EUROPESE COMMISSIE
Brussel, 22.4.2022
COM(2022) 184 final
2022/0125(COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie
TOELICHTING
1.
ACHTERGROND VAN HET VOORSTEL
•
Motivering en doel van het voorstel
Het Financieel Reglement stelt de beginselen en algemene financiële regels vast voor de vaststelling en uitvoering van de begroting van de Unie en de controle op de financiën van de Unie.
Wanneer een door de Commissie opgelegde boete, andere dwangsom of sanctie voor de rechterlijke instanties van de Unie wordt aangevochten, kunnen degenen tot wie de boete is gericht, deze provisorisch betalen of een bankgarantie stellen ter dekking van het bedrag van de boete en de toepasselijke rente voor het uitstel van betaling, totdat het definitieve vonnis is gewezen. In geval van provisorische betaling crediteert de betrokken partij het bedrag op een bankrekening van de Commissie. Sinds 2009 worden de provisorisch aan de Commissie betaalde boeten gestort in een speciaal fonds (BUFI) om direct of indirect te worden belegd in zeer veilige staatsobligaties om de waarde ervan veilig te stellen indien dergelijke bedragen aan de betrokken partij moeten worden terugbetaald op grond van de nietigverklaring of verlaging van de boete door de rechterlijke instanties van de Unie.
In zijn arrest van 20 januari 2021 in zaak C-301/19 P, Commissie/Printeos, oordeelde het Hof dat de Commissie, wanneer zij krachtens artikel 266, lid 1, VWEU, verplicht is de nodige maatregelen te nemen ter uitvoering van een arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie waarbij een door een onderneming provisorisch betaalde mededingingsboete wordt verlaagd of nietig verklaard, verplicht is vertragingsrente te betalen wegens te late terugbetaling van de boete vanaf de datum waarop de onderneming de boete provisorisch heeft betaald tot de datum van terugbetaling.
In het kader van haar hogere voorziening in zaak C-221/22 P, Commissie/Deutsche Telekom, heeft de Commissie het Hof verzocht zijn arrest in de zaak Printeos te herzien teneinde de verplichtingen te verduidelijken die op de Commissie rusten in geval van verlaging of nietigverklaring van een provisorisch betaalde boete om de degene tot wie de boete is gericht, adequaat te compenseren voor het feit dat de gelden van de betaalde boete niet beschikbaar waren in de periode waarin zij aan rechterlijke toetsing was onderworpen.
Zolang het Hof van Justitie de gevraagde verduidelijkingen niet heeft verstrekt, heeft de Commissie echter te maken met ongeziene rentevorderingen die ver boven de rente op de provisorisch betaalde bedragen liggen en waarvoor in de begroting van de Unie een passende oplossing moet worden gevonden. Onverminderd de uitkomst van het beroep in zaak C-221/22 P is het daarom dringend noodzakelijk wetgevingsmaatregelen voor te stellen om te zorgen voor een passend compensatieniveau in geval van terugbetaling van een provisorisch betaalde boete en het vermogen van de begroting van de Unie om in de daaruit voortvloeiende financiële behoeften te voorzien. Dit vereist een aantal gerichte wijzigingen van artikel 48, lid 2, artikel 99, lid 4, artikel 107, lid 2, en artikel 108, leden 1, 2 en 4.
Overeenkomstig het algemene beginsel van herstel in de vorige toestand dat van toepassing is op de terugbetaling van door de instellingen van de Unie opgelegde en provisorisch betaalde boeten, andere dwangsommen of sancties die later door het Hof van Justitie van de Europese Unie zijn nietig verklaard of verlaagd, moet worden verduidelijkt dat een negatief rendement op het provisorisch geïnde bedrag van dergelijke boeten, andere dwangsommen of sancties niet in mindering mag worden gebracht op het terug te betalen bedrag.
