruik van de gegevens toe te staan.

Verslaglegging

Artikel 27, lid 2, wordt vervangen door een bepaling die de lidstaten verplicht om binnen hun eigen rechtsgebied de doeltreffendheid van de administratieve samenwerking bij de bestrijding van belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking overeenkomstig de richtlijn te monitoren en te beoordelen. Met het oog op de evaluatie van de richtlijn moeten de lidstaten de resultaten van hun beoordeling jaarlijks aan de Commissie meedelen. Deze wijziging leidt tot schrapping van de tweejaarlijkse evaluatie van de wezenskenmerken voor grensoverschrijdende constructies in bijlage IV.

·Rapportage van inlichtingen over fiscale identificatienummers

Artikel 27 quater wordt toegevoegd om een bepaling op te nemen waarin de lidstaten wordt verzocht ervoor te zorgen dat het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van gerapporteerde natuurlijke personen of entiteiten wordt opgenomen in de verstrekking van de inlichtingen bedoeld in artikel 8, lid 1, artikel 8, lid 3 bis, artikel 8 bis, lid 6, artikel 8 bis bis, lid 3, artikel 8 bis ter, lid 14, artikel 8 bis quater, lid 2, en artikel 8 bis quinquies, lid 3. Het fiscaal identificatienummer moet worden verstrekt, ook al is dit niet specifiek vereist op grond van deze artikelen.

·Herziening van de bepalingen van Richtlijn 2014/107/EU

Aangezien Richtlijn 2014/107/EU van de Raad (DAC2) de gezamenlijke rapportagestandaard (CRS) van de OESO in de EU implementeert, wordt in dit voorstel rekening gehouden met de wijzigingen van de CRS die op 26 augustus 2022 zijn overeengekomen tijdens het herzieningsproces van de gezamenlijke rapportage. Met deze wijzigingen wordt het toepassingsgebied van de CRS uitgebreid tot elektronische geldproducten en digitale centralebankmunten. Er zijn aanvullende wijzigingen overeengekomen om de due diligence-procedures en de resultaten van de rapportages verder te verbeteren, teneinde de bruikbaarheid van CRS inlichtingen voor belastingdiensten te vergroten en de lasten voor financiële instellingen waar mogelijk te beperken.

·Identificatiediensten

Identificatiediensten worden ingevoerd als een vereenvoudigd en gestandaardiseerd identificatiemiddel voor dienstenaanbieders en belastingplichtigen. Dit stelt de lidstaten die dat wensen in staat dit formaat voor identificatie te gebruiken zonder op enigerlei wijze afbreuk te doen aan de stroom en de kwaliteit van de uitgewisselde inlichtingen met andere lidstaten die geen gebruik maken van identificatiediensten.

·Gebruik van inlichtingenuitwisseling voor andere doeleinden

In het algemeen voorziet de richtlijn in de mogelijkheid om de uitgewisselde inlichtingen te gebruiken voor andere doeleinden dan voor directe en indirecte belastingdoeleinden, voor zover de verstrekkende lidstaat het voor het gebruik van die inlichtingen toegestane doel in een lijst heeft vermeld. In het voorstel wordt de noodzaak om de verstrekkende lidstaat te raadplegen geschrapt wanneer het gebruik van inlichtingen is opgenomen in een door de verstrekkende lidstaat opgestelde lijst.

Voorts wordt in het voorstel naar behoren verduidelijkt dat inlichtingen die tussen de lidstaten worden uitgewisseld, ook kunnen worden gebruikt voor de vaststelling, het beheer en de handhaving van douanerechten, en voor de bestrijding van het witwassen van geld en van terrorismefinanciering.

·Datum van toepassing van de richtlijn

De richtlijn betreffende de administratieve samenwerking moet met ingang van 1 januari 2026 van toepassing worden. Daarop zijn twee uitzonderingen opgenomen. De bepalingen inzake de identificatiedienst zijn met ingang van januari 2025 van toepassing. De bepalingen inzake de verificatie van het fiscaal identificatienummer zullen pas met ingang van januari 2027 van toepassing zijn.

 

2022/0413 (CNS)

Voorstel voor een

RICHTLIJN VAN DE RAAD

tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name de artikelen 113 en 115,

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,

Gezien het advies van het Europees Parlement 22 ,

Gezien het advies van het Europees Economisch en Sociaal Comité 23 ,

Handelend volgens een bijzondere wetgevingsprocedure,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)Belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking zijn een grote uitdaging voor de Unie en op mondiaal niveau. De uitwisseling van inlichtingen is van cruciaal belang in de strijd tegen dergelijke praktijken.

(2)Het Europees Parlement heeft gewezen op het politieke belang van billijke belastingheffing en van de bestrijding van belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking, onder meer door middel van meer administratieve samenwerking en uitwisseling van inlichtingen tussen de lidstaten.

(3)Op 1 december 2021 heeft de Europese Raad zijn goedkeuring gehecht aan een verslag van de Raad (Ecofin) waarin de Europese Commissie wordt verzocht in 2022 met een wetgevingsvoorstel te komen voor verdere herzieningen van Richtlijn 2011/16/EU van de Raad 24 betreffende de uitwisseling van inlichtingen over cryptoactiva en fiscale rulings voor vermogende particulieren 25 .

(4)De Europese Rekenkamer heeft een verslag gepubliceerd waarin het rechtskader en de uitvoering van de richtlijn worden onderzocht. In dat verslag wordt geconcludeerd dat het algemene kader van Richtlijn 2011/16/EU solide is, maar dat sommige bepalingen moeten worden aangescherpt om ervoor te zorgen dat het volledige potentieel van de inlichtingenuitwisseling wordt benut en de doeltreffendheid van de automatische inlichtingenuitwisseling wordt gemeten. In het verslag wordt voorts geconcludeerd dat het toepassingsgebied van de richtlijn moet worden uitgebreid tot aanvullende inkomsten- en vermogenscategorieën, zoals cryptoactiva.

(5)Het belang en de kapitalisatie van de markt voor cryptoactiva is de afgelopen tien jaar aanzienlijk en snel toegenomen. Cryptoactiva zijn een digitale weergave van een waarde die of een recht dat elektronisch kan worden overgedragen en opgeslagen, met gebruikmaking van distributed ledger-technologie of vergelijkbare technologie.

(6)De lidstaten beschikken over regels en richtsnoeren, zij het verschillend per lidstaat, om inkomsten uit transacties in cryptoactiva te belasten. Het gedecentraliseerde karakter van cryptoactiva maakt het voor belastingdiensten van lidstaten echter moeilijk om de naleving van de belastingwetgeving te waarborgen.

(7)Verordening XXX betreffende markten in cryptoactiva van het Europees Parlement en de Raad 26 (Verordening XXX) heeft de reikwijdte van de regelgeving van de Unie uitgebreid tot kwesties met betrekking tot cryptoactiva die tot dusver niet door handelingen van de Unie inzake financiële diensten waren gereguleerd, alsook tot aanbieders van diensten met betrekking tot dergelijke cryptoactiva (“aanbieders van cryptoactivadiensten”). Verordening XXX bevat de definities die voor de toepassing van deze richtlijn worden gebruikt. Deze richtlijn houdt ook rekening met het vergunningsvereiste voor aanbieders van cryptoactivadiensten krachtens Verordening XXX om de administratieve lasten voor aanbieders van cryptoactivadiensten tot een minimum te beperken. Het inherente grensoverschrijdende karakter van cryptoactiva vereist een sterke internationale administratieve samenwerking om doeltreffende regelgeving te waarborgen.

(8)Het Uniekader voor de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (AML/CFT) breidt het toepassingsgebied van meldingsplichtige entiteiten die onderworpen zijn aan AML/CFT-regels uit tot aanbieders van cryptoactivadiensten die onder Verordening XXX vallen. Daarnaast breidt Verordening XXX 27 de verplichting van betalingsdienstaanbieders om geldovermakingen vergezeld te doen gaan van inlichtingen over de betaler en de begunstigde, uit tot aanbieders van cryptoactivadiensten om de traceerbaarheid van overmakingen van cryptoactiva te waarborgen met het oog op de bestrijding van het witwassen van geld en terrorismefinanciering.

(9)Op internationaal niveau is het rapportagekader voor cryptoactiva van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) 28 gericht op de invoering van meer fiscale transparantie met betrekking tot cryptoactiva en de rapportage ervan. De regels van de Unie moeten rekening houden met het door de OESO ontwikkelde kader om de doeltreffendheid van de uitwisseling van inlichtingen te vergroten en de administratieve lasten te verminderen.

(10)Richtlijn 2011/16/EU van de Raad 29 legt verplichtingen vast voor financiële intermediairs om inlichtingen over financiële rekeningen te rapporteren aan belastingdiensten die deze inlichtingen dan moeten uitwisselen met andere betrokken lidstaten. De meeste cryptoactiva hoeven echter niet uit hoofde van die richtlijn te worden gerapporteerd omdat zij geen geld vormen dat op depositorekeningen of in financiële activa wordt aangehouden. Bovendien vallen zowel aanbieders van cryptoactivadiensten als exploitanten van cryptoactiva in de meeste gevallen niet onder de bestaande definitie van financiële instellingen in Richtlijn 2011/16/EU.

(11)Om het hoofd te bieden aan nieuwe uitdagingen die voortvloeien uit het toenemende gebruik van alternatieve betaal- en beleggingsmiddelen, die nieuwe risico’s op belastingontduiking inhouden en nog niet onder Richtlijn 2011/16/EU vallen, moeten de regels inzake rapportage en uitwisseling van inlichtingen betrekking hebben op cryptoactiva en hun gebruikers.

(12)Om de goede werking van de interne markt te waarborgen, moet de rapportage doeltreffend, eenvoudig en duidelijk omschreven zijn. Het is moeilijk belastbare feiten op te sporen die zich voordoen bij het beleggen in cryptoactiva. Rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten zijn het best in staat om de nodige inlichtingen over hun gebruikers te verzamelen en te verifiëren. De administratieve lasten voor de sector moeten tot een minimum worden beperkt om het volledige potentieel binnen de Unie te kunnen ontwikkelen.

(13)De automatische uitwisseling van inlichtingen tussen belastingautoriteiten is essentieel om hun de nodige informatie te verschaffen om de verschuldigde bedragen aan inkomstenbelasting correct te kunnen vaststellen. De rapportageverplichting moet op grensoverschrijdende en binnenlandse transacties betrekking hebben, teneinde de doeltreffendheid van de rapportageregels, de goede werking van de interne markt, een gelijk speelveld en het non-discriminatiebeginsel te waarborgen.

(14)De richtlijn is van toepassing op aanbieders van cryptoactivadiensten die onder Verordening XXX vallen en krachtens deze verordening een vergunning hebben gekregen, en op exploitanten van cryptoactiva voor wie dat niet geldt. Naar beide wordt verwezen als rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten aangezien zij krachtens deze richtlijn verplicht zijn te rapporteren. Het algemene begrip van wat onder “cryptoactiva” wordt verstaan, is zeer breed en omvat ook cryptoactiva die decentraal zijn uitgegeven, evenals stablecoins en bepaalde niet-verwisselbare tokens (NFT’s). Cryptoactiva die voor betalings- of beleggingsdoeleinden worden gebruikt, moeten op grond van deze richtlijn worden gerapporteerd. Daarom moeten rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten per geval overwegen of cryptoactiva voor betalings- en beleggingsdoeleinden kunnen worden gebruikt, rekening houdend met de vrijstellingen waarin Verordening XXX voorziet, met name met betrekking tot een beperkt netwerk en bepaalde gebruikstokens.

(15)Om belastingdiensten in staat te stellen de inlichtingen die zij ontvangen, te analyseren en te gebruiken in overeenstemming met nationale bepalingen, bijvoorbeeld voor het matchen van inlichtingen met de waardering van activa en vermogenswinsten, is het passend te voorzien in de rapportage en uitwisseling van inlichtingen die zijn onderverdeeld met betrekking tot elk cryptoactief ten aanzien waarvan de gebruiker van cryptoactiva transacties heeft verricht.

(16)Om eenvormige voorwaarden te waarborgen voor de uitvoering van bepalingen inzake automatische uitwisseling van inlichtingen tussen bevoegde autoriteiten, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om praktische regelingen vast te stellen die nodig zijn voor de uitvoering van de verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen die worden gerapporteerd door rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten, met inbegrip van een standaardformulier voor de uitwisseling van inlichtingen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad 30 .

(17)Aanbieders van cryptoactivadiensten die onder Verordening XXX vallen, kunnen hun activiteiten in de Unie uitoefenen op basis van de paspoortregeling zodra zij hun vergunning in een lidstaat hebben ontvangen. Daartoe houdt de ESMA een register bij met vergunninghoudende aanbieders van cryptoactivadiensten. Daarnaast houdt de ESMA ook een zwarte lijst bij van exploitanten die cryptoactivadiensten uitoefenen waarvoor een vergunning vereist is uit hoofde van Verordening XXX.

(18)Exploitanten van cryptoactiva die niet onder het toepassingsgebied van die verordening vallen, maar verplicht zijn inlichtingen te rapporteren over de in de EU woonachtige gebruikers van cryptoactiva op grond van deze richtlijn, moeten worden verplicht zich te registreren en te rapporteren in één enkele lidstaat met het oog op de naleving van hun rapportageverplichtingen.

(19)Om de administratieve samenwerking op dit gebied met niet-Unierechtsgebieden te bevorderen, moet het exploitanten van cryptoactiva die zich in niet-Unierechtsgebieden bevinden en diensten aanbieden aan gebruikers van cryptoactiva in de EU, zoals aanbieders van NFT-diensten of exploitanten die op basis van reverse-solicitation diensten aanbieden, worden toegestaan om uitsluitend inlichtingen over in de Unie woonachtige gebruikers van cryptoactiva te rapporteren aan de belastingautoriteiten van een niet-Unierechtsgebied, voor zover de gerapporteerde inlichtingen overeenstemmen met de in deze richtlijn neergelegde inlichtingen en er sprake is van een doeltreffende uitwisseling van inlichtingen tussen het niet-Unierechtsgebied en een lidstaat. Aanbieders van cryptoactivadiensten met een vergunning uit hoofde van Verordening XXX kunnen worden vrijgesteld van het rapporteren van dergelijke inlichtingen in de lidstaten waar zij over de vergunning beschikken, indien de overeenkomstige rapportage plaatsvindt in een niet-Unierechtsgebied en voor zover er een effectieve gekwalificeerde overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten bestaat. Het gekwalificeerde niet-Unierechtsgebied zou die inlichtingen vervolgens weer doorgeven aan de belastingdiensten van die lidstaten waar gebruikers van cryptoactiva ingezetenen zijn. Waar passend moet dat mechanisme kunnen worden gebruikt om te voorkomen dat overeenkomstige inlichtingen meer dan eens worden gerapporteerd en doorgegeven.

(20)Om eenvormige voorwaarden voor de uitvoering van deze richtlijn te waarborgen, moeten aan de Commissie uitvoeringsbevoegdheden worden toegekend om te bepalen of inlichtingen die moeten worden uitgewisseld op grond van een overeenkomst tussen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat en een niet-Unierechtsgebied met de in deze richtlijn gespecificeerde inlichtingen overeenkomen. Die bevoegdheden moeten worden uitgeoefend in overeenstemming met Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad. Meer in het bijzonder moet de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen bepalen of inlichtingen die moeten worden uitgewisseld op grond van een overeenkomst tussen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat en een niet-Unierechtsgebied, overeenstemmen met de in die richtlijn gespecificeerde inlichtingen. Aangezien het sluiten van overeenkomsten met niet-Unierechtsgebieden inzake administratieve samenwerking op het gebied van directe belastingen onder de bevoegdheid van de lidstaten blijft vallen, kan de Commissie ook optreden naar aanleiding van een verzoek van een lidstaat. Daartoe is het noodzakelijk dat de bepaling van overeenstemming, op verzoek van een lidstaat, ook kan geschieden voorafgaand aan de voorgenomen sluiting van een dergelijke overeenkomst. Wanneer de uitwisseling van dergelijke inlichtingen gebaseerd is op een multilaterale overeenkomst tussen de bevoegde autoriteiten, moet het besluit over de overeenstemming worden genomen met betrekking tot het gehele relevante kader dat onder een dergelijke overeenkomst tussen de bevoegde autoriteiten valt. Niettemin moet het mogelijk blijven om, in voorkomend geval, een besluit te nemen over de overeenstemming met betrekking tot een bilaterale overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten.

(21)Voor zover de internationale norm voor de rapportage en automatische uitwisseling van inlichtingen over cryptoactiva (het rapportagekader voor cryptoactiva van de OESO) een minimumnorm of gelijkwaardige norm is, die een minimale reikwijdte en inhoud voor de uitvoering ervan door rechtsgebieden vaststelt, hoeft de Commissie niet door middel van een uitvoeringshandeling de overeenstemming van deze richtlijn met het rapportagekader voor cryptoactiva van de OESO te bepalen, mits er een van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten bestaat tussen de niet-Unierechtsgebieden en alle lidstaten.

(22)Hoewel de G20 het rapportagekader voor cryptoactiva van de OESO heeft bekrachtigd en de uitvoering ervan heeft aanbevolen, is er nog geen besluit genomen over de vraag of het als een minimumnorm of gelijkwaardig zou worden beschouwd. In afwachting van dit besluit bevat het voorstel twee verschillende benaderingen voor het bepalen van de overeenstemming.

(23)Deze richtlijn komt niet in de plaats van bredere verplichtingen die voortvloeien uit Verordening XXX.

(24)Om convergentie en consistent toezicht met betrekking tot Verordening XXX te bevorderen, moeten de nationale bevoegde autoriteiten samenwerken met andere nationale bevoegde autoriteiten of instellingen en relevante inlichtingen delen.

(25)De ontheffing van de registratie- en rapportageverplichting waarin deze richtlijn voorziet, die afhankelijk is van de bepaling van overeenstemming van rapportage- en uitwisselingsmechanismen met betrekking tot niet-Unierechtsgebieden en lidstaten, mag alleen worden opgevat als van toepassing op het gebied van de belastingen, met name voor de toepassing van deze richtlijn, en mag niet worden opgevat als een basis voor de erkenning van overeenstemming op andere gebieden van het EU-recht.

(26)Het is van essentieel belang de bepalingen van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de te rapporteren of uit te wisselen inlichtingen aan te scherpen om deze aan te passen aan nieuwe ontwikkelingen op de verschillende markten en aldus vastgestelde gedragingen op het gebied van belastingfraude, belastingontwijking en belastingontduiking doeltreffend aan te pakken. Die bepalingen moeten de ontwikkelingen weerspiegelen die op de interne markt en op internationaal niveau zijn waargenomen om tot een doeltreffende rapportage en uitwisseling van inlichtingen te komen. De richtlijn bevat derhalve onder andere de meest recente aanvullingen op de gezamenlijke rapportagestandaard van de OESO, de integratie van bepalingen inzake elektronisch geld en digitale centralebankmunten, een duidelijk en geharmoniseerd kader voor nalevingsmaatregelen en de uitbreiding van het toepassingsgebied van grensoverschrijdende rulings tot vermogende particulieren.

(27)E-moneyproducten, zoals gedefinieerd in Richtlijn 2009/110/EU van het Europees Parlement en de Raad 31 , worden in de Unie vaak gebruikt en het volume van de transacties en de gecombineerde waarde ervan nemen gestaag toe. E-moneyproducten vallen echter niet expliciet onder Richtlijn 2011/16/EU. De lidstaten hanteren uiteenlopende benaderingen van elektronisch geld. Als gevolg daarvan vallen aanverwante producten niet altijd onder de bestaande inkomsten- en vermogenscategorieën van Richtlijn 2011/16/EU. Daarom moeten regels worden ingevoerd om ervoor te zorgen dat de rapportageverplichtingen van toepassing zijn op elektronisch geld en e-money-tokens uit hoofde van Verordening XXX.

(28)Om mazen in de wetgeving te dichten die belastingontduiking, belastingontwijking en belastingfraude mogelijk maken, moeten de lidstaten worden verplicht inlichtingen uit te wisselen met betrekking tot inkomsten uit dividenden zonder bewaarneming. Inkomsten uit dividenden zonder bewaarneming moeten daarom worden opgenomen in de inkomstencategorieën waarvoor een verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen geldt.

(29)Het fiscaal identificatienummer (“FIN”) is van essentieel belang voor de lidstaten om de ontvangen inlichtingen te matchen met de gegevens die aanwezig zijn in de nationale databanken. Het vergroot het vermogen van de lidstaten om de betrokken belastingplichtigen te identificeren en de daarmee verband houdende belastingen correct vast te stellen. Daarom is het belangrijk dat de lidstaten eisen dat het FIN wordt vermeld in het kader van uitwisselingen in verband met financiële rekeningen, voorafgaande grensoverschrijdende rulings en voorafgaande prijsafspraken, landenrapporten, meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies en inlichtingen over verkopers op digitale platforms.

(30)Het ontbreken van de uitwisseling van rulings met betrekking tot vermogende particulieren betekent dat de belastingdiensten mogelijk niet op de hoogte zijn van die rulings. Door deze situatie bestaat het gevaar dat er mogelijkheden voor belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking worden gecreëerd. Daarom moet de automatische uitwisseling van voorafgaande grensoverschrijdende rulings en voorafgaande verrekenprijsafspraken ook gelden voor situaties waarin een voorafgaande grensoverschrijdende ruling betrekking heeft op belastingaangelegenheden van vermogende particulieren.

(31)Om te profiteren van de voordelen van de verplichte automatische uitwisseling van voorafgaande grensoverschrijdende rulings voor vermogende particulieren, moet zij ook gelden voor de desbetreffende voorafgaande grensoverschrijdende rulings die tussen 1 januari 2020 en 31 december 2025 zijn afgegeven, gewijzigd of hernieuwd en die op 1 januari 2026 nog steeds geldig zijn.

(32)Een aantal lidstaten zal naar verwachting identificatiediensten invoeren als een vereenvoudigd en gestandaardiseerd identificatiemiddel voor dienstenaanbieders en belastingplichtigen. De lidstaten die dat formaat voor identificatie wensen te gebruiken, moeten dit kunnen doen op voorwaarde dat dit geen afbreuk doet aan de stroom en de kwaliteit van de inlichtingen van andere lidstaten die geen gebruik maken van dergelijke identificatiediensten.

(33)Het is van belang dat de inlichtingen die worden verstrekt uit hoofde van Richtlijn 2011/16/EU, in beginsel worden gebruikt voor de vaststelling, de uitvoering en de handhaving van belastingen die onder het materiële toepassingsgebied van die richtlijn vallen. Hoewel dit tot dusver niet was uitgesloten, is er als gevolg van een onduidelijk kader onzekerheid ontstaan over het gebruik van inlichtingen. Gezien de onderlinge verbanden tussen belastingfraude, -ontduiking en -ontwijking en de bestrijding van het witwassen van geld en de synergieën op het gebied van handhaving, is het passend te verduidelijken dat de verstrekte inlichtingen tussen de lidstaten ook kunnen worden gebruikt voor de vaststelling, het beheer en de handhaving van douanerechten en de bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme.

