Brussel, 25.8.2022

COM(2022) 418 final

2022/0245(NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

tot goedkeuring van de wijziging van de bijlagen I, II en III bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en Japan betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken


TOELICHTING

1.ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL

Motivering en doel van het voorstel

1 Dit voorstel betreft een wijziging van de bijlagen I, II en III bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en Japan betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken.

De overeenkomst beoogt een doeltreffender samenwerking tussen de Europese Unie en Japan betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken tot stand te brengen, Krachtens de overeenkomst verleent de aangezochte staat, op verzoek van de verzoekende staat, verplicht wederzijdse rechtshulp in strafzaken in verband met strafrechtelijk onderzoek, vervolging en andere procedures, waaronder gerechtelijke procedures.

2 De overeenkomst is ondertekend op 30 november en 15 december 2009, onder voorbehoud van de sluiting ervan. De overeenkomst is gesloten bij Besluit 2010/616/EU van de Raad van 7 oktober 2010 en is op 2 januari 2011 in werking getreden.

De bijlagen bij de overeenkomst bevatten een lijst van de centrale autoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen (bijlage I); de autoriteiten die krachtens het recht van de staten bevoegd zijn om verzoeken om wederzijdse rechtshulp op grond van de overeenkomst in te dienen (bijlage II); en de aanvaarde talen (bijlage III).

Overeenkomstig artikel 30 van de overeenkomst maken de bijlagen bij de overeenkomst daar integraal onderdeel van uit.

Het is nu aan de orde om de bijlagen bij de overeenkomst bij te werken, aangezien rekening moet worden gehouden met enkele wijzigingen van de nationale autoriteiten van de lidstaten. De lidstaten hebben het secretariaat-generaal van de Raad in kennis gesteld van de noodzaak van dergelijke wijzigingen. Dit besluit bevat door de lidstaten voorgestelde wijzigingen.

3 Daarnaast is Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad op 20 november 2017 in werking getreden. In artikel 104, lid 3, van die verordening is bepaald dat internationale overeenkomsten met een of meer derde landen die door de Unie zijn gesloten of waartoe de Unie is toegetreden overeenkomstig artikel 218 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, op gebieden die onder de bevoegdheid van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) vallen, bindend zijn voor het EOM. In het licht van deze bepaling is een actualisering van de bijlagen bij de overeenkomst noodzakelijk om ervoor te zorgen dat het EOM bij de uitoefening van zijn bevoegdheden als bedoeld in de artikelen 22, 23 en 25 van Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad wordt erkend als een autoriteit die bevoegd is om verzoeken om wederzijdse rechtshulp op grond van de overeenkomst in te dienen, te verzenden, te ontvangen en te beantwoorden.

Verenigbaarheid met bestaande bepalingen op het beleidsterrein

Dit is de enige internationale overeenkomst op EU-niveau inzake justitiële samenwerking in strafzaken waarin in de bijlagen een lijst van bevoegde en centrale autoriteiten en aanvaarde talen is opgenomen. Voorts biedt artikel 104, lid 3, van Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad de rechtsgrondslag voor de erkenning van het EOM als centrale en bevoegde autoriteit voor de toepassing van de overeenkomst.

Verenigbaarheid met andere beleidsterreinen van de Unie

n.v.t.

2.RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID

Rechtsgrondslag

Dit voorstel is gebaseerd op artikel 82, lid 1, punt d), in samenhang met artikel 218, lid 6, punt a), van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).

Subsidiariteit (bij niet-exclusieve bevoegdheid)

Alleen de Raad kan, op voorstel van de Commissie, de bijlagen bij de overeenkomst wijzigen.

Evenredigheid

Dit voorstel is beperkt tot hetgeen nodig is om ervoor te zorgen dat de bijlagen bij de overeenkomst actueel zijn. Het voorstel gaat niet verder dan nodig is om de beoogde doelstellingen te verwezenlijken.

Keuze van het instrument

Besluit van de Raad op grond van artikel 218, lid 6, VWEU.