Ter compensatie van het verlies van het genot van de gelden vanaf de datum waarop de onderneming de boete provisorisch aan de Commissie heeft betaald tot de datum van terugbetaling, wordt voorgesteld het terugbetaalde bedrag te verhogen met rente tegen de rentevoet die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, vermeerderd met anderhalf procentpunt, als passende compensatie voor de onderneming in dergelijke situaties, waardoor geen andere rentevoet op dat bedrag hoeft te worden toegepast. Dit percentage komt overeen met de rentevoet die van toepassing is op de schuldenaar wanneer de schuldenaar ervoor kiest de betaling van een geldboete, een andere dwangsom of een sanctie uit te stellen en een financiële zekerheid stelt in plaats van betaling.
In afwijking van de algemene regel dat de begroting geen negatieve ontvangsten mag bevatten, moet worden gespecificeerd dat de bovengenoemde rente en alle andere heffingen die verschuldigd zijn op dergelijke nietig verklaarde of verlaagde bedragen van boeten, andere dwangsommen of sancties, met inbegrip van eventuele negatieve opbrengsten in verband met die bedragen, moeten worden beschouwd als negatieve ontvangsten van de begroting van de Unie, teneinde ongewenste gevolgen voor de uitgavenzijde van de begroting van de Unie te voorkomen.
Om de buitensporige druk op de uitgavenzijde van de begroting van de Unie zo snel mogelijk te verhelpen, wordt dit voorstel los van de komende herziening van het Financieel Reglement gepresenteerd.
•
Samenhang met bestaande bepalingen op dit beleidsterrein
Dit voorstel is volledig in overeenstemming met de bestaande algemene financiële regels en beoogt buitensporige druk op de begroting van de Unie als gevolg van de rechtspraak in zaak Printeos te voorkomen.
2.
RECHTSGRONDSLAG, SUBSIDIARITEIT EN EVENREDIGHEID
•
Rechtsgrondslag
Het voorstel is gebaseerd op artikel 322, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU).
•
Subsidiariteit (voor niet-exclusieve bevoegdheden)
De vaststelling van de algemene financiële regels van de Unie valt onder de exclusieve bevoegdheid van de Unie.
•
Evenredigheid
Dit voorstel heeft tot doel te zorgen voor een passende compensatie in geval van terugbetaling van provisorisch betaalde boeten, andere dwangsommen of sancties en ervoor te zorgen dat de Unie in staat is de daaruit voortvloeiende financiële verplichtingen na te komen. Het bevat geen regels die niet noodzakelijk zijn om de doelstellingen van het Verdrag te verwezenlijken.
3.
EVALUATIE, RAADPLEGING VAN BELANGHEBBENDEN EN EFFECTBEOORDELING
•
Raadpleging van belanghebbenden
Voor deze beperkte wijziging heeft geen raadpleging van belanghebbenden plaatsgevonden.
•
Effectbeoordeling
Overeenkomstig de verklaring van de Commissie over toekomstige herzieningen van het Financieel Reglement is geen effectbeoordeling vereist. Het Financieel Reglement voorziet in de algemene regels en het instrumentarium voor de uitvoering van de uitgavenprogramma’s. Er zijn dus geen directe economische, sociale of milieueffecten die voortvloeien uit herzieningen van de wetgeving en waarvoor analyse in een effectbeoordeling nuttig zou zijn. Effectbeoordelingen hebben alleen toegevoegde waarde als er beleidskeuzes moeten worden gemaakt over specifieke uitgavenprogramma's die aan het door het Financieel Reglement geboden regelgevend kader moeten voldoen. In plaats daarvan is voor dit voorstel een evaluatie vooraf uitgevoerd, met name om na te gaan wat de meest geschikte manier is om rekening te houden met de recente jurisprudentie inzake de betrokken ondernemingen, maar ook met betrekking tot de budgettaire behandeling van de overeenkomstige bedragen.