(34)Richtlijn 2011/16/EU voorziet in de mogelijkheid om de uitgewisselde inlichtingen te gebruiken voor andere doeleinden dan voor directe en indirecte belastingdoeleinden, voor zover de verstrekkende lidstaat het voor het gebruik van die inlichtingen toegestane doel in een lijst heeft vermeld. De procedure voor een dergelijk gebruik is echter omslachtig, aangezien de verstrekkende lidstaat moet worden geraadpleegd voordat de ontvangende lidstaat de inlichtingen voor andere doeleinden kan gebruiken. Het schrappen van het vereiste van een dergelijke raadpleging moet de administratieve lasten verlichten en indien nodig snel optreden van de belastingautoriteiten mogelijk maken. Het moet daarom niet worden verplicht om de verstrekkende lidstaat te raadplegen wanneer het voorgenomen gebruik van inlichtingen is opgenomen in een door die lidstaat vooraf opgestelde lijst.

(35)Gezien de omvang en de aard van de inlichtingen die worden verzameld en uitgewisseld op basis van Richtlijn 2011/16/EU, zoals gewijzigd, kunnen zij nuttig zijn op andere gebieden dan belastingen. Hoewel het gebruik van deze inlichtingen op andere gebieden in de regel beperkt moet blijven tot gebieden die door de verstrekkende lidstaat overeenkomstig de bepalingen van deze richtlijn zijn goedgekeurd, moet een ruimer gebruik van de inlichtingen mogelijk worden gemaakt in situaties met bijzondere en ernstige kenmerken en wanneer op Unieniveau is overeengekomen om maatregelen te nemen. Dit zouden met name situaties zijn waar besluiten zijn genomen op grond van artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie met betrekking tot beperkende maatregelen. De in het kader van Richtlijn 2011/16/EU uitgewisselde inlichtingen kunnen immers zeer relevant zijn voor de opsporing van schendingen of omzeiling van beperkende maatregelen. Mogelijke inbreuken op de sancties kunnen omgekeerd ook relevant zijn voor belastingdoeleinden, aangezien het vermijden van beperkende maatregelen in de meeste gevallen ook zal neerkomen op belastingontwijking met betrekking tot deze activa. Gezien de te verwachten synergieën en het nauwe verband tussen beide gebieden is het derhalve passend een verder gebruik van de gegevens toe te staan.

(36)Teneinde middelen efficiënter in te zetten, de inlichtingenuitwisseling te vergemakkelijken en te voorkomen dat elke lidstaat soortgelijke veranderingen moet doorvoeren in zijn systemen om de inlichtingen op te slaan, moet een centraal gegevensbestand worden opgezet dat toegankelijk is voor alle lidstaten en alleen voor statistische doeleinden voor de Commissie, en waar de lidstaten de gerapporteerde inlichtingen zouden uploaden en opslaan in plaats van deze per beveiligde e-mail uit te wisselen. De praktische regelingen die nodig zijn voor het opzetten van een dergelijk centraal gegevensbestand, moeten door de Commissie worden vastgesteld.

(37)Om ervoor te zorgen dat lidstaten een correct fiscaal identificatienummer (FIN) kunnen gebruiken, zal de Commissie een instrument ontwikkelen en aan de lidstaten verstrekken waarmee de juistheid van het FIN dat door de belastingplichtige of de rapporterende persoon is verstrekt, elektronisch en automatisch kan worden geverifieerd. Dat IT-instrument moet helpen de matchingpercentages voor belastingdiensten te verhogen en de kwaliteit van de uitgewisselde inlichtingen in het algemeen te verbeteren.

(38)De minimale bewaartermijn van gegevens die zijn verkregen door de uitwisseling van inlichtingen tussen de lidstaten overeenkomstig Richtlijn 2011/16/EU, mag niet langer zijn dan noodzakelijk, maar in geen geval korter dan vijf jaar. Lidstaten mogen de inlichtingen niet langer bewaren dan nodig is om de doelstellingen van deze richtlijn te verwezenlijken.

(39)Om de naleving van Richtlijn 2011/16/EU te waarborgen, moeten de lidstaten regels vaststellen voor sancties en andere nalevingsmaatregelen die doeltreffend, evenredig en afschrikkend moeten zijn. Elke lidstaat moet deze regels toepassen in overeenstemming met zijn nationale wetgeving en de bepalingen van deze richtlijn.

(40)Om een adequaat niveau van doeltreffendheid in alle lidstaten te waarborgen, moeten minimumniveaus van sancties worden vastgesteld voor twee gedragingen die als ernstig worden beschouwd: wanneer geen inlichtingen worden verstrekt na twee administratieve aanmaningen, en wanneer de verstrekte inlichtingen onvolledige, onjuiste of valse gegevens bevatten, hetgeen de integriteit en betrouwbaarheid van de gerapporteerde inlichtingen aanzienlijk aantast. Onvolledige, onjuiste of valse gegevens hebben een wezenlijke invloed op de integriteit en betrouwbaarheid van de gerapporteerde inlichtingen wanneer deze meer dan 25 % uitmaken van de totale gegevens die de belastingplichtige of de rapporterende entiteit correct had moeten rapporteren overeenkomstig de in bijlage VI, deel II, onderdeel B, vermelde vereiste inlichtingen. Deze minimumbedragen van sancties mogen de lidstaten niet beletten strengere sancties toe te passen voor deze twee soorten inbreuken. Lidstaten moeten nog steeds doeltreffende, afschrikkende en evenredige sancties toepassen voor andere soorten inbreuken.

(41)Om rekening te houden met mogelijke wijzigingen in de prijzen van goederen en diensten, moet de Commissie de sancties waarin deze richtlijn voorziet om de vijf jaar evalueren.

(42)Met het oog op harmonisatie van het tijdschema voor de evaluatie van de toepassing van Richtlijn 2011/16/EU en de tweejaarlijkse evaluatie van de relevantie van wezenskenmerken in bijlage IV, worden de processen op elkaar afgestemd en zullen zij na 1 januari 2023 om de vijf jaar plaatsvinden.

(43)De Europese Toezichthouder voor gegevensbescherming is geraadpleegd overeenkomstig artikel 42 van Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad 32 .

(44)Deze richtlijn eerbiedigt de grondrechten en neemt de beginselen in acht die met name zijn erkend in het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Deze richtlijn beoogt te waarborgen dat het recht op bescherming van persoonsgegevens en de vrijheid van ondernemerschap onverkort worden geëerbiedigd.

(45)Daar de doelstelling van Richtlijn 2011/16/EU, namelijk een doeltreffende administratieve samenwerking tussen de lidstaten onder voorwaarden die verenigbaar zijn met het goed functioneren van de interne markt, niet voldoende door de lidstaten kan worden verwezenlijkt, maar wegens de vereiste uniformiteit en doeltreffendheid beter op Unieniveau kan worden verwezenlijkt, kan de Unie, overeenkomstig het in artikel 5 van het Verdrag betreffende de Europese Unie neergelegde subsidiariteitsbeginsel, maatregelen nemen. Overeenkomstig het in hetzelfde artikel neergelegde evenredigheidsbeginsel gaat deze richtlijn niet verder dan hetgeen nodig is om deze doelstelling te verwezenlijken.

(46)Richtlijn 2011/16/EU moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,

HEEFT DE VOLGENDE RICHTLIJN VASTGESTELD:

Artikel 1

Richtlijn 2011/16/EU wordt als volgt gewijzigd:

(1)Artikel 3 wordt als volgt gewijzigd:

(a)punt 9 wordt als volgt gewijzigd:

i)in de eerste alinea wordt punt a) vervangen door:

“a) voor de toepassing van artikel 8, lid 1, en de artikelen 8 bis tot en met 8 bis quinquies, de systematische verstrekking van vooraf bepaalde inlichtingen aan een andere lidstaat, zonder voorafgaand verzoek, met regelmatige, vooraf vastgestelde tussenpozen. Voor de toepassing van artikel 8, lid 1, betekent “beschikbare inlichtingen” inlichtingen die zich in de belastingdossiers van de inlichtingen verstrekkende lidstaat bevinden en die opvraagbaar zijn overeenkomstig de procedures voor het verzamelen en verwerken van inlichtingen in die lidstaat;”;

ii)in de eerste alinea wordt punt c) vervangen door:

“c) voor de toepassing van andere bepalingen van deze richtlijn dan artikel 8, leden 1 en 3 bis, en de artikelen 8 bis tot en met 8 bis quinquies, de systematische verstrekking van vooraf bepaalde inlichtingen overeenkomstig de eerste alinea, punten a) en b) van dit punt.”;

iii)de tweede alinea wordt vervangen door:

“In het kader van artikel 8, leden 3 bis en 7 bis, artikel 21, lid 2, en bijlage IV hebben termen met een hoofletter de betekenis die zij hebben volgens de overeenkomstige definities in bijlage I. In het kader van artikel 25, leden 3 en 4, hebben termen met een hoofdletter de betekenis die ze hebben volgens de overeenkomstige definities in bijlage I of VI. In het kader van artikel 8 bis bis en bijlage III hebben termen met een hoofdletter de betekenis die ze hebben volgens de overeenkomstige definities in bijlage III. In het kader van artikel 8 bis quater en bijlage V hebben termen met een hoofdletter de betekenis die ze hebben volgens de overeenkomstige definities in bijlage V. In het kader van artikel 8 bis quinquies en bijlage VI hebben termen met een hoofdletter de betekenis die ze hebben volgens de overeenkomstige definities in bijlage VI.”;

(b)de volgende punten worden toegevoegd:

28. “vermogende particulier”: een natuurlijke persoon met een minimum van 1 000 000 EUR aan financieel of belegbaar vermogen of beheerde activa, met uitzondering van de voornaamste particuliere woning van die persoon. Voor de toepassing van deze richtlijn wordt een persoon als een vermogende particulier beschouwd wanneer die minimumdrempel wordt bereikt op enig moment tijdens het kalenderjaar waarin de uitwisseling plaatsvindt.

29. “nalevingsmaatregelen”: elke niet-monetaire maatregel die een lidstaat kan gebruiken om niet-naleving van de rapportageverplichtingen aan te pakken.

30. “gebruik van inlichtingen”: de beoordeling van gegevens die zijn verkregen door de rapportage of uitwisseling van inlichtingen uit hoofde van de artikelen 8 tot en met 8 bis quinquies binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn.

31. “inkomsten uit dividenden zonder bewaarneming”: inkomsten uit dividenden die niet worden betaald of geïnd op een bewaarrekening.

32. “levensverzekeringsproducten die niet onder andere rechtsinstrumenten van de Unie inzake inlichtingenuitwisseling en andere soortgelijke maatregelen vallen”: verzekeringscontracten, met uitzondering van kapitaalverzekeringen die onder Richtlijn 2014/107/EU moeten worden gerapporteerd, waarbij uitkeringen uit hoofde van de overeenkomsten verschuldigd zijn bij overlijden van een polishouder.

33. “lidstaat van herkomst”: lidstaat van herkomst in de zin van Verordening XXX.

34. “Distributed ledger-adres”: distributed ledger-adres zoals gedefinieerd in Verordening XXX.

(2)Artikel 8 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 1 wordt als volgt gewijzigd:

i)de eerste alinea wordt vervangen door:

“De bevoegde autoriteit van elke lidstaat verstrekt de bevoegde autoriteit van elke andere lidstaat automatisch alle inlichtingen ten aanzien van ingezetenen van die andere lidstaat, inzake de volgende specifieke inkomsten- en vermogenscategorieën, op te vatten in de zin van de nationale wetgeving van de lidstaat die de inlichtingen verstrekt:

(a)inkomen uit een dienstbetrekking;

(b)tantièmes en presentiegelden;

(c)levensverzekeringsproducten die niet vallen onder andere rechtsinstrumenten van de Unie inzake de uitwisseling van inlichtingen en noch onder soortgelijke voorschriften;

(d)pensioenen;

(e)eigendom van en inkomsten uit onroerend goed;

(f)royalty’s;

(g)inkomsten uit dividenden zonder bewaarneming.”; 

ii)de volgende alinea wordt toegevoegd:

“Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2026, nemen de lidstaten bij de verstrekking van de in de eerste alinea bedoelde inlichtingen het door de lidstaat van verblijf afgegeven FIN van ingezetenen op.”;

(b)in lid 2 wordt de volgende alinea toegevoegd:

“De lidstaten verstrekken de bevoegde autoriteit van elke andere lidstaat automatisch inlichtingen over alle in lid 1, eerste alinea, bedoelde inkomsten- en vermogenscategorieën met betrekking tot ingezetenen van die andere lidstaat. Dergelijke inlichtingen hebben betrekking op belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2026.”;

(c)lid 7 bis wordt vervangen door:

“De lidstaten zorgen ervoor dat entiteiten en rekeningen die moeten worden behandeld als, respectievelijk, niet-rapporterende financiële instellingen en uitgezonderde rekeningen, aan alle voorschriften van deel VIII, onderdeel B, punt 1, c), en onderdeel C, punt 17, g), van bijlage I voldoen en in het bijzonder dat het toekennen van de status van niet-rapporterende financiële instelling aan een financiële instelling en van de status van uitgezonderde rekening aan een rekening het verwezenlijken van de doelstellingen van deze richtlijn niet in de weg staat.”;

(3)Artikel 8 bis wordt als volgt gewijzigd:

(a)in lid 1 wordt de volgende alinea toegevoegd:

“De bevoegde autoriteit van een lidstaat die na 31 december 2023 een voorafgaande grensoverschrijdende ruling voor een vermogende particulier afgeeft, wijzigt of hernieuwt, verstrekt de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten automatisch inlichtingen daaromtrent, met inachtneming van de in lid 8 van dit artikel genoemde beperkingen, zulks overeenkomstig de uit hoofde van artikel 21 vastgestelde toepasselijke praktische regelingen.”;

(b)lid 2 wordt als volgt gewijzigd:

i)de eerste alinea wordt vervangen door:

“De bevoegde autoriteit van een lidstaat verstrekt, overeenkomstig de krachtens artikel 21 vastgestelde toepasselijke praktische regelingen, ook de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten alsmede de Commissie, de inlichtingen - beperkt tot de in lid 8 van dit artikel genoemde gevallen - over voorafgaande grensoverschrijdende rulings en voorafgaande verrekenprijsafspraken die zijn afgegeven of gemaakt, gewijzigd of hernieuwd binnen een periode beginnend vijf jaar vóór 1 januari 2017, en over voorafgaande grensoverschrijdende rulings voor vermogende particulieren die zijn afgegeven, gewijzigd of hernieuwd binnen een periode beginnend vijf jaar vóór 1 januari 2026.”;

ii)de volgende alinea wordt toegevoegd:

“Indien voorafgaande grensoverschrijdende rulings voor vermogende particulieren zijn afgegeven, gewijzigd of hernieuwd tussen 1 januari 2020 en 31 december 2025, worden die inlichtingen verstrekt op voorwaarde dat die voorafgaande grensoverschrijdende rulings voor vermogende particulieren nog geldig waren op 1 januari 2026.”;

(c)lid 4 wordt vervangen door:

“4. De leden 1 en 2 zijn niet van toepassing in gevallen waarin een voorafgaande grensoverschrijdende ruling uitsluitend betrekking heeft op belastingaangelegenheden van een of meer natuurlijke personen, tenzij ten minste één van die natuurlijke personen een vermogende particulier is.”;

(d)lid 6 wordt als volgt gewijzigd:

i)punt a wordt vervangen door:

“a) de identificatiegegevens van de persoon, niet zijnde een natuurlijke persoon die geen vermogende particulier is, en in voorkomend geval van de groep personen waartoe deze behoort;”;

ii)punt k) wordt vervangen door:

“k) personen, niet zijnde natuurlijke personen die geen vermogende particulieren zijn, in de andere lidstaten, indien die er zijn, op wie de voorafgaande grensoverschrijdende ruling of de voorafgaande verrekenprijsafspraak naar alle waarschijnlijkheid van invloed zal zijn (waarbij vermeld dient te worden met welke lidstaten de getroffen personen verbonden zijn);”;

(4)in artikel 8 bis ter, lid 14, wordt punt c) vervangen door:

“c) een samenvatting van de inhoud van de meldingsplichtige grensoverschrijdende constructie, met onder meer de benaming waaronder zij algemeen bekend staat, indien voorhanden, en een omschrijving van de relevante constructies, alsook alle andere inlichtingen die voor de bevoegde autoriteit nuttig kunnen zijn bij de evaluatie van een mogelijk belastingrisico, die niet mag leiden tot de openbaarmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze, of van inlichtingen waarvan de onthulling in strijd zou zijn met de openbare orde;”;

(5)Aan artikel 8 bis quater, lid 2, wordt het volgende punt m) toegevoegd:

“m) wanneer de rapporterende platformexploitant gebruikmaakt van een directe bevestiging van de identiteit en woonplaats van de “verkoper” via een door een lidstaat of de Unie ter beschikking gestelde “identificatiedienst” om de identiteit en fiscale woonplaats van de verkoper vast te stellen: de naam, de identificatiecode van de identificatiedienst en de lidstaat van afgifte; in dergelijke gevallen is het niet nodig de in de punten c) tot en met g) bedoelde inlichtingen te verstrekken.”;

(6)Het volgende artikel wordt ingevoegd:

“Artikel 8 bis quinquies
Reikwijdte en voorwaarden van de verplichte automatische uitwisseling van door rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten gerapporteerde inlichtingen

1. Elke lidstaat neemt de nodige maatregelen om rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten te verplichten de due diligence-procedures uit te voeren en te voldoen aan de rapportageverplichtingen in de delen II en III van bijlage VI. Elke lidstaat waarborgt tevens de doeltreffende uitvoering en naleving van dergelijke maatregelen overeenkomstig deel V van bijlage VI.

2. De bevoegde autoriteit van een lidstaat waar de in lid 1 van dit artikel bedoelde rapportage plaatsvindt, verstrekt de in lid 3 van dit artikel gespecificeerde inlichtingen automatisch en binnen de in lid 5 van dit artikel vastgestelde termijn aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten overeenkomstig de krachtens artikel 21 vastgestelde praktische regelingen.

3. De bevoegde autoriteit van een lidstaat verstrekt de volgende inlichtingen met betrekking tot elke te rapporteren gebruiker van cryptoactiva:

(a)de naam, het adres, de lidstaat/lidstaten van verblijf, het fiscaal identificatienummer/de fiscale identificatienummers en, in het geval van een natuurlijke persoon, de geboortedatum en geboorteplaats van elke te rapporteren gebruiker en, in het geval van een entiteit waarvan, na toepassing van de due diligence-procedures in deel III van bijlage VI, wordt vastgesteld dat zij één of meer uiteindelijk belanghebbenden heeft die een te rapporteren persoon zijn, de naam, het adres, de lidstaat/lidstaten van verblijf en het fiscaal identificatienummer/de fiscale identificatienummers van de entiteit en de naam; het adres, de lidstaat/lidstaten van verblijf, het fiscaal identificatienummer/de fiscale identificatienummers en de geboortedatum en geboorteplaats van elke te rapporteren persoon, alsmede de rol(len) op grond waarvan elke te rapporteren persoon een uiteindelijk belanghebbende van de entiteit is;

(b)de naam, het adres, het fiscaal identificatienummer en, indien beschikbaar, het in lid 7 bedoelde individuele identificatienummer en de mondiale identificatiecode voor juridische entiteiten van de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten;

(c)voor elk te rapporteren cryptoactief ten aanzien waarvan de te rapporteren gebruiker van cryptoactiva gedurende het desbetreffende kalenderjaar of een andere relevante rapportageperiode te rapporteren transacties heeft uitgevoerd, indien van toepassing:

(a)de volledige naam van het te rapporteren cryptoactief;

(b)het totale brutobedrag dat is betaald, het totale aantal eenheden en het aantal te rapporteren transacties met betrekking tot aankopen tegen fiduciaire valuta;

(c)het totale brutobedrag dat is ontvangen, het totale aantal eenheden en het aantal te rapporteren transacties met betrekking tot verkopen tegen fiduciaire valuta;

(d)de totale reële marktwaarde, het totale aantal eenheden en het aantal te rapporteren transacties met betrekking tot aankopen tegen andere te rapporteren cryptoactiva;

(e)de totale reële marktwaarde, het totale aantal eenheden en het aantal te rapporteren transacties met betrekking tot verkopen tegen andere te rapporteren cryptoactiva;

(f)de totale reële marktwaarde, het totale aantal eenheden en het aantal te rapporteren retailbetalingstransacties;

(g)de totale reële marktwaarde, het totale aantal eenheden en het aantal te rapporteren transacties, en onderverdeeld naar soort overmaking indien bekend bij de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten, met betrekking tot overdrachten aan de te rapporteren gebruiker die niet onder de punten b) en d) vallen;

(h)de totale reële marktwaarde, het totale aantal eenheden en het aantal te rapporteren transacties, en onderverdeeld naar soort overmaking indien bekend bij de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten, met betrekking tot overdrachten door de te rapporteren gebruiker die niet onder de punten c), e) en f) vallen; en

(i)de totale reële marktwaarde en het aantal eenheden van overmakingen die door de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten naar distributed ledger-adressen zoals gedefinieerd in Verordening XXX zijn uitgevoerd, waarvan niet bekend is dat zij verbonden zijn met een aanbieder van virtuele activadiensten of een financiële instelling.

Voor de toepassing van de punten b) en c) van dit punt wordt het betaalde of ontvangen bedrag gerapporteerd in de fiduciaire valuta waarin het is betaald of ontvangen. Indien de bedragen in meerdere fiduciaire valuta zijn betaald of ontvangen, worden de bedragen gerapporteerd in één valuta, die op het tijdstip van elke te rapporteren transactie wordt omgerekend op een wijze die consequent wordt toegepast door de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten. De rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten mag elke omrekeningsmethode toepassen op het tijdstip van de transactie(s) om die bedragen te vertalen in één door de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten bepaalde fiduciaire valuta.

Voor de toepassing van de punten d) tot en met h) van dit punt wordt de reële marktwaarde bepaald en gerapporteerd in één fiduciaire valuta, die op het tijdstip van elke te rapporteren transactie wordt gewaardeerd op een wijze die consequent wordt toegepast door de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten.

De gerapporteerde inlichtingen specificeren de fiduciaire valuta waarin elk bedrag wordt gerapporteerd.

4. Om de in lid 3 van dit artikel bedoelde uitwisseling van inlichtingen te vergemakkelijken, stelt de Commissie door middel van uitvoeringshandelingen de noodzakelijke praktische regelingen vast, waaronder maatregelen om de verstrekking van de in lid 3 van dit artikel bedoelde inlichtingen te standaardiseren, in het kader van de procedure voor de vaststelling van het standaardformulier als bedoeld in artikel 20, lid 5.