3.EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING

Evaluatie van bestaande wetgeving en controle van de resultaatgerichtheid ervan

n.v.t.

Raadpleging van belanghebbenden

Dit besluit bevat wijzigingen betreffende nationale autoriteiten die moeten worden opgenomen in de bijlagen bij de overeenkomst, zoals voorgesteld door de lidstaten.

Bijeenbrengen en gebruik van expertise

n.v.t.

Effectbeoordeling

Er is geen effectbeoordeling uitgevoerd omdat het voorstel betrekking heeft op de bestaande overeenkomst tussen de EU en Japan betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken, waarvan de bijlagen nu worden bijgewerkt om rekening te houden met de door de lidstaten en (voor het EOM) de Commissie voorgestelde feitelijke wijzigingen in de bijlagen I, II en III van de overeenkomst.

Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging

n.v.t.

Grondrechten

Het voorstel heeft geen gevolgen voor de bescherming van de grondrechten.

4.GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING

n.v.t.

5.OVERIGE ELEMENTEN

Uitvoeringsplanning en regelingen betreffende controle, evaluatie en rapportage

n.v.t.

Toelichtende stukken (bij richtlijnen)

n.v.t.

Artikelsgewijze toelichting

Dit voorstel bevat een gewijzigde tekst van de bijlagen I, II en III bij de overeenkomst, die het volgende bevat: de lijst van de centrale autoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen (bijlage I); de autoriteiten die krachtens het recht van de staten bevoegd zijn om verzoeken om wederzijdse rechtshulp op grond van de overeenkomst in te dienen (bijlage II); en de aanvaarde talen (bijlage III). De bijlagen bevatten ook een nieuw orgaan van de Unie — het Europees Openbaar Ministerie.

2022/0245 (NLE)

Voorstel voor een

BESLUIT VAN DE RAAD

tot goedkeuring van de wijziging van de bijlagen I, II en III bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en Japan betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken

DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,

Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 82, lid 1, punt d), in samenhang met artikel 218, lid 6, punt a),

Gezien het voorstel van de Europese Commissie,

Gezien de goedkeuring van het Europees Parlement 4 ,

Overwegende hetgeen volgt:

(1)De Overeenkomst tussen de Europese Unie en Japan betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken 5 (hierna “de overeenkomst” genoemd) is gesloten bij Besluit 2010/616/EU van de Raad 6 en is op 2 januari 2011 in werking getreden.

(2)De bijlagen bij de overeenkomst bevatten een lijst van de centrale autoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen (bijlage I); de autoriteiten die bevoegd zijn om verzoeken om wederzijdse rechtshulp op grond van de overeenkomst in te dienen (bijlage II); en de aanvaarde talen (bijlage III). Overeenkomstig artikel 30 van de overeenkomst kunnen de overeenkomstsluitende partijen de bijlagen met wederzijdse instemming wijzigen zonder de overeenkomst te wijzigen.

(3)Aangezien sommige wijzigingen van de nationale autoriteiten van de lidstaten in aanmerking moeten worden genomen en om ervoor te zorgen dat het Europees Openbaar Ministerie wordt erkend als een autoriteit die bevoegd is om verzoeken om wederzijdse rechtshulp op grond van de overeenkomst in te dienen, te verzenden, te ontvangen en te beantwoorden, moeten die bijlagen bij de overeenkomst worden bijgewerkt.

(4)Overeenkomstig artikel 3 en artikel 4 bis, lid 1, van het aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie gehechte Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, heeft Ierland [bij brief van ...] de wens te kennen gegeven deel te nemen aan de vaststelling en de toepassing van dit besluit. OF [Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 [en artikel 4 bis, lid 1] van Protocol nr. 21 betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland ten aanzien van de ruimte van vrijheid, veiligheid en recht, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en zonder afbreuk te doen aan artikel 4 van dat protocol, neemt Ierland niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat.]