•
Resultaatgerichtheid en vereenvoudiging
Hoewel deze wijziging van het Financieel Reglement niet onder het programma voor gezonde en resultaatgerichte regelgeving (REFIT) valt, draagt zij bij tot de agenda voor betere regelgeving. Dit voorstel komt tegemoet aan de noodzaak om de bepalingen inzake achterstands- en compensatierente en negatieve ontvangsten te herzien, in overeenstemming met de recente jurisprudentie. De voorgestelde aanpak is volledig in overeenstemming met het kader voor betere regelgeving en met de vereenvoudigingsinspanningen.
•
Grondrechten
Het voorstel is in overeenstemming met het Handvest van de grondrechten van de Unie.
4.
GEVOLGEN VOOR DE BEGROTING
Dit voorstel heeft geen gevolgen voor de begroting.
5.
Artikelsgewijze toelichting
Zoals aangegeven in punt 4 heeft het voorstel zelf geen gevolgen voor de begroting van de Unie. Het voorstel verduidelijkt de begrotingsinstrumenten en -procedures om de gevolgen aan te pakken van de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie waarbij boeten, andere dwangsommen of sancties die initieel door een instelling van de Unie zijn opgelegd, worden verlaagd of nietig verklaard. Alleen dergelijke arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie kunnen aanleiding geven tot betalingsverplichtingen jegens derden.
Artikel 48, lid 2, over negatieve ontvangsten:
om een passende budgettaire behandeling te waarborgen en onnodige financiële druk op de uitgavenzijde van de begroting van de Unie te voorkomen, moet worden bepaald dat rente en verschuldigde vergoedingen in geval van nietigverklaring van een geldboete, andere dwangsom of sanctie of verlaging van het bedrag, met inbegrip van een eventueel negatief rendement in verband met dergelijke boeten, andere dwangsommen of sancties, in mindering moeten worden gebracht op de ontvangstenzijde van de begroting van de Unie (negatieve ontvangsten). Dit zou een beperkte en naar behoren gemotiveerde afwijking zijn van de algemene regel van artikel 48, lid 1, dat de begroting geen negatieve ontvangsten mag bevatten.
Artikel 99, lid 4, over achterstandsrente: verduidelijkt moet worden dat de door de Europese Centrale Bank op haar basisherfinancieringstransacties toegepaste rentevoet, verhoogd met anderhalf procentpunt wanneer een debiteur van boeten, andere dwangsommen of sancties een financiële garantie stelt die door de rekenplichtige wordt aanvaard in plaats van betaling, van deze bepaling is uitgesloten omdat zij geen betrekking heeft op achterstandsrente. De verwijzing naar dit percentage moet in plaats daarvan worden verplaatst naar artikel 108, lid 1.
Artikel 107, lid 2, betreffende de opname in de begroting: om voldoende kasstroom te waarborgen om derden te compenseren voor het verlies van het genot van gelden, moet worden bepaald dat bedragen uit boeten, andere dwangsommen of sancties alsmede de rente hierover of andere hieruit voortvloeiende inkomsten, tegen het einde van het volgende begrotingsjaar in de begroting kunnen worden opgenomen.
Artikel 108, leden 1, 2 en 4 inzake de invordering van door instellingen van de Unie opgelegde boeten, andere dwangsommen of sancties:
Zoals hierboven is uiteengezet, moet in het geval van een financiële garantie de verwijzing naar artikel 99, lid 4, in de eerste alinea worden vervangen door de rentevoet die de Europese Centrale Bank op haar basisherfinancieringstransacties toepast, vermeerderd met anderhalf procentpunt, zoals momenteel aangegeven in artikel 99, lid 4, punt a).
In artikel 108, lid 2, moet een verwijzing naar goed financieel beheer in de plaats komen van de verwijzing naar het streven naar een positief rendement. Rekening houdend met de mogelijkheid van een negatief investeringsrendement, mag de Commissie niet streven naar een positief verwacht rendement indien dit vereist dat een te hoog investeringsrisico wordt genomen. Daarom moet, overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer, worden gespecificeerd dat de Commissie bij investeringen in financiële activa prioriteit moet geven aan de doelstelling van zekerheid en liquiditeit van de gelden.