5. De mededeling op grond van lid 3 van dit artikel geschiedt met gebruikmaking van het geautomatiseerde standaardformaat als bedoeld in artikel 20, lid 5, uiterlijk twee maanden na het einde van het kalenderjaar waarop de op de rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten toepasselijke rapportageverplichtingen betrekking hebben. De eerste inlichtingen worden verstrekt voor het desbetreffende kalenderjaar of een andere relevante rapportageperiode met ingang van 1 januari 2027.

6. Niettegenstaande lid 3 is het niet nodig de inlichtingen met betrekking tot een gebruiker van cryptoactiva te rapporteren wanneer de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten voldoende zekerheid heeft verkregen dat een andere rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten alle rapportageverplichtingen van dit artikel met betrekking tot die gebruiker van cryptoactiva vervult.

7. Met het oog op de naleving van de in lid 1 van dit artikel bedoelde rapportageverplichtingen stelt elke lidstaat de nodige regels vast om een exploitant van cryptoactiva te verplichten zich in de Unie te registreren. De bevoegde autoriteit van de lidstaat van registratie kent een dergelijke exploitant van cryptoactiva een individueel identificatienummer toe.

De lidstaten stellen de voorschriften vast volgens welke het een exploitant van cryptoactiva vrijstaat zich te registreren bij de bevoegde autoriteit van een enkele lidstaat overeenkomstig de regels in deel V, onderdeel F, van bijlage VI.

De lidstaten nemen de nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat een exploitant van cryptoactiva wiens registratie is ingetrokken overeenkomstig deel V, onderdeel F, punt 7, van bijlage VI, zich alleen opnieuw kan registreren indien hij de autoriteiten van een betrokken lidstaat het bewijs levert van de naleving van de opgelegde sancties als bedoeld in artikel 25 bis en passende waarborgen verstrekt inzake zijn verbintenis om te voldoen aan de rapportageverplichtingen binnen de Unie, ook wat betreft rapportageverplichtingen die alsnog moeten worden nagekomen.

8. Lid 7 is niet van toepassing op aanbieders van cryptoactivadiensten in de zin van deel IV, onderdeel B, punt 1, van bijlage VI.

9. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de praktische en technische regelingen vast die nodig zijn voor de registratie en identificatie van exploitanten van cryptoactiva. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.

10. De Commissie zet uiterlijk op 31 december 2026 een centraal register op waarin de overeenkomstig deel V, onderdeel F, punt 2, van bijlage VI te verstrekken en mee te delen inlichtingen worden geregistreerd. Dat centraal register is beschikbaar voor de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten. Bij de verwerking van persoonsgegevens voor de toepassing van deze richtlijn wordt de Commissie geacht de persoonsgegevens namens de verwerkingsverantwoordelijken te verwerken en voldoet zij aan de vereisten voor verwerkers in Verordening (EU) 2018/1725. Voor de verwerking wordt een overeenkomst gesloten in de zin van artikel 28, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 29, lid 3, van Verordening (EU) 2018/1725.

11. De Commissie bepaalt door middel van uitvoeringshandelingen, naar aanleiding van een met redenen omkleed verzoek van een lidstaat of op eigen initiatief, of de inlichtingen die automatisch moeten worden uitgewisseld op grond van een overeenkomst tussen de bevoegde autoriteiten van de betrokken lidstaat en een niet-Unierechtsgebied, overeenstemmen met de inlichtingen die zijn gespecificeerd in deel II, onderdeel B, van bijlage VI in de zin van deel IV, onderdeel F, punt 5, van bijlage VI. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.

Een lidstaat die om de in de eerste alinea bedoelde maatregel verzoekt, dient een met redenen omkleed verzoek in bij de Commissie.

Indien de Commissie van oordeel is dat zij niet over alle gegevens beschikt die nodig zijn voor de beoordeling van het verzoek, neemt zij binnen twee maanden na ontvangst van het verzoek contact op met de betrokken lidstaat en specificeert zij welke bijkomende gegevens vereist zijn. Zodra de Commissie over alle gegevens beschikt die zij nodig acht, stelt zij de verzoekende lidstaat binnen een maand daarvan in kennis en dient zij de relevante gegevens in bij het in artikel 26, lid 2, bedoelde comité.

Wanneer de Commissie op eigen initiatief handelt, stelt zij alleen een uitvoeringshandeling als bedoeld in de eerste alinea vast met betrekking tot een door een lidstaat gesloten overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten met een niet-Unierechtsgebied die de automatische uitwisseling vereist van inlichtingen over een natuurlijke persoon of entiteit die klant is van een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten met het oog op het uitvoeren van te rapporteren transacties.

Bij het bepalen of inlichtingen overeenstemmen in de zin van de eerste alinea met betrekking tot te rapporteren transacties, houdt de Commissie terdege rekening met de mate waarin de regeling waarop die inlichtingen zijn gebaseerd, overeenstemt met die van bijlage VI, met name wat betreft:

i)de definities van rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten, te rapporteren gebruiker en te rapporteren transactie;

ii)de toepasselijke procedures voor het identificeren van te rapporteren gebruikers;

iii)de rapportageverplichtingen;

iv)de regels en administratieve procedures waarover niet-Unierechtsgebieden moeten beschikken met het oog op de doeltreffende uitvoering en naleving van de in die regeling opgenomen due diligence-procedures en rapportageverplichtingen.

De in dit lid beschreven procedure is ook van toepassing om te bepalen dat de inlichtingen niet langer overeenstemmen in de zin van deel IV, onderdeel F, punt 5, van bijlage VI.

12. Niettegenstaande lid 11 van dit artikel hoeft de Commissie, wanneer een internationale norm voor de rapportage en automatische uitwisseling van inlichtingen over cryptoactiva als een minimumnorm of gelijkwaardig wordt aangemerkt, geen bepaling van overeenstemming meer te verrichten, door middel van uitvoeringshandelingen, over de inlichtingen die automatisch moeten worden uitgewisseld op grond van de uitvoering van deze norm en de overeenkomst tussen de betrokken lidstaat of lidstaten en een niet-Unierechtsgebied. Deze inlichtingen worden geacht overeen te stemmen met de inlichtingen die op grond van deze richtlijn vereist zijn, mits er een van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten bestaat tussen de bevoegde autoriteiten van alle betrokken lidstaten en het niet-Unierechtsgebied. De overeenkomstige bepalingen van dit artikel en van bijlage VI bij deze richtlijn zijn niet langer van toepassing voor deze doeleinden.”;

(7)Artikel 16 wordt als volgt gewijzigd:

(a)in lid 1 wordt de eerste alinea vervangen door:

“De inlichtingen die de lidstaten elkaar krachtens deze richtlijn in enigerlei vorm verstrekken, vallen onder de geheimhoudingsplicht en genieten de bescherming waarin het nationale recht van de ontvangende lidstaat met betrekking tot soortgelijke inlichtingen voorziet. Deze inlichtingen kunnen worden gebruikt voor de vaststelling, het beheer en de handhaving van het nationale recht van lidstaten met betrekking tot de in artikel 2 bedoelde belastingen, alsmede de btw, andere indirecte belastingen, douanerechten, de bestrijding van het witwassen van geld en van de financiering van terrorisme.”;

(b)de leden 2 en 3 worden vervangen door:

“2. Met toestemming van de bevoegde autoriteit van de lidstaat die krachtens deze richtlijn inlichtingen verstrekt, en voor zover het in de lidstaat van de ontvangende bevoegde autoriteit wettelijk is toegestaan, kunnen de overeenkomstig deze richtlijn ontvangen inlichtingen en bescheiden voor andere dan de in lid 1 bedoelde doeleinden worden gebruikt.

De bevoegde autoriteit van elke lidstaat deelt aan de bevoegde autoriteiten van alle andere lidstaten een lijst mee overeenkomstig het nationale recht van die lidstaat, met inlichtingen en bescheiden die voor andere dan in lid 1 bedoelde doeleinden kunnen worden gebruikt. De bevoegde autoriteit die inlichtingen ontvangt, kan de ontvangen inlichtingen en bescheiden zonder de in de eerste alinea bedoelde toestemming gebruiken voor alle doeleinden die de inlichtingen verstrekkende lidstaat heeft meegedeeld.

De in lid 2 bedoelde lijst van inlichtingen en bescheiden die voor andere dan de in lid 1 bedoelde doeleinden mogen worden gebruikt, wordt door de bevoegde autoriteit van elke lidstaat openbaar gemaakt.

De bevoegde autoriteit die de inlichtingen ontvangt, kan die inlichtingen zonder de in de eerste alinea bedoelde toestemming ook gebruiken voor elk doel dat onder een op artikel 215 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gebaseerde handeling valt en deze te dien einde delen met de bevoegde autoriteit die verantwoordelijk is voor beperkende maatregelen in de betrokken lidstaat.

3. De bevoegde autoriteit die van oordeel is dat de van de bevoegde autoriteit van een andere lidstaat verkregen inlichtingen de bevoegde autoriteit van een derde lidstaat van nut kunnen zijn voor de in lid 1 beoogde doelen, mag de inlichtingen aan deze autoriteit doorgeven, op voorwaarde dat dat in overeenstemming is met de in deze richtlijn vastgelegde regels en procedures. Zij stelt de bevoegde autoriteit van de inlichtingen verstrekkende lidstaat in kennis van haar voornemen om die inlichtingen met een derde lidstaat te delen. De inlichtingen verstrekkende lidstaat kan zich hiertegen verzetten binnen vijftien kalenderdagen na de datum van ontvangst van de kennisgeving van de lidstaat die de inlichtingen wenst te delen.”;

(c)het volgende lid 7 wordt toegevoegd:

“7. De bevoegde autoriteit van elke lidstaat zet een doeltreffend mechanisme op om de beoordeling van gegevens te waarborgen die zijn verkregen door de rapportage of de uitwisseling van inlichtingen uit hoofde van de artikelen 8 tot en met 8 bis quinquies binnen het toepassingsgebied van deze richtlijn.”;

(8)In artikel 20 wordt lid 5 vervangen door:

“5. De Commissie neemt namens de bevoegde autoriteiten in de lidstaten uitvoeringshandelingen aan tot vaststelling van geautomatiseerde standaardformulieren, inclusief de talenregeling, volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure, voor:

a) de automatische uitwisseling van inlichtingen over voorafgaande grensoverschrijdende rulings en voorafgaande verrekenprijsafspraken overeenkomstig artikel 8 bis vóór 1 januari 2017;

b) de automatische uitwisseling van inlichtingen over meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies overeenkomstig artikel 8 bis ter vóór 30 juni 2019;

c) de automatische uitwisseling van inlichtingen over te rapporteren cryptoactiva overeenkomstig artikel 8 bis quinquies vóór 1 januari 2026.

Deze standaardformulieren bevatten niet meer rubrieken waarover gegevens worden uitgewisseld dan die welke in artikel 8 bis, lid 6, artikel 8 bis ter, lid 14, en artikel 8 bis quinquies, lid 3, worden opgesomd en andere daaraan gerelateerde velden die noodzakelijk zijn voor het verwezenlijken van de doelstellingen van artikel 8 bis, artikel 8 bis ter en artikel 8 bis quinquies respectievelijk.

De in de eerste alinea vermelde talenregeling staat er niet aan in de weg dat de lidstaten de in de artikelen 8 bis, 8 bis ter en 8 bis quinquies bedoelde inlichtingen in een van de officiële talen van de Unie verstrekken. Niettemin kan in die talenregeling worden bepaald dat de belangrijkste elementen van deze inlichtingen ook in een andere officiële taal van de Unie worden verstrekt.”;

(9)Artikel 21 wordt als volgt gewijzigd:

(a)het volgende lid 5 bis wordt ingevoegd:

“5 bis. De Commissie ontwikkelt namens de lidstaten uiterlijk op 31 december 2025 een beveiligd centraal gegevensbestand van de lidstaten betreffende administratieve samenwerking op belastinggebied en zorgt voor de technische en logistieke ondersteuning daarvan; in dat centraal gegevensbestand kunnen in het kader van artikel 8 bis quinquies, leden 2 en 3, te verstrekken inlichtingen worden opgeslagen om te voldoen aan de automatische uitwisseling als bedoeld in die leden.

De bevoegde autoriteiten van alle lidstaten hebben toegang tot de in dit gegevensbestand opgeslagen inlichtingen. De Commissie heeft ook toegang tot de in dit gegevensbestand opgeslagen inlichtingen met het oog op de naleving van haar verplichtingen uit hoofde van deze richtlijn, evenwel met inachtneming van de in artikel 8 bis, lid 8, artikel 8 bis ter, lid 17, en artikel 8 bis quinquies, lid 8, genoemde beperkingen. De noodzakelijke praktische regelingen worden door de Commissie vastgesteld volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure.

In afwachting dat dat beveiligd centraal gegevensbestand operationeel wordt, geschiedt de in artikel 8 bis, leden 1 en 2, artikel 8 bis ter, leden 13, 14 en 16, en artikel 8 bis quinquies, leden 2, 3 en 8, bedoelde automatische uitwisseling volgens lid 1 van dit artikel en de toepasselijke praktische regelingen.”;

(b)het volgende lid 8 wordt toegevoegd:

“8. Namens de lidstaten ontwikkelt en verstrekt de Commissie de lidstaten een instrument waarmee de juistheid van het FIN dat door de rapporterende entiteit of een belastingplichtige is verstrekt voor de automatische uitwisseling van inlichtingen, elektronisch en automatisch kan worden geverifieerd.”;

(10)In artikel 22 worden de volgende leden 3 en 4 toegevoegd:

“3. De lidstaten bewaren de gegevens die zij via de automatische uitwisseling van inlichtingen overeenkomstig de artikelen 8 tot en met 8 bis quinquies hebben ontvangen, niet langer dan nodig is, maar in geen geval korter dan vijf jaar na de datum van ontvangst ervan om de doelstellingen van deze richtlijn te verwezenlijken.

4. De lidstaten zorgen ervoor dat een rapporterende entiteit langs elektronische weg bevestiging kan verkrijgen van de geldigheid van de FIN-inlichtingen van elke belastingplichtige die op grond van de artikelen 8 tot en met 8 bis quinquies onder de uitwisseling van inlichtingen vallen. De bevestiging van FIN-inlichtingen kan alleen worden gevraagd met het oog op de validering van de juistheid van de gegevens als bedoeld in artikel 8, lid 1, artikel 8, lid 3 bis, artikel 8 bis, lid 6, artikel 8 bis bis, lid 3, artikel 8 bis ter, lid 14, artikel 8 bis quater, lid 2, en artikel 8 bis quinquies, lid 3, punt c).”;

(11)In artikel 23 wordt lid 3 vervangen door:

“3. De lidstaten doen de Commissie een jaarlijkse beoordeling toekomen van de doeltreffendheid van de in de artikelen 8 tot en met 8 bis quinquies bedoelde automatische inlichtingenuitwisseling en de daarmee bereikte resultaten. De Commissie stelt door middel van uitvoeringshandelingen de vorm en wijze van mededeling van deze jaarlijkse beoordeling vast. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 26, lid 2, bedoelde procedure vastgesteld.”;

(12)Artikel 25 wordt als volgt gewijzigd:

(a)lid 3 wordt vervangen door:

“3. Rapporterende financiële instellingen, intermediairs, rapporterende platformexploitanten, rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten en de bevoegde autoriteiten van lidstaten worden beschouwd als verwerkingsverantwoordelijken, die alleen of gezamenlijk optreden. Bij de verwerking van persoonsgegevens voor de toepassing van deze richtlijn wordt de Commissie geacht de persoonsgegevens namens de verwerkingsverantwoordelijken te verwerken en voldoet zij aan de vereisten voor verwerkers in Verordening (EU) 2018/1725. Voor de verwerking wordt een overeenkomst gesloten in de zin van artikel 28, lid 3, van Verordening (EU) 2016/679 en artikel 29, lid 3, van Verordening (EU) 2018/1725.”;

(b)in lid 4 wordt de eerste alinea vervangen door:

“Niettegenstaande lid 1 ziet elke lidstaat erop toe dat elke onder zijn rechtsgebied vallende rapporterende financiële instelling, intermediair, rapporterende platformexploitant of rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten, naargelang het geval:

(a)elke betrokken natuurlijke persoon in kennis stelt van het feit dat de hem betreffende inlichtingen overeenkomstig deze richtlijn zullen worden verzameld en doorgegeven en

(b)elke betrokken natuurlijke persoon tijdig alle inlichtingen verstrekt waarop hij van de verwerkingsverantwoordelijke recht heeft, zodat die natuurlijke persoon zijn/haar rechten inzake gegevensbescherming kan uitoefenen en, in elk geval, voordat de inlichtingen worden gerapporteerd.”;

(13)Artikel 25 bis wordt vervangen door:

“Artikel 25 bis
Sancties en andere nalevingsmaatregelen

1. De lidstaten stellen regels vast inzake de sancties die van toepassing zijn op inbreuken op krachtens deze richtlijn vastgestelde nationale bepalingen ter uitvoering van artikel 8, lid 3 bis, en de artikelen 8 bis bis tot en met 8 bis quinquies, en treffen alle nodige maatregelen om ervoor te zorgen dat zij worden toegepast en gehandhaafd. De sancties en nalevingsmaatregelen moeten doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn.

2. De lidstaten zorgen ervoor dat sancties en nalevingsmaatregelen kunnen worden toegepast op rechtspersonen in geval van niet-naleving van nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn, en op de leden van het leidinggevend orgaan en op andere natuurlijke personen die krachtens het nationale recht verantwoordelijk zijn voor de niet-naleving overeenkomstig het nationale recht.

De lidstaten zorgen ervoor dat rechtspersonen aansprakelijk kunnen worden gesteld voor de niet-naleving van de nationale bepalingen tot omzetting van deze richtlijn door eenieder die individueel of als lid van een orgaan van die rechtspersoon optreedt en binnen de rechtspersoon een leidende functie bekleedt. In elk van de volgende omstandigheden wordt de leidende functie binnen de rechtspersoon aangegeven:

(a)de bevoegdheid om de rechtspersoon te vertegenwoordigen;

(b)de bevoegdheid om namens de rechtspersoon beslissingen te nemen;

(c)de bevoegdheid om bij de rechtspersoon toezicht uit te oefenen.

3. Wanneer na twee administratieve aanmaningen geen melding wordt gedaan of wanneer de verstrekte informatie onvolledige, onjuiste of valse gegevens bevat die meer dan 25 % uitmaken van de te rapporteren inlichtingen die overeenkomstig de in deel II, onderdeel B, van bijlage VI bedoelde inlichtingen hadden moeten worden gerapporteerd, zorgen de lidstaten ervoor dat de sancties die kunnen worden toegepast, ten minste de volgende minimale geldboetes omvatten:

(a)bij niet-naleving van nationale bepalingen die zijn vastgesteld om te voldoen aan artikel 8, lid 3 bis, bedraagt de minimale geldboete ten minste 50 000 EUR wanneer de jaaromzet van de rapporterende financiële instelling lager is dan 6 miljoen EUR en 150 000 EUR wanneer de omzet 6 miljoen EUR of meer bedraagt;

(b)bij niet-naleving van nationale bepalingen die zijn vastgesteld om aan artikel 8 bis bis te voldoen, bedraagt de minimale geldboete ten minste 500 000 EUR;

(c)bij niet-naleving van nationale bepalingen die zijn vastgesteld om te voldoen aan artikel 8 bis ter, bedraagt de minimale geldboete ten minste 50 000 EUR wanneer de jaaromzet van de intermediair of betrokken belastingplichtige lager is dan 6 miljoen EUR en 150 000 EUR wanneer de omzet 6 miljoen EUR of meer bedraagt; de minimale geldboete bedraagt ten minste 20 000 EUR wanneer de intermediair of de betrokken belastingplichtige een natuurlijke persoon is;

(d)bij niet-naleving van nationale bepalingen die zijn vastgesteld om te voldoen aan artikel 8 bis ter, bedraagt de minimale geldboete ten minste 50 000 EUR wanneer de jaaromzet van de rapporterende platformexploitant lager is dan 6 miljoen EUR en 150 000 EUR wanneer de omzet 6 miljoen EUR of meer bedraagt; de minimale geldboete bedraagt ten minste 20 000 EUR wanneer de rapporterende platformexploitant een natuurlijke persoon is;

(e)bij niet-naleving van nationale bepalingen die zijn vastgesteld om te voldoen aan artikel 8 bis quinquies, bedraagt de minimale geldboete ten minste 50 000 EUR wanneer de jaaromzet van de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten lager is dan 6 miljoen EUR en 150 000 EUR wanneer de omzet 6 miljoen EUR of meer bedraagt; de minimale geldboete bedraagt ten minste 20 000 EUR wanneer de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten een natuurlijke persoon is.

De Commissie beoordeelt in het in artikel 27, lid 1, bedoelde verslag of de in dit lid, punt d), vermelde bedragen passend zijn.

De lidstaten die de euro niet als munt hebben, passen de overeenkomstige waarde in de nationale munteenheid toe op de datum van inwerkingtreding van deze richtlijn.

De in lid 3 genoemde minimale geldboeten worden opgelegd onverminderd het recht van de lidstaten om voor andere inbreuken op nationale bepalingen dan die welke in deze richtlijn zijn vastgesteld, andere sancties of andere nalevingsmaatregelen vast te stellen.

4. De lidstaten geven aan of de in de nationale wetgeving vastgestelde sancties op basis van afzonderlijke inbreuken of cumulatief worden toegepast. De in lid 3 genoemde minimumsancties worden cumulatief toegepast.

5. De lidstaten stellen sancties vast voor een valse eigen verklaring als bedoeld in deel I van bijlage I, en deel III, van bijlage VI bij deze richtlijn.

6. Bij het opleggen van sancties en andere nalevingsmaatregelen werken de bevoegde autoriteiten in voorkomend geval nauw samen met elkaar en met andere betrokken bevoegde autoriteiten en coördineren zij in voorkomend geval hun optreden bij de behandeling van grensoverschrijdende gevallen.”;

(14)In artikel 27 wordt lid 2 vervangen door:

“2. De lidstaten monitoren en beoordelen, ten aanzien van hun rechtsgebied, de doeltreffendheid van de administratieve samenwerking uit hoofde van deze richtlijn voor de bestrijding van belastingontduiking en belastingontwijking, en delen de resultaten van hun beoordeling eenmaal per jaar aan de Commissie mee.”;

(15)Het volgende artikel 27 quater wordt ingevoegd:

“Artikel 27 quater
Rapportage van het fiscaal identificatienummer

Voor belastingtijdvakken die ingaan op of na 1 januari 2026 zorgen de lidstaten ervoor dat het door de lidstaat van verblijf afgegeven fiscaal identificatienummer van gerapporteerde natuurlijke personen of entiteiten wordt opgenomen in de verstrekking van de inlichtingen bedoeld in artikel 8, leden 1 en 3 bis, artikel 8 bis, lid 6, artikel 8 bis bis, lid 3, artikel 8 bis ter, lid 14, artikel 8 bis quater, lid 2, en artikel 8 bis quinquies, lid 3. Het fiscaal identificatienummer wordt ook verstrekt wanneer dat niet specifiek vereist is op grond van deze artikelen.