(5)Overeenkomstig de artikelen 1 en 2 van Protocol nr. 22 betreffende de positie van Denemarken, gehecht aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, neemt Denemarken niet deel aan de vaststelling van dit besluit en is dit niet bindend voor, noch van toepassing op deze lidstaat,

HEEFT HET VOLGENDE BESLUIT VASTGESTELD:

Artikel 1

De wijziging van de bijlagen I, II en III bij de overeenkomst wordt hierbij namens de Unie goedgekeurd.

De tekst van de gewijzigde bijlagen I, II en III bij de overeenkomst is aan dit besluit gehecht. 

Artikel 2

De Commissie zal namens de Europese Unie de bij artikel 30 van de overeenkomst vereiste kennisgeving doen, waarmee de instemming van de Europese Unie met de wijzigingen van de bijlagen I, II en III bij de overeenkomst tot uiting wordt gebracht.

Artikel 3

Dit besluit treedt in werking op de datum waarop het wordt vastgesteld.

Gedaan te Brussel,

   Voor de Raad

   De voorzitter

(1)    PB L 39 van 12.2.2010, blz. 20.
(2)    PB L 271 van 15.10.2010, blz. 3.
(3)    Verordening (EU) 2017/1939 van de Raad van 12 oktober 2017 betreffende nauwere samenwerking bij de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (EOM) (PB L 283 van 31.10.2017, blz. 1).
(4)    PB C , , blz. .
(5)    PB L 39 van 12.2.2010, blz. 20.
(6)    PB L 271 van 15.10.2010, blz. 3.

Brussel, 25.8.2022

COM(2022) 418 final

BIJLAGEN

bij het

Voorstel voor een besluit van de Raad

tot goedkeuring van de wijziging van de bijlagen I, II en III bij de Overeenkomst tussen de Europese Unie en Japan betreffende wederzijdse rechtshulp in strafzaken


BIJLAGE I

DE CENTRALE AUTORITEITEN

De Centrale Autoriteiten van de overeenkomstsluitende partijen zijn:

Koninkrijk België: de Federale Overheidsdienst Justitie, Internationale Strafrechtelijke Samenwerking;

Republiek Bulgarije: het ministerie van Justitie;

Tsjechië:

voordat de zaak bij een rechtbank aanhangig is gemaakt (d.w.z. procedure vóór het proces): het bureau van de hoogste openbare aanklager, en

nadat de zaak bij een rechtbank aanhangig is gemaakt (in de procesfase van de strafprocedure): het ministerie van Justitie;

Bondsrepubliek Duitsland: de federale dienst voor justitie;

Republiek Estland: het ministerie van Justitie;

Ierland: de minister van Justitie en Gelijke Kansen of een door de minister aangewezen persoon;

Helleense Republiek: het ministerie van Justitie, Transparantie en Mensenrechten;

Koninkrijk Spanje: het ministerie van Justitie, subdirectoraat-generaal voor internationale justitiële samenwerking;

Franse Republiek: het ministerie van Justitie, bureau voor internationale wederzijdse bijstand in strafzaken, directoraat voor strafzaken en gratieverlening;

Republiek Kroatië: het ministerie van Justitie;

Italiaanse Republiek: het ministerie van Justitie, afdeling gerechtelijke zaken – directoraat-generaal strafzaken;

Republiek Cyprus: het ministerie van Justitie en Openbare Orde;

Republiek Letland:

tijdens het onderzoek vóór het proces tot aan de vervolging: de staatspolitie,

tijdens het onderzoek vóór het proces tot aan de aanhangigmaking bij de rechtbank: het bureau van de procureur-generaal, en

tijdens het proces: het ministerie van Justitie;

Republiek Litouwen:

het ministerie van Justitie, en

het bureau van de procureur-generaal;

Groothertogdom Luxemburg, de procureur-generaal;

Hongarije:

het ministerie van Justitie, en

het bureau van de procureur-generaal;

Republiek Malta: het bureau van de procureur-generaal;

Koninkrijk der Nederlanden: het ministerie van Justitie en Veiligheid;

Republiek Oostenrijk: het ministerie van Justitie;

Republiek Polen:

in de fase vóór het proces: het bureau van de procureur-generaal,

tijdens het proces: het ministerie van Justitie;