Overeenkomstig het algemene beginsel van herstel in de vorige toestand dat van toepassing is op de terugbetaling van provisorisch betaalde boeten, andere dwangsommen of sancties die later door het Hof van Justitie van de Europese Unie zijn nietig verklaard of verlaagd, moet worden verduidelijkt dat een negatief rendement op het provisorisch geïnde bedrag van dergelijke boeten, andere dwangsommen of sancties niet in mindering mag worden gebracht op het terug te betalen bedrag. Bijgevolg moet de tweede alinea van artikel 108, lid 4, worden geschrapt. Om het verlies van het genot van de gelden te compenseren, dient het terug te betalen bedrag te worden vermeerderd met een rente tegen de rentevoet die door de Europese Centrale Bank op haar basisherfinancieringstransacties wordt toegepast, vermeerderd met anderhalf procentpunt, naar analogie van de rentevoet die een debiteur moet betalen in geval van uitstel van betaling van een boete, andere dwangsom of sanctie die door een financiële garantie wordt gedekt.
2022/0125 (COD)
Voorstel voor een
VERORDENING VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD
tot wijziging van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 tot vaststelling van de financiële regels van toepassing op de algemene begroting van de Unie
HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD VAN DE EUROPESE UNIE,
Gezien het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, en met name artikel 322, lid 1,
Gezien het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, en met name artikel 106 bis,
Gezien het voorstel van de Europese Commissie,
Na toezending van het ontwerp van wetgevingshandeling aan de nationale parlementen,
Gezien het advies van de Rekenkamer,
Handelend volgens de gewone wetgevingsprocedure,
Overwegende hetgeen volgt:
(1)In zijn arrest van 20 januari 2021 in zaak C-301/19 P, Commissie/Printeos, heeft het Hof geoordeeld dat de Commissie op grond van de verplichting om de maatregelen te nemen die nodig zijn ter uitvoering van de arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie waarbij een op grond van artikel 266, lid 1, VWEU, provisorisch door een onderneming betaalde mededingingsgeldboete wordt verlaagd of nietig verklaard, verplicht was vertragingsrente te betalen wegens te late terugbetaling van de boete vanaf de datum waarop de onderneming de boete provisorisch aan de Commissie heeft betaald tot aan de datum van terugbetaling.
(2)Die recente jurisprudentie heeft geleid tot ongeziene rentevorderingen, die veel hoger liggen dan de rente op de provisorisch betaalde bedragen, waarvoor in de begroting van de Unie een passende oplossing moet worden gevonden. Om te zorgen voor een passend compensatieniveau in geval van terugbetaling van een provisorisch betaalde boete en om de begroting van de Unie in staat te stellen aan de daaruit voortvloeiende financiële behoeften te voldoen, is het dringend noodzakelijk een aantal gerichte wijzigingen in het Financieel Reglement aan te brengen.
(3)Met name is het nodig te voorzien in een afwijking van de algemene regel van artikel 48, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 van het Europees Parlement en de Raad, die bepaalt dat de begroting geen negatieve ontvangsten mag bevatten. Die afwijking moet het mogelijk maken om op de ontvangsten van de algemene begroting van de Unie alle rente of andere verschuldigde heffingen in mindering te brengen op de bedragen van nietig verklaarde of verlaagde boeten, andere dwangsommen of sancties, met inbegrip van een eventueel negatief rendement met betrekking tot die bedragen.