Lidstaten zorgen er ook voor dat het fiscaal identificatienummer van de gerapporteerde natuurlijke personen of entiteiten verplicht wordt gerapporteerd door de rapporterende entiteit, ook al is dit niet vereist op grond van bijlage I, bijlage III, bijlage V of bijlage VI.”;

(16)Bijlage I wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage I bij deze richtlijn;

(17)Bijlage V wordt gewijzigd overeenkomstig bijlage II bij deze richtlijn;

(18)Bijlage VI, waarvan de tekst is opgenomen in bijlage III bij deze richtlijn, wordt toegevoegd.

Artikel 2

1.De lidstaten dienen uiterlijk op 31 december 2025 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee.

Zij passen die bepalingen toe met ingang van 1 januari 2026.

Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

2.In afwijking van lid 1 van dit artikel dienen de lidstaten uiterlijk op 1 januari 2024 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan artikel 1, punt 5, van deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee.

Zij passen die bepalingen toe met ingang van 1 januari 2025.

Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

3.In afwijking van lid 1 van dit artikel dienen de lidstaten uiterlijk op 31 december 2027 de nodige wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen vast te stellen en bekend te maken om aan artikel 1, punt 10, van deze richtlijn te voldoen. Zij stellen de Commissie daarvan onmiddellijk in kennis. Zij delen de Commissie de tekst van die bepalingen onmiddellijk mee.

Zij passen die bepalingen toe met ingang van 1 januari 2028.

Wanneer de lidstaten die bepalingen vaststellen, wordt in die bepalingen zelf of bij de officiële bekendmaking daarvan naar deze richtlijn verwezen. De regels voor die verwijzing worden vastgesteld door de lidstaten.

4.De lidstaten delen de Commissie de tekst van de belangrijkste bepalingen van intern recht mee die zij op het onder deze richtlijn vallende gebied vaststellen.

Artikel 3

Deze richtlijn treedt in werking op de twintigste dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.

Artikel 4

Deze richtlijn is gericht tot de lidstaten.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

FINANCIEEL MEMORANDUM

1.KADER VAN HET VOORSTEL/INITIATIEF 

1.1.Benaming van het voorstel/initiatief

Richtlijn (EU) 2022/XXX van de Raad van XX maart 2023 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU van de Raad wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied

1.2.Betrokken beleidsterrein(en) 

Fiscaal beleid.

1.3.Het voorstel/initiatief betreft: 

X een nieuwe actie 

 een nieuwe actie na een proefproject / voorbereidende actie 33  

 de verlenging van een bestaande actie 

 de samenvoeging of ombuiging van een of meer acties naar een andere/een nieuwe actie

1.4.Doelstelling(en)

1.4.1.Algemene doelstelling(en)

Het voorstel heeft tot doel een eerlijke en efficiënte werking van de interne markt te waarborgen door de algehele fiscale transparantie op het gebied van cryptoactiva te vergroten, hetgeen zowel belastingautoriteiten als gebruikers en dienstenaanbieders ten goede komt. Dit initiatief heeft ook tot doel de belastinginkomsten van de lidstaten veilig te stellen door de bepalingen over administratieve samenwerking uit te breiden en te verduidelijken. De voorgestelde regels moeten de lidstaten meer in het bijzonder beter in staat stellen belastingfraude, belastingontduiking en belastingontwijking op te sporen en te bestrijden. Zij moeten ook helpen de niet-naleving te ontmoedigen.

1.4.2.Specifieke doelstelling(en)

Specifieke doelstelling

Het voorstel heeft tot doel de relevante inlichtingen waarover belastingdiensten beschikken te verbeteren zodat zij hun taken doeltreffender kunnen uitvoeren, en de algemene naleving van de bepalingen van Richtlijn 2011/16/EU (hierna DAC) te versterken;

Het initiatief zal zorgen voor een gelijk speelveld in de hele Unie, aangezien de DAC aanbieders van cryptoactivadiensten (hierna ACAD’s) zal verplichten inlichtingen over cryptotransacties aan de lidstaten te rapporteren;

Het voorstel zal het afschrikwekkende effect vergroten door de rapportageverplichtingen, die het risico op belastingontduiking zouden verminderen. Er zijn aanwijzingen dat belastingplichtigen zich bewust zijn dat de kans groter is gepakt te worden voor het ontwijken en ontduiken van belastingen als er maatregelen voor de automatische uitwisseling van inlichtingen zijn.

1.4.3.Verwachte resulta(a)t(en) en gevolg(en)

Vermeld de gevolgen die het voorstel/initiatief zou moeten hebben voor de begunstigden/doelgroepen.

Een verbetering van de bestaande bepaling zou positieve gevolgen moeten hebben voor de doeltreffende toepassing van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking. Door de huidige inefficiënties op een uniforme manier aan te pakken, zal de rechtszekerheid en duidelijkheid worden gegarandeerd.

De rapportageverplichting met betrekking tot de door gebruikers van cryptoactiva verdiende inkomsten is er in de eerste plaats op gericht de belastingautoriteiten in te lichten en hen in staat te stellen de verschuldigde belasting vast te stellen op basis van correcte en volledige inlichtingen. Dit voorstel zal rapportageverplichtingen en due diligence-procedures omvatten voor ACAD’s, die nalevingskosten met zich mee zullen brengen; deze kosten zullen echter worden gecompenseerd door een gelijker speelveld op de markt en de voordelen die voortvloeien uit een grotere rechtszekerheid voor alle marktdeelnemers. ACAD’s zullen hun diensten niet alleen op een stabielere markt aanbieden: gebruikers zullen deze markt ook beschouwen als eerlijker en veiliger.

1.4.4.Prestatie-indicatoren

Vermeld de indicatoren voor de monitoring van de voortgang en de beoordeling van de resultaten

Specifieke doelstellingen

Indicatoren

Meetinstrumenten

Lidstaten beter in staat stellen grensoverschrijdende belastingontduiking op te sporen en tegen te gaan

Aantal uitgevoerde controles op basis van gegevens die belastingdiensten via het initiatief verzamelen (ofwel uitsluitend met, ofwel met inbegrip van deze gegevens)

Jaarlijkse beoordeling van de automatische uitwisseling van inlichtingen (bron: belastingdiensten van de lidstaten)

Verbeteren van de belastinginning door de lidstaten

Aanvullende belastinginkomsten dankzij het initiatief, gemeten als verruiming van de belastinggrondslag en/of verhoging van de vastgestelde belasting

Jaarlijkse beoordeling van de automatische uitwisseling van inlichtingen (bron: belastingdiensten van de lidstaten)

Vergroten van het afschrikwekkende effect door de rapportageverplichtingen en het daaruit voortvloeiende risico op opsporing.

Kwalitatieve beoordeling van het nalevingspercentage van gebruikers van cryptoactiva.

Jaarlijkse beoordeling van de automatische uitwisseling van inlichtingen (bron: belastingdiensten van de lidstaten)

1.5.Motivering van het voorstel/initiatief 

1.5.1.Behoefte(n) waarin op korte of lange termijn moet worden voorzien, met een gedetailleerd tijdschema voor de uitrol van het initiatief

ACAD’s zullen inlichtingen moeten rapporteren voor fiscale doeleinden wanneer zij gebruikers hebben met fiscale woonplaats in de EU. Daartoe moeten ACAD’s in een centraal register worden geregistreerd. Een vrijstelling van de registratie wordt verleend aan ACAD’s die over een vergunning beschikken op grond van de verordening betreffende markten in cryptoactiva (hierna “MICA” genoemd). Nadat een ACAD de voor de registratie in een lidstaat gevraagde inlichtingen heeft verstrekt, rapporteren de belastingautoriteiten de inlichtingen over een dergelijke ACAD naar een centraal register dat toegankelijk is voor alle lidstaten.

Met het oog op de automatische uitwisseling van inlichtingen zullen de lidstaten de op grond van dit voorstel vereiste inlichtingen met andere lidstaten moeten uitwisselen via een centraal gegevensbestand dat voor alle lidstaten toegankelijk is. De Commissie zal de taak hebben om het centrale gegevensbestand aan de lidstaten te verstrekken en blijft de gegevensverwerker met beperkte toegang. In het algemeen zal het voorstel de praktische regelingen gebruiken die momenteel in het kader van de DAC worden gebruikt.

Wat het tijdschema voor het opzetten van het centrale gegevensbestand betreft, zouden de lidstaten en de Commissie, zoals met DAC3 en DAC6, enige tijd nodig hebben na de vaststelling van het voorstel om de systemen te kunnen invoeren teneinde de uitwisseling van inlichtingen tussen de lidstaten mogelijk te kunnen maken.

1.5.2.Toegevoegde waarde van de deelname van de Unie (deze kan het resultaat zijn van verschillende factoren, bijvoorbeeld coördinatiewinst, rechtszekerheid, grotere doeltreffendheid of complementariteit). Voor de toepassing van dit punt wordt onder “toegevoegde waarde van de deelname van de Unie” verstaan de waarde die een optreden van de Unie oplevert bovenop de waarde die door een optreden van alleen de lidstaat zou zijn gecreëerd.

De maatregelen van de lidstaten bieden geen doelmatige en doeltreffende oplossing voor problemen die in wezen van transnationale aard zijn. Een EU-aanpak lijkt de voorkeur te verdienen ter vermijding van een lappendeken aan rapportageverplichtingen die door sommige of alle lidstaten eenzijdig worden opgelegd. Optreden op EU-niveau zorgt voor samenhang, vermindert de administratieve lasten voor rapporterende entiteiten en belastingautoriteiten en is robuuster met betrekking tot mogelijke mazen in de wetgeving als gevolg van het volatiele karakter van de betrokken activa.

1.5.3.Nuttige ervaring die bij soortgelijke activiteiten in het verleden is opgedaan

Met dit initiatief wordt uitvoering gegeven aan een nieuw kader voor de uitwisseling van inlichtingen voor cryptoactiva. Het initiatief heeft ook tot doel de DAC in het algemeen te verbeteren en te versterken. Op basis van soortgelijke activiteiten in het verleden zal dit initiatief vanuit fiscaal oogpunt zorgen voor meer transparantie op de EU-markt in cryptoactiva, in de zin dat het belastingstelsel billijker en rechtvaardiger wordt. De belastingautoriteiten van de lidstaten zullen een nieuw instrument hebben om belastingfraude en belastingontduiking te bestrijden en uiteindelijk om hun begrotingskaders efficiënter te maken.

1.5.4.Verenigbaarheid met het meerjarig financieel kader en eventuele synergie met andere passende instrumenten

Zoals vermeld in het actieplan voor billijke en eenvoudige belastingheffing ter ondersteuning van de herstelstrategie (gepubliceerd op 15 juli 2020), heeft de Commissie zich ertoe verbonden een wetgevingsvoorstel in te dienen met Unieregels om de fiscale transparantie op de markt in cryptoactiva te vergroten. Het voorstel zal gebruikmaken van de procedures, regelingen en IT-instrumenten die reeds in het kader van de DAC zijn vastgesteld of worden ontwikkeld.

1.5.5.Beoordeling van de verschillende beschikbare financieringsopties, waaronder mogelijkheden voor herschikking

De kosten voor de uitvoering van het initiatief zullen worden gefinancierd uit de EU-begroting voor wat betreft de centrale onderdelen van het systeem voor automatische uitwisseling van inlichtingen. Voor het overige zullen de lidstaten de beoogde maatregelen uitvoeren.

1.6.Duur en financiële gevolgen van het voorstel/initiatief

 beperkte geldigheidsduur

   van kracht vanaf [DD/MM]JJJJ tot en met [DD/MM]JJJJ

   financiële gevolgen vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor vastleggingskredieten en vanaf JJJJ tot en met JJJJ voor betalingskredieten.

X onbeperkte geldigheidsduur

Uitvoering met een opstartperiode vanaf JJJJ tot en met JJJJ,

gevolgd door een volledige uitvoering.

1.7.Beheersvorm(en) 34   

X Direct beheer door de Commissie

door haar diensten, waaronder het personeel in de delegaties van de Unie;

   door de uitvoerende agentschappen;

 Gedeeld beheer met de lidstaten

 Indirect beheer door begrotingsuitvoeringstaken te delegeren aan:

derde landen of de door hen aangewezen organen;

internationale organisaties en hun agentschappen (geef aan welke);

de EIB en het Europees Investeringsfonds;

de in de artikelen 70 en 71 van het Financieel Reglement bedoelde organen;

publiekrechtelijke organen;

privaatrechtelijke organen met een openbare dienstverleningstaak, voor zover zij zijn voorzien van voldoende financiële garanties;

privaatrechtelijke organen van een lidstaat, waaraan de uitvoering van een publiek-privaat partnerschap is toevertrouwd en die zijn voorzien van voldoende financiële garanties;

personen aan wie de uitvoering van specifieke maatregelen op het gebied van het GBVB in het kader van titel V van het VEU is toevertrouwd en die worden genoemd in de betrokken basishandeling.

Verstrek, indien meer dan een beheersvorm is aangekruist, extra informatie onder “Opmerkingen”.

Opmerkingen

Dit voorstel bouwt voort op het bestaande kader en de bestaande systemen voor de automatische uitwisseling van inlichtingen via een centrale gegevensbank voor voorafgaande grensoverschrijdende rulings (“DAC3”) en meldingsplichtige grensoverschrijdende fiscale constructies (“DAC6”), die overeenkomstig artikel 21 van Richtlijn 2011/16/EU werden ontwikkeld in het kader van deze eerdere wijzigingen van de DAC. De Commissie zal samen met de lidstaten door middel van uitvoeringsmaatregelen gestandaardiseerde geautomatiseerde formulieren en formaten voor de inlichtingenuitwisseling ontwikkelen. Wat het CCN-netwerk betreft dat de uitwisseling van inlichtingen tussen de lidstaten mogelijk zal maken, is de Commissie verantwoordelijk voor de ontwikkeling en werking van dat netwerk en verbinden de lidstaten zich ertoe de passende nationale infrastructuur te creëren om de inlichtingenuitwisseling via het CCN-netwerk te realiseren.

2.BEHEERSMAATREGELEN 

2.1.Regels inzake het toezicht en de verslagen 

Vermeld frequentie en voorwaarden.

De Commissie zal de werking van de maatregel toetsen aan de belangrijkste beleidsdoelstellingen. Het toezicht en de evaluatie zullen worden uitgevoerd in overeenstemming met de andere elementen van de administratieve samenwerking.

De lidstaten dienen jaarlijks gegevens in bij de Commissie voor de informatie die is vermeld in de bovenstaande tabel over prestatie-indicatoren die zullen worden gebruikt om toe te zien op de naleving van dit voorstel.

De lidstaten verbinden zich ertoe:

-de Commissie een jaarlijkse beoordeling mee te delen van de doeltreffendheid van de

automatische uitwisseling van inlichtingen in de richtlijn als bedoeld in de artikelen 8, 8 bis, 8 bis bis, 8 bis ter, 8 bis quater en het voorgestelde artikel 8 bis quinquies;

- een lijst van statistische gegevens te verstrekken die door de Commissie volgens de procedure van artikel 26, lid 2, wordt vastgesteld (uitvoeringsmaatregelen) met het oog op de evaluatie van deze richtlijn;

- de Commissie jaarlijks de resultaten mee te delen van hun beoordelingen van de doeltreffendheid van de administratieve samenwerking. In artikel 27 heeft de Commissie zich ertoe verbonden om de vijf jaar, te rekenen vanaf 1 januari 2013, een verslag in te dienen over de toepassing van de richtlijn. De

resultaten van dit voorstel (dat de DAC wijzigt) zullen worden opgenomen in het verslag aan het

Europees Parlement en de Raad dat uiterlijk op 1 januari 2028 wordt uitgebracht.

2.2.Beheers- en controlesyste(e)m(en) 

2.2.1.Rechtvaardiging van de voorgestelde beheersvorm(en), uitvoeringsmechanisme(n) voor financiering, betalingsvoorwaarden en controlestrategie

De uitvoering van het initiatief zal afhangen van de bevoegde autoriteiten (belastingdiensten) van de lidstaten. Zij zullen verantwoordelijk zijn voor het financieren van hun eigen nationale systemen en voor de aanpassingen die nodig zijn voor de uitwisseling met het centrale gegevensbestand dat voor de doeleinden van het voorstel wordt opgezet.

De Commissie zal de infrastructuur opzetten, met inbegrip van het centrale gegevensbestand, zodat uitwisselingen tussen de belastingautoriteiten van de lidstaten mogelijk worden gemaakt. De IT-systemen die zijn opgezet voor de DAC, zullen ook voor dit initiatief worden gebruikt. De Commissie zal de systemen financieren die nodig zijn om uitwisselingen mogelijk te maken, met inbegrip van het centrale gegevensbestand, dat de voornaamste aspecten van controle zal ondergaan zoals die voor aanbestedingscontracten, technische verificatie van de aanbesteding, verificatie vooraf van vastleggingen en verificatie vooraf van betalingen.

2.2.2.Informatie over de geïdentificeerde risico’s en het (de) systeem (systemen) voor interne controle dat is (die zijn) opgezet om die risico’s te beperken

De voorgestelde maatregel zal gebaseerd zijn op een aangiftesysteem, wat een risico van niet-aangifte of onjuiste aangifte door betrokken ACAD’s inhoudt. De lidstaten zullen jaarlijks relevante statistieken aan de Commissie moeten leveren.

Om het risico van niet-naleving door ACAD’s aan te pakken, bevat het voorstel een nieuw nalevingskader. Nationale belastingautoriteiten zullen verantwoordelijk zijn voor de handhaving van sancties en meer in het algemeen de naleving van DAC8. De sancties zijn voldoende hoog om afschrikwekkend te zijn. Verder zullen de nationale belastingdiensten controles kunnen uitvoeren om niet-naleving op te sporen en te ontmoedigen.

Om toe te zien op de correcte toepassing van het voorstel, zal de Commissie beperkte toegang hebben tot het centrale gegevensbestand, waar de lidstaten inlichtingen zullen uitwisselen over de transacties van gebruikers met cryptoactiva die in het kader van het voorstel zijn gerapporteerd, alsook statistieken.

Het internecontrolesysteem zal financieel worden ondersteund door Fiscalis in overeenstemming met Verordening (EU) 2021/847 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2021, namelijk als volgt:

- gezamenlijke acties (bv. in de vorm van projectgroepen);

- de ontwikkeling van de technische specificaties, met inbegrip van het XML-schema.

De belangrijkste elementen van de controlestrategie zijn de volgende:

Aanbestedingscontracten

De in het Financieel Reglement vastgestelde procedures voor de controle op overheidsopdrachten: opdrachten worden pas geplaatst nadat de diensten van de Commissie de standaardprocedure voor de verificatie van betalingen hebben verricht, rekening houdend met contractuele verplichtingen en goed financieel en algemeen beheer. In alle contracten die door de Commissie en de begunstigden worden gesloten, zullen fraudebestrijdingsmaatregelen (controles, verslagen enz.) worden opgenomen. Voor ieder contract wordt een afzonderlijk bestek opgesteld, dat als basis voor het contract zal dienen. Het opleveringsproces verloopt strikt volgens de TEMPO-methodologie van DG TAXUD: de op te leveren goederen of diensten worden geëvalueerd, indien nodig aangepast en ten slotte uitdrukkelijk aanvaard (of geweigerd). Facturen kunnen niet worden betaald zonder een “brief van aanvaarding”.

Technische verificatie bij opdrachten

DG TAXUD controleert de op te leveren goederen of diensten en oefent toezicht uit op de door de contractanten verrichte werkzaamheden of verleende diensten. TAXUD voert ook regelmatig kwaliteits- en veiligheidscontroles bij zijn contractanten uit. Bij kwaliteitscontroles wordt onderzocht of de contractanten daadwerkelijk handelen volgens de in hun kwaliteitsplannen vastgestelde regels en procedures. Bij veiligheidscontroles worden de specifieke processen, procedures en organisatie onderzocht.

Bovenop voornoemde controles verricht DG TAXUD ook de traditionele financiële controles:

Verificatie vooraf van vastleggingen

Alle vastleggingen bij DG TAXUD worden door het hoofd van de eenheid Financiën en HR Business Correspondent geverifieerd. Dit betekent dat 100 % van de vastgelegde kredieten aan verificatie vooraf wordt onderworpen. Deze procedure geeft een hoge mate van zekerheid ten aanzien van de wettigheid en de regelmatigheid van de verrichtingen.

Verificatie vooraf van betalingen

100 % van de betalingen wordt vooraf gecontroleerd. Bovendien wordt iedere week willekeurig ten minste één betaling (uit alle uitgavencategorieën) geselecteerd voor een extra verificatie vooraf door het hoofd van de eenheid Financiën en HR Business Correspondent. Wat de dekking van de verificatie betreft, is geen streefcijfer vastgesteld, omdat het de bedoeling is om de betalingen “willekeurig” te controleren om na te gaan of alle betalingen zijn voorbereid volgens de regels. De overige betalingen worden op dagelijkse basis afgewikkeld volgens de geldende regels.

Verklaringen van de subgedelegeerde ordonnateurs

Alle subgedelegeerde ordonnateurs ondertekenen een verklaring bij het jaarlijkse activiteitenverslag voor het jaar in kwestie. Deze verklaringen dekken de verrichtingen in het kader van het programma. De subgedelegeerde ordonnateurs verklaren dat de verrichtingen met betrekking tot de uitvoering van de begroting hebben plaatsgevonden in overeenstemming met de beginselen van goed financieel beheer, dat de opgezette beheers- en controlesystemen voldoende zekerheid bieden ten aanzien van de wettigheid en de regelmatigheid van de verrichtingen, en dat de aan deze verrichtingen verbonden risico’s duidelijk geïdentificeerd zijn, er melding van is gemaakt en maatregelen zijn genomen om ze te ondervangen.

2.2.3.Raming en motivering van de kosteneffectiviteit van de controles (verhouding van de controlekosten tot de waarde van de desbetreffende financiële middelen) en evaluatie van het verwachte foutenrisico (bij betaling en bij afsluiting). 

Dankzij deze controles heeft DG TAXUD voldoende zekerheid omtrent de kwaliteit en de regelmatigheid van de uitgaven en wordt het risico van niet-naleving beperkt. De hierboven beschreven controlestrategie brengt de potentiële risico’s onder het streefcijfer van 2 % en bestrijkt alle begunstigden. Nog andere extra maatregelen om de risico’s verder te beperken, zouden tot onevenredig hoge kosten leiden en zijn derhalve niet gepland. De totale kosten voor de uitvoering van de hierboven beschreven controlestrategie – voor alle uitgaven in het kader van het Fiscalis 2027-programma – zijn beperkt tot 1,6 % van de totale verrichte betalingen. Zij zullen naar verwachting op dit niveau blijven voor dit initiatief. De controlestrategie voor het programma elimineert het risico van niet-naleving nagenoeg volledig en blijft in verhouding tot de risico’s die zich voordoen.