Portugese Republiek: het bureau van de procureur-generaal;

Roemenië: het ministerie van Justitie, directoraat internationaal recht en justitiële samenwerking, afdeling internationale justitiële samenwerking in strafzaken;

Republiek Slovenië: het ministerie van Justitie, afdeling internationale justitiële bijstand;

Slowaakse Republiek:

in de procedure vóór het proces: het bureau van de procureur-generaal,

in de procesfase: het ministerie van Justitie, en

voor verzoeken: het ministerie van Justitie;

Republiek Finland: het ministerie van Justitie;

Koninkrijk Zweden:

het ministerie van Justitie, en

voor verzoeken betreffende de betekening van stukken: het bestuur van de provincie Stockholm;

Europese Unie (met betrekking tot Verordening (EU) 2017/1939): het Europees Openbaar Ministerie (EOM):

Japan: de minister van Justitie en de nationale commissie openbare veiligheid of de door hen aangewezen personen.

BIJLAGE II

DE BEVOEGDE AUTORITEITEN

Met betrekking tot artikel 6 van deze overeenkomst zijn de onderstaande autoriteiten op grond van de wetten van de staten bevoegd om een verzoek om bijstand in het kader van deze overeenkomst te doen:

Koninkrijk België: de gerechtelijke autoriteiten; hieronder worden verstaan de leden van de rechterlijke macht die verantwoordelijk zijn voor de rechtsbedeling, onderzoeksrechters en leden van het Openbaar Ministerie;

Republiek Bulgarije: het bureau van de procureur van het hoogste cassatiehof voorafgaand aan de procesfase van strafzaken, en de rechtbanken voor lopende zaken in de procesfase van strafzaken;

Tsjechië: de officieren van justitie en rechtbanken;

Bondsrepubliek Duitsland:

het federale ministerie van Justitie en Consumentenbescherming;

het Federaal Gerechtshof, Karlsruhe;

de procureur-generaal van het Federaal Gerechtshof, Karlsruhe;

de federale dienst voor justitie;

het ministerie van Justitie en Migratie van Baden-Württemberg, Stuttgart;

het Beierse staatsministerie van Justitie, München;

het Senaatsdepartement van Justitie, Consumentenbescherming en Anti-discriminatie, Berlijn;

het ministerie van Justitie van de Bondsstaat Brandenburg, Potsdam;

de senator van Justitie en Grondwet, Bremen;

het bureau voor Justitie en Consumentenbescherming van de Vrije en Hanzestad Hamburg, Hamburg;

het Hessische ministerie van Justitie, Wiesbaden;

het ministerie van Justitie, Gendergelijkheid en Consumentenbescherming, Mecklenburg-Vorpommern, Schwerin;

het ministerie van Justitie van Nedersaksen, Hannover;

het ministerie van Justitie van Noord-Rijn-Westfalen, Düsseldorf;

het ministerie van Justitie van Rijnland-Palts, Mainz;

het ministerie van Justitie van het Saarland, Saarbrücken;

het Saksische ministerie van Justitie, Democratie, Europese Zaken en Gendergelijkheid, Dresden;

het ministerie van Justitie en Gendergelijkheid van Saksen-Anhalt, Magdeburg;

het ministerie van Justitie, Europa en Consumentenbescherming van Sleeswijk-Holstein, Kiel;

het Thüringse ministerie van Migratie, Justitie en Consumentenbescherming, Erfurt;

de hogere regionale gerechten;

de regionale gerechten;

de arrondissementsgerechten;

de procureuren-generaal bij de hogere regionale gerechten;

de officieren van justitie bij de regionale gerechten;

het centraal bureau van de gerechtelijke deelstaatadministraties voor onderzoek naar nationaal-socialistische misdrijven, Ludwigsburg;

de federale recherche-informatiedienst;

het centraal bureau van de douanerecherchedienst;

Republiek Estland: de rechters en officieren van justitie;

Ierland: de directeur van het Openbaar Ministerie;