(4)Om te voldoen aan het algemene beginsel van herstel in de vorige toestand (restitutio in integrum) dat van toepassing is op door instellingen van de Unie opgelegde boeten, andere dwangsommen of sancties die later door het Hof van Justitie worden nietig verklaard of verlaagd, moet worden bepaald dat een negatief rendement op het provisorisch geïnde bedrag van dergelijke boeten, andere dwangsommen of sancties die door de instellingen van de Unie zijn opgelegd, niet in mindering wordt gebracht op het terug te betalen bedrag. Het is derhalve passend de desbetreffende bepaling in artikel 108, lid 4, van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 te schrappen.
(5)Ter compensatie van het verlies van het genot van de gelden vanaf de datum waarop de onderneming de boete provisorisch aan de Commissie heeft betaald tot de datum van terugbetaling, wordt voorgesteld het terugbetaalde bedrag te verhogen met rente tegen de rentevoet die de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties hanteert, vermeerderd met anderhalf procentpunt, als passende compensatie voor de onderneming in dergelijke situaties, waardoor geen andere rentevoet op dat bedrag hoeft te worden toegepast. Bovendien komt dit percentage overeen met de voor de schuldenaar geldende rentevoet wanneer deze ervoor kiest de betaling van een boete, een andere dwangsom of een sanctie uit te stellen en een financiële zekerheid stelt in plaats van betaling. Het is ook passend te verduidelijken dat de voor de schuldenaar geldende rentevoet wanneer deze ervoor kiest de betaling van een boete, een andere dwangsom of een sanctie uit te stellen en in plaats van betaling een financiële zekerheid stelt, geen vertragingsrente wegens te late betaling vormt, door artikel 99, lid 4, en artikel 108, lid 1, van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 te wijzigen.
(6)Om voldoende kasstroom te waarborgen om derden te compenseren voor het verlies van het genot van gelden in de in artikel 108, lid 4, van Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 bedoelde zaken, moet worden bepaald dat bedragen uit boeten, andere dwangsommen of sancties alsmede de rente hierover of andere hieruit voortvloeiende inkomsten, tegen het einde van het volgende begrotingsjaar in de begroting kunnen worden opgenomen.
(7)Rekening houdend met de mogelijkheid van een negatief investeringsrendement, mag de Commissie niet streven naar een positief verwacht rendement indien dit vereist dat een buitensporig hoog investeringsrisico wordt genomen. De Commissie moet de mogelijkheid krijgen overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer te investeren in financiële activa, waarbij prioriteit moet worden gegeven aan de veiligheid en liquiditeit van de bedragen die provisorisch als boete, andere dwangsom of sanctie zijn betaald.
(8)Gezien de noodzaak van een snelle aanpak van de gevolgen van de recente rechtspraak op de begroting, moet deze verordening in werking treden op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie,
(9)Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 moet derhalve dienovereenkomstig worden gewijzigd,
HEBBEN DE VOLGENDE VERORDENING VASTGESTELD:
Artikel 1
Verordening (EU, Euratom) 2018/1046 wordt als volgt gewijzigd:
(1)Artikel 48 wordt als volgt gewijzigd:
(a)lid 1 wordt vervangen door:
“1. De begroting bevat geen negatieve ontvangsten.”;
(b)het volgende lid 1 bis wordt ingevoegd:
“1 bis. In afwijking van lid 1 worden de volgende bedragen in mindering gebracht op de ontvangsten van de begroting:
a) negatieve rente op deposito’s in totaal;
b) wanneer de in artikel 108, lid 1, bedoelde bedragen van de geldboeten, andere dwangsommen of sancties uit hoofde van het VWEU of het Euratom-Verdrag door het Hof van Justitie van de Europese Unie worden nietig verklaard of verlaagd, alle rente of ander heffingen die verschuldigd zijn aan de betrokken partijen, met inbegrip van eventuele negatieve rendementen met betrekking tot die bedragen.”.