2.3.Maatregelen ter voorkoming van fraude en onregelmatigheden 

Vermeld de bestaande en geplande preventie- en beschermingsmaatregelen, bijvoorbeeld in het kader van de fraudebestrijdingsstrategie.

Het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) kan, overeenkomstig de bepalingen en procedures van Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad 35 en Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad 36 , onderzoeken instellen, met inbegrip van controles en verificaties ter plaatse, om vast te stellen of er sprake is geweest van fraude, corruptie of andere onwettige activiteiten in verband met een subsidieovereenkomst of -besluit of een uit hoofde van deze verordening gefinancierd contract, waardoor de financiële belangen van de Unie zijn geschaad.

3.GERAAMDE FINANCIËLE GEVOLGEN VAN HET VOORSTEL 

3.1.Rubriek(en) van het meerjarig financieel kader en betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven 

·Bestaande begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort  
uitgave

Bijdrage

Nummer: 03 04 0100

GK/ NGK 37 .

van EVA-landen 38

van kandidaat-lidstaten 39

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, punt b), van het Financieel Reglement

1 - Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid

Verbetering van de werking van de belastingstelsels

GK

NEE

NEE

NEE

NEE

·Te creëren nieuwe begrotingsonderdelen

In volgorde van de rubrieken van het meerjarig financieel kader en de begrotingsonderdelen.

Rubriek van het meerjarig financieel kader

Begrotingsonderdeel

Soort 
uitgave

Bijdrage

Nummer  

GK/ NGK

van EVA-landen

van kandidaat-lidstaten

van derde landen

in de zin van artikel 21, lid 2, punt b), van het Financieel Reglement

[XX.YY.YY.YY]

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

JA/NEE

3.2.Geraamde financiële gevolgen van het voorstel inzake kredieten 

3.2.1.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de beleidskredieten 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Rubriek van het meerjarig financieel 
kader

Nummer

1

Eengemaakte markt, innovatie en digitaal beleid

DG: TAXUD

2023

2024

2025

2026

2027

2028

TOTAAL

• Beleidskredieten

Begrotingsonderdeel 40  14.030100

Vastleggingen

(1a)

0,400

0,870

0,450

0,270

0,170

0,170

2,330

Betalingen

(2a)

0,400

0,870

0,450

0,270

0,170

2,160 

Begrotingsonderdeel

Vastleggingen

(1b)

Betalingen

(2b)

Uit het budget van specifieke programma’s gefinancierde administratieve kredieten 41  

Begrotingsonderdeel

(3)

TOTAAL kredieten 
voor DG TAXUD

Vastleggingen

=1a+1b +3

0,400

0,870

0,450

0,270

0,170

0,170

2,330

Betalingen

=2a+2b

+3

0,400

0,870

0,450

0,270

0,170

2,160





Rubriek van het meerjarig financieel 
kader

7

“Administratieve uitgaven”

Dit deel moet worden ingevuld aan de hand van de “administratieve begrotingsgegevens”, die eerst moeten worden opgenomen in de bijlage bij het financieel memorandum (bijlage V bij de interne voorschriften), te uploaden in DECIDE met het oog op overleg tussen de diensten.

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

2023

2024

2025

2026

2027

TOTAAL

MFK 2021-2027

DG: TAXUD

• Personele middelen

0,118

0,157

0,157

0,063

0,016

0,511

• Andere administratieve uitgaven

0,004

0,004

0,002

0,002

0,001

0,013

TOTAAL DG TAXUD

0,122

0,161

0,159

0,065

0,017

0,524

TOTAAL kredieten 
voor RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader

(totaal vastleggingen = totaal betalingen)

0,122

0,161

0,159

0,065

0,017

0,524

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

2023

2024

2025

2026

2027

TOTAAL

MFK 2021-2027

TOTAAL kredieten
onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7 
van het meerjarig financieel kader

Vastleggingen

0,522

1,031

0,609

0,335

0,187

2,684

Betalingen

0,122

0,561

1,029

0,515

0,287

2,514

TOTAAL kredieten
onder de RUBRIEKEN 1 tot en met 7 
van het meerjarig financieel kader 

3.2.2.Geraamde gevolgen voor de beleidskredieten

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen beleidskredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn beleidskredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

Vastleggingskredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Vermeld doelstellingen en outputs

2023

2024

2025

2026

2027

2028

TOTAAL

OUTPUTS

Soort 42

Gem. kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Aantal

Kosten

Totaal aantal

Totale kosten

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 1 43

Specificaties

0,400

0,400

0,800

Ontwikkeling

0,450

0,350

0,100

0,900

Onderhoud

0,050

0,050

0,050

0,150

Ondersteuning

0,020

0,060

0,060

0,060

0,200

Opleiding

0,020

0,020

ITSM (infrastructuur, hosting, licenties enz.)

0,020

0,060

0,060

0,060

0,060

0,260

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 1

0,400

0,870

0,450

0,270

0,170

0,170

2,330

SPECIFIEKE DOELSTELLING NR. 2…

- Output

Subtotaal voor specifieke doelstelling nr. 2

TOTAAL

0,400

0,870

0,450

0,270

0,170

0,170

2,330

3.2.3.Samenvatting van de geraamde gevolgen voor de administratieve kredieten 

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen administratieve kredieten nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn administratieve kredieten nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar 
2023

Jaar 
2024

Jaar 
2025

Jaar 
2026

Jaar 
2027

TOTAAL

RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader

0,118

0,157

0,157

0,063

0,016

0,511

Personele middelen

0,004

0,004

0,002

0,002

0,001

0,013

Andere administratieve uitgaven

0,122

0,161

0,159

0,065

0,017

0,524

Subtotaal RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader

TOTAAL

0,122

0,161

0,159

0,065

0,017

0,524

Buiten RUBRIEK 7 44  
van het meerjarig financieel kader

Personele middelen

Andere 
administratieve uitgaven

Subtotaal
buiten RUBRIEK 7 
van het meerjarig financieel kader

TOTAAL

0,122

0,161

0,159

0,065

0,017

0,524

De benodigde kredieten voor personeel en andere administratieve uitgaven zullen worden gefinancierd uit de kredieten van het DG die reeds voor het beheer van deze actie zijn toegewezen en/of binnen het DG zijn herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

3.2.3.1.Geraamde personeelsbehoeften

   Voor het voorstel/initiatief zijn geen personele middelen nodig

   Voor het voorstel/initiatief zijn personele middelen nodig, zoals hieronder nader wordt beschreven:

2023

2024

2025

2026

2027

Totaal

• Posten opgenomen in de lijst van het aantal ambten (ambtenaren en tijdelijke functionarissen)

20 01 02 01 (centrale diensten en vertegenwoordigingen van de Commissie)

0,75

1

1

0,4

0,1

3,25

20 01 02 03 (delegaties)

01 01 01 01 (onderzoek onder contract)

01 01 01 11 (eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

Extern personeel (in voltijdequivalenten: VTE) 45

20 02 01 (AC, END, INT van de “totale financiële middelen”)

20 02 03 (AC, AL, END, INT en JPD in de delegaties)

XX 01 xx yy zz 46

- centrale diensten

- delegaties

01 01 01 02 (AC, END, INT - onderzoek onder contract)

01 01 01 12 (AC, END, INT - eigen onderzoek)

Ander begrotingsonderdeel (te vermelden)

TOTAAL

0,75

1

1

0,4

0,1

3,25

Raming in voltijdequivalenten

XX is het beleidsterrein of de begrotingstitel.

Voor de benodigde personele middelen zal een beroep worden gedaan op het personeel van het DG dat reeds voor het beheer van deze actie is toegewezen en/of binnen het DG is herverdeeld, eventueel aangevuld met middelen die in het kader van de jaarlijkse toewijzingsprocedure met inachtneming van de budgettaire beperkingen aan het beherende DG kunnen worden toegewezen.

Beschrijving van de uit te voeren taken:

Ambtenaren en tijdelijk personeel

Voorbereiding van vergaderingen en correspondentie met de lidstaten; verrichten van werkzaamheden met betrekking tot formulieren, IT-formaten en het centrale gegevensbestand;

geven van opdrachten aan externe contractanten voor werkzaamheden aan het IT-systeem.

Extern personeel

n.v.t.

3.2.4.Verenigbaarheid met het huidige meerjarig financieel kader 

Het voorstel/initiatief:

   kan volledig worden gefinancierd door middel van herschikking binnen de relevante rubriek van het meerjarig financieel kader (MFK).

Zet uiteen welke herprogrammering nodig is, onder vermelding van de betrokken begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen. Verstrek een Excel-tabel in het geval van een omvangrijke herprogrammeringsexercitie.

   hiervoor moet een beroep worden gedaan op de niet-toegewezen marge in de desbetreffende rubriek van het MFK en/of op de speciale instrumenten zoals gedefinieerd in de MFK-verordening.

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen, de desbetreffende bedragen en de voorgestelde instrumenten.

   hiervoor is een herziening van het MFK nodig.

Zet uiteen wat nodig is, onder vermelding van de betrokken rubrieken en begrotingsonderdelen en de desbetreffende bedragen.

3.2.5.Bijdragen van derden 

Het voorstel/initiatief:

   voorziet niet in medefinanciering door derden

   voorziet in medefinanciering door derden, zoals hieronder wordt geraamd:

Kredieten in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Jaar 
N 47

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Totaal

Medefinancieringsbron 

TOTAAL medegefinancierde kredieten

 

3.3.Geraamde gevolgen voor de ontvangsten 

   Het voorstel/initiatief heeft geen financiële gevolgen voor de ontvangsten

   Het voorstel/initiatief heeft de hieronder beschreven financiële gevolgen:

voor de eigen middelen

voor overige ontvangsten

Geef aan of de ontvangsten worden toegewezen aan de begrotingsonderdelen voor uitgaven

in miljoenen euro’s (tot op drie decimalen)

Begrotingsonderdeel voor ontvangsten:

Voor het lopende begrotingsjaar beschikbare kredieten

Gevolgen van het voorstel/initiatief 48

Jaar 
N

Jaar 
N+1

Jaar 
N+2

Jaar 
N+3

zoveel jaren als nodig om de duur van de gevolgen weer te geven (zie punt 1.6)

Artikel ………….

Vermeld voor de toegewezen ontvangsten het (de) betrokken begrotingsonderde(e)l(en) voor uitgaven.

Andere opmerkingen (bv. over de methode/formule voor de berekening van de gevolgen voor de ontvangsten of andere informatie).

(1)    Europese Commissie, Politieke beleidslijnen voor de volgende Europese Commissie 2019-2024, Een Unie die de lat hoger legt, https://op.europa.eu/nl/publication-detail/-/publication/62e534f4-62c1-11ea-b735-01aa75ed71a1  
(2)    COM(2020) 312 final.
(3)    https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-13350-2020-INIT/nl/pdf.
(4)    https://data.consilium.europa.eu/doc/document/ST-14651-2021-INIT/nl/pdf
(5)    PB C 347 van 9.9.2022, blz. 211.
(6)    https://www.oecd.org/tax/exchange-of-tax-information/oecd-presents-new-transparency-framework-for-crypto-assets-to-g20.htm
(7)    http://www.g20.utoronto.ca/2022/G20%20Bali%20Leaders-%20Declaration,%2015-16%20November%202022.pdf
(8)    Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG.
(9)    Speciaal verslag nr. 03/2021: Uitwisseling van fiscale inlichtingen in de EU: de basis is solide, de uitvoering suboptimaal.
(10)    Europees Parlement. (2021). Resolutie van het Europees Parlement van 16 september 2021 over de toepassing van de EU-voorschriften voor de uitwisseling van belastinggegevens: geboekte vooruitgang, opgedane ervaring en weg te werken belemmeringen, ontleend aan: https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/TA-9-2021-0392_NL.pdf
(11)    Europese Rekenkamer. (2021). Uitwisseling van fiscale inlichtingen in de EU: de basis is solide, de uitvoering suboptimaal. Er worden meer inlichtingen uitgewisseld, maar sommige inlichtingen worden nog steeds niet gemeld. Bladzijden 33-34, afkomstig uit: https://www.eca.europa.eu/Lists/ECADocuments/SR21_03/SR_Exchange_tax_inform_NL.pdf
(12)    Richtlijn 2014/107/EU van de Raad van 9 december 2014 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied (PB L 359 van 16.12.2014, blz. 1).
(13)    Richtlijn (EU) 2015/2376 van de Raad van 8 december 2015 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied (PB L 332 van 18.12.2015, blz. 1).
(14)    Richtlijn (EU) 2016/881 van de Raad van 25 mei 2016 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied (PB L 146 van 3.6.2016, blz. 8).
(15)    Richtlijn (EU) 2016/2258 van de Raad van 6 december 2016 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft toegang tot antiwitwasinlichtingen door belastingautoriteiten (PB L 342 van 16.12.2016, blz. 1).
(16)    Richtlijn (EU) 2018/822 van de Raad van 25 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU wat betreft verplichte automatische uitwisseling van inlichtingen op belastinggebied met betrekking tot meldingsplichtige grensoverschrijdende constructies (PB L 139 van 5.6.2018, blz. 1).
(17)    Richtlijn (EU) 2021/514 van de Raad van 22 maart 2021 tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen (PB L 104 van 25.3.2021, blz. 1).
(18)    Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
(19)    https://www.europarl.europa.eu/doceo/document/A-9-2021-0193_NL.pdf
(20)    Bijvoorbeeld de opname van nieuwe inkomsten- en vermogenscategorieën, rulings voor vermogende particulieren, elektronisch geld en cryptoactiva, bepalingen inzake het gebruik van uitgewisselde inlichtingen, enz.
(21)    Inkomsten uit een dienstbetrekking, tantièmes en presentiegelden, levensverzekeringsproducten die niet onder andere rechtsinstrumenten van de Unie inzake de uitwisseling van inlichtingen en andere soortgelijke maatregelen vallen, pensioenen, eigendom van en inkomsten uit onroerend goed en royalty’s.
(22)    Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.
(23)    Nog niet bekendgemaakt in het Publicatieblad.
(24)    Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG (PB L 64 van 11.3.2011, blz. 1).
(25)    Document 14651/21, FISC 227, verslag van de Raad Ecofin aan de Europese Raad over belastingaangelegenheden.
(26)    https://www.oecd.org/tax/exchange-of-tax-information/crypto-asset-reporting-framework-and-amendments-to-the-common-reporting-standard.pdf
(27)    Richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen en tot intrekking van Richtlijn 77/799/EEG (PB L 64 van 11.3.2011, blz. 1).
(28)    Verordening (EU) nr. 182/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 2011 tot vaststelling van de algemene voorschriften en beginselen die van toepassing zijn op de wijze waarop de lidstaten de uitoefening van de uitvoeringsbevoegdheden door de Commissie controleren (PB L 55 van 28.2.2011, blz. 13).
(29)    Richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de Richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van Richtlijn 2000/46/EG (PB L 267 van 10.10.2009, blz. 7).
(30)    Verordening (EU) 2018/1725 van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens door de instellingen, organen en instanties van de Unie en betreffende het vrije verkeer van die gegevens, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 45/2001 en Besluit nr. 1247/2002/EG (PB L 295 van 21.11.2018, blz. 39).
(31)    In de zin van artikel 58, lid 2, punt a) of b), van het Financieel Reglement.
(32)    Nadere gegevens over de beheersvormen en verwijzingen naar het Financieel Reglement zijn beschikbaar op BudgWeb: https://myintracomm.ec.europa.eu/budgweb/EN/man/budgmanag/Pages/budgmanag.aspx  
(33)    Verordening (EG) nr. 1073/1999 van het Europees Parlement en de Raad van 25 mei 1999 betreffende onderzoeken door het Europees Bureau voor fraudebestrijding (OLAF) (PB L 136 van 31.5.1999, blz. 1).
(34)    Verordening (Euratom, EG) nr. 2185/96 van de Raad van 11 november 1996 betreffende de controles en verificaties ter plaatse die door de Commissie worden uitgevoerd ter bescherming van de financiële belangen van de Europese Gemeenschappen tegen fraudes en andere onregelmatigheden (PB L 292 van 15.11.1996, blz. 2).
(35)    GK = gesplitste kredieten/NGK = niet-gesplitste kredieten.
(36)    EVA: Europese Vrijhandelsassociatie.
(37)    Kandidaat-lidstaten en, in voorkomend geval, aspirant-kandidaten van de Westelijke Balkan.
(38)    Volgens de officiële begrotingsnomenclatuur.
(39)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma’s en/of acties van de EU (vroegere “BA”-onderdelen), onderzoek onder contract, eigen onderzoek.
(40)    Outputs zijn de te verstrekken producten en diensten (bv. aantal gefinancierde studentenuitwisselingen, aantal km aangelegde wegen enz.).
(41)    Zoals beschreven in punt 1.4.2. “Specifieke doelstelling(en)…”.
(42)    Technische en/of administratieve bijstand en uitgaven ter ondersteuning van de uitvoering van programma’s en/of acties van de EU (vroegere “BA”-onderdelen), onderzoek onder contract, eigen onderzoek.
(43)    AC = Agent Contractuel (arbeidscontractant); AL= Agent Local (plaatselijk functionaris); END = Expert National Détaché (gedetacheerd nationaal deskundige); INT = Intérimaire (uitzendkracht); JPD = Junior Professionals in Delegations (jonge deskundige in delegaties).
(44)    Subplafond voor extern personeel uit beleidskredieten (vroegere “BA”-onderdelen).
(45)    Het jaar N is het jaar waarin met de uitvoering van het voorstel/initiatief wordt begonnen. Vervang “N” door het verwachte eerste jaar van uitvoering (bijvoorbeeld: 2021). Hetzelfde voor de volgende jaren.
(46)    Voor traditionele eigen middelen (douanerechten en suikerheffingen) moeten nettobedragen worden vermeld, d.w.z. na aftrek van 20 % aan inningskosten.

Brussel, 8.12.2022

COM(2022) 707 final

BIJLAGEN

bij

Voorstel voor een richtlijn van de Raad

tot wijziging van Richtlijn 2011/16/EU betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen

{SEC(2022) 438 final} - {SWD(2022) 400 final} - {SWD(2022) 401 final} - {SWD(2022) 402 final}


BIJLAGE I

Bijlage I wordt als volgt gewijzigd:

(1) Deel I wordt als volgt gewijzigd:

(a)onderdeel A wordt als volgt gewijzigd:

“i)de inleidende alinea en de punten 1 en 2 worden vervangen door:

A. Met inachtneming van de onderdelen C tot en met G rapporteert iedere rapporterende financiële instelling aan de bevoegde autoriteit van haar lidstaat.

(1)De volgende inlichtingen met betrekking tot elke te rapporteren rekening van die rapporterende financiële instelling worden gerapporteerd:

(a)de naam, het adres, de lidstaat/lidstaten waarvan de te rapporteren persoon een ingezetene is, het fiscaal identificatienummer/de fiscale identificatienummers en, voor natuurlijke personen, de geboortedatum en de geboorteplaats van elke te rapporteren persoon die een rekeninghouder van de rekening is en of de rekeninghouder een geldige eigen verklaring heeft verstrekt;

(b)in het geval van een entiteit die een rekeninghouder is en waarvan met behulp van de due diligence-procedures welke met delen V, VI en VII sporen, wordt vastgesteld dat zij één of meer uiteindelijk belanghebbenden heeft die een te rapporteren persoon is, de naam, het adres, de lidstaat/lidstaten waarvan de entiteit een ingezetene is, het fiscaal identificatienummer/de fiscale identificatienummers en de geboortedatum en geboorteplaats van elke te rapporteren persoon, alsmede de rol(len) op grond waarvan elke te rapporteren persoon een uiteindelijk belanghebbende van de entiteit is en of voor elke te rapporteren persoon een geldige eigen verklaring is verstrekt;

(c)of de rekening een gezamenlijke rekening is, met inbegrip van het aantal gezamenlijke rekeninghouders;

(2)het rekeningnummer (of een functioneel equivalent indien er geen rekeningnummer is), het soort rekening en of de rekening een bestaande of een nieuwe rekening is;”;

ii)het volgende punt 6 bis wordt ingevoegd:

“6 bis. ter zake van een aandelenbelang dat wordt aangehouden in een beleggingsentiteit die een juridische constructie is, de rol(len) op grond waarvan de te rapporteren persoon een houder van een aandelenbelang is; en.”

(b)onderdeel C wordt als volgt gewijzigd:

“C. Niettegenstaande onderdeel A, punt 1, hoeven het fiscaal identificatienummer/de fiscale identificatienummers of de geboortedatum ter zake van bestaande rekeningen die te rapporteren rekeningen zijn, niet te worden gemeld indien dit fiscaal identificatienummer/deze fiscale identificatienummers en deze geboortedatum niet in het dossier van de rapporterende financiële instelling voorhanden zijn, en de rapporterende financiële instelling niet anderszins uit hoofde van nationale wetgeving of enig rechtsinstrument van de Unie verplicht is deze gegevens te verzamelen. Rapporterende financiële instellingen zijn echter wel verplicht redelijke inspanningen te doen om ter zake van bestaande rekeningen aan het einde van het tweede kalenderjaar volgend op het jaar waarin bestaande rekeningen als te rapporteren rekeningen worden aangemerkt, het fiscaal identificatienummer/de fiscale identificatienummers en de geboortedatum te verkrijgen en waar nodig de inlichtingen met betrekking tot de bestaande rekening op grond van nationale AML/KYC-procedures bij te werken.”;

(c)het volgende onderdeel F wordt toegevoegd:

“ F. Niettegenstaande onderdeel A, punt 5, b), en tenzij de rapporterende financiële instelling anders besluit voor elke duidelijk omschreven groep rekeningen, hoeven de bruto-opbrengsten van de verkoop, de terugbetaling of afkoop van een financieel actief niet te worden gerapporteerd voor zover die bruto-opbrengsten uit de verkoop, de terugbetaling of de afkoop van een dergelijk financieel actief overeenkomstig artikel 8 bis quinquies door de rapporterende financiële instelling worden gerapporteerd.”;

(1)in deel VI wordt punt 2, b) vervangen door:

“b) Vaststellen van de uiteindelijk belanghebbenden van een rekeninghouder. Bij de bepaling van de uiteindelijk belanghebbenden bij een rekeninghouder kan een rapporterende financiële instelling zich baseren op de informatie die is verzameld en bijgehouden op grond van de AML/KYC-procedures, op voorwaarde dat dergelijke procedures stroken met Richtlijn (EU) 2015/849. Indien de rapporterende financiële instelling niet wettelijk verplicht is AML/KYC-procedures toe te passen die stroken met Richtlijn (EU) 2015/849, past zij voor het bepalen van de uiteindelijk belanghebbenden in wezen soortgelijke procedures toe.”;

(2)in deel VII wordt het volgende onderdeel AA ingevoegd:

“AA. Tijdelijk ontbreken van eigen verklaring. In uitzonderlijke omstandigheden waarin een rapporterende financiële instelling niet tijdig een eigen verklaring met betrekking tot een nieuwe rekening kan verkrijgen om te voldoen aan haar due diligence- en rapportageverplichtingen voor de rapportageperiode waarin de rekening is geopend, past de rapporterende financiële instelling de due diligence-procedures voor bestaande rekeningen toe totdat deze eigen verklaring is verkregen en gevalideerd.”;

(3)deel VIII wordt als volgt gewijzigd:

(a)in onderdeel A worden de punten 5, 6 en 7 vervangen door:

“5.    Onder “een instelling die deposito’s neemt” wordt verstaan een entiteit die:

(a)opvorderbare gelden verkrijgt in het kader van de normale uitoefening van het bankbedrijf of een daarmee vergelijkbaar bedrijf, of

(b)elektronisch geld, e-money-tokens of digitale centralebankmunten ten behoeve van klanten aanhoudt.