Helleense Republiek: het bureau van de openbare aanklager bij het hof van beroep;

Koninkrijk Spanje: de magistraten en rechters bij de strafrechtbanken, en officieren van justitie;

Franse Republiek:

de eerste presidenten, presidenten, raden en rechters bij strafrechtbanken;

de onderzoeksrechters bij die rechtbanken;

de leden van het openbaar ministerie bij die rechtbanken, namelijk:

procureuren-generaal;

substituut-procureuren-generaal;

asssistent-procureuren-generaal;

officieren, substituut-officieren en assistent-officieren van justitie;

de financiële officier van justitie bij het nationale financiële parket, de substituut-financiële officieren van justitie en assistent-financiële officieren van justitie;

de officieren van justitie bij politierechtbanken, en

de officier van justitie voor terrorismebestrijding bij het nationale parket voor terrorismebestrijding, de substituut-officieren van justitie voor terrorismebestrijding en de assistent-officieren van justitie voor terrorismebestrijding;

Republiek Kroatië: de rechtbanken en officieren van justitie die bij een afzonderlijke wet zijn aangewezen om internationale rechtshulp te verstrekken, de bestuurlijke overheden die strafprocedures voeren in verband met een inbreuk waarvoor volgens het Kroatische recht een boete kan worden opgelegd;

Italiaanse Republiek:

openbare aanklagers:

de directeur van het Openbaar Ministerie;

de assistent-officier van justitie;

de directeur van het Openbaar Ministerie voor militaire zaken;

de assistent-officier van justitie voor militaire zaken;

de procureur-generaal;

de assistent-procureur-generaal;

de procureur-generaal voor militaire zaken;

de assistent-procureur-generaal voor militaire zaken;

rechters:

de vrederechter;

de onderzoeksrechter;

de vooronderzoeksrechter;

de gewone rechtbank;

de militaire rechtbank;

de juryrechtbank;

de rechtbank in tweede aanleg;

de juryrechtbank in tweede aanleg;

het militair hof van beroep;

het Hof van Cassatie;

Republiek Cyprus:

de procureur-generaal van de republiek;

het hoofd van politie;

de directeur douane en accijnzen;

de leden van de eenheid ter bestrijding van witwassen (MOKAS), en

elke andere autoriteit of persoon die gemachtigd is onderzoeken en vervolgingen in te stellen in de Republiek Cyprus;

Republiek Letland: de onderzoekers, officieren van justitie en rechters;

Republiek Litouwen: de rechters en officieren van justitie;

Groothertogdom Luxemburg, de gerechtelijke autoriteiten; hieronder worden verstaan de leden van de rechterlijke macht die verantwoordelijk zijn voor de rechtsbedeling, onderzoeksrechters en leden van het Openbaar Ministerie;

Hongarije: de parketten en rechtbanken;

Republiek Malta:

de correctionele rechtbank;

de jeugdrechtbank;

de strafrechtbank en het hof van beroep voor strafzaken;

de procureur-generaal;

de plaatsvervangend procureur-generaal;

de juridisch medewerkers bij het bureau van de procureur-generaal, alsmede

de rechters;

Koninkrijk der Nederlanden: de leden van het gerechtelijke apparaat die verantwoordelijk zijn voor de rechtsbedeling, onderzoeksmagistraten en leden van het Openbaar Ministerie;

Republiek Oostenrijk: de rechtbanken en parketten;

Republiek Polen: de parketten en rechtbanken;

Portugese Republiek: de parketdiensten in de onderzoeksfase, onderzoeksrechters en procesrechters;

Roemenië: de rechtbanken en de parketten bij de rechtbanken;

Republiek Slovenië:

de rechters bij lokale rechtbanken;

de onderzoeksrechters;

de rechters bij districtsrechtbanken;

de rechters bij hogere rechtbanken;

de rechters bij het hooggerechtshof;

de rechters bij het constitutionele hof;

de officieren van justitie bij districtsrechtbanken;

de officieren van justitie bij hogere rechtbanken;

de officieren van justitie bij het hooggerechtshof;