(2)In artikel 99, lid 4, wordt de eerste alinea vervangen door:
“In het geval van boeten, andere dwangsommen of sancties is de rentevoet voor schuldvorderingen die bij het verstrijken van de termijn die is vastgesteld in het besluit van de instelling van de Unie waarbij een boete, andere dwangsom of sanctie wordt opgelegd, niet zijn betaald of gedekt door een financiële garantie die voor de rekenplichtige van de Commissie aanvaardbaar is, het door de Europese Centrale Bank op haar basisherfinancieringstransacties toegepaste percentage, zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie, dat geldt op de eerste kalenderdag van de maand waarin het besluit tot het opleggen van een boete, andere dwangsom of sanctie is vastgesteld, vermeerderd met drieënhalf procentpunt.”.
(3)In artikel 107, lid 2, wordt de volgende tweede alinea ingevoegd:
“Voor de toepassing van artikel 48, lid 1 bis, punt b), kunnen de in lid 1 bedoelde noodzakelijke bedragen vóór het einde van het volgende begrotingsjaar in de begroting worden opgenomen.”.
(4)Artikel 108 wordt als volgt gewijzigd:
(a)de leden 1 en 2 worden vervangen door:
“1.
Wanneer bij het Hof van Justitie van de Europese Unie beroep is ingesteld tegen een besluit van een instelling van de Unie waarbij krachtens het VWEU of het Euratom-Verdrag een boete, andere dwangsom of sanctie is opgelegd, stort de debiteur, zolang niet alle rechtsmiddelen zijn uitgeput, de betrokken bedragen provisoir op de door de rekenplichtige van de Commissie aangewezen bankrekening of stelt hij een financiële garantie die voor de rekenplichtige van de Commissie aanvaardbaar is. De garantie staat los van de verplichting tot betaling van een boete, andere dwangsom of sanctie en is op verzoek opeisbaar. Zij dekt de vordering voor de hoofdsom en de rente die de debiteur in het in lid 3, punt b), bedoelde geval moet betalen tegen de door de Europese Centrale Bank voor haar basisherfinancieringstransacties toegepaste rentevoet, zoals bekendgemaakt in de C-serie van het Publicatieblad van de Europese Unie, die geldt op de eerste kalenderdag van de maand waarin het besluit tot oplegging van een boete, andere dwangsom of sanctie is vastgesteld, vermeerderd met anderhalf procentpunt, bij het verstrijken van de termijn die is vastgesteld in het besluit van de instelling van de Unie waarbij een boete, andere dwangsom of sanctie wordt opgelegd.
2.
De Commissie kan de provisorisch geïnde bedragen beleggen in financiële activa, waarbij prioriteit wordt gegeven aan het doel van zekerheid en liquiditeit van de gelden overeenkomstig het beginsel van goed financieel beheer.”;
(b)lid 4 wordt als volgt gewijzigd:
i) de eerste alinea wordt vervangen door:
“4. Nadat alle juridische verweermiddelen zijn uitgeput en de boete, andere dwangsom of sanctie nietig is verklaard of het bedrag is verlaagd, wordt één van de volgende maatregelen genomen:
a)
de provisorisch geïnde bedragen, of in geval van een verlaging, het desbetreffende deel daarvan, worden terugbetaald aan de betrokken derde;
b)
een eventuele financiële garantie wordt naar evenredigheid vrijgegeven.
Het in de eerste alinea, punt a), bedoelde bedrag of deel daarvan wordt verhoogd met de rente tegen de rentevoet die door de Europese Centrale Bank op haar basisherfinancieringstransacties wordt toegepast, zoals bekendgemaakt in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie, die geldt op de eerste kalenderdag van de maand waarin het besluit tot oplegging van een boete, andere dwangsom of sanctie is vastgesteld, vermeerderd met anderhalf procentpunt.”
ii) de tweede alinea wordt geschrapt.
Artikel 2
Deze verordening treedt in werking op de dag na die van de bekendmaking ervan in het Publicatieblad van de Europese Unie.
Deze verordening is verbindend in al haar onderdelen en is rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat.
Gedaan te Brussel,
Voor het Europees Parlement
Voor de Raad
De voorzitter
De voorzitter