6.    Onder “beleggingsentiteit” wordt verstaan een entiteit

(a)met als voornaamste bedrijfsactiviteit het voor of namens een klant uitvoeren van een of meer van de volgende activiteiten of transacties:

i)handel in geldmarktinstrumenten (cheques, wissels, depositobewijzen, derivaten, etc.), vreemde valuta’s; wisselkoersen, rentepercentage- en indexinstrumenten, overdraagbare effecten; of goederentermijnhandel;

ii)beheren van een individueel vermogen en collectief portefeuillebeheer, of

iii)andere vormen van het beleggen, administreren of beheren van financiële activa, geld of te rapporteren cryptoactiva ten behoeve van derden, of

b)met een bruto-inkomen dat hoofdzakelijk is toe te rekenen aan beleggen, herbeleggen of handel in financiële activa of te rapporteren cryptoactiva, indien de entiteit wordt beheerd door een andere entiteit die een instelling is die deposito’s neemt, een bewaarinstelling, een omschreven verzekeringsmaatschappij of een beleggingsentiteit omschreven in onderdeel A, punt 6, a).

Een entiteit wordt gezien als een entiteit met als bedrijfsactiviteit voornamelijk het uitvoeren van een of meer van de in onderdeel A, punt 6, a), omschreven activiteiten, of haar bruto-inkomen is hoofdzakelijk toe te rekenen aan beleggen, herbeleggen of handel in financiële activa of te rapporteren cryptoactiva voor de in onderdeel A, punt 6, b), bedoelde doelen, als de bruto-inkomsten van de entiteit die verband houden met deze activiteiten gelijk zijn aan of groter zijn dan 50 % van de bruto-inkomsten van de entiteit gedurende: i) de periode van drie jaar die eindigt op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de vaststelling geschiedt, of ii) de bestaansperiode van de entiteit, indien deze korter is. Voor de toepassing van onderdeel A, punt 6, a), iii), omvat de term “andere vormen van het beleggen, administreren of beheren van financiële activa, geld of te rapporteren cryptoactiva ten behoeve van derden” niet het verrichten van wisseltransacties voor of namens klanten. De term “beleggingsentiteit” heeft niet betrekking op een entiteit die een actieve NFE is omdat die entiteit voldoet aan een van de criteria vermeld in onderdeel D, punt 8, d) tot en met g).

Deze paragraaf wordt uitgelegd op een wijze die verenigbaar is met de gelijkwaardige bewoordingen vervat in de definitie van “financiële instelling” in Richtlijn (EU) 2015/849.

7.    De term “financiële activa” omvat effecten (bijvoorbeeld een aandeel in een vennootschap; partnerschap of uiteindelijk belang in een breed opgezet of een beursgenoteerd samenwerkingsverband of een trust; waardepapier, obligatie, schuldbewijs of andere bewijzen van schuldenlast), partnerschapsbelang, commodity, swap (bijvoorbeeld renteswaps, valutaswaps, basisswaps, interest rate caps, interest rate floors, commodity swaps, equity swaps, equity index swaps en soortgelijke overeenkomsten), verzekeringscontract of lijfrenteverzekering of enig belang (inclusief een termijncontract of optie) in een zekerheid, te rapporteren cryptoactief, partnerschapsbelang, commodity, swap, verzekeringscontract of lijfrenteverzekering. De term “financiële activa” omvat niet een direct belang, buiten de vreemdvermogenssfeer, in een onroerend goed.”;

(b)aan onderdeel A worden de volgende punten toegevoegd:

“9.    Onder “elektronisch geld” of “e-money” wordt verstaan elektronisch geld of e-money als gedefinieerd in Richtlijn 2009/110/EG. Voor de toepassing van deze richtlijn omvat “elektronisch geld” of “e-money” niet een product dat uitsluitend is gecreëerd om geldovermakingen van een klant naar een andere persoon overeenkomstig de instructies van de klant te vergemakkelijken. Een product wordt niet uitsluitend gecreëerd om geldovermakingen te vergemakkelijken indien, in het kader van de normale bedrijfsuitoefening van de overmakende entiteit, de met dat product verband houdende gelden langer dan 60 dagen na ontvangst van instructies ter vergemakkelijking van de overmaking worden aangehouden, of, indien er geen instructies worden ontvangen, de gelden in verband met dat product langer dan 60 dagen na ontvangst van de gelden worden aangehouden.

10.    Onder “electronic money token” of “e-money-token” wordt verstaan electronic money token of e-money-token als gedefinieerd in Verordening XXX.

11.    Onder “fiduciaire valuta” wordt verstaan de officiële valuta van een rechtsgebied, uitgegeven door een rechtsgebied of een door een rechtsgebied aangewezen centrale bank of monetaire autoriteit, vertegenwoordigd door fysieke bankbiljetten of munten of door geld in verschillende digitale vormen, waaronder bankreserves, commercieel bankgeld, elektronische geldproducten en digitale centralebankmunten.

12.    Onder “digitale centralebankmunt ” wordt verstaan elke digitale fiduciaire valuta die door een centrale bank of een andere monetaire autoriteit wordt uitgegeven.

13.    Onder “cryptoactief” wordt verstaan cryptoactief zoals gedefinieerd in Verordening XXX.

14.    Onder “te rapporteren cryptoactief” wordt verstaan elk cryptoactief anders dan een digitale centralebankmunt, elektronisch geld, electronic money token of een cryptoactief waarvoor de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten afdoende heeft vastgesteld dat het niet kan worden gebruikt voor betalings- of beleggingsdoeleinden.

15.    Onder “wisseltransactie” wordt verstaan:

(a)ruil tussen te rapporteren cryptoactiva en fiduciaire valuta;

(b)ruil tussen een of meer vormen van te rapporteren cryptoactiva.;

(c)onderdeel B, punt 1, a), wordt vervangen door:

“ 1.    Onder “niet-rapporterende financiële instelling” wordt verstaan een financiële instelling die:

(a)een overheidsinstantie is, een internationale organisatie of een centrale bank, anders dan: 

i)met betrekking tot een betaling die is afgeleid van een verplichting in het kader van een commerciële financiële activiteit van een soort die wordt uitgeoefend door een omschreven verzekeringsmaatschappij, een bewaarinstelling of een instelling die deposito’s neemt, of

ii)met betrekking tot de activiteit van het aanhouden van digitale centralebankmunten voor rekeninghouders die geen financiële instelling, overheidsinstantie, internationale organisatie of centrale bank zijn.”;

(d)onderdeel C, punt 2), wordt vervangen door:

“2.    De term “depositorekening” omvat elke bedrijfsrekening, betaalrekening, spaarrekening, termijnrekening of spaarrekening bij een spaar- of nutsbank of een rekening waarvoor een depositobewijs, een stortingsbewijs, een beleggingscertificaat of een schuldbewijs is voorgelegd of een ander daarmee vergelijkbaar instrument aangehouden door een instelling die deposito’s neemt. Onder een depositorekening wordt voorts verstaan:

(a)een bedrag aangehouden door een verzekeringsmaatschappij uit hoofde van een contract dat terugbetaling van de hoofdsom garandeert of een vergelijkbare overeenkomst voor het betalen of ontvangen van interest over dat bedrag;

(b)een rekening of notionele rekening waarop al het elektronisch geld of alle e-money-tokens ten behoeve van een klant worden aangehouden; en

(c)een rekening die een of meer digitale centralebankmunten houdt ten behoeve van een klant.”;

(e)in onderdeel C worden punten 9 en 10 vervangen door:

“9.    Onder “bestaande rekening” wordt verstaan:

(a)een financiële rekening per 31 december 2015 aangehouden door een rapporterende financiële instelling of, indien de rekening als een financiële rekening wordt behandeld uitsluitend op grond van de wijzigingen van Richtlijn 2011/16/EU, per 1 januari 2024;

(b)een financiële rekening van een rekeninghouder, ongeacht de datum waarop de financiële rekening is geopend, indien:

i)de rekeninghouder tevens bij de rapporterende financiële instelling (of bij een gelieerde entiteit in dezelfde lidstaat als de rapporterende financiële instelling) houder is van een financiële rekening die een bestaande rekening is krachtens onderdeel C, punt 9, a);

ii)de rapporterende financiële instelling (en, voor zover van toepassing, de gelieerde entiteit in dezelfde lidstaat als de rapporterende financiële instelling) beide eerder genoemde financiële rekeningen, en andere financiële rekeningen van de rekeninghouder die worden behandeld als bestaande rekeningen uit hoofde van punt b), behandelt als één enkele financiële rekening om te voldoen aan de normen van kennisvereisten in onderdeel A van deel VII, en met het oog op de bepaling van het saldo of de waarde van elk van de financiële rekeningen bij de toepassing van een van de rekeningdrempels;

iii)met betrekking tot een financiële rekening die onderworpen is aan de AML/KYC-procedures, de rapporterende financiële instelling aan dergelijke AML/KYC-procedures voor de financiële rekening kan voldoen door te vertrouwen op de AML/KYC-procedures die zijn gevolgd voor de bestaande rekening, omschreven in onderdeel C, punt 9, a), en

iv)de rekeninghouder voor het openen van de financiële rekening geen nieuwe, aanvullende of gewijzigde klantinformatie hoeft te verstrekken, naast de voor de toepassing van deze richtlijn vereiste informatie.

10.    Onder “nieuwe rekening” wordt verstaan een financiële rekening, aangehouden door een rapporterende financiële instelling, geopend op of na 1 januari 2016 of, indien de rekening als een financiële rekening wordt behandeld uitsluitend op grond van de wijzigingen van Richtlijn 2011/16/EU, op of na 1 januari 2024.”;

(f)aan punt 17, e), wordt het volgende punt toegevoegd:

“v)een oprichting of kapitaalverhoging van een onderneming, mits de rekening aan de volgende vereisten voldoet:

de rekening wordt uitsluitend gebruikt voor de storting van kapitaal dat moet worden gebruikt voor de oprichting of kapitaalverhoging van een onderneming, zoals bij wet is voorgeschreven;

alle op de rekening aangehouden bedragen worden geblokkeerd totdat de rapporterende financiële instelling een onafhankelijke bevestiging van de oprichting of kapitaalverhoging verkrijgt;

de rekening wordt afgesloten of omgezet in een rekening op naam van de onderneming na de oprichting of kapitaalverhoging;

alle terugbetalingen als gevolg van een mislukte oprichting of kapitaalverhoging, ongerekend vergoedingen van de dienstverlener en soortgelijke vergoedingen, worden uitsluitend gedaan aan de personen die de bedragen ter beschikking hebben gesteld; en

de rekening is niet meer dan 12 maanden geleden geopend.”;

(g)aan onderdeel C, punt 17, wordt het volgende punt ee) toegevoegd:

“ee)    een depositorekening die al het elektronische geld en alle e-money-tokens, aangehouden ten behoeve van een klant, vertegenwoordigt, indien het voortschrijdend gemiddelde van het geaggregeerde eindedagsaldo of de geaggregeerde eindedagwaarde op de rekening voor een periode van 90 dagen gedurende enige periode van 90 opeenvolgende dagen het bedrag van 10 000 USD niet heeft overschreden op enige dag tijdens het kalenderjaar of een andere relevante rapportageperiode.”;

(h)onderdeel D, punt 2, wordt vervangen door:

“2.    Onder “te rapporteren persoon” wordt verstaan een persoon van een lidstaat, niet zijnde i) een entiteit waarvan de aandelen regelmatig worden verhandeld op een of meer erkende effectenbeurzen; ii) een entiteit die een gelieerde entiteit is van een entiteit omschreven in i), iii) een overheidsinstantie, iv) een internationale organisatie, v) een centrale bank, of vi) een financiële instelling.”;

(i)aan onderdeel E wordt het volgende punt 7 toegevoegd:

“7.    Onder “identificatiedienst” wordt verstaan een elektronisch proces dat door een lidstaat kosteloos ter beschikking wordt gesteld van een rapporterende financiële instelling met het oog op de vaststelling van de identiteit en de fiscale woonplaats van een rekeninghouder of uiteindelijk belanghebbende.”;

(4)aan deel IX wordt de volgende alinea toegevoegd:

“De in punt 2 van deze alinea bedoelde registers blijven niet langer beschikbaar dan nodig is, maar in geen geval korter dan vijf jaar om de doelstellingen van deze richtlijn te verwezenlijken”;

(5)het volgende deel XI wordt toegevoegd:

“Deel XI

Overgangsmaatregelen

Op grond van onderdeel A, punt 1, b), en onderdeel A, punt 6, a), van deel I, hoeven met betrekking tot elke te rapporteren rekening die per 1 januari 2024 door een rapporterende financiële instelling wordt aangehouden en voor rapportageperioden die eindigen op het tweede kalenderjaar volgend op die datum, inlichtingen met betrekking tot de rol(len) krachtens welke elke te rapporteren persoon een uiteindelijk belanghebbende of houder van een aandelenbelang van de entiteit is, uitsluitend te worden gerapporteerd indien dergelijke inlichtingen beschikbaar zijn in de elektronisch doorzoekbare gegevens die door de rapporterende financiële instelling worden beheerd.”

BIJLAGE II

Bijlage V wordt als volgt gewijzigd:

(1)aan deel I, onderdeel C, wordt de volgende alinea toegevoegd:

“10. “Identificatiedienst”: een elektronisch proces dat door een lidstaat kosteloos ter beschikking wordt gesteld van een rapporterende platformexploitant met het oog op de vaststelling van de identiteit en de fiscale woonplaats van een verkoper.”;

(2)in deel II wordt onderdeel B, punt 3, vervangen door:

“3. Niettegenstaande het bepaalde in onderdeel B, punten 1 en 2, is de rapporterende platformexploitant niet verplicht de inlichtingen als bedoeld in onderdeel B, punt 1, b) tot en met e), en in onderdeel B, punt 2, b) tot en met f), te verzamelen, indien hij zich baseert op een directe bevestiging van de identiteit en de woonplaats van de verkoper via een identificatiedienst die door een lidstaat of de Unie beschikbaar is gesteld om de identiteit en de fiscale woonplaats van de verkoper vast te stellen. Indien de rapporterende platformexploitant een beroep heeft gedaan op een identificatiedienst om de identiteit en fiscale woonplaats van een te rapporteren verkoper vast te stellen, zijn de naam, de identificatiecode van de identificatiedienst en de lidstaat van afgifte vereist;”

(3)in deel IV wordt de aanhef van onderdeel F, punt 5, vervangen door:

“5. De lidstaat van unieke registratie verwijdert een rapporterende platformexploitant uit het centraal register in de volgende gevallen:”

BIJLAGE III

“BIJLAGE VI

DUE DILIGENCE-PROCEDURES, RAPPORTAGEVERPLICHTINGEN EN ANDERE REGELS VOOR RAPPORTERENDE AANBIEDERS VAN CRYPTOACTIVADIENSTEN

Deze bijlage bevat de due diligence-procedures, de rapportageverplichtingen en andere regels die rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten moeten toepassen teneinde de lidstaten in staat te stellen de in artikel 8 bis quinquies van deze richtlijn bedoelde inlichtingen via automatische uitwisseling te verstrekken.

Voorts bevat deze bijlage de regels en administratieve procedures die de lidstaten met het oog op de doeltreffende uitvoering en naleving van de in deze bijlage vervatte due diligence-procedures en rapportageverplichtingen moeten invoeren.

DEEL I

VERPLICHTINGEN VOOR RAPPORTERENDE AANBIEDERS VAN CRYPTOACTIVADIENSTEN

A. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten als omschreven in deel IV, onderdeel B, punt 3), is in een lidstaat onderworpen aan de due diligence- en rapportageverplichtingen in de delen II en III, indien hij:

1.een entiteit is die op grond van Verordening XX een vergunning heeft gekregen;

2.een entiteit of een natuurlijke persoon is die fiscaal ingezetene van een lidstaat is;

3.een entiteit is die a) is opgericht of georganiseerd naar het recht van een lidstaat en b) rechtspersoonlijkheid heeft in een lidstaat of verplicht is belastingaangiften te doen of aangiften met fiscale informatie in te dienen bij de belastingautoriteiten van een lidstaat met betrekking tot de inkomsten van de entiteit;

4.een entiteit is die wordt beheerd vanuit een lidstaat, of

5.een entiteit of natuurlijke persoon is die een vaste bedrijfszetel in een lidstaat heeft en geen gekwalificeerde rapporterende niet-Unie-aanbieder van cryptoactivadiensten is, of

6.een entiteit of natuurlijke persoon is die fiscaal ingezetene van een niet-Unierechtsgebied is.

B. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten is in een lidstaat onderworpen aan de due diligence- en rapportageverplichtingen in de delen II en III overeenkomstig onderdeel A met betrekking tot de te rapporteren transacties die zijn uitgevoerd via een bijkantoor dat in een lidstaat is gevestigd.

C. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die een entiteit is, is niet verplicht de due diligence-en rapportageverplichtingen van de delen II en III te vervullen in een lidstaat waaraan hij krachtens onderdeel A, punten 3, 4, of 5, is onderworpen, indien die verplichtingen door een dergelijke rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten in een andere lidstaat worden vervuld omdat hij zijn fiscale woonplaats in die lidstaat heeft.

D. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die een entiteit is, is niet verplicht de due diligence- en rapportageverplichtingen van de delen II en III te vervullen in een lidstaat waaraan hij krachtens onderdeel A, punt 4 of punt 5, is onderworpen, indien die verplichtingen door een dergelijke rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten in een andere lidstaat worden vervuld omdat het een entiteit betreft die a) naar het recht van die lidstaat is opgericht of georganiseerd en b) rechtspersoonlijkheid heeft in de andere lidstaat of verplicht is belastingaangiften te doen of aangiften met fiscale informatie in te dienen bij de belastingautoriteiten van de andere lidstaat met betrekking tot de inkomsten van de entiteit.

E. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die een entiteit is, is niet verplicht de due diligence-en rapportageverplichtingen van de delen II en III te vervullen in een lidstaat waaraan hij krachtens onderdeel A, punt 5, is onderworpen, indien die verplichtingen door een dergelijke rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten in een andere lidstaat worden vervuld omdat hij vanuit die lidstaat wordt beheerd.

F. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die een entiteit is, is niet verplicht de due diligence-en rapportageverplichtingen van de delen II en III te vervullen in een lidstaat waaraan hij krachtens onderdeel A, punt 6, is onderworpen, indien die verplichtingen door een dergelijke rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten in een ander gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied worden vervuld omdat hij vanuit dat gekwalificeerde niet-Unierechtsgebied wordt beheerd.

G. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die een natuurlijke persoon is, is niet verplicht de due diligence-en rapportageverplichtingen van de delen II en III te vervullen in een lidstaat waaraan hij krachtens onderdeel A, punt 5, is onderworpen, indien die verplichtingen door een dergelijke rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten in een andere lidstaat worden vervuld omdat hij zijn fiscale woonplaats in die lidstaat heeft.

H. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die een natuurlijke persoon is, is niet verplicht de due diligence-en rapportageverplichtingen van de delen II en III te vervullen in een lidstaat waaraan hij krachtens onderdeel A, punt 6, is onderworpen, indien die verplichtingen door een dergelijke rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten in een ander gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied worden vervuld omdat hij zijn fiscale woonplaats in dat gekwalificeerde niet-Unierechtsgebied heeft.

I. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten is niet verplicht de due diligence- en rapportageverplichtingen van de delen II en III te vervullen in een lidstaat met betrekking tot te rapporteren transacties die hij via een bijkantoor in een andere lidstaat uitvoert, indien die verplichtingen door een dergelijk bijkantoor in die lidstaat worden vervuld.

J. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten is niet verplicht de due diligence- en rapportageverplichtingen van de delen II en III te vervullen in een lidstaat waaraan hij krachtens onderdeel A punt 2, 3, 4, 5 of 6 is onderworpen, indien hij bij een lidstaat een kennisgeving heeft ingediend in een door een lidstaat gespecificeerd formaat waarin hij bevestigt dat dergelijke verplichtingen door een dergelijke rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten worden vervuld volgens de regels van een andere lidstaat op grond van criteria die in wezen vergelijkbaar zijn met onderdeel A, respectievelijk punt 2, 3, 4, 5 of 6.

K. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten is niet verplicht de due diligence- en rapportageverplichtingen van de delen II en III te vervullen in een lidstaat waaraan hij krachtens onderdeel A, punt 1, is onderworpen, indien hij bij een lidstaat een kennisgeving heeft ingediend in een door een lidstaat gespecificeerd formaat waarin hij bevestigt dat dergelijke verplichtingen door een dergelijke rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten worden vervuld volgens de regels van een van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten krachtens een overeenstemmend besluit overeenkomstig artikel 8 bis quinquies, lid 11.

DEEL II

RAPPORTAGEVERPLICHTINGEN

A. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten in de zin van onderdeel A van deel I rapporteert de in onderdeel B van dit deel bedoelde inlichtingen uiterlijk op 31 januari van het jaar volgend op het desbetreffende kalenderjaar of een andere relevante rapportageperiode van de te rapporteren transactie aan de bevoegde autoriteit van de lidstaat van zijn vergunning, fiscale woonplaats of registratie.