Slowaakse Republiek: de rechters en officieren van justitie;

Republiek Finland:

het ministerie van Justitie,

de gerechten van eerste aanleg, de hoven van beroep en het hooggerechtshof;

de officieren van justitie;

de politieautoriteiten, de douaneautoriteiten, en de grensbewakingsfunctionarissen in hun hoedanigheid van autoriteiten die strafrechtelijke vooronderzoeken in strafzaken verrichten uit hoofde van de wet inzake strafrechtelijke vooronderzoeken;

Koninkrijk Zweden:

de rechters, officieren van justitie en de handhavingsautoriteit, en

voor verzoeken betreffende de betekening van stukken: het bestuur van de provincie Stockholm;

Europese Unie (met betrekking tot Verordening (EU) 2017/1939): het Europees Openbaar Ministerie (EOM):

Japan: rechtbanken, voorzittende rechters, rechters, officieren van justitie, assistent-officieren van justitie en functionarissen van de gerechtelijke politie.



BIJLAGE III

TALEN

Met betrekking tot artikel 9 van deze overeenkomst aanvaarden de lidstaten en Japan de volgende talen:

Koninkrijk België: Nederlands, Frans en Duits in alle gevallen en Engels in dringende gevallen;

Republiek Bulgarije: Bulgaars in alle gevallen en Engels in dringende gevallen;

Tsjechië: Tsjechisch in alle gevallen en Engels in dringende gevallen;

Bondsrepubliek Duitsland: Duits in alle gevallen en Engels in dringende gevallen;

Republiek Estland: Ests en Engels in alle gevallen;

Ierland: Engels en Iers in alle gevallen;

Helleense Republiek: Grieks in alle gevallen en Engels in dringende gevallen;

Koninkrijk Spanje: Spaans in alle gevallen;

Franse Republiek: Frans in alle gevallen;

Republiek Kroatië: Kroatisch in alle gevallen en Engels in dringende gevallen;

Italiaanse Republiek: Italiaans in alle gevallen en Engels in dringende gevallen;

Republiek Cyprus: Grieks en Engels in alle gevallen;

Republiek Letland: Lets in alle gevallen en Engels in dringende gevallen;

Republiek Litouwen: Litouws in alle gevallen en Engels in dringende gevallen;

Groothertogdom Luxemburg, Frans en Duits in alle gevallen en Engels in dringende gevallen;

Hongarije: Hongaars in alle gevallen en Engels in dringende gevallen;

Republiek Malta: Maltees in alle gevallen;

Koninkrijk der Nederlanden: Nederlands in alle gevallen en Engels in dringende gevallen;

Republiek Oostenrijk: Duits in alle gevallen en Engels in dringende gevallen;

Republiek Polen: Pools in alle gevallen;

Portugese Republiek: Portugees in alle gevallen en Engels of Frans in dringende gevallen;

Roemenië: Roemeens, Engels of Frans in alle gevallen. Wat langere documenten betreft, behoudt Roemenië zich het recht voor in een specifiek geval een Roemeense vertaling te vragen of er een te laten maken ten laste van de verzoekende staat;

Republiek Slovenië: Sloveens in alle gevallen en Engels in dringende gevallen;

Slowaakse Republiek: Slowaaks in alle gevallen;

Republiek Finland: Fins, Zweeds en Engels in alle gevallen;

Koninkrijk Zweden: Zweeds, Deens of Noors in alle gevallen, tenzij de autoriteit die de aanvraag behandelt in een individueel geval anderszins toestemming geeft;

Europese Unie (met betrekking tot Verordening (EU) 2017/1939): Engels en alle officiële talen van de lidstaten die deelnemen aan de nauwere samenwerking voor de instelling van het Europees Openbaar Ministerie (EOM);

Japan: Japans in alle gevallen en Engels in dringende gevallen; Japan behoudt zich evenwel het recht voor in een specifiek dringend geval om de vertaling in het Japans te vragen indien het verzoek uitgaat van een staat die uit hoofde van deze bijlage het Engels niet aanvaardt.