B. Voor elk desbetreffende kalenderjaar of elke andere relevante rapportageperiode, en met inachtneming van de verplichtingen van de rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten in deel I en de due diligence-procedures in deel III, rapporteert een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten de volgende inlichtingen met betrekking tot zijn gebruikers van cryptoactiva die te rapporteren gebruikers zijn of die uiteindelijk belanghebbenden hebben die te rapporteren personen zijn:

1.de naam, het adres, de lidstaat/lidstaten van verblijf, het fiscaal identificatienummer/ de fiscale identificatienummers en, in het geval van een natuurlijke persoon, geboortedatum en -plaats van elke te rapporteren gebruiker en, in het geval van een entiteit waarvan, na toepassing van de due diligence-procedures in deel III, wordt vastgesteld dat zij één of meer uiteindelijk belanghebbenden heeft die een te rapporteren persoon is, de naam, het adres, de lidstaat/lidstaten van verblijf en het fiscaal identificatienummer/ de fiscale identificatienummers van de entiteit en de naam, het adres, de lidstaat/lidstaten van verblijf, het fiscaal identificatienummer/ de fiscale identificatienummers en de geboortedatum en geboorteplaats van elke te rapporteren persoon, alsmede de rol(len) op grond waarvan elke te rapporteren persoon een uiteindelijk belanghebbende van de entiteit is;

2.de naam, het adres, het fiscaal identificatienummer en, indien beschikbaar, het individuele identificatienummer en de mondiale identificatiecode voor juridische entiteiten van de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten;

3.voor elk te rapporteren cryptoactief ten aanzien waarvan hij gedurende het desbetreffende kalenderjaar of een andere relevante rapportageperiode te rapporteren transacties heeft uitgevoerd, indien van toepassing:

(a)de volledige naam van het soort te rapporteren cryptoactief;

(b)het totale brutobedrag dat is betaald, het totale aantal eenheden en het aantal te rapporteren transacties met betrekking tot aankopen tegen fiduciaire valuta;

(c)het totale brutobedrag dat is ontvangen, het totale aantal eenheden en het aantal te rapporteren transacties met betrekking tot verkopen tegen fiduciaire valuta;

(d)de totale reële marktwaarde, het totale aantal eenheden en het aantal te rapporteren transacties met betrekking tot aankopen tegen andere te rapporteren cryptoactiva;

(e)de totale reële marktwaarde, het totale aantal eenheden en het aantal te rapporteren transacties met betrekking tot verkopen tegen andere te rapporteren cryptoactiva;

(f)de totale reële marktwaarde, het totale aantal eenheden en het aantal te rapporteren retailbetalingstransacties;

(g)de totale reële marktwaarde, het totale aantal eenheden en het aantal te rapporteren transacties, en onderverdeeld naar soort overdracht indien bekend bij de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten, met betrekking tot overdrachten aan de te rapporteren gebruiker die niet onder onderdeel A, punt 3, b) en d), vallen;

(h)de totale reële marktwaarde, het totale aantal eenheden en het aantal te rapporteren transacties, en onderverdeeld naar soort overdracht indien bekend bij de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten, met betrekking tot overdrachten door de te rapporteren gebruiker die niet onder onderdeel A, punt 3, c), e) en f), vallen; en

(i)de totale reële marktwaarde en het totale aantal eenheden van overdrachten die door de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten naar distributed ledger-adressen zijn uitgevoerd, waarvan niet bekend is dat zij verbonden zijn met een aanbieder van virtueleactivadiensten of een financiële instelling.

Voor de toepassing van onderdeel B, punt 3, b) en c), wordt het betaalde of ontvangen bedrag gerapporteerd in de fiduciaire valuta waarin het is betaald of ontvangen. Indien de bedragen in meerdere fiduciaire valuta zijn betaald of ontvangen, worden de bedragen gerapporteerd in één valuta, die op het tijdstip van elke te rapporteren transactie wordt omgerekend op een wijze die consequent wordt toegepast door de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten.

Voor de toepassing van onderdeel B, punt 3, d) tot en met i), wordt de reële marktwaarde bepaald en gerapporteerd in één valuta, die op het tijdstip van elke te rapporteren transactie wordt gewaardeerd op een wijze die consequent wordt toegepast door de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten.

In de gerapporteerde inlichtingen wordt vermeld in welke fiduciaire valuta elk bedrag is gerapporteerd.

C. De in punt 3 genoemde inlichtingen worden uiterlijk op 31 januari van het kalenderjaar volgend op het jaar waarop de inlichtingen betrekking hebben, gerapporteerd. De eerste inlichtingen worden gerapporteerd voor het desbetreffende kalenderjaar of een andere relevante rapportageperiode met ingang van 1 januari 2026.

D. Niettegenstaande het bepaalde in onderdeel C van dit deel is een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten in de zin van deel I, onderdeel A, punt 6, niet verplicht de in dit deel, onderdeel B, bedoelde inlichtingen te verstrekken met betrekking tot gekwalificeerde te rapporteren transacties die vallen onder een van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten, die reeds voorziet in de automatische uitwisseling van overeenkomstige inlichtingen met een lidstaat over te rapporteren gebruikers die ingezetene zijn van die lidstaat.

DEEL III

DUE DILIGENCE-PROCEDURES

Een gebruiker van cryptoactiva wordt behandeld als een te rapporteren gebruiker vanaf de datum waarop hij als zodanig is geïdentificeerd op grond van de in dit deel beschreven due diligence-procedures.

A. Due diligence-procedures voor gebruikers van cryptoactiva die een natuurlijke persoon zijn

De volgende procedures zijn van toepassing om te bepalen of een gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is, een te rapporteren gebruiker is.

1.Bij het aanknopen van de relatie met de gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is, of met betrekking tot bestaande gebruikers van cryptoactiva die een natuurlijke persoon zijn uiterlijk 12 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn, verkrijgt de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten een eigen verklaring op basis waarvan de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten de fiscale woonplaats(en) van de gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is, kan bepalen en de redelijkheid van een dergelijke eigen verklaring kan bevestigen op basis van de door de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten verkregen inlichtingen, met inbegrip van alle documentatie die is verzameld in het kader van due diligence-procedures voor klanten.

2.Indien zich op enig moment een verandering voordoet in de omstandigheden met betrekking tot een gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is waardoor de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten weet of redenen heeft om te weten dat de oorspronkelijke eigen verklaring onjuist of onbetrouwbaar is, kan de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten zich niet beroepen op de oorspronkelijke eigen verklaring en moet hij een geldige eigen verklaring of een redelijke verklaring en, in voorkomend geval, documentatie ter staving van de geldigheid van de oorspronkelijke eigen verklaring verkrijgen.

B. Due diligence-procedures voor gebruikers van cryptoactiva die een entiteit zijn

De volgende procedures zijn van toepassing om te bepalen of een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, een te rapporteren gebruiker is of een entiteit die geen uitgesloten persoon of een actieve entiteit is, met een of meer uiteindelijk belanghebbenden die een te rapporteren persoon zijn.

1.Vaststellen of de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, een te rapporteren persoon is.

(a)Bij het aanknopen van de relatie met de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, of met betrekking tot bestaande gebruikers van cryptoactiva die een entiteit zijn uiterlijk 12 maanden na de inwerkingtreding van deze richtlijn, verkrijgt de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten een eigen verklaring op basis waarvan de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten de fiscale woonplaats(en) van de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, kan bepalen en de redelijkheid van een dergelijke eigen verklaring kan bevestigen op basis van de door de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten verkregen inlichtingen, met inbegrip van alle documentatie die is verzameld in het kader van due diligence-procedures voor klanten. Indien de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, verklaart dat hij geen fiscale woonplaats heeft, kan de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten zich baseren op de plaats van werkelijke leiding of het adres van het hoofdkantoor om de woonplaats van de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, te bepalen.

(b)Indien uit de eigen verklaring blijkt dat de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, een ingezetene van een lidstaat is, behandelt de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, als een te rapporteren gebruiker, tenzij hij redelijkerwijs op basis van de eigen verklaring of op basis van inlichtingen waarover hij beschikt of die openbaar beschikbaar zijn, vaststelt dat de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, een uitgesloten persoon is.

2.Vaststellen of de entiteit een of meer uiteindelijk belanghebbenden heeft die te rapporteren personen zijn. Met betrekking tot een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, die geen uitgesloten persoon is, bepaalt de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten of deze een of meer uiteindelijk belanghebbenden heeft die te rapporteren personen zijn, tenzij hij op basis van een eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, vaststelt dat de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, een actieve entiteit is.

(a)Vaststelling van de uiteindelijk belanghebbenden van de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is. Bij de bepaling van de uiteindelijk belanghebbenden van de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, kan een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten zich baseren op de inlichtingen die zijn verzameld en worden bijgehouden op grond van de due diligence-procedures voor klanten, op voorwaarde dat dergelijke procedures stroken met Richtlijn (EU) 2015/849. Indien de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten niet wettelijk verplicht is due diligence-procedures voor klanten toe te passen die stroken met Richtlijn (EU) 2015/849, past hij voor het bepalen van de uiteindelijk belanghebbenden in wezen soortgelijke procedures toe.

(b)Vaststelling of de uiteindelijk belanghebbende van een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, een te rapporteren persoon is. Voor de vaststelling of een uiteindelijk belanghebbende een te rapporteren persoon is, baseert een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten zich op een eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, of een dergelijke uiteindelijk belanghebbende op basis waarvan de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten de fiscale woonplaats(en) van de uiteindelijk belanghebbende kan bepalen en de redelijkheid van een dergelijke eigen verklaring kan bevestigen op basis van de door de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten verkregen inlichtingen, met inbegrip van alle documentatie die is verzameld in het kader van due diligence-procedures voor klanten.

3.Indien zich op enig moment een verandering voordoet in de omstandigheden met betrekking tot een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is waardoor de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten weet of redenen heeft om te weten dat de oorspronkelijke eigen verklaring onjuist of onbetrouwbaar is, kan de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten zich niet beroepen op de oorspronkelijke eigen verklaring en moet hij een geldige eigen verklaring of een redelijke verklaring en, in voorkomend geval, documentatie ter staving van de geldigheid van de oorspronkelijke eigen verklaring verkrijgen.

C. Eisen voor de geldigheid van eigen verklaringen

1.Een eigen verklaring die door een gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is of uiteindelijk belanghebbende wordt verstrekt, is alleen geldig als zij door de gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is of de uiteindelijk belanghebbende is ondertekend of anderszins positief is bevestigd, uiterlijk op de datum van ontvangst is gedateerd en de volgende inlichtingen bevat over de gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is of de uiteindelijk belanghebbende:

(a)voor- en achternaam,

(b)woonadres,

(c)lidstaat/lidstaten van woonplaats voor fiscale doeleinden,

(d)voor elke te rapporteren persoon, het fiscale identificatienummer voor elke lidstaat,

(e)geboortedatum.

2.Een eigen verklaring die wordt verstrekt door een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, is alleen geldig als zij door de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, is ondertekend of anderszins positief is bevestigd, uiterlijk op de datum van ontvangst is gedateerd en de volgende inlichtingen bevat over de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is:

(a)juridische naam;

(b)adres;

(c)lidstaat/lidstaten van woonplaats voor fiscale doeleinden; 

(d)voor elke te rapporteren persoon, het fiscale identificatienummer voor elke lidstaat;

(e)in het geval van een andere gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is dan een actieve entiteit of een uitgesloten persoon, de in onderdeel C, punt 1, beschreven inlichtingen met betrekking tot elke uiteindelijk belanghebbende van de gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, alsmede de rol(len) op grond waarvan elke te rapporteren gebruiker een uiteindelijk belanghebbende van de entiteit is, indien dit niet reeds is vastgesteld op basis van due diligence-procedures voor klanten;

(f)indien van toepassing, inlichtingen over de criteria waaraan hij voldoet om als actieve entiteit of als uitgesloten persoon te worden behandeld.

3.Niettegenstaande onderdeel C, punten 1 en 2, is de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten niet verplicht de in onderdeel C, punt 1, b) tot en met e), en onderdeel C, punt 2, b) tot en met f), bedoelde inlichtingen te verzamelen wanneer hij gebruikmaakt van een eigen verklaring van de gebruiker van cryptoactiva via een door een lidstaat of de Unie ter beschikking gestelde identificatiedienst om de identiteit en de fiscale woonplaats van de gebruiker van cryptoactiva vast te stellen, indien de rapporterende platformexploitant een beroep heeft gedaan op een identificatiedienst om de identiteit en de fiscale woonplaats van een te rapporteren gebruiker van cryptoactivadiensten, de naam, de identificatiecode van de identificatiedienst en de lidstaat van afgifte vast te stellen.

D. Algemene due diligence-voorschriften

1.Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die voor de toepassing van deze richtlijn ook een financiële instelling is, kan zich beroepen op de krachtens de delen IV en VI van bijlage I bij deze richtlijn voltooide due diligence-procedures voor de due diligence-procedures uit hoofde van dit deel. Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten kan zich ook baseren op een eigen verklaring die reeds voor andere fiscale doeleinden is verzameld, mits die eigen verklaring voldoet aan de vereisten van onderdeel C van dit deel.

2.Een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten kan een beroep doen op een derde om de due diligence-verplichtingen van dit deel III te vervullen, maar die verplichtingen blijven de verantwoordelijkheid van de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten.

DEEL IV

DEFINITIES

De volgende termen hebben de hieronder uiteengezette betekenis:

A. Te rapporteren cryptoactief

1.“Cryptoactief”: cryptoactief zoals gedefinieerd in Verordening XXX.

2.“Digitale centralebankmunt”: elke digitale fiduciaire valuta die door een centrale bank of een andere monetaire autoriteit wordt uitgegeven.

3.“Centrale bank”: een instelling die bij wet of bij goedkeuring van de overheid de belangrijkste autoriteit is, naast de regering van het rechtsgebied zelf, die middelen uitgeeft die bedoeld zijn om te circuleren als geld. Een dergelijke instelling kan ook een instantie omvatten die los staat van de regering van het rechtsgebied en al dan niet geheel of gedeeltelijk tot het rechtsgebied behoort.

4.“Te rapporteren cryptoactief”: elk cryptoactief anders dan een digitale centralebankmunt, elektronisch geld, electronic money token of een cryptoactief waarvoor de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten afdoende heeft vastgesteld dat het niet kan worden gebruikt voor betalings- of beleggingsdoeleinden.

5.“Elektronisch geld” of “e-money”: elektronisch geld of e-money als gedefinieerd in Richtlijn 2009/110/EG. Voor de toepassing van deze richtlijn omvat de term “elektronisch geld” of “e-money” niet een product dat uitsluitend is gecreëerd om geldovermakingen van een klant naar een andere persoon overeenkomstig de instructies van de klant te vergemakkelijken. Een product wordt niet uitsluitend gecreëerd om geldovermakingen te vergemakkelijken indien, in het kader van de normale bedrijfsuitoefening van de overmakende entiteit, de met dat product verband houdende gelden langer dan 60 dagen na ontvangst van instructies ter vergemakkelijking van de overmaking worden aangehouden, of, indien er geen instructies worden ontvangen, de gelden in verband met dat product langer dan 60 dagen na ontvangst van de gelden worden aangehouden.

6.“Electronic money token” of “e-money-token”: electronic money token of e-money-token als gedefinieerd in Verordening XXX.

7.“Distributed ledger-technologie (DLT)”: distributed ledger-technologie of DLT als gedefinieerd in Verordening XXX.

B. Rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten

1.“Aanbieder van cryptoactivadiensten ”: aanbieder van cryptoactivadiensten zoals gedefinieerd in Verordening XXX.

2.“Exploitant van cryptoactiva ”: een andere verstrekker van cryptoactivadiensten dan een aanbieder van cryptoactivadiensten.

3.“Rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten”: elke aanbieder van cryptoactivadiensten en elke exploitant van cryptoactiva die een of meer cryptoactivadiensten verricht waarmee te rapporteren gebruikers een wisseltransactie kunnen voltooien en die geen gekwalificeerde rapporterende niet-Unie-aanbieder van cryptoactivadiensten is.

4.“Cryptoactivadiensten”: cryptoactivadiensten zoals gedefinieerd in Verordening XXX, met inbegrip van staking en leningen.

C. Te rapporteren transactie

1.“Te rapporteren transactie”:

(a)wisseltransactie en

(b)overdracht van te rapporteren cryptoactiva.

2.“Wisseltransactie”:

(a)ruil tussen te rapporteren cryptoactiva en fiduciaire valuta en

(b)ruil tussen een of meer te rapporteren cryptoactiva.

3.“Gekwalificeerde te rapporteren transactie”: alle te rapporteren transacties die vallen onder de automatische uitwisseling op grond van een van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten.

4.“Te rapporteren retailbetalingstransactie”: een overdracht van te rapporteren cryptoactiva als tegenprestatie voor goederen of diensten ter waarde van meer dan 50 000 EUR.

5.“Overdracht”: een transactie waarbij een te rapporteren cryptoactief wordt verplaatst van of naar een ander adres of rekening voor cryptoactiva van één gebruiker van cryptoactiva dan het adres dat of de rekening die door de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten namens dezelfde gebruiker van cryptoactiva wordt beheerd, waarbij de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten op basis van de kennis waarover de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten beschikt op het moment van de transactie, niet kan bepalen dat de transactie een wisseltransactie is.

6.“Fiduciaire valuta”: de officiële valuta van een rechtsgebied, uitgegeven door een rechtsgebied of een door een rechtsgebied aangewezen centrale bank of monetaire autoriteit, vertegenwoordigd door fysieke bankbiljetten of munten of door geld in verschillende digitale vormen, waaronder bankreserves of digitale centralebankmunten. De term omvat ook commercieel bankgeld en elektronische geldproducten (met inbegrip van elektronisch geld en e-money-token).

D. Te rapporteren gebruiker

1.“Te rapporteren gebruiker”: een gebruiker van cryptoactiva die een in een lidstaat woonachtige te rapporteren persoon is.

2.“Gebruiker van cryptoactiva”: een natuurlijke persoon of een entiteit die een klant is van een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten met het oog op het verrichten van te rapporteren transacties. Een natuurlijke persoon of entiteit, niet zijnde een financiële instelling of een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten, die als gebruiker van cryptoactiva ten behoeve of rekening van een andere natuurlijke persoon of entiteit optreedt als agent, bewaarnemer, gevolmachtigde, ondertekenaar, beleggingsadviseur of tussenpersoon, wordt niet behandeld als een gebruiker van cryptoactiva, en die andere natuurlijke persoon of entiteit wordt als de gebruiker van cryptoactiva behandeld. Wanneer een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten voor of namens een handelaar te rapporteren retailbetalingstransacties verricht, behandelt de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten de klant die de tegenpartij is van de handelaar voor dergelijke te rapporteren retailbetalingstransacties, ook als gebruiker van cryptoactiva met betrekking tot dergelijke te rapporteren retailbetalingstransacties, op voorwaarde dat de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten verplicht is de identiteit van een dergelijke klant te verifiëren in het kader van de te rapporteren retailbetalingstransactie uit hoofde van binnenlandse antiwitwasregels.

3.“Gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is”: een gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is.

4.“Bestaande gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is”: een gebruiker van cryptoactiva die een natuurlijke persoon is, die per 31 december 2025 een relatie met de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten heeft aangeknoopt.

5.“Gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is”: een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is.

6.“Bestaande gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is”: een gebruiker van cryptoactiva die een entiteit is, die per 31 december 2025 een relatie met de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten heeft aangeknoopt.

7.“Te rapporteren persoon”: een andere persoon van een lidstaat dan een uitgesloten persoon.

8.“Persoon van een lidstaat”: met betrekking tot elke lidstaat een entiteit of een natuurlijke persoon die een ingezetene is van een andere lidstaat onder de fiscale wetgeving van die andere lidstaat, of een nalatenschap van een erflater die een ingezetene was van een andere lidstaat. Voor dit doel wordt een entiteit zoals een samenwerkingsverband, een samenwerkingsverband met beperkte aansprakelijkheid of een soortgelijke juridische constructie zonder fiscale woonplaats, behandeld als een ingezetene van het rechtsgebied waar de plaats van de werkelijke leiding ervan is gelegen.

9.“Uiteindelijk belanghebbenden”: de natuurlijke personen die zeggenschap uitoefenen over een entiteit. In het geval van trusts worden hieronder verstaan de insteller(s) van een trust, de trustees, de eventuele protector(en), de begunstigde(n) of categorie(ën) begunstigden en eventuele andere natuurlijke personen die de uiteindelijke feitelijke zeggenschap uitoefenen over de trust en in het geval van andere juridische overeenkomsten dan een trust worden hieronder verstaan personen in dezelfde of een vergelijkbare positie. De term “uiteindelijk belanghebbenden” wordt uitgelegd op een wijze die strookt met het begrip “uiteindelijk begunstigde” zoals gedefinieerd in Richtlijn (EU) 2015/849 voor zover het aanbieders van cryptoactivadiensten betreft.

10.“Actieve entiteit”: een entiteit die voldoet aan een van de volgende criteria:

(a)minder dan 50 % van de bruto-inkomsten van de entiteit in het voorgaande kalenderjaar of een andere relevante rapportageperiode bestaat uit passieve inkomsten en minder dan 50 % van de activa van de entiteit gedurende het voorgaande kalenderjaar of een andere relevante rapportageperiode bestaat uit activa die passieve inkomsten genereren of die worden aangehouden voor het genereren van passieve inkomsten;

(b)een substantieel deel van de activiteiten van de entiteit bestaat uit het (geheel of gedeeltelijk) aanhouden van de geplaatste aandelen van, of het verschaffen van financiering en diensten aan, een of meer dochterondernemingen die betrokken zijn bij handels- of bedrijfsactiviteiten anders dan die van een financiële instelling, met dien verstande dat een entiteit niet in aanmerking komt voor deze status indien de entiteit fungeert als een beleggingsfonds (of zich als zodanig presenteert), zoals een private equity-fonds, durfkapitaalfonds, een fonds voor de financiering van leveraged buyouts of een beleggingsvehikel met het doel ondernemingen te verwerven of te financieren en bij wijze van belegging daarin vervolgens belangen aan te houden als vermogensbestanddelen;

(c)de entiteit oefent nog geen bedrijfsactiviteiten uit en heeft dat ook in het verleden niet gedaan, maar investeert vermogen in activa teneinde bedrijfsactiviteiten uit te oefenen anders dan die van een financiële instelling, op voorwaarde dat de entiteit 24 maanden na de datum van haar oprichting niet in aanmerking komt voor deze uitzondering;

(d)de entiteit was gedurende de voorgaande vijf jaar geen financiële instelling en is bezig met de liquidatie van haar activa of met een reorganisatie teneinde de activiteiten voort te zetten of te hervatten, niet zijnde die van een financiële instelling;

(e)de entiteit is voornamelijk betrokken bij financierings- en hedgingtransacties met of voor gelieerde entiteiten die geen financiële instellingen zijn en verschaft geen financiering of hedgingdiensten aan een entiteit die geen gelieerde entiteit is, mits de groep van dergelijke gelieerde entiteiten voornamelijk betrokken is bij bedrijfsactiviteiten anders dan die van een financiële instelling, of

(f)de entiteit voldoet aan alle volgende vereisten:

i)zij is opgericht in het rechtsgebied waarvan zij een ingezetene is en wordt aldaar uitsluitend geëxploiteerd voor religieuze, charitatieve, wetenschappelijke, artistieke, culturele, sportieve of educatieve doeleinden, of zij is opgericht in het rechtsgebied waarvan zij een ingezetene is en wordt aldaar geëxploiteerd als een professionele organisatie, bedrijfsvereniging, kamer van koophandel, arbeidsorganisatie, land- of tuinbouworganisatie, burgerorganisatie of als een organisatie uitsluitend ter bevordering van het sociale welzijn;

ii)zij is in het rechtsgebied waarvan zij een ingezetene is, vrijgesteld van inkomstenbelasting;

iii)zij heeft geen aandeelhouders of leden die als eigenaar of rechthebbende aanspraak kunnen maken op haar inkomsten of activa;

iv)de van toepassing zijnde wetgeving van het rechtsgebied waarvan de entiteit een ingezetene is of haar oprichtingsakten staan niet toe dat inkomsten of activa van de entiteit worden uitgedeeld aan of aangewend ten behoeve van een particulier of een niet-charitatieve entiteit anders dan in het kader van de charitatieve activiteiten van de entiteit of ter betaling van een redelijke vergoeding voor verleende diensten of als betaling die een waarde in het economische verkeer vertegenwoordigt voor activa die de entiteit heeft verworven, en

v)de van toepassing zijnde wetgeving van het rechtsgebied waarvan de entiteit een ingezetene is of haar oprichtingsakten vereisen dat bij liquidatie of opheffing van de entiteit al haar activa worden overgedragen aan een overheidsinstantie of een andere non-profitorganisatie of vervallen aan de overheid van het rechtsgebied waarvan de entiteit een ingezetene is of een staatkundig onderdeel daarvan.

E. Uitgesloten persoon

1.“Uitgesloten persoon”: a) een entiteit van wie de aandelen regelmatig worden verhandeld op één of meer erkende effectenbeurzen, b) een entiteit die een gelieerde entiteit is van een in a) beschreven entiteit, c) een overheidsinstantie, d) een internationale organisatie, e) een centrale bank of f) een financiële instelling anders dan een beleggingsentiteit omschreven in deel IV, onderdeel E, punt 5, b).

2.“Financiële instelling”: een bewaarinstelling, een instelling die deposito’s neemt, een beleggingsentiteit of een omschreven verzekeringsmaatschappij.

3.“Bewaarinstelling”: een entiteit die voor rekening van derden financiële activa in bewaring houdt als een wezenlijk deel van haar bedrijfsactiviteiten. Een instelling houdt financiële activa voor rekening van derden als wezenlijk deel van haar bedrijfsactiviteiten, wanneer haar bruto-inkomsten die verband houden met het houden van financiële activa en het verlenen van de bijbehorende financiële diensten gelijk is aan of groter is dan 20 % van de bruto-inkomsten van de entiteit gedurende: i) de periode van drie jaar die eindigt op 31 december (of de laatste dag van het boekjaar indien dat niet gelijkloopt met het kalenderjaar) voorafgaand aan het jaar waarin de vaststelling geschiedt, of ii) de bestaansperiode van de entiteit, indien deze korter is.

4.“Instelling die deposito’s neemt”: een entiteit die:

(a)opvorderbare gelden verkrijgt in het kader van de normale uitoefening van het bankbedrijf of een daarmee vergelijkbaar bedrijf, of

(b)gespecificeerde elektronische geldproducten of digitale centralebankmunten ten behoeve van klanten aanhoudt.

5.“Beleggingsentiteit”: een entiteit

(a)met als voornaamste bedrijfsactiviteit het voor of namens een klant uitvoeren van een of meer van de volgende activiteiten of transacties:

i)handel in geldmarktinstrumenten (cheques, wissels, depositobewijzen, derivaten, etc.), vreemde valuta’s; wisselkoersen, rentepercentage- en indexinstrumenten, overdraagbare effecten; of goederentermijnhandel;

ii)beheren van een individueel vermogen en collectief portefeuillebeheer, of

iii)andere vormen van het beleggen, administreren of beheren van financiële activa, van geld of te rapporteren cryptoactiva ten behoeve van derden, of

(b)met een bruto-inkomen dat hoofdzakelijk is toe te rekenen aan beleggen, herbeleggen of handel in financiële activa of te rapporteren cryptoactiva, indien de entiteit wordt beheerd door een andere entiteit die een instelling is die deposito’s neemt, een bewaarinstelling, een omschreven verzekeringsmaatschappij of een beleggingsentiteit omschreven in onderdeel E, punt 5, a).

Een entiteit wordt gezien als een entiteit met als bedrijfsactiviteit voornamelijk het uitvoeren van een of meer van de in onderdeel E, punt 5, a), omschreven activiteiten, of haar bruto-inkomen is hoofdzakelijk toe te rekenen aan beleggen, herbeleggen of handel in financiële activa of te rapporteren cryptoactiva voor de in onderdeel E, punt 5, b), bedoelde doelen, als de bruto-inkomsten van de entiteit die verband houden met deze activiteiten, gelijk zijn aan of groter zijn dan 50 % van de bruto-inkomsten van de entiteit gedurende: i) de periode van drie jaar die eindigt op 31 december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de vaststelling geschiedt, of ii) de bestaansperiode van de entiteit, indien deze korter is. Voor de toepassing van onderdeel E, punt 5, a), iii), omvat de term “andere vormen van het beleggen, administreren of beheren van financiële activa, geld of te rapporteren cryptoactiva ten behoeve van derden” niet het verrichten van wisseltransacties voor of namens klanten. De term “beleggingsentiteit” heeft niet betrekking op een entiteit die een actieve entiteit is omdat zij voldoet aan een van de criteria vermeld in onderdeel D, punt 11, b) tot en met e).

Deze paragraaf wordt uitgelegd op een wijze die verenigbaar is met de gelijkwaardige bewoordingen vervat in de definitie van “financiële instelling” in Richtlijn (EU) 2015/849.

6.“Omschreven verzekeringsmaatschappij”: een entiteit die een verzekeringsmaatschappij is (of de houdstermaatschappij van een verzekeringsmaatschappij) die een kapitaalverzekering of lijfrenteverzekering aanbiedt of verplicht is tot het betalen van uitkeringen uit hoofde van een kapitaalverzekering of lijfrenteverzekering.

7.“Overheidsinstantie”: de regering van een rechtsgebied, een staatkundig onderdeel van een rechtsgebied (voor alle duidelijkheid, met inbegrip van een staat, provincie, district of gemeente), of een agentschap of instantie van een rechtsgebied of van een of meer van de voorgaande overheidsinstanties dat/die volledig daartoe behoort/behoren. Deze categorie bestaat uit de integrale delen, entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend, en de staatkundige onderdelen van een rechtsgebied.

(a)Een “integraal deel” van een rechtsgebied: elke persoon, organisatie, agentschap, bureau, fonds, instantie of een ander lichaam, ongeacht de benaming, die/dat een bestuursautoriteit van een rechtsgebied vormt. De netto-inkomsten van de bestuursautoriteit moeten worden gecrediteerd naar de eigen rekening of naar andere rekeningen van het rechtsgebied, zonder dat er een deel ten goede komt van een particulier. Een integraal deel omvat niet een natuurlijke persoon die een staatshoofd, ambtenaar of bestuurder is, handelend als privépersoon of op persoonlijke titel.

(b)Een entiteit waarover zeggenschap wordt uitgeoefend, is een entiteit die formeel apart staat van het rechtsgebied, of die anderszins een afzonderlijke juridische entiteit vormt, op voorwaarde dat:

i)de entiteit volledig behoort tot en volledig onder de zeggenschap staat van een of meer overheidsinstanties, rechtstreeks of via één of meer entiteiten waarover zeggenschap wordt uitgeoefend;

ii)de netto-inkomsten van de entiteit worden gecrediteerd naar de eigen rekening of de rekeningen van een of meer overheidsinstanties, zonder dat een deel ervan ten goede komt aan een particulier, en

iii)de activa van de entiteit bij ontbinding toekomen aan een of meer overheidsinstanties.

(c)Inkomsten komen niet ten goede van particulieren als deze personen de beoogde begunstigden zijn van een overheidsprogramma, en de programma-activiteiten voor het grote publiek worden uitgevoerd met betrekking tot het gemeenschappelijke welzijn of betrekking hebben op de administratie van een fase van de overheid. Niettegenstaande het voorgaande worden inkomsten evenwel geacht ten goede te komen van particulieren als de inkomsten voortkomen uit het gebruik van een overheidsinstantie voor het voeren van een commercieel bedrijf, zoals commerciële bankactiviteiten, dat financiële diensten verleent aan particulieren.

8.“Internationale organisatie”: iedere internationale organisatie of een agentschap of instantie daarvan dat/die daar volledig toe behoort. Tot deze categorie behoort iedere intergouvernementele organisatie (en ook een supranationale organisatie): a) die voornamelijk bestaat uit regeringen, b) die een van kracht zijnde hoofdzetelovereenkomst of in wezen soortgelijke overeenkomst heeft met het rechtsgebied en c) waarvan de inkomsten niet ten goede komen van particulieren.

9.“Financiële activa”: effecten (bijvoorbeeld een aandeel in een vennootschap; partnerschap of uiteindelijk belang in een breed opgezet of een beursgenoteerd samenwerkingsverband of een trust; waardepapier, obligatie, schuldbewijs of andere bewijzen van schuldenlast), partnerschapsbelang, commodity, swap (bijvoorbeeld renteswaps, valutaswaps, basisswaps, interest rate caps, interest rate floors, commodity swaps, equity swaps, equity index swaps en soortgelijke overeenkomsten), verzekeringscontract of lijfrenteverzekering of enig belang (inclusief een termijncontract of optie) in een zekerheid, te rapporteren cryptoactief, partnerschapsbelang, commodity, swap, verzekeringscontract of lijfrenteverzekering. De term “financiële activa” omvat niet een direct belang, buiten de vreemdvermogenssfeer, in een onroerend goed.

10.“Aandelenbelang”: in het geval van een samenwerkingsverband dat een financiële instelling is, een kapitaalbelang of een winstaandeel in het samenwerkingsverband. In het geval van een trust die een financiële instelling is, wordt een aandelenbelang geacht te worden aangehouden door degene die optreedt als insteller of begunstigde van de volledige trust of een deel ervan of door een derde natuurlijke persoon die uiteindelijk de feitelijke zeggenschap uitoefent over de trust. Een te rapporteren persoon wordt behandeld als begunstigde van een trust indien de te rapporteren persoon gerechtigd is rechtstreeks of middellijk (bijvoorbeeld via een vertegenwoordiger) een verplichte uitkering te ontvangen of rechtstreeks of middellijk een discretionaire uitkering kan ontvangen uit de trust.

11. “Verzekeringsovereenkomst”: een overeenkomst (anders dan een lijfrenteverzekering) uit hoofde waarvan de uitgevende instantie zich verplicht een bedrag uit te keren indien zich een omschreven gebeurtenis voordoet aangaande overlijden, ziekte, ongeval, aansprakelijkheid of vermogensrisico’s.

12.“Lijfrenteverzekering”: een overeenkomst uit hoofde waarvan de uitgevende instantie zich verplicht uitkeringen te verstrekken gedurende een tijdvak dat geheel of gedeeltelijk wordt vastgesteld op basis van de levensverwachting van een of meer natuurlijke personen. De term omvat voorts een overeenkomst die in overeenstemming met de wet- of regelgeving of in de praktijk in het rechtsgebied waar de overeenkomst werd gesloten, wordt aangemerkt als lijfrenteverzekering en uit hoofde waarvan de uitgevende instantie zich verplicht gedurende een aantal jaren uitkeringen te verstrekken.

13.“Kapitaalverzekering”: een verzekeringsovereenkomst (anders dan een herverzekeringsovereenkomst gericht op schadeloosstelling tussen twee verzekeringsmaatschappijen) met een geldswaarde.

14.“Geldswaarde”: i) het bedrag waarop de houder van de polis aanspraak kan maken bij afkoop of beëindiging van de overeenkomst (vastgesteld zonder aftrek van een annuleringsvergoeding of polisbelening), of ii) het bedrag dat de polishouder kan lenen uit hoofde van of ter zake van de overeenkomst, indien dat groter is dan het eerste bedrag. Niettegenstaande het voorgaande is “geldswaarde” niet een bedrag dat verschuldigd is uit hoofde van een verzekeringspolis:

(a)uitsluitend wegens het overlijden van een persoon, verzekerd in het kader van een levensverzekeringsovereenkomst;

(b)als een invaliditeits-, ongevals- of ziekte-uitkering of een andere uitkering wegens economische verliezen door het optreden van de verzekerde gebeurtenis;

(c)als een teruggave aan de polishouder van een eerder betaalde premie (minus de kosten van verzekeringsheffingen al dan niet daadwerkelijk opgelegd) uit hoofde van een verzekeringspolis (anders dan een aan beleggingen gekoppelde levensverzekering of lijfrenteverzekering) vanwege opzegging of beëindiging van de polis, afname van het risico gedurende de looptijd van de polis, of voortvloeiend uit de correctie na de publicatie van onjuiste premies of soortgelijke fouten;

(d)als resultaatdeling voor polishouders (niet bij beëindiging) mits de resultaatdeling verband houdt met een verzekeringsovereenkomst volgens welke de enige betaalbare uitkeringen worden omschreven in onderdeel E, punt 14, b), of

(e)als een teruggave van een voorschotpremie of een vooruitbetaalde premie voor een verzekeringsovereenkomst waarvoor de premie op zijn minst jaarlijks betaalbaar is als het bedrag van het voorschot of de vooruitbetaling niet hoger is dan de volgende jaarlijkse premie die volgens de overeenkomst betaalbaar wordt.

F. Diversen

1.“Due diligence-procedures voor klanten”: due diligence-procedures voor klanten van een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten overeenkomstig Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU, zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018, of soortgelijke vereisten waaraan een dergelijke rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten is onderworpen.

2.“Entiteit”: een rechtspersoon of een juridische constructie, zoals een vennootschap, samenwerkingsverband, trust of stichting.

3.Een entiteit is een “gelieerde entiteit” van een andere entiteit indien een van de entiteiten de andere beheerst, of indien beide entiteiten onder een gemeenschappelijk zeggenschap vallen. Daartoe wordt onder zeggenschap mede verstaan de directe of indirecte eigendom van meer dan 50 % van het aantal stemmen en het vermogen in een entiteit.

4.“Bijkantoor”: een eenheid, bedrijf of kantoor van een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die/dat wordt behandeld als een bijkantoor krachtens de regelgeving van een rechtsgebied of die/dat anderszins onder de wetgeving van een rechtsgebied valt als gescheiden van andere kantoren, eenheden of bijkantoren van de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten. Alle eenheden, bedrijven of kantoren van een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten in één rechtsgebied worden als één bijkantoor behandeld.

5.“Van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten”: een overeenkomst tussen de bevoegde autoriteiten van een lidstaat en een niet-Unierechtsgebied, op grond waarvan de automatische uitwisseling plaatsvindt van inlichtingen die gelijkwaardig zijn aan die welke in deel II, onderdeel B, van deze bijlage zijn gespecificeerd, zoals bevestigd in een uitvoeringshandeling overeenkomstig artikel 8 bis quinquies, lid 11.

6.“Gekwalificeerde rapporterende niet-Unie-aanbieder van cryptoactivadiensten”: een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten waarvoor alle te rapporteren transacties ook gekwalificeerde te rapporteren transacties zijn en die fiscaal inwoner is van een gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied of, wanneer een dergelijke rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten geen fiscale woonplaats heeft in een gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied, aan een van de volgende voorwaarden voldoet:

(a)hij is opgericht in overeenstemming met de wetgeving van een gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied, of

(b)zijn plaats van leiding (inclusief de werkelijke leiding) bevindt zich in een gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied.

7.“Gekwalificeerd niet-Unierechtsgebied”: een niet-Unierechtsgebied dat beschikt over een van kracht zijnde adequate overeenkomst tussen bevoegde autoriteiten met de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten die in een door dit niet-Unierechtsgebied gepubliceerde lijst zijn aangemerkt als te rapporteren rechtsgebieden.

8.“FIN”: fiscaal identificatienummer (of functioneel equivalent bij gebreke van een fiscaal identificatienummer). Het FIN is elk nummer of elke code die een bevoegde autoriteit gebruikt om een belastingplichtige te identificeren.

9.“Identificatiedienst”: een elektronisch proces dat door een lidstaat kosteloos ter beschikking wordt gesteld van een rapporterende platformexploitant met het oog op de vaststelling van de identiteit en de fiscale woonplaats van een gebruiker van cryptoactiva.

DEEL V

DOELTREFFENDE UITVOERING

A. Voorschriften om de verzamelings- en verificatievereisten van deel III te handhaven.

1.De lidstaten treffen de nodige maatregelen om rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten te verplichten de verzamelings- en verificatievereisten van deel III te handhaven ten aanzien van hun gebruikers van cryptoactiva.

2.Indien een gebruiker van cryptoactiva de krachtens deel III vereiste inlichtingen niet verstrekt na twee aanmaningen volgend op het oorspronkelijke verzoek van de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten, maar niet voordat 60 dagen zijn verstreken, moeten de rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten verhinderen dat de gebruiker van cryptoactiva wisseltransacties verricht.

B. Regels die de rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten verplichten om registers bij te houden van de stappen die zijn gezet en eventuele inlichtingen die zijn gebruikt voor de uitvoering van de rapportageverplichtingen en due diligence-procedures en adequate maatregelen om die registers te verkrijgen.

1.De lidstaten treffen de nodige maatregelen om rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten te verplichten registers bij te houden van de stappen die zijn gezet en van eventuele inlichtingen die zijn gebruikt voor de uitvoering van de in de delen II en III beschreven rapportageverplichtingen en due diligence-procedures. Die registers worden een voldoende lange tijd bewaard en in elk geval voor een periode van ten minste vijf en ten hoogste tien jaar volgend op het einde van de rapportageperiode waarop zij betrekking hebben.

2.De lidstaten treffen de nodige maatregelen, met inbegrip van de mogelijkheid om rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten een verplichting tot rapportage op te leggen, om ervoor te zorgen dat alle noodzakelijke inlichtingen worden gerapporteerd aan de bevoegde autoriteit zodat deze de verplichting om inlichtingen te verstrekken overeenkomstig artikel 8 bis quinquies, lid 3, kan naleven.

C. Administratieve procedures voor de verificatie van de naleving door de aanbieders van cryptoactivadiensten van de rapportageverplichtingen en due diligence-procedures

De lidstaten stellen administratieve procedures vast om te verifiëren of de rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten de in de delen II en III beschreven rapportageverplichtingen en due diligence-procedures naleven.

D. Administratieve procedures voor de vervolgcontrole van een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten die onvolledige of onnauwkeurige inlichtingen rapporteert

De lidstaten stellen procedures vast voor de vervolgcontrole van rapporterende aanbieders van cryptoactivadiensten die onvolledige of onnauwkeurige inlichtingen rapporteren.

E. Administratieve procedure voor het verlenen van een vergunning aan een rapporterende aanbieder van cryptoactivadiensten

De lidstaat van herkomst die overeenkomstig Verordening XXX een vergunning aan aanbieders van cryptoactivadiensten verleent, zendt de bevoegde autoriteit regelmatig en uiterlijk vóór 31 december een lijst van alle vergunninghoudende aanbieders van cryptoactivadiensten.

F. Administratieve procedure voor unieke registratie van een exploitant van cryptoactiva

Een exploitant van cryptoactiva in de zin van deel IV, onderdeel B, punt 2, van deze bijlage registreert zich bij de bevoegde autoriteit van een lidstaat overeenkomstig artikel 8 bis quinquies, lid 7.

1.Vóór het begin van elk boekjaar verstrekt de exploitant van cryptoactiva de lidstaat van zijn unieke registratie de volgende inlichtingen:

a)naam,

b)postadres,

c)elektronische adressen, met inbegrip van websites,

d)eventuele fiscale identificatienummers die zijn toegekend aan de exploitanten van cryptoactiva,

e)lidstaten waar te rapporteren gebruikers van cryptoactiva ingezetenen zijn in de zin van deel III, onderdeel A en B.

2.De exploitant van cryptoactiva stelt de lidstaat van unieke registratie in kennis van alle wijzigingen van de inlichtingen die in het kader van onderdeel F, punt 1, zijn verstrekt.

3.De lidstaat van unieke registratie kent een individueel identificatienummer toe aan de exploitant van cryptoactiva en deelt dit via elektronische weg mee aan de bevoegde autoriteiten van alle lidstaten.

4.De lidstaat van unieke registratie kan een exploitant van cryptoactiva uit het centraal register verwijderen in de volgende gevallen:

(a)de exploitant van cryptoactiva stelt die lidstaat ervan in kennis stelt dat hij niet langer te rapporteren gebruikers van cryptoactiva in de Unie heeft;

(b)bij gebreke van een kennisgeving op grond van punt a), zijn er redenen om te veronderstellen dat een exploitant van cryptoactiva zijn activiteiten heeft stopgezet;

(c)de exploitant van cryptoactiva voldoet niet langer aan de voorwaarden van deel IV, onderdeel B, punt 2; de lidstaat heeft de registratie bij zijn bevoegde autoriteit heeft ingetrokken op grond van onderdeel F, punt 7.

5.Elke lidstaat stelt de Commissie onverwijld in kennis van elke exploitant van cryptoactiva in de zin van deel IV, onderdeel B, punt 2, die gebruikers van cryptoactiva heeft die ingezetenen zijn van de Unie, zonder dat hij zich overeenkomstig dit onderdeel heeft geregistreerd. Indien een exploitant van cryptoactiva niet voldoet aan de verplichting tot registratie of indien zijn registratie is ingetrokken overeenkomstig onderdeel F, punt 7, van dit deel, nemen de lidstaten, onverminderd artikel 25 bis, doeltreffende, evenredige en afschrikkende maatregelen om de naleving in hun rechtsgebied te handhaven. De keuze van die maatregelen berust bij de lidstaten. De lidstaten streven er ook naar hun acties voor het handhaven van de naleving te coördineren; in het uiterste geval kunnen zij verhinderen dat een exploitant van cryptoactiva binnen de Unie kan opereren.

6.Indien een exploitant van cryptoactiva na twee aanmaningen door de lidstaat van unieke registratie niet voldoet aan de rapportageverplichting overeenkomstig deel II, onderdeel B, van deze bijlage, neemt die lidstaat, onverminderd artikel 25 bis, de nodige maatregelen om de registratie van de exploitant van cryptoactiva in te trekken op grond van artikel 8 bis quinquies, lid 7. De registratie wordt uiterlijk na het verstrijken van 90 dagen, maar niet vóór het verstrijken van 30 dagen na de tweede aanmaning ingetrokken.